Concept Visie op landschap natuur en groene kernen.pdf
Tekst van het document
BEPALEN BASISKWALITEIT Om de basiskwaliteit vast te leggen in het Omgevingsplan is het van belang richtlijnen op te stellen wanneer een landschapselement wordt bestemd. In het huidige bestemmingsplan Buitengebied is daar een goede start mee gemaakt. Aanvullend moet worden bepaald welke typen landschap, elementen of bomen dan nog niet beschermd zijn. Oftewel een inventarisatie in het veld in combinatie met het huidige bestemmingsplan.
36
Aan de hand van deze resultaten kan worden bepaald waar en welke gebiedsaanduiding dan nog nodig is. Deze kunnen dan opgenomen worden in het Omgevingsplan. In bijlage III is een eerste inventarisatie van groenelementen opgenomen.
UITVOERING Ten aanzien van het uitvoeringsdeel zijn voor het behouden en beschermen de volgende aspecten van belang: ¼ Behoud basiskwaliteit door: ¼ Richtlijnen bepalen wanneer landschapselementen bestemd worden in het Omgevingsplan. ¼ Richtlijnen bepalen welke overige gebiedsaanduidingen in het Omgevingsplan moeten worden opgenomen. ¼ Beoordelingskader opstellen voor vergunningverlening. Met dit beoordelingskader wordt getoetst of een vergunning om basiskwaliteit landschap weg te halen wordt verleend of niet. In dit beoordelingskader worden ook spelregels voor compensatie opgenomen. ¼ Handhaving van vergunningsplicht, onderzoeken werkzaamheden en middelen.
Het landschap binnen de gemeente Oude IJsselstreek wordt sterk gewaardeerd, dit door zowel de toerist die de gemeente bezoekt als door de eigen inwoners. Het is dan ook zaak dat we zorgvuldig met dit landschap omgaan en verder ontwikkelen. In dat kader wordt veel ondernomen; kerkenpaden worden hersteld, hagen worden aangeplant, bomen worden geplant, houtwallen herstelt en even zo belangrijk vindt er onderhoud plaats in het landschap door vele vrijwilligers. Daarnaast zijn organisaties zoals de Vereniging Agrarisch Landschapsbeheer (VAL), Wild Beheer Eenheid (WBE), Plattelandsraad en Instituut voor Natuureducatie (IVN) actief bezig met landschapsbouw. Op basis van de provinciale Regeling Landschap en Biodiversiteit is het mogelijk om in het buitengebied een houtwal, haag of een vogelbosje aan te planten. Ook bestaat er de mogelijkheid om een hoogstamfruitboomgaard (oude rassen) aan te leggen c.q. te herstellen. Ook laanbeplanting behoort tot de mogelijkheden.
4.4 BEHEER EN ONDERHOUD Veel inwoners en grondeigenaren zijn hier onvoldoende van op de hoogte. Daarnaast is natuur en milieu educatie (NME) op scholen van groot belang.
COMMUNICATIEMIDDELEN De gemeente wil helder communiceren over het landschap, hiervoor wil de gemeente een digitale kaart van het landschap op de website plaatsen. Deze kaart betreft een interactieve kaart, waarop de ontwikkelingen in het landschap worden bijgehouden. Verder is er een boekwerkje beschikbaar met uitleg van de verschillende landschapstypen in de gemeente. Ook wil de gemeente een folder over de Regeling Landschap en Biodiversiteit beschikbaar stellen. Al deze middelen wil de gemeente laten samenkomen in een landschaps-app (landsch(app)). Deze app is voor iedere inwoner, maar ook bezoeker van de gemeente te downloaden op een smartphone. Naast reguliere wandelingen en fietstochten binnen het gemeentelijk landschap, wordt het ontstaan van het landschap toegelicht, waardoor het landschap leesbaar wordt.
Nieuwe projecten die zijn gefinancierd vanuit de regeling worden op een interactieve kaart bijgehouden. Hiermee groeit het landschap op de digitale kaart en wordt inzichtelijk wat er allemaal is gebeurd in de loop der jaren. Naast de realisatie van projecten moet ook onderhoud plaatsvinden in het landschap. Vele vrijwilligers zetten zich hiervoor in. Dit kan inzichtelijk worden gemaakt, wanneer is welk onderhoud noodzakelijk en wie komt helpen? Wie sluit zich aan? Wellicht is er wel een competitie met prijs voor de vrijwilligers die het meeste onderhoud in het landschap hebben gepleegd. Daarnaast kunnen de diverse subsidieregelingen een plek krijgen in de landsch(app) en kunnen verzoeken mogelijk digitaal worden gedaan. De landsch(app) vormt op deze wijze een nieuw digitaal podium voor het landschap.
GROENBEHEER Aan voorliggende visie wordt gebouwd via een aantal sporen. Één van deze sporen betreft de wijze waarop de gemeente het openbaar groen beheert en welke keuzen daarbij worden gemaakt. In deze paragraaf lichten we dit op hoofdlijnen toe. Het groenbeleidsplan 2014 – 2024, heeft een fundering die bestaat uit drie pijlers. 1. Duurzaam beheer. 2. Gedifferentieerd beheer. 3. Actief burgerschap.
UITVOERING ¼ Vervaardigen interactie landschapskaart; ¼ Vervaardigen boekwerkje landschapstypen; ¼ Opstellen folder Regeling Landschap en Biodiversiteit; ¼ Ontwikkeling van een landsch(app); ¼ Communicatie, in beeld brengen en stimuleren particuliere initiatieven; ¼ Ontwikkelen programma voor NME les(sen) op basisscholen.
37
V
L
V i s i e
N
o p
G
K
l a n d s c h a p ,
O
U
n a t u u r
Duurzaam beheer De gemeente integreert duurzame inrichting en beheer verder in de inrichting en het beheer van de openbare ruimte. Het gaat daarbij om maatregelen die het milieu minder belasten maar we streven ook naar een natuurinclusieve inrichting en beheer op locaties waar dat mogelijk is. Gedifferentieerd beheer Gedifferentieerd beheer maakt een onderscheid tussen openbare ruimte in de wijken en het buitengebied en de accentgebieden. In de kernen krijgen beeldbepalende plekken een hogere kwaliteit. Deze strategische plekken zijn toegangswegen, entrees van de kernen en centrumgebieden. Het onderhoudsniveau op deze plekken noemen we ‘hoog’. In de wijken krijgt de openbare ruimte een gemiddelde kwaliteit. Dit onderhoudsniveau noemen we ‘basis’. Actief burgerschap Inwoners stimuleren om te participeren in de openbare ruimte, zowel binnen als buiten de kern, leidt tot meer betrokkenheid tot de leefomgeving. Wij verwachten dat deze betrokkenheid tot een hogere tevredenheid over de openbare ruimte in de kernen en het buitengebied leidt. Men kan immers meer invloed uitoefenen op het beheer van de openbare ruimte.
D
e n
E
g r o e n e
38
J
S
k e r n e n
S
E
VISIE OP BOMEN Bomen zijn van belang voor gemeente Oude IJsselstreek. Bomen vormen belangrijke dragers van de groenstructuur in de woonkernen en het buitengebied. Ze zijn medebepalend voor een fraaie en prettige woonomgeving en dragen sterk bij aan de identiteit daarvan. We streven daarom naar een duurzaam, gezond en gevarieerd bomenbestand. Dit zorgt ervoor dat bomen hun functies goed kunnen vervullen en zowel nu als in de toekomst een optimale bijdrage leveren aan de woon-, leef- en natuur- en milieukwaliteit van de woonkernen en het landschap. Een veilig bomenbestand dat op kostenefficiënte wijze in stand te houden is, geldt hierbij als randvoorwaarde. Bij aanplant van de bomen staat kwaliteit centraal; kwantiteit wordt bewaakt door het hanteren van een kengetal van het minimaal aantal bomen per inwoner. De betekenis en waarden van bomen draagt de gemeente op een pro-actieve wijze uit binnen de samenleving. Deze visie wordt uitgewerkt in het Bomenbeheerplan welke eind 2020 wordt afgerond.
VISIE OP BERMEN Binnen de gemeente Oude IJsselstreek streven we naar een zo groot mogelijk areaal aan ecologisch beheerd grasoppervlak om de biodiversiteit te stimuleren en te vergroten. Dit zowel in het buitengebied als binnen de kernen.
+ accentgebieden (hoog) met kleurrijke beplanting
I
bomen planten doe je samen
L
S
T
R
E
E
K
We zien de bermen (naast natuurlijk hun functie voor het verkeer) als landschapselementen die een positieve bijdrage kunnen leveren aan de biodiversiteit, met name voor insecten. Door het oppervlak van de bermen is een substantiële bijdrage te verwachten. In de kernen is de keuze voor gazon of een bloemenweide maatwerk. In de kernen zijn meer locaties te verwachten waar gekozen wordt voor gazon, denk aan speelmogelijkheden, vanuit een gewenste beeldkwaliteit of verkeersveiligheid. Op basis van voorliggende visie wordt de methode van Sinusmaaien toegepast, waarbij steeds een deel van de oude vegetatie blijft staan. Door niet alles tegelijk te maaien en af te wisselen in maaiperiodes, ontstaat diversiteit in begroeiing, krijgen planten en bloemen meer kans om te bloeien en vormt niet-gemaaide vegetatie een overwinteringsplek voor insecten en andere kleine dieren. Ook worden hiermee drachtperiodes beter benut en beschikken bijen, vlinders en andere insecten gedurende langere perioden over nectar en stuifmeel. Op plaatsen waar kort gemaaid gras wenselijk is, met het oog op de gewenste beeldkwaliteit of verkeersveiligheid, maaien we in een hogere frequentie, mede afhankelijk van de weersomstandigheden en het groeitempo van het gras.
+ voorbeeld van sinusmaaien; fraaie patronen
4.5 FINANCIERINGSMOGELIJKHEDEN Ten behoeven van de realisatie van deze visie zijn er financiële middelen in de begroting opgenomen. Dit betreffen jaarlijks terugkomende middelen. Naast dit uitvoeringsbudget bestaan er diverse regelingen die het herstel en de aanleg van landschapselementen in de breedste zin van het woord mogelijk maken. Ook is er een regeling die aanplant van bomen mogelijk maakt, alsmede een nieuw op te zetten lanschapsfonds die moet zorgen voor structurele financiering.
UITVOERING VISIE LANDSCHAP, NATUUR EN GROENE KERNEN Voor de concrete uitvoering van de acties benoemd in de hoofdstukken 4, 5 en 6 van deze visie is in Deel B een samenvatting inclusief kostenraming opgenomen. Ten behoeve van de uitvoering, moet hiervoor een bedrag worden opgenomen in de begroting. In deel B van deze visie zijn per onderwerp de verschillende acties benoemd en voorzien van een globale kostenindicatie. Het bedrag voor uitvoering van acties benoemd in deze visie die nader beleid- en/of beheerplannen vragen waarbinnen ook nog keuzes mogelijk zijn zoals bijvoorbeeld voor de bomen en bermen; wordt voorgelegd aan de gemeenteraad bij de behandeling van deze plannen.
ACTIEPLAN BOMEN Het actieplan bomen wordt in hoofdstuk 6 van voorliggende visie nader toegelicht.
Het actieplan voorziet in de realisatie van extra aanplant van bomen binnen de gemeente Oude IJsselstreek. De acties die op korte termijn worden uitgevoerd zijn het uitdelen van gratis bomen aan inwoners en bedrijven, planten van toekomstbomen en aanwijzen van monumentale bomen, realisatie van 50% extra aanplant op jaarbasis en het laten adopteren van een (laan)boom door inwoners.
REGELING LANDSCHAP EN BIODIVERSITEIT Met de ‘Regeling Landschap en Biodiversiteit’ ondersteunt provincie Gelderland gemeenten die hun buitengebieden (nog) aantrekkelijker, gevarieerder en beter leefbaar willen maken. De regeling is bedoeld om particulieren te ondersteunen bij het realiseren van landschapsambities. Met deze subsidie wil de provincie een gevarieerder, aantrekkelijker en leefbaarder Gelders Landschap creëren. De subsidie is bedoeld voor aanleg van nieuwe en/of herstel van bestaande en cultuurhistorische landschapselementen. Denk hierbij aan de kosten voor beplanting, maar ook kruidenrijk grasland en akkerrandvegetatie. Van de kosten vergoedt de provincie de helft (50%) en de ander helft (50%) van de kosten worden vergoedt door de gemeente. Wel is men zelf verantwoordelijk voor de aanleg van de elementen. OPRICHTEN LANDSCHAPSFONDS Op veel plaatsen in Nederland zijn landschapsfondsen opgericht die geld genereren voor landschapsbeheer.
+ zelfbeheer is voor jong en oud
Op basis daarvan worden contracten voor landschapsbeheer met grondeigenaren afgesloten. Daarbij is wellicht aan te sluiten bij de veranderingen in het Europese landbouwbeleid (zie paragraaf 4.2). Bepalend voor de agrarische sector zijn de wereldmarkt en Europese/ nationale (milieu) wetgeving. De invloed van de gemeente op met name de financiële kansen van de landbouw is beperkt. Daar waar de gemeente wel invloed heeft, kan zij de agrarische bedrijven kansen bieden. De gemeente kan kansen bieden voor alternatieve inkomstenbronnen voor agrariërs. In hoofdstuk 3 zijn transities, waaronder de energietransitie alsmede de doorgaande verstedelijking aan bod gekomen. De gemeente wil gaan onderzoeken of, naast natuurlijk de landschappelijke inpassing ter plaatse, deze rode ontwikkelingen ook geld kunnen genereren voor een landschapsfonds om elders in de gemeente aanleg en/of beheer van landschap te financieren. De daadwerkelijke verrekening hiervoor moet nader uitgewerkt worden. De middelen uit het landschapsfonds worden toegekend aan partners op het gebied van aanleg en beheer van landschap. Zij zetten de middelen in voor het versterken van het landschap. Daarbij moet onderzocht worden of het beheer en onderhoud van landschapselementen niet structureel beloond kan worden met middelen uit dit landschapsfonds, al dan niet gecombineerd met de middelen uit het nieuw GLB.
+ de zelfbeheer tegel in de straat
uitbetalen vanuit het landschapsfonds
39
Visie op
5
landschap, natuur en groene kernen
V L N G K
G E M E E N T E
O U D E
I J S S E L S T R E E K
5. VISIE OP LANDSCHAP 5.1
ALGEMEEN
Vanuit de overkoepelende visie staat het behoud en de bescherming van de bestaande basiskwaliteit van het landschap voorop. Echter behoud en bescherming is niet statisch, immers de komende jaren spelen de nodige ontwikkelingen en uitdagingen die hun ruimte in dit landschap vragen. Ontwikkelingen die kunnen worden aangegrepen om het landschap opnieuw vorm te geven en daarmee te versterken. Om hier invulling aan te geven gaan we in dit hoofdstuk in op deze ontwikkelingen en geven we aan op welke wijze de gemeente hiermee om wil gaan en op welke wijze dit binnen het landschap een plek kan krijgen.
5.2 AGRARISCH LANDSCHAP In hoofdstuk 3 van deze visie zijn de veranderingen die nu, maar zeker ook de komende jaren gaan spelen in de agrarische sector benoemd. De toegenomen schaal- maar zeker ook perceelsvergroting hebben de laatste jaren, hun effect gehad op het landschap. Ook de toegenomen efficiency in productie op gronden, heeft effect op de (bio) diversiteit. Daarnaast stopt een groot aantal agrariërs en worden de gronden steeds vaker ingezet voor het verbouwen van maïs, aardappels en soms bloembollen. Ontwikkelingen die ingegeven zijn vanuit een goede agrarische bedrijfsvoering en wet- en regelgeving, maar die wel zijn effecten hebben gehad op het landschap. Deze visie poogt geen passende antwoorden te bieden op deze problematiek. Dit moet met name gezocht worden op Europees en Nationaal niveau, met de komst van het nieuwe GLB 2021-2027 (zie hoofdstuk 4). Echter met de visie wordt voor actieve en stoppende agrariërs een aantal alternatieven geschetst die een goede agrarische bedrijfsvoering niet in de weg hoeven te staan, maar wel bijdragen aan biodiversiteit en die voorkomen dat het karakteristieke landschap verdwijnt.
SPELREGELS PERCEELSVERRUIMING Niet zo zeer de schaalvergroting in de landbouw, maar met name de perceelsvergroting heeft grote effecten gehad op de kleinschaligheid van het landschap. Bij het samenvoegen van agrarische gronden verdwijnen vaak tussenliggende houtwallen, en andere landschapselementen ten behoeve van een efficiënte bedrijfsvoering. Daarnaast worden bijvoorbeeld bestaande hoogteverschillen in het landschap genivelleerd door het ploegen van gronden. Zaken die nu vaak onopgemerkt blijven, tot het moment dat het zichtbaar wordt in het landschap en het te laat is. Het is daarom zaak, grip te krijgen op dit proces. Niet om de agrarische bedrijfsvoering dwars te zitten, maar om hierover samen in gesprek te raken. De gemeente wil de basiskwaliteit landschap, de bestaande kwaliteit en landschapselementen vastleggen en beschermen door middel van een vergunningenstelsel. Dit zoals in paragraaf 4.2 reeds is omschreven. Hiermee is, bijvoorbeeld voor het rooien van een houtwal, een vergunning noodzakelijk. Hiermee ontstaat er een moment waarop een aanvraag kan worden beoordeeld en dus een moment om samen in gesprek te gaan. Op die manier kan samen gezocht worden naar mogelijkheden om de kleinschaligheid opnieuw een plek te geven. Aan de hand van spelregels kunnen mogelijke alternatieven in beeld worden gebracht.
Door bijvoorbeeld het opnieuw aanplanten van een houtwal, het anders inrichten van het perceel, een combinatie te maken met een strook akkerrandvegetatie of kruidenrijk grasland, door een overhoek te beplanten, etc. kan al een ander beeld ontstaan. Daarbij moet ook onderzocht worden in hoeverre een financiële vergoeding uit bijvoorbeeld het in te stellen landschapsfonds, dan wel op basis van het nieuwe GLB 2021-2027 tot de mogelijkheden behoort.
AGRARISCHE (BIO)DIVERSITEIT Er zijn voldoende mogelijkheden om de agrarische biodiversiteit te verbeteren die ook interessant zijn voor de agrarische bedrijfsvoering. De aanleg van akkerrandvegetatie en bloemrijk grasland zit beide in de Regeling Landschap en Biodiversiteit. De beheersubsidies worden georganiseerd door de vereniging agrarische landschap VAL Oude IJssel. De vergoeding is over het algemeen iets lager dan wat bij normale agrarische productie gebruikelijk is, echter het onderhoud is minder intensief en de vergoeding is niet afhankelijk van het slagen van de oogst (minder risico). Bij melkveebedrijven is de realisatie van akkerrandvegetatie vaak problematischer in verband met de derogatie wetgeving op Europees niveau. Binnen de gemeente zijn veel melkveebedrijven aanwezig. Voor hen lijken de kruidenrijke stroken grasland een positieve bijdrage te leveren aan de gezondheid van het melkvee. De subsidie op de aanleg en het beheer van deze stroken dekt niet helemaal het productieverlies van het grasland; maar de mogelijk positieve werking van de kruiden op de koeien kan een belangrijke reden zijn voor de agrariër om hier toch mee te werken. Daarmee werkt de agrariër dan ook aan het vergroten van de biodiversiteit. Akkerrandvegetatie, maar ook kruidenrijk grasland kan vaak goed samen gaan met ecologisch bermbeheer langs provinciale, dan wel gemeentelijke wegen.
De gemeente heeft inmiddels inzichtelijk gemaakt langs welke wegen in de nabije toekomst sprake moet zijn van ecologisch bermbeheer. Deze zijn als lijnvormig element op het kaartbeeld op de volgende pagina weergegeven. Mogelijke voorbeelden hiervan zijn de Luimesweg, JonkerstraatNieuweweg, Asbroek en Keppelbroekdijk.
V
L
V i s i e
N
o p
G
K
l a n d s c h a p ,
Visie op landschap VLNGK
42
O
U
n a t u u r
D
e n
E
g r o e n e
I
J
S
k e r n e n
S
E
L
S
T
R
E
E
K
Legenda visie op landschap, natuur en groene kernen
Daarnaast zet de gemeente zich in op het vergroten van de biodiversiteit langs watergangen in het buitengebied. Dit in samenspraak en nauwe afstemming met het waterschap. Door dit beheer te combineren met de aanleg van akkerrandvegetatie, dan wel kruidenrijk grasland kan de biodiversiteit verder worden vergroot. Er ontstaat zo een fijnmazig netwerk van lijnelementen die voor een dooradering van het landschap zorgen. Verder is het mogelijk om op basis van de Regeling Landschap en Biodiversiteit nieuwe landschapselementen aan te leggen in de vorm van houtwallen, hagen en boomgaarden. De kosten van de arbeid om de elementen aan te leggen en het beheer zijn voor de grondeigenaar. Voor het beheer zijn mogelijk wel subsidies via de Vereniging Agrarische Landschap VAL Oude IJssel. Voor de aanplant van nieuwe landschapselementen of het aanvullen van bestaande structuren moet de landschappelijke onderlegger als basis genomen worden. De identiteit en herkenbaarheid van de verschillende landschapstypen wordt hiermee versterkt. Beplanting is altijd gebiedseigen en inheems. Een andere vorm voor het vergroten van biodiversiteit is de zogeheten strokenteelt. Bij strokenteelt worden, in tegenstelling tot monocultuur, op een perceel meerdere gewassen in stroken naast elkaar geteeld.
De diversiteit aan gewassen gaat hiermee omhoog, wat bijdraagt aan een toename in onder- en bovengrondse diversiteit aan gewas-specifieke soorten. Doordat er afwisseling is in gewassoorten, kunnen ziekten en plagen zich bovendien minder snel verspreiden, waardoor er minder gewas-beschermende middelen nodig zijn.
43
V
L
V i s i e
N
o p
G
K
l a n d s c h a p ,
O
U
n a t u u r
D
e n
E
g r o e n e
I
J
S
k e r n e n
S
E
L
S
T
R
E
E
K
5.3 RUIMTE VOOR ENERGIE LANDSCHAPSBEHEER Het is wenselijk dat we als maatschappij de agrariër niet alleen zien als producent van voedsel, maar als een leverancier van meerdere maatschappelijke diensten. Daarvan is duurzame voedselproductie er één, maar ook de zorg voor de kwaliteit van de bodem, het grondwater, de biodiversiteit en het landschap. De agrariër wordt hiermee van sec producent naar een mogelijke beheerder van ons landschap, waarbij wellicht wel natuur of landschap wordt geteeld. Dit valt of staat echter wel met een goede beloning voor dit beheer van het landschap. Immers wanneer de agrarische productie terugloopt zullen andere inkomsten moeten worden gegenereerd. Er moet een financiële prikkeling zijn om een landschapselement of een karakteristieke steilrand of eskopje juist intact te laten en te onderhouden. De gemeente gaat onderzoeken of het mogelijk is om een landschapsfonds kan worden opgesteld en ingezet voor het beheer van het landschap. Zoals het er nu uit ziet biedt ook het nieuwe GLB 2021-2027 mogelijk financiële middelen voor deze ‘nieuwe rol’. Ook de provincie onderzoekt, vanuit de agenda Vitaal Platteland, of cofinanciering van onderhoud van bepaalde typen landschapselementen onder voorwaarde van duurzame instandhouding mogelijk is.
AGRARISCHE PACHT Naast agrarische gronden in bezit van particulieren, bezit de gemeente zelf ook de nodige agrarische percelen die worden verpacht aan agrariërs. Over het algemeen vindt dit plaats in de agrarische gebieden, echter er zijn ook gronden in bosgebieden, dan wel natuurgebieden, zoals bijvoorbeeld het Idinkbos en Zwarte Veen. Voor deze gronden wil de gemeente onderzoeken of de voorwaarden van die pacht kunnen worden aangepast, om op die manier het landschap, maar met name ook de natuur meer ruimte te bieden. De landbouw is in deze gebieden te gast en de pachtafspraken kunnen gaan over de wijze van bemesting, moment van maaien, kruidenrijk grasland stroken en/of het beheer van landschapselementen. UITVOERING Ten aanzien van het uitvoeringsdeel zijn voor het agrarisch landschap zijn de volgende aspecten van belang: ¼ Opstellen spelregels perceelsverruiming en communicatie hierover richting agrariërs; ¼ Onderzoeken of een landschapsfonds opgezet kan worden voor de financiering van beheer van landschapselementen. Vanuit welke middelen en met welke samenwerkingspartners; ¼ Opstellen pachtvoorwaarden met de landbouw te gast in bos- en natuurgebieden.
+ bos, met zoom en mantel en de koe in de wei
44
nieuwe duurzame energie altijd onder voorwaarden
In het ‘Uitnodigingskader lokale duurzame energie opwekking Oude IJsselstreek’, heeft de gemeente duidelijk aangegeven op welke plaatsen in de gemeente, maar met name ook onder welke voorwaarden men ruimte wil bieden aan de energietransitie. De gemeente gaat voor ruimtelijke kwaliteit bij de inpassing van duurzame energie opwekking. Bij de inpassing wordt aansluiting en versterking van het karakter van het landschap geëist. Bij de inpassing wordt rekening gehouden met de verschillende types landschap. De inpassingskaart deelt de gemeente op in vier zones. Afhankelijk van in welk zone een initiatief zit, gelden er andere voorwaarden. Op deze manier is de inpassing van energie opwekking op een goede manier verankerd, en kan deze transitie bijdragen aan de verdere versterking van het landschap. Initiatiefnemers van dergelijke grote ruimtelijke ontwikkelingen die impact hebben op het landschap moeten zelf in een plan aantonen op welke wijze zij de geëiste ruimtelijke kwaliteit versterken, door bijvoorbeeld landschappelijke inpassing en ontwikkeling. De gemeente hecht bij initiatieven voor duurzame energie opwekking ook veel waarde aan participatie. Voor de omwonenden is dat ook de fysieke inpassing en ruimtelijke kwaliteit.
+ inpassing van duurzame energie
+ energiezones binnen de gemeente (gele gestippelde zones)
Echter voor duurzame energieopwekking zijn de gebruikers van deze energie ook van belang. Om die reden is financiële participatie een voorwaarde waar de initiatiefnemer aan moet voldoen. Hoe de initiatiefnemer dit vorm geeft bepaalt hij zelf; voorbeelden zijn aandeelhouderschap van omwonenden en/of lokaal energie leveren. Maar de initiatiefnemer kan er ook voor kiezen om een bedrag, gekoppeld aan de energieopbrengst, in een omgevingsfonds te storten. De initiatiefnemer bepaald vervolgens zelf hoe dit fonds wordt beheert en besteedt of kiest ervoor samen te werken met lokale partijen. Een optie om dit fonds te besteden, in samenwerking met een lokale partij, kan de aanleg of het beheer van landschap zijn.
landschappelijke inpassing altijd op basis van onderliggende landschapstypen
De duurzame energie opwekking met behulp van zonnevelden wordt georganiseerd in 2 tranches. In iedere tranche wordt 30 ha aan zonneveld beoordeeld op de voorwaarden benoemd in het Uitnodigingskader en de beste plannen worden vergund. De eerste tranche is geweest en een aantal initiatiefnemers heeft gekozen voor een omgevingsfonds. Het is belangrijk de ervaringen rondom dit omgevingsfonds te evalueren en die ervaringen mee te nemen in de 2e tranche. De 2e tranche start naar verwachting in het 2e kwartaal van 2021. Dat is relatief vroeg om het omgevingsfonds te evalueren maar voor het opzetten en de samenwerking tussen partijen is dit wel mogelijk. De gemeente kan dan ten tijde van de 2e tranche advies geven aan initiatiefnemers van zonnevelden. Dit geldt ook voor eventuele andere initiatieven van energie opwekking, zoals bijvoorbeeld wind, die niet gebonden zijn aan een tranche.
ALTERNATIEVEN AGRARIËRS EN GRONDEIGENAREN Het uitnodigingskader lokale duurzame energie opwekking biedt voor stoppende en actieve agrariërs een mogelijkheid om zijn gronden in te zetten voor bijvoorbeeld het telen van energie in combinatie met het herstellen van landschappelijke structuren, natuur en klimaatbestendigheid. Ook ontstaat er op deze wijze een financiële motor achter de verder ontwikkeling van het landschap. UITVOERING Ten aanzien van het uitvoeringsdeel zijn voor het energie landschap zijn de volgende aspecten van belang: ¼ Evalueren en monitoren van de ervaringen rondom het omgevingsfonds van de initiatiefnemer, de samenwerkende partijen en de gemeente zelf.
45
V
L
V i s i e
N
o p
G
K
l a n d s c h a p ,
O
U
n a t u u r
D
e n
E
g r o e n e
I
J
S
k e r n e n
S
E
L
S
T
R
E
E
K
5.4 LANDSCHAPPELIJKE VERSTEDELIJKING Binnen de gemeente is sprake van een tekort aan starterswoningen en levensloopbestendige woningen. Daarom wordt gebouwd naar deze behoefte, grotendeels binnen het bebouwde gebied in de kernen. In de kernen spelen ook andere opgaven in het kader van klimaatadaptatie en ruimte voor groen. Aan deze ontwikkeling besteedt het volgende hoofdstuk aandacht, waarbij groen in de kernen een essentieel onderdeel is van bouwen van woningen. Het is daarom goed mogelijk dat er in de toekomst ook nog sprake is van nieuwe uitbreidingslocaties in het buitengebied. Daarnaast is recentelijk het functieveranderingsbeleid voor stoppende agrariërs weer opengesteld, waarmee ook nieuwe woningen op voormalige agrarische erven kunnen worden gerealiseerd. Dit zou ook voor andere nieuwe woonvormen in het buitengebied kunnen gelden. Naast woningbouw zullen functies als bedrijvigheid en de eerdere aangehaalde energietransitie opnieuw ruimte vragen in het landschap.
STEDELIJKE UITBREIDING Voor stedelijke ontwikkeling binnen bestaand bebouwd gebied worden in het volgende hoofdstuk spelregels voorgesteld om groen een volwaardige plek te geven bij deze ontwikkelingen. Met andere woorden groen maakt een essentieel onderdeel uit bij verstedelijking.
Maar ook bij nieuwe verstedelijking in het buitengebied moeten spelregels gelden, uitgangspunt daarbij is dat het onderliggende landschap het vertrekpunt vormt voor de nieuwe functies, vanuit de ‘voor wat, hoort wat’ benadering. Door het behouden en versterken van bestaande landschappelijke kwaliteiten, kan de nieuwe functie een eigen identiteit krijgen. Zo wordt voorkomen dat overal hetzelfde gebeurt. Bestaand groen wordt daarbij zoveel mogelijk behouden. Verder moet ruimte worden gegeven aan nieuw groen binnen nieuwe stedelijke ontwikkelingen. Ten behoeve van verstedelijking moeten er dus spelregels worden opgesteld die het landschap voorop stellen en die bijdragen aan een meer groene leefomgeving. Indien niet of niet volledig aan de spelregels kan worden voldaan, is het mogelijk een financiële bijdrage te doen aan het landschapsfonds. Op deze wijze wordt voorkomen dat het landschap en de kenmerkende elementen verdwijnen, dan wel niet meer herkenbaar zijn in de nieuwe bebouwde omgeving.
WOONVORMEN IN HET BUITENGEBIED Naast verstedelijking op in- en uitbreidingslocaties zijn woonvormen in het buitengebied mogelijk, vaak na beëindiging van het agrarisch bedrijf, dan wel in combinatie met investeringen in het landschap en de natuur.
+ spelregels opstellen voor verstedelijking
46
functieverandering in het agrarisch gebied
Functieverandering (regulier) In het eerste kwartaal van 2020 is besloten het functieveranderingsbeleid weer opnieuw vast te stellen, waarna het voor stoppende agrariërs weer mogelijk is om na sloop van de agrarische opstallen maximaal drie woningen op het eigen erf te realiseren. Hiermee wordt voorkomen dat agrarische bedrijfsgebouwen leeg komen en uiteindelijk komen te vervallen. Verder biedt het de agrariër een alternatief als het bedrijf wordt beëindigd. Bij deze ontwikkelingen is ook sprake van landschappelijke inpassing, waarbij het erf wordt ingepast in het landschap. Dit geldt over het algemeen niet, of in mindere mate voor de omliggende agrarische gronden die veelal worden verpacht aan nog actieve agrariërs. Dat is jammer, want juist hier liggen kansen om het landschap (ook buiten het erf) verder te ontwikkelen en verloren structuren te herstellen. Eswonen Ter aanvulling of uitbreiding van de huidige concepten van woningbouw (namelijk omvormen vrijkomende agrarische bebouwing en de ontwikkeling van landgoederen) wil de gemeente onderzoeken hoe landschap verder versterkt kan worden in combinatie met het bouwen voor de doelgroepen jongeren en ouderen. Het idee van landschappelijk Es-wonen is geïnspireerd op het principe van “knooperven”, waar vooral aan de rand van dorpen in Overijssel nieuwe erven zijn gerealiseerd.
+ bron: https://erf-goed.nl/knooperfdeveldboer/
Eskopjes
+
+ Eskopjes
es-wonen heeft het landschap als onderlegger (microreliëf en landschapstypen)
Daar waar eerder landgoederen konden worden gerealiseerd, indien werd geïnvesteerd in 5 hectare natuur en nieuwe verbindingen, wil de gemeente de mogelijkheden onderzoeken naar de gecombineerde ontwikkeling van agrarische erven en landschap. Es-wonen betreft bij voorkeur twee of meerdere voormalige boerenerven op het platteland waar bedrijfsgebouwen gesloopt zijn en er ruimte is vrijgekomen voor meerdere nieuw te bouwen woningen in de vorm van een nieuw buurtschapje. De erven liggen rondom de verhoogde es. De nieuwe woningen voorzien in een lokale woningbehoefte. Dit betreft dus ook betaalbare woningen voor starters of senioren. Door meer woningen te koppelen aan de sloopverplichting kan een compact woonprogramma worden gemaakt, waarmee een buurtschapje kan worden gecreëerd. Bij Es-wonen is sprake van een gezamenlijk erf waar wandel- en fietspaden starten en/of langskomen. De beplanting bij Es-wonen en de omliggende landschapsstructuren zijn aangepast naar de originele beplanting en structuren. Bewoners dragen zorg voor het gezamenlijk erf en de landschapsstructuren en routes rondom het erf.
Es-wonen focust zich dus anders dan reguliere functieverandering niet op één erf en de wijze waarop deze is ingericht, maar richt zich op een combinatie van erven rondom bijvoorbeeld een es en de wijze waarop deze erven met elkaar verbonden kunnen worden. Hierbij is het noodzakelijk dat niet alleen de erven zelf worden ingezet voor transformatie, maar ook de omliggende agrarische gronden. Juist op die gronden wordt gewerkt aan het herstel van landschapsstructuren. Door bijvoorbeeld de aanleg van routes. Als inspiratie voor Es-wonen kan verwezen worden naar het knooperven concept in Overijssel. Een goed voorbeeld hiervan is Knooperf de Veldboer. Naast kenmerkende landschapselementen kan ook aan nieuwe of andere vormen van groen en beplanting, zoals een tiny forest, voedselbos, (fruit)boomgaarden, vogelbosjes, kruidenrijke graslanden of bloemrijke akkerrandvegetatie worden gedacht.
bron: Knooperven, Nieuw leven in het buitengebied, het concept
De reden waarom we dit Es-wonen noemen is omdat de verwachting is dat in het gebied tussen Varsseveld en Sinderen, het gebied is waar gestopt wordt met agrarische bedrijvigheid waardoor deze bebouwing wellicht ingezet kan worden voor dit aanvullende woonconcept. Het kenmerkende kleinschalige landschap profiteert daarvan.
UITVOERING Ten aanzien van het uitvoeringsdeel zijn voor het onderwerp landschappelijke verstedelijking zijn de volgende aspecten van belang: ¼ Opstellen regels voor stedelijke uitbreiding; ¼ Mogelijkheden onderzoeken voor bijdrage landschapsfonds bij verstedelijking; ¼ Aanvullen van de huidige kwaliteitscriteria wonen voor de woonfunctie in het buitengebied gekoppeld aan landschapsversterking.
Allemaal ingrediënten die de groene uitstraling van het Es-wonen en kan versterken en de overgang tussen de erven en het landschap vormgeven.
47
V
L
V i s i e
N
o p
G
K
l a n d s c h a p ,
O
U
n a t u u r
D
e n
E
g r o e n e
I
J
S
k e r n e n
S
E
L
S
T
R
E
E
HET BIJENLINT Een bijenlint is een aaneenschakeling van initiatieven of groenvakken of zelfs gebieden ter bevordering van de overlevingskansen van de bij. Bij aanplant van bomen en het ontwikkelen van een boomstructuur, maar ook bij andere vormen van nieuwe beplanting, moet voldoende variatie worden aangebracht in de soorten. Bij laanbeplantingen is in principe wel het uitgangspunt dat deze bestaan uit één boomsoort. De variatie kan dan bijvoorbeeld gezocht worden in onderbegroeiing. Variatie in soorten is gunstig voor flora en fauna en maakt deze minder kwetsbaar voor ziekten en plagen.
omvormen van gras naar bloemrijke graslanden
fase 0
fase 1
fase 2
fase 3
fase 4
fase 5
48
K
5.5 NATUURLANDSCHAP Provincie Gelderland werkt sinds de decentralisatie van het natuurbeleid aan realisatie van het Gelders Natuurnetwerk. De provincie Gelderland heeft nog een opgave om circa 10.500 ha. nieuwe natuur te realiseren. Het omzetten van de groene ontwikkelzone naar natuur netwerk. Om de opgave voor functieverandering te versnellen zet de provincie de komende jaren, samen met de Gelderse natuurbeherende organisaties, pro-actief in op pachtafkoop, grondverwerving en het stimuleren van particulier natuurbeheer. Zo ook voor de gronden binnen de gemeente die gelegen zijn in de GNN.
De gemeente wil dan ook actief inzetten op de verdere ontwikkeling van de GNN, dit onder andere door de ontwikkeling van nieuw bos, maar juist ook de ontwikkeling van kleine bossen binnen de gemeente. Uit onderzoek blijkt namelijk dat kleine bosjes per vierkante meter meer CO2 opslaan dan grotere bossen. Het gaat daarbij om een omvang kleiner dan een voetbalveld. Vanuit het Rijk en de provincies wordt gewerkt aan een zogeheten bossenstrategie. Uitgangspunt is dat het Nederlandse bosareaal met 37.000 hectare wordt vergroot. Dat streven Rijk en de provincies na, zo staat in een brief van minister Schouten (LNV) aan de Tweede Kamer. Ook moeten er meer bomen in woonwijken komen, en moet bomenkap altijd gecompenseerd worden met nieuwe aanplant. Het vergroten van het areaal bos binnen de GNN kent daarmee een dubbele doelstelling, namelijk natuur- en klimaatdoelstellingen.
Met het Actieplan Bomen wil de gemeente hier ook op inspelen, dit door onder andere de aanplant van een nieuw bos of kleine bosjes. Dit vanuit de wens tot meer bomen in de gemeente en CO2 opslag. Verder is het idee om in samenwerking met de agrarische sector boerenbossen (agrobosbouw) te ontwikkelen, waarin een combinatie ontstaat van bosbouw en landbouw. De ontwikkeling van kleine bosjes op voormalige vuilstortlocaties binnen de gemeente behoort daarbij ook tot de mogelijkheden. Maar ook binnen de kern wordt de realisatie van voedsel- en of speelbossen gestimuleerd, zoals recentelijk nog voor een locatie op het sportcomplex IJsselweide. De in hoofdstuk 2 benoemde kwaliteiten per landschapstype, ‘de zogeheten parels’ betreffen ook veel bos- en natuurgebieden. Deze zijn op de visiekaart met een icoon weergegeven. Het behoud en versterken van de bestaande kwaliteiten staat hier voorop. Enkele voorbeelden zijn Idinkbos, Engbergen, Paasberg en de Vennebulten. Verder wil de gemeente bijzondere flora- en fauna binnen het gemeentelijk grondgebied in kaart brengen. Dit zodat ook deze kwaliteiten voor de toekomst behouden kunnen blijven.
UITVOERING Ten aanzien van het uitvoeringsdeel zijn voor het onderwerp natuurlandschap de volgende aspecten van belang: ¼ Samen met de provincie, die de opgave heeft, stimuleren van ontwikkeling particuliere natuur binnen GNN; ¼ Ontwikkelen bos in samenspraak provincie en landeigenaren; ¼ Samen met agrariërs mogelijkheden onderzoeken ontwikkelen agrobossen; ¼ Onderzoeken ontwikkeling kleine bosjes op voormalige stortplaatsen; ¼ In kaart brengen van bijzondere flora- en fauna
49
V
L
V i s i e
50
N
o p
G
K
l a n d s c h a p ,
O
U
n a t u u r
D
e n
E
g r o e n e
I
J
S
k e r n e n
S
E
L
S
T
R
E
E
K
5.6 BIODIVERSITEIT LIJNELEMENTEN De groenstructuur speelt een belangrijke rol bij het herkennen van (route)structuren binnen de gemeente. In aanvulling op de hiervoor genoemde ontwikkelingen, worden ook belangrijke routes binnen de groenstructuur benadrukt. De basis voor deze structuur wordt gevormd door de hoofdroutes tussen de afzonderlijke dorpskernen. Deze hoofdroutes, die zowel in de noord-zuid als oost-west richting lopen, worden begeleid door een robuuste groene structuur. Dit is in de meeste gevallen laanbeplanting, maar ook andere vormen zijn mogelijk, afhankelijk van de ruimtelijke (on) mogelijkheden. De gemeente wil onderzoeken of hoofdroutestructuren verder aangeplant kunnen worden met bomen, dit onder andere vanuit het Actieplan Bomen.
Daarnaast is het vergroten van biodiversiteit van wegbermen door ecologisch beheer, zoals ook aangehaald in paragraaf 4.4 van belang. Op de visiekaart zijn deze bermen reeds aangeduid. Ook de knooppunten op deze routes, zoals kruisingen of rotondes, kunnen (waar mogelijk) met een groene aankleding worden verbijzonderd. Denk daarbij aan toepassing van bloemrijke of kruidenrijke mengsels of kleurgebruik. Dit kan in de vorm van bijenlinten. Uitgangspunt bij dit alles is dat de groenstructuur duidelijk herkenbaar is en ‘vertelt’ dat je je op een hoofdroute bevindt.
Andere structuurdragers binnen het landschap worden gevormd door bijvoorbeeld doorgaande waterlopen zoals de Oude IJssel en Aastrang, maar ook de Boven Slinge, Seesinkbeek, Keizersbeek en de Bielheimerbeek. Doel is om ook de biodiversiteit langs deze watergangen, daar waar mogelijk verder te groten door een aangepast ecologisch beheer. De gemeente wil zich samen met het waterschap inzetten voor meer ecologische watergangen binnen de gemeente. Evenals ze dat doet voor bermen langs de hoofdinfrastructuur.
De gemeente streeft ernaar om op doorgaande routes, die meerdere landschapstypen doorkruisen, de groene begeleiding met het landschap mee te laten veranderen. Het uitgangspunt is dat de routes herkenbaar zijn door een beeldkwaliteit, onder andere bepaald door wegprofiel en een inrichting die samenhangt met de omgeving.
Ook de Oude IJssel zelf vormt natuurlijk een belangrijke verbinding en daarmee lijnelement in het landschap. Hier ligt de al eerder aangehaald ecologische verbindingszone Oude IJssel. In het recente verleden heeft hier natuurontwikkeling plaatsgevonden, waarmee de Oude IJssel met haar IJsselweiden nu als een groene long tussen de kernen slingert. Vanuit die long is het van belang een verbindende groenstructuur te ontwikkelen. Naast infrastructuur en waterlopen is ook het fijnmazige netwerk van recreatieve verbindingen, zoals voet- en fietspaden en in het bijzonder ook de kerkepaden (met name rondom Sinderen) binnen de gemeente van belang. De recreant, maar zeker ook de inwoner ervaart vanaf deze paden het landschap. Zaak is dat het landschap langs deze paden ook leesbaar en beleefbaar wordt. Dit door informatie over het landschap te verschaffen door onder andere de eerder aangehaald Landsch(app).
51
V
L
V i s i e
N
o p
G
K
l a n d s c h a p ,
Visie op landschap VLNGK
52
O
U
n a t u u r
D
e n
E
g r o e n e
I
J
S
k e r n e n
S
E
L
S
T
R
E
E
K
Legenda
UITVOERING Ten aanzien van het uitvoeringsdeel zijn voor het onderwerp biodiversiteit lijnelementen de volgende aspecten van belang: ¼ Starten met een pilot ecologisch bermbeheer en het maken van een bermbeleidsplan inclusief middelen; ¼ Versterken van de hoofdroutestructuren door gepaste boombeplanting, passend bij het onderliggend landschapstype; ¼ Samen met waterschap onderzoeken waar ecologisch beheer langs watergangen mogelijk is; ¼ Landschap lees- en beleefbaar maken langs routestructuren in het buitengebied.
visie op landschap, natuur en groene kernen
+ vergroten biodiversiteit
53
Visie op
6
landschap, natuur en groene kernen
V L N G K
G E M E E N T E
O U D E
I J S S E L S T R E E K
6. VISIE OP GROENE KERNEN 6.1
6.3 BIODIVERSITEIT
ALGEMEEN
In het vorige hoofdstuk is de visie op landschap en natuur in buitengebied uiteengezet. Niet alleen het groen in het landschap, maar juist ook het groen in de kernen is van wezenlijk belang. In dit hoofdstuk wordt de visie op de kernen verder uiteengezet. Hierin komt het belang van groen voor de leefomgeving aan bod, alsmede de groenstructuur in kernen gecombineerd met groene entrees en het vergroten van (bio)diversiteit in de kernen. Verder is klimaatadapatatie en groen bij ontwikkelingen binnen de kernen een wezenlijk onderdeel van de visie.
6.2 BELANG VAN GROEN Groen is onmisbaar voor een prettige leefomgeving, voor zowel mensen als dieren. Het zorgt niet alleen voor een vriendelijker aanblik van de gebouwde omgeving, maar verbetert ook het leefklimaat. Openbaar, toegankelijk groen kan voor mensen een belangrijk verlengstuk van hun woning vormen. Een plek waar men een ommetje kan maken, elkaar kan ontmoeten of waar kinderen kunnen spelen. Groen stimuleert naar buiten gaan, nodigt uit tot bewegen en heeft op die manier een meerwaarde voor onze gezondheid en ons welzijn. Men spreekt ook wel over Vitamine (G)roen. Wie in een groene woonomgeving leeft, voelt zich vaker gezonder en is minder vaak ziek. Groen vermindert stress, bijvoorbeeld doordat van alleen al het zien van natuur een rustgevend effect uitgaat. Iedereen die in Oude IJsselstreek woont, werkt of verblijft, heeft recht op voldoende groene ruimte. De realiteit is echter dat de hoeveelheid ‘groen’ niet evenredig verdeeld is, gemeten naar hoeveelheid, toegankelijkheid en gebruiksmogelijkheden.
Bovendien is er ook niet altijd een natuurlijke ‘match’ tussen vraag en aanbod. In woongebied met bebouwing in hoge dichtheden en met kleine tuinen bijvoorbeeld, is een grotere behoefte aan openbaar toegankelijk groen dan in een lommerrijke buurt, waar de bebouwingsdichtheid lager is en de tuinen groter. De gemeente wil dan ook verder investeren in de groene kernen door onder andere de aanplant van extra bomen en het vergroten van (bio)diversiteit. In ecologisch opzicht vormt groen voor veel diersoorten een basisvoorwaarde. Groen biedt nest- of schuilgelegenheden; doorgaande groene structuren bieden de mogelijkheid tot verplaatsing. Groen in bebouwd gebied is in dit verband van meerwaarde. Is het niet als verbindingsroute door bebouwd gebied heen, dan wel als ‘oase’ te midden van overige, stedelijke functies. De ecologische waarde van groen in bebouwd gebied is echter niet vanzelfsprekend. Een groenvak dat alleen maar uit regelmatig gemaaid gras bestaat, vertegenwoordigt weinig ecologische waarde. Het is dan ook zaak dat er wordt gewerkt aan soortenrijkdom ofwel biodiversiteit, waarbij monoculturen zoveel mogelijk worden vermeden. Kortom: we kunnen niet zonder groen, het is iets waar we zuinig op moeten zijn en waarin we moeten investeren. Dat betaalt zich terug in woontevredenheid en biodiversiteit.
In de kernen streeft de gemeente naar het zoveel mogelijk versterken van de ecologische waarde van de bestaande groenstructuur. Immers een groenere leefomgeving draagt bij aan de gezondheid, biodiversiteit, klimaatbestendigheid en economie. Dat doet de gemeente niet zomaar lukraak, maar aan de hand van een duidelijk beeld van de (hoofd) groenstructuur (zie volgende paragraaf) die de gemeente voor ogen heeft. De gemeente zet zich daarbij binnen de groenstructuur in op: ¼ Bloem- en kruidenrijke ruigtezones of vaste planten te ontwikkelen in groenvakken waar nu een monocultuur van gras is, indien mogelijk. ¼ Te zoeken naar mogelijkheden tot vernatting, daar waar waterberging noodzakelijk is of waar het watersysteem aanknopingspunten biedt. ¼ Groenvakken (waar mogelijk, gelet op verkeerstechnische eisen en beeldkwaliteitseisen) te verruigen en soortenrijker te maken (ecologisch bermbeheer). In beginsel richt de gemeente zich daarbij op de (hoofd)groenstructuur, maar in beginsel komt elke doorgaande structuur in aanmerking. ¼ Bij de herinrichting en beheer van bestaande en nieuwe sportparken en schoolpleinen te streven naar ecologische versterking. Het vergroten van biodiversiteit staat centraal.
Naast de genoemde gebiedsgerichte acties, waarbij de gemeente het voortouw kan nemen, is het ook van belang om zoveel mogelijk partners te mobiliseren bij het realiseren van meer ecologische waarden. Daarbij wordt gedacht aan woningbouwverenigingen, schoolbesturen, ondernemersverenigingen of verenigingen van eigenaren.
V
L
V i s i e
N
o p
G
K
l a n d s c h a p ,
Visie groene kernen VLNGK
56
O
U
n a t u u r
D
e n
E
g r o e n e
I
J
S
k e r n e n
S
E
L
S
T
R
E
E
K
Legenda visie op landschap, natuur en groene kernen
Via het vergroten van bewustwording en het geven van voorlichting, kan worden gestuurd op verduurzamen van tuinen en privaat beheerde buitenruimten. Ook kan aansluiting worden gezocht bij andere (beleids)initiatieven. Daarbij kan worden gedacht aan operatie steenbreek, gezonde en groene schoolpleinen en de aanplant van bomen vanuit het Actieplan Bomen.
UITVOERING Ten aanzien van het uitvoeringsdeel zijn voor het onderwerp Biodiversiteit de volgende aspecten van belang: ¼ Op kernniveau binnen de groenstructuur locaties in beeld brengen voor extra aanplant (opstellen groenstructuurkaart per kern); ¼ In beeld brengen groenvakken met monocultuur en plan van aanpak ecologisch beheer; ¼ In beeld brengen van de mogelijkheden tot vernatting en ontwikkeling, gekoppeld aan het stedelijk watersysteem; ¼ Opstellen plan van aanpak vergroenen sportparken en schoolpleinen (educatie).
6.4 GROENSTRUCTUUR KERNEN De groenstructuur speelt een belangrijke rol bij het herkennen van (route)structuren binnen de kernen. De basis voor deze structuur zijn onder andere de hoofdroutes in de kern, maar ook de entrees van kernen zijn van belang omdat men daar de kern binnengaat. Verder zijn de wat meer grootschalige structurerende groenelementen zoals parken, schoolpleinen, sportvelden en begraafplaatsen van belang. De hoofdroutes in de kern, gebaseerd op het Gemeentelijk Verkeer en Vervoer Plan (GVVP) worden begeleid door een robuuste groene structuur. De aanzet voor de groenstructuur binnen de kernen is op de visiekaart, waarvan fragmenten in voorliggend hoofdstuk zijn gevoegd, weergegeven. Onderstaand gaan we in op de aanwezige groenstructuur binnen de kernen.
57
V
L
V i s i e
N
o p
G
K
l a n d s c h a p ,
O
U
n a t u u r
D
e n
E
g r o e n e
I
J
S
k e r n e n
S
E
L
S
T
R
E
E
K
Legenda visie op landschap, natuur en groene kernen
58
KERNEN OUDE IJSSELSTREEK De gemeente Oude IJsselstreek bestaat uit 14 kernen. De kernen Ulft, Gendringen, Silvolde, Terborg en Varsseveld zijn de grootste. Naast de grotere kernen bevat de gemeente Oude IJsselstreek ook een groot aantal kleinere kernen. Dit zijn Bontebrug, Breedenbroek, Etten, Heelweg, Megchelen, Netterden, Sinderen, VarsselderVeldhunten en Westendorp. Daarnaast is er ook nog een aantal buurtschappen te vinden binnen de gemeente. Deze zijn niet specifiek beschreven vanuit hun plattelandskarakter. Onderstaand is per kern een korte typering gegeven, alsmede een typering van de aanwezige groenstructuur in deze kernen. In de afbeeldingen op de linker pagina is per kern de groenstructuur beschreven en deze is op de visiekaart opgenomen. De groenstructuur moet voor iedere kern, worden bepaald en vastgelegd op een groenstructuurkaart. Met iconen zijn de maatregelen voor de groenstructuur, zoals vergroenen entrees, schoolpleinen en randen sportvelden, weergegeven. Ulft Ulft is de hoofdkern van de gemeente Oude IJsselstreek en heeft een centrumfunctie. Het gezicht van Ulft wordt bepaald door de DRUcultuurfabriek, dat het centrum van kunst en cultuur in de gemeente is.
De bestaande bebouwing sluit goed aan op het buitengebied. De randen en overgangen van de kern naar het buitengebied zijn goed vormgegeven. De groenstructuur bestaat uit noord-zuid verbinding door Ulft en Gendringen. Deze ruggengraat wordt gevormd door de Ettenseweg, Frank Damenstraat en de Debbeshoek. Een aantal inprikkers vanuit de Oude IJsselweg zorgen voor de toegang tot de kern vanuit de westelijke kant. Vanuit de oostzijde is de Oversluis de enige toegang tot de kern. De omgeving van de sportvelden zorgt voor een groene buffer tussen het bedrijventerrein en de woonomgeving van Ulft. Het zuidwestelijke deel van Ulft kent een groene dooradering met water. De noordelijke en oostelijke wijken kennen minder groen op structuurniveau. Gendringen Gendringen beschikt over diverse voorzieningen. In de directe omgeving van Gendringen bevinden zich verschillende natuur- en recreatiegebieden, waaronder Engbergen. Ulft en Gendringen zijn nagenoeg aan elkaar gegroeid en vormen samen een cluster voor al de voorzieningen.
+ Ulft
De kernen zijn aan elkaar gekoppeld door bedrijventerrein IJsselweide. De overgang tussen de kernen is rommelig en onduidelijk. De ruggengraat vanuit Ulft loopt door in Gendringen via de Staringstraat en de Anholtseweg. De Rijnweg zorgt samen met de Ulftsweg voor de inprikkers in de kern. Gendringen kent, in tegenstelling tot Ulft, wel een park. Het Kernspark vormt de entree vanuit de oostzijde. De omgeving van het centrum kent een stenige indruk. De omliggende woonwijken ogen groener met naar buiten toe steeds meer bomen. In de zuidwestelijke hoek en de zuidoostelijke liggen verscholen drie groene parels. De oude begraafplaats, park De Wildt op de grens met Duitsland aan de Anholtseweg en het Kluunpad. Varsselder-Veldhunten Varsselder-Veldhunten is gelegen ten westen van Ulft. Het deel Veldhunten heeft de omvang van een klein buurtschap. Varsselder bestaat sinds de 15e eeuw als buurtschap. Varsselder heeft hoofdzakelijk een woonfunctie en wordt getypeerd als een rustige groene leefomgeving.
+ Gendringen
Varsselder-Veldhunten
59
V
L
V i s i e
N
o p
G
K
l a n d s c h a p ,
O
U
n a t u u r
D
e n
E
g r o e n e
I
J
S
k e r n e n
S
E
L
S
T
R
E
E
K
Legenda visie op landschap, natuur en groene kernen
60
De Hoofdstraat en de Vicarusweg vormen de toegangen naar de kern. Hiermee zijn ze verbonden met de Oude IJsselweg en Berghseweg en dus met de omgeving. De Hoofdstraat is een mooi voorbeeld van het vergroenen en meer kleurrijk maken en vergroten van de biodiversiteit in de kern. De kinderboederij en de sportvelden vormen de relatief groene westzijde en aan de oostzijde vormen riante groene kavels met verspreide bebouwing voor de groenstructuur aan de rand van de kern. Bontebrug Bontebrug ligt tussen Ulft en Silvolde. Bewoners van Bontebrug zijn wat betreft voorzieningen vooral gericht op Ulft.
Varsseveld Varsseveld is een typisch esdorp. De brink vormde het beginpunt van een uitwaaierend patroon van wegen die de kern met het ommeland verbonden. Door haar ligging heeft Varsseveld een sterke centrumfunctie voor het omliggende landelijke gebied. De ligging aan de A18 en goede openbaar vervoervoorzieningen zorgen dat Varsseveld goed bereikbaar is en een aantrekkelijk vestigingsklimaat heeft. Het groen van het omliggende buitengebied loopt door in de kern. In de kern bevinden zich groene ruimten die zorgen voor een prettig woonmilieu.
Bontebrug ligt tussen een driehoekig bos aan de noordzijde en de bossages rondom de watertoren, een markant punt in Bontebrug aan de zuidoost zijde. De kern wordt opgedeeld door belangrijke wegen op regionaal niveau binnen de gemeente. De oude arm van Aa-strang versterkt de opdeling. Deze oude loop is een kans bij de aanleg van de rotonde en de markering van de kern. Het zuidelijk deel van de kern is gebouwd op een natuurlijke hoogte. De steilranden zijn op sommige plekken nog zichtbaar.
+ Bontebrug
Opvallend is het ontbreken van doorgaand groen door het centrum van Varsseveld. De inprikkers in de kern vanuit de Doetinchemseweg, de Burgermeester van der Zandestraat en de Dames Jolinkweg, zijn niet verbonden. Hier ligt een kans, in combinatie met het vergroenen van de entrees. Verder is het opvallend te noemen dat er in de wijken in het noorden en in het westelijke deel van de kern veel bomen aanwezig zijn en in de overige delen beduidend minder. Hier ligt nog een kans voor vergroening. Dit geldt ook voor de bedrijfsterreinen. De begraafplaats Rentinkkamp neemt een prominente plek in binnen de kern en maakt onderdeel uit van de groene structuur in de kern. Behoud van het groene karakter is dan ook van belang.
+ Varsseveld
Varsseveld
61
V
L
V i s i e
N
o p
G
K
l a n d s c h a p ,
O
U
n a t u u r
D
e n
E
g r o e n e
I
J
S
k e r n e n
S
E
L
S
T
R
E
E
K
Legenda visie op landschap, natuur en groene kernen
62
Etten Etten is gelegen ten westen van Terborg en is van oorsprong een agrarisch kerkdorp. De ruimtelijke structuur van de kern wordt gekenmerkt door kleinschalige (groene) open ruimtes tussen overwegend historische kleinschalige bebouwing. Met name de nieuwbouw is naar binnen gekeerd en doet weinig met de omgeving. De Dorpsstraat - Molenstraat is de hoofdroute door de kern. Opvallend is het ontbreken van een duidelijke groenstructuur. Hier ligt een kans voor de toekomst om groen een prominente rol te geven in de kern. Aan de randen van de kern is meer groen te ontdekken. Terborg Terborg kreeg in 1419 stadsrechten en is daarmee de enige stad in de gemeente Oude IJsselstreek. De stad is ontstaan als een nederzetting bij kasteel Wisch en maakt deel uit van de rij dorpen die zich ruwweg langs de loop van de Oude IJssel op de rivierduinen uitgestrekt hebben. Terborg beschikt over een historisch centrum met bijzondere panden.
De rest van de kern typeert zich door oude (groene)linten van grote woningen en kleinere wijken. Het overige gedeelte van het dorp bestaat voornamelijk uit woongebieden. De overgang van kern naar buitengebied is hier geleidelijk en prettig. Terwijl het (historische) centrum duidelijk herkenbaar is, zijn de entrees van Terborg veel minder herkenbaar. Een duidelijke groenstructuur kan hier een bijdrage aan leveren. Ook groene begeleiding van de hoofdroute zorgt voor herkenbaarheid en betere oriëntatie binnen de kern. De zone van de Akkermansbeek en de omgeving van Huize Wish zorgen voor grote groenstructuren langs de randen van de kern. De wijken in de kern ogen stenig, met uitzondering van de noordwestelijke hoek.
De twee bebouwingslinten vormen ook de groene dragers van het dorp. Bomen en groenvakken/ stroken versterken deze linten. Behoud en versterken van deze structuur is daarbij van belang. Het centrum heeft een kleurrijk karakter gekregen met opvallende beplanting. De Prins Bernhardstraat is een voorbeeld van groen adoptie door burgers. Hier onderhouden de bewoners van de straat zelf hun eigen (kleurrijke) groenvakken.
Silvolde Silvolde ligt in een natuurlijke omgeving aan de rand van de beboste Paasberg. De kern kan worden getypeerd als een woondorp en is opgebouwd vanuit de bebouwingslinten Terborgseweg/ Ulftseweg en de Prins Bernardstraat. Tussen deze linten in zijn planmatig opgezette woongebieden ontstaan.
+ Etten
De overgangen van de kern naar het buitengebied zijn natuurlijk. Silvolde heeft een langgerekte vorm, waardoor op korte afstand het buitengebied aanwezig is. In het dorp zijn op veel plaatsen kleine groenelementen aanwezig, die de relatie met het buitengebied versterken.
+ Terborg
Silvolde
63
V
L
V i s i e
N
o p
G
K
l a n d s c h a p ,
O
U
n a t u u r
D
e n
E
g r o e n e
I
J
S
k e r n e n
S
E
L
S
T
R
E
E
K
Legenda visie op landschap, natuur en groene kernen
64
Westendorp Westendorp ligt als lintdorp ongeveer 4 kilometer ten westen van Varsseveld. Het dorp vormde zich door verdichting van de bebouwing rond de school aan de Doetinchemseweg. De kern ligt in de mooie omgeving van de natuurgebieden Tandem en Noorderbroek. De groenstructuur wordt gedragen door de Doetinchemseweg. Kleurrijke beplanting begeleidt de weg, maar duidelijke doorgaande robuuste groenstructuur met bomen ontbreekt. Dit is een kans. Netterden Netterden ligt in het zuidwesten van de gemeente. Het dorp is een van de oudere kernen in de gemeente en is van oorsprong een agrarisch kerkdorp, ontstaan in het open, vlakke kommenlandschap van de Oude IJssel en de Rijn. Oorspronkelijk bestond het dorp uit meerdere linten waarin verdichting heeft plaatsgevonden. Ondanks de lintstructuur heeft het dorp met het historisch centrum en de woongebieden een redelijk compacte vorm.
De hoofdroutes richting de kern worden gevormd door de Netterdensestraat en de Papenkampseweg. Hier komt men de kern binnen. Het vergroenen van de entrees komt bij iedere kern terug en moet nader onderzocht worden. Herkenbare en groene entrees dragen bij aan het versterken van een eigen identiteit van de kern. Binnen de kern is veel groen zichtbaar aanwezig. Het groen ontbreekt rondom de kerk. Hier ligt een kans voor het vergroening en het toevoegen van bijvoorbeeld kleurrijke beplanting. Megchelen Megchelen is de meest zuidelijke kern van de gemeente Oude IJsselstreek. De kern is aan drie kanten omsloten door de Duitse grens. Het huidige Megchelen bestaat uit historisch aan elkaar gegroeide gebogen bebouwingslinten, met daartussen diverse korte verbindingstraten. De linten verbinden het dorp met het buitengebied.
+ Westendorp
Een doorgaande groenstructuur ontbreekt in de kern. De Nieuweweg, Julianaweg en de Millingseweg vormen de hoofdroutes. Met name bij de laatste twee ontbreekt een herkenbare groenstructuur door bomen en groenvakken. Hier ligt een kans in combinatie met het vergroenen van de entree.
+ Netterden
Megchelen
65
V
L
V i s i e
N
o p
G
K
l a n d s c h a p ,
O
U
n a t u u r
D
e n
E
g r o e n e
I
J
S
k e r n e n
S
E
L
S
T
R
E
E
K
Legenda visie op landschap, natuur en groene kernen
66
Breedenbroek Breedenbroek ligt als een lint langs de doorgaande route Gendringen-Dinxperlo. Het tegenwoordige dorp Breedenbroek is ontstaan uit het buurtschap Klein Breedenbroek en de lintbebouwing langs de weg naar Sinderen. Halverwege de 19e eeuw is men begonnen met bouwen. De Terborgseweg deelt het dorp in tweeën. De groenstructuur langs de Terborgseweg geeft de kern een kleurrijk aangezicht. De groene omgeving van de kerk en het speelplekje aan de Krommenhorst vormen samen met de weg het structurerende groen. Ook de watergang tussen Het Rabelink en Den Dam draagt hier aan bij. Heelweg Heelweg ligt ten noorden van Varsseveld. Heelweg is opgedeeld in een oostelijk en een westelijk deel. Heelweg Oost kenmerkt zich door woningen verspreid in het landschap. Heelweg West ligt als lint van bebouwing langs de weg. Het dorp wordt gekenmerkt door een duidelijke landschappelijke opbouw met een zeer eigen karakter. Er staan veel bomen in en om het dorp. De structuur wordt gemaakt door de Bosboombroekerweg en de Molenweg in Oost en door de Hogeweg in West.
Met veel bomen, waarbij de Molenweg het meest stenige karakter heeft. Voor beide kernen liggen er kansen voor vergroening en het toevoegen van kleurrijke beplanting, waardoor ook de biodiversiteit in de kernen wordt vergroot. Dit is slim te combineren met het vergroenen van de entrees. Sinderen Sinderen ligt als klein dorp in het landschap tussen Varsseveld en Breedenbroek. Het dorp ontwikkelde zich aanvankelijk in de vorm van lintbebouwing rond de aansluiting van de Kapelweg op de Sinderenseweg. De kern is omgeven door de natuurgebieden Wissink en Idink-Nibbelinkbos. Een spinnenwebstructuur tot in de kern met drie hoofdroutes. De Molenweg, Aaltenseweg en de Sinderenseweg. De kern kent een groene inrichting met kleurrijke beplanting. Er ligt een kans om de entrees vanuit de verschillende wegen te vergroenen.