Memo beantwoording vragen presentatie Samen Sterker Thuis
Tekst van het document
1 Naar aanleiding van de presentatie van Samen Sterker Thuis (SST) tijdens de commissievergadering op 10 september j.l. zijn de openstaande vragen in deze memo beantwoordt. Hoe wordt er gewerkt aan het behouden en verbeteren van de fysieke mogelijkheden van de inwoner, zonder dat dit leidt tot achteruitgang? SST werkt vanuit Positieve Gezondheid en reablement en kijkt naar wat een inwoner nog wél kan en wat opnieuw aangeleerd kan worden. De professionals van SST willen handelingen waar mogelijk veiliger en makkelijker maken, zonder taken onnodig over te nemen of de inwoner minder te stimuleren. Samen met de ergotherapeut die ook in het team van SST zit wordt er naar passende oplossingen vanuit eigen kracht, hulpmiddelen, het netwerk en voorliggende voorzieningen gekeken. Dit kan bijvoorbeeld bij problemen met dagelijkse activiteiten, huishoudelij ke taken, vervoer of de inrichting van de woning. De ergotherapeut kijkt daarbij niet alleen naar wat iemand niet meer kan, maar juist ook naar wat iemand nog zelf kan, wat opnieuw aangeleerd kan worden en welke aanpassingen of hulpmiddelen kunnen helpen om een handeling weer zelf uit te voeren. Dit kan bijvoorbeeld betekenen dat eerst wordt gekeken hoe een activiteit anders of veiliger kan worden uitgevoerd, voordat wordt gekeken naar het overnemen van de activiteit.
De ergotherapeut kan vanaf het eerste gesprek betrokken worden, maar ook later wanneer gedurende het traject blijkt dat haar expertise van meerwaarde is. Waar nodig zoeken de professionals de samenwerking op met de beweegmakelaar. SST kent verschillende deskundigheden en zij overleggen samen over inwoners. Hoe is de privacy geregeld rondom persoonsgegevens? SST werkt met een DPIA (gegevensbeschermingseffectbeoordeling). Daarin zijn afspraken gemaakt over (het waarborgen van) de privacy. Alle partijen die betrokken zijn bij SST conformeren zich aan deze afspraken. Er wordt elk jaar gemonitord of dit nog voldoende is en wordt waar nodig aangepast of bijgesteld. Hoe weet een inwoner dat SST bestaat? SST wordt onder de aandacht gebracht via de socials (facebook, LinkedIn), de krant, en het gemeentenieuws en er is een website beschikbaar. Ook zijn er op verschillende locaties folders te vinden en geven de professionals van SST voorlichting, zoals onlangs bij de seniorenbond. Daarnaast worden inwoners door andere professionals op SST gewezen. Met betrekking tot andere professionals zoeken de professionals van SST regelmatig contact, zoals het ziekenhuis, revalidatie afdelingen, huisartsen, lokale initiatieven etc. Memo Aan: Commissie MO Cc: Van: Ellen Penterman Datum 21 september 2026 Kenmerk: 1380306 Onderwerp: Beantwoording vragen n.a.v.
de presentatie Samen Sterker Thuis op 10 september 2026 2 Wordt welzijn op recept meegenomen binnen SST? Bij een aantal huisartsenpraktijken worden aanmeldingen voor Welzijn op Recept rechtstreeks doorgezet naar SST. Bij andere praktijken gebeurt dit nog niet en komen inwoners eerst bij Sociaal Werk Oude IJsselstreek terecht. Wanneer SST passend is, komt de aanmelding vanuit Sociaal Werk Oude IJsselstreek alsnog bij SST na overleg met de inwoner. Komen de professionals van SST situaties tegen waarbij het moeilijk is om inwoners te stimuleren tot het (her)leren van vaardigheden? Ja, dat herkennen de professionals van SST. De professionals van SST besteden daarom veel aandacht aan verwachtingsmanagement. Inwoners zijn soms gewend om vanuit een concrete hulpvraag of voorziening te denken en hebben dan al een oplossing voor ogen, bijvoorbeeld zorg of een Wmo-voorziening. Het is dan niet altijd eenvoudig om samen te kijken naar wat iemand zelf kan (her)leren of welke andere mogelijkheden er zijn. Vanuit positieve gezondheid en reablement gaan de professionals met inwoners juist onderzoek doen naar de mogelijkheden en talenten van inwoners zodat men van betekenis is voor zichzelf en de ander. Tegelijkertijd werkt de laagdrempelige aanpak van SST juist goed bij bijvoorbeeld zorgmijders.
Omdat SST niet direct vanuit een voorziening werkt, kan men makkelijker aansluiten bij wat voor de inwoner belangrijk is en van daaruit samen kijken naar passen de mogelijkheden. Dit vraagt tijd en de professional van SST heeft de ruimte om op het tempo van de inwoner aan te sluiten. Er worden uitspraken van 2 poh-ers genoemd maar zij komen uit dezelfde praktijk. Wat zijn de bevindingen van de andere huisartsenpraktijken? De contacten met andere huisartsenpraktijken gaat steeds beter. In Silvolde merkt SST dat het aantal aanvragen vanuit de huisarts daar stijgt. De pilot die SST gaat draaien met de 70+ screening vanuit de huisarts is met een praktijk uit Terborg. Inzet van domotica? Gaat dit boven de inzet van een maatwerkvoorziening HH. Kan een inwoner verplicht worden om eerst domotica in te zetten alvorens een maatwerkvoorziening HH wordt ingezet? Een inwoner kan niet verplicht worden om eerst domotica in te zetten voordat een maatwerkvoorziening huishoudelijke hulp wordt toegekend. De professionals van SST voeren een breed gesprek waarin gekeken wordt wat inwoners nog wel kunnen. Vervolgens kijken de professionals SST samen met de inwoners naar mogelijkheden, zoals eigen kracht, het netwerk, hulpmiddelen, domotica of een maatwerkvoorziening. Daarbij levert SST altijd maatwerk. Domotica kan een passende oplossing zijn, maar kan niet zonder meer worde n opgelegd.
Niet iedere inwoner wil of kan bijvoorbeeld gebruikmaken van een robotstofzuiger of afhankelijk zijn van een hulp. Er is daarom geen standaardoplossing, SST kijkt wat in de specifieke situatie passend en haalbaar is. Waar ligt de grens bij wat verwacht wordt dat een inwoner zelf nog kan en wanneer niet meer? Dit is maatwerk. De professionals van SST voeren een breed gesprek waarin gekeken wordt wat een inwoner wel kan en waar zijn of haar talenten liggen en brengen deze in beeld. Dit is voor iedere inwoner anders. Hoe wordt bepaalt wanneer eigen kracht onvoldoende is? Tijdens het brede gesprek brengt de SST professional samen met de inwoner in beeld wat iemand belangrijk vindt, wat iemand zelf kan en wat iemand mogelijk opnieuw kan leren. De professionals kijken daarnaast naar de mogelijkheden in de woning en omgeving, het netwerk en wat er in de wijk beschikbaar is of wellicht nog georganiseerd/gecreëerd dient te worden. De professionals van SST kijken daarbij niet alleen naar de huidige situatie, maar ook naar de toekomst. Zo kunnen de professionals samen met de inwoner tijdig bi jsturen wanneer ervaren wordt dat iemand dreigt vast te lopen. Wanneer blijkt dat een inwoner iets niet zelfstandig kan of opnieuw kan leren en andere 3 mogelijkheden onvoldoende passend zijn, bekijkt de professional SST welke ondersteuning nodig is.
Dat kan een hulpmiddel, ondersteuning vanuit het netwerk of een voorliggende voorziening zijn. Wanneer ook dat onvoldoende passend is, kan professionele zorg of een maatwerkvoorziening nodig zijn. Soms denkt een inwoner dat hij of zij iets nog zelfstandig kan, terwijl tijdens het gesprek of in de praktijk blijkt dat dit niet haalbaar is. Ook dan blijven de wensen en mogelijkheden van de inwoner het uitgangspunt en kijkt de professional samen naar wa t nodig is. De korte lijnen binnen SST helpen om hierin snel met elkaar af te stemmen en waar nodig actie te ondernemen. Wat als er verwacht wordt dat inwoners hulpmiddelen inzetten maar deze niet kunnen betalen? De professionals van SST kijken eerst naar de voorliggende mogelijkheden, zoals wat is er al in huis, kan er iets gemaakt worden? Een stok een washandje eraan kan bijvoorbeeld gebruikt worden om de tenen te wassen. Er kan niet worden verwacht dat inwoners zelf hulpmiddelen aanschaffen als dit financieel niet haalbaar is. Er wordt dan samen met de inwoner naar mogelijkheden gezocht zodat een passend hulpmiddel wel aangeschaft kan worden. Wat doet SST als er geen sociaal netwerk is? De professionals van SST kijken eerst naar de wensen en behoeften van de inwoner. Niet iedereen heeft behoefte aan een groot sociaal netwerk en dat hoeft ook niet het doel te zijn.
Wanneer een inwoner het netwerk wel wil uitbreiden of versterken, kijken we samen waar de behoefte ligt en welke mogelijkheden er zijn. Het versterken van het netwerk is daarbij niet bedoeld om zorgtaken over te nemen, maar om aan te sluiten bij de sociale behoeften van de inwoner. Wanneer iemand weinig of geen netwerk heeft, betekent dit dus niet automatisch dat professionele zorg nodig is. De professionals van SST kijken eerst naar wat iemand zelf kan en welke andere mogelijkheden passend zijn. Als daaruit blijkt dat professionele ondersteuning nodig is, kan deze uiteraard worde n ingezet. Wat doet SST als de mantelzorger overbelast raakt? De professional van SST brengt in kaart hoe de mantelzorg wordt ervaren en bespreekt samen waar de belasting vandaan komt en wat nodig is om deze te verminderen. Daarnaast kijkt de professional van SST samen naar mogelijkheden om de mantelzorger te ontlasten, waarbij ook wordt gekeken naar wat de inwoner zelf kan, het netwerk en eventuele professionele ondersteuning. Wanneer gewenst, kan er mantelzorgondersteuning ingezet worden. Zit SST in het Frank Damenpand? Er wordt over wijkgericht werken gesproken? De professionals van SST zijn vanaf het begin betrokken bij de voorbereidingen van het Frank Damenpand en zullen daar ook hun werkplek/uitvalsbasis krijgen. Het wijkgericht werken wordt binnen SST verder ontwikkeld.
De professionals van SST dragen bij aan de bestaande wijkgerichte structuur van de opbouwwerkers van Sociaal werk Oude IJsselstreek. Door SST professionals meer wijkgericht te laten samenwerken, on tstaat meer kennis van wat er in een wijk/kern speelt, welke inwoners en netwerken er zijn en welke mogelijkheden al aanwezig zijn. Hierdoor kunnen professionals elkaar en inwoners makkelijker vinden en kan er beter aangesloten worden bij bestaande initiat ieven en samenwerkingspartners. Het doel is niet om naast bestaande structuren een nieuwe structuur op te bouwen. Juist door aan te sluiten bij wat er al in de wijk/kern is, wil SST de mogelijkheden in de wijk/kern beter benutten. Voor SST is wijkgericht werken daarnaast belangrijk omdat het helpt om eerder in beeld te komen. Hierdoor kunnen de professionals van SST niet alleen reageren op een bestaande zorg- of ondersteuningsvraag, maar ook eerder samen met inwoners kijken wat nodig is om problemen te voorkomen of klein te houden. Hoe werkt de buurtverbinder in relatie met SST? De professionals van SST en de buurtverbinder hebben laagdrempelig contact met elkaar en werken waar mogelijk samen. De buurtverbinder sluit regelmatig aan bij ons overleg, waarin we elkaar bijpraten en ontwikkelingen en initiatieven in de buurt bespreken.
We brengen elkaar in contact met inwoners (i n afstemming met de inwoner) en 4 trekken samen op bij gezamenlijke vraagstukken, signalen en ideeën. Zo versterken we elkaar en kunnen we beter aansluiten bij wat er in de buurt speelt. Wat is de workload van de professionals van SST? Er is geen vaste workload. Het is afhankelijk van de vraag en de benodigde ondersteuning. De professionals van SST blijven niet standaard langdurig betrokken. Soms is één huisbezoek voldoende, terwijl bij een andere inwoner meerdere contactmomenten nodig zijn. Een traject wordt altijd afgesloten wanneer verdere betrokkenheid niet nodig is. Wanneer uiteindelijk toch een voorziening of professionele ondersteuning wordt ingezet, blijven de professionals van SST waar nodig op een minder frequente manier betrokken en houden zo zicht op de situatie. Binnen SST stemmen de professionals onderling goed af wie welke vraag het beste kan oppakken, gekeken naar de deskundigheid. Daarnaast maken de professionals van SST gebruik van de expertise vanuit hun eigen moederorganisatie bij de werkwijze. Zo zorgen de professionals ervoor dat de kennis en werkwijze breder worden gedeeld, overdraagbaar zijn en binnen de organisaties worden gedragen. Zijn er wachtlijsten? De professionals van SST proberen een eerste gesprek zo snel mogelijk te plannen.
De snelheid waarmee een inwoner wordt gezien, is afhankelijk van de vraag en de urgentie van de situatie. SST heeft geen wachtlijst zoals een reguliere zorgaanbieder. Wanneer uit het gesprek blijkt dat professionele zorg of een voorziening nodig is, kan er wel sprake zijn van een bestaande wachtlijst binnen die betreffende ondersteuning van een zorgaanbieder. Juist doordat SST eerst kijkt naar wat iemand zelf kan, opnieuw kan leren en welke andere mogelijkheden beschikbaar zijn, kan in sommige situaties worden voorkomen dat iemand afhankelijk wordt van zorg of op een wachtlijst voor zorg terechtkomt. Behoren mensen met NAH tot de doelgroep SST? Ook inwoners met NAH kunnen bij SST terecht. De professional van SST kijkt niet naar het label of de diagnose, maar naar de mogelijkheden, behoeften en ondersteuningsvraag van de inwoner. NAH kent verschillende gradaties en de professionals van SST kijken vooral naar wat iemand nog wél kan en waar ondersteuning nodig is. Voor de beperkingen die iemand ervaart, zoekt de professional samen met de inwoner naar een passende oplossing. Vanuit SST hebben de professionals laagdrempelig contact met de CVA -verpleegkundige en kunnen ze bij vragen samen optrekken. Over en weer wordt naar elkaar verwezen wanneer dat passend is. Bij complexe NAH kan SST minder passend zijn.
Inwoners kunnen bijvoorbeeld niet meer leerbaar zijn of geen ziekte inzicht hebben. Wanneer dit ge beurt zorgen de professionals van SST voor een passende verwijzing naar de juiste ondersteuning. Welke beperkingen ervaart SST? De professionals van SST ervaren een aantal aandachtspunten. Het delen van informatie tussen de verschillende professionals wordt soms bemoeilijkt door de AVG en privacyregels. Ook merken de professionals van SST dat het niet altijd eenvoudig is om andere professionals en inwoners mee te nemen in het gedachtegoed en deze andere manier van werken. Daarnaast vraagt de structurele financiering aandacht. Tot slot zijn er binnen de gemeente veel verschillende initiatieven. Het is een uitdaging om hierin het overzicht te houden en goed aan te sluiten bij wat er al is. Voorkomen van zwaardere ondersteuning, wat wordt hiermee bedoelt? Wanneer de professional van SST een inwoner op tijd in beeld krijgt , kan er samen met de inwoner in kaart gebracht worden wat iemand nog zelf kan en welke ontwikkelingen er verwacht worden. Hierdoor kunnen de professionals van SST eerder inspelen op mogelijke problemen en waar nodig bijsturen. De professionals van SST willen voorkomen dat ze pas in beeld komen wanneer een situatie is verslechterd en er al een concrete zorg - of ondersteuningsvraag is ontstaan, waardoor meer inzet nodig is.
Daarom richten de professionals binnen SST op preventie. Door vroegtijdig 5 mee te denken en inwoners te informeren of ondersteunen, kunnen sommige problemen mogelijk worden voorkomen of beperkt. Denk bijvoorbeeld aan de ketenaanpak valpreventie of het geven van voorlichting, zoals bij de seniorenbond. Het gaat er dus om dat de professionals van SST eerder in beeld zijn en samen met de inwoner kijken wat nodig is om problemen zoveel mogelijk te voorkomen of klein te houden. Daarmee kan in sommige situaties worden voorkomen dat later meer of intensievere ondersteuning nodig is. Wat doet SST als er geïndiceerde zorg wordt ingezet. Hoe kijkt SST hier naar? Binnen SST onderzoeken we eerst wat nodig is om de inwoner zo zelfstandig mogelijk te laten functioneren. We kijken naar wat iemand zelf kan, wat opnieuw kan worden aangeleerd en welke mogelijkheden er zijn in de woning, het netwerk, de wijk en via hulpmiddelen of voorliggende mogelijkheden. Daarmee willen we voorkomen dat een hulpvraag automatisch leidt tot professionele zorg of een voorziening. Door eerder en anders te kijken kan zorg in sommige situaties worden voorkomen, uitgesteld of verminderd. Wanneer uit de brede afweging blijkt dat professionele zorg of een voorziening wél nodig en passend is, wordt deze uiteraard ingezet. SST probeert zorg dus niet koste wat kost te voorkomen.
Het gaat erom dat de ondersteuning aansluit bij wat de inwoner daadwerkelijk nodig heeft. Ook wanneer professionele ondersteuning wordt ingezet, kan SST waar nodig blijven kijken of de situatie zich ontwikkelt en of de ondersteuning nog passend is. Werkwijze instroom Wlz naar een intramurale plek, hoe gaat dit in de praktijk? Als blijkt dat er een opname en dus een Wlz indicatie hiervoor nodig is valt dit niet meer onder SST. De betrokken wijkverpleegkundige vanuit SST kan wel een Wlz indicatie aanvragen, maar de opname en de verdere ondersteuning wordt door de zorgorganisatie opgepakt. Hoe worden andere zorgorganisaties betrokken bij het gedachtegoed van SST en hoe wordt het behoud van eigen regie en het vergroten van zelfredzaamheid breed gedragen? Het betrekken van andere zorgorganisaties bij het gedachtegoed van SST blijft een aandachtspunt. Op casusniveau is er laagdrempelig contact met verschillende zorgaanbieders, maar het vraagt nog verdere inspanning om de visie en werkwijze van SST breder te verankeren. De omslag naar eerst kijken naar wat een inwoner zelf kan en nodig heeft, in plaats van zorg in te zetten, wordt nog niet door alle organisaties volledig gemaakt. Om deze beweging te versterken, draagt SST haar visie actief uit, onder andere via de thematafel De Gezondste Regio, waar diverse VVT-organisaties bij zijn aangesloten.
Daarnaast sluiten SST-professionals aan bij initiatieven in de wijken en denken zij mee met nieuwe ontwikkelingen vanaf de start. Op deze manier wordt het belang van eigen regie en zelfredzaamheid steeds breder uitgedragen. Hoewel deze maatschappelijke verandering tijd kost, zien we dat inwoners SST steeds beter weten te vinden en dat de bekendheid en het draagvlak voor deze werkwijze groeien