CConstaterende datOude IJsselstreek
Koppel je AI →
Document · PDF

Concept Visie op landschap natuur en groene kernen.pdf

Raadscommissie Fysieke Leefomgeving (FL) 13 januari 2021, gemeente Oude IJsselstreekBij agendapunt: 1.: Reactienota op (ongewijzigd) concept 'Visie op landschap, natuur en groene kernen'27.343 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Visie op

landschap, natuur en groene kernen

V L N G K

G E M E E N T E

O U D E

I J S S E L S T R E E K

V

L

V i s i e

N

o p

G

K

l a n d s c h a p ,

O

COLOFON

VISIE OP LANDSCHAP, NATUUR EN GROENE KERNEN opdrachtgever: GEMEENTE OUDE IJSSELSTREEK

opdrachtnemer: BURO ONTWERP & OMGEVING

projectnummer: 3153.01 status: CONCEPT SEPTEMBER 2020 datum: SEPTEMBER 2020 formaat: A3 GESNEDEN

2

U

n a t u u r

D

e n

E

g r o e n e

I

J

S

k e r n e n

S

E

L

S

T

R

E

E

K

3

V

L

V i s i e

N

o p

G

K

l a n d s c h a p ,

O

U

n a t u u r

D

e n

E

g r o e n e

I

J

S

k e r n e n

S

E

L

SAMENVATTING DEEL A: VISIE OP LANDSCHAP, NATUUR EN GROENE KERNEN 1 INLEIDING

11

2. HET LANDSCHAP

17

1.1. OUDE IJSSELSTREEK VEELZIJDIG 11 1.2. DOEL EN OPBOUW VISIE 13 1.3. TOTSTANDKOMING 13 1.4. LEESWIJZER 15

2.1. INLEIDING LANDSCHAP 17 2.2. HET LANDSCHAP IN LAGEN 19 2.3. BASISKWALITEIT 21 2.4 KWALITEITEN, KNELPUNTEN EN KANSEN 21

3. TRANSITIE VAN HET LANDSCHAP 26 3.1. ALGEMEEN 26 3.2. TRANSITIES 26 3.3. NIEUWE COALITIES 26 3.4. VERANDERENDE LANDBOUW 27 3.5. ENERGIETRANSITIE 28 3.6. VERSTEDELIJKING 29 3.7. RUIMTE VOOR NATUUR 31 3.8. KLIMAATADAPTATIE 31

4. OVERKOEPELENDE VISIE 35 4.1. ALGEMEEN 35 4.2. BEHOUD BASISKWALITEIT EN 35 4.3. COMMUNICATIE EN EDUCATIE 36 4.4. BEHEER EN ONDERHOUD 37 4.5. FINANCIERINGSMOGELIJKHEDEN 39

4

S

T

R

E

E

K

5. VISIE OP LANDSCHAP 41 5.1. ALGEMEEN 41 5.2. AGRARISCH LANDSCHAP 41 5.3. RUIMTE VOOR ENERGIE 44 5.4. LANDSCHAPPELIJKE VERSTEDELIJKING 46 5.5. NATUURLANDSCHAP 49 5.6. BIODIVERSITEIT LIJNELEMENTEN 51

6. VISIE OP KERNEN

55

6.1. ALGEMEEN 55 6.2. BELANG VAN GROEN 55 6.3. BIODIVERSITEIT 55 6.4. GROENSTRUCTUUR KERNEN 57 6.5. KLIMAATADAPTATIE 69 6.6. GROEN EN BOUWEN 70

DEEL B: UITVOERING 7. UITVOERING

73

BIJLAGEN

77

7.1. ALGEMEEN 73 7.2. UITVOERINGSSCHEMA 73 7.3. TOELICHTING OP DE KOLOMMEN 73 7.4. WERKWIJZE 74

BIJLAGE I: TOTSTANDKOMING 77 BIJLAGE II: ONTSTAANSGESCHIEDENIS LANDSCHAP 81 ABIOTISCHE LAAG 81 BIOTISCHE LAAG 87 OCCUPATIELAAG 89 BIJLAGE III: BASISKWALITEIT LANDSCHAP 93 BIJLAGE IV: VISIEKAART 97

5

V

L

V i s i e

N

o p

Visie VLNGK

6

G

K

l a n d s c h a p ,

O

U

n a t u u r

D

e n

E

g r o e n e

I

J

S

k e r n e n

S

E

L

S

T

R

E

E

K

SAMENVATTING VLNGK AANLEIDING Legenda visie op landschap, natuur en groene kernen

De gemeente Oude IJsselstreek heeft door de jaren heen meerdere plannen ontwikkeld voor de groene ruimte, echter ontbrak het aan een samenhangend toekomstbeeld voor het landschap en de groene kernen. Voorliggende Visie op Landschap, Natuur en Groene Kernen (VLNGK) biedt dit gewenste toekomstbeeld. De visie is in een interactief proces met bewoners, maar ook organisaties en verenigingen tot stand gekomen. De visie geeft richting aan de gewenste ontwikkeling van het landschap voor zowel het buitengebied als de kernen. De visie gaat in op de wijze waarop de kenmerkende landschappen voor de toekomst verder versterkt worden, in samenhang met de ontwikkelingen die de komende jaren spelen. Ook gaat de visie in op de gewenste groenstructuur in de kernen. De gemeente realiseert de visie niet alleen, een groot aantal zaken pakt zij zelf op, maar de visie moet vooral ook anderen stimuleren om mee te werken aan een groene en gezonde leefomgeving.

INVENTARISATIE & ANALYSE De gemeente kent een gevarieerd en uitgestrekt landschap. Het landschap bestaat uit twee landschappen, namelijk het rivierenlandschap en het dekzandlandschap. De Oude IJssel vormt een grens tussen deze twee landschappen. De twee landschappen kunnen vervolgens onderverdeeld worden in een aantal landschapstypen. Het open rivierenlandschap met de rivierduinen, de terrassen en de rivierweiden ofwel de IJsselweiden enerzijds. Het besloten dekzandlandschap, anderzijds in het kampenlandschap met eskopjes en het heide- en broekontginningslandschap. Verder is in de Noordoostelijk hoek van de gemeente een stukje veenontginningslandschap te vinden. Naast een gevarieerd buitengebied kent de gemeente veertien kernen waarvan de kernen, Ulft, Gendringen, Silvolde, Terborg en Varsseveld de grootste zijn. Naast deze vijf grotere kernen zijn er ook een aantal kleinere, maar niet minder belangrijke kernen en diverse buurtschappen.

7

V

L

V i s i e

N

o p

G

K

l a n d s c h a p ,

O

U

n a t u u r

D

e n

E

g r o e n e

I

J

S

k e r n e n

S

E

L

S

T

R

E

E

K

OVERKOEPELENDE VISIE In de verschillende landschapstypen komen nog kenmerkende landschapselementen voor, dit huidige beeld vormt de basiskwaliteit. Voor de toekomst is het goed om bewust om te gaan met deze basiskwaliteit. De waardevolle structuren moeten behouden worden en daar waar mogelijk versterkt. Voor de kernen betreft het met name het structurerende groen langs hoofdinfrastructuur, bij de entree en de bestaande parken en groenvoorzieningen. Ook deze groenstructuur is van belang en kan worden ingezet voor het vergroten van de leefbaarheid in kernen.

TRANSITIES IN LANDSCHAP Het landschap is altijd in verandering en zal in de nabije toekomst ook blijven veranderen. Er staan de komende jaren de nodige combinaties van grotere opgaven op het programma. Zo vragen niet alleen de energietransitie en klimaatadaptatie ruimte, maar ook de natuurontwikkeling en de voortgaande verstedelijking. Tegelijkertijd staat de landbouwvoor een omvangrijke transitie: van de huidige, voornamelijk lineaire bedrijfsvoering naar een duurzame, circulaire en mogelijk ‘natuur inclusieve’ bedrijfsvoering. Voorliggende visie poogt geen antwoord te bieden aan deze transities, wel wordt in hoofdlijnen ingegaan op de wijze waarop deze veranderingen kunnen worden ingezet als zogeheten motor achter de ontwikkeling van het landschap. Immers doelen voor energietransitie, landbouw, verstedelijking, klimaatadaptatie en biodiversiteit vergen ingrepen die op gebiedsniveau vaak goed zijn te combineren. Bij het accommoderen van de transities en bijbehorende ruimteclaims, kan het zoeken naar combinaties van functies (waterberging én natuur; zonneparken in het landschap; wonen op het water, wonen in het landschap, etc.) het draagvlak voor landschapsvernieuwing vergroten. Ook ontstaat zo energie en mogelijk financiële middelen voor de ontwikkeling van het landschap, de zogeheten motor achter ontwikkeling.

8

Ten aanzien van een aantal algemene thema’s is een overkoepelende visie geformuleerd. Dit omdat deze thema’s niet direct te koppelen zijn aan uitsluitend het buitengebied dan wel het bebouwde gebied. Een overkoepelende visie is opgesteld met betrekking tot het behouden van de basiskwaliteit van groen en landschap in het omgevingsplan, de communicatie met en educatie van inwoners, maar ook toeristen en bezoekers van alle leeftijden, het beheer en onderhoud van groen in zowel het buitengebied als in de kernen en de financierings-mogelijkheden van landschapsontwikkeling.

VISIE OP LANDSCHAP Vanuit de overkoepelende visie staat het behoud en de bescherming van de bestaande basiskwaliteit van het landschap voorop. Echter behoud en bescherming is niet statisch, immers de komende jaren spelen de nodige ontwikkelingen en uitdagingen die hun ruimte in dit landschap vragen. Ontwikkelingen die kunnen worden aangegrepen om het landschap opnieuw vorm te geven en daarmee te versterken.

AGRARISCHE TRANSITIE Ten aanzien van ontwikkelingen in het agrarisch landschap is het van belang om de verdere perceelsverruiming in het landschap een halt te roepen door duidelijke spelregels. Daarnaast is het vergroten van de biodiversiteit in de landbouw, door middel van de aanleg van landschapselementen, kruidenrijk grasland en akkerrandvegetatie van belang. De regeling Landschap en Biodiversiteit speelt hierbij een belangrijke rol, maar anderzijds wordt onderzocht of een nieuw landschapsfonds een rol kan spelen. Verder wil de gemeente voor agrarische gronden die zij zelf verpacht in bos- en natuurgebieden de pachtvoorwaarden aanpassen, waardoor de landbouw hier meer te gast is.

ENERGIETRANSITIE Het ‘Uitnodigingskader lokale duurzame energie opwekking Oude IJsselstreek’, biedt voor diverse grondeigenaren, waaronder stoppende en actieve agrariërs een mogelijkheid om zijn gronden in te zetten voor bijvoorbeeld het telen van energie in combinatie met het herstellen van landschappelijke structuren, natuur en klimaatbestendigheid. Ook ontstaat er op deze wijze bij sommige energieprojecten een financiële motor achter de verdere ontwikkeling van het landschap. VERSTEDELIJKING Bij nieuwe verstedelijking in het buitengebied moeten spelregels gelden, waarbij uitgangspunt is dat het onderliggende landschap het vertrekpunt vormt voor de nieuwe functies. Ook moet ruimte worden gegeven aan nieuw groen binnen deze nieuwe stedelijke ontwikkelingen. Indien niet aan de spelregels kan worden voldaan, is het mogelijk een financiële bijdrage te doen in een landschapsfonds. Verder wil de gemeente ter aanvulling van de huidige concepten van woningbouw in het buitengebied (functieverandering) onderzoeken hoe het landschap verder versterkt kan worden in combinatie met het bouwen voor de doelgroepen jongeren en ouderen, dit onder de titel Es-wonen.

VISIE OP GROENE KERNEN NATUURONTWIKKELING De gemeente zet zich de komende jaren, samen met de provincie, actief in op de verdere ontwikkeling van de GNN. Dit onder andere door de ontwikkeling van nieuw bos, maar juist ook de ontwikkeling van kleine bossen binnen de gemeente. In samenwerking met de agrarische sector wil de gemeente boerenbossen (agrobosbouw) ontwikkelen, waarin een combinatie ontstaat van bos- en landbouw. Verder staat de ontwikkeling van kleine bosjes op voormalige vuilstortlocaties binnen de gemeente op de agenda. BIODIVERSITEIT LIJNELEMENTEN De groenstructuur speelt een belangrijke rol bij het herkennen van (route)structuren binnen de gemeente. De gemeente streeft ernaar om op doorgaande routes, die meerdere landschapstypen doorkruisen, de groene begeleiding mee te laten veranderen. Dit door aanplant van bomen en het vergroten van biodiversiteit. Andere structuurdragers binnen het landschap worden gevormd door bijvoorbeeld doorgaande waterlopen. Doel is om ook de biodiversiteit langs deze watergangen te vergroten door een aangepast ecologisch bermbeheer.

Niet alleen het landschap in het buitengebied, maar juist ook het groen in de kernen is van wezenlijk belang. In de kernen is het groen van belang voor de fysieke leefomgeving en daarmee de leefbaarheid van de kern. De kwaliteit, de ontwikkeling van de groenstructuur en het vergroten van (bio) diversiteit is daarbij van belang, Verder is klimaatadapatatie en groen bij ontwikkelingen binnen de kernen een wezenlijk onderdeel van de visie.

BIODIVERSITEIT In de kernen streeft de gemeente naar het zoveel mogelijk versterken van de ecologische waarde van de bestaande groenstructuur. Op kernniveau worden binnen de groenstructuur locaties in beeld gebracht voor extra aanplant van groen. Maar ook het aanpakken van groenvlakken met een monocultuur voor een meer ecologisch beheer is van belang. GROENSTRUCTUUR KERNEN De basis voor de groenstructuur wordt gevormd door de hoofdroutes in de kern en door de entrees van kernen, omdat men daar de kern binnengaat. Verder zijn de wat meer grootschalige structurerende groenelementen zoals parken, schoolpleinen, sportvelden en begraafplaatsen van belang. De groenstructuur wordt voor iedere kern bepaald en beschermd. Verder wordt onderzocht waar extra aanplant, dan wel het vergroten van de biodiversiteit noodzakelijk is.

KLIMAATADAPTATIE Grotere neerslaghoeveelheden en een oplopende thermometer. Het zijn reëel te verwachten en nu al merkbare effecten van een structurele klimaatverandering. Het nemen van maatregelen om deze effecten te voorkomen heet klimaatadaptatie. De in de kernen aanwezige groenstructuur, biedt aanknopingspunten om deze maatregelen in te passen. Per kern wordt een klimaatadaptatieplan opgesteld en bezien waar maatregelen noodzakelijk zijn, en op welke wijze deze worden ingepast. GROEN EN BOUWEN De gemeente wil dat er ook bij nieuwe ontwikkelingen in kernen, in de vorm van bijvoorbeeld woningbouw, voldoende aandacht is voor groen. Naast het behoud van bestaand groen wil de gemeente nieuw groen introduceren op die plaatsen waar ruimtelijke ontwikkelingen spelen. Dit door middel van het hanteren van een streefwaarde. Verder wil de gemeente ontwikkelaars en bouwers uitdagen om natuurinclusief te bouwen, zodanig dat ook de natuur er baat bij heeft.

UITVOERING In de visie zijn de afzonderlijke uitvoeringsaspecten per hoofdstuk (overkoepelende visie, visie op landschap en visie op groene kernen) omschreven. In het uitvoeringsdeel van de visie zijn deze in een uitvoeringsschema opgenomen. Het uitvoeringsschema geeft een overzicht van uit te voeren werkzaamheden en geeft de relatie tussen werkzaamheden aan. Eveneens geeft het schema uitvoer aan de planning van de werkzaamheden met een daarbij behorende indicatie van de kosten. Op deze wijze kan daadwerkelijk invulling worden gegeven aan de realisatie van de visie.

9

Visie op

1

landschap, natuur en groene kernen

DEEL A: VISIE

V L N G K

G E M E E N T E

O U D E

I J S S E L S T R E E K

1 INLEIDING 1.1 OUDE IJSSELSTREEK VEELZIJDIG Wie zegt Oude IJsselstreek denkt uiteraard aan de oerrijke Oude IJsselstroom en de hiermee opkomende ijzerindustrieën van weleer. Langs de Oude IJssel is de Nederlandse ijzerindustrie ontstaan. De ijzergieterijen die hier ontstonden zijn in wezen de voorlopers van de Hoogovens in IJmuiden. Deze industrie ontstond hier omdat het gebruik kon maken van de ijzeroer die hier in de grond zit. De rivier zorgde natuurlijk voor een geschikt transportkanaal, waardoor zich hier bekende ijzersmelterijen vestigden zoals ATAG, Pelgrim, Etna en DRU.

BUITENGEBIED Naast deze inmiddels verdwenen industrieën, kent de gemeente een gevarieerd en uitgestrekt buitengebied. Dit buitengebied kent veel afwisseling met overgangen van rivierengebied naar zandgebied en veenontginningen en heeft daaarmee een grote aantrekkingskracht op toeristen. Deze verscheidenheid is in het verleden ontstaan door verschillen in bodem, waterhuishouding en landgebruik. Elk landschap binnen de gemeente heeft daarmee zijn eigen ontstaansgeschiedenis en daardoor zijn eigen unieke patroon en structuur.

Onze voorouders hebben onze omgeving gevormd naar de omstandigheden die de streek te bieden had, om te wonen en te werken. Dit toont ook aan dat landschap, natuur en groene kernen altijd in ontwikkeling zijn. Voor de toekomst van het landschap is het goed om bewust om te gaan met de nog bestaande patronen en structuren. Deze patronen en structuren moeten gekoesterd worden. Zo kan het karakter van de verschillende landschappen worden toegepast in toekomstige ontwikkelingen van het landschap, zoals de ontwikkeling van de landbouw, de energietransitie, klimaatadaptatie, natuurontwikkeling en biodiversiteit, maar ook de verdergaande verstedelijking.

BEBOUWD GEBIED Naast een gevarieerd en uitgestrekt buitengebied bestaat het ‘bebouwde gebied’ uit dorpen en buurtschappen. De gemeente bestaat uit veertien kernen, waarvan de kernen Ulft, Gendringen, Silvolde, Terborg en Varsseveld de grootste zijn. De kernen hebben een eigen ontstaansgeschiedenis en een eigen karakter en verschillen dan ook in vorm en omvang.

De gemeente wil de identiteit van de afzonderlijke kernen versterken en daarmee de aantrekkelijkheid en leefbaarheid vergroten. Bij leefbaarheid speelt groen rondom, maar met name ook binnen de kern een grote rol. Groen is onmisbaar voor een prettige leefomgeving, men spreekt ook wel van Vitamine G(roen) en de groene omhelzing. Het zorgt niet alleen voor een vriendelijker aanblik van de gebouwde omgeving, maar bevordert ook het leefklimaat en de leefbaarheid in de kern. In ruimtelijk opzicht kan groen voor structuur, samenhang en herkenbaarheid zorgen. Niet in de laatste plaats speelt groen een belangrijke rol bij het meebewegen met het veranderend klimaat. Alle maatregelen die we nemen in het kader van dat meebewegen, noemen we ‘klimaatadaptatie’. Twee belangrijke verschijnselen die met het veranderend klimaat samenhangen, zijn een toename van het aantal extreme neerslag, maar ook droogte en een verhoging van de gemiddelde temperatuur. Groen in de gebouwde omgeving kan in beide gevallen een belangrijke rol vervullen bij het opvangen daarvan.

groen in het landschap en groen in de kern

+

V

L

V i s i e

N

o p

G

K

l a n d s c h a p ,

O

U

n a t u u r

D

e n

E

g r o e n e

I

J

S

k e r n e n

S

E

L

S

T

R

E

E

Topografische kaart van plangebied

Legenda topografie

12

K

1.2 DOEL EN OPBOUW VISIE VISIE Met de Visie op Landschap, Natuur en Groene Kernen geeft de gemeente richting aan de gewenste en noodzakelijke ontwikkeling van de groene (landschaps)structuren in zowel het buitengebied als in de kernen. Het behouden van de bestaande basiskwaliteit aan landschap en groen in de kernen staat daarbij voorop. De visie gaat in op de wijze waarop de kenmerkende landschappen binnen de gemeente voor de toekomst weer verder versterkt kunnen worden, in samenhang met de ontwikkelingen die de komende jaren op dit landschap afkomen. Eveneens gaat de visie in op de gewenste vergroening in de kernen en de wijze waarop groen een rol kan spelen in het vergroten van de leefbaarheid.

SAMENWERKING Voor een succesvolle realisatie van de in deze visie gestelde doelen, is de gemeente afhankelijk van diverse partners. Geheel in lijn met de nieuwe Omgevingswet is deze visie dan ook niet alleen een leidraad, maar vooral ook een uitnodiging aan partners en inwoners om mee te werken aan een herkenbare groene gemeente Oude IJsselstreek. Tijdens de vele gesprekken die we over voorliggende visie met elkaar hebben gehad, blijkt dat er vele initiatieven leven binnen de gemeenschap, echter dat men dat veelal niet van elkaar weet en dat dit ook weinig gecommuniceerd wordt. Het is dus zaak dat initiatieven met elkaar verbonden worden en dat we uitdragen dat we actief met ons landschap en groen aan de slag zijn.

De gemeente Oude IJsselstreek heeft in de loop der tijd meerdere plannen en beleidskaders ontwikkeld voor de groene ruimte. Het beleid is echter verouderd, versnipperd en ook niet altijd vastgesteld door de gemeenteraad. Op zichzelf is elk van deze kaders van nut en praktisch toepasbaar. Wat tot nu toe echter ontbrak, is een samenhangende Visie op Landschap, Natuur en Groene Kernen. Een plan, waarin het groen in haar diverse verschijningsvormen in een samenhangende structuur wordt geplaatst. Een plan waarin, vanuit deze structuur geredeneerd, praktische handvatten worden gegeven aan de gewenste ontwikkelingsrichting.

Het deel ‘visie’ beschrijft de groen- en landschapsstructuur zoals deze binnen de gemeente aanwezig is en formuleert daarnaast een duidelijke ambitie voor de toekomst. Hoe willen we landschap en groen behouden en ontwikkelen zowel in het buitengebied als in de kernen. Waar gaan we als gemeente mee aan de slag en waar werken we samen met partners.

Voorliggende Visie op Landschap, Natuur en Groene Kernen biedt dit gewenste toekomstbeeld.

1.3 TOTSTANDKOMING

Naast deze visie wordt er gewerkt aan de Omgevingsvisie waarin landschap een belangrijk aspect is, immers landschap is het totaal wat wij buiten waarnemen. In de Oude IJsselstreek noemen we het document van de Omgevingsvisie: Toekomstvisie Oude IJsselstreek. Voorliggende visie kan dan ook worden opgenomen in de Toekomstvisie Oude IJsselstreek en voor de relevante delen in het Omgevingsplan, waarin onder de vlag van de Omgevingswet regels voor de fysieke leefomgeving worden ondergebracht. Deze visie is opgesteld met het bovenstaande in gedachte. Het bestaat uit twee delen; een visie (deel A) en een uitvoeringsplan (deel B).

+

Deel B vormt het uitvoeringsplan. Het uitvoeringsplan bestaat in de basis uit een pakket acties, bedoeld om de visie ook daadwerkelijk in de gewenste richting te ontwikkelen en hiervoor de financiële middelen te reserveren.

Voorliggende visie is in drie fasen tot stand gekomen, namelijk een onderzoeksfase, een ontwerpfase en een vaststellingsfase. Als gevolg van de uitbraak van het COVID19 virus, in maart van dit jaar, is het proces rondom het tot stand komen van de visie enigszins gewijzigd. Met name de communicatie en discussie met de politiek heeft beperkt vorm gekregen en de daadwerkelijke consultatie met de politiek heeft na de zomer vorm gekregen aan de hand van de conceptvisie die is gepresenteerd. In bijlage I van deze visie is de totstandkoming van deze visie nader uiteengezet.

+ 13

V

L

V i s i e

N

o p

Verkenning landschap

14

G

K

l a n d s c h a p ,

O

U

n a t u u r

D

e n

E

g r o e n e

I

J

S

k e r n e n

S

E

L

S

T

R

E

E

K

1.4 LEESWIJZER Voorliggende visie bestaat uit een tweetal delen. Dit betreft deel A: de Visie op Landschap, Natuur en Groene Kernen en deel B: het uitvoeringsdeel dat de daadwerkelijke realisatie van de opgestelde visie weergeeft. Het eerste deel bestaat uit een inleidend hoofdstuk, waarna in hoofdstuk 2 het landschap en de voorkomende landschapstypen worden beschreven. In hoofdstuk 3 wordt een aantal landelijke transities beschreven die de komende jaren hun effect hebben op het landschap maar ook op het groen in de kernen.

In hoofdstuk 4 wordt de visie op hoofdlijnen gepresenteerd en wordt ingegaan op communicatie, behoud en beheer en onderhoud van groen en landschap in de gemeente. In hoofdstuk 5 wordt de visie voor het buitengebied nader uiteengezet, waarbij wordt ingegaan op de eerder beschreven transities en de wijze waarop deze kunnen worden gebruikt als motor achter de visie. In hoofdstuk 6 wordt de visie voor de groene kernen uiteengezet. Hiermee eindigt deel A van de visie.

+

Deel B is het uitvoeringsprogramma. In hoofdstuk 7 worden alle acties uit Deel A samengevat en geprioriteerd, zo is ook de planning overzichtelijk. Op hoofdlijnen zijn de kosten van de acties opgenomen. Daar waar het een beleidsstuk betreft die mogelijk een effect heeft op (uitvoerings)budgetten kan bij het vaststellen van het betreffende beleidsstuk een keuze worden gemaakt over het effect op de financiën. Hiermee is de visie niet uitsluitend een beleidsstuk, maar ontstaat een actief programma waarop kan worden gestuurd.

+ 15

Visie op

2

landschap, natuur en groene kernen

V L N G K

G E M E E N T E

O U D E

I J S S E L S T R E E K

2 HET LANDSCHAP

2.1 INLEIDING LANDSCHAP De gemeente kent een gevarieerd en uitgestrekt buitengebied. Dit buitengebied kent veel afwisseling en ligt op de overgang van het rivierengebied van Rijn en IJssel naar het zandgebied van OostNederland. Weilanden, akkers, bossen, rivieren en beken, rivierduinen en zelfs heide. In dit landschap liggen fraaie boerderijen, landgoederen zowel oud als nieuw, kastelen en andere bijzondere gebouwde elementen. Bebouwing die van oudsher geflankeerd wordt door groen. Veel groen.

De gemeente heeft een groen karakter en het landschapsbeeld wordt bepaald door rijen knotbomen, heggen, elzensingels, forse bomenrijen, bosschages en natuurlijk de rivier de Oude IJssel. Ook herbergt het landschap allerlei minder opvallende, maar wel karakteristieke elementen, zoals microreliëf in de vorm van steilranden en eskopjes, oude bewoningsplekken op hogere en drogere delen in het landschap en (zand)verstuivingen welke tot rivierduinen zoals Engbergen en Paasberg hebben geleid.

Al deze landschappelijke waarden en elementen vormen voor de inwoners van de gemeente Oude IJsselstreek de groene leefomgeving. Maar niet alleen het groene buitengebied wordt gewaardeerd. Ook het zogeheten groen in de kernen kent zijn waarde voor een ieders welzijn.

V

L

V i s i e

N

o p

G

K

l a n d s c h a p ,

O

U

n a t u u r

D

e n

E

g r o e n e

I

J

S

k e r n e n

S

E

L

S

T

R

E

E

Landschappen van de gemeente

Legenda topografie

topografie

18

K

2.2 HET LANDSCHAP IN LAGEN De lagenbenadering legt het landschap uiteen in drie lagen. De eerste laag bestaat uit abiotische laag, ofwel de fysieke ondergrond. Het vertelt iets over de ontstaansgeschiedenis en het water, de hoogte en de bodem.

De biotische laag gaat in op de natuurlijke rijkdom van het landschap en de netwerken hierin. Door ruimtelijke ingrepen kunnen veranderingen in het biotisch systeem ontstaan. De occupatie laag is een weerspiegeling van het menselijk handelen in het landschap. Het vertelt iets over de menselijke activiteiten zoals wonen, werken en recreëren en de fysieke neerslag daarvan.

Hierdoor kunnen (historische) patronen beter inzichtelijke gemaakt worden en begrijpen we het landschap. Of anders gezegd: we leren het landschap en de verschillende landschapstypen lezen. De omschrijving van de lagen en een toelichting op de verschillende landschapstypen staat beschreven in bijlage II.

abiotische laag (laag van de ondergrond)

biotische laag (laag van de natuur en netwerken)

occupatie laag (laag van het menselijk handelen)

19

V

L

V i s i e

N

o p

G

K

l a n d s c h a p ,

O

U

n a t u u r

D

e n

E

g r o e n e

I

J

S

k e r n e n

S

E

L

S

T

R

E

E

Basiskwaliteit van de gemeente

Legenda basiskwaliteit

20

K

2.3 BASISKWALITEIT Het huidige beeld van het landschap, zoals in bijlage II beschreven en in de kaartbeelden is opgenomen en geanalyseerd, vormt de basiskwaliteit van het landschap. De basiskwaliteit dient als fundament voor de toekomst. In de verschillende landschapstypen komen nog steeds landschapselementen als greppels en sloten, heggen, bomenrijen, houtwallen, houtsingels en bossen etc. voor. Door de inwoners van de gemeente, de passant en de recreant wordt dit beeld zeer gewaardeerd.

Voor de kernen betreft het met name het structurerende groen in de kernen langs hoofdinfrastructuur, bij de entree van kernen en de bestaande parken en groenvoorzieningen.

Voor de toekomst van het landschap is het goed om bewust om te gaan met de basiskwaliteit van nog bestaande patronen en structuren die bij de historische verschillende landschapstypen horen. De waardevolle structuren moeten behouden worden en daar waar mogelijk gestimuleerd worden om verder uit te bouwen.

Voorliggende Visie op Landschap, Natuur en Groene Kernen moet daar verandering in brengen.

De trend is echter dat de verschillen in het landschap afnemen en het landschap steeds grootschaliger wordt. Ook de verder gaande ‘verstedelijking’ legt druk op bestaande groengebieden in de kern.

Om kwaliteiten te kunnen behouden en mogelijk te versterken is de basiskwaliteit landschap en daarnaast een aantal bijzondere parels per landschapstype benoemd. Hoofdstuk 4 beschrijft hoe deze basiskwaliteit beschermd en behouden kan worden.

2.4 KWALITEITEN, KNELPUNTEN EN KANSEN Op de navolgende pagina’s worden de kwaliteiten (parels), knelpunten en kansen per landschapstype uiteengezet.

bijzondere patronen in het landschap, zandwegen zijn nog veel in de omgeving van Heelweg te vinden

21

V

L

V i s i e

K ER NK

N

o p

IT WALITE

G

K

l a n d s c h a p ,

O

U

n a t u u r

D

e n

E

g r o e n e

I

J

S

k e r n e n

S

EN

Landschapselementen Beplanting bestaat vooral uit houtwallen en houtsingels. Langs wegen staan bomenrijen en in het veld staan vaak solitaire bomen. Deze bomen, vaak op hoekpunten van percelen vormen echte blikvangers. Knotbomen komen vooral in de nattere delen voor. Verschillende soorten vertellen iets over het natte of drogere karakter van de gronden. Wilgen en elzen in de nattere delen en eiken en essen op de drogere delen. Hierdoor is het landschap te lezen. Kwaliteiten ¼ Kleinschalige kampenlandschap, afwisseling tussen open en besloten. Bijvoorbeeld in de omgeving van de Harterinkdijk en Seesinkbeek. ¼ Idinkbos en omgeving (groene hart van de gemeente), maar ook de afwisseling van bos met open plekken daarin. ¼ Herkenbaarheid van kleine kampen (eensmansessen) en steilranden in het gebied ten westen en zuiden van Varsseveld onder de noemer: Varsseveldse kopjes. ¼ Kleinschaligheid in het landschap door veel opgaande beplanting (perceelrandbeplanting, bomenrijen, houtwallen en bosschages). ¼ Vele (herstelde) onverharde kerkepaden als wandel- en fietsnetwerk. Knelpunten ¼ Agrarisch gebruik van open gronden in de bossen. ¼ Afname van kleinschaligheid van het landschap door verdwijnen van landschapselementen. ¼ Stoppende boeren in het gebied met als gevolg monocultuur van mais en aardappelen.

22

L

K ER NK

KAMPENLANDSCHAP Een kamp is een kleine individuele akker of clustering van akkers, ook wel es genoemd. Door de manier van bewerken ontstonden kleine bollingen en steilranden in het landschap, omzoomd met houtwallen en -singels. Hierdoor ontstond het kleinschalige en zo gewaardeerde landschap. Het ontstaan is in bijlage II beschreven.

E

S

IT WALITE

T

R

E

E

K

EN

HEIDE– EN BROEKONTGINNINGSLANDSCHAP Kansen ¼ Uitbreiden routenetwerk van wandel- en fietspaden en landschapselementen met als toevoeging het vertellen van de verhalen in het landschap en de ontstaansgeschiedenis ervan. Het leren lezen van het landschap (eigenlijk gemeentebreed). ¼ Uitbreiden areaal bos (binnen GNN en GO).

Vanwege verschillende factoren werd het mogelijk om rond 1900 de relatief natte heidegronden te ontginnen. De invloed van de factoren en het ontginnen in bijlage II beschreven. Landschapselementen Op de erven zijn vaak hoogstamfruitbomen al dan niet in de vorm van een gaard aanwezig. De perceelsgrenzen worden gevormd door sloten en greppels met elzensingels. De rechte wegen, op dijkjes vanwege het natte karakter, zijn aangezet met bomenrijen. Dit kan zowel enkelzijdig als dubbelzijdig en bestaan vaak uit eiken. Kwaliteiten ¼ Vennebulten met bos, heide en schaapskooi en recreatieve mogelijkheden. ¼ Halse Rug met glooiing in het landschap (microreliëf). ¼ Bossen met rabatten van het Noorderbroek. ¼ Elzensingels veelal in combinatie met greppels en sloten door het landschap. ¼ Zandwegen (zoals bijvoorbeeld de Landstraat bij Heelweg). ¼ De Boven-Slinge en de daarbij horende herinrichting als een natte ecologische verbindingszone. ¼ Wegen op dijkjes, zoals de Heidedijk die iets vertellen over de natte omstandigheden van weleer. Knelpunten ¼ Verdroging rabatbossen. ¼ Vitaliteit bossen. ¼ Afname kenmerkende elzensingels. ¼ Recreatieve druk op natuur in Vennebulten is groot. Kansen ¼ Vele sloten, greppels en watergangen benutten tegen verdroging, vasthouden van water in het gebied.

¼ Vele (kleine) bossen koppelen door middel van aanleg landschapselementen voor bijdrage aan natuurontwikkeling en robuuste landschapsstructuur.

K ER NK

IT WALITE

EN

K ER NK

IT WALITE

EN

VEENONTGINNINGSLANDSCHAP Dit landschap in het meest noordoostelijke deel van de gemeente te vinden. Dit gebied staat bekend als het Zwarte Veen. Vroeger was dit moeras, later veen en heide en nu vooral herkenbaar als open grasland met rechte lijnen. De rechte structuur en het ontstaan is in bijlage II beschreven. Landschapselementen De beplanting langs de wegen bestaat uit zware bomenrijen van populieren en Amerikaanse eiken. Verder wordt de structuur gemaakt door greppels en sloten met (deels) natuurvriendelijke oevers. Op enkele plekken is struweelbeplanting aanwezig. Kwaliteiten ¼ Rationeel en rechtlijnige verkavelingspatroon. ¼ Uniek landschap binnen gemeente met bijzondere natuurwaarden. Knelpunten ¼ Monocultuur huidig agrarisch gebruik als grasland. Kansen ¼ Potentie voor nieuwe natte natuur, in aansluiting bij Aaltens Goor en Vennebulten. ¼ Mogelijkheden voor waterberging. ¼ Herstel veenontwikkeling en vertellen van verhalen rondom veengeschiedenis. ¼ Recreatieve mogelijkheden (plattelandseconomie versterken) in aansluiting op omgeving.

RIVIERENLANDSCHAP Het rivierenlandschap in het zuidwestelijke deel van de gemeente is ontstaan onder invloed van rivieren. De invloed is in bijlage II beschreven.

Kwaliteiten ¼ Rivierduinen Paasberg en Engbergen en omgeving. ¼ Recreatieve mogelijkheden rondom het Azewijnse Broek (zandwinning Netterden). ¼ Natuurterrein en recreatieve mogelijkheden rondom De Pol (RWZI Waterschap Rijn en IJssel). ¼ Huize Landfort met omringend landschap. ¼ Waalse Water en de uitstroom in de Oude IJssel (nabij havenzate De Kemnade). ¼ Haagstructuren in het rivierkommenlandschap.

¼ Steilranden die het verhaal van het waterrijke verleden en de rivierlopen vertellen. ¼ De Oude IJssel en bijbehorende IJsselweiden (openheid) als groene slinger door de gemeente. ¼ Hoogteverschil in het landschap, met kernen die hoger liggen dan omringend landschap. ¼ Goede gronden voor agrarisch gebruik. ¼ Openheid, ontvankelijkheid en daarmee geschikt als weidevogelgebied rondom Aastrang. ¼ De openheid van de groene grens (NL-D). ¼ Verborgen stervormige verkaveling voormalig kasteel Lichtenberg ten zuiden van Silvolde. Knelpunten ¼ Verdwijnen hagen en elzensingels, waardoor landschap opener is geworden. ¼ Monotoon gebruik vanuit agrarische sector. ¼ Afname zichbaarheid hoogteverschil in landschap met kernen en omliggende lagere delen, door nieuwe bebouwing en het verdwijnen in verschil tussen beplanting en gelijk grondgebruik. Kansen ¼ Herstel landschapsbeplanting (naar voorbeeld van Wild Beheer Eenheid Gendringen-Bergh). ¼ Mogelijkheden toevoegen nieuwe landschapselementen (kruidenrijke grasstroken en hagen) vanwege openheid. ¼ Vuilstortplaatsen benutten voor aanplant kleine bosjes. ¼ Oude IJssel gebruiken als (ecologische) verbinding en groene long binnen de gemeente.

Landschapselementen De beplanting op de lagere delen bestaat uit hagen (knipheggen of struweelheggen), rietkragen met greppels en weteringen, elzensingels, knotwilgen en bomenrijen van onder andere es of populier. Op de hogere delen bestaat de beplanting uit elzensingels, knoteiken en hoogstamboomgaarden.

23

Visie op

3

landschap, natuur en groene kernen

V L N G K

G E M E E N T E

O U D E

I J S S E L S T R E E K

3. TRANSITIE VAN HET LANDSCHAP 3.1

ALGEMEEN

Het landschap is altijd in verandering omdat het is aangepast aan onze behoefte voor wonen en werken. In de afgelopen zeventig jaar namen bebouwing en versnippering van het landschap toe door aanleg van woonwijken, infrastructuur, kantoor-, winkel- en bedrijventerreinen en recreatieparken. Ook waar niet werd gebouwd veranderde het landschap door rationalisering, schaalvergroting, perceelsverruiming en industrialisering van de landbouw: sloten werden gedempt, het land werd ontwaterd, kavels werden samengevoegd, wegen werden aangelegd, kavelbeplanting en windsingels werden gekapt, hoogteverschillen genivelleerd en er kwam vooral steeds meer moderne agrarische bebouwing bij. In het buitengebied werden nieuwe natuurgebieden ontwikkeld en er verschenen windmolens en sinds kort ook zonneparken in het landschap. Zo ook in de Oude IJsselstreek.

3.3 NIEUWE COALITIES Al met al veranderingen die een grote impact hebben of kunnen hebben op het landschap, zo ook in de gemeente Oude IJsselstreek. Voorliggende visie betreft een visie op het landschap en het groen in de kernen, en poogt geen visie te zijn die antwoord biedt aan de beschreven transitieopgaven in Nederland. Toch is het goed de veranderingen in deze visie kort te benoemen en in hoofdlijnen te beschrijven hoe de veranderingen kunnen worden ingezet als zogeheten motor achter de ontwikkeling van het landschap en daarmee voorliggende visie. Er is sprake van de volgende (combinatie) van grote transitieopgaven: 1. Veranderende landbouw 2. Energietransitie 3. Verstedelijking 4. Ruimte voor natuur 5. Klimaatadaptatie

Doelen voor energietransitie, landbouw, verstedelijking, klimaatadaptatie en biodiversiteit vergen ingrepen die op gebiedsniveau vaak goed zijn te combineren. Combineren van functies leidt tot meervoudig ruimtegebruik en daarmee tot ruimtebesparing, en kan leiden tot een als mooier ervaren landschap. Bij het accommoderen en inpassen van de grote transities en de daarbij behorende ruimteclaims kan het zoeken naar combinaties van functies (waterberging én natuur; zonneparken in het landschap, wonen op het water, wonen in het landschap, etc.) het draagvlak voor landschapsvernieuwing vergroten. Ook ontstaat zo energie en mogelijk financiële middelen voor de ontwikkeling van het landschap, de zogeheten motor achter ontwikkeling.

3.2 TRANSITIES Het Nederlandse landschap blijft ook in de nabije toekomst veranderen. Er staan de nodige combinaties van grotere opgaven op het programma. Zo vragen niet alleen de energietransitie en klimaatadaptatie ruimte, maar ook de natuurontwikkeling en de voortgaande verstedelijking. Tegelijkertijd staat de landbouw, de traditionele drager van het Nederlandse landschap, voor een omvangrijke transitie: van de huidige, voornamelijk lineaire bedrijfsvoering naar een duurzame, circulaire en mogelijk ‘natuurinclusieve’ bedrijfsvoering en daarmee naar een ander ruimtegebruik. Ook neemt het aantal landbouwbedrijven de komende jaren nog af, waarmee mogelijk ruimte ‘vrij’ komt voor andere functies. Maar door alle transformaties ontstaat juist ook een grote druk op die beschikbare ruimte.

+ klimaatveranderingen: piekbuien, hittestress en droogte

zonneweide in het landschap

veranderende landbouw

V

L

V i s i e

N

o p

G

K

l a n d s c h a p ,

O

U

n a t u u r

D

e n

E

g r o e n e

I

J

S

k e r n e n

S

E

L

S

T

R

Die opgave is complex maar er lijkt geen reden tot pessimisme. Zo heeft de klimaatverandering ons genoodzaakt meer ruimte te maken voor de afvoer en berging van rivierwater. Het inmiddels bijna afgeronde Rijksprogramma Ruimte voor de rivier wordt algemeen als zeer succesvol beschouwd, zowel qua doelstellingen (driedubbele doelstelling: veiligheid én ruimtelijke kwaliteit én natuurontwikkeling), qua proces (lokale belanghebbenden werden expliciet in de besluitvorming betrokken) als qua resultaat (een veiliger land én een mooier landschap, met meer ruimte voor natuur en recreatie). Een mooi voorbeeld hiervan binnende gemeente is Engbergen waarbij recreatie, natuur en water plek heeft gekregen.

E

K

Engbergen

Waterberging en nieuwe natte natuur

Het gaat niet alleen om het verkennen van planologische mogelijkheden voor meervoudig ruimtegebruik op het schaalniveau van kavel of blok, maar ook om het zoeken naar nieuwe coalities, gedeelde belangen en betekenisvolle synergiën op lokaal en regionaal niveau. Nieuwe coalities vereisen betrokkenheid en een gedeeld eigenaarschap van boeren, ondernemers, burgers, maatschappelijke organisaties en de overheid.

E

Historische loop Oude IJssel

Nieuwe natte natuur bij landgoed

Natuurbeleving

Waterberging en nieuwe natte natuur

Fiets- en wandel als recreatieve route

herinrichting zone rondom Oude IJssel en Engbergen, een voorbeeld van nieuwe coalities

26

+

+

akkerrand vegetatie en meng- en strokenteelt als voorbeelden voor veranderende landbouw en zoeken naar een bijdrage voor het vergroten van de biodiversiteit

3.4 VERANDERENDE LANDBOUW ALGEMEEN Landbouw was lange tijd de belangrijkste onderlegger van het cultuurlandschap en daarmee de beeldbepaler van het Nederlandse landschap. De vele functies die verscheidene landschapselementen vervulden voor de landbouw zorgden voor een divers landschap. Sinds de modernisering van de landbouw in de jaren 50 vervult het landschap steeds minder functies voor agrarische bedrijven. Specialisatie, mechanisering en schaalvergroting hebben vele traditionele functies die landschapselementen in de landbouw hadden, overbodig gemaakt. Soms zijn die veranderingen goed zichtbaar, zoals de ruilverkaveling, gedempte sloten en verdwenen hagen, toegenomen oppervlakte maïsverbouw en soms hebben die subtieler plaatsgevonden, zoals de afname van de biodiversiteit in landbouwgebieden. In het proces van modernisering, rationalisering en productieverhoging is er sprake geweest van een bedrijfsmatige schaalvergroting. Het aantal land- en tuinbouwbedrijven is gestaag afgenomen, van 301.000 in 1960 tot 55.000 in 2017. Het totale landbouwareaal neemt ook af, van 75% van het landoppervlak (inclusief binnenwater) in 1950 tot geen 60% vandaag de dag. Het landschapsbeheer is de afgelopen jaren ook meer en meer onder druk komen te staan, onder meer doordat landschapsbeheer nauwelijks voorkwam in de Nederlandse interpretatie van het Gemeenschappelijk landbouwbeleid (GLB).

Het GLB biedt boeren de mogelijkheid een deel van hun land in aanmerking te laten komen voor EU-subsidie voor groene diensten, zoals een vergoeding voor het beheer van akkerranden, sloten, houtwallen en bomen op hun land. Maar de Nederlandse overheid maakt nu (nog) geen gebruik van deze mogelijkheid en neemt in de landbouwtelling uitsluitend landbouwproductiegrond mee. Dat leidt tot een perverse prikkel: als boeren die elementen kappen, omploegen en omzetten in grond voor hun agrarische bedrijf, dan krijgen ze voor die hectares wel subsidie, namelijk als landbouwproductiegrond. Het gevolg is geleidelijke aantasting van het Nederlandse landschap. Met het nieuwe GLB 2021-2027 zou de Nederlandse regering de GLB-doelen kunnen uitwerken in een zogenoemde landschapsinclusieve landbouw. Naast het nieuwe GLB biedt het nationale plan voor een kringlooplandbouw kansen om landbouwdoelstellingen te koppelen aan doelstellingen voor zowel natuur als landschap. De landbouw staat dan ook voor een grote hervormings- en verduurzamingsopgave, zowel qua productiemethoden als qua productievolumes. Daarnaast zal het aantal actieve agrariërs de komende jaren nog verder afnemen, hetgeen overigens niet betekend dat het landbouw areaal zomaar afneemt. De wereldbevolking, en dus de vraag naar voedsel, blijft groeien. In 2050 is de wereldbevolking gegroeid tot zo’n 9,5 miljard mensen.

Om de aarde niet uit te putten, moeten we anders gaan consumeren en produceren. Met kringlooplandbouw is het mogelijk voldoende voedsel te produceren binnen de grenzen van de planeet.

Misschien moeten we toe naar een situatie waarin we de boer niet alleen zien als producent van voedsel, maar als een heel belangrijke leverancier van meerdere maatschappelijke diensten. Daarvan is duurzame voedselproductie er één, maar ook de zorg voor de kwaliteit van de bodem, het grondwater, de biodiversiteit en het landschap.

LOKAAL In de gemeente vormt de landbouw een van de belangrijkste gebruikers van het buitengebied. De gevolgen van de hierboven aangehaalde modernisering en schaalvergroting heeft ook zijn effect gehad op de landschapsstructuren binnen de gemeente. Bomen, bosjes, houtwallen en hegstructuren zijn verdwenen, waarmee de kenmerken van de verschillende landschapstypen en de daarmee de herkenbaarheid van het landschap langzaam verdwijnt. Met name de perceelsvergrotingen binnen de gemeente hebben de kleinschaligheid aangetast. Ook de afname van biodiversiteit en de toegenomen oppervlakte maïsteelt zijn herkenbaar in de gemeente. Daarnaast kent de gemeente op dit moment nog zo’n 300 actieve agrariërs, maar is de verwachting dat dit aantal tot 2030 verder daalt tot ongeveer 200 bedrijven. Naast de transitie in de landbouw, en de ‘vernieuwde’ rol van agrariërs in het beheer van landschap en daar waar mogelijk natuur, moet er in de visie ook aandacht zijn voor de stoppende agrariër. Door de stoppende agrariërs kan grond vrijkomen voor de blijvende agrariërs waardoor voor hen mogelijk ruimte ontstaat om invulling te geven aan de verduurzamingsopgave. Hierbij is het wel belangrijk dat door eventueel gewenste perceelsvergroting geen landschapselementen verdwijnen.

27

V

L

V i s i e

N

o p

G

K

l a n d s c h a p ,

O

U

n a t u u r

D

e n

E

g r o e n e

I

J

S

k e r n e n

+

S

E

L

S

T

R

E

E

K

+

educatie en rondleiding over duurzame energie

kleine openingen geven nieuwe kansen

microreliëf in landschap volgen

Met andere woorden er moet gezocht worden naar goede landschaps-inclusieve alternatieven, dit voor zowel de actieve als de stoppende agrariër. In hoofdstuk 4 wordt omschreven hoe de basiskwaliteit van het landschap kan worden behouden en hoofdstuk 5 geeft de visie op ontwikkelingen in dit landschap.

Om deze doelstelling te bereiken zijn er globaal 3 pijlers: 1 verminderen van energie gebruik (en dus uitstoot), 2 opwekking van energie door duurzame bronnen; zowel elektriciteit als warmte en 3 de opslag van CO2 door bijvoorbeeld de aanplant van houtige gewassen. De pijlers 2 en 3 hebben of gaan gevolgen hebben voor het landschap en worden zichtbaar in onze fysieke leefomgeving. In het buitengebied door zowel een toename van onder andere windturbines en zonnevelden als de bijbehorende infrastructuur zoals nieuwe hoogspanningslijnen en nieuwe schakelstations. De transitie naar duurzame bronnen voor warmte staat nog in de kinderschoenen maar het is de verwachting dat deze transitie vooral in de kernen effect heeft. De bijbehorende infrastructuur zal ook zichtbaar worden in het buitengebied. Daarnaast is het ministerie van LNV voor de opslag van CO2 een bossenstrategie aan het ontwikkelen om in Nederland meer houtige gewassen te planten waardoor meer CO2 wordt opgeslagen.

Zo kan bijvoorbeeld een gepland zonneveld strijdig zijn met de wens voor het behoud van gronden voor agrarisch gebruik of vraagtekens opwerpen over het niet passende karakter van zonneparken in het landschap. De inpassing van deze nieuwe vormen van energie in ons landschap is dan ook essentieel, waarbij het streven moet zijn dat de nieuwe vormen van energie een bijdrage leveren aan het landschap en de biodiversiteit. Voor de opslag van CO2 in de vorm van houtige beplantingen is de verwachting dat de inpassing eenvoudiger is door aan te sluiten bij de landschapstypen. Bij deze maatregel worden andere uitdagingen verwacht namelijk letterlijk de ruimte, maar ook de kosten en baten.

3.5 ENERGIETRANSITIE ALGEMEEN Klimaatverandering dwingt ons allen tot een scherpe reductie van uitstoot van broeikasgassen, zoals CO2. Op basis van internationale afspraken, zijn de beleidsdoelstellingen helder, namelijk: voor 2050 wordt een reductie van minstens 95% van de huidige CO2-uitstoot nagestreefd. Dat betekent dat vrijwel al ons energiegebruik (zowel elektriciteit als warmte) met duurzame bronnen moet worden geproduceerd. Nederland heeft deze internationale doelstelling opgenomen in het klimaatakkoord dat in 2019 is vastgesteld. Het klimaatakkoord heeft een bredere doelstelling namelijk om als Nederland in 2030 49% minder broeikasgasemmissies en specifiek CO2 uit te stoten.

28

Het ruimtebeslag van de energietransitie kent grote tegenstellingen. Enerzijds is voldoende ruimte aanwezig. Anderzijds leiden nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen bijna onvermijdbaar tot frictie met huidig ruimtegebruik en andere belangen.

LOKAAL De gemeente Oude IJsselstreek wil in 2030 energieneutraal zijn. De gemeente werkt op verschillende vlakken aan dit doel. Voor de energieopwekking is een ruimtevraag aan de orde en daarom is het ‘Uitnodigingskader lokale duurzame energie opwekking’ gemaakt. Hierin staat per type energiebron hoeveel energie opgewekt moet worden om in 2030 energieneutraal te kunnen zijn, waar in de gemeente onder welke voorwaarden deze energie opgewekt mag worden, hoe een energiebron ingepast moet worden in het landschap en hoe omwonenden en gebruikers meegenomen moeten worden in de realisatie van het initiatief.

+

+

landschap en bebouwing verweven

kruidenvegetatie voor vergroenen bedrijventerrein

robuuste structuur voor water, groen en verblijf

Daarnaast werkt de gemeente Oude IJsselstreek aan de ‘Toekomstvisie warmte’ welke eind 2021 klaar moet zijn. Zo kan ook beleid worden ontwikkeld voor een transitie naar duurzame warmte. De Visie Landschap, Natuur en Groene Kernen kan als inbreng dienen voor de Toekomstvisie warmte. Gemeente Oude IJsselstreek heeft naar aanleiding van de wens van de gemeenteraad voor meer bos in de gemeente het Actieplan Bomen ontwikkeld. Dit is ook de eerste stap naar meer opslag van CO2 in de gemeente. De Visie Landschap, Natuur en Groene Kernen geeft meer handvatten voor behoud en ontwikkeling van landschap in de vorm van houtige beplanting, oftewel bos en landschapselementen.

De druk op het landschap neemt ook toe door de komst van distributiecentra en datacentra (de zogenoemde ‘verdozing’).

De lokale kwaliteitscriteria toetsen op zorgvuldig ruimte gebruik. In de kernen betekent dat eerst transformatie van leegstaand vastgoed, daarna inbreidingslocaties en daarna kan worden onderzocht of uitbreiding een optie is om aan de behoefte aan woningen te voldoen. Buiten de kernen betekent de toets op zorgvuldig ruimte gebruik dat extra verstening ongewenst is. We hanteren daarom de spelregel ‘voor wat, hoort wat’. Dat betekent bijvoorbeeld dat woningbouw mogelijk is als agrarisch vastgoed wordt gesloopt of getransformeerd. Daarnaast wordt bij ieder woningbouwplan een erf en/of landschappelijk inrichtingsplan gevraagd waarmee moet worden aangetoond dat het woningbouwplan ruimtelijke kwaliteit biedt. Een andere optie waarbij woningbouw in het buitengebied mogelijk is, is bij landgoedontwikkeling waarbij natuurontwikkeling de tegenprestatie is.

3.6 VERSTEDELIJKING ALGEMEEN Net als in de afgelopen dertig jaar zullen er ook de komende decennia nieuwe woningen, infrastructuur en bedrijven worden gebouwd. Afhankelijk van de prognoses en scenario’s neemt het aantal huishoudens en daarmee het benodigde extra aantal woningen tot 2040 ergens tussen de 160.000 en 1,3 miljoen toe, met als middenprognose een toename van zo’n 750.000 woningen*.

Wanneer die nieuwbouw wordt gerealiseerd in de bestaande steden, kan het omringende landschap worden gespaard. Er zijn echter ook grenzen aan verdichting, in termen van congestie, luchtkwaliteit en andere aspecten van de kwaliteit van de leefomgeving. Daarnaast zijn er andere ruimteclaims in de stad, bijvoorbeeld voor het klimaatbestendig maken van de stad (ruimte voor water en groen). Mogelijk kunnen die verschillende ruimteclaims slim met elkaar worden gecombineerd.

LOKAAL Binnen de gemeente Oude IJsselstreek is ook sprake van een tekort aan woningen, specifiek voor een aantal doelgroepen. In 2019 zijn in Achterhoek verband de ‘Kwalitatieve toetsingscriteria voor woningbouw’ vastgesteld met daarbij de aanvulling van Oude IJsselstreek de ‘Lokale kwaliteitscriteria woningbouw Oude IJsselstreek’. In de lokale kwaliteitscriteria staat ‘de juiste woning, op de juiste plek’ centraal. Dat betekent dat de behoefte aan de woningen moet worden aangetoond, meestal zijn dat woningen voor starters en levensloopbestendige woningen voor ouderen.

Daarnaast kent Varsseveld nog een uitbreiding van het bestaande bedrijventerrein Hofskamp Oost in oostelijke richting. Verder is, weliswaar net buiten de gemeente, nog een uitbreiding van het logistieke bedrijventerrein DocksNLD beoogd. * Duin, C. van, L. Stoeldraijer, D. van Roon & C. Harmsen (2016), Huishoudensprognose 2015-2060. Jongeren en ouderen langer thuis, CBS Bevolkingstrends 2016/04, pp. 1-31.

29

V

L

V i s i e

N

o p

G

K

l a n d s c h a p ,

O

U

n a t u u r

D

e n

E

g r o e n e

I

J

S

k e r n e n

S

E

L

S

T

R

E

E

GNN en GO structuur binnen gemeente

Legenda natuur

30

K

In voorliggende visie willen we nieuwe bebouwing inpassen in het landschap. Dit door richtlijnen op te stellen voor bijvoorbeeld de locatie (geografische spreiding) en landschappelijke inpassing daarvan, dan wel een bijdrage aan het algemene belang van landschap. Daarbij is niet alleen van belang dat het onderliggende landschap vertrekpunt vormt voor de ontwikkeling, maar dat de ontwikkeling zelf ook een substantieel deel groen omvat.

Provincie Gelderland werkt sinds de decentralisatie van het natuurbeleid in 2012 aan realisatie en beheer van het Gelders Natuurnetwerk. Gelderland heeft met het Rijk afgesproken om het Gelders Natuurnetwerk uiterlijk in 2027 af te ronden en heeft zichzelf ten doel gesteld om dit te versnellen en om uiterlijk in 2025 klaar te zijn. Hiervoor moet in de periode van 2011-2025 in totaal 10.500 hectare nieuwe natuur zijn toegevoegd aan het Gelders Natuurnetwerk.

Hierbij stimuleren we om te zoeken naar integrale oplossingen om zo een groen en aantrekkelijk landschap in en om de kernen te realiseren. De nieuwe of verhuisde inwoners profiteren daar ook van omdat wonen in een groene omgeving bijdraagt aan een ieders welzijn en woontevredenheid.

LOKAAL In Gelderland is de NNN doorvertaald naar het Gelders Natuur Netwerk (GNN) en daarbinnen de zogeheten Groen Ontwikkelingszone (GO) waar nieuwe natuur ontwikkelt, dient te worden. Afhankelijk van het huidige grondbezit staan provincies in samenwerking met gemeenten binnen de GNN en GO voor verschillende opgaven om tot functieverandering te komen, met daarbij een uiteenlopend kostenplaatje. De grootste opgave is om bestaand landbouwareaal in natuurgebied om te zetten. Dat vereist de bereidwilligheid en de praktische en financiële mogelijkheden van agrariërs om op zijn minst een deel van hun bedrijfsvoering anders in te richten.

3.7 RUIMTE VOOR NATUUR ALGEMEEN Al decennialang neemt de biodiversiteit in Nederland af. De oorzaken daarvoor zijn meervoudig: de afname van het areaal natuurgebied en de versnippering daarvan door nieuwe infrastructuur en voortgaande verstedelijking enerzijds, en de modernisering en intensivering van de landbouw anderzijds. Die negatieve trend is niet tot Nederland beperkt gebleven. Daarom zijn er al in de jaren ’70 en ’80 van de vorige eeuw binnen Europa afspraken gemaakt over de bescherming van kwetsbare soorten en leefgebieden. Om de natuur niet alleen figuurlijk maar ook letterlijk weer meer ruimte te geven, wordt in Nederland gewerkt aan de realisering van het zogeheten Natuurnetwerk Nederland (NNN). Het NNN is een netwerk van bestaande en nieuw te realiseren natuurgebieden en werd in 1990 als Ecologische Hoofdstructuur (EHS) geïntroduceerd in het Natuurbeleidsplan. Om kwetsbare soorten en leefgebieden te beschermen en de achteruitgang van de biodiversiteit te keren, worden bestaande natuurgebieden uitgebreid en met elkaar verbonden. Er wordt gestreefd naar het beheren van aangrenzende en tussenliggende landbouwgronden, aan de hand van overeenkomstige natuurdoelentypen.

Binnen de gemeente is een drietal zones aanwezig waarbinnen de natuur verder ontwikkeld kan worden en er mogelijkheden bestaan om bijvoorbeeld landbouwgronden om te zetten naar nieuwe natuur. Vanuit de eerder geschetste opgave is er dan ook nog een substantiële ruimteclaim voor nieuwe natuur. Binnen de gemeente is de GNN nadrukkelijk aanwezig, zie nevenstaand kaartbeeld. Bij de verwezenlijking van voorliggende visie is de ontwikkeling van nieuwe natuur in de GNN een belangrijker motor achter de verdere ontwikkeling van het landschap, te combineren met de ander aangehaalde ruimteclaims op het landschap.

Dit betreft met name een provinciale opgave, waaarbij de gemeente graag een samenwerkignspartner is.

3.8 KLIMAATADAPTATIE ALGEMEEN Grotere neerslaghoeveelheden en een oplopende thermometer. Het zijn reëel te verwachten en nu al merkbare effecten van een structurele klimaatverandering. Het is van belang om deze veranderingen te onderkennen en onze leefomgeving op deze veranderingen aan te passen. Dit noemen we klimaatadaptatie. Dit gaat niet alleen om stedelijke gebieden, maar ook droogte, dan wel extreme buien hebben hun effecten op de landbouw dan wel de natuur. In Nederland leidt klimaatverandering tot hogere temperaturen, meer (extreme) neerslag, drogere zomers en een stijgende zeespiegel. Het gaat daarbij niet alleen om geleidelijke veranderingen. Extreem weer, zoals hittegolven en forse regenen hagelbuien, zal steeds vaker voorkomen en tot meer schade en slachtoffers leiden dan voorheen het geval was. Nu klimaatverandering zich nog sneller en in sterkere mate voltrekt dan werd verwacht. De effecten van klimaatverandering moeten worden verkleind of ten minste beheersbaar blijven. Het gaat onder meer om schades, overlast, ziekten, vroegtijdige sterfte en nadelige veranderingen in milieukwaliteit en ecosystemen.

LOKAAL De stresskaarten zijn gemaakt als samenwerking tussen Waterschap Rijn en IJssel en de gemeente Doetinchem, Montferland en Oude IJsselstreek. Dit voor zowel het buitengebied, als de kernen. In het buitengebied is droogte een groot probleem, in de kernen met name hittestress en wateroverlast. In het buitengebied is het waterschap aan zet voor deze opgaven. In de kernen is de gemeente aan zet. Een groenstructuur biedt goede aanknopingspunten om maatregelen die in het kader van deze klimaatadaptatie worden gekozen, ruimtelijk in te passen. Het is dan ook zaak om inzichtelijk te maken waar het vergroenen van kernen essentieel is.

V

L

V i s i e

N

o p

G

K

l a n d s c h a p ,

O

U

n a t u u r

D

e n

E

g r o e n e

I

J

S

k e r n e n

S

E

L

S

T

R

E

E

K

Inspelen op klimaatsveranderingen

+ een kern in beeld; straat in bebouwd gebied

stresskaarten- hittestress; oranje en rood zijn aanzienlijk warmer

+ 32

een ke

hittestress

watero

+

ern in beeld; straten in bebouwd gebied

overlast

droogte

+ hoogtekaart; rood is hoger gelegen, geel ligt er lager tussen

stresskaarten- wateroverlast; rood en geel staat water op straat

+ 33

Visie op

4

landschap, natuur en groene kernen

V L N G K

G E M E E N T E

O U D E

I J S S E L S T R E E K

4. OVERKOEPELENDE VISIE 4.1

ALGEMEEN

In de vele gesprekken die zijn gevoerd over voorliggende visie, kwam een aantal onderwerpen steeds weer naar voren. Dit betroffen de zorg voor het verdwijnen van het karakteristieke landschap en de oproep hier een halt aan te roepen, het negatieve beeld dat er vooral landschap en groen verdwijnt en het feit dat voor het beheer van landschap structureel geld noodzakelijk is. Het is dus nodig om een algemeen overkoepelende visie op te stellen over deze onderwerpen. Een algemeen overkoepelende visie wordt opgesteld ten aanzien van de volgende onderwerpen: behoud van de basiskwaliteit van groen en landschap, de communicatie met en educatie van inwoners van alle leeftijden, de financieringsmogelijkheden van landschapsontwikkeling en het beheer en onderhoud van groen.

4.2 BEHOUD BASISKWALITEITEN In hoofdstuk 2 met bijbehorende bijlagen zijn de verschillende landschappen in Oude IJsselstreek met de karakteristieken beschreven. Deze basiskwaliteit wordt gevormd door het aanwezige groen, landschapselementen, en het microreliëf in het landschap. Het is van belang de basiskwaliteit voor de toekomst te behouden en daarmee dus ook goed te beschermen.

OMGEVINGSPLAN In Oude IJsselstreek worden bomen en landschapselementen op twee aanvullende wijzen beschermd: door de ‘Bomenverordening gemeente Oude IJsselstreek’ en door het bestemmingsplan ‘Buitengebied 2017’.

Door de beoogde invoering van de Omgevingswet moet ook een Omgevingsplan worden opgesteld. Beide instrumenten, zowel bomenverordening als, bestemmingsplan moeten dan worden herzien en omgebouwd tot het Omgevingsplan. Dit is aanleiding en kans om basiskwaliteit landschap goed te verankeren in het Omgevingsplan. Met bestemmingen, dubbelbestemmingen en aanduidingen is het mogelijk landschappen, maar ook elementen en of structureren te beschermen. Door werkzaamheden in deze landschappen, of aan elementen te koppelen aan een vergunningsplicht, ontstaat een middel om aanvragen te beoordelen en indien ongewenst de vergunningen hiervoor te weigeren. In het huidige bestemmingsplan “Buitengebied 2017” van de gemeente Oude IJsselstreek is een eerste aanzet gemaakt om de bescherming van het landschap te koppelen aan een vergunningsplicht. In het bestemmingsplan zijn zogeheten landschapswaarden beschermd door middel van een gebiedsaanduiding ‘Waarde – Landschap. De landschapswaarden die vervolgens in het bestemmingsplan zijn benoemd zijn: ¼ de beslotenheid/houtwallenlandschap; ¼ de openheid van het landschap; ¼ het reliëf van de bodem; ¼ de vegetatie behorende bij droge omstandigheden; ¼ en zandwegen.

En doordat voor de uitvoering van bepaalde werkzaamheden een vergunning moet worden aangevraagd, kan een afweging worden gemaakt. Ook zijn veel houtsingels, houtwallen en bospercelen bestemd als ‘Bos’. De werkzaamheden zijn opgenomen in een vergunningstelsel en in het kader op de volgende pagina weergegeven. Bij een aanvraag wordt beoordeeld of de landschapswaarden door de gevolgen van de voorgestelde ingreep niet blijvend afbreuk wordt gedaan. Soms kan door het stellen van voorwaarden aan de voorgestelde werkzaamheden alsnog toestemming worden gegeven.

In de visie wordt ingezet op het behouden van de basiskwaliteit van groen en landschap. Naast behoud van de kwaliteit pakt de gemeente de verwezenlijking van visie zelf op. De gemeente realiseert de visie echter niet alleen. De visie moet vooral ook anderen stimuleren om mee te werken aan een groene en gezonde leefomgeving. Middels de drie iconen bovenaan de pagina, is in de volgende hoofdstukken per onderdeel aangegeven wat het karakter van het onderwerp is. Behouden, zelf doen of stimuleren.

Deze landschapswaarden worden beschermd door middel van aanduidingen op de bestemmingsplankaart.

+

+

V

L

V i s i e

N

o p

G

K

l a n d s c h a p ,

O

U

n a t u u r

D

e n

E

g r o e n e

I

J

S

k e r n e n

S

E

L

S

T

R

E

E

K

+ uitsnede luchtfoto buitengebied rondom Idinkbos

uitsnede BP-kaart buitengebied rondom Idinkbos

4.3 COMMUNICATIE EN EDUCATIE Door deze systematiek is de waarde van het landschap vastgelegd in een planologisch instrumentarium. Zaak is uiteraard wel dat duidelijk moet worden wanneer een vergunning voor bijvoorbeeld het vellen van houtopstanden wel kan worden verleend en wanneer niet. Dit valt of staat bij het opstellen van een adequaat beoordelingskader voor dergelijk vergunningsaanvragen. Dit is een opgave voor de gemeente Oude IJsselstreek. Daarnaast moet duidelijk worden gemaakt wanneer sprake is van compensatie gekoppeld aan een eventueel verleende vergunning. Dit bijvoorbeeld ter voorkoming van perceelsverruiming waarop in paragraaf 5.2 nader wordt ingegaan.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.oude-ijsselstreek.nl/api/v1/meetings/4156/documents/19687