Bijlage Verkennend bodemonderzoek Grote Beer.pdf
Tekst van het document
Voor de gemeten stoffen, die geen onderdeel uitmaken van de msPAFberekening, worden de toetsingsregels van de Achtergrondwaarden toegepast. Voor het toepassen van zeezand geldt de norm 200 mg/kg ds. Bij het toepassen van zeezand op plaatsen waar een direct contact is of mogelijk is met brak oppervlaktewater of zeewater met van nature een chloride-gehalte van meer dan 5000 mg/l, geldt voor chloride geen maximale waarde. Bij gehalten die de Achtergrondwaarde overschrijden moet rekening worden gehouden met de mogelijkheid van uitdamping. Wanneer uitdamping naar binnenlucht zou kunnen optreden, moet bij overschrijding van de Achtergrondwaarde worden gemeten in de bodemlucht en moet worden getoetst aan de TCL (Toxicologisch Toelaatbare Concentratie in Lucht). Het gehalte cyanide-complex is gelijk aan het gehalte cyanide-totaal minus het gehalte cyanide-vrij, bepaald conform NEN 6655. Indien geen cyanide-vrij wordt verwacht, mag het gehalte cyanide-complex gelijk worden gesteld aan het gehalte cyanide-totaal (en hoeft dus alleen het gehalte cyanide-totaal te worden gemeten). De Achtergrondwaarde van deze somparameter gaat uit van de aanwezigheid van meerdere van de 15 componenten, die tot deze somparameter worden gerekend (zie bijlage N). De hoogte van de Achtergrondwaarde is gebaseerd op de som van de bepalingsgrenzen vermenigvuldigd met 0,7.
Sommige componenten zijn tevens individueel genormeerd. Binnen de somparameter mag de Achtergrondwaarde van de individueel genormeerde componenten niet worden overschreden. Hetzelfde geldt voor de Maximale waarde wonen en de Maximale waarde industrie. Voor de componenten, die niet individueel zijn genormeerd, geldt per component een maximum gehalte van 0,45 mg/kg ds, zowel voor de Achtergrondwaarde als de Maximale waarden wonen en industrie. De Interventiewaarde van deze stoffen zijn gelijk of kleiner dan de bepalingsgrens (intralaboratorium reproduceerbaarheid). Indien de stof wordt aangetoond moeten de risico’s nader worden onderzocht. Bij het aantreffen van vinylchloride of 1,1-dichlooretheen moet tevens het grondwater worden onderzocht. De eenheid voor organotinverbindingen is mg Sn/kg ds, met uitzondering van de normwaarden met voetnoot 9. De eenheid van de Maximale Waarde Industrie voor organotinverbindingen (som) is mg organotin/kg ds. Zijnde het gehalte serpentijnasbest plus tienmaal het gehalte amfiboolasbest. Deze eis bedraagt 100 mg/kg d.s. indien niet is voldaan aan artikel 2, onder b, van het Productenbesluit Asbest. Het is onzeker of de Achtergrondwaarden en Maximale waarden wonen voor de ftalaten meetbaar zijn. Toekomstige ervaringen moeten uitwijzen of sprake is van een knelpunt. Minerale olie heeft betrekking op de som van de (al dan niet) vertakte alkanen.
Indien er enigerlei vorm van verontreiniging met minerale olie wordt aangetoond in grond/baggerspecie, dan dient naast het gehalte aan minerale olie ook het gehalte aan aromatische en/of polycyclische aromatische koolwaterstoffen bepaald te worden. Voor het toepassen van baggerspecie in grootschalige toepassingen geldt voor minerale olie een maximale waarde van 2.000 mg/kg ds. Achtergrondwaarde is gebaseerd op de bepalingsgrens (intralaboratorium reproduceerbaarheid), omdat onvoldoende data beschikbaar zijn om een betrouwbare P95 af te leiden. De norm voor barium geldt alleen voor die situaties waarbij duidelijk sprake is van antropogene bodemverontreiniging. Voor overige situaties is de norm voor barium tijdelijk buiten werking gesteld. Als verhoogde bariumgehalten het gevolg zijn van een antropogene bron, dan kan het bevoegd gezag dit gehalte beoordelen op basis van de voormalige Interventiewaarde (920 mg/kg d.s. voor droge toepassingen en 625 mg/kg d.s. voor toepassingen in oppervlaktewater). De individuele normen voor metalen voor het verspreiden van baggerspecie over aangrenzende percelen worden tijdelijk buitenwerking gesteld, totdat deze metalen zijn geïntegreerd in de ms-PAF.
Bijlage 6 Informatie eerder uitgevoerd onderzoek
Bestemmingsplan Buitengebied, locatie Kersendijk 6 Westendorp
! ! ! ! ! "'5+,)#!G!
D#46#((#(/!.1/#&1(/#4N1#60!!
!
!
P41%#!#(!3+#'(#!"##4!%#!8#$%#(/14*[!!
!
!
9,-M0!?B!,*4'+!BFFK@!
!
!
53
6.
SAMENVATTING, CONCLUSIES EN ADVIES
Econsultancy heeft in opdracht van de heer E.W. Vriese een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd aan de Kersendijk 2 te Westendorp in de gemeente Oude IJsselstreek. Het bodemonderzoek is uitgevoerd in het kader van de Bouwverordening, alsmede een bestemmingsplanwijziging. De bodem bestaat voornamelijk uit zwak tot matig siltig, zeer fijn tot matig fijn zand. De bovengrond is overwegend zwak tot matig humeus. De ondergrond is plaatselijk zwak tot matig humeus en zwak leemhoudend. Vanaf 0,3 m -mv is plaatselijk een zwak tot matig oer- en/of gleyhoudende bodemlaag aanwezig. Er zijn op basis van het vooronderzoek, tijdens de terreininspectie en bij de uitvoering van de veldwerkzaamheden geen aanwijzingen gevonden, die aanleiding geven een asbestverontreiniging op de locatie te verwachten. Op de onderzoekslocatie zijn de volgende deellocaties onderzocht: A: voormalige bovengrondse HBO-tank (1.200 liter) In het opgeboorde materiaal zijn zintuiglijk geen verontreinigingen aangetroffen die te relateren zijn aan de voormalige opslag van oliehoudende producten. In de bovengrond zijn geen verontreinigingen met minerale olie aangetoond. Het grondwater is licht verontreinigd met xylenen. Opgemerkt dient te worden dat het een marginale overschrijding van de streefwaarde betreft.
Hoogstwaarschijnlijk is de lichte verontreiniging met xylenen te relateren aan de voormalige bovengrondse opslag van oliehoudende producten. B: voormalige ondergrondse olietank (3.000 liter) In het opgeboorde materiaal zijn zintuiglijk geen verontreinigingen aangetroffen die te relateren zijn aan de ondergrondse opslag van oliehoudende producten. In de ondergrond zijn geen verontreinigingen met minerale olie en/of aromaten aangetoond. Op grond van een verhoogde detectiegrens voor naftaleen dient het grondwater formeel als licht verontreinigd voor deze parameter te worden beschouwd. C: overige terreindeel Ten oosten van de varkens- annex rundveestal is de bovengrond plaatselijk matig puinhoudend. Voor het overige zijn er zintuiglijk geen verontreinigingen aangetoond. De matig puinhoudende bovengrond is licht verontreinigd met zink. De zintuiglijk schone bovengrond is plaatselijk licht verontreinigd met cadmium en zink. De zintuiglijk schone ondergrond is plaatselijk licht verontreinigd met arseen, kobalt en nikkel. De aangetoonde verontreinigingen in de bovengrond zijn mogelijk te relateren aan de voormalige bedrijfsactiviteiten op het perceel. De aangetoonde metalenverontreinigingen in de ondergrond hebben mogelijk een natuurlijke oorsprong. Het grondwater is licht verontreinigd met barium.
Deze metaalverontreiniging is hoogstwaarschijnlijk te relateren aan regionaal verhoogde achtergrondconcentraties van metalen in het grondwater.
09106166 OUD.ERS.NEN
Pagina 17 van 18
Conclusies algemeen De vooraf gestelde hypothese, dat deellocatie A en B als "verdacht" dienen te worden beschouwd wordt, op basis van de lichte verontreinigingen, bevestigd. De vooraf gestelde hypothese, dat deellocatie C als "onverdacht" dient te worden beschouwd wordt, op basis van de lichte verontreinigingen, verworpen. Echter, gelet op de aard en mate van verontreiniging, bestaat er met betrekking tot de onderzochte deellocaties géén reden voor een nader onderzoek. Er bestaan volgens Econsultancy met betrekking tot de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem dan ook géén belemmeringen voor nieuwbouw alsmede de bestemmingsplanwijziging. Indien er werkzaamheden plaatsvinden, waarbij grond vrijkomt, kan de grond niet zonder meer worden afgevoerd of elders worden toegepast. De regels van het Besluit bodemkwaliteit zijn hierop mogelijk van toepassing.
Econsultancy Doetinchem, 16 april 2010
09106166 OUD.ERS.NEN
Pagina 18 van 18
..
..... ......
..
..
...
..
C
overig terreindeel
voormalige ondergrondse olietank 3.000 liter
B
bebouwing
weiland
mengmestkelder
deellocatie C
C10
berging
A01
C11
tuin
C13
C14
..... ......
C15
C19
B02
C16
gierkelder
varkensstal annex rundveestal
B01
deellocatie B
tuin
gierkelder
gierkelder
onderkelderd
C12
hondenren
deellocatie A
karloods
C03
woonhuis (nr. 2)
gazon
foto 2
TITEL:
C17
locatieschets
C18
boomgaard
GETEKEND: SCa
BIJLAGE: 2a
NUMMER: 09106166 DATUM: 12-04-2010 SCHAAL: 1:500
weiland
PROJECT: OUD.ERS.NEN
0m
akker ..... ...... ..
standplaats + richting fotoname
voormalige bovengrondse HBO-tank 1.200 liter
A
DEELLOCATIE
boom
haag
onverhard
beton
tegels
klinkers
asfalt
bos
gras
struiken
boom
C06
C05
tuinhuisje
gazon
C01
..
peilbuis
boring tot 2,0 m -mv
boring tot ca. 1,5 m -mv
boring tot 1,0 m -mv
boring tot 0,5 m -mv
C07
weiland
C08
C04
C02
...
LEGENDA:
weiland
foto 1
..
C09
..
Ker sen di j k
..
weiland
..
..
weiland
..
...
A3
25 m