concept Beleidskader Onderwijskansen gemeente Oude IJsselstreek 2023-2026 raadsversie.pdf
Tekst van het document
“Gelijke onderwijskansen voor ieder kind”
Beleidskader Onderwijskansen gemeente Oude IJsselstreek 20232026
1
Handige begrippen Bereik:
het aantal door Yunio geïndiceerde peuters dat daadwerkelijk voorschoolse educatie volgt. Doelgroeppeuter: kind van 2 tot 4 jaar dat een, door Yunio vastgesteld, (risico op een) onderwijsachterstand heeft en in aanmerking komt voor voorschoolse educatie. Kinderdagverblijf: in een kinderdagverblijf worden kinderen tussen 0 en 4 jaar opgevangen. Kinderopvang: het bedrijfsmatig of anders dan om niet verzorgen, opvoeden en bijdragen aan de ontwikkeling van kinderen tot de eerste dag van de maand waarop het voortgezet onderwijs voor die kinderen begint. Kinderopvangtoeslag: ouders kunnen, onder voorwaarden, aanspraak maken op vergoeding van een deel van de kosten voor kinderopvang door kinderopvangtoeslag van de Rijksoverheid aan te vragen. Lokale Educatieve Agenda (LEA) het bestuurlijk overleg met schoolbesturen, samenwerkingsverbanden, kinderopvangorganisaties, Yunio, GGD, bibliotheek en Buurtzorg Jong over gezamenlijke ambities en plannen om hieraan bij te dragen Onderwijskansenbeleid: Voorheen onderwijsachterstandenbeleid. Beleidsplan waarin beschreven staat hoe Oude IJsselstreek met haar partners onderwijsachterstanden wil voorkomen, signaleren en bestrijden Onderwijsachterstand: Bij een onderwijsachterstand presteert een kind met bepaalde omgevingskenmerken minder goed in het onderwijs in vergelijking met een kind met hetzelfde leerpotentieel, maar dan zonder die kenmerken.
Peuteropvang: kinderopvang voor kinderen van 2 tot 4 jaar. Reguliere peuter: kinderen van 2 tot 4 jaar die geen (risico op een) onderwijsachterstand hebben. Voorschoolse educatie (VE): door kinderopvang worden, aan de hand van een specifieke methodiek, op gestructureerde en samenhangende wijze activiteiten aangeboden voor peuters met een (risico op een) onderwijsachterstand. Vroegschoolse educatie: door het basisonderwijs worden, aan de hand van een specifieke methodiek, op gestructureerde en samenhangende wijze activiteiten aangeboden voor kinderen met een (risico op een) onderwijsachterstand in groep 1 en 2 van de basisschool. Voorschoolse voorziening: een voorschoolse voorziening biedt kinderdagverblijf en/of peuteropvang aan. Met of zonder voorschoolse educatie. Vroegsignalering: vroegtijdig opsporen en ondersteunen van kinderen met een (risico op) onderwijsachterstanden.
2
Inleiding
Kansengelijkheid
Onderwijskansenbeleid Het voorliggend beleidskader Onderwijskansen Oude IJsselstreek 2023-2026 is de opvolger van het gemeentelijk Onderwijsachterstandenbeleid Oude IJsselstreek 2019-2022. Het onderwijskansenbeleid is erop gericht dat ieder kind de kans heeft om zich zo optimaal mogelijk te kunnen ontwikkelen en een succesvolle schoolloopbaan te hebben. Sommige kinderen beginnen hun onderwijsloopbaan al met een achterstand bijvoorbeeld door omgevingskenmerken zoals de moedertaal of het opleidingsniveau van de ouders, en raken steeds verder achterop. Dat willen we voorkomen, zodat alle kinderen in Oude IJsselstreek gelijke onderwijskansen krijgen. Dit beleidskader zorgt voor duidelijkheid en een focus voor de komende jaren. Het beschrijft de uitdagingen die voor ons liggen en waar we onze prioriteiten gaan leggen. Dit beleidskader zet de lijn voort die 4 jaar geleden is gestart en de laatste jaar een extra impuls heeft gekregen door het Nationaal programma Onderwijs. Dit beleidskader geeft ook de komende 4 jaar de ruimte te kunnen anticiperen op nieuwe inzichten en toekomstige maatschappelijke ontwikkelingen.
In haar inspirerende boek “Onderwijs maakt het verschil” (L. Elffers, 2022) onderscheidt zij drie benaderingen van kansengelijkheid (geschiktheid, gelijke geschiktheid en ongelijke geschiktheid). Haar stelling is dat kansengelijkheid een veelzijdig ideaal is dat zich niet met één aanpak laat realiseren. Kansengelijkheid kan alleen worden bereikt als we alle drie de benaderingen betrekken. De eerste benadering heeft het uitgangspunt dat leerlingen in gelijke mate de kans moeten krijgen om hun leerpotentieel te verwezenlijken. De tweede benadering gaat uit van gelijke leer- en diplomakansen voor gelijk presterende leerlingen. De derde benadering stelt dat alle leerlingen ongeacht hun talenten de kans krijgen om met behulp
Waar we in het verleden altijd hebben gesproken over onderwijsachterstanden en dit ook de wettelijke term is, gaan we in Oude IJsselstreek over naar het hanteren van het begrip onderwijskansen. Dit doen we niet alleen omdat het een positievere term is, maar ook omdat het omschrijft hoe ons denken in de afgelopen periode is veranderd. Onze focus gaat steeds meer van het bestrijden van onderwijsachterstanden naar het voorkomen en signaleren van mogelijke onderwijsachterstanden en een bijdrage te leveren aan een grotere kansengelijkheid. Het blok hiernaast maakt duidelijk hoe breed het begrip kansengelijkheid is. Het is belangrijk om ons dit te realiseren. Om hier stappen in te kunnen zetten is een lange adem nodig en betrokkenheid en inzet van alle betrokken partijen en overheden, lokaal, regionaal en landelijk. Op dit moment zien we landelijk ook veel aandacht voor kansengelijkheid. Zo wordt gesproken over het daarvoor mogelijk aanpassen van het onderwijssysteem. Wij zullen ons de komende 4 jaren gezamenlijk inzetten om binnen onze mogelijkheden een bijdrage te leveren aan een grotere kansengelijkheid! Gelijke kansen in Oude IJsselstreek In Oude IJsselstreek streven we naar gelijke kansen voor alle jeugdigen en jongeren. We willen dat iedereen kan meedoen en kan deelnemen aan de maatschappij.
Dit raakt heel veel onderwerpen binnen het sociaal domein, of het nu gaat om jeugdhulp, jongerenwerk, leerplicht, sport, cultuur of gezondheid. Samen met de kinderopvang, het onderwijs, de GGD, Yunio, buurtzorg Jong en de bibliotheek hebben we in 2022 vanuit de Lokale Educatieve Agenda gezamenlijk ambities bepaald. Gelijke (onderwijs)kansen en passende ondersteuning zijn de twee ambities voor 3
de komende jaren. In Lea-werkgroepen gaan we samen met onze partners hier verder invulling aan geven. Onze partners staan natuurlijk in nauw contact met ouders maar waar mogelijk betrekken we ook ouders zelf erbij om zo goed mogelijk aan te kunnen sluiten bij de vraag en de behoefte. Gelijke onderwijskansen is één van de onderwerpen die in de geschetste bredere context wordt opgepakt in de genoemde werkgroepen. We gaan hiermee aan de slag en geven gezamenlijk concrete invulling aan de speerpunten die in dit beleidskader worden genoemd. Het beleidskader onderwijskansen richt zich op kinderen tot en met 12 jaar. De wet- en regelgeving van het landelijke Onderwijsachterstandenbeleid is kaderstellend voor het onderwijskansenbeleid. De uitgaven op het onderwijskansenbeleid worden gedekt vanuit de geoormerkte rijksmiddelen van het landelijke Onderwijsachterstandenbeleid. Gelijke kansen en onderwijskansen zijn brede begrippen die op meerdere beleidsterreinen van toepassing zijn zoals het gezondheidsbeleid, preventiebeleid en het inclusiebeleid. Dit beleidskader is niet overkoepelend en richt zich dus ook niet op al deze beleidsterreinen. De samenhang met deze en andere beleidsterreinen is evident en zal in de uitwerking gestalte krijgen. Dit beleidskader is tot stand gekomen in samenwerking met onze partners.
Het advies van de Adviesraad Sociaal Domein is verwerkt in dit beleidskader en zal worden meegenomen in de verdere uitwerking. Er is breed draagvlak om de komende jaren concrete invulling te geven aan de speerpunten uit dit beleidskader. Leeswijzer In dit beleidskader gaan we in het eerste hoofdstuk in op het wettelijke kader waar we binnen het onderwijskansenbeleid mee te maken hebben en de uitgangspunten die we gaan hanteren. In het tweede hoofdstuk gaan we vervolgens kort in op de afgelopen beleidsperiode en beschrijven we de huidige situatie en de uitdagingen die we voor ons zien binnen het onderwijskansenbeleid. In het derde hoofdstuk komen de speerpunten aan de orde en hoe we de komende vier jaar hieraan willen gaan werken. We eindigen in het vierde hoofdstuk met een globale financiële vertaling van wat we van plan zijn te gaan doen.
4
Hoofdstuk 1
Wettelijk kader Op basis van landelijke wet- en regelgeving ontvangen zowel gemeente als schoolbesturen met basisscholen (OAB-)middelen van het Rijk. Gemeenten en basisscholen hebben hetzelfde doel en dezelfde doelgroep: het bieden van kansen voor kinderen die vanwege hun achtergrond minder goed ‘presteren’ dan zij in gunstiger omstandigheden zouden doen. Scholen zijn primair verantwoordelijk voor het onderwijsachterstandenbeleid in het basisonderwijs en krijgen de OAB-middelen in de lumpsum. Gemeenten zijn primair verantwoordelijk voor de voorschoolse periode en krijgen de middelen als geoormerkte subsidie waarover ze apart moeten verantwoorden. Gemeenten mogen OAB-middelen aanvullend op de OAB-middelen van de scholen ook inzetten voor OAB in het basisonderwijs. Het gemeentelijk onderwijskansenbeleid (OKB) in Oude IJsselstreek sluit aan op het OKB van het onderwijs, ieder vanuit haar eigen verantwoordelijkheid. Binnen en buiten deze verantwoordelijkheden pakken we kansen op om vanuit gezamenlijke financiering nog beter gelijke onderwijskansen te bevorderen. Begrippen Vanaf hun geboorte kunnen kinderen in Nederland opgevangen worden in de kinderopvang. Ouders kunnen, onder voorwaarden, aanspraak maken op vergoeding van een deel van de kosten voor kinderopvang door kinderopvangtoeslag van de Rijksoverheid aan te vragen.
Naast reguliere kinderopvang wordt “voorschoolse educatie” (Ve) aangeboden. Voorschoolse educatie is extra opvang met ondersteuning voor peuters die een grote kans hebben op een onderwijsachterstand mede veroorzaakt door omgevingskenmerken bijv. omdat er in de thuissituatie geen of gebrekkig Nederlands wordt gesproken, ouders laag opgeleid zijn of omdat ouders in de schuldsanering zitten. Daarnaast onderscheiden we in Oude IJsselstreek “peuteropvang”: opvang voor peuters met ouders die geen recht hebben op kinderopvangtoerslag. Kinderopvangtoeslag is een voorliggende voorziening. Pas als hier geen of onvoldoende gebruik van gemaakt kan worden, kan worden teruggevallen op gemeentelijke tegemoetkomingen. Het is de verantwoordelijkheid van de gemeente dat er een goed laagdrempelig financieel toegankelijk aanbod is van Voorschoolse educatie en peuteropvang.
Voorschoolse educatie Het is aan Oude IJsselstreek om met de geoormerkte Rijksmiddelen voldoende (in aantal en spreiding) aanbod van voorschoolse educatie voor peuters van 2,5 tot 4 jaar met (een risico op) een achterstand (doelgroeppeuters) te realiseren (aanbodverplichting op grond van artikel 166 Wet op het primair onderwijs). De jeugdverpleegkundige en/of jeugdarts van het consultatiebureau (Yunio) kijkt in opdracht van de gemeente breed naar de omgeving van iedere peuter om te beoordelen of er een grote kans is op een onderwijsachterstand mede veroorzaakt door omgevingskenmerken en bepaalt of een peuter in aanmerking komt voor VE. Vrijwel alle doelgroeppeuters maken in Oude IJsselstreek gebruik van Ve. Deze peuters wordt aan de hand van een specifieke methodiek, op gestructureerde en samenhangende wijze activiteiten aangeboden zodat de kans op een onderwijsachterstand kleiner wordt. In Oude IJsselstreek wordt op dit moment voorschoolse educatie aangeboden (vanaf 2 jaar) door HumanKind, Juut&co, Zonnekinderen en de Vlinder. 5
Peuteropvang voor ouders die geen recht hebben op kinderopvangtoeslag Oude IJsselstreek heeft een inspanningsverplichting om voor alle peuters waarvan de ouders geen recht hebben op kinderopvangtoeslag, voor een voldoende en financieel toegankelijk aanbod aan peuteropvang te zorgen. De taal- en sociale ontwikkeling van kinderen komt in de peuterleeftijd tot ontwikkeling. Een vroege instroom in de peuteropvang is daarmee goed voor de ontwikkeling van elk kind. Eventuele risico’s op achterstanden zijn bij vroege instroom van peuters snel in beeld en kunnen tijdig worden aangepakt (vroegsignalering).
Vroegschoolse educatie en overige activiteiten Schoolbesturen zijn verantwoordelijk voor de vroegschoolse educatie (groep 1 en 2 van de basisschool) en de overige activiteiten voor onderwijskansen voor basisschoolleerlingen, zoals bijvoorbeeld taalactiviteiten, schakelklassen en een verlengde schooldag. In Oude IJsselstreek krijgt een vijftal scholen Rijksmiddelen vanwege een achterstandsscore. De rijksmiddelen worden ieder jaar opnieuw berekend. Onderwijsbesturen kunnen zelf kiezen waar zij hun oab-middelen aan uitgeven en zij moeten hier in hun jaarverslag verantwoording over afleggen.
Coördinatie voor- en vroegschoolse educatie Oude IJsselstreek heeft, op basis van artikel 167 Wet primair onderwijs, een coördinerende rol in het maken van afspraken met alle betrokken partijen over: - het bereiken van een zo groot mogelijke deelname van het aantal doelgroeppeuters aan voorschoolse educatie; - het vaststellen van welke kinderen in aanmerking komen voor voorschoolse educatie; - de wijze van toeleiding naar voor- en vroegschoolse educatie; - de organisatie van doorlopende leerlijnen van voor- naar vroegschoolse educatie; - de resultaten van vroegschoolse educatie. Deze coördinatie wordt op bestuurlijk niveau besproken in het LEA-overleg en op beleidsniveau in de werkgroep gelijke kansen.
6
Hoofdstuk 2
Huidige situatie Doelgroep Sommige kinderen lopen het risico om minder goed te presteren op school, doordat er bijvoorbeeld in de thuissituatie geen of gebrekkig Nederlands wordt gesproken, ouders laagopgeleid zijn, of omdat ouders in de schuldsanering zitten. Deze kinderen lopen het risico op een onderwijsachterstand. Op deze kinderen richt het onderwijskansenbeleid zich. Kinderen die door individuele (intellectuele, gedragsmatige of fysieke) handicaps of beperkingen problemen ondervinden in het onderwijs, vallen niet onder de doelgroep van dit beleidskader. Voor deze kinderen zijn er speciale voorzieningen die vanaf 4 jaar vallen onder het beleid ‘Passend Onderwijs’, onder verantwoordelijkheid van het samenwerkingsverband Doetinchem. Vanuit de verantwoordelijkheid in de jeugdwet zet de gemeente zich ook in voor de juiste ondersteuning voor alle 0-18 jarigen (dus inclusief 0-4 jarigen). Dit valt buiten de scope van dit beleidskader. De overlap en daaruit vloeiende samenwerking met Buurtzorg Jong en andere zorgpartijen is wel essentieel.
Aantal doelgroepkinderen In Oude IJsselstreek wonen in totaal 3.275 kinderen van 2,5 tot 13 jaar. Van deze kinderen hebben 430 kinderen (13% van het totale aantal kinderen) een grote kans op een onderwijsachterstand (Bron: Centraal Bureau van de Statistiek/ ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen, 2021). Om te bepalen welke kinderen een verhoogd risico op een onderwijsachterstand hebben, gebruikt CBS een model. Hierin worden omgevingskenmerken gebruikt die volgens het onderzoek van het CBS het risico van een kind op een onderwijsachterstand voorspellen. De omgevingskenmerken die hierin meegenomen worden zijn: opleidingsniveau van de ouders, herkomst, verblijfsduur van de moeder in Nederland, wel of niet in de schuldsanering en het gemiddelde opleidingsniveau van de moeders op school.
Verdeling kinderen met kans op een onderwijsachterstand naar woonplaats Silvolde/Terborg = 185 Ulft = 175 Gendringen = 45 Varsseveld = 45
10% 10%
41%
39%
7
In Oude IJsselstreek wonen 445 peuters (2,5 tot 4 jaar, 2021). 60 kinderen hebben een grote kans op een onderwijsachterstand. Van die 60 kinderen wonen 20 kinderen in Ulft, 30 in Silvolde/Terborg. De andere 10 zijn verdeeld over de andere plaatsen.
Samenwerking en maatschappelijke ontwikkelingen Samen met de partners hebben we jaarlijks geëvalueerd en waar nodig aanpassingen gedaan. Uit deze evaluaties komt het volgende naar voren. We constateren dat we elkaar snel en goed kunnen vinden. We bieden steeds meer maatwerk. We hebben hoogopgeleid personeel. Er is nog geen tekort aan personeel, maar dit ligt wel op de loer, krapte is er al wel. We zijn met elkaar goed in staat gebleken om met een crisis om te gaan, de noodopvang tijdens de Coronacrisis was snel georganiseerd. De Zomerschool is doorontwikkeld naar een bredere doelgroep en wordt meer onderwijsinhoudelijk aangevlogen. De taalklas is ontwikkeld. En de doelgroep Vvekinderen is beter bereikt. Elke Ve-aanbieder in Oude IJsselstreek heeft inmiddels de wettelijk verplichte pedagogische beleidsmedewerker, die door ons extra wordt bekostigd. In Oude IJsselstreek is de afgelopen jaren een goede overlegstructuur ontstaan. In het bestuurlijk overleg (Lokale educatieve agenda genaamd) zijn voortaan alle belanghebbende lokale partijen (onderwijsveld, kinderopvang, bibliotheek, GGD, Yunio en Buurtzorg Jong) aangesloten. We zijn gekomen tot gezamenlijke ambities en een uitvoeringsprogramma voor de komende jaren. Gelijke ontwikkelkansen is één van de twee ambities.
Vanuit de LEA zijn vooruitlopend op het nieuwe beleidskader vooralsnog tijdelijke aanpassingen gedaan aan het huidige OAB-beleid. Aanleiding waren de gevolgen van de corona-periode en de daaruit voortkomende tijdelijke extra middelen die we als gemeente en onderwijs ontvingen uit het Nationaal Programma Onderwijs. Zo wordt voorschoolse educatie inmiddels al aangeboden vanaf 2 jaar in plaats van 2,5 en is het maximum van het aantal uren peuteropvang uitgebreid van 320 naar 400 uur. Het voorliggend beleidskader is een logisch vervolg op wat de afgelopen 2 jaar al is gestart. Financiële crisis We zien dat door de stijgende prijzen het voor steeds meer gezinnen moeilijk wordt om het hoofd boven water te houden. Financiële problemen kunnen een negatieve invloed hebben op de ontwikkeling van het kind. Schuldenproblematiek is in Oude IJsselstreek één van de omgevingskenmerken om deel te kunnen nemen aan voorschoolse educatie. Corona De coronapandemie en bijhorende corona-maatregelen hebben impact gehad op de ontwikkeling van alle jeugdigen. De corona-maatregelen zijn dan ook heftig geweest: zo zijn de locaties voor onderwijs en kinderopvang meerdere weken gesloten geweest in 8
2020 en 2021: onderwijs op afstand werd de norm. Jeugdigen hebben minder de mogelijkheid gehad om zich cognitief, sociaal-emotioneel en/of motorisch te ontwikkelen.
9
Hoofdstuk 3
Speerpunten We onderscheiden 7 speerpunten om de komende 4 jaar aan te werken. Enkele komen elke periode terug omdat het wettelijke gemeentelijke taken zijn. Zo blijven we streven naar toegankelijke peuteropvang en voorschoolse educatie voor doelgroeppeuters.
Speerpunt 1: Toegankelijke peuteropvang Ouders kiezen zelf of zij kinderopvang afnemen. Omdat de taal- en sociale ontwikkeling in de peuterleeftijd tot ontwikkeling komt, stimuleert Oude IJsselstreek vanuit haar wettelijke verantwoordelijkheid ouders om gebruik te maken van peuteropvang. En dat doen we heel goed, en zullen we dan ook in dezelfde lijn mee doorgaan. Voor alle ouders geldt dat zij een inkomensafhankelijke ouderbijdrage betalen voor peuteropvang. Ouders geven hun kind zo een stevige basis voor een goede start op de basisschool. Daarnaast heeft de peuteropvang een belangrijke rol in de preventie en signalering van achterstanden en hulpvragen (vroegsignalering). Als er signalen van een (risico op een) ontwikkelachterstand zijn bij deze jonge kinderen, voorkomen we door snel en adequaat handelen langdurige en dure interventies.
GELIJKE UITGANGSPUNTEN FINANCIERING Ouders met een kind op de kinderopvang kunnen (onder bepaalde voorwaarden) aanspraak maken op kinderopvangtoeslag. Hierdoor worden de kosten van de kinderopvang gedeeld tussen ouders en het Rijk. Als ouders geen recht hebben op kinderopvangtoeslag, bestaat het risico dat zij hun peuter niet naar een vorm van voorschoolse voorziening laten gaan, omdat zij alle kosten moeten dragen. Daarmee ontstaat het risico dat deze kinderen een achterstand oplopen voordat ze naar de basisschool gaan. Oude IJsselstreek betaalt voor deze ouders (ouders zonder recht op kinderopvangtoeslag) een tegemoetkoming ter hoogte van de kinderopvangtoeslag. Deze tegemoetkoming (subsidie) betaalt de gemeente aan de kinderopvangorganisatie waar het kind naartoe gaat. De financiering hiervan start als een peuter 2 jaar wordt en is maximaal 400 uur per kalenderjaar (of naar rato). Het maximaal aantal uren was vanaf 2021 incidenteel (gefinancierd uit de NPO-middelen) al verhoogd van 320 naar 400 uur. In dit beleidskader formaliseren we deze al ingezette lijn. Op deze manier krijgen peuters meer mogelijkheden om zich te ontwikkelen voordat zij naar school gaan. Het verhogen van het maximaal aantal uren voor gesubsidieerde peuteropvang van 320 naar 400 kost jaarlijks € 50.000 extra. In totaal is € 325.000 begroot voor toegankelijke peuteropvang.
Speerpunt 2: Het aanbieden van voorschoolse educatie aan doelgroeppeuters Oude IJsselstreek is wettelijk verplicht voldoende aanbod (in aantal en spreiding) van voorschoolse educatie voor doelgroeppeuters te realiseren. En dat doen we al heel goed blijkt uit lokale evaluaties. In de gemeente staan veel locaties die Voorschoolse Educatie aanbieden en het personeel is goed geschoold. Het gaat hier om kinderen die door omgevingsfactoren het risico lopen minder goed te presteren in het onderwijs. Als deze kinderen op jonge leeftijd voorschoolse educatie volgen, lopen ze een substantieel deel van hun achterstand in voordat ze starten op de basisschool. Het consultatiebureau 10
(Yunio) geeft een indicatie af voor deze kinderen en ouders kunnen hun kind vervolgens aanmelden bij een locatie met voorschoolse educatie. Oude IJsselstreek financiert kinderopvangorganisaties die voorschoolse educatie aanbieden en heeft de beleidsvrijheid om, binnen de wettelijke kaders, de definitie van de doelgroep en de startleeftijd van voorschoolse educatie te bepalen. In Oude IJsselstreek is de startleeftijd van een peuter aan voorschoolse educatie in 2021 verlaagd van 2,5 naar 2 jaar. Deze lijn willen we in dit beleidskader voortzetten en formaliseren. Welke locaties voorschoolse educatie aanbieden, bepaalt de kinderopvangorganisatie in samenspraak met de gemeente Oude IJsselstreek. De gemeente is verantwoordelijk voor voldoende bereik en aanbod, de kinderopvangorganisatie voor een gezonde bedrijfsvoering. Als kinderopvangorganisaties besluiten voorschoolse educatie aan te bieden, moeten zij voldoen aan de voorwaarden die gesteld zijn in het Besluit basisvoorwaarden kwaliteit voorschoolse educatie. Denk aan het aanbieden van een verplicht aantal uren, een specifiek programma en voldoende geschoolde beroepskrachten.
960 uur voorschoolse educatie Alle kinderen in Oude IJsselstreek kunnen vanaf de leeftijd van 2 jaar maximaal 400 uur per jaar (of naar rato per maand) naar de peuteropvang (zie beleidsdoel 1). Ouders betalen hiervoor een inkomensafhankelijke ouderbijdrage. Doelgroeppeuters krijgen daarbij een extra aanbod in aantal uren, zodat zij in de leeftijd van 2 tot 4 jaar 960 uur gebruik kunnen maken van voorschoolse educatie. Ouders hoeven niet te betalen voor dit extra aanbod. Oude IJsselstreek verstrekt subsidie aan de kinderopvangorganisatie voor deze uren. De kinderopvang-organisaties mogen het aanbod van 960 uur zelf vormgeven, onder voorbehoud van de wettelijke verplichtingen. Oude IJsselstreek komt hen tegemoet in de kosten om aan de hogere eisen die worden gesteld aan voorschoolse educatie te kunnen voldoen (denk aan scholingskosten, individuele ondersteuning van kinderen etc.), mits zij ook doelgroeppeuters in de groep hebben. Zo kan het aanbod van kinderopvangorganisaties goed aansluiten bij de behoeften van ouders. Het bereik was in 2022 91%. Met name vanwege de corona-pandemie was dit bereik lager. Door de inzet van en samenwerking met Yunio en kinderopvang is dit grote bereik bereikt. Deze lijn willen we graag voortzetten.
Het is daarom van belang om het aantal geïndiceerde peuters en het bereik, dus hoeveel geïndiceerde peuters maken daadwerkelijk gebruik van voorschoolse educatie, te blijven monitoren en waar nodig aanpassingen te doen. We blijven streven naar een zo hoog mogelijk bereik. Het verlagen van de startleeftijd van 2,5 jaar naar 2 kost jaarlijks € 25.000 extra. Het aanbieden van voorschoolse educatie aan doelgroeppeuters kost in totaal € 175.000.
Speerpunt 3 Sociale medische indicatie In de volgende situaties kunnen ouders zonder of met een beperkt recht op kinderopvangtoeslag, woonachtig in Oude IJsselstreek, een aanvraag doen voor een tijdelijke vergoeding voor kinderopvang in het kader van een Sociaal Medische Indicatie (SMI): 1. Ouders met een aantoonbare lichamelijke, zintuiglijke, verstandelijke of psychische beperking met kinderen van wie is vastgesteld dat kinderopvang noodzakelijk is; 2. Kinderen van wie is vastgesteld dat kinderopvang in het belang van een goede en gezonde ontwikkeling noodzakelijk is.
11
De vergoeding wordt voor maximaal 12 maanden toegekend, op basis van het noodzakelijk aantal uren of dagdelen opvang. De tegemoetkoming kan herhaaldelijk worden aangevraagd.
12
De gemeente Oude IJsselstreek neemt in haar begroting jaarlijks € 50.000 op om uitvoering te kunnen geven aan de SMI-regeling. Dit wordt gedekt uit algemene middelen voor de participatiegelden die we hiervoor ontvangen.
Speerpunt 4: doorgaande lijn en overgang van voor- en vroegschoolse educatie Een soepele doorgaande lijn en overgang van voor- naar vroegschool is belangrijk voor meer gelijke onderwijskansen voor kinderen. In Oude IJsselstreek zijn er afspraken gemaakt over de “warme overdracht” van Vegeïndiceerde kinderen van de voorschool naar de vroegschool. Samen met onze lokale partners hebben we geconstateerd dat de afgelopen periode hier goede stappen in zijn gezet. Toch zien we in de praktijk dat er nog verbeterpunten zijn. Zeker als we breder kijken dan alleen doelgroepkinderen. In het algemeen kost de overgang naar een basisschool meer moeite als kinderen van een kinderopvang komen die niet is aangesloten bij de betreffende school. We willen ook gastouderopvang hierbij proberen te betrekken. We gaan de bestaande afspraken tegen het licht houden en scherpen deze aan waar nodig. We zoeken naar oplossingen voor problemen die we tegenkomen. We zoeken naar mogelijkheden om AVG-proof een goede overdracht te kunnen doen van kinderopvang naar school en waar nodig ook terugkoppeling te geven van scholen naar kinderopvang. Op die manier kan kinderopvang kinderen nog beter voorbereiden op school. We monitoren gezamenlijk de resultaten. Voor dit speerpunt is € 10.000 begroot.
Speerpunt 5: ouderbetrokkenheid Het streven naar meer ouderbetrokkenheid zal de komende 4 jaar het belangrijkste speerpunt zijn. Mede door Corona, maar ook het toenemend besef dat ouderbetrokkenheid de belangrijkste voorwaarde is om meer gelijke onderwijskansen te creëren, heeft gezorgd voor deze prioritering. Ouderbetrokkenheid thuis heeft het meeste effect op de ontwikkeling van kinderen. Hierbij gaat het om de mate waarin ouders hun kind ondersteunen en stimuleren in de ontwikkeling. De kern hiervan is de interactie tussen ouders en kind. De kwaliteit van de ouder-kind interactie is een sterkere voorspeller van leerresultaten dan de mate waarin ouders op school actief zijn. Als wordt gestreefd naar gelijke ontwikkelkansen dan houdt het niet op bij de ondersteuning van een jeugdige, maar moet er ook oog zijn voor de samenwerking met ouders & de omgeving. Dit kunnen de kinderopvang en het onderwijs niet alleen, zij heeft hier andere partijen zoals de welzijns- en jeugdhulppartners bij nodig. We gaan in gesprek met ouders om zo de gelijke ontwikkelkansen te kunnen verhogen en we maken de driehoek kind-ouder-omgeving zo sterk en stimulerend als noodzakelijk en mogelijk is in het belang van het kind. Generationele problematiek die de kans op een succesvolle schoolloopbaan belemmeren, zoals armoede en laaggeletterdheid, vraagt om een langdurige ondersteuning.
Blijf aanwezig bij een gezin waar het nodig is. Door de corona-maatregelen is het contact tussen professionals en ouders veranderd. Zo zijn er minder (fysieke) contactmomenten geweest. En zeker bij ouders die de Nederlandse taal onvoldoende beheersen of bij zorgen in de thuissituatie verloopt contact regelmatig moeizaam en staat de relatie regelmatig onder druk. Hierdoor lopen met name jeugdigen uit gezinnen in kwetsbare positie het risico onvoldoende ondersteund te worden bij hun ontwikkeling. 13
De gemeente Oude IJsselstreek hecht grote waarde aan betrokkenheid bij en participatie van ouders van doelgroep-peuters in het ontwikkelingsproces dat hun kinderen doormaken in de voor- en vroegschoolse voorzieningen. Daarvoor bekostigt de gemeente activiteiten die hier een bijdrage aan leveren. Zo vragen we de bibliotheek voor het organiseren van boekstart, voorleesochtenden (boekjes en babbels), themaochtenden en het onderhouden van een boekencollectie voor het jonge kind. Op die manier wordt de taalvaardigheid van kinderen en hun ouders bevorderd. We merken echter dat dit niet voldoende is om de ouderbetrokkenheid te bevorderen. Zowel in de voorschoolse als de schoolse periode willen we de ouderbetrokkenheid een impuls geven. We zoeken naar programma’s die hier een bijdrage aan kunnen leveren. Individueel stimuleert elke organisatie al ouderbetrokkenheid. In deze periode willen we meer gemeenschappelijk en eenduidig ouderbetrokkenheid bevorderen. In 2023 zal in het kader van de gelijke kansenalliantie hier een aanpak voor worden ontwikkeld. We zoeken samen naar mogelijkheden om de samenwerking te verbeteren tussen ouders en professionals en gaan meer bekendheid geven aan naar activiteiten om basisvaardigheden van ouders te verhogen. Voor het speerpunt ouderbetrokkenheid is € 80.000 beschikbaar.
Speerpunt 6: aanvullend aanbod om gelijke onderwijskansen van kinderen te bevorderen De nadruk in dit beleidskader ligt op de 0-4 jarigen. We zijn ervan overtuigd dat we daarmee ook een belangrijk verschil maken in het voorkomen en bestrijden van onderwijsachterstanden. Maar daarmee zijn we er nog niet. Ook gemeentelijke inzet bij de oudere doelgroep is wenselijk om gelijkere onderwijskansen te creëren. Naast de ouders is het onderwijs verantwoordelijk om onderwijsachterstanden te bestrijden. Ondanks alle inspanningen van het onderwijs merken we dat het onvoldoende is als er enkel wordt geïnvesteerd binnen de mogelijkheden en tijden van de scholen. Zo hebben we ervaren dat de zomerschool zorgt voor het voorkomen van een grote terugval van de ontwikkeling van taal en andere basisvaardigheden door de lange vakantieperiode in de zomer, voor de kinderen die tot de doelgroep behoren. Hierdoor wordt de kansengelijkheid van alle kinderen versterkt. Daarnaast zien we dat een groep kinderen extra ondersteuning nodig heeft op het gebied van taal. De afgelopen twee jaar zijn er op een aantal scholen regelmatig groepjes kinderen uit klassen gehaald om hen extra bij te spijkeren op taal. We zien al wel dat het effectief is om extra te investeren in gelijke onderwijskansen. Voor dit speerpunt is € 300.000 begroot.
Speerpunt 7: aansluiten bij aanpalende onderwerpen Het beleidsthema gelijke onderwijskansen pakken we op in samenhang met andere beleidsthema’s en onderwerpen. Dit maakt de impact op Onderwijskansen alleen maar groter. In het bestuurlijke LEA (lokale educatieve agenda) met daarin partners van het onderwijs, buurtzorg Jong, GGD, Yunio, kinderopvang en bibliotheek zijn in 2022 ambities bepaald en een uitvoeringsprogramma opgesteld die hieraan bijdraagt. Het Onderwijskansenbeleid zal onderdeel uitmaken van dit programma. Er zijn twee werkgroepen gestart: werkgroep gelijke kansen en werkgroep passende ondersteuning. Naast gelijke onderwijskansen 14
worden ook thema’s behandeld zoals thuiszitters, ontmoetingsactiviteiten voor jeugdigen, laaggeletterdheid en passend onderwijs.
15
Hoofdstuk 4
Financieel kader Beschikbare middelen Voor het uitvoeren van onderwijskansenbeleid ontvangt de gemeente financiële middelen vanuit het Rijk. Gemeenten bepalen zelf, binnen de wettelijke kaders zoals benoemd in hoofdstuk 1, hoe ze de ontvangen middelen inzetten om de aan de slag te gaan met de speerpunten.
Middelen voor onderwijskansenbeleid In 2023 is een nieuwe beleidsperiode ingegaan van het landelijke onderwijskansenbeleid. De verdeling van de beschikbare middelen wordt net als de vorige beleidsperiode gebaseerd op de volgende criteria: - Het opleidingsniveau van beide ouders; - Het herkomstland van de moeder; - De verblijfsduur van de moeder in Nederland; - Het gemiddelde opleidingsniveau van alle moeders op de school; - Of de ouders in de schuldsanering zitten.
Rijksmiddelen De Rijksmiddelen OAB worden jaarlijks vastgesteld en aangepast. Dit betekent dat verwachte budgetten per gemeente per jaar kunnen verschillen. De budgetten over de periode 2023-2026 zijn daarbij niet aan jaren gebonden, binnen deze periode van vier jaar mag met de middelen worden geschoven. Het gaat hier om geoormerkte middelen. De middelen die aan het eind van de periode 2023-2026 niet zijn besteed moeten na 4 jaar teruggestort worden naar het Rijk. De rijksbudgetten zijn vergelijkbaar met de afgelopen periode. De verwachte budgetten voor de komende jaren: 2023 € 921.373 2024 € 921.373 2025 € 921.373 2026 € 921.373 2023 zal een overgangsjaar zijn waarin we nog extra middelen te besteden hebben vanuit het nationaal programma onderwijs en de gelijke kansenalliantie. In 2023 maken we keuzes over de precieze besteding van de middelen na 2023. Overige gemeentelijke middelen Oude IJsselstreek ontvangt vanuit participatiegelden algemene middelen voor de uitvoering van de SMI-regeling. De gemeente Oude IJsselstreek neemt in haar begroting jaarlijks € 50.000 op om uitvoering te kunnen geven aan de SMI-regeling.
Rijksbekostiging aan schoolbesturen Primair Onderwijs Schoolbesturen Primair Onderwijs ontvangen voor hun scholen met een achterstandsscore een specifieke Rijksfinanciering ter vergroting van de onderwijskansen voor deze leerlingen. In Oude IJsselstreek betreft dit een vijftal scholen (schooljaar 20212022): De Oersprong €209.674 Dynamiek €152.380 Op Koers € 15.138 De Plakkenberg € 91.797 De Wijssel € 3.269 16
Totaal
€ 472.258
Verdeling beschikbare middelen Hieronder volgt een verdeling van de middelen over de speerpunten. Het is een grove indeling omdat er nog wat onzekerheden zijn. Zo zijn er nog incidentele rijksmiddelen te besteden in 2023 die deels aan doelen worden besteed die onder het Onderwijskansenbeleid vallen. Ook zijn de kosten van de in eerste instantie tijdelijke maatregelen op het moment van schrijven nog niet volledig in beeld omdat het jaar 2022 nog niet financieel is afgerond. In 2023 zal er meer helderheid komen en kunnen we een wat exactere verdeling van het budget maken. Tot slot kan in een periode van 4 jaar er zich ontwikkelingen en kansen voordoen waardoor we mogelijk nog wat willen schuiven met de middelen. In onderstaande verdeling zijn de tijdelijke middelen niet verwerkt. Zeker is dat een groot deel zal worden ingezet voor de wettelijke verantwoordelijkheid van de gemeente: voorschoolse educatie en peuteropvang. Speerpunten Toegankelijke peuteropvang Het aanbieden van voorschoolse educatie aan doelgroeppeuters Sociale medische indicatie Doorgaande lijn voor- en vroegschoolse educatie Ouderbetrokkenheid Aanvullend aanbod om gelijke onderwijskansen van kinderen te bevorderen Aansluiten bij aanpalende onderwerpen Nog nader te bepalen Totaal
2023 325.000
2024 325.000
2025 325.000
2026 325.000
175.000
175.000
175.000
175.000
10.000
10.000
10.000
10.000
80.000 300.000
80.000 300.000
80.000 300.000
80.000 300.000
-
-
-
-
31.373 921.373
31.373 921.373
31.373 921.373
31.373 921.373
17