CConstaterende datOude IJsselstreek
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 6 Archeologisch bureau- en verkennend booronderzoek.pdf

Raadsvergadering 23 mei 2024, gemeente Oude IJsselstreekBij agendapunt: 3: Bestemmingsplan Ph. P. Cappettilaan 19 Ulft7.572 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Bureauonderzoek en Verkennend Booronderzoek Archeologie Plangebied Ph. P. Cappettilaan 19 te Ulft Gemeente Oude IJsselstreek

Opdrachtgevers Buro Ontwerp & Omgeving Dhr. M. Kruip Velperweg 157 6824 MB Arnhem

06 – 82 97 20 08 m.kruip@ontwerpenomgeving.nl Projectnummer

224045 Kenmerk HAMA/DWS/224045

Eindredactie/kwaliteitscontrole

Drs. E.E.A. van der Kuijl

© Hamaland Advies, Ambachtsweg 9b, 7021 BT Zelhem t. 06-51873933

Paraaf

Datum

31-01-2023

Project Kenmerk

: BO en IVO Archeologie Plangebied Ph. P. Cappettilaan 19 te Ulft : HAMA/DWS/224045

Colofon Opdrachtgever

Buro Ontwerp & Omgeving

Project

Bureauonderzoek en Verkennend Booronderzoek Archeologie Plangebied Ph. P. Cappettilaan 19 Ulft

Projectnummer

224045

Titel

Bureauonderzoek en Verkennend Booronderzoek Archeologie Plangebied Ph. P. Cappettilaan 19 Ulft, gemeente Oude IJsselstreek

Datum en versie

31-01-2023, versie 1.1 (concept)

Auteurs

D. Woolschot MSc en drs. E.E.A. van der Kuijl

Kwaliteitscontrole

Drs. E.E.A. van der Kuijl (senior KNA prospector / senior KNA archeoloog)

Afbeelding voorzijde:

Satellietfoto van het plangebied. (pdok.nl)

© Hamaland Advies, Ambachtsweg 9b, 7021 BT Zelhem t. 06-51873933

2 van 35

Project Kenmerk

: BO en IVO Archeologie Plangebied Ph. P. Cappettilaan 19 te Ulft : HAMA/DWS/224045

Inhoud Samenvatting................................................................................................................................... 4 1.

2.

3

4

Inleiding.................................................................................................................................... 6 1.1

Inleiding en onderzoekskader ......................................................................................... 6

1.2

Doel en vraagstelling van het bureauonderzoek ............................................................ 7

1.3

Werkwijze ....................................................................................................................... 7

1.4

Beleidskaders ................................................................................................................. 8

1.5

Administratieve gegevens ............................................................................................. 10

Bureauonderzoek en verwachtingsmodel .............................................................................. 11 2.1

Landschapsgenese ....................................................................................................... 11

2.2

Historische ontwikkeling van het plangebied ................................................................ 16

2.3

Archeologische waarden .............................................................................................. 18

2.4

Archeologisch verwachtingsmodel ............................................................................... 19

Booronderzoek....................................................................................................................... 21 3.1

Methode ........................................................................................................................ 21

3.2

Resultaten ..................................................................................................................... 21

Conclusie en aanbeveling ...................................................................................................... 23 4.1

Conclusie ...................................................................................................................... 23

4.2

Selectieadvies ............................................................................................................... 23

4.3

Voorbehoud .................................................................................................................. 23

Bronnen ......................................................................................................................................... 25 Gebruikte literatuur .................................................................................................................... 25 Geraadpleegde websites ........................................................................................................... 25

© Hamaland Advies, Ambachtsweg 9b, 7021 BT Zelhem

3 van 35

Project Kenmerk

: BO en IVO Archeologie Plangebied Ph. P. Cappettilaan 19 te Ulft : HAMA/DWS/224045

Samenvatting Hamaland Advies heeft in opdracht van Buro Ontwerp & Omgeving, ten behoeve van nieuwbouw van vier seniorenwoningen aan de Ph. P. Cappettilaan 19 te Ulft, gemeente Oude IJsselstreek, een archeologisch bureauonderzoek conform de BRL 4002 en een veldonderzoek conform de BRL 4003 uitgevoerd. De ontwikkeling kent een nog onbekende verstoringsdiepte maar zal vanwege een vorstvrije fundering minstens 80 cm-mv bedragen. De oppervlakte van de ontwikkeling bedraagt circa 1.200 m². Op de archeologische beleidskaart van de gemeente Oude IJsselstreek ligt het plangebied net in een zone met een hoge archeologische verwachting (categorie 4), maar op de grens met een zone met een specifieke archeologische verwachting voor het geulenstelsel van de Oude IJssel (categorie 6). Conform het gemeentelijk beleid geldt er een onderzoeksplicht voor ingrepen groter dan 250 m² en dieper dan 30 cm-mv. Het plangebied valt binnen het bestemmingsplan De Wesenthorst 2005, waarin geen dubbelbestemmingen met betrekking tot archeologie staan aangegeven. Bureauonderzoek Gegevens uit de omgeving en in andere onderzoeken in de omgeving, typeert het plangebied als een terrasrest-rug. De ligging nabij het Oude IJsseldal maakt het een aantrekkelijke locatie voor bewoning in alle archeologische periodes en geschikt als foerageergebied voor jagers/verzamelaars.

Onderzoeken uit de omgeving hebben tevens aangeduid dat in dit dal restanten van kleine rivierduinen voorkomen. Archeologische resten bestaan uit vuurstenen artefacten uit het Mesolithicum-Laat Neolithicum en zijn waarschijnlijk afkomstig van rivierduinen. Hierbij dient wel opgemerkt te worden dat de vondsten afkomstig zijn van de overzijde van de (huidige loop van de) Oude IJssel. Het plangebied zelf is voor zover te herleiden (grotendeels) onbebouwd geweest. Indien de bebouwing op de kaarten tussen 1937 en 1953 inderdaad binnen het plangebied gestaan heeft, is de kans aanwezig dat de bodem deels geroerd is. Ook agrarische bewerking van de bodem kan geleid hebben tot een nog onbekende bodemverstoring. Booronderzoek De bodemopbouw in het plangebied bestaat uit een subrecent geroerde bouwvoor (Ap1-horizont) van grijs bruin sterk gevlekt fijn siltig zand met wortels. Dit geroerde pakket gaat in boring 3 en 4 op een diepte van respectievelijk 35 cm-mv, 20 cm-mv in een menglaag van geel/grijs gevlekt fijn zand (A/C-horizont). In boring 1 en boring 2 is onder de bouwvoor een oranje/grijze gevlekte roestige zandige kleilaag aanwezig, waarvan de top zich op respectievelijk 50 cm-mv en 45 cm-mv bevindt. Dit betreft een dunne laag oeverafzettingen van de Oude IJssel (Formatie van Echteld) die op de terrasrestrug is afgezet.

De overgang tussen de bouwvoor en de oeverafzettingen is scherp en de oeverafzettingen zijn erosief afgezet op het onderliggende rivierduin, dat als gevolg daarvan afgetopt (vervlakt) is. De basis van het bodemprofiel bestaat in alle boringen uit grijs fijn iets siltig zand en betreft dekzand dat op de terrasrestrug is afgezet. De top van het dekzand bevindt zich op een diepte variërend van 35 cm-mv in boring 3 tot 80 cm-mv in boring 1. De overgangen tussen alle horizonten is scherp. Selectieadvies Op grond van de onderzoeksresultaten adviseren wij om geen vervolgonderzoek in het plangebied uit te laten voeren. In het plangebied zijn geen intacte bodems en daardoor geen relevante archeologische niveaus of oude cultuurlagen (bodemvorming) aangetroffen. De kans dat met de geplande bodemingrepen behoudenswaardige archeologische vindplaatsen verloren gaan is nihil. Voorbehoud Het uitgevoerde onderzoek is op zorgvuldige wijze verricht volgens de algemeen gebruikelijke inzichten en methoden. Het archeologisch onderzoek is erop gericht om de kans op het aantreffen dan wel vernietigen van archeologische waarden bij bouwwerkzaamheden in het plangebied te verkleinen.

© Hamaland Advies, Ambachtsweg 9b, 7021 BT Zelhem

4 van 35

Project Kenmerk

: BO en IVO Archeologie Plangebied Ph. P. Cappettilaan 19 te Ulft : HAMA/DWS/224045

Voordat met grondwerkzaamheden kan worden gestart dient het onderhavige rapport te worden getoetst en goedgekeurd door het bevoegd gezag, de gemeente Oude IJsselstreek en haar adviseur mw. A. Lugtigheid van de Omgevingsdienst Achterhoek. Wij wijzen erop dat het selectiebesluit van het bevoegd gezag af kan wijken van het selectieadvies van Hamaland Advies. Verder geldt er voor toevalsvondsten conform artikel 5.10 en 5.11 van de Erfgoedwet een meldplicht. Degene die anders dan bij het doen van opgravingen een zaak vindt waarvan hij weet dan wel redelijkerwijs moet vermoeden dat het een monument is (in roerende of onroerende zin), meldt die zaak zo spoedig mogelijk bij de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed. Ook wordt geadviseerd om de verantwoordelijk ambtenaar namens de gemeente Oude IJsselstreek (mevr. A. Lugtigheid van de Omgevingsdienst Achterhoek) hierover direct te informeren.

© Hamaland Advies, Ambachtsweg 9b, 7021 BT Zelhem

5 van 35

Project Kenmerk

: BO en IVO Archeologie Plangebied Ph. P. Cappettilaan 19 te Ulft : HAMA/DWS/224045

1.

Inleiding

1.1

Inleiding en onderzoekskader Hamaland Advies heeft in opdracht van Buro Ontwerp & Omgeving, ten behoeve van de aanvraag van de omgevingsvergunning voor de nieuwbouw van vier seniorenwoningen aan de Ph. P. Cappettilaan 19 te Ulft, gemeente Oude IJsselstreek (zie Afbeelding 1), een archeologisch bureauonderzoek conform de BRL 4002 en een veldonderzoek conform de BRL 4003 uitgevoerd. De ontwikkeling kent een nog onbekende verstoringsdiepte maar zal vanwege een vorstvrije fundering minstens 80 cm-mv bedragen. De oppervlakte van de ontwikkeling bedraagt circa 1.200 m².

Afbeelding 1: Topografische kaart (Pdok).

Op de archeologische beleidskaart van de gemeente Oude IJsselstreek ligt het plangebied net in een zone met een hoge archeologische verwachting (categorie 4), maar op de grens met een zone met een specifieke archeologische verwachting voor het geulenstelsel van de Oude IJssel (categorie 6). Conform het gemeentelijk beleid geldt er een onderzoeksplicht voor ingrepen groter dan 250 m² en dieper dan 30 cm-mv.1 Het plangebied valt binnen het bestemmingsplan De Wesenthorst 2005, waarin geen dubbelbestemmingen met betrekking tot archeologie staan aangegeven. In verband met het overschrijden van de vrijstellingsgrenzen dient archeologisch onderzoek uitgevoerd te worden. Het onderhavig onderzoek bestaat uit een bureauonderzoek conform de BRL SIKB 4002 en een verkennend booronderzoek conform de BRL SIKB 4003. Deze rapportage dient getoetst te worden door het bevoegd gezag, de gemeente Oude IJsselstreek en haar adviseur mw. A. Lugtigheid van de Omgevingsdienst Achterhoek.

1 Vestigia, 2014, bijlage 14.

© Hamaland Advies, Ambachtsweg 9b, 7021 BT Zelhem

6 van 35

Project Kenmerk

1.2

: BO en IVO Archeologie Plangebied Ph. P. Cappettilaan 19 te Ulft : HAMA/DWS/224045

Doel en vraagstelling van het bureauonderzoek Het doel van het bureauonderzoek is het verkrijgen van inzicht in bekende en te verwachten archeologische waarden in en om het plangebied. Op basis van de verworven informatie wordt een archeologisch verwachtingsmodel voor de onderzoekslocatie opgesteld. Om deze doelstelling te realiseren, zijn de volgende onderzoeksrichtlijnen opgesteld:2 Het bureauonderzoek zal uiteraard moeten voldoen aan de vigerende KNA-versie. Daarbij moeten onderstaande punten uitgebreid beschreven worden: 1. Beschrijving van de administratieve gegevens conform de KNA, inclusief minimaal één kaart van het onderzoeksgebied met RD-coördinaten. 2. Beschrijving van de geologie en de geomorfologie van het onderzoeksgebied. 3. Beschrijving van de te verwachten natuurlijke en de antropogene bodemhorizonten en de mogelijke verstoring van de bodem. 4. Beschrijving van het historisch grondgebruik en eventuele bebouwing van de onderzoekslocatie op basis van historische kaarten en archief en/of literatuuronderzoek. 5. Beschrijving van de bekende archeologische gegevens van de onderzoekslocatie en de omgeving (archeologische monumenten, vindplaatsen, archeologische onderzoeken met onderzoeksresultaten). 6. Beschrijving van de aard, de datering, de omvang en de verwachte fysieke kwaliteit van de mogelijk aanwezige archeologische resten. 7.

Beschrijving van de verwachte vondstverspreiding en de vondst- en spoorniveaus. 8. Uitgebreide onderbouwing van de gespecificeerde archeologische verwachting. 9. Gemotiveerde beschrijving van de meest geschikte KNA-onderzoeksmethode voor het opsporen van de verwachtte sporen en vondsten (indien verder onderzoek nodig is). 10. Opstellen van locatie-specifieke onderzoeksvragen voor het vervolgonderzoek (indien van toepassing).

1.3

Werkwijze Het bureauonderzoek is uitgevoerd conform de eisen van de Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie (protocol 4002 Bureauonderzoek KNA, versie 4.1) en bestaat uit de volgende onderdelen: • Afbakenen Plan- en onderzoeksgebied, vermelden overheidsbeleid, vaststellen consequenties toekomstig gebruik (KNA-LS01) • beschrijving van het huidig gebruik (KNA LSO2); • beschrijving van de historische situatie en de mogelijke verstoringen KNA LSO3); • beschrijving van de bekende archeologische, ondergrondse bouwhistorische en aardwetenschappelijk kenmerken (KNA LSO4); • het opstellen van een specifieke verwachting en formulering onderzoeksstrategie (KNA LSO5); • het opstellen van een standaardrapport (KNA LS06). Om tot een gefundeerd archeologisch verwachtingsmodel te komen is voor het onderzoek relevant bronnenmateriaal geraadpleegd. Door informatie uit verschillende invalshoeken samen te voegen ontstaat de mogelijkheid dwarsverbanden te leggen tussen de diverse brontypen en aan de hand hiervan een geïntegreerd archeologisch verwachtingsmodel op te stellen.

De gegevens voor het bureauonderzoek zijn ontleend aan: • Archis3, het geautomatiseerde archeologische informatiesysteem voor Nederland; • geomorfologisch, geologische, bodemkundig, topografisch en historisch kaartmateriaal; • provinciale kaarten; • archeologische beleidsadvieskaart Oude IJsselstreek3 • archeologische rapporten en publicaties.

2

Format archeologisch bureau- en booronderzoek Omgevingsdienst Regio Achterhoek (2019). 3 Brugman, 2014.

© Hamaland Advies, Ambachtsweg 9b, 7021 BT Zelhem

7 van 35

Project Kenmerk

1.4

: BO en IVO Archeologie Plangebied Ph. P. Cappettilaan 19 te Ulft : HAMA/DWS/224045

Beleidskaders Rijksbeleid In 1992 werd in Valletta door de Ministers van Cultuur van de bij de Raad van Europa aangesloten landen het 'Europees Verdrag inzake de bescherming van het Archeologisch Erfgoed', beter bekend onder de naam 'Verdrag van Malta', ondertekend. De Wet op de Archeologische Monumentenzorg is op 1 september 2007 in werking getreden. De nieuwe wet heeft zijn beslag gekregen via een wijziging van de Monumentenwet 1988, aanpassingen in de Wet op de Ruimtelijke Ordening (WRO) en enkele andere wetten en met de invoering van de Wabo (2010). Met de nieuwe Wet op de Archeologische Monumentenzorg is het accent komen te liggen op het streven naar het behoud en beheer van archeologische waarden in de bodem (in situ) en het beperken van (de noodzaak van) archeologische opgravingen. Uitgangspunt van het nieuwe beleid is tevens het principe 'de verstoorder betaald'. Bij het voorbereiden van werkzaamheden die het bodemarchief kunnen verstoren (zoals de aanleg van een weg, een nieuwe woonwijk, een bedrijventerrein), dient onderzocht te worden of daardoor archeologische resten verstoord kunnen worden. Als uit het onderzoek blijkt dat er archeologische waarden aanwezig zijn en deze niet ter plaatse behouden kunnen blijven, dan dient de initiatiefnemer van het werk de kosten te dragen die gepaard gaan met het opgraven en conserveren van de plaats.

Met de introductie van de nieuwe wet zijn de kerntaken en bestuurlijke verantwoordelijkheden van gemeenten veranderd. Eén van de belangrijkste consequenties is, dat gemeenten een centrale rol is toegekend in de bescherming van archeologisch erfgoed. In de wet is bepaald, dat gemeenten door inzet van een planologisch instrumentarium het archeologisch belang dienen te waarborgen. Bescherming van het archeologisch erfgoed kan onder meer vorm krijgen door in bestemmingsplannen regels ter bescherming van bekende en te verwachten archeologische waarden op te nemen. In de regelgeving is vastgelegd dat in het kader van een omgevingsvergunning van de aanvrager geëist kan worden dat hij een rapport overlegd waarin de archeologische waarde van het te verstoren terrein voldoende is vastgesteld. Voor de toetsing van archeologische waarden is een archeologisch bestel ontwikkeld, waarmee de archeologische waarde van een terrein bepaald kan worden door middel van een getrapt systeem van onderzoek. In het kader van het vrijstellingsbesluit volstaat in eerste instantie een bureauonderzoek en een inventariserend veldonderzoek. Per 1 juli 2016 is de Erfgoedwet van toepassing.

De Erfgoedwet harmoniseert bestaande wet- en regelgeving, schrapt overbodige regels en legt de verantwoordelijkheid voor de bescherming van het cultureel erfgoed zoveel mogelijk bij het erfgoedveld zelf: musea, collectiebeheerders, archeologen, eigenaren en overheden. Bepaalde onderdelen van de wettelijke bescherming van het cultureel erfgoed verhuizen naar de nieuwe Omgevingswet. De vuistregel hierbij is: duiding van erfgoed in de Erfgoedwet, omgang met erfgoed in de fysieke leefomgeving in de Omgevingswet.

Provinciaal Beleid Het provinciaal beleid van Gelderland t.a.v. cultuurhistorie en archeologische monumentenzorg is vastgelegd in het Cultuur- en erfgoedprogramma4. Zij wil bewerkstelligen: • Versterken van de functionaliteit van erfgoed • Verbeteren van de uitvoeringskwaliteit door samenwerking in het erfgoednetwerk • Stimuleren van innovatie en nieuwe ontwikkelingen • Verankeren van de geschiedenis van Gelderland in de identiteit van de Gelderse regio’s • Versterken van de maatschappelijke rol van musea • Versterken van de presentatie van collecties beeldende kunst die verbonden zijn met onze provincie, de ‘Gelderse school’ • Stimuleren van kwalitatief hoogwaardig cultuuronderwijs op basisscholen. Cultuureducatie heeft een vaste plek in het lesaanbod binnen het basisonderwijs • Stimuleren van cultuur- en erfgoedparticipatie Het archeologisch beleidskader deelt Gelderland op in drie soorten archeologische gebieden: • A-gebieden: de Gelderse parels; 4 www.gelderland.nl.

© Hamaland Advies, Ambachtsweg 9b, 7021 BT Zelhem

8 van 35

Project Kenmerk

• •

: BO en IVO Archeologie Plangebied Ph. P. Cappettilaan 19 te Ulft : HAMA/DWS/224045

B-gebieden: de ruwe diamanten C-gebieden: de rest van Gelderland.

Het plangebied ligt binnen het gebied B.

Gemeentelijk beleid Gemeente Oude IJsselstreek beschikt over een eigen archeologiebeleid. Er is een vastgestelde archeologische beleidsadvieskaart uit 20145 die gebruikt is als toetsingskader voor de archeologische verwachting. De gegevens van de kaarten van dit rapport zijn mede gebruikt in deze rapportage. Uit de archeologische beleidskaart6 van gemeente Oude IJsselstreek, blijkt het plangebied in een zone te liggen met een hoge archeologische verwachting (categorie 4). Dit houdt in dat bij bodemingrepen van meer dan 250 m², die dieper reiken dan 30 centimeter onder het bestaande maaiveld, dient de aanvrager een rapport te overleggen, waarin de archeologische waarde van de gronden, waarop de aanvraag betrekking heeft, in voldoende mate is vastgesteld. Het ligt op de grens met een zone met een specifieke archeologische verwachting voor het geulenstelsel van de Oude IJssel (categorie 6). Binnen het bestemmingsplan De Wesenthorst 2005 zijn geen dubbelbestemmingen voor archeologie opgenomen.

Afbeelding 2: Uitsnede uit de beleidsadvieskaart van de gemeente Oude IJsselstreek met het plangebied binnen het rode kader.

5 Brugman, 2014. 6 Vestigia, 2014, bijlage 14.

© Hamaland Advies, Ambachtsweg 9b, 7021 BT Zelhem

9 van 35

Project Kenmerk

1.5

: BO en IVO Archeologie Plangebied Ph. P. Cappettilaan 19 te Ulft : HAMA/DWS/224045

Administratieve gegevens Tabel 1: Gegevens projectgebied Opdrachtgever

Gemeente Oude IJsselstreek

Uitvoerder Beheer en plaats documentatie

Hamaland Advies Ambachtsweg 9b, 7021 BT Zelhem

Bevoegd gezag

Gemeente Oude IJsselstreek

Toetser namens bevoegd gezag

Regioarcheologen van de ODA

Provincie, Gemeente, Plaats

Gelderland, Oude IJsselstreek, Ulft

Toponiem, Adres

Ph. P. Cappettilaan 19

RD-coördinaten7

X,Y NW NO

223.771 / 433.185 223.817 / 433.186

ZO

223.819 / 433.168

ZW

223.784 / 433.154

Hoogte plangebied8

Circa 15,05 m+NAP

CMA/AMK Status en nr.9

N.v.t

Archis3-monumentnummer

N.v.t

Archis3-waarnemingsnummer

N.v.t

Archis3 Onderzoekmeldingsnummer

5327940100

Oppervlakte plangebied

Circa 1.200 m²

Huidig grondgebruik

Tuin (bos)

Toekomstig grondgebruik

Woningen

Bodemtype, extrapolatie

Poldervaaggrond

Geomorfologie extrapolatie

Terrasrest-rug of landduin

Grondwatertrap extrapolatie

VIII

Geologie

Formatie van Boxtel, Laagpakket van Delwijnen

Periode

Laat Paleolithicum t/m Nieuwe Tijd

7 Archis3, via http://zoeken.cultureelerfgoed.nl. 8 http://ahn.maps.arcgis.com/ AHN2. 9 Archis3, via http://zoeken.cultureelerfgoed.nl.

© Hamaland Advies, Ambachtsweg 9b, 7021 BT Zelhem

10 van 35

Project Kenmerk

: BO en IVO Archeologie Plangebied Ph. P. Cappettilaan 19 te Ulft : HAMA/DWS/224045

2.

Bureauonderzoek en verwachtingsmodel

2.1

Landschapsgenese Het onderzoeksterrein is onderdeel van het oostelijk rivierengebied in de IJsselvallei.10 Op de geologische kaart bestaat de ondergrond van het plangebied uit de Formatie van Boxtel, Laagpakket van Delwijnen: rivierduinzand11. Op de Zandbanenkaart van de provincie Gelderland is het plangebied niet gekarteerd. Ten oosten komt het beddingzand van onbedijkte rivieren vanaf 1,0-1,5 m-mv voor (zanddieptecode 14). Van een deklaag is geen sprake (code 0). Ten westen is een groot gebied als verstoord aangegeven (zanddieptecode 32). Wel ligt er aan het maaiveld een eolisch dek van meer dan 1,00 meter dikte (code 301).12 Op de stroomgordelkaart13 is te zien dat het plangebied niet op een stroomgordel ligt. Op circa 115 meter ten oosten ligt de stroomgordel van de Oude IJssel (overloop van de Rijn; 131) die is gevormd een actieve periode kende tussen 1550 v.Chr. en 1550 n.Chr. Archeologische resten zijn bekend uit het Paleolithicum en Neolithicum, maar deze zijn gerelateerd aan de vallei van de Oude IJssel en aan de naastgelegen rivierduinen. Van de periode IJzertijd – Middeleeuwen zijn wel resten van de betreffende kaarteenheid bekend.

Afbeelding 3: Stroomgordelkaart van Cohen et al. (2012) met de stroomgordel van de Oude IJssel met het plangebied binnen het rode kader

10 Berendsen, 2008. 11 Geologische kaart van Nederland 12 https://geoportaal.gelderland.nl/portaal/apps/webappviewer/index.html?id=ba564b5e9a864515a115a725e4ba053a 13 van Cohen et al. (2012)

© Hamaland Advies, Ambachtsweg 9b, 7021 BT Zelhem

11 van 35

Project Kenmerk

: BO en IVO Archeologie Plangebied Ph. P. Cappettilaan 19 te Ulft : HAMA/DWS/224045

Op de geomorfologische kaart is het plangebied vanwege de ligging in de bebouwde kom niet gekarteerd (zie Afbeelding 4). Extrapolatie van de gegevens uit de omgeving leert dat er waarschijnlijk sprake is van een terrasrest-rug met dekzand (3B43d). Ook bestaat de mogelijkheid dat er een landduin aanwezig is (10B58). Gecombineerd met de gegevens van het AHN is het echter waarschijnlijker dat het plangebied ter plaatse van een terrasrest-rug ligt.

Afbeelding 4: Geomorfologische kaart (Archis3)

© Hamaland Advies, Ambachtsweg 9b, 7021 BT Zelhem

12 van 35

Project Kenmerk

: BO en IVO Archeologie Plangebied Ph. P. Cappettilaan 19 te Ulft : HAMA/DWS/224045

Het plangebied is op de bodemkaart gelegen in de niet gekarteerd bebouwde kom (zie Afbeelding 5).14 Extrapolatie van gegevens uit de omgeving maken het voorkomen van een poldervaaggrond in lichte zavel (KRn1) of zware zavel (KRn2) het meest waarschijnlijk.

Afbeelding 5: Bodemkaart (Archis3)

Het plangebied is op de grondwaterkaart niet gekarteerd als gevolg van de ligging in de bebouwde kom. In de nabijheid van het plangebied is grondwatertrap VIII gekarteerd, waarbij het water in de zomer (GLG) op meer dan 120 cm-mv staat en in de winter (GHG) op meer dan 140 cm-mv voorkomt.15 Op het Actueel Hoogtebestand Nederland 16 (zie Afbeelding 6) heeft het plangebied een hoogte van circa 15,05 m+NAP. Daarmee ligt het iets lager dan de bebouwde locaties ten noorden en zuiden, maar iets hoger dan de zone direct langs de Oude IJssel ten oosten.

14 Archis3. 15 http://maps.bodemdata.nl/bodemdatanl/index.jsp. 16 http://ahn.maps.arcgis.com.

© Hamaland Advies, Ambachtsweg 9b, 7021 BT Zelhem

13 van 35

Project Kenmerk

: BO en IVO Archeologie Plangebied Ph. P. Cappettilaan 19 te Ulft : HAMA/DWS/224045

Afbeelding 6: Uitsnede uit de hoogtekaart met het plangebied binnen het witte kader (AHN3).

In het Bodemloket17 en op de bodemverontreinigingskaart van Gelderland zijn voor het plangebied geen meldingen opgenomen. In het Dinoloket18 (zie Afbeelding 7) staan direct ten westen van het plangebied de volgende drie boringen geregistreerd: •

•

•

Boring B41C0028: de totale boordiepte bedraagt 10,20 meter. De eerste 40 cm-mv bestaat uit puin. Daaronder is tot 1,75 m-mv fijn, matig grindig zand aangetroffen. Tussen 1,75 en 3,00 mmv wisselen lagen fijn zand en fijn grindig zand elkaar af. Tussen 3,00 en 3,45 m-mv is zandig grind aangetroffen. Diepere lagen zijn archeologisch gezien niet relevant en worden derhalve niet beschreven. Boring B41C0029 heeft dezelfde boordiepte en laat zien dat hier geen puin aanwezig is. Tot 1,10 m-mv komt fijn zand voor, dat overgaat in fijn, grindig zand dat tot 2,40 m-mv aangetroffen is. Tussen 2,40 en 2,90 m-mv is fijn zand aanwezig. Daaronder komt tot 3,60 m-mv grof, grindig zand voor. Diepere lagen zijn archeologisch gezien niet relevant en worden derhalve niet beschreven. Boring B41C0027 is nog dieper doorgezet tot 28,70 m-mv. Bij deze boring is de lithostratigrafie beschreven. De eerste 1,40 m-mv bestaat uit niet nader beschreven antropogeen opgebrachte grond. Daaronder is tot 4,00 matig grof, grindig zand (tot 3,00 m-mv) en klei (tot 4,00 m-mv) van de Formatie van Echteld aanwezig. De afzettingen van deze Formatie gaan over in matig grof, sterk grindig zand van de Formatie van Kreftenheye. Vanaf 6,00 m-mv wisselen grind en grof, al dan niet sterk grindig zand elkaar af.

Uit de laatste boring kan afgeleid worden dat de bodem direct ten westen van het plangebied bestaat uit terrasrest-rugafzettingen (Formatie van Kreftenheye) die zijn afgedekt door holocene rivierafzettingen van de Oude IJssel (Formatie van Echteld). Er is geen sprake van een rivierduin

17 www.bodemloket.nl. 18 https://www.dinoloket.nl/ondergrondgegevens.

© Hamaland Advies, Ambachtsweg 9b, 7021 BT Zelhem

14 van 35

Project Kenmerk

: BO en IVO Archeologie Plangebied Ph. P. Cappettilaan 19 te Ulft : HAMA/DWS/224045

(Formatie van Boxtel, Laagpakket van Delwijnen) of een afdekkend pakket dekzand (Formatie van Boxtel, Laagpakket van Wierden).

Afbeelding 7: Uitsnede uit de kaart met ondergrondse gegevens met het plangebied binnen het rode kader (dinoloket.nl)

© Hamaland Advies, Ambachtsweg 9b, 7021 BT Zelhem

15 van 35

Project Kenmerk

2.2

: BO en IVO Archeologie Plangebied Ph. P. Cappettilaan 19 te Ulft : HAMA/DWS/224045

Historische ontwikkeling van het plangebied Het plangebied is op historische kaarten als volgt aangegeven: Op de Hottinger-atlas van Noord- en Oost-Nederland uit 1773-1794 is het plangebied niet gekarteerd. De Hottingeratlas heeft voor Ulft geen kaart uitgebracht.19 Op het kadastrale minuutplan van 1828 (zie Afbeelding 8) is de Weg van Gendringen naar Ulft aanwezig als de huidige Bongersstraat die de westelijke grens van het plangebied vormt. Het plangebied ligt op perceel 294: bouwland van Jan Hendrik Kemperman uit Varsseveld. Het is onduidelijk of het plangebied tussen de kaart van 1937 (zie Afbeelding 9) en 1953 (deels) bebouwd was. De kaarten laten zich niet helemaal passend georefereren, waardoor het mogelijk is dat de bebouwing binnen het plangebied stond, of direct ten zuiden daarvan. Het (onbebouwde deel van het) plangebied is nog steeds in gebruik als bouwland. Vanaf de kaart van 1988 (zie Afbeelding 10) is het landgebruik veranderd naar bos. Op de Indicatieve Kaart voor Militair Erfgoed20 ligt het plangebied in een geheel Nederland omvattende zone waarin resten kunnen worden verwacht van kleinere objecten en structuren zoals crashlocaties, veldgraven en onderduikholen. In het Verliesregister21 zijn voor de omgeving van het plangebied geen vliegtuigcrashes opgenomen.

Afbeelding 8: Uitsnede uit de kadastrale kaart van 1828 met het plangebied bij benadering binnen het rode kader (beeldbank.cultureelerfgoed.nl).

19 Versfeld 2003. 20 www.ikme.nl. 21https://www.verliesregister.studiegroepluchtoorlog.nl/ahome/lossregister/results?aircraft=&sglo=&date=&location= Ulft&pn=&unit=&name=&cemetery=&airforce=&target=&area=&airfield=

© Hamaland Advies, Ambachtsweg 9b, 7021 BT Zelhem

16 van 35

Project Kenmerk

: BO en IVO Archeologie Plangebied Ph. P. Cappettilaan 19 te Ulft : HAMA/DWS/224045

Afbeelding 9: Situatie in 1937 met het plangebied bij benadering binnen het rode kader (Topotijdreis.nl).

Afbeelding 10: Situatie in 1988 (Topotijdreis.nl).

© Hamaland Advies, Ambachtsweg 9b, 7021 BT Zelhem

17 van 35

Project Kenmerk

: BO en IVO Archeologie Plangebied Ph. P. Cappettilaan 19 te Ulft : HAMA/DWS/224045

Op grond van het uitgevoerde cartografisch onderzoek blijkt dat het plangebied in de periode 19371953 mogelijk (deels) bebouwd was. Buiten deze periode om was het onbebouwd. In de ondergrond worden daarom geen bouwhistorisch waarden verwacht.

2.3

Archeologische waarden Volgens Archis3 (zie Afbeelding 11) zijn in het plangebied nog niet eerder archeologische onderzoeken uitgevoerd. In de directe omgeving staan de volgende onderzoeks- en vondstmeldingen geregistreerd: •

•

•

•

Onderzoeksmelding 3996706100 op 170 meter ten noorden: dit onderzoek betreft een bureauonderzoek en een booronderzoek door Econsultancy uit 2016. In het bureauonderzoek wordt verwacht dat het plangebied op een terrasrest-rug bedekt met rivierduinzand, ligt. Verwacht wordt dat er zich binnen het plangebied vorstvaaggronden bevinden. In verband met de ligging van het plangebied geldt er een hoge verwachting voor alle archeologische periodes. Tijdens het booronderzoek zijn geen aanwijzingen gevonden voor archeologische resten en vervolgonderzoek wordt niet aangeraden.22 Onderzoeksmelding 2156369100 op 145 meter ten noorden: dit onderzoek betreft een bureauonderzoek en een booronderzoek uit 2007. In het bureauonderzoek wordt verwacht dat het plangebied op een terrasrest ligt bedekt met polder- of ooivaaggronden. De ligging van het plangebied op de terrasrest geeft het plangebied een hoge verwachting voor de periode Laat Paleolithicum - IJzertijd. Op basis van historisch onderzoek kan ook een hoge verwachting worden toegekend aan de periode Middeleeuwen – Nieuwe Tijd. Uit het booronderzoek blijkt dat er geen intacte bodem meer aanwezig is binnen het plangebied. Het dunne plaggendek gaat direct over in de C-horizont.

Archeologisch vervolgonderzoek wordt niet geadviseerd.23 Onderzoeksmelding 2431606100 op 150 meter ten oosten: dit onderzoek betreft een geoarcheologisch booronderzoek en oppervlaktekartering van Econsultancy uit 2014.24 Tijdens het onderzoek is gebleken dat er sprake is van verschillende paleolandschappelijke eenheden. De onderste opgeboorde afzettingen betreffen in het gehele plangebied vlechtende rivierafzettingen uit de laatste ijstijd (Terras X). Binnen het terrasniveau zijn twee ondiepe (vlechtende) geulen te onderscheiden. In een zeer kleine zone direct ten zuiden van de huidige loop van de Aa-strang lijkt een geïsoleerd restant van een rivierduin aanwezig te zijn. Boven de vlechtende rivierafzettingen is zwak tot sterk zandige klei aangetroffen: de Laag van Wijchen uit het Vroeg-Holoceen. In de top van deze laag zijn in een aantal boringen houtskoolconcentraties en grotere houtskoolbrokken waargenomen: het kunnen verspoelde resten zijn, maar het kan ook duiden op een nabijgelegen locatie waar menselijke activiteiten hebben plaatsgevonden. In het westelijk deel van het onderzoeksgebied zijn resten van meanderende geulen uit het Vroeg-Holoceen aangetroffen, zijnde een actieve neventak van de Rijn die door het gebied van de Oude IJssel liep.

Nadat deze Rijntak definitief droogviel, zijn de geulen verland en deels opgevuld met veen, waarbij tijdens hoogwater van de Rijn of lokale rivier-/beeklopen wel periodiek klei en zand inspoelde. De verspoelde zanden kunnen als beekafzettingen (Formatie van Boxtel, Laagpakket van Singraven) gezien worden. Vooral in het Laat-Holoceen, gedurende de Romeinse tijd, zijn binnen het noordwestelijke deel en de westelijke zone langs de huidige loop van de gekanaliseerde Oude IJssel overstromingskleien afgezet. In het noordelijke deel van het plangebied is een restgeul van de Aa-strang gelegen die in ieder geval in het begin van de 20e eeuw nog watervoerend was. In het zuidwestelijke en uiterst zuidelijke deel van het plangebied is de bodem tot 100 à 200 cm-mv geroerd. Het betreft waarschijnlijk opgebrachte grond voor de aanleg van het aanwezige dijklichaam. Daaronder is nog een restant van een vroeg-holocene restgeul aanwezig. Tijdens de oppervlaktekartering op enkele locaties veel vuurstenen afslagen en enkele vuurstenen artefacten aangetroffen. Onderzoeksmelding 2462954100 op 95 meter ten oosten: dit onderzoek betreft een archeologische begeleiding van Econsultancy uit 2014.25 Dit onderzoek volgde op het hierboven beschreven booronderzoek en de veldkartering van Econsultancy. Het onderzoek bestaat uit twee deelgebieden, waarbij het voor het huidige onderzoek relevante deelgebied is

22 Ten Broeke, 2016 23 Kremer en Koeman, 2007 24 Ten Broeke, 2015 25 Wemerman en Ten Broeke, 2015

© Hamaland Advies, Ambachtsweg 9b, 7021 BT Zelhem

18 van 35

Project Kenmerk

•

• •

: BO en IVO Archeologie Plangebied Ph. P. Cappettilaan 19 te Ulft : HAMA/DWS/224045

aangeduid als ‘monding Aa-strang’. De bodemopbouw komt overeen met de resultaten van het booronderzoek. Binnen Terras X zijn op enkele locaties nog kleine zones met restanten van kleine rivierduintjes aangetroffen. Op het gecreëerde eiland in het noordelijk deel is een fragment vuursteen met mogelijke bewerkingssporen aangetroffen, waarschijnlijk uit het Mesolithicum. Het fragment is wellicht gerelateerd aan de vuursteenvindplaats zoals deze is aangetroffen tijdens de eerder uitgevoerde oppervlaktekartering; de vondst van de begeleiding is echter veel noordelijker aangetroffen en is daarom waarschijnlijk niet in situ aanwezig. Onderzoeksmelding 2072711100 op 95 meter ten zuidwesten: dit onderzoek betreft een booronderzoek van BAAC uit 2005.26 Het gehele bodemprofiel is tot 80 cm-mv verstoord, ruim beneden het niveau waarop archeologische resten verwacht werden (0-30 cm-mv). Van dekzand is geen sprake. Vondstmelding 3101070100: vuurstenen werktuigen en afslagen uit het Mesolithicum-Laat Neolithicum. De vondstmeldingen die niet beschreven zijn, zijn gekoppeld aan de hierboven beschreven onderzoeken.

Op circa 225 meter ten oosten van het plangebied ligt AMK-terrein 3755, huize Catsheuvel. Dit terrein van hoge archeologische waarde bestaat uit een terrein met sporen van bewoning uit het Mesolithicum-Laat Neolithicum.

Afbeelding 11: Kaart met Archismeldingen (Archis3).

2.4

Archeologisch verwachtingsmodel Op grond van de bekende geologische, landschappelijke, aardkundige, archeologische en historische gegevens in en rond het plangebied kan de archeologische verwachting worden bepaald. Gegevens uit de omgeving en in andere onderzoeken in de omgeving, typeert het plangebied als een terrasrest-rug. De ligging nabij het Oude IJsseldal maakt het een aantrekkelijke locatie voor bewoning in alle archeologische periodes en geschikt als foerageergebied voor 26 Nales, 2005

© Hamaland Advies, Ambachtsweg 9b, 7021 BT Zelhem

19 van 35

Project Kenmerk

: BO en IVO Archeologie Plangebied Ph. P. Cappettilaan 19 te Ulft : HAMA/DWS/224045

jagers/verzamelaars. Onderzoeken uit de omgeving hebben tevens aangeduid dat in dit dal restanten van kleine rivierduinen voorkomen. Archeologische resten bestaan uit vuurstenen artefacten uit het Mesolithicum-Laat Neolithicum en zijn waarschijnlijk afkomstig van rivierduinen. Hierbij dient wel opgemerkt te worden dat de vondsten afkomstig zijn van de overzijde van de (huidige loop van de) Oude IJssel. Het plangebied zelf is voor zover te herleiden (grotendeels) onbebouwd geweest. Indien de bebouwing op de kaarten tussen 1937 en 1953 inderdaad binnen het plangebied gestaan heeft, is de kans aanwezig dat de bodem deels geroerd is. Ook agrarische bewerking van de bodem kan geleid hebben tot een nog onbekende bodemverstoring. Indien er eventueel archeologische resten aanwezig zijn, dan komen deze direct aan of onder de bouwvoor, en in de top van het pleistocene zand verwacht worden. Concrete aanwijzingen voor het voorkomen van dekzand zijn er niet, waardoor verwacht wordt dat dit zand van de terrasrestrug betreft. Organische resten en bot zullen door de overwegend droge en zure bodemomstandigheden slecht zijn geconserveerd. Andere typen indicatoren zoals aardewerk en houtskool zijn waarschijnlijk matig goed geconserveerd. Tabel 2: Archeologische verwachting plangebied Periode Verwachting Verwachte vindplaatstypen Tweede Wereldoorlog Late Middeleeuwen - Nieuwe Tijd

Laag

NeolithicumVroege Middeleeuwen

Hoog

Laat PaleolithicumMesolithicum

Hoog

Hoog

kleinere objecten en structuren zoals crashlocaties, veldgraven en onderduikholen Afvaldumps en resten van landbouwwerkzaamheden, eventueel resten van 20e-eeuwse bebouwing Nederzettingsterreinen, urnenvelden, resten van ijzerbewerking, meilers, dumps, losse vuursteenvondsten Nederzettingsterreinen, haardplaatsen/haardkuilen, vuursteenstrooiingen

© Hamaland Advies, Ambachtsweg 9b, 7021 BT Zelhem

jachtkampen,

Verwachte grondlaag (diepte) In de bouwvoor tot circa 30 cm-mv In en direct onder de bouwvoor In de top van de Chorizont, naar verwachting vanaf circa 30 cm-mv In de top van de Chorizont, naar verwachting vanaf circa 30 cm-mv

20 van 35

Project Kenmerk

: BO en IVO Archeologie Plangebied Ph. P. Cappettilaan 19 te Ulft : HAMA/DWS/224045

3

Booronderzoek

3.1

Methode Het verkennend booronderzoek is op 25 januari 2023 uitgevoerd door E.E.A. van der Kuijl (senior KNA archeoloog / senior KNA prospector) in aanwezigheid van de opdrachtgever conform de eisen van de KNA versie 4.1, het Plan van Aanpak, de geldende SIKB-leidraden (Tol et al, 2012) en de BRL SIKB 4003. In totaal zijn verspreid over het plangebied vijf (5) verkennende boringen gezet met een edelmanboor met een diameter van 7 centimeter. De boringen zijn doorgezet tot minimaal 25 centimeter in de natuurlijke ondergrond. De boorlocaties zijn uitgezet met GPS. Van alle boringen is de maaiveldhoogte afgeleid van het Actueel Hoogtebestand Nederland (AHN2). Het opgeboorde sediment is in het veld bodemkundig beschreven conform de NEN 5104 en de bodemclassificatie volgens De Bakker en Schelling (1989). De boorkernen zijn uitgezeefd over een metalen zeef met een maaswijdte van 4 mm om eventuele archeologische indicatoren te kunnen traceren. Ten tijde van het onderzoek was het plangebied in gebruik als siertuin bij de woning van de opdrachtgever.

3.2

Resultaten Geologie en bodem Voor de ligging van de boorpunten wordt verwezen naar Bijlage 3. De resultaten van de boringen (de boorbeschrijvingen) zijn opgenomen in Bijlage 4. De basis van het bodemprofiel bestaat uit een terrasrestrug van geel fijn zand die plaatselijk afgedekt wordt door een dunne laag zandig klei (oeverafzettingen) van de Oude IJssel. De bovenlaag bestaat in alle gevallen uit een sterk geroerde laagvan grijs gevlekt zand als gevolg van agrarische activiteiten (ploegen) voor 1962 en de aanleg van de siertuin. Er zijn geen intacte bodems aanwezig. Op grond van de resultaten van het verkennend booronderzoek kunnen de onderzoeksvragen uit het Plan van Aanpak als volgt beantwoord worden: 1. Wat is de bodemopbouw binnen het plangebied? De bodemopbouw in het plangebied bestaat uit een subrecent geroerde bouwvoor (Ap1-horizont) van grijs bruin sterk gevlekt fijn siltig zand met wortels. Dit geroerde pakket gaat in boring 3 en 4 op een diepte van respectievelijk 35 cm-mv, 20 cm-mv in een menglaag van geel/grijs gevlekt fijn zand (A/C-horizont). In boring 1 en boring 2 is onder de bouwvoor een oranje/grijze gevlekte roestige zandige kleilaag aanwezig, waarvan de top zich op respectievelijk 50 cm-mv en 45 cm-mv bevindt. Dit betreft een dunne laag oeverafzettingen van de Oude IJssel (Formatie van Echteld) die op de terrasrestrug is afgezet.

De overgang tussen de bouwvoor en de oeverafzettingen is scherp en de oeverafzettingen zijn erosief afgezet op het onderliggende rivierduin, dat als gevolg daarvan afgetopt (vervlakt) is. De basis van het bodemprofiel bestaat in alle boringen uit grijs fijn iets siltig zand en betreft dekzand dat op de terrasrestrug is afgezet. De top van het dekzand bevindt zich op een diepte variërend van 35 cm-mv in boring 3 tot 80 cm-mv in boring 1. De overgangen tussen alle horizonten is scherp. 2. Wat is de intactheid van het bodemprofiel binnen het plangebied? Binnen het plangebied zijn geen intacte bodems aangetroffen als gevolg van eerdere bodemingrepen (voor 1962 akkerland voor rogge en daarna aanleg siertuin). De oeverafzettingen in boring 1 en boring 2 zijn bovendien erosief afgezet, waarbij de top van het dekzand vervlakt is.

© Hamaland Advies, Ambachtsweg 9b, 7021 BT Zelhem

21 van 35

Project Kenmerk

: BO en IVO Archeologie Plangebied Ph. P. Cappettilaan 19 te Ulft : HAMA/DWS/224045

Afbeelding 12: Foto van het bodemprofiel van boring 1. Lengte gootje = 1 meter. V.l.n.r. de grijsbruine bouwvoor, de oranje/grijze roestige zandige oeverafzettingen en het grijze dekzand.

Afbeelding 13: Foto van het bodemprofiel van boring 4. Lengte gootje = 1 meter. V.l.n.r. de grijsbruine bouwvoor, de geel/grijze gevlekte menglaag en het lichtgrijze dekzand.

3. Zijn, daar waar de bodem intact is, archeologische indicatoren aangetroffen die kunnen wijzen op de aanwezigheid van een archeologische vindplaats in het onderzoeksgebied? Zo ja, wat is de aard en diepteligging ervan? Nee, vanwege het ontbreken van intacte bodems is deze vraag niett langer van toepassing. 4. Zijn er archeologische lagen aangetroffen (cultuur- en afvallagen c.q. ophogingslagen)? Zo ja, wat is de aard, diepteligging en minimale en maximale dikte ervan? Zie het antwoord op de vorige vraag. 5. In welke mate stemmen de resultaten overeen met de verwachtingen? De resultaten van het verkennend bodemonderzoek komen overeen met de resultaten van het bureauonderzoek. Extrapolatie van de gegevens op de bodemkaart tezamen met de gegevens van de geomorfologische kaart, geven aan dat in het plangebied sprake zou zijn van een terrasrest-rug die bedekt is met dekzand (Formatie van Boxtel, Laagpakket van Wierden). Dit blijkt juist te zijn. In het plangebied is sprake van ooivaaggronden. Tevens zijn in het westelijke deel van het plangebied ter plaatse van boring 1 en 2 oeverafzettingen van de Oude IJssel aangetroffen die erosief zijn afgezet over het onderliggende dekzandpakket. Vanwege het ontbreken van intacte bodems kan de hoge archeologische verwachting voor alle perioden echter bijgesteld worden naar laag met als indicatie ‘verstoord’. 6.

Is er vervolgonderzoek noodzakelijk? Zo ja, welke methode is hiervoor het meest geschikt? Op grond van de onderzoeksresultaten adviseren wij om geen vervolgonderzoek in het plangebied uit te laten voeren. In het plangebied zijn geen intacte bodems en daardoor geen relevante archeologische niveaus of oude cultuurlagen (bodemvorming) aangetroffen. De kans dat met de geplande bodemingrepen behoudenswaardige archeologische vindplaatsen verloren gaan is nihil.

© Hamaland Advies, Ambachtsweg 9b, 7021 BT Zelhem

22 van 35

Project Kenmerk

: BO en IVO Archeologie Plangebied Ph. P. Cappettilaan 19 te Ulft : HAMA/DWS/224045

4

Conclusie en aanbeveling

4.1

Conclusie Bureauonderzoek Gegevens uit de omgeving en in andere onderzoeken in de omgeving, typeert het plangebied als een terrasrest-rug. De ligging nabij het Oude IJsseldal maakt het een aantrekkelijke locatie voor bewoning in alle archeologische periodes en geschikt als foerageergebied voor jagers/verzamelaars. Onderzoeken uit de omgeving hebben tevens aangeduid dat in dit dal restanten van kleine rivierduinen voorkomen. Archeologische resten bestaan uit vuurstenen artefacten uit het Mesolithicum-Laat Neolithicum en zijn waarschijnlijk afkomstig van rivierduinen. Hierbij dient wel opgemerkt te worden dat de vondsten afkomstig zijn van de overzijde van de (huidige loop van de) Oude IJssel. Het plangebied zelf is voor zover te herleiden (grotendeels) onbebouwd geweest. Indien de bebouwing op de kaarten tussen 1937 en 1953 inderdaad binnen het plangebied gestaan heeft, is de kans aanwezig dat de bodem deels geroerd is. Ook agrarische bewerking van de bodem kan geleid hebben tot een nog onbekende bodemverstoring. Booronderzoek De bodemopbouw in het plangebied bestaat uit een subrecent geroerde bouwvoor (Ap1-horizont) van grijs bruin sterk gevlekt fijn siltig zand met wortels. Dit geroerde pakket gaat in boring 3 en 4 op een diepte van respectievelijk 35 cm-mv, 20 cm-mv in een menglaag van geel/grijs gevlekt fijn zand (A/C-horizont).

In boring 1 en boring 2 is onder de bouwvoor een oranje/grijze gevlekte roestige zandige kleilaag aanwezig, waarvan de top zich op respectievelijk 50 cm-mv en 45 cm-mv bevindt. Dit betreft een dunne laag oeverafzettingen van de Oude IJssel (Formatie van Echteld) die op de terrasrestrug is afgezet. De overgang tussen de bouwvoor en de oeverafzettingen is scherp en de oeverafzettingen zijn erosief afgezet op het onderliggende rivierduin, dat als gevolg daarvan afgetopt (vervlakt) is. De basis van het bodemprofiel bestaat in alle boringen uit grijs fijn iets siltig zand en betreft dekzand dat op de terrasrestrug is afgezet. De top van het dekzand bevindt zich op een diepte variërend van 35 cm-mv in boring 3 tot 80 cm-mv in boring 1. De overgangen tussen alle horizonten is scherp.

4.2

Selectieadvies Op grond van de onderzoeksresultaten adviseren wij om geen vervolgonderzoek in het plangebied uit te laten voeren. In het plangebied zijn geen intacte bodems en daardoor geen relevante archeologische niveaus of oude cultuurlagen (bodemvorming) aangetroffen. De kans dat met de geplande bodemingrepen behoudenswaardige archeologische vindplaatsen verloren gaan is nihil.

4.3

Voorbehoud Het uitgevoerde onderzoek is op zorgvuldige wijze verricht volgens de algemeen gebruikelijke inzichten en methoden. Het archeologisch onderzoek is erop gericht om de kans op het aantreffen dan wel vernietigen van archeologische waarden bij bouwwerkzaamheden in het plangebied te verkleinen. Wij wijzen erop dat het selectiebesluit van het bevoegd gezag af kan wijken van het selectieadvies van Hamaland Advies. Voordat met grondwerkzaamheden kan worden gestart dient het onderhavige rapport te worden getoetst en goedgekeurd door het bevoegd gezag, de gemeente Oude IJsselstreek en haar adviseur, mw. A. Lugtigheid van de Omgevingsdienst Achterhoek.

© Hamaland Advies, Ambachtsweg 9b, 7021 BT Zelhem

23 van 35

Project Kenmerk

: BO en IVO Archeologie Plangebied Ph. P. Cappettilaan 19 te Ulft : HAMA/DWS/224045

Verder geldt er voor toevalsvondsten conform artikel 5.10 en 5.11 van de Erfgoedwet een meldplicht. Degene die anders dan bij het doen van opgravingen een zaak vindt waarvan hij weet dan wel redelijkerwijs moet vermoeden dat het een monument is (in roerende of onroerende zin), meldt die zaak zo spoedig mogelijk bij de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed. Ook wordt geadviseerd om de verantwoordelijk ambtenaar namens de gemeente Oude IJsselstreek (mevr. A. Lugtigheid van de Omgevingsdienst Achterhoek) hierover direct te informeren.

Afbeelding 14: Foto van de onderzoekslocatie genomen tijdens het booronderzoek. De foto is vanuit de tuin richting het zuidwesten genomen.

© Hamaland Advies, Ambachtsweg 9b, 7021 BT Zelhem

24 van 35

Project Kenmerk

: BO en IVO Archeologie Plangebied Ph. P. Cappettilaan 19 te Ulft : HAMA/DWS/224045

Bronnen Gebruikte literatuur Bakker, H. de & Schelling J., 1989; Systeem van bodemclassificatie voor Nederland: de hogere niveaus. Wageningen. Berendsen, H.J.A., 2005; Landschappelijk Nederland: De fysisch-geografische regio’s. Assen Berendsen, H.J.A., 2008; De vorming van het land: inleiding in de geologie en de geomorfologie. Assen. Broeke, E.M. ten, 2015. Verkennend geo-archeologisch booronderzoek en oppervlaktekartering hoek Oude IJssel en Aa-strang te Engbergen in de gemeente Oude IJsselstreek. Econsultancy-rapport 14015080. Doetinchem. Broeke, E.M., ten., 2016. Archeologisch bureauonderzoek en gecombineerd verkennend en karterend booronderzoek Bongersstraat 78 te Ulft. Econsultancy-rapport 1436.002 Doetinchem. Brugman et al, 2014; Cultuurhistorische inventarisatie, waarden-, verwachtingen- en maatregelenkaart gemeente Oude IJsselstreek. Vestigia rapportnummer V653. Amersfoort. Kremer, H. en S.M. Koeman, 2007. Bureauonderzoek en karterend veldonderzoek d.m.v. boringen. Bongersstraat 84-84a te Ulft. Synthegra-rapport P0502074. Doetinchem. Nales, T., 2005. Inventariserend archeologisch veldonderzoek karterende fase. Ulft, plangebied Bongersstraat. BAAC-rapport 05.231. SIKB, 2018. protocol 4002. Bureauonderzoek. KNA versie 4.1, Gouda. SIKB, 2018. protocol 4003. Inventariserend veldonderzoek. KNA versie 4.1, Gouda. Tol, drs. A. et al., 2012.

Leidraad inventariserend veldonderzoek Deel: verkennend booronderzoek, 4 december 2012, versie 2.0 vastgesteld door het CCvD Archeologie. Gouda. Wemerman, P.J.L. en E.M. ten Broeke, 2015. Archeologische begeleiding EVZ Oude IJssel; deelgebieden Engbergen en monding Aa-strang te Gendringen in de gemeente Oude IJsselstreek. Econsultancy-rapport 13035268 en 14106189. Doetinchem.

Geraadpleegde websites https://archis.cultureelerfgoed.nl/ Archis3 voor informatie over waarnemingen, vondsten, onderzoeken, Bonneblad, geomorfologie, bodem, grondwater, coördinaten https://archis.cultureelerfgoed.nl/#/ voor doen van melding www.topotijdreis; voor informatie historische kaarten http://ahn.maps.arcgis.com/ voor hoogte- informatie www.dans.easy.nl voor rapporten www.dinoloket.nl voor informatie over ondergrondse boringen www.oudeijsselstreek.nl voor informatie over het Archeologisch beleid http://www.ovgg.nl/ voor informatie van de Oudheidkundige Vereniging Gemeente Terborg www.gelderland.nl/ voor informatie over beleid http://grondwatertools.nl/ voor grondwater informatie http://gelderland.maps.arcgis.com/. Zandbanenkaart http://maps.bodemdata.nl/bodemdatanl/index.jsp Bodemdata www.bodemloket.nl Milieugegevens www.ikme.nl WOII gegevens

© Hamaland Advies, Ambachtsweg 9b, 7021 BT Zelhem

25 van 35

Project Kenmerk

: BO en IVO Archeologie Plangebied Ph. P. Cappettilaan 19 te Ulft : HAMA/DWS/224045

BIJLAGEN

© Hamaland Advies, Ambachtsweg 9b, 7021 BT Zelhem

26 van 35

Project Kenmerk

: BO en IVO Archeologie Plangebied Ph. P. Cappettilaan 19 te Ulft : HAMA/DWS/224045

Bijlage 1: Plangebied met toekomstige inrichting (bron: opdrachtgever)

© Hamaland Advies, Ambachtsweg 9b, 7021 BT Zelhem

Project Kenmerk

: BO en IVO Archeologie Plangebied Ph. P. Cappettilaan 19 te Ulft : HAMA/DWS/224045

© Hamaland Advies, Ambachtsweg 9b, 7021 BT Zelhem

Project Kenmerk

: BO en IVO Archeologie Plangebied Ph. P. Cappettilaan 19 te Ulft : HAMA/DWS/224045

Bijlage 2: Overzicht van archeologische en geologische perioden

© Hamaland Advies, Ambachtsweg 9b, 7021 BT Zelhem

Project Kenmerk

: BO en IVO Archeologie Plangebied Ph. P. Cappettilaan 19 te Ulft : HAMA/DWS/224045

© Hamaland Advies, Ambachtsweg 9b, 7021 BT Zelhem

Project Kenmerk

: BO en IVO Archeologie Plangebied Ph. P. Cappettilaan 19 te Ulft : HAMA/DWS/224045

© Hamaland Advies, Ambachtsweg 9b, 7021 BT Zelhem

Project Kenmerk

: BO en IVO Archeologie Plangebied Ph. P. Cappettilaan 19 te Ulft : HAMA/DWS/224045

Bijlage 3: Boorpuntenkaart en RD-coördinaten van de boorpunten

© Hamaland Advies, Ambachtsweg 9b, 7021 BT Zelhem

Project Kenmerk

: BO en IVO Archeologie Plangebied Ph. P. Cappettilaan 19 te Ulft : HAMA/DWS/224045

x 223776 223785 223794 223809 223813

y 433184 433162 433176 433181 433171

z 14,78 14,86 14,86 14,83 14,96

nr 1 2 3 4 5

© Hamaland Advies, Ambachtsweg 9b, 7021 BT Zelhem

Project Kenmerk

: BO en IVO Archeologie Plangebied Ph. P. Cappettilaan 19 te Ulft : HAMA/DWS/224045

Bijlage 4: Boorlegenda en boorstaten (separaat bijgevoegd)

© Hamaland Advies, Ambachtsweg 9b, 7021 BT Zelhem

Project Kenmerk

: BO en IVO Archeologie Plangebied Ph. P. Cappettilaan 19 te Ulft : HAMA/DWS/224045

© Hamaland Advies, Ambachtsweg 9b, 7021 BT Zelhem

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.oude-ijsselstreek.nl/api/v1/meetings/4738/documents/29131