BIJLAGE Nota bodembeheer.pdf
Tekst van het document
Bij toekomstige bodemingrepen moeten deze ‘bommenkaarten’ worden geraadpleegd. Resterende wetten. Bovenstaand zijn een aantal wetten beschreven, die belangrijke gevolgen hebben voor gemeentelijke taken en verplichtingen met betrekking tot bodemkwaliteit. Naast bovengenoemde wetten heeft de gemeente/omgevingsdienst ook nog bodemtaken en –verplichtingen op basis van de volgende wetten: o Wetboek van strafrecht. o Wet op economische delicten. o Bestrijdingsmiddelenwet. o Waterwet.
Bijlage 2 — 8/21 — Nota bodembeheer — SOB011396.RAP002
2.2 Landelijk beleid grondstromen 2.2.1 Richtlijn bodemkwaliteitskaarten In de landelijke Richtlijn voor het opstellen van bodemkwaliteitskaarten is voorgeschreven hoe een bodemkwaliteitskaart moet worden opgesteld als deze wordt gebruikt voor hergebruik van grond onder het Besluit. Met deze Richtlijn is ook een aantal andere procedures geregeld, waaronder de te hanteren normwaarden, omgaan met extreme waarden (uitbijters), vergelijkbaarheid, omgaan met ‘bijzondere omstandigheden’ en het in een kaart weergeven van de bodemkwaliteit en mogelijkheden tot grondverzet. 2.2.2 Lokale Maximale Waarden Zoals in § 2.1.1 van deze bijlage al beschreven, hebben gemeenten en waterkwaliteitbeheerders de mogelijkheid om voor het toepassen van grond binnen haar (water)bodembeheergebied, of delen daarvan, per stof Lokale Maximale Waarden (LMW) op te stellen die afwijken van het landelijke (generieke) maximale waarden; het zogenaamde gebiedsspecifiek beleid. Aanleidingen voor gebiedsspecifiek beleid kunnen zijn: • De ambitie van een gemeente. De gemeente wil strenger of minder streng beleid hanteren dan het generieke kader van het Besluit; • Dat de vastgestelde diffuse kwaliteit in een gebied knelpunten veroorzaakt bij het beoogde grondverzet als uitgegaan wordt van het generieke kader van het Besluit. • Deze LMW kunnen variëren tussen de ‘altijd’- en ‘nooit’-grens.
De ‘altijd’-grens is gebaseerd op de ‘Landbouw/natuur (Achtergrondwaarde-AW2000)’. Partijen grond die voldoen aan de Achtergrondwaarden zijn, voor wat betreft de chemische kwaliteit, altijd toepasbaar. De 'nooit'-grens is gebaseerd op het Saneringscriterium. Partijen grond die het Saneringscriterium overschrijden leveren onaanvaardbare risico's op. • In het generieke kader van het Besluit zijn voor de kwaliteit van de toe te passen grond Generieke Maximale Waarden vastgesteld die horen bij de functie van de ontvangende bodem. LMW die hoger dan de Generieke Maximale Waarden liggen moeten worden onderbouwd om aan te tonen dat geen onaanvaardbare risico's ontstaan. Het risiconiveau van de gekozen LMW wordt berekend met behulp van de Risicotoolbox (https://www.risicotoolboxbodem.nl/). In figuur B2.1 is het voorgaande schematisch weergegeven.
Bijlage 2 — 9/21 — Nota bodembeheer — SOB011396.RAP002
Generiek Gebiedsspecifiek
Max.
Max.
Max.
waarden
waarden
waarden
AW2000
Wonen
Industrie
Altijd toepasbaar (AW2000)
Klasse
Klasse
Niet
Wonen
Industrie
toepasbaar
Ruimte voor Lokale Maximale Waarden
Interventiewaarden landbodem
Nooit toepasbaar
Generiek Gebiedsspecifiek
Saneringscriterium
Figuur B2.1. Generiek versus gebiedsspecifiek beleid.
2.3 Provinciaal beleid In de Omgevingsverordening provincie Gelderland zijn door de provincie aangewezen beschermingsgebieden opgenomen die vallen onder locaties met bijzondere omstandigheden voor grondverzet. Voorafgaand aan het grondverzet moet zowel voor de ontgravingslocatie als op de toepassingslocatie worden nagegaan of er naar aanleiding van de ligging in één of meerdere beschermingsgebieden er restricties zijn ten aanzien van het grond- en baggerverzet. De provincie kan hier aanvullende eisen stellen. In het bodembeheergebied liggen provinciale beschermingsgebieden. Voorbeelden hiervan zijn waterwin- en grondwaterbeschermingsgebieden, gebieden met archeologische, cultuurhistorische, of aardkundige waarden, Natura2000-gebieden of gebieden die onderdeel uitmaken van het Natuurnetwerk Nederland (NNN, voormalige EHS): https://www.gelderland.nl/Kaartenencijfers). De provincie kan hier aanvullende eisen stellen. Als de ontgravings-, toepassingslocatie of de locatie voor de tijdelijke opslag van grond in een provinciaal beschermingsgebied is gelegen, moet er afstemming plaatsvinden met de provincie over de uit te voeren werkzaamheden.
In de Beleidsnota “De Gelderse wegwijzer door bodemland”[5] hebben de Gelderse bevoegde gezagen wet bodembescherming (gemeenten Arnhem en Nijmegen en de Provincie Gelderland voor de overige Gelderse gemeenten) een praktische handleiding gegeven voor de uitvoering van bodemtaken en toetsingskader voor de uitvoering van onderzoek, sanering en nazorg binnen Gelderland. De nota is een voortzetting van het in 2003 ingezette en in 2008 geactualiseerde beleid. De nota bevat tevens een aantal beleidsregels in het kader van de Algemene wet bestuursrecht (Awb), artikel 4:81. Ten slotte is afstemming gezocht met andere beleidsterreinen: het Besluit en de Regeling bodemkwaliteit, Wet op de ruimtelijke ordening, Natuurbeschermingswet, bouwen, bemaling en archeologie.
Bijlage 2 — 10/21 — Nota bodembeheer — SOB011396.RAP002
2.4 Deze nota in relatie tot de Omgevingswet Naar verwachting treedt in 2022 de Omgevingswet en diverse (aanvullings-) wetten, besluiten en Algemene maatregelen van bestuur in werking. De huidige wet- en regelgeving voor bodemsanering en het nuttig toepassen van grond en baggerspecie komt daarmee te vervallen en wordt in de Omgevingswet, de bijbehorende (aanvullings-)wetten en besluiten en Algemene maatregelen van bestuur geregeld. Met de inwerkingtreding van de Omgevingswet valt deze nota bodembeheer én de bodemkwaliteitskaart van rechtswege via het overgangsrecht direct in het tijdelijke deel van het ‘Omgevingsplan’. Het in deze nota bodembeheer geformuleerde gebiedsspecifieke beleid (zie § 2.4, § 2.5 en § 2.6 van de hoofdtekst) kan hiermee na de inwerkingtreding van de Omgevingswet (indien gewenst) worden voortgezet. Deze nota bodembeheer kan ook onderdeel uitmaken van de nog op te stellen Omgevingsvisie. Een nieuw op te stellen Omgevingsplan met het oog op de bodem, krijgt een breder spectrum dan alleen bodemsanering en hergebruik van grond. Er wordt aangesloten op de gemeentelijke Omgevingsvisie.
Onderwerpen zoals de aanpak van bodemverontreiniging, activiteiten in het grondwater, eventuele diffuse bodembelasting met lood, verzilting, bodemdaling, bodemafdekking (wateroverlast en hittestress), opslag van gas in de ondergrond, asbestdaken en gerelateerde bodemverontreiniging en het overgangsrecht uit de Wet bodembescherming kunnen aan de orde komen. Het verdient de aanbeveling om het hergebruik van grond terug te laten komen in een nieuw Omgevingsplan, met het oog op de bodem. Met de Omgevingswet wijzigt ook het normenkader. Er komen zogenaamde ‘Voorkeurswaarden’ en ‘Maximale waarden’. De ‘Voorkeurswaarde’ (voor een bepaald bodemgebruik) is gelijk aan de huidige normen uit de Regeling voor ‘Achtergrondwaarde (AW2000)’, ‘Wonen’ en ‘Industrie’. De ‘Maximale waarde’ is gelijk aan de huidige waarden die voor het spoedcriterium van de Wet bodembescherming worden gebruikt. Tussen de ‘Voorkeurswaarde’ en ‘Maximale waarde’ hebben gemeenten de ruimte om eigen beleid te maken (zie figuur 1.1). Dit moet worden onderbouwd door de betreffende gemeente(n).
Figuur 1.1 Normenkader bodem in de omgevingswet
Bijlage 2 — 11/21 — Nota bodembeheer — SOB011396.RAP002
De huidige Interventiewaarden van de Wet bodembescherming worden in de Omgevingswet opgenomen in bijlage IIA van het Besluit Activiteiten Leefomgeving. Als gegraven gaat worden met een omvang meer dan 25 m3, en de interventiewaarde wordt overschreden, wordt het net zoals nu verplicht een geschiktheidstoets uit te voeren voor het huidige/beoogde bodemgebruik. De gemeenten krijgen de mogelijkheid om gebiedsspecifiek beleid te maken: • om de interventiewaarde, ‘triggerwaarde’, voor de verplichte geschiktheidstoets hoger of lager te stellen (zie artikel 5.89j Besluit Kwaliteit Leefomgeving), bijvoorbeeld voor gebieden waar sprake is van een diffuus verspreide sterke verontreiniging; • om verhoogde terugsaneerwaarden te formuleren (net zoals de Lokale Maximale Waarden binnen het Besluit). Bij werkzaamheden in de grond met gehalten boven de interventiewaarden, blijft de kwaliteitsborging in het bodembeheer[33] gelden; de zogenaamde ‘Kwalibo’; bijvoorbeeld dat werkzaamheden onder erkenning en volgens beoordelingsrichtlijnen moeten worden uitgevoerd (zie artikel 2.1 van de Regeling). Opgesteld gemeentelijk/regionaal beleid (verhoogde ‘triggerwaarden’) heeft daar geen invloed op. Binnen de Omgevingswet blijft een bodemkwaliteitskaart gelden als erkend bewijsmiddel bij grondverzet.
De bodemkwaliteitskaart kan ook gebruikt worden bij het huidige Activiteitenbesluit (na inwerkingtreding van de Omgevingswet wordt dit regel) of bij de vrijstelling van bodemonderzoek voor omgevingsvergunningen. Bij nog niet gesaneerde en beheerde grondwaterverontreinigingen wordt de regelgeving in de Omgevingswet als volgt: • Op een natuurlijk moment (bijvoorbeeld (her)ontwikkelingsprojecten of tijdens graafwerk) moet door de initiatiefnemer de bron van de grondwaterverontreiniging worden gesaneerd. • Afhankelijk van de urgentie en het gebruik van de boven- en ondergrond (bijvoorbeeld drinkwaterwinning) neemt de overheid initiatieven om de pluim van de grondwaterverontreiniging aan te pakken. In de Omgevingswet is het een doelstelling dat informatie over milieuwet- en regelgeving makkelijker en digitaal wordt ontsloten. De mogelijkheden voor het toepassen van grond en baggerspecie, worden door de gemeenten digitaal inzichtelijk gemaakt op de gemeentelijke websites en die van de Omgevingsdienst Achterhoek. Hiermee wordt al vooruitgelopen op één van de doelstellingen van de Omgevingswet die naar verwachting in 2022 in werking treedt. De kaarten van deze nota bodembeheer zijn ook raadpleegbaar op de website van het Bodemloket: http://www.bodemloket.nl/kaart, een initiatief van gemeenten, provincies en het Rijk.
Bijlage 2 — 12/21 — Nota bodembeheer — SOB011396.RAP002
2.5 Provinciale en gemeentelijke kaders die relevant zijn voor de bodemtaken[34] Provinciale Milieuverordening (PMV) In de Provinciale Milieuverordening staan verschillende regels waaraan de gemeente zich als initiatiefnemer moet houden. Er mag bijvoorbeeld geen verontreinigde grond worden toegepast in grondwaterbeschermings- en drinkwaterwingebieden. Verder kunnen in de PMV nadere eisen aan saneringsplannen en evaluatieonderzoek zijn gesteld. Gemeentelijk milieubeleidsplan (GMP) In het gemeentelijk milieubeleidsplan wordt het milieubeleid van de gemeente bepaald. In principe moeten alle verschillende milieu-onderwerpen behandeld worden, waaronder bodem. Voor bodem zal dus een eigen paragraaf of hoofdstuk in het GMP moeten staan. Verbreed gemeentelijk rioleringsplan (VGRP) In het kader van de ontwikkeling van de nieuwe Omgevingswet gaan er stemmen op om het verbreed gemeentelijk rioleringsplan (VGRP) te benutten als kapstok voor een programmatische aanpak van de problematiek van bodem en ondergrond. In dit programma zou dan een directe koppeling worden gelegd met gebiedsontwikkelingen met kansen voor het combineren van grondwater-/bodemsanering en warmte- en koudeopslag, afkoppelen van verhard oppervlak, waterberging en aanpak knelpunten rioolbeheer.
Gemeentelijke gedragscode Naast de wettelijke verplichtingen die de gemeente heeft als initiatiefnemer is het ook mogelijk om een gemeentelijke gedragscode op te stellen. Deze interne gedragslijnen kunnen ervoor zorgen dat gemeenten zorgvuldig en eenduidig met bodemverontreiniging omgaan. De gedragscode heeft geen wettelijke status, maar kan wel gezien worden als een aanvulling op de wettelijke regels en beleidskaders. Bouwverordening Elke gemeente heeft een bouwverordening vastgesteld. Het indienen van een bouwaanvraag dient in principe vergezeld te gaan van een bodemonderzoeksrapport conform NEN 5740. De taak van de gemeente in deze is dat in principe bouwen op verontreinigde grond wordt tegen gegaan. Voor meer informatie over dit onderwerp zie de handreiking ‘Bodemtoets bij bestemmingsplan en omgevingsvergunning voor bouwen’. In de bouwverordening is ook opgenomen aan welke kwaliteitseisen de bodem van open erven en in gebieden moet voldoen, ook als er niet op gebouwd wordt. In deze nota bodembeheer is onder voorwaarden een vrijstellingsregeling opgenomen voor het gebruik van de bodemkwaliteitskaart in plaats van het uitvoeren van een bodemonderzoek bij een omgevingsvergunningsaanvraag bouw.
Bijlage 2 — 13/21 — Nota bodembeheer — SOB011396.RAP002
2.6 Taken en verplichtingen[34] De gemeente/omgevingsdienst heeft verschillende taken en verplichtingen op het gebied van bodemkwaliteitsbeheer. De taken en verplichtingen komen voort uit wettelijke regels en/of beleidskaders. Indien de gemeente op basis van een wet bevoegd gezag is, heeft zij bepaalde taken. Deze komen aan de orde in tabel B2.3. Als de gemeente zelf initiatief neemt is zij te beschouwen als private partij. De verplichtingen die hieruit voortvloeien komen aan de orde in tabel B2.4.
Bijlage 2 — 14/21 — Nota bodembeheer — SOB011396.RAP002
Tabel B2.3 Gemeente als bevoegd gezag m.u.v. Wbb (publiekrechtelijk) wettelijk kader
naam AmvB
Wet bodembescherming
toelichting taak
registratie / documentatie
-
taak zorgplicht art. 13 Wbb
-
preventie bodemverontreiniging
-
bodembeheerplan / verordeningen
-
opgave onderzoeksgevallen en gevallen
-
-
melden gevallen bodemverontreiniging en
-
register meldingsformulieren
van ernstige verontreiniging (o.b.v. artikel 41 Wbb)
-
register / beoordelingsformulieren
-
calamiteiten aan Wbb bevoegd gezag beoordelen mogelijk ernstige gevallen en nieuwe gevallen van bodemverontreiniging
uitvoering werkzaamheden in het kader
-
bodemsanering meenemen in ruimtelijke
-
Bodemloket:
van het budget Decentralisatie Uitkering bodem
ontwikkelingen
-
sanering ernstige bodemverontreiniging (saneringsregeling Wbb of BUS)
-
onderzoek (laten) doen beschikkingen aanvragen en melden sanering begeleiden
-
onderzoeksrapport overzicht beschikkingen saneringsverslag
-
handhaving binnen en buiten inrichting
-
artikel 6 t/m 11 (AMvB), artikel 13 (Zorgplicht), artikel 72 (verplicht bodemonderzoek) en artikel 95 (bestuurlijke handhaving)
-
handhavingsverslag
-
uitvoering gebiedsgerichte aanpak grondwater
-
het bevoegd gezag Wbb kan uitvoeringstaken in het kader van gebiedsgerichte grondwaterbeheer
-
monitoring van de voortang communicatie betrokken instantie
-
overige taken
-
overdragen aan andere besturen
en bedrijven
verhaalacties entameren en begeleiden begeleiding, voorlichting, advisering bij onderzoek en sanering in opdracht van Wbb bevoegd gezag/
correspondentie brochures
waterschap/ derden -
Bijlage 2 — 15/21 — Nota bodembeheer — SOB011396.RAP002
informatieverstrekking over verontreinigde locaties
verplichte aankoop bij ernstige bodemverontreiniging (artikel 56 t/m 63 Wbb)
-
bewonersregeling Wbb: op verzoek van eigenaar/bewoner aankoop woningen
wettelijk kader
naam AmvB
taak
AMvB’s op basis van de Wet bodembescherming*
Besluit bodemkwaliteit
-
verantwoordelijk voor bodemkwaliteit binnen eigen beheersgebied
toelichting taak
registratie / documentatie
-
-
-
generiek beleid
-
-
Activiteitenbesluit
-
-
-
*
gebiedsspecifiek beleid
-
standstill principe toepassen beoordelen kwaliteit toe te passen grond (toetsen aan klasseniveau) met behulp van Risicotoolbox toezicht herkomstlocatie en toepassingslocatie
functiekaart opstellen, waarop de functies wonen en industrie binnen het eigen beheergebied zijn aangegeven. Zonder deze functiekaart kan alleen grond en baggerspecie worden toegepast die voldoet
meldingen via centraal meldpunt verslagen toezicht en handhaving
functiekaart
aan de achtergrondwaarde voor schone gebieden in Nederland (Achtergrondwaarde – AW2000) functiekaart beheren opstellen bodemkwaliteitskaart volgens nieuwe regels (zoals opgenomen in bijlage J van de
-
bodembeheernota
-
Regeling) en een bodembeheernota opstellen, waarin de lokale normen worden gemotiveerd en vastgelegd handhaven gebiedsspecifiek beleid
controle en handhaving ondergrondse
-
registratie meldingen en saneringen
-
register meldingen
tanks
-
controle saneringen
-
controleverslagen
-
controle en handhaving in gebruik zijnde tanks
-
controleverslagen
-
voorlichting geven (inventariseren tanks) begeleiding Actie Tankslag
-
brochures
-
financiering (eventueel )
-
registratie omvangrijke lozingen verlenen ontheffing registratie van niet op de riolering aangesloten percelen -
actie Tankslag
controle en handhaving bodemlozingen
register correspondentie register
In deze tabel zijn alleen de AMvB’s opgenomen waarbij de afdeling bodem van de gemeente bepaalde taken heeft. Bij overige AMvB’s bij de Wbb, zoals Besluit Overige Organische Meststoffen, Stortbesluit Bodembescherming en Infiltratiebesluit Bodembescherming is de gemeente geen bevoegd gezag of houdt een andere afdeling binnen de gemeente zich hiermee bezig. Voor meer informatie over deze AMvB’s wordt verwezen naar de Leidraad Bodembescherming.
Bijlage 2 — 16/21 — Nota bodembeheer — SOB011396.RAP002
wettelijk kader
naam AmvB
toelichting taak
registratie / documentatie
slibbeheer gemeentelijke wateren
-
onderzoek kwaliteit gemeentelijke waterbodems onderhoud en sanering gemeentelijke waterbodems (deel)sanering in kader van nautisch baggeren
-
onderzoeksrapport saneringsverslag saneringsverslag
Activiteitenbesluit en Besluit lozen buiten inrichtingen -
afhandeling meldingen kleine gesloten systemen vergunningverlening (OBM) voor grotere gesloten systemen >70kW)
-
algemene regels en voorschriften met betrekking tot de bescherming van de bodem en ondergrond bij gebruik bodemenergie
-
verwerking via OLO of AIM opname systemen in WKO tool
-
controle en handhaving bij aanleg, gebruiksfase en bij buitengebruikstelling
-
Toezien op efficiënt gebruik bodemenergie Buitengebruikstelling en verwijderen koelvloeistoffen bij beëindiging systeem
-
controleverslag
-
vergunningverlening
-
bodemvoorschriften opnemen in vergunningen
-
bodemvoorschriften
-
controle en handhaving vergunningen
-
toetsen nul/eindsituatie-onderzoeken
-
toetsingsverslag
-
controle en handhaving AMvB’s en art.
-
controleren op storten buiten de inrichting en calamiteiten
-
controleverslag
Waterwet
Wijzigingsbesluit Bodemenergie- systemen
taak -
Omgevingsvergunning (Wabo/Wm)
10.2 Wm en Hoofdstuk 17 Wm Wabo (voorheen besluit hoofdstuk 7 Bor en kwaliteitseisen handhaving hoofdstuk 10
-
opstellen handhavingsbeleid en jaarlijks uitvoeringsprogramma
-
op grond van art. 2 en 3 van het besluit moeten deze beleidsgerichte taken worden uitgevoerd
handhavingsbeleidsplan en -programma
milieubeheer)
-
beheer en registratie
-
bewaken uitvoeringsprogramma met
-
-
geautomatiseerd systeem registratie gegevens (aantal controles, overtredingen, handhavingsbeschikkingen, p.v.’s,
Mor
handhavingsgegevens
geautomatiseerd systeem handhaving
ontvangen klachten)
Wms (voorheen Wet milieugevaarlijke stoffen)
Bijlage 2 — 17/21 — Nota bodembeheer — SOB011396.RAP002
-
rapportage en evaluatie
-
rapportage over mate waarin doelen zijn bereikt en of afspraken (activiteiten) zijn nagekomen
periodiek rapportage
-
controle en handhaving (artikel 64)
-
zorg dragen voor de bestuursrechtelijke handhaving
handhavingsverslagen
in overleg met inspectie en provincie
-
wettelijk kader
naam AmvB
Omgevingsvergunning voor bouwen/ Woningwet
taak -
opstellen Bouwverordening
toelichting taak
registratie / documentatie
-
-
tekst bouwverordening
-
bodemonderzoek/bodemkwaliteitskaart en –toets vastleggen in bouwverordening controleren of bodemkwaliteit open erven en in gebieden voldoet aan gestelde eisen
Wet op de ruimtelijke ordening
-
verlenen omgevingsvergunning voor bouwen
-
opnemen bodemvoorschriften in de omgevingsvergunning voor bouwen
-
bodemvoorschriften
-
controle en handhaving
-
beoordelen en controleren bodemtoets
-
register beoordelingsformulieren
-
correspondentie
-
omgevingsvergunning voor bouwen verlenen ontheffing bodemtoets
-
bodembescherming garanderen
-
bodemparagraaf in bestemmingsplan
-
bodemparagraaf
-
controle en handhaving
-
bodemtoets bestemmingsplanprocedures bodemtoets omgevingsvergunning (artikel 19
-
toetsingsverslagen
procedure) Wet openbaarheid van bestuur/ verdrag van Aarhus
-
verzorgen informatie en communicatie
-
verzorgen bodemloket (intern en extern) op verzoek ter beschikking stellen gegevens over bodemkwaliteit
-
correspondentie makelaarsformulieren
Wet kenbaarheid
-
bijhouden beperkingenregister en
-
inschrijven beperkingenbesluiten in register en
-
register beperkingen (voorheen
-
-registratie verzorgen informatie en communicatie
-
kadastrale registratie) correspondentie
-
erkenning bij Bodem+
publiekrechtelijke beperkingen
Besluit uitvoeringskwaliteit bodembeheer (opgenomen als hoofdstuk 2 in het Besluit bodemkwaliteit)
Bijlage 2 — 18/21 — Nota bodembeheer — SOB011396.RAP002
-
kwalibo: alleen werken met erkende bodemintermediairs
-
-
doorgeven aan de landelijke voorziening op verzoek aangegeven of er een beperking (bijv. saneringsplicht, gebruiksbeperking) op een bepaald perceel rust besluiten baseren (bijv. verlenen vergunning, afgegeven beschikking) op bodemonderzoek dat is uitgevoerd door een daarvoor erkend onderzoeksbureau
Tabel B2.4 Gemeente als eigenaar (privaatrechtelijk) wettelijk kader Wet bodembescherming
naam AmvB
AmvB’s op basis van de
Besluit
Wbb
bodemkwaliteit
Activiteitenbesluit Wet milieubeheer
Besluit melden Bedrijfsafvalstoffen en gevaarlijke
verplichting sanering in eigen beheer
toelichting melden voorgenomen sanering saneren indien gemeente zelf eigenaar/- gebruiker/
registratie / documentatie onderzoeksrapport saneringsverslag
veroorzaker is
-
monitoringrapportage
-
zorgplicht art. 13 wbb
-
preventie bodemverontreiniging bij uitvoeren eigen werken
-
werkwijzer / werkafspraken
-
melding van hergebruik grond en
-
aantonen kwaliteit van grond en bouwstoffen
-
keuringsverslagen en certificaten
bouwstoffen
-
registratie
-
register meldingsformulieren
-
toepassingseisen naleven
-
bij toepassing voldoen aan generiek danwel gebiedsspecifiek kader, toetsing kwaliteit aan ontvangende bodem
-
toetsingsresultaat
-
naleving regels bij gemeentelijke ondergrondse tanks
-
KIWA-keuringen laten uitvoeren bodemonderzoek
-
keuringsverslag onderzoeksrapport
-
preventie bodemverontreiniging aanvraag omgevingsvergunning/ melding
toe te voegen bodemonderzoek bij aanvraag vergunning dient te zijn uitgevoerd door daarvoor
-
haalbaarheidsstudie grondbank: in eigen beheer of in samenwerking
-
doen i.h.k.v. AMvB stimuleren hergebruik grond
erkende instantie initiëren van faciliteiten voor hergebruik (grondbank)
-
afvalstoffen
melden transport verontreinigde grond indien van toepassing: omschrijvingsformulier en/of
-
transportbegeleidingsbonnen invullen
bij afvoer van niet-gevaarlijk afval, zijnde bedrijfsafval naar depot/reiniger: melden transport, invullen en overleggen omschrijvingsformulier en transport-
registratie transportbegeleidingsbonnen en omschrijvingsformulieren
begeleidingsbonnen -
bij afvoer grond naar werk: buiten de locatie alleen permanente begeleidingsbrief bij afvoer gevaarlijk afval: lmv-formulier, melden transport, invullen omschrijvings-formulier en transportbegeleidingsformulier
Burgerlijk Wetboek
Bijlage 2 — 19/21 — Nota bodembeheer — SOB011396.RAP002
-
bodemonderzoek en saneringen
-
afdekken risico’s en aansprakelijkheid
-
onderzoeksrapporten clausules bij overdrachtsakten
2.7 Verdeling bevoegdheden[34] 2.7.1 Verdeling bevoegdheden bij bodemverontreiniging Decentralisatie en deregulering staan hoog genoteerd. In dit kader is ook inzake bodemkwaliteitsbeheer een toenemende verantwoordelijkheid van de gemeenten gerealiseerd en te verwachten. Een overzicht van huidige bevoegdheidsverdeling tussen gemeente enerzijds en provincie en Wbb bevoegde gemeenten anderzijds staat in tabel B2.5. Tabel B2.5 Bevoegdheidsverdeling bij bodemverontreiniging Omschrijving
Gemeente als bevoegd
Provincie en
gezag in kader overige
Wbb-gemeente als
wetgeving
bevoegd gezag Wbb
lokale, bestaande gevallen van bodemverontreiniging: •
niet ernstig 1
•
ernstig 2
nieuwe gevallen van bodemverontreiniging •
X 3
binnen inrichting: -
•
X
omgevingsvergunning 4
X
X
buiten inrichting: -
in bodem- of grondwaterbeschermingsgebied
-
niet in beschermingsgebied 5
X X
X
diffuse bodemverontreiniging: •
gebiedseigen grond
•
verhoogde achtergrondwaarden bij Wbb-sanering
X X
hergebruik grond:
1
2 3 4 5
•
toepassing in het kader van Besluit bodemkwaliteit
X
•
hergebruiksbeleid / zonering (Besluit bodemkwaliteit)
X
•
in (grondwater)beschermingsgebieden die zijn vastgelegd in PMV X Als het gaat om meer dan 50 m 3 niet ernstige verontreiniging is niet de gemeente, maar de provincie (of de daarvoor aangewezen gemeenten) bevoegd gezag. Op basis van de Wet bodembescherming artikel 28 lid 4 is het Besluit overige niet-meldingsplichtige gevallen opgesteld. Hierin wordt onder andere geregeld dat voor nieternstige gevallen met een omvang groter dan 50 m 3 grond of 100 m3 grondwater andere wettelijke kaders dan de Wbb van toepassing kunnen zijn, bijvoorbeeld de Woningwet. Hiervoor is de gemeente dan het bevoegd gezag. Gevallen van ernstige bodemverontreiniging kleiner dan 25 m 3 grond of 100 m3 grondwater vallen sowieso niet onder de meldingsplicht, evenzo gevallen van bodemverontreiniging kleiner dan 50 m 3 grond of 100 m3 grondwater, de gemeente is dan bevoegd gezag. Ontstaan/veroorzaakt na 1 januari 1987. Naast de typering ‘nieuwe gevallen’ kent de Wet bodembescherming ook het ‘ongewone voorval’. Dit is een bijzondere gebeurtenis waarbij verontreiniging of aantasting van de bodem is opgetreden. Afhankelijk van wie bevoegd gezag is in het kader van de Wabo/ Activiteitenbesluit. De inrichtingen die vallen onder de bevoegdheid van de minister van I&M zijn hier buiten beschouwing gelaten. De gemeente is het eerste aanspreekpunt bij de aanpak van nieuwe bodemverontreiniging buiten inrichtingen.
De gemeente neemt hierbij de formele besluiten aangaande instemming met de voorgenomen sanering van deze gevallen. Hierbij is wel afstemming vereist met de provincie. De provincie kan aanvullende eisen stellen.
Bijlage 2 — 20/21 — Nota bodembeheer — SOB011396.RAP002
2.7.2 Omgevingsdiensten Sinds januari 2013 hebben gemeenten, provincies en Rijk hun taken op het gebied van vergunningverlening, toezicht en handhaving (VTH) ondergebracht bij Omgevingsdiensten ook wel Regionale Uitvoeringsdienst (RUD) genoemd. Het gaat om minimaal de VTH taken op het gebied van milieu en mogelijk ook bouwen, natuur en water. De gemeenten en provincies hebben ook hun VTH taken met betrekking tot bodem overgedragen aan de Omgevingsdienst. In het kader hieronder zijn de basistaken met betrekking tot bodem weergegeven die bij de Omgevingsdienst zijn neergelegd. Tot de basistaken met betrekking tot bodem van de Omgevingsdienst/RUD horen: het milieutoezicht bij bedrijfsmatige activiteiten die vallen onder het Besluit bodemkwaliteit voor zover het die activiteiten betreft; het milieutoezicht bij bodemsanering, sanering van bedrijfsterreinen en lozing van grondwater bij bodemsanering en proefbronnering voor zover het die activiteiten betreft; het milieutoezicht bij bedrijfsmatige activiteiten met betrekking tot gevaarlijke afvalstoffen, bedrijfsafvalstoffen en ingezamelde huishoudelijke afvalstoffen, asbest, vuurwerk, bouwstoffen, grond, baggerspecie, meststoffen, dierlijke vetten, radioactief schroot, destructiemateriaal, explosieven voor civiel gebruik of andere gevaarlijke stoffen voor zover het die activiteiten betreft.
Het gaat hierbij om ketengericht milieutoezicht. Daarnaast hebben gemeenten en provincie ook nog een aantal bodemtaken die zij vrijwillig kunnen overdragen aan de omgevingsdienst
Bijlage 2 — 21/21 — Nota bodembeheer — SOB011396.RAP002
Bijlage 3A
Statistische parameters organochloorbestrijdingsmiddelen (OCB; waarden standaardbodem)
Bijlage 3 —Nota bodembeheer — SOB011396.RAP002
Bijlage 3B
Statistische parameters PFAS-verbindingen per bodemlaag/bodemkwaliteitszone (gemeten waarden)
Bijlage 3 —Nota bodembeheer — SOB011396.RAP002
Bijlage 3C
Statistische parameters andere stoffen per bodemkwaliteitszone getoetst aan het Besluit bodemkwaliteit (waarden standaardbodem)
Bijlage 3 —Nota bodembeheer — SOB011396.RAP002
Bijlage 4
Mogelijkheden vrij grondverzet
Bijlage 4 —Nota bodembeheer — SOB011396.RAP002
Bijlage 5
Verschillende toets- en risiconormen voor arseen in de grond Tabel B5.1 Verschillende toets- en risiconormen voor arseen in de grond. Norm arseen (in mg/kg ds,
Bron
standaardbodem) • Achtergrondwaarde – AW2000; Regeling bodemkwaliteit. • Kritisch bodemgehalte ecologische risico’sA voor de bodemgebruiksfunctie ‘Natuur’; 20
RIVM rapport 711701053[35]. • Provinciaal/gemeentelijk beleid (zie § 2.4.7 ‘Toepassing in bijzondere gebieden’ van de eerder vastgestelde nota bodembeheer voor de gemeenten Lochem en Zutphen) • Maximale waarde voor de bodemfunctie Wonen; Regeling bodemkwaliteit. • Kritisch bodemgehalte ecologische risico’sB voor de bodemgebruiksfuncties ‘Wonen
27
met tuin’, ‘Plaatsen waar kinderen spelen’, ‘Moestuinen/volkstuinen’, ‘Landbouw (zonder boerderij en erf)’, ‘Groen met natuurwaarden (voor sport, recreatie en stadsparken)’; RIVM rapport 711701053. • Maximale waarde voor de bodemfunctie Industrie; Regeling bodemkwaliteit.
76
• Interventiewaarde landbodem, Circulaire bodemsanering C. • Kritisch bodemgehalte ecologische risico’sD voor de bodemgebruiksfunctie ‘Ander groen bebouwing, infrastructuur en industrie’; RIVM rapport 711701053.
97 430
• Kritisch bodemgehalte humane risico’s voor de bodemgebruiksfunctie ‘Moestuinen/volkstuinen’; RIVM rapport 711701053. • Kritisch bodemgehalte humane risico’s voor de bodemgebruiksfunctie ‘Wonen met tuin’ (en beperkte gewasconsumptie); RIVM rapport 711701053. • Kritisch bodemgehalte humane risico’s voor de bodemgebruiksfunctie ‘Plaatsen
560
waar kinderen spelen’/veel bodemcontact zonder gewasconsumptie; RIVM rapport 711701053. • Kritisch bodemgehalte humane risico’s voor de bodemgebruiksfuncties ‘Natuur’,
2600
‘Groen met natuurwaarden (voor sport en recreatie, stadsparken)’ en ‘Ander groen, bebouwing, infrastructuur en industrie’; RIVM rapport 711701053.
A
B C
D
Generieke ecologische risico’s:organismen/processen/planten/kringlopen/LSF (van doorvergiftiging is (waarschijnlijk) geen sprake) én specifieke ecologische risico’s: inclusief doorvergiftiging sleutel- en doelsoorten. Generieke ecologische risico’s: organismen/processen/planten/kringlopen/LSF. Onderbouwing LAC-2006 signaalwaarden en overzicht van bodem – plant relaties ten behoeve van de Risicotoolbox, Een overzicht van gebruikte data en toegepaste methoden, rapport 1442, ISSN 1566-7197, Alterra, 2007. Circulaire bodemsanering per 1 juli 2013, publicatie Staatscourant, nr. 16675, 27 juni 2013.
Bijlage 5 —Nota bodembeheer — SOB011396.RAP002
Overzicht kaartbijlagen Kaartbijlage N1 Bodemfunctieklassenkaart Kaartbijlagen N2 Ligging bodemkwaliteitszones Kaartbijlagen N3 Ontgravingskaarten Kaartbijlagen N4 Toepassingskaarten – grond van buiten de gemeente Aalten, Berkelland, Bronckhorst, Doetinchem, Lochem, Montferland, Oost Gelre, Oude IJsselstreek, Winterswijk en Zutphen Kaartbijlagen N5 Toepassingskaarten – grond uit de gemeente Aalten, Berkelland, Bronckhorst, Doetinchem, Lochem, Montferland, Oost Gelre, Oude IJsselstreek, Winterswijk en Zutphen
Kaartbijlagen — Nota bodembeheer — SOB011396.RAP002 — 15 december 2020