CConstaterende datOude IJsselstreek
Koppel je AI →
Document · PDF

Kom Breedenbroek, 't Kuipje_Bijlage 1 Vormvrije m.e.r. beoordeling.pdf

Raadscommissie Fysieke Leefomgeving (FL) 15 september 2021, gemeente Oude IJsselstreekBij agendapunt: 1.: Vaststellen bestemmingsplan “Kom Breedenbroek ’t Kuipje”24.433 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

't Kuipje Breedenbroek Aanmeldnotitie vormvrije m.e.r. beoordeling

specialist in ruimtelijk-juridische processen

't Kuipje Breedenbroek Aanmeldnotitie vormvrije m.e.r. beoordeling

Projectdata: Naam

: 't Kuipje Breedenbroek

Datum

: 26-4-2021

Versie

: 1.0 (definitief)

Auteur

: Rob Harmsen

Opdrachtgever: Gemeente Oude IJsselstreek

Opdrachtnemer: Pardal – specialist in ruimtelijk-juridische processen www.pardal.nl info@pardal.nl 0031 (0)6 29 44 85 53

Aanmeldnotitie vormvrije m.e.r. beoordeling 't Kuipje Breedenbroek

2

Aanmeldnotitie vormvrije m.e.r. beoordeling 't Kuipje Breedenbroek

3

Inhoudsopgave Inhoudsopgave ........................................................................................................................... 4 Inleiding............................................................................................................................... 5 Plaats van het project .......................................................................................................... 8 Kenmerken project ............................................................................................................ 11 Potentiële effecten ............................................................................................................ 16 Bodem ................................................................................................................... 16 Geluid .................................................................................................................... 17 Bedrijven en milieuzonering .................................................................................. 18 Luchtkwaliteit........................................................................................................ 19 Geur ......................................................................................................................

19 Externe veiligheid ..................................................................................................20 Waterhuishouding .................................................................................................22 Ecologie.................................................................................................................25 Archeologie en Cultuurhistorie .............................................................................. 27 Verkeer en parkeren ............................................................................................. 29 Conclusie ........................................................................................................................... 30 Bijlagen ..................................................................................................................................... 31

Aanmeldnotitie vormvrije m.e.r. beoordeling 't Kuipje Breedenbroek

4

Inleiding In de gemeente Oude IJsselstreek is behoefte aan nieuwe woningen. Daarom is de gemeente in Breedenbroek samen met de toekomstige bewoners een woningbouwproject gestart. Er wordt samengewerkt op basis van Collectief Particulier Opdrachtgeverschap (CPO). Het gaat in totaal om acht woningen (zes starters- en twee levensloopbestendige woningen). De woningen zijn voorzien op het trapveld aan de westzijde van Breedenbroek. Dit trapveld wordt verplaatst naar het agrarisch perceel aan de noordkant van de huidige locatie. Tijdens de voorbereiding van het bestemmingsplan is gebleken dat een klein gedeelte van het perceel van één van de buren ten onrechte is meegenomen in de huidige groenbestemming. Dit deel wordt in het nieuwe bestemmingsplan meegenomen en krijgt een woonbestemming. De verschillende onderdelen zijn in onderstaande afbeelding weergegeven.

Indeling plangebied (geel is de nieuwbouw, groen is het nieuwe trapveld en blauw de grond van de buren die een woonbestemming krijgt)

Binnen de regels van het geldende bestemmingsplan is het niet toegestaan om de beoogde woningbouw en het nieuwe trapveld te realiseren. Daarom dient het bestemmingsplan voor deze locaties herzien te worden. Een bestemmingsplan kan alleen worden herzien als de activiteit niet strijdig is met een goede ruimtelijke ordening.

Aanmeldnotitie vormvrije m.e.r. beoordeling 't Kuipje Breedenbroek

5

De motivering van het besluit moet dus een goede ruimtelijke onderbouwing bevatten. Hieronder valt ook een beoordeling van de milieueffecten.

Op 1 april 2011 is het gewijzigde Besluit milieueffectrapportage in werking getreden. Een belangrijke wijziging betreft het indicatief maken van de drempelwaarden in onderdeel D (betreft de m.e.r.-beoordeling) van de bijlage bij het Besluit milieueffectrapportage. Concreet betekent dit dat het bevoegd gezag zich er van moet vergewissen of activiteiten geen aanzienlijke milieugevolgen kunnen hebben. Het komt er op neer dat voor elk besluit of plan dat betrekking heeft op activiteiten die voorkomen op de D-lijst, beoordeeld moet worden of er een milieueffectrapport (MER) gemaakt moet worden. Voor projecten of activiteiten die beneden de drempelwaarden vallen moet een toets worden uitgevoerd of belangrijke nadelige milieugevolgen kunnen worden uitgesloten. Voor deze toets wordt de term vormvrije m.e.r.-beoordeling gehanteerd. Deze vormvrije m.e.r.-beoordeling kan tot twee conclusies leiden: -

belangrijke nadelige milieugevolgen zijn uitgesloten: er is geen m.e.r. beoordeling noodzakelijk; belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu zijn niet uitgesloten: er moet een m.e.r.-beoordeling plaatsvinden of er kan direct worden gekozen voor m.e.r.

De toetsing in het kader van de vormvrije m.e.r.-beoordeling dient te geschieden aan de hand van de selectiecriteria in bijlage III van de EEG-richtlijn milieueffectbeoordeling. In deze bijlage staan drie hoofdcriteria centraal: -

de kenmerken van het project;

-

de plaats van het project;

-

de kenmerken van de potentiële effecten.

Op 1 januari 2021 is de Verzamelwet IenW 2019 in werking getreden. Met deze wet is onder meer de Wet milieubeheer (Wm) gewijzigd. De wijziging heeft ertoe geleid dat een m.e.r.beoordelingsbesluit niet al moet worden voorgelegd bij de aanvraag. Bij de aanvraag kan met een aanmeldnotitie worden volstaan. De m.e.r.-beoordeling vindt in dat geval tegelijk plaats met de beoordeling van de aanvraag van de activiteit. Voor een bestemmingsplan kan door het college van B&W een m.e.r.-beoordelingsbesluit na de wijziging, gelijktijdig met het besluit tot ter inzage legging van het ontwerpbestemmingsplan worden genomen.

Aanmeldnotitie vormvrije m.e.r. beoordeling 't Kuipje Breedenbroek

6

De activiteit 'woningbouw' valt in het Besluit m.e.r. onder de activiteit stedelijk ontwikkelingsproject van de D-lijst van het Besluit m.e.r. (categorie 11.2) en wordt niet als activiteit genoemd in de C-lijst. De drempelwaarde qua aantallen woningen voor categorie 11.2 wordt niet overschreden (drempelwaarde is een aaneengesloten gebied van 2000 woningen of meer). Ook zijn significant negatieve effecten op Natura 2000 gebieden op voorhand uit te sluiten (op grond waarvan een Passende Beoordeling opgesteld moet worden). Een directe m.e.r.-plicht is daarom niet van toepassing. In het besluit m.e.r. is geen grens voor een stedelijk ontwikkelingsproject qua aantal woningen opgenomen waarboven een vormvrije m.e.r.-beoordeling opgesteld moet worden. Of er sprake is van een stedelijk ontwikkelingsproject is onder meer afhankelijk van de volgende factoren: -

aard, omvang en schaalgrootte van de ontwikkeling; of er sprake is van functiewijziging of behoud van bestaande functie(s), uitbreiding van een bestaand bouwwerk of een nieuw bouwwerk; ligging in stedelijk gebied of niet; stedenbouwkundige vormgeving en opzet t.o.v. het bestaande gebied.

Het project is qua aantal woningen beperkt (maximaal 8), waarbij de ontwikkeling plaats vindt op een trapveld aan de rand van het dorp Breedenbroek. De gemeente heeft de locatie meegenomen in het bestemmingsplan voor de kom van Breedenbroek. Er is geen sprake van hergebruik van bestaande bebouwing, de toename van bebouwing is meer dan 500 m2. De locatie ligt niet in een bestaande bebouwde structuur, maar sluit wel aan op de deze structuur. Op basis hiervan is volledigheidshalve een vorm-vrije m.e.r.-beoordeling uitgevoerd om zeker te zijn dat belangrijke negatieve milieugevolgen zijn uit te sluiten. Het nieuwe trapveld betreft een verplaatsing over een korte afstand van de al bestaande activiteit. De nieuwe locatie ligt echter buiten de bestaande bebouwingsstructuur, in een gebied waarvoor in het geldende bestemmingsplan te beschermen waarden zijn opgenomen. De effecten van het trapveld op de nieuwe locatie zijn daarom meegenomen in de vormvrije m.e.r.-beoordeling. Deze vormvrije m.e.r.-beoordeling is uitgewerkt in de vorm van voorliggende aanmeldnotitie. In deze aanmeldnotitie wordt allereerst ingegaan op de locatie en de huidige situatie van het gebied. Vervolgens wordt ingegaan op de beoogde ontwikkeling. Het laatste deel bevat de uitleg over effecten van de ontwikkeling. Afgesloten wordt met de conclusie over mogelijke negatieve milieugevolgen.

Aanmeldnotitie vormvrije m.e.r. beoordeling 't Kuipje Breedenbroek

7

Plaats van het project In 1300 stond de streek rond het huidige dorp al bekend als "het Breedenbroek". Zoals de naam al aangeeft (broek = moerasland) ligt Breedenbroek te midden van natte heide en broekontginningen. Oostelijk van het dorp liggen de kampenontginningen. Het dorp is ontstaan als straatdorp langs de Terborgseweg. Het tegenwoordige dorp Breedenbroek is ontstaan uit het buurtschap Klein Breedenbroek en de lintbebouwing langs de weg naar Sinderen. Halverwege de negentiende eeuw is men begonnen met bouwen. De Terborgseweg deelt het dorp in tweeën. De grootste dorpsuitbreidingen vonden plaats in de tweede helft van de twintigste eeuw door de aanleg van de Bakkerskampstraat, de Krommenhorst en als laatste het Rabelink.

Aan Den Dam ligt een speel/trap-veldje, dat zowel door de basisschool als de Breedenbroekse jeugd wordt gebruikt (onderdeel van kadastraal perceel Gendringen-R1150). Aan de oostzijde grenst het trapveld aan verschillende tuinen van aanliggende woningen. Aan de zuidzijde ligt, met een grote tussenliggende groenstrook, de Terborgseweg.

Situering plangebied (blauw)

Aanmeldnotitie vormvrije m.e.r. beoordeling 't Kuipje Breedenbroek

8

Westelijk ligt de weg Den Dam, waarlangs ter hoogte van het speelveld een bomenrij staat. Aan de overzijde van Den Dam begint het buitengebied.

Trapveld gezien vanaf de Terborgseweg (links de bomenrij langs Den Dam, rechts de tuinen van naastgelegen woningen). Bron: Google Streetview

Ten noorden van het trapveld ligt eerst een beek (de Veerbeek) en daarna een ontsluitingsweg voor de aanliggende woningen. Net noordelijker daarvan ligt de nieuwe locatie van het trapveld (onderdeel van kadastraal perceel Gendringen-R-995). Deze gronden zijn nu nog voor agrarische doeleinden in gebruik.

Aanmeldnotitie vormvrije m.e.r. beoordeling 't Kuipje Breedenbroek

9

Nieuwe locatie trapveld. Bron: Google Streetview

De strook grond van de buren dat een woonbestemming krijgt, staat kadastraal bekend als Gendringen-R-1151).

Aanmeldnotitie vormvrije m.e.r. beoordeling 't Kuipje Breedenbroek

10

Kenmerken project Op het bestaande trapveld worden acht woningen gerealiseerd: zes starterswoningen en twee levensloopbestendige woningen. Vanuit de gemeente zijn verschillende ruimtelijke kaders meegegeven. -

Hoofdgebouwen hebben een maximale bouwdiepte van 10 meter. Het maximum bebouwingspercentage is 60% per woningperceel. Voor woningen aan Den Dam geldt een afstand van minimaal 5 meter uit de kadastrale grens (vanwege inrichting als stoep e.d.). De afstand van de woningen tot de zijdelingse perceelgrens bedraagt minimaal 3 meter (geldt alleen voor eind/hoekgevels).

Weergave van de minimale afstanden van de nieuwe woningen t.o.v. de kadastrale grens

Aanmeldnotitie vormvrije m.e.r. beoordeling 't Kuipje Breedenbroek

11

-

Voor de woningen bedraagt de maximum goothoogte 6 meter en de maximum bouwhoogte 9 meter. Voor bijbehorende bouwwerken bedraagt de maximum goothoogte 3 meter en de maximum bouwhoogte 6 meter. Bijbehorende bouwwerken dienen minimaal 3 meter achter de voorgevel van het hoofdgebouw te liggen en mogen tot aan zijdelingse- en/of (mits niet grenzend aan de openbare weg) achterperceelsgrens.

Ten aanzien van welstand (beeldkwaliteit) moet voor deze locatie rekening worden gehouden met de volgende uitgangspunten: -

-

Bij meer dan drie aaneengebouwde woningen vraagt het gevelbeeld om aandacht door voldoende 'breking' en/of variatie in de gevel. De zijgevels van de eindwoningen vragen om bijzondere aandacht qua vormgeving en het gebaar dat deze maken naar de omgeving toe. Dit geldt name voor de hoeken Den Dam -Terborgseweg en Den Dam - Den Dam. Vanwege hun prominente aanwezigheid in de omgeving, moeten deze kwaliteit hebben die verder gaat dan een ingesloten zijgevel. Bij de eindwoningen moeten erfscheidingen en eventuele bijbehorende bouwwerken direct worden mee-ontworpen.

Aanmeldnotitie vormvrije m.e.r. beoordeling 't Kuipje Breedenbroek

12

Op basis van deze uitgangspunten hebben de toekomstige bewoners onderstaande stedenbouwkundige opzet uitgewerkt.

Stedenbouwkundige opzet woningbouw 't Kuipje

De starterswoningen worden in twee blokken van drie woningen gebouwd, waarbij de voorgevel aan de zijde van Den Dam een meter verspringt. De woonblokken zijn via de uitbouwen aan de zijkant met elkaar verbonden. Alle woningen zijn vanaf de zijde van Den Dam bereikbaar, waarbij vier van de zes woningen een eigen oprit krijgen.

Aanmeldnotitie vormvrije m.e.r. beoordeling 't Kuipje Breedenbroek

13

Aanzicht nieuwe starterswoningen, gezien vanaf Den Dam

Ten noorden van de starterswoningen komt een openbaar toegankelijk gebied waar geparkeerd kan worden. Aan de noordzijde van dit gedeelte liggen de twee geschakelde levensloopbestendige woningen. De maximale bouwhoogte van deze twee woningen bedraagt 7 meter en de maximale goothoogte 3 meter.

Vooraanzicht nieuwe levensloopbestendige woningen

De woningen worden ontsloten aan de westzijde via Den Dam. De uitritten zijn zo gesitueerd, dat er geen bomen gekapt hoeven te worden. Binnen het plangebied komen voldoende parkeerplaatsen voor alle woningen. In het geval van 6 starterswoningen en 2 seniorenwoningen gaat het om 14 benodigde parkeerplaatsen. De gemeente verzorgt de aansluiting voor vuilwater tot aan de perceelgrens van de kavel. Op het eigen terrein moeten de toekomstige bewoners zelf zorg dragen voor de aanleg en aansluiting op deze riolering. De afvoer van het hemelwater gaat niet via het riool, dit water moet geïnfiltreerd worden per woning of (in uitzondering) als een gezamenlijke voorziening (waterretentie). Daarbij is het uitgangspunt dat 10% van het bruto oppervlakte van de locatie (is 260 m2): beschikbaar moet zijn voor waterinfiltratie (conform: Gemeentelijk Rioleringsplan Oude IJsselstreek 2017-2020).

Aanmeldnotitie vormvrije m.e.r. beoordeling 't Kuipje Breedenbroek

14

Het nieuwe trapveld komt ten noorden van Den Dam op een stuk agrarische grond. Er komen net als bij het huidige trapveld alleen doelen en een omheining te staan en de grond wordt geëgaliseerd. Rondom het nieuwe trapveld blijven de bestaande groenstructuren bestaan.

Locatie nieuw trapveld

Aanmeldnotitie vormvrije m.e.r. beoordeling 't Kuipje Breedenbroek

15

Potentiële effecten Bodem De Wet Bodembescherming (Wbb) schrijft voor dat moet worden nagegaan of er mogelijk sprake is van bodemverontreiniging. Bij functiewijzigingen en nieuwe ontwikkelingen dient daarom te worden bekeken of de bodemkwaliteit past binnen het toekomstige gebruik van de bodem en of deze optimaal op elkaar kunnen worden afgestemd. Bij een aanvraag omgevingsvergunning dient middels een rapportage NEN 5740 aangetoond te worden dat de bodem geschikt is voor de gevraagde functie.

Toetsing van de ontwikkeling Door Montferland Milieu B.V. is een verkennend bodemonderzoek voor het projectgebied uitgevoerd (projectnummer MM21002, 1 februari 2021, zie bijlage 1). Uit het uitgevoerde bodemonderzoek kan het volgende worden geconcludeerd: -

-

-

-

Tijdens het veldwerk is de opgeboorde grond zintuiglijk beoordeeld op de mogelijke aanwezigheid van bodemverontreiniging. Hierbij zijn geen indicaties waargenomen die hierop duiden. De aangetroffen licht verhoogde gehalten in de grond en in het grondwater vormen geen belemmering voor het toekomstige gebruik. In geen van de geanalyseerde parameters in zowel grond als grondwater is de waarde voor nader onderzoek (tussenwaarde) en/of de interventiewaarde overschreden. Uit de onderzoeksresultaten kan geconcludeerd worden dat er op de locatie geen ernstige bodem- of grondwaterverontreinigingen aanwezig zijn. De vastgestelde waarden overschrijden enkel de achtergrond- en/ of streefwaarde, wat duidt op enkel lichte verontreinigingen. De tevoren gestelde hypothese ‘De gehele onderzoekslocatie B kan op basis van het vooronderzoek als niet-verdacht worden beschouwd’ dient formeel gezien te worden verworpen. De verhogingen in de grond en in het grondwater zijn echter gering en kunnen als niet significant beschouwd worden. Uit milieukundig oogpunt is er geen bezwaar tegen de voorgenomen bestemmingsplanwijziging, aangezien de vastgestelde verontreiniging geen risico's voor de volksgezondheid opleveren. De bodem wordt geschikt geacht voor het huidige en toekomstige gebruik.

Aanmeldnotitie vormvrije m.e.r. beoordeling 't Kuipje Breedenbroek

16

-

De kwaliteit van grond is getoetst aan het ‘Tijdelijk handelingskader voor hergebruik van PFAS-houdende grond en baggerspecie’ (Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat, kenmerk: IENW/BSK2020/126356, d.d. 2 juli 2020) landbodem generiek: De kwaliteit van de bovengrond voldoet aan de eisen voor klasse ‘achtergrondwaarde’ en is vrij toepasbaar.

Geluid Bij het opstellen van ruimtelijke plannen voor geluidgevoelige bestemmingen (zoals woningen) is de Wet geluidhinder van toepassing. De Wet geluidhinder kent drie geluidbronnen waar geluidzones voor gelden: railverkeerslawaai, wegverkeerslawaai en industrielawaai. Wanneer een ontwikkeling in een zone valt zoals aangegeven in de Wet geluidhinder, moet akoestisch worden aangetoond dat aan de grenswaarden in deze wet wordt voldaan. Wordt niet voldaan aan deze grenswaarden, dan hebben Burgemeester en Wethouders onder voorwaarden de mogelijkheid hogere grenswaarden vast te stellen. Hierbij wordt een procedure doorlopen die aan de eisen van de Wet geluidhinder moet voldoen.

Toetsing van de ontwikkeling De ontwikkeling betreft het vestigen van een nieuwe woning of ander geluidgevoelig gebouw. De Wet geluidhinder is daarmee van toepassing. Railverkeerslawaai In de omgeving van het plan bevindt zich geen spoorweg. Het onderdeel railverkeerslawaai van de Wet geluidhinder is niet van toepassing. Industrielawaai In de omgeving van het plan bevindt zich geen gezoneerd industrieterrein. Het onderdeel industrielawaai van de Wet geluidhinder is niet van toepassing. Verkeerslawaai In de omgeving van het plan bevinden zich wegen met een wettelijk zone. Den Dam is een 50/60 km/uur weg met een zonebreedte van 200 meter. De N317 is een 80 km/uur weg met een zonebreedte van 200 meter. De geplande woningbouw ligt in de zone van deze wegen. Voor een ontwikkeling binnen de zone van wegen moet akoestisch onderzoek aantonen dat het verkeerslawaai op de gevel van (bijvoorbeeld) de woning voldoet aan de grenswaarde uit de Wet geluidhinder. Voor woningen en andere geluidsgevoelige gebouwen binnen een zone geldt een voorkeurswaarde van ten hoogste 48 dB.

Aanmeldnotitie vormvrije m.e.r. beoordeling 't Kuipje Breedenbroek

17

Voor wegen met een maximumsnelheid van 30 km/uur geldt geen wettelijke geluidzone. Dit is van toepassing op de Terborgseweg binnen de kom. Munsterhuis geluidadvies heeft akoestisch onderzoek uitgevoerd voor wegverkeer (26 februari 2021, kenmerk B01.21.002-RM, projectnummer 21.002, zie bijlage 2). De gevelbelastingen van de wegen in de nabijheid zijn met verkeersgegevens van de gemeente en de provincie voor het maatgevende jaar 2031 berekend.Voldaan wordt aan de grenswaarde 48 dB. Een hogere waarde op grond van de Wet geluidhinder is niet aan de orde. Aanvullend is vanuit een goede ruimtelijke ordening de cumulatieve geluidbelasting van de wegen in de directe omgeving berekend. Het Bouwbesluit vereist een minimale geluidwering van 20 dB. Om te voldoen aan het binnenniveaus van 33 dB mag de gevelbelasting niet meer dan 53 dB bedragen. Op een aantal geveldelen bedraagt de gevelbelasting 54 dB en op een geveldeel 56 dB. Met HR++ glas en goede kierdichting kan voldaan worden aan het gewenste binnenniveau. Wanneer een ruimte niet op een geluidluwe gevel geventileerd kan worden is een susrooster een optie. Met deze maatregelen is een binnenniveau van 33 dB goed te realiseren. Aanvullend onderzoek is daarom niet nodig.

Bedrijven en milieuzonering Zowel de ruimtelijke ordening als het milieubeleid stellen zich ten doel een goede kwaliteit van het leefmilieu te handhaven en te bevorderen. Dit gebeurt onder andere door milieuzonering. Onder milieuzonering wordt verstaan: het aanbrengen van een voldoende ruimtelijke scheiding tussen milieubelastende bedrijven of inrichtingen enerzijds en milieugevoelige functies als wonen en recreëren anderzijds. De ruimtelijke scheiding bestaat doorgaans uit het aanhouden van een bepaalde afstand tussen milieubelastende en milieugevoelige functies. Die onderlinge afstand moet groter zijn naarmate de milieubelastende functie het milieu sterker belast.

Milieuzonering heeft twee doelen: -

het voorkomen of zoveel mogelijk beperken van hinder en gevaar bij woningen en andere gevoelige functies; het bieden van voldoende zekerheid aan bedrijven dat zij hun activiteiten duurzaam onder aanvaardbare voorwaarden kunnen uitoefenen.

Voor het bepalen van de aan te houden afstanden wordt in eerste instantie doorgaans de VNG-uitgave 'Bedrijven en Milieuzonering' uit 2009 gehanteerd, waarin richtafstanden voor de ruimtelijk relevante milieuaspecten geur, stof, geluid en gevaar zijn opgenomen.

Aanmeldnotitie vormvrije m.e.r. beoordeling 't Kuipje Breedenbroek

18

Toetsing van de ontwikkeling In de nabijheid bevindt zich een installatiebedrijf aan den Dam 41A. De richtafstand voor geluid bedraagt 30 meter. De werkelijke afstand bedraagt ongeveer 26 meter. Er is hier sprake van een historisch gegroeide situatie, waarbij al woningen aanwezig zijn binnen richtafstand van 30 meter. Het bedrijf is niet zodanig milieuhinderlijk dat dat dit een belemmering voor de ontwikkeling betekent. Mede met inachtneming van de geldende normen uit de milieuwetgeving bestaat er in dat geval voldoende garantie voor een aanvaardbaar woon- en leefklimaat.

Luchtkwaliteit Het wettelijk stelsel voor luchtkwaliteitseisen is geregeld in hoofdstuk 5, titel 5.2 van de Wet milieubeheer en onderliggende algemene maatregelen van bestuur en ministeriële regelingen. Luchtkwaliteitseisen vormen geen belemmering voor ruimtelijke ontwikkelingen indien: -

er geen sprake is van feitelijke of dreigende overschrijding van de grenswaarde; een project, al dan niet per saldo, niet leidt tot een verslechtering van de luchtkwaliteit; een project 'niet in betekenende mate' bijdraagt aan de luchtverontreiniging; een project is opgenomen in een regionaal programma van maatregelen of in het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL).

Toetsing van de ontwikkeling De beoogde ontwikkeling leidt vanwege de zeer geringe omvang niet tot een verslechtering van de luchtkwaliteit. De grens voor 'niet in betekende mate' ligt bij woningbouwprojecten op 1.500 woningen. Luchtkwaliteit is daarmee geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van het project.

Geur Nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen dienen te worden getoetst aan de normen uit de Wet geurhinder en Veehouderij. Als gevolg van deze wet worden normen gesteld voor de bouw van nieuwe geurgevoelige objecten (zoals woningen). Er dient voor deze objecten sprake te zijn van een goed woon- en leefklimaat. Daarnaast mag geen inbreuk ontstaan op de milieuruimte van omliggende veehouderijen.

Aanmeldnotitie vormvrije m.e.r. beoordeling 't Kuipje Breedenbroek

19

Toetsing van de ontwikkeling Een woning is een geurgevoelig object. De dichtstbij gelegen agrarische activiteiten liggen op meer dan 300 meter afstand. Daarmee wordt ruimschoots voldaan aan de toetsafstanden voor geur van veehouderijen. Geur is daarmee geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van het project.

Externe veiligheid Sommige activiteiten brengen risico's op zware ongevallen met mogelijk grote gevolgen voor de omgeving met zich mee. Externe veiligheid richt zich op het beheersen van deze risico's. Het gaat daarbij om onder meer de productie, opslag, transport en het gebruik van gevaarlijke stoffen. Risicovolle (Bevi-)inrichtingen Voor (de omgeving van) de meest risicovolle bedrijven is het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi) van belang. Het Bevi legt veiligheidsnormen op aan bedrijven die een risico vormen voor mensen buiten de inrichting. Het Bevi is opgesteld om de risico's, waaraan burgers in hun leefomgeving worden blootgesteld vanwege risicovolle bedrijven, te beperken. Het besluit heeft tot doel zowel individuele als groepen burgers een minimaal (aanvaard) beschermingsniveau te bieden. Via een bijhorende ministeriële regeling (Revi) worden diverse veiligheidsafstanden tot kwetsbare en beperkt kwetsbare objecten gegeven. Aanvullend op het Bevi zijn in het Vuurwerkbesluit en het Activiteitenbesluit (Besluit algemene regels inrichtingen milieubeheer) veiligheidsafstanden genoemd die rond minder risicovolle inrichtingen moeten worden aangehouden.

Vervoer gevaarlijke stoffen door buisleidingen Met betrekking tot het beleid en de regelgeving voor het vervoer van gevaarlijke stoffen door buisleidingen is het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb) en de Structuurvisie buisleidingen van belang. Deze structuurvisie bevat een lange termijnvisie op het buisleidingentransport van gevaarlijke stoffen. Het Bevb en de bijbehorende Regeling externe veiligheid buisleidingen (Revb) zijn op 1 januari 2011 in werking getreden. Het Bevb regelt onder andere welke veiligheidsafstanden moeten worden aangehouden rond buisleidingen met gevaarlijke stoffen. Vervoer gevaarlijke stoffen over weg, water en spoor Het Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt) stelt regels aan transportroutes en de omgeving daarvan. Zo moet een basisveiligheidsniveau rond transportassen (plaatsgebonden risico) en een transparante afweging van het groepsrisico worden gewaarborgd. Als onderdeel van het Bevt is op 1 april 2015 tevens het basisnet in werking getreden.

Aanmeldnotitie vormvrije m.e.r. beoordeling 't Kuipje Breedenbroek

20

Het basisnet verhoogt de veiligheid van mensen die wonen of werken in de buurt van rijksinfrastructuur (auto-, spoor- en vaarwegen) waarover gevaarlijke stoffen worden vervoerd. In de regeling ligt vast wat de maximale risico’s voor omwonenden mogen zijn. Bovendien zorgt het basisnet ervoor dat gevaarlijke stoffen tussen de belangrijkste industriële locaties in Nederland en het buitenland vervoerd kunnen blijven worden. Indien een bestemmingsplan betrekking heeft op een gebied dat geheel of gedeeltelijk gelegen is binnen 200 m van een (basisnet)transportroute voor gevaarlijke stoffen, moet in de toelichting ingegaan worden op de dichtheid van personen in het invloedsgebied van de transportroute op het tijdstip waarop het plan wordt vastgesteld.

In de wetgeving wordt onderscheid gemaakt tussen de begrippen kwetsbaar en beperkt kwetsbaar en plaatsgebonden risico en groepsrisico. Kwetsbaar en beperkt kwetsbaar Kwetsbaar zijn onder meer woningen, onderwijs- en gezondheidsinstellingen, kinderopvang- en dagverblijven en grote kantoorgebouwen (>1.500 m²). Beperkt kwetsbaar zijn onder meer kleine kantoren, winkels, horeca en parkeerterreinen. De volledige lijst wat onder (beperkt) kwetsbaar wordt verstaan is in het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi) opgenomen. Plaatsgebonden risico en groepsrisico Het plaatsgebonden risico wordt uitgedrukt in een contour van 10-6 als grenswaarde. Het realiseren van kwetsbare objecten binnen deze contour is niet toegestaan. Het realiseren van beperkt kwetsbare objecten binnen deze contour is in principe ook niet toegestaan. Echter, voor beperkte kwetsbare objecten is deze 10-6 contour een richtwaarde. Mits goed gemotiveerd kan worden afgeweken van deze waarde tot de 10-5 contour. Het groepsrisico is gedefinieerd als de cumulatieve kansen per jaar dat ten minste 10, 100 of 1.000 personen overlijden als rechtstreeks gevolg van hun aanwezigheid in het invloedsgebied van een inrichting en een ongewoon voorval binnen die inrichting waarbij een gevaarlijke stof betrokken is. Voor het groepsrisico geldt geen grenswaarde, maar een zogenaamde oriëntatiewaarde.

Daarnaast geldt voor het groepsrisico een verantwoordingsplicht.

Toetsing van de ontwikkeling Een woning is een kwetsbare object. In de omgeving zijn volgens de Risicokaart Nederland echter geen risicobronnen aanwezig, waarvan de risicocontour over de nieuwe woningen ligt. Ten noorden van het nieuwe trapveld ligt een buisleiding (N-569-72). Als onderdeel van de plantoelichting van het bestemmingsplan voor het buitengebied is voor alle relevante leidingen een berekening gemaakt van het plaatsgebonden- en groepsrisico (Omgevingsdienst Achterhoek, advies externe veiligheid Buitengebied Oude IJsselstreek, 18 januari 2017). Uit deze kwantitatieve risicoanalyse volgt dat voor alle aanwezige buisleidingen geldt dat de plaatsgebonden risicocontour 10-6 op de leiding ligt.

Aanmeldnotitie vormvrije m.e.r. beoordeling 't Kuipje Breedenbroek

21

De nieuwe woningen liggen ook ruimschoots buiten de 1% letaliteitsgrens voor buisleiding N-569-72 (binnen deze grens wordt gekeken naar de hoogte van het groepsrisico). Het trapveld is gelijk te stellen aan een sportveld, dat gezien wordt als een beperkt kwetsbaar object. Zowel de bestaande als de nieuwe locatie van het trapveld liggen binnen 200 meter van buisleiding (N-569-72). Op de nieuwe locatie ligt het trapveld wel dichterbij de leiding. Uit de uitgevoerde berekeningen voor het bestemmingsplan voor het buitengebied blijkt dat er langs geen van de aanwezige leidingen sprake is van een groepsrisico dat hoger ligt dan 10% van de oriëntatiewaarde. De verplaatsing van het trapveld binnen de onderzoekszone van 200 meter leidt niet tot andere conclusies. Externe veiligheid vormt hiermee geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan.

Waterhuishouding Bij nieuwe project moet worden onderbouwd op welke wijze rekening is gehouden met de gevolgen van het project voor de waterhuishoudkundige situatie. Het is de schriftelijke weerslag van de zogenaamde watertoets. Het project ligt in het werkgebied van waterschap Rijn en IJssel. Op hoger schaalniveau zijn met name het Nationaal Waterplan en de Europese Kaderrichtlijn Water van belang, het waterschap heeft haar beleid vastgelegd in het Waterbeheerplan 2016-2021. Belangrijkste uitgangspunt bij deze documenten is deze volgorde te hanteren: -

vasthouden-bergen-afvoeren (waterkwantiteit); voorkomen-scheiden-zuiveren (waterkwaliteit).

Aanmeldnotitie vormvrije m.e.r. beoordeling 't Kuipje Breedenbroek

22

De gemeente Oude IJsselstreek en het Waterschap Rijn en IJssel hebben een gemeentelijk waterplan opgesteld. In dit waterplan wordt een integrale visie gegeven op water in Oude IJsselstreek. Deze visie geeft een doorkijk naar de middellange termijn (circa 10 jaar) en de lange termijn (2030). Aan de visie is een uitvoeringsprogramma gekoppeld voor de korte termijn (5 jaar). Het waterplan biedt handvatten voor het opstellen van ruimtelijke plannen, voor de afstemming met rioolbeheer en geeft zo inzicht in de mogelijkheden om te komen tot een duurzaam watersysteem binnen de gemeente. Er wordt gestreefd naar een gezond, veerkrachtig, kwalitatief goed, aantrekkelijk en op de toekomst berekend watersysteem en waterketen. Naast het gemeentelijk waterplan geldt ook het gemeentelijke rioleringsplan. In het rioleringsplan wordt de ambitie uitgesproken dat bij nieuwbouw de gemeente Oude IJsselstreek wil verplichten om vuilwater en hemelwater gescheiden aan te bieden.

Toetsing van de ontwikkeling Voor de beoogde ontwikkeling is het effect op de waterhuishouding beoordeeld aan de hand van de watertoetstabel van het waterschap Rijn en IJssel.

Aanmeldnotitie vormvrije m.e.r. beoordeling 't Kuipje Breedenbroek

23

Afvalwater Er wordt een gescheiden rioolstelsel aangelegd. Hemelwater en afvalwater worden apart ingezameld. De gemeente verzorgt de aansluiting voor vuilwater tot aan de perceelgrens van de kavel. Op het eigen terrein moeten de toekomstige bewoners zelf zorg dragen voor de aanleg en aansluiting op deze riolering.

Hemelwater In het Nationaal Bestuursakkoord Water (NBW) is voor bebouwd gebied een werknorm van toepassing, waarbij de kans dat het peil van het oppervlaktewater het niveau van het maaiveld overschrijdt (inundatie) kleiner of gelijk is aan 1 x per 100 jaar (bui 100). Dit is tevens de norm waarmee het waterschap het bestaande oppervlaktewatersysteem in bebouwd gebied toetst. Waterschap Rijn en IJssel houdt daarbij rekening met een toeslag van 10% op de omvang van de gehanteerde buien vanwege de verwachte klimaatontwikkelingen. Het Waterschap Rijn en IJssel hanteert daarnaast het uitgangspunt dat een zomerse bui met een herhalingstijd van 1 keer per 10 jaar (bui 10+10%) vertraagd afgevoerd moet worden. Bij bui 100+10% mag geen wateroverlast optreden. Voor de herontwikkeling in het plangebied heeft afstemming plaatsgevonden tussen gemeente en waterschap Rijn en IJssel om te bepalen aan welke eisen het plan moet voldoen met betrekking tot het opvangen en afhandelen van hemelwater. De afvoer van het hemelwater gaat niet via het riool, dit water moet geïnfiltreerd worden per woning of (in uitzondering) als een gezamenlijke voorziening (waterretentie). Daarbij is het uitgangspunt dat 10% van het bruto oppervlakte van de locatie (is 260 m2): beschikbaar moet zijn voor waterinfiltratie (conform: Gemeentelijk Rioleringsplan Oude IJsselstreek 2017-2020).

Op basis van de stedenbouwkundige opzet neemt het verhard oppervlak toe in het plangebied: -

Circa 625 m2 openbaar toegankelijke verharding (paden, uitritten, parkeerplaatsen e.d.). Circa 475 m2 aan hoofdgebouwen. Circa 650 m2 aan overige verharding (bijbehorende bouwwerken, tuinverharding e.d.), gebaseerd op een totaal van 1.768 m2 aan woonpercelen, waarvan (na aftrek van het oppervlak aan hoofdgebouwen) naar verwachting 50% verhard wordt.

Op basis van de kaders vanuit het waterschap en de gemeente komt de benodigde waterberging (rekening houdend met vermindering door infiltratie) uit op een totaal van circa 110 m3. De gemeente geeft samen met de toekomstige bewoners invulling aan de concrete oplossingsrichting. Dit is o.a. mogelijk via de aanleg van wadi's, verbeterde infiltratie in groenstroken/bermen, waterdoorlatende verharding, grindkoffers en ondergrondse waterberging (met vertraagde afvoer).

Aanmeldnotitie vormvrije m.e.r. beoordeling 't Kuipje Breedenbroek

24

Ligging ten opzichte van water in beheer door het waterschap Direct ten noorden van de nieuwe woningen ligt de Oude Veerbeek die beheerd wordt door het waterschap. Er ligt langs deze watergang een beschermingszone van 5,0 m. Daarbij is over het algemeen de wijze waarop de watergang wordt onderhouden, richtinggevend. In dit geval wordt de watergang onderhouden met smalspoor materieel waarvoor een ruimte nodig is van 2,50 m. Momenteel is het onderhoudspad smaller, daarom is met de gemeente afgesproken dat de grens van de nieuwe woonbestemmingen 20 centimeter zuidelijker komt te liggen ten opzichte van de huidige kadastrale grens. Deze strook blijft in eigendom van de gemeente en behoudt de groenbestemming.

Ecologie Bij ruimtelijke ingrepen dient rekening te worden gehouden met de natuurwaarden ter plaatse. Per 1 januari 2017 zijn de Natuurbeschermingswet 1998, de Flora en faunawet en de Boswet opgegaan in de nieuwe Wet natuurbescherming. De Wet natuurbescherming beschermt natuurgebieden, inheemse soorten en het bosopstanden in Nederland.

Gebiedsbescherming In de Wet natuurbescherming worden de zogenoemde Natura 2000-gebieden beschermd. Natura 2000 is de overkoepelende naam voor gebieden die worden beschermd vanuit de Vogel- en Habitatrichtlijn. Volgens deze Europese richtlijnen moeten lidstaten specifieke diersoorten en hun natuurlijke leefomgeving (habitat) beschermen om de biodiversiteit te behouden. Natura 2000-gebieden kennen een zogenaamde 'externe werking'. Dit betekent dat ontwikkelingen die buiten de begrenzing van de Natura 2000-gebieden gelegen zijn, ook getoetst moeten worden of er significant negatieve effecten optreden op het betreffende gebied.

Soortenbescherming Een hoofdstuk in de Wet natuurbescherming regelt de bescherming van de in het wild voorkomende inheemse planten en dieren: de soortenbescherming. De wet richt zich vooral op het in standhouden van populaties van soorten die bescherming behoeven. In de wet zijn algemene en specifieke verboden vastgelegd ten aanzien van beschermde dier- en plantensoorten. Bekeken moet worden in hoeverre ruimtelijke plannen negatieve gevolgen hebben op beschermde dier- en plantensoorten en of er compenserende of mitigerende maatregelen genomen moeten worden. De wet geeft de mogelijkheid aan provincies om voor een bepaald aantal soorten via een verordening een algemene vrijstelling op bepaalde verbodsbepalingen te geven.

Aanmeldnotitie vormvrije m.e.r. beoordeling 't Kuipje Breedenbroek

25

Daarnaast geldt voor iedereen in Nederland altijd, dus ook los van het voorliggende beoogde ruimtelijke project, dat de zorgplicht nageleefd moet worden bij het verrichten van werkzaamheden. Voor menige soort geldt dat indien deze zorgplicht nagekomen wordt een bepaald beoogd project uitvoerbaar is.

Toetsing van de ontwikkeling Vanwege de beoogde ontwikkeling is door Econsultancy een ecologische quickscan uitgevoerd (rapportnummer 13967.001, versie D1, 19 november 2020, zie bijlage 3). Op basis van de resultaten uit de quickscan natuurtoets wordt het volgende geconcludeerd: -

-

-

De onderzoekslocatie is niet gelegen binnen een Natura 2000-gebied. Indien er sprake zou zijn van een effect, betreft dit een extern effect, zoals toenamen van geluid, trilling. licht of depositie van stikstof. Externe effecten als gevolg van de voorgenomen plannen op de onderzoekslocatie zijn, gezien de afstand (± 17 km) tot de meest nabijgelegen Natura 2000-gebieden in combinatie met de aard van de plannen (geschikt maken voor woningbouw) niet te verwachten. Op grond van de 'Handreiking woningbouw en AERIUS' (januari 2020) geldt dit voor zowel de aanlegfase als de gebruiksfase. Volledigheidshalve is een Aerius-berekening uitgevoerd (zie bijlage 4). Bij de invoer is voor de aanlegfase van het nieuwe trapveldje de emissie gelijk gesteld aan die van een tussenwoning. In de praktijk zal het aantal verkeersbewegingen voor de aanleg van het trapveldje lager zijn dan die voor een tussenwoning. Conclusie is dat er geen deposities hoger dan 0,00 mol/h/j zijn. Vervolgonderzoek in het kader van de gebiedsbeschermingsparagrafen uit de Wet natuurbescherming wordt daarmee niet noodzakelijk geacht. De onderzoekslocatie is gelegen op 150 meter afstand van een onderdeel van het Gelders Natuurnetwerk. Het Natuurnetwerk betreft in Gelderland een louter planologische bescherming van de aangewezen gebieden zelf.

Aangezien het planvoornemen niet leidt tot een wijziging van de bestemming van het aangrenzende onderdeel van het Natuurnetwerk zijn aanvullende maatregelen of aanvullend advies niet aan de orde. Voor beschermde soorten zijn overtredingen ten aanzien van de Wet natuurbescherming wegens het ontbreken van geschikt habitat, het ontbreken van sporen of vanwege een vrijstelling bij ruimtelijke ontwikkeling niet aan de orde. Wel dient de zorgplicht in acht te worden genomen ten aanzien van algemene zoogdieren en amfibieën. Hierbij dient men te voorkomen dat algemene zoogdieren of amfibieën gewond of gedood worden wanneer er gegraven gaat worden en holen beschadigd kunnen raken. Ook dient men rekening te houden met amfibieën die kunnen schuilen in de composthoop, onder de opslagunit en in de sloot. Dit kan men doen door de materialen buiten de gevoelige periode van winterrust te verwijderen.

Aanmeldnotitie vormvrije m.e.r. beoordeling 't Kuipje Breedenbroek

26

Archeologie en Cultuurhistorie Op grond van het Verdrag van Malta en de daaruit voortvloeiende Wet op de archeologische monumentenzorg, dient te worden gekeken naar de archeologische waarden in het plangebied. De gemeente Oude IJsselstreek heeft een archeologische beleidskaart vastgesteld (2014) . Wanneer het plan is gesitueerd in een gebied dat op de waardenkaart met archeologische verwachting, hoge verwachting of hoge waarde staat aangeduid, dient de initiatiefnemer een archeologisch onderzoeksrapport te overleggen waaruit blijkt of er al dan niet sprake is van archeologische waarden die worden bedreigd.

Toetsing van de ontwikkeling De locatie ligt in een gebied met een lage archeologische verwachting (categorie 7, lichtgroen in onderstaande afbeelding). Op grond hiervan is geen onderzoek noodzakelijk.

Uitsnede archeogische maatregelenkaart

Indien tijdens werkzaamheden toch archeologische resten worden aangetroffen, geldt op grond van artikel 5.10 van de Erfgoedwet een meldingsplicht. Binnen het plangebied zijn ook geen gemeentelijke of rijksmonumenten aanwezig. In het geldende bestemmingsplan zijn aan de nieuwe locatie van het trapveld twee gebiedsaanduidingen ter bescherming van houtwallen en het reliëf in het landschap, toegekend.

Aanmeldnotitie vormvrije m.e.r. beoordeling 't Kuipje Breedenbroek

27

Op basis hiervan is het niet toegestaan om de volgende activiteiten uit te voeren zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning: -

het bebossen of anderszins beplanten met houtopstanden, waaronder begrepen het kweken en telen van bomen, struiken en heesters; het aanleggen van - niet als bouwwerk aan te merken- mestbassins en silo's buiten de op de verbeelding aangegeven agrarische bouwvlakken; verlagen van de bodem en afgraven, ophogen en egaliseren van de gronden met 50 cm of meer; aanleggen en dempen van watergangen, sloten en andere waterpartijen en draineren; vellen en rooien van bomen, hakhout en andere houtopstanden en het verrichten van handelingen die de dood of ernstige beschadiging daarvan tot gevolg kunnen hebben;

Ten behoeve van de aanleg van het trapveld worden er twee doelen en een omheining geplaatst en wordt de grond geëgaliseerd. Dit laatste valt onder het derde punt uit bovenstaande opsomming. Van de overige hierboven genoemde activiteiten is geen sprake. Uit gegevens van gegevens uit het Actueel Hoogtebestand Nederland (versie 3) blijkt dat ter plaatse het hoogteverschil circa 30 centimeter bedraagt. Daarmee wordt de genoemde norm van 50 centimeter niet overschreden.

Uitsnede Actueel Hoogtebestand Nederland (versie 3) Cultuurhistorie en archeologie vormen hiermee geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan.

Aanmeldnotitie vormvrije m.e.r. beoordeling 't Kuipje Breedenbroek

28

Verkeer en parkeren Om zo goed mogelijk in het aantal benodigde parkeerplaatsen te voorzien heeft de gemeente Oude IJsselstreek een eenduidig parkeerbeleid opgesteld: Beleidskader Parkeren. Voor de parkeernormen wordt verwezen naar het gemeentelijke verkeer- en vervoerplan (GVVP). Het meest recente GVVP is opgesteld voor de periode 2010-2020.

Toetsing van de ontwikkeling De woningen worden ontsloten aan de westzijde via Den Dam. De uitritten zijn zo gesitueerd, dat er geen bomen gekapt hoeven te worden. Binnen het plangebied komen voldoende parkeerplaatsen voor alle woningen. In het geval van 6 starterswoningen en 2 levensloopbestendige woningen gaat het om 14 benodigde parkeerplaatsen. Dit totaal is berekend op basis van de geldende parkeernormen:

Woningen middeldure prijsklasse Parkeernorm

1,9

Woningen goedkope prijsklasse 1.7

Het totaal aantal benodigde parkeerplaatsen wordt deels via parkeren op eigen terrein (6) en deels via een algemeen parkeerterrein (8) binnen het plangebied opgelost. De parkeerplaatsen zijn minimaal 2,5 meter breed en 5 meter diep. Achter de parkeerplaatsen op het middenterrein ligt een weg van minimaal 6 meter breed om op een goede manier in en uit de parkeerplaats te kunnen rijden. De ligging van de parkeerplaatsen is in onderstaande afbeelding met blauw aangegeven.

Situering nieuwe parkeerplaatsen

Aanmeldnotitie vormvrije m.e.r. beoordeling 't Kuipje Breedenbroek

29

Conclusie Deze aanmeldnotitie is opgesteld om inzichtelijk te maken of belangrijke nadelige milieugevolgen door de woningbouw kunnen worden uitgesloten. Voor deze toets wordt de term vormvrije m.e.r.-beoordeling gehanteerd. De toetsing heeft plaats gevonden aan de hand van de selectiecriteria in bijlage III van de EEG-richtlijn milieueffectbeoordeling. Op grond van de inhoud van deze aanmeldnotitie is de conclusie dat belangrijke nadelige milieugevolgen zijn uitgesloten. Er is geen m.e.r. beoordeling noodzakelijk, het bevoegd gezag kan volstaan met een vormvrije-mer-beoordelingsbesluit.

Aanmeldnotitie vormvrije m.e.r. beoordeling 't Kuipje Breedenbroek

30

Bijlagen

Aanmeldnotitie vormvrije m.e.r. beoordeling 't Kuipje Breedenbroek

31

Bijlage 1 Verkennend bodemonderzoek

Aanmeldnotitie vormvrije m.e.r. beoordeling 't Kuipje Breedenbroek

32

2021 Verkennend bodemonderzoek ’t Kuipje te Breedenbroek

MM21002 Montferland Milieu B.V. 1-2-2021

Montferland Milieu B.V. Lindestraat 11 7039 AW Stokkum (Gld) Tel: 0314-640414 info@montferlandmilieu.nl www.montferlandmilieu.nl

TITELBLAD Projectnaam Projectnummer

Adres Postcode en plaats

Aanleiding

Versienummer

't-Kuipje te Breedenbroek MM21002

Den Dam (ong.) 7084 Breedenbroek

Bestemmingsplanwijziging

1

Status

Definitief

Datum

1-2-2021

Plaats

Stokkum

Opsteller

Montferland Milieu B.V.

INHOUDSOPGAVE 1.

INLEIDING ...................................................................................................................................................... 3 1.1

Achtergrond .......................................................................................................................................... 3

1.2

Kwaliteit ................................................................................................................................................ 3

1.3

Betrouwbaarheid .................................................................................................................................. 3

1.4

Onafhankelijkheid ................................................................................................................................. 3

1.5

Leeswijzer ............................................................................................................................................. 3

2.

VOORONDERZOEK ......................................................................................................................................... 4 2.1

Geraadpleegde bronnen ....................................................................................................................... 4

2.2

Huidige situatie ..................................................................................................................................... 4

2.3

Historie ................................................................................................................................................. 5

2.4

Asbest ................................................................................................................................................... 6

2.5

PFAS ...................................................................................................................................................... 6

2.6

Voorgaande onderzoeken .................................................................................................................... 6

2.7

Geohydrologie ...................................................................................................................................... 6

2.8

Locatie inspectie ................................................................................................................................... 7

2.9

Conclusie vooronderzoek ..................................................................................................................... 7

3.

HYPOTHESE EN ONDERZOEKSOPZET ............................................................................................................. 8 3.1

Hypothese ............................................................................................................................................. 8

3.2

Onderzoeksopzet .................................................................................................................................. 8

4.

RESULTATEN .................................................................................................................................................. 9 4.1

Uitvoering veldwerk.............................................................................................................................. 9

4.2

Samenstelling (meng)monsters en chemische analyses .................................................................... 10

4.3

Interpretatie analyseresultaten .......................................................................................................... 11

5.

CONCLUSIE .................................................................................................................................................. 12 5.1

Algemeen ............................................................................................................................................ 12

5.2

Conclusie en aanbevelingen ............................................................................................................... 12

BIJLAGEN BIJLAGE 1 BIJLAGE 2 BIJLAGE 3 BIJLAGE 4 BIJLAGE 5 BIJLAGE 6 BIJLAGE 7 BIJLAGE 8 BIJLAGE 9 BIJLAGE 10 BIJLAGE 11 BIJLAGE 12

Topografische kaart Kadastrale kaart met gegevens Situatietekening met monsternamepunten Boorprofielen Analysecertificaten grond Analysecertificaten grondwater Toetsingstabellen Projectfoto's Informatie vooronderzoek Onafhankelijkheidsverklaring Toegepaste normen Toelichting toetsingskader

1.

INLEIDING

1.1 Achtergrond In opdracht van initiatiefnemer heeft Montferland Milieu B.V. een verkennend bodemonderzoek verricht op twee percelen aan de Den Dam (ong.) te Breedenbroek (gemeente Oude IJsselstreek). Het bodemonderzoek is uitgevoerd in het kader van een bestemmingsplanwijziging. Het onderzoek heeft tot doel vaststellen of er een grond- of grondwaterverontreiniging aanwezig is en welke mogelijk een belemmering kan vormen. 1.2 Kwaliteit De veldwerkzaamheden zijn uitgevoerd door Montferland Milieu B.V. conform de beoordelingsrichtlijn BRL-SIKB 2000. Montferland Milieu B.V. is gecertificeerd en erkend voor het uitvoeren van milieuhygiënisch bodemonderzoek conform deze beoordelingsrichtlijn. Het toepassingsgebied van dit certificaat betreft de BRLSIKB protocollen 2001 (plaatsen handboringen en peilbuizen, nemen grondmonsters), 2002 (nemen van grondwatermonsters) en 2018 (maaiveldinspectie en monsterneming asbest in bodem). De grond- en grondwatermonsters zijn (voor)behandeld door middel van de AS3000-methode in het door de Raad voor Accreditatie erkende laboratorium Eurofins Analytico B.V. te Barneveld. Montferland Milieu B.V. werkt volgens een kwaliteitssysteem, zoals beschreven in het kwaliteitshandboek. Ons kwaliteitssysteem is gecertificeerd volgens de kwaliteitsborgingsnormen van de NEN-EN-ISO 9001:2000.

1.3 Betrouwbaarheid Het bodemonderzoek is uitgevoerd conform de Nederlandse Norm NEN5740 (NEN5740:2009+A1:2016 nl ‘Bodem - Landbodem - Strategie voor het uitvoeren van verkennend bodemonderzoek - Onderzoek naar de milieuhygiënische kwaliteit van bodem en grond’). Het vooronderzoek, dat parallel loopt aan deze norm, is uitgevoerd conform de Nederlandse Norm NEN5725 (NEN 5725:2017 nl 'Bodem - Landbodem - Strategie voor het uitvoeren van vooronderzoek bij verkennend en nader onderzoek'). Voor de monstername van grond wordt tevens aangesloten bij de informatie uit het Handelingskader Poly en Per fluor Alkyl Stoffen (PFAS, onderdeel 6 Veldwerk en Analyse) opgesteld door het Expertisecentrum PFAS. Ondanks de zorgvuldigheid waarmee het onderzoek is uitgevoerd, is het altijd mogelijk dat eventueel lokaal voorkomende verontreinigingen niet zijn ontdekt. 1.4 Onafhankelijkheid Tussen Montferland Milieu B.V. en de opdrachtgever is geen sprake van een relatie, die de onafhankelijkheid en de integriteit zouden beïnvloeden en/of haar werkzaamheden zou kunnen belemmeren. De onafhankelijkheidsverklaring van het uitgevoerde veldwerk is opgenomen in bijlage 10. De veldwerkzaamheden zijn uitgevoerd door erkende medewerker van Montferland Milieu B.V. 1.5 Leeswijzer In hoofdstuk 2 is de voorinformatie beschreven.

Aan de hand van deze gegevens is in hoofdstuk 3 de hypothese gedefinieerd en is de onderzoeksopzet vastgesteld. Hoofdstuk 4 behandelt de resultaten van het onderzoek. Ten slotte zijn in hoofdstuk 5 de conclusies en aanbevelingen gedefinieerd.

MM21002 3

2.

VOORONDERZOEK

2.1 Geraadpleegde bronnen Voor aanvang van het bodemonderzoek zijn de (historische) gegevens, die relevant zijn voor het onderzoek verzameld. In bijlage 9 is de informatie van het vooronderzoek opgenomen. Bij het vooronderzoek zijn de volgende bronnen aanvullend geraadpleegd: informatie van de gemeente/opdrachtgever informatie uit het Provinciaal informatiesysteem informatie van voorgaand onderzoek informatie van de website topotijdreis.nl informatie van de website bodemloket.nl informatie van de website DINOloket.nl informatie van de website ruimtelijkeplannen.nl locatie inspectie 2.2 Huidige situatie De onderzoekslocaties zijn gelegen aan de Den Dam (ong.) te Breedenbroek (gemeente Oude IJsselstreek). Locatie A is kadastraal bekend als gemeente GDG00, sectie R, nummer 1150. De totale onderzoekslocatie heeft een oppervlakte van circa 2.700 m2. Locatie B is kadastraal bekend als gemeente GDG00, sectie R, nummer 995. De totale onderzoekslocatie heeft een oppervlakte van circa 2.000 m2. In bijlage 1 is de topografische kaart weergegeven. Bijlage 2 bevat de kadastrale kaart met kadastrale gegevens en in bijlage 3 is de situatietekening met monsternamepunten weergegeven. De onderzoekslocaties zijn gelegen aan de rand van Breedenbroek. Locatie A is momenteel in gebruik als trapveldje. Het terrein zal gebruikt worden ten behoeve van woningbouw.

Locatie B is momenteel in gebruik ten behoeve van agrarische doeleinden. Het trapveldje wordt verplaatst naar dit weiland.

Figuur 1: Weergave ruimtelijkeplannen.nl

Figuur 2: Weergave trapveldje (locatie A)

MM21002 4

2.3 Historie Informatie van de gemeente/opdrachtgever Er zijn geen relevante gegevens van de historie van de terreinen bekend welke van invloed zouden kunnen zijn op de onderzoeksstrategie. Op de locaties hebben zich in het verleden, voor zover bekend, geen calamiteiten voorgedaan. Informatie van de website topotijdreis.nl Uit historisch kaartmateriaal is gebleken dat de locaties in het verleden altijd in gebruik is geweest ten behoeve van agrarische- /natuurdoeleinden. De onderzoekslocaties zijn nimmer bebouwd geweest. De historische kaart uit 1920 en 1950 zijn enigszins verschoven en geven geen goed beeld van de locatie.

Figuur 3: Historische kaart (1920)

Figuur 4: Historische kaart (1950)

Figuur 5: Historische kaart (1980)

Figuur 6: Historische kaart (2015)

Informatie van de website bodemloket.nl Uit informatie van het bodemloket blijkt dat er geen historische activiteiten van de percelen bekend zijn.

Figuur 7: Weergave bodemloket.nl

MM21002 5

2.4 Asbest Bij het vooronderzoek zijn geen gegevens naar voren gekomen die kunnen duiden op de aanwezigheid van asbest op of in de bodem van de onderzoekslocaties. 2.5 PFAS Er zijn geen specifieke aanwijzingen voor de aanwezigheid van PFAS ter plaatse van de onderzoekslocaties. Atmosferische depositie kan de enige (beperkte) bron van PFAS-verontreiniging zijn op de locaties. Van atmosferische depositie is bekend dat dit beperkt tot verhoogde PFAS-gehaltes voornamelijk in de bovengrond. 2.6 Voorgaande onderzoeken In 2010 is door Rouwmaat Milieutechniek Groenlo B.V. een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd op locatie A. Dit is gerapporteerd onder projectnummer: MT.20179. Destijds werden er in de bovengrond licht verhoogde gehalten aan koper en lood aangetoond. In de ondergrond werden geen verhoogde gehalten aangetoond. Het grondwater bleek licht verontreinigd met barium. In de directe omgeving van de projectlocatie zijn geen relevante bodemverontreiniging aanwezig die eventueel invloed hebben op de onderzoeksstrategie.

Figuur 8: Voorgaande onderzoeken

Figuur 9: Verontreinigingscontouren

2.7 Geohydrologie Op basis van de geologische overzichtskaarten en grondwaterkaart van Nederland kan het volgende beeld van de bodemopbouw worden geschetst. Het maaiveld bevindt zich volgens het Actueel Hoogtebestand Nederland (AHN) op een hoogte van circa 17,0 m +NAP. De gemiddelde stand van het freatisch grondwater bedraagt ± 16,0 m +NAP, waardoor het grondwater zich op ± 1,0 m -mv zou bevinden. Uit de grondwaterkaarten van TNO blijkt dat de regionale grondwaterstromingsrichting westelijk is gericht. De lokale grondwaterstromingsrichting kan plaatselijk worden beïnvloed door sloten, beken, rivieren, rioleringen, onttrekkingen e.d.

Figuur10: Weergave AHN

Figuur 11: Weergave grondwaterstromingsrichting

MM21002 6

2.8 Locatie inspectie Bij de locatie inspectie zijn geen bijzonderheden waargenomen. De onderzoekslocaties werden aangetroffen zoals op basis van het vooronderzoek kon worden verwacht.

Figuur 12: Overzichtsfoto onderzoeklocatie A

Figuur 13: Overzichtsfoto onderzoeklocatie B

2.9 Conclusie vooronderzoek Locatie A: In het verleden is reeds een bodemonderzoek op de locatie uitgevoerd. De grond hoeft alleen onderzocht te worden op PFAS. Locatie B: De onderzoekslocatie is op basis van het vooronderzoek onverdacht op het voorkomen van bodemverontreinigingen. De onderzoekslocatie is eveneens onverdacht op het voorkomen van asbest in de bodem.

MM21002 7

3.

HYPOTHESE EN ONDERZOEKSOPZET

3.1 Hypothese Op basis van de beschikbare informatie omtrent het historisch en huidig gebruik van de locatie, kan de gehele onderzoekslocatie A als niet verdacht worden beschouwd. De gehele locatie A wordt indicatief onderzocht op PFAS. Op basis van de beschikbare informatie omtrent het historisch en huidig gebruik van de locatie, kan de gehele onderzoekslocatie B als niet verdacht worden beschouwd. De gehele locatie wordt conform de strategie 'Onderzoeksstrategie voor een onverdachte locatie (ONV)' onderzocht. Hierbij wordt de grond aanvullend onderzocht op OCB, arseen en PFAS (op verzoek van de gemeente). Deze hypothese gaat ervan uit dat op een locatie geen of slechts licht verhoogde gehalten worden gemeten. 3.2 Onderzoeksopzet In de onderstaande tabellen zijn de onderzoeksopzetten weergegeven. Locatie A: Aantal boringen (excl. peilbuizen) 10 tot ± 1,0 m -mv

Aantal peilbuizen -

Analyses grond 1 * PFAS bovengrond 1 * PFAS ondergrond

Analyses water -

Aantal peilbuizen 1

Analyses grond 2 * AS3000-pakket bovengrond 1 * AS3000-pakket ondergrond

Analyses water 1 * AS3000-pakket grondwater

Locatie B: Aantal boringen (excl. peilbuizen) 8 tot ± 0,5 m -mv 2 tot ± 2,0 m -mv

AS3000-pakket grond: • Lutum en organische stof • Zware metalen (Ba, Cd, Co, Cu, Hg, Pb, Mo, Ni, Zn) • Arseen (As) • OCB (bestrijdingsmiddelen) • PCB's • Polycyclische Aromatische Koolwaterstoffen • Minerale olie (C10-40) • PFAS (Poly- en perfluoralkylstoffen) AS3000-pakket grondwater: • Zware metalen (Ba, Cd, Co, Cu, Hg, Pb, Mo, Ni, Zn) • Vluchtige aromaten (benzeen, tolueen, ethylbenzeen, xylenen, styreen, naftaleen) • Vluchtige gehalogeneerde koolwaterstoffen (vinylchloride, chloorethenen, chloormethaan, chloroform, chloorethanen, chloorpropanen en bromoform) • Minerale olie (C10-40)

Opgemerkt wordt dat de gehanteerde onderzoeksstrategie (NEN 5740) niet geschikt is om de eventuele aanwezigheid van asbest in de bodem aan te tonen. Onderzoek naar asbest in de grond dient plaats te vinden conform de NEN 5707. Uit het vooronderzoek is gebleken dat de locatie onverdacht is met betrekking tot asbest. Opgemerkt wordt dat bij de uitvoering van het veldwerk aandacht is besteed aan het eventueel zintuiglijk voorkomen van asbest op en in de bodem.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.oude-ijsselstreek.nl/api/v1/meetings/4311/documents/21661