FL - Kader klimaatadaptatieve kernen .pdf
Tekst van het document
Kader klimaatadaptatieve kernen Streefwaarden en aanpak voor het klimaatbestendig en groen inrichten van de woonkernen in Oude IJsselstreek
Inhoud
1. Inleiding...................................................................................................................................................3 2. Leeswijzer...............................................................................................................................................3 3. Doel en relevantie...................................................................................................................................4 4. Streefwaarden........................................................................................................................................5 4.1 Hitte.......................................................................................................................................................5 4.2 Wateroverlast.......................................................................................................................................7 4.3 Groen.....................................................................................................................................................8 5. Werkproces.............................................................................................................................................9
Titel: Kader klimaatadaptieve kernen Opgesteld door: Sandra van Vliet, Tineke Vos & Tim Vleesenbeek Versie: Versie 3 Datum: 12 maart 2024
Gemeente Oude IJsselstreek
2
1. Inleiding
Het klimaat verandert. De klimaatscenario’s uit 2023 van het Koninklijk Nederlands Meteorologisch Instituut (KNMI) laten zien dat de opwarming van Nederland verder toeneemt en weersextremen vaker gaan voorkomen. Afhankelijk van een hoge of lage uitstoot van CO2 in de toekomst worden de zomers steeds warmer, droger en komen hittegolven vaker voor. Ook komen extreme buien in de zomer vaker voor. De winters worden nog natter en er komen minder ijs- en vorstdagen. Hoewel er hard wordt gewerkt om de uitstoot te verlagen, is klimaatverandering een feit en moeten we in de Figuur 1. Interactieve waterspeelplaats bij de DRU in Ulft inrichting van de leefomgeving rekening houden met het veranderende klimaat. Ook in Oude IJsselstreek merken we dat er steeds vaker sprake is van extreme hitte, regen en droogte. Met name in de kernen zijn de gevolgen van hitte en wateroverlast merkbaar. Het klimaatadaptief inrichten van de kernen (signaleren, analyseren en aanpassen) is daarom opgenomen als actiepunt in de Klimaatagenda 2022-2026 en in de Visie op landschap, natuur en groene kernen. In het Water- en rioleringsprogramma 20242028 (Wrp) wordt klimaatadaptief denken gezien als leidraad, waarbij wordt ingezet op een klimaatbestendige inrichting, voldoende groen en ruimte voor waterberging.
Het realiseren van klimaatadaptieve en groene woonkernen voor onze inwoners is in de Voorjaarsnota en Begroting 2024 als volgt genoteerd: “We werken aan het Meerjarenplan Vergroenen en Klimaatadaptatie. Dit meerjarenplan heeft als doel klimaatadaptieve kernen te realiseren waar hitte en wateroverlast onder de streefwaarden blijft. Het is een volledig nieuw vakgebied, waarbij sinds enkele jaren wordt gewerkt aan data en modellen om deze (toekomstige) problematiek in kaart te brengen, de Klimaateffectenatlas. We worden ondersteund door DataLabGO. In het meerjarenplan bepalen we prioriteiten en maken combinaties met de aanleg- en onderhoudswerkzaamheden, waarna potentiële maatregelen om de knelpunten op te lossen kunnen worden geformuleerd. Dit vraagt veel maatwerk. De eerste stappen geven al veel inzichten maar dit meerjarenplan is een flinke puzzel. We verwachten dat voor deze puzzel extra capaciteit nodig is, zowel in voorbereiding als in uitvoering.” In dit Kader klimaatadaptieve kernen, hierna kortweg kader, worden de genoemde streefwaarden bepaald, onderbouwd en vastgelegd. Daarnaast is een werkproces ontwikkeld om op basis van data-analyse aandachtslocaties te bepalen en deze klimaatadaptief in te richten. De wijziging van meerjarenplan naar kader is gekozen omdat de term kader de lading beter dekt en omdat een kader meer geschikt is voor integrale planontwikkeling.
Zo kunnen de streefwaarden uit dit kader ook worden toegepast bij ontwikkelingen die niet specifiek gericht zijn op het klimaatadaptief inrichten van de kernen.
2. Leeswijzer
In dit kader wordt eerst het doel en de relevantie beschreven. Daarna worden de streefwaarden geformuleerd en onderbouwd. Tot slot wordt het werkproces beschreven, waarin vanuit de streefwaarden en de data-analyse het proces tot de uitvoering wordt beschreven.
Gemeente Oude IJsselstreek
3
3. Doel en relevantie
Het hoofddoel van dit Kader klimaatadaptieve kernen is om, met betrekking tot de gevolgen van het veranderende klimaat, een veilige, leefbare en gezonde leefomgeving te realiseren en te behouden voor alle inwoners. Ook kan duidelijkheid gegeven worden aan inwoners over de streefwaarden waarbinnen de gemeente de kernen als klimaatadaptief beschouwt en wanneer niet. Als straten of kernen weersextremen buiten de streefwaarden laten zien willen we duidelijk maken welke actie van de gemeente mag worden verwacht. Dat kan zijn dat ruimtelijke ingrepen nodig zijn om de kernen in de gemeente Oude IJsselstreek klimaatadaptief (her) in te richten. Dit hoofddoel kent twee subdoelen:
Het vaststellen van streefwaarden voor klimaatadaptatie waarbinnen de veiligheid, leefbaarheid en gezondheid van de inwoners behouden blijven. Het aan de hand van een werkproces objectief identificeren en prioriteren van locaties in de kernen in Oude IJsselstreek waar maatregelen moeten worden getroffen om binnen de streefwaarden te komen of te blijven.
Met dit kader wordt een integraal werkproces ontwikkeld dat kan worden toegepast op alle woonkernen. Dit draagt bij aan een efficiënte inzet van middelen. Doordat de disciplines landschap en groen, klimaatadaptatie en water en riolering samenwerken, draagt het werkproces ook bij aan het verbeteren van integraal werken. Dit leidt tot een eenduidige aanpak voor alle kernen op basis van feitelijke data. Hierdoor draagt het bij aan een evenredige verdeling van middelen over de hele gemeente en dus alle inwoners. Dit kader geeft invulling aan verschillende Sustainable Development Goals (SDG’s). Het betreft de doelstellingen van duurzame steden en gemeenschappen (SDG 11) en klimaatactie (SDG 13). Daarnaast kunnen de projecten die voortvloeien uit het werkproces een effect hebben op goede gezondheid en welzijn (SDG 3), schoon water en sanitair (SDG 6), leven in het water (SDG 14) en leven op het land (SDG 15).
Gemeente Oude IJsselstreek
4
4. Streefwaarden
In dit hoofdstuk wordt onderbouwd welke keuzes zijn gemaakt om tot de streefwaarden te komen en waarom. Dit wordt vervolgens gebruikt als input voor de data-analyse. Streefwaarden zijn hierbij de waarden waarboven sprake is van een onacceptabele kans dat inwoners schade lijden als gevolg van extreem weer. Dit kan gaan om schade aan eigendommen als gevolg van wateroverlast, maar ook om gezondheidsschade als gevolg van hittestress. Hierbij wordt gekeken naar richtlijnen, regelgeving en beleid vanuit de eigen gemeente, de provincie Gelderland, het waterschap Rijn en IJssel, het Rijk en internationaal (bijvoorbeeld adviezen van de World Health Organisation).
Klimaatadaptatie thema’s Hitte, wateroverlast, overstroming en droogte zijn de centrale thema's voor klimaatadaptatie. Voor de ruimtelijke inrichting van de kernen in Oude IJsselstreek is overstroming geen onderscheidend thema. In de eerste plaats is de kans op een overstroming in dit gebied erg klein. Zo is overstroming vanuit de Oude IJssel nagenoeg verwaarloosbaar. Alleen voor het zuidelijk deel van de gemeente is sprake van een overstromingskans. Die kans volgt uit de kans op een dijkdoorbraak van de IJssel. De primaire waterkering is ontworpen op een waterstand die statistisch eens in de 1250 jaar kan voorkomen. In de tweede plaats ligt de verantwoordelijkheid voor het onderhoud van de dijken en voor crisisbeheersing in het geval van een overstroming niet bij de gemeente, maar bij Rijkswaterstaat respectievelijk de veiligheidsregio. Droogte is wel een relevant thema als het gaat om de ruimtelijke inrichting en ruimtegebruik in Oude IJsselstreek, maar heeft vooral een verwoestend effect in het buitengebied. Om die reden wordt dit thema regionaal opgepakt met meerdere partners in de Aanpak droogte Achterhoek. Voor de kernen heeft droogte een beperkte rol. Wel speelt het een rol in de keus voor bepaalde soorten beplanting en de maatregelen om hemelwater zo min mogelijk af te voeren maar lokaal te benutten en vast te houden.
Dat maakt dat voor de woonkernen van Oude IJsselstreek vooral hitte en wateroverlast (door hemelwater) de bepalende thema’s zijn vanuit klimaatadaptatie. Groen is een belangrijke positieve factor voor een klimaatadaptieve leefomgeving en wordt daarom in de analyse meegenomen.
4.1 Hitte
Hitte is een belangrijk thema omdat het de gezondheid van kwetsbare mensen (in dit kader wordt bedoeld mensen die hittegevoelig zijn) in gevaar kan brengen. De impact van hitte is hierdoor, van alle drie de thema’s, het grootst. Secundair kan hitte ook het leefcomfort van een groot deel van de samenleving verlagen. Negatieve effecten van hitte zijn onder andere (uit ‘Menukaart hitte in de gebouwde omgeving’): -
Levensbedreigende gezondheidsproblemen en oversterfte Aanvullende gezondheidsrisico’s (zoals huidkanker) Slaapproblemen tijdens warme nachten Daling van arbeidsproductiviteit Afname van het wooncomfort Daling van de leefbaarheid Toename van de watervraag Verslechtering van de waterkwaliteit Schade aan wegen en bruggen
Gemeente Oude IJsselstreek
5
In het uitvoeringsprogramma van de Klimaatagenda wordt hitte gezien als een belangrijk thema. Het terugdringen van hittestress en het uitvoeren van pilots worden hier genoemd als actiepunten. Vanuit dit beleid en de negatieve gevolgen van hitte komt de keus voor de streefwaarden en de uit te voeren data-analyse. De keuzes zijn gebaseerd op de waardes in de technische toelichting van de landelijke hittekaart gevoelstemperatuur die gemaakt zijn in opdracht van het Ministerie van Infrastructuur en Milieu1. De gevoelstemperatuur wordt gezien als een goede indicator voor hittestress bij mensen. Dit komt omdat hittestress niet alleen wordt bepaald door de luchttemperatuur maar ook door andere weersfactoren, de omgeving en persoonlijke factoren. Daarom wordt voor de gevoelstemperatuur de PET-index gebruikt. PET staat voor Physiological Equivalent Temperature en geeft de gevoelstemperatuur weer op een hete zomerdag tussen 12:00 en 18:00. PET wordt uitgedrukt in graden Celsius en bepaalt hoeveel hittestress mensen ervaren. De bijbehorende tabel laat zien welk stressniveau hoort bij welke PET waarde (Figuur 2). Een gevoelstemperatuur van 41°C of warmer wordt geanalyseerd als extreme hittestress en een perceptie van ‘zeer heet’. Omdat extreme hittestress kan leiden tot thermisch discomfort, gezondheidsproblemen en sterfte wordt deze waarde gehanteerd als bovengrens.
Kwetsbare groepen hebben extra gezondheidsrisico’s bij hitte. Daarom wordt er in dat geval uitgegaan van het stressniveau grote hittestress, wat zich vertaalt naar gevoelstemperatuur 35°C of hoger. In de hittekaart zijn kwetsbare groepen terug te vinden onder de dataset kwetsbare gebouwen. Met kwetsbare gebouwen worden gebouwen bedoeld waar kwetsbare groepen verblijven. Dit zijn bijvoorbeeld huisvestinglocaties van mensen met een beperking of een Buiten Schoolse Opvang (BSO’s). Daarnaast gaat het om mensen met een chronische ziekte of extreem overgewicht. De kwetsbare groep voor hittestress is gebaseerd op CBS-data en betreft mensen in de leeftijd van 75+ en 3-. De praktijk is hierbij doorslaggevend, data kunnen incompleet of gedateerd zijn en er moet getoetst worden of de kwetsbare groepen daadwerkelijk als groep aanwezig zijn en of er geen groepen over het hoofd worden gezien. Deze praktijktoets is in het werkproces opgenomen als ‘realiteitscheck’ (zie paragraaf ‘werkproces’).
Figuur 2. Overzicht gevoelstemperatuur met bijbehorende perceptie en stressniveau (Ministerie van Infrastructuur en Milieu)
Gekoppeld aan de kaart ‘hitte gevoelstemperatuur’ zijn de volgende streefwaarden bepaald: o o
Aandachtslocaties zijn locaties met een gevoelstemperatuur hoger dan 41°C Aandachtslocaties zijn locaties met een gevoelstemperatuur hoger dan 35°C als er kwetsbare gebouwen (kwetsbare groepen) in de directe nabijheid zijn
Landelijke hittekaart gevoelstemperatuur; Technische toelichting, Ministerie van Infrastructuur en Milieu, 2020 1
Gemeente Oude IJsselstreek
6
4.2 Wateroverlast
Extreme regen kan zorgen voor meerdere problemen. Het kan leiden tot plasvorming, hoge grondwaterstanden, overbelasting van het riool en onbegaanbare wegen (Figuur 3). Deze gevolgen kunnen vooral zorgen voor overlast en waterschade aan gebouwen. Wateroverlast kan gevaarlijk worden als hulpdiensten (politie, ambulance en brandweer) niet meer goed kunnen functioneren door het onbegaanbaar worden van de wegen. Daarom is ervoor gekozen om dit prioriteit te geven. De gemeente streeft ernaar dat er geen schade en onveilige situaties ontstaan bij een piekbui van 70mm in één uur (Wrp 2024-2028). Dit wordt ook aangegeven in de Klimaatagenda 2022-2026, met als actiepunt dat wordt onderzocht welke wegen onbegaanbaar zijn bij deze bui. Omdat het onbegaanbaar worden van wegen en waterschade de grootste gevolgen zijn, wegen deze factoren het zwaarste. Daarnaast is er extra prioriteit voor uitrukroutes van de hulpdiensten die per kern zijn opgenomen in het GVVP 2012-2022 (Figuur 4). Figuur 3: ondergelopen weg in Varsseveld
Figuur 4: uitrukroutes hulpdiensten in Oude IJsselstreek zoals opgenomen in het GVVP (actueel in maart 2024)
De klimaatatlas van waterschap Rijn en IJssel geeft aan welke routes onbegaanbaar worden voor hulpdiensten bij een bui van 70mm per uur en waar wateroverlast optreedt. Statistisch gezien is de kans op zo’n bui in het huidige klimaat eens per 100 jaar. Bij de berekening van wateroverlast horen verschillende uitgangspunten. Zo wordt uitgegaan van interactie met een optimaal werkend riool met een afvoercapaciteit van 20mm/uur. Ook wordt gebruik gemaakt van het hoogtemodel, is er geen interactie met oppervlaktewater en wordt uitgegaan van een bui van één uur. Volgens het model zijn wegen onbegaanbaar voor normaal autoverkeer bij een waterdiepte van 10-30 cm op de weg. Voor hulpdiensten zijn wegen onbegaanbaar bij een waterdiepte van 30 cm of meer. Gekoppeld aan de kaart ‘bui van 70mm per uur’ zijn de volgende streefwaarden bepaald: o o o
Aandachtslocaties zijn locaties met wegen die onbegaanbaar zijn voor hulpdiensten Aandachtslocaties zijn locaties met uitrukroutes van hulpdiensten en hulpdienst locaties die onbegaanbaar zijn (Figuur 4, GVVP 2012-2020) Aandachtslocaties zijn locaties met gebouwen met een gemiddelde en grote kans op waterschade
Gemeente Oude IJsselstreek
7
4.3 Groen
De aanwezigheid van groen heeft voor inwoners gezondheidsvoordelen; zo nodigt een groene wijk uit tot meer beweging, is men psychisch gezonder door minder stress in een groene wijk en herstelt men sneller van ziekte2. Daarnaast is groen onmisbaar voor de biodiversiteit, kan groen een verkoelende werking hebben en voor schaduw zorgen en zorgt groen voor infiltratie van regenwater. In de Klimaatagenda is voor groen de 3-30-300 regel opgenomen. Deze regel wordt gebruikt als richtlijn voor binnenstedelijk groen en houdt in dat vanuit elk huis minstens drie bomen zichtbaar zijn, elke wijk 30% boombedekking (bladerdek) heeft en dat vanuit elk huis binnen een afstand van 300 meter een koele verblijfsplek of een park van minstens één hectare bereikbaar is. Het voldoen aan deze regel draagt bij aan de mentale gezondheid en het welzijn van de inwoners 3. Niet alleen heeft wetenschappelijk onderzoek een verband aangetoond tussen de aanwezigheid van bladerdek en koeling, een goed microklimaat, mentale en fysieke gezondheid en het verminderen van lawaai en luchtvervuiling, maar de aanwezigheid van koele pauzeplekken en voldoende schaduw langs (toeristische) fiets- en wandelroutes maakt het makkelijker en aantrekkelijk voor inwoners om meer te bewegen. De World Health Organisation (WHO) adviseerde in 2017 al dat iedere inwoner toegang moet hebben tot een grote koele plek in de buurt4.
Een grote groene ruimte stimuleert het recreatief gebruik en draagt bij aan de fysieke en mentale gezondheid. Een groene koele plek mag niet warmer zijn dan 35 graden op een hele warme dag. Qua afstand tot de weg geldt: hoe hoger de maximumsnelheid op een weg, hoe verder de koele plek ervandaan moet liggen. Op basis van deze gegevens en regels zijn de volgende keuzes gemaakt gekoppeld aan de kaarten: 3 bomen, groen per buurt en afstand tot koelte: o o o
Aandachtslocaties zijn locaties met minder dan 3 bomen in de omgeving Aandachtslocaties zijn locaties met minder dan 30% boomkroonbedekking of groen Aandachtslocaties zijn locaties met meer dan 300 meter afstand tot een koele plek of een park van minimaal één hectare
Beleidsdenken over stedelijk groen en gezondheid; En de mate waarin dit zich laat onderbouwen vanuit het onderzoek, Wageningen University and Research, 2022 3 Evidence-based guidelines for greener, healthier, more resilient neighbourhoods: Introducing the 3–30– 300 rule; Cecil C. Konijnendijk, 2022 4 Urban Green Space Interventions and Health; A review of impacts and effectiveness. World Health organisation, 2017 2
Gemeente Oude IJsselstreek
8
5. Werkproces
Het doel van het werkproces is het creëren van een werkwijze die als blauwdruk gebruikt kan worden om de verschillende woonkernen in de gemeente klimaatadaptief in te richten. Om dit breed te verankeren in het beleid en uitvoering is het werkproces gebaseerd op het PlanDo-Check-Act principe. Weersextremen kennen vele onzekerheden en klimaatadaptatie is vol in ontwikkeling. Hierdoor is het van belang dat er wordt gewerkt vanuit flexibiliteit, monitoring en evaluatie. Toekomstige maatregelen en beleid kunnen worden gestuurd naar aanleiding van dit principe. Het werkproces is gevisualiseerd in Figuur 5. De cyclus vormt een acht, waarbij de beleidscyclus en de uitvoeringscyclus in elkaar over lopen.
Figuur 5. Werkproces klimaatadaptieve kernen
Beleid
Het werkproces is gebaseerd op beleid uit de Klimaatagenda en de Visie op landschap, natuur en groene kernen, samen met verschillende SDG’s. Op basis van nieuwe inzichten of wet- en regelgeving kan beleid worden aangepast. Dit kan ook gevolgen hebben voor de streefwaarden en de data-analyse.
Data-analyse
De data-analyse vormt de basis voor het onderzoeken waar in de kernen gebieden zijn die de streefwaarden overschrijden. De data-analyse is een stappenplan waarin de verschillende thematische kaarten (hitte, wateroverlast en groen) worden geanalyseerd en aandachtsgebieden zichtbaar worden gemaakt. Deze data komen gedeeltelijk uit de stresstesten die in samenwerking met waterschap Rijn & IJssel zijn uitgevoerd en hebben geleid tot de Klimaatatlas Oude IJsselstreek. Daarnaast neemt Oude IJsselstreek deel aan DatalabGO, waardoor een verscheidenheid aan open en gezamenlijk ingekochte data beschikbaar zijn voor integrale analyses.
Aandachtslocaties
Een aandachtslocatie is een gebied waar één of meerdere streefwaarden uit een thema worden overschreden. Afhankelijk van hoeveel streefwaarden worden overschreden, wordt de prioriteit van het gebied bepaald. Hoe meer streefwaarden worden overschreden en hoe groter de mate van overschrijding, hoe hoger de prioriteit (Tabel 1).
Gemeente Oude IJsselstreek
9
Tabel 1. Voorbeeld uitkomst data-analyse op basis van de streefwaarden
Locatie X met een lage prioriteit
Hitte
Gevoelstemperatuur > 41°C Gevoelstemperatuur kwetsbare gebouwen > 35°C
Wateroverlast
Grote kans op schade aan verblijfsobject Onbegaanbare wegen hulpdiensten Onbegaanbare wegen uitrukroutes hulpdiensten
Groen
Bomen (3) Percentage groen (30) Afstand tot koelte (300)
Realiteitscheck
De realiteitscheck vormt het overgangspunt van de beleidscyclus naar de uitvoeringscyclus. De realiteitscheck bestaat uit twee belangrijke onderdelen. Ten eerste worden de resultaten uit de data-analyse gecontroleerd door interne en externe factoren na te lopen. Hierbij wordt gekeken of de resultaten van de data-analyse een betrouwbare reflectie zijn van de werkelijke situatie en waar mogelijk aanpassingen moeten worden gemaakt. Ten tweede wordt gekeken naar de vertaling van de resultaten naar de uitvoeringscyclus. Voorbeelden hiervan zijn wie het eigendom heeft van de aandachtslocaties, of er in het verleden al projecten zijn uitgevoerd en welke externe partijen betrokken moeten worden.
Maatregelen en financiering
Op basis van de prioriteit van de aandachtslocaties wordt bepaald welk typen maatregelen genomen moeten worden. Hierbij wordt onderscheid gemaakt tussen drie niveaus; een lage prioriteit, middelhoge prioriteit en hoge prioriteit. Dit is gekoppeld aan drie oplossingsrichtingen met eigen maatregelen. 1. Lage prioriteit (één of enkele streefwaarden uit één thema worden overschreden) Bij locaties met lage prioriteit zijn (her)inrichtingsmaatregelen vanuit de gemeente niet direct aan de orde. Op deze locaties kan bijvoorbeeld stichting Steenbreek worden ingezet om samen met de gemeente en inwoners tuinen te vergroenen en eventueel kleine groene oplossingen te zoeken in de openbare ruimte (Figuur 6 als voorbeeld). 2. Middelhoge prioriteit (streefwaarden uit minimaal twee thema’s worden overschreden) Bij locaties met middelhoge prioriteit wordt ingezet op meekoppelkansen. Bijvoorbeeld met het groot onderhoud van wegen en riolering (Figuur 7 als voorbeeld). Hier kunnen op basis van de problematiek (hitte, wateroverlast, gebrek aan groen) maatregelen meegenomen worden. Reguliere vervangingen vanuit riolering worden waar mogelijk al klimaatadaptief uitgevoerd (Wrp 2024-2028). Financiering wordt dan gezocht in het structurele budget voor groot onderhoud, zo mogelijk aangevuld met subsidies. 3.
Hoge prioriteit (streefwaarden worden uit alle drie de thema’s worden overschreden) Bij locaties met een hoge prioriteit is er mogelijk een klimaatadaptief project nodig voor de realisatie van specifieke maatregelen die niet kunnen worden meegekoppeld. Bijvoorbeeld omdat de situatie te urgent of te complex is. Wanneer een klimaatadaptief project nodig is, wordt hiervoor – net als voor andere gemeentelijke projecten – een plan van aanpak opgesteld en wordt het project ter besluitvorming meegenomen in de begrotingscyclus (Figuur 8 als voorbeeld).
Gemeente Oude IJsselstreek
10
Oplossingsrichting
Voorbeeld
Vergroenen private ruimte i.s.m. inwoners
Prioriteit Laag
Kleinschalige projecten in de openbare ruimte
Meekoppelen klimaatadaptatie met groot onderhoud wegen en riolering
Bredere herontwikkeling (vanuit meerdere opgaves)
Figuur 6. Vergroenen private ruimte met de actie: tegel eruit, plant erin
Figuur 7. Klimaatadaptieve inrichting openbare ruimte bij de Laegte in Terborg
Middel
Hoog
Eigen klimaatadaptatieproject
Figuur 8. Herinrichting Kerkplein Gendringen
Uitvoering, monitoring en evaluatie Voor de uitvoering van maatregelen op aandachtslocaties van lage en middelhoge prioriteit, geldt dat dit in beginsel wordt meegenomen binnen de bestaande organisatie. Voor klimaatadaptieve projecten met hoge prioriteit is de inzet van een externe projectleider nodig. Daarnaast is de verwachting dat dit een investering vraagt die niet gedekt kan worden uit bestaande budgetten. Afhankelijk van het aantal aandachtslocaties met hoge prioriteit worden projectvoorstellen gemaakt die in de eerstvolgende begrotingscyclus worden gewogen.
Gemeente Oude IJsselstreek
11
Voor alle vormen van (her)inrichting binnen de kernen geldt dat participatie een belangrijk onderwerp is. Bij (her)inrichtingsprojecten waarbij klimaatadaptieve maatregelen aan de orde zijn, wordt daarom in het communicatie- en participatietraject nadrukkelijk aandacht besteed aan het betrekken van de inwoners bij dit onderwerp. Na uitvoering van de maatregelen vormt monitoring een belangrijk onderdeel van de uitvoeringscyclus. De effecten van de maatregelen op de streefwaarden worden zoveel mogelijk gemeten en vastgelegd in de beschikbare datasets. Op basis van de monitoring of voortschrijdend inzicht kan dit kader worden aangepast. In 2026 wordt het hele kader geëvalueerd. Indien vastgestelde streefwaarden moeten worden gewijzigd, worden deze opnieuw ter besluitvorming aangeboden aan de gemeenteraad.
Gemeente Oude IJsselstreek
12