CConstaterende datOude Ijsselstreek
Koppel je AI →
Document · PDF

Concept - Programmabegroting 2024-2027.pdf

Raadsvergadering 6 november 2023, gemeente Oude IjsselstreekBij agendapunt: 1b: Programmabegroting 2024-202729.093 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 4

Programmabegroting 2024-2027 Koers houden maakt Sterk!

Inhoudsopgave Inhoudsopgave .............................................................................................................................................................................. 2 Aanbieding ...................................................................................................................................................................................... 3 Leeswijzer ....................................................................................................................................................................................... 5 Het programmaplan ...................................................................................................................................................................... 7 Programma 1: De gemeente waar het goed wonen is ......................................................................................................... 14 Programma 2: Een leefbare gemeente .................................................................................................................................... 27 Programma 3: De werkende gemeente ...................................................................................................................................

38 Programma 4: De dienstverlenende gemeente ..................................................................................................................... 54 Programma 5: Bedrijfsvoering / overhead .............................................................................................................................. 60 Algemene dekkingsmiddelen .................................................................................................................................................... 73 Onvoorzien .................................................................................................................................................................................... 77 Vennootschapsbelasting ........................................................................................................................................................... 78 Paragrafen .................................................................................................................................................................................... 79 Paragraaf Financiering ..........................................................................................................................................................

80 Paragraaf Verbonden partijen .............................................................................................................................................. 85 Paragraaf Lokale heffingen................................................................................................................................................... 96 Paragraaf Onderhoud kapitaalgoederen .......................................................................................................................... 102 Paragraaf Grondbeleid ......................................................................................................................................................... 110 Paragraaf Weerstandsvermogen en risicobeheersing .................................................................................................. 115 Financiële positie ....................................................................................................................................................................... 121 Meerjarenraming .................................................................................................................................................................. 122 Overzicht van baten en lasten ............................................................................................................................................

125 Overzicht van incidentele baten en lasten ....................................................................................................................... 126 Financiële uitgangspunten .................................................................................................................................................. 128 Geprognotiseerde balans .................................................................................................................................................... 131 Bijlagen ........................................................................................................................................................................................ 135 Bijlage A: Kerngegevens ...................................................................................................................................................... 136 Bijlage B: Investeringslijst (investeringen 2024-2027 .................................................................................................... 138 Bijlage C: Reserves en voorzieningen 2024-2027........................................................................................................... 142 Bijlage D: Overzicht in beeld ................................................................................................................................................

144 Bijlage E: Staat van personeelslasten ............................................................................................................................... 145 Bijlage F: Indicatoren ............................................................................................................................................................ 147 Bijlage G: Overzicht geraamde baten en lasten taakvelden .......................................................................................... 150 Bijlage H: Verdeling taakvelden over de programma’s .................................................................................................. 153 Bijlage I: Afschrijvingstabel ................................................................................................................................................. 154

2

Aanbieding Voor u ligt de programmabegroting 2024-2027: “Koers houden maakt sterk!” In ons coalitieakkoord en de vorige programmabegroting hebben wij onze ambitie uitgesproken om samen op weg te gaan naar een sterker Oude IJsselstreek. En die ambitie hebben wij onverminderd. De plannen die we de afgelopen jaren met elkaar hebben gemaakt, worden breed gedragen. Deze plannen gaan we uitvoeren en realiseren. Wij houden vast aan onze koers die we ruim een jaar geleden hebben ingezet. Onze ambities Onze ambities rond wonen, mobiliteit, vergroenen en verduurzamen, en een vitaal buitengebied zetten we door. We houden het tempo in de woningbouw hoog. De voorbereidingen voor de woningbouwlocaties de Tuit, Varsseveld-Noord, Biezenakker en Lenteleven vorderen gestaag. Naast de reguliere woningbouw is er ruimte nodig voor het huisvesten van aandachtgroepen; internationale werknemers, statushouders en vluchtelingen. We werken door aan de energietransitie, maar moeten tegelijkertijd ons aanpassen een het veranderende klimaat. De economie, bedrijvigheid, cultuur en onderwijs versterken we verder. Binnen onze mogelijkheden en verantwoordelijkheden geven we ruimte aan, en helpen we ondernemers om zo goed mogelijk dat te doen waar ze voor zijn: ondernemen en werk geven. De komende jaren investeren we in onderwijshuisvesting.

Samen met scholen en kinderopvangorganisaties zetten we ons in voor inclusief onderwijs, gelijke kansen en onderwijs dichtbij huis. We maken ons hard om een leefbare gemeente te zijn en te blijven. Het herstellen van bestaanszekerheid, het vergroten van kansengelijkheid en het makkelijker maken van gezond leven, zijn voor ons de belangrijkste maatschappelijke opgaven. We verlagen bijvoorbeeld stapsgewijs de drempel voor aanvragen voor minimaregelingen en vereenvoudigen de regels. Het is onze ambitie dat iedere inwoner zich kan blijven ontwikkelen, regie kan blijven voeren op het eigen leven en mee kan doen in de samenleving. We werken aan het verder verbeteren van onze dienstverlening en het versterken van de gemeentelijke organisatie. We investeren op verschillende manieren in grensoverschrijdende samenwerking met Duitsland. En we gaan voor een krachtige aanpak van ondermijning en ondermijnende criminaliteit. Onze omgeving We sluiten onze ogen niet voor wat er om ons heen gebeurt. We leven in een onrustige en onzekere tijd. Stijgende prijzen, de oorlog in Oekraïne, daling van koopkracht, onzekerheid rond klimaatontwikkeling en stikstof en toenemende spanningen in de samenleving. Wij begrijpen goed dat mensen zich zorgen maken. Om zichzelf, om hun kinderen, om hun toekomst. De val van het kabinet deze zomer maakt dat veel dingen in het land voorlopig stilliggen.

Dat terwijl we niet kunnen stilstaan, niet nu. Juist vanwege die context houden we vast aan onze ambities, en aan onze koers, om op lokaal niveau waar we dat kunnen een verschil te maken voor onze inwoners. Bestaanszekerheid is misschien wel het belangrijkste thema in de komende de Tweede Kamerverkiezingen. Daarbij gaat het om meer dan alleen het niet meer kunnen rondkomen. Het gaat ook om het hebben of kunnen vinden van een goede en betaalbare woning, om kansen en mogelijkheden op de arbeidsmarkt, in de maatschappij, om mee te kunnen doen, om je goed, gezond en geliefd te voelen. Alleen als die basis wordt geborgd, kunnen mensen groeien en zich verder ontplooien. Wij blijven ons hiervoor inspannen en hopen en verwachten dat het Rijk ons hier de komende jaren in zal steunen.

3

Financieel beeld Financieel staat we er momenteel goed voor. De jaren 2024 en 2025 zijn positief en 2024 is structureel sluitend. Op de wat langere termijn zien we wel uitdagingen. De jaren 2026 en 2027 zijn fors negatief. Het kabinet heeft enige tijd geleden de financiering richting gemeenten zeer ingrijpend verlaagd. Niet alleen wij, maar elke gemeente in Nederland heeft daar last van. Dat is ook de reden dat op de VNG ledenvergadering de resolutie “Naar een rechtvaardig, duurzaam en solide meerjarig financieel perspectief’ met grote meerderheid is aangenomen, met als doel om het kabinet te bewegen met een oplossing te komen. Het advies van de VNG is: - Presenteer voor 2024 en 2025 van de meerjarenraming 2025-2027 een sluitende begroting. - Breng de lasten in de meerjarenramingen voor 2026 en 2027 in beeld, in de vorm van een realistische begroting. Baseer deze op het huidige takenpakket, de noodzakelijke investeringen, de inflatie, de stijgende rente, de ambities uit uw coalitieakkoord en geschatte mee- en tegenvallers. Naar verwachting zullen de meerjarenramingen 2026 en 2027 dan duidelijk tekorten aangeven. Wij geven in deze begroting aan dat advies gehoor. Woonlasten De loon-, prijs- en rentestijgingen zijn flink hoog. Door de gestegen rente nemen de rioleringskosten fors toe. Bij de afvalstoffen zien we dat marktontwikkelingen ook leiden tot hogere tarieven.

Dit maakt dat, met een bescheiden verhoging van de OZB met 1,5%, de totale woonlasten gemiddeld stijgen met 9,8%. We vinden dit gezien de omstandigheden aanvaardbaar, ook omdat we de woonlasten de afgelopen jaren maar zeer beperkt hebben laten stijgen.

Meerjarenraming 2024- 2027 (x1000) Res ultaat program m abegroting 2023-2026

2024

2025

2026

2027

3.607

6.703

265

265

-911 -4.266 -441 -318 -2.415 5.061

-1.175 -4.343 -688 -324 -2.483 3.448

-1.671 -4.473 -356 -331 -2.899 3.340

-1.432 -4.460 -469 -396 -3.113 2.362

-3.291

-5.566

-6.391

-7.507

De gemeente waar het goed wonen is Een leefbare gemeente De werkende gemeente Dienstverlening Bedrijfsvoering Algemene dekkingsmiddelen

-32 -142 -17 -8 124 -

84 -155 -17 -8 -193 -

84 -155 -17 -8 -105 -

84 -155 -17 -8 -105 -

Totaal beleids m atige ontwikkelingen

-74

-289

-201

-201

Autonom e ontwikkelingen 1 2 3 4 5 99

De gemeente waar het goed wonen is Een leefbare gemeente De werkende gemeente Dienstverlening Bedrijfsvoering Algemene dekkingsmiddelen

Totaal autonom e ontwikkelingen Beleids m atige ontwikkelingen 1 2 3 4 5 99

Totaal res ultaat 2024-2027 241 849 -6.326 -7.443 Incidenteel begrotingssaldo -640 -273 591 -63 Structureel begrotingssaldo 881 1.122 -6.917 -7.380 * Saldo resultaat wordt voor 2024 en 2025 toegevoegd aan de algemene reserve en 2026 en 2027 wordt onttrokken.

4

Leeswijzer De basis van onze begroting bestaat uit de volgende vijf programma’s, die elk een verschillend domein vertegenwoordigen: 1.

De gemeente waar het goed wonen is (fysiek)

2.

Een leefbare gemeente (sociaal)

3.

De werkende gemeente (economie, onderwijs en samenwerking)

4.

De dienstverlenende gemeente (dienstverlening, veilig en schoon)

5.

Bedrijfsvoering

De vier beleidsprogramma’s dragen elk vanuit hun eigen domein bij aan één of meer opgaven uit het coalitieprogramma.

De doelen in het programmaplan van deze begroting zijn uitgewerkt in verschillende onderwerpen, die hieronder kort worden toegelicht:

5

6

Onderwerp

Toelichting

Nummer en titel doel

Het doel samengevat in enkele woorden

Doelomschrijving

Een beknopte omschrijving van het doel dat we nastreven (horend bij de vraag "wat willen we bereiken?")

Termijn

De termijn waarop we streven naar realisatie van het doel. Daarbij onderscheiden we: - Korte termijn (= 2024, deze begroting) - Middellange termijn (= 2026, einde collegeperiode) - Lange termijn (=2027 of later)

Primair SDG doel

De SDG die het meest van toepassing is

Secundair SDG doel

Eventuele andere SDG’s waar het doel invloed op heeft

Portefeuillehouder(s)

De betrokken portefeuillehouder(s)

Taakveld

Het taakveld (financieel) waar het doel bij hoort en waar de relevante middelen op begroot staan (horend bij de vraag "wat mag het kosten?")

Context

Een toelichting op de aanleiding van het doel, waarom we het belangrijk vinden, welke ontwikkelingen er zijn e.d.

Uitvoering

Welke activiteiten gaan we doen in 2024 om het doel te bereiken (horend bij de vraag "wat gaan we daarvoor doen?")

Monitoring

Uitleg hoe we de voortgang meten, hoe we vaststellen of we het doel bereiken

Het programmaplan Een belangrijk onderdeel van de begroting zijn de programma’s met de programmaplannen. Deze plannen zijn de uitwerking van de richting die in de voorjaarsnota is gegeven. Ze bestaan dan ook vooral uit de nieuwe ontwikkelingen (impulsen), doelen en acties waar we (extra) focus op leggen en middelen voor vragen. In de programma’s 1, 2 en 3 geven we aan hóe we inhoudelijk bijdragen aan de dimensies van de brede welvaart en de inhoudelijke stappen die we daarvoor zetten. De manier waaróp we dit doen, is terug te vinden in programma 4; dienstverlening. Tot slot hebben we ook een rol als werkgever. Dit is terug te vinden in programma 5; bedrijfsvoering. De programmaplannen vertellen echter maar een klein deel van wat wij vanuit onze gemeentelijke organisatie aan taken uitvoeren. Het grootste deel (ruim 80%) is going concern; denk aan het verstrekken van de paspoorten, onderhouden van groen, innen van OZB, verstrekken van subsidies, het afhandelen van meldingen openbare ruimte, etc. De going concern taken zijn uiteraard financieel wel verwerkt, maar vindt u inhoudelijk in de programmabegroting niet uitgebreid terug. Zo is ook het meerjarenperspectief vooral gericht op de financiële wijzigingen. In onderstaand cirkeldiagram is te zien hoe we het totaal van al onze middelen (ongeveer € 135 mln) uitgeven:

Werken aan brede welvaart In de gemeente Oude IJsselstreek streven we naar brede welvaart. In de huidige samenleving is het economisch perspectief één van de belangrijkste pijlers. Maar welvaart en welzijn bestaan uit meer dan alleen werk en inkomen. De coronacrisis heeft ons nog meer duidelijk gemaakt dat het belang van brede welvaart groot is. Wij willen met brede welvaart streven naar evenwicht waarin ruimte is voor milieu, gezondheid en welbevinden van onze inwoners en economisch perspectief voor bedrijven. Gelijkwaardigheid en vertrouwen hebben in de overheid zijn daarbij belangrijke randvoorwaarden. Daarnaast kijken we niet alleen naar het hier en nu, maar ook naar de brede welvaart voor toekomstige generaties. We gebruiken bij de afweging van belangen en keuzes het kader van de 17 duurzame ontwikkelingsdoelen (SDG's). Dit kader helpt ons de ingezette lijn van brede welvaart verder vorm te geven.

7

In alles wat wij doen proberen wij een positieve bijdrage te leveren aan één of meer van deze 17 SDG’s. We erkennen dat inzet op één SDG effecten (positief of negatief) heeft op de andere SDG’s. Door hier rekening mee te houden, en onze activiteiten te toetsen aan alle SDG’s, streven we naar de meest efficiënte en effectieve manieren om te werken aan onze brede welvaart. Zo kijken we niet enkel naar financiën, duurzaamheid of economische groei. We proberen integrale keuzes te maken die een bijdrage leveren aan het levensgeluk van al onze inwoners en de economische ontwikkeling van onze bedrijven. En dit alles met respect voor de aarde, zodat er een mooie toekomst is voor volgende generaties. De onderliggende beginselen en uitdagingen van de SDG's sluiten op deze manier goed aan bij de brede welvaartsinslag. De basisgedachte van de SDG-agenda en onderliggende targets is dat economische groei gestoeld moet zijn op een gezonde biosfeer, het welzijn van de mens en rekening moet houden met toekomstige generaties. Waar brede welvaart een abstract begrip is, zijn de SDG's juist geschikt om onze brede welvaartsinslag verder te concretiseren, verdiepen en meetbaar te maken. De SDG’s geven ons sturing om doelgericht en integraal verder te werken aan het versterken van onze biosfeer, economie en maatschappij.

Je kan dus zeggen dat als we goed scoren op de SDG's we werken aan een toekomstbestendige brede welvaart. Dit doen we overigens niet alleen, maar in gezamenlijkheid met onze inwoners, bedrijven en maatschappelijke partners. De SDG’s in de begroting Willen we concrete impact maken op de brede welvaart aan de hand van de SDG’s, dan zullen we allereerst inzichtelijk moeten hebben wat we nu doen en waarom we dat doen. De begroting is een mooi moment om daarbij stil te staan. In de begroting benoemen we onze bestuurlijke doelen voor 2024 en de kosten die daarbij horen. We maken een afweging over welke acties we uitvoeren gebaseerd op effectiviteit en efficiëntie. Daarbij vragen we ons telkens af of de acties die we doen bijdragen aan het maatschappelijke effect dat we willen bereiken. Om dit beter inzichtelijk te maken, zijn de onderwerpen in de begroting dit jaar anders opgeschreven dan vorig jaar. We maken onze bestuurlijke speerpunten concreter door deze te verwoorden in een duidelijk doel. We richten ons hierbij op de vraag: waarom doen we de dingen die we doen? Daarnaast kijken we naar de acties die we uitvoeren om dit doel te behalen en binnen welke termijn we dit doel willen behalen. Hierbij streven we ernaar om zo efficiënt en effectief mogelijke acties te gebruiken om ons doel te bereiken. Tot slot besteden we aandacht aan de monitoring van onze doelen.

Centraal hierbij staat de vraag: hoe weten (en meten) we of we ons doel bereiken? De SDG’s vormen hierbij een kapstok die ons helpen om onze doelen te concretiseren en te toetsen. Via de SDG’s krijgen we inzichtelijk waar het zwaartepunt van onze inzet ligt en kunnen we hier op sturen. We kijken daarbij niet alleen naar de primaire SDG waar een doel op bijdraagt. We kijken ook naar secundaire SDG’s waar het doel effect op heeft. Dit kan positief zijn, maar ook negatief. Dit helpt ons om te werken aan een zo groot mogelijke effectiviteit en efficiëntie van ons beleid. We gaan meerdere kansen zien en kunnen daardoor meerdere uitdagingen tegelijkertijd aanpakken. Kunnen we bijvoorbeeld bij de bouw van een woonwijk bijdragen aan gezondheid door voldoende groen, of aan duurzame energie door zonnepanelen te stimuleren? Aan de andere kant houdt het ons scherp op potentiële negatieve effecten van het beleid. Wat doet de bouw van een woonwijk bijvoorbeeld met de biodiversiteit? In deze begroting zetten we hiervoor een eerste stap. We koppelen onze bestuurlijke doelen aan de 17 SDG’s. Zo maken we inzichtelijk welke bestuurlijke acties we inzetten bij welke SDG. Het geeft ons een beeld van de bredere maatschappelijke effecten waar onze doelen aan bijdragen.

In deze eerste stap zijn onze bestuurlijke doelen enkel gekoppeld aan de algemene doelen zoals deze omschreven zijn in de nationale doorvertaling van de SDG’s.

8

Hoe straks verder? In samenwerking met u als gemeenteraad gaan we werken aan een lokale doorvertaling van de SDG’s. Na het vaststellen van deze begroting gaan we stapsgewijs aan de slag met deze lokale doorvertaling. Een volgende stap is om deze doelen te koppelen aan de concrete “targets” die onder elke SDG geformuleerd zijn. Dit is de basis om te gaan werken aan een lokale doorvertaling van de SDG’s. Door onze doelen langs de meetlat van de SDG’s te leggen, maken we inzichtelijk waar wij de afgelopen periode als Oude IJsselstreek op hebben ingezet. Hoe verhoudt die inzet zich tot de SDG’s? Waar sluiten de SDG’s al mooi aan op datgene wat er speelt in Oude IJsselstreek? En waar hebben de SDG’s een lokale aanvulling nodig? Met deze input kunnen we de nationale SDG’s doorvertalen naar lokale SDG’s. Zo geven we invulling aan de SDG’s, zodat ze voor de komende jaren een kapstok kunnen vormen voor ons beleid. Het komen tot een lokale doorvertaling doen we stap voor stap en in samenwerking met u als gemeenteraad. Onze doelen van 2024 In de tabel hieronder vindt u de doelen terug waar u later in de begroting meer over zult lezen, onderverdeeld naar type SDG. Elk van deze doelen draagt primair bij aan één van de SDG’s, maar heeft ook effect op de andere SDG’s. De nummers corresponderen met de nummering van de doelen in de verschillende programma's.

Type SDG

Naam SDG

Biosfeer

Primair doel

Secundair doel

1.4 Een vitaal buitengebied 1.5 Klimaatadaptieve groene kernen 3.3 Versterken van de agrarische sector 3.9 Vluchtelingen opvangen

1.6 Minder energie verbruiken, meer duurzame energie opwekken 1.5 Klimaatadaptieve kernen 3.4 Versterken van de (toekomstbestendigheid van de) industrie

1.5 Klimaatadaptieve groene kernen

1.4 Een vitaal buitengebied

9

1.5 Klimaatadaptieve groene kernen 3.3 Versterken van de agrarische sector 3.5 Versterken van onderscheidend toeristisch recreatief aanbod

Type SDG's

Naam SDG

Maatschappij

Primair doel

Secundair doel

2.4 Groter bereik minimabeleid

1.6 Minder energie verbruiken, meer duurzame energie opwekken 2.1 Inwoners ervaren een positieve gezondheid 2.3 Wonen doe je thuis 2.5 Participeren voor iedereen 3.7 Gelijke onderwijskansen bieden voor iedere jeugdige

3.3 Versterken van de agrarische sector

1.4 Een vitaal buitengebied 2.1 Inwoners ervaren een positieve gezondheid 2.4 Groter bereik minimabeleid 3.5 Versterken van onderscheidend toeristisch recreatief aanbod

2.1 Inwoners ervaren een positieve gezondheid 2.3 Wonen doe je thuis 3.10 De gezondheid en het welzijn van inwoners bevorderen

1.3 Een thuis voor iedereen 1.5 Klimaatadaptieve groene kernen 2.2 Integrale aanpak Zorg en Veiligheid 3.5 Versterken van onderscheidend toeristisch recreatief aanbod 3.6 Cultuureducatie bevorderen in het primair en voortgezet onderwijs 3.7 Gelijke onderwijskansen bieden voor iedere jeugdige 3.8 Duurzame en toekomstgerichte onderwijshuisvesting 3.9 Vluchtelingen opvangen 5.6. Een toekomstbestendig en toegankelijk gemeentehuis

3.6 Cultuureducatie bevorderen in het primair en voortgezet onderwijs 3.7 Gelijke onderwijskansen bieden voor iedere jeugdige 3.8 Duurzame en toekomstgerichte onderwijshuisvesting

2.4 Groter bereik minimabeleid 2.5 Participeren voor iedereen 3.9 Vluchtelingen opvangen

2.5 Participeren voor iedereen 3.8 Duurzame en toekomstgerichte onderwijshuisvesting 3.9 Vluchtelingen opvangen

10

1.6 Minder energie verbruiken, meer duurzame energie opwekken

11

1.3 Een thuis voor iedereen 1.5 Klimaatadaptieve groene kernen 5.6. Een toekomstbestendig en toegankelijk gemeentehuis

1.1 Duurzame mobiliteit en bereikbaarheid 1.2 Een afvalvrije gemeente 1.4 Een vitaal buitengebied 1.6 Minder energie verbruiken, meer duurzame energie opwekken 2.1 Inwoners ervaren een positieve gezondheid 3.2 Versterken van compacte, toegankelijke en groene winkelcentra 3.4 Versterken van de (toekomstbestendigheid van de) industrie 3.5 Versterken van onderscheidend toeristisch recreatief aanbod 3.8 Duurzame en toekomstgerichte onderwijshuisvesting

2.2 Integrale aanpak Zorg en Veiligheid 4.1 Bereikbaarheid en persoonlijke dienstverlening 4.2 Aanpak ondermijning 5.2. Vergroten (cyber-)bewustzijn en weerbaarheid van inwoners, organisatie en de gemeente 5.3. Een betrouwbare gemeente 5.4. Versterken interne beheersing? 5.5. Datagedreven werken om beter onderbouwd keuzes te maken 5.7. Publiceren Woo informatie?

2.1 Inwoners ervaren een positieve gezondheid 2.3 Wonen doe je thuis 3.11 Samenwerken met Duitsland

Type SDG's

Naam SDG

12

Economie

Primair doel

Secundair doel

3.1 Versterken van duurzame economische ontwikkeling 3.2 Versterken van compacte, toegankelijke en groene winkelcentra 3.11 Samenwerken met Duitsland 3.5 Versterken van onderscheidend toeristisch recreatief aanbod

1.6 Minder energie verbruiken, meer duurzame energie opwekken 2.5 Participeren voor iedereen 3.8 Duurzame en toekomstgerichte onderwijshuisvesting 3.4 Versterken van de (toekomstbestendigheid van de) industrie 3.9 Vluchtelingen opvangen

1.1 Duurzame mobiliteit en bereikbaarheid 3.4 Versterken van de (toekomstbestendigheid van de) industrie

3.6 Cultuureducatie bevorderen in het primair en voortgezet onderwijs 3.1 Versterken van duurzame economische ontwikkeling 3.2 Versterken van compacte, toegankelijke en groene winkelcentra 5.6. Een toekomstbestendig en toegankelijk gemeentehuis

2.5 Participeren voor iedereen 3.9 Vluchtelingen opvangen 5.1. Wij zijn een inclusieve werkgever

2.4 Groter bereik minimabeleid 2.1 Inwoners ervaren een positieve gezondheid 2.3 Wonen doe je thuis 3.10 De gezondheid en het welzijn van inwoners bevorderen 3.7 Gelijke onderwijskansen bieden voor iedere jeugdige 3.6 Cultuureducatie bevorderen in het primair en voortgezet onderwijs 5.6. Een toekomstbestendig en toegankelijk gemeentehuis

1.2 Een afvalvrije gemeente

1.4 Een vitaal buitengebied 1.6 Minder energie verbruiken, meer duurzame energie opwekken 3.3 Versterken van de agrarische sector 3.5 Versterken van onderscheidend toeristisch recreatief aanbod 5.6. Een toekomstbestendig en toegankelijk gemeentehuis

13

Type SDG

-

alles overstijgend

SDG doel

Primair doel

Secundair doel

-

2.1 Inwoners ervaren een positieve gezondheid 2.2 Integrale aanpak Zorg en Veiligheid 3.9 Vluchtelingen opvangen 3.10 De gezondheid en het welzijn van inwoners bevorderen 3.11 Samenwerken met Duitsland 5.2. Vergroten (cyber-)bewustzijn en weerbaarheid van inwoners, organisatie en de gemeente 5.5. Datagedreven werken om beter onderbouwd keuzes te maken

Programma 1: De gemeente waar het goed wonen is Inleiding In de gemeente waar het goed wonen is gaat het om een gezonde, veilige en aantrekkelijke leefomgeving. Nu en later. In onze Toekomstvisie zijn daarom een aantal opgaven voor onze gemeente geformuleerd, waaronder Vitaal Platteland en De Allernieuwste Energie. Ook de visie Landschapspark Oude IJssel geeft richting aan ons handelen. Deze (deels wettelijke) opgaven, waar onze gemeente verantwoordelijk voor is, zijn omvangrijk en divers. Om die goed uit te voeren zijn concrete en waar mogelijk meetbare doelen geformuleerd, die rekening houden met zowel de lange als de korte termijn. Door opgaven te combineren worden beschikbare middelen efficiënt ingezet zonder kwaliteit of ambitie in te leveren. In de woonkernen wordt ingezet op een thuis voor iedereen in een groene omgeving die bestand is tegen weersextremen. De woningbouwopgave vergt de komende jaren structurele gemeentelijke inzet. Zowel bij de uitbreiding van het woningbestand als bij het zorgvuldig beheer van het bestaande woningbestand en in met name de openbare ruimte gaat vergroening van de kernen hand in hand met klimaatadaptatie. De realiteit is dat overlast niet altijd kan worden voorkomen, maar de ruimte die beschikbaar is om ernstige schade door wateroverlast of extreme hitte tegen te gaan wordt daarvoor gebruikt.

De energie behoefte, met name voor elektriciteit blijven stijgen door de toename van het aantal huishoudens en de bedrijvigheid en het feit dat we meer elektrisch gaan rijden en van het aardgas afgaan en de vervanging grotendeels all-electric zal zijn. Meer ruimte voor de opwek van duurzame energie is nodig, maar gaat samen met blijvende aandacht voor slimme bespaaroplossingen. Groei betekent ook nadrukkelijk aandacht voor mobiliteit. Zowel verduurzaming van vervoer als diversificatie van vervoersvormen zijn noodzakelijk om te voorzien in de behoefte van zowel utilitair als recreatief verkeer. De ingeslagen weg van afval naar grondstof (VANG) wordt vervolgd. De ambitie om een gemeente zonder afval te worden, wordt meetbaar gemaakt door kwantificeerbare doelen te formuleren. In het buitengebied liggen grote complexe (verduurzamings-)opgaven waarbij de regie veelal bij de provincie en/of het Rijk ligt en de gemeente voornamelijk voor de uitvoering aan de lat staat. Op dit moment wordt het beleid vooral door mede-overheden ontwikkeld. Duidelijk is wel dat de uitvoering van de - deels nog te maken keuzes moet plaatsvinden binnen gebiedsprocessen. Welke inzet van de gemeente wordt verwacht moet blijken als het provinciale programma klaar is.

De nationale en provinciale ontwikkelingen voor het landelijk gebied worden nauwlettend gevolgd en waar mogelijk levert de gemeente - gevraagd en ongevraagd - input.

14

Wat geven we eraan uit? In totaal geven we binnen programma 1 ongeveer € 44 miljoen uit. In onderstaand overzicht is te zien waar het geld naar toe gaat.

Doelen en acties * 1.1 Duurzame mobiliteit en bereikbaarheid Doelomschrijving Goede aansluiting op (boven)regionale netwerken en goede bereikbaarheid van woongebieden, werklocatie en voorzieningen voor alle gebruikers. Verduurzamen van het vervoersaanbod binnen onze gemeente en regio. Termijn

Lang

Primair SDG doel

Secundaire SDG doelen

Portefeuillehouder(s) Ria Ankersmit Taakveld

15

2.1 Verkeer en vervoer

Context Voor de leefbaarheid en economische vitaliteit van onze regio is een goede, veilige en duurzame bereikbaarheid van woonlocaties, werklocaties en voorzieningen een essentiële randvoorwaarde. In ons collegeprogramma, de Achterhoekvisie 2030 en ook in het in ontwikkeling zijnde Regio-arrangement voor de Achterhoek is duurzame mobiliteit en bereikbaarheid een belangrijke opgave. De financiële omvang van deze opgaven die in het tijdvak 2024-2030 e.v. spelen is zeer aanzienlijk. Uitvoering hiervan vraagt om inzet van financiële middelen vanuit EU, RIJK, provincie, Regio en ook van de gemeente Oude IJsselstreek en daarnaast ook om een tijdsinvestering. Uitvoering 2024 Het nieuwe Mobiliteitsplan Oude IJsselstreek wordt in het voorjaar van 2024 vastgesteld. Uit dit mobiliteitsplan volgen de uitvoeringstaken. In 2024 wordt in elk geval gewerkt aan: •

Aanpassingen aan de N18 ten behoeve van verkeersveiligheid, doorstroming en OV-gebruik, op basis van de N18-scenariostudie;

•

Verbeteren fietsmobiliteit;

•

De doorontwikkeling van station Varsseveld tot een OV-Hub alsmede de ontwikkeling van een transferium nabij rotonde Silvolde;

•

Een verkeersveilige oplossing voor de oversteek over de N317 t.h.v. de Oude-IJsselweg;

•

Uitbreiding van de laadinfrastructuur voor elektrisch rijden.

Monitoring Door bovengenoemde opgaven in een uitvoeringsagenda met een planning te plaatsen kan per onderdeel worden bepaald welke ontwikkelingen wanneer en door wie worden opgepakt en wat de voortgang qua doelrealisatie en financiële inzet is. In deze uitvoeringsagenda monitoren we ook of onze activiteiten een positieve bijdrage leveren aan ons doel.

* 1.2 Een afvalvrije gemeente Doelomschrijving In 2050 hebben wij de transitie Van Afval Naar Grondstof (VANG) succesvol doorlopen en is de gemeente afvalvrij. Dat doen we door in te zetten op de driehoek milieu, kosten en service:

16

•

Milieu - We verminderen de hoeveelheid grof en fijn restafval van 116 kilogram per inwoner nu naar 50 kilogram in 2025. In 2030 willen we deze verder verlagen tot 25 kilogram en in 2050 bestaat er geen restafval meer (circulaire economie).

•

Kosten - We streven naar beheersbare en marktconforme kosten voor het afvalbeheer en we behouden het principe ‘de vervuiler betaalt’.

•

Service - We verhogen onze dienstverlening voor de schone grondstoffen en beperken onze dienstverlening voor het restafval. We vinden het belangrijk dat de meeste inwoners (zeer) tevreden blijven over de manier waarop de grondstoffen worden ingezameld. Waar nodig passen we maatwerk toe om onze inwoners te ontzorgen.

Context We werken aan de transitie naar een circulaire economie, een samenleving zonder afval. We gaan voor een duurzame samenleving, die we kunnen doorgeven aan de generaties na ons. We willen ervoor zorgen dat mensen nu en in de toekomst gezond en veilig kunnen leven. We willen stoppen met roofbouw plegen op de leefomgeving en met het halen van grondstoffen uit de aarde. Wij zijn ervan overtuigd dat grondstoffen waardevol zijn en dat afval in de nabije toekomst niet meer bestaat. Wel zijn we voor een afvalloze gemeente afhankelijk van het Rijk, die voorwaarden moet stellen aan leveranciers, zodanig dat zij geen (toekomstig) restafval meer produceren. Voor het behalen van deze ambities is een wezenlijk nieuwe strategie nodig. In het beleidsdocument VANG (Van Afval Naar Grondstof) 2022-2030 hebben we een samenhangend en integraal maatregelenpakket uitgewerkt. Uitvoering 2024 We gaan de volgende zaken doen: 1.

Invoeren tarief voor per keer aanbieden van restafval;

2.

Tijdelijk uitbreiden handhavingscapaciteit rondom invoering tarief;

3.

Verbieden ongeadresseerde folders met o.a. invoeren van de Ja sticker;

4.

Invoeren brengmogelijkheid snoeiafval naar gemeentewerf in voor- en najaar;

5.

Uitgebreide voorlichtingscampagnes;

6.

Het goede voorbeeld geven als gemeente;

7.

Promoten gebruik wasbare luiers, door middel van een starterspakket bij aangifte kind bij de gemeente.

Monitoring We monitoren de voortgang op ons doel door bij te houden hoeveel restafval we verwerkt hebben. Ook voeren we een afvalsorteeranalyse uit. Hiermee zien we hoeveel grondstoffen er nog in het restafval zitten, zodat we weten waarop we kunnen bijsturen. Dit bijsturen doen we door constant te kijken naar de driehoek: milieu, kosten, service. Op deze driehoek meten we concreet: Milieu: •

In 2025 ontstaat max. 50 kilogram per inwoner per jaar;

•

In 2030 ontstaat max. 25 kilogram restafval per inwoner per jaar;

•

In 2050 ontstaat 0 kilogram restafval per inwoner per jaar (circulaire economie).

Kosten: •

De kosten voor het afvalbeheer houden we, voor waar we als gemeente invloed op hebben, beheersbaar en marktconform;

•

Maatregelen uit het gemeentelijk VANG-beleid proberen we, waar mogelijk, te dekken uit de besparing van het verbranden van restafval en de hogere opbrengsten voor de recycling van grondstoffen;

Service: •

We verhogen onze dienstverlening voor de schone grondstoffen;

•

Daarbij vinden we het belangrijk dat de meeste inwoners (zeer) tevreden blijven over de manier waarop de grondstoffen worden ingezameld.

* 1.3 Een thuis voor iedereen Doelomschrijving Een passende woning realiseren voor de verschillende doelgroepen in onze gemeente. Daarom bouwen we t/m 2030 1500 nieuwe woningen. Hiervan is een derde sociale huur, een derde 'betaalbare huur en koop' en een derde 'dure huur en koop'.

17

Termijn

Lang

Primair SDG doel

Secundaire SDG doelen Portefeuillehouder(s) Ben Hiddinga Taakveld

8.3 Wonen en bouwen

Context Er zijn op dit moment te weinig woningen. Het gemeentelijke woningbouwprogramma is vastgesteld op 1500 woningen onder de Woondeal. De ambitie om meer te bouwen, 2250 woningen t/m 2030, blijft gehandhaafd. In het woningbouwprogramma houden we rekening met de autonome behoefte, de instroom van arbeidskrachten én van woningzoekenden die vanwege het groene karakter van de Achterhoek hier willen komen wonen. Naast de reguliere woningbouw is er ruimte nodig voor het huisvesten van aandachtgroepen; internationale werknemers, statushouders en vluchtelingen. We gaan voor een ‘Thuis voor Iedereen’. Een ‘thuis’ is veel meer dan alleen een dak boven het hoofd. Het gaat bijvoorbeeld ook om de directe (leef)omgeving van de woning. Bij woningbouwplannen houden wij daarom onder andere rekening met de 3-30-300 regel die ervoor zorgt dat er voldoende groen is. Uitvoering 2024 De woningbouwopgave vraagt om een structurele en consistente inzet van de gemeente. Deze loopt al en hiermee gaan wij de komende jaren verder. De voortgang van de uitleglocaties; de Tuit, Varsseveld-Noord, Biezenakker en Lenteleven verloopt gestaag. De Tuit is de locatie waarmee als eerste gestart is en welke het verst in het proces is. Nog voor het einde van 2023 willen wij het ontwerpbestemmingsplan in procedure brengen, om zo in 2024 het bestemmingsplan te kunnen vaststellen.

De vijfde uitleglocatie Voorbroek-Terborg wordt vanaf 2025 opgepakt. Ook gaan we aan de slag met onze eigen panden en grondposities. Twee grotere voorbeelden daarvan zijn de Keurkamer en Wesenthorst in Ulft, hier pakken wij zelf het voortouw. Daarnaast werken we aan passende woningen voor specifieke doelgroepen. Speciale aandacht houden wij daarbij voor: •

Betaalbare woningen, waaronder flexwoningen

•

Wonen en Zorg

•

Huisvesting voor internationale werknemers, vluchtelingen en statushouders

Voor de uitwerking van de Visie Landschapspark Oude IJssel maken we in 2023 en 2024 een afwegingskader. Zo kunnen we individuele verzoeken en plannen binnen deze zone beoordelen en begeleiden. Dit geldt voor zowel woningbouw, maar ook andere functies. Op 1 januari 2024 treedt de Omgevingswet in werking. Als onderdeel daarvan wordt het voor gemeente verplicht een Huisvestingsverordening te hebben. Zo'n verordening heeft Oude IJsselstreek op dit moment niet. Het opstellen van deze verordening pakken wij in regionaal verband op. Wij verwachten dat in de eerste helft van 2024 hierover besluitvorming kan plaatsvinden. Monitoring Oude IJsselstreek doet mee aan de Achterhoekse Woon- en Vastgoedmonitor. Daarnaast ontvangt de raad jaarlijks een rapportage met daarin de voortgang van de woningbouw. Op basis daarvan kan, indien noodzakelijk bijsturing plaatsvinden.

18

* 1.4 Een vitaal buitengebied Doelomschrijving De nationale en provinciale ontwikkelingen voor het landelijk gebied monitoren we structureel en we leveren gevraagd en ongevraagd input. Daarnaast werken we aan inzicht in onze lokale situatie van het buitengebied en haar inwoners. Op basis van deze twee sporen wordt duidelijk welke activiteiten nu al door onszelf of andere overheden worden uitgevoerd die bijdragen aan een vitaal buitengebied en welke activiteiten nog missen. Dit verwerken we in het Lokaal Programma Vitaal Buitengebied dat in 2024 wordt gemaakt en structureel wordt uitgevoerd. Termijn

Lang

Primair SDG doel

Secundaire SDG doelen Portefeuillehouder(s) Ria Ankersmit Taakveld

8.1 Ruimte en leefomgeving

Context Het buitengebied (buiten de bebouwde kom) heeft te maken met grote complexe (verduurzamings-)opgaven op het gebied van natuur, klimaat en water. Deze opgaven hebben grote invloed op de agrarische sector. De aanpak van de opgaven in het buitengebied verschilt van de aanpak binnen de bebouwde kom, maar raakt wel dezelfde thema’s. Denk aan het sociaal- economisch perspectief van de bewoners en (agrarische) bedrijven, de energietransitie, woningbouw en mobiliteit. Een integrale aanpak voor deze opgaven is van belang als wij ons karakteristieke landschap willen behouden en verder versterken. Daarom zijn slimme keuzes voor de korte én lange termijn nodig. Dat kunnen we niet alleen, het is een gezamenlijke verantwoordelijkheid van alle betrokken overheden. De regie voor veel opgaven ligt vaak niet bij de lokale overheid, maar bij het Rijk of de provincie. Dit geldt onder meer voor het gebiedsprogramma Vitaal Landelijk Gebied Gelderland onder regie van de provincie Gelderland, dat op zijn beurt weer een uitwerking is van het Nationaal Programma Landelijk Gebied van de rijksoverheid. Afhankelijk van de keuze van gebieden, de opgaven en maatregelen daarin en bijdragen van derden voortkomend uit dit provinciale proces wordt ook inzichtelijk welke bijdrage van ons wordt verwacht.

Daaruit volgt ook welke eigen lokale bijdrage wij nog kunnen en willen leveren aan een leefbaar en vitaal buitengebied, bijvoorbeeld in het kader van de uitvoering van de gemeentelijke Klimaatagenda. Uitvoering 2024 In 2024 wordt het Lokaal Programma Vitaal Buitengebied afgerond daarin gaan we in ieder geval: •

Inzichtelijk maken wat we al doen en welke instrumenten wij daarvoor inzetten;

•

Inzichtelijk maken waar wij wel en geen invloed op hebben;

•

Monitoren van nationale en provinciale ontwikkelingen voor het landelijk gebied in 2024 en op basis daarvan onze (aanvullende) bijdrage aan een vitaal buitengebied bepalen.

In 2024 werken wij:

19

•

Verder in gesprekken met inwoners en ondernemers van het buitengebied over hun vragen en gewenste toekomstige (sociaaleconomische) ontwikkelingen (WATEA, zie ook programma 3: doelstelling 3)

•

Verder aan het ecologisch beheren van gemeentelijk areaal van bermen en watergangen volgens het vastgestelde berm- en watergangenbeheerplan;

•

Aan de uitvoering van de structurele Subsidieregeling aanleg landschap en biodiversiteit;

•

Via het regionale proces mee aan de totstandkoming van het provinciale gebiedsprogramma Vitaal Landelijk Gebied Gelderland;

•

Via het regionale proces mee om tot een Aanpak droogte Achterhoek te komen (o.a. bepalend voor binnenhalen van geldstromen);

Monitoring •

Vaststellen van het Lokaal Programma Vitaal Buitengebied, dit kan ervoor zorgen dat de doelstelling concreter wordt;

•

Periodiek inzichtelijk maken van onze lokale situatie met behulp van data, zoals het aantal en soort agrarische bedrijven en indien nodig ons Lokaal Programma Vitaal Buitengebied hierop aanpassen;

•

Naar aanleiding van gesprekken met de inwoners en gebruikers van het buitengebied indien nodig ons Lokaal Programma Vitaal Buitengebied hierop aanpassen.

* 1.5 Klimaatadaptieve groene kernen Doelomschrijving We werken voor onze inwoners aan een gezonde, veilige en aantrekkelijke leefomgeving in de kernen, door te zorgen dat klimaateffecten van hitte en wateroverlast binnen streefwaarden blijven. Termijn

Lang

Primair SDG doel

Secundaire SDG doelen Portefeuillehouder(s) Ria Ankersmit Taakveld

5.7 Openbaar groen en (openlucht) recreatie

Context In de Klimaatagenda en de Visie op Landschap, Natuur en Groene Kernen is afgesproken dat de leefbaarheid in de kernen voor onze inwoners gewaarborgd is. Door het veranderende klimaat met meer hete dagen, hevige buien en langere periodes van droogte kan de kwaliteit van de leefomgeving onder druk komen te staan. Om te weten of en waar dat voor onze inwoners aan de orde is willen we inzicht in de klimaateffecten van hitte en wateroverlast op wijkniveau. Dit geeft de mogelijkheid om op wijkniveau plannen te maken om de openbare ruimte (her) in te richten om de klimaateffecten op te vangen. Als bekend is op welke locaties ingrepen in de openbare ruimte nodig zijn om klimaateffecten te dempen kunnen deze ingrepen worden ontworpen en uitgevoerd in combinatie met bijvoorbeeld het reguliere groot onderhoud aan weg of riolering. Daarnaast is samenwerking mogelijk met partners zoals Wonion, die een verduurzamingsopgave heeft in de bestaande woningvoorraad. Deze samenwerkingsmogelijkheden zorgen voor een efficiëntere inzet van gemeenschappelijke middelen voor zo min mogelijk overlast voor onze inwoners. Uitvoering 2024 In kwartaal 1 van 2024 wordt het Meerjarenplan Klimaatadaptieve Groene Kernen afgerond. In dit plan krijgen de volgende stappen een plek:

20

1.

Streefwaarden van hitte en wateroverlast onderbouwen en vaststellen met beschikbare data en de Klimaatatlas Oude IJsselstreek. Dan is helder wanneer het effect van hitte en/of wateroverlast op de leefomgeving onacceptabel is en een investering nodig is in de openbare ruimte.

2.

Met behulp van de streefwaarden alle kernen analyseren en aandachtsgebieden definiëren en prioriteren.

3.

Per aandachtsgebied globaal maatregelen formuleren om effecten van hitte en wateroverlast binnen de streefwaarden te brengen. Zo is globaal de benodigde investering bekend.

4.

Het zoeken van koppelkansen met benodigd groot onderhoud en/of andere samenwerkingen met partners zoals Wonion.

DataLabGO ondersteunt het maken van dit plan met beschikbare (landelijke) data. Door dit plan is, na het bestuurlijke proces met besluitvorming, bekend welke wijken klimaatadaptief zijn en in welke wijken maatregelen nodig zijn. Deze maatregelen kunnen op projectbasis ingepland en uitgevoerd worden als middelen beschikbaar worden gesteld. Na deze activiteit kan het hoofddoel ook verder concreet worden. In 2024 wordt het eerste pilotproject, het klimaatadaptief herinrichten van de omgeving van het appartementencomplex De Bongerd, samen met Wonion uitgevoerd. In 2024 is Natuur- en milieueducatie een structureel aanbod aan de basisscholen met als doel: iedere basisschoolleerling in groep 5 tot en met 8 kan elk schooljaar meedoen aan een NME-les. Deze lessen richten zich op kennis van natuur zoals dieren die leven in een bos of in een sloot. Kennis en inzicht in klimaat door met de klimaattafel te oefenen en te zien wat verstening in de tuin voor effect heeft. Ook kunnen de leerlingen een boerderij bezoeken en zo leren over de koe en melk, boter en kaas. Hier ligt ook een link naar het doel van een Vitaal Buitengebied. In 2024 wordt de samenwerking met stichting Steenbreek en met Weet van Water gecontinueerd. In samenwerking met Steenbreek, het waterschap en Wonion zijn inmiddels 4 actiedagen ‘tegel eruit, plant erin’ gehouden.

De acties worden door de inwoners enthousiast ontvangen en dragen bij aan de betrokkenheid van de inwoners bij hun eigen leefomgeving (hoofdstuk 7 uit de Klimaatagenda). Door deelname aan de samenwerking tussen het waterschap en de Achterhoekse gemeenten, Weet van Water, is voor alle inwoners een website met informatie over klimaatverandering en wat zij zelf kunnen doen beschikbaar. Voor het afkoppelen van de eigen woning kunnen inwoners gebruik maken van gemeentelijke subsidie. Weet van Water verzorgt naast de website ook seizoensgebonden en thematische content die via de gemeentelijke communicatiekanalen wordt verspreid. Monitoring De data in de Klimaatatlas is de basis voor het vaststellen van streefwaarden en het analyseren van de aandachtsgebieden. De Klimaatatlas wordt iedere 5 jaar herzien. Het samenwerkingsverband DataLabGO ondersteunt en vult de klimaateffecten data aan, op zowel regionale als lokale schaal. Met de Klimaatatlas en data van DatalabGO worden vanaf 2024 iedere twee jaar al onze kernen gemonitord op het voldoen aan de streefwaarden. Indien streefwaarden op landelijk niveau worden gewijzigd door veranderende inzichten in klimaatverandering dan volgen wij deze landelijke aanpassingen. Zo kan uit de statistische analyses van het KNMI bijvoorbeeld blijken dat de intensiteit van de referentiebui die gemiddeld eens per 100 jaar valt toeneemt.

In dat geval nemen we de nieuwe referentiebui mee in de analyse van de effecten op onze kernen. Na realisatie van herinrichten omgeving De Bongerd wordt het proces geëvalueerd samen met Wonion. De uitvoerende partij van de NME-lessen geeft ieder jaar inzicht in deelname van de scholen, klassen en aantal leerlingen per les.

* 1.6 Minder energie verbruiken, meer duurzame energie opwekken Doelomschrijving Om klimaatverandering tegen te gaan (te verminderen) dragen we actief bij aan de uitvoering van het nationaal Klimaatakkoord. Nationaal is het doel gesteld om in 2030 55% minder broeikasgassen uit te stoten dan in 1990 en om in 2050 de energietransitie van fossiele energie naar hernieuwbare energie te hebben voltooid. De gemeentelijke speerpunten liggen in het verduurzamen van de bestaande bouw en het opwekken van duurzame energie als vervanging van fossiele energie.

21

Termijn

Lang

Primair SDG doel

Secundaire SDG doelen Portefeuillehouder(s) Janine Kock Taakveld

8.3 Wonen en bouwen

Context In 2023 is het derde Akkoord van Groenlo vastgesteld. De ambitie is om regionaal uiterlijk in 2050 energieneutraal te zijn. In een regionale uitvoeringsagenda zijn de doelen gekwantificeerd. De regionale uitvoeringsagenda loopt tot 2030. Hierin wordt het nationale doel uit het Klimaatakkoord van 55% CO2 reductie vertaald voor de Achterhoek. De doelen vanuit de Regionale Energiestrategie (RES) voor de opwek van duurzame energie worden meegenomen, evenals de gemeentelijke Transitievisie warmte (TVW). Uitvoering 2024 Speerpunten voor huishoudens: •

Warmtevraag beperken bij huishoudens (isolatie)

•

Aanvangen met verduurzaming van de warmtebron van huishoudens (m.n. warmtepompen)

•

Verduurzaming elektriciteit bij huishoudens (m.n. zonnepanelen)

•

Verminderen van energiearmoede (voor mensen met een laag inkomen)

Huishoudens in de gemeente worden geholpen met de verduurzaming van hun woning. Wonion neemt de huursector grotendeels voor haar rekening. De gemeente richt zich op de particuliere woningeigenaren in de hele gemeente met een focus in de dorpen Varsseveld en Silvolde. Het gaat dan om betere isolatie, het plaatsen van een (hybride) warmtepomp en zonnepanelen. We gaan hiervoor actief inwoners benaderen, en we helpen hen proactief met technisch en financiële vragen. Er zijn subsidies en leningen beschikbaar. Er zijn specifieke subsidies beschikbaar voor woningeneigenaren met energielabel D of slechter en voor mensen met een lager inkomen. We werken hierbij intensief samen met het Achterhoek Energieloket. Ook in 2024 zullen inwoners met lager inkomens ondersteund worden door o.a. energie coaching, kleine energiebesparende maatregelen (fix-brigade), een witgoedregeling en isolatiesubsidie. Ook wordt verder gewerkt aan een regionale structurele aanpak voor deze doelgroep. We gaan samen met WRIJ en gemeente Doetinchem in 2024 een haalbaarheidsstudie doen (er is al een quickscan gedaan) en onderzoeken of bij de RWZI in Etten een warmtenet mogelijk is. Speerpunten voor bedrijven, gemeentelijke gebouwen en maatschappelijk vastgoed: •

Verduurzaming (andere) gebouwen (isolatie, warmtepompen e.d.)/ Bedrijven, maatschappelijk vastgoed en gemeentelijke gebouwen

Naast woningen is de verduurzaming van andere gebouwen belangrijk. Het gaat dan om maatschappelijk vastgoed en bedrijven. Ook eigen gemeentelijke gebouwen vallen hieronder. De verduurzaming van gemeentelijke gebouwen, scholen, sportaccommodaties, bedrijven e.d. heeft al langer onze aandacht. Er worden elk jaar stappen gezet. Er lopen landelijke of regionale programma’s voor scholen, sportaccommodaties, en bedrijven. Neemt niet weg dat er bij de verduurzaming van gebouwen (geen woningen) nog veel winst te behalen is. We gaan onze inzet hierop verhogen. Eigen energieverbruik van de gemeente wordt verduurzaamd via de AGE B.V. Bedrijven kunnen terecht bij het Duurzaam Ondernemerscentrum Achterhoek en bij Agem voor vragen en advies.

22

Speerpunten voor energie opwekken: •

Invulling geven aan de RES-doelstelling

•

Opwek van duurzame elektriciteit door m.n. grootschalig zon op dak

•

Opwek van duurzame elektriciteit met zonnevelden en wind

•

Waterstof (opslag lokaal duurzaam geproduceerde elektriciteit)

De RES-doelstelling is een regionale doelstelling. De gemeente zet zich actief in het RES-doel te halen, buiten of binnen onze gemeente. We staan open voor initiatieven en zullen elk initiatief apart beoordelen. In 2023 is de eerste RES-voortgangsrapportage gemaakt, in 2024 vindt een herijking van de RES Achterhoek plaats. Belangrijk hierin is dat een deel van het RES bod nog niet gealloceerd is. De opwek van elektriciteit door grootschalig zon op dak is een belangrijk doel in de RES. We streven naar meer dan een verdubbeling van zon op dak. In 2024 gaan we verder met het promoten van zon op dak door het programma ZBA (zonnige bedrijven Achterhoek). Door netcongestie is het aanleggen van een zonnedak niet altijd mogelijk. Er zijn vier zonnevelden met een omgevingsvergunning. Twee velden zijn in aanbouw. Er komt in 2024 een voorstel voor het aanscherpen van het gemeentelijke beleid rond zonnevelden. Tot die tijd worden aanvragen als maatwerk behandeld waarbij de voorgenomen aangescherpte voorwaarden meegenomen worden. De mogelijkheden van waterstof, waarin energie kan worden opgeslagen, houdt onze aandacht. Er wordt onderzocht of er mogelijkheden zijn om waterstof lokaal te produceren (met lokale duurzame elektriciteit) en lokaal af te zetten. Generiek speerpunt: •

Burgerparticipatie, lokale energie coöperaties en communicatie

Het betrekken van onze inwoners bij de energietransitie is en blijft een speerpunt. In 2024 wordt dit geïntensiveerd. Naast de reguliere communicatie gaan we meer inzetten op persoonlijk contact. Er zijn twee inwonersadviseurs verduurzaming actief, die actief met inwoners in gesprek gaan over het verduurzamen van hun woning. De inwonersadviseurs kunnen inwoners voorlichten, enthousiasmeren, helpen bij technische en financiële vragen. Ook kunnen ze assisteren bij het aanvragen van subsidies en leningen. Er is een nauwe samenwerking met het Achterhoek Energieloket. Er zijn een aantal lokale energie coöperaties. De belangrijkste hiervan is het burgerinitiatief (BEOIJ) met de coöperatie “Doe gewoon Watt”. BEOIJ gaat ook in 2024 een energiefestival organiseren. De gemeente blijft deze coöperatie ondersteunen. Monitoring In 2023 wordt de Regionale Uitvoeringsagenda 2023 vastgesteld. Deze agenda loopt tot 2030. Op basis van deze agenda wordt een gemeentelijke vertaling gemaakt. Hierin worden indicatoren voor de acties vastgesteld om ons doel te behalen. De monitoring wordt in samenwerking met DatalabGO en het energieloket opgezet. Energieopwekking wordt gemonitord via de RES monitor, die iedere twee jaar gemeten wordt.

Raadsplanning

23

Wat kost het?

Beleidsmatige ontwikkelingen.

24

Autonome ontwikkelingen.

25

Wat zijn onze reguliere taken in dit programma.

26

Programma 2: Een leefbare gemeente Inleiding Een leefbare gemeente zijn en blijven in de toekomst dat is waar wij ons hard voor maken. Dit is een uitdaging die wij samen met onze inwoners en maatschappelijke partners aan moeten en willen gaan. De druk op de zorg neemt toe, dat zien we doordat de arbeidsmarkt vergrijst en daarmee ook direct meer inwoners die ondersteuning hebben. De complexiteit van problematiek neemt toe. We zien in onze cijfers dat meer inwoners een beroep doen op inkomensondersteuning en schuldhulpverlening. De oorzaak van deze ontwikkelingen is vooral aan te pakken door het herstellen van bestaanszekerheid, het vergroten van kansengelijkheid en het makkelijker maken van gezond leven. Dat zijn de belangrijkste maatschappelijke opgaven die we op dit moment voor ons zien. Vanuit het Rijk zijn er verschillende acties uitgezet om deze opgaven het hoofd te gaan bieden. Denk daarbij aan de afspraken in het Integraal Zorg Akkoord, het Gezond en Actief Leven Akkoord, de Hervormingsagenda Jeugd, het toekomstscenario Kind en gezinsbescherming en het Breed Offensief. Deze bewegingen zien allemaal toe op meer gezondheid en betrokkenheid van inwoners en een integrale aanpak waarbij achterliggende problematiek, die vaak op verschillende leefgebieden (en verschillende wetten) ligt, adequaat wordt opgepakt. Hierdoor zal op termijn minder zorg en ondersteuning nodig zijn.

Dit vraagt van ons allemaal (inwoners, zorgaanbieder en onszelf) een andere manier van kijken naar verantwoordelijkheden en rollen. We gaan hiermee aan de slag door de dialoog met onze inwoners en onze samenwerkingspartner te (blijven) voeren. We leren door te doen en we vinden het belangrijk om ook inzichtelijk te maken wat we leren en hoe we dit vertalen naar beleid en de praktijk. We doen dit door middel van reflexieve monitoring in combinatie met datagedreven werken. Reflexieve monitoring richt zich op interactief leren en bijsturen, getoetst aan lange termijn ambities voor systeemverandering. In dit soort fundamentele veranderingen zijn er te veel factoren die invloed hebben op data waardoor data alleen geen goed inzicht geeft of de gewenste verandering wordt bereikt. De combinatie met reflexieve monitoring helpt om deze invloeden en veranderingen te herkennen en inzichtelijk te maken.

Wat geven we eraan uit? In totaal geven we binnen programma 2 bijna € 60 miljoen uit. In onderstaand overzicht is te zien waar het geld naar toe gaat.

27

Doelen en acties * 2.1 Inwoners ervaren een positieve gezondheid Doelomschrijving De door inwoners ervaren (zeer) goede gezondheid stabiel houden. Ondanks de uitdagingen, zoals vergrijzing en tekort aan zorgpersoneel, die op ons afkomen. Het is onze ambitie dat iedere inwoner, jong en oud, zich kan blijven ontplooien, gezond kan blijven leven en regie kan blijven voeren op het eigen leven en/of dat van zijn/haar gezin. Termijn

Middellang

Primair SDG doel

Secundaire SDG doelen Portefeuillehouder(s) Janine Kock, Marco Bennink, Ria Ankersmit Taakveld

28

Meerdere

Context De komende decennia neemt de zorgvraag verder toe, met name door de vergrijzing. Door een groeiend tekort aan zorgpersoneel wordt het steeds moeilijker om aan deze groeiende zorgvraag te voldoen. We vinden dat iedereen ertoe doet en mee moet kunnen doen naar eigen mogelijkheden. We vinden het belangrijk dat inwoners verantwoordelijkheid nemen voor hun eigen gezondheid door bewuster en gezonder te leven. Positieve gezondheid (preventie) en herstelvermogen (weerbaarheid) staan daarbij centraal. Wij geloven er in dat positieve gezondheid en herstelvermogen bijdragen aan het zo lang mogelijk onafhankelijk en zelfstandig blijven van inwoners en dat dit bijdraagt aan het vergroten van hun levensgeluk. Daarbij organiseren we het zo dat inwoners en professionals niet belast zijn met de verschillende wetgevingen en hun financieringsstromen. De professional heeft de ruimte en het mandaat om echt te doen wat nodig is. Uitvoering 2024 •

We voeren de Lokale Gezondheidsagenda 2021-2024: ‘Gezonde Kansen in Oude IJsselstreek’ uit. Daarbij zetten we extra in op het speerpunt ‘Mentale gezondheid’ en dan specifiek op het versterken van de weerbaarheid en veerkracht van de jeugd;

•

We voeren het Gezond en Actief Leven Akkoord (GALA) uit in een lokaal plan van aanpak om de beweging te maken van ziekte en zorg naar gezondheid en gedrag.

•

Met onze inwoners en onze partners voeren we een maatschappelijk dialoog over normaliseren en het versterken van het gewone leven (zie ook Hervormingsagenda Jeugd).

•

Onze visie en die van het Integraal Zorg Akkoord (IZA) zijn vertaald in de opdrachten aan onze partners in het voorliggend veld. Vanaf 2024 geven zij daar uitvoering aan.

•

Samen met het bouwteam waarin zowel aanbieders uit het voorliggend veld als specialistische aanbieders vertegenwoordigd zijn ontwikkelen we alternatieven voor de inzet van maatwerkvoorzieningen. 2024 is het tweede volledige jaar voor het team jongerenwerk waarin zijn hun inzet bestendigen en aansluiten op de behoefte van de jeugd.

•

In 2024 evalueren wij de inzet van Buurtzorg Jong.

•

Via ‘Samen Sterker Thuis’ ondersteunen we inwoners met een hulpvraag om op een veilige en prettige manier, langer zelfstandig te wonen;

•

Via ‘Heerlijk Thuis in Huis’ helpen we inwoners van 55 jaar en ouder om hun woning klaar te maken voor de toekomst;

•

We werken toe naar een integrale toegang zoals beschreven in de visie ‘Naar het hart van de beweging’. Daarbij zijn inwoners altijd op de juiste plek met hun vraag.

•

In 2024 starten we een bouwteam om de transformatie in de huishoudelijke hulp vorm te geven. Deze sluit aan bij de al in gang gezette beweging bij de andere transformaties (jeugd en Wmo)

•

We leveren onze bijdrage aan een regionaal actieplan ‘Dakloosheid’. Het plan stelt de ambitie om dakloosheid in Nederland fors en structureel terug te dringen met als ambitie om dakloosheid in 2030 te beëindigen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://raad.oude-ijsselstreek.nl/api/v1/meetings/4582/documents/27541