CConstaterende datOude IJsselstreek
Koppel je AI →
Document · PDF

Concept participatiebeleid.pdf

Raadsvergadering 16 december 2021, gemeente Oude IJsselstreekBij agendapunt: 8: Participatiebeleid en Participatieverordening7.185 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Participatiebeleid

“Wat als het samen kan?” Loesje

Samenvatting Inwoners betrekken bij het maken van beleid en plannen vinden we belangrijk, want we zijn samen verantwoordelijk voor onze mooie gemeente. Dat vraagt van een open houding van iedereen bij de gemeente en van de inwoners. Het is steeds moeilijker om inwoners te bereiken via de bestaande communicatiekanalen en inwoners hebben niet altijd het vertrouwen dat er wat met hun input wordt gedaan. Inwoners zien in de besluitvorming duidelijk een rol voor de gemeente(raad) en niet voor inwoners. Wel willen zij meedenken en goed geïnformeerd worden. Inwoners moeten duidelijk vooraf weten wat de mate van invloed is als ze samenwerken. Iedereen heeft als belangrijkste doel van participatie: beter maken van plannen en beleid. Daarin kunnen we elkaar vinden. Als oplossing gaan we bouwen aan vertrouwen, door actief te laten zien hoe goede samenwerking verloopt en gaan we meer terugkoppelen. Zowel inwoners als medewerkers moeten wennen aan de nieuwe rol. Een participatiecoach gaat medewerkers helpen bij de participatie en op deze manier leren de medewerkers hoe ze het de volgende keer zelf kunnen doen. Voor de inwoners zullen we een bewustwordingscampagne lanceren in het kader van de Omgevingswet. Hierbij willen we hen wijzen op de mogelijkheid en verantwoordelijkheid om je eigen leefomgeving vorm te geven. Ook de raad wil dichter bij de inwoners staan.

De organisatie zal hen dus bij de uitvoering van de participatietrajecten moeten betrekken en voeden met informatie uit de samenleving. Bij elk participatietraject zijn we gelijk vanaf de start duidelijk, over de mate van invloed die inwoners hebben. Iedereen vindt het belangrijk dat we de zwijgende meerderheid bereiken. Inwoners geven aan dat zij wel over een thema of locatie mee willen denken. We willen bouwen aan een grote community, waarbij we veel inwoners kunnen bereiken op specifieke onderwerpen. Hierbij hoeven niet telkens opnieuw te ‘zoeken’ naar inwoners die mee willen doen.

Samenwerken vanuit vertrouwen en wederzijds respect met hetzelfde doel: betere plannen en beleid.

Waarom moeilijk doen als het samen kan? In onze gemeente houden we niet van moeilijk doen. We zijn aanpakkers, we waarderen wat we hebben en zijn daar zuinig op. 1 De gemeente wil steeds meer samenwerken, maar de inwoners hebben nog vaak het gevoel dat ze ‘toch niets te zeggen hebben’. Als we vragen om samen te werken met de gemeente of mee te denken is de respons soms laag. Omdat we steeds moeilijker mensen bereiken via onze kanalen, maar ook omdat er niet altijd het vertrouwen is dat er ook daadwerkelijk iets wordt gedaan met de input. Voor medewerkers van de gemeente is de toenemende samenwerking eveneens nieuw. Doordat ze vooral de ‘klachten’ horen, zijn medewerkers soms angstig voor reacties en inmenging. Maar de sterke geluiden van de ‘enkeling’ vormen niet het algemene beeld. Veel inwoners zijn blij met de gemeente en willen best meedenken. Zij laten zich alleen niet altijd horen. Toch wordt onze gemeente er echt beter van als we het samen doen. Dat hoeft niet moeilijk te zijn. Het gaat om gesprekken en in gesprek zijn. Dat hoeven we ook niet vast te leggen in allemaal regels of kaders. Dat moeten we gewoon doen. We hebben elkaar nodig. Waarom moeilijk doen als het samen kan?

1: bron: Toekomstvisie en doelgroep analyse Motivaction (bijlage)

1

Waarom moeilijk doen als het samen kan? (Loesje) Definitie van participatie: Inwonerparticipatie is het betrekken van inwoners bij het beleid en de plannen van de gemeente en het faciliteren van inwoners bij het uitvoeren van hun eigen plannen. Met als doel meer inzicht en daardoor betere plannen en beleid.

Definitie van Overheidsparticipatie: Het betrekken van inwoners bij de plannen van initiatiefnemers, anders dan de gemeente. De gemeente kan hierbij adviseren, faciliteren of kennisbijdragen.

Doel van participatie Als je een plan maakt, of een beleid voor inwoners - noem het een dienst of product wat je gaat leveren aan je doelgroep - dan is het toch heel normaal dat je de behoeftes van je doelgroep kent. Dat noemen we ook wel doelgroeponderzoek of inzicht in je klanten (customer insight). Dat zou het doel moeten zijn van participatie. Het maakt ons beleid en de plannen beter. Je zou het ook kunnen noemen: van buiten naar binnen werken. We zijn een gemeente die aanpakt, geen plannen voor de la. Dat kan alleen als we het samen doen. Inwoners, raad, college en medewerkers. Allemaal met hetzelfde doel: een hoge leefbaarheid in onze gemeente. Waar vaak participatie wordt genoemd in één lijn met draagvlak, wordt eigenlijk door iedereen aangegeven dat je nooit 100% draagvlak krijgt en dat dit ook niet het doel moet zijn. Participatie moet het algemeen belang dienen en geen individueel belang (of draagvlak).

Drie uitgangspunten Er zijn drie punten waar we het allemaal over eens zijn. Inwoners, raadsleden, college en medewerkers; allemaal vinden we dat: - er duidelijkheid moet zijn over de mate van invloed en de stappen in het proces bij de start van samenwerking. - het belangrijkste doel is: plannen en beleid worden beter. - de groep betrokkenen representatief moet zijn voor de gemeente (usual suspects én zwijgende meerderheid).

2

Hoe dan? Wanneer is de participatie geslaagd? - Als betrokkenen zich (vroegtijdig) gehoord voelen. - Als we de inzichten hebben die nodig zijn voor een goed beleid of plan. - Als we er alles aan hebben gedaan, binnen de mogelijkheden, om een representatieve groep te bereiken. Onderstaande effecten zijn ‘mooi meegenomen’, maar kunnen niet altijd bereikt worden en zijn voor inwoners minder belangrijk: - Als er draagvlak en begrip is voor een besluit. - Als iedereen betrokken is, die dit wil. Hindernissen Uit het onderzoek met raad, organisatie en inwoners kwamen een paar hindernissen naar voren die we moeten nemen om te komen tot goede participatie. Die zijn: - Gebrek aan vertrouwen bij inwoners dat er ook iets gedaan wordt met hun mening. De oorzaak ligt in twee punten: - Negatieve reacties over een participatietraject gaan bijna nooit over de manier waarop informatie wordt verzameld, maar wel over wat er mee wordt gedaan en over de terugkoppeling. Dat kan beter. - Algemeen imago van overheden: “die luisteren toch niet”. - We bereiken vaak dezelfde inwoners met onze kanalen en het zijn ook vaak dezelfde inwoners die zich laten horen. Dit zijn betrokken inwoners en dat moeten we koesteren. Maar tegelijk geven veel inwoners aan dat deze inwoners niet spreken voor hen. De mening van de meeste inwoners kan haaks staan op de mening van deze inwoners.

- Samenwerken is voor veel inwoners én ambtenaren nog niet vanzelfsprekend. Ook de raadsleden verschillen van mening over hun rol.

Strategie Om te komen tot eerder genoemde doelen hebben we nog een paar hindernissen te nemen. De oplossingen hiervoor benoem ik hierna in de volgende strategieën: • Bouwen aan een goede basis en vertrouwen bij inwoners. • Opbouwen van een community van representatieve inwoners. • Bewustwording van de noodzaak. Bouwen aan de basis voor goede samenwerking - Imago van de gemeente verbeteren, door: - betere terugkoppeling van participatietrajecten en transparantie over besluitvorming. - actieve communicatie over bereikte doelen en proces (voldoende informeren wordt door inwoners als belangrijkste doel van participatie benoemd). Opbouwen community - Bereiken van de zwijgende meerderheid lukt alleen als we hen kunnen bereiken, boeien en binden. Dat kan op het niveau van thema’s of wijk. Daar ligt ook de betrokkenheid (klein, niet te abstract of groot). - Investeren (lange termijn) in data (namen van inwoners), waarvan we weten dat we ze kunnen en mogen benaderen op niveau van thema en wijk. - Laagdrempeligheid bewaken en stimuleren, onder andere door ook naar de inwoners toe te gaan.

3

Strategie Bewustwording van de noodzaak bij medewerkers en inwoners - In elke startnotitie1 staat een kopje ‘participatie’ met daarin de fases van het project, welke mate van participatie (of niet), wie krijgt welke rol en hoe wordt er terug gekoppeld. - Participatiecoach die adviseert bij keuzes voor timing, mate en vorm van participatie en die helpt bij interpersoonlijke communicatievaardigheden (gesprekken en moderator). Medewerkers leren zo door te doen. (Learning by doing). Deze participatiecoach kan ook initiatiefnemers (anders dan de gemeente) adviseren over de aanpak en daar waar nodig faciliteren. - Campagne, gelinkt aan Omgevingswet, waarbij de inwoners leren dat het heel normaal Naoberschap is, als je (bijvoorbeeld) omwonenden betrekt bij je bouwplannen, maar ook dat je initiatief neemt om de speeltuin in je wijk op te knappen. - Inwoners laten weten dat zij taken van de gemeente over kunnen nemen (dit noemen we uitdaagrecht, zie ook pagina 11) onder bepaalde voorwaarden.

1 De raad heeft besloten dat niet alle woningbouwplannen een eigen startnotitie nodig hebben. Ze geven daarmee

mandaat aan het college. Dit mandaat geldt in dit geval ook voor het participatiegedeelte.

4

Wat bepaalt mate van participatie? Er zijn veel gemeenten die na hebben gedacht en VNG heeft een tool ontwikkeld (ThiNK) met een aantal variabelen. - Impact (grootte, huis of stedelijke ingreep) - Versterking samenleving - Maatschappelijke aandacht - Hinder Voor elke gemeente is dit weer anders en lastig. Daaruit blijkt maar weer, wat de raad en de inwoners ook aangeven: participatie is maatwerk. Bij de bepaling van de mate en intensiteit van de participatie is het advies om de volgende vragen te stellen: 1. Gaat het om ruimtelijke ontwikkelingen met ingrijpende gevolgen voor de omgeving (positief of negatief)? Wat is de maatschappelijke impact of de omvang van de impact? (dit bepaalt de grootte van de groep die wordt betrokken)

Ja: grote groep betrekken Nee: alleen inwoners betrekken waar het plan direct invloed op heeft Nee, totaal geen gevolgen: geen participatie. (wel informeren)

2. In hoeverre heeft de participatie invloed op het plan? (dit bepaalt de intensiteit van de participatie: informeren, meedenken, adviseren, meebepalen of meebeslissen). Inwoners beslissen: intensief traject met meerdere momenten en invloed op beslissing. Argumentatie beslissing komt vanuit inwoners/initiatiefnemers. Gemeente faciliteert. Inwoners co-creëren en maken onderdeel uit van het maken van een plan. Duidelijkheid vooraf over de mate van invloed en uiteindelijke besluitvorming. Gelijkwaardig aan gemeente en inwoners kunnen ook wat vinden over de uitkomsten. Uitgebreide (persoonlijke) terugkoppeling. Inwoners geven advies of ideeën (meedenken): duidelijkheid over proces en mate van invloed, verzamelen ideeën, informeren over proces en algemene terugkoppeling met daarbij in welke mate ideeën zijn meegenomen. Inwoners willen weten wat er staat te gebeuren (geen invloed): Duidelijk informeren en transparantie bij start, over proces en over uitkomsten. 3. Welke belangen spelen mee en leeft het onderwerp onder de inwoners? (dit bepaalt wie er betrokken worden)

Geen belangen: alleen direct betrokkenen betrekken Wel belangen: in kaart brengen welke belangen er spelen en bij wie, door stakeholders-analyse of Factor-C (zie bijlage). Per stakeholders groep bepalen welke rol zij hebben, welk belang en in welke mate betrekken (zie vraag 2).

5

Rollen Iedereen heeft een eigen rol bij participatie en die rol kan wisselen. Soms is een ondernemer bijvoorbeeld de initiatiefnemer en soms ook degene die meedenkt bij een initiatief van de gemeente en soms is diezelfde ondernemer ook inwoner met weer andere belangen. Dat maakt het wel eens lastig. Ook voor een gemeente die enerzijds handhaver is, maar tegelijk ook dienstverlener, is het soms moeilijk om de verschillende petten te onderscheiden. Duidelijkheid voorafgaand aan een participatieproces is dus erg belangrijk. Daarnaast hebben we natuurlijk de algemene rollen. Hieronder beschrijven we de rollen in het kader van participatie. Inwoners (verantwoordelijkheid voor eigen leefomgeving) De rol voor de inwoners verandert. Uit het onderzoek blijkt dat ze goed geïnformeerd willen worden en graag meedenken over onderwerpen die dichtbij hen staan. De besluitvorming zien ze niet als hun taak, maar als taak van het college en de raad. Ook de verantwoordelijkheid voor participatie rondom eigen initiatieven zien de inwoners niet (volledig) bij henzelf. Daarbij vinden ze dat de gemeentelijke organisatie nog steeds een rol moet spelen. Dit is anders dan de Omgevingswet voorschrijft.

Dit betekent dat we nog een hindernis te nemen hebben in de bewustwording van inwoners opdat zij zelf de verantwoordelijkheid voor hun leefomgeving kunnen en moeten nemen, als we besluiten te gaan werken conform de Omgevingswet. Daarvoor is wel meer vertrouwen nodig in de gemeente en hierin kunnen we zelf een rol spelen. Daarnaast is de landelijke trend dat inwoners hun eigen omgeving beschermen (Not In My Backyard) tegen het algemene belang in, ook in onze gemeente merkbaar. Dit tot ergernis van sommige inwoners zelf. Bij de toenemende verantwoordelijkheid van inwoners is het dus van belang dat ze zich ook bewust zijn van maatschappelijke verantwoordelijkheid en algemeen belang.

Raad (besluitvormend en monitoren van de participatie) De meest genoemde rollen van de raad, door de raad zelf waren: wegwijzer voor inwoners en volksvertegenwoordigers. Die laatste zien de inwoners ook duidelijke als hun rol. Naast het nemen van de uiteindelijke beslissingen en het geven van de opdrachten, zien inwoners ook ‘het verzamelen van meningen van inwoners’ als taak voor de raad. De raad zelf ziet dit als taak van de organisatie. Zij willen wel een ‘vinger aan de pols’ en inzichten van de organisatie. Het advies aan de raad is, om inderdaad de gemeentelijke organisatie te vragen naar inzichten, maar uiteraard kunnen zij ook zelf tools gebruiken zoals het inwonerpanel ‘OudeIJsselstreekSpreekt’ en kunnen onderzoeken van de Rekenkamer ingezet worden voor inzichten. De raad moet kaders stellen op basis van informatie, waaronder input van inwoners die de organisatie ophaalt. Dan kan er natuurlijk alsnog weerstand komen. Maar zowel het college als de raad geeft aan, dat er alleen kaders veranderen als het een weerstand van een representatieve groep inwoners betreft (kwantitatief en kwalitatief). Burgemeester (luisterend oor) Burgervader en raadsvoorzitter zijn twee rollen van onze burgemeester. Wat betreft participatie is die burgervaderrol ook de belangrijkste.

In de gesprekken die we voeren met inwoners wordt verschillende keren aangegeven dat die rol ook merkbaar is onder de inwoners. Een paar specifieke acties hebben duidelijk invloed gehad op het imago van Otwin van Dijk. Inwoners noemen bijvoorbeeld het openen van de winkels kort voordat het landelijke coronabeleid werd aangepast. Het motto: werken vanuit de bedoeling, past volledig bij onze burgemeester en het advies is dan ook om dit vast te houden. Zichtbaar en merkbaar zijn bij en onder de inwoners is belangrijk.

6

Rollen Wethouders (open houding en naar inwoners toe) Steeds vaker gaan de wethouders naar inwoners toe om in gesprek te gaan. Dit kunnen we nog meer stimuleren en faciliteren. De Praotbus blijkt hier bijvoorbeeld een goede tool voor te zijn. Het is belangrijk dat de gemeentelijke organisatie toegankelijk en laagdrempelig blijft en dat begint bij de wethouders. Bij inwonerparticipatie zullen zij zelf niet direct met de opgehaalde informatie aan de slag gaan, maar krijgen ze meer gevoel bij het sentiment van de inwoners. In de meeste gevallen is het aan de medewerkers van de gemeente om de opgehaalde informatie ook daadwerkelijk te verwerken. Als een inwoner een initiatief heeft, kan het natuurlijk heel goed zijn, dat zij dit bij een wethouder melden. Het is dan ook aan de wethouder om het plan verder te brengen in de organisatie. Bij de overheidsparticipatie (bij inwonerinitiatief) zal een wethouder geen grote rol spelen. Medewerkers (de organisatie van de participatie) Medewerkers werken vanuit het doel en dat zijn de inwoners. Hoewel het nu nog niet altijd vanzelfsprekend is, moeten de medewerkers in de meeste trajecten, luisteren naar hun doelgroep en hier bij de plannen rekening mee houden. Wie ze daarbij betrekken, in welke mate en op welke manier hangt af van de factoren genoemd op pagina 5.

Zowel de raad als het college heeft informatie nodig om besluiten te kunnen nemen. Een belangrijk onderdeel van die informatie zijn de uitkomsten van participatie. De mate van invloed van deze informatie op het besluit zal per project verschillend zijn. Het is belangrijk dat dit allemaal vooraf duidelijk is. Bij overheidsparticipatie zijn de medewerkers de partij die hun kennis delen met de initiatiefnemers. Daarnaast kunnen zij (of de participatiecoach) inwoners adviseren over het participatietraject of eventueel tools aanbieden.

Team communicatie (bereiken inwoners en communiceren) Team communicatie is verantwoordelijk voor de communicatiekanalen van de gemeente. Het uitnodigen van inwoners voor participatie is erg belangrijk. Hier wordt namelijk wie er deelnemen aan de participatie en of dit een representatieve groep is. Het is belangrijk dat zij gelijk vanaf de start meedenken met het participatietraject. Om specifieke doelgroepen te bereiken is het team al aan het experimenteren met bijvoorbeeld de inzet van betaalde social media posts, die zo bij een specifieke doelgroep (eigenschappen en omvang) terecht kan komen. Zij kunnen ook helpen bij het ontwikkelen van alternatieve communicatiekanalen. Daarnaast kan team communicatie de collega’s helpen bij het inzichtelijk maken van alle betrokkenen bij een project. Dit doen zij door een stakeholders analyse of factor C analyse. Hierbij komt de inhoudelijke kennis van de collega’s, maar leidt de communicatieadviseur het proces en geeft de inzichten.

Participatiecoach De participatiecoach kan collega’s helpen om de participatie aanpak te bedenken en kan de medewerkers coachen bij gesprekken vanuit het principe ‘learning by doing’. Na een traject samen, kan de medewerker het de volgende keer zelf. Ook bij inwonersinitiatieven kan de participatiecoach de initiatiefnemer adviseren en helpen bij het bepalen van de aanpak. Daarnaast is de participatiecoach samen met communicatie verantwoordelijk voor het ontwikkelen van de juiste (communicatie)middelen om te informeren, participeren en terugkoppelen. Tot slot geeft een participatiecoach gevraagd en ongevraagd advies aan de organisatie .

7

Wat gaan we doen

De weg vinden In de sessie met de raad werd duidelijk benoemd dat zij ook een rol zien als wegwijzer en dat het belangrijk is dat de inwoners de weg weten te vinden als zij een bijdrage willen leveren. De aanname uit gesprekken met inwoners was, dat de bekendheid van bijvoorbeeld de belangenverenigingen, de raad en het college laag is. Weet de inwoner wel de weg te vinden? Uit de enquête onder 447 inwoners blijkt dat 49% weet waar zij terecht kunnen. Voor zowel de raad, het college als de belangenverenigingen geldt dat ongeveer de helft van de respondenten hen kent. Wie daarbij welke rol heeft lijkt niet helemaal duidelijk. Ook lijken meer ouderen deze wegen te kennen, dan jongeren. Communicatiekanalen Communicatie en het bereiken van inwoners wordt steeds moeilijker. Social media zijn we moe, de papieren krant lezen jongeren niet meer en in de overload aan e-mails, zien we ook niet elke nieuwsbrief. Niet verrassend dat op de vraag: ‘hoe kunnen wij u bereiken voor participatietrajecten?’ een persoonlijke brief als hoogste scoorde (58%). We moeten er ons dus bewust van zijn dat we via de gemeentelijke kanalen niet voldoende inwoners bereiken en dat we meer inspanning moeten doen om een representatieve groep inwoners te bereiken voor participatie. De Praotbus is daarbij een mooie stap.

Het advies is om zichtbaarder te maken wie welke rol heeft bij een gemeente, zodat de inwoners de ‘weg weten’. Om een representatieve groep inwoners te bereiken willen we bouwen aan communities. Dit kan onder andere op een online platform. De uitbreidingslocatie Varsseveld-West is hiervoor een pilot. Het verzamelen van namen van inwoners die na willen denken over een bepaald onderwerp is daarbij belangrijk. De inwoners die nu al een nieuwsbrief ontvangen over een onderwerp zijn hiervoor een begin (ongeveer 400 inwoners).

Tot slot zullen we meer naar de inwoners toe moeten om hen te bereiken. De Praotbus is daarvoor een mooie start, maar er zijn ook al plekken waar we inwoners kunnen vinden, zoals een vereniging. De drempel is blijkbaar nog steeds hoog en zolang het vertrouwen nog te laag is bij de inwoners zullen wij de eerste stap moeten zetten. Communicatie middelen Communicatie en participatie is niet hetzelfde. We hebben wel communicatie nodig om de inwoners te bereiken en hen te laten weten hoe en wanneer zij kunnen samenwerken. Het team communicatie kan helpen bij deze communicatie en bij het maken van een stakeholdersanalyse of een Factor-C analyse. Om inwoners te bereiken is een persoonlijke brief het beste. Dat kan alleen als je weet, waar de betrokkenen wonen. Vaak weten we dat niet. Dan bepalen de vragen bij: ‘wat bepaalt de mate van participatie?’ de in te zetten middelen. Standaard kunnen natuurlijk de kanalen van de gemeente ingezet worden zoals: website, Facebook, Instagram, Twitter en gemeentepagina’s. Daarnaast kunnen we het inwonerspanel ‘Oude IJsselstreek Spreekt’ inzetten om vragen te stellen (enquête) en kunnen we nadenken over andere creatieve manieren, zoals de Praotbus, abri’s en posters op locatie. Steeds vaker zullen we naar de inwoners toe moeten. Op fysieke plekken, zoals bij verenigingen of op een markt.

Toolbox Om initiatiefnemers (gemeente en/of inwoners) te helpen met ideeën voor een aanpak van participatie zullen we op de site een toolbox plaatsen. In de bijlage staat een opsomming en uitleg van deze toolbox.

9

Proces en uitvoering Hieronder schetsen we de stappen die we nemen bij een ideaal proces: Inwonerparticipatie: 1. Start opdracht, in de planning wordt participatie gelijk opgenomen 2. Op basis van de vragen bij: ‘wat bepaalt de mate van participatie?’ wordt het proces bepaald. 3. Stakeholders-analyse (eventueel samen met belangenverenigingen) om te bepalen welke inwoners betrokken worden. 4. Participatieplan opstellen met participatiecoach. Hierin: fases van het project, welke mate van participatie (of niet), wie krijgt welke rol en hoe wordt er teruggekoppeld? Dit kan worden opgenomen in een startnotitie. 5. Raad gaat akkoord met participatietraject in startnotitie. (bij trajecten zonder startnotitie is geen instemming van de raad nodig i.v.m. minder maatschappelijke impact). 6. Organisatie informeert raad over data participatiemomenten. 7. Inwoners worden via verschillende kanalen uitgenodigd en waar nodig met persoonlijke brief. Daarbij wordt al aangegeven wat er met de informatie gedaan wordt (mate van invloed). 8. Betreffende wethouder is aanwezig bij belangrijke participatiemomenten. 9. Van elke participatiebijeenkomst wordt een verslag gemaakt en dit wordt binnen twee weken teruggekoppeld aan inwoners, de raad (direct of verwerkt in projectvoorstel) en online gedeeld. 10.

Conform normale termijnen van inzage en indienen zienswijzen, wordt ook teruggekoppeld hoe de inbreng van de inwoners is verwerkt.

Overheidsparticipatie 1. Bij het melden van het initiatief wordt de initiatiefnemer al gewezen op de mogelijke ondersteuning bij participatie door participatiecoach en op de site vindt hij of zij een stroomschema gebaseerd op de vragen bij: ‘wat bepaalt de mate van participatie?’, waarmee makkelijk een participatieplan wordt gemaakt. Daarnaast staan er ook tips en tools die de initiatiefnemer in kan zetten. 2. Uitvoering van participatie door initiatiefnemer zelf. 3. Bij het indienen van het plan zitten ook de resultaten van participatie. De projectleider of participatiecoach beoordeelt of dit voldoende is. Eventueel kan de gemeente zelf nog aanvullen of de initiatiefnemer opdracht geven tot een vervolg.

10

Participatieverordening Naast een beleid is er wettelijk ook e.e.a. vastgelegd, waarover we na moeten denken als we het hebben over participatie. Zo zegt de Omgevingswet dat je participatie verplicht kan stellen. De gemeenteraad beslist hierover. En is er een Uitdaagrecht. Ook het Inspraakrecht kun je zien als een vorm van participatie. Verplichte participatie Uit het onderzoek blijkt dat de meeste inwoners vinden dat participatie maatwerk is. Dat komt overeen met de mening van de raad en het college. Het verplicht stellen van participatie kan alleen als het vormvrij is en kan alleen voor buitenplanse activiteiten. Je kunt je afvragen of het verplichtstellen dan nog bijdraagt aan het doel: participatie maakt beleid en plannen beter. Dit geldt zowel voor de inwoners- als de overheidsparticipatie. De Omgevingswet stelt dat we een beleid moeten hebben en dat initiatiefnemers de omgeving moeten betrekken. Echter is handhaving lastig. Als een inwoner initiatief neemt en zijn omgeving niet betrekt, is dit geen reden om het plan af te keuren. De ervaring (bij woningbouwprojecten) leert echter dat de meeste initiatiefnemers graag vroegtijdig met inwoners in gesprek willen gaan. Juist omdat ze dan de nodige informatie en ook inzicht krijgen in mogelijke bezwaren, waar ze dan nog oplossingen voor kunnen bedenken.

Het advies: investeer in die bewustwording en het doel: Plannen en beleid worden beter als we samenwerken, maar maak er geen verplichting van. De gemeente neemt dan een faciliterende en begeleidende rol aan bij inwonersinitiatieven.

Uitdaagrecht In De Wet versterking participatie op decentraal niveau wordt een onderdeel genoemd: het uitdaagrecht. Daarin staat onder meer dat het college inwoners en maatschappelijke initiatieven actief wijst op de mogelijkheid de uitvoering van taken van de gemeente over te nemen. Daartoe moet een plan worden ingediend, dat door ten minste drie inwoners wordt ondersteund. In het plan moet onder andere staan waarom of hoe de initiatiefnemers de betreffende taak beter op kunnen pakken dan de gemeente. Een raming van de kosten en een indicatie van het draagvlak onder inwoners moeten ook in het plan worden opgenomen. Tevens moet een garantie worden gegeven dat de taak voor een lange periode wordt overgenomen. De raad geeft duidelijk aan dit een goede ontwikkeling te vinden en wil het ook graag actief promoten. Dit is immers de ultieme vorm van participatie, waarbij de inwoners niet alleen meebeslissen, maar zelf de verantwoordelijkheid overnemen.

Inspraakrecht Inwoners hebben recht om te reageren op belangrijke plannen en om in te spreken bij de gemeenteraad. Met dit beleid verandert er niets aan dat recht. We denken echter dat meer inwoners moeten weten dat dit kan, zodat de raad ook een breder aanbod krijgt aan insprekers in hun raadsbijeenkomsten. Veel inwoners weten dit niet. Samen met de griffie kunnen we bespreken hoe we hier meer bekendheid aan kunnen geven.

11

#DURFTELUISTEREN Soms is luisteren eng. Je weet niet wat je gaat horen. En als je vaak iets negatiefs hoort, zet je je al schrap, of wil je dan nog wel luisteren? Als er geschreeuwd wordt doen we juist onze oren dicht.

Toch hebben we allemaal onze oren nodig om te luisteren naar elkaar. Alleen zo leren we van elkaar en komen we verder. Hoe was het ook al weer? Alleen ga je sneller, maar samen… En soms is luisteren ook heel mooi. Als we ontdekken met welke passie we samen werken aan een mooie gemeente. Als we horen hoeveel kennis er is in onze gemeente. We zijn een gemeente van aanpakken en doen. Gewoon doen. Gewoon luisteren naar elkaar, samen in gesprek. Dat is participatie. Otwin van Dijk: “Democratie is een conflict. Durf te twijfelen en stel de vraag.”

11

Bijlagen:

Onderzoeksopzet: onderzoek over samenwerken met de gemeente. Kwalitatief:

Kwantitatief:

Inwoners: A-selecte steekproef: uitnodiging persoonlijk via brief. Daarna gedeeld op Facebook en in gemeentepagina’s Oude IJsselstreek Vizier (print)

Enquête via Inwonerspanel Gedeeld via Moventum (mail), social media en gemeentepagina’s Oude IJsselstreek Vizier (print) 447 respondenten, betrouwbaarheid van 95% en een foutmarge van 4,60%

Drie focusgroepen, in totaal 19 respondenten. Semi-gestructureerde diepte-interviews.

Gemiddelde leeftijd 51 jaar Grote diversiteit in kernen 11 mannen, 8 vrouwen

Raad: Focusgroep met 11 raadsleden Semi-gestructureerde diepte-interviews.

Deskresearch: • • •

Diverse interne beleidsstukken VNOG: voorbeelden participatiebeleid en omgevingswet Rekenkamerrapport Participatie en Omgevingswet

B&W: Focusgroep met 6 personen Semi-gestructureerde diepte-interviews. Gemeentelijke organisatie: Programmamanager, Gebiedsmakelaars, team Communicatie, projectteam Omgevingswet.

Karin Krijt-Garritsen, Gemeente Oude IJsselstreek, juni 2021

In gesprek met de

RAAD

:

Participatie is het betrekken van inwoners bij de plannen van de gemeente en het faciliteren van inwoners bij het uitvoeren van hun eigen plannen. • 11 stemmen voor, geen stemmen tegen deze definitie. Nuance: Wat ontbreekt in de definitie is duidelijkheid over de rol van de inwoner aan de voorkant van participatie.

Participatie blijft maatwerk: 10 raadsleden geven bij de definitie mee: Per project bepalen of we inwoners betrekken, op welk niveau en hoe intensief. Moet de raad de inwoners raadplegen? • 7 stemmen tegen en 2 stemmen voor. Nuance: De raad is al vertegenwoordiger. Participatie zien zij over het algemeen als taak van de gemeentelijke organisatie.

Per beleid of project bepalen welke mate van Participatie • 10 stemmen voor, enkele stem tegen. Communicatie vs participatie Participatie is een vaardigheid, die de verantwoordelijkheid is van de hele organisatie, niet hetzelfde als communicatie, wel raakvlakken. Communicatie is voor de raad geen afdeling maar een vaardigheid.

Wat de raad belangrijk vindt:

•

Duidelijkheid bij een participatietraject!

“Een stappenplan of routekaart maken voor participatie en inspreken.” “Kunnen we bij ieder beleid waarbij participatie wordt gevraagd, verwachtingen en een tijdspad schetsen voor inwoners?” Inspraak is voor de raadsleden een onderdeel van participatie.

“Als je als specialist achter je plan staat, kun je dan nog oprecht luisteren naar inwoners?”

Overheidsparticipatie is het faciliteren van inwoners (of ondernemers) bij hun initiatieven, waar de gemeente aan mag bijdragen. • 10 stemmen voor deze definitie De raad ziet hier een grotere rol voor de gemeentelijke organisatie, dan alleen het aangeven van de kaders. De meeste raadsleden vinden dat de gemeente een rol moet spelen bij ondernemers-/inwonersinitiatieven, aangezien zij verantwoordelijk zijn voor alle inwoners. Over de rol van de raad hierbij wordt verschillend gedacht: van ‘geen rol’, tot we ‘moeten wel mee kunnen beslissen of ze de overige inwoners voldoende betrekken.’

In gesprek met de

RAAD

: over de verschillende rollen

Rol van de raad bij participatie

• • • •

Betrekken van inwoners. Laten weten dat een inwoner een mening kan geven. Met inwoners nadenken over een betere invulling van participatie. Inwoners de weg wijzen

“Het woord burgerbetrokkenheid, vat het mooi samen.”

Rol van de inwoners bij participatie • Komen met plannen die de gemeente mooier maken. • Input geven, die plannen beter maken. • Geven van andere invalshoek / perspectief vanuit inwoner.

(Ideale) Rol van de gemeentelijke organisatie • Maatschap vormen samen met inwoners (partners) • Goede inzet van interactieve communicatie als middel tot breed gedragen participatie. • Luisteren naar de usual suspects (hoog betrokken inwoners) én de zwijgende meerderheid. • Stimuleren, faciliteren en loslaten • Duidelijkheid scheppen over mate van invloed en planning.

Wat merken we van goede participatie • Breed gedragen besluiten • Begrip, als we goede uitleg geven • Inwoners voelen zich gehoord • Inwoners snappen dat meedenken niet hetzelfde is als meebeslissen • Beleid en plannen worden beter • Gemeentelijke organisatie leert de inwoners en gemeente kennen. “Bij goede participatie begrijpen inwoners dat besluiten niet worden genomen, omdat het hoort, maar omdat het hen helpt.”

Opvallende zaken uit het gesprek • Raad ziet participatie voornamelijk als verantwoordelijkheid van organisatie. • Raad vindt het niet realistisch om bij élk project of beleid participatie in te zetten (vraag: dus geen participatieverplichting?) • De raad snapt dat niet altijd iedereen het eens kan zijn over een besluit, maar gaat in de voorgelegde casus heel ver bij het inzetten van participatie als middel voor draagvlak. (Enkele raadsleden zelfs tot er volledig draagvlak is). • Raadsleden worden soms persoonlijk aangesproken als communicatie of participatie niet goed gaat. • Raadsleden ervaren dat veel inwoners niet weten dat de raad er namens hen is en dat ze kunnen inspreken bij raadsbijeenkomsten.

In gesprek met

B&W

Participatie is het betrekken van inwoners bij de plannen van de gemeente en het faciliteren van inwoners bij het uitvoeren van hun eigen plannen. • Alle stemmen voor, geen stemmen tegen deze definitie. Communicatie: alle communicatie tussen medewerkers en inwoners als ook de raad.

Vragen van B&W: • Hoe betrekken we de zwijgende meerderheid? • Moeten we mensen actief benaderen, of gaan we uit van een haalplicht? • Hoe kunnen we medewerkers betrekken bij ‘logisch nadenken’ vanuit de doelgroep (de inwoners). • Op welke manier doe je recht aan iedereen?

Nieuwe vaardigheden B&W ziet ‘communicatie’ als meer dan alleen een onderdeel (team) van de organisatie. Dat geldt ook voor participatie! Het zijn vaardigheden die de huidige ambtenaar moet beheersen. Daar ligt gelijk ook een grote uitdaging.

Een afvinklijstje gaat geen oplossing zijn voor participatie. Elk participatietraject is maatwerk.

We moeten handelen in algemeen belang, niet in individueel belang.

“We leven in een tijd, waarin burgerschapsgevoel soms ver weg lijkt. NIMBY (Not in my back yard) regeert. Dat bewustzijn zouden we terug moeten brengen bij inwoners.”

Otwin van Dijk: “Democratie is een conflict. Durf te twijfelen en stel de vraag.”

Basishouding bij participatie moet zijn: vertrouwen en oprechte interesse. Wij hebben een brengplicht en inwoners een haalplicht. We zouden als gemeente meer lef kunnen tonen en inwoners echt een rol moeten durven geven in een co-creatie.

In gesprek met

B&W

Rol van het college bij participatie • Transparantie bieden • Duidelijkheid scheppen over proces en organisatie • Luisterend oor en oprechte interesse • Steun voor proces • Faciliteren bij en kaders geven voor participatie

(Ideale) Rol van de gemeentelijke organisatie • Open houding • Kennis over participatietrajecten • Denken vanuit de doelgroep (inwoners): wat willen we bereiken? • Kennis delen met de samenleving • Ophalen van inzichten en eerste weging daarvan • Facilitator en adviseur

Rol van de inwoners bij participatie • Brengen van kennis • Vragen en bezwaren indienen • Delen van ervaring: hoe is het om hier te wonen? • Inzicht in eigen en algemeen belang

Wat merken we van goede participatie • Kennen van alle verschillende standpunten • Beleid en plannen worden beter • Inwoners voelen zich gehoord. • Door meerdere inzichten beter dienen van algemeen belang • Inwoners komen samen tot goede resultaten

Rol van de raad bij participatie • Brengen van politieke visie • Controle en inwonersperspectief • Afwegen belangen • Besluiten nemen • Inwonersbelangen vertegenwoordigen

Opvallende zaken uit het gesprek • B&W worstelt met NIMBY(not in my back yard)-gedrag (hoe kunnen we blijven handelen in algemeen belang, als kleine groepen met een specifiek belang zich zo sterk laten gelden?) • Een besluit durven nemen, ook als dit ons niet populair maakt. Dit moeten we soms wel doen, als dit in het algemeen belang is. • Inwoners krijgen in het gesprek ook een eigen verantwoordelijkheid. In een tijd waarin iedereen alle informatie gepresenteerd krijgt in zijn telefoon, zijn we niet meer gewend om hier zelf moeite voor te doen. Wordt van de gemeente ook verwacht dat we informatie op deze proactieve manier presenteren? Of mogen we hierbij ook een actieve houding van inwoners verwachten?

MEDEWERKERS

In gesprek met (gebiedsmakelaars, programmamanagers, communicatieadviseurs) • • • • • • •

Projecten duren soms te lang, terugkoppeling is laat en dan wordt de betrokkenheid minder We bereiken nog niet iedereen De hamvraag is: “wanneer is participatie genoeg?” Raad heeft geen tijd voor participatie. Misschien moeten we de griffie uitbreiden om hen te ondersteunen bij ophalen geluiden uit de samenleving. Visie is het lastigst voor participatie. In de uitvoering denken inwoners liever mee. Het spanningsveld ligt tussen belangen behartigen en belangen afwegen. We moeten het laatste, maar raad en organisatie doen soms het eerste. Participatie is geen excuus om geen beslissingen te nemen. Een besluit nemen is de taak van een overheid.

Gebiedsmakelaars: “We zouden bijvoorbeeld twee keer per jaar over een thema praten.” Inwoners geven in een spontane opmerking hetzelfde aan. Doelen participatie • Kennis ophalen • Belangen kennen en afwegen • Beleid en projecten beter afgestemd op doelgroep (samenleving) Draagvlak is geen doel! (hier zit een groot verschil met de raad).

•

Verwachtingsmanagement is belangrijk. We horen nog te vaak dat inwoners verwachten dat hun input 1-op-1 wordt overgenomen.

•

De belangenverenigingen hebben soms draagvlak onder hun achterban, maar soms ook niet. Ze zijn geschikt om informatie op te halen, maar niet als medebeslisser.

•

De zwijgende meerderheid wordt nog te weinig aangesproken.

Interessante vragen die zij stellen: • Durven we het aan om referendums in te stellen? • Zij zijn volksvertegenwoordigers, maar weten de inwoners hen ook te vinden? • Wat wordt gedaan met het uitdagingsrecht? • Kunnen we houvast krijgen? Wat is goede participatie?

Rol van de raad • Medewerkers zien de raad als beslissend orgaan op basis van algemeen belang. • Gaat over de participatie en zij moeten de kaders vastleggen, maar er kan wel meer mandaat naar het college. • We hebben geen elite raad, maar wel echt volksvertegenwoordigers. • In het algemeen: er wordt beleid vastgesteld, maar niet altijd naar gehandeld, wat verwarrend is voor organisatie én inwoners.

In gesprek met

INWONERS

: wat zij aangeven:

Over hun gevoel bij de samenwerking met gemeente:

Over hun betrokkenheid:

•

• •

•

•

Er is een laag vertrouwen dat er iets met de input wordt gedaan. (kan een drempel zijn om samen te werken) Inwoners hebben het gevoel dat alles al is beslist als zij worden betrokken. Inwoners vinden dat gemeente nog steeds rol heeft om eindbeslissingen te nemen.

“Ik heb eerlijk gezegd nog nooit iets gedaan met de gemeente. Wordt dat wel verwacht dan?” •

“Tuurlijk moet je inwoners betrekken, maar we hebben nooit allemaal dezelfde mening, dus laat alstublieft de gemeente beslissen, anders krijgen we nog ruzie.”

• •

• •

De mensen die zich laten horen, spreken niet altijd voor iedereen De timing van participatie kan voor sommige inwoners niet vroeg genoeg en anderen willen juist pas informatie als ze ook echt iets toe kunnen voegen.

“Het is lastig om dit voor iedereen goed te doen. Als maar duidelijk is, of we iets kunnen inbrengen of niet. Zo niet, betrek mij er dan pas bij als ik echt wat te zeggen heb.” •

Informeren en betrekken overlaten aan de initiatiefnemers lijkt de meeste respondenten geen goed idee. Gemeente blijft in hun ogen mede verantwoordelijk.

Niet elke inwoner heeft behoefte aan samenwerking. Betrokkenheid is er wel, maar op verschillende niveaus.

Gemeente is te groot. De betrokkenheid wordt ervaren op wijkniveau of kern. Inwoners willen wel meedenken, als de vraag concreet is (vaak is het onduidelijk of vaag). Enkele experts of specifiek betrokkenen willen wel meedenken over visies of abstracte thema’s.

In gesprek met

INWONERS

: wat zij aangeven: Over de informatiebehoefte:

Over: wie vertegenwoordigd ons (rollen)? •

• •

Veel inwoners zien de raad als onderdeel van de gemeentelijke organisatie. Gemeente is te groot. De betrokkenheid wordt ervaren op wijkniveau of kern. Belangenvereniging wordt niet genoeg herkent als vertegenwoordiger van belang. Lage naamsbekendheid en “dorpsbelang is algemeen belang, niet mijn belang”.

• • • •

Behoefte aan transparantie over ‘status’ Behoefte aan dialogen (niet alleen zenden van informatie) Terugkoppeling (wat is er met mijn input gedaan) Inwoners verwachten dat gemeente hen proactief, individueel benadert voor participatie (wil is er maar niet het initiatief). Dit vergt wel veel voor de gemeente.

“Ik zou het best leuk vinden om over een specifiek thema mee te praten nu en dan. Kan dat dan?”

“Ik heb het gevoel dat de mensen in de belangenorganisaties niet altijd representatief zijn voor het hele dorp”.

Over de manier om inwoners te bereiken:

•

•

•

Bekendheid van de gebiedsmakelaars lijkt laag, maar als er ervaring is met gebiedsmakelaars is dit meestal positief. Veel inwoners ergeren zich aan de negatieve toon in de reacties op berichten van de gemeente in Facebook.

•

• • “Als er niemand op je feestje komt (lees inwonersbijeenkomst) zijn er twee opties: óf je bent niet zo populair, óf de uitnodiging was niet goed.”

• • •

Inwoners praten het liefst persoonlijk met ‘de gemeente’. (de Praotbus, vinden de meeste respondenten een goed idee). Website is alleen voor informatie, geen interactie en wordt weinig geraadpleegd (moeilijk vinden van informatie). Nieuwsbrieven vinden inwoners goed idee, maar is niet bekend dat er al enkelen zijn. Sommige inwoners voelen plicht om zich te informeren via Gemeentepagina’s, maar die groep lijkt kleiner te worden. Jongeren geven aan dat ze post in de brievenbus wel serieus nemen. Jongeren volgen gemeente niet op Social Media Social Media vinden de meesten vooral geschikt voor luchtige informatie.

Enquête bij

INWONERS

: wat zij aangeven:

Enquête bij

INWONERS

: wat zij aangeven:

Enquête bij

INWONERS

: wat zij aangeven:

Enquête bij

INWONERS

: wat zij aangeven:

Enquête bij

INWONERS

: wat zij aangeven:

Enquête bij

INWONERS

: wat zij aangeven:

Enquête bij

INWONERS

: wat zij aangeven:

DOELGROEPANALYSE Inwoners Motivaction doet elk jaar onderzoek naar de type inwoners in Nederland. Ze doen dit op basis van postcodes en data van o.a. CBS. Ze omschrijven daarbij 8 verschillende profielen. Deze zijn te vinden op: https://www.motivaction.nl/mentality/de-acht-mentality-milieus Hieronder de resultaten, gemeten in 2020, voor de gemeente Oude IJsselstreek. Opvallend is de enorm grote groep behouden inwoners (74%).

Landelijk %

Moderne burgerij: De conformistische, statusgevoelige burgerij die het evenwicht zoekt tussen traditie en moderne waarden als consumeren en genieten. Traditionele burgerij: De moralistische, plichtsgetrouwe en op de status-quo gerichte burgerij die vasthoudt aan tradities en materiële bezittingen. Nieuwe conservatieven: De liberaal-conservatieve maatschappelijke bovenlaag die technologische ontwikkeling omarmt, maar terughoudend staat tegenover sociale en culturele vernieuwing. Vasthoudend aan traditionele normen en waarden. Opwaarts mobielen: De carrièregerichte individualisten met een uitgesproken fascinatie voor sociale status, nieuwe technologie, risico en spanning.

OIJ index 07 OIJ % 2007 OIJ index 20 OIJ % 2020

Moderne burgerij

22

151

33

143

31

Opwaarts mobielen

13

66

9

85,5

11

Postmaterialisten

10

4

0

73,71

7

Nieuwe conservatieven

8

70

6

166,07

13

Traditionele burgerij

16

125

20

185,5

30

Kosmopolieten

10

13

1

22,7

2

Postmoderne hedonisten

11

112

12

59,8

7

Gemaksgeoriënteerden

10

152

15

36,8

4

Conclusies: Communicatie • Zowel de raad als B&W ziet participatie als een vaardigheid van alle medewerkers bij de gemeente, gefaciliteerd of gecoacht vanuit communicatie.

Overeenkomsten • •

• Zowel de raad als B&W zien communicatie als ondersteunend bij participatie, maar niet als uitvoerend orgaan van de participatie. Zij vinden dit een verantwoordelijkheid van de medewerkers zelf, die input nodig heeft.

Participatie • Definitie die het meest kozen is: Participatie is het betrekken van inwoners bij de plannen van de gemeente en het faciliteren van inwoners bij het uitvoeren van hun eigen plannen. • Met duidelijke opmerking over de DUIDELIJKHEID VOORAF over de mate van invloed en tijdspad. Doelen • Groot verschil tussen raad, medewerkers en inwoners. De raad ziet bijvoorbeeld ‘draagvlak’ als een doel, terwijl medewerker dit juist NIET als doel ziet (hooguit extra bijeffect). B&W noemt het zijdelings, maar zij zien als doel: ‘weten’ wat de meningen zijn. Inwoners zien draagvlak ook niet als doel. Iedereen geeft aan dat beleid en plannen beter worden als er aan participatie gedaan wordt. • Inwoners voelen zich gehoord is ook een doel wat iedereen noemt. Inwoners vinden dit, samen met informeren een belangrijker doel dan meebeslissen.

•

Iedereen vindt duidelijkheid bij de start over mate van invloed en stappen in proces belangrijk. Doelen: beter beleid en betere plannen en inwoners voelen zich gehoord. Alle groepen vinden dat de zwijgende meerderheid een stem moet krijgen.

“Bij Oude IJsselstreek werken en wonen mensen die durven dromen, aanpakken en groots denken. Daarbij gaat het soms ook mis.”

Verschillen • Waar de raad en inwoners vinden dat de gemeente moet zorgen dat alle informatie bij de inwoners komt, ziet B&W ook een verantwoordelijkheid bij inwoners. • De raad benoemt een rol als wegwijzer en volksvertegenwoordiger voor zichzelf. De inwoners zien die wegwijzers-rol niet, maar wel heel duidelijk de volksvertegenwoordiger. • De betrokkenheid van de inwoners is heel divers en veelal lokaal terwijl gemeente en raad hen graag breder zou betrekken bij onderwerpen.

Toolbox Er zijn oneindig veel mogelijke vormen voor participatie. Daarbij vinden we maatwerk het belangrijkst. De participtatiecoach speelt een belangrijke rol bij het advies voor de ‘tool’ die gebruikt wordt. Maar om de initiatiefnemers vast op weg te helpen, plaatsen we wat suggesties op onze site. (Tot slot kunnen we putten uit de toolbox van VPNG met meer dan 52 instrumenten.) Op basis van de 3 vragen op pagina 5 van het beleid, weet de initiatiefnemer (gemeente of inwoner), hoe omvangrijk het participatietraject moet zijn, wie te betrekken en in welke mate. Per uitkomst verschilt ook de tool die je in kunt zetten. Hieronder een aantal suggesties die op onze website verder uitgewerkt moeten worden. Met daarbij ook enkele standaard werkvormen zoals een omgevingswandeling, ideeën estafette etc.

Grote groep betrokkenen: - Fysieke inwonersbijeenkomst(en) met moderator en duidelijk vooraf bepaald proces. (Deze zijn weer op te splitsen naar werkvorm, zoals tekensessies, brainstormsessies, stemmen etc. ) - Online platform voor extra participatiemogelijkheden zoals stemmen, inbrengen van locaties of ideeën en voor een groter bereik. - Proatbus - Polls op social media - Standaard communicatiekanalen van de gemeente (informeren) - Facebook, Instagram, LinkedIn, Twitter, Gemeentepagina’s. - Posters (informeren of uitnodigen) - Sandwichborden (informeren of uitnodigen) Kleine groep betrokkenen: - Kleine fysieke bijeenkomst (Deze zijn weer op te splitsen naar werkvorm, zoals tekensessies, brainstormsessies, inspiratiesessies etc. ) - Samenwerking op online platform - Persoonlijke brief (informeren of uitnodigen) - Poster op specifieke locaties (informeren of uitnodigen) - Keukentafelgesprekken

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.oude-ijsselstreek.nl/api/v1/meetings/4326/documents/22821