CConstaterende datOude IJsselstreek
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 4 Ecologische onderzoek 2018.pdf

Raadsvergadering 26 januari 2023, gemeente Oude IJsselstreekBij agendapunt: 1: Bestemmingsplan Fietspad Ulft-Silvolde12.573 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Quickscan natuurtoets Fietspad Schuilenburg in Silvolde

In opdracht van Buro Ontwerp & Omgeving

Colofon Quickscan natuurtoets Fietspad Schuilenburg in Silvolde

Opdrachtgever Contactpersoon

Buro Ontwerp & Omgeving Dhr. S. Schut

Opdrachtnemer

Staring Advies Jonker Emilweg 11 6997 CB Hoog-Keppel

Rapportnummer Auteur Controle Publicatiedatum: Foto voorblad

1845 Ing. R. Boerboom S.J.J. Wamelink 30 april 2018 Plangebied (foto: R. Boerboom)

Copyright Niets uit dit rapport mag w orden verveelvoudigd en/of openbaar gemaakt w orden zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de opdrachtgever, noch mag het zonder een dergelijke toestemming w orden gebruikt voor enig ander w erk dan w aarvoor het is vervaardigd. Aansprakelijkheid Dit onderzoek is uitgevoerd conform de toepasselijke en van kracht zijnde natuurw et- en regelgeving. Het onderzoek betreft een momentopname en geeft een inschatting van de geschiktheid van de onderzoekslocatie voor beschermde soorten. Het voorkomen van beschermde soorten is echter nooit met zekerheid te voorspellen. Staring Advies accepteert geen aansprakelijkheid ten aanzien van beslissingen die de opdrachtgever neemt naar aanleiding van het door Staring Advies uitgevoerde onderzoek. Staring Advies is niet aansprakelijk voor gevolgschade, alsmede voor schade w elke voortvloeit uit toepassingen van de resultaten van w erkzaamheden of andere gegevens verkregen van Staring Advies ; opdrachtgever vrijw aart Staring Advies voor aanspraken van derden in verband met deze toepassing. Netw erk Groene Bureaus Staring Advies is lid van het Netw erk Groene Bureaus (NGB) de brancheorganisatie voor groene adviesbureaus. Het netw erk hanteert een gedragscode die opdrachtgevers en andere belanghebbenden een basis biedt om de leden aan te spreken op de kw aliteit van hun w erk.

w ww.netwerkgroenebureaus.nl

Inhoud Colofon .......................................................................................................................................... 1 Samenvatting ................................................................................................................................ 3 1

2

3

4

Inleiding en doel .................................................................................................................... 4 1.1

Inleiding .......................................................................................................................... 4

1.2

Doel ................................................................................................................................ 4

Gebiedsbeschrijving en geplande werkzaamheden .......................................................... 5 2.1

Gegevens plangebied ................................................................................................... 5

2.2

Beschrijving van het plangebied .................................................................................. 5

2.3

Beschrijving van het onderzoeksgebied...................................................................... 5

2.4

Geplande werkzaam heden .......................................................................................... 5

Beschermde status plangebied ........................................................................................... 7 3.1

Gebiedsbescherming .................................................................................................... 7

3.2

Natuurnetwerk Nederland............................................................................................. 7

3.3

Natura 2000 ................................................................................................................. 14

Beschermde soorten plangebied....................................................................................... 16 4.1

Methode ....................................................................................................................... 16

4.2

Resultaten .................................................................................................................... 17

5

Wet natuurbescherming ..................................................................................................... 24

6

Conclusie ............................................................................................................................. 29

Bijlage 1

Impressie plangebied .............................................................................................. 31

Bijlage2

Wettelijk kader Wet natuurbescherming ................................................................ 33

Bijlage 3

Beschermde plant- en diersoorten ......................................................................... 41

Samenvatting Uit de quickscan natuurtoets blijkt dat aanvullend onderzoek of het aanvragen van een ontheffing in het kader van de Wet natuurbescherming niet noodzakelijk is, indien er voldoende rekening gehouden kan worden met nestlocaties van roek en foerageergebieden/vliegroutes van vleermuizen. Als dit niet mogelijk is, dan is aanvullend onderzoek naar vleermuizen en roek noodzakelijk. Daarnaast moet er bij het uitvoeren van de aanlegwerkzaamheden rekening worden gehouden met overige broedvogels. Werkzaamheden moeten buiten het broedseizoen (15 maart – 15 juli) worden uitgevoerd of ruim voor aanvang van het broedseizoen gestart worden, zodat vestiging van broedvogels voorkomen wordt. Daarnaast geldt de algemene zorgplicht voor aanwezige grondgebonden zoogdieren en amfibieën. Het wordt aanbevolen om een ecologisch werkprotocol op te stellen voor de geplande aanlegwerkzaamheden. Het wordt sterk aanbevolen om het fietspad landschappelijk in te passen, rekening houdend met het leefgebied van soorten als buizerd en kerkuil. Het plangebied ligt gedeeltelijk in het NNN. Er is mogelijk sprake van aantasting van de kernkwaliteit ‘Cultuurhistorische en landschappelijke waarden van de beken, oude ontginningen en kavelpatronen, hakhout, houtwallen, singels en boerderijen’. In overleg met de provincie Gelderland moet bepaald worden hoe omgegaan dient te worden met deze kernkwaliteit.

Mogelijk is er sprake van een compensatieplicht of dient het tracé aangepast te worden. Overige kernkwaliteiten van het NNN worden niet aangetast. Nadere toetsing of vergunningsaanvraag voor beschermde Natura 2000-gebieden is niet aan de orde. Dit zijn uitkomsten van het onderzoek dat is gehouden naar aanleiding van de plannen om een fietspad aan te leggen in Silvolde. Dit kan negatieve gevolgen hebben voor beschermde plant- en diersoorten. Daarom is onderzoek noodzakelijk om te voldoen aan de Wet Natuurbescherming. Staring Advies voerde het onderzoek uit in opdracht van Buro Ontwerp & Omgeving. Het bureau deed literatuuronderzoek in de Nationale Databank Flora en Fauna en voerde veldonderzoek uit op de locatie.

Pagina 3

1 Inleiding en doel 1.1 Inleiding Er zijn plannen om een fietspad aan te leggen in Silvolde. De heer Schut van Buro Ontwerp & Omgeving is betrokken bij deze plannen en heeft aan Staring Advies gevraagd om de quickscan natuurtoets uit te voeren. Bij een ruimtelijke ontwikkeling moet, in het kader van de Wet natuurbescherming, aangetoond worden dat er geen sprake is van aantasting van beschermde natuurgebieden en beschermde plant- en diersoorten. Om in te schatten wat het effect van de plannen is op beschermde natuurgebieden en beschermde soorten wordt een quickscan natuurtoets uitgevoerd.

1.2 Doel Het doel van de quickscan natuurtoets is om snel te inventariseren of door de geplande activiteiten schade kan ontstaan aan beschermde natuurgebieden en beschermde flora of fauna. Wanneer dit het geval is wordt vervolgens geadviseerd over het noodzakelijk vervolgonderzoek en eventuele procedurele vervolgstappen.

Pagina 4

2 Gebiedsbeschrijving en geplande werkzaamheden 2.1 Gegevens plangebied Locatie: Plaats: Gemeente: Provincie:

Marktstraat – Over de IJssel (Landgoed Schuilenburg) Silvolde Oude IJsselstreek Gelderland

2.2 Beschrijving van het plangebied Het plangebied ligt net buiten de bebouwde kom van Silvolde, aan de zuidwestzijde van deze woonkern. Het fietspad sluit aan de noordwestzijde aan op de Marktstraat en de Paasberglaan en aan de zuidoostzijde op de weg ‘Over de IJssel’. De directe omgeving van het plangebied bestaat onder andere uit het buitengebied tussen Silvolde, Ulft en Terborg met enkele verspreid liggende woonerven, agrarische percelen, de bebouwde kom van Silvolde en het landgoed Schuilenburg. Ten zuidwesten van het plangebied stroomt de IJssel (zie figuur 1). Het tracé van het fietspad doorsnijdt in de huidige situatie een populierenbos, enkele agrarische percelen, een houtwal, een bosschage in de bebouwde kom van Silvolde en ondiepe sloten (zie figuur 2 en bijlage 1).

2.3 Beschrijving van het onderzoeksgebied Om het eventuele verstorend effect van de geplande ruimtelijke ontwikkeling op beschermde natuurwaarden in de directe omgeving van het plangebied (externe werking) in te kunnen schatten is een groter gebied onderzocht dan het plangebied zelf. Het onderzoeksgebied, met daarbinnen het tracé voor het fietspad, wordt bepaald door enkele houtwallen, agrarische percelen, een bosperceel, een smalle waterloop, infrastructuur en verschillende woonerven in de bebouwde kom van Silvolde (zie figuur 2).

2.4 Geplande werkzaamheden Er zijn plannen om een nieuwe fietsverbinding te realiseren, via gronden van landgoed Schuilenburg. Het fietspad wordt van asfalt gemaakt. Het fietspad wordt 3 meter breed, met aan één zijde een greppel en daarnaast afrastering. Om enige flexibiliteit te behouden dient uit te worden gegaan van een breedte van 8 meter. Binnen het tracé worden enkele duikers geplaatst en delen van watergangen gedempt. Daar waar het tracé opgaande groenstructuren doorsnijdt zal de beplanting gerooid moeten worden. In het noordwestelijk deel van het tracé is sprake van een alternatief tracé (zie figuur 2).

Pagina 5

TERBORG

OUDE IJSSEL

SILVOLDE

ULFT

Figuur 1. Globale ligging het plangebied (rood). Bron: Provincie Gelderland (2018).

Figuur 2. Luchtfoto van het onderzoeksgebied (blauw ) met daarbinnen het tracé van het aan te leggen fietspad (rood), inclusief het alternatieve tracédeel (geel). Bron: Provincie Gelderland (2018).

Pagina 6

3 Beschermde status plangebied 3.1 Gebiedsbescherming In Nederland bestaat het Natuurnetwerk Nederland. Dit is een netwerk van bestaande en nieuw aan te leggen natuurgebieden. Het netwerk moet natuurgebieden beter verbinden met elkaar en met het omringende agrarisch gebied. In paragraaf 3.2 wordt het plangebied behandeld in relatie tot de bescherming van het Natuurnetwerk Nederland (NNN). De Wet natuurbescherming gaat over gebiedsbescherming en soortenbescherming. Wat betreft de gebiedsbescherming beschermt de Wet natuurbescherming Natura 2000gebieden. Dit is een Europees, samenhangend netwerk van beschermde natuurgebieden. In paragraaf 3.3 wordt het plangebied behandeld in relatie tot de bescherming van Natura 2000-gebieden.

3.2 Natuurnetwerk Nederland 3.2.1 Conclusie Het plangebied ligt gedeeltelijk in het NNN. Er is mogelijk sprake van aantasting van de kernkwaliteit ‘Cultuurhistorische en landschappelijke waarden van de beken, oude ontginningen en kavelpatronen, hakhout, houtwallen, singels en boerderijen ’. In overleg met de provincie Gelderland moet bepaald worden hoe omgegaan dient te worden met deze kernkwaliteit. Mogelijk is er sprake van een compensatieplicht of dient het tracé aangepast te worden. Overige kernkwaliteiten van het NNN worden niet aangetast.

3.2.2 Gelders Natuurnetwerk De gebieden van het Natuurnetwerk Nederland wordt in de provincie Gelderland het Gelders Natuurnetwerk genoemd. In het Gelders Natuurnetwerk komen twee natuurcategorieën voor: het Gelders Natuurnetwerk (GNN) en de Gelderse Groene Ontwikkelingszone (GO). Gelders Natuurnetwerk (GNN) Het GNN bestaat uit alle bestaande natuur en een zoekgebied voor nog te realiseren nieuwe natuur. In het GNN geldt: in de basis hier geen nieuwe initiatieven. Er zijn enkele uitzonderingen mogelijk. Dat zijn ontwikkelingen van een groot algemeen of provinciaal belang of waarvoor - overtuigend gemotiveerd – geen alternatieven bestaan. Voor dergelijke uitzonderingen gelden specifieke spelregels die garanderen dat het Gelders Natuurnetwerk in stand blijft (het nee, tenzij principe). Dat betekent dat hier geen ruim te is voor nieuwe projecten die de aanwezige en potentiële natuurwaarden significant aantasten.

Pagina 7

Groene Ontwikkelzones (GO) De GO is een gebied waar partners en partijen worden uitgenodigd om actief 'groene' doelen mee te helpen realiseren. Er is in dit gebied ruimte voor de verdere ontwikkeling van bestaande en bij het gebied behorende bedrijvigheid of bewoning. Afhankelijk van het type en de schaal van de ontwikkeling vraagt de provincie om een (extra) bijdrage te leveren aan de GO.

3.2.3 Plangebied Het plangebied ligt deels in het GNN en deels in een GO. Het tracé doorsnijdt een bosperceel, behorende bij landgoed Schuilenburg, dat is aangewezen als bestaande natuur binnen het GNN. Het betreft een traject van circa 85 meter. Daarnaast loopt een gedeelte van het tracé door een aangrenzende GO. Het betreft een traject van circa 240 meter (zie figuur 3).

Figuur 3. Ligging van het plangebied (rood) ten opzichte van het Gelders Natuurnetwerk, bron: Provincie Gelderland 2018.

Beschermingsregime GNN In een bestemmingsplan dat betrekking heeft op gronden gelegen binnen het Gelders Natuurnetwerk (GNN) worden geen nieuwe functies mogelijk gemaakt, tenzij:

Pagina 8

   

geen reële alternatieven aanwezig zijn. sprake is van redenen van groot openbaar belang. de negatieve effecten op de kernkwaliteiten van het gebied, de oppervlakte en de samenhang zoveel mogelijk worden beperkt. de overblijvende negatieve effecten op de kernkwaliteiten van het gebied, de oppervlakte en de samenhang gelijkwaardig worden gecompenseerd.

Beschermingsregime GO In een bestemmingsplan dat betrekking heeft op gronden gelegen binnen de GO worden geen nieuwe grootschalige ontwikkelingen mogelijk gemaakt die leiden tot een significante aantasting van de kernkwaliteiten van het betreffende gebied, tenzij:   

geen reële alternatieven aanwezig zijn; sprake is van redenen van groot openbaar belang; negatieve effecten op de kernkwaliteiten, de oppervlakte en de samenhang zoveel mogelijk worden beperkt; en

de overblijvende negatieve effecten op de kernkwaliteiten, de oppervlakte en de samenhang gelijkwaardig worden gecompenseerd.

In een bestemmingsplan dat betrekking heeft op gronden gelegen binnen de GO kunnen nieuwe kleinschalige ontwikkelingen mogelijk worden gemaakt, mits: 

In de toelichting bij het bestemmingsplan wordt aangetoond dat de kernkwaliteiten van het betreffende gebied, in hun onderlinge samenhang bezien, per saldo substantieel worden versterkt; en Deze versterking planologisch is verankerd in hetzelfde dan wel een ander, gelijktijdig vast te stellen bestemmingsplan.

Kernkwaliteiten GNN/GO Ruimtelijke ontwikkelingen zijn mogelijk indien er geen negatief effect is op de kernkwaliteiten van de GNN. Het plangebied ligt in het deelgebied ‘Oude IJssel’ (37). De Provincie Gelderland heeft op basis van de voormalige Ecologische Hoofdstructuur kernkwaliteiten en ontwikkelingsdoelen geformuleerd voor dit deelgebied. De kernkwaliteiten voor dit deelgebied zijn: 

oud industrielandschap langs de Oude IJssel en grootschalig broekontginningslandschap bij Azewijn en langs de Aa-strang; rivierduinen bij Gendringen (Engbergen); goeddeels bekade rivieren.

De evz Oude IJssel-oost verbindt dit gebied met de IJssel en de Veluwe en naar het zuiden met Duitsland; modellen: das (in het zuiden), rietzanger (in het noorden) en winde. de landgoederen De Kemnade/Waalse Water, Wisch en Landfort en de rivierduinen en uiterwaarden bij Engbergen zijn belangrijke schakels in de doorgaande groene lijn van de Oude IJssel.

Pagina 9

          

de open ruimte ten zuiden van de A18 wordt ontwikkeld tot evz tussen Montferland en Slangenburg; model das. De Wildt/Grenskanaal verbindt de Rijnstrangen met de Hetter (Duits N2000-gebied) en voedt de Rijnstrangen met schoon water. leefgebied steenuil. leefgebied kamsalamander. industrieel erfgoed. rivierduin bij Engbergen en bij Doetinchem. zicht op Montferland. cultuurhistorische en landschappelijke waarden van de beken, oude ontginningen en kavelpatronen, hakhout, houtwallen, singels en boerderijen. abiotiek: aardkundige waarden, kwel, bodem, grondwaterreservoir. ecosysteemdiensten: recreatie, drinkwater. alle door de Flora- en faunawet of Natuurbeschermingswet beschermde soorten en hun leefgebieden in dit deelgebied.

Ontwikkelingsdoelen Ontwikkelingsdoelen natuur en landschap GNN (omvorming, natuurontwikkeling):    

    

ontwikkeling moerassen langs de rivier met bijbehorende flora en fauna. ontwikkeling van Engbergen en omgeving tot gevarieerd natuurgebied met droge en natte bossen, graslanden, moeras en open water. ontwikkeling bosranden en overgangen naar cultuurgronden en schrale graslanden. ontwikkeling ecologische verbinding Oude IJssel-oost met natuurlijkere oevers voor de Oude IJssel, poelen, natte graslanden en moerasjes, opgaande landschapselementen, etc. ontwikkeling uitwisseling met de omgeving en vermindering barrièrewerking A18N18, N316, N317 en N335. ontwikkeling biotopen voor vogels van bossen, moerassen en cultuurgronden. ontwikkeling biotopen voor reptielen en amfibieën. ontwikkeling cultuurhistorische patronen (bijv. landgoedelementen, ontginningen, houtwallen) en beheersvormen. ontwikkeling ecosysteemdiensten.

Ontwikkelingsdoelen natuur en landschap Groene Ontwikkelingszone:  

ontwikkeling bosranden en singels en overgangen naar cultuurgronden en schrale graslanden. ontwikkeling ecologische verbinding Oude IJssel-oost met natuurlijkere oevers voor de Oude IJssel, poelen, natte graslanden en moerasjes, opgaande landschapselementen, etc. ontwikkeling ecologische verbinding Montferland - Slangenburg met opgaande landschapselementen, zoals heggen, hagen, singels en kleine bosjes, etc.

Pagina 10

     

ontwikkeling ecologische verbinding Grenskanaal - De Wildt met natuurlijke oevers, moerasjes, poelen, etc. ontwikkeling uitwisseling met de omgeving en vermindering barrièrewerking A18N18, N316, N317 en N335. ontwikkeling biotopen voor vogels van bossen, moerassen en cultuurgronden ontwikkeling biotopen voor reptielen en amfibieën. ontwikkeling cultuurhistorische patronen (bijv. landgoedelementen, ontginningen, houtwallen) en beheersvormen. ontwikkeling ecosysteemdiensten.

Effectbeoordeling In het plangebied is men voornemens om een fietspad aan te leggen. Een gedeelte van het tracé valt binnen het GNN en een GO. Per kernkwaliteit wordt hieronder aangegeven of er (mogelijk) sprake is van aantasting door de geplande ruimtelijke ontwikkelingen. Oud industrielandschap langs de Oude IJssel en grootschalig broekontginningslandschap bij Azewijn en langs de Aa-strang; rivierduinen bij Gendringen (Engbergen); goeddeels bekade rivieren. Deze kernkwaliteit ligt buiten het plangebied. Effecten op deze kernwaarden zijn niet aan de orde. Versterking van deze waarden is eveneens niet relevant bij dit project. De evz Oude IJssel-oost verbindt dit gebied met de IJssel en de Veluwe en naar het zuiden met Duitsland; modellen: das (in het zuiden), rietzanger (in het noorden) en winde. Ondanks dat het plangebied deels in het GNN en een GO liggen is geen sprake van aantasting van de functionaliteit van een ecologische verbindingszone. Er vinden geen ingrepen plaats in of nabij de Oude IJssel, waardoor de ecologische verbinding voor de kenmerkende soorten gebonden aan deze watergang (rietzanger, winde, otter) geen negatieve effecten ondervinden. De das komt niet voor binnen de invloedsfeer van de geplande ruimtelijke ontwikkeling (bron: NDFF). Aantasting van de functionaliteit van een ecologische verbindingszone met inrichtingsmodel das is eveneens niet aan de orde.

De landgoederen De Kemnade/Waalse Water, Wisch en Landfort en de rivierduinen en uiterwaarden bij Engbergen zijn belangrijke schakels in de doorgaande groene lijn van de Oude IJssel. Het plangebied is niet gesitueerd op bovenstaande landgoederen. Landgoed Wisch ligt ten noorden van het plangebied. Overige landgoederen liggen op ruime afstand. Ook bevinden zich geen rivierduinen op het tracé van het fietspad. De Paasberg, ten noorden van het plangebied betreft een oude rivierduin. Het plangebied is gesitueerd in een lager gedeelte van het stroomgebied van de Oude IJssel, bestaande uit agrarisch gras land, een houtwal, enkele sloten en een populierenbosje. Effecten op deze kernwaarden zijn niet aan de orde. Versterking van deze waarden is eveneens niet relevant bij dit project.

Pagina 11

De open ruimte ten zuiden van de A18 wordt ontwikkeld tot evz tussen Montferland en Slangenburg; model das. Deze kernkwaliteit ligt buiten het plangebied. Effecten op deze kernwaarden zijn niet aan de orde. Versterking van deze waarden is eveneens niet relevant bij dit project. De Wildt/Grenskanaal verbindt de Rijnstrangen met de Hetter (Duits N2000-gebied) en voedt de Rijnstrangen met schoon water. Deze kernkwaliteit ligt buiten het plangebied. Effecten op deze kernwaarden zijn niet aan de orde. Versterking van deze waarden is eveneens niet relevant bij dit project. Leefgebied steenuil. Vanuit de directe omgeving van het plangebied zijn waarnemingen van de steenuil bekend. Gezien de huidige invulling van het plangebied met een afwisseling van agrarische percelen met sloten, houtwallen, bosschages, taluds en bermen is het plangebied geschikt als foerageergebied voor de steenuil en behoort mogelijk tot het leefgebied van deze soort. De effectbeoordeling van deze beschermde soort wordt in hoofdstuk 5 verder behandeld. leefgebied kamsalamander. Uit de ruime omgeving van het plangebied zijn geen waarnemingen van de kamsalamander bekend (bron: NDFF). Effecten op deze kernwaarden zijn niet aan de orde.

Versterking van deze waarden is eveneens niet relevant bij dit project vanwege het ontbreken van populaties in de directe omgeving en de beperkte dispersieafstand van de soort (bron: Soortenstandaard kamsalamander, Ministerie van Economische Zaken). Industrieel erfgoed. Deze kernkwaliteit ligt buiten het plangebied. Effecten op deze kernwaarden zijn niet aan de orde. Versterking van deze waarden is eveneens niet relevant bij dit project. Rivierduin bij Engbergen en bij Doetinchem. Deze kernkwaliteit ligt buiten het plangebied. Effecten op deze kernwaarden zijn niet aan de orde. Versterking van deze waarden is eveneens niet relevant bij dit project. Zicht op Montferland. De geplande ingreep leidt niet tot aantast van deze kernkwaliteit, door de beperkte omvang en aard van de ontwikkeling en de ligging van het plangebied. Er worden geen zichtlijnen naar de stuwwal van het Montferland aangetast door de aanleg van het fietspad. Effecten op deze kernwaarden zijn niet aan de orde. Versterking van deze waarden is eveneens niet relevant bij dit project. Cultuurhistorische en landschappelijke waarden van de beken, oude ontginningen en kavelpatronen, hakhout, houtwallen, singels en boerderijen. Het tracé van het fietspad doorsnijdt een houtwal, enkele sloten en een bosschage in een afwisselend landschap op landgoed Schuilenburg.

Er is, op beperkte schaal, mogelijk sprake van aantasting van deze kernkwaliteit. In overleg met de provincie Gelderland moet

Pagina 12

bepaald worden hoe omgegaan dient te worden met deze kernkwaliteit. Mogelijk is er sprake van een compensatieplicht of dient het tracé aangepast te worden. Abiotiek: aardkundige waarden, kwel, bodem, grondwaterreservoir Het plangebied is in de huidige situatie grotendeels in agrarisch gebruik. Daarnaast doorsnijdt het tracé een bosperceel, enkele sloten en een houtwal. In het plangebied zijn geen bijzondere aardkundige waarden, kwelinvloeden of waterreservoirs aanwezig. Gezien de aard en beperkte schaal van de ingreep in relatie tot het huidige gebruik zijn negatieve effecten op deze kernkwaliteit op voorhand uit te sluiten. Ecosysteemdiensten: recreatie, drinkwater Het plangebied heeft geen recreatieve functie of een functie voor waterwinning. Effecten op deze kernkwaliteit zijn uitgesloten. Alle door de Wet natuurbescherming beschermde soorten en hun leefgebieden in dit deelgebied De effectbeoordeling met betrekking tot beschermde plant- en diersoorten wordt in hoofdstuk 5 behandeld.

Pagina 13

3.3

Natura 2000

3.2.4 Conclusie Er vinden geen ruimtelijke ingrepen plaats in een Natura 2000-gebied. Door de aard en de beperkte omvang van de activiteiten en door de fysieke afstand tussen het plangebied en het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied ‘Hetter-Millinger Bruch’ en overige Natura 2000gebieden worden geen significante negatieve effecten op de instandhoudingsdoelen en ontwikkelingsopgaven verwacht door directe verstoringsfactoren als oppervlakteverlies of versnippering. Ook significante negatieve effecten door indirecte verstoringsfactoren als verontreiniging, verdroging, geluidsverstoring of lichtverstoring zijn op voorhand uit te sluiten. Verdere toetsing of een vergunningsaanvraag is niet noodzakelijk.

3.2.5 Natura 2000 De Europese Unie heeft een zeer gevarieerde en rijke natuur, die van grote biologische, esthetische en economische waarde is. Om deze natuur te behouden heeft de Europese Unie het initiatief genomen voor Natura 2000. Dit is een samenhangend netwerk van beschermde natuurgebieden. De Wet natuurbescherming beschermt onder andere Natura 2000-gebieden. Voor activiteiten die significante, negatieve effecten hebben op de kernkwaliteiten van een Natura 2000-gebied is een vergunning nodig.

3.2.6 Plangebied In het plangebied staat de aanleg van een fietspad gepland. Het plangebied ligt niet in een Natura 2000-gebied. Het dichtstbijzijnde Nederlandse Natura 2000-gebied ‘Hetter-Millinger Bruch’ ligt op ruim 6,6 kilometer afstand van het plangebied (zie figuur 4). Overige Natura 2000-gebieden (o.a. ‘Emmericher Ward’, ‘Bienener Altrhein, Millinger u. Hurler Meer u’, ‘Rijntakken’, ‘Veluwe’ en ‘Korenburgerveen’) liggen op grotere afstand, vanaf circa 10 km. Door de fysieke afstand tussen het plangebied en de Natura 2000-gebieden worden geen significante negatieve effecten op de instandhoudingsdoelen en ontwikkelingsopgaven verwacht door directe verstoringsfactoren als oppervlakteverlies of versnippering. Door de afstand en het ontbreken van een ecologische binding zijn ook significante negatieve effecten door indirecte verstoringsfactoren als verdroging, geluidsverstoring of lichtverstoring op voorhand uit te sluiten. Verdere toetsing of een vergunningsaanvraag in het kader van de Natuurbeschermingswet is niet noodzakelijk.

Pagina 14

Rijntakken Veluw e

Korenburgerveen

Rijntakken Hetter-Millinger Bruch Figuur 4. Ligging van het plangebied (rood) ten opzichte van Natura 2000-gebieden, bron: http://natura2000.eea.europa.eu/.

Pagina 15

4 Beschermde soorten plangebied 4.1

Methode

Het verzamelen van gegevens heeft op twee manieren plaatsgevonden: via een literatuuronderzoek en een gericht veldonderzoek.

4.1.1 Literatuuronderzoek Ter ondersteuning van het veldonderzoek werd de Nationale Databank Flora en Fauna (NDFF) geraadpleegd. Deze database geeft informatie over waarnemingen van beschermde en zeldzame planten en dieren in Nederland. In de NDFF zijn uitsluitend gevalideerde gegevens opgeslagen. De NDFF is de meest complete databank voor de actuele verspreiding van Nederlandse flora en fauna met meer dan 100 miljoen waarnemingen. De databank wordt dagelijks aangevuld met recente waarnemingen. In de NDFF is voor het onderzoeksgebied gezocht naar waarnemingen van beschermde soorten.

4.1.2 Veldonderzoek Een onderzoeker van Staring Advies onderzocht het plangebied om een inschatting te maken van de beschermde soorten die aanwezig zijn en om beschermde flora en fauna waar te nemen (zie tabel 1).

Onderzoeker Bezoekronde

Datum

Tijd

Weersomstandigheden

R. Boerboom

26-03-2018

15.15uur

Zonnig, droog, 9°C, wind 0-1 Bft

1

Tabel 1. Veldonderzoek.

Pagina 16

4.2 Resultaten Deze paragraaf bespreekt de resultaten van het literatuuronderzoek en het veldonderzoek.

4.2.1 Literatuuronderzoek Flora De NDFF maakt voor de omgeving van het onderzoeksgebied melding van het voorkomen van de volgende beschermde plantensoort: 

Nationaal beschermde soorten: knolspirea.

Broedvogels De NDFF maakt voor het onderzoeksgebied en omgeving melding van diverse beschermde vogelsoorten. Een deel van de waarnemingen betreft overvliegende vogels zonder binding met het gebied. Een deel van de vogelsoorten kunnen hier of in de omgeving wel een territorium bezetten, waardoor ze gebruik kunnen maken van het plangebied. Van de in de NDFF vermelde boomvalk, buizerd, gierzwaluw, huismus, kerkuil, ransuil, roek, sperwer en steenuil zijn de vaste rust- en verblijfplaatsen en nestlocaties jaarrond beschermd. Zoogdieren De NDFF maakt voor het onderzoeksgebied melding van een aantal beschermde zoogdiersoorten. Het betreft de volgende soorten:  

Nationaal beschermde soorten: bosmuis, bunzing, eekhoorn, egel, haas, huisspitsmuis, konijn, ree, veldmuis en wezel1 . Internationaal beschermde soorten (Habitatrichtlijn): baardvleermuis/Brandts vleermuis, gewone dwergvleermuis, gewone grootoorvleermuis, laatvlieger, meervleermuis, otter, rosse vleermuis, ruige dwergvleermuis en watervleermuis.

Amfibieën, reptielen en vissen De NDFF maakt voor het onderzoeksgebied melding van het voorkomen van enkele beschermde amfibieënsoorten: 

Nationaal beschermde soorten: gewone pad en kleine watersalamander¹.

Ongewervelde dieren De NDFF maakt voor het onderzoeksgebied geen melding van het voorkomen van beschermde ongewervelde diersoorten.

1

Deze soorten zijn in de provincie Gelderland, met uitzondering van de eekhoorn, vrijgesteld van de verboden als bedoeld in artikel 3.10, eerste lid, onderdelen a en b, bij ruimtelijke ontwikkelingen.

Pagina 17

4.2.2 Veldonderzoek In deze paragraaf worden per soortgroep de resultaten van het veldonderzoek besproken. Flora Het plangebied bestaat uit agrarisch grasland, bosschages en enkele ondiepe sloten. De natuurlijke vegetatie bestaat uit algemene plantensoorten van vochtige tot droge, voedselrijke omstandigheden. Verspreid op en langs het tracé voor het fietspad groeien soorten als grote brandnetel, hondsdraf, vogelmuur, klimop, look-zonder-look, gewone smeerwortel, vroegeling, paarse dovenetel en speenkruid. De struik- en boomlaag van de bosschages bestaat uit zomereik, eenstijlige meidoorn, gewone vlier, zwarte els, (knot)wilgen en populieren. De NDFF (zie paragraaf 4.2.1) maakt melding van het voorkomen van één beschermde plantensoort voor de omgeving van het plangebied: knolspirea. Deze soort is echter op een begraafplaats aangetroffen en het betreft hier een verwilderde tuinplant. Deze groeiplaats heeft geen beschermde status. Natuurlijke groeiplaatsen van de knolspirea of overige beschermde plantensoorten worden hier ook niet verwacht omdat er geen geschikte groeiplaatsen zijn, zo blijkt uit het veldonderzoek. Broedvogels Een volledige broedvogelkartering heeft niet plaatsgevonden, omdat dit geen onderdeel uitmaakt van de quickscan natuurtoets.

Tijdens het veldbezoek zijn in het plangebied en de directe omgeving de volgende vogelsoorten aangetroffen: torenvalk, roek, kauw, vink, heggenmus, huismus, buizerd, houtduif, groenling, merel, groene specht, zanglijster, roodborst, grote bonte specht, winterkoning, spreeuw, gaai, boomkruiper, glanskop en witte kwikstaart. Het populierenbos en de houtwal in het plangebied is geschikt als nestlocatie voor diverse vogelsoorten, waaronder een deel van de aangetroffen soorten. Verschillende woningen en schuren in de omgeving van het plangebied zijn geschikt als nestlocatie voor soorten als gierzwaluw, huismus, spreeuw en witte kwikstaart. Jaarrond beschermde nesten De NDFF vermeldt voor de omgeving van het plangebied het voorkomen van de boomvalk, buizerd, gierzwaluw, huismus, kerkuil, ransuil, roek, sperwer en steenuil, waarvan de nesten jaarrond (zie paragraaf 4.2.1). Tijdens het veldbezoek zijn de buizerd, roek en huismus waargenomen in het plangebied en de directe omgeving. Boomvalk, buizerd, ransuil en sperwer Uit de omgeving van het plangebied zijn waarnemingen van deze soorten bekend (bron: NDFF). Tijdens het veldbezoek is een buizerd waargenomen in het populierenbos binnen het plangebied. In het plangebied zijn geen nestlocaties van de buizerd of andere boombewonende soorten met jaarrond beschermde nesten aangetroffen.

Met name het populierenbos is wel geschikt als nestlocatie voor deze soorten. Het plangebied behoort vermoedelijk tot het leefgebied van soorten als buizerd, ransuil en sperwer.

Pagina 18

Roek In een bosschage in het noordelijk deel van het plangebied, aan de Paasberglaan, bevindt zich een roekenkolonie. Er bevinden zich verder nog enkele roekenkolonies in de omgeving van het plangebied, onder andere bij de Slingerparallel ten zuiden van het plangebied en langs/bij de Ulftseweg ten zuidoosten van het plangebied (zie figuur 5). De agrarische graslandpercelen in en rondom het plangebied worden als foerageergebied door roeken gebruikt.

Figuur 5. Globale ligging van de roekenkolonies (rood) in de directe omgeving van het plangebied (blauw ).

Pagina 19

Gierzwaluw en huismus Uit de omgeving van het plangebied zijn waarnemingen van de gierzwaluw en huismus bekend. Tijdens het veldbezoek zijn in de omgeving enkele huismussen waargenomen bij woningen aan de Marktstraat. Deze mussen vertoonden geen binding met het plangebied. Er bevinden zich voor beide soorten geen geschikte broedlocaties in het plangebied. Er zijn geen gebouwen met geschikte nestgelegenheden, zoals pannendaken, speciale nestkasten of andere ruimten in de gevel- of dakconstructie aanwezig in het plangebied. Er is dan ook geen sprake van een functioneel leefgebied. Kerkuil en steenuil Uit de directe omgeving van het plangebied zijn vanuit de NDFF waarnemingen van deze uilensoorten bekend. Er bevinden zich voor beide soorten geen geschikte nestlocaties in het plangebied, zoals nestkasten, oude knotbomen of toegankelijke schuren of andere gebouwen. Tijdens het veldbezoek zijn geen (sporen van) kerk- of steenuilen (braakballen, uitwerpselen, veren, prooiresten etc.) waargenomen in het plangebied. In de omgeving van het plangebied bevinden zich enkele erven, onder andere in de rand van de bebouwde kom van Silvolde, die potentieel geschikt zijn als nestlocatie voor de kerkuil en steenuil, waardoor het plangebied mogelijk onderdeel vormt van het leefgebied van deze uilensoorten.

Grondgebonden zoogdieren Tijdens het veldbezoek zijn (sporen van) de beschermde haas en mol aangetroffen in het plangebied. Het plangebied is verder geschikt als leefgebied voor soorten als bunzing, das, egel, eekhoorn, ree, steenmarter, vos, wezel en verschillende algemene muizensoorten. De NDFF bevestigt de aanwezigheid van een deel van deze soorten. Voor deze soorten geldt, met uitzondering van de das, eekhoorn en steenmarter, in provincie Gelderland vrijstelling bij ruimtelijke ontwikkelingen. Daarnaast vermeld de NDFF het voorkomen van de strikt beschermde otter voor de omgeving van het plangebied (zie paragraaf 4.2.1). Das Het plangebied is geschikt als leefgebied voor de strikt beschermde das. Tijdens het veldbezoek zijn echter geen sporen als wissels, krabsporen, uitwerpselen, haren of graafsporen waargenomen in het plangebied. Ook zijn er geen dassenburchten aangetroffen in het plangebied. Uit de ruime omgeving van het plangebied zijn bovendien geen waarnemingen van de das bekend (bron: NDFF). Eekhoorn Er zijn waarnemingen van de strikt beschermde eekhoorn bekend uit de omgeving van het plangebied (bron: NDFF). Het plangebied is geschikt als leefgebied voor de eekhoorn. Er zijn echter geen eekhoornnesten in de bomen in het plangebied waargenomen. Daarnaast zijn er geen eekhoorns of gebruikssporen van eekhoorns waargenomen tijdens het veldbezoek.

Steenmarter Tijdens het veldbezoek zijn geen sporen van steenmarters (uitwerpselen, prenten,

Pagina 20

krabsporen etc.) gevonden of steenmarters waargenomen. De steenmarter is echter hoofdzakelijk ’s nachts actief. Het plangebied is, door het ontbreken van geschikte locaties, zoals toegankelijke zolders, kruipruimten, spouwmuren of ruimten onder de dakbedekkingen van gebouwen, ongeschikt als vaste rust- en verblijfplaats voor de steenmarter. De steenmarter heeft binnen zijn leefgebied soms wel tientallen schuilplaatsen, die hij echter niet allemaal even frequent gebruikt. In de houtwal in het plangebied is één takkenhoop aanwezig die als tijdelijke dagrustplaats voor de steenmarter (of andere marterachtigen als bunzing en wezel) kan dienen (zie foto 1). Een vaste rust- en verblijfplaats (voortplantingsplek) wordt hier echter niet verwacht. Het plangebied is geschikt als leefgebied voor de steenmarter.

Foto 1. Takkenhoop die geschikt is als schuilplaats voor de steenmarter of andere marterachtigen (foto: R. Boerboom).

Otter Bij de Oude IJssel, ten zuidwesten van het plangebied, zijn sporen van de otter gevonden (bron: NDFF). In de Oude IJssel leven sinds een aantal jaren otters, mede door de uitzetting van een ottermannetje in 2012 bij Doesburg (bron: Zoogdiervereniging VZZ). Sporen van de otter worden verspreid over de gehele Oude IJssel en enkele aangrenzende wateren aangetroffen2 . Vanuit het plangebied zijn geen waarnemingen van

2 Kuiters, A.T., G.A. de Groot, D.R. Lammertsma, H.A.H. Jansman & J. Bovenschen (2017).

Genetische monitoring van de Nederlandse otterpopulatie; Ontwikkeling van populatieomvang en genetische status 2016/2017. Wettelijke Onderzoekstaken Natuur & Milieu. WOt -technical report 9.9

Pagina 21

(sporen van) otters bekend. Het plangebied is ongeschikt als leefgebied door de afstand tot de Oude IJssel en het ontbreken van open water. Overige strikt beschermde grondgebonden zoogdiersoorten worden niet verwacht door het ontbreken van geschikt leefgebied. Het bronnenonderz oek bevestigt de afwezigheid van overige strikt beschermde grondgebonden zoogdieren. Vleermuizen De NDFF maakt melding van de baardvleermuis/Brandts vleermuis, gewone dwergvleermuis, gewone grootoorvleermuis, laatvlieger, meervleermuis, rosse vleermuis, ruige dwergvleermuis en watervleermuis voor de omgeving van het plangebied (zie paragraaf 4.2.1). In het plangebied bevinden zich geen gebouwen. Een verblijfplaats van gebouwbewonende vleermuizen, zoals de gewone dwergvleermuis, gewone grootoorvleermuis, laatvlieger, meervleermuis en ruige dwergvleermuis, wordt niet verwacht in het plangebied. In de aanwezige bomen in het plangebied zijn geen geschikte holten aangetroffen. Een verblijfplaats van boombewonende soorten, zoals de baardvleermuis/Brandts vleermuis, gewone grootoorvleermuis, rosse vleermuis, ruige dwergvleermuis of watervleermuis, is uitgesloten in het plangebied. De opgaande groenstructuren in het bosgebied zijn geschikt als foerageergebied en vliegroute voor diverse vleermuissoorten. Amfibieën Beschermde amfibieën zijn tijdens het veldbezoek niet aangetroffen.

De NDFF meldt de beschermde gewone pad en kleine watersalamander voor de omgeving van het plangebied (zie paragraaf 4.2.1). De ondiepe sloten in het plangebied zijn geschikt als voortplantingsbiotoop voor enkele algemene amfibieën als bruine kikker, gewone pad en kleine watersalamander. De bosschages in het plangebied zijn geschikt als landhabitat voor deze soorten en plaatselijk geschikt als landhabitat voor de strikt beschermde kamsalamander. Kamsalamander De bosschages in het plangebied zijn plaatselijk geschikt als landhabitat en overwinteringsplek voor de kamsalamander. Uit de ruime omgeving van het plangebied zijn echter geen waarnemingen van de kamsalamander bekend (bron: NDFF). Er bevinden zich geen geschikte voortplantingswateren voor de kamsalamander in het plangebied of de directe omgeving. Geschikt landhabitat dient zich in de directe omgeving van de voortplantingswateren te bevinden. Uit studie is gebleken dat de meeste dieren in de directe omgeving van het voortplantingswater bleven en geen dier verwijderde zich verder dan 100 meter van de oever (bron: RAVON). Doordat de kamsalamander weinig mobiel is, er binnen de migratieafstand geen geschikte voortplantingswateren aanwezig zijn en er geen waarnemingen bekend zijn uit de ruime omgeving van het plangebied, kan aangenomen worden dat de soort niet voorkomt in het plangebied.

Pagina 22

Overige strikt beschermde amfibieënsoorten worden hier niet verwacht door het ontbreken van geschikt leefgebied. Reptielen Tijdens het veldbezoek zijn geen reptielen aangetroffen. Uit de omgeving van het plangebied zijn geen waarnemingen van beschermde reptielen bekend geworden (zie paragraaf 4.2.1). Beschermde reptielensoorten worden niet verwacht in het plangebied door het ontbreken van geschikt leefgebied. Vissen Binnen het plangebied zijn enkele ondiepe sloten aanwezig. De onderwatervegetatie is slecht ontwikkeld door de bemesting van naastgelegen agrarische percelen. De sloten vormen geen geschikt leefgebied voor beschermde vissoorten. Mogelijk komen enkele algemene vissoorten als driedoornige stekelbaars, snoek en tiendoornige stekelbaars voor in de sloten. Ongewervelde dieren Tijdens het veldbezoek zijn geen beschermde ongewervelde dieren aangetroffen. De NDFF maakt voor de omgeving van het plangebied geen melding van het voorkomen van beschermde ongewervelde diersoorten (zie paragraaf 4.2.1). Beschermde ongewervelde diersoorten worden niet verwacht in het plangebied door het ontbreken van ges chikt leefgebied.

Pagina 23

5 Wet natuurbescherming De Wet natuurbescherming volgt in hoofdlijnen de bepalingen uit de Vogel- en Habitatrichtlijn op. De belangrijkste beschermde natuurwaarden in de Wet Natuurbescherming zijn:   

Beschermde natuurgebieden (Natura 2000-gebieden). Aangepaste soortenlijst beschermde planten en dieren. Expliciete vermelding intrinsieke waarde van natuur (art. 1.10).

Algemene zorgplicht voor natuurgebieden en in het wild levende dieren, planten en hun leefomgeving (art. 1.11). Actieve soortenbescherming (art. 1.12): verplichting voor provincies.

Alle natuurlijk in het wild levende vogels, meeste inheemse zoogdieren, alle inheemse amfibieën en reptielen, en een aantal vissen, dagvlinders, libellen, kevers en vaatplanten zijn beschermd. In dit hoofdstuk wordt vastgesteld of beschermde soorten flora en fauna aanwezig zijn of verwacht worden op de locatie. Vervolgens wordt bepaald of ze mogelijk nadelige effecten kunnen ondervinden van de geplande werkzaamheden. Deze effecten worden getoetst aan de verbondsbepalingen uit de Wet natuurbescherming (zie bijlage 1 en 2). Wanneer de Wet natuurbescherming (mogelijk) wordt overtreden wordt geadviseerd over het uitvoeren van aanvullend onderzoek en/of het aanvragen van een ontheffing. Flora Beschermde plantensoorten zijn niet aangetroffen en worden ook niet verwacht door het ontbreken van geschikte groeiplaatsen. Uit de NDFF zijn waarnemingen van de beschermde knolspirea plantensoorten bekend geworden uit de omgeving van het plangebied. Dit betreft echter verwilderde tuinplanten. Natuurlijke groeiplaatsen van de knolspirea of overige beschermde plantensoorten worden niet in het plangebied verwacht. Aanvullend onderzoek naar het voorkomen van beschermde plantensoorten en/of het aanvragen van een ontheffing is dan ook niet noodzakelijk. Broedvogels Alle aangetroffen en te verwachten vogelsoorten zijn beschermd krachtens de Wet natuurbescherming (Vogelrichtlijn).

Ontheffing voor deze diergroep is niet mogelijk. Dit betekent dat het opzettelijk verstoren, verontrusten, doden en anderszins nadelig beïnvloeden van deze soortgroep niet is toegestaan. Daarom moet er buiten het broedseizoen gestart worden met de werkzaamheden. Als de werkzaamheden in volle gang zijn bij aanvang van het broedseizoen, is het verstoringeffect op (broed)vogels minimaal. Het broedseizoen ligt, afhankelijk van de weeromstandigheden en aanwezige

Pagina 24

soorten, ruwweg tussen 15 maart en 15 juli. Broedgevallen buiten deze periode zijn ook beschermd. Vogelsoorten waarvan de nesten jaarrond beschermd zijn De NDFF vermeldt het voorkomen van de jaarrond beschermde boomvalk, buizerd, gierzwaluw, huismus, kerkuil, roek, sperwer en steenuil voor de omgeving van het plangebied. In het plangebied bevinden zich geen nestlocaties van deze of andere jaarrond beschermde vogelsoorten. In de omgeving van het plangebied bevinden zich wel (geschikte) nestlocaties voor een deel van deze soorten, waardoor zij mogelijk invloed ondervinden van de geplande ruimtelijke ontwikkeling. Boomvalk, buizerd, ransuil en sperwer Mogelijk bevinden zich in bosschages in de omgeving van het plangebied nesten van deze soorten. De buizerd is tijdens het veldbezoek waargenomen in het plangebied. Er kan sprake zijn van verstoring van een nest of van een rustplaats als deze plaatsen fysiek wel in stand blijven, maar de activiteiten wel tot gevolg hebben dat de betreffende functie niet of minder goed vervuld kan worden. Dit kan onder meer gebeuren door aanwezigheid van mensen, gebruik van materieel of wellicht door effecten van geluid of licht. Om verstoring te voorkomen dienen de aanlegwerkzaamheden buiten het broedseizoen van deze soorten plaats te vinden (februari t/m juli).

Door de ingebruikname van het fietspad is echter mogelijk sprake van aantasting van een nestlocatie en/of functioneel leefgebied door een permanente verstoringsbron. Mogelijke nestlocaties bevinden zich echter op voldoende afstand van het plangebied, waardoor verstoring door het fietspad niet waarschijnlijk wordt geacht. Met name voor buizerd geldt echter dat een gedeelte van het leefgebied doorsneden wordt. Het populierenbosje wordt vermoedelijk als rustplaats en uitkijkpost gebruikt. De aangrenzende graslandpercelen worden vermoedelijk als foerageergebied gebruikt. Door de permanente verstoring door fietsverkeer, verliest de buizerd mogelijk een deel van het functioneel leefgebied. Door de hoeveelheid geschikt leefgebied in de directe omgeving, is de inschatting dat de afname van het oppervlak geschikt leefgebied niet leidt tot aantasting van de nestplaatsen en rustplaatsen of van de bijbehorende de essentiële functionele leefomgeving van de buizerd of overige soorten. Aanvullend onderzoek naar het voorkomen van de boomvalk, buizerd, ransuil of sperwer en/of het aanvragen van een ontheffing is dan ook niet noodzakelijk. Het wordt echter sterk aanbevolen om bij de aanleg van het fietspad rekening te houden met het voorkomen van deze soorten.

Roek Er bevindt zich een roekenkolonie binnen de invloedsfeer van de geplande ruimtelijke ontwikkeling, in een bosschage aan de Paasberglaan. Deze bosschage wordt doorsneden om het fietspad aan te laten sluiten op de Laan van Schuylenburch. Er blijft voldoende nestgelegenheid over. Als men geen bezette nesten verwijdert (en nesten in aanbouw) én buiten het broedseizoen werkt (globaal van februari t/m juli) is er geen sprake van

Pagina 25

aantasting van functionaliteit van de kolonie. Er is dan geen ontheffing en compenserende maatregelen nodig. Gierzwaluw en huismus De nestlocaties van deze soorten bevinden zich buiten de invloedsfeer van de geplande ruimtelijke ontwikkeling. Er is bovendien geen sprake van verlies aan functioneel leefgebied. Aanvullend onderzoek naar het voorkomen van de gierzwaluw en huismus en/of het aanvragen van een ontheffing is dan ook niet noodzakelijk. Kerkuil en steenuil De nestlocaties van deze soorten bevinden zich buiten de invloedsfeer van de geplande ruimtelijke ontwikkeling. Door de beperkte territoriumgrootte van de steenuil valt het tracé van het fietspad buiten de territoria van eventueel in de omgeving broedende steenuilen. Er is dan ook geen sprake van aantasting van het functioneel leefgebied van deze soort. Het foerageergebied van kerkuilen beslaat vaak een groter gebied rondom de nestlocatie of verblijfplaats. Het plangebied is dan ook mogelijk onderdeel van het functioneel leefgebied van deze soort. Door de beperkte omvang van het plangebied en ruim voldoende alternatief foerageergebied, is er echter geen sprake van aantasting van essentieel foerageergebied van de kerkuil. Aanvullend onderzoek naar het voorkomen van de kerkuil en steenuil en/of het aanvragen van een ontheffing is dan ook niet noodzakelijk.

Het wordt echter sterk aanbevolen om bij de aanleg van het fietspad rekening te houden met het mogelijk voorkomen van foerageergebieden van de kerkuil, bijvoorbeeld door met verlichting rekening te houden met deze nachtactieve soort. Overige soorten met jaarrond beschermde soorten worden niet verwacht binnen de invloedsfeer van de geplande werkzaamheden. Het uitvoeren van een aanvullend onderzoek of het aanvragen van een ontheffing is niet noodzakelijk. Grondgebonden zoogdieren Tijdens het veldbezoek zijn de haas en mol waargenomen in het plangebied. Het plangebied wordt verder mogelijk gebruikt als leef- of foerageergebied door enkele algemene beschermde soorten als bunzing, eekhoorn, egel, konijn, mol, steenmarter, vos, wezel en algemene muizensoorten. Voor deze soorten zoogdieren geldt, met uitzondering van de eekhoorn en steenmarter, in de provincie Gelderland automatisch de vrijstellingsregeling bij ruimtelijke ingrepen. Strikt beschermde soorten, zoals de das en otter, worden niet verwacht door het ontbreken van geschikt leefgebied of het ontbreken van sporen. Het uitvoeren van een aanvullend onderzoek of het aanvragen van een ontheffing is niet noodzakelijk voor grondgebonden zoogdiersoorten. Voor deze soorten geldt echter wel de algemene zorgplicht.

Eekhoorn en steenmarter Het voorkomen van de strikt beschermde eekhoorn en steenmarter is alleen ontheffingsplichtig wanneer er vaste verblijfplaatsen aanwezig zijn. Hiervan is geen sprake

Pagina 26

in het plangebied. Nader onderzoek naar het voorkomen van de eekhoorn en steenmarter of het aanvragen van een ontheffing is niet noodzakelijk. In het kader van de zorgplicht dient men tijdens de aanlegwerkzaamheden rekening te houden met grondgebonden zoogdieren. Het wordt aanbevolen om een ecologisch werkprotocol op te stellen. Vleermuizen Om te bepalen of aanvullend onderzoek naar vleermuizen noodzakelijk is, worden de resultaten van de quickscan getoetst aan de checklist van Het Protocol voor vleermuisinventarisaties van de Gegevensautoriteit Natuur en de Zoogdiervereniging VZZ. Hieronder zijn de relevante passages uit de checklist weergegeven: 1. Zijn er gebouwen die gesloopt of gerenoveerd worden? Nee  Nader onderzoek naar kraam-, zomer- en paar verblijfplaatsen van gebouwbewonende vleermuizen is niet noodzakelijk. 2. Zijn er bomen met potentieel geschikte holten die gekapt of gesnoeid worden? Nee  Nader onderzoek naar zomer- en paarverblijfplaatsen van boombewonende vleermuizen is niet noodzakelijk. 3. Maken de struiken, gewassen, boom (bomen) deel uit van een mogelijke route/verbinding of een essentieel foerageergebied? Ja  Nader onderzoek naar foerageergebieden en routes van vleermuizen is noodzakelijk, indien er verlichting geplaatst wordt en er geen vleermuisvriendelijke verlichting geplaats kan worden.

De bosranden en houtwal in het plangebied zijn geschikt als foerageergebied en vliegroute voor vleermuizen. Bomenkap, maar ook het aanbrengen van verlichting, kan leiden tot aantasting van deze functies. De bomenkap beperkt zich tot een smal tracé, waardoor er voldoende bosranden overblijven die kunnen dienen als foerageergebied en vliegroute. Er dient geen of alleen vleermuisvriendelijke verlichting toegepast te worden, om lichtverstoring te voorkomen. Nader onderzoek naar vleermuizen is dan niet noodzakelijk. Indien dit niet mogelijk is, is aanvullend onderzoek naar foerageergebieden en vliegroutes van vleermuizen noodzakelijk. Overige soortgroepen Gezien het ontbreken van geschikt leefgebied zijn beschermde amfibieën, reptielen, vissen en/of ongewervelde dieren, met uitzondering van enkele algemene soorten als bruine kikker, gewone pad of kleine watersalamander, niet te verwachten in het plangebied. Voor deze soorten geldt in de provincie Gelderland automatisch de vrijstellingsregeling bij

Pagina 27

ruimtelijke ingrepen. Het uitvoeren van een aanvullend onderzoek of het aanvragen van een ontheffing is niet noodzakelijk voor deze soort(groep)en. Voor deze soorten geldt echter wel de algemene zorgplicht. In het kader van de zorgplicht dient men tijdens de aanlegwerkzaamheden rekening te houden met amfibieën. Bij het dempen van (delen van) watergangen dienen aanwezige exemplaren weggevangen te worden en verplaatst te worden naar geschikt leefgebied. Het wordt aanbevolen om een ecologisch werkprotocol op te stellen.

Pagina 28

6 Conclusie Aan de hand van de resultaten van de quickscan natuurtoets in het onderzoeksgebied ‘fietspad Schuilenburg in Silvolde’ kan de volgende conclusie worden getrokken: GNN Er is mogelijk sprake van aantasting van de kernkwaliteit ‘Cultuurhistorische en landschappelijke waarden van de beken, oude ontginningen en kavelpatronen, hakhout, houtwallen, singels en boerderijen’. In overleg met de provincie Gelderland moet bepaald worden hoe omgegaan dient te worden met deze kernkwaliteit. Mogelijk is er sprake van een compensatieplicht of dient het tracé aangepast te worden. Overige kernkwaliteiten van het NNN worden niet aangetast. Beschermde natuurgebieden Nadere toetsing of vergunningsaanvraag voor beschermde Natura 2000-gebieden is niet aan de orde. Beschermde soorten Aanvullend onderzoek of het aanvragen van een ontheffing in het kader van de Wet natuurbescherming is niet noodzakelijk. Indien negatieve effecten niet op voorhand te voorkomen zijn, is aanvullend onderzoek en het aanvragen van een ontheffing noodzakelijk voor roek en foerageergebieden/vliegroutes voor vleermuizen. Het wordt sterk aanbevolen om het leefgebied van soorten als kerkuil, buizerd, ransuil en sperwer te versterken door landschappelijke inpassing van het fietspad met behulp van dichte struwelen en kruidenranden.

In het kader van de zorgplicht dient men tijdens de aanlegwerkzaamheden rekening te houden met broedvogels, grondgebonden zoogdieren en amfibieën. Het wordt aanbevolen om een ecologisch werkprotocol op te stellen.

Pagina 29

Bijlagen 1 2 3

Impressie plangebied Wettelijk kader Beschermde plant- en diersoorten

Pagina 30

Bijlage 1 Impressie plangebied

Pagina 31

Pagina 32

Bijlage2 Wettelijk kader Wet natuurbescherming Per 1 januari 2017 is de Wet natuurbescherming van kracht. Deze wet vervangt drie wetten: de Natuurbeschermingswet 1998, de Boswet en de Flora- en faunawet. De Wet natuurbescherming volgt in hoofdlijnen de bepalingen uit de Vogel- en Habitatrichtlijn op. De belangrijkste beschermde natuurwaarden in de Wet Natuurbescherming zijn: 

Beschermde natuurgebieden (Natura 2000-gebieden);

  

Aangepaste soortenlijst beschermde planten en dieren; Expliciete vermelding intrinsieke waarde van natuur (art. 1.10); Algemene zorgplicht voor natuurgebieden en in het wild levende dieren, planten en hun leefomgeving (art. 1.11); Actieve soortenbescherming (art. 1.12): verplichting voor provincies.

Gebiedsbescherming Natura 2000-gebieden Toetsing van effecten van projecten op Natura 2000-gebieden blijft hetzelfde als nu. Beschermde natuurmonumenten Beschermde natuurmonumenten en bijbehorende doelen komen te vervallen. Hetzelfde geldt voor (nooit aangewezen) beschermde landschapsgezichten en beschermde leefomgevingen. De meeste natuurmonumenten vallen binnen het NNN areaal en zijn via dat beschermingsregime alsnog beschermd. Daarnaast kunnen gemeenten de natuurmonumenten via een bestemmingsplan als beschermde natuur aanwijzen. Provincies dienen gebieden aan te wijzen voor het NNN (voormalige EHS) en (evt. op verzoek) voor overige bijzondere provinciale natuurgebieden en bijzondere provinciale landschappen. Het rijk kan een gebied, niet zijnde een Natura 2000-gebied, als bijzonder nationaal natuurgebied aanwijzen.

Soortbescherming Alle beschermde soorten worden aangewezen in de wet zelf (deels met verwijzing naar internationale regelgeving). Alle natuurlijk in het wild levende vogels, meeste inheemse zoogdieren, alle inheemse amfibieën en reptielen, en een aantal vissen, dagvlinders, libellen, kevers en vaatplanten zijn beschermd. Ongeveer 200 thans beschermde soorten (vooral vaatplanten en zeevissen) worden niet meer beschermd onder de Wet natuurbescherming (anders dan door algemene zorgplicht). De lijst met beschermde soorten is niet meer opgedeeld in tabellen, zoals in de huidige Flora- en faunawet. Zie bijlage 3 voor de nieuwe lijst met beschermde plant- en diersoorten.

Pagina 33

Totaal aantal beschermde soorten is slechts een fractie van ongeveer 35.000 soorten die in Nederland voorkomen. Groot aantal bedreigde (Rode lijst) soorten wordt niet passief beschermd (wel actieve bescherming vereist).

Drie regimes voor beschermde soorten 1. Regels ter bescherming van vogels die vallen binnen het bereik van de Vogelrichtlijn, i.e. alle natuurlijk in het wild levende vogels in EU (art. 3.1-3.4) 2. Regels ter bescherming van dier- en plantensoorten die strikt beschermd zijn op grond van de Habitatrichtlijn en natuurbeschermingsverdragen (art. 3.5-3.9) 3. Regels ter bescherming van niet onder 2 vallende zoogdieren, amfibieën, reptielen, vissen, dagvlinders, libellen, kevers en vaatplanten vermeld in de bijlage bij de wet (art. 3.10-3.11) Inhoud beschermingsregimes  

Geen uniform verbodsstelsel, maar aparte verboden voor elk van de drie categorieën beschermde soorten. Verboden en uitzonderingen sluiten nauw aan bij Vogelrichtlijn en Habitatrichtlijn (regime 1 en 2), maar ‘soepeler’ regime voor aanvullend beschermde soorten (regime 3). Meeste verboden nu alleen van toepassing op ‘opzettelijk’ handelen, maar dat dekt ook voorwaardelijk opzet (=willens en wetens aanmerkelijke kans aanvaarden dat gedraging schadelijke gevolgen heeft voor beschermde soorten). Verschil met de huidige verboden zal in de praktijk dus waarschijnlijk gering zijn.

Alle in de Wet genoemde soorten zijn strikt beschermd. Voor de verbodsbepalingen is een ontheffing noodzakelijk. Dit geldt ook voor zeer algemene soorten waarvoor in het verleden automatisch de vrijstellingsregeling van kracht was bij ruimtelijke ontwikkelingen. Echter kunnen de provincies voor een aantal algemene soorten een vrijstellingslijst opstellen (op basis van Artikel 3.11). Dit betekent dat de beschermde soorten per provincie verschillen (zie bijlage 3). Met betrekking tot ruimtelijke ontwikkelingen zijn de volgende verbodsbepalingen voor soorten het meest relevant.

Intrinsieke waarde natuur Artikel 1.10 Deze wet is gericht op: Het beschermen en ontwikkelen van de natuur, mede vanwege de intrinsieke waarde, en het behouden en herstellen van de biologische diversiteit.

Pagina 34

Algemene Zorgplicht Artikel 1.11 1. Een ieder neemt voldoende zorg in acht voor Natura 2000-gebieden, bijzondere nationale natuurgebieden en voor in het wild levende dieren en planten en hun directe leefomgeving. 2. De zorg, bedoeld in het eerste lid, houdt in elk geval in dat een ieder die weet of redelijkerwijs kan vermoeden dat door zijn handelen of nalaten nadelige gevolgen kunnen worden veroorzaakt voor een Natura 2000-gebied, een bijzonder nationaal natuurgebied of voor in het wild levende dieren en planten: a. dergelijke handelingen achterwege laat, dan wel, b. indien dat achterwege laten redelijkerwijs niet kan worden gevergd, de noodzakelijke maatregelen treft om die gevolgen te voorkomen, of c. voor zover die gevolgen niet kunnen worden voorkomen, deze zoveel mogelijk beperkt of ongedaan maakt. 3. Het eerste lid is niet van toepassing op handelen of nalaten in overeenstemming met het bij of krachtens deze wet of de Visserijwet 1963 bepaalde.

Beschermingsregime soorten Vogelrichtlijn Artikel 3.1 1. Het is verboden opzettelijk van nature in Nederland in het wild levende vogels van soorten als bedoeld in artikel 1 van de Vogelrichtlijn te doden of te vangen. 2. Het is verboden opzettelijk nesten, rustplaatsen en eieren van vogels als bedoeld in het eerste lid te vernielen of te beschadigen, of nesten van vogels weg te nemen. 3. Het is verboden eieren van vogels als bedoeld in het eerste lid te rapen en deze onder zich te hebben. 4. Het is verboden vogels als bedoeld in het eerste lid opzettelijk te storen. 5. Het verbod, bedoeld in het vierde lid, is niet van toepassing indien de storing niet van wezenlijke invloed is op de staat van instandhouding van de desbetreffende vogelsoort. Artikel 3.3 1. Gedeputeerde staten kunnen ontheffing verlenen van verboden als bedoeld in artikel 3.1, ten aanzien van vogels van daarbij aangewezen soorten, dan wel ten aanzien van hun nesten, rustplaatsen of eieren.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.oude-ijsselstreek.nl/api/v1/meetings/4512/documents/25492