CConstaterende datOude IJsselstreek
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 4a Nader onderzoek vleermuis en huismus.pdf

Raadsvergadering 23 april 2026, gemeente Oude IJsselstreekBij agendapunt: 13: TAM-omgevingsplan ‘Buitengebied, locatie Keurhorsterweg 3-3A, Sinderen’1.804 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Nader onderzoek vleermuis en huismus

Keurhorsterweg 3 Sinderen

Nader onderzoek vleermuis en huismus, Keurhorsterweg 3 Sinderen

Colofon

Abonnementhouder van de Nationale Databank Flora en Fauna

Uitgevoerd door:

Natuurbank Overijssel

Opdrachtgever:

Eigenaar perceel

Projectnummer en versie: 8035 versie 1.0 Auteur: Ing. P. Leemreise Ligging projectgebied: Keurhorsterweg 3 Sinderen

Status: Definitief Veldmedewerker(s): Ing. P.Leemreise e.a Rapportdatum: 20-10-2025

Correspondentieadres: Nobelstraat 7-5 7131PZ Lichtenvoorde E: T:

info@natuurbankoverijssel.nl 0850-509852

Aansprakelijkheid Dit onderzoek is uitgevoerd conform de toepasselijke en van kracht zijnde natuurwet- en regelgeving. Het onderzoek betreft een momentopname en geeft een inschatting van de geschiktheid van de onderzoekslocatie voor beschermde soorten. Het voorkomen van beschermde soorten is echter nooit met zekerheid te voorspellen. Natuurbank Overijssel accepteert geen aansprakelijkheid ten aanzien van beslissingen die de opdrachtgever neemt naar aanleiding van het door Natuurbank Overijssel uitgevoerde onderzoek. Natuurbank Overijssel is niet aansprakelijk voor gevolgschade, alsmede voor schade welke voortvloeit uit toepassingen van de resultaten van werkzaamheden of andere gegevens verkregen van Natuurbank Overijssel; opdrachtgever vrijwaart Natuurbank Overijssel voor aanspraken van derden in verband met deze toepassing.

2

Inhoudsopgave HOOFDSTUK 1

INLEIDING ......................................................................................................................................... 4

1.1 Aanleiding...................................................................................................................................................... 4 1.2 Onderzoeksvraag........................................................................................................................................... 4 1.3 Reikwijdte ...................................................................................................................................................... 4 HOOFDSTUK 2

HET ONDERZOEKSGEBIED...................................................................................................................... 5

2.1 Situering ........................................................................................................................................................ 5 2.2 Beschrijving van het onderzoeksgebied ........................................................................................................ 5 HOOFDSTUK 3

METHODE ....................................................................................................................................... 7

3.1 Vleermuizen .................................................................................................................................................. 7 3.2 Huismus ......................................................................................................................................................... 8 3.3 Overige soorten ............................................................................................................................................. 8 HOOFDSTUK 4

RESULTATEN..................................................................................................................................... 9

4.1 Vleermuizen .................................................................................................................................................. 9 4.2 Huismussen ................................................................................................................................................... 9 4.3 Overige soorten ............................................................................................................................................. 9 HOOFDSTUK 5

SAMENVATTING EN CONCLUSIES ......................................................................................................... 10

5.1 Samenvatting............................................................................................................................................... 10 5.2 Conclusie ..................................................................................................................................................... 10

3

HOOFDSTUK 1

INLEIDING

1.1 Aanleiding Natuurbank Overijssel heeft van de eigenaar van de opstallen aan de Keurhorsterweg 3 te Sinderen opdracht gekregen de functie van de te slopen bebouwing op het erf voor huismussen en vleermuizen te onderzoeken. Dit onderzoek is vereist in verband met de mogelijke aanwezigheid van een huismussennest en/of verblijfplaats van vleermuizen in de te slopen bebouwing. In voorliggend rapport worden de bevindingen van onderzoek naar de functie van de bebouwing voor huismussen en vleermuizen gepresenteerd. Het onderzoek is uitgevoerd in de periode april-september 2025. In het kader van de zorgplicht (Art. 11.27, Bal) moet voorafgaand aan een ingreep, welke mogelijk negatieve effecten kan hebben op beschermde diersoorten, een effectbeoordeling plaats vinden. Omdat met een eenmalige visuele inspectie, de functie en betekenis van de aanwezige bebouwing voor vleermuizen niet (volledig) vastgesteld kan worden, was gericht vervolgonderzoek noodzakelijk.

1.2 Onderzoeksvraag Het onderzoek is uitgevoerd om antwoord te kunnen geven op de volgende onderzoeksvragen: 1. Bezetten vleermuizen een verblijfplaats in de te slopen bebouwing in het plangebied? Zo ja, welke soort, welke aantallen, welke functie heeft de verblijfplaats en waar bevinden zich de verblijfplaatsen? 2. Nestelen er huismussen in de te slopen bebouwing in het plangebied? Zo ja, welke soort bezet er een verblijfplaats, hoeveel dieren maken gebruik van de verblijfplaats, wat is de functie van de verblijfplaats en waar precies bevindt zich de verblijfplaats?

1.3 Reikwijdte Voorliggend rapport is eenvoudig van opzet. Niet relevante informatie verkregen tijdens het onderzoek wordt niet meegenomen in dit rapport. Natuurbank Overijssel beseft dat natuuronderzoek kostbaar is en probeert de kosten voor de opdrachtgever zo laag mogelijk te houden, onder andere door het rapport kort en bondig op te stellen met uitsluitend de benodigde en relevante informatie zoals methode, verantwoording van de afgelegde bezoeken en weergave van de bevindingen.

4

HOOFDSTUK 2

HET ONDERZOEKSGEBIED

2.1 Situering Het plangebied is gesitueerd aan Keurhorsterweg 3 te Sinderen. Sinderen ligt in de gemeente Oude IJsselstreek. Het plangebied ligt in het buitengebied tussen de dorpen Varsseveld en Sinderen en wordt omgeven door landelijk gebied. Op de onderstaande afbeelding wordt de globale ligging van het plangebied weergegeven op een topografische kaart.

Globale ligging van het plangebied. De ligging van het plangebied wordt met de rode cirkel aangeduid (bron: topotijdreis.nl).

2.2 Beschrijving van het onderzoeksgebied Het onderzoeksgebied vormt een klein deel van het erf en bestaat uit de woning met aanbouw. Deze gebouwen beschikken over bakstenen buitengevels en een met dakpannen gedekt zadeldak.

Luchtfoto met de begrenzing van het plangebied, aangegeven met de gele lijn (bron: ruimtelijkeplannen.nl). 5

Impressie van het onderzochte gebouw (bron foto: auteur)/

6

HOOFDSTUK 3

METHODE

In dit hoofdstuk wordt de toegepaste onderzoeksmethode verwoord.

3.1 Vleermuizen Voor het in kaart brengen van vleermuizen is zowel visueel als auditief geïnventariseerd. Met behulp van een heterodyne batdetector met opname- en vertragingsfunctie (type: Petterson D240x) is de echolocatie die vleermuizen uitzenden voor ons hoorbaar gemaakt. Wanneer op basis van frequentie, klank en ritme niet met 100% zekerheid de soort bepaald kon worden, is een opname gemaakt op een extern opname apparatuur (type: Zoom H2n). Door de dieren ook zoveel mogelijk visueel waar te nemen is de determinatie geverifieerd en is het gedrag (en daarmee vaak de functie van het gebied) vastgesteld. Dit onderzoek is specifiek gericht op het in kaart brengen van verblijfplaatsen, soortsamenstelling en gebiedsgebruik. Tijdens het onderzoek is ook gebruik gemaakt van een warmtebeeldcamera (Pulsar Helion xq28). Een dergelijke camera is van grote meerwaarde bij het waarnemen van zwermende dieren tijdens het binnenvliegen, tijdens de baltsperiode en voor het waarnemen van vleermuizen met een extreem zachte sonar, zoals de gewone grootoorvleermuis. Het onderzoek is opgezet om duidelijkheid te krijgen over de functie van het gebouw in het onderzoeksgebied als verblijfplaats voor vleermuizen. Het onderzoek is afgestemd op het mogelijk voorkomen van alle gebouwbewonende soorten. Het gebouw lijkt geschikt als zomer-, kraam-, paar- en (massa)winterverblijfplaats.

Aanpassing vleermuisprotocol 2025 In februari 2025 is het vleermuisprotocol aangepast. Deze aanpassing treft uitsluitend onderzoek naar meervleermuizen om de omgeving van bekende kraamverblijven en mannengroepen en onderzoek naar paarverblijfplaatsen van deze soort. Voor paarverblijf- & zwermplaatsen is de definitie van de objecten aangepast, de inspanning is niet bedoeld voor gebouwen zoals woonhuizen, maar denk hier aan bruggen, sluizen, gemalen, elektriciteitshuisjes, boomholtes, vleermuiskasten, stadsmuren, bunkers, meerpalen, ijskelders, forten, verlaten gebouwen, schoorstenen, putten, etc. De aanpassing bestaat uit het uitvoeren van extra bezoeken indien de onderzoekslocatie in de directe omgeving van een bekende kraamkolonie ligt en een ochtendronde in juli in de buurt van een mannengroep. Het geactualiseerde protocol schrijft nu ochtendonderzoek voor in plaats van avondonderzoek. In gebieden nabij kraamkolonies (te downloaden via Netwerk Groene Bureaus/vleermuisprotocol, zijn twee ochtendrondes (verplicht in de kraamperiode). In zowel de rode gebieden (kraamkolonies) als de blauwe gebieden (mannenverblijven) is een extra ochtendronde in juli nodig voor het opsporen van satelliet verblijfplaatsen. Onderzoek naar paarverblijfplaatsen hoeft niet plaats te vinden bij door mensen bewoonde objecten, zoals woningen en appartementengebouwen.

De onderzoekslocatie ligt niet nabij een bekende kraamkolonie of mannengroep van meervleermuizen (NDFF, 2025). Het onderzoek hoeft daarom niet afgestemd te worden op mogelijke aanwezigheid van een satellietverblijfplaats na de kraamperiode of paarverblijfplaats. Voor het in beeld brengen van de betekenis van de bebouwing voor vleermuizen zijn vijf verschillende bezoeken aan het onderzoeksgebied gebracht. De bezoeken in juni en juli zijn uitgevoerd voor het in kaart brengen van kraam- en zomerverblijven, de bezoeken in augustus en september zijn uitgevoerd in verband met onderzoek naar paarverblijfplaatsen. De bebouwing wordt niet geschikt geacht als (massa) winterverblijfplaats voor vleermuizen vanwege het ontbreken van hoge bebouwing (>2 bouwlagen) of bebouwing met veel bouwmassa en wordt nauwelijks verwarmd. De inschatting van de geschiktheid van de bebouwing als massa-winterverblijfplaats wordt ook door het bevoegde gezag (provincie) toegepast. Het onderzoek is uitgevoerd door twee onderzoekers die tegelijkertijd het gebouw bekeken. Door deze onderzoekers strategisch te positioneren, kunnen alle in- en uitvliegende dieren waargenomen worden. 7

In onderstaande tabel worden de verschillende bezoekdata weergegeven. Datum

Tijd

01-06-2025 28-06-2025 11-07-2025 22-8-2025 10-9-2025

21:44-00:19 21:55-00:30 2:25-5:30 22:00-0:00 21:00-0:00

Zon onder/op*

Aantal onderzoekers

21:44 uur 21:57 uur 05:28 uur 20:43 uur 20:00 uur

2 2 2 1 1

Weersomstandigheden Droog, 18 ºC, zwakke wind, bewolkt Droog, 23 ºC, zwakke wind, bewolkt Droog, 13 ºC, matige wind, bewolkt Bewolkt, droog, zwakke wind 17 ºC Bewolkt, droog (na buien overdag), zwakke wind, 17 ºC

Bezoekschema vleermuisonderzoek (*bron: www.knmi.nl)

3.2 Huismus Er is onderzoek uitgevoerd naar de aanwezigheid van nesten van huismussen en het gebruik van de buitenruimte als foerageergebied. De huismus is een gebouwbewonende soort waarvan de nestlocaties jaarrond beschermd zijn. Deze soort kan het beste tijdens de ochtend geïnventariseerd worden. Dan is de zangactiviteit van mannetjes het hoogst. Er is geïnventariseerd op territoriaal gedrag, transport van voedsel, transport van nestmateriaal etc. Zo zijn de nestlocaties vastgesteld. Tevens is in beeld gebracht of er (essentiële) elementen van de functionele leefomgeving zich binnen het onderzoeksgebied bevinden. Deze elementen zijn vooral de plekken waar gefoerageerd en geslapen wordt, zoals struiken, hagen, klimop en kruidenrijke vegetaties. Conform de richtlijnen van het kennisdocument zijn 2 ochtendbezoeken, met een tussenperiode van minimaal 10 dagen, uitgevoerd in de periode 1 april t/m 15 mei (zie onder). Middels dit onderzoek is een volledig beeld ontstaan over de aanwezigheid van en het gebiedsgebruik door huismussen.

3.3 Overige soorten Het gebouw wordt niet als potentiële nestplaats voor gierzwaluwen beschouwd en een verblijfplaats van een steenmarter wordt ook op voorhand uitgesloten. Tijdens de veldbezoeken, letten de onderzoekers op alle beschermde diersoorten in het onderzoeksgebied. Indien blijkt dat relevante informatie verkregen is, wordt dat meegenomen in deze rapportage.

8

HOOFDSTUK 4

RESULTATEN

4.1 Vleermuizen Er zijn geen verblijfplaatsen van vleermuizen in het onderzoeksgebied vastgesteld. Tijdens alle bezoeken werden gewone dwergvleermuizen waargenomen die rond de laanbomen langs de Keurhorsterweg foerageerden. Deze vleermuizen bezetten een verblijfplaats buiten het onderzoeksgebied.

4.2 Huismussen Er zijn geen nesten van huismussen in het plangebied vastgesteld. Ook zijn geen foeragerende huismussen in het onderzoeksgebied vastgesteld en zijn geen kwetterplekken of plekken gevonden waar huismussen stofbaden hebben. Het onderzoeksgebied heeft geen betekenis als leefgebied voor huismussen.

4.3 Overige soorten Er zijn geen andere beschermde soorten waargenomen of aanwijzingen gevonden dat andere soorten er een verblijfplaats bezetten. Tijdens de avondbezoeken in juni werden wel overvliegende gierzwaluwen waargenomen, maar die vertoonden geen verbondenheid met de bebouwing in het plangebied.

9

HOOFDSTUK 5

SAMENVATTING EN CONCLUSIES

5.1 Samenvatting In 2025 is een deel van de op het erf aanwezige bebouwing aan de Keurhorsterweg 3 te Sinderen onderzocht op verblijfplaatsen van vleermuizen en nestplaatsen van huismussen. Het onderzoek is uitgevoerd conform het daarvoor geldende onderzoeksprotocol. Onderzoek heeft aangetoond dat vleermuizen geen verblijfplaats in het onderzoeksgebied bezetten en dat er geen huismussen in het onderzoeksgebied nestelen.

5.2 Conclusie Bij het uitvoeren van werkzaamheden aan het gebouw, hoeft geen rekening gehouden te worden met vleermuizen, verblijfplaatsen van vleermuizen of nestplaatsen van huismussen.

10

Geraadpleegde bronnen Kennisdocument huismus (BIJ12) Kennisdocument gierzwaluw (BIJ12) Kennisdocument steenuil (BIJ12) Kennisdocument Laatvlieger (BIJ12) De steenmarter. KNNV Uitgeverij. Internet: www.sovon.nl www.kadaster.nl Vleermuisprotocol 2021, versie februari 2025

11

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.oude-ijsselstreek.nl/api/v1/meetings/5049/documents/33349