CConstaterende datOude IJsselstreek
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 4 erfinpassing Idinkweg.pdf

Raadsvergadering 23 april 2026, gemeente Oude IJsselstreekBij agendapunt: 10: TAM-omgevingsplan “Buitengebied, locaties Idinkweg ongenummerd naast 3b te Varsseveld en Twente Route 24 te Heelweg”3.471 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Erf inpassingsplan Idinkweg (ongenummerd) | Varsseveld

Colofon

Erfinpassingsplan Idinkweg (ongenummerd) te Varsseveld

Uitgevoerd door: Natuurbank Overijssel Correspondentieadres: Nobelstraat 7-5 7131 PZ Lichtenvoorde BTW-ID: NL001388212B56 E: info@natuurbankoverijssel.nl Tel: 0850-509852

Opdrachtgever: eigenaar landgoed

Projectnummer en versie: 7223 versie 1.0 Ligging plangebied: Idinkweg (ongenummerd) te Varsseveld Auteur: E. Leemreise

Status: Definitief Rapportdatum: 23-4-2025 Veldwerk uitgevoerd door: L.Talen

De vermelde medewerkers in deze rapportage zijn akkoord met openbaring van zijn of haar persoonsgegevens in het kader van de AVG-privacy wetgeving.

Inhoudsopgave Hoofdstuk 1

Inleiding ...................................................................................................................................... 4

1.1 Aanleiding ................................................................................................................................................................. 4 1.2 Beschrijving van het initiatief ................................................................................................................................... 4 1.3 Reikwijdte ................................................................................................................................................................. 4 Hoofdstuk 2

Het plangebied ........................................................................................................................... 5

2.1 Situering van het plangebied .................................................................................................................................... 5 2.2 Beschrijving van het plangebied ............................................................................................................................... 5 Hoofdstuk 3

Het ontwerp ............................................................................................................................. 11

3.1 inleiding .................................................................................................................................................................. 11 3.2 Nieuw erf ................................................................................................................................................................ 11 3.3 Nieuwe bebouwing ................................................................................................................................................. 11 3.4 Wegen en paden..................................................................................................................................................... 11 3.5 Waterinfiltratie ....................................................................................................................................................... 11 3.6 Kansen voor versterking van de erfinpassing ......................................................................................................... 11 3.7 Landschappelijke versterking ................................................................................................................................. 11 3.6 Erfbeplanting .......................................................................................................................................................... 11 Hoofdstuk 4

Inrichting en beheer ................................................................................................................. 13

4.1 Inleiding .................................................................................................................................................................. 13 4.2 Inrichting................................................................................................................................................................. 13 4.3 Beheer ................................................................................................................................................................... 14 Hoofdstuk 4

Inrichting en beheer .................................................................................................................. 16

4.1 Inrichtingsmaatregelen ........................................................................................................................................... 16 4.2 Plantlijst ................................................................................................................................................................. 22 Hoofdstuk 5

Gemeentelijk beleid ................................................................................................................. 23

5.1 Landschapselement ................................................................................................................................................ 23 5.2 Beplantingsplan ...................................................................................................................................................... 23

HOOFDSTUK 1

INLEIDING

1.1 Aanleiding Er zijn plannen voor het bouwen van een woning op een perceel aan de Idinkweg (ongenummerd) te Varsseveld. Om de bouw van de woning mogelijk te maken dient het Omgevingsplan gewijzigd te worden. Voorwaarde voor het wijzigen van het Omgevingsplan voor de bouw van een woning, is het opstellen van een erfinrichtingsplan. De gemeente Oude IJsselstreek heeft ‘spelregels’ opgesteld waarin een dergelijk plan moet voldoen. Omdat dit een nieuwe functie betreft, dient naast het erf, ook het landschap versterkt te worden. Dit te doen door een minimum 1000m2 aan nieuw landschapselement te realiseren. Deze voorwaarde is aanvullend op de landschappelijke inpassing van het erf die standaard wordt vereist. In voorliggend rapport wordt een voorstel voor erfbeplanting voor het nieuwe erf en versterking van het landschap gepresenteerd. Na een beschrijving van het plangebied, de aanwezige beplanting en het omringende landschap, worden concrete maatregelen voor versterking van het erf en het omringende landschap gepresenteerd. Het rapport wordt afgesloten met concrete adviezen voor aanleg en vervolgbeheer om tot het wenselijke eindbeeld te komen. Ook wordt getoetst of voldoende punten behaald worden om te voldoen aan de gemeentelijke eisen. 1.2 Beschrijving van het initiatief Het voornemen bestaat een nieuwe woning te bouwen in het plangebied.

Om de bouw van de woning mogelijk te maken dienen alle bestaande gebouwen gesloopt te worden. Tevens bestaat het voornemen een poel ten westen van de nieuw te bouwen woning te dempen. Op onderstaande afbeelding wordt de locatie van de te slopen schuren, bouwen woning, bouwen schuur en te dempen poel weergegeven.

Overzicht van de voorgenomen activiteiten in het plangebied.

1.3 Reikwijdte In voorliggend rapport wordt een inrichtings- en beheerplan gepresenteerd van het nieuwe erf, inclusief voorstel voor versterking van het landschap als compensatie voor het vormen van een nieuw erf. De voorgestelde maatregelen worden gewaardeerd volgens een door de gemeente Oude IJsselstreek vastgestelde puntentelling.

HOOFDSTUK 2

HET PLANGEBIED

2.1 Situering van het plangebied Het plangebied is gesitueerd aan de Idinkweg (ongenummerd) te Varsseveld. Het ligt in het buitengebied, net ten zuidwesten van de woonkern Varsseveld. Op onderstaande afbeelding wordt de ligging van het plangebied op topografische kaart weergegeven.

Ligging van het plangebied op de topografische kaart. Het plangebied wordt met rode cirkel aangeduid (bron: topotijdreis.nl)

2.2 Beschrijving van het plangebied Het plangebied bestaat uit een parkachtig tuin met enkele houten gebouwen en een perceel agrarische cultuurgrond. De parkachtige tuin bestaat uit gazon, twee vijvers solitaire bomen, scheerhaag, laanbomen, hoogstamfruitbomen en stukjes loofbos. De opstand is zeer divers en bestaat uit zowel loof- ,naaldbomen en evergreens (coniferen). In het plangebied staan verschillende uitheemse bomen en heesters zoals fijnsparren, douglass-spar, coniferen, laurier en bamboe. Overige opgaande beplanting bestaat uit es, boswilg, wilg spec. , esdoorn, zomereik en zwarte els. Op onderstaande luchtfoto wordt de begrenzing van het landgoed weergegeven. Ruimtelijke kwaliteit Het plangebied is landschappelijk beschouwd een ‘gebiedsvreemde plek’ en wordt van wege de aanwezige bebouwing en gebruik als bestaand erf beschouwd. Een groot deel van de op het erf aanwezige beplanting bestaat uit niet inheemse beplanting. De landschappelijke kwaliteit van het erf is laag, hoofdzakelijk veroorzaakt door de niet inheemse beplanting.

Zicht op het erf vanaf de Idinkweg. Het erf is niet zichtbaar vanaf deze weg. Wel is de niet inheemse beplanting zichtbaar, zoals coniferen en fijnsparren.

Zicht op het erf vanaf de Idinkweg in noordelijke richting. Het erf ligt verscholen in het groen.

Ligging van het plangebied op de luchtfoto (bron luchtfoto: topotijdreis-2023).

Impressie van de vijvers.

Impressie van de parkachtige tuin met gazon, opgaande bomen en struiken, bebouwing en twee vijvers.

Impressie van het perceel agrarisch cultuurland ten noorden van de parkachtige tuin.

2.3 Landschap Het plangebied ligt in het kampenlandschap. Dit is een oud agrarisch cultuurlandschap ontstaan vanaf de middeleeuwen. Dit landschapstype kenmerkt zich door een grillig wegenpatroon, ongelijke percelen en verspreid liggende boerderijen die soms aan een weg liggen, maar ook verspreid in het landschap liggen. Boerderijen aan een weg liggen willekeurig aan de weg, soms met de voorzijde, maar soms ook met de achterzijde. Het huidige landschap wijkt sterk af van het oorspronkelijke landschap. Als gevolg van ruilverkaveling(en) zijn percelen samen gevoegd, nieuwe wegen aangelegd en bestaande zandwegen en paden opgeruimd. Veel oorspronkelijke houtsingels zijn veelal verdwenen, maar er zijn ook nieuwe houtsingels, bosjes en laanbomen aangeplant. De afwatering is afgestemd op agrarisch gebruik van het landschap. Natte, lage delen in het landschap worden daardoor ontwatert.. Binnen het kampenlandschap lagen doorgaans droge/natte woeste gronden. Deze zijn niet zelden ingeplant met bos, al dan niet op een rabatten. Hierdoor ontstonden loofhoutbossen in de natte delen en naaldbossen op de droge, zandige koppen.

Ligging van het plangebied op de historisch topografische kaart anno 1900 (bron: topotijdreis).

Karakteristieke beplanting en beplantingsvormen in het kampenlandschap zijn solitaire loofbomen, erfbosjes, gemengde houtwallen en houtsingels, hoogstamfruitbomen (boomgaard) en struweel. Knotbomen zijn niet kenmerkend voor het kampenlandschap, maar komen we soms wel tegen op erven. Op vochtige plekken bestaan de bossen uit gemengde loofhoutopstanden met zomereik en ruwe berk, terwijl op natte plekken de houtopstand bestaat uit populier, zwarte els, es en boswilg.

HOOFDSTUK 3

HET ONTWERP

3.1 inleiding In dit hoofdstuk wordt het ontwerp van het nieuwe landgoed gepresenteerd. Daarbij onderscheiden we de nieuw te bouwen woningen, ontsluitingsweg, wandelpaden, overige paden, waterinfiltratievoorziening en nieuwe beplanting. 3.2 Nieuw erf Om het nieuwe erf te realiseren zal er 1000m2 aan nieuwe landschapselement worden aangelegd. Dit wordt gedaan op een voormalig gebruikt agrarisch grasland dat grenst aan de noordkant van het perceel. Verder wordt het erf ingepast volgens landschappelijke wijze 3.3 Nieuwe bebouwing De nieuwe woning zal aan de westkant gebouwd worden. Op de plek van de oude schuurtjes komt een nieuwe schuur. 3.4 Wegen en paden De nieuwe woning wordt ontsloten via een bestaand erftoegangspad. Dit pad bestaat uit halfverharding. 3.5 Waterinfiltratie Afstromend hemelwater op daken en verharding wordt lokaal opgevangen en geïnfiltreerd in de bodem om naar de vijver geleid. 3.6 Kansen voor versterking van de erfinpassing Het huidige erf is niet zichtbaar vanaf de openbare weg. De woning wordt gebouwd in een ‘groene kamer’ omzoomd door opgaande beplanting. Kansen voor versterking van de ruimtelijke kwaliteit bestaan uit het verwijderen van nietinheemse beplanting langs de randen van het plangebied, zoals dennen en coniferen. Vanwege het besloten karakter van het erf, zijn er weinig mogelijkheden voor versterking van het erf.

Geadviseerd wordt de dennen langs de erftoegangsweg te vervangen door inheemse laanbomen (zomereik). 3.7 Landschappelijke versterking Ten noorden van het erf ligt een perceel agrarisch cultuurland. Dit perceel ligt tussen het erf in het plangebied en een woonerf ten noorden ervan. Langs de Idinkweg staan enkele coniferen als kavelgrensbeplanting. De landschappelijke en ecologische kwaliteit van het perceel kan versterkt worden door de niet inheemse beplanting te verwijderen en te vervangen door een gemengde struweelhaag en het graslandperceel om te vormen naar bloem- en faunarijk grasland. Om voor deze locatie tot de hoogst mogelijke ecologische waarde te komen, dient sinusbeheer uitgevoerd te worden. 3.6 Erfbeplanting De nieuwe woningen worden landschappelijk ingepast door middel van twee nieuwe bomenrijen, een solitaire boom en ruigtekruiden. Boven het perceel wordt het landschapselement gerealiseerd doormiddel van een gemengd loofbosje (vogelbosje), bomengroep, hoogstam fruitboomgaard en een kruiden- en faunarijk hooiland. Dit levert 4362m2 aan nieuw landschappelijk element op. Deze is volgens de standaarden (die in het kopje 2.3 landschap is uitgewerkt) van het kampenlandschap ingepast.

Verbeelding van het inrichtingsplan, inclusief nieuw aan te leggen beplanting.

HOOFDSTUK 4

INRICHTING EN BEHEER

4.1 Inleiding In dit hoofdstuk wordt ingegaan om de wijze van inrichting en beheer om tot het wenselijke eindbeeld te komen. 4.2 Inrichting De inrichting vindt plaats op basis van onderstaande uitgangspunten en voorwaarden. Algemeen Er wordt bij voorkeur gebruik gemaakt van autochtoon plantmateriaal. Dat houdt in dat het plantmateriaal een Nederlandse herkomst heeft. Autochtoon plantmateriaal is afgestemd op het Nederlandse klimaat. Autochtoon plantmateriaal gebruiken verminderd ook hybridisatie van plantgoed van buitenlandse komaf met autochtone beplanting. Solitaire bomen Er worden alleen inheemse boomsoorten gebruikt, zoals zomereik, walnoot of tamme kastanje. Laan- en solitaire bomen hebben een minimale stamomtrek van 14-16 cm op 1,5 meter boven de wortelvoet. Laan- en solitaire bomen worden voorzien van twee boompalen en boomband. Bosplantsoen Bestaande singels worden versterkt door middel van de aanplant van gemengd bosplantsoen. Er worden alleen inheemse boom- en struiksoorten gebruikt. Als plantmateriaal wordt driejarig plantsoen gebruikt (80-120 cm). Plantsoen wordt geplant in een plantverband van 1,5x1,5 meter. Ruigtekruiden strook De ruigtekruiden strook ontwikkelt zich op natuurlijke wijze doordat de vegetatie niet gemaaid wordt. Grasland (kruiden- en faunarijk grasland) De graslanden worden niet doorgezaaid met en zaad- of kruidenmengsel.

De huidige graslandpercelen vormen de basis voor verdere ontwikkeling. Hoogstam fruitboomgaard Er worden hoogstam fruitbomen aangeplant waarbij gebruik wordt gemaakt van streekeigen rassen.

4.3 Beheer In deze paragraaf wordt het beheer toegelicht om tot het wenselijke eindbeeld te komen.

Solitaire bomen Er wordt geen specifiek beheer uitgevoerd aan solitaire bomen. Laag hangende takken die schade of hinder veroorzaken mogen gesnoeid worden. Het streven is bomen zich te laten ontwikkelen, zoals solitaire bomen dat kunnen (breed uitgroeiend)

Voorbeeld van een op natuurlijke wijze uitgroeiende solitaire boom welke niet ‘opgesnoeid’ is.

Grasland Het grasland wordt beheer conform de uitgangspunten voor het ontwikkelen van kruiden- en faunarijk grasland1. De vegetatie kan behoren tot allerlei verbonden van graslandvegetaties; ondermeer kamgrasvegetaties of de meer algemene witbolgraslanden. Diverse soorten ruigte en struweel kunnen in dit grasland voorkomen. Het grasland wordt meestal extensief beweid of gehooid en niet of slechts licht bemest. Het beheertype Kruiden- en faunarijk grasland kan voorkomen op diverse bodems van vochtig tot droog en heeft doorgaans een (matig) voedselrijk karakter. Kruiden- en faunarijk grasland komt in vrijwel alle landschapstypen voor. Toch is het areaal de laatste veertig jaar enorm afgenomen door de gangbare landbouwpraktijk: sterke bemesting gecombineerd met periodiek doodspuiten van de grasmat en opnieuw inzaaien met hoog productieve grasvariëteiten. De meeste overgebleven kruidenrijke graslanden liggen in overhoekjes van het agrarische gebied of komen voor in natuurgebieden. Daar kan kruidenrijk grasland een tijdelijk fase zijn als de benodigde abiotische omstandigheden voor schraallanden niet of nog niet gerealiseerd kunnen worden. Kruiden- en faunarijk grasland wordt bij een goede kwaliteit gekenmerkt door variatie in structuur (ruigte en plaatselijk struweel, hogere en lage vegetatie) en een kruidenrijke graslandbegroeiing die rijk is aan kleine fauna.

Gradiënten binnen (grond)waterpeil en voedselrijkdom zorgen voor diverse vegetatietypen. Kenmerkende of bijzondere soorten van schralere beheertypen ontbreken grotendeels binnen Kruiden- en faunarijk grasland, maar graslanden zijn vaak wel rijk aan minder zeldzame soorten. Het type is o.a. van belang voor vlinders en andere insecten, vogels en kleine zoogdieren De graslanden worden doorgaans niet bemest. Om verzuring tegen te gaan kan, bij uitzondering, ruige stalmest of bekalking toegepast worden (bron: Bij12). Doelen van beheer: A. Zorgen voor een kruidenrijke vegetaties en tegengaan van strooiselophoping, verruiging en verbossing, B. Zorgen voor kleinschalige structuurvariatie, om ruimte te bieden aan allerlei diergroepen (dagvlinders en andere insecten, reptielen, vogels e.d.), C. In gebieden die belangrijk zijn voor weidevogels zorgen voor een gunstige vegetatiestructuur en voldoende voedselaanbod voor deze groep.

1

N12.02 Kruiden- en faunarijk grasland. www.bij12.nl

Het beheer bestaat vooral uit beweiden. Kruiden- en faunarijke graslanden zijn vegetaties van vrij voedselrijke omstandigheden, maar de productiviteit kan sterk verschillen. De intensiteit van het beheer moet worden afgestemd op de vegetatieproductie. Doorgaans kunt u met seizoensbeweiden volstaan, waarbij de dichtheid kan variëren (tot ca. 1,5 GVE/ha). Bij een nog vrij hoge productie (ca. 6 ton droge stof per ha of meer) kan – vaak tijdelijk – gemaaid en nabeweid worden om eerst verder verschraald te worden; bemesting moet dan achterwege blijven. Als de productie afneemt kan worden overgeschakeld op beweiding. Kleinschalige structuurvariatie kan ontstaan door de veedichtheid permanent te verlagen, of door delen permanent of tijdelijk uit te rasteren (bijv. slootkanten of randen langs bos of struweel). Ook wisselingen in begrazingsdruk kunnen bijdragen aan de structuurvariatie. In gebieden die belangrijk zijn voor weidevogels kunnen ruigere delen in het najaar gebloot worden. Bij bloten wordt het gewas op ca. 10 cm vanaf de grond afgemaaid en vervolgens verspreid. Kruidenen faunarijke graslanden zijn matig voedselrijke vegetaties, die vaak niet worden bemest. Als de omstandigheden te voedselarm of te zuur (pH-KCL < 4,8) worden, kunt u evt. licht bemesten met ruige stalmest. De keuze welke percelen gehooid of begraasd worden ligt bij de eigenaar.

Dat wordt niet vastgelegd in dit rapport. (bron: BIJ12)

Voorbeeld van bloem- en faunarijk grasland.

Hoogstam fruitboomgaard Beheren naar eigen voorkeur. Door snoeien verjong je het vruchthout en blijft de boom langer vruchten produceren. De vorm snoei is bij voornamelijk bij jonge bomen belangrijk. Appelbomen worden meestal in een bolvorm gesnoeid, perenbomen in een piramidale vorm. Het bloem- en faunarijkgrasland wordt gefaseerd gemaaid (sinusbeheer). Bij deze vorm van graslandbeheer wordt het weiland verdeeld in vlakken, deze worden een paar keer per jaar gefaseerd gemaaid waarbij steeds één vlak niet gemaaid wordt. Op deze manier krijgen insectenpopulaties de kans om naar het vlak met de meeste kruiden en bloemen te verhuizen. Laat de grassen niet langer dan 3 dagen liggen. Door gemaaid gras langer te laten liggen komen er voedingsstoffen vrij die je juist wil afvoeren. Ook krijgen bladrozetten op deze manier niet genoeg licht om te groeien. Maaien na 15 juni (wanneer verschaling nodig is ook in mei maaien). Ruigtekruiden strook Wordt ontwikkeld door de eerste aantal jaren niet te maaien, na een aantal jaar kan er 1 keer in de 2 jaar gemaaid worden om bosvorming tegen te gaan. Bosplantsoen Geen beheer. Storende takken mogen verwijderd worden.

HOOFDSTUK 4

INRICHTING EN BEHEER

4.1 Inrichtingsmaatregelen Om tot het wenselijke eindbeeld te komen, worden de volgende inrichtingsmaatregelen genomen. Onderstaande tabel is een bestaande tabel van gemeente Oude IJsselstreek, welke ingevuld dient te worden. Landschapselement Elzensingel Laan Knotboom Fruitlaan Bomenrij Solitaire bomen Hoogstamboomgaard Houtwal of houtsingel Struweelrand Vogelbosje Knip- of scheerhaag Struweelhaag Poel en klein- historisch water Rietzoom en klein rietperceel Natuurvriendelijke oever Zoom-mantel-bos Kruiden- en faunarijk hooiland

Nieuw aan te leggen

Te verwijderen

Optioneel; aanwezig in landschap

Ja Ja Ja Ja (ruigtekruiden) Ja

Aanwezig Ja (laurier) Aanwezig aan de zuid- oost kant.

Ja

Landschapselement 1 Naam landschapselement

Bomengroep

Omschrijving en samenstelling

Er worden drie bomen bij elkaar geplant aan de noordkant van het perceel. Deze worden in driehoek verband aangeplant.

Oppervlakte of aantallen

Drie stuks

Soortnamen in Nederlands en Wetenschappelijk (& verbeelding landschapselement)

De bomengroep mag bestaan uit zomereik, Quercus robur of Linde, Tillia

Aantal punten

40 punten per boom 120 punten behaald.

Landschapselement 2 Naam landschapselement Omschrijving en samenstelling

Oppervlakte of aantallen

Hoogstam fruitboomgaard en kruiden- en fauna rijk hooiland Ten noorden van de bestaande woning wordt een hoogstam fruitboomgaard gerealiseerd. Er worden circa zeven bomen aangeplant.. De bomen komen minimaal vijf meter uit elkaar te staan. Er wordt bij voorkeur gebruik gemaakt van oude-, streekeigen rassen, denk hierbij aan handappel, moesappel, stoofpeer, handpeer of pruim (als voorbeeld: Hennie Rossel Collectie, Stichting Landschapsbeheer Gelderland (achterhoek)). De boomgaard wordt gecombineerd met een extensief beheerd bloem- en faunarijk grasland. De bomen worden voorzien van twee boompalen en boomband. zeven hoogstam fruitbomen. Oppervlakte boomgaard 3.795 m2.

Soortnamen in Nederlands en Wetenschappelijk (& verbeelding landschapselement)

Eigen keuze, mits het streekeigen rassen zijn.

Aantal punten

40 punten per boom. In totaal 280 12 punten per strekkende vierkante meter In totaal 45.540 punten.

Landschapselement 3 Naam landschapselement Omschrijving en samenstelling

Oppervlakte of aantallen

Solitaire loofboom/bomenrij Er worden in totaal eenentwintig loofbomen geplant. een solitaire boom mag bestaan uit walnoot, tamme kastanje of Hollandse linde. De twee bomenrijen mag bestaan uit Hollandse linde, beuk of zomereik. Er worden als laanboom gekweekte bomen gebruikt met een minimale stamomtrek van 14-16 cm op 1,30 hoogte. De bomen worden voorzien van twee boompalen en boomband. 21 loofbomen

Soortnamen in Nederlands en Wetenschappelijk (& verbeelding landschapselement)

Walnoot, Juglans regia; Tamme kastanje, Castanea sativa; Hollandse linde, Tilia x europaea; Beuk, Fagus Sylvatica; & Zomereik, Quercus robur.

Aantal punten

50 punten per boom. In totaal 1050 punten

Landschapselement 4 Naam landschapselement

Ruigtekruiden strook

Omschrijving en samenstelling

Er wordt aan de rand van het nieuwe loofhoutbosje een ruigtekruiden strook gerealiseerd.

Oppervlakte of aantallen

In totaal 215 m2

Soortnamen in Nederlands en Wetenschappelijk (& verbeelding landschapselement)

Voor de ruigtekruiden wordt een inheems mengsel van bijvoorbeeld de Cruydt Hoeck ingezaaid.

Aantal punten

12 punten per vierkante meter. In totaal 2580 punten

Landschapselement 5 Naam landschapselement Omschrijving en samenstelling

Oppervlakte of aantallen

Gemengd loofhoutbosje (vogelbosje) Er wordt circa 325m² agrarisch grasland omgevormd naar een gemengd loofhoutbosje. Door de omliggende bosschage te verbinden de noordelijke bosschage biedt dit een enorme versterking voor het landschap, (roof)vogels en zoogdieren als kleine marterachtigen en vleermuizen. Totaal 325m².

Soortnamen in Nederlands en Wetenschappelijk (& verbeelding landschapselement)

Bosvegetatie van rijkstrooiselsoorten: Zomereik, Quercus robur Gewone esdoorn, Acer pseudoplatanus; Zomerlinde, Tilia platyphyllos; Winterlinde, Tilia cordata; Zoete kers, Prunus avium; & Zachte berk, Betula pubescens.

Aantal punten

12 punten per vierkante meter. In totaal 3900 punten behaald.

Landschapselement en erfinpassing Er zijn zeven nieuwe landschapselementen gerealiseerd van in totaal 4362 vierkante meter. Dat overtreft de minimale eis van 1000m² aan nieuwe landschapselement. Daarnaast is er volgens de puntentelling van OIJ in totaal 52.870 punten behaald.

4.2 Plantlijst

type beplanting

lengte (m) element aantal totaal

solitaire bomen/ bomenrij

20 zomereik linde 1 tamme kastanje paardenkastanje haagbeuk ruw iep walnoot

fruitbomen Vogelbosje

latijn

Quercus robur Tilia spec. Castanea sativa Aesculius Carpinus betulus Ulmus glabra Juglans regia

7 325m²

Bomengroep

Ruigte kruiden

soort

215m²

plantgoed

maatvoering

20 14-16 stamomtrek 20 14-16 stamomtrek max 5 14-16 stamomtrek max 5 14-16 stamomtrek max 5 14-16 stamomtrek 20 14-16 stamomtrek max 5 14-16 stamomtrek 7 14-16 stamomtrek

20 Gelderse roos vuilboom/sporkehout Gewone vlier veldesdoorn hondsroos rode kornoelje wilde lijsterbes hazelaar zomereik linde

Viburnum opulus Frangula alnus Sambucus nigra Acer campestre Rosa canina Cornus sanguinea Sorbus aucuparia Corylus avellana Quercus robur Tilia spec.

2 80-120cm hoogte 2 80-120cm hoogte 2 80-120cm hoogte 2 80-120cm hoogte 2 80-120cm hoogte 2 80-120cm hoogte 2 80-120cm hoogte 2 80-120cm hoogte 2 80-120cm hoogte 2 80-120cm hoogte

3 zomereik linde

Quercus robur Tilia spec.

3 14-16 stamomtrek 3 14-16 stamomtrek

G5 mengsel Cruydt Hoeck

9 x 25g = 225g zaad

HOOFDSTUK 5

GEMEENTELIJK BELEID

5.1 Landschapselement Voor het ontwikkelen van een nieuw erf wordt er vanuit de gemeente Oude Ijsselstreek de eis gesteld dat per 25 m³ te ontwikkelen woongebouwen er 25 m² aan landschapselement wordt aangelegd. Dit ter compensatie van het creëren van een nieuw erf. Een nieuw landschapselement dient grenzend en buiten het erf gerealiseerd te worden, in dit geval aan de noordzijde van het nieuwe erf. De initiatiefnemer wenst 1000 m³ aan woning te realiseren, dit betekent dat er minimaal 1000 m² aan nieuw landschapselement wordt aangelegd. 5.2 Beplantingsplan Het nieuwe landschapselement wordt op de juiste landschappelijke wijze ingepast. Hiervoor wordt een kruiden- en faunarijk hooiland gerealiseerd die beheerd wordt doormiddel van sinus maaibeheer. Deze wijze van beheer zorgt ervoor dat er variatie optreedt in vegetatiestructuur en overwinteringskans biedt voor insecten. Op het nieuwe hooiland komen hoogstamfruitbomen van streekeigen rassen en een bomengroep van zomereik. Tussen de nieuwe woning en hooiland komen twee bomenrijen van beuk, linde of zomereik. Onder de bomenrij wordt een ruigtekruiden strook ingezaaid. Aan de oostkant word een gemengd loofhoutbosje (vogelbosje) aangelegd om de bestaande bosschage te versterken. Tot slot wordt er voor het loofhoutbosje een ruigtekruiden strook ingezaaid om een zachte overgang naar bosrand te creëren.

Dit is 4362 m² aan landschapselement en overtreft het minimum van 1000 m².

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.oude-ijsselstreek.nl/api/v1/meetings/5049/documents/33309