CConstaterende datOude IJsselstreek
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 8 Nader onderzoek ecologie Ir. Sassenstraat 20 Ulft.pdf

Raadsvergadering 24 november 2022, gemeente Oude IJsselstreekBij agendapunt: 3: Bestemmingsplan Ingenieur Sassenstraat 20 Ulft3.415 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

AANVULLEND ECOLOGISCH ONDERZOEK INGENIEUR SASSENSTRAAT 20 TE ULFT

Rapportage aanvullend ecologisch onderzoek Ingenieur Sassenstraat 20 te Ulft Opdrachtgever

Bouwbedrijf Gert Jansen 't Goor 3B 7071 PC Ulft

Rapportnummer Versienummer

15248.002 D1

Status

Eindrapportage

Datum

11 oktober 2021

Vestiging

Gelderland Fabriekstraat 19c 7005 AP Doetinchem 088 - 5001600 doetinchem@econsultancy.nl

Opsteller

De heer M.C. de Haas, BSc

Paraaf

Kwaliteitscontrole

De heer K. Schilderman, MSc

Paraaf

Kwaliteitszorg Econsultancy is lid van het Netwerk Groene Bureaus (NGB). Het NGB is een vereniging van ecologische advies- en onderzoeksbureaus en werkt aan de kwaliteit van advisering gericht op natuur, landschap, water, milieu en ruimte en behartigt de belangen van groene adviesbureaus. Het Netwerk hanteert een gedragscode die opdrachtgevers en andere belanghebbenden een basis biedt om de leden aan te spreken op de kwaliteit van hun werk. Econsultancy werkt volgens een dynamisch kwaliteits- en milieusysteem, zoals beschreven in het kwaliteits- en milieuhandboek. Ons kwaliteits- en milieusysteem is gecertificeerd volgens de eisen in de NEN-EN-ISO 9001 en NEN-EN-ISO 14001. Betrouwbaarheid Dit onderzoek is op zorgvuldige wijze uitgevoerd conform de toepasselijke en van kracht zijnde protocollen en richtlijnen voor onderzoek. Het onderzoek betreft echter een momentopname en geeft een inschatting van de aanwezigheid van beschermde soorten op de onderzoekslocatie. Het incidenteel voorkomen van beschermde soorten is nooit met zekerheid uit te sluiten. Econsultancy accepteert op voorhand geen aansprakelijkheid ten aanzien van mogelijke beslissingen die de opdrachtgever naar aanleiding van het door Econsultancy uitgevoerde onderzoek neemt.

INHOUDSOPGAVE 1

INLEIDING .................................................................................................................................. 1

2

GEBIEDSBESCHRIJVING ......................................................................................................... 2 2.1 2.2

Huidig gebruik onderzoekslocatie en omgeving ............................................................... 2 Toekomstig gebruik van de onderzoekslocatie ................................................................ 3

3

RESULTATEN VOORGAAND ONDERZOEK ............................................................................ 4

4

ONDERZOEKSMETHODIEK ..................................................................................................... 5

5

ONDERZOEKSRESULTATEN ................................................................................................... 7 5.1 5.2 5.3

Huismus ............................................................................................................................ 7 Gierzwaluw ....................................................................................................................... 7 Vleermuizen ...................................................................................................................... 8

6

TOETSING AAN WET- EN REGELGEVING ........................................................................... 10

7

CONCLUSIES EN AANBEVELINGEN ..................................................................................... 11

15248.002

1

INLEIDING

Econsultancy heeft van Bouwbedrijf Gert Jansen opdracht gekregen voor het uitvoeren van een aanvullend ecologisch onderzoek aan de Ingenieur Sassenstraat 20 te Ulft. Het aanvullend ecologisch onderzoek is uitgevoerd in het kader van een bestemmingsplanwijziging. Het aanvullend ecologisch onderzoek is uitgevoerd naar aanleiding van de resultaten van de quickscan Wet natuurbescherming die Econsultancy in maart 2021 op de onderzoekslocatie heeft uitgevoerd (rapport 15248.001). Econsultancy is lid van de branchevereniging "Netwerk Groene Bureaus" en werkt volgens de door het Netwerk opgestelde gedragscode en protocollen.

Rapport 15248.002 versie D1

Pagina 1 van 11

2 2.1

GEBIEDSBESCHRIJVING Huidig gebruik onderzoekslocatie en omgeving

De onderzoekslocatie den van de kern van Ulft.

) ligt aan de Ingenieur Sassenstraat 20, circa 400 meter ten noor-

Volgens de topografische kaart van Nederland zijn de van het midden van de onderzoekslocatie X = 223.420, Y = 434.440. In figuur 1 is de topografische ligging van de onderzoekslocatie weergegeven.

Figuur 1. Topografische ligging van de onderzoekslocatie.

De onderzoekslocatie is bebouwd met een winkelpand, gelegen tussen de Ingenieur Sassenstraat en de Gietijzerlaan. Een groot deel van het pand heeft een plat dak, aan de zuidzijde van het pand bevinden zich echter drie nokken, gedekt met dakpannen. Aan de zuidoostzijde bevindt zich een voormalig winkelpand met pannendak. Zowel aan de noord- als aan de zuidzijde zijn parkeerplaatsen. Rondom de onderzoekslocatie liggen woonwijken.

Rapport 15248.002 versie D1

Pagina 2 van 11

2.2

Toekomstig gebruik van de onderzoekslocatie

De initiatiefnemer is voornemens het bestemmingsplan te wijzigen. Het voornemen is om zes starterswoningen, vier 2-1 kapwoningen en diverse extra parkeerplaatsen te realiseren (zie figuur 2). Ten behoeve van de nieuwbouw zal de huidige bebouwing worden gesloopt, met uitzondering van het pand aan de zuidoostzijde van de planlocatie, en zal de planlocatie opnieuw worden ingericht.

Figuur 2. Schets situatie toekomstige verkaveling (bron: ERS architekten bna, 2020).

Rapport 15248.002 versie D1

Pagina 3 van 11

3

RESULTATEN VOORGAAND ONDERZOEK

Uit de quickscan blijkt dat, om de effecten van de ingreep volledig te kunnen toetsen aan de Wet natuurbescherming er op sommige punten meer informatie is benodigd: Soortbescherming Met betrekking tot soortbescherming komen enkele aandachtspunten naar voren: De pannendaken van het winkelpand en het pand aan de zuidoostzijde van de planlocatie zijn geschikt als rust- of voortplantingsplaats voor de huismus. Om de functie van de onderzoekslocatie voor de huismus vast te stellen is aanvullend onderzoek benodigd. Hiertoe dienen in de periode april tot half mei twee veldbezoeken uitgevoerd te worden in de ochtenduren. Bij het aantreffen van een functie voor de huismus dient een ontheffing aangevraagd te worden bij de provincie Gelderland voor de sloop van de bebouwing. Het pannendak van het winkelpand is aan de zuidzijde geschikt als rust- of voortplantingsplaats voor de gierzwaluw. Om de functie van de onderzoekslocatie voor de gierzwaluw vast te stellen is aanvullend onderzoek benodigd. Hiertoe dienen in de periode half mei tot half juli drie veldbezoeken uitgevoerd te worden in de periode van 2 uur voor zonsondergang tot zonsondergang. Bij het aantreffen van een functie voor de gierzwaluw dient een ontheffing aangevraagd te worden bij de provincie Gelderland voor de sloop van de bebouwing.

Het winkelpand op de onderzoekslocatie biedt geschikte verblijfplaatsen voor de gebouwbewonende soorten gewone- en ruige dwergvleermuis en laatvlieger. Om de functie van de onderzoekslocatie voor vleermuizen vast te stellen zal een aantal veldbezoeken in de periode april tot en met september uitgevoerd moeten worden. het onderzoek zal uitgevoerd moeten worden naar de functies als zomer-, kraam- en paar-/baltsverblijfplaats. Bij het aantreffen van een functie voor vleermuizen dient een ontheffing aangevraagd te worden bij de provincie Gelderland voor de sloop van het woonhuis. Op de onderzoekslocatie kunnen algemene vogelsoorten tot broeden komen. Om overtreding te voorkomen dient het groen buiten het broedseizoen verwijderd te worden. Globaal geldt hiervoor de periode half maart tot half augustus, geldend is echter de aanwezigheid van een broedgeval. aantreffen van een zoogdier of amfibie dient deze de tijd te krijgen om veilig weg te komen.

Rapport 15248.002 versie D1

Pagina 4 van 11

4

ONDERZOEKSMETHODIEK

Voor het onderzoek naar huismus zijn tussen 1 april en 15 mei twee veldbezoeken uitgevoerd, gedurende de ochtend. Tijdens de veldbezoeken is gezocht naar roepende huismussen. Mannetjes huisnesten zich bevinden. Bij het aantreffen van roepende mannetjes mag worden aangenomen dat zich de ochtend gelet op huismussen die (met nestmateriaal) onder dakpannen of andere nestlocaties verdwijnen. Behalve op de onderzoekslocatie, is ook de directe omgeving onderzocht op de aanwezigheid of geschiktheid van de bebouwing voor huismus. De onderzoeksopzet is conform hetgeen is voorgeschreven in het kennisdocument voor de huismus (BIJ12, versie juni 2017). Voor het onderzoek naar gierzwaluw zijn tussen 1 juni en 15 juli drie veldbezoeken uitgevoerd met een tussenliggende periode van minimaal 10 dagen. De onderzoeksinspanning is conform hetgeen is gesteld in het kennisdocument (BIJ12, versie juni 2017). De veldbezoeken vonden plaats gedurende de avondschemering. In de betreffende periode scheren groepen gierzwaluwen langs gevels van panden waarin zich nesten bevinden. De vrouwtjes die zich op het nest bevinden beantwoorden verepen soortgenoten. Bovendien zijn tijdens de avondschemering vaak invliegende vogels waar te nemen. De onderzoeksopzet is conform hetgeen is voorgeschreven in het kennisdocument voor de gierzwaluw (BIJ12, versie juni 2017).

Voor het onderzoek naar vleermuizen zijn in de periode half mei tot oktober in totaal zes veldbezoeken uitgevoerd. De veldbezoeken zijn in de avonduren en/of ochtenduren uitgevoerd. De inventarisatiemethode is conform het protocol voor vleermuisonderzoek (versie januari 2021), dat is opgesteld door het vleermuisvakberaad van het Netwerk Groene Bureaus. De onderzoeksinspanning is gebaseerd op de functies zomerverblijfplaats, kraamverblijf en paarverblijf/baltsplaats voor de gewone dwergvleermuis, ruige dwergvleermuis en laatvlieger. Het protocol heeft tot doel het belang van de uit te sluiten. Doordat vleermuizen iedere (verblijfs)functie slechts een beperkte periode van het jaar gebruiken, is onderzoek naar alle op de onderzoekslocatie mogelijke functies noodzakelijk. Iedere (verblijfs)functie afzonderlijk geniet een jaarronde bescherming. Het totaal aantal veldbezoeken is vastgesteld op basis van de grootte van de onderzoekslocatie, uitgaande van twee waarnemers per veldronde. Verwacht wordt dat met zes bezoeken omtrent deze soortgroep voldoende zekerheid is verkregen over de functie van de onderzoekslocatie. Voor het onderzoek is gebruik gemaakt van professionele batdetectors met opnamemogelijkheid (Pettersson D240x). Een batdetector zet het voor het menselijk gehoor niet hoorbare ultrasone geluid van vleermuizen om naar frequenties die wel hoorbaar zijn.

Op basis van de geluidsfrequenties en ritmes kunnen verschillende soorten vleermuizen worden onderscheiden. De opnamemogelijkheid is belangrijk omdat de geluidsopnames kunnen worden gebruikt voor het determineren van soorten die op basis van hun geluid moeilijk zijn te onderscheiden (met name Myotis-soort) en waarbij het sonogram uitsluitsel kan geven. Hierbij wordt gebruik gemaakt van analyseprogramma Batsound.

Rapport 15248.002 versie D1

Pagina 5 van 11

Overzicht veldbezoeken Het onderzoek bestaat uit diverse veldbezoeken. Onderstaande tabel bevat een overzicht van de uitgevoerde veldbezoeken. Tabel I.

Onderzoeksinspanning per soortgroep april

vleermuizen

huismus

gierzwaluw

tijdstip

mei

juni

-

juli

augustus

3 x avond*, 1 x ochtend*

september

-

2 x avond

datum

14 mei, 27 mei, 23 juni & 7 juli 2021

3 & 21 september 2021

functie

zomer-/kraamverblijf

paar/baltsverblijf

tijdstip

2 x overdag

datum

26 april & 12 mei 2021

functie

territorium

tijdstip

-

-

3 x avond

datum

27 mei, 23 juni & 7 juli 2021

functie

nestlocaties

-

* het veldwerk wordt door twee personen uitgevoerd. Tijdens de veldbezoeken waren de weersomstandigheden voor het waarnemen van huismussen, gierzwaluwen en vleermuizen gunstig. Tijdens geen van de veldbezoeken was de temperatuur lager dan 10 C. De windsnelheid lag beneden de 5 Bft. en er was geen sprake van neerslag, anders dan een lichte motregen. Tabel II.

Omstandigheden aanvullende onderzoeken vleermuizen

Datum

Tijd

Temperatuur

Weersomstandigheden

14 mei 2021

03:40 - 05:45

10 oC

Droog, bewolkt en wind NO1

27 mei 2021

19:35 - 23:45

o

10 C

Droog, bewolkt en wind NW3

23 juni 2021

19:50 - 00:00

15 oC

Droog, bewolkt en wind N2

7 juli 2021

19:50 - 00:00

16 oC

Droog, onbewolkt en wind O1

3 september 2021

00:00 - 02:00

13 oC

Droog, onbewolkt en wind N1

21 september 2021

21:10 - 23:15

14 oC

Droog, onbewolkt en wind ZO1

Rapport 15248.002 versie D1

Pagina 6 van 11

5 5.1

ONDERZOEKSRESULTATEN Huismus

Gedurende de twee veldbezoeken voor het onderzoek naar de huismus zijn geen huismussen op de onderzoekslocatie aangetroffen. Zowel de bebouwing als de struiken die in het plangebied staan werden niet bezocht door huismussen. In de omgeving van de planlocatie werd wel activiteit van huismussen aangetroffen. In totaal werden gedurende het onderzoek negen broedparen van de huismus aangetroffen in de omgeving van het plangebied (figuur 3). Deze nesten concentreerden zich rond de Hutteweg waar een diervoerhandelaar gevestigd is en veel groene tuinen aanwezig zijn, wat in de voedselbehoefte van de huismussen voorziet.

Figuur 3. Verspreiding van de huismus (gele stippen) op basis van inventarisatie in het seizoen 2021.

5.2

Gierzwaluw

Bij het onderzoek naar de gierzwaluwen zijn geen nesten aangetroffen in de bebouwing op de onderzoekslocatie. Ook werden geen gierende gierzwaluwen nabij de onderzoekslocatie aangetroffen. Wel konden gedurende de drie rondes groepen gierende gierzwaluwen worden waargenomen ten zuidoosten van het plangebied. Door de afstand tussen de onderzoekslocatie en de gierende gierzwaluwen was het echter niet mogelijk om waar te nemen waar de dieren verbleven.

Rapport 15248.002 versie D1

Pagina 7 van 11

5.3

Vleermuizen

Gedurende de zes onderzoeksrondes werden geen beschermde functies van vleermuizen aangetroffen op de onderzoekslocatie. Er zijn geen in- of uitvliegende vleermuizen waargenomen en ook zijn er geen baltsende vleermuizen waargenomen die binding vertoonden met de bebouwing. Gedurende de verschillende rondes werden regelmatig langsvliegende gewone dwergvleermuizen en laatvliegers waargenomen, echter werden geen foeragerende dieren in de directe omgeving van de planlocatie gezien. Gedurende de baltsrondes werden meerdere baltsende gewone dwergvleermuizen aangetroffen in de omgeving van de onderzoekslocatie (figuur 4). Echter toonden deze vleermuizen geen binding met de bebouwing, er zijn geen baltsende vleermuizen langs de bebouwing op de planlocatie gezien.

Figuur 4. Verspreiding van vleermuissoorten (rode vierkant = baltslocatie gewone dwergvleermuis) op basis van inventarisatie in het seizoen 2021.

Rapport 15248.002 versie D1

Pagina 8 van 11

5.4

Samenvatting

In figuur 5 zijn de resultaten van het onderzoek samengevat weergegeven. In de omgeving van het plangebied zijn diverse nesten van huismussen waargenomen. Ook werden diverse baltsverblijven van gewone dwergvleermuizen aangetroffen. Op de onderzoekslocatie zijn geen beschermde functies van de onderzochte soorten aangetroffen.

Figuur 5. Verspreiding resultaten veldonderzoek in het seizoen 2021 (gele stippen = nestplaatsen huismus; rode vierkant = baltslocatie gewone dwergvleermuis).

Rapport 15248.002 versie D1

Pagina 9 van 11

6

TOETSING AAN WET- EN REGELGEVING

6.1 Huismus De huismus valt onder het beschermingsregime van artikel 3.1 van de Wet natuurbescherming. Het is verboden de voortplantings- en rustplaatsen te beschadigen of te vernielen en de nesten mogen niet worden weggenomen. Omdat de onderzoekslocatie geen beschermde functie heeft voor de huismus is er geen sprake van overtreding van de Wet natuurbescherming ten aanzien van de huismus als gevolg van de werkzaamheden. De werkzaamheden kunnen uitgevoerd worden zonder verdere maatregelen te treffen ten aanzien van de huismus. 6.2 Gierzwaluw De gierzwaluw is een beschermde diersoort als bedoeld in artikel 3.1 van de Wet natuurbescherming. De nesten van gierzwaluwen zijn jaarrond beschermd. De verboden handelingen die van toepassing zijn, betreffen het opzettelijk doden of vangen van vogels, het opzettelijk verstoren van de vogels en beschadigen of vernielen van nest, eieren en rustplaatsen. Uit het verrichte onderzoek is gebleken dat er geen gierzwaluwen op de onderzoekslocatie aanwezig zijn. Als gevolg van de voorgenomen werkzaamheden is daarom geen sprake van overtreding van de Wet natuurbescherming ten aanzien van de gierzwaluw. De werkzaamheden kunnen daarom uitgevoerd worden zonder daarbij vaste rust- of voortplantingsplaatsen van gierzwaluwen te verstoren, te beschadigen of te vernielen.

Er zijn daarom geen aanvullende maatregelen nodig bij de uitvoering van de werkzaamheden. 6.3 Vleermuizen Alle vleermuissoorten vallen onder het beschermingsregime van de Habitatrichtlijn en de conventie van Bonn, in de Wet natuurbescherming ondergebracht in artikel 3.5. De verboden handelingen die van toepassing zijn op de vleermuizen betreffen het opzettelijk verstoren, doden of vangen van de dieren en het beschadigen of vernielen van de rust- en voortplantingsplaatsen. Uit het verrichte veldonderzoek naar vleermuizen bleek dat er geen beschermde functies op de planlocatie aanwezig zijn. De voorgenomen werkzaamheden zullen daarom niet leiden tot overtreding van de Wet natuurbescherming ten aanzien van vleermuizen. Er zijn geen maatregelen noodzakelijk gedurende de werkzaamheden ten aanzien van vleermuizen.

Rapport 15248.002 versie D1

Pagina 10 van 11

7

CONCLUSIES EN AANBEVELINGEN

Econsultancy heeft in opdracht van Bouwbedrijf Gert Jansen een aanvullend ecologisch onderzoek uitgevoerd aan de Ingenieur Sassenstraat 20 te Ulft. Het aanvullend ecologisch onderzoek is uitgevoerd in het kader van een bestemmingsplanwijziging Voorgenomen ingreep De initiatiefnemer is voornemens het bestemmingsplan te wijzigen. Het voornemen is om zes starterswoningen, vier 2-1 kapwoningen en diverse extra parkeerplaatsen te realiseren. Ten behoeve van de nieuwbouw zal de huidige bebouwing worden gesloopt, met uitzondering van het pand aan de zuidoostzijde van de planlocatie, en zal de planlocatie opnieuw worden ingericht. Functie onderzoekslocatie voor beschermde soorten Op basis van de verrichte onderzoeken blijkt de onderzoekslocatie geen beschermde functies te hebben voor huismussen, gierzwaluwen en vleermuizen. Dit betreft zowel de bebouwing als het (beperkte) aanwezige groen. Conclusie Uit de uitgevoerde onderzoeken blijkt dat de onderzoekslocatie geen beschermde functie heeft voor de onderzochte soorten. De voorgenomen sloop van de bebouwing, het verwijderen van het groen en het realiseren van de nieuwbouw zal dus niet leiden tot een overtreding van de Wet natuurbescherming ten aanzien van de onderzochte soorten. Er zijn geen aanvullende maatregelen nodig met betrekking tot huismussen, gierzwaluwen en vleermuizen.

Econsultancy Doetinchem, 11 oktober 2021

Rapport 15248.002 versie D1

Pagina 11 van 11

Verklarende woordenlijst Activiteitenplan Een activiteitenplan dient als begeleidend document voor een ontheffingsaanvraag. In het activiteitenplan zijn maatregelen verwoord waarmee de functionaliteit van een rust- of verblijfplaats van een beschermde soort behouden blijft en schade aan individuen wordt voorkomen. Externe werking Niet alleen activiteiten in een Natura 2000-gebied/EHS hebben invloed op de staat van instandhouding van het gebied, ook ne werking" genoemd. Er bestaat geen ruimtelijke grens voor externe werking: bepalend zijn de effecten op de instandhoudingsdoelstellingen van de soorten en habitattypen in het Natura 2000-gebied/ EHS, ongeacht de afstand tot het beschermde gebied. Expert Judgement Inschatting van een deskundige op grond van zijn kennis en ervaring. Foerageerhabitat Het gebied waarbinnen een soort voedsel zoekt. Foerageren Zoeken en vinden van voedsel door dieren (jachtgebied). Functioneel leefgebied Hiermee wordt het gebied dat is benodigd om de functionaliteit van een voortplantingsplaats of van een vaste- rust of verblijfplaats te behouden. Een nestlocatie of voortplantingsplaats kan bijvoorbeeld alleen succesvol functioneren, wanneer er voldoende habitat (schuilgelegenheid, voedsel etc.) van voldoende kwaliteit aanwezig is om te kunnen paren, eieren te leggen en jongen groot te brengen.

Gunstige staat van instandhouding Er is sprake van een gunstige staat van instandhouding van een soort of habitattype als de omstandigheden waarin de soort of het habitattype voorkomt perspectief bieden op een duurzaam voortbestaan van die soort of dat habitattype. Habitat Omvat de plaatsen waar een bepaald organisme voorkomt doordat de abiotische en biotische factoren (niet levende en levende natuur) van die plaatsen voldoen aan de eisen en toleranties die het organisme stelt om te kunnen overleven, groeien en zich voortplanten. Kraamverblijfplaats Voortplantingsplaats van vleermuizen. Het gaat hierbij vaak om de vrouwelijke exemplaren van een kolonie (ook wel kraamgroep genoemd) die gezamenlijk hun jongen grootbrengen. De aantallen vleermuizen in een kraamgroep kan oplopen tot meerdere honderden exemplaren. Landschappelijk inpassingsplan Het inpassen van ruimtelijke ontwikkelingen in het buitengebied middels een ontwerp van de groenvoorziening, dat voldoet aan het beleid ten aanzien van ruimtelijke kwaliteit. Hierdoor wordt zorg gedragen dat een ruimtelijke ontwikkeling past in het landschap. Landhabitat . Buiten de voortplantingsperiode maakt de soortgroep gebruik van landhabitat als onderdeel van het leefgebied. Landhabitat voor tatie zoals (loof)bos, houtwallen, struikgewas, heide, ruigtekruiden, vegetaties en moeras.

Mitigerende maatregelen Maatregelen die negatieve effecten bij een ingreep voorkomen of reduceren. Omgevingscheck Een omgevingscheck wordt uitgevoerd bij verlies van leefgebied van een jaarrond beschermde functie van een soort die door een ingreep (tijdelijk) verloren gaat. De omgeving van de ingreep wordt door een ter zake deskundige beoordeeld op aanwe-

Ontheffing De Wet natuurbescherming is gemaakt om planten- en diersoorten die vrij in het wild leven te beschermen. Om deze kwetsbare soorten te beschermen bevat de Wet natuurbescherming een aantal verbodsbepalingen. Onder bepaalde voorwaarden mogen de activiteiten wel doorgaan, daarvoor kan een ontheffing benodigd zijn. Een ontheffing is een besluit waarbij in een individueel concreet geval een uitzondering op een wettelijk verbod wordt gemaakt. Paarverblijfplaats Dit is een verblijfplaats die hoofdzakelijk in het najaar (september/oktober) door vleermuizen worden gebruikt om te paren. E mannetje kan een dergelijke verblijfplaats met meerdere vrouwtjes delen. In de omgeving van de paarverblijfplaats wordt veelal door het territoriale mannetje middels baltsvluchten getracht vrouwtjes aan te lokken. Populatie Een biologische populatie is een groep individuen van dezelfde soort die zich onderling voortplant en als zodanig van andere zulke groepen. Rode Lijst Rode Lijsten laten zien welke soorten zijn verdwenen en welke soorten in een gebied sterk zijn achteruitgegaan of zeldzaam zijn. Er bestaan verschillende Rode Lijsten. Voor vogels, voor zoogdieren, planten, paddenstoelen, insecten en voor allerlei 'beschermde diersoort' in de zin van Wet natuurbescherming. De Rode Lijsten hebben in de praktijk wel een belangrijke signaleringfunctie.

Door de Rode Lijst te raadplegen, kunnen alle instellingen die met natuurbehoud te maken hebben rekening houden met bedreigde soorten. Significant negatief effect Een effect is in het kader van de Wet natuurbescherming significant als de instandhoudingsdoelen van het Natura 2000-gebied dreigen te worden aangetast. Het begrip 'significant' staat centraal in de toepassing van het beschermingsregime voor Natura 2000-gebieden bij zowel vaststelling van beheerplannen als de vergunningverlening. Het bepaalt of een uitvoerige toetsing, een zogenaamde passende beoordeling, moet worden uitgevoerd. Indien als gevolg van een ingreep de toekomstige oppervlakte habitat of leefgebied, aantal van een soort of kwaliteit van een habitat lager zal worden dan zoals bedoeld in de instandhoudingsdoelstelling, dan kan sprake zijn van significante gevolgen. Voor het goede begrip, de soorten hoeven er niet te zitten, het gebied moet geschikt zijn voor de soorten. Vaste rust- of voortplantingsplaats Een plek binnen het leefgebied van een soort die essentieel is voor de levenscyclus van een individu. Wet natuurbescherming omschrijft niet exact wat een vaste rust- of voortplantingsplaats is. Dit is soortafhankelijk. Vliegroute Een vaste route die door vleermuizen wordt gebruikt tussen de verblijfplaatsen naar foerageergebieden.

Winterverblijfplaats Verblijfplaats die gebruikt wordt om de periode van winterrust te overbruggen. Voor vleermuizen zijn dit vorstvrije, maar koele en vochtige plekken. Er kans sprake zijn van massaverblijfplaatsen, duen. Zomerverblijfplaats Buiten de kraamperiode worden deze door vrouwtjes gebruikt, binnen de kraamperiode door individuele mannetjes.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.oude-ijsselstreek.nl/api/v1/meetings/4501/documents/25189