CConstaterende datOude IJsselstreek
Koppel je AI →
Document · PDF

Juni 2023 Gewijzigde Verordening Sociaal Domein gemeente Oude IJsselstreek 2023.pdf

Raadsvergadering 29 juni 2023, gemeente Oude IJsselstreekBij agendapunt: 18: Verordening Sociaal Domein, ivm Participatiewet21.115 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

5.2

Zelfstandig en veilig wonen

5.2.1 Geschikte woning [Wmo] 1. De gemeente zorgt ervoor dat de inwoner een maatwerkvoorziening kan krijgen als het normale gebruik van zijn woning als gevolg van een beperking niet mogelijk is. De inwoner moet voldoen aan de voorwaarden genoemd in artikel 3.3.2 van deze verordening. 2. De maatwerkvoorziening houdt in dat de woning bereikbaar, toegankelijk en bruikbaar wordt gemaakt. Dit kan gebeuren door de woonkamer, slaapkamer, keuken, badkamer, berging en de gang(en), hal of overloop in de woning bouwkundig aan te passen. 3. Als de woning van de inwoner niet of slechts tegen zeer hoge kosten aangepast kan worden, dan zal de gemeente van de inwoner verwachten dat hij verhuist naar een geschikte(re) woning, als deze beschikbaar is. De huidige woning wordt dan niet door de gemeente aangepast. De gemeente heeft hiervoor nadere regels vastgelegd in het besluit sociaal domein. 4. De gemeente zorgt voor een tegemoetkoming in de verhuis- en herinrichtingskosten als de inwoner verhuist naar een geschikte(re) woning en daarbij voldoet aan de voorwaarden genoemd in artikel 3.3.2 van deze verordening. De gemeente heeft voor deze voorwaarden nadere regels vastgelegd in het besluit sociaal domein. 5. De tegemoetkoming in de verhuis- en herinrichtingskosten als de inwoner verhuist naar een geschikte(re) woning bedraagt maximaal € 1.524,50 (NIBUD prijzengids).

De kosten van herinrichting zijn de kosten van vloerbedekking, gordijnen, vitrages, behang en verf.

Verordening Sociaal Domein Oude IJsselstreek 2023

20

5.2.2 Een schone en leefbare woning [Wmo] 1. De gemeente zorgt ervoor dat de inwoner een maatwerkvoorziening kan krijgen als hij als gevolg van een beperking zijn woning niet schoon en leefbaar kan houden. De inwoner moet daarbij voldoen aan de voorwaarden genoemd in artikel 3.3.2 van deze verordening. 2. De maatwerkvoorziening houdt in dat de woonkamer, slaapkamer, keuken, badkamer (de leefruimten) en de gang(en) tussen die ruimten voor zover nodig regelmatig schoongehouden worden. Ook het aanbrengen van structuur in de huishouding, het doen van boodschappen, het zorgen voor eten en drinken, en het wassen, drogen en strijken van kleding, bedden- en linnengoed kan deel uitmaken van de maatwerkvoorziening. 3. Als er in het huishouden van de inwoner minderjarige kinderen zijn, dan bestaat de maatwerkvoorziening ook uit het overnemen van de noodzakelijke zorg voor deze kinderen. Deze hulp is vooral bedoeld om de periode tot er andere hulp (bv. kinderopvang) is te overbruggen. Dit beoordeelt de gemeente op basis van het normenkader uit artikel 5.1, lid 2 van deze verordening. 4. Als er in het huishouden van de inwoner volwassen en jeugdige huisgenoten zijn, dan bekijkt de gemeente welke bijdrage van deze huisgenoten verlangd kan worden. Dit beoordeelt de gemeente op basis van het normenkader uit artikel 5.1, lid 2 van deze verordening. 5.

Een schone en leefbare woning als genoemd in lid 1 betekent dat de vertrekken genoemd in lid 2 hygiënisch en veilig moeten zijn. Het huis mag niet vervuilen. 5.2.3 Beschermd wonen [Wmo] 1. De inwoner kan in aanmerking komen voor beschermd wonen indien: a. de inwoner is aangewezen op een beschermende woonomgeving, gelet op complexe problematiek; b. de complexe problematiek niet voortkomt uit een (acute) crisissituatie waarbij de gemeente nog geen indicatie voor beschermd wonen kan vaststellen; c. de maatwerkvoorziening(en) begeleiding of dagbesteding, al dan niet gecombineerd met ambulante diensten vanuit de Zorgverzekeringswet geen passende oplossing bieden; d. het beschermd wonen (mede) gericht is op het in staat stellen van de inwoner om zich op eigen kracht te handhaven in de samenleving. 2. Een beschermende woonomgeving gaat in het geval van beschermd wonen en beschut wonen gepaard met (noodzakelijk) verblijf in een accommodatie van een aanbieder waar 24-uurs toezicht en dagelijks aangewezen (geplande en ongeplande) ondersteuning wordt geboden. 3. Afhankelijk van de aard en omvang van de complexe problematiek zoals beschreven in het eerste lid onderdeel a, kan onder een beschermende woonomgeving in het geval van beschut wonen of beschermd thuis ook een woning al dan niet in de eigen omgeving worden verstaan.

Hierbij wordt het toezicht en de ondersteuning zoals beschreven in het vorige lid in de directe nabijheid geboden. 4. Doetinchem is als centrumgemeente verantwoordelijk voor de betalingen aan de aanbieders. Voor de eigen bijdrage gelden de regels uit de geldende verordening maatschappelijke ondersteuning van de gemeente Doetinchem. 5.2.4 Maatschappelijke opvang [Wmo] Voor inwoners die een maatwerkvoorziening in de vorm van maatschappelijke opvang nodig hebben, gelden de regels die zijn vastgelegd in de geldende verordening maatschappelijke ondersteuning gemeente Doetinchem. De gemeente Doetinchem is als centrumgemeente verantwoordelijk voor de uitvoering van maatschappelijke opvang.

Verordening Sociaal Domein Oude IJsselstreek 2023

21

5.3

Dagbesteding en begeleiding

5.3.1 Een ingevulde dag hebben [Wmo] 1. De gemeente zorgt ervoor dat inwoners die vanwege een beperking onvoldoende in staat zijn om de dag goed in te vullen, een maatwerkvoorziening kunnen krijgen. Zij moeten wel voldoen aan de voorwaarden genoemd in artikel 3.3.2 van deze verordening. 2. De maatwerkvoorziening houdt in dat inwoners mee kunnen doen aan arbeidsmatige, recreatieve of andere begeleide groepsactiviteiten voor maximaal 9 dagdelen per week. 3. De gemeente kan indien nodig het vervoer naar de maatwerkvoorziening organiseren. 5.3.2 Veiligheid bij deelname aan de samenleving [Wmo] 1. De gemeente zorgt ervoor dat inwoners die hulp nodig hebben om veilig de dag door te komen, een maatwerkvoorziening kunnen krijgen. Zij moeten wel voldoen aan de voorwaarden genoemd in artikel 3.3.2 van deze verordening. 2. De maatwerkvoorziening houdt in dat inwoners begeleid worden. De begeleiding kan een-op-een of in een groep plaatsvinden. Het betekent, dat de begeleider toezicht houdt op de dagelijkse gang van zaken en de inwoner helpt om op een goede manier met zijn omgeving te communiceren. De begeleider kan ook helpen bij normale (dagelijkse) activiteiten, zoals het structureren van de dag, het doen van de administratie en het beheren van de financiën.

5.4

Meedoen aan de samenleving

5.4.1 Verplaatsen in en om de woning [Wmo] 1. De gemeente zorgt ervoor dat inwoners die zich vanwege een beperking niet voldoende kunnen verplaatsen in en om de woning, een maatwerkvoorziening kunnen krijgen. 2. De maatwerkvoorziening houdt in dat de inwoner een rolstoel kan krijgen die geschikt is voor dagelijks zittend en permanent gebruik door de inwoner. 5.4.2 Verplaatsen dichtbij huis [Wmo] 1. De gemeente zorgt ervoor dat inwoners die vanwege een beperking onvoldoende mogelijkheden hebben om binnen redelijke grenzen contact met anderen te hebben, hulp-op maat kunnen krijgen. Zij moeten wel voldoen aan de voorwaarden genoemd in artikel 3.3.2 van deze verordening. 2. De maatwerkvoorziening houdt in dat inwoners geholpen worden bij het vervoer dicht bij huis zodat ze mee kunnen doen met recreatieve, maatschappelijke en religieuze activiteiten en zelf de dagelijkse boodschappen kunnen doen. Die hulp kan bestaan in het aanbieden van: a. de mogelijkheid om te reizen met collectief taxivervoer (ZOOV); b. een taxi; c. een scootmobiel, of d. het gebruikmaken van een ander vervoermiddel. 3. Het moet gaan om: a. het zich verplaatsen rondom de woning; b. het zich verplaatsen over een redelijke afstand bij huis; of c. het zich verplaatsen over reguliere verharde paden en wegen. 4.

Om collectief taxivervoer voor inwoners die dat nodig hebben beschikbaar en betaalbaar te houden kijkt de gemeente eerst of een vervoersvraag opgelost kan worden met collectief taxivervoer, voordat andere een maatwerkvoorziening voorzieningen aan de orde kunnen komen.

Verordening Sociaal Domein Oude IJsselstreek 2023

22

5.5

Weigeringsgronden

[Wmo] Geen maatwerkvoorziening wordt verstrekt als: a. de inwoner de gevraagde voorziening voor de melding heeft gerealiseerd of geaccepteerd, tenzij er sprake is van een acute noodsituatie waardoor het voor de inwoner dringend noodzakelijk was de voorziening te treffen; b. de inwoner de gevraagde voorziening na de melding en vóór datum van het besluit van de gemeente heeft gerealiseerd of geaccepteerd, tenzij de gemeente daarvoor schriftelijk toestemming heeft gegeven of de gemeente de noodzaak en passendheid van de voorziening en de gemaakte kosten achteraf nog kan beoordelen.

5.6

Mantelzorg (betekenisvolle naaste)

5.6.1 Ondersteuning en waardering mantelzorger [Wmo] 1. Voor inwoners die een betekenisvolle naaste zijn en mantelzorg geven, is er vrij toegankelijke advies of hulp beschikbaar. De gemeente kan indien nodig ook een maatwerkvoorziening voor de hulpontvangende inwoner beschikbaar stellen. 2. De gemeente waardeert de inzet van mantelzorgers voor inwoners met een chronische ziekte, lichamelijke of geestelijke beperking. Daarom stelt de gemeente jaarlijks een mantelzorgwaardering vast. Het doel van de mantelzorgwaardering is om waardering uit te spreken voor hun inzet en het belang van mantelzorgers voor de samenleving te onderstrepen. 5.6.2 Voorwaarden mantelzorgwaardering [Wmo] 1. Mantelzorgwaardering kan worden aangevraagd door de inwoner die mantelzorg ontvangt of door de mantelzorger zelf. Er moet voldaan zijn aan de volgende voorwaarden: a. De hulpontvanger is een inwoner van de gemeente Oude IJsselstreek; b. De mantelzorg wordt op vrijwillige basis, zonder dat daarvoor wordt betaald, verleend vanwege een tussen de personen bestaande sociale relatie (bijvoorbeeld familie, vrienden of buren). 2. De gemeente maakt jaarlijks via de gemeentepagina in het huis-aan-huis-blad bekend op welke wijze mantelzorgers worden gewaardeerd, hoe de waardering aangevraagd kan worden en voor wanneer de aanvraag ingediend moet zijn. 3.

Een mantelzorger kan één keer per jaar voor één hulpontvangende inwoner mantelzorgwaardering ontvangen. 4. Een mantelzorger die mantelzorg verleende aan een hulpontvangende inwoner die in de loop van het jaar is overleden, komt in dat kalenderjaar nog in aanmerking voor mantelzorgwaardering.

Verordening Sociaal Domein Oude IJsselstreek 2023

23

6.

De vorm van de hulp

De hulp die de gemeente geeft is in principe ‘in natura’: de gemeente zorgt ervoor dat er hulp wordt ingezet. Dat kan in de vorm van een dienst zijn (bijvoorbeeld hulp in de huishouding), maar het is ook mogelijk dat er een product wordt gegeven (bijvoorbeeld een rolstoel). In bepaalde gevallen kan de hulp in de vorm van geld worden gegeven (inkomenstoeslag) of als een persoonsgebonden budget. In dit hoofdstuk is geregeld op welke manier de gemeente de hulp geeft. Ook is geregeld wanneer de gemeente een financiële bijdrage aan de inwoner kan vragen. Kernwaarden:  De gemeente versterkt de zelfredzaamheid van de inwoner.  De inwoner is zelf verantwoordelijk, de gemeente helpt als dat nodig is.  De eigen mogelijkheden en het sociale netwerk van de inwoner gaan voor.  De gemeente stemt de hulp af op de inwoner.  De gemeente maakt de hulp makkelijk bereikbaar.

6.1

Hulp in natura

[Jeugdwet, Wmo, Gemeentewet] 1. De inwoner die hulp van de gemeente krijgt, ontvangt hulp in natura (een dienst of een product), tenzij in de wet of in deze verordening anders is bepaald. Een product wordt in de regel in bruikleen verstrekt. 2. De gemeente zorgt ervoor dat de leverancier van een product de inwoner voldoende helpt om het product goed te kunnen gebruiken. 3. De gemeente zorgt ervoor dat de leverancier van een product de wettelijke bepalingen over de garantie naleeft. 4. De leverancier informeert de inwoner over alles wat van belang is om te weten over de dienst of het product.

6.2

Hulp in geld

[Wmo, Gemeentewet, Awb] De inwoner die hulp van de gemeente krijgt ontvangt hulp in de vorm van geld, als dat in de wet of in deze verordening zo is bepaald.

6.3

Persoonsgebonden budget

6.3.1 Voorwaarden [Jeugdwet, Wmo] 1. In plaats van hulp in natura kan de inwoner een persoonsgebonden budget (pgb) krijgen als het om hulp uit de Wmo 2015 of jeugdhulp gaat en voldaan is aan de voorwaarden die de Wmo 2015 en de Jeugdwet stellen. 2. Om gebruik te kunnen maken van een pgb dient de inwoner een pgb-plan op te stellen. 3. Het pgb is bedoeld voor hulp, maar kan niet aan alle kosten die daarmee te maken hebben worden besteed. Het pgb kan niet besteed worden aan: a. kosten voor bemiddeling, tussenpersonen of belangenbehartigers. Uitgezonderd zijn de bemiddelingskosten uit artikel 6.3.2; b. het voeren van een pgb-administratie; c. ondersteuning bij het aanvragen en beheren van een pgb-administratie; en d. kosten voor een feestdagenuitkering aan de hulpverlener(s). 4. De gemeente verstrekt geen pgb in de volgende situaties: a. De kosten zijn gemaakt vóórdat de aanvraag is ingediend en het is niet meer na te gaan of die hulp nodig was. De gemeente maakt een uitzondering voor acute situaties. b. Voorzieningen waarvoor een vrij toegankelijke voorziening aanwezig is. c. Uit het door de inwoner ingediende pgb-plan blijkt niet dat de kwaliteit van de hulp voldoende gewaarborgd is. d. De inwoner kan het pgb niet zelf beheren en de beoogde pgb-beheerder is dezelfde persoon als de beoogde hulpverlener. 5.

De gemeente heeft in het besluit sociaal domein nadere regels vastgelegd over de voorwaarden van het pgb.

Verordening Sociaal Domein Oude IJsselstreek 2023

24

6.3.2 Pgb bij hulp door personen uit het sociale netwerk [Jeugdwet, Wmo] Voor de persoon die hulp verleent vanuit het sociale netwerk van de inwoner hanteert de gemeente een tarief gebaseerd op het Wettelijk minimumloon. 6.3.3 Pgb bij hulp door ZZP-er of zorgaanbieder [Jeugdwet, Wmo] De ZZP-er of zorgaanbieder die hulp geeft voldoet aan de door de gemeente gehanteerde tarieven: a. De gemeente hanteert voor hulp bij het huishouden een tarief dat maximaal 100% bedraagt van het laagste toepasselijke tarief per uur dat een door de gemeente gecontracteerde leverancier hiervoor zou hanteren. b. De gemeente hanteert voor begeleiding, persoonlijke verzorging of logeren een tarief dat maximaal 100% bedraagt van het laagste toepasselijke tarief per uur dat een door de gemeente gecontracteerde leverancier hiervoor zou hanteren. c. Als hulp wordt geboden door een professionele aanbieder, dan geldt de voorwaarde dat deze persoon hiertoe is opgeleid en deskundigheid bezit op het gebied van de hulpvraag van de inwoner en/of zijn stoornis of beperking. 6.3.4 Hoogte en tarief pgb [Jeugdwet, Wmo] 1. Het pgb wordt door de medewerker vastgesteld aan de hand van een plan over de besteding van het pgb dat de inwoner heeft gemaakt (pgb-plan). Het plan moet goedgekeurd zijn door de medewerker. 2.

Het pgb wordt gebaseerd op een offerte voor de aangegeven kosten én op basis van de kosten die de gemeente gemaakt zou hebben als er hulp in natura zou zijn verstrekt. Gaat het om een product, dan houdt de gemeente bij de hoogte van het pgb rekening met een reële termijn voor de technische afschrijving en met de onderhouds- en verzekeringskosten. 3. De gemeente staat het niet toe dat een pgb als “maandloon-optie” wordt ingezet. 4. De gemeente stelt het tarief voor hulp door iemand uit het sociale netwerk vast op het goedgekeurde tarief uit artikel 6.3.2 van deze verordening. 5. Als de hulp wordt gegeven door een bloed- of aanverwant in de eerste of tweede graad, wordt dit altijd als hulp door iemand uit het sociale netwerk gezien. Wordt de hulp gegeven door een ander uit het sociale netwerk die beroepsmatig als ZZP-er de hulp verleent, dan gelden de regels voor beroepsmatig verleende hulp. 6. De gemeente hanteert voor een pgb voor vervoer (inclusief rolstoelvervoer) om deel te nemen aan groepsondersteuning een vast tarief. Dit tarief is gebaseerd op het laagste toepasselijke tarief per uur dat een door de gemeente gecontracteerde leverancier hiervoor zou hanteren. 7. De gemeente kan de pgb-tarieven jaarlijks indexeren conform de indexering van de zorg in natura tarieven. 8.

De gemeente heeft nadere regels in het besluit sociaal domein vastgelegd over de hoogte en het tarief van het pgb en het format van het pgb-plan. 6.3.5 Verantwoording pgb [Jeugdwet, Wmo] De gemeente kan de inwoner vragen om duidelijk te maken hoe het pgb is besteed en welke resultaten de hulp voor de inwoner heeft gehad.

Tegemoetkoming meerkosten persoon met beperking of chronische problemen 6.4

6.4.1 Voorwaarden tegemoetkoming [Wmo] De gemeente kan op aanvraag aan personen met een beperking of chronische psychische of psychosociale problemen een tegemoetkoming verstrekken ter ondersteuning van de zelfredzaamheid en participatie. Hierbij gelden de volgende voorwaarden: a. een inwoner kan geen gebruik maken van vrij toegankelijke hulp, een algemeen gebruikelijke of maatwerkvoorziening om de betreffende beperking te compenseren.

Verordening Sociaal Domein Oude IJsselstreek 2023

25

b. er zijn extra kosten verbonden aan de ziekte of beperking.

Verordening Sociaal Domein Oude IJsselstreek 2023

26

6.4.2 Mogelijke tegemoetkoming [Wmo] 1. De gemeente verstrekt een tegemoetkoming in de kosten voor taxi en rolstoeltaxi wanneer het collectief taxivervoer (ZOOV) en andere voorliggende vervoersvoorzieningen niet toereikend zijn. a. De hoogte van de tegemoetkoming wordt vastgesteld in het Besluit Sociaal Domein. b. Het normbedrag is van toepassing voor het gebruik van een (eigen) auto of vervoer door derden; voor het gebruik van een bruikleenauto en voor het gebruik van een (rolstoel)taxi. c. Wanneer de tegemoetkoming wordt toegekend aan beide gehuwden of samenwonende partners dan bedraagt de tegemoetkoming 75% per persoon van het onder a genoemde bedrag. d. De gemeente kan de tegemoetkoming voor meerkosten evenredig bijstellen indien de inwoner een lagere vervoersbehoefte heeft. e. De gemeente kan de inwoner aan wie een tegemoetkoming is toegekend, verplichten een overzicht bij te houden van de gereden kilometers in het kader van de voorziening. 2. De tegemoetkoming voor: a. aanschaf en onderhoud van een sportrolstoel bedraagt maximaal het in het Besluit Sociaal Domein opgenomen bedrag. Deze tegemoetkoming wordt maximaal één keer per drie jaar verstrekt. b. het bezoekbaar maken van een woning bedraagt maximaal het in het Besluit Sociaal Domein opgenomen bedrag. Het gaat om het toegankelijk maken van de woning via de voor- of achterdeur om zo de woonkamer en toilet te bereiken.

Dit voor de inwoner die in het weekend naar huis gaat. 3. De tegemoetkoming die de gemeente aan een inwoner kan verstrekken is niet altijd kostendekkend.

6.5

Wat is de bijdrage in de kosten?

[Wmo] 1. De gemeente kan voor een aantal voorzieningen aan de inwoner een bijdrage in de kosten vragen. Dat kan bij de volgende maatwerkvoorziening: a. het schoon en leefbaar houden van een woning (hulp in de huishouding); b. het aanpassen van een woning (woonvoorzieningen); c. het op een verantwoorde manier kunnen deelnemen aan de samenleving (begeleiding); d. een ingevulde dag hebben (dagbesteding); e. het wonen in een beschermde woonomgeving f. het zich kunnen verplaatsen dichtbij huis (niet voor een rolstoel). 2. De gemeente zorgt ervoor, dat de wettelijke regels voor het vaststellen van een bijdrage in de kosten worden toegepast. Een bijdrage is nooit hoger dan de feitelijke kosten van de maatwerkvoorziening. 3. De bijdrage in de kosten wordt vastgesteld conform het Uitvoeringsbesluit Wmo 2015. 4. De inwoner die tegen Wmo-tarief gebruik maakt van het collectief taxivervoer is aan de gemeente een jaarlijkse ritbijdrage verschuldigd. De hoogte van deze bijdrage wordt vastgelegd in het Besluit Sociaal Domein.

Verordening Sociaal Domein Oude IJsselstreek 2023

27

7.

Werk en Participatie

STOER geeft namens de gemeente Oude IJsselstreek uitvoering aan een aantal activiteiten die behoren tot de werkzaamheden op grond van de Participatiewet. Zij doet dit binnen de visie die beschreven is in de Transformatie in de kijk op werk. De gemeente Oude IJsselstreek voert binnen deze visie een aantal activiteiten uit die conform de huidige Participatiewet aan een gemeente zijn voorbehouden. Onze dienstverlening kent de volgende uitgangspunten: Wij werken vanuit het gezichtspunt van de inwoners Werken vanuit het gezichtspunt en de logica van de inwoners betekent, dat we aansluiten op hun leven en het lokale zorgnetwerk. Ook willen we compleet werken: behalve de Participatiewet kunnen ook schuldhulpverlening, de Wmo en Jeugdhulp oplossingen geven. Dit betekent ook dat een inwoner altijd een beroep kan doen op ons voor ondersteuning. Het maakt niet uit of iemand wel of niet tot de “doelgroep” behoort. Bij de inzet van voorzieningen zoals beschreven in dit hoofdstuk, houden we wel rekening met de geldende wetgeving en financiën. Wij schenken veel aandacht aan de bejegening van onze inwoners Dit betekent voor ons werken vanuit vertrouwen, ons “gezond Achterhoeks verstand” en een positieve grondhouding. Voor ons is ieder mens waardevol en heeft recht op een respectvolle ontvangst. We noemen dat bejegening.

Wij willen dat onze inwoners zich gehoord, gezien en welkom voelen wanneer ze contact met ons hebben. We kennen onze inwoner Onze ervaring is dat mensen in beweging komen en blijven op het moment dat er aandacht is voor hen als persoon en hun omstandigheden. Daarom helpen we de inwoner bij het in kaart brengen van zijn kansen en mogelijkheden. We ondersteunen bij het opstellen van een persoonlijk ontwikkelplan en begeleiden daarna de vervolgstappen. De werkgever geeft werk en wij faciliteren Wij geloven dat starten met werk de juiste volgorde is. Van daaruit gaan we kijken wat er nodig is om dat werk te behouden en om verder te ontwikkelen. Werk kan in dit kader voor de één een betaalde baan zijn en voor de ander een vorm van dagbesteding. Wij zien voor onszelf met name een rol weggelegd in het met elkaar in contact brengen van de werkzoekende inwoner en werkgever. Samen met de werkgever en de inwoner overbruggen we het verschil tussen de benodigde en de aanwezige kwaliteiten van de inwoner. We stimuleren de inwoner om zich te ontwikkelen en indien nodig faciliteren we dat. Werk moet lonen Inzet dient beloond te worden. Bij belonen gaat het voor een deel om financieel voordeel, maar nog meer gaat het om de waardering. Kansen voor persoonlijke ontwikkeling horen bij deze beloning.

We blijven de voortgang volgen ook als de inkomensvoorziening beëindigd is Dit betekent dat we met de inwoner (en eventueel de werkgever) afspraken maken. Nadat de inkomensvoorziening is gestopt, blijven we in contact om te kijken hoe het gaat op de werkplek. Indien nodig helpen we door de inzet van voorzieningen zoals beschreven in dit hoofdstuk. De werkgever is daar eerst verantwoordelijk voor. Wederkerigheid in plaats van tegenprestatie Wij gaan ervan uit dat mensen waarde toevoegen omdat ze waardevol zijn. Dus vragen wij van onze inwoners dat zij maatschappelijk actief zijn. We doen dat vanuit een positieve gedachte en niet als een soort straf voor het hebben van een inkomensvoorziening. Daarnaast verwachten we van werkgevers dat zij zich ook Inspannen om onze inwoners op te nemen in hun organisatie. We staan in verbinding met onze omgeving

Verordening Sociaal Domein Oude IJsselstreek 2023

28

Dit betekent dat we de inwoner niet alleen benaderen vanuit een “Participatiewet bril” maar breder kijken en indien nodig onze kennis, ervaring en voorzieningen inzetten voor inwoners die niet vallen onder de doelgroep van de Participatiewet.

7.1

Voor wie

[PW, IOAZ, IOAW] De medewerkers helpen de volgende inwoners: a. Inwoners met een gemeentelijke inkomensvoorziening. b. Inwoners met een indicatie voor beschut werk en/of opgenomen in het Doelgroepregister. c. Inwoners die geen ondersteuning kunnen krijgen van andere instanties, zoals UWV, SVB of werkgevers. Per situatie beoordeelt de medewerker of er ondersteuning wordt gegeven. d. Jongeren tot 27 jaar die geen werk en/of uitkering en geen diploma’s hebben. De medewerker helpt hen een passende (geschikte) opleiding of passend werk te vinden, of leidt hen naar hulpverlening of zorg. e. Inwoners die direct voorafgaand aan het dienstverband een gemeentelijke inkomensvoorziening ontvingen.

7.2

Inzet voorzieningen loopbaanbegeleiding

[PW, IOAZ, IOAW] 1. De medewerker bekijkt per inwoner welke ondersteuning nodig is. Daar hoort bij de mogelijkheid om een stapje terug te doen als het even wat minder gaat. 2. De medewerker biedt professionele ondersteuning. Samen met de inwoner wordt bekeken wat nodig is, wordt de inwoner begeleid en worden aanvullende voorzieningen ingezet als dat nodig is. 3. Soms is een aanvullende voorziening nodig. Dan beoordeelt de medewerker welke voorziening ingezet wordt en voor hoe lang. Daarbij kijkt de medewerker naar verschillende dingen zoals de omstandigheden van de inwoner en zijn mogelijkheden. Daarnaast wordt ook rekening gehouden met zaken zoals de zorg voor kinderen, mantelzorg, wettelijke verplichtingen en het beschikbare budget. 4. In een activiteitenplan legt de medewerker, in samenspraak met de inwoner, vast welke hulp de inwoner krijgt. In dit plan staat welke afspraken er met de inwoner zijn gemaakt. 7.2.1 Detacheringsbaan 1. De inwoner kan via STOER of een andere organisatie werken bij een werkgever. Dit heet detachering. Die detachering wordt vastgelegd in een overeenkomst tussen de betrokken partijen. 2. Het doel van een detacheringsbaan is, dat de inwoner na afloop in dienst komt van de werkgever. 3. Een voorwaarde is dat de detacheringsbaan niet leidt tot verdringing van andere werknemers bij dezelfde werkgever.

Verdringing betekent dat door de detacheringsbaan iemand anders een baan verliest. Ook moet het niet leiden tot oneerlijke concurrentie met een andere organisatie. 7.2.2 Wettelijke loonkostensubsidie 1. De medewerker geeft de werkgever een wettelijke loonkostensubsidie als de werknemer wel kan werken, maar niet het wettelijk minimumloon kan verdienen. 2. Het doel van deze subsidie is om werkgevers te stimuleren inwoners met een beperking in dienst te nemen. De subsidie geeft werkgevers een vergoeding voor productieverlies. 3. De medewerker stelt vast of het gaat om een inwoner die niet in staat is het wettelijk minimumloon te verdienen. Om te bepalen hoe productief de inwoner op de werkplek zal zijn (welke loonwaarde hij heeft), wordt een erkende methode toegepast. De loonkostensubsidie aan de werkgever wordt op deze loonwaarde afgestemd. 4. Wanneer een werkgever of werknemer een aanvraag indient voor wettelijke loonkostensubsidie bevestigt de medewerker de aanvraag schriftelijk. Wanneer een werknemer een aanvraag indient, ontvangt de werkgever ook een bevestiging. 5. Een aanvraag voor wettelijke loonkostensubsidie wordt, als de inwoner nog niet behoort tot de doelgroep, ook behandeld als een aanvraag om vast te stellen of de inwoner tot de doelgroep behoort.

Als deze aanvraag is gedaan na het begin van het dienstverband, wordt de beoordeling of de inwoner tot de doelgroep behoort gedaan door middel van de Praktijkroute.

Verordening Sociaal Domein Oude IJsselstreek 2023

29

6. De loonwaarde wordt binnen 13 weken na ontvangst van de aanvraag vastgesteld, tenzij in overleg met de werkgever forfaitaire loonkostensubsidie wordt toegekend. 7. De medewerker gebruikt bij het verstrekken van de wettelijke loonkostensubsidie het preferente proces loonkostensubsidie. Meer informatie staat op www.normaalstezaak.nl. 7.2.3 Loonkostenondersteuning 1. De medewerker kan een werkgever, die een inwoner met een kleine kans op werk een arbeidsovereenkomst aanbiedt, een tijdelijke loonkostenondersteuning geven. 2. Het doel van deze ondersteuning is om werkgevers te stimuleren inwoners met een kleine kans op werk in dienst te nemen. De extra kosten die werkgevers maken voor het begeleiden van deze inwoners worden zo vergoed. 3. De hoogte van de loonkostenondersteuning wordt door de medewerker in afstemming met de werkgever bepaald. 4. De loonkostenondersteuning is maximaal € 500,- per maand. De loonkostenondersteuning duurt maximaal 6 maanden, maar kan één keer worden verlengd met maximaal 6 maanden. 5. Onder inwoners met een kleine kans op werk wordt verstaan: een inwoner die een periode van 12 maanden of langer aangewezen is geweest op inkomensondersteuning. 6. Een voorwaarde is dat het werk niet leidt tot verdringing van andere werknemers bij dezelfde werkgever en ook niet leidt tot oneerlijke concurrentie met andere organisaties.

7.2.4 Persoonlijke ondersteuning bij werk en overige voorzieningen 1. De medewerker kan persoonlijke ondersteuning bij werk en overige voorzieningen verstrekken voor een inwoner met een arbeidsbeperking. 2. Bij toekenning van persoonlijke ondersteuning bij werk en overige voorzieningen hanteren we de volgende voorwaarden: a. de inwoner behoort tot de doelgroep van de Participatiewet en is minimaal achttien jaar oud, tenzij de inwoner VSO/PRO onderwijs heeft gevolgd; b. de inwoner kan zonder deze vorm van ondersteuning niet aan het arbeidsproces deelnemen; c. de werkgever biedt een dienstverband aan van minimaal 6 maanden met een minimale arbeidsduur van 16 uur per week; d. het betreft geen Arbo-taak waarvoor de werkgever verantwoordelijk is; e. het betreft geen meeneembare voorziening die standaard bij de werkgever gebruikt wordt of algemeen aanwezig is in een organisatie; f. er is geen sprake van een werkplekaanpassing die van de werkgever kan worden verlangd; g. de kosten van de voorziening(en) zijn proportioneel, dat wil zeggen dat de investering moet opwegen tegen de opbrengsten. 3. Een aanvraag persoonlijke ondersteuning bij werk en overige voorzieningen kan worden ingediend bij de medewerker door de inwoner of zijn werkgever. Het college kan hiervoor een aanvraagformulier vaststellen. 4. De medewerker bevestigt de ontvangst van de aanvraag. 5.

De medewerker kan een deskundig oordeel en advies inwinnen, als dit de beoordeling van een aanvraag mogelijk maakt. 6. De medewerker bepaalt, in overleg met de inwoner en indien van toepassing met de werkgever, welke ondersteuning of voorziening het beste kan bijdragen aan het goed uitvoeren van het werk van de inwoner. 7. De medewerker onderzoekt, wanneer de persoonlijke situatie van de inwoner daarom vraagt, welke mogelijkheden er zijn tot samenwerking met verschillende partijen intern en extern. Dit om de inwoner een zo goed mogelijke afgestemde integrale dienstverlening aan te kunnen bieden, met als doel de mogelijkheden tot het verrichten van werk te vergroten. 7.2.5 Hulp op de werkplek van een jobcoach of interne werkbegeleider 1. De medewerker kan een inwoner op de werkplek een externe jobcoach aanbieden, hierbij wordt gebruik gemaakt van een jobcoach van STOER of een door STOER gecontracteerde partij, als de inwoner extra begeleiding nodig heeft om zijn werk goed te kunnen doen.

Verordening Sociaal Domein Oude IJsselstreek 2023

30

2. De medewerker kan, op aanvraag, de werkgever een vergoeding geven voor begeleiding door een externe jobcoach, interne jobcoach of een interne werkbegeleider als de inwoner extra begeleiding nodig heeft om zijn werk goed te kunnen doen. 3. De aanvraag voor hulp op de werkplek van een jobcoach of interne werkbegeleider moet binnen 26 weken na de start van de arbeidsovereenkomst zijn ontvangen, tenzij op het moment van de start van de arbeidsovereenkomst de noodzaak voor ondersteuning redelijkerwijs nog niet bekend kon zijn. 4. Wanneer de aanvraag voor jobcoaching door de werkgever gedaan wordt, moet werknemer op de hoogte zijn van de aanvraag en instemmen met de inzet van jobcoaching of interne werkbegeleiding. 5. Het doel van de jobcoach of de interne werkbegeleider is om de werknemer te helpen zijn werk goed te doen en waar mogelijk zichzelf te ontwikkelen. 6. De jobcoach of interne werkbegeleiding stemt de leerdoelen met de werknemer en de werkgever af en legt dit vast in een plan van aanpak. 7. De medewerker stemt met de werkgever en werknemer de wijze waarop de ondersteuning wordt geboden, de intensiteit in duur en aantal uren af en legt dit vast in een beschikking aan de werkgever. 8. Het college kan nadere regels vaststellen met betrekking tot de eisen van het coachingsplan, welke activiteiten een jobcoach moet kunnen uitvoeren en hoe de evaluatie plaatsvindt. 9.

Een jobcoach die persoonlijke ondersteuning bij werk verzorgt moet voldoen aan het Erkennings- en intrekkingskader uitvoering persoonlijke ondersteuning van het UWV. Deze is vindbaar op www.uwv.nl. 10. Om te bepalen hoeveel uur jobcoaching in te zetten wordt gebruik gemaakt van de begeleidingsregimes van het UWV, deze staan in het protocol jobcoach 2019 artikel 2.4 te vinden op www.uwv.nl. 11. De medewerker kan van de begeleidingsregimes van het UWV afwijken en maatwerk leveren, wanneer dit aansluit bij de persoonlijke behoeften en omstandigheden van de inwoner. 7.2.6 Scholing 1. De medewerker kan een inwoner scholing aanbieden, als die scholing nodig is om de stap te zetten naar passend werk. 2. De medewerker bepaalt in afstemming met de inwoner en, indien van toepassing, de werkgever de vorm en de duur van de scholing. 7.2.7 Proefplaatsing 1. De medewerker kan een inwoner bij wijze van proef tijdelijk laten werken bij een werkgever. Dit kan met behoud van gemeentelijke inkomensvoorziening. We noemen dat een proefplaatsing. 2. Het doel van de proefplaatsing is om de werkgever en de inwoner een beeld te laten krijgen van het werk en antwoord te krijgen op de vraag of de baan geschikt is voor de inwoner. 3. De duur van de proefplaatsing is twee maanden. Wanneer de doelstellingen van de proefplaatsing nog niet behaald zijn, kan deze maximaal verlengd worden met vier maanden. 4.

Als de werkzaamheden op de proefplaats wegens ziekte worden onderbroken, dan wordt deze periode voor de toepassing van de maximale periode niet meegeteld. 5. De medewerker biedt de proefplaatsing alleen aan als: a. de werkgever de inwoner goed begeleid; b. de werkgever de intentie uitspreekt om de inwoner na een geslaagde proefplaatsing een arbeidsovereenkomst aan te bieden; c. de werkzaamheden passend zijn, gelet op de vaardigheden en capaciteiten van de inwoner d. als hierdoor de concurrentieverhoudingen niet onverantwoord worden beïnvloed en geen verdringing op de arbeidsmarkt plaatsvindt. 6. In een schriftelijke overeenkomst tussen de medewerker, de inwoner en de werkgever wordt in ieder geval opgeschreven: c. het doel van de proefplaatsing; d. de startdatum; e. de duur; f. het aantal uren werk per week; g. de wijze van begeleiding; h. de intentie van de werkgever om de inwoner een arbeidsovereenkomst aan te bieden.

Verordening Sociaal Domein Oude IJsselstreek 2023

31

7. Een proefplaatsing kan niet ingezet worden in combinatie met een dienstverband met forfaitaire loonkostensubsidie.

Verordening Sociaal Domein Oude IJsselstreek 2023

32

7.2.8 Werkervaringsplek 1. De medewerker kan een inwoner een werkervaringsplek aanbieden. 2. Het doel van een werkervaringsplek is om de inwoner arbeidsritme en werkervaring op te laten doen. Ook leert de inwoner (weer) functioneren in een arbeidsrelatie en zijn taalvaardigheden te verbeteren. De persoonlijke leerdoelen worden in samenspraak met de inwoner opgesteld. 3. De werkervaringsplek is alleen mogelijk als de werkgever de inwoner goed begeleidt tijdens de werkervaringsplek. De werkgever zorgt ervoor dat de inwoner meer inhoudelijke vaardigheden, kennis van het vakgebied of werknemersvaardigheden opdoet. 4. De werkervaringsplek heeft een maximale duur van zes maanden. Dit kan eenmalig verlengd worden met zes maanden. 5. De medewerker biedt de werkervaringsplek alleen aan als hierdoor de concurrentieverhoudingen niet onverantwoord worden beïnvloed. Ook mag er geen verdringing van vrijwilligers en/of betaalde arbeid zijn. 6. In een schriftelijke overeenkomst tussen de betrokken partijen wordt in ieder geval vastgelegd: a. het doel van de werkervaringsplek, b. de duur van de werkervaringsplek, c. de evaluatiemomenten, en d. de manier waarop er begeleid wordt. 7.2.9 Beschut werk 1. De UWV kan vaststellen of een inwoner een aangepaste werkplek en aangepast werk nodig heeft. De medewerker biedt een inwoner vervolgens een beschutte werkplek aan.

Dat is een werkplek die is aangepast aan de mogelijkheden van de medewerker. Daarbij gelden de voorwaarden die in de Participatiewet zijn genoemd. 2. Het doel van beschut werk is om inwoners een veilige werkplek te bieden. Die werkplek is veilig gemaakt voor werknemers die alleen onder aangepaste omstandigheden kunnen werken. 3. De gemeente biedt maximaal het aantal beschutte werkplekken aan, dat het Rijk de gemeente opdraagt. 4. Het kan zijn, dat een inwoner niet meteen een beschutte werkplek kan krijgen. Dat kan als de gemeente alle beschutte werkplekken voor het kalenderjaar al ingevuld heeft. De inwoner komt dan op een wachtlijst. Wel kan de gemeente de inwoner helpen om zich voor te bereiden op de beschutte werkplek. 5. De medewerker biedt de volgende mogelijkheden aan, zodat een inwoner beschut kan werken: a. aanpassing van de werkplek of de werkomgeving; b. afbakening van taken; c. aanpassingen in het werktempo, de arbeidsduur of de werkbegeleiding. 6. De medewerker kan inwoners die in aanmerking komen voor beschut werk, voorzieningen aanbieden die de stap naar beschut werk makkelijker maken. Het gaat om de volgende mogelijkheden: a. Hulp bij het invullen van de dag; b. Sociale activiteiten; c. Scholing, en; d. Hulp bij schulden. 7.2.10 Opstartpremie 1. De inwoner van 27 jaar of ouder die betaald werk gaat verrichten, heeft per dienstverband recht op een opstartpremie.

2. De premie is 250 euro. Het maakt niet uit hoeveel uren de inwoner werkt of hoe lang het dienstverband duurt. 3. De premie kan maximaal een keer per 12 maanden worden gegeven. 7.2.11 Sociale activering 1. De medewerker kan een inwoner, die een kleine kans heeft op werk, zinvolle activiteiten aanbieden die de inwoner dichter bij werk brengen. Dit heet sociale activering. 2. Het doel van sociale activering is om inwoners te helpen moeilijkheden op weg naar werk te overwinnen.

Verordening Sociaal Domein Oude IJsselstreek 2023

33

7.2.12. Participatieplaats 1.

2.

3. 4.

De medewerker kan een inwoner met een gemeentelijke uitkering die een kleine kans heeft op werk en voorlopig niet aan het werk kan, een participatieplaats aanbieden. De inwoner moet 27 jaar of ouder zijn. De participatieplaats wordt vastgelegd in een overeenkomst tussen de medewerker, de werkgever en de inwoner. Het doel van een participatieplaats is om de kans op betaald werk te vergroten. De inwoner kan langdurig met behoud van uitkering op een bepaalde werkplek werken en doet zo werkervaring op. Het moet gaan om werkzaamheden die passend zijn en speciaal voor de inwoner zijn bedacht. Een voorwaarde is dat het werk niet leidt tot verdringing van andere werknemers bij dezelfde werkgever en ook niet leidt tot oneerlijke concurrentie met andere organisaties. De inwoner kan na iedere zes maanden een premie van €100,00 ontvangen. Een voorwaarde voor de premie is dat de inwoner voldoende heeft meegewerkt aan het vergroten van zijn kans op werk. De medewerker beoordeelt dit.

7.2.13 Ondersteuning door de inzet van een vervoersvoorziening 1. De medewerker kan een vervoersvoorziening toekennen aan een inwoner die door zijn beperking niet zelfstandig naar zijn werkplek, proefplaatsing of opleiding kan reizen. Deze vervoersvoorziening kan zowel in natura als in vergoeding in geld worden verstrekt. 2. De medewerker biedt een vervoersvoorziening aan als aan de volgende voorwaarden wordt voldaan: a. de inwoner kan door zijn beperking niet zelfstandig reizen of gebruik maken van het openbaar vervoer; en b. het vervoer is beperkt tot woon-werkverkeer. 3. De hoogte van de vergoeding in geld hangt af van het aantal dagen dat moet worden gewerkt en bedraagt maximaal het in de markt reguliere tarief voor een taxi of een andere vorm van vervoer. 4. De medewerker brengt een eventueel bedrag dat versterkt wordt door de werkgever voor de vervoersvoorziening aan de werknemer, in mindering op de door de gemeente te verstrekken vervoersvoorziening. 7.2.14 Ondersteuning bij een visuele of motorische handicap. De medewerker kan een voorziening in de vorm van een intermediaire activiteit toekennen die gericht is op de vervanging of ondersteuning van een door ziekte of geheel of gedeeltelijk ontbrekende visuele of motorische lichaamsfunctie. 7.2.15 Ondersteuning door de inzet van een meeneembare voorziening. 1.

De medewerker kan een meeneembare voorziening toekennen, als dit nodig is voor de inwoner om te kunnen werken. 2. Er is geen limitatieve lijst van voorzieningen. In principe kan elk product als een meeneembare voorziening worden beschouwd als de noodzaak en meerwaarde in de werksfeer aantoonbaar is. 3. De meeneembare voorziening wordt in principe in bruikleen beschikbaar gesteld. In bijzondere gevallen kan de medewerker besluiten de voorziening in eigendom te verstrekken.

7.3

Maatschappelijke activiteiten

[PW, IOAZ, IOAW] 1. De medewerker kan een inwoner maatschappelijk nuttige activiteiten of vrijwilligerswerk aanbieden. 2. Het doel van de maatschappelijke activiteiten is de inwoner te helpen maatschappelijk actief te blijven. Persoonlijke groei en het voorkomen van eenzaamheid zijn belangrijke doelen. 3. De medewerker houdt bij de duur en keuze van de activiteiten rekening met de wensen, de mogelijkheden en de capaciteiten van de inwoner. 4. De gemeente kan nadere regels stellen. 5. De medewerker biedt alleen maatschappelijk nuttige activiteiten aan als hierdoor de concurrentieverhoudingen niet onverantwoord worden beïnvloed. Ook mag er geen verdringing van vrijwilligers en betaalde arbeid zijn.

Verordening Sociaal Domein Oude IJsselstreek 2023

34

7.4

Innovatie

[PW, IOAZ, IOAW] 1. De gemeente kan – binnen de kaders van de uitgangspunten van dit hoofdstuk – als experiment andere voorzieningen inzetten als dat nodig is om de kans op werk te vergroten 2. Het doel van het experiment is om in het belang van de inwoners, nieuwe voorzieningen en werkwijzen te onderzoeken. 3. Een experiment duurt niet langer dan drie jaar. 4. Wanneer de uitkomst van het experiment reden geeft om de verordening aan te passen, kan de periode van het experiment verlengd worden tot het moment dat de nieuwe verordening geldig is.

Verordening Sociaal Domein Oude IJsselstreek 2023

35

8.

Inkomen en Schulden

Voor inwoners die de dagelijkse kosten niet kunnen betalen heeft de gemeente een financieel vangnet: een maandelijkse gemeentelijke inkomensvoorziening. Om deze inwoners en andere inwoners met een laag inkomen extra te ondersteunen kunnen zij bij de gemeente een aantal aanvullende gemeentelijke inkomensvoorzieningen en toeslagen aanvragen. Dit hoofdstuk gaat over de toeslag voor inwoners die langdurig op een laag inkomen zijn aangewezen geregeld. Kernwaarden:  Iedereen doet mee aan de samenleving.  De inwoner is zelf verantwoordelijk, de gemeente helpt als dat nodig is.  De eigen mogelijkheden en het sociale netwerk van de inwoner gaan voor.  De gemeente stemt de hulp af op de inwoner.  De gemeente heeft extra zorg voor kwetsbare groepen.

8.1

Inkomenstoeslag

[PW] Voor inwoners die al jaren moeten rondkomen van een laag inkomen en geen uitzicht hebben op verbetering van hun inkomen, is de inkomenstoeslag bedoeld. Dat is een extraatje dat jaarlijks kan worden aangevraagd en waarmee het inkomen wordt aangevuld. Hier is beschreven voor welke inwoners de inkomenstoeslag is bedoeld en welke aanvullende voorwaarden er gelden. 8.1.1 Doelgroep 1. De inkomenstoeslag is bedoeld voor een inwoner die in een ononderbroken periode van drie jaar een inkomen (referteperiode) heeft gehad dat lager is dan 110% van de toepasselijke bijstandsnorm. De kostendelersnorm wordt hierbij niet toegepast. 2. Niet voor de inkomenstoeslag komt in aanmerking de inwoner die een opleiding volgt als bedoeld in de Wet Tegemoetkoming Onderwijsbijdrage en Schoolkosten (WTOS), dan wel een studie volgt als genoemd in de Wet studiefinanciering 2000 (WSF 2000). 8.1.2 Hoogte van de toeslag 1. De hoogte van de inkomenstoeslag is per kalenderjaar: a. € 410,- voor een alleenstaande; b. € 493,- voor een alleenstaande ouder; c. € 586,- voor gehuwden of samenwonenden. 2. Bij gehuwden en samenwonenden geldt dat als één van de partners geen recht op inkomenstoeslag heeft, de ander het bedrag voor een alleenstaande of alleenstaande ouder krijgt. 3. De gemeente bekijkt elk jaar of de inkomenstoeslag verhoogd moet worden.

Die verhoging gaat dan in per 1 januari van het jaar erna en is overeenkomstig de consumentenprijsindex volgens het Centraal Bureau voor de Statistiek.

8.2

Schuldhulpverlening

[Wgs] De gemeente heeft de taak om inwoners met schuldproblemen te helpen. Inwoners kunnen de gemeente om ondersteuning en hulp vragen bij het vinden van een oplossing voor hun schulden. Hier worden de belangrijkste uitgangspunten genoemd die de gemeente toepast als inwoners om hulp vragen. 8.2.1 Schuldhulpverlening en samenwerking 1. De gemeente biedt inwoners die moeite hebben om rond te komen of schulden hebben ondersteuning en hulp bij het op orde krijgen van hun financiën. Het doel van die ondersteuning en hulp is dat inwoners duurzaam een gezonde financiële huishouding krijgen. 2. Inwoners met problematische schulden kunnen bij de gemeente terecht voor onder meer advies, schuldbemiddeling of een saneringskrediet. Het uitgangspunt is dat schuldhulpverlening breed toegankelijk is.

Verordening Sociaal Domein Oude IJsselstreek 2023

36

3.

4.

Gemeenten hebben sinds 1 januari 2021 een wettelijke taak voor vroegsignalering bij schulden zodat vroegtijdig gegevens uitgewisseld kunnen worden. Gemeenten zijn wettelijk verplicht vroegsignalen op te volgen. De gemeente wil dat inwoners met schuldenproblematiek snel en passend ondersteund worden. Inwoners kunnen daarbij ongevraagd een aanbod tot schuldhulp ontvangen van de gemeente. De gemeente werkt bij het voorkomen en bestrijden van armoede en schulden zoveel mogelijk samen met andere organisaties. De gemeente stimuleert initiatieven die zijn gericht op het bestrijden van armoede en het voorkomen en tegengaan van schulden.

8.2.2 Besluit 1. De gemeente is verplicht om bij verordening te bepalen binnen welke termijn na het eerste gesprek over de ondersteunings- of hulpvraag, een besluit te nemen of iemand voor een schuldenregeling in aanmerking komt. Van de inwoner wordt verwacht dat hij/zij de belangrijkste documenten zo snel mogelijk ter beschikking stelt aan de gemeente om de ondersteunings- of hulpvraag in behandeling te kunnen nemen. 2. De gemeente is verplicht binnen redelijke termijn te reageren op de ondersteunings- en hulpvraag. De beslistermijn is in artikel 4a, derde lid, van de Wet gemeentelijke schuldhulpverlening vastgesteld op acht weken. Dit is gelijk aan de maximale redelijke termijn die in artikel 4:13, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht is vastgesteld.

Verordening Sociaal Domein Oude IJsselstreek 2023

37

9.

Inburgering

De gemeente is sinds 1 januari 2022 verantwoordelijk voor de begeleiding en ondersteuning van inwoners gedurende hun inburgering. Het doel van de inburgering is dat inburgeraars zo snel mogelijk mee kunnen doen in de Nederlandse samenleving. Hiervoor worden inburgeringsvoorzieningen ingezet waarin taal en praktijk worden gecombineerd. Kernwaarden: v v v v

9.1

Iedereen doet mee aan de samenleving De inwoner is zelf verantwoordelijk, de gemeente helpt als dat nodig is. De gemeente stemt de hulp af op de inwoner. De gemeente heeft extra zorg voor kwetsbare groepen.

Doelgroep

Asielmigranten met een verblijfsstatus (statushouders) die door het COA gekoppeld worden aan de gemeente. Hierbij horen ook nareizende familieleden die een verblijfsstatus hebben gekregen. Gezinsmigranten; dit zijn de mensen vanuit de Dienst Uitvoering Onderwijs (DUO) bericht hebben gekregen dat ze verplicht zijn om in te burgeren.

9.2

Inburgeringsvoorzieningen

Om het inburgeringsproces goed te laten verlopen zijn er in de Wet een aantal stappen vastgelegd. Sommige stappen zijn verplicht en moeten worden doorgegeven aan DUO. Het gaat om de volgende stappen:  Leerbaarheidstoets  Brede intake  Persoonlijk inburgerings- en participatieplan (PIP)  Module arbeidsparticipatie (MAP)  Participatieverklaringstraject (PVT)  Leerroute; B1 leerroute of zelfredzaamheidsroute (Z-route) of de Onderwijsroute. Daarnaast hoort ook de maatschappelijke begeleiding bij huisvesting en financiële zelfredzaamheid tot de inburgeringsvoorzieningen. De gemeente werkt samen met verschillende professionele partijen om in een goed aanbod te kunnen voorzien.

9.3 (Wi)

Handhaving Wet inburgering

9.3.1 Waarschuwing Wanneer de inburgering plichtige ook na waarschuwing niet meewerkt aan de verplichte onderdelen van het inburgeringstraject dan kan een boete worden opgelegd. De hoogte van de boete is vastgesteld in artikel 7.1 van het Besluit inburgering 2021. De gemeente legt geen boete op wanneer na onderzoek aannemelijk is gemaakt dat iedere verwijtbaarheid ontbreekt. 9.3.2 Samenhang met handhaving op grond van de Participatiewet. 1. Wanneer een inburgering plichtige een bijstandsuitkering (Participatiewet) ontvangt en zich niet houdt aan verplichtingen en afspraken uit het PIP, waarin de nadruk ligt op het bevorderen van participatie en het verkleinen van de afstand tot de arbeidsmarkt, vindt bij voorkeur verlaging van de uitkering plaats op grond van artikel 18 Participatiewet en de verordening zoals bedoeld in artikel 8 eerste lid onder a Participatiewet. De gemeente legt voor dezelfde gedraging dan geen bestuurlijke boete op grond van de Wi 2021 op. 2. Wanneer een inburgering plichtige die een bijstandsuitkering ontvangt zich niet houdt aan verplichtingen en afspraken in het PIP, waarin de nadruk ligt op het vergroten van de taalbeheersing en aan overige afspraken en verplichtingen in het PIP, legt de gemeente bij voorkeur een boete op grond van de Wi 2021 op. De gemeente verlaagt in dat geval voor dezelfde gedraging de bijstandsuitkering niet. 3.

Bij de keuze tussen handhaving op grond van de Participatiewet door een verlaging van de uitkering en handhaving op grond van de Wet inburgering 2021 via een boete weegt de gemeente ook af welke wijze van

Verordening Sociaal Domein Oude IJsselstreek 2023

38

4.

5.

9.4

handhaving, rekening houdend met de gevolgen hiervan voor de inburgeringsplichtige, naar haar oordeel het best bijdraagt aan het beoogde effect, te weten het succesvol voltooien van het inburgeringstraject. Wanneer een gedraging leidt tot een overtreding van de Participatiewet en artikel 18 of 18 b van de Participatiewet laat de gemeente geen ruimte om af te zien van verlaging van de bijstand, dan legt de gemeente een maatregel op en geen boete op grond van de Wet inburgering 2021. In de brief (beschikking) aan de inburgeringsplichtige vermeldt de gemeente of er een boete op grond van de Wet inburgering 2021 wordt opgelegd of dat de uitkering wordt verlaagd op grond van de Participatiewet.

Verrekening boete Wi met bijstandsuitkering

De gemeente kan de bestuurlijke boete die op grond van de Wi 2021 aan de inburgering plichtige is opgelegd, verrekenen met de algemene bijstandsuitkering. Onder verrekenen wordt in dit artikel verstaan verrekenen zoals geregeld in artikel 4:93 van de Awb. De gemeente houdt hierbij rekening met de beslagvrije voet volgens Artikel 475.b. e.v. Wetboek van Burgerlijke rechtsvordering dit is een fictieve draagkracht van 5 procent van de bijstandsnorm die van toepassing is, inclusief vakantietoeslag.

Verordening Sociaal Domein Oude IJsselstreek 2023

39

10.

Afspraken tussen inwoner en gemeente

Dit hoofdstuk gaat over de manier waarop de gemeente en de inwoner met elkaar omgaan. Het gaat over de manier waarop de gemeente zich moet gedragen en wat er van de inwoner wordt verwacht. Als de inwoner rechten heeft, dan staan daar vaak plichten tegenover. Houdt de inwoner daar onvoldoende rekening mee, dan kan de gemeente de maatwerkvoorziening beëindigen of terugvorderen. Kernwaarden:  De gemeente en de inwoner zijn gelijkwaardig.  De inwoner is zelf verantwoordelijk, de gemeente helpt als dat nodig is.  De eigen mogelijkheden en het sociale netwerk van de inwoner gaan voor.  De inwoner geeft de informatie die nodig is.

10.1

Hoe gaan we met elkaar om?

10.1.1 De rol van de gemeente en Buurtzorg Jong en Samen Sterker Thuis [Jeugdwet, Wmo, PW, Gemeentewet, Awb] 1. De gemeente, Buurtzorg Jong (BZJ) of Samen Sterker Thuis zoekt samen met de inwoner naar een oplossing voor zijn hulpvraag. Gemeente/BZJ/Samen Sterker Thuis (verder: de dienstverlenende organisatie) en inwoner gaan daarbij op een gelijkwaardige manier met elkaar om. De dienstverlenende organisatie zorgt voor het volgende: a. Voor de inwoner is het duidelijk wie er namens de dienstverlenende organisatie contact met hem onderhoudt. De dienstverlenende organisatie houdt het aantal contactpersonen zo beperkt mogelijk. b. De inwoner heeft, om zijn hulpvraag te bespreken, altijd recht op een gesprek bij de dienstverlenende organisatie of bij de inwoner thuis. c. De dienstverlenende organisatie helpt de inwoner om zijn hulpvraag bij een andere organisatie te bespreken, als het bieden van hulp bij deze hulpvraag een taak is voor die organisatie. d. De dienstverlenende organisatie informeert de inwoner op een passende manier over procedures die worden gevolgd en zorgt ervoor dat deze procedures zo eenvoudig mogelijk zijn. e. De dienstverlenende organisatie respecteert de privacy van de inwoner. f.

De dienstverlenende organisatie maakt zoveel mogelijk gebruik van gegevens die al binnen de dienstverlenende organisatie aanwezig zijn en vraagt alleen gegevens die nodig zijn voor het beoordelen van de hulpvraag. g. De dienstverlenende organisatie wijst de inwoner op beschikbare deskundige hulp. 10.1.2 De rol van de inwoner [Jeugdwet, Wmo, PW, Gemeentewet, Awb] 1. De inwoner is in de eerste plaats zelf verantwoordelijk voor het oplossen van zijn hulpvraag. De gemeente, BZJ of Samen Sterker Thuis (verder: de dienstverlenende organisatie) vult de mogelijkheden van de inwoner en zijn sociale netwerk aan als dat nodig is. De inwoner zorgt voor het volgende: a. De inwoner zet eerst de eigen mogelijkheden in voordat hij hulp vraagt aan de dienstverlenende organisatie. b. Als de dienstverlenende organisatie hulp verleent met betrekking tot de hulpvraag dan werkt de inwoner hier aan mee. c. De inwoner zorgt ervoor dat de hulp van dienstverlenende organisatie niet langer duurt dan nodig is. 2. De inwoner werkt mee zodat snel duidelijk is op welke manier zijn hulpvraag zo snel mogelijk kan worden opgelost. Dat betekent het volgende: a. De inwoner informeert de dienstverlenende organisatie zo snel en zo volledig mogelijk over alles wat van belang is voor het beoordelen van de hulpvraag, de persoonlijke situatie en de rechten en plichten van de inwoner. b.

De dienstverlenende organisatie ontvangt alle documenten en bewijsstukken die zij nodig heeft zo snel mogelijk van de inwoner. c. De inwoner brengt dienstverlenende organisatie zo snel mogelijk op de hoogte van zijn beperkingen, als die van belang zijn in het contact met de dienstverlenende organisatie.

Verordening Sociaal Domein Oude IJsselstreek 2023

40

10.2

Beëindigen en terugvorderen maatwerkvoorziening

10.2.1 Beëindiging maatwerkvoorziening [Jeugdwet, Wmo, PW] 1. De gemeente/BZJ kan een maatwerkvoorziening (in natura, geld of pgb) beëindigen als: a. de maatwerkvoorziening niet langer passend of nodig is; b. de inwoner zich niet houdt aan voorwaarden en verplichtingen die aan de maatwerkvoorziening zijn verbonden; c. de maatwerkvoorziening is verstrekt op grond van onjuiste of onvolledige gegevens van de inwoner; d. de gemeente/BZJ niet langer kan vaststellen of een maatwerkvoorziening kan worden voortgezet, omdat de inwoner onvoldoende meewerkt aan een onderzoek naar het recht op de maatwerkvoorziening; e. de maatwerkvoorziening voor een ander doel wordt gebruikt dan bedoeld; f. de inwoner niet binnen zes maanden gebruik heeft gemaakt van de maatwerkvoorziening, tenzij de inwoner dit tijdig meldt en dit de inwoner niet te verwijten valt. Als de inwoner binnen de termijn van zes maanden melding maakt bij de gemeente, stelt de gemeente bij een gegronde reden de termijn uit. 2. De maatwerkvoorziening kan met terugwerkende kracht worden beëindigd (ingetrokken). 10.2.2 Terugvordering voorziening [Wmo, PW, Burgerlijk Wetboek] De gemeente kan de voorziening of de waarde daarvan van de inwoner terugvorderen. Dat kan vanaf het moment waarop is voldaan aan de wet en één of meer van de intrekkingsgronden die genoemd worden in artikel 10.2.1.

10.3

Hoe controleert de gemeente of de afspraken worden nagekomen?

10.3.1 Controle [Jeugdwet, Wmo] 1. De gemeente/BZJ controleert regelmatig of de inwoner recht heeft op een maatwerkvoorziening en of hij de juiste voorziening heeft ontvangen. 2. De controle van de maatwerkvoorzieningen is ook bedoeld om de kwaliteit van de voorziening te beoordelen en om te kijken of de voorziening op de juiste manier wordt gebruikt. 3. Bij beëindiging van de maatwerkvoorziening op verzoek van de inwoner, onderzoekt de gemeente/BZJ wat de reden is van de beëindiging. De gemeente/BZJ gaat ook na of de maatwerkvoorziening tot de einddatum terecht is verstrekt. 10.3.2 Voorkomen van fraude [Jeugdwet, Wmo, PW] De gemeente streeft ernaar om fraude te voorkomen (preventie). Daarom informeert de gemeente inwoners op een gepaste manier over rechten en plichten en over de gevolgen van misbruik en oneigenlijk gebruik van voorzieningen. 10.3.3 Privacy [Jeugdwet, Wmo] 1. De gemeente/BZJ zorgt ervoor dat er geen ongeoorloofde inbreuk op het privéleven van inwoners plaatsvindt (tijdens bijvoorbeeld een huisbezoek). 2. Bij het uitvoeren van onderzoek zorgt de gemeente/BZJ ervoor dat inbreuk op persoonlijkheidsrechten, zoals op de bescherming van het privéleven, niet verder gaat dan wat noodzakelijk, passend en wettelijk toegestaan is.

10.3.4 Toezichthouders [Jeugdwet, Wmo, PW, Awb] De gemeente heeft een of meer ambtenaren aangewezen die de taak hebben erop toe te zien dat de wetten en de bijbehorende regels worden nageleefd.

Verordening Sociaal Domein Oude IJsselstreek 2023

41

10.4

Het verlagen van een gemeentelijke inkomensvoorziening

[PW, IOAW, IOAZ, Awb] In dit hoofdstuk van de verordening waarin het gaat over afspraken tussen inwoner en gemeente wordt ingegaan op handhaving en naleving. De huidige Participatiewet schuurt stevig met de doelen die wij als gemeente nastreven rond werk en inkomen. En dit schuren doet zich het meest nadrukkelijk voor in het onderdeel handhaving en naleving. We gaan in onze gemeente in alle gevallen uit van vertrouwen in de inwoner tot het tegendeel bewezen wordt. Op het moment dat we iets constateren gaan we open het gesprek aan met de inwoner om te kijken wat er aan de hand is. Hierbij houden wij nadrukkelijk rekening met de individuele omstandigheden van een inwoner. We sluiten hierbij aan bij het uitgangsprincipe van situationele gelijkheid waarbij mensen gemotiveerd niet zonder maar juist met zoveel mogelijk aanziens des persoons worden behandeld om zo écht te doen wat nodig is. Dit betekent dat we ook kijken naar het effect van de eventuele verlaging op de situatie van de inwoner en zijn of haar gezin. Daarbij maken we de afweging of het effect van de verlaging in verhouding staat tot de gedraging. Indien dit niet het geval is passen we de verlaging aan. We zijn ons terdege bewust van het feit dat het verlagen van een inkomensvoorziening een forse ingreep is.

We grijpen namelijk in op het inkomen van mensen die al op het minimumbestaansniveau moeten leven en in een ongelijkwaardige afhankelijkheidspositie verkeren. Dat betekent dat we vooraf zeer zorgvuldig zijn bij het maken van een afweging of wel of niet een verlaging wordt toegepast. 10.4.1 Afzien van verlaging 1. De gemeente verlaagt de gemeentelijke inkomensvoorziening niet a. als het gedrag van de inwoner hem niet te verwijten is; b. als het gedrag meer dan één jaar voor het nemen van een besluit heeft plaatsgevonden; c. als de gemeente binnen één jaar na constatering van het gedrag nog geen besluit genomen heeft; d. als de gemeente daar dringende redenen voor ziet. 2. De gemeente informeert de inwoner via een brief met daarin het besluit en de motivering. 10.4.2 Het betrachten van zorgvuldigheid bij het besluit tot opleggen van een verlaging 1. De inwoner wordt op tijd geïnformeerd over: a. zijn rechten en plichten; b. wat er van hem wordt verwacht; c. welk gedrag niet geaccepteerd wordt; d. wat de reactie van de gemeente is op gedrag dat niet geaccepteerd wordt; en e. waarom de gemeente tegen het gedrag optreedt. 2. De gemeente stelt de inwoner in staat om zijn reactie te geven vóórdat de gemeente beslist om naar aanleiding van niet geaccepteerd gedrag van de inwoner te handelen. 3. De gemeente stemt de reactie op niet geaccepteerd gedrag af op: f.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.oude-ijsselstreek.nl/api/v1/meetings/4559/documents/26822