BIJLAGE was-wordt Verordening ambtelijke bijstand en fractieondersteuning.pdf
Tekst van het document
BIJLAGE was-wordt lijst bij de Verordening ambtelijke bijstand en fractieondersteuning Oude IJsselstreek 2023 Verordening op de ambtelijke bijstand en de fractieondersteuning (WAS) Paragraaf 1: Ambtelijke bijstand
Verordening ambtelijke bijstand en fractieondersteuning Oude IJsselstreek 2023 (WORDT) Paragraaf 1. Algemene bepalingen
Begripsbepalingen niet opgenomen. Artikel 1 1. Een raadslid wendt zich tot de griffier of een ambtenaar met een verzoek om: a) feitelijke informatie van geringe omvang; b) inzage in of afschrift van documenten die openbaar zijn; 2. Indien de ambtenaar twijfelt of het verzoek betrekking heeft op informatie, bedoeld in het eerste lid onder a of b, stelt hij de secretaris daarvan in kennis. De secretaris beslist. 3. Een raadslid wendt zich tot de griffier met een verzoek om bijstand bij het opstellen van voorstellen, amendementen en moties of andere bijstand. De bijstand, bedoeld in het derde lid, wordt verleend door de griffier of een medewerker van de griffie. Indien de gevraagde bijstand niet door de griffier of een medewerker van de griffie kan worden verleend, kan de griffier de secretaris verzoeken één of meer ambtenaren aan te wijzen, die de gevraagde bijstand zo spoedig mogelijk verlenen.
Artikel 1. Begripsbepalingen In deze verordening wordt verstaan onder: ambtelijke bijstand: bijstand, verleend door onder het gezag van het college werkzame ambtenaren; bijstand: ondersteuning bij het opstellen van voorstellen, amendementen en moties of andere ondersteuning niet zijnde een verzoek om informatie; fractieassistent: persoon conform artikel 6 van de Verordening op de raadscommissies van de gemeente Oude IJsselstreek.
Artikel 2 1. Een ambtenaar verleent op verzoek van de griffier of de secretaris ambtelijke bijstand tenzij: a) het raadslid niet aannemelijk heeft gemaakt dat de bijstand betrekking heeft op de werkzaamheden van de raad; b) dit het belang van de gemeente kan schaden; 2. De secretaris beoordeelt of ambtelijke bijstand op grond van het eerste lid geweigerd wordt. Alvorens daartoe te besluiten treedt hij in overleg met de griffier en zonodig het betrokken raadslid met het oogmerk een bevredigende oplossing voor alle betrokkenen te realiseren. 3. Indien de bijstand op grond van het eerste lid wordt geweigerd deelt de secretaris dit met redenen omkleed mee aan de griffier en het raadslid dat het verzoek heeft gedaan.
Artikel 2. Verzoek om informatie 1. Een raadslid of een fractieassistent kan de griffier of een onder het gezag van het college werkzame ambtenaar verzoeken om feitelijke informatie van geringe omvang of om inzage in, of afschrift van bij de raad, burgemeester of wethouders berustende schriftelijke stukken en ander materiaal dat gegevens bevat. 2. De griffier of de onder het gezag van het college werkzame ambtenaar verstrekt zo spoedig mogelijk de verzochte informatie, voor zover deze daarover kan beschikken. Voor zover daarmee niet aan het verzoek voldaan is, verzoekt de griffier de secretaris één of meer ambtenaren aan te wijzen die voor zover mogelijk de resterende informatie zo spoedig mogelijk verstrekken.
Artikel 3 Indien het verzoek om bijstand van een ambtenaar door de secretaris wordt geweigerd kan de griffier of het betrokken raadslid het verzoek voorleggen aan de burgemeester. De burgemeester beslist zo spoedig mogelijk op het verzoek.
Artikel 3. Verzoek om bijstand 1. Een raadslid kan de griffier verzoeken om ambtelijke bijstand. 2. De verzochte bijstand wordt zo spoedig mogelijk verleend, voor zover dit naar het oordeel van de griffier in redelijkheid kan worden verwacht. Als de griffier de verzochte bijstand niet kan verlenen, verzoekt hij de secretaris om één of meer ambtenaren aan te wijzen die ambtelijke bijstand verlenen. 3. De secretaris weigert het verzoek om ambtelijke bijstand als: a. naar zijn oordeel niet aannemelijk is gemaakt dat de ambtelijke bijstand betrekking heeft op raadswerkzaamheden; of b. dit naar zijn oordeel het belang van de gemeente kan schaden. 4. Als de secretaris het verzoek om ambtelijke bijstand weigert, deelt hij dit met redenen omkleed mee aan de griffier en aan het raadslid door wie het verzoek is ingediend. De griffier of het raadslid kan de burgemeester verzoeken met de griffier en de secretaris en zo nodig het raadslid in overleg te treden over het alsnog laten verlenen van de ambtelijke bijstand. De burgemeester geeft zo spoedig mogelijk gehoor aan dit verzoek. (VNG model 2019 burgemeester bemiddelende rol) en betreft een wijziging t.o.v. het huidige artikel.
Artikel 4 1. Indien een raadslid niet tevreden is over een door een ambtenaar verleende bijstand, doen zij – het raadslid – via de griffier hiervan mededeling aan de secretaris. 2. Indien overleg met de secretaris niet leidt tot een voor beide partijen bevredigende oplossing leggen zij de zaak voor aan de burgemeester. De burgemeester beslist zo spoedig mogelijk over de zaak.
Artikel 4. Geschil over verleende ambtelijke bijstand 1. Een raadslid dat niet tevreden is over de aan hem verleende ambtelijke bijstand kan de griffier verzoeken hierover in overleg treden met de secretaris. 2. Als overleg met de secretaris niet leidt tot een ook voor het raadslid bevredigende oplossing, kan deze de burgemeester verzoeken met de griffier en de secretaris en zo nodig het raadslid in overleg te treden over de aan hem verleende ambtelijke bijstand. De burgemeester geeft zo spoedig mogelijk gehoor aan dit verzoek. (VNG model 2019 burgemeester bemiddelende rol) en betreft een wijziging t.o.v. het huidige artikel.
Artikel 5 De secretaris stelt de desbetreffende portefeuillehouder in het college desgewenst in kennis van een verzoek om bijstand van een ambtenaar.
Artikel 5. Verstrekking informatie over verzoeken om ambtelijke bijstand Als het college of één of meer leden van het college informatie wensen over een verzoek om ambtelijke bijstand of over de inhoud van verleende ambtelijke bijstand, wenden zij zich daartoe rechtstreeks tot het betrokken
raadslid. Artikel 6 Indien het college of leden van het college informatie wensen over een verzoek om ambtelijke bijstand of de inhoud van het gegeven advies, wenden zij zich daartoe rechtstreeks tot het betrokken raadslid.
Paragraaf 3. Fractieondersteuning Artikel 6. Recht op financiële bijdrage 1. De raad verstrekt een in de raad vertegenwoordigde fractie voor de duur van de zittingsperiode jaarlijks een financiële bijdrage ter ondersteuning van het functioneren van de fractie. 2. Deze jaarlijkse financiële bijdrage bestaat uit een basisbedrag van € 1.250,- per fractie en een variabel deel van € 700,per raadszetel van de fractie.
Paragraaf 2: Fractieondersteuning Artikel 7 1. De fracties, zoals bedoeld in artikel 5 van het reglement van orde voor de gemeenteraad, ontvangen jaarlijks een financiële bijdrage als tegemoetkoming in de kosten voor het functioneren van de fractie. 2. Deze bijdrage bestaat uit een vast deel van € 1.250,- voor elke fractie. Daarnaast ontvangt elke fractie een bedrag van € 700,- per raadszetel.
Artikel 7. Besteding financiële bijdrage 1. Fracties besteden de financiële bijdrage uitsluitend aan ondersteuning die ertoe strekt de volksvertegenwoordigende, kaderstellende of controlerende rol van de fractie te versterken. (VNG model 2019) Het raadspresidium heeft 17 maart 2014 afgesproken dat het algemene doel vooruitlopend op de eerstvolgende herziening wordt: het versterken van de verbindende rol van de fractie in de netwerksamenleving. Deze tekst is anders dan het VNG model 2019. 2. De financiële bijdrage wordt in ieder geval niet gebruikt ter bekostiging van: a) uitgaven die in strijd zijn met enige wettelijke bepaling; b) betalingen, inclusief die ter voldoening van contributie, aan politieke partijen, met politieke partijen verbonden instellingen of natuurlijke personen anders dan ter vergoeding van diensten of goederen geleverd ten behoeve van de versterking van de ondersteuning van de fractie op basis van een gespecificeerde, reële declaratie of arbeidsovereenkomst; c) giften, leningen, beleggingen en voorschotten; d) uitgaven die op grond van enige andere wettelijke regeling in aanmerking komen voor vergoeding van overheidswege, inclusief uitgaven in verband met verkiezingsactiviteiten.
Artikel 8 1. Fracties besteden de bijdrage om hun volksvertegenwoordigende, kaderstellende en controlerende rol ter versterken. 2. De bijdrage mag niet gebruikt worden ter bekostiging van:
Artikel 8. Voorschot financiële bijdrage 1. Een fractie wordt tweejaarlijks, voor 31 januari en 31 juli, een voorschot verleend ter hoogte van de financiële bijdrage voor het betreffende halve kalenderjaar, verrekend met nog niet verrekende teveel ontvangen voorschotten in periodes
a) uitgaven die in strijd zijn met wettelijke bepalingen en overige regelingen; b) betalingen aan politieke partijen, met politieke partijen verbonden instellingen of natuurlijke personen anders dan ter vergoeding van prestaties (diensten of goederen) geleverd ten behoeve van de fractie op basis van gespecificeerde reële declaratie; c) giften; d) uitgaven die bestreden moeten worden uit vergoedingen die de leden ingevolge het rechtspositiebesluit raads- en commissieleden toekomen. Artikel 9 1. De bijdrage voor fractieondersteuning wordt voor 31 januari van een kalenderjaar als voorschot op dat kalenderjaar verstrekt. 2. In een jaar waarin verkiezingen plaatsvinden wordt het voorschot verstrekt voor de maanden tot en met de maand van de verkiezingen. In de maand volgende op die waarin de eerste vergadering van de nieuw gekozen raad plaatsvindt wordt het voorschot verstrekt voor de overige maanden van dat jaar.
Artikel 10 1. Indien het zeteltal van een fractie als gevolg van verkiezingen verandert, wijzigt de bijdrage voor fractieondersteuning naar rato van het zeteltal. 2. Bij splitsing van een fractie wordt de op grond van artikel 7, tweede lid, vastgestelde bijdrage voor de oorspronkelijke fractie verdeeld over de betrokken fracties naar evenredigheid van het aantal bij de splitsing betrokken leden.
waarvoor de financiële bijdrage overeenkomstig artikel 11 is vastgesteld. 2. In een jaar waarin de raadsleden aftreden na reguliere raadsverkiezingen of op grond van artikel 56d of 56e van de Wet Algemene regels herindeling wordt, in afwijking van het eerste lid, een voorschot verleend tot en met de maand maart en een voorschot voor de periode omvattende de resterende maanden. Het eerste voorschot wordt voor 31 januari van dat jaar verstrekt; het tweede voorschot voor het eind van de maand april.
Artikel 9. Gevolgen splitsen en einde bestaan fractie 1. Als één of meer raadsleden van één of meer fracties als zelfstandige fractie gaan optreden of zich aansluiten bij een andere fractie, wordt het voor elk van deze zetels beschikbaar gestelde variabele deel van de financiële bijdrage ter ondersteuning van de fractie waar zij uittreden, toebedeeld aan de nieuw gevormde fractie of aan de fractie waarbij aangesloten wordt. 2. Als zich een situatie als bedoeld in het eerste lid voordoet, worden de verleende voorschotten naar evenredigheid van het nog resterende aantal maanden van het jaar waarvoor het voorschot is verleend onverwijld bijgesteld overeenkomstig de uit het eerste lid voortvloeiende verdeling. 3. Als een fractie tijdens een zittingsperiode ophoudt te bestaan, vervalt de aanspraak op de financiële bijdrage ter ondersteuning van die fractie met ingang van de maand volgend op de maand waarin hiervan kennisgeving is gedaan aan de raad. Artikel 10. Reserve 1. De raad reserveert het in enig jaar niet gebruikte gedeelte van de financiële bijdrage ter ondersteuning van het functioneren van de fractie voor het kunnen verlenen van een aanvullende financiële bijdrage ten behoeve van die fractie in volgende jaren. 2.
Een reserve is niet groter dan 30% van de financiële bijdrage ter ondersteuning van het functioneren van de fractie die in het voorgaande kalenderjaar als voorschot verleend was ten behoeve van die fractie op grond van artikel 8. 3. Het beroep in enig jaar op de opgebouwde reserve komt tot uitdrukking in de afrekening over dat jaar.
Artikel 11 1. Het in enig jaar niet gebruikte gedeelte van de aan een fractie toekomende bijdrage wordt door de fractie gereserveerd ter besteding in de volgende jaren. 2. De reserve is niet groter dan 30% van de bijdrage die de fractie in het voorgaande kalenderjaar ingevolge artikel 7 toekwam.
Bevoorschotting vindt desgevraagd plaats. 4. Een reserve blijft na verkiezingen beschikbaar ten behoeve van de fractie die onder dezelfde naam terugkeert, dan wel ten behoeve van de fractie die naar het oordeel van de raad als rechtsopvolger daarvan kan worden beschouwd. 5. Als zich een situatie als bedoeld in artikel 9, eerste lid, voordoet, wordt een eventuele reserve ten behoeve van de fractie waar de betreffende leden uittreden toebedeeld aan de betrokken fracties naar evenredigheid van de resulterende zetelaantallen. Artikel 11. Verantwoording, controle en vaststelling financiële bijdrage 1. Elke fractie legt uiterlijk drie maanden na het einde van een kalenderjaar aan de raad verantwoording af over de besteding van de financiële bijdrage gedurende het vorige kalenderjaar, onder overlegging van een financieel verslag. 2. Het presidium stelt na controle van het financieel verslag de hoogte vast van: a) de financiële bijdrage; b) het te verrekenen verschil tussen de vastgestelde financiële bijdrage en het ontvangen voorschot; c) de wijziging van de reserve; en d) de resterende reserve. 3. Na vaststelling stuurt het presidium de verantwoordingen met haar advies naar de gemeenteraad.
Artikel 12 1. Elke fractie legt binnen drie maanden na afloop van het kalenderjaar aan de raad verantwoording af over de besteding van de bijdrage voor fractieondersteuning onder overlegging van een verslag. 2. De verslagen worden bij de griffie ter inzage gelegd.
Paragraaf 4: Slotbepaling Artikel 12. Intrekking oude verordening en overgangsrecht 1. De verordening op de ambtelijke bijstand en de fractieondersteuning als vastgesteld op 30 juni 2005 wordt ingetrokken. 2. De verordening op de ambtelijke bijstand en de fractieondersteuning als vastgesteld op 30 juni 2005 blijft van toepassing ten aanzien van de op basis van die verordening verleende financiële bijdragen en de verantwoording, controle, vaststelling en afrekening van die financiële bijdragen.
Paragraaf 3: Slotbepaling Artikel 13 1. Deze verordening treedt met terugwerkende kracht in werking met ingang van 1 januari 2005. 2. De regelingen inzake het verstrekken van ambtelijke bijstand en fractieondersteuning, vastgelegd door
Artikel 13. Inwerkingtreding en citeertitel 1. Deze verordening treedt in werking op 1 januari 2023. 2. Deze verordening wordt aangehaald als Verordening ambtelijke bijstand en fractieondersteuning Oude IJsselstreek 2023.
de gemeenteraden van de voormalige gemeenten Gendringen en Wisch, worden met terugwerkende kracht met ingang van 3 januari 2005 ingetrokken.