BP_Toelichting_Bijlage 2 Verkennend bodemonderzoek.pdf
Tekst van het document
De Klinker Milieu Adviesbureau
VERKENNEND BODEMONDERZOEK volgens NEN 5740 en VERKENNEND ASBEST ONDERZOEK volgens NEN 5707 Egginkstraat 12 Silvolde
Datum:
1 augustus 2023
Adviesbureau:
De Klinker B.V. Verlengde Ooyerhoekseweg 9 7207 BJ Zutphen 0575-517298
Rapportnummer:
K2320168
Opdrachtgever:
Gossel Holstein Egginkstraat 12 7064 KB Silvolde
Auteur: J.F. Eggink
Paraaf
Gecontroleerd door R. Nekkers
Paraaf
INHOUDSOPGAVE 1 INLEIDING .........................................................................................................................................2 2 VOORONDERZOEK ............................................................................................................................3 2.1 Wat is de afbakening onderzoekslocatie...................................................................................3 2.2 Locatie-inspectie........................................................................................................................4 2.3 Historische kaarten....................................................................................................................5 2.4 Informatie tanks ........................................................................................................................5 2.5 Bodemkwaliteitskaart ...............................................................................................................5 2.6 Asbestdakenkaart ......................................................................................................................6 2.7 Bodemopbouw en geohydrologie .............................................................................................6 2.8 Informatie Omgevingsrapportage .............................................................................................7
2.9 Bodemonderzoek noodzakelijk? ...............................................................................................7 2.10 Hypothese en strategie .............................................................................................................7 3 ONDERZOEKSOPZET EN UITGEVOERDE WERKZAAMHEDEN ............................................................8 3.1 Onderzoeksopzet.......................................................................................................................8 3.2 Veldonderzoek...........................................................................................................................8 3.3 Chemisch onderzoek .................................................................................................................9 4 ONDERZOEKSRESULTATEN ............................................................................................................ 10 4.1 Globale bodemopbouw .......................................................................................................... 10 4.2 Zintuiglijke waarnemingen ..................................................................................................... 10 4.3 Veldmetingen .........................................................................................................................
10 4.4 Waarnemingen in het kader van aanwezigheid van asbest ................................................... 10 4.5 Toetsingskader ....................................................................................................................... 11 4.5.1 Wet bodembescherming ................................................................................................ 11 4.5.2 Besluit bodemkwaliteit................................................................................................... 12 4.5.3 Asbest ............................................................................................................................. 13 4.6 Analyseresultaten grond en grondwater ............................................................................... 13 4.6.1 Voormalige bovengrondse tank ..................................................................................... 13 4.6.2 Bouwlocatie .................................................................................................................... 14 4.7 Analyseresultaten asbest ....................................................................................................... 14 4.7.1 Druppelzones..................................................................................................................
14 4.8 Toetsing hypothese ................................................................................................................ 15 4.8.1 Interpretatie toetsing hypothese ................................................................................... 15 5 CONCLUSIES EN AANBEVELINGEN ................................................................................................. 17 5.1 Conclusies ............................................................................................................................... 17 5.1.1 Druppelzone varkensschuur ........................................................................................... 17 5.1.2 Druppelzone ligboxenstal ............................................................................................... 17 5.1.3 Voormalige bovengrondse tank ..................................................................................... 17 5.1.4 Bouwlocatie .................................................................................................................... 18 5.2 Algemeen................................................................................................................................
18 BIJLAGEN Bijlage 1: Ligging onderzoekslocatie Bijlage 2: Boorstaten en zintuiglijke waarnemingen Bijlage 3: Analyseresultaten Bijlage 4: Toetsingstabellen Bijlage 5: Situering monsterpunten Bijlage 6: Checklist vooronderzoek Bijlage 7: Historische voorinformatie Bijlage 8: Foto’s onderzoek Rapportnummer: K2320168
1
1 INLEIDING In opdracht van Gossel Holstein is door De Klinker Milieu Adviesbureau een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd conform de NEN 5740 en een verkennend asbest in grondonderzoek conform NEN 5707 op de locatie Egginkstraat 12 te Silvolde (gemeente Oude IJsselstreek). De onderzoekslocatie heeft een oppervlakte van 9.500 m2 waarvan circa 1.350 m2 zal worden bebouwd. In bijlage 1 is de regionale ligging opgenomen en bijlage 5 een overzicht van de onderzoekslocatie. De aanleiding tot het bodemonderzoek wordt gevormd door de voorgenomen bestemmingsplanwijziging en bouwactiviteiten op de locatie. Doel van het bodemonderzoek is het vaststellen van de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem ter plaatse van de locatie en nagaan of er mogelijke gebruiksbeperkingen bestaan in relatie tot het beoogde gebruik. Het door De Klinker Milieu Adviesbureau gehanteerde kwaliteitssysteem en de toepassing daarvan voldoet aan NEN-EN-ISO 9001:2015. Tussen De Klinker Milieu Adviesbureau en de opdrachtgever is geen sprake van een relatie die de onafhankelijkheid en integriteit zou kunnen beïnvloeden en/of haar werkzaamheden zou kunnen belemmeren. In voorliggende rapportage wordt een overzicht gegeven van de resultaten van het uitgevoerde verkennend bodemonderzoek.
In hoofdstuk 2 worden de tijdens het vooronderzoek verzamelde informatie, de globale bodemopbouw, de geohydrologische gegevens en de hypotheses weergegeven. Hoofdstuk 3 presenteert de onderzoeksopzet en de uitgevoerde werkzaamheden. Vervolgens worden de onderzoeksresultaten weergegeven in hoofdstuk 4. Tot slot worden de conclusies en aanbevelingen gepresenteerd in hoofdstuk 5.
Rapportnummer: K2320168
2
2
VOORONDERZOEK
Onderstaand wordt de informatie gepresenteerd die tijdens uitvoering van het vooronderzoek is verzameld. Het vooronderzoek is uitgevoerd conform NEN 5725 (2017). Hierbij is getracht uit diverse bronnen de voorgeschreven onderzoeksvragen te beantwoorden. In bijlage 6 is de tabel uit de NEN 5740 met de diverse aanleidingen voor bodemonderzoek weergegeven, alsmede een checklist van de verplichte vooronderzoeksaspecten. De gekozen aanleiding van het vooronderzoek is ‘Opstellen hypothese over de bodemkwaliteit ten behoeve van uit te voeren bodemonderzoek’ (optie A uit de NEN 5725). In onderstaande alinea’s worden de te beantwoorden onderzoeksvragen weergegeven en beantwoord. Hierbij is (indien van toepassing) tevens de bron van de informatie weergegeven. 2.1 Wat is de afbakening onderzoekslocatie Het perceel waar het onderzoek heeft plaatsgevonden is kadastraal bekend als gemeente Wisch (WIS00), sectie B, perceelnummer 1401, 1783, 3486, 3488, 3489 (ged.) (bron: Kadaster). Voor het vooronderzoek zijn gegevens van zowel de onderzoekslocatie als de direct aangrenzende percelen bekeken.
Afbeelding 1, overzicht onderzoekslocatie Egginkstraat 12 te Silvolde
Het plangebied is gelegen ten noorden van de bebouwde kom van Silvolde in een van oorsprong agrarisch gebied. Op de locatie is een agrarisch bedrijf gevestigd. Er bestaan plannen om de agrarische opstallen te slopen en ter plaatse nieuwbouw (woning) te realiseren. Op bovenstaande kaart is met blauwe stippellijn de onderzoekslocatie aangegeven. De nieuwbouwlocatie is rood gemarkeerd. Ter plaatse waren de (kuil)voeropslagen gesitueerd. Door de opdrachtgever is aangegeven dat er in het verleden een bovengrondse dieseltank aanwezig is geweest. Deze locatie is als verdachte deellocatie (rode stip op afbeelding 1) meegenomen in het onderzoek. Daarnaast zijn van de twee te slopen opstallen de daken van asbesthoudend materiaal (golfplaten dakbedekking). Er is geen deugdelijke dakgoot aanwezig, waardoor asbestvezels met het regenwater uit kunnen spoelen naar het maaiveld. De verdachte druppelzone zijn met een gele lijn aangegeven op bovenstaande afbeelding.
Rapportnummer: K2320168
3
2.2 Locatie-inspectie Voorafgaand aan het veldonderzoek op 23 juni 2023 heeft een locatie-inspectie plaatsgevonden. Op de locatie is een agrarische bedrijf gevestigd. Op het noordelijke deel van het perceel is het woonhuis met bijgebouwen gesitueerd. Centraal op het perceel staan twee stallen, te weten een ligboxenstal en varkensschuur. De ligboxenstal, gebouwd omstreeks 1980, is opgetrokken uit metselwerk en voorzien van een zadeldak bedekt met golfplaten. De mestvarkensschuur is eveneens opgetrokken uit metselwerk en voorzien van een zadeldak bedekt met golfplaten. Beide stallen hebben geen deugdelijke dakgoot. Opgemerkt kan worden dat het terreindeel rondom de stallen plaatselijk is verhard met beton. Tussen de stallen is indertijd een bovengrondse brandstoftank in gebruik geweest. Het westelijk terreindeel, ter plaatse van de nieuwbouwlocatie, is braakliggend. Rondom de onderzoekslocatie zijn landerijen, bouwland en weiland, gelegen. De locatie is zover bekend niet opgehoogd. Ter plaatse van het erf rondom de stallen is een beton- en elementenverharding gelegen. Onderstaande foto’s geven een indruk tijdens de locatie-inspectie.
foto 1
foto 2
foto 3
foto 4
foto 5
Foto 6
foto 7
foto 8
Foto 9
foto 10
foto 11
Foto 12
Rapportnummer: K2320168
4
2.3 Historische kaarten Historische kaarten, afkomstig van www.topotijdreis.nl, tonen aan dat nabij het perceel al voor 1900 de eerste bebouwingen aanwezig zijn (boerderij). Op een kruising van wegen heeft het agrarisch bedrijf zich gevestigd. Begin jaren tachtig zijn de agrarische bedrijfsgebouwen in de vorm van een varkensschuur en ligboxenstal op kaart zichtbaar. Uit de geraadpleegde bronnen blijkt verder geen aanwezigheid van ophogingen, dempingen of stortingen. Onderstaande topografische kaarten onderschrijven dit.
2020
2000
1984
1970
1935
1910
2.4 Informatie tanks Uit informatie verkregen van omgevingsdienst Achterhoek blijkt dat op het perceel een bovengrondse brandstoftank in gebruik is geweest. De tank was volgens tekeningen en uit informatie van de opdrachtgever gelegen tussen de stallen. Uit een milieucontrole in 2017 is geconstateerd dat de dieseltank is afgevoerd en er een KIWA-saneringscertificaat is afgegeven. De locatie is als verdachte deellocatie opgenomen in onderhavig onderzoek. 2.5 Bodemkwaliteitskaart De locatie is volgens de bodemkwaliteitszonekaart gelegen in het deelgebied “Buitengebied” met de volgende bodemkwaliteitsklassen: - Ontgravingskwaliteit: Landbouw/natuur (boven- en ondergrond) - Bodemfunctieklasse: Landbouw/natuur (boven- en ondergrond) - Toepassingsklasse: Landbouw/natuur (boven- en ondergrond) (bron: Bodemfunctieklassenkaart en bodemkwaliteitskaart, Regio Achterhoek, december 2020).
Rapportnummer: K2320168
5
2.6 Asbestdakenkaart Onderstaande kaart is een uitsnede van de asbestdakenkaart Provincie Gelderland van onderhavige locatie. In de kaart is het onderzoeksgebied weergegeven. Op basis van de asbestdakenkaart is de dakbedekking van de bebouwing op het perceel asbestverdacht. Tijdens de locatie-inspectie is de dakbedekking van de ligboxenstal en mestvarkensschuur eveneens als asbestverdacht aangemerkt.
Afbeelding 2, Uitsnede asbestdakenkaart (bron: provincie Gelderland)
2.7 Bodemopbouw en geohydrologie Als uitgangspunt voor de bodemsamenstelling en de geohydrologische situatie is boring B41C0002 van het Dinoloket gekozen. Deze boring is in de nabijheid van de locatie uitgevoerd. De bodemopbouw laat zich globaal als volgt beschrijven:
Afbeelding 3, Regionale bodemopbouw (bron: Dinoloket)
De regionale grondwaterstroming is westelijk gericht (bron: grondwatertools).
Rapportnummer: K2320168
6
2.8 Informatie Omgevingsrapportage Op basis van gegevens uit Omgevingsrapportage Gelderland blijkt dat op de locatie in 1998 door De Klinker Milieu Adviesbureau een verkennend bodemonderzoek is uitgevoerd. Gegevens uit het onderzoek worden onderstaand nader beschreven. Van omliggende percelen is geen relevante bodeminformatie bekend. Egginkstraat 12 te Silvolde Op de locatie zijn de volgende bodemonderzoeken uitgevoerd: - 1, Verkennend bodemonderzoek, De Klinker Milieu Adviesbureau, rapport 980908ES.510, 15 oktober 1998; Ad 1: In het kader van bouwactiviteiten heeft op het perceel een verkennend bodemonderzoek plaatsgevonden. Na realisatie van een nieuwe woning zal de bestaande woonboerderij worden gesloopt. De locatie maakt deel uit van een agrarisch bedrijf en is ten tijde van het onderzoek in gebruik als weiland. Op basis van het vooronderzoek zijn er geen verdachte deellocaties voor de nieuwbouwlocatie vastgesteld. Op zintuiglijke wijze is tijdens het onderzoek in de bodem sporen tot zwak puinhoudend en sporen tot zwak koolhoudend aangetroffen. Op analytische wijze is in de bovengrond een verhoogd gehalte EOX gemeten. In de ondergrond zijn geen van de onderzochte stoffen verhoogd aangetroffen. In het grondwater is een verhoogd gehalte aan fenolindex gemeten.
De aangetoond gehalten in de grond en het grondwater geven geen aanleiding tot de uitvoer van een nader onderzoek en geen bezwaar voor de geplande bouwactiviteiten op het onderzochte terreindeel.
2.9 Bodemonderzoek noodzakelijk? De milieuhygiënische kwaliteit van de bodem is niet of onvoldoende bekend. Er zijn vooraf aanwijzingen dat de bodem op de locatie ‘verdacht’ is op het voorkomen van bodemverontreiniging. Het betreft de druppelzone van de stallen alsmede de toenmalige bovengrondse brandstoftank. 2.10 Hypothese en strategie De hypotheses en onderzoeksstrategieën zijn weergegeven in tabel 2.1. Tabel 2.1: Geselecteerde deellocaties en hypothese Deellocatie
Onverharde strook onder asbest dakbedekking varkensschuur Onverharde strook onder asbest dakbedekking ligboxenstal Vml. bovengrondse tank
Bouwlocatie
Oppervlakte/ lengte (m²/m1) <30 m1
<20 m1
<10 m2
1.350 m2
Hypothese
Verdachte stoffen
Verdachte bodemlaag
Strategie*
Verdacht, plaatselijke bodembelasting Verdacht, plaatselijke bodembelasting Verdacht, plaatselijke bodembelasting Onverdacht
Asbest
Toplaag
NEN 5707 paragraaf 6.4.4
Asbest
Toplaag
NEN 5707 paragraaf 6.4.4
Minerale olie
Bovengrond
NEN 5740 (VEP)
-
-
ONV-NL
* Strategie: VEP = onderzoeksstrategie voor een verdachte locatie met een plaatselijke bodembelasting met een duidelijke verontreinigingskern ONV-NL = onverdachte, niet lijnvormige locatie * Van de twee te slopen opstallen zijn de daken van asbestverdacht materiaal. Er is geen deugdelijke dakgoot aanwezig, waardoor asbestvezels met het regenwater uit kunnen spoelen naar het maaiveld. Het is niet geheel duidelijk of hier sprake is van een gesloten verharding. Tijdens de locatie-inspectie zal in kaart worden gebracht welke druppelzones onverhard zijn.
Indien in de geanalyseerde monsters geen van de onderzochte stoffen aanwezig zijn in een concentratie boven de achtergrondwaarde/streefwaarde uit de “Circulaire bodemsanering 2013” (Staatscourant 16675, 27 juni 2013) en of de achtergrondwaarden uit de Regeling bodemkwaliteit (bijlage 4, Staatscourant 247, 20 december 2007 en de wijzigingen hierop) wordt de hypothese ‘onverdacht’ aangenomen.
Rapportnummer: K2320168
7
3
ONDERZOEKSOPZET EN UITGEVOERDE WERKZAAMHEDEN
3.1 Onderzoeksopzet De onderzoekslocatie heeft een oppervlakte van 9.500 m2 waarvan circa 1.350 m2 zal worden bebouwd. Het aantal boringen, gaten en peilbuizen alsmede het aantal te analyseren grond- en grondwatermonsters is omschreven in de NEN 5740 en is afhankelijk van de verdachtheid en de oppervlakte van de locatie. In tabel 3.1. worden de uit te voeren veld- en laboratorium werkzaamheden weergegeven. Tabel 3.1: Uit te voeren veld- en laboratoriumwerkzaamheden Veldwerk:
Analyses
Druppelzones*
Druppelzones
4 gaten 0,30 x 0,30 x 0,10 m-v
1 x Asbest in grond (NEN 5898)
Voormalige bovengrondse tank
Voormalige bovengrondse tank
2 boringen tot 0,5 m-mv, en
1 x Minerale olie grond (laag 0,0-0,5 m-mv)
1 peilbuis
1 x Minerale olie en vluchtige aromaten grondwater
Bouwlocatie
Bouwlocatie
6 boringen tot 0,5 m-mv, en
1 x Standaardpakket grond (laag 0,0-0,5 m-mv)
1 boring tot 2,0 m-mv en
1 x Standaardpakket grond (laag 0,5-2,0 m-mv)
1 peilbuis
1 x Standaardpakket grondwater
waarvan 4 betonboringen * Van de twee te slopen opstallen zijn de daken van asbestverdacht materiaal. Er is geen deugdelijke dakgoot aanwezig, waardoor asbestvezels met het regenwater uit kunnen spoelen naar het maaiveld. Het is niet geheel duidelijk of hier sprake is van een gesloten verharding. Tijdens de locatie-inspectie zal in kaart worden gebracht welke druppelzones onverhard zijn.
De opgeboorde grond wordt in trajecten van maximaal 50 cm bemonsterd, of anders afhankelijk van de veldwaarnemingen en bodemlagen. 3.2 Veldonderzoek In tabel 3.2 worden de verrichte veldwerkzaamheden weergegeven. Tabel 3.2: Verrichte veldwerkzaamheden Locatie
Aantal boringen/gaten (excl. peilbuizen)
Aantal peilbuizen
Druppelzone D1
4 gaten 0,3 x 0,3 m tot 0,1 m-mv (D1-1, D1-2, D1-3, D1-4)
-
Druppelzone D4
4 gaten 0,3 x 0,3 m tot 0,1 m-mv (D4-1, D4-2, D4-3, D4-4)
-
Vml. bovengrondse 2 boringen tot 0,5 m-mv (T2, T3) tank
1 peilbuis (T1, filterstelling 2,50-3,50 m-mv)
Bouwlocatie
1 peilbuis (1, filterstelling 3,00-4,00 m-mv)
6 boringen tot 0,5 m-mv (2, 3, 4, 5, 6, 8) 1 boring tot 1,0 m-mv (9) 1 boring tot 2,0 m-mv (7)
* Tijdens de locatie-inspectie zijn de druppelzones en het onderliggende maaiveld beoordeeld. Tussen de ligboxenstal en varkensschuur is een gesloten betonverharding gelegen. De betonverharding is eveneens voor een groot deel rondom de ligboxenstal aanwezig. Ter plaatse van een klein deel van de druppelzone van het noordelijk dakvlak (D4) van de ligboxenstal is geen verharding aanwezig. Dit geldt eveneens voor het zuidelijke dakvlak van de varkensschuur (D1). Deze onverharde delen zijn als verdachte druppelzones onderzocht.
De veldwerkzaamheden zijn uitgevoerd op 23 juni 2023 (boorwerkzaamheden) door de heren W. Lichtenberg, D. van Konijnenburg en R. Kinnaer en op 4 juli 2023 (monsterneming grondwater) door de heer D. van Konijnenburg. Zowel De Klinker Milieu Adviesbureau als de heren Lichtenberg, Van Konijnenburg en R. Kinnaer zijn erkend voor het uitvoeren van deze werkzaamheden (certificaat K25343/16).
Rapportnummer: K2320168
8
De veldwerkzaamheden zijn uitgevoerd conform de normen van het Nederlands Normalisatie Instituut. Tevens is gewerkt conform de Beoordelingsrichtlijnen "Veldwerk bij milieuhygiënisch bodemonderzoek" (BRL-SIKB 2000) en de daarbij behorende protocollen 2001, 2002 en 2018. Tijdens het uitvoeren van het veldwerk is de grond zintuiglijk beoordeeld op de aanwezigheid van verontreinigingen en is het opgeboorde materiaal gekarakteriseerd en vastgelegd in boorbeschrijvingen. Bij het zintuiglijk beoordelen wordt door middel van geur en aanblik van de opgeboorde grond een eerste indruk verkregen. Verder wordt door middel van de "olie-op-water"proef een indicatie verkregen omtrent de aanwezigheid van olie-achtige verontreinigingen. De zintuiglijke waarnemingen en boorprofielen zijn vermeld in bijlage 2. 3.3 Chemisch onderzoek De geanalyseerde (meng)monsters en hun samenstelling staan weergegeven in tabel 3.3. Tabel 3.3: Geanalyseerde (meng)monsters en hun samenstelling Deellocatie
Monster
Druppelzone D1
AMMD1
Druppelzone D4
Samenstelling
Traject (m-mv)
Analyse
A
D1-1, D1-2, D1-3, D1-4
0,00-0,10
Asbest in grond (NEN 5898)
AMMD4
A
D4-1, D4-2, D4-3, D4-4
0,00-0,10
Asbest in grond (NEN 5898)
Vml. bovengrondse MMtank tank PbT1
G
T1-1, T2-1, T3-1
0,13-0,65
Minerale olie
W PbT1
2,50-3,50
Minerale olie en vluchtige aromaten
Bouwlocatie
MMBG01
G
1-1, 2-1, 3-1, 4-1, 5-1, 6-1, 7-1, 8-1, 9-1
0,00-0,50
Standaardpakket grond
MMBG02
G
1-2, 1-3, 1-4, 1-5, 7-2, 7-3, 7-4, 7-5
0,50-2,00
Standaardpakket grond
Pb1
W Pb1
3,00-4,00
Standaardpakket grondwater
A = asbest in grond G = grond W = grondwater
Het samenstellen van de mengmonsters en de grond- en de grondwateranalyses is uitgevoerd door SGS Environmental Analytics B.V. (Raad voor de Accreditatie (RvA)- erkend laboratorium (NEN-ENISO/IEC 17025). Tevens is SGS Environmental Analytics B.V ISO 14001 (2004) gecertificeerd en AS 3000 erkend. In de volgende tabel 3.4 worden de samenstelling van de standaard analysepakketten weergegeven. Tabel 3.4: Samenstelling standaard analysepakketten. Grond
Grondwater
Zware metalen: Ba, Cd, Co, Cu, Hg, Pb, Mo, Ni, Zn
*
*
Polycyclische Aromatische Koolwaterstoffen (PAK (10 van VROM))
*
PCB (7)
*
Minerale olie
*
*
Vluchtige aromaten, incl. naftaleen en styreen
*
Vluchtige gehalogeneerde koolwaterstoffen (incl. vinylchloride, chloorpropanen en bromoform)
*
Geleidbaarheid, pH en troebelheid Organische stof en lutum
Rapportnummer: K2320168
* *
9
4
ONDERZOEKSRESULTATEN
4.1 Globale bodemopbouw Een globale beschrijving van de bodemopbouw is opgenomen onderstaande tabel. Het is de beschrijving van de bodemopbouw ter plaatse van boring PbT1 van onderhavig onderzoek welke als peilbuis is afgewerkt. Tabel 4.1: Lokale bodemopbouw Diepte [m-mv] 0,00-0,13 0,13-0,35 0,35-0,50 0,50-1,00 1,00-1,50 1,50-2,00 2,00-2,30 2,30-3,50
Bodemsamenstelling
Kleur
Opmerkingen
Zand, zeer grof, zwak siltig, zwak humeus, zwak grindig Zand, matig fijn, matig siltig, matig humeus Zand, zeer fijn, zwak siltig Zand, matig fijn, zwak siltig Zand, matig fijn, zwak siltig Zand, matig grof, zwak siltig Zand, matig grof, zwak siltig
Donker beigebruin Donker zwartgrijs Neutraal grijsbruin Neutraal grijsbruin Licht roestbruin Neutraal roestbruin Donkergrijs
Beton Zwak roesthoudend Matig roesthoudend Matig roesthoudend -
4.2 Zintuiglijke waarnemingen De tijdens de veldwerkzaamheden waargenomen zintuiglijke afwijkingen in de bodem zijn weergegeven in tabel 4.2. Tabel 4.2: Zintuiglijke afwijkingen Boring 4 7 9
Traject (m-mv)
Zintuiglijke afwijking
0,00-0,50 0,15-0,50 0,11-0,50
Sporen baksteen Sporen baksteen Zwak baksteenhoudend
4.3 Veldmetingen Bij bemonstering van het grondwater uit de peilbuizen is de grondwaterstand, de zuurgraad (pH), geleidbaarheid en de troebelheid gemeten. De meetresultaten zijn opgenomen in tabel 4.3. Tabel 4.3: Grondwaterstand, zuurgraad, geleidbaarheid en de troebelheid grondwater Peilbuis
Plaatsingsdatum
Bemonsteringsdatum
Filterstelling (m-mv)
Grondwaterstand (m-mv)
Zuurgraad pH
Geleidbaarheid EGV (µS/cm)
Troebelheid (ntu)
Pb1
23-06-2023
04-07-2023
3,00-4,00
2,42
6,6
1200
6,0
PbT1
23-06-2023
04-07-2023
2,50-3,50
2,17
6,2
300
3,54
Geen van de gemeten waarden wijkt duidelijk af van de waarde, welke gezien de natuurlijke omstandigheden verwacht kan worden. 4.4 Waarnemingen in het kader van aanwezigheid van asbest Ten tijde van het veldonderzoek heeft een visuele beoordeling van asbest op de bodem plaatsgevonden (maaiveld inspectie). Op het maaiveld is geen asbestverdacht materiaal aangetroffen. Opgemerkt dient te worden dat een groot deel van het erf rondom de stallen is verhard met een betonverharding. Onder de betonverharding is geen fundatie met puinachtig materiaal aangetroffen. Ter plaatse van de nieuwbouwlocatie is een hogere vegetatie aanwezig hetgeen de maaiveldinspectie enigszins heeft belemmert. Ter plaatse van de druppelzone van het zuidelijk dakvlak van de varkensschuur is op het maaiveld geen asbestverdacht materiaal waargenomen. Van de toplaag (0,00-0,10 m-mv) onder de druppelzone is een grondmengmonster (AMMD1) samengesteld en geanalyseerd op asbest.
Rapportnummer: K2320168
10
Ter plaatse van de druppelzone van het noordelijk dakvlak van de ligboxenstal is op het maaiveld eveneens geen asbestverdacht materiaal waargenomen. Van de toplaag (0,00-0,10 m-mv) onder de druppelzone is een grondmengmonster (AMMD4) samengesteld en geanalyseerd op asbest. In onderstaande tabel 4.4 staan de veldresultaten voor het asbestonderzoek weergegeven. Tabel 4.4: Waarnemingen asbest Gat D1-1 D1-2 D1-3 D1-4 D4-1 D4-2 D4-3 D4-4
Lengte (cm) 30 30 30 30 30 30 30 30
Breedte (cm) 30 30 30 30 30 30 30 30
Diepte (cm) 10 10 10 10 10 10 10 10
Aantal stukjes asbest geen geen geen geen geen geen geen geen
Gewicht asbest -
De opgeboorde grond uit de boringen van de bouwlocatie is eveneens visueel beoordeeld op de aanwezigheid van asbestverdacht materiaal. In de bodem is geen ‘asbestverdacht’ materiaal aangetroffen. 4.5 Toetsingskader De analyseresultaten van de onderzochte monsters worden vergeleken met de waarden van de toetsingstabel uit de circulaire “Circulaire bodemsanering 2013” (Staatscourant 16675, 27 juni 2013) en achtergrondwaarden en maximale waarden uit de Regeling bodemkwaliteit (bijlage 4, Staatscourant 247, 20 december 2007 en de wijzigingen hierop). De toetsing van de analyseresultaten vindt plaats conform de, door het Rijk beschikbaar gestelde Bodem Toets- en Validatieservice (BoToVa). 4.5.1 Wet bodembescherming De in deze tabel genoemde toetsingswaarden hebben de volgende betekenis: achtergrond-/streefwaarde1 tussenwaarde2
= =
interventiewaarde
=
referentiewaarde referentiewaarde voor nader onderzoek grond: 1/2(AW+I-waarde) grondwater: 1/2(S+I-waarde) toetsingswaarde voor sanering of saneringsonderzoek
De achtergrond-, tussen- en interventiewaarden voor een aantal stoffen in de bodemmonsters zijn afhankelijk van het gehalte aan organische stof en lutum. Deze gehalten zijn in het laboratorium bepaald en verwerkt in de toetsingstabel (zie bijlage 3 voor de analyseresultaten en bijlage 4 voor de toetsing). Voor de beoordeling van de verontreinigingssituatie wordt behalve met de toetsingstabel, ook rekening gehouden met de zintuiglijke waarnemingen en eventueel met het gebruik van de bodem. Bij de beoordeling worden de volgende termen toegepast: kleiner dan de achtergrond-/streefwaarde tussen achtergrondwaarde en tussenwaarde tussen tussenwaarde en interventiewaarde groter dan de interventiewaarde
1
= = = =
niet verontreinigd licht verontreinigd matig verontreinigd sterk verontreinigd
Voor grond wordt de achtergrondwaarde en voor grondwater wordt de streefwaarde als referentiewaarde gehanteerd.
2 De term tussenwaarde is niet meer in de wet verankerd maar wordt landelijk nog wel op deze wijze gebruikt.
Rapportnummer: K2320168
11
De locatie wordt als verontreinigd beschouwd, indien in een (meng)monster stoffen aanwezig zijn in een concentratie hoger dan de achtergrondwaarde. Overschrijding van de tussenwaarde houdt in dat er een vermoeden van ernstige bodemverontreiniging bestaat en dat een nader onderzoek moet worden uitgevoerd. Als voor tenminste één stof de gemiddelde concentratie van minimaal 25 m3 grond of 100 m3 grondwater hoger is dan de interventiewaarde is het vermoeden van ernstige bodemverontreiniging bevestigd. Het bovenstaande toetsingskader is alleen van toepassing voor “bestaande” gevallen van bodemverontreiniging (ontstaan voor 1987). Recente gevallen van bodemverontreinigingen vallen onder de “zorgplicht”. De aantasting van de bodem dient dan gesaneerd te worden of de aantasting en de directe gevolgen daarvan dienen beperkt en zoveel mogelijk ongedaan gemaakt te worden. Dit staat los van de ernst en urgentie van de verontreiniging. 4.5.2 Besluit bodemkwaliteit Voor het toetsen van de kwaliteit van grond en baggerspecie aan de verschillende normen van het Besluit en voor het indelen van de (water)bodem in kwaliteitsklassen kent het Besluit als uitgangspunt dat de rekenkundige gemiddelden moeten voldoen aan de gestelde maximale waarden. Deze maximale waarden zijn landelijk (generiek) vastgesteld. Daarnaast mogen gemeenten gebiedsspecifieke maximale waarden hanteren.
Deze dienen te worden vastgelegd in een bodembeheernota. Bij de toetsing geldt een rekenregel voor het standaardiseren van de gemeten concentraties met de daadwerkelijk gemeten concentraties lutum en organische stof. Daarnaast zijn er twee bijzondere toetsingsregels: voor de achtergrondwaarde en voor de indeling in de bodemkwaliteitsklasse wonen. Bij de beoordeling worden de volgende termen toegepast: Kleiner dan de achtergrondwaarde(a) Kleiner dan maximale waarde wonen(b) Kleiner dan maximale waarde industrie (a)
(b)
= = =
Bodemkwaliteitsklasse Achtergrondwaarde Wonen Industrie
De kwaliteit van de grond en baggerspecie overschrijdt niet de achtergrondwaarde als bij meting van X stoffen in de grond of baggerspecie het rekenkundige gemiddelde van maximaal Y stoffen verhoogd zijn ten opzichte van de achtergrondwaarde. De verhoging mag per stof maximaal 2x de achtergrondwaarde voor die stof bedragen, waarbij voor alle stoffen geldt dat de verhoogde gehalten kleiner zijn dan of gelijk zijn aan de maximale waarde voor kwaliteitsklasse wonen van de betreffende stof. X
2
7
16
27
37
Y
1
2
3
4
5
De kwaliteit van de bodem overschrijdt niet de maximale waarde voor de kwaliteitsklasse wonen wanneer bij meting van X stoffen maximaal Y stoffen verhoogd zijn ten opzichte van de maximale waarde voor kwaliteitsklasse wonen. De verhoging mag per stof ten hoogste de maximale waarde voor de kwaliteitsklasse wonen vermeerderd met de achtergrondwaarde voor die stof bedragen, waarbij voor alle stoffen geldt dat de gehalten van de gemeten stoffen kleiner zijn dan of gelijk zijn aan de maximale waarde voor kwaliteitsklasse industrie van de betreffende stof. X
7
16
27
37
Y
2
3
4
5
Rapportnummer: K2320168
12
4.5.3 Asbest In de circulaire Streef/ en interventiewaarden bodemsanering (Staatscourant 2000, 39) is voor asbest een interventiewaarde opgenomen van 100 mg/kg (gewogen: serpentijnasbestconcentratie vermeerderd met 10 maal de amfiboolasbestconcentratie). Bij concentraties asbest beneden de 100 mg/kg gewogen zijn geen risico’s aanwezig en wordt vastgehouden aan de benadering dat beneden deze norm het materiaal als asbestvrij beschouwd mag worden. Echter bij een verkennend asbestonderzoek kan door de lage intensiteit van het onderzoek niet direct worden getoetst aan de interventiewaarde, maar dient deze waarde gecorrigeerd te worden met factor 2. Indien het asbestgehalte groter is dan de helft van de interventiewaarde is een nader onderzoek asbest verplicht. In de circulaire bodemsanering is aangegeven dat er sprake is van een ernstig geval van bodemverontreiniging, wanneer er asbest wordt aangetroffen in een concentratie boven de interventiewaarde (onafhankelijk van het volume). 4.6 Analyseresultaten grond en grondwater In de volgende tabellen zijn de toetsingsresultaten van de grond en grondwater weergegeven en wordt per analysemonster het eindoordeel met betrekking tot de Wet bodembescherming en een indicatieve toetsing ten aanzien van het Besluit Bodemkwaliteit weergegeven. De analysecertificaten zijn opgenomen in bijlage 3, de toetsingsresultaten in bijlage 4.
4.6.1 Voormalige bovengrondse tank In de volgende tabel 4.5 zijn de toetsingsresultaten van de grond en het grondwater ter plaatse van de voormalige bovengrondse tank weergegeven. Tabel 4.5: Resultaten toetsing grond en grondwater – voormalige bovengrondse tank Monster (traject)
Beoordeling
Kritieke parameter
MMtank (0,13-0,65 m-mv)
-
-
Toetsing Wbb
Toetsing Bbk Beoordeling
Grond Altijd toepasbaar Grondwater PbT1 (2,50-3,50 m-mv)
-
-
+ ++ +++
< Achtergrond-/streefwaarde > Achtergrond-/streefwaarde > Tussenwaarde > Interventiewaarde
n.v.t.
Interpretatie resultaten In de bovengrondmengmonster MMtank is minerale olie niet aangetroffen in een concentratie boven de streefwaarde of de detectiegrens van de desbetreffende stof; In het grondwatermonster uit peilbuis PbT1 is minerale olie en/of vluchtige aromaten niet aangetroffen in een concentratie boven de streefwaarde of de detectiegrens van de desbetreffende stof.
Rapportnummer: K2320168
13
4.6.2 Bouwlocatie In de volgende tabel 4.6 zijn de toetsingsresultaten van de grond en het grondwater van de bouwlocatie weergegeven. Tabel 4.6: Resultaten toetsing grond en grondwater - bouwlocatie Monster (traject)
Toetsing Wbb Beoordeling
Toetsing Bbk
Kritieke parameter
Beoordeling
Grond MMBG01 (0,00-0,50 m-mv)
-
-
MMBG02 (0,50-2,00 m-mv)
-
-
Achtergrondwaarde Achtergrondwaarde Grondwater
Pb1 (3,00-4,00 m-mv)
+
Barium, koper, nikkel
n.v.t.
+ ++ +++
< Achtergrond-/streefwaarde > Achtergrond-/streefwaarde > Tussenwaarde > Interventiewaarde
Interpretatie resultaten In het bovengrondmengmonster MMBG01 zijn analytisch geen van de onderzochte stoffen verhoogd aangetroffen; In het ondergrondmengmonster MMBG02 zijn analytisch geen van de onderzochte stoffen aangetroffen in een concentratie boven de streefwaarde of de detectiegrens van de desbetreffende stof; In het grondwatermonster uit peilbuis Pb1 is een licht verhoogd gehalte aan de zware metalen barium, koper en nikkel gemeten. 4.7
Analyseresultaten asbest
In de volgende tabellen worden de resultaten van het asbestonderzoek in grond ter plaatse van de druppelzones weergegeven. Ter plaatse van het zuidelijk dakvlak van de varkensschuur en het noordelijk dakvlak van de ligboxenstal is geen deugdelijke dakgoot aanwezig en is (een deel van) het terrein plaatselijk niet verhard waardoor de kans op asbest in bodem aanwezig is. 4.7.1
Druppelzones
In onderstaande tabellen 4.7a en 4.7b worden de resultaten van de asbestanalyse weergegeven van de druppelzones ter plaatse van de varkensschuur (D1) en ligboxenstal (D4). De analyseresultaten worden weergegeven in bijlage 3. Tabel 4.7a Samenstelling en analyseresultaten van de asbestverdachte mengmonsters grond <20 mm Monstercode
Fractie (mm)
Gewicht veldvochtig (kg)
Gewicht droog (kg)
Soort asbest
Hechtgebonden
Gewogen asbestconcentratie
Aangetoond
Onderzocht
AMMD1 (grond) (Gat D1-1 t/m D1-4)
n.a.
0-31,5
14,13
14,13 x 86,4% = 12,22 kg
n.a.
n.a.
<2 mg/kg ds.
AMMD4 (grond) (Gat D4-1 t/m D4-4) n.a. = niet aangetoond
2-4
0-31,5
15,28
15,28 x 84,5% = 12,91 kg
Chrysotiel
Niet hechtgeb.
0,15 mg/kg ds.
Rapportnummer: K2320168
14
Tabel 4.7b Totale (gewogen) concentratie in grond Monstercode
Concentratie materialen >20 mm (mg/kg ds)
Concentratie mengmonster Te toetsen <20 mm (mg/kg ds) concentratie
Toetsing
AMMD1 (grond) (Gat D1-1 t/m D1-4)
n.a.
<2 mg/kg ds.
<2 mg/kg ds.
<I / ½ Interventiewaarde
AMMD4 (grond) (Gat D4-1 t/m D4-4)
n.a.
0,42 mg/kg ds.
0,15 mg/kg ds.
<I / ½ Interventiewaarde
<I / ½I
Gewogen asbestconcentratie <I en ½I (analytisch bepaald)
½I
Gewogen asbestconcentratie ½I (analytisch bepaald)
>I
Gewogen asbestconcentratie >I (analytisch bepaald)
n.a. = niet aangetoond
n.b. = niet bepaald
Op basis van de resultaten kan geconcludeerd worden dat ter plaatse van de druppelzone van de varkensschuur (AMMD1) zowel zintuiglijk als analytisch geen asbest in de bodem is aangetroffen. Op basis van de berekening kan geconcludeerd worden dat ter plaatse van de druppelzone van de ligboxenstal (AMMD4) is een zeer licht verhoogd gehalte aan asbest gemeten (0,15 mg/kg ds.). Het gehalte aan asbest overschrijdt daarmee de restconcentratienorm van 100 mg/kg ds. uit het Besluit bodemkwaliteit niet. 4.8 Toetsing hypothese In de onderstaande tabel 4.8 staan de hypotheses weergegeven. Tevens wordt aangegeven of deze aangenomen of verworpen kan worden. Tabel 4.8: Toetsing hypotheses Deellocatie
Onverharde strook onder asbest dakbedekking varkensschuur Onverharde strook onder asbest dakbedekking ligboxenstal Vml. bovengrondse tank
Bouwlocatie
Oppervlakte/ lengte (m²/m1) <30 m1
<20 m1
<10 m2
1.350 m2
Hypothese
Verdachte stoffen
Verdachte bodemlaag
Toetsing
Verdacht, plaatselijke bodembelasting Verdacht, plaatselijke bodembelasting Verdacht, plaatselijke bodembelasting Onverdacht
Asbest
Toplaag
Verworpen
Asbest
Toplaag
Aangenomen
Minerale olie
Bovengrond
Verworpen
-
-
Verworpen
4.8.1 Interpretatie toetsing hypothese Tijdens onderhavig onderzoek is ter plaatse van de druppelzone van zuidelijke dakvlak van de varkensschuur zowel zintuiglijk als analytisch geen asbest aangetoond, hierdoor kan de hypothese ‘de locatie is verdacht verontreinigd te zijn met asbest’ verworpen te worden. Ter plaatse van de druppelzone van het noordelijk dakvlak van de ligboxenstal is analytisch een zeer licht verhoogd gehalte aan asbest gemeten, hierdoor dient de hypothese ‘de locatie is verdacht verontreinigd te zijn met asbest’ formeel aangenomen te worden. De aangetroffen concentratie aan asbest geeft geen aanleiding tot de uitvoer van een nader onderzoek. Ter plaatse van de voormalige bovengrondse tank zijn geen verhoogde gehalten aan olieachtige componenten gemeten hierdoor kan de hypothese ‘de locatie is verdacht op de aanwezigheid van minerale olie’ als gevolg van het gebruik verworpen worden. Rapportnummer: K2320168
15
Door de aangetroffen lichte verontreinigingen in het grondwater van de bouwlocatie dient de hypothese ‘de locatie is onverdacht op de aanwezigheid van verontreinigingen’ formeel verworpen te worden. De aangetroffen gehalten in het grondwater zijn echter van dien aard dat de onderzoeksinspanning niet hoeft te worden herzien.
Rapportnummer: K2320168
16
5
CONCLUSIES EN AANBEVELINGEN
In opdracht van Gossel Holstein is door De Klinker Milieu Adviesbureau een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd conform de NEN 5740 en een verkennend asbest in grondonderzoek conform NEN 5707 op de locatie Egginkstraat 12 te Silvolde (gemeente Oude IJsselstreek). De aanleiding tot het bodemonderzoek wordt gevormd door de voorgenomen bestemmingsplanwijziging en bouwactiviteiten op de locatie. Doel van het bodemonderzoek is het vaststellen van de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem ter plaatse van de locatie en nagaan of er mogelijke gebruiksbeperkingen bestaan in relatie tot het beoogde gebruik. 5.1 Conclusies Uit de onderzoeksresultaten blijkt dat: de bodem overwegend uit zandlagen bestaat. Het zand is varierend van matig fijn tot matig grof, zwak tot matig siltig en zwak tot matig humeus; in de ondergrond is de bodem zwak tot matig roesthoudend; op het maaiveld en in de bodem is op zintuiglijke wijze geen bijmenging met asbestverdacht materiaal aangetroffen; plaatselijk is in de bodem een bijmenging van sporen baksteen tot zwak baksteenhoudend.
5.1.1 Druppelzone varkensschuur Uit de resultaten kan het volgende geconcludeerd worden: ter plaatse van de varkensschuur heeft het asbestverdachte dak aan de zuidzijde plaatselijk geen deugdelijk dakgoot en/of is het terrein onder de druppelzone niet verhard; in de bodem is op zintuigelijke wijze geen asbesthoudend plaatmateriaal aangetroffen; analytisch in de bodem van de druppelzone eveneens geen asbest aangetoond; de hypothese, ‘de locatie is verdacht op de aanwezigheid van asbest’ kan daarmee verworpen worden. 5.1.2 Druppelzone ligboxenstal Uit de resultaten kan het volgende geconcludeerd worden: ter plaatse van de ligboxenstal heeft het asbestverdachte dak aan de noordzijde plaatselijk geen deugdelijk dakgoot en/of is het terrein onder de druppelzone niet verhard; in de bodem is op zintuiglijke wijze geen asbesthoudend plaatmateriaal aangetroffen; analytisch in de bodem van de druppelzone een berekend asbestgehalte van 0,15 mg/kg ds. aangetroffen. Het gehalte aan asbest overschrijdt daarmee de restconcentratienorm van 100 mg/kg ds. uit het Besluit bodemkwaliteit niet; de hypothese, ‘de locatie is verdacht op de aanwezigheid van asbest’ dient aangenomen te worden; de aangetroffen concentratie overschrijdt de interventiewaarde voor asbest niet, derhalve is er geen sanering noodzakelijk.
5.1.3 Voormalige bovengrondse tank Uit de analyseresultaten kan geconcludeerd worden dat: in de grond is analytisch geen verhoogd gehalte aan minerale olie gemeten; in het grondwater is eveneens analytisch geen verhoogd gehalte aan minerale olie en/of vluchtige aromaten aangetoond; de hypothese, ‘de locatie is verdacht op de aanwezigheid van minerale olie’ kan daarmee verworpen worden. Rapportnummer: K2320168
17
5.1.4 Bouwlocatie Uit de analyseresultaten kan geconcludeerd worden dat: in de bovengrond geen van de onderzochte stoffen verhoogd zijn aangetoond; in de ondergrond eveneens geen van de onderzochte stoffen zijn aangetroffen in een concentratie boven de streefwaarde of de detectiegrens van de desbetreffende stof; in het grondwater een licht verhoogd gehalte aan barium, koper en nikkel is gemeten; de hypothese ‘de bouwlocatie is onverdacht op de aanwezigheid van verontreinigingen’ dient formeel verworpen te worden, de onderzoeksinspanning hoeft niet aangepast te worden. Het terrein is ons inziens op basis van de milieuhygiënische kwaliteit geschikt voor het voorgenomen gebruik. 5.2 Algemeen Ten behoeve van de verwerking van vrijkomende grond op een locatie buiten de onderzoekslocatie wordt verwezen naar de uitgangspunten van het Besluit Bodemkwaliteit (Bbk). De conclusies hebben uitsluitend betrekking op de geselecteerde deellocaties en de geanalyseerde componenten. Gezien het verkennende karakter van dit onderzoek is het, ondanks de zorgvuldigheid waarmee het is uitgevoerd, altijd mogelijk dat eventueel lokaal voorkomende verontreinigingen niet zijn ontdekt.
Rapportnummer: K2320168
18
BIJLAGE 1: LIGGING ONDERZOEKSLOCATIE
Globale weergave onderzoekslocatie
Rapportnummer: K2320168
BIJLAGE 2: BOORSTATEN EN ZINTUIGLIJKE WAARNEMINGEN
Rapportnummer: K2320168
Boring:
1
Boring:
2
Datum:
23-6-2023
Datum:
23-6-2023
GWS:
250
0
0
braak
0
0
Zand matig fijn, zwak siltig, matig humeus, donkerbruin, Edelmanboor
braak Zand matig fijn, zwak siltig, matig humeus, neutraalbruin, Edelmanboor
1
1
50
50
50 2 80
Zand matig fijn, zwak siltig, zwak humeus, neutraalbruin, Edelmanboor
3 100
100
Zand matig grof, matig siltig, zwak roesthoudend, licht roestbruin, Edelmanboor
4
150
5
200
6
250
250
Zand matig grof, zwak siltig, neutraal bruingrijs, Zuigerboor
300
350
400
400
Boring:
3
Boring:
4
Datum:
23-6-2023
Datum:
23-6-2023
0
0
braak
0
0
Zand matig grof, zwak siltig, licht grijsbruin, Edelmanboor 1
50
Zand matig fijn, zwak siltig, zwak humeus, sporen baksteen, donkerbruin, Edelmanboor
1
50
Projectcode: K2320168
50
braak
50
Boring:
5
Boring:
6
Datum:
23-6-2023
Datum:
23-6-2023
0
0
braak
0
0
Zand matig grof, zwak siltig, neutraal grijsbruin, Edelmanboor
11
2
20
1 3 50
50
7
Boring:
8
Datum:
23-6-2023
Datum:
23-6-2023
0
beton
12
15
1 50
50
1
Zand matig grof, zwak siltig, lichtbruin, Edelmanboor
2
2
100
150 4 180
5 200
200
Projectcode: K2320168
Zand zeer grof, matig siltig, matig roesthoudend, licht roestbruin, Edelmanboor
Volledig beton, Kernboor
50
50
3
beton
Zand matig grof, matig siltig, zwak grindhoudend, donkerbruin, Edelmanboor
Zand matig grof, zwak siltig, neutraalbruin, Edelmanboor
100
Zand matig grof, zwak siltig, lichtbruin, Edelmanboor Zand matig fijn, zwak siltig, zwak humeus, donkerbruin, Edelmanboor
0
0
Volledig beton, Kernboor Zand matig fijn, zwak siltig, matig humeus, sporen baksteen, donkerbruin, Edelmanboor
Volledig beton, Kernboor
50
50
Boring:
0
beton
100
Boring:
9
Boring:
D1-1
Datum:
23-6-2023
Datum:
23-6-2023
0
0
11
beton
0
Volledig beton, Kernboor
1
0
braak
10
Zand matig fijn, zwak siltig, zwak humeus, neutraalbruin, Schep
0
braak
10
Zand matig fijn, zwak siltig, zwak humeus, neutraalbruin, Schep
Zand matig fijn, zwak siltig, zwak humeus, zwak baksteenhoudend, donkerbruin, Kernboor
1 50
50
Zand matig grof, matig siltig, lichtbruin, Edelmanboor 2
100
100
Boring:
D1-2
Boring:
D1-3
Datum:
23-6-2023
Datum:
23-6-2023
0
1
0
braak
10
Zand matig fijn, zwak siltig, zwak humeus, neutraalbruin, Schep
Projectcode: K2320168
0
1
Boring:
D1-4
Boring:
D2
Datum:
23-6-2023
Datum:
23-6-2023
0
1
0
braak
10
Zand matig fijn, zwak siltig, zwak humeus, neutraalbruin, Schep
0
0
Boring:
D3
Boring:
D4-1
Datum:
23-6-2023
Datum:
23-6-2023
0
0
Projectcode: K2320168
0
1
0
braak
10
Zand matig grof, matig siltig, zwak humeus, neutraalbruin, Schep
Boring:
D4-2
Boring:
D4-3
Datum:
23-6-2023
Datum:
23-6-2023
0
1
0
braak
10
Zand matig fijn, matig siltig, zwak humeus, donkerbruin, Schep
0
1
Boring:
D4-4
Boring:
T1
Datum:
23-6-2023
Datum:
23-6-2023
GWS:
200
0
1
0
braak
10
Zand matig grof, matig siltig, zwak humeus, donkerbruin, Schep
0
0
braak
10
Zand matig fijn, zwak siltig, zwak humeus, donkerbruin, Schep
0
beton
13
Volledig beton ongebroken, Betonboor
35
Zand zeer grof, zwak siltig, zwak humeus, zwak grindig, donker beigebruin, Edelmanboor
1 2 50
50
Zand matig fijn, matig siltig, matig humeus, donker zwartgrijs, Edelmanboor Zand zeer fijn, zwak siltig, neutraal grijsbruin, Edelmanboor
3
100
100
Zand matig fijn, zwak siltig, zwak roesthoudend, neutraal grijsbruin, Edelmanboor
4
150
150
Zand matig fijn, zwak siltig, matig roesthoudend, licht roestbruin, Edelmanboor
5
200
200
Zand matig grof, zwak siltig, matig roesthoudend, neutraal roestbruin, Edelmanboor
6 230
Zand matig grof, zwak siltig, donkergrijs, Zuigerboor handmatig 250
300
7
8
9 350
Projectcode: K2320168
350
Boring:
T2
Boring:
T3
Datum:
23-6-2023
Datum:
23-6-2023
0
0
beton
13
Volledig beton ongebroken, Betonboor
1 30
50
2 63
Projectcode: K2320168
0
Zand zeer grof, zwak siltig, zwak grindig, neutraal beigebruin, Edelmanboor Zand matig fijn, matig siltig, matig humeus, donker zwartgrijs, Edelmanboor
0
beton
15
Volledig beton ongebroken, Betonboor Zand matig fijn, matig siltig, matig humeus, donker zwartgrijs, Edelmanboor
1 50 65
Legenda (conform NEN 5104)
grind
klei Grind, siltig
geur Klei, zwak siltig
geen geur zwakke geur
Grind, zwak zandig
matige geur
Klei, matig siltig
sterke geur Grind, matig zandig
Klei, sterk siltig
Grind, sterk zandig
Klei, uiterst siltig
uiterste geur
olie geen olie-water reactie zwakke olie-water reactie Grind, uiterst zandig
Klei, zwak zandig
matige olie-water reactie sterke olie-water reactie
Klei, matig zandig
Klei, sterk zandig
zand
uiterste olie-water reactie
p.i.d.-waarde >0
Zand, kleiïg
>1 >10
Zand, zwak siltig
>100
leem
>1000 Zand, matig siltig
Leem, zwak zandig
Zand, sterk siltig
Leem, sterk zandig
Zand, uiterst siltig
>10000
monsters
geroerd monster
overige toevoegingen
ongeroerd monster
zwak humeus volumering
veen Veen, mineraalarm
matig humeus
Veen, zwak kleiïg
sterk humeus
Veen, sterk kleiïg
zwak grindig
Veen, zwak zandig
matig grindig
Veen, sterk zandig
sterk grindig
overig bijzonder bestanddeel Gemiddeld hoogste grondwaterstand grondwaterstand Gemiddeld laagste grondwaterstand slib
water
peilbuis
blinde buis
casing
hoogste grondwaterstand gemiddelde grondwaterstand laagste grondwaterstand zand afdichting bentoniet/mikoliet/klei afdichting
grind afdichting filter
BIJLAGE 3: ANALYSERESULTATEN
Rapportnummer: K2320168
SGS Environmental Analytics Correspondentieadres Steenhouwerstraat 15 · 3194 AG Rotterdam Tel.: +31 (0)10 231 47 00 · Fax: +31 (0)10 416 30 34 www.sgs.com/analytics-nl
Analyserapport
De Klinker B.V. Nico Looman Verlengde Ooyerhoekseweg 9 7207 BJ ZUTPHEN
Uw projectnaam Uw projectnummer SGS rapportnummer
Blad 1 van 6
: Egginkstraat 12 Silvolde : K2320168 : 13894188, versienummer: 1.
Rotterdam, 02-07-2023
Geachte heer/mevrouw, Hierbij ontvangt u de analyse resultaten van het laboratoriumonderzoek ten behoeve van uw project K2320168. Het onderzoek werd uitgevoerd conform uw opdracht. De gerapporteerde resultaten hebben uitsluitend betrekking op de door SGS geteste monsters en zoals door SGS ontvangen zijn. De door u aangegeven omschrijvingen voor de monsters, het project en de monsternamedatum (indien aangeleverd) zijn overgenomen in dit analyserapport. SGS is niet verantwoordelijk voor de gegevens verstrekt door de opdrachtgever. Het onderzoek is uitgevoerd door SGS Environmental Analytics, gevestigd aan de Steenhouwerstraat 15 in Rotterdam (NL). Indien het onderzoek is uitgevoerd door derden is dit in het rapport aangegeven. Dit analyserapport bestaat inclusief bijlagen uit 6 pagina's. In geval van een versienummer van '2' of hoger vervallen de voorgaande versies. Alle bijlagen maken onlosmakelijk onderdeel uit van het rapport. Alleen vermenigvuldiging van het hele rapport is toegestaan. Voor meer informatie, omtrent bijvoorbeeld meetonzekerheid of gebruikte analysemethoden, kunt u contact opnemen met de afdeling Customer Support. Per 1 september 2022 is SGS Environmental Analytics B.V. gefuseerd met SGS Nederland B.V. en handelt onder de naam SGS Environmental Analytics. Alle erkenningen van SGS Environmental Analytics B.V.
blijven van kracht en zijn/worden omgezet naar SGS Nederland B.V. Wij vertrouwen er op u met deze informatie van dienst te zijn. Hoogachtend,
René Eugster Operations Manager Rotterdam
SGS Environmental Analytics IS GEACCREDITEERD VOLGENS DE DOOR DE RAAD VOOR ACCREDITATIE GESTELDE CRITERIA VOOR TESTLABORATORIA CONFORM EN ISO/IEC 17025:2017 ONDER NR. L 028.
SGS Environmental Analytics – Vestiging van SGS Nederland BV, Malledijk 18 - P.O. Box 200, NL-3200 AE Spijkenisse - Nederland. Al onze werkzaamheden worden uitgevoerd onder de algemene voorwaarden gedeponeerd bij de kamer van koophandel te Rotterdam inschrijving handelsregister : 24226722.
Blad 2 van 6
Analyserapport De Klinker B.V. Nico Looman Projectnaam Projectnummer Rapportnummer
23-06-2023 Orderdatum 23-06-2023 Startdatum Rapportagedatum 02-07-2023
Egginkstraat 12 Silvolde K2320168 13894188 - 1
Nummer
Monstersoort
Monsterspecificatie
001 002 003
Grond (AS3000) Grond (AS3000) Grond (AS3000)
MMBG01 MMBG02 MMtank
Analyse
Eenheid
Q
monster voorbehandeling droge stof gewicht artefacten aard van de artefacten
gew.-% g -
S S S S
Ja 88.3 <1 geen
Ja 88.2 <1 geen
organische stof (gloeiverlies) organische stof (gloeiverlies)
% vd DS % vd DS
S S
18.0
1.2
KORRELGROOTTEVERDELING lutum (bodem) % vd DS
S
4.1
2.5
METALEN barium cadmium kobalt koper kwik lood molybdeen nikkel zink
S S S S S S S S S
25 <0.2 2.5 6.5 <0.05 14 <0.5 6.6 24
21 <0.2 2.6 <5 <0.05 <10 <0.5 7.6 20
mg/kgds mg/kgds mg/kgds mg/kgds mg/kgds mg/kgds mg/kgds mg/kgds mg/kgds
001
S S S S S S S
003
Ja 88.6 <1 geen
<0.5
POLYCYCLISCHE AROMATISCHE KOOLWATERSTOFFEN naftaleen mg/kgds S <0.01 fenantreen mg/kgds S 0.04 antraceen mg/kgds S 0.01 fluoranteen mg/kgds S 0.13 benzo(a)antraceen mg/kgds S 0.08 chryseen mg/kgds S 0.07 benzo(k)fluoranteen mg/kgds S 0.05 benzo(a)pyreen mg/kgds S 0.10 benzo(ghi)peryleen mg/kgds S 0.08 indeno(1,2,3-cd)pyreen mg/kgds S 0.07 1) pak-totaal (10 van VROM) mg/kgds S 0.637 (0.7 factor) POLYCHLOORBIFENYLEN (PCB) PCB 28 µg/kgds PCB 52 µg/kgds PCB 101 µg/kgds PCB 118 µg/kgds PCB 138 µg/kgds PCB 153 µg/kgds PCB 180 µg/kgds
002
<0.01 0.02 <0.01 0.03 <0.01 0.02 <0.01 0.01 0.01 0.01 1) 0.128
<1 <1 <1 <1 <1 <1 <1
<1 <1 <1 <1 <1 <1 <1
De met S gemerkte analyses zijn geaccrediteerd en vallen onder de AS3000-erkenning.
Paraaf : SGS Environmental Analytics IS GEACCREDITEERD VOLGENS DE DOOR DE RAAD VOOR ACCREDITATIE GESTELDE CRITERIA VOOR TESTLABORATORIA CONFORM EN ISO/IEC 17025:2017 ONDER NR. L 028.
SGS Environmental Analytics – Vestiging van SGS Nederland BV, Malledijk 18 - P.O. Box 200, NL-3200 AE Spijkenisse - Nederland. Al onze werkzaamheden worden uitgevoerd onder de algemene voorwaarden gedeponeerd bij de kamer van koophandel te Rotterdam inschrijving handelsregister : 24226722.
Blad 3 van 6
Analyserapport De Klinker B.V. Nico Looman Projectnaam Projectnummer Rapportnummer
23-06-2023 Orderdatum 23-06-2023 Startdatum Rapportagedatum 02-07-2023
Egginkstraat 12 Silvolde K2320168 13894188 - 1
Nummer
Monstersoort
Monsterspecificatie
001 002 003
Grond (AS3000) Grond (AS3000) Grond (AS3000)
MMBG01 MMBG02 MMtank
Analyse
Eenheid
Q
001
som PCB (7) (0.7 factor)
µg/kgds
S
4.9
MINERALE OLIE fractie C10-C12 fractie C12-C22 fractie C22-C30 fractie C30-C40 totaal olie C10 - C40
mg/kgds mg/kgds mg/kgds mg/kgds mg/kgds
S
<5 <5 <5 <5 <20
1)
002 4.9
<5 <5 <5 <5 <20
003
1)
<5 <5 <5 <5 <20
De met S gemerkte analyses zijn geaccrediteerd en vallen onder de AS3000-erkenning.
Paraaf : SGS Environmental Analytics IS GEACCREDITEERD VOLGENS DE DOOR DE RAAD VOOR ACCREDITATIE GESTELDE CRITERIA VOOR TESTLABORATORIA CONFORM EN ISO/IEC 17025:2017 ONDER NR. L 028.
SGS Environmental Analytics – Vestiging van SGS Nederland BV, Malledijk 18 - P.O. Box 200, NL-3200 AE Spijkenisse - Nederland. Al onze werkzaamheden worden uitgevoerd onder de algemene voorwaarden gedeponeerd bij de kamer van koophandel te Rotterdam inschrijving handelsregister : 24226722.
Blad 4 van 6
Analyserapport De Klinker B.V. Nico Looman Projectnaam Projectnummer Rapportnummer
Egginkstraat 12 Silvolde K2320168 13894188 - 1
23-06-2023 Orderdatum 23-06-2023 Startdatum Rapportagedatum 02-07-2023
Monster beschrijvingen
001
*
De monstervoorbehandeling en analyses zijn uitgevoerd conform Accreditatieschema AS3000, dit geldt alleen voor de analyses die worden gerapporteerd met het "S" kenmerk.
002
*
De monstervoorbehandeling en analyses zijn uitgevoerd conform Accreditatieschema AS3000, dit geldt alleen voor de analyses die worden gerapporteerd met het "S" kenmerk.
003
*
De monstervoorbehandeling en analyses zijn uitgevoerd conform Accreditatieschema AS3000, dit geldt alleen voor de analyses die worden gerapporteerd met het "S" kenmerk.
Voetnoten 1
De sommatie na verrekening van de 0.7 factor voor <-waarden volgens BoToVa.
Paraaf : SGS Environmental Analytics IS GEACCREDITEERD VOLGENS DE DOOR DE RAAD VOOR ACCREDITATIE GESTELDE CRITERIA VOOR TESTLABORATORIA CONFORM EN ISO/IEC 17025:2017 ONDER NR. L 028.
SGS Environmental Analytics – Vestiging van SGS Nederland BV, Malledijk 18 - P.O. Box 200, NL-3200 AE Spijkenisse - Nederland. Al onze werkzaamheden worden uitgevoerd onder de algemene voorwaarden gedeponeerd bij de kamer van koophandel te Rotterdam inschrijving handelsregister : 24226722.
Blad 5 van 6
Analyserapport De Klinker B.V. Nico Looman Projectnaam Projectnummer Rapportnummer
23-06-2023 Orderdatum 23-06-2023 Startdatum Rapportagedatum 02-07-2023
Egginkstraat 12 Silvolde K2320168 13894188 - 1
Analyse
Monstersoort
Relatie tot norm
monster voorbehandeling
Grond (AS3000)
droge stof
Grond (AS3000)
gewicht artefacten
Grond (AS3000)
aard van de artefacten
Grond (AS3000)
Grond: NEN-EN 16179. Grond (AS3000): AS3000 en NEN-EN 16179 Grond: NEN-EN 15934. Grond (AS3000): AS3010-2 en NEN-EN 15934 AS3000 Idem AS3010-3 en NEN 5754. Grond: eigen methode. Grond (AS3000): AS3010-4 AS3010-5 en NEN-EN-ISO 17294-2 (ontsluiting NEN 6961) Idem Idem Idem Idem Idem Idem Idem Idem AS3010-6 Idem Idem Idem Idem Idem Idem Idem Idem Idem Idem
organische stof (gloeiverlies)
Grond (AS3000)
lutum (bodem)
Grond (AS3000)
barium
Grond (AS3000)
cadmium
Grond (AS3000)
kobalt
Grond (AS3000)
koper
Grond (AS3000)
kwik
Grond (AS3000)
lood
Grond (AS3000)
molybdeen
Grond (AS3000)
nikkel
Grond (AS3000)
zink
Grond (AS3000)
naftaleen
Grond (AS3000)
fenantreen
Grond (AS3000)
antraceen
Grond (AS3000)
fluoranteen
Grond (AS3000)
benzo(a)antraceen
Grond (AS3000)
chryseen
Grond (AS3000)
benzo(k)fluoranteen
Grond (AS3000)
benzo(a)pyreen
Grond (AS3000)
benzo(ghi)peryleen
Grond (AS3000)
indeno(1,2,3-cd)pyreen
Grond (AS3000)
pak-totaal (10 van VROM) (0.7 factor) PCB 28
Grond (AS3000) Grond (AS3000)
PCB 52
Grond (AS3000)
PCB 101
Grond (AS3000)
PCB 118
Grond (AS3000)
PCB 138
Grond (AS3000)
PCB 153
Grond (AS3000)
PCB 180
Grond (AS3000)
som PCB (7) (0.7 factor)
Grond (AS3000)
totaal olie C10 - C40
Grond (AS3000)
organische stof (gloeiverlies)
Grond (AS3000)
AS3010-8 Idem Idem Idem Idem Idem Idem Idem AS3010-7 en NEN-EN-ISO 16703 AS3010-3 (org. stof gecorrigeerd voor 5,4 % lutum) en NEN 5754
Monster
Barcode
Aanlevering
Monstername
Verpakking
001 001 001 001 001 001
O0635951 O0635959 O0635955 O0635958 O0635866 O0635957
23-06-2023 23-06-2023 23-06-2023 23-06-2023 23-06-2023 23-06-2023
23-06-2023 23-06-2023 23-06-2023 23-06-2023 23-06-2023 23-06-2023
ALC201 ALC201 ALC201 ALC201 ALC201 ALC201
Paraaf : SGS Environmental Analytics IS GEACCREDITEERD VOLGENS DE DOOR DE RAAD VOOR ACCREDITATIE GESTELDE CRITERIA VOOR TESTLABORATORIA CONFORM EN ISO/IEC 17025:2017 ONDER NR. L 028.
SGS Environmental Analytics – Vestiging van SGS Nederland BV, Malledijk 18 - P.O. Box 200, NL-3200 AE Spijkenisse - Nederland. Al onze werkzaamheden worden uitgevoerd onder de algemene voorwaarden gedeponeerd bij de kamer van koophandel te Rotterdam inschrijving handelsregister : 24226722.
Blad 6 van 6
Analyserapport De Klinker B.V. Nico Looman Projectnaam Projectnummer Rapportnummer
23-06-2023 Orderdatum 23-06-2023 Startdatum Rapportagedatum 02-07-2023
Egginkstraat 12 Silvolde K2320168 13894188 - 1
Monster
Barcode
Aanlevering
Monstername
Verpakking
001 001 001 002 002 002 002 002 002 002 002 003 003 003
O0635952 O0635943 O0635945 O0635950 O0635947 O0635936 O0635956 O0635932 O0635938 O0635948 O0635871 O0635517 O0635526 O0635508
23-06-2023 23-06-2023 23-06-2023 23-06-2023 23-06-2023 23-06-2023 23-06-2023 23-06-2023 23-06-2023 23-06-2023 23-06-2023 23-06-2023 23-06-2023 23-06-2023
23-06-2023 23-06-2023 23-06-2023 23-06-2023 23-06-2023 23-06-2023 23-06-2023 23-06-2023 23-06-2023 23-06-2023 23-06-2023 23-06-2023 23-06-2023 23-06-2023
ALC201 ALC201 ALC201 ALC201 ALC201 ALC201 ALC201 ALC201 ALC201 ALC201 ALC201 ALC201 ALC201 ALC201
Paraaf : SGS Environmental Analytics IS GEACCREDITEERD VOLGENS DE DOOR DE RAAD VOOR ACCREDITATIE GESTELDE CRITERIA VOOR TESTLABORATORIA CONFORM EN ISO/IEC 17025:2017 ONDER NR. L 028.
SGS Environmental Analytics – Vestiging van SGS Nederland BV, Malledijk 18 - P.O. Box 200, NL-3200 AE Spijkenisse - Nederland. Al onze werkzaamheden worden uitgevoerd onder de algemene voorwaarden gedeponeerd bij de kamer van koophandel te Rotterdam inschrijving handelsregister : 24226722.
SGS Environmental Analytics Correspondentieadres Steenhouwerstraat 15 · 3194 AG Rotterdam Tel.: +31 (0)10 231 47 00 · Fax: +31 (0)10 416 30 34 www.sgs.com/analytics-nl
Analyserapport
De Klinker B.V. Nico Looman Verlengde Ooyerhoekseweg 9 7207 BJ ZUTPHEN
Uw projectnaam Uw projectnummer SGS rapportnummer
Blad 1 van 5
: Egginkstraat 12 Silvolde : K2320168 : 13901664, versienummer: 1.
Rotterdam, 10-07-2023
Geachte heer/mevrouw, Hierbij ontvangt u de analyse resultaten van het laboratoriumonderzoek ten behoeve van uw project K2320168. Het onderzoek werd uitgevoerd conform uw opdracht. De gerapporteerde resultaten hebben uitsluitend betrekking op de door SGS geteste monsters en zoals door SGS ontvangen zijn. De door u aangegeven omschrijvingen voor de monsters, het project en de monsternamedatum (indien aangeleverd) zijn overgenomen in dit analyserapport. SGS is niet verantwoordelijk voor de gegevens verstrekt door de opdrachtgever. Het onderzoek is uitgevoerd door SGS Environmental Analytics, gevestigd aan de Steenhouwerstraat 15 in Rotterdam (NL). Indien het onderzoek is uitgevoerd door derden is dit in het rapport aangegeven. Dit analyserapport bestaat inclusief bijlagen uit 5 pagina's. In geval van een versienummer van '2' of hoger vervallen de voorgaande versies. Alle bijlagen maken onlosmakelijk onderdeel uit van het rapport. Alleen vermenigvuldiging van het hele rapport is toegestaan. Voor meer informatie, omtrent bijvoorbeeld meetonzekerheid of gebruikte analysemethoden, kunt u contact opnemen met de afdeling Customer Support. Per 1 september 2022 is SGS Environmental Analytics B.V. gefuseerd met SGS Nederland B.V. en handelt onder de naam SGS Environmental Analytics. Alle erkenningen van SGS Environmental Analytics B.V.
blijven van kracht en zijn/worden omgezet naar SGS Nederland B.V. Wij vertrouwen er op u met deze informatie van dienst te zijn. Hoogachtend,
René Eugster Operations Manager Rotterdam
SGS Environmental Analytics IS GEACCREDITEERD VOLGENS DE DOOR DE RAAD VOOR ACCREDITATIE GESTELDE CRITERIA VOOR TESTLABORATORIA CONFORM EN ISO/IEC 17025:2017 ONDER NR. L 028.
SGS Environmental Analytics – Vestiging van SGS Nederland BV, Malledijk 18 - P.O. Box 200, NL-3200 AE Spijkenisse - Nederland. Al onze werkzaamheden worden uitgevoerd onder de algemene voorwaarden gedeponeerd bij de kamer van koophandel te Rotterdam inschrijving handelsregister : 24226722.