CConstaterende datOude IJsselstreek
Koppel je AI →
Document · PDF

Kom Breedenbroek, 't Kuipje_Toelichting.pdf

Raadscommissie Fysieke Leefomgeving (FL) 15 september 2021, gemeente Oude IJsselstreekBij agendapunt: 1.: Vaststellen bestemmingsplan “Kom Breedenbroek ’t Kuipje”11.025 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Toelichting bestemmingsplan

Kom Breedenbroek, 't Kuipje IMRO-idn: NL.IMRO.1509.BP000170Status: vastgesteld Publicatieversie: VA01

Kom Breedenbroek, 't Kuipje

Inhoudsopgave Toelichting

4

Hoofdstuk 1 Inleiding 1.1 Aanleiding 1.2 Ligging plangebied 1.3 Geldende plannen 1.4 Leeswijzer

5 5 6 6 7

Hoofdstuk 2 Planbeschrijving 2.1 Ontstaansgeschiedenis 2.2 Huidige situatie 2.3 Toekomstige situatie

8 8 8 10

Hoofdstuk 3 Beleidskader 3.1 Rijksbeleid 3.2 Provinciaal beleid 3.3 Gemeentelijk beleid

15 15 17 18

Hoofdstuk 4 Omgevingsaspecten 4.1 Milieueffectrapportage 4.2 Bodem 4.3 Geluid 4.4 Bedrijven en milieuzonering 4.5 Luchtkwaliteit 4.6 Geur 4.7 Externe veiligheid 4.8 Waterhuishouding 4.9 Ecologie 4.10 Archeologie & cultuurhistorie 4.11 Verkeer en parkeren

21 21 22 23 24 25 25 26 27 30 31 33

Hoofdstuk 5 Juridische planopzet 5.1 Algemeen 5.2 Inleidende regels 5.3 Bestemmingsregels 5.4 Algemene regels 5.5 Overgangs- en slotregels

34 34 34 35 36 37

Hoofdstuk 6 Uitvoerbaarheid 6.1 Economische uitvoerbaarheid 6.2 Maatschappelijke uitvoerbaarheid

38 38 38

Hoofdstuk 7 Procedure 7.1 Overleg 7.2 Ontwerpfase

39 39 39

2

bestemmingsplan Kom Breedenbroek, 't Kuipje (vastgesteld)

7.3

Vaststellingsfase

bestemmingsplan Kom Breedenbroek, 't Kuipje (vastgesteld)

39

3

Toelichting

4

bestemmingsplan Kom Breedenbroek, 't Kuipje (vastgesteld)

Hoofdstuk 1 Inleiding 1.1

Aanleiding

In de gemeente Oude IJsselstreek is behoefte aan nieuwe woningen. Daarom is de gemeente in Breedenbroek samen met de toekomstige bewoners een woningbouwproject gestart. Er wordt samengewerkt op basis van Collectief Particulier Opdrachtgeverschap (CPO). Het gaat in totaal om acht woningen (zes starters- en twee levensloopbestendige woningen). De woningen zijn voorzien op het trapveld aan de westzijde van Breedenbroek. Dit trapveld wordt verplaatst naar het agrarisch perceel aan de noordkant van de huidige locatie. Tijdens de voorbereiding van het bestemmingsplan is gebleken dat een klein gedeelte van het perceel van één van de buren ten onrechte is meegenomen in de huidige groenbestemming. Dit deel wordt in het nieuwe bestemmingsplan meegenomen en krijgt een woonbestemming. De verschillende onderdelen zijn in onderstaande afbeelding weergegeven.

Indeling plangebied (geel is de nieuwbouw, groen is het nieuwe trapveld en blauw de grond van de buren die een woonbestemming krijgt)

Binnen de regels van het geldende bestemmingsplan is het niet toegestaan om de beoogde woningbouw en het nieuwe trapveld te realiseren. Daarom dient het bestemmingsplan voor deze locaties herzien te worden.

bestemmingsplan Kom Breedenbroek, 't Kuipje (vastgesteld)

5

1.2

Ligging plangebied

Het plangebied ligt aan de westzijde van het dorp Breedenbroek en is in onderstaande afbeelding blauw omlijnd. Globaal ligt het in de hoek van de Terborgseweg (Breedenbroek in) en Den Dam (richting Sinderen).

Globale situering plangebied

1.3

Geldende plannen

Voor de locatie van de woningbouw en het gedeelte van de buren geldt op dit moment het bestemmingsplan 'Kom Breedenbroek 2016' (vastgesteld op 29 juni 2017). Daarin hebben de gronden hoofdzakelijk een groenbestemming. Een klein deel aan de zuidzijde heeft de bestemming Tuin. De nieuwe locatie van het trapveld ligt in het bestemmingsplan 'Buitengebied Oude IJsselstreek 2017' dat is vastgesteld op 28 juni 2018 en heeft de bestemming 'Agrarisch met waarden'. Daarnaast gelden er twee gebiedsaanduidingen ter bescherming van houtwallen en het reliëf in het landschap.

6

bestemmingsplan Kom Breedenbroek, 't Kuipje (vastgesteld)

Geldende bestemmingen (plangebied is blauw omlijnd)

1.4

Leeswijzer

Een bestemmingsplan bestaat uit meerdere onderdelen: een verbeelding waarop de bestemmingen in het plangebied zijn aangegeven en regels waarin de bepalingen voor de op de verbeelding vermelde bestemmingen zijn opgenomen. Het bestemmingsplan gaat vergezeld van een toelichting (voorliggend document) waarin de achtergronden van het bestemmingsplan zijn beschreven. De verbeelding vormt samen met de regels het juridische bindende deel van het bestemmingsplan. In de toelichting worden de keuzes die in het bestemmingsplan worden gemaakt nader gemotiveerd en verantwoord. Hoofdstuk 2 van deze toelichting bevat de beschrijving van de huidige situatie van het plangebied en de beoogde ontwikkeling. In hoofdstuk 3 wordt ingegaan op de geldende beleidskaders van de verschillende overheden. In hoofdstuk 4 is een overzicht gegeven van de relevante (milieu)aspecten in het plangebied en de diverse onderzoeken die zijn uitgevoerd. Hoe het plan is vertaald naar een verbeelding en regels is opgenomen in hoofdstuk 5. Hoofdstuk 6 gaat in op de economische en maatschappelijke uitvoerbaarheid van het plan, waarna wordt afgesloten met een beschrijving van de procedure die wordt doorlopen in hoofdstuk 7.

bestemmingsplan Kom Breedenbroek, 't Kuipje (vastgesteld)

7

Hoofdstuk 2 Planbeschrijving 2.1

Ontstaansgeschiedenis

In 1300 stond de streek rond het huidige dorp al bekend als "het Breedenbroek". Zoals de naam al aangeeft (broek = moerasland) ligt Breedenbroek te midden van natte heide en broekontginningen. Oostelijk van het dorp liggen de kampenontginningen. Het dorp is ontstaan als straatdorp langs de Terborgseweg. Het tegenwoordige dorp Breedenbroek is ontstaan uit het buurtschap Klein Breedenbroek en de lintbebouwing langs de weg naar Sinderen. Halverwege de negentiende eeuw is men begonnen met bouwen. De Terborgseweg deelt het dorp in tweeën. De grootste dorpsuitbreidingen vonden plaats in de tweede helft van de twintigste eeuw door de aanleg van de Bakkerskampstraat, de Krommenhorst en als laatste het Rabelink.

2.2

Huidige situatie

Aan Den Dam ligt een trapveldje, dat zowel door de basisschool als de Breedenbroekse jeugd wordt gebruikt (onderdeel van kadastraal perceel Gendringen-R-1150). Aan de oostzijde grenst het trapveld aan verschillende tuinen van aanliggende woningen. Aan de zuidzijde ligt, met een grote tussenliggende groenstrook, de Terborgseweg.

8

bestemmingsplan Kom Breedenbroek, 't Kuipje (vastgesteld)

Situering plangebied (blauw)

Westelijk ligt de weg Den Dam, waarlangs ter hoogte van het speelveld een bomenrij staat. Aan de overzijde van Den Dam begint het buitengebied.

Trapveld gezien vanaf de Terborgseweg (links de bomenrij langs Den Dam, rechts de tuinen van naastgelegen woningen). Bron: Google Streetview

Ten noorden van het trapveld ligt eerst een beek (de Veerbeek) en daarna een ontsluitingsweg voor de bestemmingsplan Kom Breedenbroek, 't Kuipje (vastgesteld)

9

aanliggende woningen. Net noordelijker daarvan ligt de nieuwe locatie van het trapveld (onderdeel van kadastraal perceel Gendringen-R-995). Deze gronden zijn nu nog voor agrarische doeleinden in gebruik.

Nieuwe locatie trapveld. Bron: Google Streetview

De strook grond van de buren dat een woonbestemming krijgt, staat kadastraal bekend als Gendringen-R-1151.

2.3

Toekomstige situatie

Op het bestaande trapveld worden vanuit Collectief Particulier Opdrachtgeverschap (CPO) acht woningen gerealiseerd: zes starterswoningen en twee levensloopbestendige woningen. Meer informatie over de beoogde ontwikkeling is ook digitaal beschikbaar op https://www.cpobreedenbroek.nl en via https://www.youtube.com/watch?v=-qDiGOOI29I.

Vanuit de gemeente zijn verschillende ruimtelijke kaders meegegeven. Hoofdgebouwen hebben een maximale bouwdiepte van 10 meter. Het maximum bebouwingspercentage is 60% per woningperceel. Voor woningen aan Den Dam geldt een afstand van minimaal 5 meter uit de kadastrale grens (vanwege inrichting als stoep e.d.). De afstand van de woningen tot de zijdelingse perceelgrens bedraagt minimaal 3 meter (geldt alleen voor eind/hoekgevels).

10

bestemmingsplan Kom Breedenbroek, 't Kuipje (vastgesteld)

Weergave van de minimale afstanden van de nieuwe woningen t.o.v. de kadastrale grens Voor de woningen bedraagt de maximum goothoogte 6 meter en de maximum bouwhoogte 9 meter. Voor bijbehorende bouwwerken bedraagt de maximum goothoogte 3 meter en de maximum bouwhoogte 6 meter. Bijbehorende bouwwerken dienen minimaal 3 meter achter de voorgevel van het hoofdgebouw te liggen en mogen tot aan zijdelingse- en/of (mits niet grenzend aan de openbare weg) achterperceelsgrens. Ten aanzien van welstand (beeldkwaliteit) moet voor deze locatie rekening worden gehouden met de volgende uitgangspunten: Bij meer dan drie aaneengebouwde woningen vraagt het gevelbeeld om aandacht door voldoende 'breking' en/of variatie in de gevel. De zijgevels van de eindwoningen vragen om bijzondere aandacht qua vormgeving en het gebaar dat deze bestemmingsplan Kom Breedenbroek, 't Kuipje (vastgesteld)

11

maken naar de omgeving toe. Dit geldt name voor de hoeken Den Dam -Terborgseweg en Den Dam - Den Dam. Vanwege hun prominente aanwezigheid in de omgeving, moeten deze kwaliteit hebben die verder gaat dan een ingesloten zijgevel. Bij de eindwoningen moeten erfafscheidingen en eventuele bijbehorende bouwwerken direct worden mee-ontworpen. Op basis van deze uitgangspunten hebben de toekomstige bewoners onderstaande stedenbouwkundige opzet uitgewerkt.

Stedenbouwkundige opzet woningbouw 't Kuipje

De starterswoningen worden in twee blokken van drie woningen gebouwd, waarbij de voorgevel aan de zijde van Den Dam een meter verspringt. De woonblokken zijn via de uitbouwen aan de zijkant met elkaar verbonden. Alle woningen zijn vanaf de zijde van Den Dam bereikbaar, waarbij vier van de zes woningen een eigen oprit krijgen.

12

bestemmingsplan Kom Breedenbroek, 't Kuipje (vastgesteld)

Aanzicht nieuwe starterswoningen, gezien vanaf Den Dam

Ten noorden van de starterswoningen komt een openbaar toegankelijk gebied waar geparkeerd kan worden. Aan de noordzijde van dit gedeelte liggen de twee geschakelde levensloopbestendige woningen. De maximale bouwhoogte van deze twee woningen bedraagt 7 meter en de maximale goothoogte 3 meter.

Vooraanzicht nieuwe levensloopbestendige woningen

De woningen worden ontsloten aan de westzijde via Den Dam. De uitritten zijn zo gesitueerd, dat er geen bomen gekapt hoeven te worden. Binnen het plangebied komen voldoende parkeerplaatsen voor alle woningen. In het geval van 6 starterswoningen en 2 levensloopbestendige woningen gaat het om 14 benodigde parkeerplaatsen. De gemeente verzorgt de aansluiting voor vuilwater tot aan de perceelgrens van de kavel. Op het eigen terrein moeten de toekomstige bewoners zelf zorg dragen voor de aanleg en aansluiting op deze riolering. De afvoer van het hemelwater gaat niet via het riool, dit water moet geïnfiltreerd worden per woning of (in uitzondering) als een gezamenlijke voorziening (waterretentie). Daarbij is het uitgangspunt dat 10% van het bruto oppervlakte van de locatie (is 260 m2): beschikbaar moet zijn voor waterinfiltratie (conform: Gemeentelijk Rioleringsplan Oude IJsselstreek 2017-2020).

Het nieuwe trapveld komt ten noorden van Den Dam op een stuk agrarische grond. Er komen net als bij het huidige trapveld alleen doelen en een omheining te staan en de grond wordt geëgaliseerd. Rondom het nieuwe trapveld blijven de bestaande groenstructuren bestaan.

bestemmingsplan Kom Breedenbroek, 't Kuipje (vastgesteld)

13

Locatie nieuw trapveld

14

bestemmingsplan Kom Breedenbroek, 't Kuipje (vastgesteld)

Hoofdstuk 3 Beleidskader 3.1 3.1.1

Rijksbeleid Nationale Omgevingsvisie

Op 11 september 2020 is de Nationale Omgevingsvisie (NOVI) vastgesteld als structuurvisie. De NOVI biedt een langetermijnperspectief op de ontwikkeling van de leefomgeving in Nederland tot 2050. Met de NOVI geeft de landelijke overheid richting aan de grote opgaven, zoals het bouwen van nieuwe woningen, ruimte voor opwekking van duurzame energie, aanpassing aan een veranderend klimaat, ontwikkeling van een circulaire economie en omschakeling naar kringlooplandbouw. De NOVI schetst een duurzaam toekomstperspectief voor de leefomgeving in Nederland in 2050: Een klimaatbestendige delta, waarbij Nederland beschermd is tegen de negatieve gevolgen van klimaatverandering, waterveiligheid (ook voor de laaggelegen gebieden in het westen) gegarandeerd is en voldoende zoetwater beschikbaar is van goede kwaliteit; Duurzaam, concurrerend en circulair: een toekomstbestendige en volledig circulaire economie zonder vervuilende manieren van produceren en consumeren, met een uitstekend vestigingsklimaat en een hoge quality of life, met een zo goed mogelijke inpassing van duurzame energie in onze leefomgeving en slimme combinaties van functies zonder de risico's en milieunadelen te vergroten.

Een economie die veel maatschappelijke winst oplevert in termen van banen, innovatie en nieuwe bedrijvigheid en exportmogelijkheden; Kwaliteit van leven in stad en dorp: met een aantrekkelijke woon- en leefomgeving en een goede verbondenheid van stad en land. De ontwikkelingen zijn gericht op kwaliteit, met gecontroleerde en doordachte groei waar dat nodig is, waardoor diversiteit in wonen, een stedelijk netwerk, prettige woonmilieus, met rust en ruimte maar ook vitale en leefbare regio's ontstaan. Nabijheid en betrouwbare verbindingen: een uitstekende bereikbaarheid wordt met een goede en betrouwbare infrastructuur gegarandeerd, waarbij wordt ingespeeld op locatiekeuzes voor wonen en werken (nabijheid). De infrastructuur is onderdeel van een mobiliteitssysteem dat een meer divers patroon van mobiliteit veilig, robuust en duurzaam afhandelt. Luchthavens blijven belangrijk voor een sterk internationaal netwerk voor de lange afstanden. De uitdaging is om het vliegverkeer net als het goederenvervoer op een zo veilige, efficiënte en duurzame manier vorm te geven. Veilig en gezond, herkenbaar en natuurlijk: een veilig en gezond leven voor iedereen staat voorop. De leefomgeving nodigt uit om te bewegen, elkaar te ontmoeten en te ontspannen.

Daarbij horen een goede milieukwaliteit, robuuste natuur, klimaatbestendigheid en voor iedereen goede toegang tot wonen, werken en voorzieningen. Het realiseren van een fysieke leefomgeving die dit toekomstperspectief mogelijk maakt, is een gezamenlijke verantwoordelijkheid van alle overheden. In de NOVI benoemt het Rijk 21 nationale belangen voor het omgevingsbeleid, inclusief de opgaven en de rol van het Rijk in het realiseren van deze opgaven. Deze opgaven komen samen in vier prioriteiten. Deze prioriteiten vormen complexe, omvangrijke en dringende opgaven die voortkomen uit of samenhangen met grote transities. Deze prioriteiten zijn:

bestemmingsplan Kom Breedenbroek, 't Kuipje (vastgesteld)

15

1. 2. 3. 4.

Naar een ruimte voor klimaat adaptatie en energietransitie; Naar een duurzaam economisch groeipotentieel; Naar sterke en gezonde steden en regio's; Naar een toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied;

Deze vier opgaven kunnen alleen in samenhang verder worden gebracht wanneer aandacht is voor thema's die hier dwars doorheen lopen, zoals omgevingskwaliteit, gezondheid, cultuurhistorie, klimaatadaptatie, water, bodem, (nationale) veiligheid en milieukwaliteit.

Toetsing van de ontwikkeling De NOVI gaat niet concreet in op kleinschalige lokale ontwikkelingen zoals de beoogde woningbouw in Breedenbroek. In het NOVI zijn geen belemmeringen benoemd ten aanzien van de planontwikkeling. In algemene zin draagt het project bij aan de kwaliteit van het leven in stad en land, doordat gericht wordt op een kleinschalige uitbreiding aan de rand van bestaande bebouwing, voor doelgroepen met de grootste behoefte aan woningen.

3.1.2

Besluit algemene regels ruimtelijke ordening

De basis van juridische borging van de realisatie van de nationale belangen ligt in het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro). Het Barro is in werking sinds 2011 en bevat onderwerpen die van rijksbelang zijn. Het gaat om onder andere de volgende nationale belangen: rijksvaarwegen, grote rivieren, defensie, ecologische hoofdstructuur, erfgoederen van uitzonderlijke universele waarde, hoofdwegen en hoofdspoorwegen, elektriciteitsvoorziening, buisleidingen van nationaal belang voor vervoer van gevaarlijke stoffen en primaire waterkeringen. Het Barro is concreet normstellend bedoeld en worden geacht direct of indirect, dat wil zeggen door tussenkomst van de provincie, door te werken tot op het niveau van de lokale besluitvorming. Toetsing van de ontwikkeling De beoogde ontwikkeling heeft geen betrekking op de nationale belangen en is daarmee niet in strijd met het Barro.

3.1.3

Ladder voor duurzame verstedelijking

De in de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte geïntroduceerde 'ladder voor duurzame verstedelijking' (hierna ook: Ladder) is als procesvereiste vastgelegd in het Besluit ruimtelijke ordening (Bro). In het geval van een nieuwe stedelijke ontwikkeling moet in de toelichting een onderbouwing opgenomen worden van nut en noodzaak van de nieuwe stedelijke ruimtevraag en de ruimtelijke inpassing. Hierbij wordt uitgegaan van de 'ladder voor duurzame verstedelijking'. De ladder worden in artikel 3.1.6, lid 2 Bro als volgt omschreven: 'De toelichting van een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, bevat een beschrijving van de behoefte aan de voorgenomen stedelijke ontwikkeling.

Indien blijkt dat de stedelijke ontwikkeling niet binnen het bestaand stedelijk gebied kan worden voorzien, bevat de toelichting een motivering daarvan en een beschrijving van de mogelijkheid om in die behoefte te voorzien op de gekozen locatie buiten het bestaand stedelijk gebied.' In het kader van de duurzame ladder wordt ten aanzien van de definitie van bestaand stedelijk gebied de definitie uit de Bro gehanteerd: "bestaand stedenbouwkundig samenstel van bebouwing ten behoeve van wonen, dienstverlening, bedrijvigheid, detailhandel of horeca, alsmede de daarbij behorende openbare of sociaal-culturele voorzieningen, stedelijk groen en infrastructuur." Volgens de nota van toelichting bij artikel 3.1.6, lid 2, aanhef en onder b, van het Bro moet worden bekeken of door het benutten van leegstaande verstedelijkingsruimte in bestaand stedelijk gebied kan worden voorzien in de behoefte.

16

bestemmingsplan Kom Breedenbroek, 't Kuipje (vastgesteld)

Toetsing van de ontwikkeling Op basis van eerdere uitspraken van de Raad van State blijkt dat woningbouwplannen met minder dan 11 woningen, niet als een nieuwe stedelijke ontwikkeling in de zin van het Bro worden aangemerkt. Een toets aan de Ladder is daarom niet van toepassing.

3.2 3.2.1

Provinciaal beleid Algemeen

Op 19 december 2018 hebben Provinciale Staten de Omgevingsvisie en de bijbehorende Omgevingsverordening vastgesteld. In de Omgevingsvisie staan de hoofdlijnen van het beleid en in de Omgevingsverordening de regels en afspraken om de opgaven uit de Omgevingsvisie te realiseren. De Omgevingsvisie en -verordening zijn beide op 1 maart 2019 in werking getreden. Op 31 maart 2021 hebben Provinciale Staten (PS) voor het laatste de Omgevingsverordening geactualiseerd. De Omgevingsvisie en –verordening zijn dynamische instrumenten. Doordat wetten veranderen of door de komst van nieuwe initiatieven, kijkt de provincie twee keer per jaar of de plannen moeten worden aangepast.

3.2.2

Omgevingsvisie

De komende decennia komt er veel op Gelderland af: het energievraagstuk, klimaatverandering, uitputting van grondstoffen, kwetsbare biodiversiteit, digitalisering, internationalisering. Deze zaken vragen stevige antwoorden en oplossingen als investering in de toekomst. Met de schaarse ruimte en de vele uiteenlopende belangen en inzichten gaat dit niet vanzelf. De provincie zet in de Omgevingsvisie een gezond, veilig, schoon en welvarend Gelderland centraal. Gezond en veilig; dat is een gezonde leefomgeving, schone en frisse lucht, een schoon milieu, een niet vervuilde bodem, voldoende schoon en veilig (drink)water, bescherming van onze flora en fauna. Dat is ook voorbereid zijn op klimaatverandering, zoals hitte, droogte, bosbranden en overstromingen. En dat is ook aandacht hebben voor verkeersveiligheid en veilige bedrijvigheid. Schoon en welvarend; dat is een dynamisch, duurzaam en aantrekkelijk woon-, werk- en ondernemersklimaat, goed bereikbaar en met een goed functionerende arbeidsmarkt en dito kennis- en onderwijsinstellingen. Maar dat is ook het tegengaan van schadelijke uitstoot, afval en uitputting van grondstoffen, alsmede het investeren in nieuwe, alternatieve vormen van energie.

Om Gelderland voor mensen en bedrijven aantrekkelijk te houden, is de kwaliteit van de leefomgeving van groot belang, zoals goed bereikbare voorzieningen, aansprekende evenementen, unieke cultuurhistorie, inspirerende culturele voorzieningen en een mooie natuur. Ook goed wonen hoort daarbij. Gelderland heeft op woongebied een bijzondere positie met uiteenlopende stedelijke en landelijke woonkwaliteiten. Om het landschap open, groen en het voorzieningenniveau op peil te houden en leegstand te voorkomen, is bouwen binnen bestaand verstedelijkt gebied het vertrekpunt. De provincie geeft de voorkeur aan het benutten van bestaande gebouwen en het concentreren van bebouwing. Pas als er geen andere goede mogelijkheden zijn, kan er aan de randen van steden of dorpen uitgebreid worden. Voor de provincie staat een goede balans tussen de vraag en aanbod van woningen in verschillende prijscategorieën voorop, ook voor specifieke doelgroepen. De meeste woningen zijn verre van energieneutraal en klimaatbestendig. De provincie stimuleert innovaties op dit terrein, zoals het aardgasloos maken van bestaande woningen en het verduurzamen van woonwijken. Daarnaast is de provincie met haar partners in gesprek over

bestemmingsplan Kom Breedenbroek, 't Kuipje (vastgesteld)

17

hoe het vraagstuk van klimaatadaptatie en wonen slimmer aangepakt kan worden. Voldoende groene ruimte, koele plekken, opvang van water in het licht van de klimaatverandering is immers van belang, zeker met het oog op de gezondheid van de Gelderlanders.

Toetsing van de ontwikkeling Het initiatief om nieuwbouwwoningen te ontwikkelen op het trapveld past binnen het provinciale beleid. De voorgenomen ontwikkeling sluit aan bij de doelstellingen om voldoende passend en duurzaam woningaanbod in de provincie te garanderen dat aansluit bij de wensen van de inwoners. Binnen de bestaande structuur van Breedenbroek is geen ruimte voor voldoende woningbouw. Daarom is gekozen voor uitbreiding van de bestaande structuur, binnen de kom van Breedenbroek.

3.2.3

Omgevingsverordening

De Omgevingsverordening vormt de juridische doorwerking in regels van het beleid uit de Omgevingsvisie. De verordening voorziet ten opzichte van de Omgevingsvisie niet in nieuw beleid en is daarmee dus beleidsneutraal. De inzet van de verordening als juridisch instrument om de doorwerking van het provinciaal beleid af te dwingen is beperkt tot die onderdelen van het beleid waarvoor de inzet van algemene regels noodzakelijk is om provinciale belangen veilig te stellen of om uitvoering te geven aan wettelijke verplichtingen. De Omgevingsverordening richt zich net zo breed als de Omgevingsvisie op de fysieke leefomgeving in de Provincie Gelderland. Dit betekent dat vrijwel alle regels die betrekking hebben op de fysieke leefomgeving opgenomen zijn in de Omgevingsverordening.

Toetsing van de ontwikkeling In de verordening wordt aangegeven dat nieuwe woonlocaties en de daar te bouwen woningen slechts zijn toegestaan wanneer dit past in het vigerende door Gedeputeerde Staten vastgestelde regionale woonagenda. Voor meer informatie over deze regionale woonagenda en de gemeentelijke uitwerking zie de volgende paragrafen. Hierin wordt onderbouwd dat de ontwikkeling binnen de betreffende kaders past.

3.3 3.3.1

Gemeentelijk beleid Structuurvisie Oude IJsselstreek 2025

De gemeenteraad heeft op 12 mei 2011 de Structuurvisie Oude IJsselstreek 2025 vastgesteld. Deze structuurvisie geeft richting aan het ruimtelijke, economische en maatschappelijke beleid van de gemeente. De gemeente Oude IJsselstreek wil zich graag verder ontwikkelen als een dynamische gemeente. Dit blijft een belangrijk uitgangspunt voor het gemeentelijke woonbeleid. Naast het motto "de juiste woning op de juiste plaats", spelen onder andere kwaliteit van de leefomgeving en de leefbaarheid hierbij een belangrijke rol.

Toetsing van de ontwikkeling De beoogde ontwikkeling versterkt het lokale woningaanbod, daarbinnen specifiek voor jongeren en senioren waar de behoefte voor nieuwe woningen het grootst is. Het betreft een kleine toevoeging ten opzichte van de bestaande woningvoorraad van Breedenbroek, waardoor de kleine schaal van het dorp en de kwaliteit van het Achterhoekse landschap bewaard blijven.

18

bestemmingsplan Kom Breedenbroek, 't Kuipje (vastgesteld)

3.3.2

Woonvisie Gemeente Oude IJsselstreek

De Woonvisie 2018 is vastgesteld in de gemeenteraad van 14 december 2017. Met de Woonvisie wordt een lokale uitwerking van de Regionale Woonagenda geformuleerd, waar mogelijk gebruik makend van de nieuwste inzichten uit het in 2017 uitgevoerde AWLO (Achterhoeks Woonwensen en Leefbaarheids-Onderzoek). De belangrijkste onderwerpen van deze Woonvisie zijn: De sociale huurvoorraad Woonzorg Verduurzaming Woningvoorraad en waarde behoud Toetsing van de ontwikkeling In de woonvisie wordt een tekort geconstateerd aan woningen voor kleine huishoudens, met name voor starters en senioren. Om aan de toekomstige vraag in de gemeente te voldoen wil de gemeente ruimte bieden aan nieuwe initiatieven die aansluiten bij deze doelgroepen. Om dit mogelijk te maken heeft de gemeente het initiatief genomen voor de realisatie van starterswoningen en levensloopbestendige woningen op het trapveld bij Breedenbroek.

3.3.3

Lokale kwaliteitscriteria woningbouw Oude IJsselstreek

Op 26 september 2019 heeft de gemeenteraad van Oude IJsselstreek de 'Kwalitatieve toetsingscriteria voor woningbouw' vastgesteld. Deze Kwalitatieve toetsingscriteria zijn ook door de overige Achterhoekse gemeenteraden vastgesteld en zijn aanvullend op de eerder in de Regionale Woonagenda 2015-2025 gemaakte afspraken. Binnen de kwalitatieve toetsingscriteria is het voor de individuele gemeenten mogelijk om als verdere uitwerking daarvan lokale kwaliteitscriteria vast te stellen en zo te sturen op gewenste ontwikkelingen op de woningmarkt. Op 20 februari 2020 heeft de gemeenteraad van Oude IJsselstreek deze vastgesteld in de notitie 'lokale kwaliteitscriteria woningbouw Oude IJsselstreek'. Samen vormen de Kwalitatieve toetsingscriteria voor woningbouw en de Lokale kwaliteitscriteria het nieuwe kader voor het toetsen van woningbouwplannen. Locaties met leegstaand vastgoed bieden onvoldoende potentieel om in de volledige woningbehoefte voor de komende jaren te voorzien. Het is daarom noodzakelijk om ook te kijken naar onbenutte inbreidingslocaties. Hiermee wordt gedoeld op niet bebouwde locaties binnen de bestaande bebouwde omgeving (Kombestemmingsplannen), te weten: verdichting op een bestaande kavel met de bestemming 'wonen', het inpassen van woning(en) naast reeds bestaande woning(en).

woningbouw in 'gat' in de bestaande stedenbouwkundige structuur op een locatie met een 'rode' bestemming, d.w.z. een bestemming die bebouwing toestaat. verdichting op geschikte groenstructuren met de bestemming 'agrarisch', 'groen' of 'tuin'. Toetsing van de ontwikkeling De beoogde ontwikkeling sluit aan op de vraag vanuit starters en senioren. Er wordt gewerkt vanuit Collectief Particulier Opdrachtgeverschap (CPO), waarbij de eindgebruikers al bekend zijn. Voor deze ontwikkeling is geen ruimte in de bestaande bebouwde structuur van Breedenbroek. De ontwikkeling sluit hiermee aan op de regionale kwaliteitscriteria en beoogde doelgroepen. De locatie valt binnen de grens van een kombestemmingsplan en ligt binnen de bestemming Groen (zie paragraaf 2.3). De lokale kwaliteitscriteria voor realisatie van een nieuwe woning binnen de bebouwde worden per punt hieronder getoetst.

bestemmingsplan Kom Breedenbroek, 't Kuipje (vastgesteld)

19

1.

de locatie is onbebouwd en ligt binnen een Kom-bestemmingsplan Er is geen bebouwing op de locatie van de nieuwe woningen aanwezig en de locatie ligt in het bestemmingsplan 'Kom Breedenbroek 2016'.

2.

het voldoet aan de maatvoering in het bestemmingsplan (rooilijn, bebouwingshoogte, bouwvlak, afstand tot zijdelingse perceelgrens en aan de achterzijde) De maatvoering voor de nieuwe woningen sluit aan op hetgeen in het geldende bestemmingsplan voor de kom van Breedenbroek van toepassing is.

3.

inpassing in bestaande stedenbouwkundige structuur Doel van de initiatiefnemers is juist om niet in de bestaande rode structuur in te passen, maar de nieuwe woning in te passen in de bestaande groene structuur.

4.

ontsluiting via bestaande weg en bereikbaar voor hulpdiensten De woningen worden direct of via de nieuwe openbare ruimte ontsloten op Den Dam.

5.

er is geen onevenredige aantasting privacy en bezonning omliggende woningen De nieuwe woningen liggen op voldoende afstand van de bestaande woningen om aantasting van de privacy of beperking van bezonning te voorkomen.

6.

het woningbouwplan moet voldoen aan de parkeernormen conform het Gemeentelijk Verkeers- en Vervoersplan (GVVP) Binnen het plangebied komen voldoende parkeerplaatsen voor alle woningen. In het geval van 6 starterswoningen en 2 seniorenwoningen gaat het om 14 benodigde parkeerplaatsen. Dit totaal is berekend op basis van de geldende parkeernormen. Het totaal aantal benodigde parkeerplaatsen wordt deels via parkeren op eigen terrein (6) en deels via een algemeen parkeerterrein (8) binnen het plangebied opgelost.

7.

zorgvuldig omgaan met verdichting aan de randen van een kern (overgang naar buitengebied) De invulling van het trapveld met woningen is een logische afronding van de kern van Breedenbroek. De locatie ligt tussen de bestaande woningen en de ontsluitingswegen voor het dorp. Ruimtelijk gezien maakt het al onderdeel uit van de bebouwde kom van Breedenbroek.

8.

zorgvuldig omgaan met verdichting op locaties met openbaar groen / open ruimte (plein-, speel- en parkeerterrein. De woningbouw leidt niet tot afname van het oppervlak aan speelterreinen omdat aan de noordzijde een nieuw terrein wordt aangelegd.

9.

niet bouwen op locaties met milieutechnische belemmeringen (geur, geluid, bodem), tenzij deze worden weggenomen Zie voor een nadere toelichting per thema hoofdstuk 4.

20

bestemmingsplan Kom Breedenbroek, 't Kuipje (vastgesteld)

Hoofdstuk 4 Omgevingsaspecten 4.1

Milieueffectrapportage

Op 1 april 2011 is het gewijzigde Besluit milieueffectrapportage (Besluit m.e.r.) in werking getreden. Een belangrijke wijziging betreft het indicatief maken van de drempelwaarden in onderdeel D (betreft de m.e.r.-beoordeling) van de bijlage bij het Besluit milieueffectrapportage. Concreet betekent dit dat het bevoegd gezag zich er nog steeds van moet vergewissen of activiteiten geen aanzienlijke milieugevolgen kunnen hebben, ook wel genoemd de 'vergewisplicht'. Het komt er op neer dat voor elk besluit of plan dat betrekking heeft op activiteiten die voorkomen op de D-lijst, beoordeeld moet worden of er een MER gemaakt moet worden. Voor projecten of activiteiten die beneden de drempelwaarden vallen moet een toets worden uitgevoerd of belangrijke nadelige milieugevolgen kunnen worden uitgesloten. Voor deze toets wordt de term vormvrije m.e.r.-beoordeling gehanteerd. Deze vormvrije m.e.r.-beoordeling kan tot twee conclusies leiden: belangrijke nadelige milieugevolgen zijn uitgesloten: er is geen m.e.r. beoordeling noodzakelijk; belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu zijn niet uitgesloten: er moet een m.e.r.-beoordeling plaatsvinden of er kan direct worden gekozen voor m.e.r. De toetsing in het kader van de vormvrije m.e.r.-beoordeling dient te geschieden aan de hand van de selectiecriteria in bijlage III van de EEG-richtlijn milieueffectbeoordeling.

In deze bijlage staan drie hoofdcriteria centraal: de kenmerken van het project; de plaats van het project; de kenmerken van de potentiële effecten. Op 1 januari 2021 is de Verzamelwet IenW 2019 in werking getreden. Met deze wet is onder meer de Wet milieubeheer (Wm) gewijzigd. De wijziging heeft ertoe geleid dat een m.e.r.-beoordelingsbesluit niet al moet worden voorgelegd bij de aanvraag. Bij de aanvraag kan met een aanmeldnotitie worden volstaan. De m.e.r.-beoordeling vindt in dat geval tegelijk plaats met de beoordeling van de aanvraag van de activiteit. Voor een bestemmingsplan kan door het college van B&W een m.e.r.-beoordelingsbesluit na de wijziging, gelijktijdig met het besluit tot ter inzage legging van het ontwerpbestemmingsplan worden genomen. Toetsing van de ontwikkeling De activiteit 'woningbouw' valt in het Besluit m.e.r. onder de activiteit stedelijk ontwikkelingsproject van de D-lijst van het Besluit m.e.r. (categorie 11.2) en wordt niet als activiteit genoemd in de C-lijst. De drempelwaarde qua aantallen woningen voor categorie 11.2 wordt niet overschreden (drempelwaarde is een aaneengesloten gebied van 2000 woningen of meer). Ook zijn significant negatieve effecten op Natura 2000

bestemmingsplan Kom Breedenbroek, 't Kuipje (vastgesteld)

21

gebieden op voorhand uit te sluiten (op grond waarvan een Passende Beoordeling opgesteld moet worden). Zie voor meer informatie hierover paragraaf 4.9. Een directe m.e.r.-plicht is daarom niet van toepassing. In het besluit m.e.r. is geen grens voor een stedelijk ontwikkelingsproject qua aantal woningen opgenomen waarboven een vormvrije m.e.r.-beoordeling opgesteld moet worden. Of er sprake is van een stedelijk ontwikkelingsproject is onder meer afhankelijk van de volgende factoren: aard, omvang en schaalgrootte van de ontwikkeling; of er sprake is van functiewijziging of behoud van bestaande functie(s), uitbreiding van een bestaand bouwwerk of een nieuw bouwwerk; ligging in stedelijk gebied of niet; stedenbouwkundige vormgeving en opzet t.o.v. het bestaande gebied. Het project is qua aantal woningen beperkt (maximaal 8), waarbij de ontwikkeling plaats vindt op een trapveld aan de rand van het dorp Breedenbroek. De gemeente heeft de locatie meegenomen in het bestemmingsplan voor de kom van Breedenbroek. Er is geen sprake van hergebruik van bestaande bebouwing, de toename van bebouwing is meer dan 500 m2. De locatie ligt niet in een bestaande bebouwde structuur, maar sluit wel aan op de deze structuur. Op basis hiervan is volledigheidshalve een vorm-vrije m.e.r.-beoordeling uitgevoerd om zeker te zijn dat belangrijke negatieve milieugevolgen zijn uit te sluiten.

Het nieuwe trapveld betreft een verplaatsing over een korte afstand van de al bestaande activiteit. De nieuwe locatie ligt echter buiten de bestaande bebouwingsstructuur, in een gebied waarvoor in het geldende bestemmingsplan te beschermen waarden zijn opgenomen (zie paragraaf 1.3). De effecten van het trapveld op de nieuwe locatie zijn daarom meegenomen in de vormvrije m.e.r.-beoordeling. Deze vormvrije m.e.r.-beoordeling is uitgewerkt in de vorm van een aanmeldnotitie (zie bijlage 3). In deze aanmeldnotitie wordt allereerst ingegaan op de locatie en de huidige situatie van het gebied. Vervolgens wordt ingegaan op de beoogde ontwikkeling. Het laatste deel bevat de uitleg over effecten van de ontwikkeling. Afgesloten wordt met de conclusie over mogelijke negatieve milieugevolgen. Op grond van de inhoud van deze aanmeldnotitie is de conclusie dat belangrijke nadelige milieugevolgen zijn uitgesloten. Er is geen m.e.r. beoordeling noodzakelijk, het bevoegd gezag kan volstaan met een vormvrije-mer-beoordelingsbesluit.

4.2

Bodem

De Wet Bodembescherming (Wbb) schrijft voor dat moet worden nagegaan of er mogelijk sprake is van bodemverontreiniging. Bij functiewijzigingen en nieuwe ontwikkelingen dient daarom te worden bekeken of de bodemkwaliteit past binnen het toekomstige gebruik van de bodem en of deze optimaal op elkaar kunnen worden afgestemd. Bij een aanvraag omgevingsvergunning dient middels een rapportage NEN 5740 aangetoond te worden dat de bodem geschikt is voor de gevraagde functie.

Toetsing van de ontwikkeling Door Montferland Milieu B.V. is een verkennend bodemonderzoek voor het projectgebied uitgevoerd (projectnummer MM21002, 1 februari 2021, zie bijlage 2). Uit het uitgevoerde bodemonderzoek kan het volgende worden geconcludeerd: Tijdens het veldwerk is de opgeboorde grond zintuiglijk beoordeeld op de mogelijke aanwezigheid van bodemverontreiniging. Hierbij zijn geen indicaties waargenomen die hierop duiden. De aangetroffen licht verhoogde gehalten in de grond en in het grondwater vormen geen belemmering

22

bestemmingsplan Kom Breedenbroek, 't Kuipje (vastgesteld)

voor het toekomstige gebruik. In geen van de geanalyseerde parameters in zowel grond als grondwater is de waarde voor nader onderzoek (tussenwaarde) en/of de interventiewaarde overschreden. Uit de onderzoeksresultaten kan geconcludeerd worden dat er op de locatie geen ernstige bodem- of grondwaterverontreinigingen aanwezig zijn. De vastgestelde waarden overschrijden enkel de achtergronden/ of streefwaarde, wat duidt op enkel lichte verontreinigingen. De tevoren gestelde hypothese ‘De gehele onderzoekslocatie B kan op basis van het vooronderzoek als niet-verdacht worden beschouwd’ dient formeel gezien te worden verworpen. De verhogingen in de grond en in het grondwater zijn echter gering en kunnen als niet significant beschouwd worden. Uit milieukundig oogpunt is er geen bezwaar tegen de voorgenomen bestemmingsplanwijziging, aangezien de vastgestelde verontreiniging geen risico's voor de volksgezondheid opleveren. De bodem wordt geschikt geacht voor het huidige en toekomstige gebruik. De kwaliteit van grond is getoetst aan het ‘Tijdelijk handelingskader voor hergebruik van PFAShoudende grond en baggerspecie’ (Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat, kenmerk: IENW/BSK2020/126356, d.d. 2 juli 2020) landbodem generiek: De kwaliteit van de bovengrond voldoet aan de eisen voor klasse ‘achtergrondwaarde’ en is vrij toepasbaar.

Het aspect bodem vormt hiermee geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan.

4.3

Geluid

Bij het opstellen van ruimtelijke plannen voor geluidgevoelige bestemmingen (zoals woningen) is de Wet geluidhinder van toepassing. De Wet geluidhinder kent drie geluidbronnen waar geluidzones voor gelden: railverkeerslawaai, wegverkeerslawaai en industrielawaai. Wanneer een ontwikkeling in een zone valt zoals aangegeven in de Wet geluidhinder, moet akoestisch worden aangetoond dat aan de grenswaarden in deze wet wordt voldaan. Wordt niet voldaan aan deze grenswaarden, dan hebben Burgemeester en Wethouders onder voorwaarden de mogelijkheid hogere grenswaarden vast te stellen. Hierbij wordt een procedure doorlopen die aan de eisen van de Wet geluidhinder moet voldoen.

Toetsing van de ontwikkeling De ontwikkeling betreft het vestigen van een nieuwe woning of ander geluidgevoelig gebouw. De Wet geluidhinder is daarmee van toepassing. Railverkeerslawaai In de omgeving van het plan bevindt zich geen spoorweg. Het onderdeel railverkeerslawaai van de Wet geluidhinder is niet van toepassing. Industrielawaai In de omgeving van het plan bevindt zich geen gezoneerd industrieterrein. Het onderdeel industrielawaai van de Wet geluidhinder is niet van toepassing. Verkeerslawaai In de omgeving van het plan bevinden zich wegen met een wettelijk zone. Den Dam is een 50/60 km/uur weg met een zonebreedte van 200 meter. De N317 is een 80 km/uur weg met een zonebreedte van 200 meter. De geplande woningbouw ligt in de zone van deze wegen.

bestemmingsplan Kom Breedenbroek, 't Kuipje (vastgesteld)

23

Voor een ontwikkeling binnen de zone van wegen moet akoestisch onderzoek aantonen dat het verkeerslawaai op de gevel van (bijvoorbeeld) de woning voldoet aan de grenswaarde uit de Wet geluidhinder. Voor woningen en andere geluidsgevoelige gebouwen binnen een zone geldt een voorkeurswaarde van ten hoogste 48 dB. Voor wegen met een maximumsnelheid van 30 km/uur geldt geen wettelijke geluidzone. Dit is van toepassing op de Terborgseweg binnen de kom. Munsterhuis geluidadvies heeft akoestisch onderzoek uitgevoerd voor wegverkeer (26 februari 2021, kenmerk B01.21.002-RM, projectnummer 21.002, zie bijlage 3). De gevelbelastingen van de wegen in de nabijheid zijn met verkeersgegevens van de gemeente en de provincie voor het maatgevende jaar 2031 berekend.Voldaan wordt aan de grenswaarde 48 dB. Een hogere waarde op grond van de Wet geluidhinder is niet aan de orde. Aanvullend is vanuit een goede ruimtelijke ordening de cumulatieve geluidbelasting van de wegen in de directe omgeving berekend. Het Bouwbesluit vereist een minimale geluidwering van 20 dB. Om te voldoen aan het binnenniveaus van 33 dB mag de gevelbelasting niet meer dan 53 dB bedragen. Op een aantal geveldelen bedraagt de gevelbelasting 54 dB en op een geveldeel 56 dB. Met HR++ glas en goede kierdichting kan voldaan worden aan het gewenste binnenniveau.

Wanneer een ruimte niet op een geluidluwe gevel geventileerd kan worden is een susrooster een optie. Met deze maatregelen is een binnenniveau van 33 dB goed te realiseren. Aanvullend onderzoek is daarom niet nodig.

Het aspect geluid vormt hiermee geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan.

4.4

Bedrijven en milieuzonering

Zowel de ruimtelijke ordening als het milieubeleid stellen zich ten doel een goede kwaliteit van het leefmilieu te handhaven en te bevorderen. Dit gebeurt onder andere door milieuzonering. Onder milieuzonering wordt verstaan: het aanbrengen van een voldoende ruimtelijke scheiding tussen milieubelastende bedrijven of inrichtingen enerzijds en milieugevoelige functies als wonen en recreëren anderzijds. De ruimtelijke scheiding bestaat doorgaans uit het aanhouden van een bepaalde afstand tussen milieubelastende en milieugevoelige functies. Die onderlinge afstand moet groter zijn naarmate de milieubelastende functie het milieu sterker belast. Milieuzonering heeft twee doelen: het voorkomen of zoveel mogelijk beperken van hinder en gevaar bij woningen en andere gevoelige functies; het bieden van voldoende zekerheid aan bedrijven dat zij hun activiteiten duurzaam onder aanvaardbare voorwaarden kunnen uitoefenen. Voor het bepalen van de aan te houden afstanden wordt in eerste instantie doorgaans de VNG-uitgave 'Bedrijven en Milieuzonering' uit 2009 gehanteerd, waarin richtafstanden voor de ruimtelijk relevante milieuaspecten geur, stof, geluid en gevaar zijn opgenomen.

Toetsing van de ontwikkeling In de nabijheid bevindt zich een installatiebedrijf aan den Dam 41A. De richtafstand voor geluid bedraagt 30 meter. De werkelijke afstand bedraagt ongeveer 26 meter. Er is hier sprake van een historisch gegroeide situatie, waarbij al woningen aanwezig zijn binnen richtafstand van 30 meter. Het bedrijf is niet zodanig milieuhinderlijk dat dat dit een belemmering voor de ontwikkeling betekent. Mede met inachtneming van de geldende normen 24

bestemmingsplan Kom Breedenbroek, 't Kuipje (vastgesteld)

uit de milieuwetgeving bestaat er in dat geval voldoende garantie voor een aanvaardbaar woon- en leefklimaat.

Het aspect milieuzonering vormt hiermee geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan.

4.5

Luchtkwaliteit

Het wettelijk stelsel voor luchtkwaliteitseisen is geregeld in hoofdstuk 5, titel 5.2 van de Wet milieubeheer en onderliggende algemene maatregelen van bestuur en ministeriële regelingen. Luchtkwaliteitseisen vormen geen belemmering voor ruimtelijke ontwikkelingen indien: er geen sprake is van feitelijke of dreigende overschrijding van de grenswaarde; een project, al dan niet per saldo, niet leidt tot een verslechtering van de luchtkwaliteit; een project 'niet in betekenende mate' bijdraagt aan de luchtverontreiniging; een project is opgenomen in een regionaal programma van maatregelen of in het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL).

Toetsing van de ontwikkeling De beoogde ontwikkeling leidt vanwege de zeer geringe omvang niet tot een verslechtering van de luchtkwaliteit. De grens voor 'niet in betekende mate' ligt bij woningbouwprojecten op 1.500 woningen. Luchtkwaliteit is daarmee geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van het project.

4.6

Geur

Nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen dienen te worden getoetst aan de normen uit de Wet geurhinder en Veehouderij. Als gevolg van deze wet worden normen gesteld voor de bouw van nieuwe geurgevoelige objecten (zoals woningen). Er dient voor deze objecten sprake te zijn van een goed woon- en leefklimaat. Daarnaast mag geen inbreuk ontstaan op de milieuruimte van omliggende veehouderijen.

Toetsing van de ontwikkeling Een woning is een geurgevoelig object. De dichtstbij gelegen agrarische activiteiten liggen op meer dan 300 meter afstand. Daarmee wordt ruimschoots voldaan aan de toetsafstanden voor geur van veehouderijen. Geur is daarmee geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van het project.

bestemmingsplan Kom Breedenbroek, 't Kuipje (vastgesteld)

25

4.7

Externe veiligheid

Sommige activiteiten brengen risico's op zware ongevallen met mogelijk grote gevolgen voor de omgeving met zich mee. Externe veiligheid richt zich op het beheersen van deze risico's. Het gaat daarbij om onder meer de productie, opslag, transport en het gebruik van gevaarlijke stoffen. Risicovolle (Bevi-)inrichtingen Voor (de omgeving van) de meest risicovolle bedrijven is het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi) van belang. Het Bevi legt veiligheidsnormen op aan bedrijven die een risico vormen voor mensen buiten de inrichting. Het Bevi is opgesteld om de risico's, waaraan burgers in hun leefomgeving worden blootgesteld vanwege risicovolle bedrijven, te beperken. Het besluit heeft tot doel zowel individuele als groepen burgers een minimaal (aanvaard) beschermingsniveau te bieden. Via een bijhorende ministeriële regeling (Revi) worden diverse veiligheidsafstanden tot kwetsbare en beperkt kwetsbare objecten gegeven. Aanvullend op het Bevi zijn in het Vuurwerkbesluit en het Activiteitenbesluit (Besluit algemene regels inrichtingen milieubeheer) veiligheidsafstanden genoemd die rond minder risicovolle inrichtingen moeten worden aangehouden.

Vervoer gevaarlijke stoffen door buisleidingen Met betrekking tot het beleid en de regelgeving voor het vervoer van gevaarlijke stoffen door buisleidingen is het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb) en de Structuurvisie buisleidingen van belang. Deze structuurvisie bevat een lange termijnvisie op het buisleidingentransport van gevaarlijke stoffen. Het Bevb en de bijbehorende Regeling externe veiligheid buisleidingen (Revb) zijn op 1 januari 2011 in werking getreden. Het Bevb regelt onder andere welke veiligheidsafstanden moeten worden aangehouden rond buisleidingen met gevaarlijke stoffen. Vervoer gevaarlijke stoffen over weg, water en spoor Het Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt) stelt regels aan transportroutes en de omgeving daarvan. Zo moet een basisveiligheidsniveau rond transportassen (plaatsgebonden risico) en een transparante afweging van het groepsrisico worden gewaarborgd. Als onderdeel van het Bevt is op 1 april 2015 tevens het basisnet in werking getreden. Het basisnet verhoogt de veiligheid van mensen die wonen of werken in de buurt van rijksinfrastructuur (auto-, spoor- en vaarwegen) waarover gevaarlijke stoffen worden vervoerd. In de regeling ligt vast wat de maximale risico’s voor omwonenden mogen zijn.

Bovendien zorgt het basisnet ervoor dat gevaarlijke stoffen tussen de belangrijkste industriële locaties in Nederland en het buitenland vervoerd kunnen blijven worden. Indien een bestemmingsplan betrekking heeft op een gebied dat geheel of gedeeltelijk gelegen is binnen 200 m van een (basisnet)transportroute voor gevaarlijke stoffen, moet in de toelichting ingegaan worden op de dichtheid van personen in het invloedsgebied van de transportroute op het tijdstip waarop het plan wordt vastgesteld.

In de wetgeving wordt onderscheid gemaakt tussen de begrippen kwetsbaar en beperkt kwetsbaar en plaatsgebonden risico en groepsrisico. Kwetsbaar en beperkt kwetsbaar Kwetsbaar zijn onder meer woningen, onderwijs- en gezondheidsinstellingen, kinderopvang- en dagverblijven en grote kantoorgebouwen (>1.500 m²). Beperkt kwetsbaar zijn onder meer kleine kantoren, winkels, horeca en parkeerterreinen. De volledige lijst wat onder (beperkt) kwetsbaar wordt verstaan is in het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi) opgenomen.

26

bestemmingsplan Kom Breedenbroek, 't Kuipje (vastgesteld)

Plaatsgebonden risico en groepsrisico Het plaatsgebonden risico wordt uitgedrukt in een contour van 10-6 als grenswaarde. Het realiseren van kwetsbare objecten binnen deze contour is niet toegestaan. Het realiseren van beperkt kwetsbare objecten binnen deze contour is in principe ook niet toegestaan. Echter, voor beperkte kwetsbare objecten is deze 10-6 contour een richtwaarde. Mits goed gemotiveerd kan worden afgeweken van deze waarde tot de 10-5 contour. Het groepsrisico is gedefinieerd als de cumulatieve kansen per jaar dat ten minste 10, 100 of 1.000 personen overlijden als rechtstreeks gevolg van hun aanwezigheid in het invloedsgebied van een inrichting en een ongewoon voorval binnen die inrichting waarbij een gevaarlijke stof betrokken is. Voor het groepsrisico geldt geen grenswaarde, maar een zogenaamde oriëntatiewaarde. Daarnaast geldt voor het groepsrisico een verantwoordingsplicht.

Toetsing van de ontwikkeling Een woning is een kwetsbare object. In de omgeving zijn volgens de Risicokaart Nederland echter geen risicobronnen aanwezig, waarvan de risicocontour over de nieuwe woningen ligt. Ten noorden van het nieuwe trapveld ligt een buisleiding (N-569-72). Als onderdeel van de plantoelichting van het bestemmingsplan voor het buitengebied is voor alle relevante leidingen een berekening gemaakt van het plaatsgebonden- en groepsrisico (Omgevingsdienst Achterhoek, advies externe veiligheid Buitengebied Oude IJsselstreek, 18 januari 2017). Uit deze kwantitatieve risicoanalyse volgt dat voor alle aanwezige buisleidingen geldt dat de plaatsgebonden risicocontour 10-6 op de leiding ligt. De nieuwe woningen liggen ook ruimschoots buiten de 1% letaliteitsgrens voor buisleiding N-569-72 (binnen deze grens wordt gekeken naar de hoogte van het groepsrisico). Het trapveld is gelijk te stellen aan een sportveld, dat gezien wordt als een beperkt kwetsbaar object. Zowel de bestaande als de nieuwe locatie van het trapveld liggen binnen 200 meter van buisleiding (N-569-72). Op de nieuwe locatie ligt het trapveld wel dichterbij de leiding. Uit de uitgevoerde berekeningen voor het bestemmingsplan voor het buitengebied blijkt dat er langs geen van de aanwezige leidingen sprake is van een groepsrisico dat hoger ligt dan 10% van de oriëntatiewaarde.

De verplaatsing van het trapveld binnen de onderzoekszone van 200 meter leidt niet tot andere conclusies. Externe veiligheid vormt hiermee geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan.

4.8

Waterhuishouding

Bij nieuwe project moet worden onderbouwd op welke wijze rekening is gehouden met de gevolgen van het project voor de waterhuishoudkundige situatie. Het is de schriftelijke weerslag van de zogenaamde watertoets. Het project ligt in het werkgebied van waterschap Rijn en IJssel. Op hoger schaalniveau zijn met name het Nationaal Waterplan en de Europese Kaderrichtlijn Water van belang, het waterschap heeft haar beleid vastgelegd in het Waterbeheerplan 2016-2021. Belangrijkste uitgangspunt bij deze documenten is deze volgorde te hanteren: vasthouden-bergen-afvoeren (waterkwantiteit); voorkomen-scheiden-zuiveren (waterkwaliteit). De gemeente Oude IJsselstreek en het Waterschap Rijn en IJssel hebben een gemeentelijk waterplan opgesteld. In dit waterplan wordt een integrale visie gegeven op water in Oude IJsselstreek. Deze visie geeft een doorkijk naar de middellange termijn (circa 10 jaar) en de lange termijn (2030). Aan de visie is een uitvoeringsprogramma gekoppeld voor de korte termijn (5 jaar). Het waterplan biedt handvatten voor het opstellen van ruimtelijke

bestemmingsplan Kom Breedenbroek, 't Kuipje (vastgesteld)

27

plannen, voor de afstemming met rioolbeheer en geeft zo inzicht in de mogelijkheden om te komen tot een duurzaam watersysteem binnen de gemeente. Er wordt gestreefd naar een gezond, veerkrachtig, kwalitatief goed, aantrekkelijk en op de toekomst berekend watersysteem en waterketen. Naast het gemeentelijk waterplan geldt ook het gemeentelijke rioleringsplan. In het rioleringsplan wordt de ambitie uitgesproken dat bij nieuwbouw de gemeente Oude IJsselstreek wil verplichten om vuilwater en hemelwater gescheiden aan te bieden.

Toetsing van de ontwikkeling Voor de beoogde ontwikkeling is het effect op de waterhuishouding beoordeeld aan de hand van de watertoetstabel van het waterschap Rijn en IJssel.

Afvalwater Er wordt een gescheiden rioolstelsel aangelegd. Hemelwater en afvalwater worden apart ingezameld. De gemeente verzorgt de aansluiting voor vuilwater tot aan de perceelgrens van de kavel. Op het eigen terrein moeten de toekomstige bewoners zelf zorg dragen voor de aanleg en aansluiting op deze riolering.

28

bestemmingsplan Kom Breedenbroek, 't Kuipje (vastgesteld)

Hemelwater In het Nationaal Bestuursakkoord Water (NBW) is voor bebouwd gebied een werknorm van toepassing, waarbij de kans dat het peil van het oppervlaktewater het niveau van het maaiveld overschrijdt (inundatie) kleiner of gelijk is aan 1 x per 100 jaar (bui 100). Dit is tevens de norm waarmee het waterschap het bestaande oppervlaktewatersysteem in bebouwd gebied toetst. Waterschap Rijn en IJssel houdt daarbij rekening met een toeslag van 10% op de omvang van de gehanteerde buien vanwege de verwachte klimaatontwikkelingen. Het Waterschap Rijn en IJssel hanteert daarnaast het uitgangspunt dat een zomerse bui met een herhalingstijd van 1 keer per 10 jaar (bui 10+10%) vertraagd afgevoerd moet worden. Bij bui 100+10% mag geen wateroverlast optreden. Voor de herontwikkeling in het plangebied heeft afstemming plaatsgevonden tussen gemeente en waterschap Rijn en IJssel om te bepalen aan welke eisen het plan moet voldoen met betrekking tot het opvangen en afhandelen van hemelwater. De afvoer van het hemelwater gaat niet via het riool, dit water moet geïnfiltreerd worden per woning of (in uitzondering) als een gezamenlijke voorziening (waterretentie). Daarbij is het uitgangspunt dat 10% van het bruto oppervlakte van de locatie (is 260 m2): beschikbaar moet zijn voor waterinfiltratie (conform: Gemeentelijk Rioleringsplan Oude IJsselstreek 2017-2020).

Op basis van de stedenbouwkundige opzet zoals opgenomen in paragraaf 2.3 neemt het verhard oppervlak toe in het plangebied: Circa 625 m2 openbaar toegankelijke verharding (paden, uitritten, parkeerplaatsen e.d.). Circa 475 m2 aan hoofdgebouwen. Circa 650 m2 aan overige verharding (bijbehorende bouwwerken, tuinverharding e.d.), gebaseerd op een totaal van 1.768 m2 aan woonpercelen, waarvan (na aftrek van het oppervlak aan hoofdgebouwen) naar verwachting 50% verhard wordt. Op basis van de kaders vanuit het waterschap en de gemeente komt de benodigde waterberging (rekening houdend met vermindering door infiltratie) uit op een totaal van circa 110 m3. De gemeente geeft samen met de toekomstige bewoners invulling aan de concrete oplossingsrichting. Dit is o.a. mogelijk via de aanleg van wadi's, verbeterde infiltratie in groenstroken/bermen, waterdoorlatende verharding, grindkoffers en ondergrondse waterberging (met vertraagde afvoer).

Ligging ten opzichte van water in beheer door het waterschap Direct ten noorden van de nieuwe woningen ligt de Oude Veerbeek die beheerd wordt door het waterschap. Er ligt langs deze watergang een beschermingszone van 5,0 m. Daarbij is over het algemeen de wijze waarop de watergang wordt onderhouden, richtinggevend. In dit geval wordt de watergang onderhouden met smalspoor materieel waarvoor een ruimte nodig is van 2,50 m. Momenteel is het onderhoudspad smaller, daarom is met de gemeente afgesproken dat de grens van de nieuwe woonbestemmingen 20 centimeter zuidelijker komt te liggen ten opzichte van de huidige kadastrale grens. Deze strook blijft in eigendom van de gemeente en behoudt de groenbestemming.

Op grond van bovenstaande voorwaarden vormt de waterhuishouding geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan.

bestemmingsplan Kom Breedenbroek, 't Kuipje (vastgesteld)

29

4.9

Ecologie

Bij ruimtelijke ingrepen dient rekening te worden gehouden met de natuurwaarden ter plaatse. Per 1 januari 2017 zijn de Natuurbeschermingswet 1998, de Flora en faunawet en de Boswet opgegaan in de nieuwe Wet natuurbescherming. De Wet natuurbescherming beschermt natuurgebieden, inheemse soorten en het bosopstanden in Nederland. Gebiedsbescherming In de Wet natuurbescherming worden de zogenoemde Natura 2000-gebieden beschermd. Natura 2000 is de overkoepelende naam voor gebieden die worden beschermd vanuit de Vogel- en Habitatrichtlijn. Volgens deze Europese richtlijnen moeten lidstaten specifieke diersoorten en hun natuurlijke leefomgeving (habitat) beschermen om de biodiversiteit te behouden. Natura 2000-gebieden kennen een zogenaamde 'externe werking'. Dit betekent dat ontwikkelingen die buiten de begrenzing van de Natura 2000-gebieden gelegen zijn, ook getoetst moeten worden of er significant negatieve effecten optreden op het betreffende gebied. Soortenbescherming Een hoofdstuk in de Wet natuurbescherming regelt de bescherming van de in het wild voorkomende inheemse planten en dieren: de soortenbescherming. De wet richt zich vooral op het in standhouden van populaties van soorten die bescherming behoeven. In de wet zijn algemene en specifieke verboden vastgelegd ten aanzien van beschermde dier- en plantensoorten.

Bekeken moet worden in hoeverre ruimtelijke plannen negatieve gevolgen hebben op beschermde dier- en plantensoorten en of er compenserende of mitigerende maatregelen genomen moeten worden. De wet geeft de mogelijkheid aan provincies om voor een bepaald aantal soorten via een verordening een algemene vrijstelling op bepaalde verbodsbepalingen te geven. Daarnaast geldt voor iedereen in Nederland altijd, dus ook los van het voorliggende beoogde ruimtelijke project, dat de zorgplicht nageleefd moet worden bij het verrichten van werkzaamheden. Voor menige soort geldt dat indien deze zorgplicht nagekomen wordt een bepaald beoogd project uitvoerbaar is.

Toetsing van de ontwikkeling Vanwege de beoogde ontwikkeling is door Econsultancy een ecologische quickscan uitgevoerd (rapportnummer 13967.001, versie D1, 19 november 2020, zie bijlage 4). Op basis van de resultaten uit de quickscan natuurtoets wordt het volgende geconcludeerd: De onderzoekslocatie is niet gelegen binnen een Natura 2000-gebied. Indien er sprake zou zijn van een effect, betreft dit een extern effect, zoals toenamen van geluid, trilling. licht of depositie van stikstof. Externe effecten als gevolg van de voorgenomen plannen op de onderzoekslocatie zijn, gezien de afstand (± 17 km) tot de meest nabijgelegen Natura 2000-gebieden in combinatie met de aard van de plannen (geschikt maken voor woningbouw) niet te verwachten. Op grond van de 'Handreiking woningbouw en AERIUS' (januari 2020) geldt dit voor zowel de aanlegfase als de gebruiksfase. Volledigheidshalve is een Aerius-berekening uitgevoerd (zie bijlage 5). Bij de invoer is voor de aanlegfase van het nieuwe trapveldje de emissie gelijk gesteld aan die van een tussenwoning. In de praktijk zal het aantal verkeersbewegingen voor de aanleg van het trapveldje lager zijn dan die voor een tussenwoning. Conclusie is dat er geen deposities hoger dan 0,00 mol/h/j zijn. Vervolgonderzoek in het kader van de gebiedsbeschermingsparagrafen uit de Wet natuurbescherming wordt daarmee niet noodzakelijk geacht.

De onderzoekslocatie is gelegen op 150 meter afstand van een onderdeel van het Gelders Natuurnetwerk. Het Natuurnetwerk betreft in Gelderland een louter planologische bescherming van de aangewezen gebieden zelf. Aangezien het planvoornemen niet leidt tot een wijziging van de bestemming van het aangrenzende onderdeel van het Natuurnetwerk zijn aanvullende maatregelen of aanvullend advies niet aan

30

bestemmingsplan Kom Breedenbroek, 't Kuipje (vastgesteld)

de orde. Voor beschermde soorten zijn overtredingen ten aanzien van de Wet natuurbescherming wegens het ontbreken van geschikt habitat, het ontbreken van sporen of vanwege een vrijstelling bij ruimtelijke ontwikkeling niet aan de orde. Wel dient de zorgplicht in acht te worden genomen ten aanzien van algemene zoogdieren en amfibieën. Hierbij dient men te voorkomen dat algemene zoogdieren of amfibieën gewond of gedood worden wanneer er gegraven gaat worden en holen beschadigd kunnen raken. Ook dient men rekening te houden met amfibieën die kunnen schuilen in de composthoop, onder de opslagunit en in de sloot. Dit kan men doen door de materialen buiten de gevoelige periode van winterrust te verwijderen. Op grond van bovenstaande kan geconcludeerd worden dat ecologie geen belemmering vormt voor de uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.oude-ijsselstreek.nl/api/v1/meetings/4311/documents/21667