CConstaterende datOude IJsselstreek
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 9 vd toelichting Aanmeldnotitie vormvrije m.e.r.-beoordeling.pdf

Raadsvergadering 4 juli 2024, gemeente Oude IJsselstreekBij agendapunt: 15: Bestemmingsplan Varsseveld, Leeuwerikstraat tussen nr 25 en nr 311.507 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Ruimtelijke Onderbouwing

Aanmeldnotitie vormvrije m.e.r.-beoordeling Pierikstraat 11 te Gaanderen Leeuwerikstraat 29, Varsseveld Gemeente Doetinchem

Gemeente Oude IJsselstreek

Projectnummer: 3707.01 Datum: 4 augustus 2022

Inhoudsopgave Algemeen ............................................................................................................... 3 Toetsing ................................................................................................................. 4 2.1

Algemeen ................................................................................................................................................... 4

2.2

De kenmerken van het project ................................................................................................................... 4

2.3

De plaats waar de activiteit wordt verricht ............................................................................................... 5

2.4

De kenmerken van het potentiële effect .................................................................................................... 6

Conclusie ................................................................................................................ 7 Bijlage 1 Ecologisch onderzoek Bijlage 2 Stikstofberekening

2

Algemeen Om te bepalen of voor het project een milieueffectrapport (M.E.R.) moet worden opgesteld, is het van belang om te kijken of de ontwikkeling een activiteit is als opgenomen in de bijlage van het Besluit milieueffectrapportage (m.e.r.). In de bijlage van het Besluit m.e.r. zijn twee onderdelen (C en D) opgenomen. Het onderscheid tussen deze twee bijlagen is dat in bijlage C er direct sprake is van een m.e.r.-plicht voor besluiten met een omvang boven de drempelwaarden en besluiten onder de drempelwaarden zijn niet m.e.r.-plichtig. Onderdeel D geeft aan of er voor besluiten beoordeeld moet worden of er m.e.r. noodzakelijk is. Voor besluiten met een omvang boven de drempelwaarden moet een m.e.r.-beoordeling worden uitgevoerd en voor besluiten met een omvang onder de drempelwaarden een zogenaamde vormvrije m.e.r.-beoordeling. Pas na het uitvoeren van een (vormvrije) m.e.r-beoordeling is duidelijk of er een M.E.R. moet worden opgesteld.

3

Toetsing 2.1

Algemeen De beoogde ontwikkeling voorziet in de sloop van een bedrijfsgebouw en de realisatie van twee grondgebonden woningen. Om de ontwikkeling mogelijk te maken wordt een bestemmingsplan in procedure gebracht. Om te bepalen of voor het project een milieueffectrapport (M.E.R.) moet worden opgesteld, is het van belang om te kijken of de ontwikkeling een activiteit is als opgenomen in de bijlagen van het Besluit milieueffectrapportage (m.e.r.). De realisatie van de woningen met bijbehorende buitenruimte en parkeerplaatsen kan worden gekwalificeerd als "de aanleg of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject met inbegrip van de bouw van winkelcentra of parkeerterreinen" als genoemd in onderdeel D.11.2 van de bijlage van het Besluit m.e.r.. Bij de uitleg van de Europese m.e.r.-richtlijn wordt immers aangegeven dat 'stedelijke ontwikkelingsprojecten' breed moet worden geïnterpreteerd. Bij de activiteit zijn drie relevante indicatieve drempelwaarden opgenomen, namelijk: • een oppervlakte van 100 hectare of meer; • een aaneengesloten gebied en 2000 of meer woningen; • een bedrijfsvloeroppervlakte van 200.000 m² of meer. De activiteit valt ruim beneden de gestelde drempelwaarde, waardoor geen sprake is van een directe m.e.r.-(beoordelings)plicht.

Dit betekent concreet dat het bevoegd gezag zich ervan moet vergewissen of de activiteit, wanneer deze onder de drempelwaarden zit, daadwerkelijk geen belangrijke nadelige milieugevolgen kan hebben, waarbij het in het bijzonder moet worden nagegaan of sprake is van de omstandigheden als bedoeld in bijlage III van de Europese Richtlijn betreffende de milieueffectbeoordeling. Dit is de zogenaamde vormvrije m.e.r.-beoordeling. Bij het bepalen van belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu wordt, conform de Bijlage III van de Europese Richtlijn, ingegaan op de volgende onderdelen: • de kenmerken van het project; • de plaats waar de activiteit wordt verricht; • de kenmerken van het potentiële effect.

2.2

De kenmerken van het project De locatie van het plangebied bevindt zich in de woonwijk De Brie aan de noordwestzijde van de bebouwde kom van Varsseveld, dichtgelegen bij de Zelhemseweg die de ontsluiting verzorgt richting de N18. De noordzijde van het plangebied grenst aan de Leeuwerikstraat. De westzijde grenst aan een woonperceel en een bedrijfsperceel inclusief bijbehorende bedrijfsbebouwing. Daarnaast grenzen de zuid- en oostzijde aan diverse aanliggende woonpercelen. Het perceel in het plangebied ligt aan de Leeuwerikstraat gelegen tussen de woningen met huisnummers 25 en 31. De ontsluiting vindt plaats aan de voorzijde via de Leeuwerikstraat via een in/uitrit. Op het perceel is een teruggelegen bedrijfsgebouw aanwezig, oorspronkelijk behorend bij de bedrijfsbebouwing (huisnummer 29) op het ten westen gelegen aangrenzende perceel. In de huidige situatie staat het bedrijfsgebouw leeg en wordt het niet meer functioneel gebruikt. Het perceel wordt

4

rondom omsloten door een middelhoge heg en aan weerszijden van de in-/uitrit staan twee bomen. Aan de noordoostzijde van het plangebied staan los van elkaar een boom en een vlaggenmast gesitueerd. In de zuidelijke hoek van het plangebied staat een kleine fietsenstalling. Aan de achterzijde van het bedrijfsgebouw is een redelijke doorkijk richting de achterliggende woonpercelen. Naast het bedrijfsgebouw bestaat het perceel van het plangebied volledig uit verharding dat als parkeerplaats dient. Aan de westzijde van het plangebied ligt een oprit behorende bij de naastliggende woning (huisnummer 31). Met het plan is sprake van herontwikkeling binnen bestaand stedelijk gebied.

2.3

De plaats waar de activiteit wordt verricht Het plangebied ligt binnen de bebouwde kom van Varsseveld. De locatie kan omschreven worden als een stedelijk gebied. Het meest nabijgelegen Natura-2000 gebied ‘Klevsche Landwehr, Anholtsche Issel, Feldschlaggraben und Regnieter Bach’ (Duitsland), bevindt zich op circa 9,7 km ten zuiden van het plangebied. Overige Natura-2000 gebieden liggen op meer dan 10 km afstand van het plangebied.

Ligging plangebied ten opzichte van Natura 2000 Het plangebied is gelegen op circa 480 meter afstand ten westen van zowel het Gelders Natuurnetwerk (GNN) als de Groene Ontwikkelingszone (GO). Het betreft de gebiedsnaam ‘Boven Slinge en Slangenburg’. Op navolgende afbeelding is de ligging van het plangebied ten opzichte van dit gebied weergegeven.

5

Ligging plangebied ten opzichte van het GNN en GO (‘Boven Slinge en Slangenburg’)

2.4

De kenmerken van het potentiële effect De omvang van het project ligt ver beneden de voor de m.e.r.-beoordeling gedefinieerde drempelwaarden. In de navolgende paragrafen van dit hoofdstuk is aangetoond dat voor deze ontwikkeling geen sprake is van negatieve effecten op het milieu. Op grond van de kenmerken van het plan en de ligging, kan de realisatie van de woningen, met bijbehorende ontsluiting, groen en parkeerplaatsen in potentie de volgende milieueffecten hebben: • verslechtering van de luchtkwaliteit in de omgeving; • invloed op omliggende beschermde natuurgebieden.

2.4.1

Luchtkwaliteit Volgens de ministeriële regeling NIBM draagt een bouwplan met minder dan 1.500 woningen niet in betekenende mate bij aan de luchtverontreiniging. In dit plan worden in totaal drie nieuwe woningen gerealiseerd. Het initiatief zorgt niet voor een verslechtering van de luchtkwaliteit in de omgeving.

2.4.2

Beschermde natuurgebieden Voor het initiatief is door Buro Ontwerp & Omgeving ecologisch onderzoek uitgevoerd. In dit onderzoek is ingegaan op de effecten van het voorgenomen initiatief op omliggende beschermde natuurgebied. Het onderzoek is als bijlage 1 bijgevoegd. Natura 2000-gebieden Het plangebied is niet gelegen binnen een Natura 2000-gebied. Indien er sprake zou zijn van een effect, betreft dit een extern effect. Externe effecten als gevolg van licht, trilling en geluid door de voorgenomen plannen zijn, gezien de afstand tot de meest nabijgelegen Natura 2000-gebieden niet te verwachten. Externe effecten als gevolg van een toename van stikstofdepositie zijn op basis van de voorgenomen ingreep op voorhand niet uit te sluiten. Onderzoek in het kader van de gebiedsbeschermingsparagrafen uit de Wet natuurbescherming ten aanzien van stikstof wordt noodzakelijk geacht. Hierdoor is dit in eerste instantie onderzocht met een effectbeoordeling

6

stikstofdepositie waar gebruik is gemaakt van een model-berekening (AERIUS-calculator). Het onderzoek is als bijlage 2 bijgevoegd. Uitgangspunten berekeningen Met AERIUS Calculator zijn de eerdergenoemde emissiebronnen gemodelleerd waarbij wordt opgemerkt dat: - Het wegverkeer is gemodelleerd als lijnbron; - AERIUS hanteert een minimum van 1,0 voertuig. Als het voertuigaantal per etmaal lager is dan 1,0 is het aantal per jaar weergegeven. Rekenresultaten gebruiksfase De verspreidingsberekeningen zijn uitgevoerd met de AERIUS Calculator voor het rekenjaar 2024, aangezien dit het eerste jaar is wanneer de woningen theoretisch gezien in gebruik kunnen zijn. Uit de rekenresultaten voor het jaar 2024 blijkt dat op stikstofgevoelige habitattypen en leefgebieden in Natura 2000-gebieden een stikstofdepositie van maximaal 0,00 mol/ha/jr plaatsvindt. De rekenresultaten voor de gebruiksfase zijn als bijlage 1 bij deze memo gevoegd. Conclusie Uit de uitgevoerde effectbeoordeling stikstofdepositie blijkt dat het gebruik van twee geschakelde woningen aan de Leeuwerikstraat 29 niet leidt tot een stikstofdepositie groter dan 0,00 mol/ha/jr op stikstofgevoelige habitattypen van Natura 2000-gebieden. Met betrekking tot stikstofdepositie kan worden opgemerkt dat er geen vergunning van de Wet natuurbescherming nodig is om de ontwikkeling mogelijk te maken.

Gelders Natuurnetwerk en Groene Ontwikkelingszone Het plangebied ligt buiten de gebieden die behoren tot het Gelders Natuurnetwerk (GNN) en buiten de gebieden die behoren tot de Groene Ontwikkelingszone (GO). Gezien de ligging buiten deze gebieden worden de kernkwaliteiten en ontwikkelingen van het GNN en de GO bij de werkzaamheden niet aangetast. Aanvullende maatregelen of aanvullend advies ten aanzien van het natuurnetwerk zijn in onderhavige situatie niet benodigd.

Conclusie Op grond van het voorgaande kan geconcludeerd worden dat mogelijke belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu als gevolg van de voorgenomen ontwikkeling kunnen worden uitgesloten. Het bestemmingsplan voor de herontwikkeling in het plangebied kunnen zonder m.e.r.(-beoordeling) worden vastgesteld.

7

Bijlage 1 Ecologisch onderzoek

Bijlage 2 Stikstofberekening (AERIUS)

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.oude-ijsselstreek.nl/api/v1/meetings/4746/documents/29582