Bijlage 4 Ecologisch vervolgonderzoek
Tekst van het document
1 Soortgericht vervolgonderzoek Ulftseweg 107 Silvolde 5 november 2025 Soortgericht onderzoek Ulftseweg 107, Silvolde 1. Aanleiding en doel Voorliggende rapportage beschrijft de resultaten van een aanvullend onderzoek uitgevoerd naar verblijfplaatsen van vleermuizen en nestplaatsen van huismus, uitgevoerd bij een gebouw aan de Ulftseweg 107 te Silvolde. De onderzoekslocatie betreft een voormalig bedrijfspand ten zuidoosten van de bebouwde kom van Silvolde (afbeelding 1 & 2). De initiatiefnemer is voornemens de bestaande gebouwen ingrijpend te verbouwen, waarbij onder meer wijzigingen aan de gevels en het dak worden uitgevoerd. De woning aan de straatzijde blijft behouden, maar vanwege de aangrenzende ligging is deze praktisch wel in het onderzoek meegenomen. Naar aanleiding van een eerder uitgevoerde ecologische quickscan is geconcludeerd dat voor de voorgenomen activiteiten vervolgonderzoek noodzakelijk is naar verschillende soortgroepen. Daarbij gaat het om nestplaatsen van huismus, en verblijfplaatsen van gebouwbewonende vleermuizen. Voorliggend rapport beschrijft de bevindingen van een huismus- en vleermuisonderzoek op de projectlocatie. Dit onderzoek is conform Vleermuisprotocol 2021 en conform het Kennisdocument Huismus 2.0 van BIJ12 uitgevoerd.
Als een functie van het te slopen gebouw voor vleermuizen wordt vastgesteld moet een omgevingsvergunning ‘flora- en fauna-activiteit’ worden aangevraagd bij de provincie Gelderland. In dit rapport volgt een beschrijving van de werkwijze, gevolgd door resultaten en advies ten aanzien van de te nemen vervolgstappen, en een conclusie ten aanzien van een omgevingsvergunning. 2. Methode 2.1 Huismusonderzoek Het huismusonderzoek is in de optimale periode uitgevoerd conform het document “Kennisdocument Huismus 2.0” uitgevoerd door middel van 2 gerichte inventarisaties in de periode 1 april - 15 mei, onder gunstige weersomstandigheden en geschikte tijdstippen waarop veel activiteit te verwachten is (zie tabel 2.2). Hiermee wordt tevens voldaan aan de aangescherpte onderzoeksrichtlijnen die de provincie Gelderland hanteert ten opzichte van het kennisdocument. Het onderzoek is uitgevoerd door vanuit verschillende posities rond het gebouw te letten op aan- of afvliegende mussen, zingende mannetjes of andere indicaties die kunnen duiden op nestplaatsen in het onderzochte gebouw, zoals transport van nestmateriaal of voedsel of geluid van tjilpende kuikens. Hierbij is gebruik gemaakt van een verrekijker. Ook is gelet op eventuele aanwezigheid van uitstekend nestmateriaal, poepsporen of andere gebruikssporen zoals veertjes.
2.2 Vleermuisonderzoek Om vast te stellen in welke hoedanigheid verschillende vleermuissoorten gebruik maken van het pand als verblijfplaats is gericht onderzoek uitgevoerd naar vaste rust- en verblijfplaatsen conform de richtlijnen van het Vleermuisprotocol 2021 (opgesteld door o.a. Netwerk Groene Bureaus en Zoogdiervereniging). Hiervoor zijn in totaal 6 gerichte, nachtelijke veldbezoeken in geschikte periodes (3x tussen 15 mei -15 juli voor zomer-/kraamverblijfplaatsen, en 2x tussen 15 Projectgegevens Opdr. gvr.: Buro Kwiek Project: 24KWI05 Betreft: soortgericht onderzoek Locatie: Ulftseweg 107, Silvolde Opgest.: M. IJmker MSc, ecoloog Uitvoering: De Slijpkruik Ecologie B.V . Contact: ijmker@deslijpkruik.nl Datum: 05-11-2025 2 Soortgericht vervolgonderzoek Ulftseweg 107 Silvolde 5 november 2025 Afbeelding 1: Ligging plangebied (rode cirkel) ten zuidoosten van Silvolde. Bron: Pdok Viewer BRT achtergrondkaart (app.pdok.nl/viewer). Schaal ca. 1 op 25000. Afbeelding 2: Luchtfoto van de projectlocatie aan de Ulftseweg 107, Silvolde. Bron: Pdok viewer luchtfoto (app.pdok.nl/viewer) augustus- 1 oktober voor paar verblijfplaatsen). Daarnaast is één aanvullende onder zoeksronde naar massawinter verblijfplaatsen noodzakelijk. De tweede ronde hier van is gecombineerd met een paar verblijfonderzoek uitgevoerd.
De onderzoeken vonden plaats bij gunstige weersomstandigheden (temp >10 graden, weinig wind, geen neerslag). De onder zochte soor ten zijn gewone- en ruige dwergvleermuis, en laatvlieger. Verblijfplaatsen van meer vleermuizen zijn niet onder zocht, omdat de locatie buiten de koloniekaar t van meer vleermuis valt (NGB, 2024). De inventarisaties zijn uitgevoerd door onder zoekers van bureau ‘De Slijpkruik Ecologie B.V.’. Om het plangebied voldoende te kunnen over zien (>75%, conform Vleermuisprotocol 2021) was bij de voorjaarsrondes inzet van 1 waarnemer voldoende, omdat niet alle gevels bij de quickscan geschikt zijn bevonden voor vleermuizen. Onder zoeken naar paar verblijfplaatsen en massawinter verblijfplaatsen zijn ook uitgevoerd door 1 persoon per ronde. Voor het vleermuisonder zoek is gebruik gemaakt van zogenaamde batdetectors (Batlogger M met opname functie en Magenta Bat5), warmtebeeldcamera (Hikmicro Lynx), verrekijker en zichtwaarnemingen. Tabel 2.1: Overzicht inventarisatiemomenten soor tgericht ver volgonderzoek Ulf tseweg 107, Silvolde Datum | Periode-Temp-Weer | zonsondergang/ | doel inventarisatie -opkomst 14-04-2025 | 09:30-10:30, 122°C, zonnig, 2 Bf t | n.v.t. | nestplaatsen huismus 09-05-2025 | 07:15-08:30, 10°C, zonnig, 1 Bf t | n.v.t.
| nestplaatsen huismus 14-06-2025 | 21:55-23:55, 23°C, licht bewolkt, 2 Bf t 21:55 | zomer-/kraamverblijf 13-07-2025 | 21:55-23:55, 19°C, bewolkt, 1 Bf t | 21:55 | zomer-/kraamverblijf 14-07-2025 | 03:31-05:31, 16°C, licht bewolkt, 1 Bf t 05:31 | zomer-/kraamverblijf 21-08-2025 | 23:30-02:00, 14°C, helder, 1 Bf t | 20:52 | paar verblijf/massawinter verblijf 02-09-2025 | 00:00-02:00, 16°C, helder, 2 Bf t | 20:19 | paar verblijf/massawinter verblijf 21-09-2025 | 23:00-01:00, 10°C, helder, 1 bf t | 19:35 | paar verblijf 3. Resultaten inventarisaties 3.1 Nestplaatsen huismus Bij beide inventarisaties naar huismussen zijn geen exemplaren van huismus waargenomen binnen het plangebied of de directe omgeving. Op basis van het ontbreken van waarnemingen tijdens geschikte periodes binnen het broedseizoen is met voldoende zekerheid vastgesteld dat jaarrond beschermde nestplaatsen van huismus af wezig zijn binnen het plangebied. Vanwege de afwezigheid van jaarrond beschermde nestplaatsen van huismus is een omgevingsvergunning ‘flora- en fauna-activiteit’ niet nodig ten aanzien van huismussen. 3.2 Verblijfplaatsen vleermuizen Tijdens de inventarisaties zijn de soor ten gewone dwergvleermuis, laatvlieger, en rosse vleermuis waargenomen binnen en in de directe omgeving van het plangebied. Van deze soor ten zijn geen verblijfplaatsen aangetroffen binnen het plangebied.
De vleermuizen die zijn waargenomen binnen het plangebied kwamen allen aangevlogen van buiten het plangebied (voornamelijk uit zuidelijke richting). Bij alle inventarisatierondes naar zomer- en kraamverblijfplaatsen was activiteit van vleermuizen in en rond het plangebied relatief laag. In- of uitvliegende vleermuizen zijn niet waargenomen. Wel werd door één exemplaar van gewone dwergvleermuis, en sporadisch vergezeld door een tweede, foerageergedrag ver toond langs de oostgevel, tussen het pand en de bomen die daar op kor te afstand van zijn gesitueerd. Ook werd foerageergedrag van gewone dwergvleermuis sporadisch waargenomen boven het veld ten noorden van de projectlocatie. Tijdens de inventarisatieronde van 14 juli werd ca. een half uur voor zonsopkomst een rosse vleermuis waargenomen boven het veld 3 4 Soortgericht vervolgonderzoek Ulftseweg 107 Silvolde 5 november 2025 ten noorden van de projectlocatie. Deze rosse vleermuis vloog vrij hoog, vermoedelijk foeragerend en vertrok kort voor zonsopkomst in noordelijke richting. Waarnemingen van laatvlieger betroffen uitsluitend passerende exemplaren. Laatvliegers werden vanuit zuidelijke richting waargenomen in het eerste uur na zonsondergang bij beide avondrondes (2-4 exemplaren).
Eén exemplaar stak daarbij het plangebied over, door vanaf de bomen ten zuiden over het onderzochte pand heen te vliegen in noordelijke richting; de andere exemplaren vlogen op afstand langs het plangebied, maar wel in dezelfde richting (komend vanuit het zuiden, vliegend richting het noorden). Omdat de waarnemingen van laatvliegers relatief kort na zonsondergang zijn waargenomen is het aannemelijk dat deze exemplaren hun verblijfplaats hebben op relatief korte afstand ten zuiden van de projectlocatie, mogelijk slechts enkele erven verder naar het zuiden. De bomen rond het plangebied worden mogelijk (deels) gebruikt als vliegroute voor deze laatvliegers, maar kap van bomen is geen onderdeel van de ontwikkelingen; een eventuele functie als vliegroute (al dan niet essentieel) van omliggende bomen blijft daarom ook onverminderd aanwezig en behouden. Tijdens de inventarisaties naar massawinterverblijfplaatsen zijn geen zwermende gewone dwergvleermuizen waargenomen. Er werd in het geheel geen activiteit van vleermuizen waargenomen in relatie tot het onderzochte pand, met uitzondering van foerageergedrag van een gewone dwergvleermuis tussen de oostelijke bomen en de oostgevel, zoals ook bij de inventarisaties naar zomer- en kraamverblijfplaatsen werd waargenomen. Op basis van deze bevindingen is uitgesloten dat het onderzochte pand een functie heeft als massawinterverblijfplaats.
Ook bij geen van de inventarisaties naar paarverblijfplaatsen werd balts van vleermuizen waargenomen binnen of rond het plangebied. Er zijn geen territoria van gewone dwergvleermuis in, of rond, het plangebied vastgesteld, ook niet van andere soorten zoals ruige dwergvleermuis. Door de afwezigheid van verblijfplaatsen van vleermuizen leiden de voorgenomen activiteiten niet tot aantasting van beschermde rust- en verblijfplaatsen van vleermuizen. Er is voor de ontwikkelingen daarom geen omgevingsvergunning ‘flora- en fauna-activiteit’ noodzakelijk ten aanzien van verblijfplaatsen van vleermuizen. 3.3 Foerageergebied en vliegroutes vleermuizen Tijdens alle inventarisatierondes was activiteit van vleermuizen relatief laag. Het plangebied omvat ook geen opgaande groenstructuren. In de directe omgeving zijn deze echter wel aanwezig, in de vorm van bomen langs zowel westelijke, als zuidelijke en oostelijke perceelgrenzen. Deze bomen zijn onderdeel van foerageergebied van vleermuizen, maar het betreft met zekerheid geen essentieel foerageergebied, omdat in de omgeving ruim voldoende vergelijkbare alternatieven aanwezig zijn. Bovendien is van aantasting van foerageergebied geen sprake, omdat kap van bomen of verwijdering van andere opgaande groenstructuren geen onderdeel is van de ontwikkelingen.
Daarnaast werden de bomen ten oosten slechts door 1-2 gewone dwergvleermuizen gebruikt om te foerageren waarmee is vastgesteld dat een functie als foerageergebied beperkt is. Bij de inventarisaties naar zomer- en kraamverblijfplaatsen werden enkele exemplaren van laatvlieger passerend waargenomen. Deze maakten gebruik van de omliggende bomen om zich langs te verplaatsen. Dit betreft dan met name de bomen ten zuiden van het plangebied en de bomen langs de Ulftseweg. Deze bomen bevinden zich buiten de grenzen van het plangebied en blijven ongewijzigd behouden; van aantasting van een eventuele essentiële vliegroute is daarom op voorhand geen sprake. Los van fysieke aantasting van foerageergebied of vliegroutes bestaat wel een risico op verstoring door kunstlicht. Vanuit de zorgplicht dient onnodige lichtverstoring voorkomen te worden. 5 Soortgericht vervolgonderzoek Ulftseweg 107 Silvolde 5 november 2025 3.4 Conclusie vleermuizen Op basis van voorgenoemde waarnemingen is vastgesteld dat de voorgenomen ontwikkelingen niet leiden tot aantasting van verblijfplaatsen van vleermuizen of (essentiële) gebiedsfuncties van foerageergebied of vliegroute van vleermuizen, met mogelijke uitzondering van lichtverstoring. Een omgevingsvergunning ‘flora- en fauna-activiteit’ is daarom niet nodig ten aanzien van vleermuizen.
Wel dient vanuit de zorgplicht onnodige lichtverstoring van (niet-essentieel) foerageergebied of vliegroutes voorkomen te worden: voorkom uitstraling van kunstlicht door uitsluitend overdag te werken, of gebruik afgeschermde armaturen met beperkte verlichtingshoogte en richt lampen niet op omliggende boomkronen of andere groenstructuren. 3.5 Overige soorten Tijdens alle inventarisaties, naar zowel huismussen als vleermuizen, zijn roeken waargenomen rond het plangebied. Van roek zijn meerdere nesten aanwezig in een grote beuk langs de Ulftseweg in het zuidwesten van het plangebied. Nesten van roek zijn jaarrond beschermd, maar kap van bomen met nesten, of omliggende bomen, is geen onderdeel van de ontwikkelingen. De boom met nesten is direct naast de inrit van het terrein gesitueerd; dit gegeven, in combinatie met de hoogte van de nesten in de boom, maakt dat van langsrijdend verkeer (of toekomstig bouwmaterieel) geen wezenlijke invloed wordt verwacht. Van aantasting van jaarrond beschermde nesten van roek is daarom op voorhand geen sprake door toedoen van de gewenste ontwikkelingen. Naast deze waarnemingen is ook een steenuil roepend gehoord, maar niet visueel waargenomen. De roep kwam vanuit oostelijke richting, mogelijk is een nestplaats aanwezig op een naburig erf, maar het plangebied heeft zeker geen significante functie voor steenuil.
Tijdens de inventarisatie van 14 juli is een konijn waargenomen op het veld ten noorden van het plangebied en een gewone pad in de bosschages ten oosten. Voor deze soorten geldt een provinciale vrijstelling in de provincie Gelderland en bovendien betreft de voorgenomen ingreep sloop van een gebouw en verwijdering van verharding; er worden geen structuren verwijderd of aangepast waar soorten als konijn of gewone pad doorgaans gebruik van maken. Voor deze soorten zal handelen vanuit de algemene zorgplicht daarom volstaan. 4. Conclusie en advies 4.1 Nestplaatsen huismus • Werkzaamheden aan het gebouw leiden niet tot aantasting van jaarrond beschermde nestplaatsen van huismussen. Ook in de omgeving zijn geen indicaties waargenomen die duiden op nestplaatsen in de omgeving. Vanwege de afwezigheid van beschermde functies voor huismus is een omgevingsvergunning ‘flora- en fauna-activiteit’ niet nodig ten aanzien van huismussen. 4.2 Vleermuizen • De werkzaamheden aan het gebouw leiden niet tot aantasting van verblijfplaatsen van vleermuizen. Ook wordt geen afbreuk gedaan aan eventuele beschermde gebiedsfuncties van foerageergebied of vliegroutes van vleermuizen, door toedoen van de gewenste ontwikkelingen. Vanwege de afwezigheid van beschermde functies voor vleermuizen is een omgevingsvergunning ‘flora- en fauna-activiteit’ niet nodig ten aanzien van vleermuizen.
• Vanuit de zorgplicht dient onnodige lichtverstoring van eventuele gebiedsfuncties van vleermuizen (foerageergebied en/of vliegroutes) voorkomen te worden. Dit kan eenvoudig worden bewerkstelligd door uitsluitend overdag te werken en geen gebruik te maken van kunstverlichting. Als gebruik van kunstlicht echter onvermijdelijk blijkt tijdens de uitvoering, dan dient met er zorg voor te dragen dat deze niet op omliggende bomen of andere opgaande groenstructuren wordt gericht; gebruik afgeschermde armaturen en beperk de verlichtingshoogte tot maximaal 3 meter. 6 Soortgericht vervolgonderzoek Ulftseweg 107 Silvolde 5 november 2025 4.3 Overige soorten • Uit eerder uitgevoerde ecologisch onderzoek (ecologische quickscan en eerder uitgevoerde soortgerichte onderzoeken) is gebleken dat aanwezigheid van jaarrond beschermde nestplaatsen van vogels (anders dan huismus) of andere verblijfplaatsen en functies van beschermde soorten, zoals verblijfplaatsen van marters zijn uitgesloten. Er zijn geen vervolgstappen, zoals een activiteitenplan en omgevingsvergunning noodzakelijk ten aanzien van overige soorten. • Houdt rekening met de mogelijke aanwezigheid van algemene (of vrijgestelde) fauna in de directe omgeving, zoals konijn en gewone pad.
Dergelijke soorten kunnen zich ophouden in bosschages en andere vegetatie in de directe omgeving; voorkom onnodige betreding, beschadiging of verstoring anderzijds in/rond dergelijke structuren. Als verwijdering van groenstructuren toch noodzakelijk blijkt bij de uitvoering, dan dient dit op een rustig tempo en in één richting uitgevoerd te worden, zodat eventueel aanwezige fauna tijd en ruimte heeft een veilig heenkomen te zoeken. De werkrichting dient dan zodanig te zijn dat fauna zich in de richting van beschutting of andersoortig leefgebied kan verplaatsen en niet ingesloten raakt. Bij verwijdering van dicht/onoverzichtelijk struikgewas dient aanvullend gecontroleerd te worden op aanwezigheid van egels, omdat deze soort zich oprolt en niet vlucht als deze zich bedreigd voelt. • Houdt rekening met de mogelijkheid van aanwezigheid van algemene broedvogels in groenstructuren binnen de invloedssfeer van de werkzaamheden, bijvoorbeeld in bomen op korte afstand van het plangebied, of bijvoorbeeld in een dakgoot. De werkzaamheden dienen buiten het broedseizoen te starten om verstoring of vernieling van bezette nesten van algemene broedvogels te voorkomen. Bij start werkzaamheden binnen het broedseizoen wordt een broedvogelcheck door een broedvogeldeskundige geadviseerd om uit te sluiten dat er geen broedgevallen binnen de invloedssfeer van de werkzaamheden aanwezig zijn.
Het broedseizoen is geen vastgestelde periode. Indicatief wordt vaak de periode half maart - half augustus gehanteerd. • Uiteraard geldt bij de uitvoering de algemene zorgplicht. Dit laatste betreft voornamelijk de aanwezigheid van broedvogels tijdens het broedseizoen en aanwezigheid van algemene (vrijgestelde) soorten zoals konijn en gewone pad (zie ook voorgaande punten). 5. Wettelijk kader In Nederland is de wetgeving omtrent de bescherming van natuurwaarden gesplitst in soortbescherming en gebiedsbescherming. Op 1 januari 2024 is de Omgevingswet in werking getreden. Onder de Omgevingswet zijn verschillende beschermingsregimes te onderscheiden: soorten van de Vogelrichtlijn (VR), soorten van de Habitatrichtlijn (HR) en overige beschermde soorten genoemd in bijlage IX van de Omgevingswet. Daarnaast hebben provincies de vrijheid om voor bepaalde soorten uit de laatste categorie vrijstelling te verlenen bij ruimtelijke ontwikkeling en inrichting en bestendig beheer en onderhoud. Gedetailleerde informatie over het onderdeel soortenbescherming, inclusief lijsten van beschermde soorten, is onder meer te vinden op de website van de Rijksoverheid. Meer informatie over de Omgevingswet is onder andere terug te vinden op de websites van de Rijksoverheid en de verschillende provincies.
7 Soortgericht vervolgonderzoek Ulftseweg 107 Silvolde 5 november 2025 Afbeelding 7: Aanwezigheid van beschermde soorten in 2025, met de onderzochte bebouwing in lichtblauw kader. Bron ondergrond: Pdok viewer luchtfoto (app.pdok.nl/viewer). Legenda gewone dwergvleermuis Roek Laatvlieger (zomer)verblijf/ nestplaats paarverblijf n.v.t. n.v.t. kraamverblijf n.v.t. foerageer-/ leefgebied vliegroute passeerlocatie sporadisch foeragerende sporadisch foeragerende gewone dwergvleermuisgewone dwergvleermuis meerdere meerdere nesten van nesten van roekroek