CConstaterende datOude IJsselstreek
Koppel je AI →
Document · PDF

BP. TOE. Ir. Sassenstraat 20 Ulft.pdf

Raadscommissie Fysieke Leefomgeving (FL) 16 november 2022, gemeente Oude IJsselstreekBij agendapunt: 2: Bestemmingsplan Ingenieur Sassenstraat 20 Ulft11.739 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Ingenieur Sassenstraat 20, Ulft

Inhoudsopgave

Toelichting

3

Hoofdstuk1 1.1 1.2 1.3 1.4

Inleiding Aanleiding Plangebied Geldend bestemmingsplan Leeswijzer

3 3 3 4 6

Hoofdstuk2 2.1 2.2 2.3

Gebieds- en planbeschrijving Algemeen Bestaande situatie Toekomstige situatie

7 7 7 8

Hoofdstuk3 3.1 3.2 3.3

Haalbaarheid Inleiding Beleid Milieu- en omgevingsaspecten

11 11 11 18

Hoofdstuk4 4.1 4.2 4.3

Juridische planaspecten Plansystematiek Opbouw regels Verbeelding

32 32 32 32

Hoofdstuk5

Procedure

34

2

bestemmingsplan "Ingenieur Sassenstraat 20, Ulft" (vastgesteld)

Toelichting Hoofdstuk 1 1.1

Inleiding

Aanleiding

Op de locatie aan de Ingenieur Sassenstraat 20 is in de huidige situatie bedrijfsbebouwing ten behoeve van detailhandel aanwezig. De initiatiefnemer heeft het voornemen om beide panden te slopen en hiervoor in de plaats tien grondgebonden woningen en vier appartementen te realiseren. De bij het plangebied betrokken gronden hebben op basis van het geldende bestemmingsplan 'Centrum Ulft' de bestemming 'Bedrijven'. Daarnaast geldt ook het bestemmingsplan 'Ulft, 't Gietelinck', waar de betrokken gronden de bestemming 'Verkeer' hebben. De beoogde ontwikkeling is niet mogelijk binnen de kaders van de geldende bestemmingsplannen. Om die reden is een herziening van het bestemmingsplan noodzakelijk.

1.2

Plangebied

Het plangebied is gelegen aan de noordoostzijde van de kern Ulft. Het plangebied wordt volledig omsloten door woonpercelen. De zuidkant van het plangebied ligt aan de Ingenieur Sassenstraat, de noordkant aan de Gietijzerlaan. Op de navolgende afbeeldingen zijn globaal de ligging en begrenzing van het plangebied weergegeven. Voor de exacte begrenzing wordt verwezen naar de verbeelding behorende bij dit bestemmingsplan.

Globale ligging plangebied

bestemmingsplan "Ingenieur Sassenstraat 20, Ulft" (vastgesteld)

3

Globale begrenzing plangebied

1.3

Geldend bestemmingsplan

Zoals reeds is gesteld, valt het plangebied onder de werking van het bestemmingsplan 'Centrum Ulft', vastgesteld door de raad van de voormalige gemeente Gendringen op 28 februari 1989 en het bestemmingsplan 'Ulft, 't Gietelinck', vastgesteld op 27 november 2008 door de raad van de gemeente Oude IJsselstreek. Op de navolgende afbeelding is een uitsnede van de verbeelding van de geldende bestemmingsplannen weergegeven. Het plangebied is daarop met een rood kader weergegeven.

4

bestemmingsplan "Ingenieur Sassenstraat 20, Ulft" (vastgesteld)

Uitsnede geldend bestemmingsplan 'Bestemmingsplan Centrum Ulft'

Uitsnede geldend bestemmingsplan ' Ulft, t Gietelinck'

Op grond van het geldend bestemmingsplan 'Centrum Ulft' is aan het plangebied de bestemming 'Bedrijven' toegekend, met de nadere aanduiding 'Detailhandelsbedrijf' beperkt. Volgens de regels,

bestemmingsplan "Ingenieur Sassenstraat 20, Ulft" (vastgesteld)

5

behorende bij deze bestemming en de aanduiding, zijn ter plaatse bedrijven toegestaan. Ter plaatse van de bestaande bebouwing is een bouwvlak opgenomen. Daarnaast geldt voor een klein gedeelte van de noordoostelijke gronden van het plangebied het bestemmingsplan 'Ulft, 't Gietelinck'. De betrokken gronden hebben hier de bestemming 'Verkeer'. Het bouwen van woningen op de plek van de huidige bebouwing is op basis van het geldende bestemmingsplan niet toegestaan. Daarnaast is het gebruik van de bedrijfswoning ten behoeve van drie wooneenheden ook niet toegestaan. Om die reden is voorliggend bestemmingsplan opgesteld.

1.4

Leeswijzer

Dit bestemmingsplan bestaat uit een verbeelding, regels en een toelichting. De toelichting is opgebouwd uit vijf hoofdstukken. Het volgende hoofdstuk (Hoofdstuk 2) beschrijft de bestaande en toekomstige situatie. Hoofdstuk 3 geeft een overzicht van het ruimtelijke beleidskader van de verschillende overheden waaraan het plan moet voldoen en bevat de milieu- en omgevingsaspecten van het plan. De toelichting besluit met hoofdstukken over de opbouw van de planregels (Hoofdstuk 4) en de uitkomsten van de gevolgde procedure (Hoofdstuk 5).

6

bestemmingsplan "Ingenieur Sassenstraat 20, Ulft" (vastgesteld)

Hoofdstuk 2 2.1

Gebieds- en planbeschrijving

Algemeen

In dit hoofdstuk wordt de beoogde ontwikkeling omschreven. Hierbij wordt als eerste ingegaan op de bestaande situatie in het plangebied, waarna de beoogde ontwikkeling nader toegelicht wordt.

2.2

Bestaande situatie

Op de locatie aan de Ingenieur Sassenstraat 20 is in de huidige situatie bedrijfsbebouwing ten behoeve van detailhandel aanwezig. Het grootste pand bestaat uit bouwlaag met een plat dak. Aan de voorkant bestaat het dak uit een drietal kleine zadeldaken. Aan de oostzijde van het grote pand bevindt zich een pand waar op de begane grond een slijterij was gevestigd en op de eerste verdieping een bedrijfswoning is gesitueerd. Dit pand heeft een piramidedak. Aan de voorzijde van de bedrijfsbebouwing, aan de zijde van de Ingenieur Sassenstraat, bevindt zich een parkeerplaats, welke bestaat uit 20 haaksparkeerplaatsen. Daarnaast bevinden zich aan de Ingenieur Sassenstraat nog vier openbare langsparkeerplaatsen. Aan de achterzijde van de bedrijfsbebouwing, aan de Gietijzerlaan, bevindt zich een kleine parkeerhaven met haaksparkeerplaatsen en achter het plangebied bevinden zich vier langsparkeerplaatsen. De navolgende afbeeldingen geven een impressie van de huidige situatie in het plangebied.

Huidige situatie plangebied

bestemmingsplan "Ingenieur Sassenstraat 20, Ulft" (vastgesteld)

7

2.3

Toekomstige situatie

De ontwikkeling voorziet in de bouw van tien grondgebonden woningen. Daarnaast zullen er vier appartementen worden gerealiseerd. De inrichtingstekening is tevens opgenomen in Bijlage 1. De tien grondgebonden woningen worden opgesplitst in vier twee-aaneengebouwde woningen en zes rijwoningen. De twee-aaneengebouwde woningen worden aan de Ingenieur Sassenstraat gesitueerd. De woningen zullen uit drie bouwlagen bestaan, waarvan de bovenste bouwlaag zich onder een kap bevindt. De goothoogte van de woningen zal op maximaal 6 meter liggen. De bouwhoogte bedraagt maximaal 10 meter.

Ontwerp twee-aaneengebouwde woningen

De rijwoningen worden tussen de twee-aaneengebouwde woningen en de Gietijzerlaan gesitueerd, waarbij de voorkant van de woningen op de Gietijzerlaan worden gesitueerd. Deze woningen zullen ook uit drie bouwlagen bestaan, waarvan de bovenste bouwlaag zich onder een kap bevindt. De goothoogte van deze woningen zal op maximaal 6 meter liggen. De bouwhoogte bedraagt maximaal 10 meter.

8

bestemmingsplan "Ingenieur Sassenstraat 20, Ulft" (vastgesteld)

Ontwerp rijwoningen

De woningen zijn passend in de omgeving. De twee-aaneengebouwde woningen worden aan de Ingenieur Sassenstraat gesitueerd. Aan deze straat zijn voornamelijk vrijstaande en twee-aaneengebouwde woningen gesitueerd. Veel van deze woningen bestaan uit drie bouwlagen waarvan de bovenste bouwlaag zich onder een kap bevindt. De ontwikkeling voorziet ook in twee-aaneengebouwde woningen, bestaande uit drie bouwlagen, waarvan de bovenste bouwlaag zich onder een kap bevindt. Hiermee passen de twee-aaneengebouwde woningen goed in de omgeving. De rijwoningen worden aan de Gietijzerlaan gesitueerd. Aan de Gietijzerlaan zijn de afgelopen jaren nieuwe woningen gerealiseerd. De nieuwe woningen zijn voornamelijk rijwoningen, uitgevoerd in drie bouwlagen waarvan de bovenste bouwlaag zich onder een kap bevindt. De ontwikkeling voorziet ook in rijwoningen in dezelfde bouwstijl, uitgevoerd in drie bouwlagen waarvan de bovenste bouwlaag zich onder een kap bevindt. Aan de voorzijde zal een beukenhaag worden gerealiseerd. Hiermee passen de rijwoningen goed in de omgeving. De doelgroep van deze woningen betreft starters. Het pand aan de oostzijde van het plangebied zal worden gesloopt. Op dezelfde locatie zal een nieuw pand worden gebouwd, waarin vier appartementen worden gerealiseerd.

Op de begane grond zullen twee levensloopbestendige appartementen worden verwezenlijkt, op de eerste verdieping worden twee appartementen voor starters gerealiseerd. Het gebouw heeft een oppervlakte van 12 m bij 12 m en een goot- en bouwhoogte van maximaal respectievelijk 6 m en 10 m. Daarnaast zal het plangebied zowel aan de Ingenieur Sassenstraat als de Gietijzerlaan verschillende parkeerplaatsen krijgen. Aan de zijde van de Ingenieur Sassenstraat komen dertien haaksparkeerplaatsen. Daarnaast zullen voor de vier twee-aaneengebouwde woningen een eigen oprit met mogelijkheid tot parkeren worden gerealiseerd. Ook bij het appartementengebouw wordt parkeerplaats op eigen terrein gerealiseerd. Aan de zijde van de Gietijzerlaan zullen elf haaksparkeerplaatsen worden gerealiseerd. Daarnaast worden bij de twee hoekwoningen aan deze zijde een eigen oprit met parkeerplaats per woning gerealiseerd. De huidige parkeerhaven aan de zijde van de Gietijzerlaan zal worden gehandhaafd en worden uitgebreid met vier parkeerplaatsen. Qua woningdoelgroep geldt dat de vier twee-aaneengebouwde woningen doorstroomwoningen betreffen en de zes rijwoningen zich in het starterssegment bevinden. Het appartementengebouw zal ruimte bieden aan twee levensloopbestendige appartementen en twee startersappartementen.

bestemmingsplan "Ingenieur Sassenstraat 20, Ulft" (vastgesteld)

9

Ontwerp plangebied

10

bestemmingsplan "Ingenieur Sassenstraat 20, Ulft" (vastgesteld)

Hoofdstuk 3 3.1

Haalbaarheid

Inleiding

Ten behoeve van de bestemmingsplanherziening moet de uitvoerbaarheid van het plan worden aangetoond. Het al dan niet voldoen aan verschillende randvoorwaarden en uitgangspunten is bepalend voor de vraag of een nieuwe ontwikkeling ook daadwerkelijk uitvoerbaar is. Hierbij moet worden gedacht aan onder meer het ruimtelijke beleid van de hogere overheden en de gemeente zelf, milieuaspecten als geluid, bodem en hinder van bedrijven, water, externe veiligheid, archeologie en economische haalbaarheid. De beoogde ontwikkeling is op deze aspecten getoetst. In dit hoofdstuk is aangegeven wat hiervan de resultaten zijn.

3.2

Beleid

3.2.1

Algemeen

In deze paragraaf wordt een analyse gegeven van het relevante beleidskader. De beleidsnota's die direct of indirect doorwerken in voorliggend bestemmingsplan, worden in deze paragraaf behandeld. Gezien de aard en de schaal van de ontwikkeling binnen bestaand stedelijk gebied is het relevante beleid op Europees niveau buiten beschouwing gelaten en op Rijksniveau beperkt gehouden. Per bestuurslaag is een korte samenvatting gegeven van de meest relevante aspecten uit de verschillende beleidsnota's, alsmede de consequenties voor het voorliggende plan. 3.2.2

Rijksbeleid

Nationale Omgevingsvisie(NOVI) en Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) Onderdeel van de Omgevingswet is een visie op de leefomgeving: de Nationale Omgevingsvisie (NOVI). Met de NOVI neemt het Rijk het voortouw voor een langetermijnvisie op de toekomst en de ontwikkeling van de fysieke leefomgeving van Nederland. De NOVI richt zich op de volgende vier prioriteiten die onderling veel met elkaar te maken hebben en gevolgen hebben voor het inrichten van de fysieke leefomgeving: Ruimte maken voor de klimaatverandering en energietransitie; De economie van Nederland verduurzamen en het groeipotentieel behouden; Steden en regio's sterker en leefbaarder maken; Het landelijk gebied toekomstbestendig ontwikkelen. In de NOVI staan de keuzes op nationaal niveau, maar in veel gevallen ligt de verantwoordelijkheid bij gemeenten en/of provincies. Op basis van drie uitgangspunten helpt de NOVI bij het wegen van belangen en het maken van keuzes: Combinaties van functies gaan voor enkelvoudige functies; Kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal; Afwentelen wordt voorkomen. De nationale belangen zijn geborgd in het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro).

Het gaat bijvoorbeeld om rijksvaarwegen, defensie, ecologische hoofdstructuur, erfgoederen van uitzonderlijke universele waarde, hoofdwegen en hoofdspoorwegen, elektriciteitsvoorziening, buisleidingen van nationaal belang voor vervoer van gevaarlijke stoffen en primaire waterkeringen. Door de nationale belangen vooraf in bestemmingsplannen te borgen, wordt met het Barro bijgedragen aan versnelling van de besluitvorming bij ruimtelijke ontwikkelingen en vermindering van de bestuurlijke drukte.

Ladder voor duurzame verstedelijking In artikel 3.1.6, lid 2 van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) is de ladder voor duurzame verstedelijking opgenomen. Het doel van de Ladder is zorgvuldig en duurzaam ruimtegebruik, met oog voor de

bestemmingsplan "Ingenieur Sassenstraat 20, Ulft" (vastgesteld)

11

toekomstige ruimtebehoefte en ontwikkelingen in de omgeving. De Ladder geeft daarmee invulling aan het nationaal ruimtelijk belang gericht op een zorgvuldige afweging en transparante besluitvorming bij ruimtelijke besluiten. Dit belang staat beschreven in de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte binnen een breder kader van een goed systeem van ruimtelijke ordening. Met de ladder worden eisen gesteld aan de motivering van onder meer bestemmingsplannen en ruimtelijke onderbouwingen die nieuwe stedelijke ontwikkelingen mogelijk maken. De toelichting bij een bestemmingsplan of ruimtelijke onderbouwing voor een nieuwe stedelijke ontwikkeling bevat een beschrijving van de behoefte aan die ontwikkeling, en, indien die ontwikkeling mogelijk wordt gemaakt buiten het bestaand stedelijk gebied, een motivering waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien.

Toetsing rijksbeleid Wat onder stedelijke ontwikkeling wordt verstaan is in het Bro opgenomen. Een stedelijke ontwikkeling is volgens het besluit 'een ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen'. De ontwikkelingen in het plangebied zouden kunnen worden aangemerkt als een woningbouwlocatie. Deze term is echter niet gedefinieerd in het Bro. Uit jurisprudentie (zie bijvoorbeeld uitspraak ABRvS201501297/1/R4) blijkt dat woningbouwplannen met elf woningen niet hoeven te worden aangemerkt als woningbouwlocatie, maar grotere woningbouwplannen wel. In voorliggend plan worden per saldo dertien woningen in het plangebied gerealiseerd. Het plan wordt aangemerkt als stedelijke ontwikkeling. Om die reden is de ladder voor duurzame verstedelijking van toepassing. De ladder voor duurzame verstedelijking is als Bijlage 3 bijgevoegd. Op basis van recente gegevens uit het Achterhoeks Woonwensen en Leefbaarheidsonder-zoek 2017 (AWLO) naar de leefbaarheid in de regio blijkt dat er wel een actuele vraag is naar meer woningen. Uit onderzoek van Companen uit 2019 blijkt eveneens dat er in de regio Achterhoek nog steeds behoefte is aan nieuwe woningen. Door het woningtekort stagneert ook de doorstroming.

De vier twee-aaneengebouwde woningen zullen voornamelijk doorstromers als doelgroep aan-trekken. De overige woningen, zowel de grondgebonden rijwoningen als de appartementen zullen zowel starters als doorstromers aantrekken. Geconcludeerd wordt dat met het initiatief, binnen bestaand stedelijk gebied, wordt voorzien in een behoefte aan woningen. De ontwikkeling voldoet daarmee aan de Ladder voor duurzame verstedelijking. Daarnaast wordt met de ontwikkeling, al zij het op micro-niveau, een bijdrage geleverd aan het sterker en leefbaarder maken van steden/dorpen en regio's. Met de ontwikkeling worden overtollige winkelmeters 'opgeruimd' en tegelijkertijd wordt de concentratie van het kernwinkelgebied verhoogd. De woningen die op de locatie worden gebouwd dragen bij aan de behoefte aan en ondersteuning van het voorzieningenniveau in Ulft en omgeving. Met de ontwikkelingen binnen het plangebied zijn geen overige nationale belangen gemoeid. 3.2.3

Provinciaal beleid

Omgevingsvisie'Gaaf Gelderland' Op 19 december 2018 is de omgevingsvisie 'Gaaf Gelderland' vastgesteld. In deze visie beschrijft de provincie welke richting de provincie op wil op het gebied van energie, klimaat, water, voedsel en ook hoe de provincie de omgeving wil inrichten. Om samen een Gaaf Gelderland te bereiken, legt de provincie bij het uitvoeren van haar taken de focus op een duurzaam, verbonden en economisch krachtig Gelderland. Met behulp van zeven ambities geeft de provincie hier richting aan: energietransitie; klimaatadaptatie; circulaire economie; biodiversiteit; bereikbaarheid;

12

bestemmingsplan "Ingenieur Sassenstraat 20, Ulft" (vastgesteld)

economisch vestigingsklimaat; woon- en leefklimaat. Voor dit bestemmingsplan is de ambitie voor het woon- en leefklimaat van toepassing. De provincie streeft naar een duurzaam en divers woon- en leefklimaat, dat steeds weet te anticiperen op ontwikkelingen. Zo worden de economische kracht en kwaliteit van leven in Gelderland versterkt, nu en in de toekomst. Om Gelderland voor mensen en bedrijven aantrekkelijk te houden, is de kwaliteit van de leefomgeving van groot belang. Bovendien draagt een goede kwaliteit van de leefomgeving bij aan gezondheid. Goed bereikbare voorzieningen, aansprekende evenementen, unieke cultuurhistorie, inspirerende culturele voorzieningen, een mooie natuur; het is allemaal van belang. Ook goed wonen hoort daarbij. Gelderland heeft op woongebied een bijzondere positie met uiteenlopende woonkwaliteiten, zowel stedelijke als landelijke. De Gelderse streken hebben ieder hun eigen aard, waar mensen zich thuis en verbonden met elkaar voelen. In onze groeiende Gelderse steden komen veel activiteiten samen. Tegelijkertijd wordt in een vitaal platteland, juist als daar krimp plaatsvindt. Om het landschap open, groen en het voorzieningenniveau op peil te houden en leegstand te voorkomen, is bouwen binnen bestaand stedelijk gebied het vertrekpunt. De provincie geeft de voorkeur aan het benutten van bestaande gebouwen en gaat voor concentraties van bebouwing.

Pas als er geen andere goede mogelijkheden zijn, kan worden uitgebreid aan de randen van de steden of dorpen.

Omgevingsverordening De provincie beschikt over verschillende instrumenten waarmee zij haar ambities realiseert. De verordening wordt ingezet voor die onderwerpen waarvoor de provincie eraan hecht dat de doorwerking van het beleid van de Omgevingsvisie juridisch gewaarborgd is. De verordening voorziet ten opzichte van de Omgevingsvisie niet in nieuw beleid en is daarmee dus beleidsneutraal. De inzet van de verordening als juridisch instrument om de doorwerking van het provinciaal beleid af te dwingen is beperkt tot die onderdelen van het beleid waarvoor de inzet van algemene regels noodzakelijk is om provinciale belangen veilig te stellen of om uitvoering te geven aan wettelijke verplichtingen. De Omgevingsverordening richt zich net zo breed als de Omgevingsvisie op de fysieke leefomgeving in de Provincie Gelderland. Dit betekent dat vrijwel alle regels die betrekking hebben op de fysieke leefomgeving opgenomen zijn in de Omgevingsverordening. Het gaat hierbij om regels op het gebied van ruimtelijke ordening, milieu, water, mobiliteit en bodem. De verwachting is dat de Omgevingsverordening op termijn alle regels zal gaan bevatten die betrekking hebben op de fysieke leefomgeving. Ten aanzien van voorliggend bestemmingsplan zijn de regels ten aanzien van het onderwerp 'wonen' relevant.

Wonen In de verordening wordt aangegeven dat nieuwe woonlocaties en de daar te bouwen woningen slechts zijn toegestaan wanneer dit past in het vigerende door Gedeputeerde Staten vastgestelde Kwalitatief Woonprogramma, successievelijk de door Gedeputeerde Staten vastgestelde kwantitatieve opgave wonen voor de betreffende regio.

Toetsing provinciaal beleid De beoogde ontwikkeling voorziet in de sloop van beide bedrijfspanden en de realisatie van tien grondgebonden woningen en vier appartementen. De woningen zullen binnen bestaand stedelijk gebied worden gerealiseerd. Met de bouw van verschillende type woningen (appartementen, rijwoningen en twee-aaneengebouwde woningen) wordt er voldaan aan de vraag naar woningen voor verschillende doelgroepen binnen de gemeente, zoals starters en senioren. Hiermee draagt de ontwikkeling bij aan een duurzaam en divers woon-en leefklimaat in de gemeente Oude IJsselstreek. Daarnaast zijn de huidige panden sterk verouderd. De sloop en realisatie van de woningen draagt bij aan een verbetering van de ruimtelijke kwaliteit ter plaatse van het plangebied en sluit de ontwikkeling aan bij de provinciale Omgevingsvisie. Tot slot draagt de realisatie van de woningen bij aan de behoefte en ondersteuning van bestemmingsplan "Ingenieur Sassenstraat 20, Ulft" (vastgesteld)

13

het voorzieningenniveau in Ulft en omgeving. De ontwikkeling is hiermee in overeenstemming met het provinciaal beleid. 3.2.4

Regionaal beleid

Regionale woonagenda Achterhoek 2015-2025 Op 19 mei 2015 heeft de gemeenteraad van Oude IJsselstreek de Regionale woonagenda Achterhoek 2015-2025 vastgesteld als opvolger van de Regionale Woonvisie 2010-2020. De Regionale woonagenda schetst de kaders en geeft ruimte om de inhoud mede door andere partijen te laten invullen. Daarmee verschuift de rol van de overheid van inhoudelijk bepalend naar procesbegeleidend. Kernbegrippen zijn kaders stellen, faciliteren en ruimte geven. De kernboodschap voor de komende jaren luidt dan ook: er zijn (bijna) voldoende woningen (in aantallen) om te voorzien in de vraag. Het is noodzakelijk om de regionale ambitie (5.900 woningen toevoegen tussen 2010 en 2025) verder te verlagen met 10%. Het nieuwe regionale aantal is 3.145 woningen tussen 1 januari 2015 en 1 januari 2025; een integrale aanpak is nodig om de bestaande woningen toekomstbestendig te maken (kwalitatief), waarbij de eigenaar een persoonlijke mix kiest van onderhoud, isolatie, energieopwekking en levensloopbestendig maken. Sloop/nieuwbouw kan een optie zijn; voor leegstaand en leegkomend vastgoed is een gezamenlijke beeldvorming met een lokale aanpak nodig. Naast herbestemmen zal in toenemende mate ook sloop aan de orde zijn; wonen en zorg vormt een belangrijk aandachtspunt bij al deze genoemde ontwikkelingen.

De zeven gemeenten uit de regio zijn na vaststelling van de Regionale woonagenda begonnen om deze lokaal uit te werken. Deze lokale uitwerking is een update van de Regionale woonagenda, welke nog uitging van een krimpscenario. In de lokale uitwerking is er niet langer sprake van een krimpscenario. In de 'Kwalitatieve toetsingscriteria voor woningbouw in de Achterhoek' wordt tevens niet langer uitgegaan van een krimpscenario. De gemeente Oude IJsselstreek heeft daartoe de 'Beleidsnotitie Woningbouwplannen Oude IJsselstreek' op 24 november 2016 vastgesteld. De opgaven uit de Regionale woonagenda die betrekking hebben op de kwalitatieve ontwikkeling van de woningvoorraad zijn op lokaal niveau verder uitgewerkt. De 'Kwalitatieve toetsingscriteria voor woningbouw' en de 'Lokale kwaliteitscriteria woningbouw Oude IJsselstreek' zijn vervolgens vastgesteld en in april 2021 vernieuwd. De missie van de regionale woonagenda is om het toe te voegen aantal en type woningen passend te krijgen aan de behoefte van de kern. In vervolg hierop heeft de gemeenteraad de Beleidsnotitie Woningbouwplanning Oude IJsselstreek vastgesteld waarin een verdere uitwerking is opgenomen voor de reductie van het aantal woningbouwplannen (zie paragraaf 3.2.5).

Kwalitatieve toetsingscriteriavoor woningbouw in de Achterhoek De groei van het aantal huishoudens in de regio houdt echter langer aan dan eerder voorzien. Dit betekent dat er extra woningen moeten komen bovenop het aantal dat nu in afspraken is vastgelegd. Er moet meer ruimte gegeven worden aan de bouw van extra woningen. De prioriteit moet daarbij liggen op woningen waar nu behoefte en een duidelijk tekort aan is. Het Achterhoeks Woonwensen en Leefbaarheidsonderzoek 2017 (AWLO) geeft een helder advies over de bouwopgave: blijf bouwen voor starters en geschikt aanbod waar (actieve) senioren naar kunnen doorstromen. Dit is vertaald naar het geven van extra ruimte door scherpe voorwaarden te stellen aan nieuwe initiatieven voor woningbouw. Met de 'Kwalitatieve toetsingscriteria voor woningbouw in de Achterhoek' zijn regionaal kwalitatieve criteria afgesproken waaraan de gemeenten nieuwe plannen moeten toetsen. Dit betreft de volgende drie kwaliteitscriteria: De behoefte is aangetoond; Voorrang voor transformatie van leegstaand vastgoed (verbouw of nieuwbouw na sloop); Inbreiding gaat voor uitbreiding. In september 2019 stemden de zeven gemeenteraden in de Regio Achterhoek in met de kwalitatieve toetsingscriteria voor woningbouw in de Achterhoek. In oktober is deze door de provincie Gelderland vastgesteld.

De kwalitatieve toetsingscriteria voor woningbouw zijn doorvertaald in de 'Kwalitatieve 14

bestemmingsplan "Ingenieur Sassenstraat 20, Ulft" (vastgesteld)

toetsingscriteria voor woningbouw' en 'Lokale kwaliteitscriteria woningbouw Oude IJsselstreek' van de gemeente Oude IJsselstreek (zie paragraaf 3.2.5).

Toetsing regionaal beleid In de Regionale Woonagenda en Woonvisie wordt aangegeven dat er (bijna) voldoende woningen zijn om te voorzien in de vraag en dat het aantal woningbouwplannen wordt teruggebracht. Op basis van meer recente gegevens uit het AWLO naar de leefbaarheid in de regio blijkt echter dat er wel een actuele vraag is naar meer woningen. Voorliggende ontwikkeling voorziet in de sloop van een oud winkelpand en de realisatie van, per saldo, dertien woningen in verschillende type woningen (appartementen, rijwoningen en twee-aaneengebouwde woningen) binnen bestaand stedelijk gebied. De verschillende type woningen worden gebouwd voor verschillende doelgroepen, waaronder starters, senioren en doorstromers binnen de gemeente Oude IJsselstreek. Er wordt daarmee voldaan aan de vraag naar woningen voor zowel starters, senioren als doorstromers binnen de gemeente Oude IJsselstreek. De ontwikkeling is daarmee in overeenstemming met de drie Kwalitatieve toetsingscriteria voor woningbouw in de Achterhoek'. De ontwikkeling is hiermee in overeenstemming met het regionaal beleid. 3.2.5

Gemeentelijk beleid

Structuurvisie Oude IJsselstreek2025 De gemeenteraad van Oude IJsselstreek heeft op 12 mei 2011 de Structuurvisie Oude IJsselstreek 2025 vastgesteld. De Structuurvisie geeft richting aan het ruimtelijke, economische en maatschappelijke beleid van de gemeente en laat in grote lijnen zien hoe Oude IJsselstreek zich tot het jaar 2025 zal gaan ontwikkelen. De gemeente Oude IJsselstreek wil zich graag verder ontwikkelen als een dynamische gemeente. Deze boodschap blijft voor de komende jaren een belangrijk uitgangspunt voor het gemeentelijke woonbeleid. Hierbij zijn het Kwalitatief Woon Programma (KWP3), en de opvolger van de regionale woonvisie en de lokale vertaling daarvan kaders voor wonen in de gemeente. Naast het motto 'de juiste woning op de juiste plaats', spelen onder andere kwaliteit van de leefomgeving en de leefbaarheid hierbij een belangrijke rol. Achteruitgang en verloedering van de woon- en leefomgeving moet worden tegengegaan. De bijstelling van de bouwopgave voor de gemeente vraagt om aanpassing van beleid en bestaande bouwplannen. De juiste woning op de juiste plek is hierbij leidend. De gemeente Oude IJsselstreek kiest waar mogelijk voor inbreiding. Met wijkverbeteringsplannen en geplande nieuwbouwplannen, ziet de gemeente kansen voor het realiseren van meer variatie en onderscheid in het woonaanbod.

Hiermee probeert de gemeente Oude IJsselstreek iedereen die woont of wil wonen in de gemeente te voorzien van een passende woning.

Beleidsnotitie Woningbouwplanning Oude IJsselstreek De beleidsnotitie Woningbouwplanning Oude IJsselstreek is op 24 november 2016 door de gemeenteraad vastgesteld. Belangrijkste opgave voor de toekomst is het behouden en waar mogelijk verbeteren van de kwaliteit van deze bestaande voorraad. Dit kan door middel van het stimuleren van verduurzaming en levensloopbestendigheid. Daarnaast moeten plannen ontwikkeld worden voor vervangende nieuwbouw. De nieuwbouw is slechts een onderdeel van de totale opgave binnen de volkshuisvesting. Deze notitie gaat in op de beperkte woningbouwopgave in de gemeente en waar deze nieuwbouw de meeste toegevoegde waarde heeft. Ook voor de 'Beleidsnotitie Woningbouwplanning Oude IJsselstreek' geldt dat deze uitgaat van een krimpscenario, terwijl dit niet langer het geval is. De 'Lokale kwaliteitscriteria woningbouw Oude IJsselstreek' is hierbij een relevanter beleidsstuk.

Lokale kwaliteitscriteria woningbouw Oude IJsselstreek In de Kwalitatieve toetsingscriteria voor woningbouw wordt aanbevolen om lokaal een kader vast te stellen over de ruimtelijke inpassing van nieuwbouw binnen de bebouwde kom en in het buitengebied. bestemmingsplan "Ingenieur Sassenstraat 20, Ulft" (vastgesteld)

15

Op 20 februari 2020 heeft de gemeenteraad vervolgens de 'Lokale kwaliteitscriteria woningbouw Oude IJsselstreek' vastgesteld. De 'Lokale kwaliteitscriteria woningbouw Oude IJsselstreek' vormt samen met de 'Kwalitatieve toetsingscriteria voor Woningbouw' de kaders voor nieuwe woningbouwplannen. Met het vaststellen van de Lokale kwaliteitscriteria en de (regionale) Kwalitatieve toetsingscriteria beschikt de gemeente over een compleet kader waarmee nieuwe woningbouwplannen kunnen worden getoetst en kan de gemeente sturen op gewenste ontwikkelingen op de woningmarkt. Uit de 'Lokale kwaliteitscriteria woningbouw Oude IJsselstreek' blijkt dat de aantoonbare (woning)behoefte voor de komende jaren vooral bij het toevoegen van starters- en levensloopgeschikte woningen ligt, de gemeente wil hier dan ook extra op inzetten. Voor het starterssegment ligt de nadruk logischerwijs met name bij de betaalbaarheid. Daarbij gaat het om huurwoningen tussen en per maand en/of koopwoningen van maximaal v.o.n. (prijspeil januari 2021). De levensloopgeschikte woningen zijn voor de doelgroep senioren bedoeld, daarbij gaat het om woningen waarbij (minimaal) alle basisvoorzieningen op de begane grond of gelijkvloers aanwezig zijn. Het bouwen van woningen op locaties met leegstaand vastgoed heeft de voorkeur.

Vanuit het oogpunt van zorgvuldig ruimtegebruik gaat woningbouw op inbreidingslocaties voor op uitbreiding aan de randen van onze kernen.

Visie op landschap, natuur en groene kernen De Visie op Landschap, Natuur en Groene Kernen (VLNGK) biedt een gewenste toekomstbeeld. De visie is in een interactief proces met bewoners, maar ook organisaties en verenigingen tot stand gekomen. De visie geeft richting aan de gewenste ontwikkeling van het landschap voor zowel het buitengebied als de kernen. De visie gaat in op de wijze waarop de kenmerkende landschappen voor de toekomst verder versterkt worden, in samenhang met de ontwikkelingen die de komende jaren spelen. Ook gaat de visie in op de gewenste groenstructuur in de kernen. De gemeente realiseert de visie niet alleen, een groot aantal zaken pakt zij zelf op, maar de visie moet vooral ook anderen stimuleren om mee te werken aan een groene en gezonde leefomgeving.

Toekomstvisie Oude IJsselstreek'Maak toekomst in Oude IJsselstreek' De toekomstvisie is tot stand gekomen door vele ontmoetingen en bijeenkomsten met inwoners, ondernemers, organisaties en verenigingen. De termen 'leven' en 'het maken' lopen als een rode draad door de toekomstvisie. Oude IJsselstreek heeft zichzelf zeven opgaven gesteld waarmee ze een antwoord kan bieden op maatschappelijke uitdagingen en waarmee de gemeente en de gemeenschap verder kunnen groeien. 1. Benut de stroom van de Oude IJssel De gemeente zet de komende jaren in op het benutten van alle kansen die de Oude IJssel als zone biedt. Het gebied op en rondom de rivier kan een vliegwiel zijn voor toerisme en recreatie, bedrijvigheid, klimaatvraagstukken en wonen. 2. Florerende Smart Industrie Een bloeiende en concurrerende lokale economie heeft een aanzuigende werking op mensen en kapitaal waarmee demografische ontwikkelingen kunnen worden gekeerd en wonen een boost krijgt. Drie duidelijke clusters dragen bij aan een robuust economisch systeem. Werken op De Rieze, innoveren op het DRU Industriepark en innovatieve en hightech maakindustrie rond Varsseveld. Gemeente Oude IJsselstreek zet zich daarmee de komende jaren nog beter op de kaart en zet in op het ontwikkelen van het nieuwe Varsseveld Industriepark (het VIP). 3.

Vitaal platteland Het agrarisch buitengebied is een belangrijke en karakteristieke pijler in de gemeente. De landbouwsector is voor de gemeente als plattelandsgemeente een cruciale sector, zowel qua economische omvang als qua ruimtebeslag in het buitengebied. Het platteland zal zich het komende decennium ontwikkelen tot een multifunctioneel buitengebied. 4. De allernieuwste energie In de gemeente vinden ontwikkeling plaats op vele fronten, van woningbouw tot het ontwikkelen van industrie en bereikbaarheid. Bij al die ontwikkelingen wordt er optimaal gebruik gemaakt van de meest duurzame en nieuwste vormen van energie. De gemeente wil energieneutraal zijn in 2030. 16

bestemmingsplan "Ingenieur Sassenstraat 20, Ulft" (vastgesteld)

5. Groene parels Van de Slangenburg tot de Vennebulten en van het Zwarte Veen tot de Anholtse bossen vormen landgoederen, oude bossen en natuurgebieden een groene parelketting door Oude IJsselstreek. De opgave zet in op het verder versterken van dit karakteristieke landschap. 6. Gezond oud worden gezond jong zijn Oude IJsselstreek is de plek waar mensen zich kunnen ontplooien, gezond kunnen leven en regie op hun eigen leven hebben. In de basis benutten de gemeente vooral de kracht van de maatschappij om een plek te maken waar mensen hun leven lang fijn en gezond kunnen wonen. Om de kracht uit de samenleving optimaal te benutten worden er voldoende aanleidingen voor ontmoeting, duurzaam gedrag, leren, spel en bewegen geboden. 7. Het witte vel Vanaf de eerste gesprekken is duidelijk geweest dat de Toekomstvisie een levend document moet zijn. Er zullen zich tal van zaken voordoen die de gemeente dwingen deze Toekomstvisie bij te stellen. Hobbels en beren op de weg, maar juist ook kansen, versnellingen en innovaties. Om in de Toekomstvisie ook letterlijk de ruimte te geven om in te springen op nieuwe ontwikkelingen heeft de gemeente Witte vanaf het begin eraan toegevoegd. Een nog blanco hoofdstuk dat symbool staat voor de prachtige onzekerheid van de toekomst en al het moois dat daaruit voort gaat komen.

Toetsing gemeentelijk beleid De beoogde ontwikkeling voorziet in de sloop van de bestaande bedrijfspanden, en de realisatie van tien grondgebonden woningen en vier appartementen. De grondgebonden woningen worden uitgesplitst in vier twee-aaneengebouwde woningen en zes rijwoningen. De rijwoningen zijn beoogd voor de doelgroep starters. De appartementen zullen bestaan uit twee levensloopbestendige appartementen en twee appartementen voor starters. Het overgrote deel van de woningen, namelijk de rijwoningen en de appartementen, voldoet aan de Lokale kwaliteitscriteria woningbouw Oude IJsselstreek, waarbij de woningen levensloopbestendig worden uitgevoerd of starters als doelgroep hebben. De overige woningen, de vier twee-aaneengebouwde woningen, zullen voornamelijk doorstromers als doelgroep aantrekken. Deze woningen passen goed in het straatbeeld van de Ingenieur Sassenstraat. Aan deze straat zijn voornamelijk vrijstaande en twee-aaneengebouwde woningen gesitueerd. Veel van deze woningen bestaan uit drie bouwlagen waarvan de bovenste bouwlaag zich onder een kap bevindt. De ontwikkeling voorziet ook in twee-aaneengebouwde woningen, bestaande uit drie bouwlagen waarvan de bovenste bouwlaag zich onder een kap bevindt. Hiermee passen de twee-aaneengebouwde woningen goed in de omgeving.

De ontwikkeling voldoet tevens aan de Beleidsnotitie Woningbouwplanning Oude IJsselstreek, waarin gesteld wordt dat plannen moeten worden ontwikkeld voor vervangende nieuwbouw. Met de ontwikkeling wordt voorzien in de sloop van oude bedrijfspanden en de realisatie van woningen voor verschillende doelgroepen. Met de bouw van de woningen wordt voorzien in de actuele behoefte aan kwalitatief hoogwaardige woningen in de gemeente Oude IJsselstreek. De nieuw te bouwen woningen inbreiding binnen het bestaand stedelijk gebied. De ontwikkeling is daarmee in lijn met de structuurvisie. Daarnaast is er sprake van een verbetering van de ruimtelijke kwaliteit. De ontwikkeling is in lijn met de 'Beleidsnotitie Woningbouwplanning Oude IJsselstreek' en de 'Lokale kwaliteitscriteria woningbouw Oude IJsselstreek'. Met de ontwikkeling wordt een gebied dat bijna volledig is versteend getransformeerd naar een gebied waar minder verharding aanwezig is. Daarnaast zullen er een aantal bomen en groenvakken in het plangebied worden gerealiseerd. Er ontstaat door de ontwikkeling een groenere omgeving dan in de huidige situatie het geval is. Hiermee is de ontwikkeling in overeenstemming met de 'Visie op Landschap, Natuur en Groene Kernen'. Tot slot zullen de woningen verouderde bedrijfspanden vervangen. De nieuwe woningen worden duurzaam en zullen worden uitgevoerd met zonnepanelen.

Hiermee worden de nieuwe woningen toekomstbestendig en is de ontwikkeling in overeenstemming met de 'Toekomstvisie Oude IJsselstreek 'Maak toekomst in Oude IJsselstreek'. De ontwikkeling is hiermee in overeenstemming met het gemeentelijk beleid.

bestemmingsplan "Ingenieur Sassenstraat 20, Ulft" (vastgesteld)

17

3.3

Milieu- en omgevingsaspecten

3.3.1

Algemeen

In dit hoofdstuk wordt ingegaan op de verschillende aspecten milieu- en omgevingsaspecten waar rekening mee moet worden gehouden. Om de haalbaarheid van de ontwikkeling aan te tonen, is voor een deel van deze aspecten onderzoek verricht. In de betreffende paragrafen worden de bevindingen uit de onderzoeken nader toegelicht. 3.3.2

Vormvrije m.e.r.-beoordeling

Voor de ontwikkeling is een aanmeldnotitie vormvrije m.e.r.-beoordeling opgesteld. Deze is als Bijlage 2 bijgevoegd. Op grond van de aanmeldnotitie kan geconcludeerd worden dat mogelijke belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu als gevolg van het initiatief kunnen worden uitgesloten. Het bestemmingsplan 'Ingenieur Sassenstraat 20, Ulft' kan zonder m.e.r.(-beoordeling) worden vastgesteld. 3.3.3

Bodem

Algemeen Bij ruimtelijke ontwikkelingen moet aangetoond worden dat de bodem- en grondwaterkwaliteit ter plaatse van het plangebied geschikt zijn voor het beoogde gebruik.

Toetsing Door Montferland Milieu is in mei 2021 een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd. Het onderzoek is als Bijlage 4 bijgevoegd. De conclusies uit het onderzoek worden hierna kort behandeld. De opgeboorde grond is zintuiglijk beoordeeld op de mogelijke aanwezigheid van bodemverontreiniging. Hierbij zijn geen indicaties waargenomen die op eventuele bodemverontreiniging duiden. Wel zijn er analytisch licht verhoogde gehalten in de grond (cadmium) en het grondwater (barium gevonden. Deze vormen echter geen belemmering voor het toekomstige gebruik. Daarnaast is in geen van de geanalyseerde parameters, in zowel grond als grondwater, de waarde voor nader onderzoek (tussenwaarde) en/of de interventiewaarde overschreden. Er kan dus geconcludeerd worden dat er op de locatie geen ernstige bodem- of grondwaterverontreinigingen aanwezig zijn. Op basis van het uitgevoerde verkennend bodemonderzoek wordt geconcludeerd dat er geen belemmeringen zijn voor de voorgenomen woningbouw.

Conclusie Het aspect bodem vormt geen belemmering voor de uitvoering van het plan. 3.3.4

Geluid

De mate waarin het geluid, veroorzaakt door het wegverkeer en/of door industrie, onder andere het woonmilieu mag belasten, is geregeld in de Wet geluidhinder (Wgh). Bij ruimtelijke ontwikkelingen moet volgens de Wgh worden aangetoond dat gevoelige functies, zoals een woning, een aanvaardbare geluidsbelasting hebben als gevolg van omliggende (spoor)wegen en industrieterreinen. Indien nieuwe geluidsgevoelige functies worden toegestaan, stelt de Wgh de verplichting akoestisch onderzoek te verrichten naar de geluidsbelasting ten gevolge van omliggende (spoor)wegen en industrieterreinen.

Toetsing Onderhavige ontwikkeling betreft de bouw van, per saldo, twaalf woningen. Woningen zijn geluidsgevoelige bestemmingen. Voor de omliggende wegen geldt een 30 km/u regime. Voor wegen met een 30 km/u regime is geen onderzoekszone van toepassing. Wel moet er in het kader van een goede ruimtelijke ordening beoordeeld worden of er sprake is van een goed woon- en leefklimaat ter

18

bestemmingsplan "Ingenieur Sassenstraat 20, Ulft" (vastgesteld)

plaatse. Om die reden is door Ancoor een akoestisch onderzoek uitgevoerd. Het onderzoek is als Bijlage 5 bijgevoegd.

Beoordeling zoneplichtige wegen De te verwachten geluidsbelastingen [Lden] vanwege het wegverkeer op de gevels van de in de directe omgeving van het plangebied geprojecteerde woningen als gevolg van de zoneplichtige wegen, bedraagt in ieder geval minder dan 48 dB. Het gaat hier om de weg Debbeshoek die overgaat in de Frank Daamenstraat. Bij de woningen wordt voldaan aan de voorkeursgrenswaarde van 48 dB. Wegverkeerslawaai vormt derhalve volgens de Wet geluidhinder geen belemmering voor de realisatie van het geprojecteerde ontwikkelingsplan. Er hoeven geen hogere grenswaarden te worden verleend.

Beoordeling niet-zone plichtige wegen Voor een goede ruimtelijke inpassing [beoordeling van een goed woon- en leefklimaat] van de geprojecteerde woningen in haar directe omgeving, zijn tevens de niet-zone plichtige wegen [30 km/uur wegen] in het akoestisch onderzoek mee beschouwd. De optredende geluidsbelastingen als gevolg van deze secundaire wegen behoeven volgens de Wet geluidhinder niet te worden getoetst aan de gestelde grenswaarde, maar zouden wel kunnen leiden tot geluidoverlast. Met name als gevolg van het verkeer over klinkerverharde wegen. Om na te kunnen gaan of er als gevolg van het wegverkeer over alle in de directe omgeving van het plangebied aanwezige wegen, sprake is van een goed woon- en leefklimaat, zijn de optredende geluidbelastingen afkomstig van de niet-gezoneerde wegen eveneens in kaart gebracht. De gecumuleerde geluidbelasting afkomstig van alle nietgezoneerde wegen gezamenlijk bedraagt, gebruik makend van de aftrek van 5 dB als gevolg van de stiller worden de voertuigen in de toekomst, maximaal 54 dB. Het wegverkeer over de Sassenstraat verzorgt hierbij het leeuwendeel van deze optredende geluidbelasting. Bij de woningen wordt de voorkeursgrenswaarde van 48 dB overschreden , maar dat wordt voldaan aan de hoogst toelaatbare geluidsbelasting van 63 dB.

Echter, omdat het niet-zone plichtige wegen betreft, hoeven er geen hogere grenswaarden te worden verleend.

Cumulatie wegverkeer De optredende geluidbelastingen afkomstig van zowel de gezoneerde wegen als de niet gezoneerde wegen, dienen te worden gecumuleerd om de benodigde geluidwerende voorzieningen ter plaatse van de zwaarst belaste gevels te kunnen bepalen. Hierbij mag geen gebruik worden gemaakt van de aftrek overeenkomstig het gestelde in artikel 110g van de Wet geluidhinder. Er dient bij de nadere uitwerking van de bouwplannen rekening dient te worden gehouden met een optredende geluidbelasting als gevolg van het wegverkeer van 59 dB op de maximaal door het wegverkeer belaste gevels.

Conclusie Het aspect geluid vormt geen belemmering voor de uitvoering van het initiatief. 3.3.5

Luchtkwaliteit

Algemeen De Wet luchtkwaliteit (verankerd in de Wet milieubeheer, hoofdstuk 5, titel 5.2) is een implementatie van diverse Europese richtlijnen omtrent luchtkwaliteit, waarin onder andere grenswaarden voor vervuilende stoffen in de buitenlucht zijn vastgesteld ter bescherming van mens en milieu. In Nederland zijn stikstofdioxide (NO2) en zwevende deeltjes als PM10 (fijn stof) de maatgevende stoffen waar de concentratieniveaus het dichtst bij de grenswaarden liggen. Overschrijdingen van de grenswaarden komen, uitzonderlijke situaties daargelaten, bij andere stoffen niet voor. Vanaf 1 januari 2015 dient het bevoegd gezag de luchtkwaliteit ook te toetsen aan de grenswaarde voor PM2,5. Op basis van onderzoek door het Planbureau voor de Leefomgeving kan worden gesteld dat als aan de grenswaarden voor PM10 wordt voldaan, ook aan de grenswaarde voor PM2,5 wordt voldaan.

bestemmingsplan "Ingenieur Sassenstraat 20, Ulft" (vastgesteld)

19

Hoewel de luchtkwaliteit de afgelopen jaren flink is verbeterd, kan Nederland niet voldoen aan de luchtkwaliteitseisen die in 2010 van kracht zijn geworden. De EU heeft Nederland derogatie (uitstel) verleend op grond van het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL). Dit betreft een gemeenschappelijke aanpak van het Rijk en diverse regio's om samen te werken aan een schonere lucht, waarbij ruimte wordt geboden aan noodzakelijke ruimtelijke ontwikkelingen. Plannen die in betekenende mate bijdragen aan luchtverontreiniging worden opgenomen in een gebiedsgericht programma van het NSL. Het maatregelenpakket in het NSL is hiermee in evenwicht en zodanig dat op termijn de luchtkwaliteit in heel Nederland onder de grenswaarden ligt. Plannen die 'niet in betekenende mate' (NIBM) bijdragen aan luchtverontreiniging hoeven niet langer individueel getoetst te worden aan de Europese grenswaarden aangezien deze niet leiden tot een significante verslechtering van de luchtkwaliteit. Deze grens is in de AMvB NIBM gelegd bij 3% van de grenswaarde van een stof: Voor NO2 en PM10 betekent dit dat aannemelijk moet worden gemaakt dat het project tot maximaal 1,2 verslechtering leidt. Voor een aantal functies (o.a. woningen, kantoren, tuin- en akkerbouw) is dit gekwantificeerd in de regeling NIBM.

Uit het oogpunt van een goede ruimtelijke ordening wordt afgewogen of het aanvaardbaar is het project op deze plaats te realiseren. Hierbij kan de blootstelling aan luchtverontreiniging een rol spelen, ook als het project 'niet in betekenende mate' bijdraagt aan de luchtverontreiniging. Er is sprake van een significante blootstellingsduur als de verblijfsduur die gemiddeld bij de functie te verwachten is een aanzienlijk deel van de dag betreft. Volgens de toelichting op de Regeling Beoordeling luchtkwaliteit is dit onder andere het geval bij een woning, school of sportterrein. Gevoelige bestemmingen als scholen, kinderdagverblijven, bejaarden- en zorgtehuizen genieten op grond van de gelijknamige AMvB extra bescherming. uitbreiding of nieuwvestiging binnen 50 meter van een provinciale weg of 300 meter van een Rijksweg is alleen toegestaan als de concentraties luchtvervuilende stoffen zich onder de grenswaarden bevinden, waardoor geen onacceptabele gezondheidsrisico's optreden.

Toetsing Volgens de regeling NIBM draagt een bouwplan met minder dan 1.500 woningen niet in betekenende mate bij aan de luchtverontreiniging. Toetsing aan de grenswaarden is derhalve niet noodzakelijk. In het kader van een goede ruimtelijke ordening is de lokale luchtkwaliteit onderzocht, zodat onacceptabele gezondheidsrisico's kunnen worden uitgesloten. Hiertoe is de monitoringstool1 uit het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL) van de rijksoverheid geraadpleegd. De monitoringstool geeft inzicht in de concentraties stikstofdioxide (NO2) en fijn stof (PM10) in het plangebied tussen 2020 en 2030. De monitoringstool kent scenario's zonder en met lokale maatregelen die er voor moeten zorgen dat op termijn overal aan de grenswaarden wordt voldaan. Beide typen scenario's laten in de toekomst een afname van de concentraties zien. Dit komt doordat bedrijven en het verkeer steeds schoner worden door technologische verbeteringen. De monitoringstool maakt duidelijk dat de concentraties luchtvervuilende stoffen in de peiljaren 2020 en 2030 in het plangebied onder de grenswaarden liggen die op Europees niveau zijn vastgesteld ter bescherming van mens en milieu tegen schadelijke gevolgen van luchtverontreiniging. De blootstelling aan luchtverontreiniging is hierdoor beperkt en leidt niet tot onaanvaardbare gezondheidsrisico's.

In het plangebied worden geen gevoelige functies beoogd zoals bedoeld in het 'Besluit gevoelige bestemmingen'. Toetsing aan de grenswaarden is daarom niet noodzakelijk.

Conclusie Het aspect luchtkwaliteit vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van de ontwikkeling. 3.3.6

Geur

Algemeen

20

bestemmingsplan "Ingenieur Sassenstraat 20, Ulft" (vastgesteld)

De Wet geurhinder en veehouderij (c.q. het Activiteitenbesluit) vormt in eerste instantie het wettelijk kader bij de beoordeling van een aanvraag voor een omgevingsvergunning voor dierenverblijven van veehouderijen. De Wet geurhinder en veehouderij (Wgv) geeft hiervoor geurbelastings- en afstandsnormen in relatie met geurgevoelige objecten in de nabijheid van de (geprojecteerde) veehouderij. De Wgv heeft betrekking op twee aspecten. Ten eerste speelt de geurbelasting een rol bij de beoordeling of er in het kader van een goede ruimtelijke ordening een goed woon- en leefklimaat kan worden gegarandeerd. Ten tweede moet bij de belangenafweging voor een zorgvuldige besluitvorming worden nagegaan of een partij niet onevenredig in haar belangen wordt geschaad.

Toetsing Onderhavige ontwikkeling betreft de bouw van, per saldo, twaalf woningen. In de omgeving van de voorgenomen ontwikkeling bevinden zich geen voor geurhinder van belang zijnde bedrijven. De voorgenomen ontwikkeling betreft een inbreidingsplan in een bestaande woonwijk. De projectlocatie is omringd door bestaande woningen. De bestaande woningen zijn maatgevend voor het aspect geurhinder.

Conclusie Het aspect geur vormt geen belemmering voor onderhavig plan. 3.3.7

Externe veiligheid

Algemeen Het beleid voor externe veiligheid is gericht op het verminderen en beheersen van risico's van zware ongevallen met gevaarlijke stoffen in inrichtingen en tijdens het transport ervan. Op basis van de criteria zoals onder andere gesteld in het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi) worden bedrijven en activiteiten geselecteerd die een risico op zware ongevallen met zich mee (kunnen) brengen. Daarbij gaat het vooral om de grote chemische bedrijven, maar ook om kleinere bedrijven als LPG-tankstations en opslagen van bestrijdingsmiddelen. Daarnaast zijn (hoofd)transportassen voor gevaarlijke stoffen, zoals buisleidingen, spoor-, auto-, en waterwegen, ook als gevarenbron aangemerkt. Het externe veiligheidsbeleid heeft tot doel zowel individuele burgers als groepen burgers een minimum beschermingsniveau te bieden tegen een ongeval met gevaarlijke stoffen. Om dit doel te bereiken zijn gemeenten en provincies verplicht om bij besluitvorming in het kader van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo), de Wet milieubeheer en de Wet op de ruimtelijke ordening de invloed van een risicobron op zijn omgeving te beoordelen. Daartoe wordt binnen het werkveld van de externe veiligheid veelal het plaatsgebonden risico (PR) en het groepsrisico (GR) gehanteerd.

Het plaatsgebonden risico is de kans dat een persoon die zich gedurende een jaar onafgebroken onbeschermd op een bepaalde plaats bevindt, overlijdt als gevolg van een ongeval met gevaarlijke stoffen. Dit risico wordt per bedrijf en transportas vastgelegd in contouren. Er geldt een contour waarbinnen deze kans 1x10-6 op de miljoen) bedraagt. Het groepsrisico is een berekening van de kans dat een groep personen binnen een bepaald gebied overlijdt ten gevolge van een ongeval met gevaarlijke stoffen. De geeft hierbij de indicatie van een aanvaardbaar groepsrisico. Indien een ontwikkeling is gepland in de nabijheid van een risicobron geldt afhankelijk van de ontwikkeling een verantwoordingsplicht voor het toelaten van gevoelige functies.

Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi) Voor bepaalde risicovolle bedrijven geldt het Besluit externe veiligheid inrichtingen en Regeling externe veiligheid inrichtingen (Bevi en Revi). Hierin zijn de risiconormen voor externe veiligheid met betrekking tot bedrijven met gevaarlijke stoffen wettelijk vastgelegd.

bestemmingsplan "Ingenieur Sassenstraat 20, Ulft" (vastgesteld)

21

Circulaire effectafstanden LPG-tankstations In de circulaire is de effectbenadering uitgewerkt voor LPG-tankstations. Het bevoegd gezag wordt verzocht om rekening te houden met een effectafstand van 60 meter tot (beperkt) kwetsbare objecten. Dit wil zeggen dat deze afstand in beginsel aangehouden moet worden, maar dat gemotiveerd afwijken is toegestaan door het treffen van veiligheidsmaatregelen. Daarnaast wordt verzocht om rekening te houden met een effectafstand van 160 meter tot zeer kwetsbare objecten. Naast de circulaire blijft ook de toetsing aan het Bevi noodzakelijk.

Transport van gevaarlijke stoffen (water, spoor, weg) Voor de beoordeling van de risico's vanwege transport van gevaarlijke stoffen geldt het Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt en basisnet), met als uitvloeisel het zogeheten Basisnet en de bijbehorende regeling Basisnet.

Transport van gevaarlijke stoffen door buisleidingen Voor de beoordeling van de risico's van transport van gevaarlijke stoffen door buisleidingen geldt het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb en Revb). Naast de toetsing aan het plaatsgebonden risico en het groepsrisico is hierin vastgelegd dat aan weerszijden van een buisleiding een bebouwingsvrije afstand moet worden aangehouden voor beheer en onderhoud aan de buisleidingen.

Toetsing De ontwikkeling voorziet in de realisatie van dertien woningen in de bebouwde kom van Ulft. Er is hiermee sprake van de realisatie van kwetsbare objecten. De navolgende afbeelding bevat een fragment van de risicokaart Nederland. De globale ligging van het plangebied is aangeduid met een groen kader.

Uitsnede risicokaart Nederland

In de nabijheid van het plangebied bevindt zich een LPG-tankstation. Het LPG-tankstation bestaat uit een LPG-afleverinstallatie, een vulpunt en een reservoir. De afstand van het PR10-6-contour bedraagt 15 meter voor de LPG afleverinstallatie, 35 meter voor het vulpunt en 25 meter voor het reservoir. Het beoogde perceel bevindt zich ruim buiten de PR10-6-contour, op circa 550 meter van het dichtstbijzijnde PR10-6-contour. De nieuw te realiseren woningen zullen worden aangemerkt als kwetsbare objecten. Voor deze objecten geldt dat deze minimaal 60 meter van het LPG-station moeten staan, mits er geen veiligheidsmaatregelen zijn genomen. De nieuw te realiseren woningen zullen op circa 540 meter van het LPG-tankstation gesitueerd worden. De nieuw te realiseren woningen bevinden zich ruim buiten 60 meter van het LPG-tankstation. 22

bestemmingsplan "Ingenieur Sassenstraat 20, Ulft" (vastgesteld)

Conclusie Het aspect externe veiligheid vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van de ontwikkeling. 3.3.8

Bedrijven en milieuzonering

Algemeen Indien door middel van een plan nieuwe, milieuhindergevoelige functies mogelijk worden gemaakt, dient te worden aangetoond dat deze niet worden gerealiseerd binnen de hinderzone van omliggende bedrijven. Anderzijds mogen milieuhindergevoelige functies in de directe omgeving van het plangebied niet negatief worden door de ontwikkelingen die met een plan mogelijk worden gemaakt. Wat betreft de aanbevolen afstanden tussen bedrijvigheid en gevoelige functies, zoals wonen, is de brochure 'Bedrijven en milieuzonering' (2009) van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten geraadpleegd. Hierin worden richtafstanden voor het omgevingstype 'gemengd gebied' als 'rustige woonwijk' en 'rustig buitengebied' aanbevolen. Gemengde gebieden betreffen gebieden die langs hoofdinfrastructuur liggen en/of gebieden met matige tot sterke functiemenging. In een rustige woonwijk en het buitengebied komen vrijwel geen andere functies voor. De richtafstanden gelden voor een gemiddeld nieuw bedrijf en gaan uit van het gebiedstype 'rustig woongebied'. Voor gemengde gebieden kunnen de richtafstanden worden verminderd. De afstand wordt gemeten vanaf het op de verbeelding aangeduide deel voor de bedrijfsmatige activiteit tot aan de gevel van de woningen gelegen buiten het betreffende perceel.

Toetsing De ontwikkeling voorziet per saldo in de realisatie van tien grondgebonden woningen en twee appartementen in de bebouwde kom van Ulft. Gezien de omliggende functies (voornamelijk wonen) is er sprake van een 'rustige woonwijk'. Bedrijvigheid in het plangebied Binnen het plangebied worden geen functies gerealiseerd die milieuhinder veroorzaken. De woningen zijn wel gevoelig voor eventuele milieuhinder van bedrijvigheid in de omgeving.

Bedrijvigheid in de omgeving van het plangebied Naast voorgenoemde toetsing moet onderzocht worden of de functies in het plangebied hinder ondervinden van hinderveroorzakende functies in de omgeving van het plangebied. Er zijn vijf functies in de omgeving van het plangebied die eventuele hinder kunnen veroorzaken: 1. 2. 3. 4. 5. 6. 7. 8.

Aalders schoenenmode, schoenenwinkel, Ingenieur Sassenstraat 1 De Vingerhoed, kledingwinkel en kledingreparatie, Ingenieur Sassenstraat 16 Cafetaria De Splitsing, cafetaria, Ingenieur Sassenstraat 31 Het Kroegje, Ingenieur Sassenstraat 33 Studio Marneth, bloemenhandel, Frank Daamenstraat 2 Notariskantoor Hendriks, kantoor, Frank Daamenstraat 2B SSP-HAL (DRU Industriepark) Lukassen Diervoeders V.O.F., Hutteweg 2-4

De navolgende tabel laat zien hoe de functies kunnen worden gecategoriseerd op basis van de VNG-brochure 'Bedrijven en milieuzonering'. Daarnaast geeft de tabel de minimaal aanbevolen richtafstanden (in meters) aan voor deze functies: Functie

Geur Stof

Geluid

Gevaar

Grootste richtafstand

bestemmingsplan "Ingenieur Sassenstraat 20, Ulft" (vastgesteld)

Werkelijke afstand

23

Detailhandel n.e.g. (schoenen)

0

0

10

0

10

120 m

Detailhandel n.e.g. (Kledingwinkel en 0 kledingreparatie)

0

10

0

10

40 m

Cafetaria

10

0

10

0

10

90 m

0

0

10

0

10

95 m

Detailhandel n.e.g. (bloemen)

0

0

10

0

10

80 m

Zakelijke dienstverlening; kantoor

0

0

10

0

10

70 m

Beurs en evenementenhal

0

0

30

0

30

90 m

Detailhandel (diervoeders)

0

0

10

0

10

185 m

Het plangebied valt buiten alle richtafstanden. Er kan dan ook geconcludeerd worden dat de woningen goed ingepast kunnen worden in een gebied met overwegend woningen. Hiermee is sprake van een goed woon- en leefklimaat.

Conclusie Geconcludeerd wordt dat vanuit het aspect bedrijven en milieuzonering geen belemmeringen aanwezig zijn voor de uitvoerbaarheid van de ontwikkeling. 3.3.9

Water

Beleid Het waterbeleid van Rijk en provincie is gericht op een veilig en goed bewoonbaar land met gezonde, duurzame watersystemen. Het plangebied ligt in het beheersgebied van het Waterschap Rijn en IJssel. In het Waterbeheerplan 2016-2021 van Waterschap Rijn en IJssel laat het waterschap zien welke ontwikkelingen voor het waterbeheer van belang zijn en welke accenten zij in de samenwerking met haar partners willen leggen. Vanuit die omgevingsverkenning is vervolgens het beleid voor de planperiode 2016-2021 beschreven voor primaire taakgebieden van het waterschap: Bescherming tegen overstromingen en werken aan veiligheid: Veilig water. Zorgen voor de juiste hoeveelheid water en passende waterpeilen: Voldoende water. Zorgen voor een goede waterkwaliteit die nodig is voor mens, plant en dier: Schoon water. Verwerken van afvalwater en het benutten van energie en grondstoffen daaruit: Afvalwater. Zorgen voor goede randvoorwaarden voor beroepsvaart op de Oude IJssel: Vaarwegbeheer. Watertoets Waterschap Rijn en IJssel heeft een watertoetstabel ontwikkeld waarmee met een aantal vragen in beeld te brengen is welke wateraspecten relevant zijn en met welke intensiteit het watertoetsproces doorlopen dient te worden. De vragen zijn gericht op de locatie van de ruimtelijke ontwikkeling en welke veranderingen er mogelijk worden gemaakt.

De intensiteit van het watertoetsproces is afhankelijk van de antwoorden op de vragen. Als er op een categorie 2 vraag een 'ja' is geantwoord, is een uitgebreide watertoets noodzakelijk. Is er op geen van de categorie 2 vragen een 'ja' geantwoord, dan kan een verkorte watertoets doorlopen worden. Als er alleen met 'nee' is geantwoord, dan is het RO-plan waterhuishoudkundig niet van belang en hoeft er geen wateradvies bij het waterschap gevraagd te worden. Navolgend is de watertoetstabel opgenomen. De relevante waterthema's voor de ontwikkeling worden door middel van de watertoetstabel geselecteerd en vervolgens beschreven (wanneer de toetsvraag met 'ja' is beantwoord).

24

bestemmingsplan "Ingenieur Sassenstraat 20, Ulft" (vastgesteld)

Thema

Toetsvraag

Veiligheid

1. Ligt in of binnen 20 meter vanaf het plangebied een waterkering? (primaire waterkering, regionale waterkering of kade) 2. Ligt het plangebied in een waterbergingsgebied of winterbed van een rivier?

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.oude-ijsselstreek.nl/api/v1/meetings/4504/documents/24980