CConstaterende datOude IJsselstreek
Koppel je AI →
Document · PDF

Jaarstukken 2024 .pdf

Raadsvergadering 3 juli 2025, gemeente Oude IJsselstreekBij agendapunt: 2: Jaarstukken 202432.773 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 4 van 4

Het voordeel komt ten goede aan het jaarresultaat over 2024.

De Tuit (woningbouw)

De grondexploitatie voor De Tuit is op 25 april 2024 door de raad vastgesteld met een tekort van € 2.267.806,per 31 december 2035. Dit komt overeen met een tekort van in totaal € 1.788.150,- netto contant per 1 januari 2024 (netto contant € 1.823.912,- op peildatum 1 januari 2025). Dit is het resultaat van de grondexploitatie exclusief de in 2024 toegekende woningbouwimpuls en de daarbij behorende provinciale cofinanciering.

68

De geactualiseerde grondexploitatie laat een tekort zien van € 69.428,-per 31 december 2036 en dat komt overeen met een negatief resultaat van € 54.743,- netto contant op peildatum 1 januari 2025. Voor het hiervoor benoemde tekort op eindwaarde van € 69.428,- per 31 december 2036 wordt dan ook een voorziening getroffen. De verbetering in het resultaat is per saldo op hoofdlijnen als volgt te verklaren: op basis van het inrichtingsplan (verdiepingsslag van het stedenbouwkundig plan) is de SSK raming voor het bouw - en woonrijp maken geactualiseerd en dat resulteert in meerkosten (1), de raming voor de plankosten en de kosten van voorbereiding en toezicht is bijgesteld wat leidt tot meerkosten (2), de grondprijzen voor de bouwrijpe kavels zijn herzien op basis van een geactualiseerde grondprijsadvies wat in hogere grondopbrengsten resulteert (3), bijgestelde parameters voor kosten - en opbrengstenstijging in combinatie met een gewijzigde fasering (4) en tot slot is een deel van de ontvangen woningbouwimpuls en de provinciale cofinanciering ingerekend (5). Voor wat betreft de woningbouwimpuls en de provinciale cofinanciering: de totaal toegekende bijdrage valt hoger uit dan het bedrag dat nu in de geactualiseerde grondexploitatie op peildatum 1 januari 2025 is ingerekend.

Voor zowel de woningbouwimpuls als de provinciale cofinanciering gelden spelregels (voorwaarden) en is een aparte berekening opgesteld. De voorwaarden betreffen o.a. het aantal te realiseren woningen, het aandeel betaalbare woningen, het moment dat de bouw gestart moet zijn en het moment waarop de woningen gereed moeten zijn. Bij het niet voldoen aan de voorwaarden kunnen het ministerie of de provincie de subsidie (gedeeltelijk) terugvorderen. Daarnaast vindt de eindafrekening van de bijdragen plaats op grond van het (publieke) tekort aan het einde van de ontwikkeling. Dus ook als het tekort kleiner blijkt dan het publieke tekort als becijferd bij de aanvraag van beide subsidies kan (gedeeltelijke) terugbetaling van betreffende bijdragen aan de orde zijn. Omdat het resultaat van de grondexploitatie zich positief heeft ontwikkeld ten opzichte van de berekening die ten grondslag ligt aan de subsidie aanvragen is er voorzichtigheidshalve voor gekozen om in de gemeentelijke grondexploitatie slechts deels rekening te houden met de subsidies. De ontvangen voorschotten (woningbouwimpuls en provinciale cofinanciering) zijn op de balanspost van derden verkregen middelen (overlopende passiva) verantwoord.

De Rieze V + VI in Ulft (bedrijventerrein)

De grondexploitatie voor De Rieze V + VI in Ulft laat op peildatum 1 januari 2025 nog altijd een overschot zien. Het resultaat van de grondexploitatie is wel licht afgenomen en dat is als volgt te verklaren: minder uitgeefbaar oppervlak (1) en een wijziging in de parameter voor kostenstijging in combinatie met een gewijzigde fasering (2). Hofskamp Oost II in Varsseveld (bedrijventerrein) De grondexploitatie voor Hofskamp Oost II in Varsseveld wordt per 31 december 2024 afgesloten. Zoals eerder in deze paragraaf toegelicht zijn alle opbrengsten en nagenoeg alle begrote kosten per 31 december 2024 gerealiseerd. Het voorstel is om voor de resterende werkzaamheden en de daarmee gepaard gaande kosten een bestemmingsreserve te vormen en deze te dekken vanuit het positieve resultaat van de af te sluiten grondexploitatie. De grondexploitatie laat op peildatum 1 januari 2024 een overschot zien van in totaal € 108.392,- per 31 december 2024. De nu geactualiseerde grondexploitatie laat uiteindelijk een overschot zien van € 236.333,- per 31 december 2024.Het positief verschil van € 127.941,- is te danken aan de uiteindelijk lager uitvallende kosten dan voorzien was in de grondexploitatie op peildatum 1 januari 2024. Het overschot van € 236.333,- komt ten goede aan het jaarresultaat over 2024.

Let op: voor de dekking van de restwerkzaamheden moet wel een bestemmingsreserve met een omvang van € 31.000,- gevormd gaan worden en deze moet gedekt worden vanuit het genomen resultaat over 2024.

Het VIP in Varsseveld (bedrijventerrein)

De grondexploitatie voor de 1e fase van Het VIP laat een tekort zien. Per 31 december 2023 is financieel een knip aangebracht in de ontwikkeling van het bedrijventerrein met het oog op een mogelijk lange doorlooptijd van de gehele ontwikkeling als gevolg van problemen met de energievoorziening. Dit resulteerde in grondexploitatie met een tekort waarvoor dan ook een voorziening is getroffen. De geactualiseerde grondexploitatie op peildatum 1 januari 2025 laat nog altijd een tekort zien waarvoor dan ook een voorziening getroffen moet worden. Maar het tekort is wel in omvang afgenomen en dat heeft een positief effect op de hoogte van de treffen voorziening. Het verschil in resultaat van netto contant € 193.924,- op peildatum 1 januari 2025 is op hoofdlijnen als volgt te verklaren: er is sprake van een vrijval in een financiële verplichting met betrekking tot een gerealiseerde aankoop (1), op basis van het in 2024 opgestelde inrichtingsplan (verdiepingsslag van het stedenbouwkundig plan) zijn de kosten voor het bouw - en woonrijp maken geactualiseerd wat tot minderkosten heeft geleid (2), de raming voor de kosten planontwikkeling en de kosten van voorbereiding en toezicht zijn geactualiseerd met een positief resultaat als gevolg (3) en tot slot zijn de parameters voor kosten - en opbrengstenstijging in combinatie met de fasering aangepast (4).

Overzicht verloop verliesvoorzieningen grondexploitaties De omvang van de getroffen voorziening bedroeg € 1.925.880,- op peildatum 1 januari 2024. In 2024 hebben diverse wijzigingen plaatsgevonden die uiteindelijk ook resulteren in een wijziging in de omvang van de treffen voorziening op peildatum 1 januari 2025. 69

De omvang van de voorziening voor woningbouw bedraagt € 129.209,- op peildatum 1 januari 2025 en bestaat uit de voorziening voor het tekort op de grondexploitaties voor Kromkamp en De Tuit van respectievelijk € 59.781,- en € 69.428,- op peildatum 1 januari 2025. De voorziening voor de bedrijventerreinen is in omvang afgenomen en is getroffen ter dekking van het voorziene tekort op de grondexploitatie voor Het VIP. In totaliteit bedraagt de omvang aan getroffen voorzieningen € 1.673.338,- op peildatum 1 januari 2025. Het verloop van de voorzieningen staat weergegeven in onderstaand overzicht.

Jaarresultaat grondexploitaties Hieraan voorafgaand is in deze paragraaf een toelichting gegeven op de geactualiseerde grondexploitaties van peildatum 1 januari 2024 naar peildatum 1 januari 2025. Daarbij wordt per project inzichtelijk gemaakt welke wijzigingen aan de orde zijn en wat dit financieel betekent voor het project. In de volgende tabel volgt een overzicht van het jaarresultaat grondexploitaties en daarmee wordt financieel duidelijk gemaakt wat alle wijzigingen op de lopende grondexploitaties voor de gemeente betekent:

Uit het overzicht volgt een positief jaarresultaat op de grondexploitaties van per saldo € 430.760,- per 31 december 2024. Dit resultaat maakt onderdeel uit van het totale jaarresultaat van de gemeente over 2024. Wel dient opgemerkt te worden dat een bedrag van in totaal € 31.000,- van dit resultaat voor Hofskamp Oost II in Varsseveld wordt ingezet als dekking van de uit te voeren restwerkzaamheden middels het vormen van een bestemmingsreserve. Dit wordt een separaat beslispunt bij het Raadsbesluit van de jaarstukken 2024. Faciliterend grondbeleid Hiervoor is een toelichting gegeven op de lopende grondexploitaties van de gemeente. Dan hebben we het over actief grondbeleid: we kopen zelf de in exploitatie te nemen gronden aan, verzorgen de planvorming, maken het plangebied bouw - en woonrijp om vervolgens bouwrijpe grond te verkopen. In dat geval lopen we als gemeente zijnde een financieel risico waarvoor we dan ook separaat een risico - analyse opstellen (uitkomst wordt meegenomen in het bepalen van het benodigde weerstandsvermogen). Daarnaast faciliteren we als gemeente steeds meer ruimtelijke ontwikkelingen. In dat geval ligt het initiatief volledig bij anderen en daarmee ook het financieel risico. Wel zijn we verplicht om kostenverhaal te verzekeren en dat betekent dat we minimaal de ambtelijke kosten moeten verhalen bij de initiatiefnemers.

Deze kosten worden voor het overgrote deel begroot met behulp van de plankostenscan. De te betalen exploitatiebijdrage ter dekking van de ambtelijke kosten worden meegenomen in de anterieure overeenkomst. De bijdragen zijn op de balans verantwoord onder overlopende activa dan wel overlopende passiva.

Risico’s Inleiding

70

Grondexploitaties kenmerken zich (onder meer) door het feit dat in een vroeg stadium kosten worden gemaakt, terwijl de opbrengsten (en dus de dekking van de exploitaties) veelal op een later moment worden geboekt. In dergelijke trajecten doen zich financiële risico’s voor (marktontwikkeling, tegenvallende opbrengsten, et cetera). Omdat de risico’s binnen de grondexploitaties zich waarschijnlijk nooit gelijktijdig en/of met een maximale omvang aandienen, kan voor de bepaling van de weerstandscapaciteit niet worden volstaan met een optelling van de afzonderlijke projectrisico’s. Sommige risico’s zullen zich nooit voordoen, terwijl andere zich in hun maximale omvang aandienen. Met het actualiseren van de grondexploitaties worden ook de kansen en bedreigingen in beeld gebracht en met behulp van een rekenmodel worden middels simulatie willekeurige scenario's bepaald en gerangschikt van "bestcase" tot "worstcase". Het model levert een bandbreedte waartussen het financiële resultaat zich waarschijnlijk zal gaan begeven. Deze exercitie wordt per project (de lopende grondexploitaties) uitgevoerd en met de uitkomsten kan de omvang van de benodigde (vereiste) weerstandscapaciteit specifiek voor de grondexploitaties hierop afgestemd worden. Naast risico's op grondexploitaties kent de gemeente meerdere risico's.

Het totaal aan geïnventariseerde risico's vormt de benodigde weerstandscapaciteit. Daarnaast wordt de aanwezige weerstandscapaciteit in beeld gebracht. De verhouding tussen de beschikbare capaciteit en de vereiste capaciteit vormt het weerstandsvermogen en dat zegt iets over de mate waarin de gemeente in staat is eventuele tegenvallers op te vangen. Vertrekpunt voor de risicoberekeningen zijn de geactualiseerde grondexploitaties op peildatum 1 januari 2025 zoals opgenomen in deze paragraaf. Hieronder volgt een overzicht waarin het percentage gerealiseerde uitgaven, inkomsten en einddatum per project (lopende grondexploitaties) worden weergegeven:

Het overzicht geeft een beeld van de voortgang van de grondexploitaties. Hieruit volgt dat naar verwachting drie van de vijf lopende grondexploitaties binnen twee jaar afgesloten kunnen worden. Ook is zichtbaar dat voor een drietal grondexploitaties het percentage aan gerealiseerde uitgaven relatief hoog uit valt (varieert tussen de 91% en 98%). Twee van de drie hiervoor benoemde grondexploitaties laten ook nog eens een relatief hoog percentage aan gerealiseerde inkomsten zien. Voor projecten in een dergelijke fase geldt over het algemeen dat de omvang van de risico's financieel te overzien zijn. Dit geldt uiteraard niet voor de grondexploitaties van De Tuit en Het VIP. Voor deze grondexploitaties geldt dat de civieltechnische werkzaamheden nog moeten beginnen en dat we nog geen grondopbrengsten gerealiseerd hebben. En ook niet onbelangrijk: er is sprake van een lange doorlooptijd. Risico-analyse grondexploitaties Binnen de risico-analyse is een onderscheid te maken in algemene en projectspecifieke risico's. De algemene risico's gelden in principe voor alle projecten binnen de gemeente en daarbij moet gedacht worden aan risico's ten aanzien van de kosten - en opbrengstenstijging, de rente ontwikkeling, de fasering, maar ook aan risico's op de begrote uitgaven en inkomsten (spreiding).

Projectspecifieke risico's zijn, zoals de naam al zegt, alleen geldend voor het specifieke project. Resultaat risico-analyse Zoals aangegeven in de inleiding voert het model simulaties uit waarbij een fysiek proces niet één keer maar vele malen wordt gesimuleerd, elke keer met andere startcondities. Het resultaat van deze verzameling simulaties is een verdeling die het hele gebied van mogelijke uitkomsten weergeeft (simulatieresultaten als afwijking ten opzichte van het begrote resultaat). Dit betekent dat in percentages kan worden aangegeven hoe groot de kans is dat het resultaat zich binnen bepaalde waarden bevindt. Voor het bepalen van de vereiste weerstandscapaciteit is dit een belangrijk gegeven. De uitkomst van de risico-analyse per project resulteert in een grafiek waarbij het totaal oppervlak onder de grafiek 100% bedraagt. Voor het bepalen van de vereiste weerstandscapaciteit gaan we uit van een bandbreedte van 80% waarbinnen het resultaat van de grondexploitatie zich beweegt (de uiterste resultaten < 10% en > 90% worden buiten beschouwing gelaten). Een belangrijke waarde is het 10% percentiel. Deze waarde geeft de (statistische) ondergrens aan: 90% van de trekkingen geven een beter resultaat dan betreffende waarde en dit resultaat wordt dan ook als voldoende zeker beschouwd.

71

Onderstaande tabel laat een samenvatting van de analyse per complex zien. Behalve het risico (risico ten opzichte van resultaat) is ook de vereiste weerstandscapaciteit per complex aangeduid indien geen rekening wordt gehouden met verevening met resultaten en risico’s van andere complexen. Wel wordt rekening gehouden met het resultaat van het betreffend complex zelf. De optelling van de aldus per complex bepaalde vereiste weerstandscapaciteit, is dus de totaal benodigde risicobuffer wanneer geen rekening wordt gehouden met verevening van positieve en negatieve risico’s en resultaten tussen de grondexploitatiecomplexen.

Ter verduidelijking voor de leesbaarheid van het overzicht volgt hier een toelichting op de uitkomst van de risico-analyse voor Kromkamp: in de basis kent de grondexploitatie een tekort van € 59.781,- op eindwaarde. En dus is voor het project een voorziening getroffen. Het tekort is daarmee afgedekt. Uit de risico-analyse volgt dat met 90% zekerheid gesteld kan worden dat het resultaat van de grondexploitatie niet lager dan € 70.616,negatief zal uitvallen. Daarmee bedraagt het risico ten opzichte van het basisresultaat € 10.835,- op peildatum 1 januari 2024. Het risico kan in dit geval niet binnen de grondexploitatie zelf opgevangen worden omdat sprake is van een tekort. De omvang van het risico moet dan ook meegenomen worden in het bepalen van de vereiste weerstandscapaciteit. Het totaal aan vereiste weerstandscapaciteit in relatie tot de lopende grondexploitaties van gemeente Oude IJsselstreek komt daarmee uit op € 2.735.316,- op peildatum 1 januari 2024. Naast de eigen grondexploitaties is de gemeente ook een samenwerking aangegaan in de ontwikkeling van het Regionaal Bedrijventerrein A18 Bedrijvenpark. In de toelichting op de geactualiseerde grondexploitatie is aangegeven dat de geïnventariseerde risico's ten aanzien van de ontwikkeling van het Bedrijvenpark A18 binnen de huidige grondexploitatie opgevangen kunnen worden.

Dat betekent ook dat we voor het bepalen van onze vereiste weerstandscapaciteit geen reservering voor deze ontwikkeling op hoeven te nemen. Daarmee komt het totaal aan de vereiste weerstandscapaciteit in relatie tot grondexploitaties voor gemeente Oude IJsselstreek uit op een bedrag van € 2.735.316 op peildatum 1 januari 2025. Het bedrag wordt meegenomen in het bepalen van het weerstandsvermogen van de gemeente. Voor een nadere toelichting op het weerstandsvermogen wordt verwezen naar de paragraaf weerstandsvermogen van de jaarrekening.

72

Paragraaf Weerstandsvermogen en risicobeheersing Inleiding Het weerstandsvermogen geeft aan in hoeverre de gemeente middelen beschikbaar heeft om grote tegenvallers op te vangen, zonder dat dit betekent dat het beleid direct veranderd moet worden. Hierbij wordt een relatie gelegd tussen de omvang van de financiële risico’s en de middelen waarover de gemeente beschikt of kan beschikken om deze risico’s af te dekken (weerstandscapaciteit). De hoogte van het gewenste weerstandsvermogen hangt van de financiële risico’s die de gemeente loopt en de kans dat de risico’s daadwerkelijk effectief worden. Hiervan maken wij een inschatting per risicocategorie, waarbij we sinds 2022 als beleidsuitgangspunt hanteren dat de ratio weerstandsvermogen tenminste 2,0 moet zijn.

Beleid Het bestaande beleid is vastgelegd in de nota Weerstandsvermogen. Daarnaast geldt de begrotingsdoctrine.

Beleidsuitgangspunten: 

Gemeente Oude IJsselstreek gebruikt in eerste instantie incidentele weerstandscapaciteit om zowel incidentele als structurele tegenvallers te dekken;

De begroting moet elk jaar structureel sluitend zijn. Structurele tegenvallers moeten opgevangen worden door structurele middelen.

Het weerstandsvermogen wordt zoveel mogelijk intact gelaten en er wordt terughoudend opgetreden bij de beschikking over de algemene reserve. Dit omdat niet alle risico’s voldoende gekwantificeerd kunnen worden. Om een goed beeld te houden op de risico’s en de beschikbare weerstandscapaciteit worden deze minimaal tweemaal per jaar (bij de programmabegroting en de jaarrekening) geïnventariseerd;

De post onvoorzien wordt alleen gebruikt voor eenmalige tegenvallers; deze tegenvallers dienen te voldoen aan de criteria: onvoorzien, onvermijdbaar en onuitstelbaar. Structurele knelpunten dienen op structurele wijze te worden opgelost;

De algemene reserve wordt volledig meegerekend bij de bepaling van de weerstandscapaciteit.

Weerstandsvermogen Weerstandsvermogen Het weerstandsvermogen geeft de relatie weer tussen de beschikbare weerstandscapaciteit en alle risico’s waarvoor geen voorzieningen zijn gevormd. De weerstandscapaciteit bestaat uit de middelen en mogelijkheden waarover de gemeente beschikt om niet begrote kosten te dekken. De risico’s zijn alle voorzienbare restrisico’s waarvoor geen beheersmaatregelen zijn getroffen en die van materiële betekenis kunnen zijn voor de financiële positie. Weerstandscapaciteit De structurele weerstandscapaciteit geeft de mate aan waarin de gemeente zelf in staat is om niet begrote kosten te dekken uit structurele middelen, zonder direct het bestaande beleid te moeten aanpassen/te bezuinigen. Hierbij kan gedacht worden aan de mogelijkheden die er zijn tot het verhogen van de inkomsten (bijvoorbeeld via belastingverhoging). Bij de incidentele weerstandscapaciteit gaat het om de aanwezigheid van vrij besteedbare middelen die eenmalig kunnen worden ingezet. De bestemmingsreserves en niet benutte belastingcapaciteit nemen we uit oogpunt van behoedzaamheid niet in de weerstandscapaciteit mee. Onderstaande tabel bevat het overzicht van de weerstandscapaciteit per eind van het boekjaar 2024. Weerstandscapaciteit a. Begrotingsruimte (post onvoorzien) b. Algemene reserves (na resultaatbestemming)

73

Bedrag 50 28.392

c. Stille reserves

1.000

Totaal weerstandscapaciteit per 31-12-2024

29.442

Toelichting

A. Begrotingsruimte

Voor de dekking van niet voorziene uitgaven is in de begroting een structureel bedrag van € 1,25 per inwoner, ofwel een totaalbedrag van afgerond € 50.000 opgenomen.

B. Algemene reserve Algemene reserve (x 1.000)

Begrote Werkelijke Werkelijke stand stand stand 1-131-121-1-2024 2024 2024

Algemene reserve 26.382 (excl. resultaat)

26.718

25.472

Algemene reserve 26.382 (incl. resultaat)

26.959

28.392

C. Stille reserves

Een stille reserve is het verschil tussen de hogere directe opbrengstwaarde bij verkoop en de boekwaarde van de diverse activa zoals ze op de balans staan. De mogelijke meeropbrengsten bij verkoop kunnen voor andere doelen worden aangewend. Dit geldt alleen voor bezittingen die direct verhandelbaar of verkoopbaar zijn. Bijvoorbeeld panden en objecten, maar ook bos-en landbouwgronden die niet of met een lagere boekwaarde op de balans staan. We nemen voor de weerstandscapaciteit het bedrag van € 1.000.000. Risico's Door de risico’s in beeld te brengen, kunnen we het benodigd weerstandsvermogen bepalen. Voor elk risico wordt beoordeeld of het risico kan worden vermeden, verminderd, overgedragen of geaccepteerd. Daarbij is een inschatting gemaakt van de kans dat het risico zich voordoet en de maximale financiele impact.

De belangrijkste risico’s voor Oude IJsselstreek (x 1.000) in de jaarrekening 2024 (inclusief vergelijking met begroting 2024): x 1.000 Risico

Financiële impact Kans van voordoen

Kans x impact Begroot 2024 (Risico jrek 2024)

1

Schadeclaims

400

10%

40

40

2

Eigendommen

450

50%

225

45

3

Personeel/inhuur

1.000

60%

600

500

4

ICT

4.000

35%

1.225

400

5

Bedrijfsvoering overig

1.200

50%

600

160

6

Bestuursdwang

300

40%

120

150

7

Renterisico

1.000

40%

400

1.500

8

Algemene uitkering

1.500

50%

750

625

9

Grondbeleid

2.735

-

2.735

1.173

10

Verbonden partijen

5.193

15%

779

503

11

Sociaal Domein

4.000

50%

2.000

1.000

12

Garant- en borgstellingen 203.938

1%

2.039

1.756

74

13

Overige factoren

5.000

Totaal

230.216

53%

2.670

1.000

14.183

9.852

Hiervan kan de volgende risicografiek worden gemaakt, waardoor duidelijk wordt wat de belangrijkste risico's zijn.

Hierbij gaan we uit van de volgende classificaties: Financiële impact

Kans van voordoen

zeer laag

< 0,1 mln

zeer laag

< 10%

laag

0,1 mln - 0,5 mln

laag

10%-30%

gemiddeld

0,5 mln - 1 mln

gemiddeld

30%-70%

hoog

1 mln - 3 mln

hoog

70%-90%

zeer hoog

3 mln - 10 mln

zeer hoog

> 90%

extreem

> 10 mln

Algemeen beeld Eind 2024 is de hoogte van het risicobedrag toegenomen ten opzichte van de begroting 2024. Belangrijk hierbij blijft dat het inschatten van risico's een grote mate van subjectiviteit kent. Het gaat dan ook meer om welk beeld uit de risicoanalyse naar voren komt dan de exacte getallen. De komende jaren willen we het risicomanagement versterken, en zal deze paragraaf ook anders worden opgezet. Onderstaand een toelichting op de verschillende risico's, waarbij de nummers verwijzen naar de nummering in bovenstaande risicotabel. Toelichting risico's

1. Schadeclaims

Dit betreft onder andere aansprakelijkheid voor schadeclaims vanwege onzorgvuldig, onjuist of niet tijdig handelen.

2. Eigendommen

We hebben een beperkt risico op het gebied van brand- en stormschade op gemeentelijke gebouwen. Ook hebben we risico’s op de eigen percelen ten aanzien van verontreiniging. Daarnaast is sprake van achterstallig onderhoud op het gemeentehuis: vervanging van het dak en technische installaties zijn niet opgenomen in het meerjarenonderhoudsplan.

75

3. Personeel/inhuur

Het wordt steeds moeilijker om bepaalde vacatures te vervullen. Er zijn niet/ zeer moeilijk mensen meer te vinden. Dat kan leiden tot hogere personeelslasten, omdat er meer extern moet worden ingehuurd/ingekocht. Op dit moment is de markt dusdanig, dat zelfs dit niet meer altijd lukt, wat ook maakt dat de tarieven zeer sterk zijn gestegen. Dit leidt, naast extra kosten, ook tot een nog hogere druk op de staande organisatie, wat vervolgens tot hoger ziekteverzuim kan leiden.

4. ICT

De risico’s ten aanzien van ICT worden de komende jaren steeds groter met betrekking tot bijvoorbeeld hacks, ransomware, DDOS-aanvallen. Natuurlijk zijn er de nodige maatregelen genomen om hackers zoveel mogelijk te weren, en worden medewerkers regelmatig gewaarschuwd om de nodige voorzorgsmaatregelen te nemen, maar hackers zijn inventief en bedenken telkens nieuwe wegen om de beveiliging te omzeilen. De financiële gevolgen van een hack kunnen groot zijn. Ook zien we dat de afhankelijkheid van Amerikaanse bedrijven groot is (bijvoorbeeld voor cloud-oplossingen), wat in het huidige geopolitieke klimaat extra risico's met zich meebrengt.

5. Bedrijfsvoering overig

De post bedrijfsvoering overig betreft tot slot een aantal specifieke risico’s: • Personeelslasten/inhuur; gemeente is eigen risicodrager voor de ww. • Eigen risicodrager wachtgeldverplichtingen bestuurders. • Gemeente is pensioenverzekeraar van bestuurders. • Schadeclaim afgesloten bouwgrondexploitatie Centrumplan Ulft.

6. Bestuursdwang

Bestuursdwang is een bestuursrechtelijk handhavingsmiddel waarbij we een overtreding ongedaan maken op kosten van de overtreder. We lopen een risico dat we bepaalde kosten niet kunnen verhalen op derden. Ook lopen we een risico als achteraf zou blijken dat een bestuursdwangbesluit onrechtmatig was, dan moeten we proceskosten en soms ook schadevergoeding betalen.

7. Renterisico

Dit is een (sinds begroting 2023) nieuw opgenomen risico. Met name door de situatie in Oekraïne zijn de rentetarieven voor langlopende leningen in 2022 en 2023 in korte tijd zeer sterk gestegen. In de begroting 2024 was dit risico fors verhoogd van 250.000 naar 1,5 miljoen. We hebben toen al aangegeven dat we in de begroting rekenden met een gemiddeld rentetarief van 2%, maar dat de werkelijke rente toen al ruim boven 3,5% lag. De rente is nog steeds ongewijzigd hoog, maar de vooruitzichten zijn inmiddels gunstig voor de wat langere termijn. Daarom hebben we in de jaarrekening dit risico weer behoorlijk verlaagd.

8. Algemene uitkering

Gezien de grilligheid en onvoorspelbaarheid van de uitkeringen vanuit het Rijk, is er een reëel risico dat de hoogte van de algemene uitkering anders wordt dan zoals dit nu op basis van de circulaires in de begroting van komende jaren is verwerkt. Tegelijkertijd kan dit ook een positief effect hebben, want op moment van schrijven lijkt het erop dat het de VNG lukt om met het Rijk hierover betere afspraken te maken.

9. Grondexploitatie

We houden rekening met de uitkomst van de risico-analyse van 2,7 miljoen zoals opgenomen in de paragraaf “Grondbeleid”.

10. Verbonden partijen

Zie paragraaf "Verbonden partijen", het risicobedrag is opgenomen ter hoogte van een deel van de bijdrage voor 2024. Het risico zit erin dat de bijdrage die we doen meer verhoogd wordt dan waar we in de begroting rekening mee houden en we afhankelijk zijn van de verbonden partij en mogelijk andere deelnemers om daar keuzes in te maken.

11. Sociaal Domein

De uitgaven die gemoeid zijn met diverse open-einde regelingen in het Sociaal Domein zijn, zoals de naam al aangeeft, moeilijk te beïnvloeden door de gemeente omdat het beroep op deze regelingen en subsidies niet te maximeren is.

Regelingen en maatregelen Sociaal Domein (Jeugd, WMO):

In het sociaal domein blijft sprake van belangrijke ontwikkelingen die kansen en onzekerheden meebrengen, waaronder:

76

• Er werden in eerste instantie in de huidige inkoop die per 1 juli 2022 is ingegaan kostenbesparingen verwacht, maar de huidige situatie is dat dit niet op korte termijn gerealiseerd kan worden en de kosten juist stijgen. Op dit moment loopt er regionaal een aanbesteding voor jeugdhulp met verblijf. Deze aanbesteding bevat een andere financieringssystematiek dan de lopende aanbesteding. Ook worden de aanbesteden 'producten' gewijzigd. Hoewel moeilijk te voorspellen is het de verwachting dat de omzetting van de oude naar de nieuwe situatie in eerste instantie tot hogere kosten zal leiden. • De doordecentralisatie van Beschermd Wonen van centrumgemeenten naar alle gemeenten is enkele keren uitgesteld en staat momenteel gepland voor 1 januari 2026 (was 2025). Per dat moment wordt ook een ander bekostigingsmodel vanuit het Rijk ingevoerd, met een ingroeipad. Het financiële effect van dit hele proces is nog niet bekend; • De invoering van het abonnementstarief in de Wmo (per 1 januari 2019) heeft een aanzuigende werking gehad en we zien de afgelopen jaren een nadrukkelijke stijging in de kosten voor met name huishoudelijke hulp. In hoeverre dit nog verder doorzet de komende jaren is niet bekend.

Tegelijkertijd is het de bedoeling dat per 2027 (was eerst 2025) wederom een aanpassing komt op het abonnementstarief, waarmee we mogelijk weer terug zouden gaan naar de situatie van voor 2019. Dit gaat wel gepaard met een korting op het gemeentefonds. Of en welk financieel effect dit per saldo voor ons heeft is nog niet bekend. • Er zijn in de Hervormingsagenda Jeugd afspraken gemaakt over de toekomst van de jeugdzorg en de financiering daarvan. Op moment van schrijven is net de nieuwe Jeugdwet aangenomen, onduidelijk is welke consequenties dit precies gaat hebben.

Regelingen en maatregelen Sociaal Domein (Participatie)

• Er komt een wijziging van de Participatiewet aan, daarvoor ligt nu een wetsvoorstel Participatiewet in balans voor. In dit wetsvoorstel staan ruim twintig maatregelen om de Participatiewet te verbeteren en de balans tussen rechten en plichten te herstellen. De regels en procedures rondom bijstandsuitkeringen vereenvoudigen en gemeenten krijgen meer ruimte voor maatwerk. Hierdoor kunnen professionals beter inspelen op de persoonlijke situatie van mensen en hen effectiever helpen naar werk. Vertrouwen en de menselijke maat worden bij de uitvoering kernwaarden. De consequenties hiervan zijn niet bekend. • De gemeente Oude IJsselstreek is al jaren een zgn. nadeelgemeente. Dit houdt in dat de gemeente al jaren minder Buig ontvangt dan dat zij werkelijk nodig heeft om de uitkeringen te betalen. De verwachting is dat dit ook de komende jaren zal zijn. Voor het ontvangen van een vangnetuitkering om dit nadeel deels te compenseren moet aan een aantal voorwaarden worden voldaan. Op voorhand is niet zeker of de gemeente hieraan voldoet. Een aantal van deze voorwaarden zijn deels afhankelijk van politieke keuzes zoals het inzetten van boetes en maatregelen en het actief opleggen en innen terugvorderingen en verhaal. De keuzes die hierin gemaakt worden moeten we zien in het licht van de vastgestelde visie.

Werken vanuit de bedoeling is niet louter gericht op handhaving maar zaken in perspectief zetten en integraal afwegen. • Exploitatiesubsidies • Leerlingenvervoer • ZIN (Zorg in Natura)

12. Garant/borgstellingen

Het overzicht van de borg-/garantstellingen die de gemeente heeft afgegeven is opgenomen in de jaarrekening 2024. Ten opzichte van de begroting is het totale bedrag fors toegenomen van 175 miljoen naar bijna 204 miljoen. De kans dat een beroep wordt gedaan is echter klein, maar 1%.

13. Overige (externe) factoren

Op tal van gebieden loopt de gemeente risico's, die niet per post nader gespecificeerd zijn. Een deel hiervan bestaat uit • Economische ontwikkelingen, die buiten de invloedssfeer van de gemeente vallen • Planschade • Schade ten gevolge van veranderend klimaat en of extreme weersomstandigheden • Leges • Hypotheken personeel • Fluctuatie kosten en opbrengsten Afvalscheiding • Uitkering gemeentefonds inclusief Btw- compensatiefonds (BCF) • Vennootschapsbelasting (VPB) • Omgevingswet • Algehele maatschappelijke en macro-economische (mondiale) ontwikkelingen • Betalingsachterstanden diverse partijen waaronder inwoners, ondernemers, samenwerkende partijen e.d. Onderdeel hiervan is dat we een risico lopen dat de huur van de Stichting DRU Industriepark over 2024 (€670.000 incl BTW) niet voldaan kan worden.

77

Berekening prognose weerstandsvermogen (x 1.000) De verhouding tussen de aanwezige weerstandscapaciteit en de benodigde weerstandscapaciteit bepaalt of het weerstandsvermogen voldoende is. Een ratio >2 is uitstekend te noemen. beschikbare weerstandscapaciteit

Weerstandsvermogen

=

----------------------------------------------benodigde weerstandscapaciteit (risico's)

29.442

=

----------

=

2,08

14.183

Kengetallen Het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV) schrijft voor dat in deze paragraaf een verplichte basisset van 5 kengetallen wordt opgenomen. Deze kengetallen zijn: 

Netto schuldquote

Solvabiliteitsratio

Grondexploitatie

Structurele exploitatieruimte

 Belastingcapaciteit (woonlasten meerpersoonshuishouden Die hebben we aangevuld met "Weerstandsvermogen". Deze kengetallen als geheel geven een goed beeld van stand van de gemeentelijke financiën, maar kunnen niet los gezien worden van de jaarrekening en meerjarenbegroting. Het samenvattend overzicht van de kengetallen is als volgt:

Kengetallen (x 1.000)

Begroting Rekening Rekening 2024 2024 2023 (stand 1- (stand 1) 31-12)

1a Netto schuldquote

79,6 %

118,9%

78,3%

1b Netto schuldquote gecorrigeerd

71,6 %

109,6%

70,5%

2 Solvabiliteitsratio

21,0 %

15,9%

22,5%

3 Grondexploitatie

2,5 %

16,6%

4,0%

4 Structurele exploitatieruimte

-2,0 %

0,7%

0,3%

78

5 Belastingcapaciteit

88,2 %

96,7%

94,2%

6 Weerstandsvermogen

222 %

278%

208%

Qua indeling naar de signaleringswaarden die hiervoor gelden geeft dit het volgende inzicht:

Signaleringswaarden

Waarde Oude Categorie A IJsselstreek

Categorie B Categorie C

Netto schuldquote

78,3 %

<90%

90-130%

>130%

Netto schuldquote, gecorrigeerd

70,5 %

<90%

90-130%

>130%

Solvabiliteitsratio

22,5 %

>50%

20-50%

<20%

Grondexploitatie

4,0 %

<20%

20-35%

>35%

Structurele exploitatieruimte*

0,3 %

Belastingcapaciteit

94,2 %

<95%

95-105%

>105%

Weerstandsvermogen

208 %

>100%

80-100%

<80%

Jaarrekening Jaarrekening Jaarrekening >0% >0% <0%

* Dit kengetal en de classificering is bedoeld voor begroting en meerjarenraming en bij de jaarrekening minder bruikbaar. Uit bovenstaande tabel blijkt dat de financiele positie van de gemeente eind 2024 uitstekend is. Daarbij is geen rekening gehouden met het beeld uit de begroting 2025 en daarna. Hieronder volgt een nadere toelichting op de verschillende kengetallen. Daarbij wordt de definitie gehanteerd zoals BZK die gebruikt (in 2019), is weergegeven hoe het kengetal wordt berekend en wordt een korte beschouwing gegeven inclusief het verloop sinds 2014. 1. Schuldquote Definitie Hoe hoger de schuld, hoe hoger de netto schuldquote. De netto schuldquote weerspiegelt het niveau van de schuldenlast van de medeoverheid ten opzichte van de eigen middelen en geeft een indicatie van de druk van de rentelasten en de aflossingen op de exploitatie. Een hoge netto schuldquote hoeft op zichzelf geen probleem te zijn. Of dat het geval is valt niet direct af te leiden uit de netto schuldquote zelf, maar hangt af van meerdere factoren. Zo kan een hoge schuld worden veroorzaakt doordat er leningen zijn afgesloten en die gelden vervolgens worden doorgeleend aan bijvoorbeeld woningbouwcorporaties die op hun beurt weer jaarlijks aflossen. In dat geval hoeft een hoge schuld geen probleem te zijn.

Om inzicht te verkrijgen in hoeverre er sprake is van doorlenen wordt de netto schuldquote zowel in- als exclusief doorgeleende gelden weergegeven (netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen). Berekening De berekeningswijze is als volgt: Netto schuldquote = (Vaste schulden+Netto vlottende schuld+Overlopende passiva+Financiele activa+uitzettingen < 1 jaar+Liquide middelen+Overlopende activa) / Totale baten excl. mutaties reserves

79

Netto schuldquote gecorrigeerd = (Vaste schulden+Netto vlottende schuld+Overlopende passiva+Financiele activa+uitzettingen < 1 jaar+Liquide middelen+Overlopende activa -/- Verstrekte geldleningen) / Totale baten excl. mutaties reserves Beeld Oude IJsselstreek De afgelopen jaren is de schuldquote aanzienlijk gedaald tot inmiddels rond de 70% a 80%, waarmee we eind 2024 in de beste categorie vallen. Hierbij wordt aangetekend dat toekomstige investeringsambities zoals opgenomen in de begroting 2025 op termijn de schuldquote weer doen toenemen.

2. Solvabiliteitsratio Definitie Dit kengetal geeft inzicht in de mate waarin de provincie of gemeente in staat is aan haar financiële verplichtingen te voldoen. Indien er sprake is van een forse schuld en veel eigen vermogen (het totaal van de algemene en de bestemmingsreserves), hoeft een hoge schuld geen probleem te zijn voor de financiële positie. Daar is bijvoorbeeld sprake van indien een lening is aangegaan omdat het eigen vermogen niet liquide is (omdat het vast zit in bijvoorbeeld een gemeentehuis of dat er andere investeringen mee zijn gefinancierd). Hoe hoger de solvabiliteitsratio, hoe groter de weerbaarheid van de provincie of gemeente. De mate van weerbaarheid geeft in combinatie met de andere kengetallen een indicatie over de financiële positie van een provincie en gemeente. Berekening Solvabiliteitsratio = Eigen vermogen / Balanstotaal Beeld Oude IJsselstreek De solvabiliteit is de laatste jaren toegenomen en bevindt zich inmiddels boven de 20%. Een percentage van 25% wordt doorgaans als gezond gezien, in de indeling van de BBV-ratio's is dat de gemiddelde categorie en is pas bij meer dan 50% sprake van een uitstekende ratio.

80

3. Grondexploitatie Definitie De afgelopen jaren is gebleken dat grondexploitatie een forse impact kan hebben op de financiële positie van een gemeente. Indien gemeenten of provincies leningen hebben afgesloten om grond te kopen voor een (toekomstige) woningbouwproject hebben zij een schuld. Bij de beoordeling van een dergelijke schuld is het van belang om te weten of deze schuld kan worden afgelost wanneer het project wordt uitgevoerd. Van de opbrengst van de verkochte gronden kan immers de schuld worden afgelost. Het kengetal grondexploitatie geeft aan hoe groot de grondpositie (de waarde van de grond) is ten opzichte van de totale (geraamde) baten. Wanneer de grond tegen de prijs van landbouwgrond is aangekocht, loopt een gemeente relatief gering risico. Het is dus belangrijk om te kunnen beoordelen of er een reële verwachting is of grondexploitatie kan bijdragen aan de verlaging van de schuld. Staat de grond tegen een te hoge waarde op de balans en moet die worden afgewaardeerd dan leidt dit tot een lager eigen vermogen en dus een lagere solvabiliteitsratio. Berekening Kengetal grondexploitatie = (Niet in exploitatie genomen gronden + Bouwgronden in exploitatie) / Totale baten excl. reservemutaties Beeld Oude IJsselstreek Het kengetal geeft weer welk risico de gemeente relatief gezien loopt op de grondexploitatie. Hoe lager hoe minder risico.

Bij ons is de omvang van de voorraad grondexploitatie ten opzichte van de totale exploitatie beperkt.

81

4. Structurele exploitatieruimte Definitie Voor de beoordeling van de financiële positie is het ook van belang te kijken naar de structurele baten en structurele lasten. Structurele baten zijn bijvoorbeeld de algemene uitkering uit het gemeentefonds of provinciefonds en de opbrengsten uit de onroerende zaakbelasting OZB respectievelijk opcenten op de motorrijtuigbelastingen. Dit kengetal geeft aan hoe groot de structurele exploitatieruimte is, doordat wordt gekeken naar de structurele baten en structurele lasten en deze worden vergeleken met de totale baten. Een positief percentage betekent dat de structurele baten toereikend zijn om de structurele lasten (waaronder de rente en aflossing van een lening) te dekken. Berekening Structurele exploitatieruimte = (structurele baten (excl. reservemutaties) -/- structurele lasten (excl. reservemutaties) ) / totale baten excl. reserves Beeld Oude IJsselstreek Het structureel jaarrekeningresultaat is op enkele jaren na steeds positief geweest in de afgelopen 10 jaar en ook in 2024 was dit licht voordelig.

82

5. Belastingcapaciteit Definitie De OZB en de opcenten zijn voor gemeenten respectievelijk provincies de belangrijkste eigen belastinginkomsten. De belastingcapaciteit geeft inzicht in de mate waarin bij het voordoen van een financiële tegenvaller in het volgende begrotingsjaar kan worden opgevangen of ruimte is voor nieuw beleid. Om deze ruimte weer te kunnen geven is een ijkpunt nodig. In dit geval landelijk gemiddelde tarieven. Voor de gemeenten wordt de belastingcapaciteit gerelateerd aan de hoogte van de gemiddelde woonlasten (OZB, rioolheffing en reinigingsheffing). Naast de OZB wordt tevens gekeken naar de riool- en afvalstoffenheffing omdat de heffing niet kostendekkend hoeft te zijn, maar ook lager mag worden vastgesteld (er is dan sprake van belastingcapaciteit die niet benut wordt). Voor de provincies wordt de belastingcapaciteit gerelateerd aan de hoogte van het gemiddelde landelijke gehanteerde tarief voor de opcenten. De mate waarbij een tegenvaller kan worden bijgestuurd, wordt ook wel de wendbaarheid van de begroting genoemd. Wanneer een gemeente of provincie te maken heeft met een hoge schuld en de structurele lasten hoger zijn dan de structurele baten en de woonlasten of opcenten al relatief hoog zijn, dan is er minder ruimte om te kunnen bijsturen. Berekening Woonlasten t.o.v.

landelijk gemiddelde = (OZB lasten voor gezin bij gemiddelde WOZ waarde + Rioolheffing voor gezin + Afvalstoffenheffing voor gezin) / Woonlasten landelijk gemiddelde voor gezin met koopwoning Hierbij hanteren we de volgende cijfers voor 2024: 

Gemiddelde WOZ-waarde van 329.000 (https://allecijfers.nl/ranglijst/hoogste-en-laagstewoningwaarde-per-gemeente-in-nederland)

Bij afvalstoffenheffing gaan we uit van meerpersoonshuishouden met ondergrondse container met 17 inworpen afvalzak

 Voor het landelijk gemiddelde hanteren we de cijfers uit de Atlas lokale lasten 2024 van het Coelo. Beeld Oude IJsselstreek Sinds 2020 was sprake van een daling van de woonlasten in onze gemeente ten opzichte van het landelijk referentiepunt. In 2024 is daar verandering in gekomen, maar de lokale lasten liggen met 95% nog onder het landelijk gemiddelde.

6.Weerstandscapaciteit Dit kengetal is in deze paragraaf al nader toegelicht. Het verloop is als volgt:

83

84

Jaarrekening 2024 De jaarrekening 2024 wordt separaat toegevoegd aan de jaarstukken 2024, zie de bijlagen jaarrekening 2024.

85

86

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.oude-ijsselstreek.nl/api/v1/meetings/4886/documents/31380