CConstaterende datOude IJsselstreek
Koppel je AI →
Document · PDF

Financiele verordening 2025 - DEF .pdf

Raadscommissie Algemene zaken Financiën en Economie (AFE) 2 februari 2026, gemeente Oude IJsselstreekBij agendapunt: 6: Financiële verordening11.890 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

De kostprijzen moeten extracomptabel worden berekend en vastgelegd. Eerste lid Het eerste lid bepaalt dat de kostprijsberekeningen extracomptabel worden vastgelegd en dat de kostprijzen bestaan uit de directe kosten en een opslag voor de overhead en voor de rente over de inzet van vreemd vermogen, reserves en voorzieningen voor de financiering van (vaste) activa die voor desbetreffende rechten en heffingen en voor desbetreffende goederen, werken en diensten worden ingezet. Wat onder de directe kosten moet worden verstaan is via het BBV, de notitie overhead en de taakveldbeschrijving helder gedefinieerd. Op dat punt hoeft in deze verordening niets aanvullend te worden geregeld. Tweede lid Het tweede lid geeft voor de omslagrente voor de kostprijs van verstrekte leningen een afwijkend voorschrift. Die kostprijs wordt gebaseerd op de rente van de lening die is aangetrokken voor de verstrekte lening. Die rente moet worden verhoogd met een risico-opslag voor de kans dat de (een deel van) de lening niet wordt terugbetaald (debiteurenrisico). Daarnaast moeten voor het bepalen van die kostprijs natuurlijk als directe kosten ook de afsluitkosten e.d. worden meegenomen.

17

Artikel 17. Prijzen economische activiteiten Eerste tot en met derde lid In de Wet Markt en Overheid (waarmee de Mededingingswet is gewijzigd) is opgenomen dat als een gemeentegoederen, diensten of werken levert aan overheidsbedrijven of derden zij deze activiteiten niet mag bevoordelen als het economische activiteiten betreft. Economische activiteiten zijn hier activiteiten waarmee de gemeenten in concurrentie met andere ondernemingen treedt. Het bevoordelingsverbod houdt feitelijk in dat ten minste een integrale kostprijs voor de levering van goederen, diensten en werken en het verstrekken van leningen garanties en kapitaal in rekening moet worden gebracht. Vierde lid Van dit verbod kan worden afgeweken als de activiteiten worden ontplooid in het kader van het publiek belang. Daarvoor is wel nodig dat in een raadbesluit het publiek belang van de activiteit wordt gemotiveerd. Het raadbesluit moet worden aangemerkt als een concretiserend besluit van algemene strekking. Het besluit moet worden bekendgemaakt in een officieel elektronisch publicatieblad en moet open staan voor bezwaar en beroep. Belanghebbenden kunnen dan binnen uiterlijk zes weken na bekendmaking van het besluit een bezwaarschrift indienen bij de gemeente (artikel 6:7 van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb)).

De gemeente moet binnen zes weken een besluit nemen over het bezwaarschrift of – indien een commissie als bedoeld in artikel 7:13 van de Awb is ingesteld – binnen twaalf weken, gerekend vanaf de dag na die waarop de termijn voor het indienen van het bezwaarschrift is verstreken. Bij afwijzing van de bezwaren kan de belanghebbende beroep instellen bij de bestuursrechter. Vijfde lid Voor het verplicht in rekening brengen van minimaal een integrale kostprijs voor de levering van goederen, werken en diensten of voor het verstrekken van leningen, garanties en kapitaal geldt een aantal uitzonderingen (artikel 25h van de Mededingingswet). Artikel 18. Vaststelling hoogte belastingen, rechten, heffingen en prijzen Eerste lid Het vaststellen van de tarieven voor belastingen, rechten, leges en heffingen is een bevoegdheid van de raad. Deze bevoegdheid kan niet worden gedelegeerd (artikel 156 van de Gemeentewet). Het eerste lid bepaalt dat de raad de tarieven voor de belastingen, de heffingen (rioolheffingen, afvalstoffenheffing, etc.), leges en marktgelden jaarlijks vaststelt. Het vaststellen van prijzen voor de levering van gemeentelijke goederen, diensten en werken die niet vallen onder artikel 229 van de Gemeentewet, is een privaatrechtelijk besluit.

Deze besluiten zijn een bevoegdheid van burgemeester en wethouders (artikel 160, eerste lid, onder e, van de Gemeentewet), maar hebben wel invloed op de hoogte van de inkomsten en raken daarom ook het budgetrecht van de raad. Tweede lid Burgemeester en wethouders bieden eens in de vier jaar aan de raad een nota met daarin de kaders voor de te hanteren prijzen, huren en tarieven voor erfpacht. De raad stelt deze nota vast. Artikel 19. Financieringsfunctie Artikel 212, tweede lid, onder c, van de Gemeentewet bevat de bepaling, dat de Verordening financieel beleid, beheer en organisatie (artikel 212 Gemeentewet) in elk geval regels voor de algemene doelstelling en de te hanteren richtlijnen en limieten van de financieringsfunctie bevat. Artikel 19 bevat kaders voor het financieringsbeleid. De kaders voor de financiële organisatie van de financieringsfunctie staan in artikel 29. Eerste lid In aanvulling op de regels uit de Wet financiering decentrale overheden (hierna: Wet fido) en daarop gebaseerde besluiten en regelingen stelt het eerste lid een aantal aanvullende kaders. Zo mag geen gebruik worden gemaakt van financiële derivaten. Gemeenten mogen alleen leningen en garanties

18

verstrekken en financiële participaties aangaan voor het behartigen van een publiek belang (artikel 2 van de Wet fido). Daarbij bepaalt artikel 160, tweede lid, van de Gemeentewet, dat een besluit tot de oprichting van en de deelneming in stichtingen, maatschappen, vennootschappen, verenigingen, coöperaties en onderlinge waarborgmaatschappijen niet eerder wordt genomen dan nadat de raad een ontwerpbesluit is toegezonden en hij zijn wensen en bedenkingen ter kennis van burgemeester en wethouders heeft kunnen brengen. Tweede lid Burgemeester en wethouders bieden wanneer actualisatie nodig is de raad een nota leningen- en garantiebeleid (treasurystatuut) aan. De raad stelt deze nota vast. Indien er in het treasury statuut strijdigheden staan met deze financiële verordening dan prevaleert deze financiële verordening boven het treasury statuut. Artikel 20. Lokale heffingen De artikelen 20 tot en met 27 geven aan wat er in de paragrafen lokale heffingen, weerstandsvermogen en risicobeheersing, onderhoud kapitaalgoederen, financiering, bedrijfsvoering, verbonden partijen, grondbeleid en openbaarheid van de begroting en de jaarstukken ten minste moet staan, conform het BBV. In de financiële verordening (artikel 212 Gemeentewet) kan de raad bepalen, dat hij ook over aanvullende zaken in de paragrafen wil worden geïnformeerd.

In artikel 10 van het BBV staat welke informatie de paragraaf lokale heffingen van de begroting en de jaarstukken in elk geval moet bevatten. In dit artikel wordt de aanvullende informatievraag van de raad gedefinieerd. Een deel van de aanvullende informatie dient voor het met de begroting vaststellen van de gehanteerde omslagrente voor de kostprijsberekening van rechten en leges waarmee kosten in rekening worden gebracht. Ook wordt gevraagd de toerekening van de rente en de toerekening van de overheadkosten aan de verschillende rechten, leges en heffingen in beeld te brengen. De commissie BBV beveelt aan om in de paragraaf lokale heffingen van de begroting en de jaarstukken ook een overzicht op te nemen van de te onderscheiden lokale heffingen, de maatstaf en de doelstelling die wordt beoogd met het opleggen van de heffing. Artikel 21. Weerstandsvermogen en risicobeheersing De paragraaf Weerstandsvermogen en Risicobeheersing laat zien in hoeverre de gemeente in staat is om financiële tegenvallers op te vangen zonder dat het beleid of de dienstverlening in gevaar komt. In deze paragraaf worden de belangrijkste risico’s beschreven die van invloed kunnen zijn op de gemeentelijke financiën, bijvoorbeeld onverwachte kosten of lagere inkomsten. Daarnaast wordt aangegeven hoeveel financiële ruimte de gemeente heeft om deze risico’s op te vangen, dat noemen we het weerstandsvermogen.

Door risico’s en weerstandsvermogen met elkaar te vergelijken, ontstaat inzicht in de financiële veerkracht van de gemeente. Het doel van de paragraaf is om de raad en het college in staat te stellen een afgewogen oordeel te vormen over de financiële gezondheid en de mate waarin de gemeente voorbereid is op onzekerheden. Zo ondersteunt deze paragraaf een transparante en verantwoorde besluitvorming. Eerste lid Voor de begrippen netto schuld per inwoner en onbenutte belastingcapaciteit zijn de definities gevolgd die www.waarstaatjegemeente.nl toepast voor de financiële kengetallen over de gemeentefinanciën. Tweede lid In artikel 11 van het BBV staat welke informatie de paragraaf weerstandsvermogen en risicobeheersing van de begroting en de jaarstukken in elk geval moet bevatten. In dit artikel wordt de aanvullende informatievraag van de raad voor deze paragraaf gedefinieerd. Er is opgenomen, dat de raad voor het vormen van een oordeel over het weerstandsvermogen in deze paragraaf ook wordt geïnformeerd over de ontwikkeling van de netto schuld per inwoner, de ontwikkeling van het saldo van baten en lasten als aandeel van de inkomsten en over de onbenutte belastingcapaciteit als aandeel van de inkomsten. Met deze aanvulling op de wettelijk verplichte financiële kengetallen komt de set financiële kengetallen overeen met die van www.waarstaatjegemeente.nl.

19

Artikel 22. Onderhoud kapitaalgoederen In artikel 12 van het BBV staat welke informatie de paragraaf onderhoud kapitaalgoederen van de begroting en de jaarstukken in elk geval moet bevatten. Eerste lid In het eerste lid wordt de aanvullende informatievraag van de raad voor deze paragraaf geformuleerd. Tweede tot en met vierde lid Het tweede tot en met vierde lid bevatten bepalingen waaruit volgt dat burgemeester en wethouders ten minste eens in de vier jaar de raad onderhoudsplannen aanbieden over respectievelijk het onderhoud openbare ruimte, het onderhoud riolering en het onderhoud gebouwen. Hiermee kan de raad de kaders voor het toekomstig onderhoudsniveau vaststellen. Artikel 23. Financiering In artikel 13 van het BBV staat welke informatie de paragraaf financiering van de begroting en de jaarstukken in elk geval moet bevatten. In aanvulling daarop is in dit artikel de aanvullende informatievraag van de raad voor deze paragraaf gedefinieerd. Artikel 24. Bedrijfsvoering In artikel 14 van het BBV staat welke informatie de paragraaf bedrijfsvoering van de begroting en de jaarstukken in elk geval moet bevatten. In dit artikel is de aanvullende informatievraag van de raad voor deze paragraaf gedefinieerd. Onder f In verband met de invoering van de rechtmatigheidsverantwoording heeft de paragraaf bedrijfsvoering van de begroting en jaarstukken ook een grotere rol gekregen.

De commissie BBV doet hierover een aantal stellige uitspraken: - Burgemeester en wethouders geven in de paragraaf bedrijfsvoering een toelichting op alle afwijkingen die in de rechtmatigheidsverantwoording zijn opgenomen en eventueel welke maatregelen worden genomen om deze afwijkingen in de toekomst te voorkomen. - Indien de normen uit de gids proportionaliteit veelvuldig niet nageleefd worden of slecht gedocumenteerd en/of gemotiveerd zijn, dan moeten burgemeester en wethouders hierover rapporteren via de paragraaf bedrijfsvoering. - Niet-financiële onrechtmatigheden in verband met het niet naleven van bepalingen in de Wet fido en de bijbehorende ministeriële regelingen moeten worden opgenomen en toegelicht in de paragraaf bedrijfsvoering. Overigens adviseert de commissie BBV ook om afspraken te maken tussen raad en burgemeester en wethouders over de wijze waarop met niet financiële onrechtmatigheden wordt omgegaan. Daarnaast adviseert de commissie BBV om geconstateerde fraude door eigen medewerkers toe te lichten in de paragraaf bedrijfsvoering. De raad kan ervoor kiezen om een rapportagegrens vast te leggen voor het toelichten van onrechtmatigheden in de paragraaf bedrijfsvoering, die afwijkt van de verantwoordingsgrens die is vastgelegd in artikel 11.

Burgemeester en wethouders moeten in de paragraaf bedrijfsvoering een nadere toelichting geven op alle afwijkingen die in de rechtmatigheidsverantwoording zijn opgenomen voor zover deze de rapportagegrens overschrijden. De rapportagegrens kan ook bestaan uit kwalitatieve criteria (bijvoorbeeld afwijkingen die geregeld voorkomen). Artikel 25. Verbonden partijen In artikel 15 van het BBV staat welke informatie de paragraaf verbonden partijen van de begroting en de jaarstukken in elk geval moet bevatten. In dit artikel is deze aanvullende informatievraag van de raad voor deze paragraaf gedefinieerd. Artikel 26. Grondbeleid Eerste lid Burgemeester en wethouders bieden eens in de acht jaar aan de raad een nota grondbeleid aan. Met de nota kan de raad de kaders voor het toekomstig grondbeleid vaststellen.

20

Tweede lid De commissie BBV adviseert gemeenten een grondprijzenbrief op te stellen met een vastgestelde uitgifteprijs voor zowel maatschappelijke grond als intern door te leveren grond, waar bij interne levering alleen fiscaal gezien winsten of verliezen worden gerealiseerd. Herwaardering van gronden is binnen het BBV niet toegestaan. Burgemeester en wethouders bieden de raad jaarlijks een grondprijzenbrief aan die de raad vaststelt. Derde lid De commissie BBV beveelt aan om de keuze om de voorziening voor verliesgevende grondexploitaties tegen nominale waarde te waarderen, vast te leggen in de financiële verordening (artikel 212 Gemeentewet). De nominale waarde is gelijk aan de eindwaarde van de grondexploitatie. Artikel 27. Openbaarheid In artikel 16a van het BBV staat welke informatie de paragraaf openbaarheid van de begroting en de jaarstukken in elk geval moet bevatten. In dit artikel is deze aanvullende informatievraag van de raad voor deze paragraaf gedefinieerd. Artikel 28. Administratie Onder artikel 28 zijn algemene bepalingen opgenomen voor de inrichting van de gemeentelijke administratie. Artikel 29. Financiële organisatie Burgemeester en wethouders zijn op grond van artikel 160 van de Gemeentewet bevoegd regels te stellen over de ambtelijke organisatie.

Deze bevoegdheid betreft ook het stellen van regels voor de financiële organisatie, blijkt uit het advies van de Afdeling advisering van de Raad van State en het nader rapport uit 2003 over de wijziging van artikel 212 van de Gemeentewet. Artikel 29 geeft een opsomming op welke terreinen van de financiële organisatie burgemeester en wethouders beleid en interne regels stellen. Om hier invulling aan te geven ligt het voor de hand dat burgemeester en wethouders een organisatiebesluit en een treasurystatuut vaststellen en dat burgemeester en wethouders de volmachten en mandaten alsook de kostenverdeelsleutels voor de (extracomptabele) kostentoerekening vastleggen. Onder f Bij het beleid en de interne regels voor de inkoop en aanbesteding kan gedacht worden aan een inkoopreglement en ook aan gemeentelijke inkoopvoorwaarden. Onder g Bij het beleid en de interne regels voor steunverlening en subsidieverstrekking gaat het om procedures die naleving van de Europese staatssteunregels en regels voor diensten van algemeen economisch belang, de Awb en de Algemene Subsidieverordening Oude IJsselstreek waarborgen.

Onder h In geval van fraude en misbruik en oneigenlijk gebruik gaat het bijvoorbeeld om het treffen van voldoende verificatiemaatregelen vooraf van de antecedenten van een aanvrager van een gemeentelijke subsidie, zodat subsidies wel daadwerkelijk worden verstrekt aan rechthebbenden. De uitgangspunten voor de financiële organisatie zijn nodig om voor het financieel beheer en het financieel beleid aan de eisen voor rechtmatigheid, controle en verantwoording te voldoen. Onder i Onder i is de opdracht neergelegd voor burgemeester en wethouders voor de registratie van de prestaties en de maatschappelijke effecten, die de raad kan betrekken bij de beoordeling van de jaarrekening.

21

Artikel 30. Interne beheersing Eerste lid De accountant toetst jaarlijks of de gemeenterekening een getrouw beeld geeft van de gemeentelijke financiën. Het eerste lid draagt burgemeester en wethouders op maatregelen te treffen, zodat gedurende het jaar of vooraf aan de accountantscontrole de gemeente zelf nagaat of de cijfers in de administraties een getrouw beeld geven en of de financiële beheershandelingen die aan de baten, de lasten en de balansmutaties ten grondslag liggen, rechtmatig (zijn) verlopen. Tweede lid Het tweede lid bepaalt, dat burgemeester en wethouders maatregelen treffen, zodat wordt gecontroleerd of de administratie van materiële bezittingen zoals gebouwen, voertuigen, computers, voorraden en de administratie van het financieel vermogen zoals aandelen en overeenkomsten van leningen, geldmiddelen, debiteurenvorderingen e.d. overeenkomen met hetgeen de gemeente daadwerkelijk bezit. Voor veel van deze bezittingen wordt een jaarlijkse controle gevraagd. De zogenaamde “three lines of defence” is een veel beschreven methode om aan de buitenwereld te laten zien dat de organisatie in control is en dat de belangrijkste risico’s goed beheerst worden. De three lines werken als verschillende dijken om het water (risico’s) tegen te houden en geven de verschillende verantwoordelijkheden aan.

Primair ligt dit bij het (lijn)management, secundair bij de ondersteunende diensten (bedrijfsvoering/control) en als laatste bij de interne audit (verbijzonderde interne controle). Artikel 31. Intrekking oude regeling Volgens de Gemeentewet is een begrotingsjaar gelijk aan een kalenderjaar. In begrotingsjaar t worden de jaarstukken uit het begrotingsjaar t-1 vastgesteld, wordt uitvoering gegeven aan de begroting voor het jaar t en wordt tot slot de begroting voor het jaar t+1 vastgesteld. De nieuwe verordening is van toepassing op alle stukken die betrekking hebben op het begrotingsjaar t+1 en later. De oude verordening is ondanks het intrekken nog wel van toepassing op de jaarstukken van het begrotingsjaar t-1 en de begroting en jaarstukken van het jaar t. Hiervoor is in het artikel een overgangsbepaling opgenomen. De Financiële verordening gemeente Oude IJsselstreek 2016 wordt ingetrokken, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de jaarrekening en het jaarverslag en bijbehorende stukken van het begrotingsjaar voorafgaand aan het jaar waarin deze verordening in werking treedt. Artikel 32. Inwerkingtreding en citeertitel In dit artikel is vastgelegd per wanneer de financiële verordening in werking treedt en onder welke naam zij wordt aangehaald. De verordening treedt in werking op de dag na bekendmaking, maar werkt terug tot en met 1 januari 2025.

Deze terugwerkende kracht is noodzakelijk om aan te sluiten bij de veranderende wetgeving in het kader van de rechtmatigheidsverantwoording (paragraaf 3), de toevoeging van de paragrafen bedrijfsvoering (artikel 24) en openbaarheid (artikel 27). Het is daarbij belangrijk te realiseren dat er onderdelen zijn die niet met terugwerkende kracht kunnen worden aangepast en waarbij het tijd nodig heeft om de implementatie te realiseren. Daarom is de inzet dat deze verordening vanaf boekjaar 2027 volledig geïmplementeerd en tot uitvoering is gebracht. De citeertitel bepaalt onder welke naam de verordening in interne besluitvorming en externe communicatie kan worden aangeduid, zodat duidelijkheid en eenduidigheid worden geborgd. Artikel 33. Evaluatie Dit artikel regelt de periodieke evaluatie van de werking van de financiële verordening. Met de vaststelling van een nieuwe financiële verordening worden belangrijke kaders gesteld voor het financieel beleid, het financieel beheer en de planning- en controlcyclus van de gemeente. Het is

22

daarom van belang om periodiek te bezien of deze kaders in de praktijk goed functioneren en aansluiten bij de informatiebehoefte van de raad en de uitvoerbaarheid voor de organisatie. De evaluatie heeft betrekking op de werking van de financiële verordening als geheel en richt zich onder meer op de toepasbaarheid en uitvoerbaarheid van de bepalingen, de werking van de planningen controlcyclus, de rechtmatigheidsverantwoording en de informatiepositie van de raad. Daarmee wordt niet alleen gekeken naar de interne financiële organisatie, maar ook naar de wijze waarop de verordening bijdraagt aan transparante en doelmatige besluitvorming. De Auditcommissie is verantwoordelijk voor het uitvoeren van de evaluatie, het betrekken van het college en de organisatie. De Auditcommissie informeert vervolgens het college en de raad over de uitkomsten daarvan. Als de evaluatie daartoe aanleiding geeft, kan de Auditcommissie voorstellen doen tot wijziging of actualisering van de financiële verordening. Met deze bepaling wordt geborgd dat de financiële verordening actueel blijft en kan meegroeien met gewijzigde wet- en regelgeving, landelijke ontwikkelingen en lokale bestuurlijke wensen.

23

Bijlage 1. Schema gerelateerde nota's, plannen en voorstellen financiële verordening Nota's, plannen en voorstellen

Frequentie raadbesluit

Wanneer?

Nota investeringen (artikel 12, lid 1)

Eens in de vier jaar

Meerjareninvesteringsplan (artikel 12, lid 2) Nota reserves en voorzieningen (artikel 13, lid 2)

Jaarlijks

1e jaar van de nieuwe raadsperiode Nader te bepalen

Eens in de vier jaar of wanneer de actualiteit dit dicteert Jaarlijks

Nader te bepalen en afhankelijk van de actualiteit Nader te bepalen

Eens in de vier jaar

Nader te bepalen

Wanneer de actualiteit dit dicteert Ten minste eens in de vier jaar Ten minste eens in de vier jaar Ten minste eens in de vier jaar Ten minste eens in de acht jaar Jaarlijks

Afhankelijk van de actualiteit Nader te bepalen

Voorstel hoogte gemeentelijke tarieven (artikel 16, lid 1) Nota kaders voor de prijzen voor de levering van gemeentelijke goederen, werken en diensten aan overheidsbedrijven en derden en voor de huren en de tarieven voor erfpachten (artikel 16, lid 2) Nota leningen- en garantiebeleid (treasurystatuut) (artikel 17, lid 2) Onderhoudsplan openbare ruimte (artikel 20, lid 2) Rioleringsplan (artikel 20, lid 3) Onderhoudsplan gebouwen (artikel 20, lid 4) Nota grondbeleid (artikel 24, lid 1) Grondprijzenbrief (artikel 24, lid 2)

Nader te bepalen Nader te bepalen Nader te bepalen Nader te bepalen

24

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.oude-ijsselstreek.nl/api/v1/meetings/5027/documents/32974