Bijlagen bij de toelichting_Bijlage 6 Voortoets Stikstofdepositie.pdf
Tekst van het document
Voortoets stikstofdepositie Landgoed ‘t Raesfeldsbosch Gemeente Oude IJsselstreek
Landgoed‘t Raesfeldsbosch
1
Gegevens over het plan: Plannaam: Datum: Projectnummer Buro SRO:
Gegevens Buro SRO: Bezoekadres vestiging Arnhem: Telefoon: E-mail: Internet:
Landgoed‘t Raesfeldsbosch
Voortoets stikstofdepositie Landgoed ‘t Raesfeldsbosch 13-02-2023 69.90.02
Sweerts de Landasstraat 50 6814 DG te Arnhem 026 – 35 23 125 arnhem@buro-sro.nl www.Buro-SRO.nl
2
Inhoudsopgave Hoofdstuk 1
Inleiding ................................................................................................................................. 5
1.1
Doelstelling onderzoek .......................................................................................................................... 5
1.2
Projectbeschrijving ................................................................................................................................ 5
1.3
Maatgevende Natura 2000-gebieden.................................................................................................... 6
Hoofdstuk 2
Wettelijk kader ...................................................................................................................... 7
2.1
Landelijke wet- en regelgeving .............................................................................................................. 7
2.2
Voortoets ............................................................................................................................................... 7
2.3
Intern salderen ...................................................................................................................................... 7
2.4
Passende beoordeling ........................................................................................................................... 8
Hoofdstuk 3
Berekeningssystematiek ......................................................................................................... 9
3.1
Gebruikt rekenmodel............................................................................................................................. 9
3.2
Input rekenmodel .................................................................................................................................. 9
3.2.1 Toekomstig gebruik ................................................................................................................................ 9 3.2.2 Aanlegfase .............................................................................................................................................. 9 Hoofdstuk 4
Resultaten berekening .......................................................................................................... 11
4.1 Gebruiksfase ................................................................................................................................................ 11 4.2 Aanlegfase ................................................................................................................................................... 14 Hoofdstuk 5
Conclusies ............................................................................................................................. 20
Bijlagen
.............................................................................................................................................. 22
Bijlage 1: Toelichting uitgangspunten aanlegfase ............................................................................................. 24 Bijlage 2: AERIUSberekening gebruiksfase ........................................................................................................ 27 Bijlage 3: AERIUSberekening aanlegfase ........................................................................................................... 29
Landgoed‘t Raesfeldsbosch
3
Landgoed‘t Raesfeldsbosch
4
Hoofdstuk 1 1.1
Inleiding
Doelstelling onderzoek
De initiatiefnemer is voornemens om ter plaatse van het plangebied een landgoedontwikkeling te realiseren, met de bouw van drie woningen, aanleg van een poel, gedeeltelijk natuurvriendelijke oevers, wandelpaden en een bos. Doel van dit onderzoek is toetsing van mogelijke (negatieve) effecten op Natura 2000-gebieden, als gevolg van de activiteiten die het bestemmingsplan mogelijk maakt, aan de Wet natuurbescherming. Ten behoeve van een voortoets in het kader van de Wet natuurbescherming is de toekomstige gewenste situatie gemodelleerd op basis van de aangeleverde gegevens door de opdrachtgever, ervaringscijfers en kengetallen. De depositie is op de omliggende Natura 2000-gebieden berekend en getoetst of het plan (mogelijke) significant negatieve effecten veroorzaakt op de instandhoudingsdoelstellingen van Natura 2000gebieden. Voorliggende rapportage geeft een overzicht van de gehanteerde uitgangspunten en rekenmethodiek, de berekende resultaten en de conclusie.
1.2
Projectbeschrijving
Het plangebied is gelegen tussen de kernen Varsseveld en Silvolde in het buitengebied van de gemeente Oude IJsselstreek. Bijgevoegde afbeelding toont globaal de ligging van het plangebied in de omgeving.
Ligging van het plangebied De initiatiefnemer is voornemens om ter plaatse van het plangebied een landgoedontwikkeling te realiseren, met de bouw van drie woningen, aanleg van een poel, gedeeltelijk natuurvriendelijke oevers, wandelpaden en een bos.
Landgoed‘t Raesfeldsbosch
5
Afbeelding toekomstige situatie
1.3
Maatgevende Natura 2000-gebieden
Voor het uitvoeren van de stikstofdepositieberekening moet rekening gehouden worden met Natura 2000gebieden. AERIUS toetst automatisch aan alle Natura 2000-gebieden in Nederland en aan nabijgelegen buitenlandse Natura 2000-gebieden. Het meest nabijgelegen en maatgevende Natura 2000-gebied voor dit project is Korenburgerveen. Deze ligt op een afstand van ca. 16.000 meter van het project. Op de afbeelding hieronder zijn het plangebied en het betreffende Natura 2000-gebied weergegeven.
Ligging plangebied in relatie tot de maatgevende Natura 2000-gebieden
Landgoed‘t Raesfeldsbosch
6
Hoofdstuk 2 2.1
Wettelijk kader
Landelijke wet- en regelgeving
In het kader van de toets aan de Wet Natuurbescherming wordt bepaald of een project of plan (mogelijke) significant negatieve effecten veroorzaakt op de instandhoudingsdoelstellingen van Natura 2000-gebieden. Voor plannen en projecten dient middels een voortoets, eventueel gevolgd door een passende beoordeling, getoetst te worden of het plan mogelijk significant negatieve effecten kan hebben op gevoelige habitattypen die gelegen zijn binnen omliggende Natura 2000-gebieden. De beoordeling van plannen, projecten en andere handelingen is uitgewerkt in paragraaf 2.3 van de Wet natuurbescherming. Met het verdwijnen van het Programma Aanpak Stikstof is de ontwikkelingsruimte en standaard grenswaarde voor projecten niet meer beschikbaar. Op 16 juni 2020 hebben provincies de geldende beleidsregels voor intern en extern salderen vastgesteld. Dit vormt het nieuwe beleid op basis waarvan de vergunningverlening binnen de Wet natuurbescherming met betrekking tot stikstofdepositie plaatsvindt.
2.2
Voortoets
Een voortoets heeft tot doel te onderzoeken of er sprake kan zijn van significante gevolgen voor beschermde Natura 2000 gebieden. De significantie van de gevolgen voor een gebied als gevolg van een plan worden afgezet tegen de instandhoudingsdoelstellingen van een Natura 2000-gebied. De instandhoudingsdoelstellingen zijn neergelegd in het aanwijzingsbesluit en zijn uitgewerkt in het beheerplan voor dat gebied. Wanneer een plan of project gevolgen heeft voor het gebied, maar de instandhoudingsdoelstellingen daarvan niet in gevaar brengt, zijn significante gevolgen uitgesloten. Bij de voortoets wordt bekeken of het bestemmingsplan afzonderlijk of in combinatie met andere plannen of projecten significante gevolgen kan hebben. In hoeverre stikstofdepositie voor significante gevolgen op Natura 2000-gebieden kan zorgen, wordt in eerste instantie bepaald door te bezien of de ontwikkelingen die het plan mogelijk maakt tot een toename van stikstofdepositie leiden. Hierbij mag een vergelijking worden gemaakt met het bestaande gebruik (referentiesituatie) binnen het project zelf (intern salderen) of mag met het stoppen van een stikstofuitstotende activiteit elders worden gecompenseerd (extern salderen).
Van plannen die ten opzichte van de feitelijke situatie geen toename van de stikstofdepositie veroorzaken op Natura 2000-gebieden met stikstofgevoelige gebieden waarvan de Kritische Depositie Waarde (KDW) wordt overschreden of bijna wordt overschreden (achtergrondwaarde 70 mol/ha/j onder de KDW), zijn significante gevolgen met zekerheid uit te sluiten. In dat geval hoeft geen passende beoordeling te worden opgesteld. In het geval uit de voortoets blijkt dat: de ontwikkeling wel kan leiden tot een toename van stikstofdepositie op één of meer in het kader van Natura 2000 beschermde stikstofgevoelige gebieden; van deze stikstofgevoelige gebieden de KDW al wordt overschreden of door de toename van de stikstofdepositie kan worden overschreden; dient een volgende stap gezet te worden. Op dat moment wordt door middel van een ecologische voortoets onderzocht of ecologische significante effecten uitgesloten kunnen worden. Het gaat hierbij bijvoorbeeld om kleine deposities en/of deposities voor een korte tijd. Mocht dat laatste ook niet het geval zijn dan is een passende beoordeling en een vergunning in het kader van de Wet natuurbescherming (Wnb) noodzakelijk.
2.3
Intern salderen
Om te bepalen wat de referentiesituatie is waarmee intern mag worden gesaldeerd, is het in eerste instantie van belang de referentiedatum te bepalen. Dit betreft de datum van het definitieve aanwijzingsbesluit van het desbetreffende Natura 2000-gebied of diens voorganger Vogelrichtlijngebied of Habitatrichtlijngebied.
Landgoed‘t Raesfeldsbosch
7
Vervolgens is het voor de referentiesituatie bepalend welke ruimtelijke procedure gevolgd wordt: is er sprake van een plan of een project? Bij een berekening in het kader van een bestemmingsplanprocedure (een plan) is de feitelijke en planologisch legale situatie ten tijde van de vaststelling van het nieuwe bestemmingsplan de referentiesituatie. In het geval van een vergunningsprocedure (een project) is een geldige natuurvergunning of natuurtoestemming de referentiesituatie. Als er geen natuurvergunning of natuurtoestemming is, is de milieuvergunning of milieumelding, die gold op de referentiedatum bepalend voor de referentiesituatie. Als na de referentiedatum een milieutoestemming is verleend, die minder stikstofuitstoot mogelijk maakt dan de vergunning die gold op de referentiedatum, bepaalt dat de referentiesituatie. Is er ook geen milieumelding of milieuvergunning, dan geldt de activiteit die op de referentiedatum was toegestaan en sindsdien onafgebroken aanwezig is geweest als referentiesituatie.
2.4
Passende beoordeling
Wanneer een plan significante negatieve gevolgen kan hebben, moet het bestuursorgaan ingevolge de Wet natuurbescherming een passende beoordeling opstellen vóórdat het plan kan worden vastgesteld. Deze passende beoordeling moet de zekerheid geven dat de natuurlijke kenmerken van het betreffende gebied niet worden aangetast. Het bestemmingsplan zal rekening moeten houden met de in het aanwijzingsbesluit voor het betrokken gebied vastgestelde instandhoudingsdoelstellingen en de wijze waarop deze zijn uitgewerkt in het voor het gebied vastgestelde beheerplan. Als het bevoegd gezag (in veel gevallen Provinciale Staten) op grond van de passende beoordeling niet de vereiste zekerheid heeft verkregen dat een plan de natuurlijke kenmerken niet zal aantasten, kan het plan in beginsel niet worden vastgesteld. Dat is alleen anders als er geen alternatieve oplossingen beschikbaar zijn, sprake is van dwingende redenen van openbaar belang en compenserende maatregelen worden getroffen, dan kan een plan toch worden vastgesteld.
Landgoed‘t Raesfeldsbosch
8
Hoofdstuk 3 3.1
Berekeningssystematiek
Gebruikt rekenmodel
In deze voortoets is gerekend met de AERIUS Calculator. De rekenkern van AERIUS wordt gevormd door het Operationeel Prioritaire Stoffen model (OPS) van het RIVM. Dit model berekent de verspreiding van stikstof door de lucht en de depositie. OPS houdt daarbij rekening met verschillende factoren die de verspreiding en depositie van stikstof beïnvloeden, bijvoorbeeld de windrichting en -kracht, de ruwheid van het terrein en de hoogte van de vegetatie. Voor wegverkeer wordt gebruikt gemaakt van Standaard Rekenmethode 2 (SRM2). Daarmee sluit AERIUS aan op de modellering in het Nationaal Samenwerkingsverband Luchtkwaliteit.
3.2
Input rekenmodel
Belangrijk voor elk rekenmodel is de kwaliteit van de input. In deze paragraaf wordt voor elk onderdeel de bijbehorende uitgangspunten beschreven en onderbouwd.
3.2.1 Toekomstig gebruik Verkeersbewegingen Met betrekking tot het beoogde plan is het van belang te kijken naar de verwachte toename van het aantal verkeersbewegingen. Voor het bepalen van de extra verkeersbewegingen wordt gebruik gemaakt van de publicatie 381: ‘Toekomstbestendig parkeren’ van het CROW. In deze publicatie geldt als uitgangspunt 8,6 motorvoertuigbewegingen voor een vrijstaande woning in niet stedelijk buitengebied. Het plan gaat uit van 3 woningen waardoor het aantal verkeersbewegingen in de toekomstige situatie circa 26 zal bedragen. Deze verkeersbewegingen bestaan enkel uit licht verkeer. Verkeersbewegingen worden in AERIUS als lijnbronnen weergegeven. Deze lijnbronnen worden ingetekend van de woning tot het punt waar de verkeersbewegingen opgaan in het algemene verkeersbeeld. In dit geval gaan de verkeersbewegingen op in het algemene verkeersbeeld op de Tolweg en de Rabelingstraat op het punt waar het verkeer op snelheid is gekomen. De woningen worden conform het Bouwbesluit gasloos uitgevoerd. Daarmee is er geen sprake van een verbrandingsinstallatie in het huis. Mogelijke stikstofuitstoot door de toekomstige woningen en bijgebouwen is kleinschalig en incidenteel en daardoor niet modelleerbaar, zoals ook beargumenteerd in de Handreiking woningbouw en AERIUS van de Rijksoverheid (januari 2020).
3.2.2 Aanlegfase Naast het toekomstig gebruik is ook de stikstofuitstoot tijdens de aanlegfase van het project van belang. Bij de realisatie van het initiatief zijn gedurende korte tijd werktuigen en machines van de bouwer in het plangebied aanwezig. Ook de verkeersbewegingen van de werklieden van en naar de bouwplaats geven een korte toename van stikstof emissie. Van een deel van de machines (handgereedschap, snelbouwkranen, liften) wordt ervan uit gegaan dat deze elektrisch zijn en dus geen stikstofuitstoot veroorzaken. Voor de daadwerkelijke aanleg is nog geen bestek gemaakt. Daarom is er op basis van vergelijkbare projecten en ervaringen elders een zo goed mogelijke raming gemaakt van de activiteiten die zorgen voor stikstofuitstoot tijdens de aanlegfase. In deze berekening is ervan uitgegaan dat de aanlegfase van het project maximaal 1 jaar duurt. Verkeersbewegingen Tijdens de aanlegfase zal er sprake zijn van verkeersbewegingen door de werklieden die met de bouw van de woningen bezig zijn. Bij de gemaakte inschatting van het aantal verkeersbewegingen van licht verkeer is er rekening mee gehouden dat werklieden met werkbusjes arriveren, waarbij er meerdere werklieden in één
Landgoed‘t Raesfeldsbosch
9
werkbus zitten. Daarnaast zorgen de aan- en afvoer van materiaal en de mobiele werktuigen voor verkeersbewegingen door middelzwaar en zwaar vrachtverkeer. De schatting van de verkeersbewegingen in de aanlegfase is weergegeven in onderstaande tabel. Type verkeer Licht Middel zwaar Zwaar
Gem. aantal per jaar 628 61 144
Verkeersbewegingen worden in AERIUS als lijnbronnen weergegeven. Deze lijnbronnen worden ingetekend van de locatie van de werkzaamheden tot het punt waar de verkeersbewegingen opgaan in het algemene verkeer. In dit geval vindt de ontwikkeling plaats op het gehele perceel. Er is gekozen voor de worst-case aanname dat al het verkeer gebruik maakt van de bestaande ontsluiting aan de Toldijk (dichter bij het maatgevende N2000 gebied Korenburgerveen) voor wat betreft de mobiele werktuigen. Vervolgens gaan de verkeersbewegingen op in het algemene verkeersbeeld op de Terborgseweg op het punt waar het verkeer op snelheid is gekomen. Mobiele werktuigen Er zijn mobiele werktuigen nodig voor het realiseren van het initiatief. Voor het invoeren van de mobiele werktuigen is een inschatting gemaakt van de STAGE klassen van de werktuigen, het brandstofverbruik, het aantal draaiuren van een werktuig en mits van toepassing het AdBlue verbruik, waarmee de uitstoot NOx en NH3 door AERIUS is bepaald. Het brandstofverbruik is bepaald op basis van een inschatting van het totale aantal draaiuren (belast en stationair) van het werktuig. De uitstoot van de mobiele werktuigen wordt in AERIUS als een vlakbron ingetekend, op de locatie van de werkzaamheden. De overige machines zoals vrachtwagens voor de aan- en afvoer van materieel vallen onder de verkeersbewegingen.
Het stationair draaien van vrachtwagens tijdens het laden en lossen is als aparte bron gemodelleerd. In paragraaf 4.2 is te zien wat de uitgangspunten voor de aanlegfase zijn per bron. In bijlage 1 is toegelicht hoe tot de uitgangspunten voor de aanlegfase is gekomen.
Landgoed‘t Raesfeldsbosch
10
Hoofdstuk 4
Resultaten berekening
4.1 Gebruiksfase In het model is de beoogde situatie ingevoerd. Op navolgende uitsnede zijn de bronnen weergegeven die van invloed zijn op de stikstofdepositie van het initiatief. Bron 1 en 2 betreffen de verkeersbewegingen.
Afbeelding ingevoerde bronnen AERIUS gebruiksfase Toekomstige emissies door verkeersbewegingen Uit de berekening volgt dat door het toekomstig aantal verkeersbewegingen (conform paragraaf 3.2.1) de uitstoot van NOx 1,0 kg/j bedraagt en de uitstoot van NH3 0,1 kg/j.
Landgoed‘t Raesfeldsbosch
11
Bron 1 blauw omkaderd
Bron 2 blauw omkaderd
Landgoed‘t Raesfeldsbosch
12
Bron 3 blauw omkaderd
Bron 4 blauw omkaderd Stikstofdepositie op de Natura 2000-gebieden De uitstoot van NOx als gevolg van het toekomstig gebruik zorgt niet voor een bijdrage hoger dan 0,00 mol/ha/j op (bijna) overbelaste hexagonen van Natura 2000-gebieden.
Landgoed‘t Raesfeldsbosch
13
4.2 Aanlegfase Op navolgende uitsnede zijn de bronnen weergegeven die van invloed zijn op de stikstofdepositie van het initiatief tijdens de aanlegfase. Bronnen 6 t/m 10 betreffen de verkeersbewegingen en bronnen 1 t/m 5 betreffen de mobiele werktuigen.
Afbeelding ingevoerde bronnen AERIUS aanlegfase Emissies door verkeersbewegingen Uit navolgende tabellen volgt dat door de verkeersbewegingen in de aanlegfase (conform paragraaf 3.2.2) de uitstoot van NOx 0,7 kg/j bedraagt en de uitstoot van NH3 28,8 g/j.
Landgoed‘t Raesfeldsbosch
14
Bron 6 blauw omkaderd
Bron 7 blauw omkaderd
Landgoed‘t Raesfeldsbosch
15
Bron 8 blauw omkaderd
Bron 9 blauw omkaderd
Landgoed‘t Raesfeldsbosch
16
Bron 10 blauw omkaderd Emissies door mobiele werktuigen Uit navolgende tabellen volgt dat door de mobiele werktuigen in de aanlegfase (conform paragraaf 3.2.2) de uitstoot van NOx 29,1 kg/j bedraagt en de uitstoot van NH3 1,01 kg/j.
Bron 1 werktuigen verharding
Landgoed‘t Raesfeldsbosch
17
Bron 2 werktuigen aanleg bos
Bron 3 werktuigen aanleg woningen
Landgoed‘t Raesfeldsbosch
18
Bron 4 werktuigen aanleg poel en vijver
Bron 5 stationair draaien werktuigen Stikstofdepositie de Natura 2000-gebieden De uitstoot van NOx als gevolg van de verkeersbewegingen en de mobiele werktuigen in de aanlegfase zorgt niet voor een bijdrage hoger dan 0,00 mol/ha/j op (bijna) overbelaste hexagonen van Natura 2000-gebieden.
Landgoed‘t Raesfeldsbosch
19
Hoofdstuk 5
Conclusies
De berekening ten behoeve van de Wet natuurbescherming is uitgevoerd in het kader van een aanpassing van de bestemming. Het plan voorziet in een landgoedontwikkeling aan de Toldijk 2 te Sinderen met de bouw van drie woningen, aanleg van een poel, gedeeltelijk natuurvriendelijke oevers, wandelpaden en een bos. Eindconclusie Als gevolg van de ontwikkelingen in het plangebied waarvoor de berekeningen zijn uitgevoerd neemt de stikstofdepositie op (bijna) overbelaste hexagonen van de Natura 2000-gebieden in zowel de gebruiksfase als de aanlegfase niet toe. Er is dus geen sprake van mogelijke negatieve effecten op beschermde Natura 2000gebieden. Het aanvragen van een Wnb-vergunning is daarom niet nodig voor dit project.
Landgoed‘t Raesfeldsbosch
20
Landgoed‘t Raesfeldsbosch
21
Bijlagen
Landgoed‘t Raesfeldsbosch
22
Landgoed‘t Raesfeldsbosch
23
Bijlage 1: Toelichting uitgangspunten aanlegfase Onderstaand is toegelicht hoe is gekomen tot de uitgangspunten voor het modelleren van de aanlegfase. STAGE klasse De stageklassen betreffen emissienormen voor mobiele werktuigen en zijn afhankelijk van het bouwjaar en het vermogen van het mobiele werktuig. Bij de emissieberekening op basis van brandstofverbruik per stageklasse, rekent AERIUS met categorieën stageklassen en emissiefactoren die betrekking hebben op dieselmotoren en zijn overgenomen uit het Emissiemodel Mobiele Machines (TNO-rapport 2009). Voor elk werk wordt door een bouwer normaal gesproken een machine ingezet met het laagste vermogen dat werkbaar is voor de uitvoering. Dit omdat machines met een hoger vermogen meer brandstofverbruik hebben. Bij de selectie van het vermogen is dan ook gekozen voor een gemiddeld vermogen passend bij het werk. Voor wat betreft het bouwjaar is gekeken naar de gemiddelde levensduur van de gebruikte werktuigen. Hierbij is aangesloten bij de mediane levensduur (TNO-rapport 2009) van de betreffende werktuigen, afgerond op hele jaren. Het jaar van uitvoering minus de levensduur geeft een goede raming van het gemiddelde bouwjaar van de gebruikte machines. Als de initiatiefnemer heeft aangegeven oudere of nieuwere mobiele werktuigen te gebruiken, is van de door de initiatiefnemer opgegeven bouwjaren uitgegaan.
Brandstofverbruik Om het brandstofgebruik (Diesel) per jaar te schatten is aangesloten bij de formule die is opgenomen in het TNO rapport 2020 R11528. De formule is als volgt: Brandstofverbruik [liters] = 0,245 * arbeid [kWh] + (0,52 + 0,0034 * maximaal vermogen [kW]) * draaiuren [h] AdBlue verbruik Het AdBlue verbruik in liters varieert van 4% tot 7% van het dieselgebruik. Per STAGE klasse is er een maximum aan AdBlue verbruik. In deze berekening is uitgegaan van het maximale AdBlue verbruik voor de betreffende STAGE klasse. Stationair draaien vrachtwagens De duur van het laden en lossen van een vrachtwagen is afhankelijk van de vracht die wordt geladen of gelost en de wijze van laden en lossen. De duur loopt uiteen van 10 minuten tot 60 minuten. Niet iedere vrachtwagen zal stationair draaien tijdens het laden en lossen. Ook dit is afhankelijk van de wijze van laden en lossen en van de duur van het laden en lossen. Hoe langer het laden of lossen duurt, hoe groter de kans dat de motor wordt uitgezet, om brandstof te besparen (als de wijze van laden/lossen dat toelaat). Sommige vrachtwagens hebben de motor nodig om te laden/lossen. Er zijn daarmee veel variabelen die bepalend zijn voor de uitstoot vanwege het stationair draaien van vrachtwagens. Voor deze berekening is de aanname dat iedere vrachtwagen gemiddeld 30 minuten stationair draait tijdens het laden en lossen.
Voor het bepalen van de emissie wordt aangesloten bij de emissiefactoren die BIJ12 heeft gedeeld. Voor het jaar 2023 is de emissie van een zware vrachtwagen (>20 ton) 85 g/u NOx en 0,916 g/u NH3. Deze emissiefactoren worden voor alle vrachtwagens gehanteerd. Voor het berekenen van de emissie wordt onderstaande formule gebruikt, conform de Rekeninstructie stationaire emissies wegverkeer (BIJ12, 2022). Emissie = EFstationair * Tijdstationair
Landgoed‘t Raesfeldsbosch
24
Emissie = emissie in kilogram per jaar EFstationair = emissiecijfer zoals gegeven door TNO Tijdstationair = tijd in uur dat het voertuig stationair is De uitstoot van het stationair laden wordt in AERIUS als een vlakbron ingetekend, op de locatie van de werkzaamheden. De berekende uitstoot wordt handmatig ingevoerd onder de sector ‘Anders’. De overige kenmerken blijven op de standaard ingevulde waarden staan.
Landgoed‘t Raesfeldsbosch
25
Landgoed‘t Raesfeldsbosch
26
Bijlage 2: AERIUSberekening gebruiksfase
Landgoed‘t Raesfeldsbosch
27
Landgoed‘t Raesfeldsbosch
28
Projectberekening Dit document geeft een overzicht van de invoer en rekenresultaten van een Projectberekening met AERIUS Calculator. De berekening is uitgevoerd binnen stikstofgevoelige Natura 2000-gebieden, op rekenpunten die overlappen met habitattypen en/of leefgebieden die aangewezen zijn in het kader van de Wet natuurbescherming, gekoppeld aan een aangewezen soort, of nog onbekend maar mogelijk wel relevant, en waar tevens sprake is van een overbelaste of bijna overbelaste situatie voor stikstof.
Overzicht Samenvatting situaties Resultaten Detailgegevens per emissiebron Deze PDF is een digitaal bestand dat weer in te lezen is in AERIUS. Meer toelichting over deze PDF kunt u vinden in een bijbehorende leeswijzer. Deze leeswijzer en overige documentatie is te raadplegen via:
www.aerius.nl/handleidingen-en-leeswijzers
Bijlage 3: AERIUSberekening aanlegfase
Landgoed‘t Raesfeldsbosch
29
Landgoed‘t Raesfeldsbosch
30
Projectberekening Dit document geeft een overzicht van de invoer en rekenresultaten van een Projectberekening met AERIUS Calculator. De berekening is uitgevoerd binnen stikstofgevoelige Natura 2000-gebieden, op rekenpunten die overlappen met habitattypen en/of leefgebieden die aangewezen zijn in het kader van de Wet natuurbescherming, gekoppeld aan een aangewezen soort, of nog onbekend maar mogelijk wel relevant, en waar tevens sprake is van een overbelaste of bijna overbelaste situatie voor stikstof.
Overzicht Samenvatting situaties Resultaten Detailgegevens per emissiebron Deze PDF is een digitaal bestand dat weer in te lezen is in AERIUS. Meer toelichting over deze PDF kunt u vinden in een bijbehorende leeswijzer. Deze leeswijzer en overige documentatie is te raadplegen via:
www.aerius.nl/handleidingen-en-leeswijzers
Landgoed‘t Raesfeldsbosch
31
Landgoed‘t Raesfeldsbosch
32