CConstaterende datOude IJsselstreek
Koppel je AI →
Document · PDF

Brief aan College van DRU - situatie DRU en moties.pdf

Raadsvergadering 26 maart 2026, gemeente Oude IJsselstreekBij agendapunt: 8: Vervolgstap in dossier Stichting DRU Industriepark2.754 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Aan het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Oude IJsselstreek T.a.v. wethouder Kock Staringstraat 25 7081 BN Gendringen

Betreft: Situatie DRU en moties raadsvergadering 26 februari jl.

Ulft, 12 maart 2026

Geacht college van burgemeester en wethouders, Mede namens de Raad van Toezicht en het management van DRU Industriepark schrijf ik u deze brief om onze conclusies naar aanleiding van de raadsinformatiebijeenkomst van 23 februari jl. en de raadsvergadering van 26 februari jl. met u te delen en de verwachtingen over en weer te managen. Het gaat om de verwachtingen met betrekking tot de situatie waarin onze organisatie zich bevindt, het proces dat wij samen lopen om die situatie te verbeteren en onze gezamenlijke verantwoordelijkheden in het opvolgen van hetgeen gesteld is in de twee moties die in dat kader zijn aangenomen tijdens de raadsvergadering van donderdag 26 februari jl. Ons meest urgente en ernstigste probleem is onze liquiditeit. In de eerder verstrekte, meest actuele, liquiditeitsprognose kunt u zien dat wij in mei niet meer in staat zijn om aan onze betalingsverplichtingen te voldoen. Wij hebben dit ook aangegeven tijdens de raadsinformatiebijeenkomst van 23 februari jl. Dit heeft onder meer te maken met het feit dat in mei het vakantiegeld betaald moet worden en in juni de daarbij behorende fiscale kosten. Tijdens de raadsinformatiebijeenkomst hebben wij aangegeven dit te willen/kunnen oplossen door u te vragen € 250.000 van het door u beschikte subsidie van € 557.212,- eerder dan de afgesproken datum van 15 juli as., namelijk begin mei, aan ons uit te keren.

Het is noodzakelijk dat wij daarover zo spoedig mogelijk uitsluitsel krijgen. Ik kan dit namelijk als bestuurder niet op z’n beloop laten. Als ik zie aankomen dat wij niet meer aan onze betalingsverplichtingen kunnen voldoen, moet ik tijdig betalingsonmacht melden bij de belastingdienst op grond van artikel 36 Invorderingswet. Wij zouden u daarom willen vragen hierover zo snel mogelijk een beslissing te nemen. Beide moties geven daar naar onze mening ruimte en mandaat voor. Een andere uitdaging waarmee wij zo snel mogelijk aan de slag willen, is het terugwinnen van het vertrouwen van onze commerciële klanten. Daarbij gaat het vooral om die klanten die bij ons trouwen, bedrijfsfeesten geven of beurzen en andere grote events organiseren. Deze activiteiten vormen voor ons een van de weinige mogelijkheden om eigenstandig onze financiële positie te verbeteren. We hebben hierop een voorschot genomen in ons ondernemingsplan en bijbehorende begroting 2026. Daarbij hebben wij aangegeven dat de steun van uw gemeente een belangrijke voorwaarde is om die begroting te kunnen halen. Wij zouden graag uw hulp hebben bij het genereren van positieve publiciteit en wij zouden graag van u de garantie krijgen dat onze horeca de ruimte krijgt om alle eenmaal geplande events e.d. doorgang te kunnen laten vinden.

Ook hier geldt hoe sneller we over de garantie van uw gemeente kunnen beschikken, hoe sneller we het tij kunnen keren. Niet alleen om de begroting 2026 te halen maar ook om zoveel mogelijk binnen het extra tekort van € 303.446,- te blijven. Zonder de dekking van het begrootte extra tekort voor 2026 van € 303.446,- blijft de kans op betalingsonmacht bestaan. Wij willen u vragen dit begrootte extra tekort af te dekken. Voor de duidelijkheid: het is een borgstelling voor dit bedrag en dat wil niet zeggen dat op het volledige bedrag aanspraak wordt gemaakt. Voor dit besluit lijkt nog tijd beschikbaar te zijn, ware het niet dat wij met een dreigend faillissement niet in staat zijn om eigen personeel aan te trekken. Door de situatie waren en zijn wij gedwongen om externe capaciteit in te huren. Dit brengt hoge(re) kosten met zich mee, nog los van een aantal negatieve effecten dat dit heeft op het maatschappelijk rendement. Vanaf het moment dat u het extra tekort afdekt kunnen wij weer eigen mensen inzetten en op die manier de financiële exploitatie verbeteren. Deze potentiële verbeteringen zijn nog niet opgenomen in de begroting voor 2026 en zullen ons dus helpen om het extra begrootte tekort van € 303.446 terug te dringen. Daarbij kan het ons ook in staat stellen om de receptie weer te bemannen, als u ons daarvoor de (extra gevraagde) ruimte biedt.

Voor wat betreft ons ondernemingsplan en de mate waarin het voldoet aan beslispunt 8 van het raadsbesluit van 30 oktober 2025 hebben wij in de beantwoording van de raadsvragen daarover aangegeven dat wij van mening zijn dat de opmerkingen over het ondernemingsplan onjuist en onterecht zijn en dat het ons inziens, gezien de situatie, een adequaat en passend ondernemingsplan is. In plan is aangegeven welke aanbod (maatschappelijk en commercieel) wordt geleverd tegen welke tarieven en wat de daarbij behorende kosten zijn. Dit vormt de kern van een ondernemingsplan. We hebben geen SWOT-analyse gemaakt omdat de grootste bedreiging een faillissement is. De overige aspecten worden pas weer interessant als die dreiging afgewend is. Een marktanalyse hebben we niet gemaakt omdat we al jaren in de betreffende markt opereren en deze door en door kennen. Voor wat betreft de te bereiken financiële prognoses uit het DRU herstel & ontwikkelplan hebben wij opgemerkt dat deze gebaseerd waren op een financiële constructie (w.o. erfpacht) die door uw gemeente later is afgewezen. 2

Echter tijdens de raadsinformatieavond, de beantwoording van de raadsvragen, de ingediende moties tijdens de raadsvergadering van 26 februari jl. en daarbij gevoerde discussie is ons wel duidelijk(er) geworden waar de schoen wringt voor de raad. Wij snappen goed dat het terugbetalen van de schulden een zwaarwegend punt is voor uw gemeente en dat het ontbreken van een strategie hieromtrent in het ondernemingsplan, wordt gezien als een belangrijke tekortkoming. Wij zijn echter in de huidige situatie waarin wij verkeren niet in staat om de schulden terug te betalen en ook in de toekomst zullen wij daartoe niet in staat zijn zonder structurele hulp van uw gemeente. Zoals aangegeven is de horeca onze enige mogelijkheid om eigenstandig geld te verdienen en die opbrengsten werden, en worden, al volledig gebruikt om een deel van het tekort van de stichting op te vangen. Het is wel mogelijk om de schuld te plaatsen tegenover de structurele verlaging van het subsidie met ingang van 2018 en de uitgebleven indexatie daarvan. Herstel van de exploitatiebijdrage/subsidie met € 150.000 per jaar vanaf 2018 en indexatie van de totale exploitatiebijdrage over de gehele periode vanaf 2011 zou leiden tot een saldo per 1 januari jl. van € 1.985.212. Voor 2026 zou de exploitatiebijdrage/subsidie, die lijn doortrekkend, € 337.575 hoger zijn dan nu is toegekend.

Ons inziens zou uw afweging met betrekking tot de door ons gevraagde afdekking van het extra begrootte bedrag van € 303.446,- mede in dat licht gezien moeten worden. Wij hebben ook goed begrepen, met name uit de gestelde raadsvragen, dat in het ondernemingsplan onvoldoende duidelijk wordt op welke wijze de ramingen in de bijbehorende begroting 2026 worden gehaald. Deze begroting hebben wij voor onszelf in detail opgebouwd en onderbouwd. Wij zullen deze detailbegroting inclusief onderbouwing in een voor u bruikbare vorm uitwerken en voor 20 maart as. aan u aanreiken. Het in de motie van PRO! Oude IJsselstreek en Burgers op 1 onder a. genoemde volledig overzicht van de schuldenpositie is reeds verstrekt bij de beantwoording van de raadsvragen, in de meest recente versie. Voor wat betreft de gevraagde meerjarenbegroting (minimaal 2 jaar) met concreet herstelpad naar een structureel sluitende exploitatie, hebben wij de behoefte om duidelijk aan te geven wat wij op dit punt wel en niet kunnen leveren gezien de situatie en de beschikbare tijd. Wat in de opgave hieromtrent lastig is, zijn de diverse kwalificaties/voorwaarden die worden meegegeven zoals “duurzaam financieel gezonde bedrijfsvoering” en “structureel sluitende exploitatie”. We merken in de discussies dat over deze kwalificaties zeer verschillend wordt gedacht.

Daarom willen we eerst graag een aantal “wetmatigheden” op een rijtje zetten met betrekking tot de exploitatie van maatschappelijke voorzieningen en het aanbieden van maatschappelijk producten, diensten, activiteit en evenementen: •

Culturele en andere maatschappelijke voorzieningen, producten, diensten, activiteiten en evenement zoals de onze kunnen niet worden aangeboden zonder subsidie van de gemeente. De omvang van de benodigde gemeentelijke bijdrage is afhankelijke van de door de gemeente gewenste kwaliteit en kwantiteit van dit maatschappelijk aanbod. Dat geldt voor alle gemeenten in Nederland. Bij de DRU gaat het overigens niet alleen om het maatschappelijk aanbod maar ook om het behoud en optimaal gebruik van rijks erfgoed. In 3

dat kader speelt ook dat meer dan de helft van het huidige subsidie (€ 636.710,- excl. btw van € 1.114.425,-) aan uw gemeente wordt terugbetaald voor de huur van de voorzieningen, die overigens wel - in tegenstelling tot de subsidie vanaf 2011 - elk jaar geïndexeerd wordt. Dat indexeringsgat wordt alleen maar groter, omdat de indexering van de huur ook over de met de indexering verhoogde huur van het jaar daarvoor wordt berekend. De huur is voor onze voorzieningen op het park, maar helpt ook om het rijks erfgoed in stand te houden en op meerdere manieren van grote toegevoegde waarde te laten zijn. •

Bij het bepalen van een structureel sluitende exploitatie is de gemeentelijke bijdrage (daarom) altijd het sluitstuk. De exercitie hiertoe kan langs twee kanten worden aangevlogen. De meest gangbare weg is om eerst de kwaliteit en kwantiteit van het maatschappelijk aanbod te bepalen. Vaak wordt de (beoogde) aanbieder hierbij nauw betrokken vanwege zijn specifieke ervaring en kennis. Daarna wordt door de (beoogde) aanbieder berekend wat dat maatschappelijk aanbod kost. Een efficiënte en effectieve bedrijfsvoering is nodig om dat financiële rendement - het negatieve exploitatiesaldo – zo scherp, lees laag mogelijk te houden. Dit vereist ondernemerschap en eigenaarschap van de aanbieder. Er kan sprake zijn van andere ondersteunende geldstromen, zoals in ons geval de horeca, maar nooit voor het totale tekort. De andere weg is om eerst de hoogte van de gemeentelijke bijdrage vast te stellen. In dat geval kan de aanbieder aangeven welk maatschappelijk aanbod hiervoor geleverd kan worden. Dit gebeurt soms als gemeenten in financiële problemen verkeren en/of bij bezuinigingsoperaties. Het lastige is dat in dat geval de aanbieder keuzes moet maken ten aanzien van de kwaliteit en kwantiteit van het maatschappelijk aanbod. Dat geldt ook wanneer er diverse proposities worden gedaan vanuit de aanbieder.

•

Bij een financieel gezonde exploitatie gaat het om de meest optimale relatie tussen maatschappelijk en financieel rendement. Dat betekent zo veel mogelijk maatschappelijk aanbod van hoge kwaliteit voor zo min mogelijk geld. Om deze situatie te kunnen bereiken is het niet alleen van belang om aan de voorkant, op basis van grote openheid en transparantie, goede en duidelijke afspraken te maken met elkaar, maar ook voor de exploitant om ervaring op te doen met de bedrijfsvoering en via ondernemerschap en eigenaarschap de efficiency en effectiviteit zo optimaal mogelijk te krijgen.

•

De term duurzaam is misschien nog wel de meest lastige in dit verband. Duurzaam betekent wat ons betreft dat de gemaakte financiële afspraken de organisatie langjarig in staat stellen om het afgesproken aanbod, zowel kwantitatief als kwalitatief te kunnen blijven leveren. Dit betekent niet alleen indexering van de uitgaven zoals de huur aan de gemeente maar ook indexering van de inkomsten zoals het gemeentelijk subsidie en de tarieven voor de diverse maatschappelijke producten, diensten, activiteiten en evenementen. Het betekent voldoende verzekerd te kunnen zijn en blijven voor niet of nauwelijks beïnvloedbare tegenvallers en schades. Het betekent voldoende kunnen sparen voor het vervangen van inventaris zoals technische apparatuur en het mee kunnen gaan met ontwikkelingen, zoals bijvoorbeeld in de ICT en ten aanzien van duurzaamheid.

4

Rekening houdend met de bovenstaande uitgangspunten en “wetmatigheden” zal het door de raad gevraagde meerjarenplan gebaseerd zijn op: •

Het bestaande maatschappelijke aanbod, zoals dat is omschreven in het laatste deel van het ondernemingsplan en al geruime tijd door ons wordt geleverd.

•

Jaarlijkse indexering van onze uitgaven èn inkomsten, waaronder het gemeentelijk subsidie en de tarieven voor de maatschappelijke producten, diensten, activiteiten en evenementen.

•

Het feit dat wij alleen met uw hulp in staat zijn om onze schulden terug te betalen, hetgeen betekent dat de afbetaling integraal onderdeel uitmaakt van onze kostenraming net als al onze “vrije ruimte” met betrekking tot de horeca.

•

Een initiële investering in de benodigde vervanging en vernieuwing van technische apparatuur en andere benodigde inventaris en bijbehorende voorziening voor de toekomst.

Kortom, ons vertrekpunt is een scherpe maar ook realistische meerjarenraming van al onze inkomsten en uitgaven gebaseerd op de huidige, in het ondernemingsplan weergegeven, maatschappelijke voorzieningen, producten, diensten, activiteiten en evenementen. Om u maximaal inzicht te geven in onze opbouw, overwegingen en onderbouwing van het meerjarenplan stellen wij voor om de detail begroting 2026 (zie eerder) als uitgangspunt te nemen. Daarbij zullen wij eerst aangegeven wat de niet of nauwelijks beïnvloedbare kosten zijn, zoals de huur, OZB, energielasten e.d. Dat wil zeggen uitgaande van het bestaande maatschappelijke aanbod, aangeboden in en rond het rijks erfgoed. Vervolgens maken wij inzichtelijk welke financiële verbeteringen mogelijk zijn als de faillissementsdreiging is afgewend door bijvoorbeeld het weer meer aantrekken en inzetten van eigen personeel in plaats van externe inhuur. Dat geeft gelijk ook een concreter zicht op de mogelijkheden die er zijn om het extra begrootte tekort van € 303.446 te beperken. Daarna brengen we in beeld welke keuzes gemaakt zijn ten aanzien van de beïnvloedbare kosten en baten en hoe die keuzes zich verhouden tot de resultaten (feitelijke kosten en baten) in de afgelopen jaren.

Tot slot ramen we alle kosten en baten die te maken hebben met een realistische “duurzaam financieel gezonde bedrijfsvoering” en “structureel sluitende exploitatie”, uitgaande van onze visie hierop, weergegeven in deze brief. Het opstellen van een meerjarenplan zoals hierboven beschreven, hebben wij iets meer tijd voor nodig. Wij stellen daarom voor in de eerder genoemde detailbegroting, per kosten- en batenpost, een indicatie te geven van het meerjarenperspectief. Dat geeft een beeld van de inhoud en de richting van het herstel. Voor 1 mei as. kunnen wij dan samen met de jaarrekening 2025 het volledige meerjarenplan indienen waarin ook de precieze financiële vertaling is opgenomen en het tempo waarin het herstel kan plaatsvinden. Een herijking van het maatschappelijk rendement is desgewenst ook een mogelijkheid, maar is een traject dat meer tijd in beslag neemt en pas succesvol kan worden gelopen als duidelijk is wat de verschillende voorzieningen, producten, diensten, activiteiten en evenementen afzonderlijk kosten en 5

opbrengen. Hierover kunnen wij naar verwachting komend najaar structureel de benodigde informatie verschaffen. Tot die tijd hebben wij nog nodig om de herstructurering van onze financiële administratie op dit punt af te ronden. Het advies is overigens om een eventuele herijking van het maatschappelijk rendement pas te doen na de beoordeling van het financieel rendement in het meerjarenplan, omdat anders de oriëntatie ten opzichte van de huidige situatie lastig wordt. Wij begrijpen dat het uitgangspunt, in ieder geval bij aanvang van de exploitatie, is geweest dat via het ondernemerschap van de DRU extra inkomsten gegenereerd zouden worden om de kosten voor de gemeente laag te houden. Tijdens de exploitatie is echter gebleken dat de mogelijkheden hiertoe beperkt zijn. Dit hebben wij ook aangegeven tijdens de raadsinformatiebijeenkomst en in de beantwoording van de raadsvragen. Wij realiseren ons dat hierdoor de indruk kan bestaan dat wij ons, voor de oplossing van de financiële problemen bij de stichting, alleen focussen op hulp vanuit uw gemeente. Dit is niet het geval. Juist via het horecaoffensief willen wij onze horeca inkomsten zo snel mogelijk weer op het oude niveau terug brengen. Het is ook niet zo dat wij helemaal geen kansen zien om eigenstandig aanvullende inkomsten te verwerven, maar in de huidige situatie is dit wel extra lastig.

De meeste kansen zitten in de verdere uitbouw van de horeca activiteiten. Wij hebben het voornemen om deze zomer voor u de mogelijkheden en onmogelijkheden te aanzien van ons ondernemerschap op een rijtje te zetten. Wij willen daarbij ook de ambities ten aanzien van de doorontwikkeling betrekken omdat wij het idee hebben dat daar nog combinaties te maken zijn. Wij realiseren ons dat de vraagstukken die voorliggen complex zijn en dat zij zorgvuldige afweging vragen. Met deze brief hopen wij bij te dragen aan een helder en volledig beeld van de situatie waarin onze organisatie zich bevindt en van de stappen die wij zetten om tot herstel en verdere ontwikkeling te komen. Wij blijven vanzelfsprekend graag met u in gesprek om de komende periode gezamenlijk de noodzakelijke besluiten en vervolgstappen vorm te geven. Wij hebben er vertrouwen in dat wij, in goede samenwerking met uw gemeente, tot oplossingen kunnen komen die het DRU Industriepark ook op langere termijn perspectief bieden.

Met vriendelijke groet,

cassr

Cleo Sissingh

Directeur-bestuurder DRU-Industriepark

6

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.oude-ijsselstreek.nl/api/v1/meetings/5042/documents/33223