Bijlage Quickscan natuurtoets.pdf
Tekst van het document
QUICKSCAN WET NATUURBESCHERMING
Landgoed Grote en Kleine Beer Kersendijk e.o. te Westendorp
COLOFON OPDRACHT
Quickscan in het kader van de Wet natuurbescherming voor Landgoederen Grote Beer en Kleine Beer aan de Kersendijk te Westendorp
OPDRACHTGEVER
OPDRACHTNEMER
De heer T.W. Doornink Kersendijk 6 7054 AZ Westendorp
LOO PLAN, voor bos, natuur en landschap Diepesteeg 4 6994 CD De Steeg tel.: 026 – 351 41 74 info@looplan.nl www.looplan.nl
Ons kenmerk Datum Update
: 2019-100491-1007 : 1 maart 2019 : 11 november 2021
Contactpersoon Medewerking van
: Marko Sinke : Jelle Aalders
© Loo Plan B.V. Dit rapport is vervaardigd op verzoek van en hiermee eigendom van opdrachtgever. Loo Plan is niet aansprakelijk voor gevolgschade, alsmede voor schade voortvloeiende uit toepassingen van de resultaten van werkzaamheden of andere gegevens verkregen van Loo Plan. De opdrachtgever vrijwaart Loo Plan voor aanspraken van derden in verband met deze toepassing.
INHOUDSOPGAVE BEVINDINGEN 1 1.1 1.2
INLEIDING SCOPE KWALITEITSBORGING
2 3 5
2 2.1 2.2 2.3
WERKWIJZE LITERATUURSTUDIE (SOORTWAARNEMINGEN EN BIOTOOP) GEBIEDSBESCHERMING SOORTBESCHERMING
6 6 6 7
3 3.1 3.2 3.3
RESULTATEN HUIDIGE SITUATIE EN BIOTOOP GEBIEDSBESCHERMING SOORTBESCHERMING
8 8 8 9
4 4.1 4.2
EFFECTBEOORDELING EN CONCLUSIE GEBIEDSBESCHERMING SOORTBESCHERMING
11 11 11
ACHTERGRONDINFORMATIE
BIJLAGEN 1.
WETTELIJK KADER ALGEMEEN
2.
TOETSINGSCRITERIA QUICKSCAN
3.
FOTO’S
4.
DETAILLERING VOORGENOMEN WERKZAAMHEDEN
QUICKSCAN WET NATUURBESCHERMING Landgoederen Grote Beer en Kleine Beer
Bevindingen Tabel 1 Beknopte conclusie. Onderdeel
Conclusie
Vervolgactie
Gebiedsbescherming
De voorgenomen werkzaamheden hebben geen
Geen.
invloed op gebiedsbescherming omdat het beschermde gebied (Natura 2000-gebied Korenburgerveen) op ruime afstand ligt en de ingreep een beperkte uitstraling heeft, waarbij de beschermde natuurwaarden geen nadelige effecten ondervinden. Gelders natuurnetwerk
De voorgenomen activiteit heeft geen negatief
en Groene
effect op de kernkwaliteiten van het
Ontwikkelingszone
Gelders natuurnetwerk en de
Geen.
Groene Ontwikkelingszone. Beschermde soorten
In het gebied zijn geen verblijfplaatsen van
Geen.
beschermde soorten aangetroffen en deze worden niet verwacht. Voor het uitvoeren van de voorgenomen werkzaamheden zijn vanuit de Wet natuurbescherming geen beperkingen. Voorwaarden
Afhankelijk van het tijdstip waarop de
Geen verstorende werkzaamheden uitvoeren
werkzaamheden worden uitgevoerd, moet
tijdens het broedseizoen (indicatief van begin
rekening gehouden worden met broedende
maart tot half augustus).
vogels (met name groene specht, boomkruiper,
of
boomklever, mezen, lijsters, zwarte roodstaart,
Andere maatregelen treffen (zie § 4.2).
spreeuw, ringmus, ekster en boerenzwaluw).
QUICKSCAN WET NATUURBESCHERMING
2
Landgoederen Grote Beer en Kleine Beer
1
Inleiding
De heer Doornink is voornemens twee landgoederen (Grote Beer & Kleine Beer) en drie VAB-woningen te realiseren aan de Kersendijk te Westendorp (zie figuur 1). Met voorgenomen inrichting van de landgoederen neemt de natuurwaarde van het projectgebied toe. Een detaillering van de voorgenomen werkzaamheden is opgenomen in bijlage 4. Veel werkzaamheden zijn vergunningplichtig. Een van de aspecten waarop getoetst moet worden is de soortbescherming (bijlage 1). Deze toetsing moet inzicht geven op de vraag of de geplande werkzaamheden uitvoerbaar zijn in het licht van deze wetgeving, en heeft de vorm van een quickscan. De aard van de werkzaamheden (en kennis hiervan) is hierbij essentieel. Mogelijke effecten die op kunnen treden zijn: ➢ Verstoring door aanwezigheid van mensen en (groot) materieel. ➢ Verstoring door geluid, licht en trillingen. ➢ Tijdelijk ongeschikt worden van leefgebied (door aanleg werkstroken, materiaalopslag e.d.). ➢ Doden of verwonden van individuen van een populatie. ➢ Verdwijnen van nestgelegenheid. ➢ Verlies van leefgebied (verblijfplaatsen, foerageergebied en essentiële verbindingszones) door verandering van grondgebruik. In de nu voorliggende rapportage zijn de resultaten van de uitgevoerde quickscan in het kader van de Wet natuurbescherming opgenomen.
Op basis van een bureaustudie en een veldbezoek door een ecoloog is de (kans op) aanwezigheid van wettelijk beschermde soorten onderzocht. Aan de hand van de resultaten van de quickscan wordt getoetst welke effecten de geplande werkzaamheden op de beschermde soorten kunnen hebben. Wanneer er geen beschermde soorten aanwezig zijn (of verwacht worden), kan het project zonder aanvullende maatregelen doorgang vinden. Als het op basis van de quickscan aannemelijk is dat er beschermde soorten aanwezig kunnen zijn én dat de voorgenomen werkzaamheden deze zouden kunnen beïnvloeden, zijn er vervolgstappen nodig. In tabel 1 is de conclusie beknopt weergegeven. Achtergronden en details zijn opgenomen in de bijlagen.
QUICKSCAN WET NATUURBESCHERMING
3
Landgoederen Grote Beer en Kleine Beer
1.1
Scope
De quickscan Wet natuurbescherming moet antwoord geven op de onderstaande vragen. ➢ Wat is de kans op aanwezigheid van beschermde flora en fauna? ➢ Welke vervolgstappen (nader onderzoek) dienen genomen te worden om de aanwezigheid van de beschermde flora en fauna vast te stellen? ➢ Welke effecten heeft het initiatief op de (potentieel) aanwezige beschermde flora en fauna? ➢ Is een ontheffing op het soortbeschermingsdeel vanuit de Wet natuurbescherming noodzakelijk, of kunnen negatieve effecten ondervangen worden door het werken met goedgekeurde gedragscodes? ➢ Zijn er negatieve effecten in het kader van gebiedsbescherming (Natuurnetwerk Nederland (NNN)), Natura 2000-gebieden) te verwachten bij dit initiatief?
QUICKSCAN WET NATUURBESCHERMING Landgoederen Grote Beer en Kleine Beer
Opdrachtgever
De heer T.W. Doornink
Onderzoekslocatie
Kersendijk e.o.
Plaats
Westendorp
Voorgenomen activiteit
Realiseren van twee landgoederen
Bijzonderheden
-
Figuur 1 Ligging onderzoeksgebied in de regio en ten opzichte van beschermde natuurgebieden.
4
QUICKSCAN WET NATUURBESCHERMING
5
Landgoederen Grote Beer en Kleine Beer
1.2
Kwaliteitsborging
Loo Plan is lid van het Netwerk Groene Bureaus. Quickscans worden uitgevoerd door ecologen en getoetst door een ervaren ecoloog. Een quickscan is niet aan een bepaald seizoen gebonden en kan gedurende het gehele jaar plaatsvinden. Door te letten op habitatkenmerken en abiotische condities kan, ook voor soorten die op dat moment niet aanwezig zijn doordat zij bijvoorbeeld nachtactief zijn of zich in hun winterhabitat bevinden, worden vastgesteld of het plangebied een potentiële functie heeft. Voor een quickscan geldt geen vaste werkwijze; bij het onderzoek wordt, waar mogelijk, aangesloten op de geldende protocollen en Kennisdocumenten. De bij het onderzoek betrokken personen (tabel 2) zijn door opleiding, werkervaring en zelfstudie gekwalificeerd voor de door hen verrichte werkzaamheden. Het project is uitgevoerd volgens het kwaliteitshandboek van Loo Plan. Het kwaliteitsmanagementsysteem van Loo Plan is ISO 9001:2015 gecertificeerd. Tabel 2 Bij onderzoek betrokken personen. Datum quickscan
20 februari 2019. Veldupdate 5 november 2021
Ecoloog
Ing. J. Aalders. Veldupdate ing. C.A. Sinke
Opleiding
Bos- en natuurbeheer Hogeschool Van Hall Larenstein Specialisatie ecologie
Functie
Junior medewerker ecologie Specifieke kennis op gebied van vogels, vlinders en zoogdieren
Interne collegiale toetsing
28 februari 2019
rapportage
Ing. C.A. Sinke, Senior projectleider ecologie
QUICKSCAN WET NATUURBESCHERMING Landgoederen Grote Beer en Kleine Beer
2
Werkwijze
2.1
Literatuurstudie (soortwaarnemingen en biotoop)
De mogelijkheden voor beschermde soorten lopen per locatie en per aanwezig biotoop sterk uiteen. Specifieke kennis van de beschermde soorten en hun habitateisen is daarom essentieel. Tijdens een quickscan wordt de geschiktheid van een plangebied zowel vanuit de biotoop als vanuit de beschermde soort beoordeeld op basis van beschikbare literatuur en kaartmateriaal. De Nationale Databank Flora en Fauna (NDFF) wordt geraadpleegd om een beeld te krijgen van de mogelijke aanwezigheid van beschermde soorten in de directe omgeving van het plangebied (lit. 1). Deze informatie wordt gebruikt als basis voor het veldbezoek door de ecoloog.
2.2
Gebiedsbescherming
De bescherming van Natura 2000-gebieden valt onder de Wet natuurbescherming. Met betrekking tot de Natura 2000-gebieden zijn de wettelijke verplichtingen om te voldoen aan de instandhoudingsdoelstellingen voor habitats en soorten beschreven in de Natura 2000beheerplannen. Via de Nota Ruimte is het toetsingskader voor het Natuurnetwerk Nederland (NNN) (voorheen Ecologische Hoofdstructuur (EHS) geregeld. De ligging van de onderzoekslocatie ten opzichte van de Natura 2000gebieden en het Natuurnetwerk Nederland is in figuur 1 weergegeven. Er wordt een inschatting gemaakt of de voorgenomen ingreep mogelijk een negatieve effect kan hebben op de beschermde natuurwaarden. Voor deze bepaling wordt de effectenindicator geraadpleegd (lit. 2). In of nabij de Natura 2000-gebieden wordt gekeken of er mogelijk effecten te verwachten zijn en dus de noodzaak voor een ‘voortoets’ bestaat. Voor de gronden in of nabij het Gelders natuurnetwerk wordt beoordeeld of de voorgenomen werkzaamheden invloed hebben op de wezenlijke waarden en kenmerken. Voor plannen binnen de begrenzing van het Natuurnetwerk Nederland dient het ‘nee, tenzij …’-toetsingskader doorlopen te worden.
6
QUICKSCAN WET NATUURBESCHERMING
7
Landgoederen Grote Beer en Kleine Beer
2.3
Soortbescherming
Omgang met artikelen 3.1, 3.5 en 3.10 van de verbodsbepalingen van de Wet natuurbescherming wordt tijdens een quickscan inzichtelijk gemaakt. Het gaat hierbij om: 1. Soorten van de Vogelrichtlijn. Artikel 3.1. 2. Soorten van de Habitatrichtlijn en de verdragen van Bern en Bonn. Artikel 3.5. 3. Overige beschermde soorten. Artikel 3.10 Op basis van één veldbezoek door een ecoloog wordt de (kans op) aanwezigheid van wettelijk beschermde soorten onderzocht. Dit gebeurt aan de hand van de terreingesteldheid, een brede ecologische kennis en bekende literatuurgegevens. In bijlage 2 zijn de belangrijkste toetsingscriteria opgenomen waarop de geschiktheid van het terrein wordt beoordeeld. Gebouwen worden aan de buitenzijde en indien nodig van binnen beoordeeld op hun geschiktheid. In het veld wordt ook gekeken naar de samenhang van het project met de omgeving. Zo wordt bepaald of de betreffende locatie onderdeel van een groter (landschappelijk) geheel is, of dat het geïsoleerd ligt, bijvoorbeeld een klein bosje in een intensief agrarische omgeving. Dit kan van betekenis zijn voor de waardetoekenning van het onderzoeksgebied voor eventueel aanwezige beschermde soorten. Binnen de opdracht wordt niet onderzocht of er andere initiatieven in de omgeving spelen en wordt niet getoetst op cumulatie van effecten.
8
QUICKSCAN WET NATUURBESCHERMING Landgoederen Grote Beer en Kleine Beer
3
Resultaten
3.1
Huidige situatie en biotoop
Het projectgebied ligt aan de zuidkant van Westendorp en ten westen van Varsseveld (tabel 3). Aan de zuidkant en oostkant, gescheiden door Toldijk, grenst de planlocatie aan landgoed Het Hoenderbosch. Dit gebied wordt gekenmerkt door een afwisseling van graslanden, bosschages, waterelementen en singels. Tussen de A18 en het studiegebied ligt een smalle strook bos. In bijlage 3 zijn enkele foto’s opgenomen van het studiegebied. Tabel 3 Huidige situatie. Algemeen
Kersendijk te Westendorp
Voorgenomen activiteit
Realiseren van twee landgoederen
Omgeving
Landelijk/agrarisch/bosgebied
Bijzonderheden
-
Het projectgebied bestaat uit een (zeer) voedselrijk grasland, maisakker, paden, laanbeplanting en bosschages (tabel 5). Ook staan er enkele boerderijen en schuren rondom het projectgebied. Het gebied wordt begrensd door bos, wegen en akkers (zie foto’s in bijlage 3). Tabel 4 Aanwezige biotopen. Biotoop
Aanwezig
Detail
Gebouwen
Ja
Boerderijen, met deels gesloopte schuren, die
Foto 1, 3, 5 , 9 en 10
anno 2021 reeds volledig zijn gesloopt. Water
Ja
Poel, waterpartij net buiten het projectgebied.
Beplanting houtachtig
Ja
Bos, laanbeplanting en struiken.
1 t/m 10
-
Tuin/erf
Ja
Rondom de boerderijen en reeds gerealiseerde
9 en 10
VAB-woningen. Agrarisch gebied
Ja
3.2
Voedselrijk grasland en een maisakker.
1 t/m 5, 9 en 10
Gebiedsbescherming
Het projectgebied ligt op grote afstand (tabel 5) van Natura 2000-gebied Korenburgerveen, grenst aan het Gelders natuurnetwerk en ligt in de Groene Ontwikkelingszone. Tabel 5 Afstand projectgebied tot beschermde gebieden. Beschermde gebieden
Afstand
Effect
Vervolg
Natura 2000-gebied Korenburgerveen
15.8 km
Geen
Geen oriënterend onderzoek.
Gelders natuurnetwerk
20 m
Positief
Toetsing aan het betreffende regime.
Groene ontwikkelingszone
0
Positief
Toetsing aan het betreffende regime.
QUICKSCAN WET NATUURBESCHERMING
9
Landgoederen Grote Beer en Kleine Beer
3.3
Soortbescherming
De resultaten geven een overzicht van de aangetroffen soorten en de mogelijk aanwezige soorten in het gebied. De gegevens zijn zowel gebaseerd op literatuur als waarnemingen tijdens het veldbezoek. Naar aanleiding van de zienswijze die is ingediend bij de bestemmingsplanwijziging is aanvullende informatie verkregen. Deze informatie is getoetst bij het veldbezoek op 5 november 2021 door een senior ecoloog. Hieronder wordt per soortgroep enkel gekeken naar soorten die strikt beschermd zijn en niet naar de soorten waarvoor een provinciale vrijstelling geldt. Als een biotoop niet geschikt is, wordt hieronder geen toelichting gegeven. Gedacht kan worden aan: geen water aanwezig in plangebied, dan is het evident dat de biotoop ook ongeschikt is voor vissen. Vanwege de strikte bescherming van alle soorten vleermuizen, en het verschil in handelen tussen nesten en jaarrond beschermde nesten van vogels, zijn deze groepen apart onderscheiden. PLANTEN
Tijdens het veldbezoek zijn geen beschermde soorten binnen het projectgebied aangetroffen. Op basis van de aanwezige habitat (foto 1 t/m 5) en de omliggende agrarische gebieden (foto 9 en 10) wordt de aanwezigheid van beschermde plantensoorten binnen het projectgebied uitgesloten. Vanuit de NDFF (lit. 1) zijn daarnaast geen waarnemingen van beschermde soorten in de directe omgeving bekend die gebonden zijn aan het habitat binnen het plangebied.
VOGELS ALGEMEEN
Alle inheemse broedvogels zijn beschermd gedurende de periode dat ze aan het nest zijn gebonden. Op basis van de aanwezige habitat, het veldbezoek en de NDFF wordt de kans op de aanwezigheid van algemene broedvogels binnen het projectgebied zeer waarschijnlijk geacht. De vogels kunnen nesten hebben in de aanwezige struiken, bosje, (laan)bomen en rondom de boerderijen net buiten het projectgebied. Tijdens het veldbezoek zijn er in of in de directe omgeving van het projectgebied groene specht, grote bonte specht, boomkruiper, boomklever, appelvink, mezen, lijsters en een ekster waargenomen. Ook zijn enkele nesten van spechten buiten het projectgebied aangetroffen.
VOGELS (JAARROND BESCHERMDE NESTEN)
De aanwezigheid van vogelsoorten met een jaarrond beschermd nest in het projectgebied wordt op basis van het veldbezoek (habitat en het ontbreken van geschikte nestgelegenheid) en de NDFF uitgesloten. Bij het veldbezoek is een bezet buizerdnest (200 m) in het nabijgelegen bos dat grenst aan het projectgebied (foto 8) waargenomen. Ook zijn de omliggende boerderijen en bospercelen potentieel geschikt voor kerkuilen, roeken, sperwer, havik en huismussen.
QUICKSCAN WET NATUURBESCHERMING
10
Landgoederen Grote Beer en Kleine Beer
ZOOGDIEREN
Mogelijk vormen de ruigtes in het gebied (langs paden en struiken) geschikt foerageergebied of looproutes voor (kleine) marterachtigen. Naar aanleiding van de zienswijze is langs de gehele rand van het gebied gericht gezocht naar sporen van dassen. Hierbij zijn geen pootafdrukken of belopen wissels naar het studiegebied gevonden. Vanaf de openbare paden zijn de oude, incidentele waarnemingen uit de NDFF van de das in het veld bekeken. Op zeer korte afstand van een van de locaties stond een hoogzit en zijn geen indicaties van een verblijfplaats aangetroffen. Bij een tweede locatie langs een pad zijn ook geen gebruikssporen in de omgeving aangetroffen. De derde locatie lag langs een afgesloten pad, en is enkel op grote afstand beoordeeld. Door de aanwezigheid van takhopen wordt niet uitgesloten dat op deze locatie dassenactviteit is. Gezien de afstand tot het plangebied (> 125 meter) is geen directe invloed van de voorgenomen werkzaamheden te verwachten. Dit omdat een maisakker maar een beperkte tijd van het jaar een geschikt foerageerbiotoop vormt voor de das, en dat bij de inrichting van de nieuwe landgoederen een gevarieerde foerageerbiotoop wordt ontwikkeld, wordt geen negatieve invloed verwacht. Door meer verkeersbewegingen op de Toldijk is er wel een grotere kans dat dieren worden aangereden.
Door de smalle weg, waardoor niet snel kan worden gereden, in combinatie met de nog steeds zeer lage verkeersintensiteit en de afstand tot een potentiële burcht, liggen preventieve maatregelen (uitrasteren weg) niet voor de hand. Vanuit de NDFF zijn er verder waarnemingen van steenmarter, ree en mol. Niet gemeld maar waarschijnlijk ook aanwezig zijn konijn en haas. Voor geen van deze soorten vormen de gronden binnen het plangebied essentieel leefgebied. De nieuwe inrichting, inclusief de bebouwing, biedt meer voedselaanbod en beschutting dan het huidige intensieve agrarische gebruik. Voor zoogdieren zijn er geen belemmeringen voor de voorgenomen ontwikkeling.
VLEERMUIZEN
In landelijk/bosrijk gebied komen enkele algemene vleermuissoorten voor waarvan de verblijfplaats beschermd is: met name de gewone dwergvleermuis, rosse vleermuis, laatvlieger en gewone grootoorvleermuis. De projectlocatie herbergt geen geschikte verblijfplaatsen voor vleermuizen door het ontbreken van bebouwing (schuren zijn anno 2021reeds deels gesloopt) en geschikte bomen. Actueel worden de geleidende structuren vooral aan de rand van, buiten, het plangebied aangetroffen. Het plangebied zelf is, door de intensieve agrarische bedrijfsvoering en de gewaskeuze, arm aan insecten. Met de voorgenomen ontwikkeling worden tal van geleidende structuren aangebracht en neemt de kwaliteit voor insecten toe door het aanbrengen van struiken (nectar en schuilgelegenheid voor insecten), water en het bloemrijkgrasland. De nieuwbouw biedt mogelijkheden voor ‘natuur inclusief’ bouwen. Ondanks een toename van de mate van verlichting (vanuit de woningen) zal het plangebied veel aantrekkelijker worden voor vleermuizen.
QUICKSCAN WET NATUURBESCHERMING
11
Landgoederen Grote Beer en Kleine Beer
OVERIGE SOORTEN
Op basis van verspreiding, habitatkenmerken en de NDFF wordt de aanwezigheid van overige beschermde soorten uitgesloten binnen het projectgebied.
4
Effectbeoordeling en conclusie
4.1
Gebiedsbescherming
NATURA 2000
Het projectgebied ligt op ruime afstand (tabel 6) van Natura 2000-gebied Korenburgerveen. Mogelijke effecten van het realiseren van twee landgoederen zouden kunnen zitten in verstoring door licht, geluid, trillingen of zijn optisch van aard. Doordat werkzaamheden echter een zeer geringe uitstraling hebben en het projectgebied op 15.8 kilometer afstand ligt van het Natura 2000-gebied hebben deze geen negatieve gevolgen voor de beschermde gebieden. Een nader onderzoek naar de mogelijke effecten is niet nodig.
GELDERS NATUURNETWERK EN
Het projectgebied grenst aan het Gelders natuurnetwerk en ligt in de Groene ontwikkelingszone 35 IJzerlo - Silvolde (lit. 3). Met de voorgenomen landgoedontwikkeling wordt een grote maisakker met enkele snippers beplanting omgevormd naar een kleinschalig afwisselend landschap met hoogstamfruitbomen, singels, bloemrijk grasland en drie clusters woningen. Met deze ontwikkeling wordt invulling gegeven aan het model ‘das’ en past volledig binnen de kaders van de beschreven kernkwaliteiten en ontwikkelingsdoelen van deze ontwikkelingszone.
GROENE ONTWIKKELINGSZONE
Negatieve effecten van de voorgenomen werkzaamheden worden uitgesloten omdat het projectgebied nu bestaat uit een voedselrijk grasland en een maisakker en zijn op zijn hoogst tijdelijk tijdens de aanlegfase (zie bijlage 4).
4.2
Soortbescherming
Door de geplande activiteit worden geen verbodsbepalingen op de Wet natuurbescherming overtreden omdat beschermde soorten geen verblijfplaatsen hebben in het projectgebied en er geen essentieel leefgebied verdwijnt. Hiervoor dient wel aan de volgende voorwaarden te worden voldaan: 1. Binnen de begrenzing van het plangebied blijven. 2. Geen werkzaamheden uitvoeren tijdens het broedseizoen (globaal van begin maart tot half augustus) of vooraf de nesten in kaart brengen en hier omheen een beschermingszone aanbrengen.
12
QUICKSCAN WET NATUURBESCHERMING Landgoederen Grote Beer en Kleine Beer
Met de voorgenomen werkzaamheden en de natuurlijke inrichting van het gebied nemen de potenties voor jaarrond beschermde soorten als vleermuizen, marterachtigen en vogels toe. Tabel 6 Beoordeling soortbescherming. Soortgroep
Biotoop
Beschermde soort
geschikt
aanwezig
Negatief effect op soort
Planten
Nee
Nee
Nee
Vogels - algemeen
Ja
Mogelijk
Nee1
Vogels - jaarrond beschermde nesten
Nee
Nee
Nee
Zoogdieren
Slecht ontwikkelde
Nee, geen verblijf-
Nee
deelbiotoop
plaatsen. In omgeving plangebied mogelijk wel.
Vleermuizen
Marginaal
Mogelijk
Nee
Overige soorten
Nee
Nee
Nee
1
Mits werkzaamheden buiten het broedseizoen worden uitgevoerd. Deze soorten zijn
buiten het broedseizoen niet beschermd.
QUICKSCAN WET NATUURBESCHERMING Landgoederen Grote Beer en Kleine Beer
ACHTERGRONDINFORMATIE 1. 2. 3. 4. 5. 6. 7. 8. 9. 10. 11. 12.
13.
14.
Nationale Databank Flora en Fauna Geraadpleegd op 19 februari 2019 en 4-11-2021 https://www.synbiosys.alterra.nl/natura2000/effectenindicatorappl. aspx?subj=effectenmatrix&tab=1 http://gelderland.maps.arcgis.com/apps/webappviewer/index.html?i d=92d4c54aed8147ae8aa704c312f719bc Verspreiding & trends broedgevallen spreeuw https://www.sovon.nl/nl/soort/15820 Gegevensautoriteit Natuur (GaN) in samenwerking met het Netwerk Groene Bureaus (NGB) en de Zoogdiervereniging Vleermuisprotocol BIJ12, juli 2017, Kennisdocument gewone dwergvleermuis, Pipistrellus pipistrellus, versie 1.0 BIJ12, juli 2017, Kennisdocument ruige dwergvleermuis, Pipistrellus nathusii, versie 1.0 BIJ12, juli 2017, Kennisdocument gewone grootoorvleermuis, Plecotus auritus, versie 1.0 BIJ12, juli 2017, Kennisdocument rosse vleermuis, Nyctalus noctula, versie 1.0 BIJ12, juli 2017, Kennisdocument huismus, Passer domesticus, versie 1.0 BIJ12, juli 2017, Kennisdocument gierzwaluw, Apus apus, versie 1.0 Limpens, H., K. Mostert & W. Bongers, 1997 Atlas van de Nederlandse vleermuizen Onderzoek naar verspreiding en ecologie KNNV Uitgeverij Broekhuizen, S., K. Spoelstra, J.B.M. Thissen, K.J. Canters & J.C. Buys, 2016 Atlas van de Nederlandse zoogdieren Natuur van Nederland 12 KNNV Uitgeverij Dietz, C., O. von Helversen en D. Hill, april 2011 Vleermuizen - Alle soorten van Europa en Noordwest-Afrika Tirion-Natuur
BIJLAGEN QUICKSCAN WET NATUURBESCHERMING Landgoederen Grote Beer en Kleine Beer
BIJLAGEN
BIJLAGEN QUICKSCAN WET NATUURBESCHERMING Landgoederen Grote Beer en Kleine Beer
1.
Wettelijk kader algemeen
De bescherming van inheemse (van nature in Nederland voorkomende) in het wild levende plantenen diersoorten is vastgelegd in de Wet natuurbescherming. Deze wet is op 1 januari 2017 in werking getreden en vervangt de Flora- en faunawet, Natuurbeschermingswet en de Boswet. Doelstelling van de Wet natuurbescherming is de gunstige staat van instandhouding van in het wild levende planten en dieren te waarborgen. De wet gaat uit van het ‘nee, tenzij …’-principe. Beschermen staat voorop en ingrijpen is een uitzondering. De Wet natuurbescherming kent drie beschermingscategorieën: • Soorten van de Europese Vogelrichtlijn. • Soorten van de Europese Habitatrichtlijn en de Verdragen van Bern en Bonn. • Nationaal beschermde soorten. Voor alle soorten in Nederland geldt de zorgplicht. Toetsing van projecten bij ruimtelijke ingrepen vindt plaats volgens het stroomschema op de volgende pagina. Een vrijstelling van de ontheffingsplicht (stap 3 in het stroomschema) kan van toepassing zijn mits gewerkt wordt volgens een goedgekeurde gedragscode. Gedragscodes zijn geldig in het kader van bestendig beheer en onderhoud dat geen wezenlijke invloed heeft op beschermde soorten.
In het geval van ruimtelijke ingrepen kan voor matig soorten, indien de werkzaamheden niet conform een goedgekeurde gedragscode worden uitgevoerd, een ontheffing aangevraagd worden als de activiteit de gunstige staat van instandhouding van de betreffende soort niet in gevaar brengt. De activiteit dient een in de wet gedefinieerd belang te dienen.
BIJLAGEN QUICKSCAN WET NATUURBESCHERMING Landgoederen Grote Beer en Kleine Beer
Stappenplan soortenbescherming (uit Brochure ‘Soortenbescherming bij ruimtelijke ingrepen’ van het Ministerie van Economische Zaken)
BIJLAGEN QUICKSCAN WET NATUURBESCHERMING Landgoederen Grote Beer en Kleine Beer
2.
Toetsingscriteria quickscan
Zowel voor beschermde planten als voor beschermde dieren zijn hieronder de belangrijkste toetsingscriteria opgenomen waarop de geschiktheid van het terrein (biotoop) wordt beoordeeld. De lijst is niet uitputtend; dit betekent dat de waarnemer te allen tijde kritisch blijft kijken naar de potenties, omgeving en mogelijkheden van de locatie. 1. Groeiplaatsen van beschermde plantensoorten
• • • •
Voedselrijkdom Bijzonder biotoop aanwezig (bijvoorbeeld heide, vennen) Landgebruik (intensief, erf, tuin, bos) Mogelijk dat soort is aangeplant
2. Voortplantings- of vaste rust- of verblijfplaatsen van beschermde diersoorten
• • • • • • • • • •
Nesten Soort biotoop Aanwezigheid water Voedselrijkdom biotoop Landgebruik (extensief, verwaarloosd, erf, tuin) Holten, spleten, scheuren in bomen Sporen, zowel wissels als uitwerpselen en prooiresten Specifieke indicatiesoorten (bijvoorbeeld zoetwatermossel voor bittervoorn) Verstoringsbronnen in de omgeving (licht, geluid, barrières) Geschiktheid gebouwen • Gebruik (leegstaand, continue in gebruik, seizoensgebonden) • Type dakbedekking (pangedekt, ruimte bij daktrim platte daken etc.) • Materiaalgebruik (isolatie, hout, metaal) • Bouwwijze (spouwmuur, enkelsteens, open stootvoegen) • Onderhoudstoestand (nieuwbouw, verwaarloosd, gerenoveerd) • Afwerking/toegankelijkheid (o.a. scheuren / stootvoegen / ventilatieroosters) • Aanwezigheid en type zonneschermen • Aanwezigheid en onderhoudsstaat van vogelschroot / gootdrains / dakramen / dakkapellen/ kielgoten / loodslabben en dergelijke
Ook andere delen van het leefgebied die onlosmakelijk met het functioneren van de nest-/verblijfplaats verbonden zijn: • Essentieel foerageergebied • Vliegroutes/verbindingszones • Landhabitat van amfibieën
BIJLAGEN QUICKSCAN WET NATUURBESCHERMING Landgoederen Grote Beer en Kleine Beer
3.
Foto’s
1 Zandpad met (laan)bomen in het projectgebied.
2 Maisakker binnen de begrenzing van het projectgebied.
BIJLAGEN QUICKSCAN WET NATUURBESCHERMING Landgoederen Grote Beer en Kleine Beer
3 Grasland liggend in het projectgebied.
4 Voedselrijk grasland liggend binnen het projectgebied.
BIJLAGEN QUICKSCAN WET NATUURBESCHERMING Landgoederen Grote Beer en Kleine Beer
5 Maisakker liggend in het projectgebied.
6 Bosgebied grenzend aan het projectgebied.
BIJLAGEN QUICKSCAN WET NATUURBESCHERMING Landgoederen Grote Beer en Kleine Beer
7 Sporen van spechten in het aangrenzende bosgebied.
8 Buizerdnest in bosgebied grenzend aan projectgebied.
BIJLAGEN QUICKSCAN WET NATUURBESCHERMING Landgoederen Grote Beer en Kleine Beer
9 Boerderij grenzend aan het projectgebied.
10 Grasland in de omgeving van het projectgebied.
BIJLAGEN QUICKSCAN WET NATUURBESCHERMING Landgoederen Grote Beer en Kleine Beer
4.
Detaillering voorgenomen werkzaamheden
Grote Beer en Kleine Beer Inrichtingskaart bestaand bos bos mantel struweel houtwal boomgaard berm bloemrijk grasland akker gracht poel poel (permanent water) laan gebouw erf niet afgraven rond nieuwe boom(-groep) openbaar wandelpad haag laanboom solitair hoogstamfruitboom boomgroep
dijk
Told
ijk
B
en eu k
"greppel"
pilaren
parkeerplaats poort
S p a an s e L aa
n
439,5
pilaren
K e rs
endi jk
pilaren
"greppel"
0
20
40
60
80
100 meter
225,5
226
Schaal 1:2500
Diepesteeg 4 6994 CD De Steeg
telefoon 026 3514174
info@looplan.nl
www.looplan.nl
KvK 61001015