Evaluatie Uitnodigingskader .pdf
Tekst van het document
Evaluatie
Uitnodigingskader lokale duurzame energieopwekking (2019 en 2020)
Gemeente Oude IJsselstreek Oktober 2022 5 oktober 2022 Conny Huijskes Gemeente Oude IJsselstreek
Inhoud 1. Inleiding 2. Evaluatie doelen Uitnodigingskader in cijfers 2.1 Overzicht: de verschillende stappen van het Uitnodigingskader in de tijd 2.2 De doelen van het Uitnodigingskader 2.3 In welke mate is het doel uit het Uitnodigingskader gehaald en hoe ziet de restopgave eruit 2.4 Samenvatting Uitnodigingskader in cijfers 3. Evaluatie inhoudelijke keuzes Uitnodigingskader (met name voor de zonnevelden) 3.1 Strategie voor ruimtelijke kwaliteit 3.2 Strategie voor draagvlak van de initiatieven 3.3 Overige aandachtpunten: de zonneladder en gebruik landbouwgrond 3.4 Samenvatting Inhoudelijke keuzes Uitnodigingskader 4. Vervolgstappen voor het Uitnodigingskader, en de ruimtelijke kwaliteit van DE projecten in de toekomst
Bijlagen Bijlage 1: Samenhang van beleidstukken voor de opwek van duurzame energie Bijlage 2: Overzicht initiatieven voor zonnevelden uit de eerste en tweede tranche Bijlage 3: Overzicht initiatieven voor zonnevelden in procedure Bijlage 4: Participatie, vanuit het perspectief van het burgerinitiatief Energie Oude IJsselstreek, 19 september 2022
1. Inleiding Overzicht relevante beleidsdocumenten Er zijn verschillende relevante beleidsdocumenten die te maken hebben met het ambitieniveau en de opgave in de energietransitie. Deze verschillende documenten hebben met elkaar te maken, beïnvloeden elkaar maar er is ook sprake van een ontwikkeling en nieuwe inzichten. In bijlage 1 een overzicht van de samenhang van belangrijke documenten zoals het Akkoord van Groenlo (2009, 2013), de Regionale Uitvoeringsagenda duurzame energie Achterhoek 2016, het Nationaal Klimaatakkoord 2019, het Uitnodigingskader lokale duurzame energieopwekking (2019, 2020) en de RES 1.0 (2021). Uitnodigingskader lokale duurzame energieopwekking De gemeente Oude IJsselstreek heeft, net als de andere regiogemeenten, de ambitie om in 2030 energieneutraal te zijn. Al in het eerste Akkoord van Groenlo in 20091 is dit afgesproken. In de loop van de jaren is hieraan invulling gegeven. Energieneutraal is in dit kader gedefinieerd als “binnen de grenzen van de gemeente wordt net zoveel energie opgewekt als verbruikt door de gebouwde omgeving (woningen en bedrijven)”. In 2016 is in de Regionale Uitvoeringsagenda de taakstelling (cijfermatig) vastgelegd. We willen dit bereiken door energie te besparen én energie zelf op te wekken. Onderdeel van de opgave uit de Uitvoeringsagenda is het opwekken van duurzame energie binnen de gemeentegrenzen.
Het opwekken van duurzame energie heeft een ruimtelijke impact. In het gemeentelijke “Uitnodigingskader lokale duurzame energieopwekking” van juni 2019 (kortweg Uitnodigingskader of UK genoemd) worden ruimtelijke kaders en kaders voor participatie aangegeven, dus waar én onder welke voorwaarden de gemeente-initiatieven voor het opwekken van duurzame energie wil toestaan. Evaluatie Uitnodigingskader Deze evaluatie moet gezien worden als een eindevaluatie van het Uitnodigingskader in de huidige vorm. De evaluatie op opgedeeld in twee delen. Allereerst wordt in hoofdstuk 2 cijfermatig de balans opgemaakt. Wat waren de doelen en zijn deze gehaald? Welke invloed heeft het Uitnodigingskader gehad op de doelen? Wat is de restopgave? Omdat het Uitnodigingskader vooral invloed gehad heeft op zonnevelden wordt hieraan veel aandacht gegeven. Hoofdstuk 3 is een inhoudelijke evaluatie. Hier gaat het ook met name over de zonnevelden. Er wordt teruggekeken op de strategische keuzes voor ruimtelijke kwaliteit en de strategie voor het creëren van draagvlak voor initiatieven. Hoe hebben deze keuzes uitgepakt? Zijn deze keuzes de juiste gebleken? Tot slot wordt in hoofdstuk 4 vooruitgekeken. De urgentie van de energietransitie is groot en de ideeën over de ruimtelijke inpassing zijn aan verandering onderhevig. Het is daarom wenselijk om het huidige Uitnodigingskader door te ontwikkelen.
Deze evaluatie is input voor de discussie over het vervolgbeleid voor de ruimtelijke inpassing van het opwekken van duurzame energie in de
1 Het eerste Akkoord van Groenlo is in 2009 afgesloten, een herziene versie stamt uit 2013. In 2021 zijn we regionaal
begonnen met de herijking van het akkoord. Er is namelijk veel gebeurd in de energietransitie sinds 2013, er zijn nieuwe inzichten, nieuwe beleidstukken en een nieuw landelijk rekenmodel. Het is nu al duidelijk dat, volgens het nieuwe rekenmodel, de opgave voor een energieneutrale Achterhoek is veel hoger dan ingeschat in de uitvoeringsagenda uit 2016.
gemeente. De vervolgstappen worden benoemd in hoofdstuk 4. Er worden hiervoor voorstellen gedaan maar nog geen besluiten genomen. Tot slot vindt u in dit document ook enkele aparte blauw omrande kaders waarin nieuwe inzichten rond de opgave van de energietransitie worden weergegeven.
2. Evaluatie doelen Uitnodigingskader in cijfers 2.1 Overzicht: de verschillende stappen van het Uitnodigingskader in de tijd Het Uitnodigingskader is in juni 2019 vastgesteld, en nu na 3,5 jaar maken we de balans op. In de tabel hieronder een overzicht van de verschillende fases van het Uitnodigingskader. Wat Voorbereiding
Periode Aug 2018
Toelichting Het proces voor het maken van de Uitnodigingskader heeft ongeveer een jaar geduurd. Het doel was om de ruimtelijke voorwaarden voor de realisatie van projecten voor de opwek van duurzame energie vast te stellen. Kortom waar mag welke vorm van duurzame energieopwekking plaatsvinden. En welke voorwaarden stellen we aan de projecten.
Vaststelling UK
27 juni 2019
Het Uitnodigingskader lokale duurzame energieopwekking is af.
Eerste tranche zonnevelden
Gesloten op 30 september 2019
Tussenevaluatie UK
24 sept 2020
Tweede tranche zonnevelden
Gesloten op 31 maart 2021
In het Uitnodigingskader staat dat de gemeentelijke opgave voor zonne-energie overeenkomt met 60 hectare aan zonnevelden. Daarvoor wordt gewerkt in twee tranches van ongeveer 30 hectare. De markt wordt gevraagd globale plannen in te dienen die passen in de voorwaarden. Bij de eerste tranche zonnevelden werden twaalf plannen ingediend voor elf locaties (netto oppervlak ongeveer 70 ha en bruto zo’n 100 ha). Alle ingediende plannen zijn op basis van het in het Uitnodigingskader beschreven beoordelingsproces beoordeeld. Aan de hand van een bij het Uitnodigingskader beschreven puntensysteem zijn vier projecten geselecteerd, die in aanmerking komen voor de volgende fase in het beoordelingsproces. Deze vier projecten hebben een gezamenlijke omvang van circa 36 ha bruto en 28 ha netto. Er zijn zeven (en een variant) plannen afgevallen met een oppervlakte van 61.3-64.8 ha bruto en 41.3-48.6 ha netto. Zoals afgesproken wordt na de eerste tranche zonnevelden het UK geëvalueerd. Het gaat om een tussenevaluatie. Het kader wordt op enkele punten aangepast. Zo wordt o.a. de financiële participatie duidelijker omschreven. De zonneladder krijgt een duidelijke plaats in het UK, net als de inpassing in het netwerk. In de tweede versie van het Uitnodigingskader (van sept 2020) staat dat een tweede tranche zonnevelden wordt uitgezet, goed voor weer 30 ha zonnevelden.
In deze tranche zijn zestien plannen ingediend voor meer dan 170 ha bruto en 110 ha netto. Eén plan is beoordeeld buiten de tranche (uitbreiding bestaand park met 0.5 ha). De
Resultaat Het Uitnodigingskader is in overleg met veel partijen tot stand gekomen, zoals Liander, Wonion het waterschap, verschillende ambtelijke disciplines en vanzelfsprekend de gemeenteraad (het proces is beschreven in de eerste versie van het UK). Vastgesteld door de gemeenteraad (27 juni 2019) De raad geeft goedkeuring op 23 jan. 2020 voor de vier geselecteerde plannen (omvang van ongeveer 36 ha bruto en 28 ha netto)
Het aangepaste kader is door de gemeenteraad op 24 september 2020 vastgesteld
De gemeenteraad geeft op 24 juni 2021 goedkeuring aan één plan. Voor de overige plannen wordt nog geen uitspraak gedaan.
“Pauzeknop”
Sinds juni 2021
Toevoeging extra plan
Dec. 2021
Eindevaluatie UK
Zomer /Najaar 2022 Najaar 2022
Hoe verder?
beoordeling van de vijftien initiatieven heeft plaatsgevonden aan de hand van het in het Uitnodigingskader beschreven beoordelingsproces en -criteria. Uiteindelijk heeft het college goedkeuring gegeven aan twee plannen, met een bruto oppervlak van 36.8 ha en een netto oppervlakte van 15.2 ha. De gemeenteraad is gedeeltelijk meegegaan in het besluit van het college. De vijftien plannen voor de tweede tranche zijn in een vroeg stadium besproken met de omwonenden van de locaties. Dit gebeurde overigens bij de eerste tranche ook al. Tijdens de tweede tranche heeft deze vroege vorm van informeren van de omwonenden erg veel onrust veroorzaakt. Er zijn veel comités tegen de komst van zonnevelden op een bepaalde locatie opgericht. Deze comités hebben zich later verenigd in het zogenaamde Burgerinitiatief. Het Burgerinitiatief vraagt de raad om de pauzeknop in te drukken en het beleid te herzien. De initiatiefnemers van één van de plannen uit de tweede tranche, Park Het Laar, hebben zich gemeld bij de gemeente. De comités die zich rondom de eerdere plannen hebben verenigd (BEOIJ), legden de nadruk op een gebrek aan participatie en het betrekken van omwonenden bij de plannen. De initiatiefnemers van plan Park Het Laar geven aan dat in een verbeterde versie van hun plan de gehele omwonende buurt vóór het plan is, en dat ze op verschillende manieren participeren.
Het aandeel zonnepanelen is ongeveer 2ha. Het college kan, bij motie vastgesteld door de gemeenteraad, eigenhandig goedkeuring geven voor dit plan. Het plan is hiermee uiteindelijk onderdeel geworden van de tweede tranche. Feitelijke weergave van de effecten van het UK.
Vragen die in de nabije toekomst beantwoord moeten worden zijn o.a: - hoe gaan we de tweede tranche afronden, hoe gaan we om met de pauze knop? - wat is de restopgave voor de opwek van duurzame energie om te voldoen aan de doelstelling van de regionale uitvoeringsagenda uit 2016. Daarnaast de vraag wat de gemeente wil realiseren in het kader van de het nationale klimaatakkoord en de RES? (Hoeveel wil en kan de gemeente aan duurzame energie opwekken?) - hoe gaan we om met nieuwe initiatieven die zich aandienen, op korte termijn? - wat wordt de rol van het burgerinitiatief? - wat wordt het nieuwe beleid voor de opwek van duurzame energie op middellange termijn?
Eén plan van de tweede tranche krijgt de goedkeuring van de raad. Alle andere plannen worden vooralsnog gepauzeerd.
Toevoeging plan Park Het Laar aan de geselecteerde plannen van de tweede tranche.
Huidige document, ter kennisname van de college en raad. De vragen voor het vervolg van op deze evaluatie worden toegelicht.
2.2 De doelen van het Uitnodigingskader Energieneutraal 2030 (gekwantificeerd in “de Regionale uitvoeringsagenda duurzame energie Achterhoek in 2016 De gemeente Oude IJsselstreek heeft, net als de andere Achterhoekse gemeenten, de ambitie om in 2030 energieneutraal te zijn. Dit betekent dat binnen de grenzen van gemeente Oude IJsselstreek net zoveel energie wordt opgewekt als verbruikt (gebouwde omgeving). In het “Akkoord van Groenlo” uit 2009 wordt deze ambitie voor het eerst genoemd. In de “Regionale uitvoeringsagenda duurzame energie Achterhoek” uit 2016 is de ambitie gekwantificeerd. De definities zijn vastgelegd en per gemeente staat duidelijk omschreven wat haar taakstelling is. De ambitie om energieneutraal te zijn in 2030 is in de “Regionale uitvoeringsagenda duurzame energie Achterhoek” uit 2016 uitgesplitst in vier subdoelstellingen: ✓ Elektriciteit besparen ambitie 20 % besparen t.o.v. 2012 ✓ Aardgas besparen ambitie 55 % besparen t.o.v. 2012 ✓ Elektriciteit opwekken voor OIJ: 185 GWh per jaar ✓ Warmte opwekken voor OIJ: 13 miljoen m3 aardgas equivalenten per jaar Dus naast de opgave voor energiebesparing zal er duurzame energie op ons grondgebied opgewekt moeten worden. Dit laatste is onderwerp van het Uitnodigingskader.
Doelen van het Uitnodigingskader Het doel van het Uitnodigingskader is afgeleid van de Regionale uitvoeringsagenda uit 2016 en kan hiermee als volgt worden geformuleerd: De opgave voor gemeente Oude IJsselstreek is vastgelegd op; 185 GWh aan elektriciteitsopwekking en het vervangen van 13 miljoen m3 aardgas per jaar (of het opwekken van 13 miljoen m3 aardgasequivalent per jaar)
Energieopwekking: lokale doelstelling Uitvoeringsagenda, weergegeven in een voorbeeld (2016) Met welke technologie de elektriciteit en de warmte wordt opgewekt, ligt niet vast. De “Regionale uitvoeringsagenda duurzame energie Achterhoek” heeft, om een beeld te krijgen, de opgave voor de Oude IJsselstreek als volgt verdeeld over gangbare technologieën: ✓ Windmolens: 118 GWh/jr., dit zijn ongeveer 19 windmolens2; ✓ Zonnevelden: 47 GWh/jr., dit zijn ongeveer 56 ha zonnevelden; ✓ Zon op grote daken: 16 GWh/jr., het gaat om een totaal oppervlak van ongeveer 20 ha op grote bedrijfsdaken3; ✓ Biomassa (thermisch): 3 miljoen m3/ jr. 4, aardgasequivalent opgewekt in biomassacentrales; ✓ Biogas: 11 miljoen m3 gas/jr., opgewekt in biovergistingsinstallaties Deze opdeling is een voorbeeld, al is de verdeling wel gebaseerd op de potentie voor opwek. 2 Er werd in 2016 gerekend met relatief kleine molens. Voor een huidige grote windmolens volstaan een minder groot
aantal. 3 Het gaat hier om zon op daken waarbij de elektriciteit wordt geleverd aan het energienet. Zonnepanelen voor eigen gebruik zoals bij huishoudens horen hier niet bij. Deze elektriciteit wordt meegenomen bij de besparingsopgave (deze stroom wordt gesaldeerd en loopt via de elektriciteitsmeter). 4 Een deel van de biomassa en het biogas wordt omgezet naar elektriciteit.
De opgave hierboven komt uit de Regionale Uitvoeringsagenda uit 2016. Deze cijfers worden gehanteerd in deze evaluatie. Echter: -
-
de cijfers uit 2016 zijn inmiddels gedateerd, er zijn nieuwe inzichten en er is een landelijk reken model ontwikkeld (ETM). Er is een herijking nodig. Wel is duidelijk dat de opgave flink groter wordt; een deel van de opgave uit 2016 was in 2019, toen het Uitnodigingskader is gemaakt al gerealiseerd. Zo stonden de windmolens aan de Papenkampseweg er al, evenals enkele kleine zonnevelden en zonnepanelen op grote bedrijfsdaken.
Uitwisseling tussen energiebronnen De bovenstaande verdeling over de verschillende technologieën is een inschatting op basis van wat reëel geacht werd in 2016. Voor het vormgeven van het Uitnodigingskader is deze verdeling als uitgangspunt aangehouden. In het UK staat ook; “de bovenstaande verdeling over de verschillende technologieën is een keuze. Voor het vormgeven van het Uitnodigingskader dient de verdeling als uitgangspunt. De technologieën zijn tegen elkaar uitwisselbaar. Wanneer gekozen wordt om bijvoorbeeld geen nieuwe windmolens meer te plaatsen, moet een alternatief gevonden worden om de resterende 44 GWh/jr. duurzaam op te wekken. Dit kan bijvoorbeeld met zonnevelden, wat neerkomt op 52 ha bovenop de bovenstaande 56 ha aan zonnevelden. Daarnaast geldt dat de energie die op daken of aan gebouwen opgewekt wordt niet op het veld opgewekt hoeft te worden.” De inzichten over de energiemix zijn de afgelopen jaren veranderd. Vooral in de RES zijn hierin duidelijke keuzes gemaakt. Een toelichting wordt gegeven in 2.4, in het blauw omrande kader bij het kopje adequate energiemix.
2.3 In welke mate is het doel uit het Uitnodigingskader gehaald en hoe ziet de restopgave eruit Hieronder wordt beschreven in hoeverre de opgave voor gemeente Oude IJsselstreek van 185 GWh per jaar aan elektriciteitsopwekking én het vervangen van 13 miljoen m3 aardgas per jaar (of het opwekken van 13 miljoen m3 aardgasequivalenten), dat voor de warmtevraag wordt gebruikt is gehaald. Duurzame warmte, het vervangen van aardgas door duurzame warmtebronnen De opgave voor duurzame warmte, het vervangen van 13 AgroGas miljoen m3 aardgas door andere duurzame In 2019 en 2020 werd ervan uitgegaan dat warmtebronnen, is een opgave waar weinig tot geen AgroGas gerealiseerd zou worden. AgroGas voortgang in is geboekt. Er is sprake van een tegenvaller zou op Hofskamp Oost komen en zou goed vanwege het wegvallen van AgroGas (zie kader). zijn voor 8.5 miljoen m3 gas/jr. AgroGas zou daarmee een groot deel van de Het Uitnodigingskader heeft geen aanvragen opgeleverd aardgasvervanging die voor de gemeente voor de opwek van duurzame warmte. De restopgave nodig is voor zijn rekening nemen. De voor warmte blijft gelijk aan 11, 2 miljoen m3 aardgasrealisatie van AgroGas is van de baan. Dit equivalenten per jaar, ervan uitgaande dat de 55 % betekent dat de gemeente andere vervangende warmtebronnen moeten besparing op gas wordt gehaald.5 zoeken.
Duurzame elektriciteit: het vervangen van grijze elektriciteit door hernieuwbare elektriciteit De opgave voor de opwekking van duurzame elektriciteit in Oude IJsselstreek is in 2016 gezet op 185 GWh per jaar. Het Uitnodigingskader gaat over de ruimtelijke inpassing van duurzame energie. Bij de opwek van duurzame elektriciteit hebben we het over zonnevelden en windmolens, en daarbij is ruimtelijke kwaliteit een belangrijk beoordelingscriterium. Er zijn zes zonnevelden geselecteerd in de twee tranches van het Uitnodigingskader, samen goed voor zo’n 50 GWh per jaar en 63 ha bruto grondgebruik. Het netto grondgebruik van deze zes velden is 35 ha. In bijlage 2 vindt u een overzicht van de geselecteerde zonnevelden en de afgewezen zonnevelden. Echter niet alle geselecteerde zonnevelden hebben al een omgevingsvergunning. In bijlage 3 een overzicht en de status van de procedure van de geselecteerde zonnevelden. De plannen waar de omgevingsvergunning al is afgegeven zijn goed voor 36 GWh (38 ha bruto en 29 ha netto), deze worden meegerekend in de doelstelling van de realisatie (tabel volgende pagina). Er zijn geen nieuwe aanvragen geweest voor windenergie sinds het Uitnodigingskader is ingesteld. Er zijn alleen een aantal verkennende gesprekken geweest. De kansenkaart is daarin gebruikt. De gesprekken hebben niet geleidt tot een aanvraag.
Dat betekent dat het Uitnodigingskader vooral invloed heeft gehad op de beoordeling van de initiatieven voor zonnevelden.
Opbrengst zonnevelden De opgave voor zonnevelden is uitgedrukt in hectares, omdat dit een ruimtelijke maat is. De opgave was 60 hectares zonneveld realiseren. Hierin is een nuancering te maken: -Het gaat uiteindelijk om de opbrengt in GWh en niet over de gerealiseerde hectares -de opbrengt per zonnepaneel wordt steeds hoger door technische ontwikkeling, hierdoor kan met minder oppervlak de opgave worden GWh voldaan -bij de opgave van 60 hectares is geen onderscheid gemaakt tussen het netto en bruto oppervlak van een zonneveld -de totale opgave op te wekken duurzame elektriciteit is in 2016 veel te laag ingeschat -de tendens is om in te zetten op een betere spreiding van de elektriciteitsopbrengst gedurende de dag door een oost-west opstelling van zonnepanelen, hierdoor is de totale opbrengst wel lager.
5 De besparing op aardgas was in 2020 19% t.o.v.2012, als de trend zich lineair doorzet is het 57% in 2030. Uit: Rapportage
regionale energie monitor Achterhoek, aug. 2020.
Zon op dak, geen ruimtelijke inpassing Zonnepanelen op (grote) daken en andere bebouwing hebben in de energiemix van Oude IJsselstreek ook een plek. De gemeente stimuleert bedrijven met grote bedrijfsdaken om zonnepanelen aan te schaffen in het programma ‘Zonnige Bedrijven’. Ook de RES (2021) zet maximaal in op zon op dak. De zonnedaken vallen buiten dit Uitnodigingskader omdat voor de realisatie hiervan meestal, met uitzondering van bijvoorbeeld monumentale panden, geen verdere beoordeling van de gemeente nodig is. De opgewekte elektriciteit van deze daken telt wel mee voor de opgave.
Meer zon op dak afgesproken in de RES. In het Uitnodigingskader gaan we uit van een opgave van 16 GWh aan zon op grote daken. In het RES-bod is regionaal afgesproken om 350 GWh te realiseren. Dit getal is in de RES niet vertaald naar een concrete doelstelling per gemeente, maar als wordt gekozen voor een evenredige verdeling zal elke gemeente 40 tot 50 GWh zon op grote daken moeten realiseren. Dat is ongeveer het driedubbele van de doelstelling uit het Uitnodigingskader.
In de tabel hieronder een weergave van de bronnen van opwek van duurzame elektriciteit, de realisaties en de restopgave. De restopgave is ten opzichte van het (te laag ingeschatte) doel dat in 2016 is vastgelegd. Het gaat om windenergie, zonnevelden en grootschalige zon op dak6. Ook in inzichtelijk gemaakt voor hoeveel er in de harde pijnlijn zit. Dat zijn die plannen die nog niet zijn gerealiseerd maar waarvoor er wel een omgevingsvergunning is afgegeven.
Opwek duurzame elektriciteit: doel 185 GWh per jaar */**(de details in bijlage 3)
Wind
Opgave volgens het UK
Gerealiseerd in 2022
118 GWh/jr
94 GWh/jr
In procedure (omgevingsvergunning aangevraagd)
Restopgave (t.o.v. de opgave uit 2016) 24 GWh/jr
Opmerkingen en conclusies
We moeten nog enkele windmolens zetten om de doelstelling uit het UK te halen. Zonnevelden 47 GWh/jr 3,5 GWh/jr 35,8 GWh/jr 39,3 GWh/jr 7,7 GWh/jr Als we uitgaan van de (bestaand, daadwerkelijke realisatie van zonnevelden (50,2 GWh/jr. de zonnevelden met een in procedure geselecteerd) omgevings- vergunning dan is (bijlage 3) er een rest opgave voor zonnevelden van 7.7 GWh. Er zijn nog wel plannen in voorbereiding. Zon op 16 GWh/jr 12,2 GWh/jr 3,7 GWh/jr 15,9 GWh/jr 0,1 GWh/jr We halen de doelstelling uit het bedrijfsdaken UK voor de opwek van zon op grote daken nagenoeg. We realiseren wel minder dan in het RES bod wordt voorgesteld. Overig 4 GWh/jr 4 GWh/jr Het gaat over biogas dat voor een deel wordt omgezet naar elektriciteit. Het is niet duidelijk wat de status hiervan is. Totaal * 185 GWh/jr 109,7 GWh/jr 39,5 GWh/jr 149,2 GWh/jr 35,8 Om de doelstelling van 185 GWh/jr GWh/jr te halen is er een restopgave van 35,8 * De getallen zijn een zo goed mogelijk inschatting van de productie. Omdat veel nog in de planning zit is een bepaalde mate van onzekerheid. ** Er is ook een drijvend zonneveld bij Netterden Zand en Grind. Omdat de opbrengst van dit zonneveld gebruikt wordt voor eigen gebruik is het niet meegenomen in deze lijst. 6
-
Totaal gerealiseerd en in procedure 94 GWh/jr
Dit zijn bewezen technieken waar de komende 10 jaar op ingezet wordt. We staan daarnaast ook open voor innovaties zoals vermeld in het Uitnodigingskader uit 2019 en 2020 in 1.5.
Wat is de restopgave op dit moment t.o.v. het doel uit het Uitnodigingskader? De restopgave ten opzichte van de opgave uit het Uitnodigingskader voor de opwek van duurzame energie is 36 GWh elektriciteit en de vervanging van 11 miljoen m3 aardgas per jaar. _____________ Elektriciteit Opgave 185 GWh/jr Restopgave 36 GWh/jr Restopgave7 19 %
Warmte 13 milj. m3 gas 11 milj. m3 gas 85 %
2.4 Samenvatting Uitnodigingskader in cijfers In deze paragraaf beschouwen we in hoeverre het Uitnodigingskader invloed heeft gehad op de realisatie van de doelen uit de Uitvoeringsagenda uit 2016 (zie het kader hiernaast). Een belangrijke conclusie is dat het Uitnodigingskader alleen heeft bijgedragen aan meer opwekking van duurzame elektriciteit, en dan alleen voor een aantal zonnevelden. Voor andere vormen van opwekking van duurzame elektriciteit zoals zon-op-dak grootschalig en windenergie heeft het Uitnodigingskader geen effect gehad. Ook op het vervangen van aardgas door andere duurzame warmtebronnen heeft Uitnodigingskader geen effect gehad. Door het wegvallen van AgroGas is het vervangen van aardgas door andere duurzame warmtebronnen nog steeds ver weg. De verwachting is dat veel warmte met duurzame elektriciteit zal worden opgewekt. Duurzame elektriciteit opwekken 81 % van de doelstelling Voor het doel om 185 GWh duurzame elektriciteit op te wekken zijn we op de goede weg. We zitten op 81 % van het doel. Hierbij de kanttekening dat de vergunde zonnevelden nog wel moeten worden gerealiseerd. De gekozen aanpak in het Uitnodigingskader voor het realiseren van zonnevelden is op korte termijn, cijfermatig, succesvol gebleken. Door te werken met tranches is de markt uitgedaagd plannen te maken die zoveel mogelijk aan onze voorwaarden voldoen.
Er was voldoende animo zodat alleen de best beoordeelde plannen zijn geselecteerd. De gemeente heeft zo binnen 2,5 jaar de opgave voor zonnevelden grotendeels weten in te vullen. Er zijn ook knelpunten / aandachtpunten naar voren gekomen, in hoofdstuk 3 wordt hier verder op ingegaan. Restopgave: meer duurzame elektriciteit is nodig maar de opgave ligt bij vooral duurzame warmte De restopgave uit het Uitnodigingskader ligt vooral op duurzame warmte, het vervangen van het aardgas. Nog 85 % van de opgave moet gerealiseerd worden8. Voor duurzame elektriciteit ligt een restopgave van 19 %. De verwachting is dat de restopgave voor elektriciteit gezien de markt en de plannen in voorbereiding haalbaar is. Voorstellen hiervoor worden in hoofdstuk 4 gedaan.
7 Afgerond op hele getallen 8
Als aardgas vervangen wordt door een warmtebron op elektriciteit is het gevolg dat meer duurzame elektriciteit opgewekt moet worden. Ook is de opgave voor duurzame elektriciteit uit 2016 laag ingeschat. De opgave voor duurzame elektriciteit is daardoor hoger dan de 185GWh die in 2016 is vastgesteld.
Algemene observaties t.a.v. doelstelling in de Uitvoeringsagenda ✓ ✓ ✓ ✓ ✓
door technische ontwikkeling is de opbrengt per hectare zonneveld groter dan ingeschat; door technische ontwikkeling is de opbrengt per windmolen groter dan ingeschat; de opgave voor biogas komt niet van de grond, deze zal waarschijnlijk grotendeels worden ingevuld door duurzame elektriciteit (hierdoor is er meer duurzame elektriciteit nodig); de opgave voor een energieneutrale Achterhoek is groter dan ingeschat in 2016
Nieuwe inzichten van de opgave uit de Regionale Uitvoeringsagenda uit 2016. De opgave van het Akkoord van Groenlo, voor een energie neutrale Achterhoek is gekwantificeerd in de Regionale Uitvoeringsagenda 2016. De Uitvoeringsagenda is de basis geweest voor het gemeentelijke Uitnodigingskader én het Achterhoeks bod van de RES. Inmiddels zijn we een aantal jaar verder en zijn er nieuwe inzichten gekomen. In de “Rapportage regionale energiemonitor Achterhoek” uit 2020 wordt ingegaan op de nieuwe inzichten. Er is een nationaal rekenmodel gekomen (ETM) waaruit blijkt dat de opgave om energieneutraal te worden als Achterhoek veel hoger is dan in 2016 is bepaald. De ervaring leert verder dat de ingeschatte besparingen op het gas en elektriciteitsverbruik te ambitieus zijn ingeschat, het gebruik van biomassa blijft achter, er is meer elektriciteit nodig voor de warmtevoorziening en de productie van duurzame energie moet hoger zijn dan de vraag doordat er omzet- en transport verliezen zijn. Een herijking van de opgave is uit de Uitvoeringsagenda is wenselijk.
Nieuwe Inzichten uit de RES 1.0: streef naar een adequate energiemix! In 2016 werd aangenomen dat de technologieën tegen elkaar uitwisselbaar zijn. De gedachte was: elektriciteit is elektriciteit en de manier waarop het opgewekt wordt doet niet ter zake. Dus wanneer er geen windenergie is in de gemeente kan deze opgave met zonne-energie worden ingevuld en andersom. In de RES 1.0 is duidelijk geworden dat deze gedachte niet de ideale energiemix geeft. Er is wel een duidelijk optimale verhouding is tussen zonne- en windenergie. Een evenwichtige energieproductie met zon en wind, een juiste energiemix, zorgt voor een systeem- en kostenefficiënt elektriciteitsnet. Wind en zon zijn vrijwel complementair: als de zon schijnt, waait het meestal niet hard en als het hard waait, schijnt de zon meestal niet. De leveringsonzekerheid neemt daarmee af. Windturbines hebben daarbij een bijna vier keer hogere bedrijfstijd dan zon. Tegen dezelfde kosten voor infrastructuur kan dus met windenergie viermaal zoveel energie worden opgewekt. Door een adequate energiemix kan veel meer duurzaam opgewekte energie worden aangesloten tegen dezelfde kosten, in dezelfde ruimte en tijd. Een adequate energiemix betekent dat met enige marge een verhouding van zon en wind van een-op-een in opgesteld vermogen moet worden nagestreefd.
Via de bedrijfstijd vertaalt zich dat tot een gewenste zon-wind verhouding van 1 op 3 op het niveau van de onderstations. De gekozen verhouding zon en wind in onze RES is 0,56 TWh zon en 0,79 TWh wind. https://resachterhoek.nl/default.aspx
De RES heeft een regionale schaal, het Uitnodigingskader gemeentelijk In de Regionale Uitvoeringsagenda is een opdeling gemaakt per gemeente, deze is aangehouden voor het Uitnodigingskader. De RES daarentegen is een regionale opgave. Er is een Achterhoeks bod gedaan aan het Rijk. Dit bod is de regionale opgave voor de opwekking van duurzame energie. De RES heeft een regionale ruimtelijke analyse gemaakt. In de RES is uitgegaan van een regionaal verdeling tussen wind- en zonne-energie, er is hierbij ook gekeken naar een systeem- en kostenefficiënt elektriciteitsnet. De verdeling per gemeente ligt daardoor minder vast, maar er is wel een verdelingsvoorstel gemaakt. Er wordt voornamelijk ingezet op meer windenergie, evenals zon op dak.
3. Evaluatie inhoudelijke keuzes Uitnodigingskader (met name voor de zonnevelden) 3.1 Strategie voor ruimtelijke kwaliteit. Aan het Uitnodigingskader ligt een aantal strategische keuzes voor de ruimtelijke kwaliteit ten grondslag. Deze keuzes zijn geldig voor bio-, wind- en zonne-energie. Echter in de realiteit hebben de criteria vooral een rol gespeeld bij de selectie van de zonnevelden. De criteria voor ruimtelijke kwaliteit (a t/m e) worden hieronder afzonderlijk geëvalueerd. Er zijn gesprekken gevoerd met het Burgerinitiatief Energie in de Oude IJsselstreek (BEOIJ) over deze evaluatie. BEOIJ, is een verenigde groep inwoners die is ontstaan na de verschillende bezwaren naar aanleiding van de ingediende plannen in de tweede tranche. Verschillende comités hebben hun bezwaar geuit en zich vervolgens verenigd in BEOIJ. Inmiddels is BEOIJ en de gemeente al geruime tijd in gesprek over de voortgang van de energietransitie in de gemeente. Deze evaluatie geeft het gemeentelijke standpunt weer. De visie van BEOIJ is wel meegewogen. a)
We wijzen ‘waardevol landschap’ aan waar geen of zeer beperkte ontwikkelingen mogelijk zijn. Tegelijkertijd zijn er ‘kansgebieden’ waar grootschalige duurzame energieopwekking mogelijk is. De indeling in landschapstypen werkt goed, in de aangegeven waardevolle landschappen zijn geen zonnevelden ontwikkeld. Belangrijk te vermelden is dat er een bepaalde mate van flexibiliteit is bij deze indeling. De grenzen zijn strak getrokken, het is een lijn op de kaart. Echter in de praktijk is een bepaalde mate van flexibiliteit bij het toepassen van de grenzen. We uiten de flexibiliteit in het “ja mits, nee tenzij” beleid. Deze flexibiliteit valt samen met het motto van de gemeente om vanuit de bedoeling te werken. Een effect van de indeling is dat de zonnevelden niet gelijk verdeeld zijn over de gemeente. De zonnevelden concentreren zich aan de (zuid-)westelijke kant van de gemeente. Ook heeft nu niet elke dorp evenveel kans op een financiële participatie (of een collectief zonneveld). Zie het kaartje hiernaast.
b)
We kiezen voor initiatieven met een grotere schaalgrootte. Dit betekent dat de voorkeur ligt bij grotere zonnevelden en een clustering van windenergie. Om verrommeling in het landschap te voorkomen is in 2019 duidelijk gekozen om in te zetten op een beperkt aantal zonnevelden van een grotere schaal (> 5 ha). De gedachte is dat zo geen
lappendeken van kleine initiatieven ontstaat. Hiermee werd gekozen voor het clusteren van de ruimtelijke impact op het landschap. Een voorbeeld van deze keuze was dat de voorkeur uitgaat naar zes velden van 10 ha. in plaats van 60 velden van 1 ha. Voordeel is verder dat grote velden makkelijker zijn aan te sluiten door Liander. Grotere velden zijn financieel vaak voordeliger, waardoor meer afgedragen kan worden aan de omgeving. De financiële participatie voor omwonenden is eenvoudiger te realiseren. Het resultaat is dat door een paar plannen grote stappen zijn gezet. Van de zes geselecteerde plannen zijn vier groter dan 5 ha. Deze vier plannen leveren bij elkaar een groot deel van de opgave; namelijk 97% (55 ha bruto oppervlak, 31,6 ha netto goed voor samen een opbrengst van 46 GWh per jaar, waarbij de opgave voor zonnevelden 47 GWh is, tabel 2.3). Van deze vier velden hebben drie een omgevingsvergunning. Deze leveren samen 72% van de opgave van 47 GWh. Ze hebben samen een oppervlak van 33 ha bruto, 26,8 ha netto en zijn goed voor 34 GWh elektriciteit per jaar.
Figuur van adviesbureaus Overmorgen en WING: de keuze voor schaalgrootte
Dit criterium is niet voor iedereen vanzelfsprekend. Omwonenden van initiatieven van lijken de voorkeur te hebben voor kleinere velden, waarbij een spreiding door de hele gemeente zou moeten plaatsvinden. De consequentie van dit standpunt, dat er dan veel meer zonnevelden komen in aantal. De gemeente heeft bij de tussenevaluatie in 2020 al meer ruimte gegeven aan kleine zogenaamde dorpszonnevelden. Voor kleine zonnevelden onder de 2 ha is in 2020 toegevoegd dat als sprake is van “meerwaarde” we een uitzondering kunnen maken op de landschappelijke indeling. Concluderend: de strategie voor de keuze van enkele grote parken, en zo op minder plekken een ruimtelijke impact te hebben, is succesvol. Sommige omwonenden zien liever, als er toch een zonneveld komt, een kleiner zonneveld. Er is spanning tussen het belang van de gemeente als geheel en de omwonenden van afzonderlijke zonnevelden. c)
We geven ruimte voor zonnevelden in twee periodes, ofwel tranches. In elke tranche kan maximaal 30 ha worden gerealiseerd. Het werken met tranches doet recht aan de urgentie die gevoeld wordt om duurzame energie te realiseren. De gemeente neemt haar verantwoordelijkheid. Tegelijkertijd geeft de tranches-
aanpak een limiet aan de hoeveelheid zonnevelden. Door met tranches te werken is de markt uitgedaagd om plannen te presenteren die zoveel mogelijk aan onze criteria voldoen. De strategie om met tranches te werken heeft in deze zin gewerkt. Er zijn beide keren veel initiatieven ingediend door de markt, er viel wat te kiezen. In de twee rondes samen zijn in totaal 23 plannen ingediend goed voor 228 ha bruto en 148 ha netto. Alleen de best beoordeelde plannen, volgens de vooraf vastgestelde criteria, zijn geselecteerd. Uiteindelijk zijn zes plannen geselecteerd die verder kunnen met de planontwikkeling. De plannen zijn goed voor 63 ha bruto en 35 ha netto en leveren zo’n kleine 50 GWh duurzame elektriciteit per jaar. Het subdoel voor de opbrengt van duurzame elektriciteit door middel van zonnevelden is hier mee gehaald. 9 In bijlage 2 zit het overzicht van alle initiatieven. De 60 ha is arbitrair gebleken. In de praktijk was sprake van netto en bruto oppervlakte. Het netto oppervlak is het oppervlak van de zonnepanelen, het bruto oppervlak bestrijkt het hele terrein inclusief de groenstrook, landschappelijke inpassing e.d. Ook zijn de geselecteerde initiatieven nooit exact 30 hectares (twee tranches van 30 ha), er heeft een afronding plaatsgevonden. Er is wel bewust gekozen om het doel uit te drukken in hectares. Een hectare is immers een ruimtelijke maat.
Het uiteindelijke doel is natuurlijk niet 60 ha vol te leggen maar om voldoende duurzame elektriciteit op te wekken. Concluderend: het werken met tranches heeft grotendeels gewerkt zoals voorzien. Er was veel aanbod en de plannen die het beste voldeden aan onze voorwaarden zijn geselecteerd. Toch is bij de uiteindelijke besluitvorming in de gemeenteraad, de tweede tranche deels gepauzeerd. De tweede tranche is hierdoor niet helemaal gelukt. Vooraf is afgesproken twee tranches te houden. Er komen geen nieuwe tranches meer. d)
We beoordelen initiatieven voor grotere windmolens (> 25m ashoogte) elk afzonderlijk. Er zijn geen initiatieven ingediend voor windmolens. Wel zijn enkele inventariserende gesprekken geweest waarbij het Uitnodigingskader is gebruikt.
e)
We evalueren het Uitnodigingskader na elke tranche zon op basis van de tot dan toe ingediende initiatieven, en op basis van wat er tot dan toe is gerealiseerd. Dit is gebeurd. Na de eerste tranche is het Uitnodigingskader op een aantal punten aangepast. De tweede evaluatie is dit document.
3.2 Strategie voor draagvlak van de initiatieven In het Uitnodigingskader zijn een aantal strategische keuzes gemaakt om voldoende draagvlak te garanderen voor initiatieven. In de realiteit hebben deze keuzes alleen een rol gespeeld bij de selectie van de zonnevelden. De strategische keuzes voor draagvlak wordt hieronder eerst benoemd en dan geëvalueerd.
9 Het doel is gehaald met het voorbehoud dat alle 6 plannen daadwerkelijk gerealiseerd worden. In augustus 2022 hebben 4
van de 6 plannen een omgevingsvergunning. In 2.3 worden de twee plannen die nog geen vergunning hebben niet meegeteld.
a) Basisstrategie; door participatie stijgt het draagvlak De basisstrategie is dat de gemeente de initiatiefnemers verplicht om inwoners van het gebied actief te betrekken tijdens het ontwikkelproces en de realisatie van het initiatief. Het uitgangspunt is dat door deze participatie het draagvlak voor een initiatief stijgt. De participatiegraad is onderdeel van de beoordeling van zonnevelden. Een hogere participatiegraad draagt bij aan een hogere totaalscore. Er zijn twee vormen van participatie: procesparticipatie en financiële participatie. b) Strategie procesparticipatie; informatie en inspraak over de inrichting Bij procesparticipatie gaat het om de mate van betrokkenheid van inwoners van het gebied bij de ontwikkeling en realisatie van een initiatief. Denk hierbij aan of ze geïnformeerd zijn over de komst van het initiatief of zelfs inspraak hebben op de specifieke locatie en hoe de installatie eruitziet. c) Strategie financiële participatie; draagvlak door financieel voordeel Bij financiële participatie gaat het om de mogelijkheid om mee te kunnen profiteren van een initiatief in het gebied waar ze wonen of gebruik van maken.
Hier zijn verschillende vormen voor, van een hogere participatiegraad naar een lagere: o mede-eigenaarschap (bijvoorbeeld via een energiecoöperatie); o financiële deelneming (bijvoorbeeld via een postcoderoos en crowdfunding); o een omwonendenregeling: (bijvoorbeeld korting op elektriciteitsprijs, zonnepanelen op eigen woning e.d.) o een bijdrage in een omgevingsfonds. Uitgangspunt is dat de initiatiefnemer van grotere projecten streeft naar 50 % lokaal medeeigenaarschap. We volgen hierin het landelijke beleid. Er is bewust gekozen voor “streven naar” en niet voor het verplicht stellen. De kans is aanwezig dat bij een verplichting van 50 % mede-eigenaarschap er geen of bijna geen initiatieven van de grond komen. Dit is gezien de urgentie van de klimaatproblematiek niet wenselijk. De hierboven genoemde strategische keuzes zijn uitgewerkt in specifieke criteria voor de procesparticipatie en de financiële participatie. De criteria kunnen verschillend zijn per initiatief. Bijvoorbeeld de criteria voor zonnevelden kleiner dan 2 ha verschillen van die voor zonnevelden groter dan 5 ha. De criteria zijn terug te vinden in het Uitnodigingskader hoofdstuk 3; procesparticipatie (zie 3.3, 3.5 en 3.7) en voor de financiële participatie (zie 3.3, 3.5 en 3.7). In deze evaluatie wordt niet ingegaan op de specifieke criteria.
Evaluatie van de strategische keuzes voor draagvlak Hieronder de belangrijkste observaties die te maken hebben met het draagvlak en participatie bij de zonnevelden. a) “Opwekken duurzame elektriciteit; ja maar niet in mijn omgeving” (NIMBY)10 In gesprekken met omwonenden van locaties van een initiatief voor een zonneveld is de boodschap duidelijk. Mensen zeggen bijna unaniem dat ze de noodzaak van duurzame elektriciteit zien, ook vinden mensen dat de gemeente Oude IJsselstreek hier een verantwoordelijkheid in heeft. Over het uitgangspunt van het opwekken van duurzame elektriciteit in de gemeente is geen twijfel. Maar een veel gehoord geluid is ook dat mensen de 10 NIMBY: Not In My Backyard
beoogde locatie, in hun nabije woonomgeving, geen geschikte locatie vinden. Mensen zeggen bijvoorbeeld: “er zijn andere betere plekken” of “leg eerst de daken maar vol”. Redenen die aangehaald worden zijn doorgaans: ik wil het vrije uitzicht houden, ik vind het niet mooi, ik ben bang dat mijn huis minder waard wordt of ik vind dat het landbouwgrond moet blijven. Kortom, er is draagvlak voor het opwekken van duurzame elektriciteit maar niet in de eigen buurt. Het algemene belang en het individuele belang zijn met elkaar in strijd. b) Door participatie stijgt het draagvlak voor een initiatief, klop dit wel? De basisstrategie is maar ten dele waar: het geldt vooral voor de tweede fase van het proces. In de eerste fase, als de keuze nog gemaakt moet worden, is het verkrijgen van draagvlak door participatie moeilijk gebleken. Infomeren is wel belangrijk. Er zijn twee proces fases; fase 1 is het principeverzoek en fase 2 de daadwerkelijke uitgebreide uitwerking die nodig is voor de vergunning aanvraag. Op basis van het principeverzoek vindt een voorselectie van de initiatieven plaats. Daarna, als het initiatief geselecteerd is, wordt in de tweede fase van de initiatiefnemer een participatieplan verwacht. In de eerste fase, het principe verzoek is nog geen keuze gemaakt welke plannen verder uitgewerkt kunnen worden.
In de eerste fase is vooral sprake van informeren, er wordt duidelijk gecommuniceerd dat nog geen besluit genomen. De boodschap naar de omwonenden is “als” het plan geselecteerd wordt dan gaat de initiatiefnemer in gesprek met omwonenden over het “hoe”. Dus hoe het park wordt ingericht en hoe de financiële participatie wordt vormgegeven. Wel worden in deze fase al ideeën en mogelijkheden besproken. -
Eerste fase Op basis van de ervaringen tot nu toe lijkt het erop dat in de eerste fase veel omwonenden liever helemaal geen zonneveld willen en staan beperkt open om na te denken over de proces- en financiële participatie. Goed communiceren blijft in deze fase vanzelfsprekend belangrijk.
-
Tweede fase De procesparticipatie is vooral zinnig in de tweede fase, als een initiatiefnemer een aanvraag voorbereidt voor een zonneveld op een bepaalde locatie. (Het principe besluit is dan al genomen). De randvoorwaarden zijn dan duidelijk. Er is dan ruimte voor omwonenden om wensen kenbaar te maken. In veel gevallen is aanpassing van het plan mogelijk. De procesparticipatie in de tweede fase neemt echter niet alle bezwaren weg. Er blijven belangengroepen of omwonenden “tegen” die zich verzetten. Deze groepen kunnen na vergunningverlening beroep instellen tegen de omgevingsvergunning. Er volgt dan een juridisch traject bij de rechtbank en de Raad van State.
Door goede participatie stijgt het draagvlak, maar een volledig draagvlak verkrijgen is moeilijk. Ook bij initiatieven die, in onze ogen, goed hebben geparticipeerd, zijn mensen die beroep ingesteld. Er zijn mensen die een andere mening hebben en die bij hun eigen standpunt blijven. Er is soms sprake van tegengestelde belangen, waardoor het niet mogelijk is aan elke wens gehoor te geven.
c) Slecht communicerende initiatiefnemers vallen af bij de beoordeling van het principeverzoek maar veroorzaken wel veel onrust De initiatieven die in de eerste fase niet goed of zorgvuldig hebben gecommuniceerd met de omgeving zijn hierdoor lager gewaardeerd. Deze plannen zijn afgevallen bij de beoordeling van het principe verzoek. Een onvoorzien effect is wel dat erg veel onrust ontstaat bij de omwonenden van dergelijke afgevallen initiatieven. Deze onrust had deels voorkomen kunnen worden door bijvoorbeeld een voorselectie of gemeentelijke toetst te doen voordat een initiatief contact opneemt met omwonenden. Dit punt wordt meegenomen voor toekomstige ontwikkelingen. d) Financiële participatie: weinig animo voor mede-eigenaarschap Mede-eigenaarschap van een zonneveld is een grote wens bij bestuurders. Het lijkt beleidsmatig ook een ideale situatie waarbij twee zaken gecombineerd worden: er wordt duurzame energie opgewekt en de omwonenden plukken hiervan direct de baten. In de praktijk wordt dit concept echter niet zo enthousiast ontvangen. Mede-eigenaarschap is in meerdere projecten aangeboden, maar de omwonenden hebben hierin meestal geen interesse. Mensen geven aan dat het organiseren van mede-eigenaarschap veel “gedoe” is.
Zo moet er een lokale energiecoöperatie worden opgericht, omwonenden moeten lid worden van een coöperatie en het wenselijk dat een of meerdere lokale bestuursleden zijn. De Agem heeft veel ervaring met het oprichten en begeleiden van lokale energiecoöperaties en kunnen een grote begeleidende rol spelen. De gemeente kan ook ondersteunen door bijvoorbeeld een deel van de begeleiding en oprichtingskosten te vergoeden. Maar ondanks deze hulp bij het organiseren van medeeigenaarschap, is er weinig animo voor. Omwonenden hebben de voorkeur voor een lichtere vorm van financiële participatie zoals een omgevingsfonds of zelfs alleen zonnepanelen voor de eigen woning. Er is hier duidelijk een discrepantie tussen wat theoretisch wenselijk is en wat praktisch haalbaar is. BEOIJ is na de tweede tranche zonnevelden pas opgericht. Voor toekomstige projecten zouden ze een rol kunnen spelen bij het vergroten van mede-eigenaarschap van zonnevelden. 11 e) Financiële participatie; een omgevingsfonds De manier waarop de financiële compensatie geregeld wordt is bij elk project anders en is ook nog in ontwikkeling. Een vorm van financiële compensatie die veel gekozen wordt is een omgevingsfonds. Andere vormen zijn het aanschaffen met korting van zonnepanelen voor omwonenden en mogelijkheden om te investeren (crowdfunding met voorrang voor omwonenden).
De afspraken voor financiële compensatie worden vastgelegd in een anterieure overeenkomst tussen de initiatiefnemer en de gemeente. Het bedrag van het omgevingsfonds is bedoeld als compensatie voor het anders inrichten van landschap. De gemeente zal dit bedrag labelen, en zorgen dat dit wordt verdeeld over de belangenvereniging(en) van de dichtstbijzijnde dorpskernen. Hierover worden tussen de gemeente en bedoelde belangenverenigingen nog nadere afspraken gemaakt. Het omgevingsfonds wordt dus beheerd door een belangenorganisatie. Er is een bepaalde mate van vrijheid voor de belangenorganisatie om het fonds te besteden. Er is de keuze tussen de uitbetaling voor het fonds jaarlijks of een éénmalige storting (netto contant maken). Bij de fondsen die hebben gekozen voor een eenmalige uitkering
11 Het animo voor mede-eigenaarschap van zonnevelden kan, in de toekomst, groter worden omdat de energieprijzen in
2022 fors zijn gestegen.
gaat het over een orde van grootte variërend van € 17.000 tot € 77.000. Over de hoogte van het bedrag valt te twisten, het zijn echter gangbare bedragen als compensatie voor de aanleg van een zonneveld. Het is te vroeg om te beoordelen wat het effect is van een omgevingsfonds omdat de fondsen nog niet effectief zijn.
f) Participeren tijdens in de coronatijd was moeilijk In de eerste tranche, in het pré-corona tijdperk, zijn de communicatie en de participatie relatief goed verlopen. De inloopavonden gaven ruimte voor gesprekken tussen de omwonenden en de initiatiefnemers. De digitale inloopavonden tijdens de tweede tranche in de coranatijd waren moeizaam.
3.3 Overige aandachtspunten; de zonneladder en gebruik landbouwgrond Er is veel commotie geweest bij omwonenden in de tweede tranche. Vooral het gebruik van landbouwgrond voor zonnepanelen en de manier waarop de zonneladder gebruikt is, stuitten op veel kritiek. Op deze twee punten wordt hieronder ingegaan. a) Zonnepanelen op landbouwgrond Zonnevelden en het RES-beleid. Tijdens de tweede tranche zonnevelden lijkt de De RES is eind 2021 vastgesteld en respecteert het gemeentelijke beleid van zonnevelden. maatschappelijke weerstand tegen zonnevelden op Zonnevelden die al in voorbereiding zijn landbouwgrond groter geworden. Deze weerstand komt worden meegeteld. Voor de toekomst, voor van de LTO en van omwonenden van de beoogde nieuw te ontwikkelen projecten heeft zon-opland voorlopig een lage prioriteit. De RES 1.0 zonnevelden. Een argument dat veel gehoord wordt is dat zet vooral in op zon-op-dak en windenergie. landbouwgronden voor landbouw beschikbaar moeten De opgave voor zon-op-land wordt ingevuld blijven. Daarnaast speelt voor omwonenden met bestaande ontwikkelingen (zoals de waarschijnlijk ook het uitzicht een rol. projecten uit de eerste en tweede tranche). Indien de productie van windenergie en zo-opBelangrijk te beseffen is dat de grondeigenaren, veelal dak achterblijft zal deze keuze worden agrariërs, de plannen indienen.
Ze geven de voorkeur aan heroverwogen (RES 2.0). het produceren van zonne-energie op hun grond. Er is een vrije keuze van een agrariër. Daarnaast is er een maatschappelijk debat over de landbouw gaande, de agrarische sector is in beweging in Nederland. Het integreren van energieproductie op landbouwgrond hoort bij dit debat. Er is zeker een spanningsveld tussen de klassieke agrarische In het Uitnodigingskader gaan we uit van 16 GWh aan op grote daken. het RES-bod activiteiten en het gebruik van gronden voor de opwek van energie. Dezon gemeente OudeInIJsselstreek is 0,35 TWh = 350 GWh afgesproken. Dit getal heeft daarom gekozen om de hoeveelheid zonnevelden, in het huidige beleid, te limiteren tot 60 ha, is in de RES niet vertaald naar een concrete dat is iets minder dan een half procent van het totale gemeentelijke oppervlak. Hiermee limiet doelstelling per gemeente, maar is alseen wordt gesteld aan de hoeveelheid hectares zonnevelden die gerealiseerd gekozen kunnen voor een worden. evenredige verdeling zal elke gemeente 40 tot 50 GWh zon op grote
b) De zonneladder, gebruik en interpretatie De zogenaamde zonneladder, ontwikkeld door NMF is een hulpmiddel om te bepalen waar zonneenergie bij voorkeur opgewekt moet worden. De gedachte achter de zonneladder zit ook in het Uitnodigingskader. Bij beoordeling van de initiatieven wordt rekening gehouden met de grond en de functies. In de praktijk betekent dat voor onze beoordeling dat initiatieven op productieve landbouwgrond het minste gewaardeerd worden, ten opzichte van bijvoorbeeld initiatieven op taluds of vuilstorten. De zonneladder is in de tweede editie in 2020 ook een expliciet onderdeel geworden van het Uitnodigingskader.
Er is ondanks dat de zonneladder is opgenomen in het Uitnodigingskader veel kritiek geweest van de inwoners dat de zonneladder niet goed is toegepast. De kritiek spitst zich toe op het feit dat de zonneladder alleen is gebruikt als middel van de beoordeling. De zonneladder kan, aldus de kritiek, ook gebruikt worden aan de voorkant, om als gemeente vooraf aan te geven hoeveel energie je kunt opwekken op welke trede van de ladder. We zijn van mening dat dit deels ook gebeurd is: de opgave is opgedeeld in windenergie, zon op dak en zon op veld. We zijn van mening dat de zonneladder goed wordt toegepast. We zetten in op zoveel mogelijk zon op daken (trede 1 no regret). Hiervoor lopen specifieke programma’s (zoals Zonnige Bedrijven Achterhoek, de Achterhoekse zonactie). Er zijn ook plannen in trede 2 en 3. Zo ligt het zonneveld Rafelder op een voormalige vuilstort. Buiten het Uitnodigingskader zijn ook plannen gerealiseerd op de hoogste treden van de zonneladder. Zoals een drijvend zonneveld op één van de plassen van Netterden Zand en Grind12 en zonnevelden op de bouwpercelen van (voormalige) boerenbedrijven13. In verschillende plannen (ingediend in de tweede tranche) voor zonnevelden wordt het agrarische gebruik gecombineerd met de productie van zonnestroom.
Figuur 1- Model zonneladder (Bron: de constructieve zonneladder, NMF, 2018)
Observaties zonneladder De zonneladder is een hulpmiddel en heeft geen juridische status. De zonneladder in relatie met het beleid uit de Uitnodigingskader geven aanleiding tot bepaalde observaties: -
12
In de zonneladder is dubbelgebruik nauwelijks meegenomen In de zonneladder van NMF is combinatie met huidig gebruik nauwelijks opgenomen. Wij zijn van mening dat een hoge waardering op zijn plaats is als het huidige gebruik nauwelijks wordt belemmerd of er zelfs van profiteert.
De drijvende zonnevelden van Netterden Zand en Grind vallen buiten de opgave van het Uitnodigingskader omdat de energie die opgewekt wordt is voor eigen gebruik (van het bedrijf). Er wordt geen zonnestroom aan het net geleverd. 13 Het gaat om de zogenaamde “zon op erf”” projecten. Deze zijn gerealiseerd voordat het Uitnodigingslader van kracht werd.
-
Trede 1 en 2 van de zonneladder: onbenutte bebouwde locaties en pauzelandschappen? De realiteit is dat Nederland een dichtbevolkt land is en dat er niet veel gronden van de bovenste treden van de zonneladder vrij beschikbaar zijn. Er zijn niet of nauwelijks onbenutte bebouwde locaties en pauzelandschappen. De gemeente heeft in het verleden geïnventariseerd waar mogelijkheden liggen voor zonne-energie en waar de minder waardevolle gronden liggen die geschikt zijn voor zonnevelden. We zien niet veel concrete (uitvoerbare) mogelijkheden. Dit was een van de redenen om het Uitnodigingskader te maken.
-
Strategische keuze voor grote zonnevelden Er is een discrepantie tussen het toepassen van de zonneladder en de strategische keuze voor enkele grote zonnevelden (groter dan 5 ha). Er zijn weinig stukken grond in Nederland die niet gebruikt worden. Gronden zijn in gebruik voor woningen, bedrijventerreinen, verkeersterreinen, water- en recreatiegebieden, natuurgebieden en vooral voor agrarisch gebruik. De grotere zonnevelden komen daarom meestal op landbouwgronden. Al is er ook een groot zonneveld op een voormalige vuilstort ingediend. De strategie om in te zetten op enkele grote zonnevelden i.p.v. veel kleine moet opnieuw beoordeeld worden.
-
Maakbaarheid samenleving en urgentie energietransitie De zonneladder gaat uit van een maakbare samenleving. Echter de gemeente of de overheid schept alleen voorwaarden voor de realisatie van zonnevelden. Ze kan initiatieven stimuleren, maar heeft niet de mogelijkheid initiatieven af te dwingen. De zonneladder doet geen recht aan de urgentie van de energietransitie. We willen energieneutraal zijn in 2030 om zo een bijdrage te leveren aan het tegengaan van de klimaatverandering.
3.4 Samenvatting inhoudelijke keuzes Uitnodigingskader Het Uitnodigingskader heeft vooral de ontwikkeling van zonnevelden een impuls gegeven. Deze evaluatie heeft hier een beeld van gegeven. Conclusie strategie voor Ruimtelijke kwaliteit De gemeente is van mening dat de strategie goed heeft gewerkt, er zijn door de markt uit te dagen binnen de tranches veel initiatieven binnen gekomen en de initiatieven die het best beoordeeld zijn, volgens vooraf gesteld criteria, zijn geselecteerd. Er zijn zes plannen geselecteerd met een goede ruimtelijke kwaliteit waarbij het “waardevolle landschap” is gespaard. Door de voorkeur voor grote plannen zijn vier grote plannen geselecteerd die samen een groot deel van de opgave voor hun rekening nemen14. Hierdoor zijn met een paar plannen in korte tijd grote stappen gezet naar meer opwekking van duurzame energie in de gemeente.
14 De vier grote parken zijn samen 55 ha (bruto) groot (31.6 ha netto) en goed voor een opbrengst van 46 GWh per
jaar. Van deze vier parken hebben drie een omgevingsvergunning, samen met een oppervlak van 33 ha bruto, 26.8 ha netto en zijn goed voor 34 GWh elektriciteit per jaar.
Bij de tweede tranche is kritiek gekomen over de strategische keuzes, met name de keuze voor grotere zonnevelden en het werken met tranches. Voor de toekomst is dit een aandachtspunt. In onze tranches aanpak worden al in de eerste fase alle omwonenden van alle initiatieven geïnformeerd. Ook bij plannen die uiteindelijk afvallen. Hierdoor ontstaat veel onnodige onrust bij de omwonenden van de initiatieven. In de toekomst willen we dit vermijden. Conclusie strategie voor draagvlak De basisstrategie is dat door participatie het draagvlak voor een initiatief stijgt. Het verkrijgen van voldoende draagvlak is echter moeilijk te meten. Participeren blijft belangrijk maar is ook lastig gebleken. In de eerste fase, als de selectie nog niet heeft plaatsgevonden, leidt participatie niet perse tot een groot draagvlak. Veel mensen willen, in eerste instantie, geen verandering in hun omgeving. In de tweede fase, als de selectie heeft plaatsgevonden, is een goede participatie wel vruchtbaar. Omwonenden kunnen meedenken over de inrichting en de financiële compensatie. Goede participatie leidt echter niet tot volledig draagvlak, er blijven mensen die het niet eens zijn met de plannen. Voor de meeste plannen is bezwaar en beroep aangetekend, waardoor op dit moment nog geen enkel plan heeft kunnen beginnen met de realisatie In de eerste tranche lijkt de participatie goed te zijn verlopen.
In de tweede tranche is echter erg veel commotie ontstaan, er is veel weerstand ontstaan tegen de initiatieven. Uiteindelijk zijn veel initiatieven afgevallen, vooral ook de initiatieven die niet voldoende gecommuniceerd hebben. In de toekomst moeten we deze situatie zien te vermijden. Er is niet veel animo voor mede-eigenaarschap. Vooral in de eerste fase is het animo nihil. Mensen vinden het te veel “gedoe”. Ook was participeren tijdens in de coronatijd was moeilijk
Aandachtspunten en ontwikkelingen Innovaties De sector werkt voortdurend aan verbeterde methodes van opwek, transport en opslag van elektriciteit. Zonnepanelen hebben nog niet hun maximale rendement bereikt, windturbines worden steeds hoger en daarmee rendabeler. Naast deze twee voor de hand liggende systeemverbeteringen, worden installaties steeds mooier, lichter en goedkoper door ander materiaalgebruik. Duurzame opwek van elektriciteit zal de komende 15 – 20 jaren leunen op zon en wind als belangrijkste energiebronnen. Beide kennen piekbelasting als veel energie geproduceerd wordt. De grootschalige uitrol van zon en wind stimuleert innovaties van opslag- en transporttechnologieën. Dat gaat echter minder hard dan het verhogen van de opwekcapaciteit. Energieoverschot en te weinig netcapaciteit blijven de komende jaren belemmeringen voor de verdere uitrol van zon en wind. Naast de technologie verandert ook de wet- en regelgeving. De huidige regels houden rekening met een elektriciteitssysteem dat stroom verdeelt die op een paar plekken is opgewekt. Opwek wordt steeds decentraler en technisch is vaak meer mogelijk dan mag, bijv. als het gaat om veiligheidsmarges bij elektriciteitslevering of het toestaan van micro-grids.
Waterstof en de opgave voor opwek van elektriciteit Waterstof is een innovatie die in Oude IJsselstreek en Montferland mogelijk van de grond komt. Om groene waterstof te maken is groene elektriciteit nodig. De randvoorwaarden voor de productie van waterstof zijn op dit moment in ontwikkeling. Een van de scenario’s is dat we ons aan de RES-verplichting voor de opwek van elektriciteit houden en dat voor de opwek van duurzame waterstof extra duurzame elektriciteit geproduceerd moet worden. Extra productie, boven op onze huidige doelstelling, van duurzame elektriciteit is in dit kader welkom.
Netinpassing zon en wind De ruimte op het net wordt schaarser en de netbeheerder kan binnen de huidige regels de behoefte aan uitbreiding niet bijbenen. De realiseerbaarheid van onze doelstellingen is in toenemende mate afhankelijk van technische mogelijkheden. Dat zijn zowel invoegen op het huidige net als ook (combinaties van invoegen en) opslag van energie. Het zal helaas niet altijd mogelijk om projecten te realiseren op plekken van onze voorkeur. Hier moeten we rekening mee houden.
Energiemix en cable-pooling Er is een optimale verhouding tussen zon- en windenergie. Een evenwichtige energieproductie met zon en wind, een juist energiemix, zorgt voor een systeem- en kostenefficiënt elektriciteitsnet. Windturbines hebben daarbij een bijna vier keer hogere bedrijfstijd dan zon. Tegen dezelfde kosten voor infrastructuur kan dus met windenergie viermaal zoveel energie worden opgewekt. Cable pooling is het inzetten van dezelfde netaansluiting en daarmee dezelfde elektriciteitskabel (pooling of cables) voor twee verschillende duurzame opwekcentrales zoals wind- en zonne-energie. Met zon en wind op één kabel maakt je dus beter gebruik van de capaciteit. Cable-pooling maakt het mogelijk om, ook als het onderstation over weinig capaciteit beschikt, een zonneveld of windturbine aan te sluiten. Totdat technologieën beschikbaar zijn die grootschalige opslag mogelijk maken, beperkt het net soms de mogelijkheden voor duurzame opwek. Dit inpassingprincipe van Cable-pooling is meegenomen in de beoordelingscriteria voor de tweede tranche zonnevelden. Het is denkbaar dat cable-pooling op de middellange termijn een belangrijkere rol gaat spelen. Concreet zou dat een concentratie van zonnevelden in het zuidwesten en westen van onze gemeente als gevolg hebben.