CConstaterende datOude IJsselstreek
Koppel je AI →
Document · PDF

BP.TOE. Gendringen Tulpstraat 6.pdf

Raadsvergadering 24 november 2022, gemeente Oude IJsselstreekBij agendapunt: 4: Bestemmingsplan Tulpstraat 6 Gendringen10.540 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

De uitvoering van een stikstofdepositieonderzoek is daarom noodzakelijk en moet middels AERIUS-berekening uitgevoerd worden. Uit de AERIUS-berekening blijkt dat in de realisatiefase de stikstofdepositie niet groter is dan 0,00 mol/ha/jaar. Verder blijkt uit de AERIUS-berekening dat er geen stikstofdepositie groter dan 0,00 mol/ha/jaar plaatsvindt in de gebruiksfase. Uit de informatie van de uitvoeringsorganisatie BIJ12 voor de provincies in Nederland van september 2020, blijkt dat projecten met een uitstoot van maximaal 0,05 mol/ha/jr in de realisatiefase vergunningsvrij zijn. Volgens berekeningen is er een uitstoot van maximaal 0,00 mol/ha/jr, waardoor er dus zonder vergunning kan worden gebouwd. Het projectgebied ligt op circa 1,25 kilometer afstand van gebieden die behoren tot het Gelders Natuurnetwerk (GNN) en op circa 1 kilometer afstand van de Groene Ontwikkelingszone (GO). Gezien de ligging buiten deze gebieden worden de kernkwaliteiten en ontwikkelingen van het GNN en de GO bij de werkzaamheden niet aangetast. Het Gelders Natuurnetwerk betreft een planologische bescherming, de bestemming van het natuurnetwerk blijft gelijk. Aanvullende maatregelen of aanvullend advies ten aanzien van het natuurnetwerk zijn in onderhavige situatie niet benodigd.

Soortenbescherming Door Van der Molen Groenconsult is in januari 2022 een quickscan natuurtoets uitgevoerd, die is bijgevoegd als Bijlage 7. Bij een quickscan wordt in beeld gebracht of er vaste rust- of voortplantingsplaatsen aanwezig zijn van de soorten uit de verschillende beschermingsregimes. Vervolgens wordt beoordeeld of de voorgenomen ingreep verstorend kan zijn en of nader onderzoek noodzakelijk wordt geacht. Naar aanleiding van de quickscan kan worden geconcludeerd dat er geen negatieve effecten zullen zijn op strikt beschermde plant- en diersoorten. Er is daarom geen nader ecologisch onderzoek nodig en de werkzaamheden kunnen worden uitgevoerd zonder een ontheffing van de Wet natuurbescherming.

Algemene diersoorten Het kan zijn dat algemene diersoorten tijdens de werkzaamheden in het plangebied voorkomen. Hierbij moet de algemene zorgplicht in acht worden genomen (artikel 1.11 Wnb). Handelingen die nadelige effecten hebben moeten worden voorkomen. Indien dit niet mogelijk is moeten maatregelen worden genomen om negatieve effecten te voorkomen. Overigens moeten de werkzaamheden plaatsvinden buiten het vogelbroedseizoen omwille de aanwezigheid van algemene broedvogelsoorten. Leidend is echter de aanwezigheid van een broedgeval op het moment dat de werkzaamheden plaatsvinden.

28

bestemmingsplan "Gendringen, Tulpstraat 6" (vastgesteld)

Conclusie Het aspect flora en fauna vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van de ontwikkeling. 3.3.11 Verkeer en parkeren Algemeen Bij ruimtelijke plannen moet worden aangetoond dat de ontwikkeling geen negatieve gevolgen heeft voor de verkeer- en parkeersituatie ter plaatse.

Toetsing Verkeer De realisatie van de vier woningen in het plangebied zorgt voor een verkeersaantrekkende werking. Voor wat betreft het te verwachten aantal verkeersbewegingen per woning is uitgegaan van de CROW-publicatie uit 2018 'Toekomstbestendig parkeren'. Uitgaande van 4 keer 'Koop, huis, tussen/hoek', met de verstedelijkingsgraad 'Weinig stedelijk' en het gebiedstype 'Rest bebouwde kom' is het aantal verkeersbewegingen respectievelijk 7,4 per woning per dag. Dit betekent dat met de realisatie van de ontwikkeling in totaal 29,6 verkeersbewegingen per dag tot stand komen. In de huidige situatie is een scoutinggebouw aanwezig in het plangebied. Deze functie zorgt in de huidige situatie ook voor verkeersbewegingen. De drukste momenten zijn voor wat betreft de verkeersgeneratie maatgevend. De scouting heeft voornamelijk op dinsdagavond de meeste verkeersbewegingen. Voornamelijk de jonge kinderen (tussen de 6 en 11 jaar) worden gebracht en gehaald met de auto. Kinderen rijden in sommige gevallen met elkaar mee (circa 30%). Uitgaande van 30 kinderen tussen de 6 en de 11 jaar die gebracht en gehaald worden, zal het aantal verkeersbewegingen op 120 liggen. Omdat circa 30% met elkaar meerijdt, komt het totaal aantal verkeersbewegingen op circa 84.

Met de ontwikkeling van de vier woningen en de sloop van het scoutinggebouw zullen er minder verkeersbewegingen per dag tot stand komen. De woningen worden ontsloten op de Rozenstraat. Hiermee zorgt de ontwikkeling per saldo voor een afname van het aantal verkeersbewegingen.

Parkeren Het aantal benodigde parkeerplaatsen wordt bepaald door de aard en omvang van de activiteit waarin het plan voorziet. Om de parkeerbehoefte te bepalen, is gebruik gemaakt van de kengetallen van het Gemeentelijke Verkeer- en Vervoerplan 2012 - 2020 (GVVP) van de gemeente Oude IJsselstreek. Bij de berekening van de parkeerbehoefte is uitgegaan van vier woningen in de categorie 'Woning middensegment' in 'Rest bebouwde kom'. Hiervoor wordt een parkeernorm van 1,8 per woning gehanteerd. In totaal zijn er 7,2 parkeerplaatsen nodig in het plangebied. Binnen het plangebied zal een klein parkeerterrein met 8 parkeerplaatsen worden gerealiseerd. Hiermee voldoet de ontwikkeling aan de parkeernorm uit het GVVP. Het huidige scoutinggebouw had geen parkeerplaatsen.

Conclusie Het aspect verkeer en parkeren vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van de ontwikkeling.

bestemmingsplan "Gendringen, Tulpstraat 6" (vastgesteld)

29

3.3.12 Economische en maatschappelijke uitvoerbaarheid Conform artikel 3.1.6 van het Bro dient bij het opstellen van een bestemmingsplan dan wel ruimtelijke onderbouwing onderzoek te worden ingesteld naar de uitvoerbaarheid van het plan. Bij de uitvoering van een project kan in zijn algemeenheid onderscheid worden gemaakt tussen de economische uitvoerbaarheid en de maatschappelijke uitvoerbaarheid. Bij het eerste gaat het om de kosten en andere economische aspecten die met de verwezenlijking van het plan samenhangen. Tevens is in de Wet ruimtelijke ordening (Wro) geregeld dat in het kader van een bestemmingsplan of een omgevingsvergunning voor bepaalde bouwplannen de grondexploitatieregeling van toepassing is. Bij het tweede gaat het er om hoe de verwezenlijking door de maatschappij (overheid en burgers samen) wordt gedragen.

Economische uitvoerbaarheid Voorliggend plan is een particulier initiatief. Door middel van een anterieure overeenkomst tussen de gemeente en de initiatiefnemer is vastgelegd dat de gemeentelijke kosten, die verband houden met de ruimtelijke procedure en mogelijke planschade, op de initiatiefnemer worden verhaald. In de anterieure overeenkomst zijn tevens afspraken over het beoogde woningbouwprogramma gemaakt. Gelet op het voorgaande is het vaststellen van een exploitatieplan is niet noodzakelijk. De economische uitvoerbaarheid is hiermee niet in het geding.

Maatschappelijke uitvoerbaarheid Tijdens een online informatieavond hebben de omwonenden de plannen gepresenteerd gekregen, waarna er mogelijkheden waren om vragen te stellen. De algemene reactie vanuit de omwonenden was positief. Men vindt het ontwerp er goed uit zien en is vooral blij met het behoud van groen in de omgeving van het plan.

30

bestemmingsplan "Gendringen, Tulpstraat 6" (vastgesteld)

Hoofdstuk 4 4.1

Juridische planaspecten

Plansystematiek

De Wet ruimtelijke ordening bepaalt dat ruimtelijke plannen digitaal en analoog beschikbaar moeten zijn. Dit brengt met zich mee dat bestemmingsplannen digitaal uitwisselbaar en op vergelijkbare wijze gepresenteerd moeten worden. Daarom stelt onder andere de Wro eisen waaraan digitale en analoge plannen moeten voldoen. Zo bevat de Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen (SVBP) bindende afspraken waarmee bij het maken van bestemmingsplannen rekening moet worden gehouden. De SVBP kent hoofdgroepen van bestemmingen, een lijst met functie- en bouwaanduidingen, gebiedsaanduidingen en een verplichte opbouw van de planregels en het renvooi.

4.2

Opbouw regels

De regels zijn onderverdeeld in inleidende regels, bestemmingsregels, algemene regels en overgangsen slotregels. De inleidende regels vormen Hoofdstuk 1 en bevatten de begrippen en de wijze van meten. Hoofdstuk 2 bevat de bestemmingsregels. Hierin zijn de regels bij de in het plan voorkomende bestemmingen opgenomen. Onder algemene regels, Hoofdstuk 3, zijn regels opgenomen die niet beperkt zijn tot een specifieke bestemming, maar gelden voor het gehele plangebied, zoals de anti-dubbeltelregel en algemene afwijkingsregels. Tot slot zijn in Hoofdstuk 4 de overgangsregels en de slotregel opgenomen.

4.3

Verbeelding

In deze paragraaf worden de op de verbeelding voorkomende bestemmingen benoemd en wordt kort toegelicht wat hiervoor in de regels vastgelegd is.

'Bedrijf' (Artikel 3) Binnen de bestemming 'Bedrijf' zijn nutsvoorzieningen toegestaan ter plaatse van de aanduiding 'nutsvoorziening'; Deze nutsvoorzieningen dienen binnen het bouwvlak te worden gebouwd. De bouwhoogte van de nutsvoorzieningen is maximaal 3 meter. Daarnaast zijn bijbehorende bouwwerken, geen gebouwen zijnde, parkeer-, groenvoorzieningen, kunstwerken en straatmeubilair en water en voorzieningen voor de waterhuishouding toegestaan.

'Groen' (Artikel 4) Binnen de bestemming 'Groen' is het structurele groen van het plangebied geregeld. In de regels is een beperkte bebouwingsregeling opgenomen voor gebouwen (nutsvoorzieningen) en bouwwerken geen gebouwen zijnde (straatverlichting, straatmeubilair, en dergelijke) ten behoeve van de bestemming en eromheen gelegen openbaar gebied.

'Verkeer - Verblijfsgebied' (Artikel 5) Deze bestemming richt zich op de woonstraten en -erven, waar het verblijfskarakter het belangrijkste is. Het belangrijkste verschil met de bestemming is dat in onderhavige bestemming ruimere bouwmogelijkheden zijn. De gronden zijn bestemd voor verblijfsgebieden, wegen en pleinen, voet- en fietspaden, ondergrondse containers, gebouwen en bouwwerken (geen gebouwen zijnde), parkeer-, speel-, groenvoorzieningen en kunstwerken, water en voorzieningen voor de waterhuishouding, bouwwerken voor verlichting, ontmoetingsplekken en straatmeubilair, openbaar vervoersvoorzieningen en nutsvoorzieningen.

'Wonen' (Artikel 6)

bestemmingsplan "Gendringen, Tulpstraat 6" (vastgesteld)

31

De gronden waar de nieuwe woning gesitueerd zullen worden, worden bestemd als 'Wonen'. Dit geldt tevens voor de gronden achter de voorgevelrooilijn van de woningen. De voor 'Wonen' aangewezen gronden zijn bestemd voor wonen, aan huis verbonden beroepsactiviteiten, tuinen en erven, parkeer-, speel- en groenvoorzieningen, water en voorzieningen voor de waterhuishouding, straatmeubilair en nutsvoorzieningen. Van de gebouwen binnen deze bestemming mag 30% van de vloeroppervlakte tot een maximum van 50 m2 gebruikt worden voor een aan huis gebonden beroep. Hoofdgebouwen moeten binnen het bouwvlak worden gebouwd. Binnen de bestemming is bouwvlak opgenomen. Binnen de bestemming moeten ter plaatste van de aanduiding 'aaneengebouwd' woningen aaneen worden gebouwd. Daarnaast mogen er bijbehorende bouwwerken en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, zoals erf- of perceelafscheidingen worden gebouwd. Op de verbeelding is de maximaal toegestane goot- en bouwhoogte opgenomen. Bijbehorende bouwwerken (bijvoorbeeld bijgebouwen) en overige bouwwerken (bouwwerken, geen gebouw zijnde) zijn, onder voorwaarden, ook toegestaan. De maatvoeringseisen van deze bouwwerken zijn opgenomen in de bouwregels. In de regels van de bestemming is een afwijkingsbevoegdheid opgenomen ten behoeve van het toestaan van een bedrijf aan huis. Voor de afwijking gelden aanvullende voorwaarden voordat deze kan worden verleend.

Overige regels Naast de bestemmingen en de genoemde algemene aanduidingsregel bevat het plan een aantal algemene regels over bijvoorbeeld begrippen, de wijze van meten, algemene afwijkingen en overgangsrecht. Deze min of meer standaardregels in bestemmingsplannen worden hier verder niet toegelicht.

32

bestemmingsplan "Gendringen, Tulpstraat 6" (vastgesteld)

Hoofdstuk 5 5.1

Procedure

Vooroverleg

Met deze herverkaveling zijn geen belangen van het Rijk gemoeid, waardoor vooroverleg met de Rijksdiensten niet vereist is. Gezien de beperkte impact van deze planherziening is eveneens geen vooroverleg met het waterschap gevoerd. Wel wordt het waterschap in kennis gesteld van het ter inzage leggen van het ontwerp, zodat eventuele opmerkingen in een zienswijze verwoord kunnen worden.

5.2

Zienswijzen

Het bestemmingsplan heeft vanaf 26 april 2022 gedurende zes weken ter inzage gelegen. Gedurende deze termijn is een ieder in de gelegenheid gesteld zienswijzen kenbaar te maken aan het College van burgemeester en wethouders. Er zijn geen zienswijzen naar voren gebracht. Het bestemmingsplan is op 24 november 2022 door het College van burgemeester en wethouders van de gemeente Oude IJsselstreek vastgesteld.

bestemmingsplan "Gendringen, Tulpstraat 6" (vastgesteld)

33

Eindnoten

1. https://www.nsl-monitoring.nl/viewer/

34

bestemmingsplan "Gendringen, Tulpstraat 6" (vastgesteld)

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.oude-ijsselstreek.nl/api/v1/meetings/4501/documents/25202