CConstaterende datOude Ijsselstreek
Koppel je AI →
Document · PDF

Herijking verordening bespreekdocument commissie MO loopbaanbegeleiding.pdf

Raadscommissie Maatschappelijke Ontwikkeling (MO) 17 juni 2021, gemeente Oude IjsselstreekBij agendapunt: 3: Herijken verordening Sociaal Domein onderdeel loopbaanbegeleiding6.121 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

VERORDENING SOCIAAL DOMEIN Herijking onderdeel loopbaanbegeleiding

Auteur: R. Smorenberg Versie:14-06-2021

Pagina 2 van 18 Status:concept bespreekdocument Raadscommissie Maatschappelijke Ontwikkeling d.d. 17-06-2021

1 Inleiding 1.1 aanleiding Sinds 1 januari 2021 voert de gemeente Oude IJsselstreek samen met STOER de Participatiewet uit. In dat kader heeft de gemeenteraad op 21 januari 2021 de Verordening Sociaal Domein 2021 vastgesteld. Destijds is er voor gekozen om de bepalingen vanuit de toenmalige zeven Participatiewet verordeningen beleidsarm op te nemen. Tevens is er voor gekozen om 2021 te gebruiken om deze bepalingen te herijken en aan te laten sluiten bij de visie “Naar het hart van de beweging”, “Transformatie in de kijk op werk” en de bestuursopdracht. De raadscommissie Maatschappelijke Ontwikkeling heeft ingestemd met het voorstel om de bepalingen die betrekking hebben op de Participatiewet themagewijs te bespreken aan de hand van het “dakpan-principe” waarbij op basis van een inhoudelijke discussie over uitgangspunten eventueel gekomen wordt tot een wijziging van de bestaande verordening. Voor de behandeling van de thema’s hanteren we de volgende planning:

Thema Loopbaanbegeleiding Inwonersparticipatie Inkomensbegeleiding Handhaving en naleving Inburgering

Thematische bespreking Commissie Juni 2021 Commissie september 2021 Commissie oktober 2021 Commissie november 2021 Commissie november 2021

Voorstel verordening Commissie september 2021 Commissie oktober 2021 Commissie november 2021 Commissie december 2021 Commissie december 2021

Vaststelling verordening door gemeenteraad december 2021 Met deze notitie geven we de uitgangspunten van het thema “loopbaanbegeleiding” zoals besproken wordt in de commissie van juni 2021 weer.

1.2 Leeswijzer Dit document start met een beschrijving van de kaders waar rekening mee dient te worden gehouden bij de herijking. Vervolgens worden de hoofdlijnen rondom het thema op hoofdlijnen beschreven. In bijlage 1 is de tekst in de huidige verordening terug te vinden. In bijlage 2 is wettekst uit de Participatiewet opgenomen op basis waarvan de gemeenteraad de bevoegdheid heeft tot het vastleggen van nadere regelgeving in een verordening.

Pagina 3 van 18

2 Loopbaanbegeleiding vanuit de kaders 2.1 Visie De gemeentelijke visie op de uitvoering van de Participatiewet is beschreven in het document de “Transformatie in de kijk op werk”. Daarin zijn de drie centrale uitgangspunten beschreven: a) Uitvoering Participatiewet is onderdeel van het lokale zorgnetwerk. b) Substantiële uitstroom naar werk; c) Respectvolle bejegening richting inwoners. Voor wat betreft de loopbaanbegeleiding is het uitgangspunt dat iedereen meedoet. Als het kan via betaald werk en als dat niet lukt gaan mensen als vrijwilliger aan de slag. En als het nodig is krijgen mensen zorg op maat. Onze aanpak is gebaseerd op hetgeen we geleerd hebben vanuit het experiment Meedoen Werkt. Dat betekent dat we werkgevers direct invloed geven op het matchen van werkzoekenden en werkgevers. Werkgevers weten veel beter wat er nodig is. We blijven daarbij op zoek naar innovatieve manieren van samenwerking met werkgevers. De gemeente heeft daarbinnen een faciliterende en regisserende rol. Niet alleen op het moment dat de inwoner een inkomensvoorziening ontvangt, maar ook daarna blijven we betrokken. We investeren daarbij niet alleen in de ontwikkeling van kennis en kunde van de werknemer maar ook in die van de werkgever als het gaat om de begeleiding van medewerkers die (bij de start) meer begeleiding vragen.

We hebben niet alleen een faciliterende en regisserende rol in de richting van de werkgevers, maar ook in de richting van onze inwoner. Dat kan alleen als we de inwoner écht leren kennen en weten wat hen drijft en wat ze belangrijk vinden in het leven. We investeren dan ook nadrukkelijk in het contact met onze inwoners en stemmen de mate van begeleiding en ondersteuning af op de wensen en mogelijkheden van de inwoner. Vanuit het intensieve contact krijgen we beter zicht op de problemen en zorgen die de inwoner belemmeren om zich volledig op zijn werk en ontwikkeling te kunnen richten. Daarbij sluiten we aan bij het lokale zorgnetwerk waardoor we ook op dit gebied gericht ondersteuning kunnen bieden. Niet voor iedereen is betaald werk een realistisch doel. Omdat we geloven dat iedereen van waarde kan en wil zijn, ondersteunen we hen bij het vinden van een vorm die hen voldoening en zingeving biedt. De manier waarop kan voor iedere persoon anders zijn en vraagt ruimte voor maatwerk.

2.2 Strategische agenda

Pagina 4 van 18 Het college heeft in de Strategische agenda Transformatie Werk en Inkomen 2021 de ambities voor 2021 bepaald. Voor het onderdeel: “Iedereen doet mee” luidt de ambitie als volgt: Samen met onze ondernemers en maatschappelijke organisaties zorgen we er voor dat er voor iedereen een baan is. Ook voor de mensen waarvoor de arbeidsmarkt niet (meer) passend is of die vanwege taal of een andere beperking meer moeite hebben om een baan te vinden. Deze ambitie is vervolgens vertaald in de volgende acties: a) b) c) d)

We organiseren maandelijkse bijeenkomsten waar werkgevers en werkzoekenden elkaar kunnen ontmoeten (Meedoen Werkt); We faciliteren samen met werkgevers branche georiënteerde projecten; We ontwikkelen een helder pakket aan faciliterende in- en doorstroomvoorzieningen; We organiseren dienstverbanden voor inwoners waarvoor de arbeidsmarkt niet (meer) passend is (maatschappelijke banen).

2.3 Participatiewet Taken, verantwoordelijkheden en bevoegdheden De opdracht voor de ondersteuning bij arbeidsinschakeling en het verstrekken van (algemene en bijzondere) bijstand heeft de wetgever belegd bij het college (art 7 lid 1 sub a en b Pw). Daarnaast heeft het college de taak gekregen om beleid te ontwikkelen ten behoeve van het verrichten van een tegenprestatie (art 7 lid 1 sub c Pw). De gemeenteraad heeft de taak om bij verordening nadere regels te stellen. Het gaat daarbij om: a) regels met betrekking tot de re-integratievoorzieningen en tegenprestatie (art 8a Pw) b) het aantal beschutte werkplekken en de wijze van toewijzing (art 10b lid 5 Pw); c) de voorzieningen die worden aangeboden in de periode dat de inwoner met een indicatie beschut werken aan het wachten is op een beschutte werkplek (art 10b lid 7 Pw) Voorgaande betekent dat de gemeenteraad de kaders schept waarbinnen het college de loopbaanbegeleiding vorm kan geven.

Doelgroep De opdracht tot arbeidsinschakeling – en daarmee de werking van de verordeningen heeft betrekking op de volgende doelgroepen:

Pagina 5 van 18

Inwoners met een gemeentelijke inkomensvoorziening Inwoner met een oudere partner die aanvullende bijstand ontvangt via de SVB Inwoner met loonkostensubsidie tot het moment dat de inwoner twee jaar geen LKS meer nodig heeft Inwoner met een loonkostensubsidie die ziek is op het moment dat het tijdelijke dienstverband eindigt Inwoner met een nabestaanden- of wezenuitkering Inwoners zonder eigen inkomen en zonder recht op een uitkering (Nietuitkeringsgerechtigde) Inwoners met een uitkering ingevolge de IOAW/IOAZ Inwoners met een oude gesubsidieerde baan (Wet inschakeling werkzoekenden) Optie: jongeren (16 of 17 met leerplicht of kwalificatieplicht + 18 tot 27 jaar zonder startkwalificatie) die ondersteuning nodig hebben voor het volgen van een leer-werk traject De volgende groepen hebben geen recht op arbeidsinschakeling: - Jongeren tot 27 jaar die zouden kunnen studeren - Inwoners met een inkomen of vermogen hoger dan de bijstandsnorm - Inwoners met een uitkering anders dan op basis van de Participatiewet - Inwoners vanaf de AOW-gerechtigde leeftijd Vormen van arbeidsinschakeling De Participatiewet biedt de gemeente beleidsvrijheid om zelf te bepalen hoe zij de ondersteuning bij arbeidsinschakeling vorm wil geven.

Toch zijn in de Participatiewet ook een aantal verplichte en optionele voorzieningen aangegeven: Verplicht: Beschut werk (art 10b Pw): dienstverband voor inwoners met een indicatie van het UWV die aangewezen zijn op werkplek met aangepaste omstandigheden Loonkostensubsidie (art 10d Pw): als een werkgever een dienstverband aangaat met iemand die niet in staat is om zelfstandig minimaal het wettelijk minimumloon te verdienen; Begeleiding op de werkplek (art 10da Pw) indien iemand een verplichte loonkostensubsidie ontvangt; Optioneel: Participatieplaatsen (art 10a Pw) waarbij iemand gedurende max 5 jaar onder voorwaarden onbeloond additionele werkzaamheden kan verrichten. Financiering De gemeente ontvangt voor de uitvoering van de Participatiewet een drietal budgetten: a. BUIG: bedoeld voor de betaling van de inkomensvoorziening. b. Re-integratiebudget: budget bedoeld voor vergoeding re-integratie c. Uitvoeringsbudget: budget bedoeld voor de uitvoering van de Pw

2.4 Ontwikkelingen a) Breed Offensief In principe zou op 1 juli 2021 het Wetsvoorstel Breed Offensief in werking treden. Vanwege de val van het kabinet wordt nu uitgegaan van inwerkingtreding per 1 januari

Pagina 6 van 18 2022. Doel van het wetsvoorstel is te bevorderen dat meer mensen in de Participatiewet met een arbeidsbeperking aan het werk gaan en blijven. Daarvoor worden in het wetsvoorstel de volgende voorstellen gedaan: -

één landelijke methodiek voor loonwaardebepaling (vanaf 1-7-2021); uniform moment uitbetaling loonkostensubsidie; vrijlating arbeidsinkomen bij deeltijd werken met loonkostensubsidie; één herkenbaar publiek aanspreekpunt voor werkgevers waar ook private organisaties aan kunnen sluiten; werkzoekenden regionaal inzichtelijk maken voor werkgevers en private organisaties; inlenen van medewerkers met arbeidshandicap telt mee voor quotawet; beloning van werkgevers die meer arbeidsbelemmerden in dienst nemen.

Op dit moment is het nog te vroeg om deze ontwikkeling nu mee te nemen. Het is namelijk de vraag wat het nieuwe kabinet met het wetsvoorstel gaat doen. Daarnaast is het de vraag of dit consequenties heeft voor de verordening. Het is wel goed om de denkrichting in gedachte te houden. b) Simpel switchen Simpel Switchen (landelijk project onder regie van Divosa, SZW en VWS) wil bereiken dat het voor mensen makkelijker wordt vanuit de uitkering aan het werk te gaan. Ook een eventuele noodzakelijke stap terug moet mogelijk zijn zonder dat mensen daarbij financiële onzekerheden kennen of rechten verliezen. Daarbij hanteren zij vier sporen: -

Spoor 1: Mensen moeten makkelijker vanuit de uitkering kunnen gaan werken en weer terug kunnen vallen als het werken toch (even) niet lukt. Spoor 2: Beter inzicht in financiële gevolgen van aan het werk gaan. Spoor 3: Meedoen op de best passende plek (van dagbesteding naar werk). Spoor 4: Continuïteit in begeleiding en meer integrale ondersteuning.

De vier sporen komen overeen met de ontwikkelingen waar wij als STOER/gemeente mee bezig zijn. De traploze arbeidsmarkt is het principe dat wij hierbij hanteren. Vandaar dat het goed is om deze denkrichtingen mee te nemen bij de herijking van de verordening. c) Maatschappelijke (basis)banen Landelijk is er een discussie gaande over het bieden van werk aan mensen waarvoor de arbeidsmarkt niet meer passend is. Ons college heeft besloten om vooruitlopend op de uitkomst van deze landelijke discussie, deze banen te gaan realiseren. De wettelijke basis voor de maatschappelijke (basis)banen is het arbeidsrecht en niet de Participatiewet. Zodoende heeft dit geen gevolgen voor de verordening.

d) Initiatiefwet Sociale Werkbedrijf Het CDA en de SP hebben samen een initiatiefwet ingediend waarin zij pleiten voor een verplichte invoering van een landelijk dekkend aantal sociale werkbedrijven die werk en ontwikkeling moeten bieden aan mensen in een uitkeringssituatie. Momenteel worden de financiële consequenties hiervan doorgerekend. Omdat nog onduidelijk is of en zo ja in welke vorm de initiatiefwet ook daadwerkelijk gaat leiden tot een wettelijke verplichting in de richting van gemeenten, heeft deze ontwikkeling momenteel nog geen gevolgen voor de herijking van de verordening.

Pagina 7 van 18

e) Wet inburgering 2022 Op 1 januari 2022 treedt de Wet inburgering 2022 in werking. Op basis daarvan krijgt de gemeente de verantwoordelijkheid om statushouders een traject aan te bieden waarbij de beheersing van de Nederlandse taal wordt gecombineerd met begeleiding naar werk en maatschappelijke integratie. Dit onderwerp behandelen we verder in de cyclus van november en hoeft zodoende nu nog niet behandeld te worden.

Pagina 8 van 18

3 Herijking onderdeel loopbaanbegeleiding 3.1 Inleiding: De term herijking heeft voor ons een diepere betekenis. Niet alleen willen we op een andere manier met onze inwoners omgaan. In lijn met de visie “ naar het hart van de beweging” willen we ook dat onze professionals de ruimte krijgen om het maximale uit hun professie te halen. Daarvoor willen we dat zij binnen de gestelde kaders van de visie maximaal de ruimte krijgen. Systemen en procedures worden alleen ingericht ter ondersteuning van het grotere doel om professional de ruimte te geven om te doen waar ze goed in zijn.

3.2 We kennen onze inwoners Alles start met een goed gesprek en aandacht. Onze ervaring is dat mensen in beweging komen en blijven op het moment dat er aandacht is voor hen als persoon en in hun omstandigheden. Vandaar dat we een belangrijk rol in onze aanpak belegd is bij de loopbaanbegeleiders. Zij helpen de inwoner bij het in kaart brengen van zijn kansen en mogelijkheden, helpen de inwoner een persoonlijk ontwikkelplan op te stellen en begeleiden hem bij de te nemen stappen. Om de situatie van de inwoner goed in kaart te brengen kan het nodig zijn om ondersteunende instrumenten in te zetten. Bijvoorbeeld om de belastbaarheid en de leerbaarheid te kunnen bepalen. Maar ook om de inwoner kennis te laten maken met verschillende soorten werkzaamheden en werkomgevingen zodat hij een beter beeld krijgt van waar zijn talenten liggen.

3.3 De werkgever geeft werk en wij faciliteren We geloven in het principe van “eerst werk en dan eventueel trainen”. Dat betekent niet dat we van mening zijn dat iedereen direct in staat is om volledig in een bedrijf aan de slag te gaan. Maar wel dat we starten met werk en van daaruit gaan kijken wat er nodig is om dat werk te behouden en zich verder te ontwikkelen. Werk kan in dit kader voor de één een betaalde baan zijn en voor de ander een vorm van dagbesteding. De werkgever bepaalt welke werkzoekende hij een dienstverband aanbiedt. Hij weet ook het beste over welke kwaliteiten de werknemer moet beschikken. Wij zien voor onszelf dan ook met name een rol weggelegd in het verbinden van werkzoekende en werkgever. Onze rol zal dan vooral liggen in het aangaan van de relatie met de werkgever t.o.v. de gemeente en haar inwoners. Vanuit die relatie kunnen we bouwen aan een gezamenlijke toekomst voor zowel werkgever, inwoner en gemeente. Daarnaast zijn wij onderdeel van het WSPA. Daar gaat het meestal om concrete vacatures waar directe matching op gezocht wordt. Bij STOER richten we ons op het organiseren van bijeenkomsten waar werkgevers en inwoners elkaar kunnen ontmoeten (Meedoen Werkt). Maar ook door actief werkgevers te benaderen als een inwoner graag bij een bepaald bedrijf aan de slag zou willen.

Verder zien we voor onszelf een taak weggelegd in het overbruggen van het verschil tussen de benodigde en de aanwezige kwaliteiten van de inwoner en het stimuleren en

Pagina 9 van 18 faciliteren van de ontwikkeling van de inwoner op het moment dat de inwoner een baan gevonden heeft. Samen met de werkgever en de werknemer kijken we wat nodig is om de werkplek voor de medewerker te behouden en van daaruit door te groeien. Voor een deel van onze inwoners is het faciliteren van een contactmoment voldoende, voor een deel is een opstap in de vorm van wat extra begeleiding, ondersteuning bij taal of een opbouw in uren voldoende en voor ander deel is jobcoaching of loonkostensubsidie nodig. Ook kan het nodig zijn om de werkgever handvatten te bieden hoe hij de medewerker het beste kan aansturen. Maatwerk is hierbij uitgangspunt van handelen. Met werkgevers die veelvuldig op zoek zijn naar werknemers en waarvan de werkzaamheden aansluiten bij de wensen en mogelijkheden van onze inwoners maken we samenwerkingsarrangementen. Binnen deze arrangementen worden afspraken gemaakt over de investering van de werkgever, de inwoner en van ons, wederom gericht op behoud van het dienstverband als ook de doorontwikkeling van de medewerker zodra hij in dienst is. De inhoud van deze arrangementen is afhankelijk van wat er in de specifieke situatie nodig is. Dat kan zijn de inzet van aan training, een korte proefperiode, het bieden van een detacheringsformule of het samen met een aantal werkgevers opzetten van een coöperatie.

Vanuit de wens om voor iedereen de gemeentelijke inkomensvoorziening te kunnen vervangen door een dienstverband zijn we steeds op zoek naar manieren om dit mogelijk te maken. De maatschappelijke (basis)banen zijn hier een voorbeeld van. We blijven dan ook op zoek naar innovatieve manieren om zoveel mogelijk werk en dienstverbanden voor onze inwoners te realiseren.

3.4 Werk moet lonen We verwachten van onze inwoners dat zij zich – samen met ons en de werkgevers – inzetten om werk te verkrijgen en zich verder te ontwikkelen zodat werk behouden blijft en/of doorstroom naar een andere baan mogelijk is. Inzet dient beloond te worden. Die beloning is niet afhankelijk van het feit of de inzet uiteindelijk leidt tot het kunnen beëindigen van de gemeentelijke inkomensvoorziening. De beloning dient dan ook niet afhankelijk te zijn van het resultaat, maar van de inspanning. De inspanning van iemand met een medische beperking en een parttime baan, kan verhoudingsgewijs even groot zijn als die van iemand zonder een medische beperking en een fulltime baan. Bij belonen gaat het voor een deel om financieel voordeel, maar nog meer gaat het om de waardering die er vanuit moet gaan. Dus bijvoorbeeld een bos bloemen als iemand een baan gevonden heeft, een telefoontje om te vragen hoe het sollicitatiegesprek is gegaan of een chocoladeletter met Sinterklaas. Kleine blijken van meeleven en waardering voor wat die ander doet. Vormen van collegialiteit die in onze organisatie ook normaal zijn. Ondanks dat inwoners vooralsnog een inkomen via de participatiewet krijgen, beschouwen we hen als collega’s. Dit consequent doorvoeren heeft effect op de inwoner en onze professionals ten gunste van het klimaat waarin we het grotere doel willen bereiken.

Langdurige inzet moet ook leiden tot een financiële beloning. Vandaar dat we willen komen tot een beloningssysteem waarbij mensen ook netto meer gaan verdienen als zij zich naar vermogen inspannen. We willen daarbij maximaal gebruik maken van de mogelijkheden die de wet ons biedt. Denk hierbij aan de mogelijkheden van inkomensvrijlating, premies en vergoedingen.

Pagina 10 van 18 Daarbij moeten we voorkomen dat we een situatie creëren waarbij de verdere ontwikkeling van de inwoner financieel niet meer lonend is. Het moet bijvoorbeeld financieel blijven lonen om urenuitbreiding te vragen als je parttime werkt en fulltime zou kunnen werken. Daarnaast moeten we voorkomen dat de wijze van belonen indirect negatieve effecten heeft voor de inwoner. Bijvoorbeeld omdat de armoedeval (wegvallen van financieel voordeel bij een hoger inkomen) wordt vergroot of omdat iemand vanwege een schuldsanering er netto financieel niet beter van wordt. In de strategische agenda is opgenomen dat nog in 2021 een oplossing wordt gecreëerd dat de armoedeval probeert te bestrijden, werken moet lonen. Separaat aan dit stuk zal de raad hierover worden geïnformeerd. Verder willen we komen tot een beperkte “opstartpremie” waarmee iemand die gaat starten bij een werkgever in staat wordt gesteld om bijvoorbeeld een fiets aan te schaffen, passende werkkleding te kopen of van dat geld de eerste reiskosten te betalen.

3.5 We blijven de voortgang volgen Op het moment dat er iets wijzigt in de inkomenssituatie brengt de inkomensbegeleider samen met de inwoner de effecten hiervan in beeld en adviseert en begeleidt hem bij het regelen van zaken zoals aanvragen toeslagen, aanmelden studiefinanciering of het in kaart brengen van de netto effecten in relatie tot de vaste lasten. Als de inwoner een baan heeft gevonden en voldoende inkomen verdient om zelf in zijn levensonderhoud te kunnen voorzien, bevriezen we het recht op uitkering gedurende drie maanden. Dat betekent dat de inwoner in die periode op ieder moment terug kan komen en de uitkering gecontinueerd wordt zonder dat hij het hele aanvraagproces opnieuw hoeft te doen. We werken namelijk maximaal vanuit de bedoeling en willen het systeem niet leidend laten zijn. Daarnaast maakt de loopbaanbegeleider met de inwoner (en eventueel de werkgever) afspraken over de wijze waarop we de eerste periode in contact blijven om te kijken hoe het gaat op de werkplek. De ervaring leert namelijk dat gedurende de eerste twee maanden duidelijk wordt in hoeverre een werkplek passend is. Hoe dit contact er uitziet is afhankelijk van de wens van de inwoner en of er afspraken zijn gemaakt met de werkgever.

In een aantal gevallen is er ondersteuning nodig in de vorm van loonkostensubsidie of jobcoaching waardoor de begeleiding kan duren tot een iemands pensionering. Op het moment dat blijkt dat gedurende deze periode alsnog ondersteuning nodig is om de werkplek te behouden, zetten we die ondersteuning in. Net als dat we afgesproken ondersteuning (bijvoorbeeld jobcoaching) aanpassen op het moment dat meer of minder begeleiding nodig is. Het feit dat we de voortgang gedurende de eerste periode blijven volgen betekent niet dat we de verantwoordelijkheden van de werkgever over nemen. Maar vanuit ieders verantwoordelijkheid kijken we of en zo ja wat er nodig is om de werkplek te behouden danwel doorstroom naar een vervolgbaan te realiseren.

3.6 Wederkerigheid in plaats van tegenprestatie

Pagina 11 van 18 De Participatiewet kent het verplichte principe van de tegenprestatie waarmee wordt bedoeld dat een inwoner door het college opgedragen onbeloonde maatschappelijk nuttige werkzaamheden verricht naast of in aanvulling op reguliere arbeid die niet leidt tot verdringing op de arbeidsmarkt. Wij gaan ervan uit dat mensen waarde toevoegen omdat ze waardevol zijn. Dus wij vragen ook inzet van onze inwoners, maar doen dat vanuit een positieve gedachte en niet als een soort straf voor het hebben van een uitkering. Door Corona en de val van de regering heeft de controle op naleving van de tegenprestatie door gemeenten, bij het rijk niet meer de prioriteit die het daarvoor had. Het risico is echter dat dit weer aandacht gaat krijgen. Vandaar dat we gaan onderzoeken hoe we deze verplichting alsnog een zinvolle invulling kunnen geven.

3.7 We staan in verbinding met onze omgeving Eind 2020 zijn de bepalingen vanuit de verschillende verordeningen van de Participatiewet ondergebracht in de Verordening Sociaal Domein 2021. Het idee hierachter is het stimuleren van een integrale benadering van het Sociaal Domein en aanpalende beleidsvelden. Het feit dat we de Participatiewet nu zelf uitvoeren heeft de samenwerking met de beleidsvelden Wmo, Jeugd, minimabeleid, inburgering, jongeren, ect sterk verbeterd. Loopbaanbegeleiders en inkomensbegeleiders maken op casusniveau afspraken met de Wmo-consulenten, hebben contact met de medewerkers van Buurtzorg Jong, nemen deel aan het lokale zorgnetwerk en schuldhulpmaatjes hebben recentelijk een presentatie gegeven tijdens een teamoverleg van de medewerkers van STOER. Ook worden jongeren waarbij het vermoeden bestaat dat zij niet werken en ook niet op school zitten, thuis opgezocht. We gebruiken de komende periode om ook op verordeningsniveau te bekijken of en zo ja hoe de lokale regelgeving aanpassing behoeft om dit proces tot integraal werken nog verder te verbeteren. Daarnaast onderzoeken we hoe de bij STOER aanwezige kennis, netwerken en faciliteiten ingezet kunnen worden voor een bredere doelgroep bijvoorbeeld vanuit de Wmo en jeugdzorg. En andersom hoe gebruik gemaakt kan worden van de kennis, ervaring en faciliteiten binnen de andere beleidsvelden.

Het moge duidelijk zijn dat dit een continu proces is waarover we in commissievergadering de stand van zaken kunnen bespreken maar wat niet binnen een maand concreet geregeld is. Maar het is wel een proces dat in gang is gezet en verder uitgebouwd gaat worden.

3.8 Ondersteuning aan zelfstandigen Een groep die de afgelopen periode door Corona ineens veel landelijke en gemeentelijke aandacht heeft gekregen zijn de kleinere ondernemers. Door regelingen als de Tozo en de Tonk zijn we met veel ondernemers in contact gekomen en hebben we een deel van hen kunnen helpen. Enerzijds door het verstrekken van een inkomensvoorziening, maar anderzijds ook door met hen in gesprek te gaan over de continuering van het bedrijf na Corona. Tevens hebben we veel en intensief contact met de afdeling Economie van de gemeente. We verbinden onze gezamenlijke kennis om tot een goede aanpak te komen voor onze ondernemers.

Pagina 12 van 18 Wij zijn van mening dat zelfs in deze moeilijke tijden, een eigen bedrijf voor sommige mensen een goede manier kan zijn om vanuit een inkomensvoorziening een inkomen te verdienen. Vandaar dat we ons ook in willen gaan spannen om het hebben van een eigen bedrijf te stimuleren.

Pagina 13 van 18

Bijlage 1. Loopbaanbegeleiding binnen de huidige verordening Begrippenlijst STOER

De organisatie die uitvoering gaat geven aan de uitvoering van de Participatiewet met uitzondering van artikel 7 lid 4 van de Participatiewet. Het vaststellen van de rechten en plichten en de daarvoor noodzakelijke beoordeling van de omstandigheden van de inwoner die een uitkering in het kader van de Participatiewet aanvraagt, blijft conform dit artikel bij de gemeente Oude IJsselstreek.

Tegenprestatie

Het naar vermogen verrichten van door de gemeente opgedragen onbeloonde maatschappelijk nuttige werkzaamheden, die worden verricht naast of in aanvulling op reguliere arbeid en die niet leiden tot verdringing op de arbeidsmarkt.

Artikel 3.2.3 B Inhoud gesprek 1. Tijdens het gesprek wordt de vraag van de inwoner verder verkend. Het gesprek is de triage. Daarbij wordt in ieder geval aandacht besteed aan de reden waarom de inwoner naar STOER is gekomen, welke ondersteuning de inwoner denkt nodig te hebben en welke ondersteuning STOER kan bieden 2. Als de vraag betrekking heeft op ondersteuning bij arbeidsinschakeling wordt tijdens het gesprek gekomen tot een eerste beeld van een realistische droombaan, arbeidsgerelateerde beperkingen, de stappen die gezet moeten worden om daar te komen en het samen bepalen van een eerste haalbaar doel; 3. Als de vraag betrekking heeft op inkomensondersteuning, wordt gestart met hetgeen beschreven is bij arbeidsinschakeling vervolgens wordt ingezoomd op de financiële aspecten (inkomen, schulden, bijzondere bijstand, vermogen en gezinsomstandigheden) zodat het mogelijk is om op basis van hetgeen de inwoner aangeeft, een eerste inschatting van het recht op uitkering te maken. 4. In beide gevallen wordt daarnaast gevraagd of de inwoner nog vragen heeft op andere leefgebieden en worden de mogelijkheden voor bijzondere bijstand bekeken. 5. Specifiek wordt gekeken naar: a. de mate van beheersing van de Nederlandse taal; b. de documenten die nodig zijn om de aanvraag af te kunnen handelen; c.

wederzijdse verwachtingen: wat kan de inwoner van STOER verwachten en wat verwachten wij van de inwoner; d. het feit of jongeren (tot 27 jaar): i. voldoende startkwalificatie hebben en/of een opleiding kunnen volgen ii. voldoende middelen hebben om de verplichte wachtperiode van 4 weken (art 41 lid 4 Pw) te overbruggen.

Hoofdstuk 7 Werk en Participatie STOER geeft namens de gemeente Oude IJsselstreek uitvoering aan een aantal activiteiten die behoren tot de werkzaamheden op grond van de Participatiewet. Zij doet dit binnen de visie die beschreven is in de Transformatie in de kijk op werk. De gemeente

Pagina 14 van 18 Oude IJsselstreek voert binnen deze visie, een aantal activiteiten uit die conform de huidige Participatiewet aan een gemeente zijn voorbehouden. Onze dienstverlening is gebaseerd op de volgende uitgangspunten:  Wij werken vanuit het inwonersperspectief Dit betekent dat wij onze bedrijfsprocessen zodanig inrichten dat zij aansluiten bij de logica van onze inwoners. Door te werken vanuit het inwonersperspectief sluiten we aan op de leefwereld van onze inwoners en op het lokale zorgnetwerk. Dit betekent ook dat wij kiezen voor een integrale manier van werken waarbij ook aandacht is voor bijvoorbeeld schulddienstverlening en de Wmo en de Jeugdhulp.  Wij schenken veel aandacht aan de bejegening van onze inwoners Dit betekent voor ons werken vanuit een positieve grondhouding omdat voor ons ieder mens waardevol is en recht heeft op een respectvolle bejegening. Wij willen dat onze inwoners zich gehoord, gezien en welkom voelen wanneer ze contact met ons hebben bij de uitvoering van de Participatiewet. Daarom werken we vanuit gastvrijheid. Gastvrijheid is de kunst om mensen welkom te laten voelen. Wanneer je te gast bent, word je als uniek mens gezien die welkom wordt geheten en waarvoor oprechte aandacht is. 7.1 Voor wie De gemeente helpt de volgende groepen inwoners op weg naar werk: a.

Inwoners met een gemeentelijke uitkering die niet op eigen kracht en met de hulp van het sociale netwerk, uitzendbureaus en andere organisaties de weg naar werk kunnen vinden. b. Inwoners die geen hulp kunnen krijgen van andere instanties, zoals UWV, SVB of werkgevers. Per hulpvraag beoordeelt de gemeente of er hulp wordt gegeven. c. Jongeren tot 27 jaar die geen werk en geen diploma’s hebben. De gemeente helpt hen een passende opleiding of passend werk te vinden, of leidt hen naar hulpverlening of zorg. 7.2 Voorzieningen-werk 1. De gemeente bekijkt per inwoner welke hulp nodig is. De gemeente zet passende voorzieningen in. Voor mensen die ver van de arbeidsmarkt afstaan zijn er mogelijkheden om zich te ontwikkelen. Daarbij hoort ook de mogelijkheid om een stapje terug te doen als het even wat minder gaat. 2. De gemeente beoordeelt per persoon of het zinvol is om een voorziening in te zetten. De gemeente bepaalt welke voorziening wordt ingezet en voor hoe lang. Daarbij kijkt de gemeente naar verschillende dingen: de omstandigheden van de inwoner, zijn mogelijkheden en eventuele beperkingen, de zorg voor kinderen, mantelzorg, wettelijke verplichtingen en het beschikbare budget. 3. In een plan van aanpak legt de gemeente vast welke hulp de inwoner krijgt. In dit plan staat welke afspraken er met de inwoner zijn gemaakt. 7.2.1 Werkervaringsplaats 1.

De gemeente kan een inwoner die behoort tot de doelgroep een werkervaringsplaats gericht op arbeidsinschakeling aanbieden. 2. Het doel van een werkervaringsplaats is het opdoen van werkervaring, het leren functioneren in een arbeidsrelatie of het behouden van arbeidsritme. 3. De gemeente plaatst de inwoner uitsluitend als hierdoor de concurrentieverhoudingen niet onverantwoord worden beïnvloed en er geen verdringing van betaalde arbeid plaatsvindt. 4. In een schriftelijke overeenkomst wordt in ieder geval vastgelegd:

Pagina 15 van 18 a. het doel van de werkervaringsplaats, en b. de wijze waarop de begeleiding plaatsvindt. 7.2.2 Sociale activering 1. De gemeente kan een inwoner die een kleine kans heeft op werk zinvolle activiteiten aanbieden die de inwoner dichter bij werk brengen. Dit heet sociale activering. 2. Het doel van sociale activering is om inwoners te helpen moeilijkheden op weg naar werk te overwinnen. 7.2.3 Detacheringsbaan 1. De gemeente kan een inwoner via een andere organisatie laten werken bij een werkgever. Dit heet detachering. Die detachering wordt vastgelegd in een overeenkomst tussen de gemeente, de werkgever, de andere organisatie en de inwoner. 2. Het doel van een detacheringsbaan is dat de inwoner na afloop in dienst komt van de werkgever. 3. Een voorwaarde is dat de detacheringsbaan niet leidt tot verdringing van andere werknemers bij dezelfde werkgever en ook niet leidt tot oneerlijke concurrentie met andere organisatie. 7.2.4 Scholing 1. De gemeente kan een inwoner scholing aanbieden, als die scholing nodig is om de stap te zetten naar passend werk. De scholing moet passen bij de capaciteiten van de inwoner. 2. De gemeente bepaalt de vorm en de duur van de scholing. 7.2.5 Participatieplaats 1. De gemeente kan een inwoner met een gemeentelijke uitkering die een kleine kans heeft op werk en voorlopig niet aan het werk kan, een participatieplaats aanbieden.

De inwoner moet 27 jaar of ouder zijn. De participatieplaats wordt vastgelegd in een overeenkomst tussen de gemeente, de werkgever en de inwoner. 2. Het doel van een participatieplaats is om de kans op betaald werk te vergroten. De inwoner kan langdurig met behoud van uitkering op een bepaalde werkplek werken en doet zo werkervaring op. Het moet gaan om werkzaamheden die passend zijn en speciaal voor de inwoner zijn bedacht. 3. Een voorwaarde is dat het werk niet leidt tot verdringing van andere werknemers bij dezelfde werkgever en ook niet leidt tot oneerlijke concurrentie met andere organisaties. 4. De inwoner kan na iedere zes maanden een premie van €100,00 ontvangen. Een voorwaarde voor de premie is dat de inwoner voldoende heeft meegewerkt aan het vergroten van zijn kans op werk. De gemeente beoordeelt dit. 7.2.6 Beschut werk 1. De gemeente biedt een inwoner een beschutte werkplek aan, als UWV heeft vastgesteld dat deze inwoner alleen kan werken als het werk en de werkplek zijn aangepast aan de mogelijkheden van die inwoner. Daarbij gelden de voorwaarden die in de Participatiewet zijn genoemd. 2. Het doel van beschut werk is om inwoners die alleen onder aangepaste omstandigheden kunnen werken, een veilige werkplek te bieden. 3. De gemeente biedt de volgende voorzieningen aan, zodat een inwoner beschut kan werken: a. aanpassing van de werkplek of de werkomgeving;

Pagina 16 van 18 b. uitsplitsing van taken; c. aanpassingen in het werktempo, de arbeidsduur of de werkbegeleiding. 4. De gemeente bepaalt de omvang van het aanbod beschut werk en legt vast hoeveel plekken voor beschut werk de gemeente beschikbaar stelt. 7.2.7 Hulp op de werkplek van een jobcoach 1. De gemeente kan een inwoner een jobcoach aanbieden of de werkgever daarvoor een vergoeding geven als de inwoner extra begeleiding nodig heeft om zijn werk goed te kunnen doen. 2. Het doel van de jobcoach is om de werknemer te helpen zijn werk goed te doen. 3. De gemeente spreekt met de werkgever af hoe de jobcoach wordt ingezet en legt dit vast in een overeenkomst met de werkgever. 7.2.8 No-risk polis 1. De gemeente kan een werkgever een no-riskpolis aanbieden voor een inwoner die bij de werkgever gaat werken. 2. Het doel van de no-riskpolis is dat de werkgever de loonkosten niet zelf hoeft te betalen als de werknemer ziek wordt. 3. De gemeente bepaalt de voorwaarden van de no-riskpolis. 7.2.9 Tijdelijke loonkostensubsidie 1. De gemeente kan een werkgever die een inwoner in dient neemt een tijdelijke loonkostensubsidie geven. 2. Het doel van deze subsidie is om werkgevers te stimuleren inwoners met een kleine kans op werk in dienst te nemen en extra kosten die werkgevers maken voor het begeleiden van deze inwoners te vergoeden. 3.

De loonkostensubsidie wordt individueel bepaald, maar bedraagt maximaal 50% van het wettelijk minimumloon per maand. 4. De loonkostensubsidie wordt voor de duur van maximaal zes maanden verstrekt, maar kan met een periode van maximaal zes maanden worden verlengd. 5. Een voorwaarde is dat het werk niet leidt tot verdringing van andere werknemers bij dezelfde werkgever en ook niet leidt tot oneerlijke concurrentie met andere organisaties. 6. De loonkostensubsidie wordt niet verstrekt als de werkgever op grond van een andere regeling aanspraak maakt op financiële tegemoetkomingen in verband met de indiensttreding van de werknemer. 7.2.10 Uitstroompremie 1. De gemeente kan aan een inwoner van 27 jaar of ouder met recht op algemene bijstand een premie verstrekken om daarmee de uitstroom uit de uitkering te stimuleren. 2. De gemeente stelt – als tot verstrekking van premies bedoeld in het eerste lid wordt overgegaan – bij uitvoeringsbesluit nadere regels met betrekking tot de activiteiten die voor een premie in aanmerking komen, de hoogte van de premie en de voorwaarden waaronder deze worden toegekend. 7.2.11 Wettelijke loonkostensubsidie (langdurend) 1. De gemeente kent de werkgever een wettelijke loonkostensubsidie toe als de werknemer wel kan werken, maar niet het wettelijk minimumloon kan verdienen. 2.

Het doel van deze subsidie is om werkgevers te stimuleren inwoners met een beperking in dienst te nemen en werkgevers een vergoeding te geven voor productieverlies.

Pagina 17 van 18 3. De gemeente stelt vast of het gaat om een inwoner die niet in staat is het wettelijk minimumloon te verdienen. Om te bepalen hoe productief de inwoner op de werkplek zal zijn (welke loonwaarde hij heeft), past de gemeente een erkende methode toe. De loonkostensubsidie aan de werkgever wordt op de loonwaarde afgestemd.

7.3 Tegenprestatie 7.3.1. Doel van de tegenprestatie 1. De tegenprestatie legt een inwoner met een gemeentelijke uitkering een tegenprestatie op als de gemeente dit een passende manier voor de inwoner vindt om iets terug te doen voor de samenleving. 2. Het doel van de tegenprestatie is dat de inwoner zich inzet voor de samenleving als reactie op de inspanningen van de gemeente voor de inwoner. 7.3.2. Duur van de tegenprestatie 1. De tegenprestatie die de gemeente van de inwoner verwacht duurt maximaal 6 maanden en maximaal 8 uur per week. Dit is om de volgende redenen: a. de tegenprestatie mag het vinden van betaald werk niet in de weg zitten; b. de tegenprestatie mag niet leiden tot verdringing van werknemers en tot oneerlijke concurrentie; c. het moet gaan om activiteiten die maatschappelijk nuttig zijn, maar waarvoor geen beloning kan worden gevraagd. 7.3.3. Voorwaarden tegenprestatie 1. Bij het opleggen van een tegenprestatie houdt de gemeente rekening met alle persoonlijke omstandigheden van de inwoner, zoals de gezinssituatie, de duur van de werkloosheid, eventuele beperkingen en vrijwilligerswerk. 2. De gemeente legt in ieder geval geen tegenprestatie op als de inwoner mantelzorg verleent en dit niet te combineren is met de tegenprestatie.

Pagina 18 van 18

Bijlage 2. Opdracht gemeenteraad op basis van de Participatiewet Artikel 8a. Verordeningen re-integratievoorzieningen en tegenprestatie 1. De gemeenteraad stelt bij verordening regels met betrekking tot:

6. In de verordening, bedoeld in artikel 8a, eerste lid, onderdeel e, stelt de gemeenteraad in elk geval vast welke voorzieningen gericht op arbeidsinschakeling worden aangeboden om de in het eerste lid bedoelde werkzaamheden mogelijk te maken en welke voorzieningen worden aangeboden tot het moment dat de dienstbetrekking, bedoeld in het eerste lid, aanvangt.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://raad.oude-ijsselstreek.nl/api/v1/meetings/4200/documents/21342