BP Heelweg Oost, locatie Molenweg_Bijlagen toelichting_Bijlage 3 vormvrije m.e.r.-beoordeling.pdf
Tekst van het document
Heelweg Oost, locatie Molenweg Aanmeldnotitie vormvrije m.e.r. beoordeling
specialist in ruimtelijk-juridische processen
Heelweg Oost, locatie Molenweg Aanmeldnotitie vormvrije m.e.r. beoordeling
Projectdata: Naam
: Heelweg Oost, locatie Molenweg
Datum
: 7-7-2023
Versie
: 1.0 (definitief)
Auteur
: Rob Harmsen
Opdrachtgever: Bruggink
Opdrachtnemer: Pardal – specialist in ruimtelijk-juridische processen www.pardal.nl info@pardal.nl 0031 (0)6 29 44 85 53
Aanmeldnotitie vormvrije m.e.r. beoordeling 'Heelweg Oost, locatie Molenweg’
2
Inhoudsopgave Inhoudsopgave ........................................................................................................................... 3 Inleiding............................................................................................................................... 4 Plaats van het project ..........................................................................................................6 Kenmerken project ..............................................................................................................9 Potentiële effecten ............................................................................................................ 14 Bodem ................................................................................................................... 14 Geluid .................................................................................................................... 15 Bedrijven en milieuzonering .................................................................................. 16 Luchtkwaliteit........................................................................................................ 18 Geur ......................................................................................................................
19 Externe veiligheid ..................................................................................................20 Waterhuishouding .................................................................................................24 Ecologie................................................................................................................. 27 Archeologie en Cultuurhistorie .............................................................................. 31 Conclusie ........................................................................................................................... 32
Aanmeldnotitie vormvrije m.e.r. beoordeling 'Heelweg Oost, locatie Molenweg’
3
Inleiding Voor een perceel aan de Molenweg in Heelweg Oost is een plan ontwikkeld voor een achttal woningen (zes starterswoningen en twee vrijstaande woningen). Dit woningbouwinitiatief is voortgekomen uit het traject ‘kleine kernen’ dat de gemeente Oude IJsselstreek in 2019 is gestart in samenwerking met Heelwegs Belang. Het doel van dit traject is om de leefbaarheid in Heelweg te behouden, inzicht te krijgen in de woonbehoefte en te komen tot concrete woningbouwinitiatieven. Binnen de regels van het geldende bestemmingsplan is het niet toegestaan om de beoogde woningbouw te realiseren. Daarom dient het bestemmingsplan voor deze locatie te worden herzien. Een bestemmingsplan kan alleen worden herzien als de activiteit niet strijdig is met een goede ruimtelijke ordening. De motivering van het besluit moet dus een goede ruimtelijke onderbouwing bevatten. Hieronder valt ook een beoordeling van de milieueffecten. Op 1 april 2011 is het gewijzigde Besluit milieueffectrapportage in werking getreden. Een belangrijke wijziging betreft het indicatief maken van de drempelwaarden in onderdeel D (betreft de m.e.r.-beoordeling) van de bijlage bij het Besluit milieueffectrapportage. Concreet betekent dit dat het bevoegd gezag zich er van moet vergewissen of activiteiten geen aanzienlijke milieugevolgen kunnen hebben.
Het komt er op neer dat voor elk besluit of plan dat betrekking heeft op activiteiten die voorkomen op de D-lijst, beoordeeld moet worden of er een milieueffectrapport (MER) gemaakt moet worden. Voor projecten of activiteiten die beneden de drempelwaarden vallen moet een toets worden uitgevoerd of belangrijke nadelige milieugevolgen kunnen worden uitgesloten. Voor deze toets wordt de term vormvrije m.e.r.-beoordeling gehanteerd. Deze vormvrije m.e.r.-beoordeling kan tot twee conclusies leiden: -
belangrijke nadelige milieugevolgen zijn uitgesloten: er is geen m.e.r. beoordeling noodzakelijk; belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu zijn niet uitgesloten: er moet een m.e.r.-beoordeling plaatsvinden of er kan direct worden gekozen voor m.e.r.
De toetsing in het kader van de vormvrije m.e.r.-beoordeling dient te geschieden aan de hand van de selectiecriteria in bijlage III van de EEG-richtlijn milieueffectbeoordeling. In deze bijlage staan drie hoofdcriteria centraal: -
de kenmerken van het project;
-
de plaats van het project;
-
de kenmerken van de potentiële effecten.
Aanmeldnotitie vormvrije m.e.r. beoordeling 'Heelweg Oost, locatie Molenweg’
4
Op 1 januari 2021 is de Verzamelwet IenW 2019 in werking getreden. Met deze wet is onder meer de Wet milieubeheer (Wm) gewijzigd. De wijziging heeft ertoe geleid dat een m.e.r.beoordelingsbesluit niet al moet worden voorgelegd bij de aanvraag. Bij de aanvraag kan met een aanmeldnotitie worden volstaan. De m.e.r.-beoordeling vindt in dat geval tegelijk plaats met de beoordeling van de aanvraag van de activiteit. Voor een bestemmingsplan kan door het college van B&W een m.e.r.-beoordelingsbesluit na de wijziging, gelijktijdig met het besluit tot ter inzage legging van het ontwerpbestemmingsplan worden genomen.
De activiteit 'woningbouw' valt in het Besluit m.e.r. onder de activiteit stedelijk ontwikkelingsproject van de D-lijst van het Besluit m.e.r. (categorie 11.2) en wordt niet als activiteit genoemd in de C-lijst. De drempelwaarde qua aantallen woningen voor categorie 11.2 wordt niet overschreden (drempelwaarde is een aaneengesloten gebied van 2000 woningen of meer). Ook zijn significant negatieve effecten op Natura 2000 gebieden op voorhand uit te sluiten (op grond waarvan een Passende Beoordeling opgesteld moet worden). Een directe m.e.r.-plicht is daarom niet van toepassing. In het besluit m.e.r. is geen grens voor een stedelijk ontwikkelingsproject qua aantal woningen opgenomen waarboven een vormvrije m.e.r.-beoordeling opgesteld moet worden. Of er sprake is van een stedelijk ontwikkelingsproject is onder meer afhankelijk van de volgende factoren: -
aard, omvang en schaalgrootte van de ontwikkeling; of er sprake is van functiewijziging of behoud van bestaande functie(s), uitbreiding van een bestaand bouwwerk of een nieuw bouwwerk; ligging in stedelijk gebied of niet; stedenbouwkundige vormgeving en opzet t.o.v. het bestaande gebied.
Het project is qua aantal woningen beperkt (maximaal 8), waarbij de ontwikkeling plaats vindt aansluitend op de bebouwde kom van Heelweg Oost. De gemeente gaat naar aanleiding van de beoogde ontwikkeling het kombord verplaatsen, waardoor de locatie binnen de kom komt te liggen. Er is geen sprake van hergebruik van bestaande bebouwing, de toename van bebouwing is meer dan 500 m2. Op basis hiervan is volledigheidshalve een vorm-vrije m.e.r.-beoordeling uitgevoerd om zeker te zijn dat belangrijke negatieve milieugevolgen zijn uit te sluiten. Deze vormvrije m.e.r.-beoordeling is uitgewerkt in de vorm van voorliggende aanmeldnotitie. In deze aanmeldnotitie wordt allereerst ingegaan op de locatie en de huidige situatie van het gebied. Vervolgens wordt ingegaan op de beoogde ontwikkeling. Het laatste deel bevat de uitleg over effecten van de ontwikkeling. Afgesloten wordt met de conclusie over mogelijke negatieve milieugevolgen.
Aanmeldnotitie vormvrije m.e.r. beoordeling 'Heelweg Oost, locatie Molenweg’
5
Plaats van het project De locatie ligt aan de noordzijde van de kern Heelweg Oost in de gemeente Oude IJsselstreek (plangebied is in onderstaande afbeeldingen in rood aangegeven). Heelweg Oost ligt ten noordoosten van Varsseveld, hier tussenin loopt de Twenteroute.
Globale situering plangebied (in rood in het midden)
Situering plangebied (in rood)
Aanmeldnotitie vormvrije m.e.r. beoordeling 'Heelweg Oost, locatie Molenweg’
6
Het plangebied betreft het oostelijk deel van kadastraal perceel Varsseveld-H-3109 en is circa 4.450 m2 groot.
De bebouwing in Heelweg Oost heeft zich met name ontwikkeld langs de Molenweg en de Bosboombroekerweg. Aan de Bosboombroekerweg wisselen kleinschalige historische en meer recente bebouwing elkaar af. Aan de Molenweg staat meer recente woonbebouwing en het buurtschapshuis Heelweg met te noorden daarvan de bijbehorende parkeerplaats. Schuin tegenover deze parkeerplaats ligt een autogarage die de laatste bebouwing vormt richting het buitengebied.
Foto plangebied met op de achtergrond de autogarage aan de Molenweg (bron: Eelerwoude)
De omgeving van Heelweg Oost bestaat grotendeels uit een vrij kleinschalig landschap waarbij veel kleine landschapselementen aanwezig zijn. Deze landschapselementen bestaan grotendeels uit bomenrijen van zomereik en knotwilgen met hier en daar een kleine bosschage. Het plangebied zelf bestaat geheel uit intensief beheerd grasland.
Aanmeldnotitie vormvrije m.e.r. beoordeling 'Heelweg Oost, locatie Molenweg’
7
Luchtfoto 2023 met in rood het plangebied
Ter hoogte van het plangebied (op onderstaande afbeelding het grasland aan de rechterzijde) staan langs de Molenweg enkele bomen (es, zwarte els en zomereik).
Foto bestaande situatie gezien vanaf de noordzijde (bron: Google Streetview juni 2022)
Aanmeldnotitie vormvrije m.e.r. beoordeling 'Heelweg Oost, locatie Molenweg’
8
Kenmerken project Voor de locatie is een plan ontwikkeld voor acht woningen. Aan de noordzijde komen twee vrijstaande woningen, aan de zuidzijde twee blokken met elk drie starterswoningen. Op onderstaande afbeelding is de nieuwe indeling van het plangebied zichtbaar.
Afbeelding nieuwe planinrichting
Het bord van de bebouwde kom dat nu ter hoogte van de parkeerplaats voor het buurtschapshuis staat langs de Molenweg, wordt circa 100 meter noordelijker verplaatst (ongeveer ter hoogte van de noordkant van het plangebied). De ontsluiting van de woning ligt daarna verkeerstechnisch in de bebouwde kom. Om tot een goede overgang van de bebouwing in de kern Heelweg Oost richting het buitengebied te komen, is er voor een boerenerfopzet gekozen. De vrijstaande woning aan de kant van de Molenweg krijgt de uitstraling van het hoofdgebouw, de overige woningen vormen de schuren. Door een sprong tussen de twee blokken met starterswoningen aan de zuidkant wordt voorkomen dat het gezien wordt als één lang blok. De bebouwing wordt rond een centrale ruimte op het achtererf gesitueerd.
Aanmeldnotitie vormvrije m.e.r. beoordeling 'Heelweg Oost, locatie Molenweg’
9
Een knik in de rijbebouwing aan de zuidkant zorgt ook voor een knik in de toegangsweg die hierdoor wat beter bij de schaal past.
Schets zijkant starterswoningen (bron: Peter Kaster)
Schets voorzijde starterswoningen (bron: Peter Kaster)
Aanmeldnotitie vormvrije m.e.r. beoordeling 'Heelweg Oost, locatie Molenweg’
10
De starterswoningen zijn als kapschuur vormgegeven zodat ze goed aansluiten bij de gewenste boerenerfuitstraling. De maximale goothoogte van deze woningen wordt 6 meter, de maximale bouwhoogte 9,5 meter. De bergingen van de middelste woningen zitten tussen de twee bouwblokken, zodat de bebouwing zoveel mogelijk wordt geclusterd.
Schets voorzijde vrijstaande woning 1 (bron: Peter Kaster)
De vrijstaande woning (nummer 1 op de inrichtingstekening) richt zich op het buitengebied maar heeft een schuurachtige uitstraling die aansluit bij de rijwoningen. Het schuurkarakter wordt versterkt door een lage maximale goothoogte (4 meter) in verhouding tot de maximale bouwhoogte (10,5 meter).
Schets woning 2 (hoofdgebouw aan de kant van de Molenweg)
Aanmeldnotitie vormvrije m.e.r. beoordeling 'Heelweg Oost, locatie Molenweg’
11
Woning 2 aan de straatzijde vormt het hoofdvolume op het erf. De woning krijgt een open, representatieve gevel gericht op de straat. De haakse schuurachterbouw sluit qua materiaalgebruik aan op de overige bebouwing. De maximale goothoogte van deze woning is 4 meter, de maximale bouwhoogte bedraagt 10,5 meter. Voor zover de hemelwaterberging niet op eigen perceel plaats kan vinden, komen er aan de zuid- en westzijde wadi's binnen het plangebied. Voor de ontwikkeling is een landschappelijk inpassingsplan opgesteld, waarbij gebruik van streekeigen beplanting als uitgangspunt is gebruikt. Het inpassingsplan is als bijlage bij de plantoelichting gevoegd.
De woningen worden ontsloten via de Molenweg. Het parkeren vindt volledig binnen het plangebied plaats. De woningen krijgen allemaal minimaal één parkeerplaats op eigen terrein (bij de tussenliggende starterswoningen bij de bergingen). Voor onder andere bezoekers komen er parkeerplaatsen in de openbare ruimte. In het geval van zes starterswoningen in de goedkope prijsklasse en de overige twee woningen in de dure prijsklasse gaat het om 15 benodigde parkeerplaatsen. Dit totaal is berekend op basis van de geldende parkeernormen zoals opgenomen in het Gemeentelijk Verkeer- en vervoerplan 2012-2020. De parkeernormen op deze locatie zijn als volgt:
Woningen dure prijsklasse Parkeernorm
2,2
Woningen goedkope prijsklasse 1,7
Het totaal aantal benodigde parkeerplaatsen (2 x 2,2 + 6 x 1,7 = 15 afgerond naar boven) wordt deels via parkeren op eigen percelen (14 parkeerplaatsen) en deels via parkeervoorzieningen binnen het aansluitende openbare gebied opgelost (2 parkeerplaatsen in de nieuwe verkeerslus). De parkeerplaatsen zijn minimaal 2,5 meter breed en 5 meter diep. De ligging van de parkeerplaatsen is in onderstaande afbeelding aangegeven.
Aanmeldnotitie vormvrije m.e.r. beoordeling 'Heelweg Oost, locatie Molenweg’
12
Situering nieuwe parkeerplaatsen (parkeren op eigen terrein met driehoeken aangegeven)
Aanmeldnotitie vormvrije m.e.r. beoordeling 'Heelweg Oost, locatie Molenweg’
13
Potentiële effecten Bodem De Wet Bodembescherming (Wbb) schrijft voor dat moet worden nagegaan of er mogelijk sprake is van bodemverontreiniging. Bij functiewijzigingen en nieuwe ontwikkelingen dient daarom te worden bekeken of de bodemkwaliteit past binnen het toekomstige gebruik van de bodem en of deze optimaal op elkaar kunnen worden afgestemd. Bij een aanvraag omgevingsvergunning dient middels een rapportage NEN 5740 aangetoond te worden dat de bodem geschikt is voor de gevraagde functie.
Toetsing van de ontwikkeling Door Montferland Milieu B.V. zijn de volgende bodemonderzoeken voor het projectgebied uitgevoerd: -
Verkennend (water)bodemonderzoek, projectnummer MM20223, 6 januari 2021, zie Bijlage 4 van de plantoelichting). Aanvullend verkennend bodemonderzoek, projectnummer MM21199, 19 november 2021, zie Bijlage 5 van de plantoelichting).
Uit de uitgevoerde bodemonderzoeken kan het volgende worden geconcludeerd: -
-
-
-
Tijdens het veldwerk is de opgeboorde grond zintuiglijk beoordeeld op de mogelijke aanwezigheid van bodemverontreiniging. Hierbij zijn geen indicaties waargenomen die hierop duiden. De aangetroffen licht verhoogde gehalten aan barium in het grondwater vormen geen belemmering voor het toekomstige gebruik. Het aangetroffen barium gehalte wordt toegeschreven aan een natuurlijke oorsprong. In geen van de geanalyseerde parameters in zowel grond als grondwater is de waarde voor nader onderzoek (tussenwaarde) en/of de interventiewaarde overschreden. Uit de onderzoeksresultaten kan geconcludeerd worden dat er op de locatie geen ernstige bodem- of grondwaterverontreinigingen aanwezig zijn. De vastgestelde waarden overschrijd enkel de streefwaarde, wat duidt op enkel lichte natuurlijke verontreiniging. De tevoren gestelde hypothese ‘De gehele onderzoekslocatie kan op basis van het vooronderzoek als niet-verdacht worden beschouwd’ dient formeel gezien te worden verworpen. De verhogingen in het grondwater zijn echter gering en kunnen als niet significant beschouwd worden.
Aanmeldnotitie vormvrije m.e.r. beoordeling 'Heelweg Oost, locatie Molenweg’
14
Uit milieukundig oogpunt is er geen bezwaar tegen de voorgenomen bestemmingsplanwijziging, aangezien de vastgestelde verontreiniging geen risico's voor de volksgezondheid opleveren. De bodem wordt geschikt geacht voor het huidige en toekomstige gebruik (wonen met tuin).
Uit milieukundig oogpunt is er daarmee geen bezwaar tegen de voorgenomen ontwikkeling.
Geluid Bij het opstellen van ruimtelijke plannen voor geluidgevoelige bestemmingen (zoals woningen) is de Wet geluidhinder van toepassing. De Wet geluidhinder kent drie geluidbronnen waar geluidzones voor gelden: railverkeerslawaai, wegverkeerslawaai en industrielawaai. Wanneer een ontwikkeling in een zone valt zoals aangegeven in de Wet geluidhinder, moet akoestisch worden aangetoond dat aan de grenswaarden in deze wet wordt voldaan. Wordt niet voldaan aan deze grenswaarden, dan hebben Burgemeester en Wethouders onder voorwaarden de mogelijkheid hogere grenswaarden vast te stellen. Hierbij wordt een procedure doorlopen die aan de eisen van de Wet geluidhinder moet voldoen.
Toetsing van de ontwikkeling De ontwikkeling betreft het vestigen van een nieuwe woning of ander geluidgevoelig gebouw. De Wet geluidhinder is daarmee van toepassing voor dit plandeel. Railverkeerslawaai In de omgeving van het plangebied bevindt zich geen spoorweg. Het onderdeel railverkeerslawaai van de Wet geluidhinder is niet van toepassing. Industrielawaai In de omgeving van het plangebied bevindt zich geen gezoneerd industrieterrein. Het onderdeel industrielawaai van de Wet geluidhinder is niet van toepassing. Verkeerslawaai De locatie ligt binnen de onderzoekszone van de Molenweg (daar waar 60 km/u gereden mag worden). Door Munsterhuis Geluidsadvies is onderzoek gedaan naar de geluidsbelasting op de gevels van de nieuwe woningen op de voormalige bedrijfslocatie aan de Molenweg 20 aan de overzijde van de weg (Akoestisch onderzoek wegverkeer Plan Molenweg 20, Heelweg Oost, 15 oktober 2021, kenmerk B01.21.156-RM, zie Bijlage 6 van de plantoelichting). Daarbij is ook gekeken naar de geluidseffecten van de Bosboombroekerweg en een gedeelte van de Molenweg waar 30 km/u gereden mag worden. Deze wegen worden niet beoordeeld in het
Aanmeldnotitie vormvrije m.e.r. beoordeling 'Heelweg Oost, locatie Molenweg’
15
kader van een eventuele hogere waarde, maar wel in het kader van een goede ruimtelijke ordening en om te bepalen of er eventueel geluidwerende voorzieningen noodzakelijk zijn.
Uit het onderzoek kunnen de volgende conclusies worden getrokken: -
-
Het blijkt dat de voorkeursgrenswaarde van 48 dB ten gevolge van het wegverkeer op de Molenweg niet wordt overschreden ter plaatse van de gevels van de woningen. De maximale geluidbelasting bedraagt 43 dB op de westgevel van woning 1; Het blijkt dat de gecumuleerde geluidbelasting exclusief aftrek ten gevolge van wegverkeer ter plaatse van de woningen de 53 dB niet overschrijden. Daarmee voldoen de woningen aan het maximale binnenniveau van 33 dB. Extra geluidwerende voorzieningen zijn niet noodzakelijk.
Bij het invoeren van de gegevens voor de wegen is zekerheidshalve nog niet uitgegaan van verplaatsing van het bord voor de bebouwde kom (zie bijlage 2 van het rapport, voor de Molenweg is vanaf de Bosboombroekerweg richting het noorden 60 km per uur gehanteerd als rijsnelheid). De westgevel waar de gevelbelasting 43 dB is binnen het project aan de Molenweg 20, ligt op circa 13 meter van de wegas. De dichtstbij gelegen gevel in het nieuwe bouwplan ligt op 11 meter van de wegas. Het verschil van 2 meter zal niet leiden tot een verdubbeling van de gevelbelasting tot 46 dB. Op grond hiervan kan geconcludeerd worden dat de voorkeursgrenswaarde van 48 dB niet overschreden zal worden. De nieuwe woningen liggen verder weg van de Bosboombroekerweg en de 30km-zone van de Molenweg dan de onderzochte woningen aan de Molenweg 20. Omdat voor die laatste woningen voldaan kan worden aan het maximale binnenniveau van 33 dB, zal dit ook het geval zijn voor de nieuwe woningen. Wegverkeerslawaai is daarmee geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van het project.
Bedrijven en milieuzonering Zowel de ruimtelijke ordening als het milieubeleid stellen zich ten doel een goede kwaliteit van het leefmilieu te handhaven en te bevorderen. Dit gebeurt onder andere door milieuzonering. Onder milieuzonering wordt verstaan: het aanbrengen van een voldoende ruimtelijke scheiding tussen milieubelastende bedrijven of inrichtingen enerzijds en milieugevoelige functies als wonen en recreëren anderzijds. De ruimtelijke scheiding bestaat doorgaans uit het aanhouden van een bepaalde afstand tussen milieubelastende en milieugevoelige functies. Die onderlinge afstand moet groter zijn naarmate de milieubelastende functie het milieu sterker belast.
Aanmeldnotitie vormvrije m.e.r. beoordeling 'Heelweg Oost, locatie Molenweg’
16
Milieuzonering heeft twee doelen: -
het voorkomen of zoveel mogelijk beperken van hinder en gevaar bij woningen en andere gevoelige functies; het bieden van voldoende zekerheid aan bedrijven dat zij hun activiteiten duurzaam onder aanvaardbare voorwaarden kunnen uitoefenen.
Voor het bepalen van de aan te houden afstanden wordt in eerste instantie doorgaans de VNG-uitgave 'Bedrijven en Milieuzonering' uit 2009 gehanteerd, waarin richtafstanden voor de ruimtelijk relevante milieuaspecten geur, stof, geluid en gevaar zijn opgenomen.
Toetsing van de ontwikkeling Woningen leveren geen hinder of gevaar op voor omliggende gevoelige functies. In de omgeving van het plangebied liggen wel bedrijven die beoordeeld moeten worden. Rondom het plangebied zijn bedrijven, maatschappelijke voorzieningen en woningen aanwezig. De omgeving van het plangebied is daardoor te typeren als een gemengd gebied. Een gemengd gebied is een gebied met een matige tot sterke functiemenging. Direct naast woningen komen andere functies voor zoals winkels, horeca en kleine bedrijven. Ook lintbebouwing in het buitengebied met overwegend agrarische en andere bedrijvigheid kan als gemengd gebied worden beschouwd. In gemengde gebieden mogen de richtafstanden (met uitzondering van gevaar) met één stap worden terug gebracht. De richtafstand wordt gemeten tussen de grens van een bedrijfsbestemming en de gevel van woningen.
Activiteit
Richtafstand
Werkelijke afstand
Autogarage - Molenweg 20a
10m
16m
buurtschapshuis - Molenweg 17
10m
74m
Interieur & Timmerwerken (bedrijf aan huis) - Bosboombroekerweg 20
30m
108m
Dierencrematorium Bosboombroekerweg 35
50m
128m
Agrarisch rundveebedrijf - Molenweg 22
100m*
85m
Sportvelden aan de Molenweg
30m
78m
* De afstand voor deze veehouderij is niet gehalveerd omdat de afstand voortkomt uit de Wet geurhinder en veehouderij
Op basis van bovenstaande tabel is de conclusie dat op één woning na de woningen buiten de richtafstanden van omliggende bedrijven liggen. Alleen de vrijstaande woning aan de kant van de Molenweg ligt binnen de contour van het agrarisch bedrijf aan de Molenweg 22. In het bestemmingsplan is er daarom voor gekozen om deze woning niet bij recht te toe staan, maar via een wijzigingsbevoegdheid.
Aanmeldnotitie vormvrije m.e.r. beoordeling 'Heelweg Oost, locatie Molenweg’
17
Burgemeester en wethouders worden daarmee bevoegd het bestemmingsplan ter plaatse van de aanduiding 'wro-zone - wijzigingsgebied 1' te wijzigen en een woning toe te staan, voor zover er geen onevenredige aantasting plaatsvindt van de bouw- en gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden en uit onderzoek blijkt dat er geen milieutechnische belemmeringen zijn.
Het aspect milieuzonering vormt hiermee geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van het project.
Luchtkwaliteit Het wettelijk stelsel voor luchtkwaliteitseisen is geregeld in hoofdstuk 5, titel 5.2 van de Wet milieubeheer en onderliggende algemene maatregelen van bestuur en ministeriële regelingen. Luchtkwaliteitseisen vormen geen belemmering voor ruimtelijke ontwikkelingen indien: -
er geen sprake is van feitelijke of dreigende overschrijding van de grenswaarde; een project, al dan niet per saldo, niet leidt tot een verslechtering van de luchtkwaliteit; een project 'niet in betekenende mate' bijdraagt aan de luchtverontreiniging; een project is opgenomen in een regionaal programma van maatregelen of in het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL).
Toetsing van de ontwikkeling De beoogde ontwikkeling leidt vanwege de zeer geringe omvang niet tot een verslechtering van de luchtkwaliteit. De grens voor 'niet in betekende mate' (NIBM) ligt bij woningbouwprojecten op 1.500 woningen. Zekerheidshalve is gebruik gemaakt van de landelijke NIBM-tool (versie 2022) om het projecteffect inzichtelijk te maken. Daarbij is per woning 8 verkeersbewegingen per etmaal aangehouden. Omdat de NIBM-tool uitgaat van een weekdaggemiddelde is een omrekenfactor van 0,90 toegepast. Het totaal komt daarmee op (8 x 8) x 0,9 = 58 verkeersbewegingen (afgerond naar boven). Zekerheidshalve is met 1% vrachtverkeer gerekend. De uitkomst is in onderstaand overzicht opgenomen.
Aanmeldnotitie vormvrije m.e.r. beoordeling 'Heelweg Oost, locatie Molenweg’
18
Luchtkwaliteit is daarmee geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van het project..
Geur Nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen dienen te worden getoetst aan de normen uit de Wet geurhinder en Veehouderij. Als gevolg van deze wet worden normen gesteld voor de bouw van nieuwe geurgevoelige objecten (zoals woningen). Er dient voor deze objecten sprake te zijn van een goed woon- en leefklimaat. Daarnaast mag geen inbreuk ontstaan op de milieuruimte van omliggende veehouderijen.
Toetsing van de ontwikkeling De locatie komt uiteindelijk in de bebouwde kom te liggen. In de omgeving is alleen een melkveehouderij gelegen. Voor een dergelijke veehouderij geldt een minimale wettelijke afstand van 100 meter voor woningen in de bebouwde kom. In de paragraaf over milieuzonering (4.3) is aangegeven dat op één woning na de woningen buiten de richtafstand van het agrarisch bedrijf liggen en dat dit is opgelost door deze woning niet bij recht te toe staan, maar via een wijzigingsbevoegdheid. Geur is daarmee geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van het project.
Aanmeldnotitie vormvrije m.e.r. beoordeling 'Heelweg Oost, locatie Molenweg’
19
Externe veiligheid Sommige activiteiten brengen risico's op zware ongevallen met mogelijk grote gevolgen voor de omgeving met zich mee. Externe veiligheid richt zich op het beheersen van deze risico's. Het gaat daarbij om onder meer de productie, opslag, transport en het gebruik van gevaarlijke stoffen.
Risicovolle (Bevi-)inrichtingen Voor (de omgeving van) de meest risicovolle bedrijven is het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi) van belang. Het Bevi legt veiligheidsnormen op aan bedrijven die een risico vormen voor mensen buiten de inrichting. Het Bevi is opgesteld om de risico's, waaraan burgers in hun leefomgeving worden blootgesteld vanwege risicovolle bedrijven, te beperken. Het besluit heeft tot doel zowel individuele als groepen burgers een minimaal (aanvaard) beschermingsniveau te bieden. Via een bijhorende ministeriële regeling (Revi) worden diverse veiligheidsafstanden tot kwetsbare en beperkt kwetsbare objecten gegeven. Aanvullend op het Bevi zijn in het Vuurwerkbesluit en het Activiteitenbesluit (Besluit algemene regels inrichtingen milieubeheer) veiligheidsafstanden genoemd die rond minder risicovolle inrichtingen moeten worden aangehouden.
Activiteitenbesluit milieubeheer In dit besluit zijn veiligheidsafstanden en risiconormen ten opzichte van (beperkt) kwetsbare objecten opgenomen. Veiligheidsafstanden zijn vastgesteld voor onder andere opslagtanks met propaan/propeen, aardgastankstations, en gasdrukmeet- en regelstations. Voor windturbines geldt het plaatsgebonden risico als risiconorm.
Vuurwerkbesluit Dit besluit geeft veiligheidsafstanden voor de opslag van consumentenvuurwerk en professioneel vuurwerk.
Vervoer gevaarlijke stoffen door buisleidingen Met betrekking tot het beleid en de regelgeving voor het vervoer van gevaarlijke stoffen door buisleidingen is het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb) en de Structuurvisie buisleidingen van belang. Deze structuurvisie bevat een lange termijnvisie op het buisleidingentransport van gevaarlijke stoffen. Het Bevb en de bijbehorende Regeling externe veiligheid buisleidingen (Revb) zijn op 1 januari 2011 in werking getreden. Het Bevb regelt onder andere welke veiligheidsafstanden moeten worden aangehouden rond buisleidingen met gevaarlijke stoffen.
Aanmeldnotitie vormvrije m.e.r. beoordeling 'Heelweg Oost, locatie Molenweg’
20
Circulaire effectafstanden externe veiligheid LPG-tankstations De circulaire is van toepassing bij een besluit ten aanzien van een LPG-tankstation onder werking van het Bevi, dat het mogelijk maakt dat er (meer) personen in de omgeving van een LPG-tankstation aanwezig kunnen zijn. De effecten van bepaalde ongevalsscenario's staan centraal.
Circulaire opslag ontplofbare stoffen voor civiel gebruik In deze circulaire zijn veiligheidszones (A-, B- of C-zone) vastgesteld voor de opslag van ontplofbare stoffen voor civiel gebruik. Binnen deze veiligheidszones worden de aanwezigheid van activiteiten en/ of objecten uitgesloten. Vervoer gevaarlijke stoffen over weg, water en spoor Het Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt) stelt regels aan transportroutes en de omgeving daarvan. Zo moet een basisveiligheidsniveau rond transportassen (plaatsgebonden risico) en een transparante afweging van het groepsrisico worden gewaarborgd. Als onderdeel van het Bevt is op 1 april 2015 tevens het basisnet in werking getreden. Het basisnet verhoogt de veiligheid van mensen die wonen of werken in de buurt van rijksinfrastructuur (auto-, spoor- en vaarwegen) waarover gevaarlijke stoffen worden vervoerd. In de regeling ligt vast wat de maximale risico’s voor omwonenden mogen zijn. Bovendien zorgt het basisnet ervoor dat gevaarlijke stoffen tussen de belangrijkste industriële locaties in Nederland en het buitenland vervoerd kunnen blijven worden.
Indien een bestemmingsplan betrekking heeft op een gebied dat geheel of gedeeltelijk gelegen is binnen 200 m van een (basisnet)transportroute voor gevaarlijke stoffen, moet in de toelichting ingegaan worden op de dichtheid van personen in het invloedsgebied van de transportroute op het tijdstip waarop het plan wordt vastgesteld.
In de wetgeving wordt onderscheid gemaakt tussen de begrippen kwetsbaar en beperkt kwetsbaar en plaatsgebonden risico en groepsrisico. Kwetsbaar en beperkt kwetsbaar Kwetsbaar zijn onder meer woningen, onderwijs- en gezondheidsinstellingen, kinderopvang- en dagverblijven en grote kantoorgebouwen (>1.500 m²). Beperkt kwetsbaar zijn onder meer kleine kantoren, winkels, horeca en parkeerterreinen. De volledige lijst wat onder (beperkt) kwetsbaar wordt verstaan is in het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi) opgenomen.
Aanmeldnotitie vormvrije m.e.r. beoordeling 'Heelweg Oost, locatie Molenweg’
21
Plaatsgebonden risico en groepsrisico Het plaatsgebonden risico wordt uitgedrukt in een contour van 10-6 als grenswaarde. Het realiseren van kwetsbare objecten binnen deze contour is niet toegestaan. Het realiseren van beperkt kwetsbare objecten binnen deze contour is in principe ook niet toegestaan. Echter, voor beperkte kwetsbare objecten is deze 10-6 contour een richtwaarde. Mits goed gemotiveerd kan worden afgeweken van deze waarde tot de 10-5 contour. Het groepsrisico is gedefinieerd als de cumulatieve kansen per jaar dat ten minste 10, 100 of 1.000 personen overlijden als rechtstreeks gevolg van hun aanwezigheid in het invloedsgebied van een inrichting en een ongewoon voorval binnen die inrichting waarbij een gevaarlijke stof betrokken is. Voor het groepsrisico geldt geen grenswaarde, maar een zogenaamde oriëntatiewaarde. Daarnaast geldt voor het groepsrisico een verantwoordingsplicht.
Toetsing van de ontwikkeling Een woning is een kwetsbare object. In de omgeving zijn volgens de Risicokaart Nederland echter geen risicobronnen aanwezig, waarvan de risicocontour over de nieuwe woningen ligt.
Uitsnede Risicokaart Nederland (zwarte lijnen zijn de afstanden tot de bronnen)
Aanmeldnotitie vormvrije m.e.r. beoordeling 'Heelweg Oost, locatie Molenweg’
22
Defensie pijplijn organisatie (DPO-leiding) Op circa 200 meter is een DPO-leiding van defensie gelegen. Door dergelijke leidingen worden brandbare vloeistoffen getransporteerd en kunnen een maximaal invloedsgebied van 30 meter hebben. De afstand tot het plangebied is groter dan deze 30 meter en is daarmee niet relevant voor het beoogde plan. Basisnetroute A18: wegvak G22 Op circa 900 meter is de A18 gelegen. De A18 is aangewezen als basisnetroute en valt daarmee onder het Bevt en de Regeling Basisnet. Conform de Regeling Basisnet en de Beleidsregels EV-beoordeling tracébesluiten worden er brandbare gassen (stofcategorie GF3) en brandbare vloeistoffen (stofcategorie LF1 en LF2) over deze weg getransporteerd. GF3 heeft het grootste invloedsgebied, namelijk 355 meter. Dit invloedsgebied reikt niet over het plangebied en is daarmee niet relevant. Inrichting Heusinkveld Op circa 900 meter is de inrichting Heusinkveld gelegen. Op deze inrichting zijn een tweetal bovengrondse propaantanks gelegen. Deze propaantanks hebben een vaste veiligheidsafstand van 20 meter. Deze veiligheidsafstand reikt niet tot het plangebied en is daarmee niet relevant voor het beoogde plan. Overige risicobronnen Alle overige risicobronnen liggen op grotere afstand dan de eerder genoemde risicobronnen. Deze vormen dan ook geen belemmeringen voor het beoogde plan.
Externe veiligheid vormt hiermee geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van het project.
Aanmeldnotitie vormvrije m.e.r. beoordeling 'Heelweg Oost, locatie Molenweg’
23
Waterhuishouding Bij nieuwe project moet worden onderbouwd op welke wijze rekening is gehouden met de gevolgen van het project voor de waterhuishoudkundige situatie. Het is de schriftelijke weerslag van de zogenaamde watertoets. Het project ligt in het werkgebied van waterschap Rijn en IJssel. Op hoger schaalniveau zijn met name het Nationaal Waterplan en de Europese Kaderrichtlijn Water van belang, het waterschap heeft haar beleid vastgelegd in het Waterbeheerplan 2016-2021. Belangrijkste uitgangspunt bij deze documenten is deze volgorde te hanteren: -
vasthouden-bergen-afvoeren (waterkwantiteit); voorkomen-scheiden-zuiveren (waterkwaliteit).
De gemeente Oude IJsselstreek en het Waterschap Rijn en IJssel hebben een gemeentelijk waterplan opgesteld. In dit waterplan wordt een integrale visie gegeven op water in Oude IJsselstreek. Deze visie geeft een doorkijk naar de middellange termijn (circa 10 jaar) en de lange termijn (2030). Aan de visie is een uitvoeringsprogramma gekoppeld voor de korte termijn (5 jaar). Het waterplan biedt handvatten voor het opstellen van ruimtelijke plannen, voor de afstemming met rioolbeheer en geeft zo inzicht in de mogelijkheden om te komen tot een duurzaam watersysteem binnen de gemeente. Er wordt gestreefd naar een gezond, veerkrachtig, kwalitatief goed, aantrekkelijk en op de toekomst berekend watersysteem en waterketen. Naast het gemeentelijk waterplan geldt ook het gemeentelijke rioleringsplan. In het rioleringsplan wordt de ambitie uitgesproken dat bij nieuwbouw de gemeente Oude IJsselstreek wil verplichten om vuilwater en hemelwater gescheiden aan te bieden.
Toetsing van de ontwikkeling Voor de beoogde ontwikkeling is het effect op de waterhuishouding beoordeeld aan de hand van de digitale watertoets van het waterschap Rijn en IJssel. Zie voor de uitkomst van de digitale watertoets in bijlage 7 van de plantoelichting. Uitkomst is dat de normale procedure doorlopen moet worden vanwege klimaatadaptatie en grondwaterbeheer (er liggen geen te beschermen watersystemen in of rondom het plangebied). Bij het invullen van de digitale watertoets zijn de volgende uitgangspunten gehanteerd: -
-
-
Er is nog niet bekend of het verschil tussen de hoogte van de weg en de bovenzijde van de begane-grondvloer minder dan 30 centimeter gaat bedragen. Zekerheidshalve is ingevuld dat dit minder dan 30 cm zal zijn. De Gemiddelde Hoogste Grondwaterstand (GHG) in de huidige situatie is 0,2 - 0,4 m onder maaiveld. Uitgaande van minder dan 30 cm (zie vorige punt) zal het verschil tussen GHG en bovenzijde van de begane-grondvloer kleiner zijn dan 100 cm. Bij het bepalen van de toename van het verharde oppervlak van bebouwing en bestrating is uitgegaan van:
Aanmeldnotitie vormvrije m.e.r. beoordeling 'Heelweg Oost, locatie Molenweg’
24
Afvalwater Het afvalwater wordt ingezameld via het bestaande rioolstelsel. De toekomstige bewoners moeten zorg dragen voor de aanleg en aansluiting hierop.
Hemelwater De afvoer van het hemelwater gaat niet via het riool, dit water moet geïnfiltreerd worden per woning. Daarbij is het uitgangspunt dat 10% van het bruto oppervlakte van de locatie beschikbaar moet zijn voor waterinfiltratie (conform: Gemeentelijk Rioleringsplan Oude IJsselstreek 2017-2020). De onbebouwde en onverharde delen zijn dermate groot dat infiltratie in de tuinen voldoende is voor de berging van het hemelwater, waarbij ruimschoots wordt voldaan aan de gemeentelijke norm van 10%. De planontwikkeling is ook ingevoerd in de compensatieberekening van het Waterschap Rijn en IJssel, zie hieronder de uitkomsten. Hierbij zijn de standaard invoergegevens gehanteerd.
Aanmeldnotitie vormvrije m.e.r. beoordeling 'Heelweg Oost, locatie Molenweg’
25
Tabel berekening hemelwatercompensatie
Aanmeldnotitie vormvrije m.e.r. beoordeling 'Heelweg Oost, locatie Molenweg’
26
De waterbergingsopgave is als volgt uitgewerkt (de ligging van de wadi's is zichtbaar op de inrichtingstekening in bijlage 1):
Op grond van bovenstaande voorwaarden vormt de waterhuishouding geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van het project.
Ecologie Bij ruimtelijke ingrepen dient rekening te worden gehouden met de natuurwaarden ter plaatse. Per 1 januari 2017 zijn de Natuurbeschermingswet 1998, de Flora en faunawet en de Boswet opgegaan in de nieuwe Wet natuurbescherming. De Wet natuurbescherming beschermt natuurgebieden, inheemse soorten en het bosopstanden in Nederland.
Gebiedsbescherming In de Wet natuurbescherming worden de zogenoemde Natura 2000-gebieden beschermd. Natura 2000 is de overkoepelende naam voor gebieden die worden beschermd vanuit de Vogel- en Habitatrichtlijn. Volgens deze Europese richtlijnen moeten lidstaten specifieke diersoorten en hun natuurlijke leefomgeving (habitat) beschermen om de biodiversiteit te behouden. Natura 2000-gebieden kennen een zogenaamde 'externe werking'. Dit betekent dat ontwikkelingen die buiten de begrenzing van de Natura 2000-gebieden gelegen zijn, ook getoetst moeten worden of er significant negatieve effecten optreden op het betreffende gebied.
Soortenbescherming Een hoofdstuk in de Wet natuurbescherming regelt de bescherming van de in het wild voorkomende inheemse planten en dieren: de soortenbescherming. De wet richt zich vooral op het in standhouden van populaties van soorten die bescherming behoeven. In de wet zijn algemene en specifieke verboden vastgelegd ten aanzien van beschermde dier- en plantensoorten.
Aanmeldnotitie vormvrije m.e.r. beoordeling 'Heelweg Oost, locatie Molenweg’
27
Bekeken moet worden in hoeverre ruimtelijke plannen negatieve gevolgen hebben op beschermde dier- en plantensoorten en of er compenserende of mitigerende maatregelen genomen moeten worden. De wet geeft de mogelijkheid aan provincies om voor een bepaald aantal soorten via een verordening een algemene vrijstelling op bepaalde verbodsbepalingen te geven. Daarnaast geldt voor iedereen in Nederland altijd, dus ook los van het voorliggende beoogde ruimtelijke project, dat de zorgplicht nageleefd moet worden bij het verrichten van werkzaamheden. Voor menige soort geldt dat indien deze zorgplicht nagekomen wordt een bepaald beoogd project uitvoerbaar is.
Toetsing van de ontwikkeling Vanwege de beoogde ontwikkeling is door Eelerwoude een ecologische quickscan uitgevoerd (rapportnummer 202153, versie 1, 12 november 2021, zie (bijlage 8 van de plantoelichting). Op basis van de resultaten uit de quickscan natuurtoets wordt het volgende geconcludeerd: De ontwikkeling zal naar verwachting leiden tot een beperkt verlies van leefgebied van een aantal beschermde soorten waarvoor een provinciale vrijstelling geldt. De ingreep heeft geen invloed op de gunstige staat van instandhouding van deze soorten omdat er sprake is van een tijdelijke en plaatselijke verstoring, voldoende leefgebied aanwezig blijft en het relatief algemene soorten betreft. Voor alle beschermde inheemse (ook algemeen voorkomende) vogelsoorten geldt een verbod op handelingen die opzettelijk nesten, rustplaatsen en eieren vernielen of beschadigen, als ook op het wegnemen van nesten van vogels. Daarnaast is het verboden vogels opzettelijk te storen, tenzij de storing niet van wezenlijke invloed is op de staat van instandhouding van de desbetreffende vogelsoort. In veel situaties kan dit voorkomen worden door verstorende werkzaamheden buiten het broedseizoen uit te voeren. Broedvogels binnen het plangebied worden niet verwacht doordat opgaande beplanting ontbreekt.
Rondom beide percelen zouden wel nesten aanwezig kunnen zijn in de omliggende Spaanse aken, sneeuwbessen en zomereiken. Het uitvoeren van werkzaamheden binnen het broedseizoen is mogelijk omdat deze omliggende beplanting gehandhaafd blijft. Bescherming gebieden De aard van de voorgenomen werkzaamheden en ontwikkeling maken dat de effecten uitsluitend tot het plangebied of in de zeer directe zone eromheen beperkt blijven. Een verdere toetsing op grond van de Wet natuurbescherming voor andere zaken dan stikstofof ammoniakdepositie wordt daarom niet noodzakelijk geacht voor Natura 2000-gebieden.
Aanmeldnotitie vormvrije m.e.r. beoordeling 'Heelweg Oost, locatie Molenweg’
28
In de wet stikstofreductie en natuurherstel, die op 1 juli 2021 in werking is getreden, zijn tijdelijke stikstofdeposities vrijgesteld van vergunningplicht. Het is hierom niet noodzakelijk om een stikstofberekening uit te voeren voor het bouwrijp maken van de percelen en de bouw van de woningen.
Deze vrijstelling geldt niet voor permanente projecten zoals het gebruik van een woning/bedrijf en de bijbehorende verkeersbewegingen. Een significante stikstofdepositie wordt echter niet verwacht. De woningen worden conform wetgeving gasloos gebouwd, hiernaast gaan de rijbewegingen van de woningen vrijwel direct op in het heersende verkeersbeeld. Ook is de geplande ontwikkeling klein in relatie tot een zeer grote afstand tot omliggende Natura 2000-gebieden. De afstand ten opzichte van het dichtstbij gelegen Natura 2000-gebied (Korenburgerveen) bedraagt circa 11 kilometer.
Zekerheidshalve is een Aerius-berekening uitgevoerd voor de aanleg- en gebruiksfase (zie Bijlage 9 en Bijlage 10 van de plantoelichting).
Aanlegfase: voor het bepalen van de emissie tijdens de aanlegfase is gebruikt gemaakt van de 'Handreiking woningbouw en AERIUS' (januari 2020). Hierin is per woning (mobiele werktuigen en transportbewegingen) een emissie van 3kg NOx aangegeven. Gebruiksfase: de woningen worden conform wetgeving gasloos gebouwd. Voor de Aeriusberekening is daarom alleen de toename van wegverkeer opgevoerd. Daarbij zijn de uitgangspunten gehanteerd voor het berekenen van de luchtkwaliteit (zie paragraaf 4.4). Het jaartotaal lichte motorvoertuigen bedraagt 58 x 365 x 99% = 20.958. Het jaartotaal zware motorvoertuigen bedraagt 58 x 365 x 1% = 212. De maximale verkeersbewegingen zijn gelijk over beide rijrichtingen verdeeld (ingetekend vanaf de aansluiting op de Molenweg). Hierbij is gebruikt gemaakt van onderstaande uitgangspunten uit de 'Checklist aanvraagvereisten vergunningaanvragen stikstof' van de provincie Gelderland.
Aanmeldnotitie vormvrije m.e.r. beoordeling 'Heelweg Oost, locatie Molenweg’
29
Uitkomst van de berekeningen is dat er geen significant negatieve effecten op de instandhoudingsdoelstellingen van Natura 2000-gebieden zijn. Een verdere toetsing op grond van de Wet natuurbescherming wordt daarom niet noodzakelijk geacht.
Bescherming houtopstanden Er worden binnen het plangebied geen bomen gekapt. Een nadere toetsing van houtopstanden is daarom niet noodzakelijk.
Gelders Natuurnetwerk Het plangebied en de directe omgeving maken geen onderdeel uit van het GNN of de GO (provincie Gelderland, 2020). Met de voorgenomen werkzaamheden worden derhalve geen negatieve effecten verwacht op de wezenlijke waarden en kenmerken van het GNN. Een toetsing aan het GNN-beleid wordt daarom niet noodzakelijk geacht. Op grond van bovenstaande kan geconcludeerd worden dat ecologie geen belemmering vormt voor de uitvoerbaarheid van het project.
Aanmeldnotitie vormvrije m.e.r. beoordeling 'Heelweg Oost, locatie Molenweg’
30
Archeologie en Cultuurhistorie Op grond van het Verdrag van Malta en de daaruit voortvloeiende Wet op de archeologische monumentenzorg, dient te worden gekeken naar de archeologische waarden in het plangebied. De gemeente Oude IJsselstreek heeft een archeologische beleidskaart vastgesteld (2014) . Wanneer het plan is gesitueerd in een gebied dat op de waardenkaart met archeologische verwachting, hoge verwachting of hoge waarde staat aangeduid, dient de initiatiefnemer een archeologisch onderzoeksrapport te overleggen waaruit blijkt of er al dan niet sprake is van archeologische waarden die worden bedreigd.
Toetsing van de ontwikkeling Binnen het plangebied zijn geen gemeentelijke of rijksmonumenten aanwezig. De locatie ligt in een gebied met een lage archeologische verwachting (categorie 7, lichtgroen in onderstaande afbeelding). Over het plangebied ligt in het geldende bestemmingsplan geen dubbelbestemming voor archeologie. Op grond hiervan is geen verder onderzoek noodzakelijk.
Uitsnede archeologische maatregelenkaart
Cultuurhistorie en archeologie vormen hiermee geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van het project. Indien tijdens werkzaamheden toch archeologische resten worden aangetroffen, geldt op grond van artikel 5.10 van de Erfgoedwet een meldingsplicht.
Aanmeldnotitie vormvrije m.e.r. beoordeling 'Heelweg Oost, locatie Molenweg’
31
Conclusie Deze aanmeldnotitie is opgesteld om inzichtelijk te maken of belangrijke nadelige milieugevolgen door de woningbouw kunnen worden uitgesloten. Voor deze toets wordt de term vormvrije m.e.r.-beoordeling gehanteerd. De toetsing heeft plaats gevonden aan de hand van de selectiecriteria in bijlage III van de EEG-richtlijn milieueffectbeoordeling. Op grond van de inhoud van deze aanmeldnotitie is de conclusie dat belangrijke nadelige milieugevolgen zijn uitgesloten. Er is geen m.e.r. beoordeling noodzakelijk, het bevoegd gezag kan volstaan met een vormvrije-mer-beoordelingsbesluit.
Aanmeldnotitie vormvrije m.e.r. beoordeling 'Heelweg Oost, locatie Molenweg’
32
Colofon Pardal – specialist in ruimtelijk-juridische processen www.pardal.nl info@pardal.nl 0031 (0)6 29 44 85 53 KvK nr. 091732222
Dit document is eigendom van de opdrachtgever en mag door hem alleen worden gebruikt voor het doel waarvoor het is vervaardigd met inachtneming van de rechten die voortvloeien uit de wetgeving op het gebied van het intellectuele eigendom.
Aanmeldnotitie vormvrije m.e.r. beoordeling 'Heelweg Oost, locatie Molenweg’
33