Brief van auditcommissie aan fractie ADA 23-2-2026.pdf
Tekst van het document
Aan de fractie ADA Cc: Burgemeester en leden van de Gemeenteraad Oude IJsselstreek.
Betreft: Reactie op uw brief d.d. 18 februari 2026 inzake Financiële verordening 2025 Geachte heer De Lange, geachte leden van fractie ADA, Dank voor uw uitgebreide en zorgvuldig onderbouwde aan de burgemeester en leden van de gemeenteraad gerichte brief over de Financiële verordening 2025 en de Verordening controle op het financieel beheer. Wij waarderen de inhoudelijke betrokkenheid bij dit belangrijke onderwerp. Ondanks het feit dat uw brief niet aan de auditcommissie gericht is, reageren wij als initiatiefnemer van de betreffende wijzigingen op uw primaire verzoek tot uitstel en op de door u aangekondigde amendementen. Over het verzoek tot uitstel U verzoekt de behandeling uit te stellen tot na de gemeenteraadsverkiezingen. Wij begrijpen de principiële overweging die u daarbij aanvoert. Tegelijkertijd achten wij uitstel om de volgende redenen onwenselijk en bestuurlijk niet verantwoord.
a.
Wettelijke noodzaak en accountant
Zoals ook in het raadsvoorstel is opgenomen, is actualisatie noodzakelijk vanwege gewijzigde wet- en regelgeving, met name de invoering van de rechtmatigheidsverantwoording door het college. De accountant heeft nadrukkelijk geadviseerd de verordening met terugwerkende kracht per 1 januari 2025 vast te stellen, teneinde te voldoen aan het gewijzigde BBV. Uitstel tot na de verkiezingen zou betekenen dat de gemeente gedurende de accountantscontrole opereert zonder volledig geactualiseerd normenkader, hetgeen onwenselijk is vanuit het oogpunt van rechtmatigheid en interne beheersing. b.
Continuïteit van bestuur
De raad stelt op grond van artikel 212 van de Gemeentewet de financiële kaders vast. Dat is een reguliere verantwoordelijkheid van de zittende raad. Het feit dat verkiezingen nabij zijn, maakt deze bevoegdheid niet minder legitiem. Bovendien bevat de nieuwe verordening in artikel 33 juist een expliciete evaluatiebepaling, waarin is vastgelegd dat de werking van de verordening in jaar drie van de nieuwe raadsperiode wordt geëvalueerd. Die bepaling is expliciet toegevoegd om te borgen dat de nieuwe raad de werking zal beoordelen en indien nodig kan aanpassen. Uiteraard staat het elke raad vrij de verordening op elk gewenst moment te beoordelen en aan te passen, maar de ervaring leert dat het geen vanzelfsprekendheid is dat dit ook daadwerkelijk gebeurt. Daarom is artikel 33 als stok achter de deur in de verordening opgenomen.
1.
Over de gestelde “verzwakking van de raadsrol” Wij delen uw conclusie dat de verordening de raad structureel verzwakt niet. Integendeel: de nieuwe verordening bevat juist explicietere normering en versterking van de kaderstellende rol. In de oplegger is dit ook benoemd: de rol van de raad is explicieter uitgewerkt dan in 2016. Hieronder puntsgewijs een inhoudelijke reactie.
2.1 Rechtmatigheidsverantwoording en 2%-grens. De verantwoordingsgrens van 2% is conform de landelijke systematiek en de Kadernota rechtmatigheid. Deze grens bepaalt niet dat afwijkingen “buiten beeld” blijven, maar wanneer ze afzonderlijk in de
1
rechtmatigheidsverantwoording worden opgenomen (zie artikel 10 lid 2 van de Financiële Verordening gemeente Oude IJsselstreek 2025). Daarnaast geldt een rapportagegrens van € 50.000 voor toelichting in de paragraaf bedrijfsvoering (zie artikel 10 lid 3 van de Financiële Verordening gemeente Oude IJsselstreek 2025). Het beeld dat afwijkingen tot 2 miljoen euro onzichtbaar blijven, is daarmee feitelijk onjuist. Bovendien is het doel van de rechtmatigheidsverantwoording juist het versterken van het gesprek tussen raad en college, zoals in het raadsvoorstel is toegelicht. 2.2 Informatiedrempels (artikel 8) Artikel 8 van de Financiële Verordening gemeente Oude IJsselstreek 2025betreft een nadere invulling van de actieve informatieplicht en is expliciet bedoeld als uitwerking van artikel 169 lid 4 van de Gemeentewet. Belangrijk is dat dit artikel géén budgetrecht overdraagt. De raad heeft de begroting reeds geautoriseerd (zie artikel 5 van de Financiële Verordening gemeente Oude IJsselstreek 2025). Artikel 8 van de Financiële Verordening gemeente Oude IJsselstreek 2025 regelt uitsluitend wanneer de raad vooraf expliciet geïnformeerd wordt bij rechtshandelingen die binnen die begroting passen. Ook onder de genoemde drempels blijft de algemene informatieplicht van kracht. Het artikel beperkt die niet, maar verduidelijkt wanneer in elk geval vooraf informeren plaatsvindt.
2.3 Budgettair neutrale wijzigingen Artikel 5 lid 4 van de Financiële Verordening gemeente Oude IJsselstreek 2025bepaalt dat budgettair neutrale wijzigingen in de eerstvolgende rapportage expliciet ter autorisatie worden voorgelegd. Er is dus geen sprake van structurele verschuiving buiten het zicht van de raad; autorisatie blijft dus noodzakelijk. 2.4 Investeringsverschuivingen Bij investeringen met meerjarig karakter wordt begrotingsrechtmatigheid beoordeeld op totaalniveau van het krediet (zie artikel 12 lid 3 van de Financiële Verordening gemeente Oude IJsselstreek 2025). Dat is conform BBV-systematiek. Verschuivingen tussen jaarschijven die groter zijn dan € 100.000 worden integraal aan de raad voorgelegd bij de jaarrekening (zie artikel 5 lid 8 van de Financiële Verordening gemeente Oude IJsselstreek 2025). Daarmee is de gemeenteraad juist expliciet in positie gebracht. 2.5 Restantmiddelen Artikel 7 lid 2 van de Financiële Verordening gemeente Oude IJsselstreek 2025 biedt de mogelijkheid om vooruitlopend op het bestemmingsvoorstel middelen over te hevelen, maar uitsluitend via een raadsvoorstel. De raad behoudt volledige besluitvorming. 2.6 Rapportagegrens € 50.000 Deze grens geldt voor toelichting in tussentijdse rapportages (zie artikel 6 lid 3 van de Financiële Verordening gemeente Oude IJsselstreek 2025 ). Dat is een werkbaarheidsnorm en geen bevoegdheidsbeperking.
Daarnaast blijft cumulatieve beoordeling via het begrotingscriterium en rechtmatigheidsverantwoording plaatsvinden (zie artikel 12 Financiële Verordening gemeente Oude IJsselstreek 2025). 2.7 Autorisatie op programmaniveau Autorisatie op programmaniveau is sinds jaar en dag de wettelijke standaard en was ook in 2016 reeds zo geregeld. Nieuw in 2025 is juist dat de raad prioriteiten afzonderlijk kan autoriseren (zie artikel 5 lid 2 van de Financiële Verordening gemeente Oude IJsselstreek 2025). Dit versterkt juist de raadspositie. 2. Over de aangekondigde amendementen Amendement 1 inzake de verlaging informatiedrempels Wij begrijpen de wens tot maximale transparantie. Tegelijkertijd moet een evenwicht worden gevonden tussen bestuurlijke slagkracht en detailsturing. De huidige drempels zijn niet willekeurig gekozen, maar sluiten aan bij proportionaliteit en uitvoerbaarheid. Een verlaging naar € 100.000 respectievelijk € 50.000 zou in de praktijk leiden tot zeer frequente voorafgaande consultaties, met het risico van bestuurlijke vertraging zonder aantoonbare versterking van het budgetrecht. Amendement 2 inzake evaluatie bij aanvang nieuwe raadsperiode
2
Artikel 33 van de Financiële Verordening gemeente Oude IJsselstreek 2025 bevat reeds een evaluatiebepaling. Evaluatie in jaar drie heeft als voordeel dat er voldoende praktijkervaring is opgebouwd. Evaluatie direct bij aanvang van de raadsperiode zou plaatsvinden zonder dat de nieuwe raad ervaring heeft met de werking van de verordening, maar uiteraard staat het de nieuwe raad vrij om hier wel toe te besluiten. Artikel 33 van de verordening heeft geen beperkende werking, zij beoogt slechts te waarborgen dat evaluatie plaats zal vinden. Conclusie Samenvattend: • • • •
De verordening is noodzakelijk vanwege gewijzigde wetgeving en accountantsvereisten; De nieuwe verordening versterkt de normering en expliciteert de rol van de raad; Er is geen sprake van structurele uitholling van het begrotingsrecht; Evaluatie is reeds geborgd in artikel 33 van de Financiële Verordening van de gemeente Oude IJsselstreek 2025, en het staat de nieuwe raad vrij om tot een eerdere evaluatie te besluiten.
Wij stellen daarom voor de behandeling op 26 februari 2026 voort te zetten en de verordening vast te stellen. Namens de Auditcommissie Jan Spronk Voorzitter
3