CConstaterende datOude IJsselstreek
Koppel je AI →
Document · PDF

Definitieve Aanvraagformulier Uitgebreid VU 2023 .pdf

Raadsvergadering 23 mei 2024, gemeente Oude IJsselstreekBij agendapunt: 10: Aanvraag vangnetuitkering11.121 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Aanvraag Vangnetuitkering Participatiewet over 20231 Versie: uitgebreid verzoek2

Wat is een vangnetuitkering? Gemeenten ontvangen op grond van de Participatiewet budget voor bijstandsuitkeringen en loonkostensubsidies. Dit budget wordt ook wel het BUIG-budget genoemd. Gemeenten die een tekort hebben kunnen in aanmerking komen voor een vangnetuitkering. De voorwaarden op hoofdlijnen zijn: -

het tekort is groter dan een bepaalde toegangsdrempel; het college verklaart maatregelen te hebben getroffen om te komen tot tekortreductie; het college geeft een toelichting op deze verklaring; de gemeenteraad stemt in met de verklaring van het college.

Bekostiging door en verantwoording aan andere gemeenten Met de verklaring verantwoordt u zich als college niet alleen naar de gemeenteraad, maar ook naar andere gemeenten. Deze gemeenten dragen immers financieel bij aan de vangnetuitkering waarop uw gemeente een beroep doet. Het gaat dus om solidariteit tussen gemeenten. De vangnetuitkeringen worden bekostigd uit het macrobudget (voor alle gemeenten) van twee jaar na het tekortjaar. Daarom moet het college inzicht geven in de maatregelen die het heeft getroffen om het tekort te reduceren.

Wat wordt verwacht van het college en de gemeenteraad? Bij het indienen van het verzoek moet het college verklaren dat het maatregelen heeft getroffen om tot tekortreductie te komen. Deze verklaring moet de instemming hebben van de gemeenteraad. Ook moet deze verklaring worden toegelicht, zoals gevraagd in het aanvraagformulier (op het formulier de onderdelen A, B en C).

Wat is de autonome rol van de gemeenteraad t.a.v. de vangnetuitkering? Het college vraagt de gemeenteraad om in te stemmen met de verklaring van het college. Met deze instemming bevestigt de gemeenteraad dat het college inzicht heeft gegeven in de maatregelen die zijn getroffen om het tekort te reduceren. De gemeenteraad moet in staat worden gesteld om de verklaring van het college adequaat te kunnen beoordelen. Het gaat hierbij dus om een gelijkwaardige informatiepositie van de gemeenteraad ten opzichte van het college. Daarom moet het college een samenvatting van de verklaring maken. De toetsingscommissie heeft een checklist voor raadsleden gemaakt, waarmee raadsleden de verklaring inhoudelijk kunnen controleren. Deze checklist wordt tezamen met andere informatie door VNG aangeboden op de website van VNG, zie link website VNG pagina raadsleden:

1 2

Versie aanvraagformulier d.d. 17 november 2022 Toelichting voor ambtelijke ondersteuning onderaan dit formulier.

1

Op welke wijze is de gemeenteraad geïnformeerd door het college? Een belangrijke veronderstelling bij het vangnet is dat gemeenteraad en college regelmatig in gesprek zijn over ontwikkelingen in het bijstandsvolume (bijv. middels kwartaalrapportages). Op dit niveau wordt inhoudelijk gesproken over maatregelen (beleid en uitvoering) om eventuele tekorten te reduceren. Het college wordt verzocht te beschrijven op welke wijze de gemeenteraad is betrokken vanaf het moment dat het tekort door het college wordt gesignaleerd tot en met het treffen van de maatregelen en de monitoring daarvan. Dit onderdeel is opgenomen na de samenvatting.

Wat mag de gemeenteraad van het college verwachten?  

 

Het college en de gemeenteraad moeten een gelijkwaardige informatiepositie hebben, daarom maakt het college een samenvatting van de toelichting. Het college beschrijft op welke wijze de gemeenteraad is betrokken vanaf het moment dat het tekort door het college wordt gesignaleerd tot en met het treffen van de maatregelen en de monitoring daarvan. Onderdeel A: Het college geeft de gemeenteraad via een analyse inzicht in de oorzaken van het tekort op de gebundelde uitkering (ook wel BUIG genoemd). Deze analyse kan zowel kwantitatieve als kwalitatieve elementen bevatten. Onderdeel B: Het college geeft de gemeenteraad inzicht in de (interne en externe) maatregelen, met een kwantitatieve en kwalitatieve toelichting waarom die naar verwachting leiden tot een reductie van het tekort. Onderdeel C: Het college geeft de gemeenteraad inzicht in welke mate (interne en externe) maatregelen beogen bij te dragen aan het (verder) reduceren van het tekort. Het college geeft de gemeenteraad inzicht in de planning en control-cyclus ten aanzien van het vangnet.

Bovenstaande informatie staat ook op de website van de VNG3.

Op welke wijze wordt de gemeenteraad gefaciliteerd? De toetsingscommissie heeft een checklist gemaakt voor gemeenteraadsleden. Het is een handzaam lijstje vragen en aandachtspunten. Raadsleden kunnen dit lijstje gebruiken bij het beoordelen van de vangnetaanvraag van het college. Deze checklist is opgesteld in samenwerking met raadsleden uit verschillende gemeenten en de Nederlandse Vereniging voor Raadsleden. De checklist staat samen met andere informatie op de website van de VNG, zie link website VNG pagina raadsleden. De gemeenteraad heeft de mogelijkheid om in de aanvraag vangnetuitkering zijn opvattingen te geven over de verklaring van het college (in de verklaring staan de oorzaken van het tekort, de maatregelen om het tekort te reduceren, etc.). In het formulier zal op hoofdlijnen het proces worden beschreven hoe de gemeenteraad betrokken is. Dit is vanaf het moment van signalering van het tekort en het 3

Vangnetuitkering Participatiewet: informatie voor raadsleden | VNG

2

daaropvolgend proces van treffen van maatregelen waar de raad bij betrokken is voordat de raad instemt met de verklaring van het college. De voorzitter van de gemeenteraad en de griffier tekenen voor de juistheid hiervan en worden in de gelegenheid gesteld om dit overzicht aan te vullen.

Hoe verloopt de aanvraagprocedure? Het college dient het aanvraagformulier in bij de onafhankelijke Toetsingscommissie vangnet Participatiewet. De commissie moet de aanvraag uiterlijk op 15 augustus 2024 hebben ontvangen. De aanvraag dient met behulp van dit, door de minister vastgestelde aanvraagformulier, voor instemming aan de raad te worden voorgelegd en wordt naar ondertekening aangeboden aan de commissie via de website. De Toetsingscommissie beoordeelt de aanvraag procedureel. Dit betekent dat wordt beoordeeld of het college en de gemeenteraad een aantal processtappen hebben doorlopen: het tekort is groter dan de drempelwaarde; het college heeft in de verklaring toegelicht dat maatregelen zijn getroffen om het tekort te reduceren en de gemeenteraad heeft ingestemd met de verklaring. De commissie geeft dus geen inhoudelijk oordeel over de aanvraag. Vervolgens adviseert deze commissie de Minister. Deze adviezen worden in beginsel overgenomen. Gemeenten die interesse hebben in de maatregelen van andere gemeenten, kunnen terecht op de website van het vangnet. Hier zijn alle aanvragen gepubliceerd en gerubriceerd naar type maatregel, omvang van de gemeente en omvang van het tekort. Aan het eind van het aanvraagformulier is een uitgebreide toelichting per vraag opgenomen voor de ambtelijke ondersteuning van het college.

Voor een verdere toelichting op dit formulier wordt verwezen naar de informatie op de website: https://www.toetsingscommissievp.nl/vangnetuitkering-2023

3

1. Verklaring college bij een uitgebreid verzoek Dit gedeelte bestaat de volgende onderdelen: -

Samenvatting van de verklaring De beschrijving van de wijze waarop de gemeenteraad is geïnformeerd door het college A. Analyse van de oorzaken van het tekort B. Getroffen interne en externe maatregelen om het tekort verder te reduceren C. Beoogde effect van de genoemde maatregelen D. Ondertekening door het college

4

Samenvatting van de verklaring van het college De verklaring van het college bestaat uit vier subonderdelen: A) analyse van de oorzaken van het tekort, B) getroffen interne en externe maatregelen om het tekort verder te reduceren, C) beoogd effect van de genoemde maatregelen & D) ondertekening door het college. Het college geeft hieronder een samenvatting van onderdeel A, B en C. Dat geeft de gemeenteraad een kernachtig overzicht, op basis waarvan het raadslid kan vaststellen waarmee hij instemt voordat hij ondertekent. Voor het gemeenteraadslid dat zich wil verdiepen in de verklaring van het college, wordt verwezen naar onderdelen A, B, C en D van het aanvraagformulier. Richtlijn voor de omvang van de samenvatting van de drie onderdelen is in totaal maximaal twee A4. Het ligt voor de hand dat een gemeenteraadslid de antwoorden op de checklist (zie achteraan dit formulier) terug kan vinden in de samenvatting. A. Samenvatting onderdeel analyse van de oorzaken van het tekort Het college maakt in dit onderdeel duidelijk wat het probleem is. Op basis van de gegevens van Beeld van de Uitvoering is onderstaand tekort berekend voor 2023. Budget BUIG 2023 € 9.623.285,Uitgave BUIG 2023 €10.378.280,Tekort BUIG 2023 €754.995,We hebben een tekort van 7,85%, hiermee zitten we 0,35% boven de drempelwaarde en hebben we recht op een relatief laag bedrag te weten, €16.624,-.

Op basis van het onderzoek van De Beleidsonderzoekers en Andersson Elffers Felix “Verklaringen voor tekorten en overschotten op het bijstandsbudget” van 2023, blijkt dat tekorten maar voor een deel verklaard worden vanuit gemeentelijke keuzes in beleid en uitvoering. Uit het eerdergenoemde onderzoek worden meerdere voorwaarden genoemd die een verband lijken te houden met het financiële resultaat. Hieronder treft u voorwaarden die mogelijk binnen Oude IJsselstreek invloed hebben op het huidige BUIG tekort: - Stabiliteit van beleid en organisatie. - De verdeling van de capaciteit over verschillende activiteiten om tot een zo klein mogelijk aantal inwoners in de bijstand te krijgen/houden. - ‘Kennis van de klant’/informatie gedreven beleid, als voorwaarde voor gerichte inzet. - Externe samenwerking. De duiding van deze factoren vindt u onder A in de aanvraag. Ten opzichte van vorig jaar is de groep die langer dan 5 jaar inkomensondersteuning ontvangen 5

gekrompen met 4%. Dit komt mede door een verhoogde instroom. Opvallend is ook dat de groep tot 27 jaar met 4% gegroeid is. In 2023 is de participatieladder doorontwikkeld, dit heeft geleid tot een nieuwe verdeling. We verwachten dat 54% van het huidige bestand niet meer zal deelnemen aan de arbeidsmarkt. Voor 32% zal er altijd een vorm van ondersteuning nodig blijven, dit kan aanvullende inkomensondersteuning zijn, maar bijvoorbeeld ook de inzet van jobcoaching of een andere vorm van begeleiding. Van het huidige bestand zal 14% op lange termijn geen enkele vorm van ondersteuning meer nodig hebben. B. Samenvatting onderdeel getroffen interne en externe maatregelen om het tekort verder te reduceren. Het college maakt in dit onderdeel duidelijk dat dit pakket van maatregelen afdoende is om de geschetste problemen aan te pakken. Interne maatregelen Een achttal eerder getroffen maatregelen uit 2023 worden voortgezet in 2024. Denk hierbij aan het in beeld krijgen en houden van de inwoners, focus op statushouders en inwoners in het doelgroepregister, de inzet van nazorg en het bieden werkplekken. De maatschappelijke baan wordt op een aangepaste wijze ingezet, zoals besproken in de commissie Maatschappelijke Ontwikkeling naar aanleiding van de memo over de maatschappelijke banen.

Nieuwe maatregelen zijn gericht op het creëren van meer stabiliteit binnen de organisatie als het gaat om personeel. Er wordt nieuw beleid opgesteld rondom parttime ondernemerschap. We stimuleren inwoners tot het deels financieel onafhankelijk worden wanneer volledige uitstroom niet mogelijk is. Er wordt ingezet op: stabiliteit binnen het personeelsbestand, nieuwe samenwerkingen met werkgevers voor werkervaringsplaatsen en er is een werkaanvaardingspremie in het leven geroepen mede om de armoedeval tegen te gaan. Externe maatregelen Oude IJsselstreek is aangesloten bij het Werkgeversservicepunt Achterhoek, deze samenwerking wordt in 2024 geïntensiveerd door het aansluiten van een extra accountmanager. We blijven inzetten op de goede verbindingen met de regio op alle niveaus. Hierdoor blijven we goed aangesloten op de verschillende regionale projecten en sluiten we aan waar passend bij onze werkwijze. Sinds begin 2024 zijn we actief betrokken bij het leerwerkloket door de parttime deelname van een loopbaanbegeleider als consulent van het leerwerkloket. Hierdoor zijn de lijnen korter en is er een breder instrumentarium nog makkelijker beschikbaar. Ook zijn we bezig om op regionaal niveau gebruik te maken van EVA, een online gids, om een breed inzicht te hebben in het in te zetten instrumentarium voor onze inwoners.

6

C. Samenvatting onderdeel beoogd effect van de genoemde maatregelen Het college maakt in dit onderdeel duidelijk dat dit pakket van maatregelen tezamen leidt tot tekortreductie, waarbij het effect van deze maatregelen kwantitatief dan wel kwalitatief is beschreven en inzichtelijk is gemaakt. Het doel van de genoemde maatregelen is dat 200 inwoners in 2024 geen gebruik meer maken van inkomensondersteuning. Begin 2024 hebben 101 inwoners als verwachte trede ‘zelfstandig aan het werk’. Niet iedereen zal hiermee uitstromen, het betreft enerzijds een lange termijn verwachting en persoonlijke situaties wijzigen immers. We gaan ervan uit dat minimaal 50% uitstroomt in 2024. Hiermee stromen 50 inwoners uit. In 2023 werd 24,6% van de totale uitstroom gerealiseerd door betaalde arbeid. Als deze verhouding gelijk blijft komt de verwachte totale uitstroom op 200 inwoners. Daarnaast is de doelstelling 80% duurzame uitstroom. Hieronder wordt verstaan een plaatsing van minimaal 6 maanden. We zullen in 2024 ook meer focussen op gedeeltelijk uitstroom, waar dat het hoogst haalbare is. Maandelijks wordt stilgestaan bij de managementinformatie en waar nodig bijgestuurd. Er zijn structureel overleggen tussen de teamleider en loopbaanbegeleiders waarbij op caseload niveau de voortgang besproken wordt. En er wordt gemonitord hoe de ontwikkeling is van de inwoners op basis van de participatieladder.

7

Op welke wijze is de gemeenteraad geïnformeerd door het college? In dit onderdeel wordt het proces op hoofdlijnen beschreven hoe de raad betrokken is vanaf het moment van signalering van het tekort op het BUIG-budget en het daaropvolgend proces van bepalen en treffen van maatregelen, tot aan het moment dat de verklaring van het college voor instemming wordt voorgelegd aan de raad. Ten einde dit zo eenvoudig mogelijk te beschrijven wordt gevraagd aan te kruisen op welke momenten de raad hierbij is betrokken. Dit geschiedt d.m.v. het plaatsen van een X voor het betreffende onderdeel. Daarnaast is er ruimte voor aanvullingen. Op welke momenten werd de raad geïnformeerd over beleid, uitvoering en sturing van de Participatiewet en meer specifiek over het tekort op de BUIG, de maatregelen en de beoogde effecten daarvan? X

Moment in het proces

X

De kadernota, de begroting.

X

Voorjaars- en najaarsbericht en jaarrekening. Maand-, kwartaal- of halfjaarrapportage. (ook wel genoemd Turap, Marap etc)

X

Beleidsplannen, strategie- of koersdocumenten, plannen van aanpak of evaluaties. Informatie over bestandsontwikkelingen of over de voortgang van maatregelen.

X

Nieuwsbrieven, bijeenkomsten en/of presentaties.

8

A. Analyse van de oorzaken van het tekort Hieronder toont het college de analyse, waaruit volgt wat de oorzaken van het tekort van de gemeente (A1) zijn. Vervolgens wordt de analyse opgenomen van het effect van getroffen maatregelen in voorgaande jaren (A2). Tot slot wordt kort beschreven welke bronnen zijn gebruikt bij de analyse (A3). A1. Analyse van de oorzaken van het tekort van de gemeente Berekening tekort BUIG Op basis van de gegevens van Beeld van de Uitvoering is onderstaand tekort berekend voor 2023. Budget BUIG 2023 Uitgave BUIG 2023 Tekort BUIG 2023

€ 9.623.285,€10.378.280,€754.995,-

De netto lasten van het BUIG budget 2023 bedragen 107,85%, hiermee wordt voldaan aan een minimaal tekort van 7,5%. De netto lasten van het BUIG budget 2021, 2022 en 2023 bedragen gemiddeld 123,94%, hiermee wordt voldaan aan een minimaal tekort van 7,5% gecumuleerd. Naar verwachting bedraagt de aan te vragen vangnetuitkering € 16.624,- voor 2023. Hiermee is de eigen bijdrage van de gemeente € 738.371,- voor 2023. In 2022 heeft de gemeente Oude IJsselstreek ook een vangnetuitkering aangevraagd, dit heeft voor 2023 tot gevolg dat er een uitgebreid verzoek moet worden ingediend. Oorzaken BUIG tekort Op basis van het onderzoek van De Beleidsonderzoekers en Andersson Elffers Felix “Verklaringen voor tekorten en overschotten op het bijstandsbudget” van 2023, blijkt dat tekorten maar voor een deel verklaard worden vanuit gemeentelijke keuzes in beleid en uitvoering. In de periode 2015 tot en met 2022 heeft Oude IJsselstreek vijfmaal een vangnetuitkering aangevraagd. Dit gegeven ondersteunt de aanname dat het verdeelmodel voor de gemeente Oude IJsselstreek een negatief effect heeft. Hiermee wordt echter niet de aanname gedaan dat Oude IJsselstreek helemaal geen invloed heeft op het tekort op de BUIG.

Uit het eerder genoemde onderzoek worden meerdere voorwaarden genoemd die een verband lijken te houden met het financiële resultaat, hieronder treft u voorwaarden die mogelijk invloed hebben op het huidige BUIG tekort. - Stabiliteit van beleid en organisatie. - De verdeling van de capaciteit over verschillende activiteiten om tot een zo klein mogelijk aantal inwoners in de bijstand te krijgen/houden. - ‘Kennis van de klant’/informatie gedreven beleid, als voorwaarde voor gerichte inzet. - Externe samenwerking.

9

Stabiliteit van beleid en organisatie In de afgelopen tien jaar is de uitvoering van de WWB en de hierop aansluitende PW uitgevoerd door 3 verschillende organisaties. Sinds 2021 ligt de uitvoering hiervan bij Oude IJsselstreek zelf. In de periode van 2016-2020 lag deze uitvoering bij Laborijn en daarvoor bij het ISWI. Het ISWI was een intergemeentelijke samenwerking tussen Oude IJsselstreek en Aalten, deze is in 2016 opgegaan in de gemeenschappelijke regeling Laborijn, bestaande uit 4 gemeenten. In 2020 is door Oude IJsselstreek het besluit genomen om zelfstandig de uitvoering van de Participatiewet op te pakken. Al deze besluiten zijn genomen met het belang van de inwoners voorop. Echter heeft dit geresulteerd in veel veranderingen, voor inwoners, maar ook voor medewerkers en de interne organisatie. De verdeling van de capaciteit Op basis van de kernwaarden uit de Visie op het Sociaal Domein; ‘Naar het hart van de beweging’, staat de inwoner centraal. We vinden dat iedere inwoner aandacht verdient en het verdient om ondersteund te worden in het participeren in de samenleving. Hiermee is de verdeling van de capaciteit niet alleen gefocust op de inwoners met de kortste afstand tot de arbeidsmarkt, maar is er capaciteit vrij gemaakt om iedere inwoner te spreken en ondersteunen waar nodig.

Daarnaast stond de capaciteit bij het team loopbaanbegeleiders in 2023 onder druk, met vier langdurig zieke loopbaanbegeleiders op een team van 15 loopbaanbegeleiders. Kennis van de klant Het inrichten van het zelf uitvoeren van de Participatiewet heeft in enkele maanden plaatsgevonden. Hierdoor was een relatief groot deel van de medewerkers werkzaam op basis van ZZP of extern ingehuurd. Om de stabiliteit van het personeel te vergroten is er in 2023 voor gekozen om de externe medewerkers te vervangen door eigen medewerkers of de ZZP-ers een intern dienstverband aan te bieden. Door deze wisselingen ging de kennis over de inwoner deels verloren. In 2023 lag de hoofdfocus dan ook op het (opnieuw) leren kennen van al onze inwoners met inkomensondersteuning en het opstellen van een activiteitenplan samen met de inwoner. Door voor dit proces de benodigde tijd te nemen heeft dit op een grondige manier plaatsgevonden. Dit zal in 2024 resulteren in meer ontwikkeling en stappen richting de arbeidsmarkt van onze inwoners. Informatie gedreven beleid Bij het zelf uitvoeren van de Participatiewet lag de focus op de dienstverlening richting de inwoner. Dit resulteerde in minder focus op het administratief bijhouden van zaken, met name op het vlak van reintegratie.

Er is echter meer behoefte aan inzicht in ons bestand en de ontwikkelingen om zo de inwoner de meest passende dienstverlening te kunnen bieden. In combinatie met het hierboven genoemde leren kennen van de klant, heeft de focus het afgelopen jaar ook gelegen op het juist vullen van systemen. Hiermee komt er meer data beschikbaar, waardoor er gerichter gestuurd kan worden vanuit management en gerichter gekeken kan worden naar de behoefte van onze inwoners. Binnen Oude IJsselstreek wordt er gewerkt aan het datagericht werken inrichten. Dit

10

zal in de toekomst zijn vruchten gaan afwerpen.

Externe samenwerkingen Bij het zelf uitvoeren van de Participatiewet lag de focus op het zelf uitvoeren van alle activiteiten, waarbij er zo min mogelijk gebruik gemaakt werd van externe partijen. Sinds 2023 is er veel tijd geïnvesteerd in het vergroten van het netwerk. Ook is geïnvesteerd in het versterken van de samenwerking met externe partijen die een positieve bijdrage leveren aan de ontwikkeling van onze inwoners. Specifieke kenmerken van het bestand Omschrijving

2023

202 2

Langer dan 5 jaar inkomensondersteuning

46%

50%

1 tot 5 jaar inkomensondersteuning

34%

35%

Ouder dan 40 jaar

61%

65%

Tussen de 18 en 27 jaar

15%

11%

Alleenstaande

80%

80%

Vrouw

48%

55%

Verloop bestand 2023 In 2023 zijn er 233 inwoners ingestroomd, in onderstaande tabel is er inzicht in de verschillende instroomredenen.

11

Daarnaast zijn er 181 inwoners uitgestroomd.

Opvallend is dat er in verhouding in 2023 meer jongeren ingestroomd dan in 2022. Deze groep is met 4% toegenomen, van 11% naar 15%. Ontwikkelingspotentieel In 2023 zijn alle inwoners gesproken en is er, in samenspraak met de inwoner, een activiteitenplan opgesteld. Op basis van deze gesprekken zijn de inwoners gekoppeld aan een trede op de participatieladder. Oude IJsselstreek heeft de participatieladder in 2023 herijkt. Door de nieuwe indeling kan de ontwikkeling van de inwoner beter in beeld worden gebracht. 1. Gezondheid in kaart, een inwoner kan om persoonlijke redenen niet deelnemen aan de maatschappij. Denk aan gezondheid, persoonlijke situatie etc. 2. Activering, er wordt samen met de inwoner georiënteerd op mogelijkheden voor activering. 3. Sociaal deelnemen, een inwoner neemt deel aan laagdrempelige activiteiten, zoals een cursus, koffieochtend, dagbesteding. 4. Actief bijdragen, een inwoner doet vrijwilligerswerk, mantelzorg, een werkervaringsplaats etc. 12

5. Werk in uitvoering, een inwoner heeft betaald werk met ondersteuning. Bijvoorbeeld LKS, een aanvullende uitkering, een maatschappelijke baan of beschut werk. 6. Zelfstandig aan het werk, een inwoner heeft betaald werk zonder ondersteuning.

In onderstaand figuur treft u de huidige trede

Totaal Zelfstandig aan het werk Actief bijdragen Werk in uitvoering 1% 9% 19% Activering 19%

Sociaal deelnemen 22%

Gezondheid in kaart 29%

In onderstaand figuur treft u de verwachte trede

Totaal Zelfstandig aan het werk 14%

Werk in uitvoering 32%

Actief bijdragen 13% Activering 12%

Gezondheid in kaart 15% Sociaal deelnemen 14%

De verwachte trede is de verwachting op de lange termijn. We verwachten dat 54% van het huidige bestand niet meer zal deelnemen aan de arbeidsmarkt. Voor 32% zal er altijd een vorm van ondersteuning nodig blijven, dit kan aanvullende inkomensondersteuning zijn, maar bijvoorbeeld ook de inzet van jobcoaching of een andere vorm van begeleiding. Van het huidige bestand zal 14% op lange termijn geen enkele vorm van ondersteuning meer nodig hebben. 13

In het huidige bestand vormt de groep jongeren een doelgroep met potentieel op de lange termijn. Echter vaak zijn dit jongeren die bij aanvang van de inkomensondersteuning al bij meerdere partijen bekend zijn, denk aan wmo, jeugdzorg en/of schuldhulpverlening. Dit maakt dat trajecten vaak langer de tijd nodig hebben vanwege een langdurige begeleidingsbehoefte. Ook de doelgroep statushouders is een doelgroep met potentieel op de lange termijn. Zij hebben eerst de verplichting in te burgeren, waar mogelijk in combinatie met een traject richting werk. Ook dit zijn trajecten die vaak meerjarig zijn. A2.

Analyse van het effect van getroffen maatregelen in voorgaande jaren

De getroffen maatregelen in voorgaande jaren hebben nog niet volledig het gewenste effect gehad op de uitstroom. Er is steeds meer bewustzijn dat we de Participatiewet al drie jaar zelf uitvoeren, maar ook pás drie jaar uitvoeren. De basis staat goed, echter door de vele personele wisselingen is er in 2023 opnieuw gestart met het goed leren kennen van de inwoners. Dit heeft geresulteerd in het, in samenspraak met de inwoner, opstellen van activiteitenplannen. Hiermee zullen inwoners zich verder ontwikkelen, op hun niveau en de manier die bij hen past. Door de invoer van de nieuwe participatieladder is een 1-op-1 vergelijking niet mogelijk. Wel is het zo dat de groep inwoners, waarvan op dit moment de verwachting is dat zij binnen een jaar uitstromen, is gegroeid van 16% naar 20%. De inzet van loonkostensubsidie is in 2023 gestegen van € 821.391,- naar € 923.271,-. Er zijn steeds meer inwoners die onder het doelgroepregister vallen en aan het werk gaan met loonkostensubsidie. Het versterken van de samenwerking met de Werf heeft in 2023 geresulteerd in 5 werkervaringsplaatsen. Bij aanvang wordt altijd gestart met een werkervaringsplaats om de belastbaarheid te onderzoeken, structuur op te bouwen en te kijken op welke plek de inwoner het best tot zijn recht komt.

Dat kan zijn onderhoud groen (schoffelen), in de werkplaats, het plaatsen van verkeersborden, afvalbakken legen die in de gemeente staan, etc. De uren en dagen worden afgestemd met de inwoner. Bij goed functioneren bestaat de mogelijkheid om in dienst te treden. De werf fungeert ook als een doorstroominstrument. Door de korte lijnen met de loopbaanbegeleider wordt tijdig geschakeld met de accountmanager voor het vinden van een passende vervolg werkplek. Het project waarin onze inwoners aan het werk gaan als huishoudelijke hulp bij een van onze zorgaanbieders heeft positieve resultaten. Vijf inwoners zijn hier in dienst als huishoudelijke hulp. Deze inwoners helpen de inwoners uit onze gemeente die een WMO-indicatie hebben. De inwoners krijgen een contract bij de zorgaanbieder. Inwoners krijgen de mogelijkheid hun belastbaarheid te ervaren en de uren op te bouwen om zo uiteindelijk uit te kunnen stromen. Bij één inwoner is dit inmiddels gelukt. 14

In 2023 zijn er regelmatig adviesgesprekken gevoerd met inwoners die mogelijk als ondernemer aan de slag willen. Er zijn enkele inwoners daadwerkelijk gestart als ondernemer, maar er zijn ook trajecten gestopt wegens het feit dat de onderneming niet levensvatbaar bleek, de inwoner er toch vanaf zag of de risico’s te groot waren. Er wordt kritisch gekeken bij de verstrekking van BBZ, dit mede om een inwoner te beschermen voor de risico’s die een onderneming starten met zich meebrengt. A3. Gehanteerde bronnen die bij de analyse (A1) zijn gebruikt. Voor bovenstaande analyse is gebruik gemaakt van de volgende bronnen: - Het beeld van de uitvoering 2023. - Interne data mbt doelmatigheid obv PowerBI en Cognos. - Interne date mbt rechtmatigheid obv PowerBI en Cognos. - Het onderzoek van debeleidsonderzoekers en Andersson Elffers Felix “Verklaringen voor tekorten en overschotten op het bijstandsbudget”. - Data aangeleverd door het WSPA. - Gesprekken met de uitvoerders van de Participatiewet. - Gesprekken met de betrokken teamleiders.

B. Getroffen interne en externe maatregelen om het tekort verder te reduceren In dit onderdeel van de verklaring van het college wordt beschreven welke interne (B1) en externe maatregelen (B2) zijn getroffen om een bijdrage te leveren aan de verdere tekortreductie. Bij B2 wordt aan de hand van drie vragen beschreven hoe de consultatie van de externe partij of externe bron heeft geleid tot de getroffen externe maatregelen. Bij zowel B1 als B2 wordt onderscheid gemaakt of de maatregel al dan niet wordt voortgezet of nieuw is. B1.

Beschrijving getroffen interne maatregelen

Voor 2023 getroffen maatregelen, die zijn voortgezet: -

-

-

In 2023 is het goed in beeld krijgen van onze inwoners gecontinueerd en is de eerste stap hierin afgerond. Nu ligt de focus op het goed in beeld houden van onze inwoners. In 2023 is de inzet op statushouders verder uitgebreid door de inzet van een extra loopbaanbegeleider. Er blijft kritisch gekeken worden naar de caseloadgrote van deze snelgroeiende doelgroep. Indien nodig wordt er meer capaciteit ingezet. In 2023 is er focus gebleven op de groep inwoners die gebruik kan maken van het doelgroepregister, dit blijven we onverminderd doen. In 2023 is het beleid rondom de inzet van de BBZ herijkt, waarmee de verwachtingen die inwoners mogen hebben van ons zijn verhelderd. Het werkproces rondom BBZ hebben we aangepast waar nodig. In 2023 is de inzet van nazorg bij uitstroom gecontinueerd, dit blijft in 2024 ook het geval. 15

-

De opstartpremie neemt de eerste drempels rondom het aanvaarden van werk weg. Deze is 53 keer verstrekt in 2023. Dit wordt gecontinueerd. Het zelf bieden van werkplekken aan inwoners met inkomensondersteuning hebben we gecontinueerd, bijvoorbeeld door het bieden van werkplekken op de werf. De samenwerking met de aanbieders van de huishoudelijke hulp wordt gecontinueerd.

Maatregelen die na evaluatie niet meer worden voortgezet -

-

In 2023 heeft er een evaluatie plaatsgevonden van de maatschappelijke baan in de toenmalige vorm. De maatschappelijke baan wordt voortgezet in een aangepaste vorm. Hij wordt niet meer alleen ingezet als eindinstrument, maar ook als ontwikkel- en doorstroominstrument. De inzet van een ouderenconsulent is vanwege uitval helaas niet tot uitvoer gekomen. Vanwege het feit dat alle inwoners gesproken zijn in 2023 en we inwoners niet opnieuw met een nieuw contactpersoon willen confronteren wordt deze rol niet opnieuw ingevuld.

Maatregelen die nieuw zijn getroffen: -

-

-

-

-

Om stabiliteit binnen de organisatie te creëren wordt er voor structurele arbeidsplaatsen geen gebruik meer gemaakt van ZZP’ers. Waar dit nog wel het geval is wordt er actief gekeken naar de mogelijkheden van structurele vervanging. In 2024 wordt het team statushouders verder uitgebreid met een cultuurverbinder. In 2024 wordt het beleid rondom parttime ondernemen opgesteld, om dit laagdrempeliger in te kunnen zetten voor inwoners. Het wordt mogelijk om parttime ondernemen als opstap te gebruiken voor volledig ondernemerschap. Daarnaast kan het voor langere tijd worden ingezet voor inwoners waar dit het hoogst haalbare is. In 2023 zijn er nadere regels jobcoaching in werking getreden, hiermee wordt er aangegeven welke kwalitatieve verwachtingen Oude IJsselstreek heeft van in- en externe jobcoaches. In 2023 zijn de beleidsregels werkaanvaardingspremie in werking getreden. De werkaanvaardingspremie wordt verstrekt na 6 maanden uitgestroomd te zijn uit de inkomensondersteuning. Hiermee wordt de armoedeval afgedekt en kan een inwoner extra gestimuleerd worden om aan het werk te gaan. De premie is in 2023 vijfentwintig keer verstrekt. In 2023 zijn er beleidsregels samenwonen op proef in werking getreden. Hiermee kan een inwoner 3 maanden gaan samenwonen op proef alvorens dit gevolgen heeft voor de uitkering. Hiermee verlagen we de drempel om te gaan samenwonen.

Er zijn structureel werkervaringsplaatsen beschikbaar bij Human Office, een bedrijf wat tweedehands kantoormeubelen opknapt en verkoopt. Op dit moment hebben 5 inwoners een werkervaringsplaats, o.a. in het magazijn, de schoonmaak en administratie. Bij aanvang wordt altijd gestart met een werkervaringsplaats om de belastbaarheid te onderzoeken, structuur op te bouwen en te kijken op welke plek de inwoner het best tot zijn recht komt. Bij goed functioneren bestaat de mogelijkheid om in dienst te treden. In 2023 heeft 1 inwoner hier een contract gekregen. Human Office fungeert ook als een doorstroominstrument. Door de korte 16

-

B2.

lijnen met de loopbaanbegeleider wordt tijdig geschakeld wanneer er door een accountmanager meegekeken moet gaan worden naar een andere werkplek. In 2023 is het debiteurenbeleid herijkt, vervolgens is het hele debiteurenbestand onder de loep genomen en opnieuw geïnformeerd over de huidige status van hun vordering. Dit heeft geresulteerd in een deel kwijtscheldingen op basis van het nieuwe beleid, maar heeft ook geresulteerd in meer betalingen op vorderingen. Dit heeft de netto uitkeringslast verlaagd. Beschrijving getroffen externe maatregelen

Elke getroffen maatregel wordt beschreven met de naam van de maatregel, een omschrijving van de maatregel en gevolgd door de antwoorden op elk van de volgende drie vragen t.a.v. die maatregel: a) Wat is (zijn) de externe bron(nen) (partij of ‘schriftelijke’ informatie) voor deze maatregel geweest? b) Welk inzicht bij de gemeente is gekregen door die externe partij of externe ‘schriftelijke’ informatie? c) Welke externe maatregel is getroffen naar aanleiding van de conclusie(s) uit deze consultatie? Maatregelen die in voorgaande jaren zijn getroffenen en zijn voortgezet Het Werkgeversservicepunt Achterhoek Een regionale samenwerking tussen de acht gemeenten uit de arbeidsmarktregio Achterhoek. De samenwerking met het werkgeversservicepunt is verlengd met drie jaar. Er is een nieuwe samenwerkingsovereenkomst afgesloten. De afgelopen periode is gebleken dat het voor Oude IJsselstreek niet behapbaar is om het volledige werkgeversnetwerk in beeld te hebben en actief te benaderen. Het netwerk van het WSPA kan een grote bijdrage leveren aan het netwerk van Oude IJsselstreek. Op basis van deze conclusie is in 2024 de deelname aan het WSPA uitgebreid met een extra accountmanager. Regionale betrokkenheid van beleid tot bestuur In de arbeidsmarktregio Achterhoek is er een intensieve samenwerking. Dit gebeurt door maandelijkse overleggen op beleids, management en bestuurlijk niveau.

Deze overleggen zijn bedoeld om, waar passend, gezamenlijk op te trekken in regionale projecten. Dit heeft geresulteerd in een actievere deelname in verschillende regionale projecten. Hierbij blijven we kritisch of projecten passen bij onze visie en werkwijze. In deze overleggen worden ook praktische inzichten gedeeld, bijvoorbeeld de werkwijze van iedere gemeente in de regio rondom beschut werk, LKS, etc. Deze inzichten worden meegenomen naar onze eigen gemeente en toegepast waar dit van toegevoegde waarde is. Samenwerking met het UWV rondom voorliggende voorzieningen De inkomensondersteuners hebben goede contacten met het UWV, hierdoor is de kennis met betrekking 17

de inzet van voorliggende voorzieningen up to date. Dit resulteert in verminderde instroom. Verbetering uitwisseling matchingsgegevens. We zijn aangesloten bij de regionale pilot VUM, Verbetering Uitwisseling Matchingsgegevens. In deze pilot wordt de inzet van VUM als mogelijke vervanging van WBS , het huidige ICT systeem, getest. Door hierin deel te nemen kunnen we onze werkwijze hierop al aanpassen en ervaren of dit een goede oplossing is om te kunnen matchen tussen werkzoekende en werkgever. Hiermee kan de uitstroom vergroot worden. Maatregelen die na evaluatie niet meer worden voortgezet Niet van toepassing Maatregelen die nieuw zijn getroffen Deelname aan het leerwerkloket In 2023 hebben er gesprekken plaatsgevonden met het leerwerkloket. Onze inwoners konden gebruik maken van het leerwerkloket, echter waren wij vanuit Oude IJsselstreek niet actief betrokken. Uit deze gesprekken kwam naar voren dat deelname, door het leveren van personeel, verschillende voordelen heeft. Er komt meer interne kennis over de mogelijkheden die het leerwerkloket biedt. Denk hierbij aan de inzet van testen en vragenlijsten, de verschillende projecten waarin het leerwerkloket een rol in speelt en een laagdrempelige manier om inwoners gebruik te laten maken van de expertise van het leerwerkloket.

In 2024 zal er een loopbaanbegeleider, voor een deel van de contracturen, taken als adviseur binnen het leerwerkloket oppakken. Dit naast de rol van loopbaanbegeleider. Statushouders ondersteunen richting de arbeidsmarkt In 2024 wordt er een project gestart specifiek voor statushouders. Dit project is ontstaan na gesprekken met kringloop Aktief. Zij hebben dit project eerder gedraaid op een andere vestiging met een andere gemeente. Hieruit bleek dat deelnemers makkelijker de stap richting de arbeidsmarkt konden maken. De doelgroep statushouders binnen Oude IJsselstreek groeit door de hoge taakstelling. Onze uitstroom blijft echter nog achter ten opzichte van landelijke cijfers. Er is de behoefte om extra instrumenten in te zetten voor deze doelgroep. Bij dit project wordt met behulp van een cultuurverbinder op de werkvloer en extra inzet op taal op de werkvloer de stap richting de reguliere arbeidsmarkt verkleind. Er wordt samenwerking gezocht met andere gemeenten in de regio. Hoofdzaak werk In 2023 zijn we aangesloten bij het project Hoofdzaak werk, hierin is het UWV, GGNet, Laborijn en de gemeenten vertegenwoordigd. Er wordt op regionaal niveau kennis gedeeld op het vlak van begeleiding van mensen met psychische kwetsbaarheden, een gezamenlijke intake ontwikkeld tussen gemeenten/UWV en GGNet en het gespecialiseerde netwerk vergroot.

Vervolgens wordt deze kennis gedeeld met de collega’s intern om zo de betreffende doelgroep beter te kunnen ondersteunen, met 18

stappen in de ontwikkeling van de inwoner tot gevolg.

Inzicht in het instrumentarium In 2023 is overleg geweest met Fijnder over inzicht hebben in het instrumentarium. Bij Fijnder wordt er gebruik gemaakt van EVA, een online website waarin al het instrumentarium ingevoerd wordt met daarbij de benodigde informatie. Het is een landelijk systeem. Het landelijke instrumentarium van het UWV en de vakbonden staat er ook in opgenomen. Na overleg met Fijnder is er besloten dat Oude IJsselstreek ook aansluit op EVA. Dit gebeurt in dezelfde omgeving als Fijnder. Door inzicht in het instrumentarium te delen is er een breder aanbod, waardoor we de inwoner een nog passender traject kunnen aanbieden. Met als doel het verhogen van de uitstroom.

19

C. Beoogd effect van de genoemde maatregelen op de tekortreductie In dit onderdeel van de verklaring van het college wordt het beoogde effect beschreven van de genoemde (aanvullende) interne en externe maatregelen, die een bijdrage leveren aan de verdere tekortreductie (C1). Het gaat hierbij om een inschatting van het beoogde effect. Ook wordt aangegeven hoe het effect van de maatregelen zal worden gemonitord (C3). Het effect van de maatregel wordt zoveel mogelijk gekwantificeerd (C1). In bepaalde gevallen is het kwantificeren van het effect van maatregelen slecht of niet mogelijk. In die gevallen wordt kort toegelicht waarom alleen een kwalificering van het effect van de maatregel mogelijk is (C2). C1. Beoogd effect van de getroffen maatregelen op de verdere tekortreductie. De genoemde maatregelen bij B zijn erop gericht om de uitstroom te vergroten, waarmee de uitkeringslast verlaagd zal worden. Naast volledige uitstroom wordt er ook gestuurd op meer gedeeltelijke uitstroom. Dit voor inwoners die niet in staat zijn de volledige inkomensondersteuning zelfstandig te verdienen. Hierbij wordt gefocust op duurzame uitstroom om een stabiele situatie voor de inwoner te creëren en structurele effecten op de uitkeringslast te bereiken. De doelstelling is 80% duurzame uitstroom. Hieronder wordt verstaan een plaatsing van minimaal 6 maanden.

Daarnaast is de doelstelling dat 200 inwoners in 2024 geen gebruik meer maken van inkomensondersteuning. Begin 2024 hebben 101 inwoners als verwachte trede ‘zelfstandig aan het werk’. Niet iedereen zal hiermee uitstromen, het betreft enerzijds een lange termijn verwachting en persoonlijke situaties wijzigen immers. We gaan ervan uit dat minimaal 50% uitstroomt in 2024. Hiermee stromen 50 inwoners uit. In 2023 werd 24,6% van de totale uitstroom gerealiseerd door betaalde arbeid. Als deze verhouding gelijk blijft komt de verwachte totale uitstroom op 200 inwoners. C2. Toelichting indien deze effecten niet kunnen worden gekwantificeerd. Niet van toepassing C3. De wijze waarop het effect van de maatregelen wordt gemonitord. Maandelijks wordt stilgestaan bij de managementinformatie en waar nodig bijgestuurd. Er zijn structureel overleggen tussen de teamleider en loopbaanbegeleiders waarbij op caseload niveau de voortgang besproken wordt. En er wordt gemonitord hoe de ontwikkeling is van de inwoners op basis van de participatieladder.

20

D. Ondertekening Een verzoek tot vangnetuitkering dient door het college van burgemeester en wethouders te worden ingediend, ook indien de uitvoering van de Participatiewet aan een samenwerkingsverband is overgedragen (meer informatie hierover in de toelichting onderaan het formulier). Omdat de financiering van de bijstand via de gemeenten verloopt, ligt het ook in de lijn dat de colleges en raden van gemeenten de aanvraag opstellen/indienen. De ondertekening geschiedt door burgemeester en secretaris. De ondertekening is volledig indien de naam van de gemeente en de naam van de ondertekenaar zijn ingevuld, de datum is ingevuld en de handtekening is gezet. De verklaring is slechts geldig indien dit door middel van het door de minister van SZW ter beschikking gestelde aanvraagformulier wordt aangeboden aan de raad. Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Oude IJsselstreek verklaart dat het voor 15 augustus 2024 de genoemde interne en externe maatregelen heeft getroffen om te komen tot verdere tekortreductie. Datum: ___________ De secretaris,

Naam van de ondertekenaar: ___________ De burgemeester,

Naam van de ondertekenaar: ___________

21

2. Instemming gemeenteraad In artikel art. 10, eerste lid, onderdeel d, BPw staat dat de verklaring van het college de instemming van de gemeenteraad moet hebben. De instemming is pas geldig indien de verklaring aan de raad is aangeboden in de vorm van het door de minister vastgestelde aanvraagformulier.

De gemeenteraad stemt in met de verklaring van het college. Daarmee bevestigt de gemeenteraad dat het college: 1. 2. 3.

voldoende duidelijk heeft gemaakt wat de oorzaken zijn van het tekort; voldoende duidelijk heeft gemaakt dat het pakket van maatregelen effectief is om de geschetste problemen aan te pakken, binnen de mogelijkheden die de gemeente heeft; voldoende duidelijk heeft gemaakt dat dit pakket van maatregelen, voor zo ver door de gemeente beïnvloedbaar is, leidt tot een beoogde tekortreductie. Daarbij wordt het effect van deze maatregelen kwantitatief dan wel kwalitatief inzichtelijk gemaakt.

Op welke wijze is de gemeenteraad geïnformeerd door het college? Voorafgaand aan, het hiervoor opgenomen onderdeel A. Analyse, is door het college het proces op hoofdlijnen beschreven hoe de raad betrokken is: vanaf het moment van signalering van het tekort op het BUIG-budget en het daarop volgend proces van bepalen en treffen van maatregelen, tot aan het moment dat de verklaring van het college voor instemming wordt voorgelegd aan de raad. Hieronder is er ruimte voor de gemeenteraad voor aanvullingen op het genoemde overzicht.

Samenvatting van de opvattingen van de gemeenteraad In de samenvatting van de opvattingen van de gemeenteraad staat op hoofdlijnen op welke onderwerpen de raad heeft gereageerd op de verklaring van het college. De onderdelen van de verklaring zijn vaak al eerder in de raad besproken. Het gaat dus om het gehele proces vanaf de signalering van het tekort. Verder betreft het hier alleen onderwerpen die in de raadsbesluiten zijn opgenomen, die afwijkend zijn van het raadsvoorstel. Om de beschrijving zo eenvoudig mogelijk te houden wordt gebruik gemaakt van een checklist die kan worden aangevuld. Het verzoek is om aan te kruisen welke onderwerpen in de raadsbesluiten zijn 22

opgenomen. Dit geschiedt d.m.v. het plaatsen van een X voor de betreffende onderdelen. Daarnaast is er ruimte voor aanvullingen. X

Typering van de reacties die in de raadsbesluiten zijn opgenomen gedurende het gehele proces Expliciet goedkeurend, waardering over analyse en maatregelen uitgesproken Impliciet goedkeurend, is behandeld als hamerstuk Afkeurend en gevraagd het plan te herzien Verzoek om onderdelen van de globale analyse te herzien of aan te vullen Verzoek om bepaalde maatregelen te schrappen of aanvullend maatregelen te treffen. Verzoek om het tempo van invoering en/of uitvoering van maatregelen te versnellen. Verzoek om extra informatie over maatregelen Verzoek on meer informatie t.a.v. de beoogde effecten van maatregelen Verzoek om gerealiseerde effecten te monitoren en terug te koppelen Motie om een andere beleidsmaatregel te treffen

Ondertekening De ondertekening geschiedt door voorzitter en griffier. De gemeenteraad dient voor het moment van indiening van het verzoek zijn instemming te hebben gegeven. De aanvraag dient uiterlijk 15 augustus 2024 door de Toetsingscommissie te zijn ontvangen. De gemeenteraad van de gemeente Oude IJsselstreek stemt in met de onder 1 afgegeven verklaring door het college van deze gemeente. Ondertekening in dit formulier is een vormvereiste. Het is niet toegestaan om ter vervanging van onderstaande handtekeningen het gemeenteraadbesluit in te voegen of mee te sturen. De ondertekening is volledig indien de naam van de gemeente en de naam van de ondertekenaars zijn ingevuld, de datum is ingevuld en de handtekeningen zijn gezet. Met de ondertekening gaat de gemeenteraad akkoord met de beschrijving van de wijze waarop hij is geïnformeerd door het college en met de weergave van de samenvatting van de opvattingen van de gemeenteraad. 23

Datum: ___________ De voorzitter,

Naam van de ondertekenaar: ___________ De griffier,

Naam van de ondertekenaar: ___________

24

Toelichting op het aanvraagformulier bij het uitgebreide verzoek voor de ambtelijke ondersteuning van het college Voor de juistheid en de beoordeling van de aanvraag is het niet toegestaan dat u het format van de pagina’s met de vragen en ondertekening aanpast. U vindt in deze toelichting          

Hoe verloopt de aanvraagprocedure? Waarom zijn er twee versies van dit formulier? Hoe is het aanvraagformulier opgebouwd? Waarom is er een samenvatting in het aanvraagformulier opgenomen? Waarom is er een procesvraag in het aanvraagformulier opgenomen over de wisselwerking tussen het college en de gemeenteraad? Hoe uitgebreid moet het aanvraagformulier worden ingevuld en is hier een extern bureau bij nodig? Toelichting per vraag Wet- en regelgeving, relatie met Sisa verantwoording Ondersteuning vanuit Divosa Toelichting op begrip ‘externe maatregel’ en voorbeeld van goede beantwoording

Op de website www.toetsingscommissievp.nl kunt u meer informatie vinden over de vangnetuitkering. Hoe verloopt de aanvraagprocedure? Een verzoek om een vangnetuitkering over 2023 dient uiterlijk op 15 augustus 2024 te zijn ontvangen door de Toetsingscommissie vangnet Participatiewet. Omdat sprake is van een fatale termijn worden verzoeken, die na 15 augustus 2024 door de Toetsingscommissie vangnet Participatiewet worden ontvangen, niet in behandeling genomen. Het college dient het verzoek digitaal door middel van het webformulier op www.toetsingscommissievp.nl in te dienen. Na de aangegeven datum is dit webformulier niet meer beschikbaar. De toekenning van een vangnetuitkering gebeurt uitsluitend op verzoek van het college van burgemeester en wethouders van de tekortgemeente en nadat is vastgesteld dat aan alle geldende eisen wordt voldaan. Blijkens artikel 8c, eerste lid, van de Participatiewet, kan het indienen van een verzoek tot vangnetuitkering niet worden overgedragen aan het bestuur van een openbaar lichaam op grond van de Wet gemeenschappelijke regelingen. Waarom zijn er twee versies van dit formulier? Van dit formulier bestaan twee versies: ‘basisverzoek’ en ‘uitgebreid verzoek’. Tussen een ‘basisverzoek’ 25

en een ‘uitgebreid verzoek’ zijn inhoudelijke verschillen. De versie die u moet gebruiken is afhankelijk van het volgende: 

indien uw gemeente zowel over 2021 als over 2022 geen vangnetuitkering is verleend, gebruikt u de versie ‘basisverzoek’.

indien uw gemeente over 2021 en/of over 2022 wel een vangnetuitkering is verleend, gebruikt u de versie ‘uitgebreid verzoek’.

De tool op de website ondersteunt u bij het aanvraagproces: “Tool toegang, berekening en keuze formulier vangnetuitkering Participatiewet” Hoe is het aanvraagformulier opgebouwd? De vangnetaanvraag bestaat uit twee gedeelten: 1. De verklaring van het college en de toelichting op de verklaring 2. De instemming van de gemeenteraad In gedeelte 1 licht het college toe wat de analyse is van oorzaken van het tekort (onderdeel A), wat de maatregelen zijn gericht op tekortreductie (onderdeel B) en wat het beoogd effect is van de maatregelen op de tekortreductie (onderdeel C). Onderdeel D betreft de verklaring van het college en een toelichting van het college op deze verklaring. Deze toelichting gebeurt aan de hand van drie vragen (onderdelen A, B en C). Na iedere vraag kunt u het antwoord invoegen. Om te verduidelijken wat de commissie van u verwacht, staan er verschillende tussenkopjes. U kunt eventueel tabellen of grafieken invoegen. U kunt aangegeven op welke brondocumenten, die eventueel in de gemeenteraad zijn besproken, de aanvraag is gebaseerd. U kunt geen bijlagen toevoegen aan deze aanvraag. Hieronder wordt per vraag aangegeven wat verwacht wordt van de beantwoording. Daarna dient in gedeelte 2 de gemeenteraad te tekenen voor zijn instemming met de verklaring van het college. Dit mag niet worden vervangen door het in- of toevoegen van een gemeenteraadbesluit.

Waarom is er een samenvatting in het aanvraagformulier opgenomen? Uit het onderzoek naar de rol van de gemeenteraad is duidelijk geworden dat raadsleden behoefte hebben aan beknopte informatie op hoofdlijnen, zodat de rol van de gemeenteraad om in te stemmen met de verklaring van het college beter uitvoerbaar wordt. Waarom is er een procesvraag in het aanvraagformulier opgenomen over de wisselwerking tussen het college en de gemeenteraad?

26

In het aanvraagformulier is de volgende vraag opgenomen: ‘op welke wijze is de gemeenteraad geïnformeerd door het college?’ Onder deze vraag is een korte checklist opgenomen met een zestal punten die kunnen worden aangevuld. Vanaf de invoering van de vangnetuitkering in 2015 heeft de gemeenteraad een inhoudelijkbeoordelende ten aanzien van de vangnetuitkering; deze rol lag voorheen bij de Toetsingscommissie vangnet Participatiewet. Uit een onderzoek door de Toetsingscommissie bleek dat gemeenteraden slechts beperkt de vangnetaanvragen inhoudelijk beoordeelden. De beantwoording van de procesvraag geeft inzicht in de mate waarin de raad is betrokken bij de processtappen van signalering tot reductie van het tekort. Hoe uitgebreid moet het aanvraagformulier worden ingevuld en is hier een extern bureau bij nodig? Het uitgangspunt van de aanvraag van de vangnetuitkering is dat elke gemeente – ongeacht het aantal inwoners – zelfstandig de aanvraag moet kunnen voorbereiden en indienen. Dat houdt in dat alleen het opstellen van de aanvraag geen reden is om een extern bureau te betrekken. Daarbij wordt benadrukt dat het aan het lokale bestuur is hoe uitgebreid de vragen in het aanvraagformulier worden beantwoord, mits deze vragen duidelijk worden beantwoord. De beantwoording van de vragen in het aanvraagformulier is verplicht.

Dat geldt niet voor de suggesties in de onderstaande toelichting. Op de pagina ‘beoordeling en advisering’ over de VU 2023 wordt een en ander verder toegelicht.

Toelichting per vraag Het college van de tekortgemeente verklaart dat het interne en externe maatregelen heeft getroffen om tot verdere tekortreductie te komen en geeft daarop een toelichting door het invullen van de onderdelen A, B en C. Alle vragen moeten worden beantwoord. Hieronder staat een toelichting bij vraag A, B en C. Hieronder staan suggesties bij vraag A, B en C. Bij D volgt ondertekening door het college van de gemeente. Alle onderdelen moeten worden ingevuld.

Onderdeel A In dit onderdeel van de verklaring van het college wordt een analyse van de oorzaken van het tekort beschreven (onderdeel A1). Hieronder wordt verstaan: ‘een analyse van de ontwikkeling van de uitgaven en de oorzaken daarvan.’ Deze analyse dient specifiek in te gaan op de situatie in de eigen gemeente en/of de eigen arbeidsmarktregio. De analyse dient cijfermatig te worden onderbouwd, zodat duidelijk is op basis van welke cijfers de conclusies over de oorzaken worden getrokken, anders wordt niet voldaan aan het vereiste. Hierdoor krijgt de gemeenteraad voldoende inzicht in de analyse waarop de verklaring van het college is gebaseerd. Daarnaast geeft de analyse andere gemeenten inzicht in de oorzaken van het tekort en de inspanningen van de gemeente om dit tekort te beperken. Navolgbaarheid is van belang met het oog op de onderlinge solidariteit tussen gemeenten en dit kan andere gemeenten ook helpen om lering uit te trekken. 27

Geef bij onderdeel A2 een analyse van het effect van maatregelen die zijn getroffen in voorgaande jaren. Bij voorgaande jaren gaat het vooral om de afgelopen drie jaar en vooral het afgelopen jaar. Het belangrijkste punt is dat als uit de analyse blijkt dat bepaalde maatregelen een beperkt of geen effect hebben dat dit voor het college een reden kan zijn om de maatregel te heroverwegen en niet langer mee te nemen bij het pakket te treffen maatregelen voor het lopende jaar en volgende jaren. Geef bij onderdeel A3 een korte algemene beschrijving van de gehanteerde bronnen die bij de analyse (A1) zijn gebruikt. Onder bronnen kan worden verstaan: gemeentelijke gegevens en analyses; gemeentelijke beleidsdocumenten waarin analyses zijn opgenomen; benchmarks van de gemeente in relatie tot andere gemeenten; de informatie en analyse uit de SEO-tool gebaseerd op de informatie uit het verdeelmodel; UWV-rapportages; onderzoeksrapporten et cetera. Het is nadrukkelijk de bedoeling om deze beschrijving op hoofdlijnen te houden. Het is dus niet wenselijk of noodzakelijk om per oorzaak of maatregel de gehanteerde bronnen aan te geven. Suggesties bij de beantwoording van A   

 

Kunt u de omvang van het tekort betrekken bij uw analyse? Kunt u aangeven op welke moment het college heeft gesignaleerd dat opnieuw een tekort zou ontstaan? Wilt u in uw analyse van de oorzaken de nadruk leggen op factoren die door het college kunnen worden beïnvloed? De analyse betreft dus vooral de ontwikkelingen in de uitgaven van de gemeente. U kunt hierbij ook gebruik maken van de rekentool Participatiewet 20234 en/of de Benchmark van Divosa5. U kunt nagaan wat de eventuele gevolgen van de Coronacrisis zijn en wat dit betekent voor de verschillende oorzaken van het tekort, zoals deze worden beschreven in de analyse.

Onderdeel B Inleiding In dit onderdeel van de verklaring van het college wordt beschreven welke (aanvullende) interne en externe maatregelen zijn getroffen om een bijdrage te leveren aan de verdere reductie van het tekort. Bij onderdeel A2 is een analyse gegeven van de bijdrage van de maatregelen in voorgaande jaren aan de reductie van het tekort. Bij B worden de uitkomsten van deze analyse expliciet meegenomen en vertaald naar de maatregelen. Dat houdt in dat als blijkt dat het effect van sommige maatregelen (sterk) achterblijft bij de verwachtingen, dat de betreffende maatregelen dan niet terugkomen in de maatregelen voor dit jaar. Andersom als er sprake is van een grote bijdrage van bepaalde maatregelen, ligt het voor de hand deze 4 5

https://atlasresearch.shinyapps.io/rekentool-bijstandsverdeelmodel/ www.divosa.nl/diensten/divosa-benchmark

28

maatregelen, waar nodig en mogelijk, te intensiveren. Het is de bedoeling om dit onderdeel op hoofdlijnen te beschrijven en alleen waar nodig en mogelijk van gedetailleerde informatie te voorzien. Onderdeel B bestaat uit: 

B1. Beschrijf de getroffen interne maatregelen onder B1. Onder interne maatregelen worden alle getroffen maatregelen verstaan die niet tot stand zijn gekomen door externe consultatie, maar door de gemeente zelf. B2. Beschrijf de getroffen externe maatregelen, waarbij ook wordt beschreven hoe de consultatie van de externe partij of externe ‘schriftelijke’ informatie heeft geleid tot de getroffen externe maatregelen.

En per onderdeel (interne c.q. externe maatregelen) zijn er drie sub kopjes gemaakt waaronder de maatregelen kunnen worden toegevoegd:   

Voor 2023 getroffen maatregelen, die dit jaar zijn voortgezet; Maatregelen die na evaluatie niet meer worden voortgezet dit jaar; Maatregelen die nieuw zijn getroffen dit jaar.

Daarmee wordt expliciet de reguliere P&C-cyclus doorlopen: er wordt nagegaan wat het daadwerkelijk effect is van de getroffen maatregel afgelopen jaar, vervolgens wordt afgewogen of met die maatregel wordt doorgegaan of niet. Vervolgens wordt ingeschat welke extra maatregelen nodig zijn en wat de effecten zijn van alle maatregelen tezamen en tot slot wordt gevolgd wat de daadwerkelijke effecten zijn van de getroffen maatregelen. Hieronder staat toegelicht wat wordt bedoeld met ‘getroffen externe maatregelen’. Wat wordt verwacht van de beschrijving van de getroffen externe maatregelen? Van het college wordt verwacht duidelijk te beschrijven hoe externe consultatie heeft plaatsgevonden en hoe deze consultatie heeft geleid tot de getroffen externe maatregelen. Omschrijf hoe een externe maatregel tot stand is gekomen. Hieruit moet blijken dat het college actief externe consultatie heeft verricht om te komen tot deze externe maatregel en hoe dit heeft geleid tot het treffen van de externe maatregel(en) voorafgaand aan het moment van indiening door het college.

Beschrijving getroffen externe maatregelen Per getroffen maatregel dienen de volgende vragen te worden beantwoord: Naam van de maatregel, gevolgd door de antwoorden op de volgende drie vragen: a) Wat is (zijn) de externe bron(nen) (partij of ‘schriftelijke’ informatie) voor deze maatregel geweest? b) Welk inzicht bij de gemeente is gekregen door die externe partij of externe ‘schriftelijke’ informatie? 29

c) Welke externe maatregel is getroffen naar aanleiding van de conclusie(s) uit deze consultatie? Alle drie de vragen dienen te zijn beantwoord, zodat een duidelijk inzicht wordt geboden dat hier sprake is van ‘externe maatregel(en)’. Onderaan dit formulier staat in de bijlage een verdere toelichting op deze vragen en een voorbeeld van een duidelijke beschrijving. Suggesties bij de beantwoording van B   

 

U kunt waar mogelijk en voor zover relevant de relatie tussen oorzaken en maatregelen aangeven. U kunt bij de getroffen maatregelen aangeven welke overwegingen hebben geleid tot het treffen van deze maatregelen en welke bronnen bij die afwegingen zijn gebruikt. U kunt bij het antwoord aangeven of gebruik gemaakt is van de volgende tool(s): o de rekentool SEO; o de benchmark Divosa; o de tool “informatie over eerdere aanvragen”, te vinden via de gelijknamige pagina “Informatie over eerdere aanvragen”. Met deze tool kunnen aan de hand van kenmerken van gemeenten (grootteklasse, omvang tekort en arbeidsmarktregio) vergelijkbare gemeenten worden gevonden, waarbij direct zichtbaar wordt welke maatregelen deze gemeenten hebben getroffen. Dit kan nuttig zijn bij het oriënteren op de externe maatregelen. U kunt hierbij ook de maatregelen aangeven die in het kader van de aanpak van uw arbeidsmarktregio worden gedaan en waaraan uw gemeente een extra bijdrage levert. In het geval van externe maatregelen dient ook sprake te zijn van externe consultatie. U kunt bij het noemen van de maatregelen ook de samenhang met andere maatregelen of effecten met de andere onderdelen in het sociale domein benoemen. U kunt nagaan wat de eventuele gevolgen van de Coronacrisis zijn, welke maatregelen de gemeente om die reden minder, anders of extra heeft getroffen.

Onderdeel C In dit onderdeel van de verklaring van het college wordt het beoogde effect beschreven van de genoemde (aanvullende) interne en externe maatregelen, die een bijdrage leveren aan de verdere tekortreductie. Het gaat hierbij om een inschatting van het beoogde effect (C1). Het effect van de maatregel wordt zoveel mogelijk gekwantificeerd en wordt dus zoveel mogelijk cijfermatig onderbouwd. Indien deze kwantificering niet mogelijk is wordt toegelicht waarom alleen een kwalificering van het effect van de maatregel mogelijk is (C2). Ook wordt aangegeven op welke wijze het effect van de maatregelen zal worden gemonitord (C3). Het zoveel mogelijk kwantificeren maakt het beter mogelijk om de (deel)effecten te kunnen monitoren. 30

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.oude-ijsselstreek.nl/api/v1/meetings/4738/documents/29240