BIJLAGE 4. Bruidsschat vergunningen compleet (1).pdf
Tekst van het document
Aanvraagvereisten verhuizen naar omgevingsplan De grondslag voor deze gemeentelijke omgevingsvergunning lag in de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo). Gemeentelijke regelgeving zoals het bestemmingsplan of gemeentelijke verordening bepaalde wanneer zo'n vergunning nodig was. Welke gegevens bij de aanvraag moesten (aanvraagvereisten), regelde het Rijk in de Regeling omgevingsrecht. Nu staan die aanvraagvereisten in paragraaf 2.4.1 van het tijdelijke deel van het omgevingsplan. Artikel 7.1 van het Invoeringsbesluit Omgevingswet regelt dit. Regels over aanvraagvereisten zijn tijdelijk De regels over aanvraagvereisten zijn tijdelijk. Ze gelden totdat het gemeentelijke vergunningstelsel is opgenomen in het nieuwe deel van het omgevingsplan. Bijvoorbeeld het vergunningstelsel op grond van de archeologieverordening of kapverordening. Een gemeente kan er ook voor kiezen om een vergunningplicht te laten vervallen en dus niet op te nemen in het nieuwe deel van het omgevingsplan. Dan zijn de aanvraagvereisten uiteraard niet meer van toepassing. Activiteit
Gemeentelijke vergunning onder Wabo
Artikel omgevingsplan over aanvraagvereisten
Herkomst aanvraagvereisten
Uitvoeren van werk (geen bouwwerk) of van een werkzaamheid
Aanlegvergunning (artikel 2.1 1e lid onder b Wabo en artikel 2.2, 1e lid, onder d, Wabo)
2.4.1.2 Omgevingsplanactiviteit: uitvoeren van een werk, niet zijnde bouwwerk, of werkzaamheid 1. Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, niet zijnde een bouwwerk, of een werkzaamheid worden gegevens en bescheiden verstrekt over: a. de te gebruiken materialen; b. de mate waarin sprake is van afvoer van grond naar een andere locatie; c. de aanwezigheid van obstakels die in de weg staan aan het verrichten van de activiteit. 2. Zo nodig wordt een rapport verstrekt waarin de archeologische waarden van het terrein dat volgens de aanvraag door de activiteit zal worden verstoord in voldoende mate is vastgesteld.
Regeling omgevingsrecht (artikelen 3.1 en 7.1)
Gebruiken van locaties of bouwwerken
Vergunning planologisch strijdig gebruik (artikel 2.1, 1e lid, onder c, Wabo)
Regeling omgevingsrecht (artikel 3.2)
Slopen van een bouwwerk
Sloopvergunning (artikel 2.1, 1e lid, onder g, Wabo)
2.4.1.3 Omgevingsplanactiviteit: gebruik van locaties of bouwwerken 1. Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor het gebruiken van locaties of bouwwerken worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt: a. het beoogde en het huidige gebruik van de locaties en bouwwerken waarop de aanvraag betrekking heeft; b. een situatietekening van de bestaande toestand en een situatietekening van de nieuwe toestand met daarop: 1°. de afmetingen van het perceel en bebouwd oppervlak; 2°. de situering van bouwwerken ten opzichte van de perceelsgrenzen en de wegzijde; 3°. de wijze waarop de locatie ontsloten wordt; 4°. de aangrenzende locaties en de daarop voorkomende bebouwing; en 5°. het beoogd gebruik van de locatie behorende bij het voorgenomen bouwwerk. 2. Zo nodig wordt een rapport verstrekt waarin de archeologische waarde van het terrein dat blijkens de aanvraag door de activiteit zal worden verstoord in voldoende mate is vastgesteld. 2.4.1.4 Omgevingsplanactiviteit: slopen van een bouwwerk Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor een sloopactiviteit wordt aannemelijk gemaakt dat op de plaats van
Regeling omgevingsrecht (artikel 6.1)
Activiteit die betrekking heeft op een gemeentelijk monument**
Monumentenvergunning (artikel 2.2, 1e lid, onder b, Wabo)
Activiteit die betrekking heeft op een gemeentelijk, archeologisch monument**
Monumentenvergunning (artikel 2.2, 1e lid, onder b, Wabo)
het te slopen bouwwerk een ander bouwwerk kan of zal worden gebouwd. 2.4.1.5 onderdeel a en b* Omgevingsplanactiviteit gemeentelijk monument: algemeen Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor een activiteit die betrekking heeft op een gemeentelijk monument worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt: a. het monumentnummer en, voor zover van toepassing, de naam van het monument of de plaatselijke aanduiding van het archeologisch monument; b. de opgave van het huidige gebruik van het gemeentelijk monument en het voorgenomen gebruik, als dat afwijkt van het huidige gebruik; en c. de motivering voor het verrichten van de activiteit en een omschrijving van de gevolgen ervan voor het gemeentelijk monument. 2.4.1.6 Omgevingsplanactiviteit gemeentelijk monument die een archeologisch monument betreft 1. Bij een aanvraag als bedoeld in artikel 2.4.1.5 die een archeologisch monument betreft, worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt: a. een omschrijving van de aard van de activiteit, met vermelding van: 1°. de omvang in vierkante meters; en 2°. de diepte, in centimeters ten opzichte van het maaiveld; b. een topografische kaart voorzien van een noordpijl en minimaal twee coördinatieparen, met de exacte locatie en omvang van de activiteit; c. doorsnedetekeningen met de exacte locatie, omvang en diepte van de afzonderlijke ingrepen ten opzichte van het maaiveld; d.
als sprake is van een opgraving, ook als deze alleen bestaat uit een proefsleuvenonderzoek of een proefputtenonderzoek: een programma van eisen voor de opgraving; e. als sprake is van een booronderzoek met boren met een diameter groter dan 10 cm: een plan van aanpak voor een
Regeling omgevingsrecht (artikelen 5.1, 5.2, 5.3, 5.4, 5.5, 5.6, 5.7 en 7.1)
Regeling omgevingsrecht (artikelen 5.2 en 7.1)
Slopen van een gemeentelijk monument**
Monumentenvergunning (artikel 2.2, 1e lid, onder b, Wabo)
booronderzoek; f. als sprake is van een zichtbaar archeologisch monument: overzichtsfoto’s van de bestaande situatie en plantekeningen van de nieuwe toestand; en g. voor zover de activiteit bestaat uit een bouwactiviteit: funderingstekeningen. 2. Zo nodig worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt: a. een rapport waarin de archeologische waarde van dat deel van het archeologisch monument waarop de activiteit van invloed is, in voldoende mate nader is vastgesteld; b. een rapport waarin het effect van de activiteit op de archeologische waarden in voldoende mate is vastgesteld; c. detailtekeningen met: 1°. de exacte locatie; 2°. de omvang; en 3°. de diepte van de afzonderlijke ingrepen ten opzichte van het maaiveld; d. voor zover de activiteit bestaat uit aanlegwerkzaamheden of een ontgrondingsactiviteit: 1°. een bestek met bijbehorende tekeningen; of 2°. Een werkomschrijving met bijbehorende tekeningen; e. als sprake is van een sloopactiviteit: bestaande funderingstekeningen; of f. als sprake is van een archeologisch monument onder water: een vlakdekkende hoge resolutie sonaropname van de waterbodem en ultra hoge resolutie van details. 2.4.1.8 Omgevingsplanactiviteit: slopen van een gemeentelijk monument voor zover het gaat om een monument 1.
Bij een aanvraag als bedoeld in artikel 2.4.1.5 worden, voor zover het gaat om het slopen van een monument, de volgende gegevens en bescheiden verstrekt:
Regeling omgevingsrecht (artikelen 5.1 en 7.1)
Verplaatsen van een gemeentelijk monument**
Monumentenvergunning (artikel 2.2, 1e lid, onder b, Wabo)
a. de volgende kleurenfoto’s die een duidelijke indruk geven van het monument in relatie tot de voorgenomen sloop: 1°. overzichtsfoto’s van de bestaande situatie; en 2°. foto’s van de bestaande toestand; b. de volgende tekeningen: 1°. als er sprake is van het slopen van een deel van het monument waarbij de omvang van het monument wijzigt: situatietekeningen van de bestaande en nieuwe situatie; 2°. opnametekeningen van de bestaande toestand met voor zover noodzakelijk voor de beoordeling van de aanvraag: i. plattegronden; ii. doorsneden; iii. gevelaanzichten; of iv. een dakaanzicht; en 3°. slooptekeningen; en c. een omschrijving van de sloopmethode en de aard van en bestemming voor het vrijkomend materiaal. 2. Zo nodig worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt: a. een nadere bepaling van de monumentale waarde van het monument aan de hand van cultuurhistorische rapporten, met inbegrip van rapporten over architectuurhistorie, bouwhistorie, interieurhistorie, kleurhistorie of tuinhistorie; b. als er sprake is van verstoring van de bodem: een rapport waarin de archeologische waarde van de bodem onder het te slopen bouwwerk in voldoende mate is vastgesteld; c. een beschrijving van de technische staat van het monument of het onderdeel van het monument waarop de voorgenomen activiteit betrekking heeft; of d.
een onderbouwing van de beschrijving van de technische staat aan de hand van technische rapporten, met inbegrip van rapporten over bouwfysische en constructieve aspecten. 2.4.1.9 Omgevingsplanactiviteit: verplaatsen van een gemeentelijk monument voor zover het gaat om een monument 1. Bij een aanvraag als bedoeld in artikel 2.4.1.5 worden, voor zover het gaat om het gedeeltelijk of volledig verplaatsen van een monument, de volgende gegevens en bescheiden verstrekt:
Regeling omgevingsrecht (artikelen 5.3 en 7.1)
a. een beschrijving van de technische staat van het monument of het onderdeel van het monument waarop de voorgenomen activiteit betrekking heeft; b. de volgende kleurenfoto’s die een duidelijke indruk geven van het monument in relatie tot de voorgenomen verplaatsing: 1°. overzichtsfoto’s van de bestaande situatie; 2°. foto’s van de bestaande toestand; en 3°. overzichtsfoto’s van de nieuwe locatie; c. de volgende tekeningen: 1°. situatietekeningen van de bestaande en nieuwe situatie; 2°. opnametekeningen van de bestaande toestand met voor zover noodzakelijk voor de beoordeling van de aanvraag: i. plattegronden; ii. doorsneden; iii. gevelaanzichten; of iv. een dakaanzicht; en 3°. plantekeningen van de nieuwe toestand met voor zover noodzakelijk voor de beoordeling van de aanvraag: i. plattegronden; ii. doorsneden; iii. gevelaanzichten; of iv. een dakaanzicht; d. een bestek of werkomschrijving van de wijze van demonteren, van het verplaatsen naar de nieuwe locatie en van de herbouw; en e. als de activiteit bestaat uit het verplaatsen van een molen; een rapport over de molenbiotoop van de bestaande en van de nieuwe situatie. 2. Zo nodig worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt: a.
een nadere bepaling van de monumentale waarde van het monument aan de hand van cultuurhistorische rapporten, met inbegrip van rapporten over architectuurhistorie, bouwhistorie, interieurhistorie, kleurhistorie, tuinhistorie of over de relatie van het monument tot zijn historische omgeving; b. als er op de bestaande of op de nieuwe locatie sprake is van verstoring van de bodem: een rapport waarin de archeologische waarde van het terrein dat volgens de aanvraag door de activiteit zal worden verstoord in voldoende
mate is vastgesteld; c. een onderbouwing van de beschrijving van de technische staat aan de hand van technische rapporten, met inbegrip van rapporten over bouwfysische, constructieve, materiaaltechnische of preventieve aspecten; d. aanvullende tekeningen van de bestaande en nieuwe toestand, met inbegrip van detailtekeningen; of e. een opgave van de bij de voorbereiding en de uitvoering van de activiteit te hanteren uitvoeringsrichtlijnen.
Wijzigen of herstellen van gemeentelijk monument waardoor het kan ontsieren of in gevaar kan komen**
Monumentenvergunning (artikel 2.2, 1e lid, onder b, Wabo)
2.4.1.10 Omgevingsplanactiviteit gemeentelijk monument: wijzigen van een monument of monument door herstel ontsieren of in gevaar brengen 1. Bij een aanvraag als bedoeld in artikel 2.4.1.5 worden, voor zover het gaat om het wijzigen van een monument, of het herstellen daarvan waardoor het kan worden ontsierd of in gevaar gebracht, de volgende gegevens en bescheiden verstrekt: a. de volgende kleurenfoto’s die een duidelijke indruk geven van het monument in relatie tot de voorgenomen activiteit: 1°. overzichtsfoto’s van de bestaande situatie; en 2°. detailfoto’s van de bestaande toestand, die een duidelijke indruk geven van het onderdeel van het monument waar de voorgenomen activiteit zal plaatsvinden; b. de volgende tekeningen: 1°. een situatietekening van de bestaande situatie, en als de nieuwe situatie daarvan afwijkt: een situatietekening van de nieuwe situatie; 2°. opnametekeningen van de bestaande toestand met voor zover noodzakelijk voor de beoordeling van de aanvraag: i. plattegronden; ii. doorsneden; iii. gevelaanzichten; of iv. een dakaanzicht; 3° als er gebreken worden hersteld: gebrekentekeningen; 4°. plantekeningen van de nieuwe toestand en van de voorgenomen werkzaamheden, met inbegrip van de te vervangen, of te veranderen onderdelen en de te verhelpen
Regeling omgevingsrecht (artikelen 5.4, 5.5, 5.6 en 7.1)
gebreken met voor zover noodzakelijk voor de beoordeling van de aanvraag: i. plattegronden; ii. doorsneden; iii. gevelaanzichten; of iv. een dakaanzicht; en 5°. als er sprake is van verwijdering van materiaal: slooptekeningen; en c. een omschrijving van de aard en omvang van de activiteit in de vorm van een bestek of werkomschrijving, met: 1°. de te gebruiken en de te vervangen materialen, de toe te passen constructies, afwerkingen en kleuren, evenals de wijze van uitvoering of verwerking; en 2°. als er sprake is van verwijdering van materiaal: de sloopmethode en de aard van en bestemming voor het vrijkomend materiaal. 2. Zo nodig worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt: a. een nadere bepaling van de monumentale waarde van het monument aan de hand van cultuurhistorische rapporten, met inbegrip van rapporten over architectuurhistorie, bouwhistorie, interieurhistorie, kleurhistorie of tuinhistorie; b. als er sprake is van verstoring van de bodem: een rapport waarin de archeologische waarde van het terrein dat volgens de aanvraag door de activiteit zal worden verstoord in voldoende mate is vastgesteld; c. een beschrijving van de technische staat van het monument of het onderdeel van het monument waarop de voorgenomen activiteit betrekking heeft; d.
een onderbouwing van de beschrijving van de technische staat aan de hand van technische rapporten, met inbegrip van rapporten over bouwfysische, constructieve, materiaaltechnische of preventieve aspecten; e. aanvullende tekeningen van de bestaande en nieuwe toestand, met inbegrip van detailtekeningen; f. voor zover er algemene kwaliteitsnormen of uitvoeringsrichtlijnen voor de instandhouding van monumenten op de activiteit van toepassing zijn, een opgave of de voorgenomen activiteit hierop is afgestemd; of
Gebruiken van gemeentelijk monument waardoor het kan ontsieren of in gevaar kan komen**
Monumentenvergunning (artikel 2.2, 1e lid, onder b, Wabo)
Slopen in een beschermd stads- of dorpsgezicht
Sloopvergunning beschermd stads- of dorpsgezicht (artikel 2.2, 1e lid, onder c, Wabo)
Maken, hebben, veranderen of gebruiken van een uitweg
Uitwegvergunning (artikel 2.2, 1e lid, onder e, Wabo)
g. als de activiteit een monument betreft dat een tuinaanleg, parkaanleg of andere groenaanleg is: een beheervisie. 2.4.1.11 Omgevingsplanactiviteit gemeentelijk monument: monument door gebruik ontsieren of in gevaar brengen Bij een aanvraag als bedoeld in artikel 2.4.1.5 wordt, voor zover het gaat om het gebruiken van een monument waardoor het kan worden ontsierd of in gevaar gebracht, een opgave verstrekt van de maatregelen die worden getroffen om deze nadelige gevolgen te voorkomen of zoveel mogelijk te beperken. 2.4.1.14 Omgevingsplanactiviteit: slopen in een beschermd stads- of dorpsgezicht 1. Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor een sloopactiviteit in een beschermd stads- of dorpsgezicht, wordt aannemelijk gemaakt dat op de plaats van het te slopen bouwwerk een ander bouwwerk kan of zal worden gebouwd. 2. Zo nodig wordt een rapport verstrekt waarin de archeologische waarde van de bodem onder het te slopen bouwwerk in voldoende mate is vastgesteld. 2.4.1.15 Omgevingsplanactiviteit: uitweg Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor het maken, hebben of veranderen van een uitweg of het gebruik daarvan, worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt: a. de afmeting van de nieuwe uitweg of de te veranderen bestaande uitweg en de beoogde verandering daarvan; b. de te gebruiken materialen; c.
de aanwezigheid van obstakels die in de weg staan voor het aanleggen of voor het gebruik van de uitweg, zoals bomen, lantaarnpalen en nutsvoorzieningen. NB. Op dit moment hebben wij in art 2.12 van onze APV een meldingsplicht opgenomen, geen vergunningsplicht. Dit meenemen bij herziening van APV/definitieve omgevingsplan.
Regeling omgevingsrecht (artikelen 5.7 en 7.1)
Regeling omgevingsrecht (artikelen 6.2 en 7.1)
Regeling omgevingsrecht (artikel 7.3)
Hebben van een alarminstallatie in/op/aan onroerende zaak die opvallend geluid of lichtsignaal kan produceren
Vergunning voor alarminstallatie (geluid en licht) aan onroerende zaak (artikel 2.2, 1e lid, onder f, Wabo)
Vellen houtopstand
Kapvergunning (artikel 2.2, 1e lid, onder g, Wabo)
Maken of voeren van handelsreclame op/ aan onroerende zaak
Reclamevergunning (artikel 2.2, 1e lid, onder h en i, Wabo)
2.4.1.16 Omgevingsplanactiviteit: alarminstallatie Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor het hebben van een alarminstallatie in, op of aan een onroerende zaak die een voor de omgeving opvallend geluid of lichtsignaal kan produceren, bedoeld in een gemeentelijke verordening, worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt: a. de aard en de werking van de signalering; en b. twee waarschuwingsadressen, inclusief telefoonnummers en namen van contactpersonen. 2.4.1.17 Omgevingsplanactiviteit: vellen van houtopstand 1. Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor het vellen van een houtopstand, identificeert de aanvrager op de aanduiding, bedoeld in artikel 2.1.1, onder c, iedere houtopstand waarop de aanvraag betrekking heeft met een nummer. 2. Per genummerde houtopstand worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt: a. de soort houtopstand; b. de locatie van de houtopstand op het voor-, zij-, of achtererf; c. de diameter in centimeters, gemeten op 1,30 meter vanaf het maaiveld; en d. de mogelijkheid tot herbeplanten of het voornemen om op een daarbij te vermelden locatie tot herbeplanten van een daarbij te vermelden aantal soorten over te gaan. 2.4.1.18 Omgevingsplanactiviteit: handelsreclame 1.
Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor het maken van handelsreclame op of aan een onroerende zaak of het voeren van handelsreclame met behulp van een opschrift, aankondiging of afbeelding in welke vorm dan ook, die zichtbaar is vanaf een voor het publiek toegankelijke plaats, worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt: a. het aantal en de afmetingen van de reclame; b. de hoogte van de
Regeling omgevingsrecht (artikel 7.4)
Regeling omgevingsrecht (artikel 7.5)
Regeling omgevingsrecht (artikel 7.6)
reclame, gemeten vanaf het maaiveld tot de onderkant; c. de te gebruiken materialen, kleuren en verlichting; en d. de tekst van de reclame. 2. Als een andere dan de eigenaar, beperkt zakelijk gerechtigde of gebruiker van de onroerende zaak met diens toestemming handelsreclame maakt of voert, vermeldt de aanvrager in de aanvraag de naam, het adres en de woonplaats van die ander.
Opslaan roerende zaken op aangewezen gedeelte van de gemeente
Opslagvergunning roerende zaken (artikel 2.2, 1e lid, onder j en k, Wabo)
NB. Wij kennen geen reclamevergunning. Slechts indien ook voor bouwen een vergunning nodig is wordt dit getoetst aan redelijke eisen van welstand. Art. 2:42 APV. 2.4.1.19 Omgevingsplanactiviteit: opslaan roerende zaken 1. Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor het opslaan van roerende zaken in een daarbij aangewezen gedeelte van de gemeente, worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt: a. de aard van de roerende zaken; en b. de omvang van de opslag van de roerende zaken. 2. Als een ander dan de eigenaar, beperkt zakelijk gerechtigde of gebruiker van de onroerende zaak met diens toestemming roerende zaken opslaat, vermeldt de aanvrager in de aanvraag de naam, het adres, en de woonplaats van die ander.
Regeling omgevingsrecht (artikel 7.7)
* Onderdeel c is een nieuw onderdeel ** Onder gemeentelijk monument valt ook een voorbeschermd gemeentelijk monument
Omgevingsplan bevat regels over voorschriften archeologische monumentenzorg in vergunning Voorheen regelde het Rijk welke voorschriften een gemeentelijke omgevingsvergunning kon bevatten over archeologische monumentenzorg
(artikel 5.2 Besluit omgevingsrecht). Nu staan die regels in artikel 2.4.2.1 van het omgevingsplan. De regels zijn tijdelijk en hebben betrekking op een omgevingsvergunning die het omgevingsplan instelt (omgevingsplanactiviteit). De regels gelden voor de volgende activiteiten: - Uitvoeren van werk (geen bouwwerk) of van een werkzaamheid die van invloed is op een archeologisch monument. - Het bouwen van een bouwwerk. Het omgevingsplan kan voor die activiteit een vergunning eisen vanwege ruimtelijke aspecten (omgevingsplanactiviteit die bestaat uit het bouwen). Ruimtelijke aspecten zijn bijvoorbeeld uiterlijk of locatie van het bouwwerk. De regels in het 1e lid van artikel 2.4.2.1 gelden alleen als het omgevingsplan dat aangeeft. - Slopen op of in een archeologisch monument in een beschermd stads- of dorpsgezicht. Art. 2.4.2.1 Voorschriften over archeologische monumentenzorg 1. Aan een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit die betrekking heeft op het uitvoeren van een werk, niet zijnde een bouwwerk, of een werkzaamheid die van invloed is op een archeologisch monument kunnen in het belang van de archeologische monumentenzorg in ieder geval voorschriften worden verbonden, die inhouden een plicht tot: a. het treffen van technische maatregelen waardoor archeologische monumenten in situ kunnen worden behouden; b.
het verrichten van opgravingen als bedoeld in artikel 1.1 van de Erfgoedwet; c. het laten begeleiden van een activiteit die tot bodemverstoring leidt door een deskundige op het terrein van de archeologische monumentenzorg die voldoet aan bij die voorschriften te stellen kwalificaties; en d. het verrichten van een opgraving of een archeologische begeleiding op een bepaalde wijze, als die wijze in overeenstemming is met artikel 5.4, eerste en tweede lid, van de Erfgoedwet. 2. Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing op een bouwactiviteit, als dat bij dit omgevingsplan is bepaald. 3. Aan een omgevingsvergunning voor een sloopactiviteit op of in een archeologisch monument in een beschermd stads- of dorpsgezicht kunnen in het belang van de archeologische monumentenzorg voorschriften worden verbonden over de wijze van slopen.