CConstaterende datOude IJsselstreek
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 8 Archeologisch onderzoek S250077 BO+IVO-V Hogestraat 6 te Megchelen versie 1.0.pdf

Raadsvergadering 18 december 2025, gemeente Oude IJsselstreekBij agendapunt: 7: Omgevingsplan Hogestraat 6, Megchelen7.933 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

HOGESTRAAT 6 TE MEGCHELEN GEMEENTE OUDE IJSSELSTREEK

BUREAU- EN INVENTARISEREND VELDONDERZOEK, VERKENNEND BOORONDERZOEK

Opdrachtgever

Projectleider

Locis adviseurs

T.J.H. van Essen

Versie 1.0

Grote Bos 3 7131 NW Lichtvoorde

Projectnummer

Autorisatie

Datum

Synthegra Rapport S250077

F. Stevens

22-05-2025

Synthegra B.V., Plantageweg 12, 3833 AZ Leusden Telefoon +31 (0)88 81 81 981, Website: www.synthegra.nl

Doc versie 2023-01 1 van 27

Project : Hogestraat 6 te Megchelen. Bureau- en Inventariserend Veldonderzoek, verkennend booronderzoek Projectnummer: S250077

COLOFON Opdrachtgever

: Locis adviseurs te Lichtevoorde

Project

: Hogestraat 6 te Megchelen

Projectnummer

: S250077

Titel

: Hogestraat 6 te Megchelen. Bureau- en Inventariserend Veldonderzoek, Verkennend booronderzoek

Datum

: 22-05-2025

Projectleider

: T.J.H. van Essen

Auteurs

: J. Reffeltrath

Autorisatie

: F. Stevens

Druk

: Synthegra B.V., Leusden

Afbeeldingen

: Synthegra B.V., tenzij anders vermeld

ISSN

: 1874-9771

Synthegra B.V. is gecertificeerd voor de BRL 4000 protocollen 4001 t/m 4004 (landbodems) Synthegra B.V. Plantageweg 12 3833 AZ Leusden T: +31 (0)88 81 81 981 E: www.synthegra.nl © Synthegra B.V., 2025

Synthegra B.V., Plantageweg 12, 3833 AZ Leusden. Doc versie 2023-01

2 van 27

Project : Hogestraat 6 te Megchelen. Bureau- en Inventariserend Veldonderzoek, verkennend booronderzoek Projectnummer: S250077

INHOUD ADMINISTRATIEVE GEGEVENS ...................................................................................................................................... 4 SAMENVATTING .................................................................................................................................................................. 5 1

INLEIDING ...................................................................................................................................................................... 7 1.1 1.2 1.3 1.4

2

BUREAUONDERZOEK .............................................................................................................................................. 11 2.1 2.2 2.3 2.4 2.5 2.6 2.7

3

METHODE ................................................................................................................................................................................... 11 LANDSCHAPSGENESE................................................................................................................................................................. 11 HISTORISCHE ONTWIKKELING ................................................................................................................................................. 14 BEKENDE BODEMVERSTORING ................................................................................................................................................ 17 ARCHEOLOGISCHE WAARDEN IN EN RONDOM HET PLANGEBIED ....................................................................................... 17 GESPECIFICEERDE ARCHEOLOGISCHE VERWACHTING ......................................................................................................... 20 ADVIES......................................................................................................................................................................................... 21

INVENTARISEREND VELDONDERZOEK ............................................................................................................ 22 3.1 3.2 3.3 3.4

4

ONDERZOEKSKADER .................................................................................................................................................................... 7 ONDERZOEKSDOEL EN VRAAGSTELLINGEN .............................................................................................................................. 7 LIGGING EN HUIDIGE SITUATIE PLANGEBIED............................................................................................................................ 9 TOEKOMSTIGE SITUATIE PLANGEBIED ................................................................................................................................... 10

METHODE ................................................................................................................................................................................... 22 BESCHRIJVING EN INTERPRETATIE VAN DE BOORGEGEVENS .............................................................................................. 23 ARCHEOLOGISCHE INDICATOREN ............................................................................................................................................ 23 ARCHEOLOGISCHE INTERPRETATIE ........................................................................................................................................ 23

CONCLUSIES EN AANBEVELINGEN ..................................................................................................................... 25 4.1 4.2 4.3

INLEIDING ................................................................................................................................................................................... 25 CONCLUSIES / BEANTWOORDING ONDERZOEKSVRAGEN .................................................................................................... 25 AANBEVELINGEN ....................................................................................................................................................................... 26

BRONNEN ............................................................................................................................................................................ 27 LITERATUUR ............................................................................................................................................................................................ 27 INTERNET (GERAADPLEEGD MEI 2025) ............................................................................................................................................ 27

Bijlagen: Bijlage 1: Overzicht van de relevante geologische en archeologische tijdvakken Bijlage 2: Boorprofielen Afbeelding voorblad: Luchtfoto van het plangebied geprojecteerd op de meest recente luchtfoto uit 2025.

Synthegra B.V., Plantageweg 12, 3833 AZ Leusden. Doc versie 2023-01

3 van 27

Project : Hogestraat 6 te Megchelen. Bureau- en Inventariserend Veldonderzoek, verkennend booronderzoek Projectnummer: S250077

ADMINISTRATIEVE GEGEVENS Toponiem

Hogestraat 6

Plaats

Megchelen

Gemeente

Oude IJsselstreek

Provincie

Gelderland

Projectnummer

S250077

Bevoegde overheid

Opdrachtgever

Gemeente Oude IJsselstreek. Deskundige namens de bevoegde overheid mevr. drs. A. Lugtigheid Omgevingsdienst Achterhoek (ODA) Locis adviseurs

Uitvoerende instantie

Synthegra B.V.

Datum uitvoering veldwerk

21-05-2025

Uitvoerders veldwerk

T.J.H. van Essen

Onderzoeksmelding (ARCHIS)

5797499001

Datum onderzoeksmelding

14-05-2025

Kaartblad

41C

Periode

Laat-Paleolithicum – Nieuwe Tijd

Oppervlakte

Circa 1,5 ha

Perceelnummer(s)

Kadastrale gemeente Gendringen, sectie I, perceel-nummer(s): 1116, 1117 en 1119. Braakliggend

Grondgebruik Geologie

Formatie van Kreftenheye, Formatie van Echteld, Formatie van Boxtel; Laagpakket van Kootwijk. Terrasrestrug met dekzand en terrasvlakte

Geomorfologie Bodem

Vorstvaaggronden met lemig fijn zand en poldervaaggronden met zware zavel Documentatie en vondsten zullen worden aangeleverd aan het Provinciaal Depot van Gelderland. te Wijchen

Depot

De onderzoekslocatie wordt omsloten door de volgende coördinaten:

Noordwest:

x 224545

y 429192

Noordoost:

x 224725

y 429166

Zuidoost:

x 224714

y 429100

Zuidwest:

x 224542

y 429104

Centrum:

x 224623

y 429131

Synthegra B.V., Plantageweg 12, 3833 AZ Leusden. Doc versie 2023-01

4 van 27

Project : Hogestraat 6 te Megchelen. Bureau- en Inventariserend Veldonderzoek, verkennend booronderzoek Projectnummer: S250077

Samenvatting Inleiding Synthegra B.V. heeft in opdracht van Logic adviseurs een archeologisch bureauonderzoek in combinatie met een verkennend booronderzoek uitgevoerd op een terrein aan de Hogestraat 6 te Megchelen. De aanleiding voor het onderzoek is de voorgenomen ontwikkeling van vier nieuwe woningen. De oppervlakte van het plangebied bedraagt circa 1,5 ha. De bouwplannen kunnen nog aangepast worden en daarom wordt er voor het gehele oppervlakte van het plangebied rekening gehouden met mogelijke bodemverstoring. De bodemverstoringen zullen een diepte hebben tot maximaal 1 meter beneden maaiveld. De bodem zal waarschijnlijk tot in het archeologische niveau worden verstoord. Eventueel aanwezige archeologische waarden kunnen daarbij verloren gaan.

Specifieke archeologische verwachting bureauonderzoek Op basis van bovenstaand bureauonderzoek is voor het plangebied een gespecificeerde archeologische verwachting opgesteld. Het plangebied ligt deels op een terrasrestrug met dekzand en deels op een terrasvlakte. De grond bestaat deels uit vorstvaaggronden met lemig fijn zand en deels uit poldervaaggronden met zware zavel. Gezien de ouderdom van de te verwachte afzettingen kunnen in het plangebied vindplaatsen aanwezig zijn vanaf het Laat-Paleolithicum tot en met de Nieuwe Tijd. Voor de periode van het Laat-Paleolithicum tot en met het de Nieuwe Tijd geldt een hoge verwachting op het aantreffen van archeologische resten. Dit is gebaseerd op de ligging van het plangebied op de hoger gelegen terrasrestrug. Deze locatie kan in die periode een aantrekkelijke plaats zijn geweest voor bewoning. De kans op het aantreffen van archeologische resten rondom de voormalige bebouwing en de terrasvlakte wordt zeer laag geschat. Hierdoor gelet voor alle archeologische perioden een lage verwachting op het aantreffen van archeologische resten in deze delen van het plangebied. Dit is mede gebaseerd op het eerder uitgevoerde onderzoek door Hamaland Advies binnen het plangebied. In dit onderzoek is geconstateerd dat de bodem tot in de C-horizont verstoord is, met een verstoringsdiepte van 0,45 tot 1,1 m -Mv.

Door deze verstoring zullen de archeologische resten vermoedelijk ook verstoord zijn.

Veldonderzoek Op basis van het gespecificeerde verwachtingsmodel uit het bureauonderzoek is een verkennend booronderzoek met een boordichtheid van ten minste 6 boringen per hectare uitgevoerd. Aangezien het plangebied circa 1,5 ha groot is, zijn verspreid over het plangebied in totaal 6 boringen gezet. Voor het zetten van de boringen is rekening gehouden met de boringen uit het voorgaande onderzoek van Hamaland. Tijdens dit onderzoek zijn 6 boringen gezet rondom de toen aanwezige bebouwing aan de zuidelijke rand van het plangebied. De 6 boringen voor het huidige onderzoek zijn gezet in de delen van het plangebied dat nog niet onderzocht is. Er is geboord met een Edelmanboor met een diameter van 7 cm. De boringen zijn uitgevoerd tot minimaal 25 cm in de C-horizont. Het opgeboorde sediment verbrokkeld en versneden en geïnspecteerd op de aanwezigheid van archeologische indicatoren. De boringen zijn lithologisch beschreven conform de NEN 5104 en bodemkundig geïnterpreteerd.

Synthegra B.V., Plantageweg 12, 3833 AZ Leusden. Doc versie 2023-01

5 van 27

Project : Hogestraat 6 te Megchelen. Bureau- en Inventariserend Veldonderzoek, verkennend booronderzoek Projectnummer: S250077

Archeologische interpretatie veldonderzoek Het natuurlijke bodemtype is in het hele plangebied verstoord door ploeg- of graafwerkzaamheden. Vuursteenvindplaatsen bestaan voornamelijk uit strooiing van fragmenten vuursteen en ondiepe grondsporen, zoals haardkuilen, en bevinden zich in de C-horizont/het dekzand. De diepte van verstoring in het oostelijke deel van het plangebied ligt minder diep dan in het westelijke deel. Echter ligt het oostelijke deel op een terrasvlakte en is de kans op het aantreffen van vuursteenvindplaatsen nog steeds laag. Bij de boringen uit het voorgaande onderzoek lijkt de diepte van verstoring juist het tegenovergestelde te zijn, waarbij de verstoringsdiepte in de westelijke boringen juist hoger ligt en lager in het oosten. Mogelijk heeft dit te maken met de voormalige bebouwing. Nederzettingsresten uit het Neolithicum tot en met de Nieuwe Tijd bestaan niet alleen uit fragmenten aardewerk, maar ook uit diepere sporen zoals paalgaten en afvalkuilen. Deze sporen kunnen tot in de Chorizont reiken. Aangezien de bodem in het westelijke deel tot relatief diep in de C-horizont verstoord is, en in het oostelijke deel een lage verwachting heeft is de kans zeer klein dat er nederzettingsresten in het plangebied aanwezig zijn. In het oostelijke deel geldt nog wel een specifiek verwachting gerelateerd op het geulenstelsel van de Ouse IJssel.

Gezien de aard van de bodemopbouw (terrasvlakte) wordt de kans op het aantreffen van deze resten laag geacht.

Aanbeveling Op grond van de resultaten van het onderzoek wordt voor de voorgenomen ontwikkeling van het plangebied zoals omschreven in de vergunningsaanvraag geen nader archeologisch onderzoek geadviseerd. Bovenstaande vormt een selectieadvies. Met nadruk willen wij de opdrachtgever erop wijzen dat dit advies nog niet betekent dat in deze fase van het vergunningsverleningstraject reeds bodemverstorende activiteiten of daarop voorbereidende activiteiten kunnen worden ondernomen. De resultaten van dit onderzoek dienen vooraleerst te worden beoordeeld door de bevoegde overheid (gemeente Oude IJsselstreek). Deze neemt een definitief selectiebesluit aangaande de vrijgave van het plangebied voor verdere ontwikkeling zoals omschreven in de vergunningsaanvraag. Er is getracht een zo gefundeerd mogelijk advies te geven op grond van de gebruikte onderzoeksmethoden. De aanwezigheid van archeologische sporen of resten in het plangebied kan nooit volledig worden uitgesloten. Synthegra wil de opdrachtgever er daarom op wijzen dat, indien tijdens de werkzaamheden een (mogelijke) archeologische vondst wordt gedaan dan geldt de wettelijke meldingsplicht, zoals omschreven in artikel 5.10 van de Erfgoedwet bij de minister. Uit praktisch oogpunt kan een dergelijke toevalsvondst bij de gemeente worden gemeld.

Synthegra B.V., Plantageweg 12, 3833 AZ Leusden. Doc versie 2023-01

6 van 27

Project : Hogestraat 6 te Megchelen. Bureau- en Inventariserend Veldonderzoek, verkennend booronderzoek Projectnummer: S250077

1

Inleiding

1.1

Onderzoekskader Synthegra B.V. heeft in opdracht van Logic adviseurs een archeologisch bureauonderzoek1 in combinatie met een verkennend booronderzoek uitgevoerd op een terrein aan de Hogestraat 6 te Megchelen. De aanleiding voor het onderzoek is de voorgenomen ontwikkeling van vier nieuwe woningen. De oppervlakte van het plangebied bedraagt circa 1,5 ha. De bouwplannen kunnen nog aangepast worden en daarom wordt er voor het gehele oppervlakte van het plangebied rekening gehouden met mogelijke bodemverstoring. De bodemverstoringen zullen een diepte hebben tot maximaal 1 meter beneden maaiveld. De bodem zal waarschijnlijk tot in het archeologische niveau worden verstoord. Eventueel aanwezige archeologische waarden kunnen daarbij verloren gaan. Door de voorgenomen graafwerkzaamheden, kunnen eventueel aanwezige archeologische waarden verloren gaan. Daarom is op basis van het bestemmingsplan, met daarin verwoord het gemeentelijk beleid, in het kader van een bestemmingsplanprocedure voorafgaand aan de graafwerkzaamheden archeologisch onderzoek uitgevoerd. Het plangebied ligt in het bestemmingsplan Buitengebied Oude IJsselstreek 2017 dat is vastgesteld door de gemeente Oude IJsselstreek op de datum 28-06-20172.

Voor de westelijke rand van het plangebied geldt een dubbelbestemming Waarde Archeologie 2, voor het midden geldt een dubbelbestemming Waarde Archeologie 1 en voor de oostelijke helft geldt een dubbelbestemming Waarde Archeologie 3. Voor terreinen met een Waarde Archeologie 1 geldt, dat een rapport dient te worden overlegd waaruit blijkt dat de archeologische waarde van het terrein in voldoende mate is vastgesteld bij plangebieden groter dan 250 m2 en verstoringen die dieper reiken dan 30 centimeter beneden maaiveld. Voor Waarde Archeologie 2 geldt een oppervlakte groter dan 1000 m2 en voor Waarde Archeologie 3 geldt een oppervlakte groter dan 5000 m2. De bevoegde overheid, de gemeente Oude IJsselstreek, heeft een specifiek archeologisch beleid vastgesteld en beschikt over een Archeologische waarden- en verwachtingenkaart. Het onderzoek is uitgevoerd conform de vigerende Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie 4.23 en de Leidraad Inventariserend Veldonderzoek en het handboek van Omgevingsdienst Achterhoek4 De bevoegde overheid, gemeente Oude IJsselstreek, zal de resultaten van het onderzoek toetsen en een selectiebesluit nemen aangaande de vrijgave van het plangebied voor verdere ontwikkeling zoals omschreven in de vergunningsaanvraag.

1.2

Onderzoeksdoel en vraagstellingen Het doel van het bureauonderzoek is het opstellen van een gespecificeerde archeologische verwachting aan de hand van bestaande bronnen over bekende of verwachte landschappelijke, historische en archeologische waarden. Het doel van het verkennend booronderzoek is het vervolgens toetsen van het opgestelde verwachtingsmodel door de intactheid van de bodemopbouw vast te stellen en de eventuele aanwezigheid van archeologische resten te inventariseren.

1 BO, protocol 4002

2 www.ruimtelijkeplannen.nl 3 SIKB 2022.

4 Willemse, N.W. & M.H.J.M. Kocken 2012.

Synthegra B.V., Plantageweg 12, 3833 AZ Leusden. Doc versie 2023-01

7 van 27

Project : Hogestraat 6 te Megchelen. Bureau- en Inventariserend Veldonderzoek, verkennend booronderzoek Projectnummer: S250077

De volgende onderzoeksvragen zullen worden beantwoord: 1.

Wat is de opbouw van de ondergrond en is het bodemprofiel intact?

2.

Zijn in het plangebied archeologische vindplaatsen aanwezig of worden deze verwacht? Indien ja (dan zijn de volgende twee subvragen van toepassing)? a.

Wat is te zeggen over de horizontale en verticale verspreiding van de (verwachte) archeologische waarden?

b. 3.

Wat is de vermoedelijke aard en datering van de (verwachte) archeologische resten?

In hoeverre worden eventueel aanwezige of verwachte archeologische resten bedreigd door de voorgenomen ontwikkeling van het gebied?

Vanuit het beleid van de Achterhoek komen daar voor het bureauonderzoek de volgende eisen bij (tussen haakjes in welk hoofdstuk dit wordt benoemd): 1.

Beschrijving van de administratieve gegevens conform de KNA, inclusief minimaal één kaart van het onderzoeksgebied met RD-coördinaten (Administratieve gegevens en 1.3 Ligging en huidige situatie plangebied).

2.

Beschrijving

van

de

geologie

en

de

geomorfologie

van

het

onderzoeksgebied

(2.2

Landschapsgenese). 3.

Beschrijving van de te verwachten natuurlijke en de antropogene bodemhorizonten en de mogelijke verstoring van de bodem (2.2 Landschapsgenese en 2.4 Bekende bodemverstoring).

4.

Beschrijving van het historisch grondgebruik en eventuele bebouwing van de onderzoekslocatie op basis van historische kaarten en archief en/of literatuuronderzoek. (2.3 Historische ontwikkeling).

5.

Beschrijving van de bekende archeologische gegevens van de onderzoekslocatie en de omgeving (archeologische

monumenten,

vindplaatsen,

archeologische

onderzoeken

met

onderzoeksresultaten) (2.5 Archeologische waarden in en rondom het plangebied). 6.

Beschrijving van de aard, de datering, de omvang en de verwachte fysieke kwaliteit van de mogelijk aanwezige archeologische resten (2.6 Gespecificeerde archeologische verwachting).

7.

Beschrijving van de verwachte vondstverspreiding en de vondst- en spoorniveaus (2.6 Gespecificeerde archeologische verwachting).

8.

Uitgebreide onderbouwing van de gespecificeerde archeologische verwachting (2.6 Gespecificeerde archeologische verwachting).

9.

Gemotiveerde beschrijving van de meest geschikte KNA-onderzoeksmethode voor het opsporen van de verwachtte sporen en vondsten (indien verder onderzoek nodig is) (2.7 Advies).

10. Opstellen van locatie-specifieke onderzoeksvragen voor het vervolgonderzoek (indien verder onderzoek nodig is, 2.7 Advies).

Voor het booronderzoek komen daar de volgende eisen bij (tussen haakjes in welk hoofdstuk dit wordt benoemd): 11. Beschrijving van de aangetroffen natuurlijke en antropogene bodemhorizonten (ook eventuele verstoring, eventuele aangetroffen artefacten, geschatte ouderdom) (3.2 Beschrijving en interpretatie van de boorgegevens en 3.4 Archeologische interpretatie). 12. Beschrijving van de aangetroffen vondsten, sporen en/of cultuurlaag (omvang, aard, diepteligging, datering, representativiteit, fysieke kwaliteit) (3.3 Archeologische indicatoren). 13. Beschrijving van de consequenties die uitvoering van de plannen op de archeologische resten kan hebben (4.2 Conclusies/beantwoording van de onderzoeksvragen).

Synthegra B.V., Plantageweg 12, 3833 AZ Leusden. Doc versie 2023-01

8 van 27

Project : Hogestraat 6 te Megchelen. Bureau- en Inventariserend Veldonderzoek, verkennend booronderzoek Projectnummer: S250077

14. Evaluatie van het onderzoek (komt het resultaat van het onderzoek overeen met de verwachting?, was de gebruikte onderzoeksmethode geschikt?) (4.2 Conclusies/beantwoording van de onderzoeksvragen). 15. Boorstaten en een duidelijke kaart met de locatie van de boorpunten (RDcoördinaten) als bijlagen opnemen (3.1 Methode en Bijlage 2: boorprofielen). 16. Opstellen van een goed onderbouwd selectieadvies (4.3 Aanbevelingen). 17. Beschrijving van de meest geschikte KNA-onderzoeksmethode voor verder archeologisch onderzoek (indien verder onderzoek nodig is) (4.3 Aanbevelingen). 18. Opstellen van concept-onderzoeksvragen voor het vervolgonderzoek, op basis van het bureauonderzoek en booronderzoek (indien van toepassing) (4.3 Aanbevelingen).

1.3

Ligging en huidige situatie plangebied Het plangebied beslaat een oppervlak van circa 1,5 ha en is gelegen aan de Hogestraat 6 te Megchelen (afbeelding 1). Het plangebied is momenteel niet in gebruik, ter voorbereiding op de toekomstige werkzaamheden. Ten westen van het plangebied loopt de Hogestraat en ten noorden loopt de Geurweg. Aan de zuid- en oostkant wordt het plangebied begrenst door akkerland. Op de topografische kaart staat een gebouw weergegeven, deze is echter reeds gesloopt.

Afbeelding 1.: Het plangebied op de Open Topografische Kaart van Nederland (Bron: www.Pdok.nl).

Synthegra B.V., Plantageweg 12, 3833 AZ Leusden. Doc versie 2023-01

9 van 27

Project : Hogestraat 6 te Megchelen. Bureau- en Inventariserend Veldonderzoek, verkennend booronderzoek Projectnummer: S250077

1.4

Toekomstige situatie plangebied De huidige inrichting zal worden gewijzigd. In het plangebied zullen vier woningen worden gebouwd, één hoofdwoning met aanpandig bijgebouw en drie schuurwoningen met aanpandige schuren. Daarnaast zal ook een schuilhut voor schapen worden gebouwd. Voor het plangebied is ook een beplantingsplan opgesteld. Volgens het beplantingsplan zullen in het plangebied solitaire bomen, bomenrijen, fruitbomen, houtsingels, vogelbosjes, knip- en scheerheggen en struweelranden worden geplant. Ook zullen 10 bomen, die in de huidige situatie aanwezig, verwijderd worden. Op de schets van de toekomstige situatie (afbeelding 2) staat een waterlichaam getekend. Dit is geen concreet plan en daardoor zal hiermee verder geen rekening gehouden worden in dit onderzoek.

Afbeelding 2: Toekomstige situatie binnen het plangebied. (Bron: opdrachtgever)

Synthegra B.V., Plantageweg 12, 3833 AZ Leusden. Doc versie 2023-01

10 van 27

Project : Hogestraat 6 te Megchelen. Bureau- en Inventariserend Veldonderzoek, verkennend booronderzoek Projectnummer: S250077

2

Bureauonderzoek

2.1

Methode Tijdens het bureauonderzoek is met behulp van bestaande bronnen een gespecificeerd archeologisch verwachtingsmodel voor het plangebied opgesteld. Dit is gedaan door het raadplegen van voor de archeologie relevante (schriftelijke) bronnen. In het plangebied is in 2022 een bureau- en verkennend booronderzoek uitgevoerd door Hamaland Advies.5 Sindsdien zijn de plannen voor de toekomstige situatie gewijzigd en is het noodzakelijk geacht om het plangebied opnieuw te onderzoeken. Voor het bureauonderzoek zijn met name gegevens over bekende archeologische vindplaatsen in en rond het plangebied verzameld. Dit is aangevuld met historisch en fysisch-geografisch onderzoek, waarbij informatie over vroeger grondgebruik is verkregen door de analyse van historische kaarten en tevens gegevens over de geologie, geomorfologie en bodem zijn bestudeerd.

2.2

Landschapsgenese Voor het bepalen of, waar en uit welke periode archeologische resten kunnen worden verwacht, zijn de volgende bronnen met betrekking tot de landschapsgenese geraadpleegd: •

Geomorfologische Kaart 1:50.000 (Afbeelding 3)

•

Bodemkaart 1:50.000 (Afbeelding 4)

•

Digitaal hoogtemodel, Actueel Hoogtebestand Nederland (AHN) (Afbeelding 5)

•

Relevante achtergrondliteratuur (zie literatuurlijst)

Voor de geologische beschrijving is gebruik gemaakt van de Lithostratigrafische Indeling van de Ondiepe Ondergrond.6 Zie voor een overzicht van de geologische en archeologische perioden bijlage 1.

Geo(omorfo)logie en landschap Het plangebied maakt deel uit van het voormalige stroomgebied van de Rijn en de Oude IJssel. Ongeveer 50.000 jaar geleden, halverwege de laatste ijstijd, verlegde de Rijn zijn hoofdloop van het IJsseldal. De verplaatsing ging richting het gebied van de Gelderse Poort en de Betuwe, via een noordelijke route langs Nijmegen, en naar het dal van de Niers ten zuiden van Nijmegen. Het IJsseldal bleef hierdoor achter als een circa 15 kilometer brede laagte zonder grote rivier. In deze laagte werden echter nog wel afzettingen gevormd door beekjes van smeltwater, behorend tot de Formatie van Kreftenheye. Deze formatie bestaat uit fluviatiel zand en grind uit het Laat-Saalien, het Eemien, het Weichselien (Laat-Pleistoceen) en het Vroeg-Holoceen.

Tijdens het Holoceen werd het landschap in het plangebied verder gevormd door meanderende rivieren. Deze zorgden voor verschuivingen van stroomgordels en avulsies, waardoor het huidige rivierengebied gekenmerkt wordt door een dynamisch patroon van verlaten stroomgordels, vaak overdekt door jongere sedimenten. In de directe omgeving van het plangebied ontstond echter geen actieve stroomgordel, waardoor daar geen intensieve sedimentatie plaatsvond. Hierdoor zijn hooggelegen terreinen, zoals terrasrest-ruggen

5 Bakker & van der Kuijl 2022.

De Mulder et al. 2003 en via www.dinoloket.nl: Dinoloket, Standaarden, Lithostratigrafische Nomenclator van de Ondiepe Ondergrond. 6

Synthegra B.V., Plantageweg 12, 3833 AZ Leusden. Doc versie 2023-01

11 van 27

Project : Hogestraat 6 te Megchelen. Bureau- en Inventariserend Veldonderzoek, verkennend booronderzoek Projectnummer: S250077

die in het Laat-Pleistoceen zijn gevormd en soms bedekt zijn met rivierduinzand, nog steeds herkenbaar in het landschap. Alleen bij hoge waterstanden werden hier klei- of zavelafzettingen afgezet, die tot de Formatie van Echteld worden gerekend. De lager gelegen gebieden zijn daarentegen wel overspoeld met jongere rivierafzettingen, zoals oever-, kom- of beddingafzettingen. Op basis van de geomorfologische kaart grotendeels op een terrasrestrug met dekzand en het oostelijke deel op een terrasvlakte.

Afbeelding 3: Het plangebied, zwart omkaderd, op de Geomorfologische kaart van Nederland 1:50.000. (Bron: www.Pdok.nl).

Bodem Op basis van de bodemkaart ligt het grotendeels op vorstvaaggronden met lemig fijn zand en het oostelijke deel ligt op poldervaaggronden met zware zwavel. Vaaggronden zijn minerale gronden waarin geen duidelijke ontwikkeling van de bodemhorizonten aanwezig is en bevatten geen humusrijke bovengrond. Poldervaaggronden zijn geheel gerijpte zavel- en kleigronden en bevatten geen veen in de bovenste 80 cm. Vorstvaaggronden hebben een zeer dunne bovengrond met daaronder, tot maximaal 80 cm diep, zwak ontwikkelde

profielontwikkeling. Vorstvaaggronden

worden

voornamelijk aangetroffen

op

hoge

zandgronden.

Synthegra B.V., Plantageweg 12, 3833 AZ Leusden. Doc versie 2023-01

12 van 27

Project : Hogestraat 6 te Megchelen. Bureau- en Inventariserend Veldonderzoek, verkennend booronderzoek Projectnummer: S250077

AHN De hoogte van het maaiveld varieert van circa 15,0 tot 16,0 m +NAP.7 Ten westen van het plangebied is een lager gelegen gebied te zien dat in de noord-zuid-richting loopt. Dit komt overeen met de geomorfologische kaart waar dit gebied staat aangegeven als geul van meanderend afwateringstelsel. Aan zowel de westelijke als oostelijke rand van het afwatersysteem is een ophoging te zien in het landschap. Deze ophoging volgt aan de oostelijke kant de Hogestraat. Dit is vermoedelijk opgehoogd ter bescherming voor overstromingen van het afwatersysteem. Het plangebied is hoger gelegen aan de westelijke kant en loopt af richting het oosten. Deze ophoging is vermoedelijke onderdeel van de bescherming tegen over stromingen van het afwatersysteem. Ten noordoosten van het plangebied is een hoger gelegen gebied te zien. Op de geomorfologische kaart staat dit gebied aangegeven als een terrasrestrug.

Afbeelding 4: Het plangebied, zwart omkaderd, op de Bodemkaart van Nederland 1:50.000. (Bron: www.Pdok.nl).

7

Hoogteligging van het plangebied op het Actueel Hoogtebestand Nederland (AHN) in m NAP (Normaal Amsterdams Peil)

geraadpleegd op www.ahn.nl Synthegra B.V., Plantageweg 12, 3833 AZ Leusden. Doc versie 2023-01

13 van 27

Project : Hogestraat 6 te Megchelen. Bureau- en Inventariserend Veldonderzoek, verkennend booronderzoek Projectnummer: S250077

Afbeelding 5: Het plangebied op het Actueel Hoogtebestand van Nederland (AHN) (Bron: www.ahn.nl).

2.3

Historische ontwikkeling Voor de historische ontwikkeling is divers kaart- en beeldmateriaal (Afbeelding 6 t/m 10) en relevante achtergrondliteratuur geraadpleegd (zie literatuurlijst). 8 Op de kadastrale minuutplan uit het begin van de 19e eeuw (afbeelding 6) is te zien dat het plangebied verdeeld was over meerdere percelen. De westelijke en oostelijke kant van het plangebied was in gebruik als bos, het midden was in gebruik als bouwland en het zuidelijke deel was in gebruik deels als boomgaard, deels als bos en deels als bouwland. Op de historische kaart van 1899 (afbeelding 7) is te zien dat er geen grote veranderingen hebben plaatsgevonden in en om het plangebied. Op de historische kaart van 1922 (afbeelding 8) is bebouwing in het plangebied te zien en betreft vermoedelijk de voorganger van het meest recente erf. Op de historische kaart van 1988 (afbeelding 9) is de meest recente bebouwing te zien die inmiddels gesloopt is ter voorbereiding van de toekomstige plannen. Voor dit onderzoek zijn de Hottingeratlas en Krayenhoff-atlas geraadpleegd maar deze bevatten geen informatie over het plangebied.

8 Kadastrale Minuutplans zijn ten behoeve van de belastingheffing vervaardigde kaarten. De opnames zijn gestart in 1811, ten tijde

van Frans bestuur en gecontinueerd tot 1832 (vanaf 1815 onder Nederlands bewind. Het zijn grondbeschrijvingen van de gemeenten met hierop aangegeven de percelen, perceelnummers en gebouwen. Synthegra B.V., Plantageweg 12, 3833 AZ Leusden. Doc versie 2023-01

14 van 27

Project : Hogestraat 6 te Megchelen. Bureau- en Inventariserend Veldonderzoek, verkennend booronderzoek Projectnummer: S250077

Afbeelding 6: Het plangebied op het kadastrale minuutplan uit het begin van de 19e eeuw. (Bron: http://hisgis.nl).

Afbeelding 7: Het plangebied op de topografische kaart uit circa 1899 (Bron: www.topotijdreis.nl).

Synthegra B.V., Plantageweg 12, 3833 AZ Leusden. Doc versie 2023-01

15 van 27

Project : Hogestraat 6 te Megchelen. Bureau- en Inventariserend Veldonderzoek, verkennend booronderzoek Projectnummer: S250077

Afbeelding 8: Het plangebied op de topografische kaart uit circa 1922 (Bron: www.topotijdreis.nl).

Afbeelding 9: Het plangebied op de topografische kaart uit circa 1950 (Bron: www.topotijdreis.nl).

Synthegra B.V., Plantageweg 12, 3833 AZ Leusden. Doc versie 2023-01

16 van 27

Project : Hogestraat 6 te Megchelen. Bureau- en Inventariserend Veldonderzoek, verkennend booronderzoek Projectnummer: S250077

2.4

Bekende bodemverstoring Binnen het plangebied zijn voor zover bekend geen grondroeringen veroorzaakt door saneringen van munitie, bodemverontreinigingen of ondergrondse olietanks, benzinepompinstallaties en dergelijke bekend waardoor archeologische resten mogelijk verloren zijn gegaan.9 Voor dit onderzoek zijn https://bodemloket.nl/, https://www.explosievenopsporing.nl/veo-bommenkaart/ en de rapportagemodule van Gelderland geraadpleegd maar deze bevatten geen informatie over het plangebied.

2.5

Archeologische waarden in en rondom het plangebied In deze paragraaf wordt gekeken of binnen en rond het plangebied archeologische en/of ondergrondse bouwhistorische waarden bekend zijn. Hiervoor is het Archeologisch Informatie Systeem (ARCHIS III) van de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE) geraadpleegd en in aanvulling daarop de archeologische beleidskaart van de gemeente Oude IJsselstreek, Achtergrondliteratuur (zie literatuurlijst). Voor het onderzoek is de Portable Antiquities of the Netherlands (PAN)10 geraadpleegd. In de database van PAN zijn 47 vondsten uit de gemeente Oude IJsselstreek bekend. Alle 47 vondsten betreffen met metaal vondsten waarvan 46 zijn gevonden via metaaldetectie en één door niet-archeologisch graafwerk. De vondsten betreffen 10 sieraden, twee draagtekens, twee gordels/gespen, twee knopen, drie paardentuigen, een vogeltuig, een honden penning, twee ronde kogels, een bronzen/koperlegering kokerbijl, een bronzen/koperlegering speer/landspunt, een meetgewicht, een verzegeling/waarmerk, 14 romeinse munten, een Gelderse munt, een muntgewicht, een romeinse slotnagel, een metaalblik, een bevestigingsel en een onbekend object. Omdat de vondsten per gemeente zijn gecategoriseerd is niet direct te achterhalen in het PAN of er vondsten afkomstig zijn uit de omgeving van Megchelen.

Gemeentelijk beleid Voor het plangebied geldt op basis van de archeologische waarden en verwachtingenkaart van de gemeente Oude IJsselstreek voor het westelijke deel van het plangebied een hoge archeologische verwachting en voor het oostelijke deel geldt ‘Gebied met specifieke archeologische verwachting – geulenstelsel dal Oude IJssel’(Afbeelding 10). De hoge verwachting is gebaseerd op de ligging van het plangebied op de hoger gelegen terrasrestrug. De verwachting van de ‘Gebied met een specifieke verwachting (geulenstelsel Oude IJssel)’ is gebaseerd op het geulenstelsel van de Oude IJssel waarin archeologische resten van onder andere infrastructuur en rituele deposities kunnen worden aangetroffen. Vanwege de natte omstandigheden in het gebied is de conservering van organisch materieel over het algemeen zeer goed.

9 www.bodemloket.nl, http://www.explosievenopsporing.nl/veo-bommenkaart/ 10 https://portable-antiquities.nl/pan/#/public

Synthegra B.V., Plantageweg 12, 3833 AZ Leusden. Doc versie 2023-01

17 van 27

Project : Hogestraat 6 te Megchelen. Bureau- en Inventariserend Veldonderzoek, verkennend booronderzoek Projectnummer: S250077

Afbeelding 10: Het plangebied, rode kader, geprojecteerd op de Archeologische Verwachtingskaart van de gemeente Oude IJsselstreek, (Bron: gemeente Oude IJsselstreek).

Monumenten, waarnemingen en onderzoeksmeldingen in (de nabijheid van) het plangebied Er zijn in (de nabijheid van) het plangebied, binnen een straal van 500 m, in ARCHIS III gegevens bekend aangaande zaakidentificaties. Er zijn geen gegevens bekend aangaande archeologische monumenten, bovengrondse bouwhistorische waarden, waarnemingen, vondstlocaties en vondstmeldingen. In het onderzoeksgebied liggen twee onderzoeksmledingen. Deze onderzoeken betreffen twee bureau- en verkennend booronderzoeken uitgevoerd door Hamaland Advies, waaronder het eerder uitgevoerde onderzoek van het huidige plangebied. Uit de onderzoeken komt een middelhoge tot hoge verwachting voor alle archeologische perioden. Bij beide onderzoeken is verstoring tot in de C-horizont aangetroffen met een verstoringsdiepte van 0,4 tot 1,3 m -Mv. Voor beide plangebieden zijn geen vervolgonderzoeken aanbevolen. In het voorgaande onderzoek van het huidige plangebied is geconstateerd dat de bodem bestaat uit dekzand behorende tot de Formatie van Boxtel, Laagpakket van Kootwijk, met daarop een subrecente opgebrachte laag met puin. De subrecente laag gaat tot een diepte van 0,45 tot 1,1 m -Mv. De afgraving van het dekzand, de opgebrachte laag en de aanwezigheid van puin is vermoedelijk gerelateerd is aan de voormalige bebouwing. Het is daarom mogelijk dat dit niet het geval is in het overige deel van het plangebied.

Ten noordoosten van het plangebied ligt op korte afstand, buiten het onderzoeksgebied maar binnen het kaartbeeld, nog een cluster gebouwde monumenten en onderzoeken. Deze monumenten en onderzoeken hebben betrekking tot het landgoed Landfort (monumentnummer 512223). Het landgoed is van origine een versterkte woonplaats uit de 15e eeuw en is in de loop der tijd ontwikkeld tot een 19 e eeuwse buitenplaats.

Synthegra B.V., Plantageweg 12, 3833 AZ Leusden. Doc versie 2023-01

18 van 27

Project : Hogestraat 6 te Megchelen. Bureau- en Inventariserend Veldonderzoek, verkennend booronderzoek Projectnummer: S250077

Afbeelding 11: Overzicht van de monumenten, waarnemingen en onderzoeksmeldingen binnen een straal van 500 m van het plangebied, (Bron:Archis3).

Tabel 1: Lijst van afgebeelde archeologische onderzoeken onder zaakidentificatienummer. Zaakidentifi catie

Afstand

Soort onderzoek

Bevindingen

Aanbeveling

4027225100

311 m (z)

Bureau- en verkennend (en karterend) booronderzoek door Hamaland Advies 11

Middelhoge verwachting voor alle archeologische perioden. Het plangebied is tussen 1830 en 1850 ontgonnen. Tijdens het booronderzoek zijn fijne zandafzettingen aangetroffen behorende tot de Formatie van Boxtel, laagpakket van Kootwijk. Het plangebied was deels intact en deels verstoord. De verstoring is tot in de C horizont aangetroffen.

Geen vervolgonderzoek aanbevolen.

5275314100

Onder andere plangebied

Bureau- en verkennend booronderzoek door Hamaland Advies 12

Volgens historisch kaartmateriaal heeft in het plangebied al sinds 1922 bebouwing gestaan en vanaf 1988 heeft de huidige bebouwing gestaan. Hoge verwachting op het aantreffen van bewoningsresten voor alle archeologische perioden. De boringen bij het booronderzoek zijn geplaatst rondom de bebouwing binnen het

Geen vervolgonderzoek aanbevolen.

11 Anker & van der Kuijl 2017

12 Bakker & van der Kuijl 2022

Synthegra B.V., Plantageweg 12, 3833 AZ Leusden. Doc versie 2023-01

19 van 27

Project : Hogestraat 6 te Megchelen. Bureau- en Inventariserend Veldonderzoek, verkennend booronderzoek Projectnummer: S250077 Zaakidentifi catie

Afstand

Soort onderzoek

Bevindingen

Aanbeveling

plangebied. Tijdens het booronderzoek is geconcludeerd dat de opbouw van de bodem bestaat uit een recente ophogingslaag met puin van 45 tot 95 cm dat met een abrupte overgang over gaat op het fijne dekzand. Er zijn geen indicaties van bewoning aangetroffen tijdens het onderzoek en de kans op het aantreffen van archeologische resten wordt nihil geschat.

2.6

Gespecificeerde archeologische verwachting Op basis van bovenstaand bureauonderzoek is voor het plangebied een gespecificeerde archeologische verwachting opgesteld. De essentie hiervan is weergegeven in tabel 1. Het plangebied ligt deels op een terrasrestrug met dekzand en deels op een terrasvlakte. De grond bestaat deels uit vorstvaaggronden met lemig fijn zand en deels uit poldervaaggronden met zware zavel. Gezien de ouderdom van de te verwachte afzettingen kunnen in het plangebied vindplaatsen aanwezig zijn vanaf het Laat-Paleolithicum tot en met de Nieuwe Tijd. Voor de periode van het Laat-Paleolithicum tot en met het de Nieuwe Tijd geldt een hoge verwachting op het aantreffen van archeologische resten. Dit is gebaseerd op de ligging van het plangebied op de hoger gelegen terrasrestrug. Deze locatie kan in die periode een aantrekkelijke plaats zijn geweest voor bewoning. De kans op het aantreffen van archeologische resten rondom de voormalige bebouwing en de terrasvlakte wordt zeer laag geschat. Hierdoor gelet voor alle archeologische perioden een lage verwachting op het aantreffen van archeologische resten in deze delen van het plangebied. Dit is mede gebaseerd op het eerder uitgevoerde onderzoek door Hamaland Advies binnen het plangebied13. In dit onderzoek is geconstateerd dat de bodem tot in de C-horizont verstoord is, met een verstoringsdiepte van 0,45 tot 1,1 m -Mv.

Door deze verstoring zullen de archeologische resten vermoedelijk ook verstoord zijn.

Tabel 4a: Gespecificeerde archeologische verwachting voor rondom de voormalige bebouwing en de terrasvlakte. Periode

Verwach ting

Verwach te kenmerken vindplaats

Diepteligging sporen

LaatPaleolithicum – Mesolithicum

Laag

Bewoningssporen: tijdelijke kampementen Mobilia: vuursteen artefacten, haardkuilen

In het dekzand.

Neolithicum – Nieuwe Tijd

Laag

Bewoningssporen: (semi permanente) nederzettingen, sporen van agrarisch/industrieel landgebruik, percelering: cultuurlaag, Mobilia: fragmenten keramiek, glas, metaal, natuursteen, bouwmaterialen

vanaf maaiveld tot in de top van het dekzand.

13 Bakker & van der Kuijl 2022

Synthegra B.V., Plantageweg 12, 3833 AZ Leusden. Doc versie 2023-01

20 van 27

Project : Hogestraat 6 te Megchelen. Bureau- en Inventariserend Veldonderzoek, verkennend booronderzoek Projectnummer: S250077 Tabel 4b: Gespecificeerde archeologische verwachting voor het overige deel van het plangebied. Periode

Verwach ting

Verwach te kenmerken vindplaats

Diepteligging sporen

LaatPaleolithicum – Mesolithicum

Hoog

Bewoningssporen: tijdelijke kampementen Mobilia: vuursteen artefacten, haardkuilen

In het dekzand.

Neolithicum – Nieuwe Tijd

Hoog

Bewoningssporen: (semi permanente) nederzettingen, sporen van agrarisch/industrieel landgebruik, percelering: cultuurlaag, Mobilia: fragmenten keramiek, glas, metaal, natuursteen, bouwmaterialen

vanaf maaiveld tot in de top van het dekzand.

2.7

Advies Op basis van de verwachting moet er aanvullend onderzoek worden uitgevoerd om de intactheid van de bodem te bepalen. Het advies is om een verkennend booronderzoek uit te voeren om zo de verwachting uit het bureauonderzoek te toetsen.

Synthegra B.V., Plantageweg 12, 3833 AZ Leusden. Doc versie 2023-01

21 van 27

Project : Hogestraat 6 te Megchelen. Bureau- en Inventariserend Veldonderzoek, verkennend booronderzoek Projectnummer: S250077

3

Inventariserend Veldonderzoek

3.1

Methode Op basis van het gespecificeerde verwachtingsmodel uit het bureauonderzoek is een verkennend booronderzoek met een boordichtheid van ten minste 6 boringen per hectare uitgevoerd. Aangezien het plangebied circa 1,5 ha groot is, zijn verspreid over het plangebied in totaal 6 boringen gezet. Voor het zetten van de boringen is rekening gehouden met de boringen uit het voorgaande onderzoek van Hamaland. Tijdens dit onderzoek zijn 6 boringen gezet rondom de toen aanwezige bebouwing aan de zuidelijke rand van het plangebied. De 6 boringen voor het huidige onderzoek zijn gezet in de delen van het plangebied dat nog niet onderzocht is. Er is geboord met een Edelmanboor met een diameter van 7 cm. De boringen zijn uitgevoerd tot minimaal 25 cm in de C-horizont. Het opgeboorde sediment verbrokkeld en versneden en geïnspecteerd op de aanwezigheid van archeologische indicatoren. De boringen zijn lithologisch beschreven conform de NEN 510414 en bodemkundig15 geïnterpreteerd.

Afbeelding 12: Boorpuntenkaart geprojecteerd op de meest recente luchtfoto uit 2025 (bron: www.pdok.nl).

14 Nederlands Normalisatie-instituut 1989. 15 De Bakker en Schelling 1989.

Synthegra B.V., Plantageweg 12, 3833 AZ Leusden. Doc versie 2023-01

22 van 27

Project : Hogestraat 6 te Megchelen. Bureau- en Inventariserend Veldonderzoek, verkennend booronderzoek Projectnummer: S250077

3.2

Beschrijving en interpretatie van de boorgegevens De laagopeenvolging is aan de hand van de boorprofielen bepaald16. Binnen het plangebied is sprake van twee profieltypes. Profieltype 1 betreft boringen 1,2, 5 en 6 en betreft zand op leem. Vanaf de einddiepte van 1 tot 2 m -Mv (13,6 tot 14,8 m +NAP) is een pakket grijs, zwak tot matig zandig, kalkloos leem met weinig tot veel ijzervlekken aangetroffen. Bij boring 6 is de onderste 20 cm van dit pakket grijsbruin, matig humeus en heeft geen ijzervlekken. Dit pakket is geïnterpreteerd als C-horizont. Bij boringen 1,2 en 5 is hierop, op een diepte van 0,9 tot 1,6 (14 tot 15,1 m +NAP), een pakket (lichtbruin-)grijs, matig tot sterk siltig, zeer grof, kalkloos zand aangetroffen. Bij boring 5 zit in dit pakket ook een lage hoeveelheid ijzervlekken. Dit pakket is geïnterpreteerd als C-horizont. Bij alle boringen is hierop, op een diepte van 0,6 tot 1,1 m -Mv (14,6 tot 15,3 m +NAP), met een scherpe overgang een pakket Lichtbruin(-grijs), zwak siltig, matig tot zeer grof, kalkloos zand aangetroffen. Bij boringen 2 en 5 is de bestaat de bovenste circa 30 cm uit bruin, matig fijn zand. Dit pakket is geïnterpreteerd als A-horizont/bouwvoor en loopt door tot aan het maaiveld. Profieltype 2 betreft boringen 3 en 4 en betreft leem op zand.

Vanaf de einddiepte van 1,2 m -Mv (13,9 m +NAP) is een pakket grijs, matig tot sterk siltig, matig grof, kalkloos zand met weinig ijzervlekken aangetroffen. Dit pakket is geïnterpreteerd als C-horizont. Hierop is, op een diepte van circa 0,8 m -Mv (14, 3 m +NAP), een pakket grijs, zwak tot sterk zandig, kalkloos leem met veel roestvlekken aangetroffen. Dit pakket is geïnterpreteerd als C-horizont. Hierop is, op een diepte van circa 0,4 m -mv (circa 14,7 m +NAP), een pakket grijsbruin, zwak zandig, matig humeus, kalkloos leem aangetroffen. Bij boring 4 is in dit pakket veel baksteen aangetroffen. Dit pakket is geïnterpreteerd als A-horizont en loopt door tot aan het maaiveld.

3.3

Archeologische indicatoren Ondanks dat het niet het doel is bij een verkennend booronderzoek om archeologische resten op te sporen zijn de boringen toch geïnspecteerd op de aanwezigheid van eventuele archeologische resten. Bij de controle van het opgeboorde bodemmateriaal zijn echter geen archeologische indicatoren aangetroffen die wijzen op de aanwezigheid van een archeologische vindplaats. In alle boringen is de A-horizont direct op de C-horizont aangetroffen en zijn geen andere horizonten aangetroffen. Daarnaast zijn er tevens geen indicatoren van bodemvorming aangetroffen binnen het plangebied. In het voorgaande onderzoek, dat door Hamaland is uitgevoerd, was geconstateerd dat de bodem rondom de voormalige bebouwing tot in de C-horizont verstoord is. Dit komt overeen met de reeds uitgevoerde boringen. Hiermee kan geconcludeerd worden dat het gehele plangebied tot in de C-horizont verstoord is.

3.4

Archeologische interpretatie Het natuurlijke bodemtype is in het hele plangebied verstoord door ploeg- of graafwerkzaamheden. Vuursteenvindplaatsen bestaan voornamelijk uit strooiing van fragmenten vuursteen en ondiepe grondsporen, zoals haardkuilen, en bevinden zich in de C-horizont/het dekzand. De diepte van verstoring in het oostelijke deel van het plangebied ligt minder diep dan in het westelijke deel. Echter ligt het oostelijke deel op een terrasvlakte en is de kans op het aantreffen van vuursteenvindplaatsen nog steeds laag. Bij de boringen uit het voorgaande onderzoek lijkt de diepte van verstoring juist het tegenovergestelde te zijn, waarbij de

16 bijlage 2

Synthegra B.V., Plantageweg 12, 3833 AZ Leusden. Doc versie 2023-01

23 van 27

Project : Hogestraat 6 te Megchelen. Bureau- en Inventariserend Veldonderzoek, verkennend booronderzoek Projectnummer: S250077

verstoringsdiepte in de westelijke boringen juist hoger ligt en lager in het oosten. Mogelijk heeft dit te maken met de voormalige bebouwing. Nederzettingsresten uit het Neolithicum tot en met de Nieuwe Tijd bestaan niet alleen uit fragmenten aardewerk, maar ook uit diepere sporen zoals paalgaten en afvalkuilen. Deze sporen kunnen tot in de Chorizont reiken. Aangezien de bodem in het westelijke deel tot relatief diep in de C-horizont verstoord is, en in het oostelijke deel een lage verwachting heeft is de kans zeer klein dat er nederzettingsresten in het plangebied aanwezig zijn. In het oostelijke deel geldt nog wel een specifiek verwachting gerelateerd op het geulenstelsel van de Ouse IJssel. Gezien de aard van de bodemopbouw (terrasvlakte) wordt de kans op het aantreffen van deze resten laag geacht.

Synthegra B.V., Plantageweg 12, 3833 AZ Leusden. Doc versie 2023-01

24 van 27

Project : Hogestraat 6 te Megchelen. Bureau- en Inventariserend Veldonderzoek, verkennend booronderzoek Projectnummer: S250077

4

Conclusies en aanbevelingen

4.1

Inleiding Het doel van het archeologisch bureauonderzoek was het opstellen van een gespecificeerde archeologische verwachting voor het plangebied. Voor het deel van het plangebied rondom de voormalige bebouwing gold op basis van het bureauonderzoek een lage verwachting voor zowel vuursteenvindplaatsen uit het LaatPaleolithicum en Mesolithicum, als voor nederzettingsresten uit het Neolithicum tot en met de Nieuwe Tijd. Voor het overige deel van het plangebied gold een hoge verwachting voor vuursteenvindplaatsen uit het LaatPaleolithicum en Mesolithicum, als voor nederzettingsresten uit het Neolithicum tot en met de Nieuwe Tijd. Het doel van het inventariserend veldonderzoek is het toetsen van deze verwachting.

4.2

Conclusies / beantwoording onderzoeksvragen In dit deel worden de onderzoeksvragen uit de inleiding beantwoord. 1. Wat is de opbouw van de ondergrond en is het bodemprofiel intact? Binnen het plangebied is er sprake van twee profieltypes. Profieltype 1 bestaat uit zand op leem en betreft de boring in het westelijke deel van het plangebied. Profieltype 2 bestaat uit leem op zand en betreft de boringen in het oostelijke deel van het plangebied. Bij beide profielen is de bodem tot in de C-horizont verstoord. Wel is bij de drie meest oostelijke boringen de verstoord tot een mindere diep in de C-horizont dan in de westelijke boringen. De boringen van profieltype 1 komen grotendeels overeen met de boringen uit het voorgaande onderzoek. Waar de boorresultaten van de onderzoeken verschillen is dat in de voorgaande boringen geen leem is aangetroffen en dat er meer puin in de A-horizont is aangetroffen. Mogelijk is er geen leem aangetroffen in de voorgaande boringen omdat de dekzand laag als einddiepte is gebruikt bij deze boringen. Het puin is te relateren aan de voormalige bebouwing waar de boringen omheen gezet zijn.

2. Zijn in het plangebied archeologische vindplaatsen aanwezig of worden deze verwacht? In geen van de boringen zijn indicatoren aangetroffen die wijzen op de aanwezigheid van een archeologische vindplaats. De kans dat binnen het plangebied een archeologische vindplaats aanwezig is, wordt daarom klein geacht. Op grond van de beantwoording van de bovenstaande vraag zijn de twee onderstaande onderzoeksvragen niet meer van toepassing. a)

Wat is te zeggen over de horizontale en verticale verspreiding van de archeologische waarden?

b)

Wat is de vermoedelijke aard en datering van de archeologische resten?

Synthegra B.V., Plantageweg 12, 3833 AZ Leusden. Doc versie 2023-01

25 van 27

Project : Hogestraat 6 te Megchelen. Bureau- en Inventariserend Veldonderzoek, verkennend booronderzoek Projectnummer: S250077

3. In hoeverre worden eventueel aanwezige of verwachte archeologische resten bedreigd door de voorgenomen ontwikkeling van het gebied? De verwachting is dat binnen het plangebied geen archeologische resten in situ aanwezig zijn, waardoor ook geen archeologische resten worden bedreigd door de voorgenomen ontwikkeling van het gebied. De lage archeologische verwachting van het deel rondom de voormalige bebouwing uit het bureauonderzoek voor zowel vuursteenvindplaatsen uit het Laat-Paleolithicum en Mesolithicum als voor nederzettingssporen uit het Neolithicum tot en met de Nieuwe Tijd kan op grond van de resultaten van het veldonderzoek in stand worden gehouden. De hoge archeologische verwachting voor het overige deel van het plangebied uit het bureauonderzoek voor zowel vuursteenvindplaatsen uit het Laat-Paleolithicum en Mesolithicum als voor nederzettingssporen uit het Neolithicum tot en met de Nieuwe Tijd kan op grond van de resultaten van het veldonderzoek naar laag worden bijgesteld.

4.3

Aanbevelingen Op grond van de resultaten van het onderzoek wordt voor de voorgenomen ontwikkeling van het plangebied zoals omschreven in de vergunningsaanvraag geen nader archeologisch onderzoek geadviseerd. Bovenstaande vormt een selectieadvies. Met nadruk willen wij de opdrachtgever erop wijzen dat dit advies nog niet betekent dat in deze fase van het vergunningsverleningstraject reeds bodemverstorende activiteiten of daarop voorbereidende activiteiten kunnen worden ondernomen. De resultaten van dit onderzoek dienen vooraleerst te worden beoordeeld door de bevoegde overheid (gemeente Oude IJsselstreek). Deze neemt een definitief selectiebesluit aangaande de vrijgave van het plangebied voor verdere ontwikkeling zoals omschreven in de vergunningsaanvraag. Er is getracht een zo gefundeerd mogelijk advies te geven op grond van de gebruikte onderzoeksmethoden. De aanwezigheid van archeologische sporen of resten in het plangebied kan nooit volledig worden uitgesloten. Synthegra wil de opdrachtgever er daarom op wijzen dat, indien tijdens de werkzaamheden een (mogelijke) archeologische vondst wordt gedaan dan geldt de wettelijke meldingsplicht, zoals omschreven in artikel 5.10 van de Erfgoedwet bij de minister. Uit praktisch oogpunt kan een dergelijke toevalsvondst bij de gemeente worden gemeld.

Synthegra B.V., Plantageweg 12, 3833 AZ Leusden. Doc versie 2023-01

26 van 27

Project : Hogestraat 6 te Megchelen. Bureau- en Inventariserend Veldonderzoek, verkennend booronderzoek Projectnummer: S250077

Bronnen Literatuur Anker, E.F.A. en E.E.A. van der Kuijl, 2017: Bureauonderzoek en Verkennend Booronderzoek Archeologie Plangebied Hogestraat 3 te Megchelen, gemeente Oude IJsselstreek (EKU/DIR/HAMA/161444). Hamaland Advies, Zelhem. Bakker, C.H.H. en van der Kuijl, 2022: Bureauonderzoek en Verkennend Booronderzoek Archeologie Plangebied Hogestraat 6 te Megchelen, gemeente Oude IJsselstreek (CB/HSM/HAMA/223928). Hamaland Advies, Zelhem. Bakker, H. de en J. Schelling, 1989: Systeem van bodemclassificatie voor Nederland, de hogere niveaus. Staring Centrum, Wageningen. Berendsen, H.J.A., 2004: De vorming van het land. Van Gorcum, Assen. Berendsen, H.J.A., 2005: Landschappelijk Nederland. Van Gorcum, Assen. Berkel, G. van, en K. Samplonius, 2006: Nederlandse plaatsnamen. Herkomst en Historie. Prisma, Utrecht. Mulder, E.F.J. de, M.C. Geluk, I.L. Ritsema, W.E. Westerhoff en T.E. Wong, 2003: De ondergrond van Nederland. Wolters-Noordhoff, Groningen/Houten. Nederlands Normalisatie-instituut, 1989: NEN 5104 Geotechniek - Classificatie van onverharde grondmonsters. Nederlands Normalisatie-instituut, Delft. Stichting Infrastructuur Kwaliteitsborging Bodembeheer, 2012: Leidraad inventariserend veldonderzoek; Deel: proefsleuvenonderzoek (IVO-P). SIKB, Gouda. Stichting Infrastructuur Kwaliteitsborging Bodembeheer, 2022: Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie, versie 4.2. SIKB, Gouda.

Willemse, N.W./M.H.J.M. Kocken, 2012: Archeologie met beleid. Afwegingskader voor archeologiebeleid in de Regio Achterhoek, RAAP, Zutphen.

Internet (geraadpleegd Mei 2025) http://beeldbank.cultureelerfgoed.nl https://zoeken.cultureelerfgoed.nl/ www.ahn.nl www.bodemloket.nl www.dinoloket.nl http://www.gelderland.nl/kaartenencijfers http://www.explosievenopsporing.nl/veo-bommenkaart/ topotijdreis.nl gahetna.nl pdok.nl https://portable-antiquities.nl/pan/#/public

Synthegra B.V., Plantageweg 12, 3833 AZ Leusden. Doc versie 2023-01

27 van 27

Bijlagen:

Bijlage 1:

Overzicht van relevante geologische en archeologische tijdvakken

Overzicht geologische en archeologische tijdvakken

Ouderdom in jaren

Chronostratigrafie

MIS

Holoceen

1

11.755 12.745 13.675 14.025

LaatWeichselien (LaatGlaciaal)

15.700

Late Dryas (koud) Allerød (warm) Vroege Dryas (koud) Bølling (warm)

Lithostratigrafie Formaties: Naaldwijk (marien), Nieuwkoop (veen), Echteld (fluviatiel)

2

LaatPleniglaciaal 29.000

50.000

MiddenWeichselien (Pleniglaciaal)

MiddenPleniglaciaal VroegPleniglaciaal

3

Formatie van Kreftenheye

Formatie van Boxtel

4

75.000

VroegWeichselien (VroegGlaciaal) 115.000 130.000

370.000 410.000

5a 5c 5d

Eemien (warme periode)

5e

Saalien (ijstijd)

6

Holsteinien (warme periode)

Formatie van Beegden

5b

Eem Formatie Formatie van Drente Formatie van Urk

Elsterien (ijstijd) 475.000

Cromerien (warme periode) 850.000

Pre-Cromerien 2.600.000

Formatie van Sterksel

Formatie van Peelo

Cal. jaren v/n Chr. 1950

14

C jaren

Chronostratigrafie

Pollen zones

0

Vb2

1500

Subatlanticum koeler vochtiger

450 0 12

Vb1 Va

Vegetatie Loofbos eik en hazelaar overheersen haagbeuk veel cultuurplanten rogge, boekweit, korenbloem

Archeologische perioden Nieuwe tijd Middeleeuwen Romeinse tijd IJzertijd

800 815

2650

IVb Subboreaal koeler droger

2000

3755

IVa

5000

4900

5300

7020

8240

III

Boreaal warmer

II

Preboreaal warmer

I

8000

9000

8800 11.755

Atlanticum warm vochtig

10.150

12.745

10.800

13.675

11.800

14.025

12.000

15.700

13.000

LaatWeichselien (LaatGlaciaal)

Late Dryas

LW III

Allerød

LW II

Vroege Dryas LW I Bølling

35.000

Loofbos eik en hazelaar overheersen beuk>1% invloed landbouw (granen)

Bronstijd

Neolithicum

Loofbos eik, els en hazelaar overheersen in zuiden speelt linde een grote rol den overheerst hazelaar, eik, iep, linde, es eerst berk en later den overheersend

Mesolithicum

parklandschap dennen- en berkenbossen open parklandschap open vegetatie met kruiden en berkenbomen

MiddenWeichselien (Pleniglaciaal)

perioden met een poolwoestijn en perioden met een toendra

VroegWeichselien (VroegGlaciaal)

perioden met bos en perioden met een subarctisch open landschap

Laat-Paleolithicum

75.000

115.000 130.000

Eemien (warme periode)

Midden-Paleolithicum loofbos

Saalien (ijstijd) 300.000

Vroeg-Paleolithicum Chronostratigrafie voor Noordwest-Europa volgens Zagwijn (1974), Vandenberghe (1985) en De Mulder et al. (2003). Lithostratigrafie volgens De Mulder et al. (2003). Mariene isotoop stadium (MIS) volgens Bassinot et al. (1994). Atmosferische data volgens Stuiver et al. (1998). Zuurstofisotoop calibratie (OxCal) versie 3.9 Bronk Ramsey (2003), toegepast op het Laat-Weichselien en het Holoceen. Archeologische periode-indeling en ouderdom volgens de Rijksdienst voor het Oudheidkundig Bodemonderzoek (ROB). Vegetatie bewerkt volgens Berendsen (2000). Pollenzones volgens P. Vos & P. Kiden (2005).

Bijlage 2:

Boorprofielen

Project: Hogestraat 6 te Megchelen. Bureau- en Inventariserend Veldonderzoek, verkennend booronderzoek Projectnummer: S250077

Project: Hogestraat 6 te Megchelen. Bureau- en Inventariserend Veldonderzoek, verkennend booronderzoek Projectnummer: S250077

Project: Hogestraat 6 te Megchelen. Bureau- en Inventariserend Veldonderzoek, verkennend booronderzoek Projectnummer: S250077

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.oude-ijsselstreek.nl/api/v1/meetings/4968/documents/32633