CConstaterende datOude IJsselstreek
Koppel je AI →
Document · PDF

comm MO 2021-10-07 herijking verordening SD Pw thema 3. inkomensbegeleiding bespreekdocument.pdf

Raadscommissie Maatschappelijke Ontwikkeling (MO) 7 oktober 2021, gemeente Oude IJsselstreekBij agendapunt: 4: Herijking verordening Sociaal Domein thema 3 Inkomensbegeleiding3.719 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

UITGANGSPUNTEN INKOMENSBEGELEIDING Herijking thema 3. Inkomensbegeleiding

Versie:29-09-2021 Status: concept ter bespreking in commissie MO 07-10-2021

Pagina 2 van 14

1 Inleiding 1.1 Aanleiding Sinds 1 januari 2021 voert de gemeente Oude IJsselstreek samen met STOER de Participatiewet uit. In dat kader heeft de gemeenteraad op 21 januari 2021 de Verordening Sociaal Domein 2021 vastgesteld. Destijds is er voor gekozen om de bepalingen vanuit de toenmalige zeven Participatiewet verordeningen beleidsarm op te nemen in de Verordening Sociaal Domein. Tevens is er voor gekozen om 2021 te

Pw) en de individuele studietoeslag (art 36b Pw). Daarbij dient opgemerkt te worden dat het rijk voornemens is om de individuele studietoeslag landelijk te uniformeren waardoor ook deze bepaling komt te vervallen. Binnen de bespreking van dit thema willen we dan ook inzoomen op hoe we de gemeentelijke inkomensondersteuning en/of minimaregeling vorm willen geven en hoe we onze inwoners financieel (willen) ondersteunen en begeleiden bij de overgang van uitkering naar werk. Aspecten die bij dit thema aan de orde komen zijn: “werken moet lonen”, “financieel ontzorgen”, “financiële nazorg” en “armoedeval”.

1

Collegebevoegdheid

Pagina 3 van 14 Voorgaande maakt duidelijk dat in tegenstelling tot de andere thema’s, dit thema niet zal leiden tot een advies in de volgende commissievergadering om de verordening op een aantal punten aan te passen. We willen de bespreking van dit thema met name gebruiken om onze ideeen voor te leggen. Op basis van de feedback en de input tijdens de commissiebijeenkomst op 7 oktober a.s. zullen we dit document aanpassen en vervolgens weer voorleggen aan de commissie tijdens de bijeenkomst in november. Dat document dient vervolgens als inhoudelijke basis voor de wijze waarop we de inkomensbegeleiding in de praktijk verder vorm gaan geven.

1.3 Leeswijzer Dit document start met een beschrijving van de kaders waar rekening mee dient te worden gehouden bij de invulling van het thema. Vervolgens worden de hoofdlijnen rondom het thema op hoofdlijnen beschreven. In bijlage 1 is de tekst in de huidige verordening terug te vinden.

Pagina 4 van 14

2 Inkomensbegeleiding vanuit de kaders 2.1 Visie In de basis willen we geen uitkeringen verstrekken, we willen dat mensen werk hebben. Zoveel mogelijk bij een werkgever en als dat niet kan dan via een maatschappelijke banen of een andere vorm van zinvolle dagbesteding. Tot het moment dat de inwoner voldoende inkomen heeft zorgen wij voor financiële bestaanszekerheid. We werken vanuit vertrouwen en zonder ingewikkelde procedures en controlesystemen aan de voorkant. Tegelijkertijd zijn we niet naïef. We weten dat er gefraudeerd wordt en sluiten hier ook niet onze ogen voor. In thema 4. Handhaving en naleving (commissie november 2021) zullen we hier nader op ingaan. Wij stimuleren inwoners om zich te ontwikkelen o.a. door het voor inwoners makkelijk te maken om te switchen van inkomensvoorziening naar werk en eventueel weer terug. Maar ook door steeds helder te maken wat de inwoner gaat merken in zijn portemonnee. Op die manier bieden we helderheid over de financiële effecten waardoor de inwoner ook stappen durft te zetten. Wij vinden het verder belangrijk dat het financieel loont om te gaan werken en zich te ontwikkelen. Daar waar dat kan nemen wij, samen met de werkgevers, belemmeringen weg en bouwen wij positieve (financiële) stimulansen in.

2.2 Strategische agenda Het college heeft in de Strategische agenda Transformatie Werk en Inkomen 2021 de ambities voor 2021 bepaald. Voor wat betreft de ambitie op het gebied van de inkomensvoorziening is het volgende vastgelegd: Bestaanszekerheid is een basisbehoefte. Mensen met geldzorgen zijn vaak niet meer in staat om goed na te denken over hun toekomst. Zij hebben hun hoofd niet staan naar talentontwikkeling. Door middel van de volgende bouwstenen werken we aan het bieden van mentale ruimte voor talentontwikkeling: 1. Voorkomen van financiële problemen 2. Realiseren van bestaanszekerheid 3. Empoweren naar een financieel onafhankelijke toekomst 4. Lobbyen voor aanpassing van wet- en regelgeving In het kader van het thema “inkomensbegeleiding” zijn met name de bouwstenen “realiseren van bestaanszekerheid” en “empoweren naar een financieel onafhankelijke toekomst van belang”. Realiseren van bestaanszekerheid

Pagina 5 van 14 We zorgen er voor dat inwoners die dat nodig hebben, aanspraak kunnen maken op regelingen die hen helpen in hun levensonderhoud te kunnen voorzien. Dit doen we op een manier die voor de inwoner makkelijk te gebruiken is, zonder onnodig gedoe. Deze ambitie is vertaald naar de volgende activiteiten: 1. Vereenvoudigen en harmoniseren van de lokale regelingen. 2. Ontzorgen van inwoners. 3. Onderzoeken of dienstverlening verbeterd kan worden door digitalisering. Empoweren naar een financieel onafhankelijke toekomst Het is onze ambitie dat de inwoner financieel onafhankelijk de toekomst tegemoet gaat. In dat kader bieden we – naast het zwaardere instrumentarium in het kader van schuldhulpverlening bijvoorbeeld ondersteuning bij de overgang van inkomensondersteuning naar werk. Verder zijn we van mening dat werken moet lonen, ook als het gaat om deeltijdwerk. We bieden verder kinderen en jongeren die in armoede opgroeien ondersteuning waardoor zij gelijke kansen krijgen en we onderzoeken mogelijkheden om inwoners te empoweren om financieel onafhankelijk te blijven. Deze ambitie hebben we vertaald naar de volgende acties: 1. Uitwerken van de aanpak voorkomen armoedeval 2. Uitwerken van de aanpak deeltijdwerk moet lonen 3. Herijken van het Meedoenbeleid 4. Inventariseren mogelijkheden voor financiële nazorg

2.3 Participatiewet De opdracht voor de ondersteuning bij arbeidsinschakeling en het verstrekken van (algemene en bijzondere) bijstand heeft de wetgever belegd bij het college (art 7 lid 1 sub a en b Pw). Daarnaast heeft het college de taak gekregen om beleid te ontwikkelen ten behoeve van het verrichten van een tegenprestatie (art 7 lid 1 sub c Pw). De gemeenteraad dient bij verordening regels op te stellen met betrekking tot: a) Het verlenen van een individuele inkomenstoeslag (art 8 lid 1 sub b Pw) b) Het verlenen van een individuele studietoeslag (art 8 lid 1 sub c Pw)

2.4 Inkomensondersteuning a)

Bijzondere bijstand

De gemeente kan bijzondere bijstand verstrekken voor noodzakelijke kosten die voortvloeien uit bijzondere omstandigheden die de inwoner naar de mening van de gemeente niet zelf kan bekostigen. Daarbij hanteren we een inkomensgrens van 110% van de toepasselijke bijstandsnorm. Op het moment dat het gezinsinkomen hoger is dan 110% wordt 35% van het meerdere inkomen meegenomen bij de bepaling van de vergoeding. Bijzondere bijstand is bij uitstek maatwerk en kan per inwoner afwijken. b)

Inkomensvrijlating

Pagina 6 van 14 Indien iemand parttime inkomsten heeft kan de gemeente een deel van de inkomsten voor een bepaalde periode vrijlaten (25% gedurende maximaal 6 maanden tot een maximum van 221 euro per maand). Voor alleenstaande ouders en inwoners die vanwege medische redenen niet in staat zijn om fulltime te werken (medische urenbeperking) gelden aanvullende vrijlatingsbepalingen die afwijken qua duur en qua hoogte van de vrijlating. c)

Premie in het kader van de Participatiewet:

De gemeente kan een een- of tweemalige premie verstrekken van ten hoogste 2.638 euro per kalender indien dit bijdraagt aan de arbeidsinschakeling. Op dit moment wordt van deze mogelijkheid gebruik gemaakt door een eenmalige uitstroompremie te verstrekken van 500 euro die toegekend wordt zodra iemand 12 maanden werk heeft en in de tussentijd geen beroep op een gemeentelijke inkomensvoorziening heeft gedaan. Conform afspraak met de commissie Maatschappelijke Ontwikkeling (thema 1. Loopbaanbegeleiding) wordt deze premie omgezet in een Opstartpremie van 250 euro bij de start van een baan (ongeacht de duur en het aantal werkzame uren). Doel is om inwoners een vergoeding te verstrekken voor kosten die men moet maken bij de start van een baan (o.a. nieuwe kleding, kapper, voorschieten reiskosten). d)

Individuele inkomenstoeslag

De gemeente verstrekt aan inwoners die drie jaar of langer een inkomen hebben tot 110% van de bijstandsnorm en geen uitzicht hebben op verbetering van hun inkomen, een bedrag ad 364,- euro (alleenstaande), 437,- euro (alleenstaande ouder) of 520,- euro (gehuwden). e)

Individuele studietoeslag

De Individuele studietoeslag is een extra inkomensondersteuning, bedoeld voor studerende jongeren met een arbeidsbelemmering die niet in staat zijn om naast hun studie een inkomen te verdienen in een bijbaantje. In de huidige verordening is de hoogte bepaald op 350 euro per zes maanden. Het rijk heeft besloten om (waarschijnlijk per 1-1-2022) de individuele studietoeslag landelijk te uniformeren door het instellen van een leeftijdsgebonden budget. In aansluiting op de oproep van de minister is besloten om vooruitlopend op de aangekondigde wettelijke aanpassing, nu al aan te sluiten bij de nieuwe regeling. Dat betekent dat de hoogte van de individuele studietoeslag oploopt van 150 euro per maand (18 jaar) naar 300 euro per maand (21 jaar en ouder). Omdat deze wijziging binnenkort wettelijk wordt geregeld en in het voordeel van de inwoner wordt afgeweken, is het vooralsnog niet nodig om de verordening op dit punt aan te passen. Zodra de Participatiewet op dit punt wordt gewijzigd zal de aanpassing in de verordening aan de gemeenteraad worden voorgelegd. f)

Kindpakket:

inwoners met een inkomen tot 110% van de bijstandsnorm met kinderen in de leeftijd van 4 tot en met 17 jaar ontvangen een vergoeding van maximaal 135,- euro per kind per jaar voor deelname aan sport en culturele activiteiten. Daarnaast zijn er aanvullende bepalingen met betrekking tot de vergoeding van zwemlessen. g)

Meedoenregeling:

Pagina 7 van 14 Inwoners vanaf 18 jaar met een inkomen tot 110% van de bijstandsnorm kunnen een bijdrage ontvangen in de kosten voor deelname aan bijv. sport en culturele activiteiten. De hoogte van de bijdrage bedraagt 135,- euro per jaar per persoon. h)

Bijdrage schoolkosten:

Inwoners met een inkomen tot 110% van de bijstandsnorm ontvangen per kind een bijdrage in de schoolkosten van 50,- per jaar (basisschool) of 150,- euro (voortgezet onderwijs). i)

Vergoeding eigen bijdrage kinderopvang:

Alleenstaande ouders met een inkomen tot 110% van de bijstandsnorm kunnen een vergoeding ontvangen voor de eigen bijdrage kinderopvang. Voor gehuwden geldt dat zij samen de opvang van het kind moeten verzorgen. j)

Kwijtschelding gemeentelijke belastingen:

inwoners met een inkomen op bijstandsniveau komen in aanmerking voor kwijtschelding gemeentelijke belastingen. De hoogte bedraagt 377,- euro per jaar voor een eenpersoonshuishouden en 426,- bij een meerpersoonshuishouden

2.5 Ontwikkelingen Transformatie lokale inkomensondersteuning Zoals vermeld in paragraaf 2.2 is de transformatie van de inkomensondersteuning onderdeel van de pijlers binnen de strategische agenda. Bij die transformatie streven we naar bestaanszekerheid voor onze inwoners die een beroep doen op inkomensondersteuning op grond van de Participatiewet. Deze bestaanszekerheid moet het mogelijk maken dat mensen hun energie en inzet kunnen richten op participatie in de samenleving op een manier die past bij hun talenten en mogelijkheden. We zien nog te vaak dat mensen door onzekerheid en zorgen over hun inkomen te weinig ruimte ervaren om te participeren. Wetende dat mensen soms met erg veel verschillende inkomensregelingen te maken hebben die allemaal verschillende voorwaarden en administratieve rompslomp kennen is dat ook niet verwonderlijk. Wij gaan de komende maanden deze transformatie vormgeven waarbij wij al onze lokale inkomensregelingen betrekken. Dat betekent dat wij in dit herijkingsproces voor de verordening geen voorstellen doen voor aanpassing van de lokale meedoenregelingen en Bijzondere Bijstand. Deze worden separaat aan u voorgelegd in het eerste kwartaal van 2022. Wet inburgering 2022 Op 1 januari 2022 treedt de Wet inburgering 2022 in werking.

Gemeenten worden dan verplicht om gedurende de eerste zes maanden, de vaste lasten (huur, gas, licht water en ziektekostenverzekering) in te houden op de inkomensvoorziening en door te betalen aan de leveranciers. Daarnaast worden de statushouders gedurende die maanden begeleid zodat zij na die periode zelf de vaste lasten kunnen betalen. In de raadscyclus van november zullen we hier nader op ingaan. Premie als inkomen

Pagina 8 van 14 Een aantal gemeenten – waaronder Wageningen – hebben er voor gekozen om in sommige gevallen de stimuleringspremie (zie 2.4.c. inkomensondersteuning) structureel en periodiek toe te kennen. Bijvoorbeeld als iemand parttime werkt en geen recht meer heeft op de inkomensvrijlating. De minister heeft aangegeven dat de belastingdienst in die gevallen de premie zal beschouwen als inkomen waarvoor belasting betaald moet worden en het risico bestaat dat dit effect heeft op de toegekende toeslagen.

Pagina 9 van 14

3 Herijking onderdeel inkomensbegeleiding

3.1 Werken moet lonen Niet alleen werken moet lonen, maar ook jezelf inzetten om een verbetering aan te brengen in je situatie dient te worden beloond. Beloning dient dan ook niet afhankelijk te zijn van het resultaat, maar van de geleverde inspanning. Die inspanning kan voor iemand die met een arbeidsbeperking parttime gaat werken groter zijn de inspanning die iemand zonder een beperking levert als hij fulltime gaat werken. Daarnaast kijken we ook vanuit een bredere scope naar de term “belonen”, belonen kan ook bestaan uit waardering en aandacht. Betaald werk moet lonen Het sociaal stelsel is gebouwd op het principe dat iemand er financieel op vooruit gaat als hij gaat werken en in merendeel van de gevallen is dat ook zo. Het hebben van minderjarige kinderen heeft bij toepassing van de huidige landelijke en lokale ondersteuningsregelingen een negatief effect (zie 3.4. armoedeval). In het kader van de transformatie van de lokale inkomensondersteuning (zie 2.5 ontwikkelingen) wordt dit vraagstuk opgepakt. Parttime werk moet lonen Niet voor iedereen is fulltime werk direct mogelijk. Parttime werken kan echter wel een goede eerste opstap zijn richting urenuitbreiding of een vervolgbaan. Vandaar dat we actief de inkomensvrijlating in het kader van de Participatiewet toepassen.

Onkostenvergoedingen vrijlaten We maken maximaal gebruik maken van de mogelijkheden die de wet biedt om bijvoorbeeld onkostenvergoedingen in het kader van stages, vrijwilligerswerk, etc. vrij te laten. Spaarsysteem Het op een algemene en periodieke wijze verstrekken van de premie (zie 2.4.c. inkomensondersteuning) leidt tot het vergroten van de armoedeval en heeft als risico dat de inwoner zijn toeslagen terug moet betalen (zie 2.5. premie als inkomen). We willen zodoende onderzoeken of we kunnen komen tot een spaarsysteem gekoppeld aan activiteiten die de inwoner heeft gedaan. Zo kan het afronden van een werkervaringsplaats of een cursus leiden tot een bepaalde vergoeding. Daarmee staat de gespaarde vergoeding in relatie tot de inzet die gepleegd is. Waardering Interesse, tijd en aandacht zijn belangrijke aspecten waarmee je kunt laten zien dat je de ander waardeert. Bijvoorbeeld door de inwoner te bellen na afloop van een sollicitatiegesprek of door de inwoner een kaartje te sturen als hij een belangrijk stap heeft gezet in zijn ontwikkeling. STOER heeft hiervoor kaarten laten maken met “bedankt” en “gefeliciteerd” er op die de medewerkers aan inwoners sturen.

Pagina 10 van 14 Tone of voice In dit kader is het ook belangrijk om nogmaals te kijken naar de toon in onze brieven. Indien een inwoner een nieuwe baan heeft gevonden zouden we kunnen starten met de inwoner te feliciteren voordat de regels over de vervolgstappen worden opgesomd. STOER-box Een idee dat we graag zouden willen uitwerken is de “STOER-box”. In deze box komen kleine kadootjes en tools die handig zijn als je gaat starten met een nieuwe baan. Denk hierbij aan een reep Tony Chocolonely met een tekst, tips en tricks voor een goede werkdag, waardebon voor een bosje bloemen, etc. Eigen initiatief moet lonen We willen onderzoeken of we kunnen komen tot een bijdrage die we kunnen verstrekken aan inwoners met een gemeentelijke inkomensvoorziening op het moment dat zij iets willen doen op het gebied van persoonlijke ontwikkeling, los van hun loopbaanplan. Daarbij willen we kijken of we een vergelijking kunnen maken met het Individueel Keuze Budget zoals dat ook binnen de gemeente beschikbaar is voor gemeentelijke medewerkers.

3.2 Financieel ontzorgen Eén betaalmoment bij parttime werken Inwoners met een parttime inkomen en een aanvullende gemeentelijke inkomensvoorziening krijgen te maken met meerdere momenten waarop zijn een deel van hun totale inkomsten krijgen. Daarnaast krijgen zij, als ze bijvoorbeeld wisselende inkomsten hebben, te maken met verrekeningen over eerdere maanden waardoor ze nooit precies weten hoe hoog hun inkomen in de betreffende maand is. Vandaar dat we besloten hebben om de inwoners met een parttime inkomen de mogelijkheid te bieden om het inkomen rechtstreeks over te laten maken naar de gemeente. De gemeente maakt dan maandelijks op een vast moment een vast bedrag over en verrekent op de achtergrond de (wisselende) inkomsten met het recht op uitkering. Automatische kwijtschelding gemeentelijke belastingen Dit jaar zijn we gestart met het automatisch verlenen van kwijtschelding van gemeentelijke belastingen. Dat betekent dat de betreffende inwoner geen aanvraag meer hoeft te doen, maar automatisch de toekenningsbeschikking thuisgestuurd krijgt. Opstartpremie ook voor jongeren In het kader van de bespreking van thema 1. loopbaanbegeleiding is met de commissie afgesproken een eenmalige ‘opstartpremie” van 250,- euro te verstrekken als forfaitaire vergoeding voor onkosten die de inwoner moet maken als hij gaat werken.

Op basis van de Participatiewet kan deze vergoeding alleen verstrekt worden aan inwoners van 27 jaar of ouder. We willen onderzoeken of we ook voor jongeren, zij het op een andere juridische manier, een dergelijke vergoeding beschikbaar kunnen stellen.

3.3 Financiële nazorg

Pagina 11 van 14 Als een inwoner aan het werk gaat wordt samen met deze inwoner bekeken wat de wijziging van inkomen betekent voor zijn “portemonnee”. De inkomensbegeleider brengt samen met de inwoner de effecten in beeld en adviseert en begeleidt hem bij het regelen van zaken zoals het aanvragen of aanpassen van de toeslagen, aanmelden studiefinanciering. Daarnaast besteedt de inkomensbegeleider ook aandacht aan de balans tussen de gewijzigde inkomsten en het uitgavenpatroon van de inwoner. Om de financiële effecten in beeld te brengen gaan we gebruik maken van de applicatie WerkenloonT2. Deze applicatie berekent – rekening houdend met landelijke en lokale inkomensondersteunende regelingen – de financiële effecten als er een wijziging in de hoogte van het inkomen. Bijvoorbeeld omdat iemand gaat werken. Als de inwoner een baan heeft gevonden en voldoende inkomen verdient om zelf in zijn levensonderhoud te kunnen voorzien, bevriezen we – indien de inwoner dit wenst - het recht op uitkering gedurende drie maanden. Dat betekent dat de inwoner in die periode op ieder moment terug kan komen en de uitkering gecontinueerd wordt zonder dat hij een nieuwe aanvraag hoeft in te dienen.

3.4 Armoedeval De projectgroep “Werken moet lonen en nazorg” bestaande uit medewerkers van STOER en de gemeente Oude IJsselstreek heeft aan de hand van een viertal casussen en vier verschillende inkomenssituatie de inkomenssituaties in kaart gebracht 3. Doel hiervan is een overzicht te bieden in het kader van de transformatie (zie 2.5. ontwikkelingen). Deze inventarisatie is als bijlage bij dit document gevoegd. Uit de inventarisatie blijkt: 1. Voor alleenstaanden loont werken. Dit wordt veroorzaakt door het feit dat de hoogte van de gemeentelijke inkomensvoorziening 30% lager ligt dan het wettelijk minimumloon (WML). Hierdoor hebben de gevolgen van de lokale en landelijke inkomensondersteuningsregelingen slechts een beperkte invloed. 2. Voor alleenstaande ouders geldt in principe hetzelfde als voor de alleenstaanden, zij het dat zij er door het wegvallen van de kindgebonden regelingen minder op vooruit gaan. 3. Voor gehuwden loont werken ook, zij het beduidend minder dan voor de alleenstaanden en de alleenstaande ouders. Dit wordt met name veroorzaakt door de hogere gemeentelijke inkomensvoorziening waardoor het verschil met een regulier inkomen kleiner is. Het wegvallen van de lokale regelingen verkleint het verschil ook nog iets. 4. Voor gehuwden met kinderen loont werken het minst.

Voor hen geldt dat – naast de effecten zoals genoemd bij de gehuwden zonder kinderen - het wegvallen van de lokale kindgebonden regelingen er voor zorgt dat het inkomen bijna gelijk blijft of beperkt stijgt.

3.5 Inzet zonder kans op betaalde arbeid 2 3

https://www.stimulansz.nl/nieuwe-rekentool-werkloont/ Werken moet lonen & Nazorg: rekenmodel financiele effecten regelingen i.r.t. de armoedeval d.d. 10-09-2021

Pagina 12 van 14 Een deel van onze inwoners zal niet doorstromen naar een betaalde baan of een maatschappelijke baan. Zij blijven ondanks hun inzet aangewezen op een gemeentelijke inkomensvoorziening. Bij deze groep speelt de “armoedeval” ook niet. Vandaar dat we willen onderzoeken hoe we ook hun inzet financieel kunnen blijven belonen.

Pagina 13 van 14

Bijlage 1. Inkomensbegeleiding binnen de huidige verordening 8.1. Inkomenstoeslag 8.1.1 Doelgroep 1. De inkomenstoeslag is bedoeld voor een inwoner die in een ononderbroken periode van drie jaar een inkomen (referteperiode) heeft gehad dat lager is dan 110% van de toepasselijke bijstandsnorm. De kostendelersnorm wordt hierbij niet toegepast. 2. Niet voor de inkomenstoeslag komt in aanmerking de inwoner die een opleiding volgt als bedoeld in de Wet Tegemoetkoming Onderwijsbijdrage en Schoolkosten (WTOS), dan wel een studie volgt als genoemd in de Wet studiefinanciering 2000 (WSF 2000). 8.1.2 Hoogte van de toeslag 1. De inkomenstoeslag is per kalenderjaar: a. € 364,- voor een alleenstaande; b. € 437,- voor een alleenstaande ouder; c. € 520,- voor gehuwden of samenwonenden. 2. Bij gehuwden en samenwonenden geldt dat als één van de partners geen recht op inkomenstoeslag heeft, de ander het bedrag voor een alleenstaande of alleenstaande ouder krijgt. 3. De gemeente bekijkt elk jaar of de inkomenstoeslag verhoogd moet worden. Die verhoging gaat dan in per 1 januari van het jaar erna en is overeenkomstig de consumentenprijsindex volgens het Centraal Bureau voor de Statistiek.

8.2 Studietoeslag Studenten met een beperking hebben soms extra hulp nodig om een opleiding te volgen. Dat is belangrijk omdat de kans op werk met een afgeronde opleiding groter is. Met een studietoeslag krijgt de student een zetje in de rug omdat het inkomen wordt aangevuld. 8.2.1 Doelgroep 1. De studietoeslag is bedoeld voor de student die: a. een MBO-, HBO of WO-opleiding volgt; b. een tegemoetkoming in de schoolkosten of studiefinanciering van DUO krijgt of kan krijgen; c. wel kan werken, maar d. door een beperking niet het wettelijk minimumloon kan verdienen. 2. De student is 18 jaar of ouder en heeft geen goede financiële buffer. 8.2.2. Vaststellen beperking 1. Nadat de student een aanvraag heeft ingediend, onderzoekt de gemeente of de beperking van de student zo groot is dat hij niet het wettelijk minimumloon kan verdienen. De gemeente doet dat aan de hand van gegevens die zij van de student of van andere instanties heeft gekregen. Als die gegevens niet duidelijk genoeg zijn, vraagt de gemeente aan een deskundige om een advies te geven. 8.2.3 Hoogte en duur van de toeslag

Pagina 14 van 14 1. De studietoeslag € 350,- per zes maanden en wordt eenmalig als één bedrag uitbetaald. 2. De gemeente bekijkt elk jaar of de studietoeslag verhoogt moet worden. Die verhoging gaat dan in per 1 januari van het jaar erna. 3. Als de student niet meer aan de voorwaarden voldoet, wordt de studietoeslag beëindigd.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.oude-ijsselstreek.nl/api/v1/meetings/4313/documents/22028