Bijlage 6 Aanmeldnotitie vormvrije mer-beoordeling.pdf
Tekst van het document
AANMELDNOTITIE VORMVRIJE MER-BEOORDELING HIDDINKDIJK 31 EN 31A HEELWEG
INHOUDSOPGAVE 1 ALGEMEEN.............................................................................................................................................................................. 2 1.1 Inleiding .............................................................................................................................................................. 2 1.2 Aanleiding vormvrije m.e.r.-beoordeling ..................................................................................................... 2 1.3 Situering............................................................................................................................................................. 3 1.4 Gewenste situatie ............................................................................................................................................. 5 2 KENMERKEN VAN HET PROJECT .......................................................................................................................................... 6 2.1 Omvang van het project .................................................................................................................................. 6 2.2 Cumulatie met andere projecten ..................................................................................................................
6 2.3 Gebruik van natuurlijke hulpbronnen ......................................................................................................... 6 2.4 Productie van afvalstoffen ............................................................................................................................. 6 2.5 Verontreiniging en hinder .............................................................................................................................. 6 2.6 Risico zware ongevallen/rampen ................................................................................................................. 6 2.7 Gezondheidsrisico’s ......................................................................................................................................... 6 3 Plaats van het project ........................................................................................................................................................ 7 3.1 Bestaand grondgebruik .................................................................................................................................. 7 3.2 Natuurlijke hulpbronnen ................................................................................................................................
7 3.3 Opnamevermogen van het natuurlijke milieu ............................................................................................ 7 4 Kenmerken van het potentiële effect .............................................................................................................................. 8 4.1 Inleiding .............................................................................................................................................................. 8 4.2 Bodem ................................................................................................................................................................. 8 4.3 Archeologie en cultuurhistorie ..................................................................................................................... 8 4.4 Flora en Fauna .................................................................................................................................................. 9 4.4.1 Gebiedsbescherming Natura 2000 ............................................................................................. 9 4.4.2 Gebiedsbescherming Gelders Natuurnetwerk/Groene ontwikkelingszone ...................... 9 4.4.3 Soortenbescherming ..................................................................................................................
10 4.5 Geluid ................................................................................................................................................................ 10 4.6 Luchtkwaliteit .................................................................................................................................................. 10 4.7 Bedrijven en milieuzonering ........................................................................................................................ 11 4.8 Externe veiligheid ........................................................................................................................................... 11 4.9 Water ................................................................................................................................................................. 12 4.10 Verkeer en parkeren ................................................................................................................................... 12 4.11 Kabels en leidingen...................................................................................................................................... 12 5 Conclusie ............................................................................................................................................................................ 13
1
1 ALGEMEEN 1.1 Inleiding De locatie aan de Hiddinkdijk 31 en 31a betreft een varkenshouderij. De werkzaamheden zijn inmiddels gestaakt. Hierdoor worden er geen agrarische werkzaamheden meer uitgevoerd waardoor de omzetting naar een woonbestemming voor de hand ligt. Het bedrijf bestaat uit een tweetal bedrijfswoningen en meerdere varkensstallen. Initiatiefnemers zijn voornemens om de stallen te slopen en hier drie woningen voor terug te bouwen. De boerderij en de tweede bedrijfswoning met bijgebouw zullen behouden blijven en een woonbestemming krijgen. Binnen de regels van het geldende bestemmingsplan is het niet toegestaan om de beoogde woningbouw te realiseren. Daarom dient het bestemmingsplan voor deze locatie te worden herzien. De gemeente Oude IJsselstreek heeft in verband met de vereiste herziening van het bestemmingsplan gevraagd om een aanmeldnotitie vormvrije m.e.r.-beoordeling op te stellen.
Figuur 1 luchtfoto met kadastrale percelen huidige situatie.
1.2 Aanleiding vormvrije m.e.r.-beoordeling De milieueffectrapportage (m.e.r.) is een hulpmiddel om bij diverse procedures het milieubelang een volwaardige plaats in de besluitvorming te geven. De m.e.r.-procedure is gekoppeld aan de “moederprocedure”, een bestemmingsplan of omgevingsvergunning. Een m.e.r. is verplicht bij de voorbereiding van plannen en besluiten die kunnen leiden tot belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu. Een bestemmingsplan kan op drie manieren met milieueffectrapportage in aanraking komen:
Op basis van artikel 7.2a, lid 1 Wm (als wettelijk plan) Er ontstaat een m.e.r.-plicht wanneer er een passende beoordeling op basis van art. 2.8, lid 1 Wet natuurbescherming nodig is. 2
Op basis van Besluit milieueffectrapportage (bestemmingsplan in kolom 3) Er ontstaat een m.e.r.-plicht voor die activiteiten en gevallen uit de onderdelen C en D van de bijlage van dit besluit waar het bestemmingsplan genoemd is in kolom 3 (plannen).
Op basis van Besluit milieueffectrapportage (bestemmingsplan in kolom 4) Er ontstaat een m.e.r.-(beoordelings)plicht voor die activiteiten en gevallen uit de onderdelen C en D van de bijlage van dit besluit waar het bestemmingsplan genoemd is in kolom 4 (besluiten). De gemeente Oude IJsselstreek heeft aangegeven de ontwikkeling aan te merken als een stedelijk ontwikkelingsproject als bedoeld in categorie D11.2 van de bijlage bij het Besluit milieueffectrapportage. Nu daarbij de drempelwaarden voor m.e.r.-beoordeling in kolom 2 niet worden overschreden volstaat een vormvrije m.e.r.-beoordeling.
Figuur 2 categorie D11.2 uit bijlage Besluit milieueffectrapportage
Voor een vormvrije m.e.r.-beoordeling gelden anders dan de naam doet vermoeden wel degelijk inhoudsvereisten. Daarvoor moet worden aangesloten bij de beoordelingscriteria van bijlage III bij de Europese MER-richtlijn. Hierin zijn drie in overweging te nemen onderdelen benoemd: 1. kenmerken van het project; 2. plaats van het project; 3. kenmerken van het potentiële effect. Die onderdelen worden in hoofdstuk 2, 3 en 4 verder uitgewerkt.
1.3 Situering De planlocatie (kadastraal bekend gemeente Varsseveld sectie H nummers 2441 en 2620 zijn gelegen in het buitengebied van de Heelweg en hebben een oppervlakte van 47.035m2.
3
Wonen Verkeer
Agrarisch
Figuur 3 bestaande planologische situatie plangebied (rood) t.o.v. omliggende functies
4
1.4 Gewenste situatie In de gewenste situatie is er, naast het omzetten van de agrarische bestemming naar een woonbestemming sprake van de realisatie van 3 extra nieuwe woningen naast de 2 bestaande woningen. De verbeelding voor de gewenste situatie is in onderstaande figuur weergegeven.
Figuur 4 verbeelding gewenste situatie
5
2 KENMERKEN VAN HET PROJECT 2.1 Omvang van het project Er is op de planlocatie sprake van de realisatie van 3 woningen. Zie hoofdstuk 1 voor een verdere beschrijving en situatietekeningen.
2.2 Cumulatie met andere projecten Er is geen sprake van cumulatieve milieueffecten met andere projecten in de omgeving.
2.3 Gebruik van natuurlijke hulpbronnen De ontwikkeling leidt niet tot een bijzondere beslaglegging op natuurlijke hulpbronnen. Voor de aanleg- en bouwwerkzaamheden zal grondverzet nodig zijn. Voor de gebruiksfase zijn water en elektriciteit nodig.
2.4 Productie van afvalstoffen Er is alleen sprake van huishoudelijk afval (inclusief klein chemisch afval) en huishoudelijk afvalwater. Huishoudelijk afval zal worden ingezameld door de huisvuilinzamelaar. Huishoudelijk afvalwater zal worden geloosd op de gemeentelijke riolering. Van daken en verhardingen afstromend, niet verontreinigd hemelwater zal ter plaatse worden geïnfiltreerd in de bodem. Bij de sloop van bestaande gebouwen komt puin en ander bouw- en sloopafval vrij, dat wordt afgevoerd naar een erkende verwerker.
2.5 Verontreiniging en hinder De extra woningen brengen niet meer hinder voor de omgeving met zich mee dan de mogelijkheden die op grond van het geldende bestemmingsplan mogelijk zijn. Omgekeerd is sprake van een zorgvuldig onderzochte inpassing van de beoogde woningen. Hierbij zijn met name de aspecten bodem, geluid en water van belang. Deze aspecten worden in hoofdstuk 4 nader beschreven.
2.6 Risico zware ongevallen/rampen De woningen zorgen niet voor een toename van risico’s voor de omgeving. Andersom is geen sprake van ontoelaatbare risico’s op zware ongevallen of rampen door gevaarlijke stoffen of klimaatverandering.
2.7 Gezondheidsrisico’s Uit beoordeling van de in hoofdstuk 4 beschreven omgevingsaspecten volgen geen verhoogde gezondheidsrisico’s voor toekomstige bewoners.
6
3 PLAATS VAN HET PROJECT 3.1 Bestaand grondgebruik Het bestaande grondgebruik is omschreven in hoofdstuk 1. Het betreft een voormalig agrarisch erf.
3.2 Natuurlijke hulpbronnen Voor wat betreft de relatieve rijkdom aan en het regeneratievermogen van de natuurlijke hulpbronnen van het gebied kan worden opgemerkt dat in de bestaande situatie al sprake is van een zodanige verstoring door humaan gebruik, dat hieraan door de ontwikkeling geen verdere afbreuk wordt gedaan. Er zijn geen specifieke noemenswaardige natuurlijke hulpbronnen aanwezig op de planlocatie.
3.3 Opnamevermogen van het natuurlijke milieu De planlocatie bevindt zich op een al voor andere doeleinden ontwikkelde locatie in het buitengebied van de gemeente Oude IJsselstreek. Daarbij is geen sprake van ligging in of nabij: - wetlands; - kustgebieden; - berg- en bosgebieden; - reservaten en natuurparken; - Natura 2000-gebieden; - gebieden waar de milieukwaliteitsnormen al niet worden nagekomen; - gebieden met een hoge bevolkingsdichtheid; - landschappen van historisch, cultureel of archeologisch belang. Vanwege de externe werking is voor de Natura 2000-gebieden onderzoek gedaan naar de mogelijke gevolgen voor de stikstofdepositie die samenhangen met de uitvoering van het plan. Zoals blijkt uit paragraaf 4.4.1 leidt uitvoering van het plan niet tot een te berekenen stikstofdepositie op Natura 2000-gebieden.
7
4 KENMERKEN VAN HET POTENTIËLE EFFECT 4.1 Inleiding In dit hoofdstuk worden de (mogelijk) verwachte milieueffecten van het project beoordeeld door per omgevingsaspect te bepalen of sprake kan zijn van mogelijk nadelige gevolgen voor het milieu. Voor deze beoordeling zijn de gebieds- en milieuonderzoeken gebruikt die zijn uitgevoerd voor de herziening van het bestemmingsplan. Om die reden zijn deze onderzoeken niet als bijlage bij deze aanmeldnotitie opgenomen, maar wordt hiervoor verwezen naar de bijlagen bij de toelichting van het bestemmingsplan.
4.2 Bodem Op de locatie wordt, onder meer na sloop van de bestaande bebouwing, nieuwbouw gepleegd. Zodoende is hiervoor een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd. De bodemkwaliteit is geschikt gebleken voor het beoogde gebruik. Het beoogde gebruik zelf leidt niet tot een verhoogd risico op bodemverontreiniging. Geconcludeerd kan worden dat er geen belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu zijn te verwachten ten aanzien van het aspect bodem.
4.3 Archeologie en cultuurhistorie Uit de gemeentelijke kaart “Archeologische waarden en verwachtingen (zie onderstaande figuur), blijkt dat de planlocatie is gelegen in een gebied met hoge archeologische verwachting.
Figuur 5 uitsnede gemeentelijke kaart Archeologische waarden en verwachtingen, met rood omcirkeld de planlocatie
De locaties met een hoge archeologische verwachtingswaarde van de ondergrond binnen de gemeente Oude IJsselstreek zijn vastgelegd in verbeelding en de regels. Voor de planlocatie is in het vigerende bestemmingsplan ‘Buitengebied Oude IJsselstreek 2017’ een dubbelbestemming met een archeologische verwachtingswaarde opgenomen. De locatie heeft geen objecten met een monumentale aanduiding. In de archeologische- en cultuurhistorische waardenkaart heeft de locatie een hoge archeologische verwachting. In het vigerende bestemmingsplan “Buitengebied Oude IJsselstreek 2017” heeft de locatie een dubbelbestemming ‘waarde – archeologische verwachting 1’. Voor beide documenten geldt dat er een archeologisch rapport dient te worden overlegd indien het initiatief het bouwen van een bouwwerk groter dan 250 m2 betreft en er grondwerkzaamheden dieper dan 30cm vanaf maaiveld gemeten worden uitgevoerd. De sloop van de bestaande voormalige agrarische bebouwing en de bouw van de 3 nieuwe vrijstaande woningen met (deels inpandig) bijgebouw overschrijden deze getallen. In dit geval is er daarom een archeologisch onderzoek uitgevoerd. Dit archeologisch onderzoek is bijgevoegd als bijlage 5 bij deze toelichting. Hieronder een korte samenvatting:
8
•
De nieuwbouw is vrijwel geheel gepland ter plaatse van de onderkelderde schuren. De kans dat hier nog archeologische resten aanwezig zijn, is zeer klein. Op basis daarvan wordt voor de realisatie van het nieuwbouwplan geen vervolgonderzoek geadviseerd.
Geconcludeerd kan worden dat er geen belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu zijn te verwachten ten aanzien van de aspecten archeologie en cultuurhistorie.
4.4 Flora en Fauna Met de beoogde ontwikkeling mogen beschermde soorten (flora en fauna) niet worden gefrustreerd. Tevens moet beoordeeld worden in hoeverre beschermde gebieden (negatief) worden beïnvloed. Het wettelijk kader hieromtrent is de Wet natuurbescherming. Voor gebiedsbescherming is daarnaast de Omgevingsverordening Gelderland van belang in verband met de voor hierin opgenomen natuurgebieden geldende instructieregels.
4.4.1 Gebiedsbescherming Natura 2000 Natura 2000-gebieden bevinden zich niet op korte afstand van de planlocatie. Het meest nabijlegen Nederlandse Natura 2000-gebied is het Korenburgerveen en bevindt zich op een afstand van circa 11 kilometer. Het is niet aannemelijk dat de ontwikkeling leidt tot nadelige gevolgen voor deze gebieden. Op aangeven van de gemeente Oude IJsselstreek zijn stikstofberekeningen uitgevoerd voor de aanleg- en gebruiksfase. Hieruit volgt dat geen sprake is van een stikstofdepositie groter dan 0,00 mol/ha/jaar, zodat nadelige gevolgen voor Natura 2000-gebieden kunnen worden uitgesloten. Geconcludeerd kan worden dat er geen belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu zijn te verwachten ten aanzien van het aspect gebiedsbescherming Natura 2000.
4.4.2 Gebiedsbescherming Gelders Natuurnetwerk/Groene ontwikkelingszone De planlocatie is niet gelegen binnen of nabij de begrenzingen van het Gelders Natuurnetwerk, of de Groene ontwikkelingszone, zodat negatieve effecten hierop zijn uit te sluiten.
Figuur 1: ligging t.o.v. Gelders Natuurnetwerk en Groene ontwikkelingszone
9
Geconcludeerd kan worden dat er geen belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu zijn te verwachten ten aanzien van het aspect gebiedsbescherming Gelders Natuur Netwerk/Groene ontwikkelingszone.
4.4.3 Soortenbescherming Voor de ontwikkeling op de locatie is een natuurwaarden onderzoek uitgevoerd. Hierbij is vast komen te staan dat bij de voorgenomen werkzaamheden geen sprake is van aantasting van natuurwaarden, mits nestplaatsen buiten het seizoen worden verwijderd en broedende vogels niet worden verstoord. Het aspect natuurwaarden vormt geen belemmering voor de voorgenomen ontwikkeling. Tijdens het uitvoeren van de werkzaamheden dient het bepaalde in de Wet natuurbescherming in acht te worden genomen. Er dient rekening te worden gehouden met het volgende: 1. Geen grondgebonden zoogdieren en amfibieën doden (verjagen, wegvangen of werkterrein ongeschikt maken); 2. Werkzaamheden afstemmen op de voortplantingsperiode van vogels.
4.5 Geluid In de omgeving van het plan bevind zich de gemeentelijke Hiddinkdijk, Landstraat en Molenweg. Al deze wegen zijn rustige wegen in het buitengebied met een verharding van dicht asfaltbeton en een maximale snelheid van 60km/h. De locatie is gelegen binnen de geluidszone (250meter) van de weg, echter gezien het geen drukke wegen zijn, is het op voorhand aannemelijk dat de voorkeursgrenswaarde van 48dB niet wordt overschreden. Geconcludeerd kan worden dat er geen belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu zijn te verwachten ten aanzien van het aspect geluid.
4.6 Luchtkwaliteit Uit berekening met de NIBM-tool is gebleken dat de ontwikkeling niet in betekenende mate bijdraagt aan de luchtkwaliteit. Verder is in en in de omgeving van het plangebied geen sprake van een feitelijke of dreigende overschrijding van grenswaarden. Daarnaast is geen sprake van realisatie van gevoelige bestemmingen als bedoeld in het Besluit gevoelige bestemmingen (luchtkwaliteitseisen).
Geconcludeerd kan worden dat er geen belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu zijn te verwachten ten aanzien van het aspect luchtkwaliteit.
10
4.7 Bedrijven en milieuzonering Er liggen geen (agrarische) bedrijven in de directe (<200meter) omgeving. Op verder afstand is wel een bedrijf en een maatschappelijke functie gelegen. In onderstaande tabel zijn de toegestane milieu categorieën met afstanden tot aan de locatie vermeld. De afstanden in de tabel zijn gemeten vanuit de rand van de bouwvlakken tot op de (geprojecteerde) gevel van de nieuwe woning. In dit geval wordt uitgegaan van een rustig buitengebied. De beoogde ontwikkeling vindt niet plaats binnen de genoemde richtafstanden.
Functie en milieucategorie Maatschappelijk (zorgboerderij zonder vee) Bedrijf (groothandel max 500m2) Bedrijf (nutsvoorziening)
Richtafstand 30 meter 30 meter 30 meter
Feitelijke kleinste afstand 280 meter 185 meter 175 meter
Geconcludeerd kan worden dat er geen belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu zijn te verwachten ten aanzien van het aspect bedrijven en milieuzonering.
4.8 Externe veiligheid Uit de Risicokaart (zie figuur 9) blijkt dat op korte afstand van het plangebied planlocatie geen (stationaire) risicobronnen, ondergrondse gastransportleidingen of wegen aanwezig zijn die zijn aangewezen voor het vervoer van gevaarlijke stoffen. Het plangebied valt buiten de plaatsgebonden risicocontouren van 10-6/jaar en de invloedsgebieden van het groepsrisico. Ook valt het plangebied buiten de effectafstanden genoemd in de “Circulaire effectafstanden externe veiligheid LPG-tankstations voor besluiten met gevolgen voor de externe veiligheid”.
Figuur 6 kaartuitsnede risicokaart.nl (planlocatie bij zwarte pijl)
11
Geconcludeerd kan worden dat er geen belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu zijn te verwachten ten aanzien van het aspect externe veiligheid.
4.9 Water In gewenste situatie neemt het bebouwde oppervlak ten opzichte van de bestaande situatie niet toe. Hemelwater zal ter plekke infiltreren in de bodem. Minimaal 40 mm hemelwater per verhard oppervlak wordt ter plekke geïnfiltreerd in de bodem, volgens het principe: vasthouden – infiltreren – vertraagd afvoeren. Geconcludeerd kan worden dat er geen belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu zijn te verwachten ten aanzien van het aspect water.
4.10 Verkeer en parkeren Qua verkeersbewegingen zal er met de komst 3 extra woningen een beperkte toename optreden van het aantal verkeerbewegingen. De ontsluiting geschied via de Hiddinkdijk. Deze weg heeft voldoende capaciteit om de beperkte toename van het aantal verkeersbewegingen te verwerken. In de beoogde opzet wordt voorzien in voldoende parkeerplaatsen op het eigen terrein om te kunnen voldoen aan de parkeernormen uit het gemeentelijk verkeers- en vervoersplan (GVVP). Geconcludeerd kan worden dat er geen belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu zijn te verwachten ten aanzien van de aspecten verkeer en parkeren.
4.11 Kabels en leidingen Binnen het plangebied liggen geen planologisch relevante kabels en leidingen. Met een zogenaamde klic-melding krijgt initiatiefnemers alle kabel- en leidinginformatie, zodat graafschade en gevaarlijke situaties worden voorkomen. Geconcludeerd kan worden dat er geen belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu zijn te verwachten ten aanzien van kabels en leidingen.
12
5 CONCLUSIE Uit de aanmeldingsnotitie vormvrije m.e.r.-beoordeling blijkt dat er geen sprake is van bijzondere omstandigheden ten aanzien van kenmerken en locatie van het plangebied die zouden kunnen leiden tot belangrijke nadelige milieugevolgen. Hieruit kan worden afgeleid dat er geen reden is tot het uitvoeren van een m.e.r.-procedure. Het is aan het bevoegd gezag om hierover een beslissing te nemen in een beoordelingsbesluit.
13