Bijlage 6 Activiteitenplan.pdf
Tekst van het document
RAPPORTAGE activiteitenplan Essenkampstraat e.o. Varsseveld
Rapportage activiteitenplan Essenkampstraat e.o. , Varsseveld Opdrachtgever
Wonion Hutteweg 115 7071 BV Ulft
Rapportnummer
18188.005
Versienummer
D1
Status
Eindrapportage
Datum
17 februari 2023
Opsteller
De heer V.R. Jeronimus, BSc
Paraaf
Kwaliteitscontrole Paraaf
De heer G.J. Assink, BSc
DAAROM ECONSULTANCY KWALITEITSZORG Econsultancy is lid van het Netwerk Groene Bureaus (NGB). Het NGB is een vereniging van ecologische advies- en onderzoeksbureaus die werkt aan de kwaliteit van advisering gericht op natuur, landschap, water, milieu en ruimte en die de belangen behartigt van groene adviesbureaus. Het Netwerk hanteert een gedragscode die opdrachtgevers en andere belanghebbenden een basis biedt om de leden aan te spreken op de kwaliteit van hun werk. CERTIFICERING Econsultancy werkt volgens een dynamisch kwaliteits- en milieusysteem, zoals beschreven in het kwaliteits- en milieuhand-boek. Ons kwaliteits- en milieusysteem is gecertificeerd volgens de eisen in de NENEN-ISO 9001 en NEN-EN-ISO 14001. BETROUWBAARHEID Dit onderzoek is op zorgvuldige wijze uitgevoerd conform de toepasselijke en van kracht zijnde regelgeving ten aanzien van natuurwetgeving. Het onderzoek betreft een momentopname en geeft een inschatting van de geschiktheid van de onderzoekslocatie voor beschermde soorten en het al dan niet voorkomen van soorten. De gebruikte informatie omtrent verspreiding van soorten is deels afkomstig uit de NDFF en mag niet zonder toestemming worden verstrekt aan derden of op enige andere wijze openbaar gemaakt worden.
Econsultancy accepteert op voorhand geen aansprakelijkheid ten aanzien van mogelijke beslissingen die de opdrachtgever naar aanleiding van het door Econsultancy uitgevoerde onderzoek neemt. PROTOCOLLAIR NADER ONDERZOEK Het nader onderzoek naar beschermde natuurwaarden conform de Wet Natuurbescherming wordt uitgevoerd volgens opgestelde onderzoeksprotocollen (zie kennisdocumenten Bij12). Deze protocollaire onderzoeksmethoden zijn gebaseerd op steekproeven. Indien de steekproeven aangeven dat een natuurwaarde niet is aangetroffen, is statistisch gezien de kans dat deze natuurwaarde toch aanwezig is dermate klein dat schade aan de staat van instandhouding verwaarloosbaar wordt geacht. Daarmee kan een natuurwaarde door middel van steekproefsgewijs onderzoek dus nooit uitgesloten worden, wel kan de kans op aanwezigheid als verwaarloosbaar gesteld worden. De term “uitgesloten” is dan ook niet van toepassing op protocollair ecologisch onderzoek. Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd, opgeslagen in een geautomatiseerd gegevensbestand, of openbaar gemaakt, in enige vorm of op enige wijze, hetzij elektronisch, mechanisch, door fotokopieën, opnamen, of enige andere manier, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de rechthebbende.
INHOUDSOPGAVE 1
INLEIDING .................................................................................................................................................. 1
2
GEGEVENS VAN DE LOCATIE EN HET GEBRUIK DOOR FLORA EN FAUNA .................................................. 2 2.1 2.2 2.3
3
VERSPREIDING VAN BESCHERMDE SOORTEN OP DE LOCATIE .................................................................. 6 3.1 3.2 3.3
4
Effecten op korte termijn op beschermde soorten ..................................................................... 20 Effecten lange termijn op gunstige staat van instandhouding .................................................... 23 Verbodsbepalingen Wet natuurbescherming .............................................................................. 24
TE TREFFEN MAATREGELEN .................................................................................................................... 26 6.1 6.2 6.3 6.4 6.5
7
Voorgenomen activiteiten en manier van uitvoering .................................................................. 17 Doel en belang van de activiteiten ............................................................................................... 17 Planning en onderbouwing van de activiteiten............................................................................ 18 Alternatieven................................................................................................................................ 18
EFFECTEN VAN DE INGREEP OP FLORA EN FAUNA ................................................................................. 20 5.1 5.2 5.3
6
Onderzoeksmethode ...................................................................................................................... 6 Onderzoeksresultaten .................................................................................................................. 10 Samenvatting ............................................................................................................................... 15
VOORGENOMEN INGREEP OP DE LOCATIE EN ONDERBOUWING .......................................................... 17 4.1 4.2 4.3 4.4
5
Locatiegegevens en huidige situatie .............................................................................................. 2 Verantwoording effectenstudie en verspreidingsinformatie ......................................................... 5 Deskundige begeleiding ................................................................................................................. 5
Inleiding ........................................................................................................................................ 26 Tijdelijke mitigatie ........................................................................................................................ 26 Zorgvuldig handelen en ongeschikt maken.................................................................................. 28 Controlerondes ............................................................................................................................ 29 Duurzame maatregelen in nieuwe situatie .................................................................................. 29
SAMENVATTING ...................................................................................................................................... 31
18188.005
1
INLEIDING
Econsultancy heeft van Wonion opdracht gekregen voor het opstellen van een activiteitenplan in het kader van de Wet natuurbescherming, ten behoeve van de voorgenomen renovatie en verduurzaming van woningen en de sloop en nieuwbouw van woningen gelegen aan Essenkampstraat e.o. te Varsseveld. De volgende onderzoeksvragen zullen in onderhavige rapportage worden beantwoord: • Welke beschermde soorten zijn in het plangebied aanwezig? • Welke functie heeft het plangebied voor de soorten? • Wat is de omvang en duurzame staat van instandhouding van de bij de ingreep betrokken populaties van beschermde soorten? • Blijft de functionaliteit van de rust- en voortplantingsplaatsen behouden? • Welke eigenschappen van het gebied moeten gemitigeerd of gecompenseerd worden? • Hoe groot wordt het succes van de te nemen maatregelen ingeschat? • Welke maatregelen moeten getroffen worden om aan de zorgplicht te voldoen? • Zijn er voor de streng beschermde soorten geen meer bevredigende oplossingen? • Welk wettelijk belang is er waardoor de werkzaamheden moeten worden uitgevoerd? Uit de quickscan Wet natuurbescherming, die door Econsultancy in februari 2022 is uitgevoerd (rapportage 18188.001B, d.d. 17 februari 2022), is gebleken dat de bebouwing op de onderzoekslocatie potentieel geschikt is als nestplaats voor huismus en gierzwaluw, en als verblijfplaats voor gebouwbewonende vleermuizen.
Om negatieve gevolgen te voorkomen worden maatregelen uitgevoerd die bestaan uit het vooraf aanbieden van tijdelijke voorzieningen, vooraf ongeschikt maken van de bebouwing en het realiseren van permanente voorzieningen in de nieuwe situatie.
18188.005 versie D1
1 / 32
2
GEGEVENS VAN DE LOCATIE EN HET GEBRUIK DOOR FLORA EN FAUNA
2.1 Locatiegegevens en huidige situatie De onderzoekslocatie bestaat uit woningen aan de straten: Karel Doormanstraat, Eikenlaan, Haverstraat, Korenbloemstraat, Klaproosstraat, Essenkampstraat en Zelhemseweg te Varsseveld. De exacte adressen zijn weergegeven in tabel 2.1. De topografische ligging van de onderzoekslocatie is weergegeven in figuur 2.1. Tabel 2.1
Onderzochte adressen Varsseveld
Straat
Huisnummers
Karel Doormanstraat
2-8, 12, 1-7, 11-15 en 21
Eikenlaan
37, 37a, 39 en 39a
Haverstraat
2-12 en 1-19
Korenbloemstraat
1-13, 2-4 en 8-14
Klaproosstraat
5-11, 4, 8, 12-14 en 18 - 20
Essenkampstraat
14, 3 en 9 - 19
Zelhemseweg
18-24
18188.005 versie D1
2 / 32
Figuur 2.1 Topografische ligging van de onderzoekslocatie.
Alle onderzochte woningen zijn huurwoningen van Wonion. Deze woningen zijn alle gebouwd in de periode van 1950 tot 1960 en zijn allen voorzien van pannendaken. Vrijwel alle woningen beschikken over pannendaken, echter zijn enkele woningen voorzien van een dak gedekt met bitumen. De woningen met pannendaken beschikken over overhangende kantpannen, schoorstenen met loodslabben en zijn vrijwel altijd voorzien van dakgoten aan de voor- en achterzijde. In figuur 2.2 is een luchtfoto van de onderzoekslocatie en de directe omgeving weergegeven. Figuur 2.3 t/m figuur 2.8 geven een impressie van de onderzoekslocatie, middels foto’s die zijn genomen tijdens het veldbezoek.
18188.005 versie D1
3 / 32
Figuur 2.2 Luchtfoto onderzoekslocatie en directe omgeving.
Figuur 2.3 Woningen aan de Karel Doormanstraat.
Figuur 2.4 Woningen aan de Haverstraat.
Figuur 2.5 Woningen aan de Klaproosstraat.
Figuur 2.6 Woningen aan de Korenbloemstraat.
Figuur 2.7 Woningen aan de Karel Doormanstraat.
Figuur 2.8 Bomenrij langs de Eikenlaan.
18188.005 versie D1
4 / 32
2.2 Verantwoording effectenstudie en verspreidingsinformatie Door Econsultancy is in februari 2022 een quickscan Wet natuurbescherming voor de locatie opgesteld (rapport 18188.001.B, 17 februari 2022). De quickscan is uitgevoerd aan de hand van een bureaustudie en een veldbezoek. Het veldbezoek is afgelegd op 6 januari 2022. Tijdens dit veldbezoek is de gehele onderzoekslocatie, alsmede de omliggende percelen onderzocht. Gedurende het veldbezoek is gelet op de mogelijke aanwezigheid van beschermde soorten op basis van het aanwezige habitat. De conclusie van de quickscan ten aanzien van de huismus, gierzwaluw en vleermuizen luidt als volgt: Huismus en gierzwaluw Indien er op de onderzoekslocatie nestplaatsen van huismussen en gierzwaluwen aanwezig zijn, hetgeen op basis van de huidige informatie niet is uit te sluiten, zal de voorgenomen ingreep kunnen leiden tot overtreding van de Wet natuurbescherming. Om vast te stellen of er broedgevallen van de huismus en/of gierzwaluw op de onderzoekslocatie aanwezig zijn dient een nader onderzoek uitgevoerd te worden tijdens het broedseizoen van deze soorten. Vleermuizen Gelet op de geschiktheid van de onderzoekslocatie voor vleermuizen, zal aanvullend onderzoek noodzakelijk zijn om de daadwerkelijke functie van het gebied voor vleermuizen te kunnen vaststellen.
Deze informatie is benodigd om vast te kunnen stellen of overtredingen van de Wet natuurbescherming aan de orde zijn. Een dergelijk aanvullend onderzoek dient te worden uitgevoerd conform het protocol voor vleermuisonderzoek (Vleermuisvakberaad Netwerk Groene Bureaus, 2021). Dit houdt in dat afhankelijk van de potentiële functies er in de periode april tot en met september een aantal veldbezoeken uitgevoerd dient te worden. De vleermuissoorten die onderzocht dienen te worden zijn de gewone dwergvleermuis, ruige dwergvleermuis en laatvlieger. Vervolgens kan aan de hand van de onderzoeksresultaten worden vastgesteld of er overtredingen plaats zullen vinden bij de uitvoering van het project. Steenmarter De schuurtjes van woningen aan diverse straten zouden een vaste rust- of verblijfplaats kunnen bieden voor steenmarters. Wanneer deze schuurtjes in de toekomstige situatie verwijderd zullen worden, zal onderzocht moeten worden of steenmarters van deze schuurtjes gebruik maken.
2.3 Deskundige begeleiding De deskundige die betrokken is bij het project, betreft een ervaren ecoloog1. Econsultancy is lid van de branchevereniging Netwerk Groene Bureaus en werkt volgens de door het Netwerk opgestelde gedragscode en protocollen.
1 Alle ecologen van Econsultancy hebben op HBO, dan wel universitair niveau een opleiding genoten met als zwaartepunt (Nederlandse)
ecologie en/of • Zijn als ecoloog werkzaam voor een ecologisch adviesbureau dat is aangesloten bij het netwerk Groene Bureaus en/of • Zetten zich aantoonbaar actief in op het gebied van soortenbescherming bij de daarvoor in Nederland bestaande organisaties.
18188.005 versie D1
5 / 32
3
VERSPREIDING VAN BESCHERMDE SOORTEN OP DE LOCATIE
3.1 Onderzoeksmethode Huismus Voor het onderzoek naar de huismus zijn tussen 1 april en 15 mei 2022 twee veldbezoeken uitgevoerd, gedurende de ochtend. Tijdens deze veldbezoeken is gezocht naar roepende huismussen. Mannetjes huismussen roepen met name in het voorjaar (’s ochtends) vaak vanaf de dakranden/goten waar hun nesten zich bevinden. Bij het aantreffen van roepende mannetjes mag worden aangenomen dat zich onder het betreffende dak één of meerdere nesten bevinden. Tevens is gedurende de rondes in de ochtend gelet op huismussen die (met nestmateriaal) onder dakpannen of andere nestlocaties verdwijnen. Behalve op de onderzoekslocatie, is ook de directe omgeving onderzocht op de aanwezigheid of geschiktheid van de bebouwing voor huismus. De onderzoeksopzet is conform hetgeen is voorgeschreven in het kennisdocument voor de huismus (BIJ12, versie juni 2022). Gierzwaluw Voor het onderzoek naar de gierzwaluw zijn tussen 15 mei en 15 juli 2022 drie veldbezoeken uitgevoerd met een tussenliggende periode van minimaal 10 dagen. De onderzoeksinspanning is conform hetgeen is gesteld in het kennisdocument (BIJ12, versie juni 2017). De veldbezoeken hebben gedurende de avondschemering plaatsgevonden. In de betreffende periode scheren groepen gierzwaluwen langs gevels van panden waarin zich nesten bevinden.
De vrouwtjes die zich op het nest bevinden beantwoorden vervolgens het “gieren” van langs vliegende groepen soortgenoten. Bovendien zijn tijdens de avondschemering vaak invliegende vogels waar te nemen. De onderzoeksopzet is conform hetgeen is voorgeschreven in het kennisdocument voor de gierzwaluw (BIJ12, versie juli 2017). Vleermuizen Voor het onderzoek naar vleermuizen zijn in de periode half april tot oktober 2022 in totaal 6 veldbezoeken uitgevoerd. De veldbezoeken zijn in de avonduren en/of ochtenduren uitgevoerd. De inventarisatiemethode is conform het protocol voor vleermuisonderzoek (versie januari 2021), dat is opgesteld door het vleermuisvakberaad van het Netwerk Groene Bureaus. De onderzoeksinspanning is gebaseerd op de functies zomerverblijfplaats, kraamverblijf en paarverblijf/baltsplaats voor de gewone dwergvleermuis, ruige dwergvleermuis en laatvlieger. Het protocol heeft tot doel het belang van de functies van onderzoekslocaties voor soorten vleermuizen effectief en efficiënt vast te stellen dan wel uit te sluiten. Doordat vleermuizen iedere (verblijfs)functie slechts een beperkte periode van het jaar gebruiken, is onderzoek naar alle op de onderzoekslocatie mogelijke functies noodzakelijk. Iedere (verblijfs)functie afzonderlijk geniet een jaarronde bescherming.
18188.005 versie D1
6 / 32
Het totaal aantal veldbezoeken is vastgesteld op basis van de grootte van de onderzoekslocatie, die in drie clusters verdeeld is. Met zes bezoeken is voldoende zekerheid verkregen over de functie van de onderzoekslocatie ten aanzien van deze soortgroep. De onderzoeken naar de zomer- en kraamverblijfplaatsen zijn in totaal door 12 personen uitgevoerd. Voor het onderzoek is gebruik gemaakt van professionele batdetectors met opnamemogelijkheid (Pettersson D240x). Een batdetector zet het voor het menselijk gehoor niet hoorbare ultrasone geluid van vleermuizen om naar frequenties die wel hoorbaar zijn. Op basis van de geluidsfrequenties en ritmes kunnen verschillende soorten vleermuizen worden onderscheiden. De opnamemogelijkheid is belangrijk omdat de geluidsopnames kunnen worden gebruikt voor het determineren van soorten die op basis van hun geluid moeilijk zijn te onderscheiden (met name Myotis-soorten) en waarbij het sonogram uitsluitsel kan geven. Hierbij wordt gebruik gemaakt van analyseprogramma Batsound. Steenmarter Voor het onderzoek naar de steenmarter zijn alle schuurtjes aan de straten Karel Doormanstraat, Eikenlaan, Haverstraat, Korenbloemstraat en Klaproosstraat éénmalig intensief geïnspecteerd in de periode waarin steenmarters jongen hebben. Dit betreft de periode maart – mei.
Tijdens de inspectie is de bebouwing grondig onderzocht op verblijfsindicaties van een steenmarter, zoals sporen in de vorm van uitwerpselen, prenten, prooiresten en andere indicatoren. Tevens zijn alle schuurtjes onderzocht middels een warmtebeeldcamera, om onoverzichtelijke rommelhoekjes vrij te waren van de aanwezigheid van steenmarters. Het onderzoek naar steenmarters is zoveel mogelijk gecombineerd met het onderzoek naar huismussen. Het onderzoek naar steenmarters is uitgevoerd tussen 19 april en 3 mei 2022. Er zijn verschillende veldbezoeken uitgevoerd, om ervoor te zorgen dat alle adressen bezocht konden worden. Overzicht veldbezoeken Het onderzoek bestaat uit diverse veldbezoeken. Onderstaande tabel 3.1 bevat een overzicht van de uitgevoerde veldbezoeken. Vanwege de grootte van de onderzoekslocatie is het zomer- en kraamverblijfonderzoek van vleermuizen verdeeld over drie clusters.
18188.005 versie D1
7 / 32
Tabel 3.1
Onderzoeksinspanning april
vleermuizen
huismus
gierzwaluw
tijdstip
mei
-
juni
juli
augustus -
3 x avond*, 1 x ochtend*
september 2 x avond
datum
17 en 25 mei, 1, 13, 15 20 en 30 juni, 1, 7, 11 en 12 juli.
24 augustus en 15 september 2022
functie
zomer-/kraamverblijf
paar/baltsverblijf
tijdstip
2 x overdag
datum
21 april en 4 mei 2022
functie
territorium
tijdstip
-
-
combinatie met vleermuis
functie
nestlocaties
datum
functie
-
3 x avond*
datum
Steenmarter tijdstip
-
2 x overdag Combinatie met huismus
-
Vaste rust- en voortplantingsplaats
* het veldwerk is door 12 personen uitgevoerd. Tijdens de veldbezoeken waren de weersomstandigheden voor het waarnemen van huismussen, gierzwaluwen en vleermuizen gunstig. Tijdens geen van de veldbezoeken was de temperatuur lager dan 8 ºC. De windsnelheid lag beneden de 4 Bft. en er was geen sprake van neerslag. In tabel 3.2 zijn de omstandigheden gedurende de onderzoeken weergegeven. Tabel 3.2
Omstandigheden aanvullende onderzoeken beschermde soorten.
Datum
Ronde
Tijd
Temperatuur
Weersomstandigheden
21 april 2022
Huismus
10:30 - 14:30
16 oC
Droog, licht bewolkt, wind NO 4Bft
4 mei 2022
Huismus
9:20 - 11:30
16 oC
Droog, licht bewolkt, wind N 2Bft
17 mei 2022
Vleermuis ochtend cluster 2
03:45 - 05:45
11 oC
Droog, bewolkt, wind ONO 0Bft
25 mei 2022
Vleermuis ochtend cluster 1
03:28 - 05:28
8 oC
Droog, helder, wind Z Bft1
18188.005 versie D1
8 / 32
01 juni 2022
Gierzwaluw en vleermuis cluster 3
20:45 - 23:45
11 oC
Droog, licht bewolkt, wind ZW Bft1
13 juni 2022
Gierzwaluw en vleermuis cluster 2
20:54 - 23:54
13 oC
Droog, licht bewolkt, wind NW Bft2
15 juni 2022
Gierzwaluw en vleermuis cluster 1
20:50 - 23:50
22 oC
Droog, licht bewolkt, NO Bft3
20 juni 2022
Gierzwaluw en vleermuis cluster 3
21:00 - 00:00
16 oC
Droog, licht bewolkt, wind WNW Bft2
20 juni 2022
Gierzwaluw en vleermuis cluster 3
20:57 - 23:57
16 oC
Droog, licht bewolkt, wind WNW Bft2
30 juni 2022
Gierzwaluw en vleermuis cluster 1
21:00 - 00:00
14 oC
Droog, bewolkt, wind WNW Bft4
01 juli 2022
Gierzwaluw en vleermuis cluster 2
21:00 - 00:00
19 oC
Droog, licht bewolkt, wind ZW Bft1
01 juli 2022
Vleermuis ochtend cluster 3
03:15 - 05:15
13 oC
Droog, licht bewolkt, wind WNW Bft2
07 juli 2022
Gierzwaluw en vleermuis cluster 3
20:54 - 23:59
18 oC
Droog, bewolkt, wind N Bft3
11 juli 2022
Gierzwaluw en vleermuis cluster 2
20:00 - 00:30
19 oC
Droog, helder, wind ONO Bft2
12 juli 2022
Gierzwaluw en vleermuis cluster 1
19:50 - 23:50
25 oC
Droog, bewolkt, WZW Bft1
24 augustus 2022
Vleermuis balts
21:50 - 00:00
22 oC
Droog, helder, wind NO 3Bft
15 september 2022
Vleermuis balts
21:00 - 23:00
13 oC
Droog, bewolkt, wind WNW 2Bft
18188.005 versie D1
9 / 32
3.2 Onderzoeksresultaten Huismus Gedurende het veldonderzoek in het seizoen 2022, zijn in het onderzoeksgebied 11 nestplaatsen van huismussen aangetroffen in de bebouwing behorend tot de onderzoekslocatie. Tevens zijn er in de directe omgeving van de onderzoekslocatie nog eens 12 nestplaatsen van huismussen aangetroffen. De nestplaatsen maken deel uit van een kolonie in Varsseveld. De locaties van de nestplaatsen zijn weergegeven in tabel 3.3 en figuren 3.1. De nestplaatsen van huismussen bevinden zich voornamelijk onder de eerste rij dakpannen, deze ruimtes zijn via de dakgoot bereikbaar. Tabel 3.3
Onderzochte adressen Varsseveld
Straat
Huisnummers
Nestplaatsen huismus in de directe omgeving
Karel Doormanstraat
2, aangetroffen bij huisnummer 4 en 15
-
Eikenlaan
-
-
Haverstraat
1, aangetroffen bij huisnummer 6
7
Korenbloemstraat
2, aangetroffen bij huisnummer 14 en 7
-
Klaproosstraat
1, aangetroffen bij huisnummer 4
4
Essenkampstraat
-
-
Zelhemseweg
5, aangetroffen bij huisnummers 18, 20, 22 en 24.
1
18188.005 versie D1
10 / 32
Figuur 3.1 Verspreiding van de huismus op basis van inventarisatie in het seizoen 2022.
18188.005 versie D1
11 / 32
Gierzwaluw Tijdens de veldbezoeken gedurende het seizoen 2022 is 1 nestplaats van de gierzwaluw aangetroffen in de bebouwing behorende tot de onderzoekslocatie. In de directe omgeving zijn geen nestplaatsen aangetroffen. Er zijn verblijfplaatsen bekend in Varsseveld rondom de Juliana van Stolbergstraat en Beckingstraat. De gierzwaluw op de onderzoekslocatie maakt deel uit van een populatie gierzwaluwen in Varsseveld. De nestplaats van de gierzwaluw is aangetroffen onder de dakgoot van de woning van Korenbloemstraat huisnummer 9.
Figuur 3.2 Verspreiding van de gierzwaluw op basis van inventarisatie in het seizoen 2022.
18188.005 versie D1
12 / 32
Vleermuizen Voor het onderzoek naar vleermuizen zijn zes veldbezoeken uitgevoerd. Tijdens de onderzoeken naar zomer- en kraamverblijfplaatsen zijn er 7 zomerverblijfplaatsen en 1 kraamverblijfplaats van de gewone dwergvleermuis aangetroffen op de onderzoekslocatie. In de directe omgeving zijn nog eens 2 zomerverblijfplaatsen en 2 kraamverblijfplaatsen aangetroffen van de gewone dwergvleermuis. Op de onderzoekslocatie bevindt de kraamverblijfplaatsen zich in de woning aan de Haverstraat 12. Buiten de onderzoekslocatie in de woning aan de Essenkampstraat 16 en Klaproosstraat 2 is eveneens een kraamverblijf aangetroffen. De kraamverblijfplaatsen zijn in gebruik door één kraamkolonie die bestaat uit 93 gewone dwergvleermuizen. De kraamkolonie is van verblijfslocatie gewisseld gedurende de onderzoeksperiode. Toen de verblijfplaats op de onderzoekslocatie niet in gebruik waren was de kraamkolonie gevestigd in het kraamverblijf in de woning aan de Essenkampstraat 16 en Klaproosstraat 2. Tijdens de onderzoeken naar paarverblijfplaatsen zijn 4 baltsterritoria van de gewone dwergvleermuis aangetroffen op de onderzoekslocatie. Het was niet exact vast te stellen waar de bijbehorende paarverblijfplaatsen zich bevinden. Het is aannemelijk dat de aangetroffen zomerverblijfplaatsen ook dienen als paarverblijfplaats, gezien de territoria zich hier in de directe omgeving van bevinden.
Op basis van het onderzoek mag geconcludeerd worden dat er 2 zomerverblijfplaatsen op de onderzoekslocatie ook paarverblijfplaatsen zijn van de gewone dwergvleermuis. De vleermuizen op de onderzoekslocatie maken deel uit van een grotere lokale populatie vleermuizen uit Varsseveld. De locaties van de verblijfplaatsen zijn weergegeven in tabel 3.4 en figuur 3.3. Tabel 3.4
Onderzochte adressen Varsseveld
Straat
Huisnummers
Verblijfplaatsen gewone dwergvleermuis
Karel Doormanstraat
aangetroffen bij huisnummer 4, 6 en 21
3
Eikenlaan
-
-
Haverstraat
aangetroffen bij huisnummer 5, 12, en 17.
3
Korenbloemstraat
aangetroffen bij huisnummer 3
1
Klaproosstraat
-
-
Essenkampstraat
aangetroffen bij huisnummer 17
1
Zelhemseweg
-
-
18188.005 versie D1
13 / 32
Figuur 3.3 Verspreiding van vleermuissoorten op basis van inventarisatie in het seizoen 2022.
Steenmarter Tijdens de verschillende veldbezoeken werd vastgesteld dat een groot deel van de schuurtjes niet toegankelijk is voor steenmarters, waardoor verblijfplaatsen direct konden worden uitgesloten. Tevens beschikt een deel van de adressen niet over een schuurtje, waardoor verblijfplaatsen eveneens konden worden uitgesloten. Bij de schuurtjes die wel toegankelijk waren voor steenmarters, konden verblijfplaatsen, op een enkel geval na, worden uitgesloten door een gebrek aan schuilmogelijkheden of wegens het ontbreken van sporen van steenmarters. Bij één adres, aan de Haverstraat 2 te Varsseveld, werden sporen aangetroffen die mogelijk van steenmarters afkomstig waren. Het betroffen oude uitwerpselen en in het schuurtje hing een sterke ammoniaklucht, vermoedelijk afkomstig van urine en uitwerpselen van dieren. Om vast te stellen of dit sporen van steenmarters waren, werd gedurende 6 weken een wildcamera opgehangen in dit schuurtje. Uit dit onderzoek bleek dat de sporen niet van steenmarters maar van huiskatten afkomstig waren. Huiskatten bleken het schuurtje veelvuldig te bezoeken en lieten ook regelmatig uitwerpselen achter. Er werden gedurende deze 6 weken geen beelden gemaakt van steenmarters, waardoor het uit te sluiten is dat de steenmarter van de onderzoekslocatie gebruik maakt.
Wegens het ontbreken van beschermde functies van de steenmarter op de onderzoekslocatie, zijn er geen overtredingen op de wet Natuurbescherming ten aanzien van deze soort aan de orde. Om deze reden zal deze soort daarom ook niet verder ter sprake komen in het activiteitenplan.
18188.005 versie D1
14 / 32
3.3 Samenvatting In figuur 3.4 zijn de resultaten van het onderzoek op een topografische kaart weergegeven. In tabel 3.5 staan de aangetroffen nest- en verblijfplaatsen op de onderzoekslocatie uitgewerkt. Tabel 3.5
Onderzochte adressen Varsseveld
Straat
Huisnummers
Karel Doormanstraat
2 nestplaatsen van de huismus 3 zomerverblijfplaats van de gewone dwergvleermuis
Eikenlaan
-
Haverstraat
1 nestplaats van de huismus 2 zomerverblijfplaatsen van de gewone dwergvleermuis 1 kraamverblijfplaats van de gewone dwergvleermuis
Korenbloemstraat
2 nestplaatsen van de huismus 1 nestplaats van de gierzwaluw 1 zomerverblijfplaats van de gewone dwergvleermuis
Klaproosstraat
1 nestplaatsen van de huismus
Essenkampstraat
1 zomerverblijfplaats van de gewone dwergvleermuis
Zelhemseweg
5 nestplaatsen van de huismus
18188.005 versie D1
15 / 32
Figuur 3.4
Verspreiding resultaten veldonderzoek in het seizoen 2022.
18188.005 versie D1
16 / 32
4
VOORGENOMEN INGREEP OP DE LOCATIE EN ONDERBOUWING
4.1 Voorgenomen activiteiten en manier van uitvoering De initiatiefnemer, woonstichting Wonion, is voornemens 36 woningen te slopen en nieuwbouw te realiseren, 22 woningen te renoveren en 10 woningen te verduurzamen. De initiatiefnemer is voornemens de woningen behorend tot de onderzoekslocatie te renoveren, slopen en nieuwbouwen of te verduurzamen naar de zogenaamde ‘Nul op de meter’. In 2050 moeten alle woningen van Wonion CO2 neutraal zijn en om deze doelstelling te halen moet jaarlijks een deel van de woningen verduurzaamd worden. Het beleid van Wonion is om dit op basis van ‘Nul op de meter’ gasloos te doen. Hiervoor zullen werkzaamheden aan de daken en gevels van de betrokken woningen worden uitgevoerd, waarbij het mogelijk is dat delen van het dak gesloopt en volledig vervangen worden. In figuur 4.1 is een overzicht te zien van de plannen per woning.
Onderstaande werkzaamheden zullen onder meer worden uitgevoerd: • Sloop van een deel van de woningen; • Nieuwbouw op de plekken waar de woningen gesloopt zijn; • Vloeren van de begane grond isoleren; • Gevelisolatie aanbrengen in de vorm van spouwisolatie en/of buiten-binnenisolatie; • Dakisolatie aanbrengen in de vorm van binnen- of buitenisolatie; • Beglazing vervangen en verbeteren; • Indien nodig kozijnen en draaiende delen vervangen; • Aanbrengen warmtepomp, WTW en PV-installatie; • Indien nodig pannen herplaatsen en/of vervangen. Op basis van een nader uit te voeren technische inspectie van de woningen kunnen er mogelijk wijzigingen aan het planvoornemen plaatsvinden.
4.2 Doel en belang van de activiteiten Wonion wil in het jaar 2050 CO2 neutraal zijn en ervoor zorgen dat alle woningen adequaat geïsoleerd en gasloos zijn en de ‘Nul op de meter’ halen. De woningen zijn momenteel slecht geïsoleerd, tochtig en niet duurzaam. Tevens is Wonion voornemens om meer woningen zorggeschikt te maken, nu in de regio de vraag naar zorggeschikte woningen toeneemt. Het realiseren van geschikte nieuwe woningen en het verduurzamen en isoleren van woningen zal een positief effect hebben op de volksgezondheid. Het hebben van een goede, veilige woning is een primaire levensbehoefte van de mens. In artikel 22 van de Nederlandse Grondwet is het thema Volksgezondheid dan ook samen met Woongelegenheid opgenomen. De relatie tussen huisvesting en gezondheid is breed onderzocht en in kaart gebracht, waaruit blijkt dat het hebben van een veilige en goede woning bijdraagt aan de fysieke en mentale gezondheid van mensen (Cattaneo et al., 2009; Fertig & Reingold, 2007; Fuller-Thomson et al., 2000; Gurney, 2020; Shaw, 2004)
18188.005 versie D1
17 / 32
Figuur 4.1
Planvoornemen Essenkampstaat e.o. (Bron: Wonion).
4.3 Planning en onderbouwing van de activiteiten Wonion is voornemens om aan het einde van het tweede of aan het begin van het derde kwartaal van 2024 te starten met de voorgenomen werkzaamheden. Dit geldt voor zowel de woningen die gesloopt, als voor de woningen die gerenoveerd of verduurzaamd zullen worden. Voorafgaand aan de werkzaamheden zullen in februari/maart 2023 mitigerende maatregelen aangebracht worden. De woningen zullen in september en/of oktober van 2023 ongeschikt gemaakt worden voor gebouwbewonende soorten.
4.4 Alternatieven Voor de woningen die binnen het planvoornemen gesloopt gaan worden, zijn geen andere alternatieven voor handen. De woningen die nu gesloopt gaan worden zijn onderzocht ten aanzien van de doelstellingen NOM en zorggeschiktheid. Deze blijkbaar haalbaar, zij het tegen hoge kosten. Gebleken is echter ook dat de onderlinge gehorigheid tussen de afzonderlijke woningen niet opgelost wordt en mogelijk zelfs versterkt wordt door een renovatie. Met deze wetenschap heeft Wonion moeten besluiten om deze woningen toch te slopen. Voor de typen die als te renoveren zijn aangemerkt, geldt de gehorigheid niet, gebleken is dat hier aan de normen wordt voldaan.
18188.005 versie D1
18 / 32
Een alternatief voor de huidige ingreep zou zijn om alle woningen volledig te slopen en nieuwbouw te realiseren. Hiermee kan de beoogde ‘Nul op de meter’ gerealiseerd worden. Echter, deze mogelijkheid vormt voor gebouwbewonende soorten een grotere verstoring dan de voorgenomen renovatie, verduurzaming en deels sloop en nieuwbouw. Het betreft dus reeds het minst verstorende alternatief. Alternatieven om op andere wijzen te verduurzamen zijn er niet, omdat de maatregelen exact op elkaar af gestemd moeten worden om de ‘Nul op de Meter’ te realiseren. Het is niet mogelijk om de werkzaamheden in een andere periode te laten plaatsvinden, omdat Wonion in 2050 alle woningen verduurzaamd moet hebben, waardoor constant woningen verduurzaamd moeten worden.
18188.005 versie D1
19 / 32
5
EFFECTEN VAN DE INGREEP OP FLORA EN FAUNA
5.1 Effecten op korte termijn op beschermde soorten De volgende soorten zijn in het plangebied aangetroffen (tabel 5.1). Tabel 5.1 soorten.
Overzicht van aangetroffen soorten in het plangebied en de effecten van de werkzaamheden op de aangetroffen
Straatnaam
Voorgenomen peri- Verstorende ode werkzaamheden werkzaamheden
Aangetroffen nesten of ver- Locatie broedgelegen- Ecologisch effect van blijfplaatsen heid of verblijfplaatsen werkzaamheden
Karel Doormanstraat
Derde kwartaal 2024 Renovatie en verduurzaming
2 nestplaatsen van de huismus 3 zomerverblijfplaatsen van de gewone dwergvleermuis
Onder eerste rij dakpannen en in de kopgevels.
Nestplaatsen verdwijnen verblijfplaats verdwijnt
Eikenlaan
Derde kwartaal 2024 Sloop en nieuwbouw
-
-
-
Haverstraat
Derde kwartaal 2024 Sloop en nieuwbouw
1 nestplaats van de huismus 2 zomerverblijfplaatsen en 1 kraamverblijfplaats van de gewone dwergvleermuis
Onder eerste rij dakpannen en in de kopgevels.
verblijfplaatsen verdwijnen
Korenbloemstraat
Derde kwartaal 2024 Verduurzaming, sloop en nieuwbouw
2 nestplaatsen van de huismus 1 nestplaats van de gierzwaluw 1 zomerverblijfplaats van de gewone dwergvleermuis
Onder eerste rij dakpannen en in de kopgevels.
verblijfplaatsen verdwijnen
Klaproosstraat
Derde kwartaal 2024 Renovatie, verduurzaming, sloop en nieuwbouw
1 nestplaats van de huismus
Onder eerste rij dakpannen
verblijfplaats verdwijnt
Essenkampstraat
Derde kwartaal 2024 Renovatie en verduurzaming
1 zomerverblijfplaats van de gewone dwergvleermuis
In de kopgevel.
verblijfplaatsen verdwijnen
5 nestplaatsen van de huismus
Onder eerste rij dakpannen
verblijfplaatsen verdwijnen
Zelhemseweg Derde kwartaal 2024 Renovatie
18188.005 versie D1
20 / 32
Huismus Ooit was de huismus de meest algemene broedvogel van Nederland. De soort is de laatste decennia om onbekende redenen in aantal vrij hard achteruit gegaan. Begin jaren tachtig van de 20e eeuw begon de afname, die in de beginjaren negentig versnelde. Dit heeft geresulteerd in een landelijke afname van meer dan 50% van het aantal broedparen. Vermoedelijk is één van de oorzaken de afname van broedgelegenheid, onder andere door renovatie en isolatie van oude woningen, en dit in combinatie met een afgenomen voedselaanbod, minder dekking en een toename aan predatie. Ondanks dat de oppervlakte stedelijk gebied en het aantal huizen groter geworden is in Nederland, is de huismus in aantal afgenomen. Door de werkzaamheden aan het dak (vervangen en isoleren van de daken en het slopen van diverse woningen) verdwijnen 11 nestplaatsen van de huismussen. Huismussen zijn het gehele jaar in de omgeving van hun nestlocatie te vinden. Soms worden de nesten gebruikt om te slapen. De nesten worden meerdere jaren gebruikt, maar huismussen bouwen het gehele broedseizoen aan de nesten. Aantasting van een legsel wordt niet verwacht. Omdat de werkzaamheden deels overlappen met de broedtijd van de huismus zal voordat de werkzaamheden beginnen de bebouwing ongeschikt worden gemaakt. Het ongeschikt maken gebeurt buiten de broedperiode van de huismus.
Om te garanderen dat er ten alle tijen voldoende uitwijkmogelijkheden aanwezig zijn, worden 11 tijdelijke tweedelige huismuskasten voorafgaand aan de werkzaamheden geplaatst in de directe omgeving. Maatregel: het ongeschikt maken van de bebouwing uitvoeren buiten de broedperiode van de huismus. Maatregel: plaatsen van in totaal 11 tweedelige huismuskasten in directe omgeving van nestplaatsen. Gierzwaluw De gierzwaluw is een vrij algemene broedvogel die vooral in oude stadscentra voorkomt. Het aantal broedparen wordt geschat op 30.000 tot 60.000 in de periode 1998-2000. Doordat de soort erg moeilijk is te inventariseren is er geen duidelijkheid over de omvang en ontwikkeling van de populatie. Of de soort toe- of afneemt in Nederland is dus niet bekend. De soort broedt in kolonies, de nesten liggen veelal bij elkaar in de buurt. Op de onderzoekslocatie is 1 nestlocatie van de gierzwaluw vastgesteld. De invlieglocatie bevindt zich onder dakgoot van de betreffende woning. Het nest ondervindt echter geen verstoring door de werkzaamheden. Omdat de werkzaamheden deels overlappen met de broedtijd van de gierzwaluw zal voordat de werkzaamheden beginnen de bebouwing ongeschikt worden gemaakt. Het ongeschikt maken gebeurt buiten de broedperiode van de gierzwaluw.
Om te garanderen dat er ten alle tijen voldoende uitwijkmogelijkheden aanwezig zijn, worden tijdelijke gierzwaluwkasten voorafgaand aan de werkzaamheden geplaatst in de directe omgeving. Maatregel: het ongeschikt maken van de bebouwing uitvoeren buiten de broedperiode van de gierzwaluw. Maatregel: vooraf aanbieden van 5 alternatieve verblijfplaatsen voor gierzwaluwen.
18188.005 versie D1
21 / 32
Gewone dwergvleermuis Gewone dwergvleermuizen leven in netwerken van meerdere (lokale) populaties. De lokale populatie wordt gevormd door één of meerdere kraamkolonies, enkele niet-voortplantende groepen vrouwtjes en de mannetjes. Een kolonie gewone dwergvleermuizen bestaat uit de vrouwtjes die meerdere kraamverblijven gebruiken die elk enkele tientallen tot honderden vrouwtjes bevat. De netwerken van kraamgroepen zijn via de massawinterverblijfplaatsen aan elkaar verbonden. Het aantal dieren in een gebied is sterk afhankelijk van het voedselaanbod. Omdat de gewone dwergvleermuis een trage voortplanter is verloopt uitbreiding of herstel van een populatie niet snel. Door de werkzaamheden zullen er 2 zomer- en paarverblijfplaatsen, 5 zomerverblijfplaatsen en 1 kraamverblijfplaats van de gewone dwergvleermuis definitief verdwijnen. Vleermuizen maken gebruik van een netwerk van verblijfplaatsen waartussen ze regelmatig verhuizen. Een tijdelijk verlies van een zomer- of paarverblijfplaats van vleermuizen is over het algemeen in ecologisch opzicht daarom geen groot probleem. Een kraamverblijf vormt echter wel een risico voor de instandhouding van de lokale populatie. Omdat de voorgenomen werkzaamheden binnen de actieve periode van de gewone dwergvleermuis worden uitgevoerd, worden voor de zomer- en paarverblijfplaatsen alternatieve verblijfplaatsen aangeboden.
Om de staat van instandhouding niet negatief te beïnvloeden worden er alternatieve kraamverblijfplaatsen gerealiseerd. Ten aanzien van de zorgplicht is het van belang dat er met de renovatie van de bebouwing geen vleermuizen worden verwond of gedood. Daarom wordt de bebouwing vooraf ongeschikt gemaakt. Het ongeschikt maken van de bebouwing zal worden uitgevoerd in het actieve seizoen en buiten de kraamperiode van vleermuizen en buiten de broedperiode van de huismus en gierzwaluw, dat wil zeggen in de periode september tot en met oktober. Maatregel: aanbieden van in totaal 28 alternatieve verblijfplaatsen voor 7 zomer- en/of paarverblijfplaats van de gewone dwergvleermuis. Maatregel: aanbieden van in totaal 4 alternatieve kraamverblijfplaatsen voor 1 kraamverblijfplaats van de gewone dwergvleermuis. Maatregel: De renovatiewerkzaamheden buiten het kraamseizoen van de gewone dwergvleermuis uitvoeren om aantasting van deze functie te voorkomen. Maatregel: Het ongeschikt maken van de bebouwing uitvoeren in het actieve seizoen van de gewone dwergvleermuis.
18188.005 versie D1
22 / 32
5.2 Effecten lange termijn op gunstige staat van instandhouding Huismus Daar waar daken worden vervangen verdwijnt over het algemeen de meeste broedgelegenheid voor huismussen. Vaak zullen nieuwe dakpannen strak aansluiten en daardoor niet toegankelijk zijn voor huismussen. Veelal wordt vogelschroot toegepast, zodat er geen toegang is vanaf de dakrand. Bovendien is op het isolatiemateriaal geen geschikte nestgelegenheid. In het plangebied zijn in totaal 11 nesten van huismussen aanwezig. Deze nesten maken onderdeel uit van een grotere kolonie in de directe nabijheid van de planlocatie. De staat van instandhouding is daarom niet in het geding maar het is wel belangrijk dat er effectieve maatregelen getroffen worden om de populatie van huismussen in de toekomst duurzaam in stand te houden en mogelijk zelfs te verbeteren. Door bij de woonblokken het vogelschroot te verplaatsen en te zorgen voor voldoende ruimte tussen het nieuwe dakbeschot en de dakpannen blijft op de lange termijn de functionaliteit van de bebouwing voor huismussen behouden en wordt het plangebied zo mogelijk zelfs geschikter voor de huismus. Maatregel: het vogelschroot verplaatsen naar de derde rij dakpannen. Gierzwaluw Het “natuurlijke” aanbod van nestgelegenheden voor de gierzwaluw ligt onder druk.
De werkzaamheden dienen daarom zodanig worden uitgevoerd dat na afloop van de werkzaamheden voldoende nestlocaties aanwezig zijn voor de soort. In het plangebied is 1 nestplaats van de gierzwaluw aanwezig. De nestplaats maakt onderdeel uit van een grotere kolonie gierzwaluwen in de directe omgeving. Door uitvoering van de werkzaamheden is de staat van instandhouding daarom niet in het geding. De werkzaamheden bieden zo mogelijk zelfs een kans om de lokale populatie voor gierzwaluwen te versterken. Door onder de dakgoten en de kopgevels van de te renoveren woningen inbouwkasten voor gierzwaluwen in te metselen blijft op de lange termijn de functionaliteit van de bebouwing voor gierzwaluwen behouden en kunnen de gierzwaluwen in de toekomst de woningen op de planlocatie gebruiken om te broeden. Maatregel: het inmetselen van in totaal 5 inbouwkasten voor gierzwaluwen. Gewone dwergvleermuis Het “natuurlijke” aanbod van verblijfplaatsen voor vleermuizen ligt onder druk. De aanwezigheid van 7 zomeren/of paarverblijfplaatsen van de meest algemene vleermuissoort van Nederland, de gewone dwergvleermuis, betreft een niet gevoelig gebruik van de soort. Echter omdat bij moderne bouwtechnieken er minder verblijfsmogelijkheden voor vleermuizen zijn, is het van belang dat er nieuwe permanente verblijfplaatsen voor de gewone dwergvleermuis worden gecreëerd.
Na afloop van de werkzaamheden dient de bebouwing daarom wederom geschikt te zijn als zomer- en paarverblijfplaats voor de gewone dwergvleermuis. Daarom worden de te renoveren woningen geschikt gemaakt voor de gewone dwergvleermuis als zomer- en paarverblijfplaats. Hiervoor zullen er inbouwkasten in de gevel worden gemetseld.
18188.005 versie D1
23 / 32
De aanwezigheid van een kraamverblijf betreft echter een gevoelig gebruik. Om de staat van instandhouding niet negatief te beïnvloeden worden er nieuwe permanente kraamverblijfplaatsen gerealiseerd in de te renoveren woningen. Door 4 nieuwe permanente kraamverblijfplaatsen te realiseren middels inmetselkasten wordt de functie als kraamverblijfplaats gewaarborgd. Maatregel: inmetselen van in totaal 28 inmetselkasten voor de functie zomer- en paarverblijfplaats in de te renoveren bebouwing. Maatregel: inmetselen van in totaal 4 inmetselkasten voor de functie kraamverblijfplaats in de te renoveren bebouwing.
5.3 Verbodsbepalingen Wet natuurbescherming Huismus De huismus valt onder het beschermingsregime van artikel 3.1 van de Wet natuurbescherming. Het is verboden de voortplantings- en rustplaatsen te beschadigen of te vernielen en de nesten mogen niet worden weggenomen. Bij de renovatie, verduurzaming en sloop van de bebouwing zijn er maatregelen nodig om de functionaliteit voor de soort te behouden. Hiermee wordt voorkomen dat de staat van instandhouding van de lokale populatie wordt aangetast. Omdat de nesten in principe het hele jaar gebruikt worden is er een ontheffing van artikel 3.1 lid 2 benodigd voor het tijdelijke verlies van functionaliteit. Artikel 3.1 lid 4 en 5 betreft het opzettelijk storen van vogels. Bij het verjagen van de huismussen, als gevolg van de werkzaamheden aan de bebouwing is sprake van voorwaardelijke opzet en is het artikel van kracht. Echter zal het verjagen, door het nemen van maatregelen, de staat van instandhouding niet negatief beïnvloeden. Overtreding van Artikel 3.1 lid 4, conform lid 5 is daarom niet aan de orde. Gierzwaluw De gierzwaluw is een beschermde diersoort als bedoeld in artikel 3.1 van de Wet natuurbescherming. De nesten van gierzwaluwen zijn jaarrond beschermd.
De verboden handelingen die van toepassing zijn, betreffen het opzettelijk doden of vangen van vogels, het opzettelijk verstoren van de vogels en beschadigen of vernielen van nest, eieren en rustplaatsen. Bij de renovatie, verduurzaming en sloop van de bebouwing zijn er maatregelen nodig om de functionaliteit voor de soort te behouden. Hiermee wordt overtreding van de Wet natuurbescherming voorkomen. Ondanks het toepassen van maatregelen is hiervoor een ontheffing nodig van artikel 3.1 lid 2. Artikel 3.1 lid 4 en 5 betreft het opzettelijk storen van vogels. Zolang de werkzaamheden buiten het broedseizoen plaatsvinden, is er geen sprake van overtreding van artikel 3.1 lid 4, conform lid 5 van de Wet natuurbescherming.
18188.005 versie D1
24 / 32
Gewone dwergvleermuis Alle vleermuissoorten vallen onder het beschermingsregime van de Habitatrichtlijn en de conventie van Bonn, in de Wet natuurbescherming ondergebracht in artikel 3.5. De verboden handelingen die van toepassing zijn op de vleermuizen betreffen het opzettelijk verstoren, doden of vangen van de dieren en het beschadigen of vernielen van de rust- en voortplantingsplaatsen. Bij de renovatie, verduurzaming en sloop van de bebouwing is het niet te voorkomen dat wegnemen, vernielen of beschadigen van verblijfplaatsen optreedt, waardoor artikel 3.5 lid 4 wordt overtreden. Door het treffen van maatregelen kan de functionaliteit voor de soort behouden blijven. Hiermee wordt overtreding van de Wet natuurbescherming niet voorkomen, zodat een ontheffing noodzakelijk is. Wettelijk belang uit de Habitatrichtlijn en Vogelrichtlijn De woningen op de onderzoekslocatie zijn slecht geïsoleerd en verkeren in matige bouwkundige staat met tocht en vocht als gevolg. Met de voorgenomen renovatie, verduurzaming, sloop en nieuwbouw wordt een leefomgeving gerealiseerd die betere leefomstandigheden en woongenot creëren voor bewoners. De ontheffing voor de beschermde soorten onder de Habitatrichtlijn en Vogelrichtlijn worden daarom aangevraagd in het belang van volksgezondheid en openbare veiligheid.
18188.005 versie D1
25 / 32
6
TE TREFFEN MAATREGELEN
6.1 Inleiding De te nemen maatregelen zijn in te delen in de volgende vier stappen: a. alternatieve verblijfplaatsen aanbieden als tijdelijke opvang van het verlies van de potentiële verblijfplaatsen voor de periode tussen de ingreep en de realisatie van de nieuwe situatie; b. onderzoekslocatie voor de ingreep ongeschikt maken voor beschermde soorten; c. controleronde(s) om afwezigheid beschermde soorten op moment van ingreep aan te tonen; d. in de nieuwe situatie duurzame verblijfsmogelijkheden voor beschermde soorten creëren.
6.2 Tijdelijke mitigatie Huismus Voor de huismus worden voor elke nestplaats in het plangebied 2 tijdelijke kasten binnen 200 meter van het plangebied geplaatst. Omdat er 11 nesten van huismussen in het plangebied aanwezig zijn, worden daarom 11 tijdelijke tweedelige nestkasten opgehangen. De kasten zijn van het type HMT2 van Unitura of vergelijkbaar (figuur 6.1). De kasten worden aan woningen in de directe omgeving geplaatst, minimaal 3 maanden voorafgaand aan de renovatie, verduurzaming en sloop. In figuur 6.5 is een voorstel van de locaties van de tijdelijke kasten weergegeven. De exacte locaties van de te plaatsen kasten en foto’s van de ophanglocaties zullen in het logboek worden verwerkt en later worden opgestuurd naar de provincie Gelderland.
Figuur 6.1 Tijdelijke huismuskast (HMT2) van Unitura.
Gierzwaluw Om het tijdelijke verlies van de gierzwaluwnesten op te vangen totdat de werkzaamheden afgerond zijn, worden 5 kasten van het type van Unitura (figuur 6.2) opgehangen binnen 200 meter van het plangebied. De kasten zullen in ieder geval blijven hangen tot een jaar na afloop van de werkzaamheden. De kasten worden minimaal 3 maanden voorafgaand aan de sloopwerkzaamheden geplaatst. In figuur 6.5 is een voorstel van de locaties van de tijdelijke kasten weergegeven. De exacte locaties van de ophanglocaties Figuur 6.2 Tijdelijke gierzwaluwkast (GZT1) moeten nog worden afgestemd met de initiatiefnemer. Daarom van Unitura. worden de exacte locaties van de te plaatsen kasten en foto’s van de ophanglocaties in het logboek verwerkt en later opgestuurd naar de provincie Gelderland.
18188.005 versie D1
26 / 32
Gewone dwergvleermuis Voor het aanbieden van tijdelijke alternatieven, zullen minimaal zes maanden voor de renovatie, verduurzaming en sloopwerkzaamheden, vier tijdelijke vleermuiskasten voor elke aangetroffen verblijfplaats worden opgehangen, binnen 200 meter van de huidige verblijfplaatsen. Omdat er in het plangebied in totaal 7 zomer- en/of paarverblijfplaatsen van de gewone dwergvleermuis aanwezig zijn, worden daarom in totaal 28 tijdelijke vleermuiskasten geplaatst van het type VMT1 van Unitura (figuur 6.3) of een vergelijkbaar model. Vanwege de aanwezigheid van 1 kraamverblijfplaats worden er 4 tijdelijke kraamverblijfplaatsen geplaatst van het type VMT3 van Unitura (figuur 6.4) of een vergelijkbaar model. In figuur 6.5 is een voorstel van de locaties van de tijdelijke kasten weergegeven. De exacte locaties van de ophanglocaties moeten nog worden afgestemd met de initiatiefnemer. Daarom zullen de exacte locaties van de te plaatsen kasten en foto’s van de ophanglocaties in het logboek worden verwerkt en later worden opgestuurd naar de provincie Gelderland.
Figuur 6.3 Vleermuiskast VMT1 van Unitura
18188.005 versie D1
Figuur 6.4 Vleermuiskast VMT3 van Unitura.
27 / 32
Figuur 6.5 Voorstel voor de tijdelijke voorzieningen in de directe omgeving van de planlocatie.
6.3 Zorgvuldig handelen en ongeschikt maken Het broedseizoen van huismussen loopt globaal van 15 maart tot 1 september en het broedseizoen van gierzwaluwen globaal van begin mei tot eind juli. Doordat de werkzaamheden overlappen met het broedseizoen van de huismus en gierzwaluw wordt de bebouwing ongeschikt gemaakt als broedlocatie. De betreffende woningen moeten voor 15 maart ongeschikt gemaakt worden voor huismussen. De bebouwing kan ongeschikt gemaakt worden voor huismussen en gierzwaluwen door gootborstels aan te brengen onder de eerste rij dakpannen, waardoor vogels geen toegang meer kunnen krijgen tot ruimtes onder de dakpannen via de dakgoot. Ruimtes langs overhangende kantpannen, nokvorsten en andere geschikte openingen kunnen ontoegankelijk gemaakt worden middels rugvulling. Doordat de werkzaamheden overlappen met de actieve periode van vleermuizen wordt de bebouwing ongeschikt gemaakt. Het ongeschikt maken voor vleermuizen wordt gerealiseerd door voorafgaand aan de renovatieen sloopwerkzaamheden de kopgevels ongeschikt te maken middels het aanbrengen van exclusion flaps en rugvulling, en het oplichten en indien nodig dichtzetten van loodslabben. Het ongeschikt maken dient uitgevoerd te worden in de actieve periode van vleermuizen, globaal lopend van 1 april tot 1 november, en bij een avondtemperatuur van minimaal 10°C.
Vanwege het broedseizoen voor de huismus en de gierzwaluw zal het ongeschikt maken van de bebouwing uitgevoerd worden tussen 1 september en 1 november. De exacte werkwijze wordt ter plaatse beoordeeld en begeleid door de ecologisch begeleider.
18188.005 versie D1
28 / 32
6.4 Controlerondes Omdat het vleermuisonderzoek slechts een momentopname betreft en vleermuizen opportunistisch kunnen zijn ten aanzien van de keuze van hun verblijfplaats, wordt na afloop van het ongeschikt maken van de woningen een controleronde uitgevoerd. Hierbij wordt met behulp van batdetectors tijdens het uitvliegmoment gecontroleerd of er bij de bekende verblijfplaatsen en de directe omgeving ervan, uitvliegende vleermuizen aanwezig zijn. Indien noodzakelijk worden door de ecologisch begeleider, op basis van deze controleronde, aanvullende maatregelen voorgesteld.
6.5 Duurzame maatregelen in nieuwe situatie Huismus In totaal zullen bij alle te renoveren, verduurzamen en nieuw te bouwen woningen zowel aan de voor- als achterzijde het vogelschroot worden verplaatst naar de derde panlat (figuur 6.7). Hierdoor worden de huidig aanwezige potenties volledig teruggebracht en zelfs versterkt aangezien er nu bij een deel van de woningen vogelschroot onder de eerste rij dakpannen aanwezig is. De renovatiewoningen bieden, na afloop van de werkzaamheden, hiermee nestgelegenheid voor minimaal 256 huismussen (uitgaande van minimaal 4 nesten per woning). Gierzwaluw Voor de nesten van de gierzwaluw worden inbouwvoorzieningen gerealiseerd. Omdat er in de huidige situatie 1 gierzwaluwnest aanwezig is, worden voor de gierzwaluw in totaal 5 inbouwvoorzieningen gerealiseerd in de te renoveren, verduurzamen en de nieuw te bouwen woningen. Deze worden geplaatst onder de dakgoten en bij de kopgevels net als in de huidige situatie. Hierbij wordt gebruik gemaakt van de inmetselsteen van het type GZP2 van Unitura (zie figuur 6.8). In figuur 6.10 is een voorstel weergegeven voor het plaatsen van de inmetselkasten voor gierzwaluwen. De exacte locaties van de inbouwkasten zijn op moment van schrijven nog niet bekend. Echter zal er voldaan worden aan de randvoorwaarden en maatvoeringen zoals gesteld in het kennisdocument (BIJ12, 2017).
Hierbij kan gedacht worden aan verschillende windrichtingen, microklimaten, vrije aanvliegroutes, en minimale hoogtes. Vleermuizen De te renoveren, verduurzamen en nieuw te bouwen woningen op de planlocatie worden permanent geschikt gemaakt als zomer- en paarverblijfplaats voor de gewone dwergvleermuis door het inbouwen van 28 vleermuiskasten. De kasten die hiervoor toegepast worden zijn van het type VMPM1 van Unitura, of vergelijkbaar (figuur 6.6). Voor de aangetroffen kraamverblijfplaats worden 4 permanente kraamverblijfkasten ingemetseld van het type VMPMK1 (figuur 6.9) of een vergelijkbaar model. Figuur 6.6 Inbouwkast van het type VMPM1, van Unitura.
18188.005 versie D1
29 / 32
De exacte locaties van de inbouwkasten moeten nog worden afgestemd met de initiatiefnemer. Het inbouwen van de kasten zal onder ecologische begeleiding van een ter zake kundige plaatsvinden. In figuur 6.10 is globaal aangegeven waar de inbouwkasten in de muur gemetseld kunnen worden. De foto’s en exacte locaties van de inbouwkasten zullen in het logboek worden vermeld en later aan de provincie Gelderland worden verstrekt onder vermelding van het zaaknummer.
Figuur 6.7 Voorbeeld plaatsen schroot bij derde rij dakpannen.
vogel-
Figuur 6.8 Inmetselsteen type GZP2 van Unitura.
Figuur 6.9 Inbouwkast van het type VMPMK1, van Unitura.
Figuur 6.10 Voorstel voor de permanente voorzieningen in de toekomstige situatie.
18188.005 versie D1
30 / 32
7
SAMENVATTING
Econsultancy heeft in opdracht van Wonion een activiteitenplan opgesteld in het kader van de Wet natuurbescherming, ten behoeve van de voorgenomen renovatiewerkzaamheden aan de Essenkampstraat e.o. te Varsseveld. De volgende onderzoeksvragen zijn beantwoord: • Welke beschermde soorten zijn in het plangebied aanwezig? o Het betreft de huismus, gierzwaluw en gewone dwergvleermuis. •
Welke functie heeft het plangebied voor de soorten? o Het betreft 11 nestplaatsen voor de huismus. o Het betreft 1 nestplaats van de gierzwaluw. o Het betreft 7 zomer- en/of paarverblijfplaatsen en 1 kraamverblijfplaats voor de gewone dwergvleermuis.
•
Wat is de omvang en duurzame staat van instandhouding van de bij de ingreep betrokken populaties van beschermde soorten? o Er zijn 11 nestplaatsen van de huismus aanwezig. Het betreft een niet gevoelig gebruik voor deze soort, de staat van instandhouding is niet in het geding. o Er is 1 nestplaats van de gierzwaluw aanwezig. Het betreft een niet gevoelig gebruik voor deze soort, de staat van instandhouding is niet in het geding. o Er zijn 7 zomer- en/of paarverblijfplaatsen en 1 kraamverblijf voor de gewone dwergvleermuis aanwezig. De zomer- en/of paarverblijfplaatsen betreffen een niet gevoelig gebruik. De aanwezige kraamverblijfplaatsen betreffen een gevoelig gebruik voor de staat van instandhouding van de lokale populatie gewone dwergvleermuis. Om de staat van instandhouding te waarborgen worden er maatregelen getroffen waardoor de staat van instandhouding niet in geding komt.
•
Blijft de functionaliteit van de rust- en voortplantingsplaatsen behouden? o De functionaliteit blijft behouden door het tijdelijk aanbieden van alternatieve verblijfplaatsen, het ongeschikt maken van de bebouwing voor de soorten voorafgaand aan de werkzaamheden en het opnieuw geschikt maken van de bebouwing na afloop van de renovatie.
18188.005 versie D1
31 / 32
•
Welke eigenschappen van het gebied moeten gemitigeerd of gecompenseerd worden? o De 11 nestplaatsen van de huismus worden gecompenseerd middels 11 tijdelijke tweedelige kasten. De permanente mitigatie bestaat uit het verplaatsen van het vogelschroot naar de derde pannenrij. o De nestplaats van de gierzwaluw wordt gecompenseerd middels 5 tijdelijke en permanente verblijfplaatsen. o De zomer- en/of paarverblijfplaatsen en de kraamverblijfplaats worden gecompenseerd middels 28 tijdelijke en permanente zomer- en/of paarverblijfplaatsen en middels 4 tijdelijke en permanente kraamverblijfplaatsen.
•
Hoe groot wordt het succes van de te nemen maatregelen ingeschat? o De te treffen maatregelen zijn conform de, voor de huismus, gierzwaluw en de gewone dwergvleermuis opgestelde, kennisdocumenten (BIJ12, versie juni 2022 en juli 2017), en zijn daarmee voldoende bewezen effectief.
•
Welke maatregelen moeten getroffen worden om aan de zorgplicht te voldoen? o De bebouwing wordt vooraf ongeschikt gemaakt voor huismussen, gierzwaluwen en vleermuizen. Alle kritische werkzaamheden worden onder ecologische begeleiding uitgevoerd en er wordt zorgvuldig gehandeld.
•
Zijn er voor de streng beschermde soorten geen meer bevredigende oplossingen. o Het betreft de reeds minst verstorende oplossing.
•
Welk wettelijk belang is er waardoor de werkzaamheden moeten worden uitgevoerd? o In het belang van volksgezondheid en openbare veiligheid.
Econsultancy 17 februari 2023
18188.005 versie D1
32 / 32
Geraadpleegde bronnen
BIJ12 (2022). Kennisdocument huismus. Opgehaald van https://www.bij12.nl/assets/BIJ12-2017-009-KennisdocumentHuismus-1.0.pdf. BIJ12 (2017b). Kennisdocument gierzwaluw. Opgehaald van https://www.bij12.nl/assets/BIJ12-2017-006-KennisdocumentGierzwaluw-1.0.pdf. BIJ12 (2017c). Kennisdocument gewone dwergvleermuis. Opgehaald van https://www.bij12.nl/assets/BIJ12-2017-004-Kennisdocument-Gewone-dwergvleermuis-1.0.pdf. Vleermuisvakberaad Netwerk Groene Bureaus (2021). Vleermuisprotocol 2021. Opgehaald van https://netwerkgroenebureaus.nl/vleermuisprotocol. Wet natuurbescherming (2015, 16 december). Opgehaald van: https://wetten.overheid.nl/BWBR0037552/2021-02-17.