Burgers op 1 1e termijn 2 juli 2026
Tekst van het document
Eerste termijn: Meerjaren Prognose Grondexploitaties, de Jaarstukken 2025 en de 1e Berap 2026
Voorzitter, We bespreken vandaag drie stukken die formeel apart op de agenda staan: de Meerjaren Prognose Grondexploitaties, de Jaarstukken 2025 en de 1e Berap 2026. Maar politiek en bestuurlijk horen ze bij elkaar. De MPG kijkt vooruit naar de financiële kaders van de grondexploitaties. De Jaarstukken kijken terug op 2025. De 1e Berap laat zien hoe 2026 zich nu al ontwikkelt. Samen geven deze drie stukken één beeld: de gemeente Oude IJsselstreek staat niet stil, maar groeit wel steeds verder in meerjarige verplichtingen, uitvoeringskredieten, voorbereidingskosten en risico’s. Laat ik beginnen met de positieve kant. De stukken zijn serieus opgesteld. Er gebeurt veel. Er wordt gewerkt aan woningbouw, bedrijventerreinen, mobiliteit, onderhoud, sociaal domein, opvang, klimaat, energie en voorzieningen. Dat verdient erkenning en waar Maar de controlerende taak van de raad vraagt meer dan waardering alleen. Wij moeten vandaag vooral kijken naar drie vragen. 1. De financiële ruimte is nu ongeveer 8 ton? Kan dat bedrag nog gewijzigd worden door onvoorziene omstandigheden? 2. Hoe uitvoerbaar zijn de ambities? 3. Op welk moment kan de raad nog echt bijsturen? Bij de Jaarstukken 2025 zien we een positief resultaat. Dat is op zichzelf goed. Het college geeft zelf aan dat een belangrijk deel incidenteel is.
Bovendien wordt een groot deel van het resultaat direct bestemd voor reserves en toekomstige opgaven. Voor Burgers op 1 betekent dit: het positieve saldo is geen vrij besteedbare ruimte. Het is vooral een buffer tegen bekende verplichtingen, onderhoudsopgaven, opvang, vastgoed, onderwijshuisvesting en toekomstige investeringen. Daarom vragen wij het college: hoeveel van het resultaat 2025 is na resultaatbestemming werkelijk structureel vrij inzetbaar? Dan de MPG. Hier wordt gevraagd om de MPG 2026 vast te stellen en om uitvoeringskredieten van ruim 63 miljoen euro beschikbaar te stellen voor Slawijkseweg, Kromkamp, De Tuit, De Rieze en Het VIP. Dat zijn grote bedragen. Wij begrijpen dat grondexploitaties een meerjarig karakter hebben en dat kosten vaak voor de baten uitgaan. Maar juist daarom is scherpe controle nodig.
In de stukken staat dat vooral De Tuit en Het VIP het grootste aandeel hebben in het risicoprofiel. Bij De Tuit gaat het om een grote woningbouwontwikkeling met 566 woningen en een looptijd langer dan tien jaar. Bij Het VIP spelen onder andere netcongestie, een langere doorlooptijd en extra kosten door mitigerende maatregelen rond dassen. Dat zijn geen kleine uitvoeringsdetails, maar risico’s die rechtstreeks raken aan woningbouwtempo, bedrijventerreinen, opbrengsten, kosten en weerstandsvermogen. Daarom vragen wij: kan het college per grondexploitatie, en met name voor De Tuit en Het VIP, aangeven welke parameter op dit moment het grootste risico vormt: rente, bouwkosten, grondopbrengsten, uitgiftetempo, netcongestie, natuurkosten, procedurele vertraging of marktopname? En tweede vraag daarbij: wanneer komt de raad opnieuw aan zet als deze parameters wezenlijk verslechteren? Is dat pas bij de volgende MPG, of eerder via de Berap? Dan de 1e Berap 2026. Op het eerste gezicht verbetert het begrotingssaldo. Maar onder dat positieve beeld zien we opnieuw een bekend patroon: extra kredieten, bijstellingen, onderhoudsdruk, ICT-druk, voorbereidingskosten en risico’s die later structureel kunnen worden. De Berap vraagt onder meer extra voorbereidingskrediet voor Wesenthorst en Biezenakker, extra investeringskrediet voor Essenkamp en extra investeringskrediet voor het Frank Daamenpand.
Sommige van die voorstellen zijn inhoudelijk best te begrijpen. Maar de bestuurlijke vraag is: wanneer worden voorbereidingskosten een risico? En wanneer wordt project na project een optelsom van verplichtingen waar de raad alleen nog achteraf ja tegen kan zeggen? Bij Wesenthorst wordt bijvoorbeeld duidelijk dat voorbereidingskosten tijdelijk onder immateriële vaste activa kunnen worden verantwoord, maar dat ze uiteindelijk moeten landen in een actieve grondexploitatie. Als dat niet tijdig gebeurt, moeten ze worden afgeboekt of moet een voorziening worden getroffen. Dat is precies het soort kantelpunt waar de raad vooraf zicht op moet hebben. Daarom vragen wij: kan het college bij de 2e Berap een overzicht geven van alle voorbereidingskredieten, met per project het bedrag, de looptijd, de juridische status, het moment waarop een grondexploitatie moet worden geopend, en het risico dat kosten moeten worden afgeboekt of voorzien? Dan de wegen en kapitaalgoederen. De Berap vraagt extra middelen voor groot en klein onderhoud wegen. Dat is niet zomaar nieuw beleid; het lijkt eerder herstel van een bekend onderhoudsvraagstuk. Als het vastgestelde kwaliteitsniveau Basis niet wordt gehaald en de accountant wijst op de staat van het asfaltwegennet, dan moeten we niet blijven sturen met losse jaarlijkse injecties. Dan is een meerjarig herstelpad nodig.
Daarom vragen wij: welk bedrag is meerjarig nodig om het wegenareaal daadwerkelijk weer op kwaliteitsniveau Basis te krijgen, en welk deel van de extra middelen in deze Berap is achterstand en welk deel is normale instandhouding? Ook ICT en basisregistraties vragen aandacht. In de Berap zien we extra druk door indexatie, beveiligingsmaatregelen, basisregistraties en de overgang naar Tribuut. Dat is niet alleen een technische kwestie. Basisregistraties raken WOZ, belastingheffing, dienstverlening,
hulpdiensten en rechtmatigheid. Als de gegevenskwaliteit niet op orde is, kan dat later financieel en bestuurlijk terugkomen. Daarom vragen wij: kan het college de structurele ICT-druk uitsplitsen naar prijsindexatie, informatiebeveiliging, basisregistraties, overgang naar Tribuut en ICT Samen? En kan daarbij worden aangegeven welke risico’s ontstaan als BAG, BGT en WOZ-basisregistraties niet tijdig op orde zijn? Voorzitter, De rode draad door deze drie stukken is voor ons duidelijk. De gemeente doet veel en boekt resultaten. Echter de financiële en bestuurlijke druk verschuift naar voren. In de Jaarstukken zien we een positief resultaat dat grotendeels niet vrij besteedbaar is. In de MPG zien we grote uitvoeringskredieten en meerjarige grondexploitatierisico’s. In de Berap zien we extra kredieten, projectbijstellingen en risico’s die zich al in 2026 aandienen. Daarom vragen wij niet om minder ambitie. Wij vragen om betere grip. Dus, kan het college bij de begroting 2027, of uiterlijk bij de 2e Berap, een integraal overzicht geven waarin Jaarstukken, MPG en Berap bij elkaar worden gebracht? Dus per grote opgave: wat is structureel gedekt, wat is incidenteel, welke kredieten zijn al verplicht, welke risico’s zitten in grondexploitaties en voorbereidingsprojecten, en wanneer kan de raad daadwerkelijk bijsturen? Voor Burgers op 1 zijn daarbij vijf toezeggingen belangrijk. 1.
Een uitsplitsing van het positieve resultaat 2025 naar structureel, incidenteel, al bestemd en werkelijk vrij inzetbaar. 2. Een risicokaart van de grondexploitaties, met specifieke aandacht voor De Tuit en Het VIP. 3. Een overzicht van alle voorbereidingskredieten met kantelpunten voor afboeking, voorziening of opening van een grondexploitatie. 4. Een meerjarig herstelpad voor wegen en kapitaalgoederen. 5. Een compacte monitor bij de begroting 2027 waarin per hoofdopgave maatschappelijk effect, kosten, risico’s, indicatoren en bijsturingsmomenten zichtbaar zijn. Voorzitter, Wij zien inzet. Wij zien activiteit. Wij zien een gemeente die vooruit wil. Maar juist daarom willen wij voorkomen dat de raad pas grip krijgt wanneer kosten al zijn gemaakt, kredieten al zijn verhoogd en risico’s al zijn doorgeschoven. Onze inzet is dus: positief over de inzet, kritisch op de stapeling van risico’s, en vasthoudend op het budgetrecht en de controlerende rol van de raad.