Bijlage 4 Quickscan natuurwaarden actualisatie.pdf
Tekst van het document
Rapport quickscan natuurwaarden Woningen aan de Graaf van Lohnstraat en de Juliana van Stolbergstraat, Varsseveld
Status van het document:
Voorlopig Datum:
25-09-2025
Sweco Nederland B.V. Onderwerp Projectnummer Klant Auteur Gecontroleerd door Datum Versie Documentreferentie
Handelsregister 30129769 Quickscan diverse woningen Varsseveld 51032908 Wonion Jesper Kransen Corné Slemmer 25-09-2025 D1 51032908 Rapport quickscan natuurwaarden Wonion
2/33
Inhoudsopgave
1 2
Inleiding ......................................................................................................................... 4 Gebiedsbeschrijving ...................................................................................................... 5 2.1 Huidig gebruik onderzoekslocatie en omgeving ................................................. 5 2.2 Toekomstig gebruik van de onderzoekslocatie en voorgenomen ingrepen ....... 7
3 4
Onderzoeksmethodiek .................................................................................................. 8 Aangetroffen en te verwachten beschermde soorten ................................................... 9 4.1 Vogels ................................................................................................................. 9 4.1.1 Broedvogels (nesten jaarrond beschermd) ......................................... 9 4.1.2 Categorie 2 broedvogels .................................................................... 10 4.1.3 Overige broedvogels .......................................................................... 10 4.2 Vleermuizen ...................................................................................................... 10 4.3 Overige zoogdieren ........................................................................................... 12 4.4 Reptielen ........................................................................................................... 13 4.5 Amfibieën .......................................................................................................... 13 4.6 Vissen ................................................................................................................ 14 4.7 Ongewervelden .................................................................................................
14 4.8 Planten .............................................................................................................. 14 4.9 Specifieke zorgplicht ......................................................................................... 15
5
Toetsing aan soortenbescherming .............................................................................. 16 5.1 Broedvogels ...................................................................................................... 16 5.1.1 Jaarrond beschermde broedvogels ................................................... 16 5.1.2 Algemene broedvogels ...................................................................... 16 5.2 Vleermuizen ...................................................................................................... 17 5.3 Algemene grondgebonden zoogdieren en amfibieën ....................................... 17 5.4 Overige soort(groep)en ..................................................................................... 18
6
Toetsing aan gebiedsbescherming ............................................................................. 19 6.1 Natura 2000....................................................................................................... 19 6.2 Natuurnetwerk Nederland ................................................................................. 20 6.3 Overige gebiedsbescherming ........................................................................... 20
7 8
Houtopstanden ............................................................................................................ 21 Samenvatting en conclusies ........................................................................................ 22 Bijlage GERAADPLEEGDE BRONNEN ......................................................................................... 24 Bijlage 1 Natuurwetgeving en doelen Natura 2000 ...................................................... 25 Bijlage 2 Natuurwetgeving Natuurnetwerk Nederland................................................. 27 Bijlage 3 Omgevingswet ................................................................................................ 28 Omgevingswet................................................................................................... 28 Besluit kwaliteit leefomgeving ........................................................................... 29 Besluit activiteiten leefomgeving ....................................................................... 30
3/33
1
Inleiding
Sweco heeft van Wonion opdracht gekregen voor het uitvoeren van een quickscan natuurwaarden aan de Graaf van Lohnstraat 34 – 50 en 56 - 72 en de Juliana van Stolbergstraat 1-39 te Varsseveld.
De quickscan natuurwaarden is uitgevoerd in het kader van de aanvraag van het omgevingsplan en heeft als doel in te schatten of er op de onderzoekslocatie planten- en diersoorten aanwezig of te verwachten zijn, die volgens de natuurbescherming onder de Omgevingswet een beschermde status hebben en die mogelijk negatieve invloed kunnen ondervinden door de voorgenomen ingreep. Tevens is beoordeeld of de voorgenomen ingreep invloed kan hebben op Natura 2000-gebieden, houtopstanden die middels de Omgevingswet zijn beschermd, of op gebieden die deel uitmaken van het Natuurnetwerk Nederland. Voor de voorgenomen sloop en renovatie van de woningen op de onderzoekslocatie is reeds een ontheffing verleend door de provincie Gelderland, zaaknummer: 2023-002702. De woningen zijn volgens deze ontheffing ongeschikt gemaakt en op enkele plekken zijn ook de renovatiewerkzaamheden al gestart.
Een quickscan natuurwaarden is een toets van de ecologische potenties van de onderzoekslocatie en betreft geen volwaardig soort(en) specifiek onderzoek. Er worden in het onderhavige onderzoek geen inventarisaties uitgevoerd van soorten en soortgroepen. In de quickscan wordt uitsluitsel gegeven over de eventuele noodzaak tot een nader soortonderzoek.
Op deze projectlocatie is reeds een quickscan uitgevoerd in 2022, (zie Econsultancy, 18188.001B, versie D2). Vanwege de verlooptijd tussen 2022 en nu en daarnaast de overgang van Wet Natuurbescherming naar de Omgevingswet is gevraagd naar een geactualiseerde quickscan natuurwaarden ten behoeve van het omgevingsplan.
Sweco is lid van de branchevereniging Netwerk Groene Bureaus en werkt volgens de door het Netwerk opgestelde gedragscode en protocollen.
Sweco | Rapport quickscan natuurwaarden Woningen aan de Graaf van Lohnstraat en de Juliana van Stolbergstraat, Varsseveld Projectnummer 51026929-00232908 Datum 25-09-2025
Versie D1
Documentreferentie 51032908 Rapport quickscan natuurwaarden Wonion
2
Gebiedsbeschrijving
2.1
Huidig gebruik onderzoekslocatie en omgeving
De onderzoekslocatie ligt aan de Graaf van Lohnstraat 34 – 50 en 56 - 72 en de Juliana van Stolbergstraat 1-39 te Varsseveld. In figuur 2.1 is de topografische ligging van de onderzoekslocatie weergegeven.
Figuur 2.1
Topografische ligging van de onderzoekslocatie (rood omkaderd en gele pijl).
De onderzoekslocatie betreft rijtjeswoningen in blokken van 4 of 5 woningen, met in totaal 39 woningen. Het appartementencomplex heeft een zadeldak met dak-, kant- en nokpannen. Aan de voor- en achtergevel bevinden zich dakgoten. De woningen zijn reeds ongeschikt gemaakt voor gebouwbewonende soorten.
In figuur 2.2 is een luchtfoto van de onderzoekslocatie en de directe omgeving weergegeven. Figuur 2.3 t/m figuur 2.8 geven een impressie van de onderzoekslocatie, middels foto’s die zijn genomen tijdens het veldbezoek.
Sweco | Rapport quickscan natuurwaarden Woningen aan de Graaf van Lohnstraat en de Juliana van Stolbergstraat, Varsseveld Projectnummer 51026929-00232908 Datum 25-09-2025
Versie D1
Documentreferentie 51032908 Rapport quickscan natuurwaarden Wonion
Figuur 2.2
Luchtfoto van de onderzoekslocatie.
Figuur 2.3 Overzichtsfoto westzijde appartementencomplex.
Figuur 2.4 Overzichtsfoto noordwestzijde appartementencomplex.
Figuur 2.5 Overzichtsfoto oostzijde appartementencomplex.
Figuur 2.6 Overzichtsfoto andere bebouwing rondom het appartementencomplex met permanente woonvoorzieningen.
Figuur 2.7 De gevel met dakgoot, kantpannen en exclusion flaps.
Figuur 2.8 Een pad tussen de woningen richting de schuurtjes.
Sweco | Rapport quickscan natuurwaarden Woningen aan de Graaf van Lohnstraat en de Juliana van Stolbergstraat, Varsseveld Projectnummer 51026929-00232908 Datum 25-09-2025
Versie D1
Documentreferentie 51032908 Rapport quickscan natuurwaarden Wonion
2.2
Toekomstig gebruik van de onderzoekslocatie en voorgenomen ingrepen
De initiatiefnemer is voornemens woningen te verduurzamen en te slopen. De exacte werkzaamheden zijn op dit moment niet bij Sweco bekend, daarom wordt er uitgegaan van werkzaamheden met de grootst mogelijke impact op gebouwbewonende soorten, een zogenaamd worst-case scenario. Deze bestaan onder andere uit: • • • •
Slopen woningen; Aanbrengen of aanvullen spouwmuurisolatie; Aanbrengen dakisolatie; Vervangen voegwerk.
Tevens kunnen er, om bovenstaande werkzaamheden uit te voeren, extra maatregelen genomen worden rondom de bebouwing. Het gaat hierbij om: • • • •
Aanbrengen steigers met verankering in de muur van het betreffende gebouw; Aanbrengen steigers op onverharde delen; Aanbrengen steigerdoeken; Gebruik van verlichting bij werkzaamheden.
In de quickscan natuurwaarden is uitgegaan van een worst-case scenario, waar bij alle woningen alle werkzaamheden uitgevoerd worden. Aan de hand hiervan is de toetsing opgesteld. Uitgangspunt bij de werkzaamheden is dat geen veranderingen aan bestaande groenstructuren zullen optreden, zoals het kappen van bomen of het verwijderen van struiken. Als de werkzaamheden gaan afwijken van de hierboven beschreven werkzaamheden, dient het effect van de werkzaamheden opnieuw door een ter zake deskundige ecoloog te worden getoetst. Eventueel zijn dan aanvullende maatregelen noodzakelijk
Sweco | Rapport quickscan natuurwaarden Woningen aan de Graaf van Lohnstraat en de Juliana van Stolbergstraat, Varsseveld Projectnummer 51026929-00232908 Datum 25-09-2025
Versie D1
Documentreferentie 51032908 Rapport quickscan natuurwaarden Wonion
3
Onderzoeksmethodiek
Het onderzoek is uitgevoerd middels het verrichten van een bureauonderzoek en een veldbezoek. Op deze wijze is inzicht verkregen in de aanwezigheid van geschikt habitat en de daarbij te verwachten beschermde soorten, gesitueerd op of nabij de onderzoekslocatie.
Het veldbezoek is afgelegd op 10 september 2025. Tijdens dit veldbezoek is de gehele onderzoekslocatie, alsmede de directe omgeving beoordeeld. Gedurende het veldbezoek is gelet op de mogelijke aanwezigheid van beschermde en bedreigde soorten op basis van het aanwezige habitat.
Verder is aan de hand van verspreidingsatlassen, andere standaardwerken en op basis van “expert judgement” nagegaan welke bijzondere planten- en diersoorten er voor kunnen komen op de onderzoekslocatie en zijn omtrent gebiedsbescherming gegevens van de provincie Gelderland opgevraagd. Actuele verspreidingsgegevens van flora en fauna zijn uit de Nationale Databank Flora en Fauna (NDFF) opgevraagd.
De quickscan natuurwaarden is een toets van de ecologische potenties van de onderzoekslocatie en betreft geen volwaardig soort(en) specifiek onderzoek. Er zijn in het onderhavige onderzoek reeds inventarisaties uitgevoerd van soorten en soortgroepen (Econsultancy, 18188.003), naar aanleiding van een eerder uitgevoerde quickscan (Econsultancy, 18188.001). Een ecologische inventarisatie beslaat meerdere veldbezoeken gedurende de voor de soortgroep meest gunstige periode van het jaar.
Sweco | Rapport quickscan natuurwaarden Woningen aan de Graaf van Lohnstraat en de Juliana van Stolbergstraat, Varsseveld Projectnummer 51026929-00232908 Datum 25-09-2025
Versie D1
Documentreferentie 51032908 Rapport quickscan natuurwaarden Wonion
4
Aangetroffen en te verwachten beschermde soorten
Het voorkomen van planten- en diersoorten in een gebied wordt mede bepaald door de aanwezigheid van geschikt leefgebied. Een soort kan in zijn leefgebied gebruik maken van verschillende plekken om te verblijven. Al deze plekken (biotopen) kunnen een bepaalde functie voor de soort vervullen. In dit hoofdstuk wordt op basis van het aanwezige habitat/verblijfsmogelijkheden samen met verspreidingsgegevens beschreven welke beschermde soorten binnen de onderzoekslocatie kunnen voorkomen. Afhankelijk van de soort wordt ingegaan op de potentiële aanwezigheid van vaste rust- of voortplantingsplaatsen, foerageergebied en verbindingsroutes. Tevens wordt beoordeeld of de voorgenomen plannen een negatief effect kunnen hebben op de mogelijk aanwezige beschermde soorten. In hoofdstuk 5 wordt beschreven welke juridische implicaties dit voor het project heeft.
4.1
Vogels
4.1.1
Broedvogels (nesten jaarrond beschermd)
Er zijn broedvogels waarvan de nesten ook beschermd zijn op het moment dat ze niet voor de voortplanting in gebruik zijn. Binnen de bebouwde kom kunnen dit zijn: huismus, gierzwaluw en slechtvalk. Van deze soorten kan de slechtvalk op voorhand worden uitgesloten. Deze soort broedt enkel op hoge stenige bebouwing, zoals kantoorgebouwen, torens en fabrieksschoorstenen.
Huismus De huismus is afhankelijk van menselijke bebouwing of kunstmatige nestgelegenheden als nestlocatie. De soort broedt in steden, dorpen, oudere buitenwijken en op het platteland, onder dakpannen, in gaten en kieren van gebouwen en in mussenkasten. De bebouwing op de onderzoekslocatie is reeds onderzocht op nestplaatsen van de huismus. Hierbij is aangetoond waar de nestlocaties zich bevonden en is aangegeven welke nestvoorzieningen gerealiseerd moeten worden (hoofdstuk 5). Ondanks dat de woningen ongeschikt zijn gemaakt blijft de bebouwing op de onderzoekslocatie op dit moment op een enkele locatie nog steeds geschikt als broedhabitat voor huismussen. Aan de Juliana van Stolbergstraat 35 zijn de renovatiewerkzaamheden reeds uitgevoerd en is daarom de vogelschroot (tijdelijk) weggehaald (figuur 4.1). Het is voor deze woning ook niet meer van belang dat deze natuurvrij is aangezien de werkzaamheden al zijn uitgevoerd. Aan de Graaf van Lohnstraat 72 zit ruimte op de hoek van de dakgoot waardoor huismussen hier kunnen nestelen (figuur 4.2).
Gierzwaluw De gierzwaluw is afhankelijk van menselijke bebouwing of kunstmatige nestgelegenheden om in te broeden. De soort komt met name voor in stads- en dorpskernen, en broedt in de ruimte onder dakpannen en in gaten en kieren onder de dakgoot, achter de regenpijp, dakkapel, of in een gat in de muur. Tijdens het nader onderzoek is aangetoond dat er broedplaatsen van de gierzwaluw aanwezig waren op de projectlocatie. De bebouwing is inmiddels grotendeels ongeschikt gemaakt bij de openingen van de kantpannen, echter is de opening op figuur 4.2 nog steeds geschikt voor gierzwaluw nesten. Een aanvullend onderzoek naar gierzwaluw is reeds uitgevoerd, waarbij ook nestplaatsen zijn aangetroffen (hoofdstuk 5).
Sweco | Rapport quickscan natuurwaarden Woningen aan de Graaf van Lohnstraat en de Juliana van Stolbergstraat, Varsseveld Projectnummer 51026929-00232908 Datum 25-09-2025
Versie D1
Documentreferentie 51032908 Rapport quickscan natuurwaarden Wonion
Figuur 4.1
4.1.2
Loshangend vogelschroot.
Figuur 4.2
Opening bij dakgoot en kantpannen.
Categorie 2 broedvogels
De broedvogels waarvan het nest in uitzonderlijke gevallen eveneens jaarrond is beschermd, zijn voornamelijk holenbroeders, zoals mezen, of makers van grote nesten, zoals zwarte kraai, of gebouwbroeders als huiszwaluw, spreeuw of zwarte roodstaart. Het gaat hierbij om algemeen voorkomende soorten, die voldoende flexibel worden geacht en ook in de directe omgeving voldoende broedgelegenheid hebben. Er zijn derhalve geen bijzondere ecologische omstandigheden die rechtvaardigen dat de nesten van genoemde soorten op de onderzoekslocatie een jaarrond beschermde status zouden moeten hebben. Schadelijke handelingen die leiden tot een vergunningsplichtig geval zijn te voorkomen (zie hoofdstuk 5).
4.1.3
Overige broedvogels
De bebouwing en beplanting op de onderzoekslocatie kan nestgelegenheid bieden aan algemene broedvogelsoorten zoals kauw en houtduif. De nesten van deze soorten zijn alleen beschermd op het moment dat ze als zodanig in gebruik zijn. Schadelijke handelingen die leiden tot een vergunningsplichtig geval zijn te voorkomen (zie hoofdstuk 5).
4.2
Vleermuizen
Volgens verspreidingsgegevens en de verspreidingsatlas van de NDFF is de onderzoekslocatie gelegen in een deel van Nederland waar de volgende vleermuissoorten kunnen voorkomen: gewone dwergvleermuis, ruige dwergvleermuis, rosse vleermuis, laatvlieger en gewone grootoorvleermuis.
Verblijfplaatsen op de onderzoekslocatie Bij verblijfplaatsen van vleermuizen is onderscheid te maken tussen een zomerverblijf, kraamverblijf, paar/baltsverblijf (die ook als individueel winterverblijfplaats gebruikt kunnen worden) en massawinterverblijf. Deze functies worden mede bepaald door specifieke kenmerken van bebouwing op de onderzoekslocatie. Deze verblijfplaatsen kunnen door diverse vleermuissoorten worden gebruikt.
Het nader onderzoek naar de vleermuizen op de projectlocatie is reeds uitgevoerd. Tijdens dit onderzoek zijn zomer- en paarverblijfplaatsen van gewone dwergvleermuis en zomerverblijfplaatsen van de laatvlieger Sweco | Rapport quickscan natuurwaarden Woningen aan de Graaf van Lohnstraat en de Juliana van Stolbergstraat, Varsseveld Projectnummer 51026929-00232908 Datum 25-09-2025
Versie D1
Documentreferentie 51032908 Rapport quickscan natuurwaarden Wonion
aangetroffen. De bebouwing is vervolgens ongeschikt gemaakt met een ontheffing. Echter ondanks dat deze ongeschikt gemaakt is, is nog steeds een enkele locatie (matig) geschikt als verblijfplaats voor vleermuizen. De randen onder de kantpannen bij Graaf van Lohnstraat 64 zijn grotendeels ongeschikt gemaakt met vulschuim, echter zijn er nog enkele openingen (figuur 4.3). De geschiktheid van de bebouwing op de onderzoekslocatie voor vleermuissoorten is weergegeven in tabel 4.1. Vergunningsplichtige schadelijke handelingen ten aanzien van vleermuizen zijn niet uit te sluiten. De resultaten van het nader onderzoek zijn beschreven in hoofdstuk 5.
Figuur 4.3 Mogelijke invliegopening onder kantpan die niet volledig ongeschikt gemaakt is.
Tabel 4.1 Potentiële functies van de onderzoekslocatie voor vleermuissoorten. Soort
Zomerverblijf
Kraamverblijf
Paar/baltsverblijf
Gewone dwergvleermuis
x
x
x
Ruige dwergvleermuis
x
x
x
Laatvlieger
x
x
Gewone grootoorvleermuis
x
x
Massawinterverblijf
x
Verblijfplaatsen buiten de onderzoekslocatie Het is door de onderlinge afstand tot de bebouwing in de omgeving niet aannemelijk dat er in de directe invloedssfeer van de onderzoekslocatie potentiële verblijfplaatsen aanwezig zijn die negatieve invloed kunnen ondervinden van de werkzaamheden.
Foerageerhabitat De onderzoekslocatie zal, gelet op het aanwezige habitat gebruikt kunnen worden door in de omgeving verblijvende vleermuizen zoals gewone dwergvleermuis, ruige dwergvleermuis, rosse vleermuis, laatvlieger en gewone grootoorvleermuis om te foerageren. De plannen zullen echter geen aantasting van belangrijk
Sweco | Rapport quickscan natuurwaarden Woningen aan de Graaf van Lohnstraat en de Juliana van Stolbergstraat, Varsseveld Projectnummer 51026929-00232908 Datum 25-09-2025
Versie D1
Documentreferentie 51032908 Rapport quickscan natuurwaarden Wonion
foerageerhabitat vormen. Door de voorgenomen ingreep zal het aanbod van foerageermogelijkheden niet in het geding komen, in de directe omgeving is meer geschikt foerageerhabitat voor vleermuizen aanwezig. Het betreft (sier)tuinen en bomenlanen.
Vliegroutes Vleermuizen maken veelal gebruik van lijnvormige (donkere) landschapselementen als houtsingels, beken en lanen om zich te verplaatsen tussen verblijfplaatsen en foerageergebieden. Doordat dergelijke lijnvormige elementen ontbreken op de onderzoekslocatie, worden er geen potentiële vliegroutes verstoord.
4.3
Overige zoogdieren
Alle zoogdieren in Nederland zijn beschermd. Voor sommige algemeen voorkomende soorten geldt een provinciale vrijstelling bij ruimtelijke ontwikkeling. Op deze wijze is er onderscheid te maken in streng beschermde en licht beschermde soorten.
Streng beschermde soorten Volgens verspreidingsgegevens van de NDFF en Broekhuizen et al. (2016) ligt de onderzoekslocatie binnen het verspreidingsgebied van de volgende streng beschermde grondgebonden zoogdieren: steenmarter en eekhoorn.
Steenmarter De onderzoekslocatie vormt mogelijk geschikt habitat voor de steenmarter. Steenmarters gebruiken hooizolders, loze ruimtes onder het dak, schuurtjes maar ook stenenstapels of takkenhopen, als verblijfplaats. Op de projectlocatie is een enkele schuur aanwezig met openingen (figuur 4.4). Vanwege meldingen van bewoners over mogelijke aanwezigheid van steenmarters is een nader onderzoek naar de steenmarter gedaan, hieruit zijn geen aanwijzingen gebleken voor de aanwezigheid van steenmarters. Gelet op het ontbreken ervan kan worden gesteld dat de onderzoekslocatie niet in gebruik is door de steenmarter. Vergunningsplichtige schadelijke handelingen ten aanzien van de steenmarter zijn niet aan de orde.
Figuur 4.4
Openingen in de schuurtjes.
Sweco | Rapport quickscan natuurwaarden Woningen aan de Graaf van Lohnstraat en de Juliana van Stolbergstraat, Varsseveld Projectnummer 51026929-00232908 Datum 25-09-2025
Versie D1
Documentreferentie 51032908 Rapport quickscan natuurwaarden Wonion
Eekhoorn De eekhoorn komt in de omgeving van de onderzoekslocatie voor. Deze soort kan zich doorgaans goed handhaven in stedelijke omgevingen wanneer er voldoende verbindende groene elementen aanwezig zijn en er genoeg voedsel te vinden is. De onderzoekslocatie ligt midden in de bebouwde kom, groene verbindingen waar de eekhoorn gebruik van kan maken zijn aanwezig rond de onderzoekslocatie. Er worden in de directe omgeving van de onderzoekslocatie geen bomen gekapt, waardoor er geen negatieve effecten ten aanzien van de eekhoorn zullen optreden.
Het voorkomen van overige grondgebonden zoogdieren waarvoor geen vrijstelling geldt, is tijdens het veldbezoek niet vastgesteld. Vanwege het ontbreken van geschikt habitat kan het voorkomen ervan redelijkerwijs worden uitgesloten. Licht beschermde soorten De onderzoekslocatie vormt geschikt habitat voor een aantal soorten grondgebonden zoogdieren. Het gaat daarbij om algemene soorten als egel en diverse (algemene) muizensoorten. Bij de voorgenomen ingreep vindt mogelijk verstoring van algemene soorten plaats. Voor deze algemene soorten geldt de algemene zorgplicht (hoofdstuk 5).
4.4
Reptielen
Volgens gegevens van de NDFF zijn er in de afgelopen tien jaar in de directe omgeving van de onderzoekslocatie geen beschermde reptielen waargenomen. Reptielen stellen specifieke eisen aan het habitat die betrekking hebben op verschillende factoren. Op de onderzoekslocatie is geen geschikt habitat voor reptielen aanwezig.
4.5
Amfibieën
Volgens gegevens van de NDFF zijn er in de afgelopen tien jaar in de directe omgeving van de onderzoekslocatie geen beschermde amfibieën waargenomen. Doordat wateroppervlakten als poelen, sloten en plassen op de onderzoekslocatie ontbreken zijn voortplantingsmogelijkheden voor amfibieën op de onderzoekslocatie uitgesloten.
Licht beschermde soorten De onderzoekslocatie vormt weinig geschikt landhabitat voor amfibieën, wegens de aanzienlijke verharding en beperkte aanwezigheid van struweel. Incidenteel kunnen algemene soorten als bruine kikker en gewone pad beschutting vinden tussen de beplanting. Voor de mogelijk incidenteel te verwachten soorten dient er rekening gehouden te worden met de zorgplicht (zie hoofdstuk 5).
Sweco | Rapport quickscan natuurwaarden Woningen aan de Graaf van Lohnstraat en de Juliana van Stolbergstraat, Varsseveld Projectnummer 51026929-00232908 Datum 25-09-2025
Versie D1
Documentreferentie 51032908 Rapport quickscan natuurwaarden Wonion
4.6
Vissen
Vanwege het ontbreken van oppervlaktewater op de onderzoekslocatie kan deze soortgroep buiten beschouwing worden gelaten.
4.7
Ongewervelden
Libellen Er zijn slechts enkele libellensoorten die binnen de Omgevingswet een strenge bescherming genieten. Deze zijn voor wat betreft hun verspreiding gebonden aan specifieke habitateisen, die veelal alleen in natuurgebied zijn te vinden. Beschermde soorten zijn op de onderzoekslocatie uit te sluiten.
Vlinders Beschermde vlinders stellen specifieke eisen aan het voortplantingshabitat. Bij het habitat is het belangrijk dat aan de eisen van alle stadia van de vlindersoort wordt voldaan. Voor de beschermde soorten in Nederland geldt dat deze veelal gebonden zijn aan specifieke waardplanten.
Beschermde vlinders stellen specifieke eisen aan het voortplantingshabitat met waard- en nectarplanten. De onderzoekslocatie bestaat volledig uit verharding en bebouwing. Het is uitgesloten dat er binnen de onderzoekslocatie voldoende geschikte waardplanten aanwezig zijn voor een (deel)populatie van een beschermde vlindersoort. Tevens worden er in de directe omgeving van de onderzoekslocatie geen bomen gekapt, waardoor er geen negatieve effecten op eventuele waardplanten zullen optreden. Overtreding van de Omgevingswet ten aanzien van beschermde vlinders kan op basis van de quickscan natuurwaarden uitgesloten worden.
Overige soorten Overige beschermde soorten, zoals vliegend hert, Europese rivierkreeft, vermiljoenkever en platte schijfhoren, zijn op de onderzoekslocatie uit te sluiten. Er is geen geschikt habitat voor dergelijke beschermde soorten op de onderzoekslocatie aanwezig en er zijn geen waarnemingen bekend in de directe omgeving van de onderzoekslocatie.
4.8
Planten
Aangezien de onderzoekslocatie vrijwel geheel bestaan uit bebouwing, verharding en tuinen met diverse cultivarsoorten, is het niet te verwachten dat er beschermde of zeldzame plantensoorten op de locatie te vinden zijn. Tijdens het veldbezoek zijn geen beschermde planten waargenomen. Hierbij is tevens gelet op de aanwezigheid van (beschermde) muurvegetatie. Vergunningsplichtige schadelijke handelingen ten aanzien van beschermde vaatplanten kan op basis van de quickscan natuurwaarden worden uitgesloten.
Sweco | Rapport quickscan natuurwaarden Woningen aan de Graaf van Lohnstraat en de Juliana van Stolbergstraat, Varsseveld Projectnummer 51026929-00232908 Datum 25-09-2025
Versie D1
Documentreferentie 51032908 Rapport quickscan natuurwaarden Wonion
4.9
Specifieke zorgplicht
Onder de specifieke zorgplicht vallen de in Nederland in het wild levende vogelsoorten, genoemd in bijlage I van de Vogelrichtlijn, en niet in de bijlage genoemde, geregeld in Nederland voorkomende trekvogelsoorten als bedoeld in artikel 2.4, tweede lid, van de Vogelrichtlijn. Verder vallen hieronder de soorten uit bijlagen II, IV en V van de Habitatrichtlijn en dier- en plantensoorten genoemd in de Rode Lijsten.
Een Rode Lijst is een overzicht van levende soorten die uit Nederland zijn verdwenen of dreigen te verdwijnen. Dit wordt bepaald op basis van zeldzaamheid en/of negatieve trend. De lijsten worden periodiek vastgesteld door de Minister van Economische Zaken. De dier- en plantensoorten zijn onderverdeeld in categorieën. Naast vogels zijn er ook lijsten voor amfibieën, bijen, dagvlinders, haften, kokerjuffers, korstmossen, land- en zoetwaterweekdieren, libellen, mossen, paddenstoelen, platwormen, reptielen, sprinkhanen en krekels, steenvliegen, vissen en zoogdieren.
Vanwege het ontbreken van geschikt habitat op de onderzoekslocatie en op basis van de ligging van de onderzoekslocatie ten opzichte van bekende populaties in de omgeving, worden geen significante negatieve effecten verwacht als gevolg van de voorgenomen werkzaamheden op Rode Lijst soorten die in bovengenoemde paragrafen niet reeds behandeld zijn.
De soorten die in bovenstaande paragrafen reeds zijn besproken, worden in deze paragraaf niet nogmaals besproken. Wanneer geschikt habitat aanwezig is en nadelige effecten plaatsvinden op de soorten zijn passende maatregelen aangegeven. Er zijn geen aanwijzingen dat de soorten die hiervoor zijn besproken belangrijke leefgebieden of habitats hebben die overlappen met de onderzoekslocatie. De onderzoekslocatie bestaat uit bebouwing met onderhouden gras en bomen/struiken eromheen, wat niet onderscheidend is ten opzichte van de omgeving. Gelet op het aanwezige habitat vervult de onderzoekslocatie ook geen noemenswaardige functie voor trekvogels.
Sweco | Rapport quickscan natuurwaarden Woningen aan de Graaf van Lohnstraat en de Juliana van Stolbergstraat, Varsseveld Projectnummer 51026929-00232908 Datum 25-09-2025
Versie D1
Documentreferentie 51032908 Rapport quickscan natuurwaarden Wonion
5
Toetsing aan soortenbescherming
Als gevolg van de voorgenomen ingreep op de onderzoekslocatie kunnen er schadelijke handelingen optreden die leiden tot een vergunningsplichtig geval. In dit hoofdstuk wordt beschreven voor welke soorten er sprake is van dreigende overtreding van de Omgevingswet en of met eenvoudige maatregelen overtreding is te voorkomen. Verder wordt beschreven voor welke soorten een vervolgtraject noodzakelijk is, bijvoorbeeld omdat toetsing van de ingreep aan de Omgevingswet op basis van de huidige onderzoeksinspanning niet mogelijk is, en wat de eventuele consequenties zijn ten aanzien van vergunningen.
5.1
Broedvogels
5.1.1
Jaarrond beschermde broedvogels
Huismus en gierzwaluw De nesten van huismussen en gierzwaluwen zijn het gehele jaar beschermd en vallen onder de beschermingscategorie 1 van vogelnesten. Dit zijn nesten van koloniebroeders die elk seizoen op dezelfde plaats broeden en die daarin zeer honkvast zijn of afhankelijk van bebouwing of biotoop. Volgens artikel 11.37 van de Omgevingswet is het verboden nesten van huismussen en gierzwaluwen te beschadigen, te vernielen of weg te nemen.
Tijdens het nader onderzoek is aangetoond dat er broedgevallen van de huismus en/of gierzwaluw op de onderzoekslocatie aanwezig zijn, ter mitigatie hiervan worden de volgende mitigerende maatregelen gerealiseerd: • •
Alle woningen op de projectlocatie worden voorzien van vogelschroot boven de 2 e dakpan van onder, zodat de eerste twee rijen dakpannen toegankelijk zijn voor de huismus om onder te broeden; 40 inbouwvoorzieningen voor de gierzwaluw.
Om te voorkomen dat de werkzaamheden leiden tot overtreding van de Omgevingswet is het noodzakelijk dat de opening aan de Graaf van Lohnstraat 72 nog ongeschikt gemaakt wordt volgens de verleende ontheffing van Wonion, hierbij moet door de natuuraannemer een ontmoedigingsrapport opgesteld worden.
5.1.2
Algemene broedvogels
Voor de algemene broedvogelsoorten die op de onderzoekslocatie zijn te verwachten geldt dat, indien de werkzaamheden buiten het broedseizoen uitgevoerd worden, er geen overtredingen plaats zullen vinden met betrekking tot deze soorten. Artikel 11.37 (Bal) (Het is verboden nesten te beschadigen, te vernielen of weg te nemen) is van toepassing. De nesten mogen echter wel worden weggenomen wanneer deze op dat moment niet in gebruik zijn. In de Omgevingswet wordt geen vaste periode gehanteerd voor het broedseizoen. Globaal kan voor het broedseizoen de periode maart tot half augustus worden aangehouden. Geldend is echter de aanwezigheid van een broedgeval op het moment van ingrijpen. Indien in het broedseizoen gestart wordt met de werkzaamheden, dient voorafgaand een broedvogelinspectie door een ecologisch deskundige plaats te vinden. Als alternatief kunnen voorafgaand aan het broedseizoen
Sweco | Rapport quickscan natuurwaarden Woningen aan de Graaf van Lohnstraat en de Juliana van Stolbergstraat, Varsseveld Projectnummer 51026929-00232908 Datum 25-09-2025
Versie D1
Documentreferentie 51032908 Rapport quickscan natuurwaarden Wonion
maatregelen getroffen worden om broedgevallen te voorkomen. Deze maatregelen dienen in een ecologisch werkprotocol uitgewerkt te worden.
5.2
Vleermuizen
De te renoveren bebouwing op de onderzoekslocatie is geschikt als verblijfplaats voor vleermuizen. De renovatie van de bebouwing zou in geval van aanwezigheid van een verblijfsfunctie van vleermuizen kunnen leiden tot schadelijke handelingen die leiden tot een vergunningsplichtig geval.
Alle vleermuissoorten zijn opgenomen in bijlage IV van de EU-Habitatrichtlijn, dier- en plantensoorten van communautair belang die strikt moeten worden beschermd. Vleermuizen worden ook benoemd in Bijlage II van de conventie van Bonn.
Tijdens het nader onderzoek is aangetoond dat er verblijfplaatsen van vleermuizen zijn aangetroffen. -
Het betreft 6 zomerverblijfplaatsen van de gewone dwergvleermuis, waarvan er 3 eveneens gebruikt worden als paarverblijfplaats; Het betreft 2 zomerverblijfplaatsen van de laatvlieger.
Om deze verblijfplaatsen te mitigeren, dienen de volgende permanente voorzieningen gerealiseerd te worden: -
24 inbouwvoorzieningen voor zomer- en paarverblijfplaatsen van de gewone dwergvleermuis; 13 kopgevels aan de Ds. Westerbeekstraat, Arentzenstraat en Beckingstraat te Varsseveld zijn reedsgeschikt gemaakt voor de laatvlieger. Minimaal 8 nokvorsten bij de nieuwbouwwoningen aan de Juliana van Stolbergstraat en de Graaf van Lohnstraat zullen uiteindelijk ook, middels dezelfde werkwijze, geschikt gemaakt worden voor de laatvlieger.
Om te voorkomen dat de werkzaamheden leiden tot overtreding van de Omgevingswet is het noodzakelijk dat de spleet aan de nokpan aan de Graaf van Lohnstraat 64 nog ongeschikt gemaakt wordt volgens de verleende ontheffing van Wonion, hierbij moet door de natuuraannemer een ontmoedigingsrapport opgesteld worden. Als er op andere woningen nog zelfde spleten zijn, geldt hiervoor hetzelfde.
5.3
Algemene grondgebonden zoogdieren en amfibieën
De werkzaamheden kunnen verstorend werken voor algemene grondgebonden zoogdieren en amfibieën die zich op de onderzoekslocatie bevinden. Door de werkzaamheden kunnen dieren gewond raken of worden gedood. Voor de te verwachten soorten geldt bij ruimtelijke ontwikkelingen een vrijstelling van de Omgevingswet, waardoor geen vergunning hoeft te worden aangevraagd. Het is echter in het kader van de zorgplicht wel noodzakelijk om voldoende zorg te dragen voor de aanwezige individuen en al het redelijkerwijs mogelijke dient gedaan te worden om het doden van individuen te voorkomen. Het doden of verwonden kan plaatsvinden indien schuil- of voortplantingslocaties worden beschadigd. Aanwezige dieren moeten de gelegenheid krijgen om veilig weg te komen.
Sweco | Rapport quickscan natuurwaarden Woningen aan de Graaf van Lohnstraat en de Juliana van Stolbergstraat, Varsseveld Projectnummer 51026929-00232908 Datum 25-09-2025
Versie D1
Documentreferentie 51032908 Rapport quickscan natuurwaarden Wonion
Er zijn maatregelen die in het kader van de zorgplicht getroffen kunnen worden, zoals het bouwmateriaal en overige materialen niet opslaan in groenstroken. Grondgebonden zoogdieren en amfibieën kunnen dergelijk materiaal gebruiken als een schuil- of voortplantingsplaats.
5.4
Overige soort(groep)en
Overtredingen van de Omgevingswet ten aanzien van beschermde soorten behorend tot de overige soortgroepen zijn wegens het ontbreken van geschikt habitat/verblijfsmogelijkheden, op basis van verspreidingsgegevens, de aanwezigheid van voldoende alternatieven en/of gezien de aard van de ingreep in dit geval niet aan de orde.
Sweco | Rapport quickscan natuurwaarden Woningen aan de Graaf van Lohnstraat en de Juliana van Stolbergstraat, Varsseveld Projectnummer 51026929-00232908 Datum 25-09-2025
Versie D1
Documentreferentie 51032908 Rapport quickscan natuurwaarden Wonion
6
Toetsing aan gebiedsbescherming
In algemene zin kan er door een plan sprake zijn van negatieve gevolgen, op vanuit de Omgevingswet aangewezen beschermde gebieden. In dit hoofdstuk wordt beschreven voor welke gebieden er mogelijk sprake is van negatieve effecten als gevolg van de voorgenomen ingrepen op de onderzoekslocatie. Verder wordt beschreven of een vervolgtraject noodzakelijk is en wat de eventuele consequenties zijn ten aanzien van vergunningen.
6.1
Natura 2000
De onderzoekslocatie is niet gelegen binnen de grenzen, of in de directe nabijheid van een gebied dat aangewezen is als Natura 2000. Het meest nabijgelegen Natura 2000-gebied, Korenburgerveen, bevindt zich op circa 14 kilometer afstand ten noordoosten van de onderzoekslocatie (zie figuur 6.1).
Figuur 6.1 gearceerd).
Ligging van de onderzoekslocatie (rood omkaderd en gele pijl) ten opzichte van Natura 2000 (geel
De onderzoekslocatie is niet gelegen binnen een Natura 2000-gebied. Indien er sprake zou zijn van een effect, betreft dit een extern effect, zoals toenamen van geluid, trilling, licht of depositie van stikstof. Externe effecten als gevolg van de voorgenomen plannen op de onderzoekslocatie zijn, gezien de afstand (± 15 km) tot de meest nabijgelegen Natura 2000-gebieden in combinatie met de aard van de plannen (verduurzaming) niet te verwachten. Vervolgonderzoek met betrekking tot Natura 2000-gebieden wordt niet noodzakelijk geacht.
Sweco | Rapport quickscan natuurwaarden Woningen aan de Graaf van Lohnstraat en de Juliana van Stolbergstraat, Varsseveld Projectnummer 51026929-00232908 Datum 25-09-2025
Versie D1
Documentreferentie 51032908 Rapport quickscan natuurwaarden Wonion
6.2
Natuurnetwerk Nederland
De onderzoekslocatie maakt geen deel uit van het Natuurnetwerk. De onderzoekslocatie ligt echter wel in de nabijheid van een gebied, behorend tot het Natuurnetwerk Nederland. Het meest nabijgelegen gebied bevindt zich circa 1000 meter afstand ten noordwesten van de onderzoekslocatie. In figuur 6.2 is de ligging van de onderzoekslocatie ten opzichte van het Natuurnetwerk Nederland weergegeven.
Figuur 6.2 Ligging van de onderzoekslocatie (rood) ten opzichte van het Natuurnetwerk Nederland (donkergroen) en Groene Ontwikkelingszone (lichtgroen).
De onderzoekslocatie is gelegen op 1000 meter afstand van een onderdeel van het Gelders Natuurnetwerk (GNN). Het Natuurnetwerk betreft in Gelderland een louter planologische bescherming van de aangewezen gebieden zelf. Aangezien het planvoornemen niet leidt tot een wijziging van de bestemming van het aangrenzende onderdeel van het Natuurnetwerk zijn aanvullende maatregelen of aanvullend advies ten aanzien van het GNN niet aan de orde.
6.3
Overige gebiedsbescherming
In Gelderland worden de volgende overige gebieden beschermd door regels in de Omgevingsverordening Gelderland (maart 2021): Groene ontwikkelingszone (GO), Weidevogelgebieden, Ganzenrustgebieden, natte landnatuur, Waardevol open gebied en nationale landschappen. Hieronder wordt de Groene ontwikkelingszone behandeld, voor zover dit van toepassing is op het voorgenomen plan.
Sweco | Rapport quickscan natuurwaarden Woningen aan de Graaf van Lohnstraat en de Juliana van Stolbergstraat, Varsseveld Projectnummer 51026929-00232908 Datum 25-09-2025
Versie D1
Documentreferentie 51032908 Rapport quickscan natuurwaarden Wonion
De Groene ontwikkelingszone (GO) bestaat met name uit agrarisch gebied dat tussen en rondom grote natuurkernen is gelegen. Deze zone heeft een verbindende en bufferende functie, kleine natuurgebiedjes binnen de GO zullen na aanleg deel gaan uitmaken van het Gelders natuurnetwerk. De onderzoekslocatie is gelegen op 1000 meter afstand van een onderdeel van de Groene ontwikkelingszone. De Groene ontwikkelingszone betreft een louter planologische bescherming van de aangewezen gebieden. Aangezien het planvoornemen niet leidt tot een wijziging van de bestemming van een onderdeel van de Groene ontwikkelingszone zijn aanvullende maatregelen of aanvullend advies ten aanzien van de GO niet aan de orde.
7
Houtopstanden
In artikel 11.112 zijn de oogmerken opgenomen voor de activiteiten die houtopstanden, hout en houtproducten betreffen. De oogmerken met betrekking tot vellen en herplanten van houtopstanden hebben betrekking op de natuurbescherming, de instandhouding van het bosareaal in Nederland en het beschermen van landschappelijke waarden. De Omgevingswet beschermt bos van minimaal 10 are en bomenrijen van minimaal 21 bomen, gelegen buiten de bebouwde kom (de zogenaamde 'houtopstanden'). Het is verboden deze houtopstanden geheel of gedeeltelijk te vellen zonder voorafgaande melding bij het bevoegd gezag. In dit hoofdstuk wordt beschreven of er bij de voorgenomen kap sprake is van meldingsplicht en herplantplicht. Verder wordt beschreven of er vervolgmaatregelen getroffen dienen te worden ten behoeve van de voorgenomen houtkap.
Gezien er bij de voorgenomen plannen geen bomen gekapt worden, kan het onderdeel houtopstanden als bedoeld in Artikel 11.111 (Bal) buiten beschouwing worden gelaten. Vervolgstappen zijn niet noodzakelijk.
Sweco | Rapport quickscan natuurwaarden Woningen aan de Graaf van Lohnstraat en de Juliana van Stolbergstraat, Varsseveld Projectnummer 51026929-00232908 Datum 25-09-2025
Versie D1
Documentreferentie 51032908 Rapport quickscan natuurwaarden Wonion
8
Samenvatting en conclusies
Sweco heeft van Wonion opdracht gekregen voor het uitvoeren van een quickscan natuurwaarden aan de Graaf van Lohnstraat 34 – 50 en 56 - 72 en de Juliana van Stolbergstraat 1-39 te Varsseveld.
De quickscan natuurwaarden is uitgevoerd in het kader van de aanvraag van het omgevingsplan.
Het onderzoek heeft tot doel om in te schatten of er op de onderzoekslocatie planten- en diersoorten, gebieden of houtopstanden aanwezig zijn die volgens de natuurbescherming onder de Omgevingswet een beschermde status hebben en die mogelijk negatieve gevolgen kunnen ondervinden door de voorgenomen ingreep.
De initiatiefnemer is voornemens de woningen te verduurzamen en / of te slopen.
De aanwezigheid van geschikt habitat op de onderzoekslocatie voor de verschillende soorten en soortgroepen is weergegeven in tabel 8.1. In tabel 8.2 zijn de effecten op beschermde gebieden en houtopstanden weergegeven. In de tabellen is samengevat of de voorgenomen ingreep mogelijk verstorend kan werken en wat de consequenties zijn voor eventuele vervolgstappen, zoals soortgericht nader onderzoek of vergunningstrajecten. In de tabellen is weergegeven of maatregelen noodzakelijk zijn om overtreding van de Omgevingswet voor bepaalde soortgroepen te voorkomen.
Tabel 8.1
Overzicht geschiktheid onderzoekslocatie voor soortgroepen en te nemen vervolgstappen.
Soortgroep
Geschikt habitat
Ingreep verstorend
Nader onderzoek
Omgevingsvergunning
Bijzonderheden / opmerkingen*
algemeen
ja
nee
nee
nee
het verwijderen van nestgelegenheden buiten het broedseizoen uitvoeren
jaarrond beschermd
ja
mogelijk
nee
nee
Graaf van Lohnstraat 72 nog ongeschikt maken volgens de voorschriften uit de beschikbare ontheffing
verblijfplaatsen
ja
mogelijk
nee
nee
Graaf van Lohnstraat 64 nog ongeschikt maken volgens de voorschriften uit de beschikbare ontheffing
foerageergebied
ja
nee
nee
nee
voldoende alternatief in de omgeving beschikbaar
vliegroutes
nee
nee
nee
nee
-
Grondgebonden zoogdieren
minimaal
mogelijk
nee
nee
aandacht voor zorgplicht ten aanzien van algemene soorten zoals de egel en algemene muissoorten
Amfibieën
minimaal
mogelijk
nee
nee
aandacht voor zorgplicht ten aanzien van algemene soorten zoals de bruine kikker en gewone pad
Overige soortgroepen
nee
nee
nee
nee
-
Broedvogels
Vleermuizen
Sweco | Rapport quickscan natuurwaarden Woningen aan de Graaf van Lohnstraat en de Juliana van Stolbergstraat, Varsseveld Projectnummer 51026929-00232908 Datum 25-09-2025
Versie D1
Documentreferentie 51032908 Rapport quickscan natuurwaarden Wonion
Tabel 8.2
Overzicht effecten t.o.v. beschermde gebieden en houtopstanden en te nemen vervolgstappen.
Gebiedsbescherming
Gebied aanwezig
Ingreep verstorend
Nader onderzoek
Vergunningplicht
Bijzonderheden / opmerkingen*
Natura 2000
14 km
nee
nee
nee
-
Natuurnetwerk Nederland
1000 m
nee
nee
nee
-
Houtopstanden
n.v.t.
-
* Wijzigingen in het planvoornemen kunnen van invloed zijn op de uitkomst van het onderzoek.
Conclusie
Voor beschermde soorten behorend tot de overige soortgroepen zijn overtredingen ten aanzien van de Omgevingswet wegens het ontbreken van geschikt habitat, het ontbreken van sporen en/of vanwege een vrijstelling bij ruimtelijke ontwikkeling niet aan de orde. Wel dient rekening te worden gehouden met de algemene zorgplicht.
Huismus en gierzwaluw De bebouwing op de onderzoekslocatie is aan de Graaf van Lohnstraat 72 geschikt als nestgelegenheid voor de huismus en gierzwaluw. Hier bevindt zich een opening aan nabij de dakgoot, als deze opening ongeschikt gemaakt wordt conform de ontheffing van Wonion, is uit te sluiten dat er verder overtredingen ten aanzien van de Omgevingswet plaatsvinden. De nog uit te voeren ontmoediging dient te worden vastgelegd in een ontmoedigingsrapport.
Overige broedvogels Voor de algemene broedvogelsoorten die op de onderzoekslocatie zijn te verwachten geldt dat, indien de werkzaamheden buiten het broedseizoen plaatsvinden, er geen overtredingen plaats zullen vinden met betrekking tot deze soorten. In de Omgevingswet wordt geen vaste periode gehanteerd voor het broedseizoen. Globaal kan voor het broedseizoen de periode maart tot half augustus worden aangehouden. Geldend is echter de aanwezigheid van een broedgeval op het moment van ingrijpen.
Vleermuizen De te renoveren bebouwing op de onderzoekslocatie is alleen aan de Graaf van Lohnstraat 64 geschikt als verblijfplaats voor vleermuizen. Hier bevindt zich een opening aan de nokpan, als deze spleet ongeschikt gemaakt wordt conform de ontheffing van Wonion, is uit te sluiten dat er verder overtredingen ten aanzien van de Omgevingswet plaatsvinden. De nog uit te voeren ontmoediging dient te worden vastgelegd in een ontmoedigingsrapport.
Algemene grondgebonden zoogdieren en amfibieën De werkzaamheden kunnen verstorend werken voor algemene grondgebonden zoogdieren en amfibieën die zich op de onderzoekslocatie bevinden. Het is in het kader van de zorgplicht noodzakelijk om voldoende zorg te dragen voor de aanwezige individuen en al het redelijkerwijs mogelijke dient gedaan te worden om het doden van individuen te voorkomen.
Sweco | Rapport quickscan natuurwaarden Woningen aan de Graaf van Lohnstraat en de Juliana van Stolbergstraat, Varsseveld Projectnummer 51026929-00232908 Datum 25-09-2025
Versie D1
Documentreferentie 51032908 Rapport quickscan natuurwaarden Wonion
Bijlage GERAADPLEEGDE BRONNEN BIJ12 (2023a). Kennisdocument gierzwaluw. Opgehaald van https://www.bij12.nl/onderwerp/natuurinformatie/kennisdocumenten-soorten-natuurbescherming/
BIJ12 (2023b). Kennisdocument huismus. Opgehaald van https://www.bij12.nl/onderwerp/natuurinformatie/kennisdocumenten-soorten-natuurbescherming/
BIJ12 (2024). Kennisdocument gewone dwergvleermuis. Opgehaald van https://www.bij12.nl/wpcontent/uploads/2024/04/Kennisdocument-Gewone-dwergvleermuis-versie-2.0.pdf Broekhuizen, S., Spoelstra, K., Thissen, J., Canters, K. & Buys, J. (2016). Atlas van de Nederlandse zoogdieren - Natuur van Nederland 12. Naturalis Biodiversity Center & EIS Kenniscentrum Insecten en andere ongewervelden, Leiden.
Limpens H. & Regelink J. (2017). Vleermuizen en planologie. Zoogdiervereniging, Nijmegen.
Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit (z.d.). Natura 2000 gebieden. Geraadpleegd op 18 september 2025 van https://www.natura2000.nl/gebieden.
Nationale Database Flora en Fauna (z.d.). Uitvoerportaal; zoekgebied Doetinchem, periode 2019-2024. NDFF. Geraadpleegd op 18 september 2025 van https://ndff-ecogrid.nl.
Ravon (z.d.). Soorten. Geraadpleegd op 25 september 2025 van https://www.ravon.nl/Soorten/Soortinformatie
Sovon (z.d.). Soortenoverzicht. Geraadpleegd op 25 september 2025 van https://stats.sovon.nl/stats/soorten.
Verspreidingsatlas (z.d.). NDFF Verspreidingsatlas. Geraadpleegd op 25 september 2025 van https://www.verspreidingsatlas.nl/.
Vleermuisvakberaad Netwerk Groene Bureaus (2021). Vleermuisprotocol 2021. Opgehaald van https://netwerkgroenebureaus.nl/vleermuisprotocol.
Vlinderstichting (z.d.) Vlinders. Geraadpleegd op 25 september 2025 van https://www.vlinderstichting.nl/vlinders
Vogelbescherming (z.d.). Vogelgids. Geraadpleegd op 25 september 2025 van https://www.vogelbescherming.nl/
Sweco | Rapport quickscan natuurwaarden Woningen aan de Graaf van Lohnstraat en de Juliana van Stolbergstraat, Varsseveld Projectnummer 51026929-00232908 Datum 25-09-2025
Versie D1
Documentreferentie 51032908 Rapport quickscan natuurwaarden Wonion
Zoogdiervereniging (z.d.) Zoogdiersoorten. Geraadpleegd op 25 september 2025 van https://www.zoogdiervereniging.nl/zoogdiersoorten
Provinciale bronnen Provincie Gelderland (2021, maart). Planoviewer - Geconsolideerde Omgevingsverordening Gelderland (maart 2021). Geraadpleegd op 25 september 2025 van https://gldanders.planoview.nl/planoview/.
Provincie Gelderland (z.d.). Bijlage Kernkwaliteiten Gelders Natuurnetwerk en Groene Ontwikkelingszone. Geraadpleegd op 25 september 2025 van https://www.ruimtelijkeplannen.nl/documents/NL.IMRO.9925.PVOmgverordeningGCgc08/b_NL.IMRO.9925.PVOmgverordeningGC-gc08_733.pdf.
Bijlage 1 Natuurwetgeving en doelen Natura 2000 Natuurwetgeving Natura 2000 Deze bijlage geeft achtergrondinformatie over de natuurwetgeving waaraan de voorgenomen ingreep op de onderzoekslocatie wordt getoetst. Deze bijlage is niet toegespitst op de situatie op de onderzoekslocatie, maar geeft enkel een beschrijving van de vigerende, en per 1-1-2024 geldende, wetgeving. Indien een plangebied in of nabij een beschermd gebied is gelegen, dan dient te worden bepaald of er een (extern) effect valt te verwachten op Natura 2000.
Natura 2000 is de benaming voor een Europees netwerk van natuurgebieden waarin belangrijke flora en fauna voorkomen, gezien vanuit een Europees perspectief. Met Natura 2000 wil men deze flora en fauna duurzaam beschermen. De staatssecretaris van Economische Zaken heeft voor Nederland ruim 162 Natura 2000-gebieden aangewezen. Gezamenlijk hebben ze een oppervlak van ruim 1,1 miljoen hectare. Ze maken deel uit van een samenhangend netwerk van natuurgebieden in de Europese Unie die zijn aangewezen op grond van de vogelrichtlijn en habitatrichtlijn. Het doel van Natura 2000 is het keren van de achteruitgang van de biodiversiteit.
Binnen een gebied kan spanning optreden tussen economie en ecologie. In een zogenaamd beheerplan leggen Rijk en provincies vast welke activiteiten, op welke wijze mogelijk zijn. Uitgangspunt is steeds het realiseren van ecologische doelen met respect voor en in een zorgvuldige balans met wat particulieren en ondernemers willen. Het opstellen gebeurt daarom in overleg met alle direct betrokkenen, zoals beheerders, gebruikers, omwonenden, gemeenten, natuurorganisaties en waterschappen. Samen geven ze invulling aan beleven, gebruiken en beschermen. Daar draait het om in de Nederlandse Natura 2000-gebieden (bron: Regiegroep Natura 2000).
Het is verboden zonder vergunning van gedeputeerde staten een project te realiseren dat niet direct verband houdt met of nodig is voor het beheer van een Natura 2000-gebied, maar afzonderlijk of in combinatie met andere plannen of projecten significante gevolgen kan hebben voor een Natura 2000-gebied (artikel 2.7, lid 2 Wnb. en per 1 januari 2024 artikel 5.1, lid 1, sub e Ow).
Handelingen die een negatieve invloed hebben op Natura 2000-gebieden, worden slechts onder strikte voorwaarden toegestaan. Een vergunning is vereist. Door middel van het Nederlandse vergunningsstelsel
Sweco | Rapport quickscan natuurwaarden Woningen aan de Graaf van Lohnstraat en de Juliana van Stolbergstraat, Varsseveld Projectnummer 51026929-00232908 Datum 25-09-2025
Versie D1
Documentreferentie 51032908 Rapport quickscan natuurwaarden Wonion
wordt een zorgvuldige afweging gewaarborgd. De vergunningen zullen beoordeeld en afgegeven worden door het bevoegd gezag. De provincie is bevoegd gezag voor de toetsing van handelingen met mogelijke gevolgen voor beschermde Natura 2000-gebieden (de gebiedenbeschermingsbepalingen). Alleen bij ruimtelijke ingrepen waarmee grote nationale belangen zijn gemoeid, blijft het Rijk bevoegd gezag.
Doelen Natura 2000 Voor ieder Natura 2000-gebied geldt dat deze een specifiek internationaal belang heeft voor bepaalde soorten en/of habitattypen. Op grond van de staat van instandhouding en het relatief belang van soorten en habitattypen zijn de belangrijkste verbeteropgaven en doelen op landelijk niveau vastgesteld. Deze landelijke doelen vormen de kaders voor de formulering van instandhoudingdoelen op gebiedsniveau. Algemene doelen zijn behoud en indien van toepassing herstel van:
• •
• •
De bijdrage van het Natura 2000-gebied aan de ecologische samenhang van Natura 2000 zowel binnen Nederland als binnen de Europese Unie; De bijdrage van het Natura 2000-gebied aan de biologische diversiteit en aan de gunstige staat van instandhouding van natuurlijke habitats en soorten binnen de Europese Unie, die zijn opgenomen in bijlage I of bijlage II van de Habitatrichtlijn. Dit behelst de benodigde bijdrage van het gebied aan het streven naar een op landelijk niveau gunstige staat van instandhouding voor de habitattypen en de soorten waarvoor het gebied is aangewezen; De natuurlijke kenmerken van het Natura 2000-gebied, inclusief de samenhang van de structuur en functies van de habitattypen en van de soorten waarvoor het gebied is aangewezen; De op het gebied van toepassing zijnde ecologische vereisten van de habitattypen en soorten waarvoor het gebied is aangewezen.
Sweco | Rapport quickscan natuurwaarden Woningen aan de Graaf van Lohnstraat en de Juliana van Stolbergstraat, Varsseveld Projectnummer 51026929-00232908 Datum 25-09-2025
Versie D1
Documentreferentie 51032908 Rapport quickscan natuurwaarden Wonion
Bijlage 2 Natuurwetgeving Natuurnetwerk Nederland Natuurwetgeving Natuurnetwerk Nederland Deze bijlage geeft achtergrondinformatie over de natuurwetgeving waaraan de voorgenomen ingreep op de onderzoekslocatie is getoetst. Deze bijlage is niet toegespitst op de situatie op de onderzoekslocatie, maar geeft enkel een beschrijving van de vigerende, en per 1 januari 2024 geldende, wetgeving. Indien een plangebied in of nabij een beschermd gebied is gelegen, dan dient te worden bepaald of er een (extern) effect valt te verwachten. Het gaat daarbij om gebieden behorend tot het Natuurnetwerk Nederland.
Het Natuurnetwerk Nederland is het Nederlands netwerk van bestaande en nieuw aan te leggen natuurgebieden. Het netwerk moet natuurgebieden beter verbinden met elkaar en met het omringende agrarisch gebied.
Het Natuurnetwerk Nederland bestaat uit: • • • • •
Bestaande natuurgebieden, waaronder de 20 Nationale Parken; Gebieden waar nieuwe natuur aangelegd wordt; Landbouwgebieden, beheerd volgens agrarisch natuurbeheer; Ruim 6 miljoen hectare grote wateren: meren, rivieren, de Noordzee en de Waddenzee; Alle Natura 2000-gebieden.
In de Omgevingswet staan de bijzondere provinciale natuurgebieden en bijzondere provinciale landschappen in de omgevingsverordening (artikel 2.44, lid 4 en 5 Ow en artikel 7.6, lid 1 Bkl).
Initiatiefnemers van ingrepen binnen (of in de directe nabijheid van) het Natuurnetwerk Nederland dienen de effecten van de ingreep op kernkwaliteiten en omgevingscondities te onderzoeken. De omgevingscondities zullen ten opzichte van de oorspronkelijke situatie mogelijk veranderen. Dit zal middels nader onderzoek/toetsing inzichtelijk gemaakt moeten worden.
Ingrepen die de natuur significant aantasten, mogen niet worden toegestaan in het bestemmingsplan (“nee”), tenzij ze een groot openbaar belang dienen én er geen alternatieven zijn buiten de natuur. Als het toegestaan is, is natuurcompensatie verplicht (op een andere plek moet dan nieuwe natuur komen).
Sweco | Rapport quickscan natuurwaarden Woningen aan de Graaf van Lohnstraat en de Juliana van Stolbergstraat, Varsseveld Projectnummer 51026929-00232908 Datum 25-09-2025
Versie D1
Documentreferentie 51032908 Rapport quickscan natuurwaarden Wonion
Bijlage 3 Omgevingswet Omgevingswet AFDELING 2.6 BIJZONDERE TAKEN EN BEVOEGDHEDEN § 2.6.3 Bijzondere bevoegdheden natuur en landschap
Artikel 2.44 (aanwijzing natuurgebieden en landschappen) 1. Onze Minister voor Natuur en Stikstof wijst ter uitvoering van de vogelrichtlijn of de habitatrichtlijn Natura 2000-gebieden aan en stelt daarbij instandhoudingsdoelstellingen voor die gebieden vast. 2. Onze Minister voor Natuur en Stikstof kan ter uitvoering van de vogelrichtlijn of de habitatrichtlijn bijzondere nationale natuurgebieden aanwijzen en instandhoudingsdoelstellingen voor die gebieden vaststellen. 3. Onze Minister voor Natuur en Stikstof kan nationale parken aanwijzen. 4. Bij omgevingsverordening worden de gebieden aangewezen die behoren tot het natuurnetwerk Nederland. 5. Bij omgevingsverordening kunnen gebieden, met uitzondering van Natura 2000- gebieden of gebieden als bedoeld in het vierde lid, worden aangewezen als bijzondere provinciale natuurgebieden en bijzondere provinciale landschappen.
AFDELING 5.1 DE OMGEVINGSVERGUNNING § 5.1.1 Verbodsbepalingen
Artikel 5.1 (omgevingsvergunningplichtige activiteiten wet) 1. Het is verboden zonder omgevingsvergunning de volgende activiteiten te verrichten: a. b. c. d. e. f. g.
een afwijkomgevingsplanactiviteit, een rijksmonumentenactiviteit, een ontgrondingsactiviteit, een stortingsactiviteit op zee, een Natura 2000-activiteit, een jachtgeweeractiviteit, een valkeniersactiviteit, tenzij het gaat om een bij algemene maatregel van bestuur aangewezen geval. 2. Het is verboden zonder omgevingsvergunning de volgende activiteiten te verrichten: a. een bouwactiviteit, b. een milieubelastende activiteit, c. een lozingsactiviteit op: 1°. een oppervlaktewaterlichaam, 2°. een zuiveringtechnisch werk, d. een wateronttrekkingsactiviteit, e. een mijnbouwlocatieactiviteit,
Sweco | Rapport quickscan natuurwaarden Woningen aan de Graaf van Lohnstraat en de Juliana van Stolbergstraat, Varsseveld Projectnummer 51026929-00232908 Datum 25-09-2025
Versie D1
Documentreferentie 51032908 Rapport quickscan natuurwaarden Wonion
f.
een beperkingengebiedactiviteit met betrekking tot: 1°. een weg, 2°. een waterstaatswerk, 3°. een luchthaven, 4°. een hoofdspoorweg, lokale spoorweg of bijzondere spoorweg, 5°. een installatie in een waterstaatswerk, g. een flora- en fauna-activiteit, voor zover het gaat om een bij algemene maatregel van bestuur aangewezen geval. § 5.1.2 Reikwijdte aanvraag omgevingsvergunning en aanwijzing bevoegd gezag
Artikel 5.7 (aanvraag los of gelijktijdig) 1. Een aanvraag om een omgevingsvergunning kan naar keuze van de aanvrager op een of meer activiteiten betrekking hebben. 2. Met het oog op een doelmatig waterbeheer wordt een omgevingsvergunning voor wateractiviteiten, in bij algemene maatregel van bestuur aangewezen gevallen, los aangevraagd van de omgevingsvergunning voor andere activiteiten als bedoeld in de artikelen 5.1 en 5.4. 3. Een omgevingsvergunning voor een activiteit waarbij de locatie van ondergeschikt belang is, wordt, in bij algemene maatregel van bestuur aangewezen gevallen, los aangevraagd van de omgevingsvergunning voor andere activiteiten. 4. Een omgevingsvergunning voor een milieubelastende activiteit en een omgevingsvergunning voor een wateractiviteit, met uitzondering van een als wateractiviteit aan te merken beperkingengebiedactiviteit, worden gelijktijdig aangevraagd als: a. die activiteiten betrekking hebben op dezelfde ippc-installatie, of b. op die activiteiten de Seveso-richtlijn van toepassing is. 5. Dit artikel is van overeenkomstige toepassing op aanvragen om wijziging van de voorschriften van een omgevingsvergunning.
Besluit kwaliteit leefomgeving AFDELING 7.3 INSTRUCTIEREGELS MET HET OOG OP NATUURBESCHERMING § 7.3.1 Natuurnetwerk Nederland
Artikel 7.6 (aanwijzing en begrenzing natuurnetwerk Nederland) 1. Bij omgevingsverordening worden de gebieden die het natuurnetwerk Nederland, bedoeld in artikel 2.44, vierde lid, van de wet, vormen, aangewezen en wordt de geometrische begrenzing daarvan vastgelegd. 2. De militaire terreinen OT De Haar, OT De Vlasakkers, OT Havelte West, OT Leusderheide, OT Marnewaard en OT Oirschotse Heide, genoemd in bijlage XIV, onder A, waarvan de geometrische begrenzing bij ministeriële regeling is vastgelegd, maken geen deel uit van het natuurnetwerk Nederland.