memo n.a.v. moties (okt 2026 def)
Tekst van het document
1 Inleiding Sinds september 2024 is Stichting DRU Industriepark (hierna: de Stichting) en de financieel zorgelijke situatie vaak een gesprek geweest tussen het college en de raad. Er zijn vele adviezen en voorstellen geschreven, moties ingediend en besluiten genomen. Ondertussen is bij de Stichting een interim directeur -bestuurder (hierna: de DB) begonnen in december 2025. Begin dit jaar hebben de gemeenteraadsverkiezingen geleid tot het benoemen van een nieuwe portefeuillehouder met betrekking tot dossier DRU. De wisselingen van bestuurders bood een natuurlijk moment om terug te kijken op de afgelopen tijd. Wat is er gebeurd en wat hebben we allemaal gedaan. Dictumpunten Vooral in de motie d.d. 3 juli 2025 (Motie DRU vooruit!)) en in het raadsbesluit van 30 oktober 2025 zijn dictumpunten opgenomen voor het college om mee aan de slag te gaan. Beide documenten worden als bijlage bij deze memo gevoegd (bijlage 1 en 2). Ook zijn er eind maart 2026 een tweetal moties aangenomen (bijlage 3 en 4). College en DB hebben deze motie en dit raadsbesluit opgepakt en beoordeeld. De in deze moties opgenomen dictumpunten zijn tot stand gekomen onder omstandigheden die intussen zijn gewijzigd. Dat begint al met de aanstelling van de DB.
Zij brengt een andere visie dan haar voorganger en daarmee gewijzigde inzichten mee, er is openheid en transparantie van de Stichting naar de gemeente toe en ook is intussen het coalitieprogramma 2026 – 2030 door de raad vastgesteld. Geconstateerd wordt dat er aan veel punten vanuit de hiervoor genoemde moties en het raadsbesluit is voldaan. Bijvoorbeeld het aankopen van het Ouhrlokaal en het vestigen van een pandrecht op de aandelen die de Stichting heeft in haar 2 dochterondernemingen . Er zijn conform de motie uit februari 2026 geen middelen verstrekt anders dan om faillissement te voorkomen. Wat er aan financiële maatregelen nog nodig is voor 2026 ligt in oktober aan u voor. Er zijn ook dictumpunten waarvan we constateren dat die niet (langer) passend zijn. Bijvoorbeeld de onderzoeken die voorwaardelijk zijn gesteld aan de subsidie. Deze worden niet opportuun geacht. Dit heeft onder andere te maken met gewijzigde inzichten door de komst van de DB. Ten aanzien van het onderzoek naar de huur is in de raadsbijeenkomst van 23 februari jl. door de DB uitgelegd dat zij daarin een andere visie heeft dan de voormalig directeur-bestuurder. Zij heeft aangegeven dat het niet logisch is de verhuur van de locaties aan de gebruikers bij de gemeente neer te leggen. Evenmin ziet zij het financiële gat dat eerder door haar voorganger is aangegeven.
Ten aanzien van een financieel onderzoek is de vraag wat daarvan de meerwaarde is , nu dat er volledige transparantie vanuit de Stichting is. De kosten die een onderzoek met zich mee brengt kunnen daardoor bespaard blijven. Een onafhankelijke toets leidt niet tot een andere conclusie. De meerwaarde van een schriftelijke reactie op welke gronden is geoordeeld dat het ondernemingsplan van de Stichting voldoet aan beslispunt 8 van het raadsbesluit van 30 oktober 2025 ziet het college niet. De toenmalige wethouder heeft dit mondeling aan de raad toegelicht. Ook is er door de DB aan gerefereerd in de raadsinformatiebijeenkomst van 23 februari 2026. Een schriftelijke reactie van het college levert geen wijziging op van het toen ingenomen standpunt. Inmiddels is schriftelijk gerapporteerd middels de halfjaarcijfers in relatie tot het gepresenteerde ondernemingsplan/begroting 2026 (en mondeling toegelicht in de commissies van 14 en 21 september). In de praktijk is gebleken dat de horeca achterblijft ten opzichte van in het ondernemingsplan opgenomen aannames. De oorzaken daarvoor zijn in eerder genoemde commissievergaderingen benoemd. Om die reden ligt in oktober een besluit voor aan uw raad in lijn met het aangenomen coalitieprogramma. Een meerjarenbegroting voor 2026 met een concreet herstelpad is om voornoemde redenen eveneens achterhaald.
Duidelijk is door de DB aangegeven dat herstel zonder financiële steun van de gemeente onmogelijk is, waarbij hetgeen nodig is ook concreet is geschetst: voor voortzetting van de huidige programmering is extra subsidie nodig van ten minste € 380.000, een oplossing voor de schuldenpositie, herstel van de horeca en noodzakelijke investeringen in gebouwen, installaties en techniek. Memo / Bespreekstuk Aan: Gemeenteraad Oude IJsselstreek Cc: Van: College van burgemeester en wethouders Datum 6 oktober 2026 Kenmerk: 1390147 Onderwerp: DRU Industriepark 2 Niet passend vanuit de opdracht uit het coalitieprogramma 2026-2030 leken ook de uitwerking van scenario’s voor de SSP-Hal en het voortzetten van de Stichting in afgeslankte vorm. Vanwege de huidige financiële situatie is dit weer actueel. Op verzoek van uw raad is dan ook een aantal scenario’s op papier gezet, die u van ons ontvangt in een separate memo. In deze scenario’s is ook een gecontroleerde herstructurering of doorstart meegenomen. Focus op de toekomst In de aangenomen motie en het raadsbesluit zijn er ook dictumpunten waar nog steeds aan gewerkt wordt en die belangrijk zijn voor een toekomstbestendige bedrijfsvoering van Stichting DRU Industriepark. Zo is de Stichting bezig met het (nog beter) inzichtelijk maken van de geldstromen binnen de Stichting, zodat op die gegevens ook gestuurd kan worden.
Ook geeft dat de mogelijkheid voor de gemeente om te sturen op dat wat zij wenselijk acht en waar de subsidie aan wordt besteed. Deze ‘finetuning’ binnen de bedrijfsvoering van de Stichting vraagt ook de inhoud van de overeenkomsten te monitoren en waar nodig te actualiseren. Zo kan bijvoorbeeld binnen de subsidie een extra opsplitsing worden gemaakt als het gaat om de bijdrage voor het exploitatiedeel en het deel voor de programmering. Daarnaast geeft inzicht ook duidelijkheid over wat er nodig is aan incidentele - en structurele middelen. De achterstallige huur maakt hier ook onderdeel vanuit. Zoals opgenomen in het coalitieprogramma willen we ons in 2026 richten op de acute maatregelen om de continuïteit van de DRU te waarborgen. Maatregelen die nodig zijn om de ontstane rust en de Stichting te behouden c.q. te laten terugkeren. Het inzicht moet ook in beeld brengen wat nodig is voor het behoud van de Stichting voor de toekomst. Onderdelen daarin zijn de schuldenpositie en de investeringsbehoefte van de organisatie met het oog op een gezonde bedrijfsvoering. Op basis van die input werkt de Stichting aan een realistisch meerjarenplan voor 2027. We streven naar meer duidelijkheid hierover in Q4 2026/begin 2027 (voor de lange termijn) en komen dan met een voorstel richting uw raad voor verdere besluitvorming.
Indien en voor zover in oktober er geen extra financiële middelen beschikbaar worden gesteld is een meerjarenbegroting voor 2027 niet langer relevant. Tot slot Het is duidelijk dat zowel de gemeente als de Stichting de behoefte hebben de focus te leggen op de toekomst en wat er nodig is voor het voortbestaan van de Stichting en het DRU Industriepark. Het DRU Industriepark is uniek, zeker voor onze regio. In vijftien jaar tijd is hier met visie, lef en toewijding gebouwd aan een bijzonder complex: een broedplaats voor cultuur en innovatie, een belangrijk evenemententerrein voor de Achterhoek, een toeris tische trekpleister en een krachtig voorbeeld van succesvol herbestemd industrieel erfgoed. We hebben vertrouwen in de toekomst van het DRU Industriepark en willen hier samen met u en de Stichting verder aan bouwen.