Brief_fractie_ADA_aan_burgemeester_en_raad financiele verordening.pdf
Tekst van het document
Fractie ADA — Gemeente Oude IJsselstreek
Fractie ADA Gemeenteraad Oude IJsselstreek Aan de burgemeester en de leden van de gemeenteraad van de gemeente Oude IJsselstreek Postbus 42 7080 AA Gendringen Gendringen, 18 februari 2026 Betreft: Voorstel tot uitstel behandeling Financiële verordening 2025 en Verordening controle op het financieel beheer 2025; subsidiair: aankondiging amendementen Geachte voorzitter, geachte leden van de raad, Met deze brief wendt fractie ADA zich tot u met het dringende verzoek de behandeling van de Financiële verordening 2025 en de Verordening controle op het financieel beheer en op de inrichting van de financiële organisatie 2025 uit te stellen tot na de gemeenteraadsverkiezingen van maart 2026. Subsidiair — indien de raad meent dat besluitvorming op dit moment onvermijdelijk is — kondigt fractie ADA twee amendementen aan die de meest ingrijpende gevolgen van de voorliggende verordeningen beperken en vragen wij de andere fracties steun daarvoor. Wij benadrukken dat onze bezwaren niet de noodzaak van modernisering betreffen. De wettelijk verplichte aanpassing aan het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV) inzake de rechtmatigheidsverantwoording onderkennen wij volledig. Onze bezwaren richten zich op de wijze waarop deze verordeningen de democratische controle door de raad structureel verzwakken, en op het moment waarop deze ingrijpende keuzes worden gemaakt.
Wij hebben dit effect eerder niet goed overzien en vermoeden dat dit bij meerdere andere fracties ook het geval is.
1. Primair standpunt: uitstel tot na de verkiezingen Op 26 februari 2026 staat de vaststelling van beide verordeningen geagendeerd. De gemeenteraadsverkiezingen vinden plaats in maart 2026 — slechts één maand later. De voorliggende verordeningen bepalen de financiële controlebevoegdheden van de raad voor de komende jaren. In essentie beslist de huidige raad daarmee over de bevoegdheden van de nieuwe raad. Dit is democratisch onwenselijk. De verordeningen bevatten — zoals wij hieronder aantonen — keuzes die de controlepositie van de raad op wezenlijke punten inperken. De nieuwe raad zou zelf moeten kunnen beslissen welke controlebevoegdheden zij adequaat acht. Door deze verordeningen nu vast te stellen, ontneemt de vertrekkende raad de opvolgende raad die mogelijkheid. Technische noodzaak vormt geen rechtvaardiging voor dit moment van besluitvorming. De bestaande verordeningen uit 2016 en 2005 blijven van kracht totdat zij worden vervangen. De enige bepalingen die op grond van het BBV met terugwerkende kracht per 1 januari 2025 moeten gelden, betreffen de rechtmatigheidsverantwoording. Deze kunnen zonodig met een overgangsbesluit worden geregeld, zonder dat daarvoor het volledige pakket aan bevoegdheidsbeperkingen behoeft te worden vastgesteld.
Pagina 1 van 5
Fractie ADA — Gemeente Oude IJsselstreek
Ons voorstel: Laten we de behandeling van beide verordeningen uitstellen tot na de installatie van de nieuwe gemeenteraad, zodat de raad die met deze verordeningen moet werken, er ook zelf over kan beslissen.
2. Inhoudelijke onderbouwing: acht structurele verzwakkingen van de raadsrol De voorliggende Financiële verordening 2025 verzwakt de controlerende en kaderstellende rol van de raad op de volgende acht punten. Elk van deze punten is wellicht op zichzelf verdedigbaar; het is het cumulatieve effect dat de raadspositie structureel ondermijnt. 2.1 Rechtmatigheidsverantwoording (artikelen 10–13): de 2%-grens De verantwoordingsgrens voor rechtmatigheidsafwijkingen is vastgesteld op 2% van de totale gemeentelijke lasten. Bij een begroting van circa EUR 100 miljoen betekent dit dat afwijkingen tot EUR 2 miljoen buiten de rechtmatigheidsverantwoording kunnen blijven. Bovendien geeft de accountant onder het nieuwe stelsel geen afzonderlijk oordeel meer over rechtmatigheid; het college verantwoordt zich daar voortaan zelf over. Een goedkeurende accountantsverklaring garandeert niet langer dat het financiële beheer rechtmatig is — zoals het raadsvoorstel zelf expliciet waarschuwt. 2.2 Informatiedrempels (artikel 8): substantieel buiten zicht De verordening stelt dat het college de raad vooraf informeert bij aankoop of verkoop van goederen, werken en diensten boven EUR 500.000 en bij het aangaan van leningen, waarborgen en garanties boven EUR 250.000. Bij een gemeente van de omvang van Oude IJsselstreek zijn dit buitengewoon hoge drempels.
Transacties van honderdduizenden euro’s — aankoop van grond, verlening van garanties, gunning van opdrachten — kunnen plaatsvinden zonder dat de raad daarover wordt geïnformeerd. Dit ondermijnt het begrotingsrecht van de raad (artikel 189 Gemeentewet) en de informatieplicht van het college (artikel 169 lid 4 Gemeentewet). 2.3 Budgettair neutrale wijzigingen achteraf (artikel 5 lid 4) Het college kan budgettair neutrale wijzigingen tussen programma’s doorvoeren en deze achteraf aan de raad rapporteren. Hoewel de totale begroting niet wijzigt, kunnen binnen programma’s aanzienlijke verschuivingen plaatsvinden die de beleidsprioriteiten van de raad doorkruisen. De raad wordt geconfronteerd met voldongen feiten in plaats van vooraf te worden geconsulteerd. 2.4 Investeringsverschuivingen (artikel 5 lid 8): vertraagde verantwoording Investeringsverschuivingen tot EUR 100.000 hoeven pas bij de jaarrekening te worden verantwoord. Gelet op het feit dat de jaarrekening pas in het volgende boekjaar wordt behandeld, kan het anderhalf jaar duren voordat de raad kennis neemt van deze verschuivingen. Dit maakt tijdige sturing feitelijk onmogelijk. 2.5 Restantmiddelen (artikel 7 lid 2): vooruitlopend overhevelen Het college kan restantmiddelen vooruitlopend op het raadsbesluit overhevelen naar het volgende boekjaar.
De raad wordt daarmee geconfronteerd met een feitelijke besteding die al heeft plaatsgevonden. Het formele autorisatiemoment wordt een formaliteit — de raad fiatteert wat reeds is geschied. 2.6 Subjectieve verwachtingsplicht (artikel 5 lid 5) Het college informeert de raad over verwachte afwijkingen, maar de verordening laat het aan het college om te beoordelen wanneer een afwijking als zodanig moet worden aangemerkt. Er is geen objectieve trigger die het college verplicht tot informeren. Dit creëert een inherent en
Pagina 2 van 5
Fractie ADA — Gemeente Oude IJsselstreek
onwenselijk belangenconflict: het orgaan dat de afwijking veroorzaakt, beslist zelf of en wanneer de raad daarover wordt geïnformeerd. 2.7 Rapportagegrens (artikel 6 lid 3): onder EUR 50.000 buiten beeld Afzonderlijke afwijkingen onder EUR 50.000 hoeven niet te worden toegelicht. Meerdere kleinere afwijkingen kunnen gezamenlijk een substantieel bedrag vormen dat geheel buiten het zicht van de raad blijft. De verordening bevat geen mechanisme om cumulatieve overschrijdingen onder de rapportagegrens zichtbaar te maken. 2.8 Autorisatie op programmaniveau (artikel 5 lid 1) De begrotingsautorisatie vindt uitsluitend plaats op het niveau van de vijf programma’s. Binnen een programma kan het college middelen naar eigen inzicht herverdelen over activiteiten, zonder dat de raad daarbij wordt betrokken. Bij brede programma’s als “de gemeente waar het goed wonen is” kan dit leiden tot wezenlijke herprioriteringen die de raad pas bij de jaarrekening kan opmerken. Zeker als we gedurende de komende raadsperiode terecht komen in een periode van tekorten en de daarmee samenhangende financiële heroriëntatie en juist daardoor wijzigende prioritering, wat niet ondenkbaar is, is dit onwenselijk.
Cumulatief effect Elk van de bovenstaande punten is afzonderlijk wellicht verdedigbaar als pragmatische bestuurspraktijk. Tezamen genomen verschuift de controle echter structureel van vooraf (kaderstellend, sturend) naar achteraf (constaterend, fiatterend). De raad verliest daarmee het vermogen om bij te sturen vóórdat besluiten onomkeerbaar zijn geworden. Dit is onverenigbaar met het dualistische stelsel van de Gemeentewet, waarin de raad de kaderstellende en controlerende functie vervult (artikelen 147 en 169 Gemeentewet) en het college binnen die kaders bestuurt.
3. Subsidiair standpunt: twee amendementen Indien de raad desondanks meent dat besluitvorming op 26 februari 2026 noodzakelijk is — bijvoorbeeld vanwege de reeds verrichte technische voorbereiding en het advies van de Auditcommissie — zal fractie ADA twee amendementen indienen die de meest ingrijpende gevolgen van de voorliggende verordeningen beperken.
Amendement I — Verlaging informatiedrempels artikel 8 Fractie ADA stelt voor artikel 8 van de (concept) Financiële verordening 2025 te wijzigen als volgt: a. De informatiedrempel voor aankoop en verkoop van goederen, werken en diensten wordt verlaagd van EUR 500.000 naar EUR 100.000. b. De informatiedrempel voor het aangaan van leningen, waarborgen en garanties wordt verlaagd van EUR 250.000 naar EUR 50.000. c. Aan artikel 8 wordt een nieuw lid toegevoegd: “Het college informeert de raad tevens actief over besluiten onder deze drempels die politiek, maatschappelijk of strategisch relevant zijn.” Toelichting. De voorgestelde drempels van EUR 500.000 respectievelijk EUR 250.000 zijn onevenredig hoog voor een gemeente van de omvang van Oude IJsselstreek. Bij een totale begroting van circa EUR 100 miljoen betekent de drempel van EUR 500.000 dat transacties van een half procent van de gehele begroting buiten het zicht van de raad kunnen plaatsvinden. Verlaging naar EUR 100.000 en EUR 50.000 brengt de informatiedrempels in overeenstemming met de schaal van de gemeente en waarborgt dat het begrotingsrecht van de raad (artikel 189
Pagina 3 van 5
Fractie ADA — Gemeente Oude IJsselstreek
Gemeentewet) en de informatieplicht van het college (artikel 169 lid 4 Gemeentewet) effectief worden gehandhaafd. De toevoeging van een kwalitatieve informatieplicht voorkomt dat het college zich verschuilt achter drempelbedragen bij besluiten die weliswaar financieel onder de drempel vallen, maar politiek of maatschappelijk van groot belang zijn.
Amendement II — Structurele evaluatie bij aanvang raadsperiode (artikel 32) Fractie ADA stelt voor artikel 32 (evaluatieclausule) van de (concept) Financiële verordening 2025 te wijzigen als volgt: Huidige tekst: “De Auditcommissie evalueert de werking van deze verordening uiterlijk in het derde jaar van de raadsperiode.” Voorgestelde tekst: “Deze verordening wordt bij aanvang van iedere nieuwe raadsperiode door de raad geëvalueerd. De raad stelt vast of de verordening ongewijzigd blijft gelden, dan wel welke aanpassingen noodzakelijk zijn voor adequate democratische controle op het financiële beheer.” Toelichting. De huidige evaluatieclausule voorziet in evaluatie in het derde jaar van de raadsperiode. Op dat moment resteert de raad nog slechts één jaar om eventuele aanpassingen door te voeren — feitelijk te weinig tijd om structurele wijzigingen te realiseren. Door de evaluatie te verplaatsen naar het begin van iedere nieuwe raadsperiode wordt gewaarborgd dat elke nieuw gekozen raad direct kan beoordelen of de financiële controlebevoegdheden adequaat zijn. Dit is een structurele democratische waarborg: de raad die met de verordening moet werken, beslist of zij daartoe geschikt is. Deze evaluatieplicht is politiek moeilijk af te wijzen — zij belichaamt het principe dat democratische controle geen gunst is, maar een grondrecht van de volksvertegenwoordiging.
4. Uitnodiging aan de overige fracties Fractie ADA nodigt alle fracties in de gemeenteraad uit om ons primaire verzoek tot uitstel te steunen. Wij vernemen graag spoedig van uw woordvoerders of fractieleiders wat daarover de gedachten zijn. Indien uitstel geen meerderheid behaalt, roepen wij de overige fracties op de hierboven beschreven amendementen mede in te dienen of te steunen. De voorliggende verordeningen raken niet één fractie, maar de controlerende positie van de gehele raad — ongeacht politieke kleur. Voor afstemming en coördinatie kunt u contact opnemen met Lotte Pragt en Deborah de Wit, die dit dossier namens fractie ADA coördineren.
5. Juridische grondslag Onze bezwaren vinden hun grondslag in de volgende bepalingen van de Gemeentewet: Artikel 212 Gemeentewet bepaalt dat de raad bij verordening de uitgangspunten voor het financiële beleid vastlegt, alsmede regels voor het financiële beheer en voor de inrichting van de financiële organisatie. Deze verordening dient waarborgen te bevatten voor een rechtmatig, doelmatig en doeltreffend beheer. De voorliggende verordeningen bevatten onvoldoende waarborgen voor effectieve raadscontrole. Artikel 169 lid 4 Gemeentewet verplicht het college de raad vooraf inlichtingen te verschaffen over de uitoefening van bevoegdheden waaraan ingrijpende gevolgen zijn verbonden, onder vermelding van de motieven. De informatiedrempels in artikel 8 van de voorliggende verordening zijn zodanig hoog dat deze wettelijke informatieplicht feitelijk wordt uitgehold.
Pagina 4 van 5
Fractie ADA — Gemeente Oude IJsselstreek
Artikel 189 Gemeentewet kent het begrotingsrecht exclusief toe aan de raad. Het stelsel van achterafautorisatie, brede programma-autorisatie en vooruitlopend overhevelen van restantmiddelen in de voorliggende verordening is onverenigbaar met de effectieve uitoefening van dit recht.
6. Afsluiting en verzoek Samenvattend stelt fractie ADA de raad voor: Primair: de behandeling van de Financiële verordening 2025 en de Verordening controle op het financieel beheer 2025 uit te stellen tot na de gemeenteraadsverkiezingen van maart 2026, zodat de nieuwe raad zelf kan beslissen over haar financiële controlebevoegdheden. Ik zal dit bij de vaststelling van de agenda aan de orde stellen. Subsidiair: indien de raad nu tot vaststelling overgaat, de hierboven beschreven amendementen te steunen, zodat de meest ingrijpende bevoegdheidsbeperkingen worden beperkt en een structurele evaluatieclausule wordt ingebouwd. Wij vertrouwen erop dat alle fracties het belang van effectieve democratische controle op het financiële beheer onderschrijven en zien uw reactie met belangstelling tegemoet. Met collegiale groet, Namens fractie ADA, Richard de Lange Fractievoorzitter Lotte Pragt (06 14468837) Deborah de Wit Coördinatoren financiële verordeningen
Pagina 5 van 5