CConstaterende datOude IJsselstreek
Koppel je AI →
Document · PDF

Concept Verordening Sociaal Domein gemeente Oude IJsselstreek 2022 versie raad.pdf

Raadsvergadering 20 oktober 2022, gemeente Oude IJsselstreekBij agendapunt: 1: Gewijzigde verordening sociaal domein i.k.v. bestuursopdracht Wmo18.388 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

Een schone en leefbare woning als genoemd in lid 1 betekent dat de vertrekken genoemd in lid 2 hygiënisch en veilig moeten zijn. Het huis mag niet vervuilen. 5.2.3 Beschermd wonen [Wmo] 1. De inwoner kan in aanmerking komen voor beschermd wonen indien: a. de inwoner is aangewezen op een beschermende woonomgeving, gelet op complexe problematiek; b. de complexe problematiek niet voortkomt uit een (acute) crisissituatie waarbij de gemeente nog geen indicatie voor beschermd wonen kan vaststellen; c. de maatwerkvoorziening(en) begeleiding of dagbesteding, al dan niet gecombineerd met ambulante diensten vanuit de Zorgverzekeringswet geen passende oplossing bieden; d. het beschermd wonen (mede) gericht is op het in staat stellen van de inwoner om zich op eigen kracht te handhaven in de samenleving. 2. Een beschermende woonomgeving gaat in het geval van beschermd wonen en beschut wonen gepaard met (noodzakelijk) verblijf in een accommodatie van een aanbieder waar 24-uurs toezicht en dagelijks aangewezen (geplande en ongeplande) ondersteuning wordt geboden. 3. Afhankelijk van de aard en omvang van de complexe problematiek zoals beschreven in het eerste lid onderdeel a, kan onder een beschermende woonomgeving in het geval van beschut wonen of beschermd thuis ook een woning al dan niet in de eigen omgeving worden verstaan.

Hierbij wordt het toezicht en de ondersteuning zoals beschreven in het vorige lid in de directe nabijheid geboden. 4. Doetinchem is als centrumgemeente verantwoordelijk voor de betalingen aan de aanbieders. Voor de eigen bijdrage gelden de regels uit de geldende verordening maatschappelijke ondersteuning van de gemeente Doetinchem. 5.2.4 Maatschappelijke opvang [Wmo] Voor inwoners die een maatwerkvoorziening in de vorm van maatschappelijke opvang nodig hebben, gelden de regels die zijn vastgelegd in de geldende verordening maatschappelijke ondersteuning gemeente Doetinchem. De gemeente Doetinchem is als centrumgemeente verantwoordelijk voor de uitvoering van maatschappelijke opvang.

Verordening Sociaal Domein gemeente Oude IJsselstreek 2022

21

5.3

Dagbesteding en begeleiding

5.3.1 Een ingevulde dag hebben [Wmo] 1. De gemeente zorgt ervoor dat inwoners die vanwege een beperking onvoldoende in staat zijn om de dag goed in te vullen, een maatwerkvoorziening kunnen krijgen. Zij moeten wel voldoen aan de voorwaarden genoemd in artikel 3.3.2 van deze verordening. 2. De maatwerkvoorziening houdt in dat inwoners mee kunnen doen aan arbeidsmatige, recreatieve of andere begeleide groepsactiviteiten voor maximaal 9 dagdelen per week. 3. De gemeente kan indien nodig het vervoer naar de maatwerkvoorziening organiseren. 5.3.2 Veiligheid bij deelname aan de samenleving [Wmo] 1. De gemeente zorgt ervoor dat inwoners die hulp nodig hebben om veilig de dag door te komen, een maatwerkvoorziening kunnen krijgen. Zij moeten wel voldoen aan de voorwaarden genoemd in artikel 3.3.2 van deze verordening. 2. De maatwerkvoorziening houdt in dat inwoners begeleid worden. De begeleiding kan een-op-een of in een groep plaatsvinden. Het betekent, dat de begeleider toezicht houdt op de dagelijkse gang van zaken en de inwoner helpt om op een goede manier met zijn omgeving te communiceren. De begeleider kan ook helpen bij normale (dagelijkse) activiteiten, zoals het structureren van de dag, het doen van de administratie en het beheren van de financiën.

5.4

Meedoen aan de samenleving

5.4.1 Verplaatsen in en om de woning [Wmo] 1. De gemeente zorgt ervoor dat inwoners die zich vanwege een beperking niet voldoende kunnen verplaatsen in en om de woning, een maatwerkvoorziening kunnen krijgen. 2. De maatwerkvoorziening houdt in dat de inwoner een rolstoel kan krijgen die geschikt is voor dagelijks zittend en permanent gebruik door de inwoner. 5.4.2 Verplaatsen dichtbij huis [Wmo] 1. De gemeente zorgt ervoor dat inwoners die vanwege een beperking onvoldoende mogelijkheden hebben om binnen redelijke grenzen contact met anderen te hebben, hulp-op maat kunnen krijgen. Zij moeten wel voldoen aan de voorwaarden genoemd in artikel 3.3.2 van deze verordening. 2. De maatwerkvoorziening houdt in dat inwoners geholpen worden bij het vervoer dicht bij huis zodat ze mee kunnen doen met recreatieve, maatschappelijke en religieuze activiteiten en zelf de dagelijkse boodschappen kunnen doen. Die hulp kan bestaan in het aanbieden van: a. de mogelijkheid om te reizen met collectief taxivervoer (ZOOV); b. een taxi; c. een scootmobiel, of d. het gebruikmaken van een ander vervoermiddel. 3. Het moet gaan om: a. het zich verplaatsen rondom de woning; b. het zich verplaatsen over een redelijke afstand bij huis; of c. het zich verplaatsen over reguliere verharde paden en wegen. 4.

Om collectief taxivervoer voor inwoners die dat nodig hebben beschikbaar en betaalbaar te houden kijkt de gemeente eerst of een vervoersvraag opgelost kan worden met collectief taxivervoer, voordat andere een maatwerkvoorziening voorzieningen aan de orde kunnen komen.

Verordening Sociaal Domein gemeente Oude IJsselstreek 2022

22

5.5

Weigeringsgronden

[Wmo] Geen maatwerkvoorziening wordt verstrekt als: a. de inwoner de gevraagde voorziening voor de melding heeft gerealiseerd of geaccepteerd, tenzij er sprake is van een acute noodsituatie waardoor het voor de inwoner dringend noodzakelijk was de voorziening te treffen; b. de inwoner de gevraagde voorziening na de melding en vóór datum van het besluit van de gemeente heeft gerealiseerd of geaccepteerd, tenzij de gemeente daarvoor schriftelijk toestemming heeft gegeven of de gemeente de noodzaak en passendheid van de voorziening en de gemaakte kosten achteraf nog kan beoordelen.

5.6

Mantelzorg (betekenisvolle naaste)

5.6.1 Ondersteuning en waardering mantelzorger [Wmo] 1. Voor inwoners die een betekenisvolle naaste zijn en mantelzorg geven, is er vrij toegankelijke advies of hulp beschikbaar. De gemeente kan indien nodig ook een maatwerkvoorziening voor de hulpontvangende inwoner beschikbaar stellen. 2. De gemeente waardeert de inzet van mantelzorgers voor inwoners met een chronische ziekte, lichamelijke of geestelijke beperking. Daarom stelt de gemeente jaarlijks een mantelzorgwaardering vast. Het doel van de mantelzorgwaardering is om waardering uit te spreken voor hun inzet en het belang van mantelzorgers voor de samenleving te onderstrepen.

5.6.2 Voorwaarden mantelzorgwaardering [Wmo] 1. Mantelzorgwaardering kan worden aangevraagd door de inwoner die mantelzorg ontvangt of door de mantelzorger zelf. Er moet voldaan zijn aan de volgende voorwaarden: a. De hulpontvanger is een inwoner van de gemeente Oude IJsselstreek; b. De mantelzorg wordt op vrijwillige basis, zonder dat daarvoor wordt betaald, verleend vanwege een tussen de personen bestaande sociale relatie (bijvoorbeeld familie, vrienden of buren). 2. De gemeente maakt jaarlijks via de gemeentepagina in het huis-aan-huis-blad bekend op welke wijze mantelzorgers worden gewaardeerd, hoe de waardering aangevraagd kan worden en voor wanneer de aanvraag ingediend moet zijn. 3. Een mantelzorger kan één keer per jaar voor één hulpontvangende inwoner mantelzorgwaardering ontvangen. 4. Een mantelzorger die mantelzorg verleende aan een hulpontvangende inwoner die in de loop van het jaar is overleden, komt in dat kalenderjaar nog in aanmerking voor mantelzorgwaardering.

Verordening Sociaal Domein gemeente Oude IJsselstreek 2022

23

6

De vorm van de hulp

De hulp die de gemeente geeft is in principe ‘in natura’: de gemeente zorgt ervoor dat er hulp wordt ingezet. Dat kan in de vorm van een dienst zijn (bijvoorbeeld hulp in de huishouding), maar het is ook mogelijk dat er een product wordt gegeven (bijvoorbeeld een rolstoel). In bepaalde gevallen kan de hulp in de vorm van geld worden gegeven (inkomenstoeslag) of als een persoonsgebonden budget. In dit hoofdstuk is geregeld op welke manier de gemeente de hulp geeft. Ook is geregeld wanneer de gemeente een financiële bijdrage aan de inwoner kan vragen. Kernwaarden: ❖ De gemeente versterkt de zelfredzaamheid van de inwoner. ❖ De inwoner is zelf verantwoordelijk, de gemeente helpt als dat nodig is. ❖ De eigen mogelijkheden en het sociale netwerk van de inwoner gaan voor. ❖ De gemeente stemt de hulp af op de inwoner. ❖ De gemeente maakt de hulp makkelijk bereikbaar.

6.1

Hulp in natura

[Jeugdwet, Wmo, Gemeentewet] 1. De inwoner die hulp van de gemeente krijgt, ontvangt hulp in natura (een dienst of een product), tenzij in de wet of in deze verordening anders is bepaald. Een product wordt in de regel in bruikleen verstrekt. 2. De gemeente zorgt ervoor dat de leverancier van een product de inwoner voldoende helpt om het product goed te kunnen gebruiken. 3. De gemeente zorgt ervoor dat de leverancier van een product de wettelijke bepalingen over de garantie naleeft. 4. De leverancier informeert de inwoner over alles wat van belang is om te weten over de dienst of het product.

6.2

Hulp in geld

[Wmo, Gemeentewet, Awb] De inwoner die hulp van de gemeente krijgt ontvangt hulp in de vorm van geld, als dat in de wet of in deze verordening zo is bepaald.

6.3

Persoonsgebonden budget

6.3.1 Voorwaarden [Jeugdwet, Wmo] 1. In plaats van hulp in natura kan de inwoner een persoonsgebonden budget (pgb) krijgen als het om hulp uit de Wmo 2015 of jeugdhulp gaat en voldaan is aan de voorwaarden die de Wmo 2015 en de Jeugdwet stellen. 2. Om gebruik te kunnen maken van een pgb dient de inwoner een pgb-plan op te stellen. 3. Het pgb is bedoeld voor hulp, maar kan niet aan alle kosten die daarmee te maken hebben worden besteed. Het pgb kan niet besteed worden aan: a. kosten voor bemiddeling, tussenpersonen of belangenbehartigers. Uitgezonderd zijn de bemiddelingskosten uit artikel 6.3.2; b. het voeren van een pgb-administratie; c. ondersteuning bij het aanvragen en beheren van een pgb-administratie; en d. kosten voor een feestdagenuitkering aan de hulpverlener(s). 4. De gemeente verstrekt geen pgb in de volgende situaties: a. De kosten zijn gemaakt vóórdat de aanvraag is ingediend en het is niet meer na te gaan of die hulp nodig was. De gemeente maakt een uitzondering voor acute situaties. b. Voorzieningen waarvoor een vrij toegankelijke voorziening aanwezig is. c. Uit het door de inwoner ingediende pgb-plan blijkt niet dat de kwaliteit van de hulp voldoende gewaarborgd is.

Verordening Sociaal Domein gemeente Oude IJsselstreek 2022

24

d. 5.

De inwoner kan het pgb niet zelf beheren en de beoogde pgb-beheerder is dezelfde persoon als de beoogde hulpverlener. De gemeente heeft in het besluit sociaal domein nadere regels vastgelegd over de voorwaarden van het pgb.

6.3.2 Pgb bij hulp door personen uit het sociale netwerk [Jeugdwet, Wmo] Voor de persoon die hulp verleent vanuit het sociale netwerk van de inwoner hanteert de gemeente een tarief gebaseerd op het Wettelijk minimumloon. 6.3.3 Pgb bij hulp door ZZP-er of zorgaanbieder [Jeugdwet, Wmo] De ZZP-er of zorgaanbieder die hulp geeft voldoet aan de door de gemeente gehanteerde tarieven: a. De gemeente hanteert voor hulp bij het huishouden een tarief dat maximaal 100% bedraagt van het laagste toepasselijke tarief per uur dat een door de gemeente gecontracteerde leverancier hiervoor zou hanteren. b. De gemeente hanteert voor begeleiding, persoonlijke verzorging of logeren een tarief dat maximaal 100% bedraagt van het laagste toepasselijke tarief per uur dat een door de gemeente gecontracteerde leverancier hiervoor zou hanteren. c. Als hulp wordt geboden door een professionele aanbieder, dan geldt de voorwaarde dat deze persoon hiertoe is opgeleid en deskundigheid bezit op het gebied van de hulpvraag van de inwoner en/of zijn stoornis of beperking. 6.3.4 Hoogte en tarief pgb [Jeugdwet, Wmo] 1. Het pgb wordt door de medewerker vastgesteld aan de hand van een plan over de besteding van het pgb dat de inwoner heeft gemaakt (pgb-plan). Het plan moet goedgekeurd zijn door de medewerker. 2.

Het pgb wordt gebaseerd op een offerte voor de aangegeven kosten én op basis van de kosten die de gemeente gemaakt zou hebben als er hulp in natura zou zijn verstrekt. Gaat het om een product, dan houdt de gemeente bij de hoogte van het pgb rekening met een reële termijn voor de technische afschrijving en met de onderhoudsen verzekeringskosten. 3. De gemeente staat het niet toe dat een pgb als “maandloon-optie” wordt ingezet. 4. De gemeente stelt het tarief voor hulp door iemand uit het sociale netwerk vast op het goedgekeurde tarief uit artikel 6.3.2 van deze verordening. 5. Als de hulp wordt gegeven door een bloed- of aanverwant in de eerste of tweede graad, wordt dit altijd als hulp door iemand uit het sociale netwerk gezien. Wordt de hulp gegeven door een ander uit het sociale netwerk die beroepsmatig als ZZP-er de hulp verleent, dan gelden de regels voor beroepsmatig verleende hulp. 6. De gemeente hanteert voor een pgb voor vervoer (inclusief rolstoelvervoer) om deel te nemen aan groepsondersteuning een vast tarief. Dit tarief is opgenomen in het Besluit Sociaal Domein. 7. De gemeente kan de pgb-tarieven jaarlijks indexeren conform de indexering van de zorg in natura tarieven. 8. De gemeente heeft nadere regels in het besluit sociaal domein vastgelegd over de hoogte en het tarief van het pgb en het format van het pgb-plan.

6.3.5 Verantwoording pgb [Jeugdwet, Wmo] De gemeente kan de inwoner vragen om duidelijk te maken hoe het pgb is besteed en welke resultaten de hulp voor de inwoner heeft gehad.

6.4

Tegemoetkoming meerkosten persoon met beperking of chronische problemen

Verordening Sociaal Domein gemeente Oude IJsselstreek 2022

25

6.4.1 Voorwaarden tegemoetkoming [Wmo] De gemeente kan op aanvraag aan personen met een beperking of chronische psychische of psychosociale problemen een tegemoetkoming verstrekken ter ondersteuning van de zelfredzaamheid en participatie. Hierbij gelden de volgende voorwaarden: a. een inwoner kan geen gebruik maken van vrij toegankelijke hulp, een algemeen gebruikelijke of maatwerkvoorziening om de betreffende beperking te compenseren. b. er zijn extra kosten verbonden aan de ziekte of beperking. 6.4.2 Mogelijke tegemoetkoming [Wmo] 1. De gemeente verstrekt een tegemoetkoming in de kosten voor taxi en rolstoeltaxi wanneer het collectief taxivervoer (ZOOV) en andere voorliggende vervoersvoorzieningen niet toereikend zijn. a. De hoogte van de tegemoetkoming wordt vastgesteld in het Besluit Sociaal Domein. b. Het normbedrag is van toepassing voor het gebruik van een (eigen) auto of vervoer door derden; voor het gebruik van een bruikleenauto en voor het gebruik van een (rolstoel)taxi. c. Wanneer de tegemoetkoming wordt toegekend aan beide gehuwden of samenwonende partners dan bedraagt de tegemoetkoming 75% per persoon van het onder a genoemde bedrag. d. De gemeente kan de tegemoetkoming voor meerkosten evenredig bijstellen indien de inwoner een lagere vervoersbehoefte heeft. e.

De gemeente kan de inwoner aan wie een tegemoetkoming is toegekend, verplichten een overzicht bij te houden van de gereden kilometers in het kader van de voorziening. 2. De tegemoetkoming voor: a. aanschaf en onderhoud van een sportrolstoel bedraagt maximaal het in het Besluit Sociaal Domein opgenomen bedrag. Deze tegemoetkoming wordt maximaal één keer per drie jaar verstrekt. b. het bezoekbaar maken van een woning bedraagt maximaal het in het Besluit Sociaal Domein opgenomen bedrag. Het gaat om het toegankelijk maken van de woning via de voor- of achterdeur om zo de woonkamer en toilet te bereiken. Dit voor de inwoner die in het weekend naar huis gaat. 3. De tegemoetkoming die de gemeente aan een inwoner kan verstrekken is niet altijd kostendekkend.

6.5

Wat is de bijdrage in de kosten?

[Wmo] 1. De gemeente kan voor een aantal voorzieningen aan de inwoner een bijdrage in de kosten vragen. Dat kan bij de volgende maatwerkvoorziening: a. het schoon en leefbaar houden van een woning (hulp in de huishouding); b. het aanpassen van een woning (woonvoorzieningen); c. het op een verantwoorde manier kunnen deelnemen aan de samenleving (begeleiding); d. een ingevulde dag hebben (dagbesteding); e. het wonen in een beschermde woonomgeving f. het zich kunnen verplaatsen dichtbij huis (niet voor een rolstoel). 2. De gemeente zorgt ervoor, dat de wettelijke regels voor het vaststellen van een bijdrage in de kosten worden toegepast. Een bijdrage is nooit hoger dan de feitelijke kosten van de maatwerkvoorziening. 3. De bijdrage in de kosten wordt vastgesteld conform het Uitvoeringsbesluit Wmo 2015. 4. De inwoner die tegen Wmo-tarief gebruik maakt van het collectief taxivervoer is aan de gemeente een jaarlijkse ritbijdrage verschuldigd. De hoogte van deze bijdrage wordt vastgelegd in het Besluit Sociaal Domein.

Verordening Sociaal Domein gemeente Oude IJsselstreek 2022

26

7

Werk en Participatie

STOER geeft namens de gemeente Oude IJsselstreek uitvoering aan een aantal activiteiten die behoren tot de werkzaamheden op grond van de Participatiewet. Zij doet dit binnen de visie die beschreven is in de Transformatie in de kijk op werk. De gemeente Oude IJsselstreek voert binnen deze visie, een aantal activiteiten uit die conform de huidige Participatiewet aan een gemeente zijn voorbehouden. Onze dienstverlening kent de volgende uitgangspunten: Wij werken vanuit het gezichtspunt van de inwoners Werken vanuit het gezichtspunt en de logica van de inwoners betekent, dat we aansluiten op hun leven en het lokale zorgnetwerk. Ook willen we compleet werken: behalve de Participatiewet kunnen ook schuldhulpverlening, de Wmo en Jeugdhulp oplossingen geven. Dit betekent ook dat een inwoner altijd een beroep kan doen op ons voor ondersteuning. Het maakt niet uit of iemand wel of niet tot de “doelgroep” behoort. Bij de inzet van voorzieningen zoals beschreven in dit hoofdstuk, houden we wel rekening met de geldende wetgeving en financiën. Wij schenken veel aandacht aan de bejegening van onze inwoners Dit betekent voor ons werken vanuit vertrouwen, ons “gezond Achterhoeks verstand” en een positieve grondhouding. Voor ons is ieder mens waardevol en heeft recht op een respectvolle ontvangst. We noemen dat bejegening.

Wij willen dat onze inwoners zich gehoord, gezien en welkom voelen wanneer ze contact met ons hebben. We kennen onze inwoner Onze ervaring is dat mensen in beweging komen en blijven op het moment dat er aandacht is voor hen als persoon en hun omstandigheden. Daarom helpen we de inwoner bij het in kaart brengen van zijn kansen en mogelijkheden. We ondersteunen bij het opstellen van een persoonlijk ontwikkelplan en begeleiden daarna de vervolgstappen. De werkgever geeft werk en wij faciliteren Wij geloven dat starten met werk de juiste volgorde is. Van daaruit gaan we kijken wat er nodig is om dat werk te behouden en om verder te ontwikkelen. Werk kan in dit kader voor de één een betaalde baan zijn en voor de ander een vorm van dagbesteding. Wij zien voor onszelf met name een rol weggelegd in het met elkaar in contact brengen van de werkzoekende inwoner en werkgever. Samen met de werkgever en de inwoner overbruggen we het verschil tussen de benodigde en de aanwezige kwaliteiten van de inwoner. We stimuleren de inwoner om zich te ontwikkelen en indien nodig faciliteren we dat. Werk moet lonen Inzet dient beloond te worden. Bij belonen gaat het voor een deel om financieel voordeel, maar nog meer gaat het om de waardering. Kansen voor persoonlijke ontwikkeling horen bij deze beloning.

We blijven de voortgang volgen ook als de inkomensvoorziening beëindigd is Dit betekent dat we met de inwoner (en eventueel de werkgever) afspraken maken. Nadat de inkomensvoorziening is gestopt, blijven we in contact om te kijken hoe het gaat op de werkplek. Indien nodig helpen we door de inzet van voorzieningen zoals beschreven in dit hoofdstuk. De werkgever is daar eerst verantwoordelijk voor. Wederkerigheid in plaats van tegenprestatie Wij gaan ervan uit dat mensen waarde toevoegen omdat ze waardevol zijn. Dus vragen wij van onze inwoners dat zij maatschappelijk actief zijn. We doen dat vanuit een positieve gedachte en niet als een soort straf voor het hebben van een inkomensvoorziening. Daarnaast verwachten we van werkgevers dat zij zich ook Inspannen om onze inwoners op te nemen in hun organisatie. We staan in verbinding met onze omgeving Dit betekent dat we de inwoner niet alleen benaderen vanuit een “Participatiewet bril” maar breder kijken en indien nodig onze kennis, ervaring en voorzieningen inzetten voor inwoners die niet vallen onder de doelgroep van de Participatiewet.

Verordening Sociaal Domein gemeente Oude IJsselstreek 2022

27

7.1

Voor wie

[PW, IOAZ, IOAW] De medewerkers helpen de volgende inwoners: a. Inwoners met een gemeentelijke inkomensvoorziening. b. Inwoners met een indicatie voor beschut werk en/of opgenomen in het Doelgroepregister. c. Inwoners die geen ondersteuning kunnen krijgen van andere instanties, zoals UWV, SVB of werkgevers. Per situatie beoordeelt de medewerker of er ondersteuning wordt gegeven. d. Jongeren tot 27 jaar die geen werk en/of uitkering en geen diploma’s hebben. De medewerker helpt hen een passende (geschikte) opleiding of passend werk te vinden, of leidt hen naar hulpverlening of zorg. e. Inwoners die direct voorafgaand aan het dienstverband een gemeentelijke inkomensvoorziening ontvingen.

7.2

Inzet voorzieningen loopbaanbegeleiding

[PW, IOAZ, IOAW] 1. De medewerker bekijkt per inwoner welke ondersteuning nodig is. Daar hoort bij de mogelijkheid om een stapje terug te doen als het even wat minder gaat. 2. De medewerker biedt begeleiding door professionals. Samen met de inwoner wordt bekeken wat nodig is, wordt de inwoner begeleid en worden aanvullende voorzieningen ingezet als dat nodig is. 3. Soms is een aanvullende voorziening nodig. Dan beoordeelt de medewerker welke voorziening ingezet wordt en voor hoe lang. Daarbij kijkt de medewerker naar verschillende dingen zoals de omstandigheden van de inwoner en zijn mogelijkheden. Daarnaast wordt ook rekening gehouden met zaken zoals de zorg voor kinderen, mantelzorg, wettelijke verplichtingen en het beschikbare budget. 4. In een loopbaanplan legt de medewerker vast welke hulp de inwoner krijgt. In dit plan staat welke afspraken er met de inwoner zijn gemaakt. 7.2.1. Werkgeversarrangementen 1. De gemeente kan met een of meerdere werkgevers tegelijk, arrangementen sluiten. 2. In een arrangement wordt vastgelegd wat de gemeente en de werkgevers gaan doen om te zorgen dat inwoners een dienstverband krijgen en hoe de kosten betaald worden. 3. Het doel van deze arrangementen is, door goede samenwerking en bundeling van krachten en middelen, werk voor inwoners mogelijk te maken. 7.2.2. Detacheringsbaan 1.

De inwoner kan via STOER of een andere organisatie werken bij een werkgever. Dit heet detachering. Die detachering wordt vastgelegd in een overeenkomst tussen STOER, de werkgever, de andere organisatie en de inwoner. 2. Het doel van een detacheringsbaan is, dat de inwoner na afloop in dienst komt van de werkgever. 3. Een voorwaarde is dat de detacheringsbaan niet leidt tot verdringing van andere werknemers bij dezelfde werkgever. Verdringing betekent dat door de detacheringsbaan iemand anders een baan verliest. Ook moet het niet leiden tot oneerlijke concurrentie met een andere organisatie. 7.2. 3. Hulp op de werkplek van een jobcoach 1. De medewerker kan een inwoner een jobcoach aanbieden. De medewerker kan ook de werkgever een vergoeding geven voor begeleiding als de inwoner extra begeleiding nodig heeft om zijn werk goed te kunnen doen. 2. Het doel van de jobcoach is om de werknemer te helpen zijn werk goed te doen. 3. De medewerker spreekt met de werkgever af hoe de jobcoach wordt ingezet en legt dit vast in een overeenkomst met de werkgever. 4. De gemeente kan ten aanzien van de vergoeding aan de werkgever, regels stellen. Deze regels gaan over de hoogte van de vergoeding en de kwaliteit van de begeleiding.

Verordening Sociaal Domein gemeente Oude IJsselstreek 2022

28

7.2.4. Wettelijke loonkostensubsidie 1. De medewerker geeft de werkgever een wettelijke loonkostensubsidie als de werknemer wel kan werken, maar niet het wettelijk minimumloon kan verdienen. 2. Het doel van deze subsidie is om werkgevers te stimuleren inwoners met een beperking in dienst te nemen. De subsidie geeft werkgevers een vergoeding voor productieverlies. 3. De medewerker stelt vast of het gaat om een inwoner die niet in staat is het wettelijk minimumloon te verdienen. Om te bepalen hoe productief de inwoner op de werkplek zal zijn (welke loonwaarde hij heeft), wordt een erkende methode toegepast. De loonkostensubsidie aan de werkgever wordt op deze loonwaarde afgestemd. 7.2.5. Loonkostenondersteuning 1. De medewerker kan een werkgever die een inwoner in dienst neemt een tijdelijke loonkostenondersteuning geven. 2. Het doel van deze ondersteuning is om werkgevers te stimuleren inwoners met een kleine kans op werk in dienst te nemen. De extra kosten die werkgevers maken voor het begeleiden van deze inwoners worden zo vergoed. 3. De hoogte van de loonkostenondersteuning wordt in afstemming met de inwoner en de werkgever bepaald. 4. Een voorwaarde is dat het werk niet leidt tot verdringing van andere werknemers bij dezelfde werkgever en ook niet leidt tot oneerlijke concurrentie met andere organisaties. 7.2.6. Werkplekaanpassing 1.

De medewerker kan een werkgever die met een inwoner een dienstverband aangaat, één keer een vergoeding geven voor de kosten die er nodig zijn om de werkplek geschikt te maken voor de persoon. 2. Een vergoeding wordt niet gegeven als er een andere regeling is die deze kosten kan vergoeden. 3. De gemeente kan nadere regels stellen. 7.2.7. Scholing 1. De gemeente kan een inwoner scholing aanbieden, als die scholing nodig is om de stap te zetten naar passend werk. 2. De gemeente bepaalt in afstemming met de inwoner en de werkgever de vorm en de duur van de scholing. 7.2.8. Proefplaatsing 1. De medewerker kan een inwoner bij wijze van proef tijdelijk laten werken bij een werkgever. Dit kan met behoud van gemeentelijke inkomensvoorziening. We noemen dat een proefplaatsing. 2. Het doel van de proefplaatsing is om de werkgever en de inwoner een beeld te laten krijgen van het werk en antwoord te krijgen op de vraag of de baan geschikt is voor de inwoner. 3. Het medewerker biedt de proefplaatsing alleen aan als de werkgever de inwoner goed begeleidt- en de intentie uitspreekt om de inwoner na een geslaagde proefplaatsing een arbeidsovereenkomst aan te bieden. 4. In een schriftelijke overeenkomst tussen de medewerker, de inwoner en de werkgever wordt in ieder geval opgeschreven: a. het doel van de proefplaatsing; b. de startdatum; c. de duur; d. het aantal uren werk per week; e.

de wijze van begeleiding; f. de intentie van de werkgever om de inwoner een arbeidsovereenkomst aan te bieden. 7.2.9. Werkervaringsplaats 1. De medewerker kan een inwoner een werkervaringsplaats aanbieden. 2. Het doel van een werkervaringsplaats is om de inwoner arbeidsritme en werkervaring op te laten doen. Ook leert de inwoner (weer) functioneren in een arbeidsrelatie en zijn taalvaardigheden te verbeteren. 3. De medewerker biedt de werkervaringsplaats alleen aan als hierdoor de concurrentieverhoudingen niet onverantwoord worden beïnvloed. Ook mag er geen verdringing van vrijwilligers en/of betaalde arbeid zijn. 4. In een schriftelijke overeenkomst wordt in ieder geval vastgelegd: a. het doel van de werkervaringsplaats,

Verordening Sociaal Domein gemeente Oude IJsselstreek 2022

29

b. de duur van de werkervaringsplaats, c. de evaluatiemomenten, en d. de manier waarop er begeleid wordt. 7.2.10. Beschut werk 1. De UWV kan vaststellen of een inwoner een aangepaste werkplek en aangepast werk nodig heeft. De medewerker biedt een inwoner vervolgens een beschutte werkplek aan. Dat is een werkplek die is aangepast aan de mogelijkheden van de medewerker. Daarbij gelden de voorwaarden die in de Participatiewet zijn genoemd. 2. Het doel van beschut werk is om inwoners een veilige werkplek te bieden. Die werkplek is veilig gemaakt voor werknemers die alleen onder aangepaste omstandigheden kunnen werken. 3. De medewerker biedt de volgende mogelijkheden aan, zodat een inwoner beschut kan werken: a. aanpassing van de werkplek of de werkomgeving; b. afbakening van taken; c. aanpassingen in het werktempo, de arbeidsduur of de werkbegeleiding. 4. De medewerker kan inwoners die in aanmerking komen voor beschut werk, voorzieningen aanbieden die de stap naar beschut werk makkelijker maken. Het gaat om de volgende mogelijkheden: a. Hulp bij het invullen van de dag; b. Sociale activiteiten; c. Scholing, en; d. Hulp bij schulden. 7.2.11. Opstartpremie 1. De inwoner van 27 jaar of ouder die betaald werk gaat verrichten, heeft per dienstverband recht op een opstartpremie. 2. De premie is 250 euro.

Het maakt niet uit hoeveel uren de inwoner werkt of hoe lang het dienstverband duurt. 3. De premie kan maximaal een keer per 12 maanden worden gegeven. 7.2.12. Participatieplaats 1. De medewerker kan een inwoner met een gemeentelijke uitkering die een kleine kans heeft op werk en voorlopig niet aan het werk kan, een participatieplaats aanbieden. De inwoner moet 27 jaar of ouder zijn. De participatieplaats wordt vastgelegd in een overeenkomst tussen de medewerker, de werkgever en de inwoner. 2. Het doel van een participatieplaats is om de kans op betaald werk te vergroten. De inwoner kan langdurig met behoud van uitkering op een bepaalde werkplek werken en doet zo werkervaring op. Het moet gaan om werkzaamheden die passend zijn en speciaal voor de inwoner zijn bedacht. 3. Een voorwaarde is dat het werk niet leidt tot verdringing van andere werknemers bij dezelfde werkgever en ook niet leidt tot oneerlijke concurrentie met andere organisaties. 4. De inwoner kan na iedere zes maanden een premie van €100,00 ontvangen. Een voorwaarde voor de premie is dat de inwoner voldoende heeft meegewerkt aan het vergroten van zijn kans op werk. De medewerker beoordeelt dit.

7.3

Maatschappelijke activiteiten

[PW, IOAZ, IOAW] 1. De medewerker kan een inwoner maatschappelijk nuttige activiteiten of vrijwilligerswerk aanbieden. 2. Het doel van de maatschappelijke activiteiten is de inwoner te helpen maatschappelijk actief te blijven. Actief blijven helpt ook om moeilijkheden op weg naar een werkplek te overwinnen. Ook persoonlijke groei en het voorkomen van eenzaamheid zijn belangrijke doelen. 3. De medewerker houdt bij de duur en keuze van de activiteiten rekening met de wensen, de mogelijkheden en de capaciteiten van de inwoner. 4. De gemeente kan nadere regels stellen.

Verordening Sociaal Domein gemeente Oude IJsselstreek 2022

30

5.

7.4

De medewerker biedt alleen maatschappelijk nuttige activiteiten aan als hierdoor de concurrentieverhoudingen niet onverantwoord worden beïnvloed. Ook mag er geen verdringing van vrijwilligers en betaalde arbeid zijn.

Innovatie

[PW, IOAZ, IOAW] 1. De gemeente kan – binnen de kaders van de uitgangspunten van dit hoofdstuk – als experiment andere voorzieningen inzetten als dat nodig is om de kans op werk te vergroten 2. Het doel van het experiment is om in het belang van de inwoners, nieuwe voorzieningen en werkwijzen te onderzoeken. 3. Een experiment duurt niet langer dan drie jaar. 4. Wanneer de uitkomst van het experiment reden geeft om de verordening aan te passen, kan de periode van het experiment verlengd worden tot het moment dat de nieuwe verordening geldig is.

Verordening Sociaal Domein gemeente Oude IJsselstreek 2022

31

8

Inkomen en Schulden

Voor inwoners die de dagelijkse kosten niet kunnen betalen heeft de gemeente een financieel vangnet: een maandelijkse gemeentelijke inkomensvoorziening. Om deze inwoners en andere inwoners met een laag inkomen extra te ondersteunen kunnen zij bij de gemeente een aantal aanvullende gemeentelijke inkomensvoorzieningen en toeslagen aanvragen. Dit hoofdstuk gaat over de toeslag voor inwoners die langdurig op een laag inkomen zijn aangewezen geregeld. Kernwaarden: ❖ Iedereen doet mee aan de samenleving. ❖ De inwoner is zelf verantwoordelijk, de gemeente helpt als dat nodig is. ❖ De eigen mogelijkheden en het sociale netwerk van de inwoner gaan voor. ❖ De gemeente stemt de hulp af op de inwoner. ❖ De gemeente heeft extra zorg voor kwetsbare groepen.

8.1

Inkomenstoeslag

[PW] Voor inwoners die al jaren moeten rondkomen van een laag inkomen en geen uitzicht hebben op verbetering van hun inkomen, is de inkomenstoeslag bedoeld. Dat is een extraatje dat jaarlijks kan worden aangevraagd en waarmee het inkomen wordt aangevuld. Hier is beschreven voor welke inwoners de inkomenstoeslag is bedoeld en welke aanvullende voorwaarden er gelden. 8.1.1 Doelgroep 1. De inkomenstoeslag is bedoeld voor een inwoner die in een ononderbroken periode van drie jaar een inkomen (referteperiode) heeft gehad dat lager is dan 110% van de toepasselijke bijstandsnorm. De kostendelersnorm wordt hierbij niet toegepast. 2. Niet voor de inkomenstoeslag komt in aanmerking de inwoner die een opleiding volgt als bedoeld in de Wet Tegemoetkoming Onderwijsbijdrage en Schoolkosten (WTOS), dan wel een studie volgt als genoemd in de Wet studiefinanciering 2000 (WSF 2000). 8.1.2 Hoogte van de toeslag 1. De inkomenstoeslag is per kalenderjaar: a. € 364,- voor een alleenstaande; b. € 437,- voor een alleenstaande ouder; c. € 520,- voor gehuwden of samenwonenden. 2. Bij gehuwden en samenwonenden geldt dat als één van de partners geen recht op inkomenstoeslag heeft, de ander het bedrag voor een alleenstaande of alleenstaande ouder krijgt. 3. De gemeente bekijkt elk jaar of de inkomenstoeslag verhoogd moet worden.

Die verhoging gaat dan in per 1 januari van het jaar erna en is overeenkomstig de consumentenprijsindex volgens het Centraal Bureau voor de Statistiek.

8.2

Schuldhulpverlening

[Wgs] De gemeente heeft de taak om inwoners met schuldproblemen te helpen. Inwoners kunnen de gemeente om ondersteuning en hulp vragen bij het vinden van een oplossing voor hun schulden. Hier worden de belangrijkste uitgangspunten genoemd die de gemeente toepast als inwoners om hulp vragen. 8.2.1 Schuldhulpverlening en samenwerking 1. De gemeente biedt inwoners die moeite hebben om rond te komen of schulden hebben ondersteuning en hulp bij het op orde krijgen van hun financiën. Het doel van die ondersteuning en hulp is dat inwoners duurzaam een gezonde financiële huishouding krijgen.

Verordening Sociaal Domein gemeente Oude IJsselstreek 2022

32

2. 3.

4.

Inwoners met problematische schulden kunnen bij de gemeente terecht voor onder meer advies, schuldbemiddeling of een saneringskrediet. Het uitgangspunt is dat schuldhulpverlening breed toegankelijk is. Gemeenten hebben sinds 1 januari 2021 een wettelijke taak voor vroegsignalering bij schulden zodat vroegtijdig gegevens uitgewisseld kunnen worden. Gemeenten zijn wettelijk verplicht vroegsignalen op te volgen. De gemeente wil dat inwoners met schuldenproblematiek snel en passend ondersteund worden. Inwoners kunnen daarbij ongevraagd een aanbod tot schuldhulp ontvangen van de gemeente. De gemeente werkt bij het voorkomen en bestrijden van armoede en schulden zoveel mogelijk samen met andere organisaties. De gemeente stimuleert initiatieven die zijn gericht op het bestrijden van armoede en het voorkomen en tegengaan van schulden.

8.2.2 Besluit 1. De gemeente is verplicht om bij verordening te bepalen binnen welke termijn na het eerste gesprek over de ondersteunings- of hulpvraag, een besluit te nemen of iemand voor een schuldenregeling in aanmerking komt. Van de inwoner wordt verwacht dat hij/zij de belangrijkste documenten zo snel mogelijk ter beschikking stelt aan de gemeente om de ondersteunings- of hulpvraag in behandeling te kunnen nemen. 2. De gemeente is verplicht binnen redelijke termijn te reageren op de ondersteunings- en hulpvraag. De beslistermijn is in artikel 4a, derde lid, van de Wet gemeentelijke schuldhulpverlening vastgesteld op acht weken. Dit is gelijk aan de maximale redelijke termijn die in artikel 4:13, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht is vastgesteld.

Verordening Sociaal Domein gemeente Oude IJsselstreek 2022

33

9

Afspraken tussen inwoner en gemeente

Dit hoofdstuk gaat over de manier waarop de gemeente en de inwoner met elkaar omgaan. Het gaat over de manier waarop de gemeente zich moet gedragen en wat er van de inwoner wordt verwacht. Als de inwoner rechten heeft, dan staan daar vaak plichten tegenover. Houdt de inwoner daar onvoldoende rekening mee, dan kan de gemeente de maatwerkvoorziening beëindigen of terugvorderen. Kernwaarden: ❖ De gemeente en de inwoner zijn gelijkwaardig. ❖ De inwoner is zelf verantwoordelijk, de gemeente helpt als dat nodig is. ❖ De eigen mogelijkheden en het sociale netwerk van de inwoner gaan voor. ❖ De inwoner geeft de informatie die nodig is.

9.1

Hoe gaan we met elkaar om?

9.1.1 De rol van de gemeente en Buurtzorg Jong en Samen Sterker Thuis [Jeugdwet, Wmo, PW, Gemeentewet, Awb] 1. De gemeente, Buurtzorg Jong (BZJ) of Samen Sterker Thuis zoekt samen met de inwoner naar een oplossing voor zijn hulpvraag. Gemeente/BZJ/Samen Sterker Thuis (verder: de dienstverlenende organisatie) en inwoner gaan daarbij op een gelijkwaardige manier met elkaar om. De dienstverlenende organisatie zorgt voor het volgende: a. Voor de inwoner is het duidelijk wie er namens de dienstverlenende organisatie contact met hem onderhoudt. De dienstverlenende organisatie houdt het aantal contactpersonen zo beperkt mogelijk. b. De inwoner heeft, om zijn hulpvraag te bespreken, altijd recht op een gesprek bij de dienstverlenende organisatie of bij de inwoner thuis. c. De dienstverlenende organisatie helpt de inwoner om zijn hulpvraag bij een andere organisatie te bespreken, als het bieden van hulp bij deze hulpvraag een taak is voor die organisatie. d. De dienstverlenende organisatie informeert de inwoner op een passende manier over procedures die worden gevolgd en zorgt ervoor dat deze procedures zo eenvoudig mogelijk zijn. e. De dienstverlenende organisatie respecteert de privacy van de inwoner. f.

De dienstverlenende organisatie maakt zoveel mogelijk gebruik van gegevens die al binnen de dienstverlenende organisatie aanwezig zijn en vraagt alleen gegevens die nodig zijn voor het beoordelen van de hulpvraag. g. De dienstverlenende organisatie wijst de inwoner op beschikbare deskundige hulp.

9.1.2 De rol van de inwoner [Jeugdwet, Wmo, PW, Gemeentewet, Awb] 1. De inwoner is in de eerste plaats zelf verantwoordelijk voor het oplossen van zijn hulpvraag. De gemeente, BZJ of Samen Sterker Thuis (verder: de dienstverlenende organisatie) vult de mogelijkheden van de inwoner en zijn sociale netwerk aan als dat nodig is. De inwoner zorgt voor het volgende: a. De inwoner zet eerst de eigen mogelijkheden in voordat hij hulp vraagt aan de dienstverlenende organisatie. b. Als de dienstverlenende organisatie hulp verleent met betrekking tot de hulpvraag dan werkt de inwoner hier aan mee. c. De inwoner zorgt ervoor dat de hulp van dienstverlenende organisatie niet langer duurt dan nodig is. 2. De inwoner werkt mee zodat snel duidelijk is op welke manier zijn hulpvraag zo snel mogelijk kan worden opgelost. Dat betekent het volgende: a. De inwoner informeert de dienstverlenende organisatie zo snel en zo volledig mogelijk over alles wat van belang is voor het beoordelen van de hulpvraag, de persoonlijke situatie en de rechten en plichten van de inwoner.

Verordening Sociaal Domein gemeente Oude IJsselstreek 2022

34

b. c.

9.2

De dienstverlenende organisatie ontvangt alle documenten en bewijsstukken die zij nodig heeft zo snel mogelijk van de inwoner. De inwoner brengt dienstverlenende organisatie zo snel mogelijk op de hoogte van zijn beperkingen, als die van belang zijn in het contact met de dienstverlenende organisatie.

Beëindigen en terugvorderen maatwerkvoorziening

9.2.1 Beëindiging maatwerkvoorziening [Jeugdwet, Wmo, PW] 1. De gemeente/BZJ kan een maatwerkvoorziening (in natura, geld of pgb) beëindigen als: a. de maatwerkvoorziening niet langer passend of nodig is; b. de inwoner zich niet houdt aan voorwaarden en verplichtingen die aan de maatwerkvoorziening zijn verbonden; c. de maatwerkvoorziening is verstrekt op grond van onjuiste of onvolledige gegevens van de inwoner; d. de gemeente/BZJ niet langer kan vaststellen of een maatwerkvoorziening kan worden voortgezet, omdat de inwoner onvoldoende meewerkt aan een onderzoek naar het recht op de maatwerkvoorziening; e. de maatwerkvoorziening voor een ander doel wordt gebruikt dan bedoeld; f. de inwoner niet binnen zes maanden gebruik heeft gemaakt van de maatwerkvoorziening, tenzij de inwoner dit tijdig meldt en dit de inwoner niet te verwijten valt. Als de inwoner binnen de termijn van zes maanden melding maakt bij de gemeente, stelt de gemeente bij een gegronde reden de termijn uit. 2. De maatwerkvoorziening kan met terugwerkende kracht worden beëindigd (ingetrokken). 9.2.2 Terugvordering voorziening [Wmo, PW, Burgerlijk Wetboek] De gemeente kan de voorziening of de waarde daarvan van de inwoner terugvorderen. Dat kan vanaf het moment waarop is voldaan aan de wet en één of meer van de intrekkingsgronden die genoemd worden in artikel 9.2.1.

9.3

Hoe controleert de gemeente of de afspraken worden nagekomen?

9.3.1 Controle [Jeugdwet, Wmo] 1. De gemeente/BZJ controleert regelmatig of de inwoner recht heeft op een maatwerkvoorziening en of hij de juiste voorziening heeft ontvangen. 2. De controle van de maatwerkvoorzieningen is ook bedoeld om de kwaliteit van de voorziening te beoordelen en om te kijken of de voorziening op de juiste manier wordt gebruikt. 3. Bij beëindiging van de maatwerkvoorziening op verzoek van de inwoner, onderzoekt de gemeente/BZJ wat de reden is van de beëindiging. De gemeente/BZJ gaat ook na of de maatwerkvoorziening tot de einddatum terecht is verstrekt. 9.3.2 Voorkomen van fraude [Jeugdwet, Wmo, PW] De gemeente streeft ernaar om fraude te voorkomen (preventie). Daarom informeert de gemeente inwoners op een gepaste manier over rechten en plichten en over de gevolgen van misbruik en oneigenlijk gebruik van voorzieningen. 9.3.3 Privacy [Jeugdwet, Wmo] 1. De gemeente/BZJ zorgt ervoor dat er geen ongeoorloofde inbreuk op het privéleven van inwoners plaatsvindt (tijdens bijvoorbeeld een huisbezoek). 2. Bij het uitvoeren van onderzoek zorgt de gemeente/BZJ ervoor dat inbreuk op persoonlijkheidsrechten, zoals op de bescherming van het privéleven, niet verder gaat dan wat noodzakelijk, passend en wettelijk toegestaan is.

Verordening Sociaal Domein gemeente Oude IJsselstreek 2022

35

9.3.4 Toezichthouders [Jeugdwet, Wmo, PW, Awb] De gemeente heeft een of meer ambtenaren aangewezen die de taak hebben erop toe te zien dat de wetten en de bijbehorende regels worden nageleefd.

9.4 Het verlagen van een gemeentelijke inkomensvoorziening [PW, IOAW, IOAZ, Awb] In dit hoofdstuk van de verordening waarin het gaat over afspraken tussen inwoner en gemeente wordt in artikel 9.4 ingegaan op handhaving en naleving. De huidige Participatiewet schuurt stevig met de doelen die wij als gemeente nastreven rond werk en inkomen. En dit schuren doet zich het meest nadrukkelijk voor in het onderdeel handhaving en naleving.We gaan in onze gemeente in alle gevallen uit van vertrouwen in de inwoner tot het tegendeel bewezen wordt. Op het moment dat we iets constateren gaan we open het gesprek aan met de inwoner om te kijken wat er aan de hand is. Hierbij houden wij nadrukkelijk rekening met de individuele omstandigheden van een inwoner. We sluiten hierbij aan bij het uitgangsprincipe van situationele gelijkheid waarbij mensen gemotiveerd niet zonder maar juist met zoveel mogelijk aanziens des persoons worden behandeld om zo écht te doen wat nodig is. Dit betekent dat we ook kijken naar het effect van de eventuele verlaging op de situatie van de inwoner en zijn of haar gezin. Daarbij maken we de afweging of het effect van de verlaging in verhouding staat tot de gedraging. Indien dit niet het geval is passen we de verlaging aan. We zijn ons terdege bewust van het feit dat het verlagen van een inkomensvoorziening een forse ingreep is.

We grijpen nl in op het inkomen van mensen die al op het minimumbestaansniveau moeten leven en in een ongelijkwaardige afhankelijkheidspositie verkeren. Dat betekent dat we vooraf zeer zorgvuldig zijn bij het maken van een afweging of wel of niet een verlaging wordt toegepast. 9.4.1 Afzien van verlaging 1. De gemeente verlaagt de gemeentelijke inkomensvoorziening niet a. als het gedrag van de inwoner hem niet te verwijten is; b. als het gedrag meer dan één jaar voor het nemen van een besluit heeft plaatsgevonden; c. als de gemeente binnen één jaar na constatering van het gedrag nog geen besluit genomen heeft; d. als de gemeente daar dringende redenen voor ziet. 2. De gemeente informeert de inwoner via een brief met daarin het besluit en de motivering. 9.4.2 Het betrachten van zorgvuldigheid bij het besluit tot opleggen van een verlaging 1. De inwoner wordt op tijd geïnformeerd over: a. zijn rechten en plichten; b. wat er van hem wordt verwacht; c. welk gedrag niet geaccepteerd wordt; d. wat de reactie van de gemeente is op gedrag dat niet geaccepteerd wordtt; en e. waarom de gemeente tegen het gedrag optreedt. 2. De gemeente stelt de inwoner in staat om zijn reactie te geven vóórdat de gemeente beslist om naar aanleiding van niet geaccepteerd gedrag van de inwoner te handelen. 3. De gemeente stemt de reactie op niet geaccepteerd gedrag af op: f. de ernst van het gedrag; g.

de mate waarin dat de inwoner verweten kan worden; en h. de individuele omstandigheden van de inwoner. 4. De gemeente verlaagt een gemeentelijke inkomensvoorziening als: a. dat volgens de regels van de wet en deze verordening past bij het gedrag van de inwoner, b. als het gedrag van de inwoner als verwijtbaar wordt aangemerkt c. de individuele omstandigheden van de inwoner zich daar niet tegen verzetten.. 5. Het afstemmen, zoals bedoeld in lid 3 , kan er toe leiden dat de gemeente afwijkt van de in dit hoofdstuk genoemde standaardverlagingen. 6. De gemeente stuurt de inwoner een brief met daarin duidelijk vermeld wat de gemeente gaat doen als reactie op het gedrag, wat dit precies betekent voor de inwoner en wat de inwoner daartegen kan doen. De De

Verordening Sociaal Domein gemeente Oude IJsselstreek 2022

36

7.

gemeente stuurt de inwoner een brief met daarin duidelijk vermeld wat de gemeente gaat doen als reactie op het gedrag, wat dit precies betekent voor de inwoner en wat de inwoner daartegen kan doen. De gemeente maakt de inwoner ook duidelijk op welke manier hij het gedrag kan aanpassen, zodat de relatie hersteld wordt. De gemeente kan op verzoek van de inwoner of na eigen afweging de verlaging herzien zodra uit de houding en gedragingen van de belanghebbende is gebleken dat hij de niet of onvoldoende nagekomen verplichtingen, nakomt.

9.4.3 Vaststelling van de verlaging 1. De verlaging wordt berekend over de gemeentelijke inkomensvoorzieningsnorm die van toepassing is op de inwoner, inclusief vakantietoeslag. Bij een zelfstandig wonende inwoner van 18, 19 of 20 jaar wordt de gemeentelijke inkomensvoorzieningsnorm verhoogd met de verleende bijzondere bijstand op grond van artikel 12 van de Participatiewet. 2. De verlaging wordt toegepast vanaf de eerstvolgende kalendermaand waarover nog geen gemeentelijke inkomensvoorziening is uitbetaald. 3. Soms wordt de gemeentelijke inkomensvoorziening beëindigd en kan de gemeente de gemeentelijke inkomensvoorziening niet verlagen. Als de inwoner dan binnen zes maanden opnieuw een gemeentelijke inkomensvoorziening gaat ontvangen, kan de gemeente besluiten de verlaging alsnog toe te passen. 4. Een verlaging die voor een periode van meer dan 3 maanden wordt opgelegd, wordt uiterlijk na 3 maanden nadat deze ten uitvoer is gelegd heroverwogen. 9.4.4 Niet nakomen van de wettelijke arbeidsverplichtingen 1. Als een inwoner een verplichting als bedoeld in artikel 18, vierde lid, van de Participatiewet niet of onvoldoende nakomt, bedraagt de standaard verlaging 100 procent van de bijstandsnorm gedurende een maand. 2.

Ook in deze situaties past de gemeente altijd artikel 18 lid 1 Participatiewet of artikel 9.4.2 van deze verordening toe, te weten de mogelijkheid om de verlaging af te stemmen op de individuele omstandigheden van de inwoner. 3. De gemeente kan daarnaast de verlaging spreiden over drie opeenvolgende maanden als dat door bijzondere omstandigheden nodig is. 9.4.5 Overige bepalingen rondom verplichtingen 1. Als een inwoner een, door de gemeente uitdrukkelijk opgelegde arbeidsverplichting en verplichtingen om participatie te bevorderen om een verwijtbare reden niet of onvoldoende nakomt, verlaagt de gemeente de gemeentelijke inkomensvoorziening met 10% gedurende een maand. Dit gebeurt alleen als de individuele omstandigheden van de inwoner zich hier niet tegen verzetten. 2. Als een gedraging zowel kan leiden tot een boete op grond van de Wet Inburgering 2021 als tot een verlaging op grond van deze verordening, dan past de gemeente deze verordening toe. 9.4.6 Zeer ernstige misdragingen De gemeente verlaagt de gemeentelijke inkomensvoorziening van een inwoner die zich zeer ernstig misdraagt tegenover personen en instanties die de Participatiewet, de IOAW en de IOAZ uitvoeren. De gemeentelijke inkomensvoorziening wordt verlaagd met 50% gedurende een maand.

Verordening Sociaal Domein gemeente Oude IJsselstreek 2022

37

10 Inspraak en inwonersparticipatie Het beleid dat de gemeente maakt en uitvoert is bedoeld voor de inwoners. Met de ervaringen van de inwoners kan de gemeente haar beleid aanpassen en verbeteren. In dit hoofdstuk is onder andere vastgelegd hoe inwoners invloed kunnen uitoefenen. Hier is ook geregeld op welke manier inwoners met leveranciers, zoals zorgaanbieders, kunnen overleggen over diensten en producten die bedoeld zijn voor de inwoners met een beperking. Kernwaarden: ❖ De gemeente en de inwoner zijn gelijkwaardig. ❖ De gemeente gaat zorgvuldig om met de inwoner.

10.1

inspraak van de inwoners

[Jeugdwet , Wmo, Gemeentewet en Participatiewet] 1. De gemeente kiest ervoor om inwoners inspraak te geven in de onderwerpen die in deze verordening worden geregeld. De regels van de inspraakverordening zijn daarop van toepassing, maar worden aangevuld met de regels in dit hoofdstuk. Inwoners kunnen inspraak hebben bij: a. plannen van beleid en regels; b. de manier waarop de gemeente beleid en regels uitvoert; c. de manier waarop medewerkers van de gemeente omgaan met inwoners(bejegening). d. de manier waarop zorgaanbieders en leveranciers hun taken uitvoeren 2. Inspraak houdt ook in het doen van voorstellen voor ander beleid, andere regels of een andere uitvoering. 3. De gemeente kan inwoners op de volgende manier inspraak geven: a. via de Adviesraad Sociaal Domein; b. door inwoners te raadplegen, bijvoorbeeld met enquêtes of bijeenkomsten; c. door samen met inwoners een plan te ontwerpen; 4. De gemeente kiest die vorm van inspraak die past bij het onderwerp en de groep die het betreft. 5. De gemeente heeft voor de Adviesraad Sociaal Domein nadere regels gesteld

10.2

Hulp van de gemeente bij inspraak

[Jeugdwet, Wmo en Participatiewet] De gemeente zorgt voor goede inspraak en doet dat op de volgende manier: a. het moment waarop inspraak kan worden gegeven, geeft inwoners voldoende mogelijkheid om invloed te hebben op plannen van de gemeente over beleid, regels of uitvoering daarvan. b. de inwoners worden deskundig ondersteund zodat de inspraak volwaardig is. c. de inwoners kunnen deelnemen aan overleg met de gemeenten over kernwaarden, beleid, regels en de uitvoering daarvan. d. de inwoners krijgen op tijd en voldoende informatie om goede inbreng te kunnen geven.

10.3

Inspraak bij zorgaanbieders en leveranciers

[Jeugdwet, Wmo] 1. Leveranciers zijn verplicht om inwoners die gebruik maken van hun diensten, inspraak te geven en daarover regels te maken. De gemeente bepaalt over welke onderwerpen de inspraak gaat en welke vorm de inspraak heeft. 2. De gemeente controleert of de zorgaanbieder of leverancier zich houdt aan de regels voor inspraak.

Verordening Sociaal Domein gemeente Oude IJsselstreek 2022

38

11 Niet eens met de uitvoering De gemeente probeert het beleid en de regels zo goed mogelijk uit te voeren. Toch is het mogelijk dat inwoners het niet eens zijn met de aanpak van de gemeente. In dit hoofdstuk staan enkele regels over de mogelijkheid om een klacht in te dienen, een vertrouwenspersoon te spreken of bezwaar te maken. Daarbij is aangesloten bij de visie op klachtbehandeling van de Nationale ombudsman. Kernwaarden: ❖ De gemeente en de inwoner zijn gelijkwaardig. ❖ De gemeente handelt professioneel en neemt de inwoner serieus. ❖ De gemeente helpt de inwoner om op een eenvoudige manier zijn mening te geven.

11.1

Doelen klacht- en bezwaarprocedure

[Awb, Gemeentewet] 1. De gemeente ziet een klacht als: a. een stimulans om de hulpvraag van de inwoner nog eens te onderzoeken; b. een middel voor de inwoner om zijn mening kenbaar te maken; c. een mogelijkheid om de dienstverlening aan de inwoners te verbeteren; d. een manier om een vertrouwensbreuk te herstellen; en e. een middel om fouten bij de uitvoering van wettelijke taken te repareren. 2. De inwoner die een klacht of bezwaar heeft ingediend, krijgt de gelegenheid om zijn klacht of bezwaar mondeling toe te lichten. Dit gebeurt niet als het voor de gemeente overduidelijk is dat een mondelinge toelichting geen enkele meerwaarde heeft. 3. De inwoner kan kritiek op de uitvoering van wettelijke taken door de gemeente uiten via een eenvoudige en effectieve klachten- en bezwaarprocedure. 4. De gemeente zorgt ervoor dat klachten en bezwaren zo snel mogelijk, maar in ieder geval binnen de wettelijke termijnen, worden afgehandeld. 5. De gemeente zorgt ervoor dat de inwoner die een klacht of bezwaar heeft ingediend zich gehoord voelt.

11.2

Klachtenfunctionaris gemeente

[Awb, Gemeentewet] 1. De gemeente heeft een klachtenfunctionaris. De inwoner kan bij deze medewerker een klacht indienen over: a. het gedrag van medewerkers en de bejegening van de inwoner; b. de manier waarop de gemeente meldingen en aanvragen heeft afgehandeld; c. de manier waarop de gemeente voorzieningen en diensten heeft uitgevoerd. 2. De gemeente regelt in een klachtenregeling hoe een klacht kan worden ingediend en hoe de klachtenprocedure verloopt.

11.3

Klachten over andere personen of organisaties

[Awb] 1. De inwoner die een klacht heeft over het gedrag van een persoon of organisatie die door de gemeente is ingehuurd, moet zijn klacht eerst indienen bij die persoon of organisatie. Die persoon of organisatie moet een klachtenregeling hebben en deze met de gemeente hebben gedeeld. 2. De gemeente controleert of de klachtenregeling van personen of instanties die zijn ingehuurd wordt nageleefd. 3. Als de inwoner niet tevreden is over de manier waarop de klacht door de ingehuurde persoon of organisatie is afgehandeld, kan de inwoner een klacht indienen bij de gemeente. 4. De inwoner die geraakt is door geweld of ander strafbaar gedrag van personen of instanties die de gemeente heeft ingehuurd, kan dit melden bij de gemeente. De gemeente regelt hoe die melding wordt behandeld.

Verordening Sociaal Domein gemeente Oude IJsselstreek 2022

39

11.4

Vertrouwenspersoon

[Jeugdwet, Wmo, Gemeentewet] 1. De gemeente zorgt ervoor dat de inwoner die hulp van de gemeente krijgt, een onafhankelijke vertrouwenspersoon kan spreken. De inwoner kan bij deze vertrouwenspersoon terecht voor een vertrouwelijk gesprek over bijvoorbeeld ongewenste omgangsvormen, problemen, klachten en vragen in verband met de geboden hulpverlening. 2. Voor de Jeugdwet geldt: de vertrouwenspersoon kan de inwoner (jongere, ouder of pleegouder) op verzoek ondersteunen bij problemen, klachten en vragen in verband met de hulpverlening door de gemeente, de jeugdhulpaanbieder, de gecertificeerde instelling jeugdbescherming en jeugdreclassering en het advies- en meldpunt huiselijk geweld en kindermishandeling (Veilig Thuis).

11.5

Bezwaar

[Awb] 1. De inwoner die het niet eens is met een besluit dat is genomen op grond van de genoemde wetten en van deze verordening, kan daartegen bezwaar maken volgens de regels die zijn beschreven in de Algemene wet bestuursrecht. De inwoner kan hierbij ondersteuning krijgen van een onafhankelijke deskundige. 2. Voordat de gemeente een besluit op een bezwaarschrift neemt, neemt een medewerker telefonisch contact op met de inwoner om het bezwaar te bespreken. De medewerker geeft uitleg over het besluit van de gemeente en informeert bij de inwoner naar argumenten, feiten en omstandigheden die van belang zijn voor de beoordeling van het bezwaar. Dit gesprek is gericht op verbetering van de besluitvorming door de gemeente. Het kan ertoe leiden dat de inwoner het bezwaar intrekt, het besluit beter wordt begrepen of dat de gemeente een ander besluit neemt.

Verordening Sociaal Domein gemeente Oude IJsselstreek 2022

40

12 Kwaliteit en aanbesteding De diensten en producten die de gemeente levert, moeten van goede kwaliteit zijn. Diensten moeten aansluiten bij de behoefte van de inwoner. Producten moeten degelijk zijn en goed bruikbaar voor de inwoner. De gemeente moet zich bij de inkoop van diensten en producten aan bepaalde regels houden. Dit hoofdstuk gaat over de kwaliteit, de inkoop en de aanbesteding van diensten en producten. Kernwaarden: ❖ Diensten en producten van de gemeente zijn kwalitatief goed en passend bij de behoefte van de inwoner. ❖ De gemeente handelt professioneel en neemt de inwoner serieus. ❖ De gemeente werkt efficiënt en doelgericht. ❖ De gemeente stemt de hulp af op de inwoner.

12.1 Kwaliteit [Jeugdwet, Wmo, Gemeentewet] 1. Alle diensten en producten die de gemeente in het kader van deze verordening aanbiedt moeten van goede kwaliteit zijn. 2. De diensten en producten: a. passen bij de behoefte van de inwoner; b. zijn veilig, geschikt en bruikbaar voor de inwoner; c. voldoen aan normen en eisen die door de beroepsgroep of in het vakgebied algemeen zijn aanvaard; d. respecteren de rechten van de inwoner; e. worden afgestemd op andere diensten of producten die aan de inwoner worden geleverd; f. worden geleverd volgens een bepaalde opzet die op tijd aan de inwoner wordt meegedeeld. 3. De gemeente kan zorgaanbieders en leveranciers uitsluiten indien de zorgaanbieder geregistreerd staat bij het Informatieknooppunt Zorg (IKZ). 4. De gemeente stelt beleidsregels vast waarin de kwaliteitseisen worden uitgewerkt.

12.2 Kwaliteit van de dienstverlening [PW] 1. 2. 3.

De gemeente voert periodiek onderzoek uit naar de kwaliteit van de dienstverlening. In verband met het bepaalde in lid 1 wordt minimaal éénmaal per twee jaar een klanttevredenheidsonderzoek gehouden. Het onderzoek als bedoeld in lid 2 richt zich op: a. de kwaliteit van de procesgang; b. de kwaliteit van de klantbehandeling; c. de kwaliteit van het geleverde product.

12.3 Inkoop en aanbesteding [Jeugdwet, Wmo, Gemeentewet] 1. De gemeente zorgt ervoor dat de kwaliteit van de diensten en producten in het kader van deze verordening een belangrijke rol speelt bij de inkoop en de aanbesteding. 2. Bij inkoop en aanbesteding verwacht de gemeente van leveranciers dat zij: a. diensten en producten leveren tegen de door hen berekende kostprijs, zonder dat de kwaliteit en de levering in gevaar komen; en b. als zij personeel hebben, dat zij zich houden aan de regels van het arbeidsrecht. 3. De gemeente baseert de vaste prijs of de reële kostprijs op de volgende elementen: a. de aard en omvang van het diensten- of productenpakket dat wordt geleverd; b. de arbeidsvoorwaarden van het personeel volgens de cao die van toepassing is; c. een redelijke toeslag voor overheadkosten; d. personeelskosten die niet direct met de dienstverlening te maken hebben, zoals kosten voor bijscholing, werkoverleg, ziekte en verlof van personeel; e. reis- en opleidingskosten; Verordening Sociaal Domein gemeente Oude IJsselstreek 2022

41

f. g.

kosten als gevolg van verplichtingen voor leveranciers, zoals rapportage- en administratieve verplichtingen; het jaarlijks aanpassen van de kostprijs in verband met stijging van de kosten.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.oude-ijsselstreek.nl/api/v1/meetings/4465/documents/24771