Bijlage 4 bij toelichting Archeologisch onderzoek.pdf
Tekst van het document
Bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek (BO en IVO-O) Silvolde, Rabelingstraat 10 Gemeente Oude IJsselstreek (GD)
Bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek (BO en IVO-O) Silvolde, Rabelingstraat 10
Gemeente Oude IJsselstreek (GD) Projectnummer 2023-0405
Lycens Archeologisch Rapport 233
3 juli 2023
ISSN 2772-8900
In opdracht van WIK Adviesgroep Versie 1.0 concept
Auteur
Autorisatie
L. Soetens
A.M. Bakker
Senior KNA Archeoloog
Senior KNA Prospector
l.soetens@lycens.nl
a.bakker@lycens.nl
M 06 820 639 04
M 06 828 989 39
Status bevoegde overheid: niet beoordeeld, conceptversie door
lycens.nl
Oldenzaal
Zwolle
Groningen
info@lycens.nl
Deventerstraat 10
Schrevenweg 6
Euvelgunnerweg 25A
0541
7575 EM Oldenzaal
8042 HA Zwolle
9723 CV Groningen
570 730
Inhoud Administratieve gegevens ......................................................................................................................... 4 Locatie gegevens ....................................................................................................................................... 5 Samenvatting resultaten ........................................................................................................................... 6
1. Aanleiding voor het onderzoek................................................................................8 1.1.
Onderzoekskader ......................................................................................................................... 8
1.2.
Huidige en toekomstige situatie op de onderzoekslocatie ........................................................... 9
1.3.
Begrenzing onderzoeks- en plangebied...................................................................................... 10
1.3.1.
Begrenzing plangebied ............................................................................................................... 10
1.3.2.
Begrenzing onderzoeksgebied ................................................................................................... 10
1.4.
Doel van het onderzoek .............................................................................................................. 11
1.5.
Onderzoeksvragen ..................................................................................................................... 11
2. Bureauonderzoek ................................................................................................. 12 2.1.
Aardwetenschappelijke gegevens .............................................................................................. 12
2.2.
Bekende archeologische waarden .............................................................................................. 16
2.3.
Historische waarden / bouwhistorisch onderzoek...................................................................... 18
2.4.
Bekende verstoringen ................................................................................................................ 21
2.5.
Gespecificeerd archeologisch verwachtingsmodel..................................................................... 21
2.6.
Advies ......................................................................................................................................... 22
3. Resultaten veldonderzoek .................................................................................... 23 3.1.
Beschrijving onderzoeksmethode .............................................................................................. 23
3.2.
Beschrijving onderzoeksresultaten ............................................................................................ 24
4. Conclusie en aanbevelingen .................................................................................. 25 4.1.
Conclusies .................................................................................................................................. 25
4.2.
Beantwoording onderzoeksvragen............................................................................................. 25
4.3.
Selectieadvies............................................................................................................................. 26
Bijlage 1
3
Boorprofielen........................................................................................................................ 29
Archeologisch onderzoek Silvolde Rabelingstraat 10 BO-IVO-O
3 juli 2023
Administratieve gegevens Projectnaam
Rabelingstraat 10, Silvolde
Projectcode
2023-0405
Type onderzoek
Bureauonderzoek (BO) en Inventariserend Veldonderzoek (IVO-O)
ARCHIS zaakidentificatie
5443940100
Projectleider
A.M. Bakker Senior KNA Prospector
Contact
T: 0541 570 730 M: 06-828 989 39 E: a.bakker@lycens.nl
Opdrachtgever
WIK Adviesgroep
Contact
P. Bovenhof Heelweg 6 7156 NJ Beltrum T: 0544-482493 E: pb@wik-adviesgroep.nl
Bevoegde overheid
Gemeente Oude IJsselstreek Staringstraat 25 7081 BN Gendringen T: 0315-292292 Namens deze: Omgevingsdienst Achterhoek Dhr. D. Kastelein, regio-archeoloog E: davy.kastelein@odachterhoek.nl
4
Uitvoering onderzoek
Juni 2023
Beheer en locatie documentatie
Lycens BV en e-depot
Illustraties
Auteur(s) tenzij anders vermeld
Archeologisch onderzoek Silvolde Rabelingstraat 10 BO-IVO-O
3 juli 2023
Locatie gegevens Projectnaam
Rabelingstraat 10, Silvolde
Plaats
Silvolde
Gemeente
Oude IJsselstreek
Provincie
Gelderland
Kaartblad
41C
Kadastrale gegevens
WIS00-B-3533 en 3647 Centrum: X: 224.961, Y: 437.046
Oppervlakte
Circa 4.500 m2
NAP-hoogte maaiveld
Circa 16 m +NAP
Ligging plangebied en globale begrenzing onderzoeksgebied (bron achtergrondkaart: PDOK).
5
Archeologisch onderzoek Silvolde Rabelingstraat 10 BO-IVO-O
3 juli 2023
Samenvatting resultaten Plangebied
zie Afb. 1
Aanleiding
Het onderzoek vindt plaats in het kader van Kies een item..
Vraagstelling
Wat is de bodemopbouw en zijn er aanwijzingen voor bodemverstoringen? Zijn er aanwijzingen voor de aanwezigheid van archeologische resten? Welke consequenties zal de uitvoering van het plan hebben op (eventueel) aanwezige archeologische resten? Wat zijn de aanbevelingen? Is nader onderzoek noodzakelijk? En zo ja, waaruit kan dit bestaan?
Aardwetenschappelijke gegevens
Geologie
Dekzand: Laagpakket van Wierden, binnen de Formatie van Boxtel
Geomorfologie
Code B53. Dekzandrug met mogelijk oud bouwlanddek en L51: Dekzandwelvingen met mogelijk oud bouwlanddek
AHN4
Landschap met hoogteverschillen: de dekzandruggen en eenmansessen zijn duidelijk zichtbaar. Plangebied ligt gedeeltelijk op een es, zuidelijke helft ligt lager dan noordelijke helft.
Bodem
Code bEZ23. Hoge bruine enkeerdgronden, pZn23: Gooreerdgronden, Zn23: Vlakvaaggronden.
Paleogeografie
Pleistocene zandgebieden boven 0 m NAP
DINOloket
B41C0034 ( ca 600 m ten zuiden van het plangebied aan de Kapelweg): 0-0,3 m-mv: zand, ophoging, 0,31,2 m-mv matig grof zand (dekzand), 1,2-35,0 m-mv zeer grof, grindig zand (form v Kreftenheye)
Landschapskaart
Het plangebied ligt in een omgeving van
Gemeente Oude
eenmansessen in een laagterras met dekzand.
IJsselstreek Bekende
Plangebied heeft een hoge archeologische verwachting. Het westelijke en oostelijke
archeologische
puntje hebben een lage archeologische verwachting. Er zijn in de directe omgeving
waarden
geen archeologische vondsten bekend, of onderzoeken uitgevoerd.
Historische waarden
Het plangebied ligt ten oosten van het dorp Silvolde in een gebied waar eenmansessen het voornaamste rel
in het landschap vormen. Op de historische
kadastrale minuut uit 1832, ligt het noordelijke deel van het plangebied in een akkerareaal (enk), het zuidelijke deel is bebost. Ten noorden van het plangebied, aan de rand van de enk ligt een boerderij, Rabeling. Aan het begin van de 20e eeuw komt in het onderhavige plangebied een boerderij. Groot Rabelink wordt Oud Rabelink en er komt een Nieuw Rabelink ten noorden van de oude. Gelijktijdig met de boerderij in het plangebied, ontstaan in de omgeving een aantal nieuwe erven. De bossen verdwijnen en de laatste velden worden ontgonnen.
6
Archeologisch onderzoek Silvolde Rabelingstraat 10 BO-IVO-O
3 juli 2023
Verwachting
Op basis van het bureauonderzoek wordt geconcludeerd dat in het plangebied een hoge archeologische verwachting geldt voor de top van het dekzand onder de enkeerdgrond. Hierin kunnen resten worden aangetroffen vanaf het laatpaleolithicum.
Methode veldonderzoek
2.6 en de gemeentelijke richtlijnen zijn 6 boringen in het plangebied gezet. De boringen zijn uitgevoerd tot 0,3 m in het dekzand (C-Horizont). De positie een maaiveldhoogtes van de boringen zijn ingemeten met behulp van GPS (nauwkeurigheid 1 cm). De boringen zijn beschreven conform de NEN 5104 en de Archeologische Standaard Boorbeschrijvingsmethode (ASB 2.0).
Resultaten
Uit het veldonderzoek kan worden geconcludeerd dat het plangebied is een vlak en
veldonderzoek
laaggelegen gebied lag,
. Op de iets hogere delen is men
akkers gaan aanleggen die zijn opgehoogd door plaggen uit potstalbemesting. De kans op het aantreffen van bewoningsresten uit het laat-paleolithicum tot de vroege middeleeuwen is klein. Selectieadvies en
Op basis van de resultaten van het hier gerapporteerde onderzoek kan worden
aanbevelingen
gesteld dat de kans op de aanwezigheid van een archeologische vindplaats in het plangebied klein is. Geadviseerd wordt om de locatie vrij te geven voor de voorgenomen ingreep.
7
Archeologisch onderzoek Silvolde Rabelingstraat 10 BO-IVO-O
3 juli 2023
1. Aanleiding voor het onderzoek 1.1.
Onderzoekskader
In opdracht van WIK Adviesgroep heeft Lycens een bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek (BO en IVO-O, verkennende fase) uitgevoerd met betrekking tot het plangebied Rabelingstraat 10, Silvolde (Afb. 1). Het onderzoek vindt plaats in het kader van een bestemmingsplanwijziging. De locatie ligt aan het Grote Hurks Heuvelpad, een zijweggetje van de Rabelingstraat. Op de beleidskaart van de gemeente Oude IJsselstreek valt het plangebied voor het grootste gedeelte binnen een zone met dubbelbestemming Waarde Archeologische verwachting 1 . In dit gebied dient, voorafgaand aan ingrepen groter dan 250 m2 en dieper dan 0,3 m archeologisch onderzoek plaats te vinden (Afb. 2)1. Het onderzoek is uitgevoerd conform de Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie (KNA versie 4.1), protocollen BRL SIKB 4002 (Bureauonderzoek) en 4003 (Inventariserend veldonderzoek) en het archeologiebeleid van de gemeente Oude IJsselstreek en het Format archeologisch bureau- en booronderzoek van de Omgevingsdienst Achterhoek. Het onderzoek is uitgevoerd in juni 2023.
1
NL.IMRO.1509.BP000100-VA02
8
Archeologisch onderzoek Silvolde Rabelingstraat 10 BO-IVO-O
3 juli 2023
Ligging plangebied en ingrepen ten opzichte van dubbelbestemmingen van de gemeente Oude IJsselstreek (bron: NL.IMRO.1509.BP000100-VA02).
1.2.
Huidige en toekomstige situatie op de onderzoekslocatie
Op dit moment is het plangebied in gebruik als agrarisch bedrijf. Er zijn grote langgerekte varkensstallen aanwezig en een paardenstal. Aan de noordkant van het erf is een paardenbak ingericht. De opdrachtgever heeft het voornemen aan de noordkant van het plangebied een kraamstal te bouwen en aan de zuidkant een mestbassin aan te leggen. Beide ingrepen vallen buiten het huidige bouwvlak uit het bestemmingsplan. Daarom dient een wijziging op het bestemmingsplan worden doorgevoerd. De stal wordt uitgebreid met een oppervlakte van circa 2.500 m2 en komt op de plaats van de huidige paardenbak. Het mestbassin heeft een oppervlakte van circa 2.000 m2. De geplande ingrepen overschrijden de vrijstellingsoppervlakte van 250 m2 van de dubbelbestemming. De kans dat archeologische resten worden verstoord bij uitvoering van de plannen is aanwezig.
9
Archeologisch onderzoek Silvolde Rabelingstraat 10 BO-IVO-O
3 juli 2023
Huidige situatie met geplande stal en mestbassin (bron luchtfoto: PDOK)
1.3.
Begrenzing onderzoeks- en plangebied
1.3.1. Begrenzing plangebied In dit rapport wordt een onderscheid gemaakt tussen het plangebied en het onderzoeksgebied. Met het plangebied wordt het gebied bedoeld waarop de plannen van de opdrachtgever betrekking hebben. Binnen dit gebied kunnen eventueel aanwezige archeologische resten worden verstoord door de voorgenomen ingrepen (Afb. 1). Het plangebied heeft een totale oppervlakte van circa 2 ha, de geplande ingrepen hebben een oppervlakte van 4.500 m2.
1.3.2. Begrenzing onderzoeksgebied Het onderzoeksgebied omvat het gebied waarover informatie is verzameld om een goed beeld te verkrijgen van de eventueel aanwezige archeologische waarden. Het onderzoeksgebied is globaal gedefinieerd als een cirkel met een straal van 500 m rondom het plangebied en verschilt al naar gelang het te onderzoeken aspect. Historische, archeologische en aardwetenschappelijke gegevens uit dit gebied zijn relevant voor het opstellen van een gespecificeerde archeologische verwachting voor het plangebied.
10
Archeologisch onderzoek Silvolde Rabelingstraat 10 BO-IVO-O
3 juli 2023
1.4.
Doel van het onderzoek
Het doel van het bureauonderzoek is het verkrijgen van inzicht in bekende en te verwachten archeologische waarden in en in de omgeving (onderzoeksgebied) van het plangebied. Op basis van de verkregen informatie wordt een archeologisch verwachtingsmodel voor het plangebied opgesteld. Hierin wordt beschreven of er voorgenomen werkzaamheden zijn en of deze een bedreiging vormen voor het bodemarchief. Indien dit het geval is, wordt geadviseerd op welke wijze hiermee in het vervolgtraject van de plannen rekening dient te worden gehouden. Het doel van het inventariserend veldonderzoek is het toetsen van de gespecificeerde verwachting.
1.5.
Onderzoeksvragen
Voor het bureau- en inventariserend onderzoek zijn de volgende onderzoeksvragen opgesteld: Wat is de bodemopbouw en zijn er aanwijzingen voor bodemverstoringen? Zijn er aanwijzingen voor de aanwezigheid van archeologische resten? Welke consequenties zal de uitvoering van het plan hebben op (eventueel) aanwezige archeologische resten? Wat zijn de aanbevelingen? Is nader onderzoek noodzakelijk? En zo ja, waaruit kan dit bestaan?
11
Archeologisch onderzoek Silvolde Rabelingstraat 10 BO-IVO-O
3 juli 2023
2. Bureauonderzoek 2.1.
Aardwetenschappelijke gegevens
Tabel 1 Aardwetenschappelijke gegevens Geologie2
Dekzand: Laagpakket van Wierden, binnen de Formatie van Boxtel
Geomorfologie (Afb. 4) 3
Code B53. Dekzandrug met mogelijk oud bouwlanddek en L51: Dekzandwelvingen met mogelijk oud bouwlanddek
AHN4 (Afb. 5)
Landschap met hoogteverschillen: de dekzandruggen en eenmansessen zijn
4
duidelijk zichtbaar. Plangebied ligt gedeeltelijk op een es, zuidelijke helft ligt lager dan noordelijke helft. Bodem5 (Afb. 6)
Code bEZ23. Hoge bruine enkeerdgronden, pZn23: Gooreerdgronden, Zn23: Vlakvaaggronden.
Paleogeografie
Pleistocene zandgebieden boven 0 m NAP
DINOloket
B41C0034 ( ca 600 m ten zuiden van het plangebied aan de Kapelweg): 0-0,3 m-
6
mv: zand, ophoging, 0,3-1,2 m-mv matig grof zand (dekzand), 1,2-35,0 m-mv zeer grof, grindig zand (form v Kreftenheye) Landschapskaart
Het plangebied ligt in een omgeving van eenmansessen in een laagterras met
Gemeente Oude
dekzand.
IJsselstreek
7
Het plangebied ligt in het Overijssels-Gelders zandgebied. Aan de oppervlakte ligt dekzand van het Laagpakket van Wierden. Dit is afgezet aan het einde van de laatste ijstijd op een ondergrond van oude rivierafzettingen (Formatie van Kreftenheye). Op de geomorfologische kaart ligt het plangebied gedeeltelijk op een dekzandrug en gedeeltelijk op dekzandwelvingen, met een oud bouwlanddek. Op basis van de Bodemkaart van Nederland worden hoge bruine enkeerdgronden, gooreerdgronden en vlakvaaggronden binnen en in de directe omgeving van het plangebied verwacht. Enkeerdgronden worden gekenmerkt door de aanwezigheid van een humushoudende bovengrond. Deze plaggendekken zijn ontstaan vanaf het einde van de middeleeuwen, toen men op grote schaal overging tot een systeem van potstalbemensting. Hierbij werden plaggen vermengd met mest van het veen en uitgespreid over de akkers om de bodem vruchtbaarder te maken. De akkers lagen veelal op de iets hogere en drogere delen van het landschap, op de dekzandkoppen en -ruggen. Wanneer de bodem is opgehoogd met minimaal 0,5 m eerdgrond wordt het een enkeerdgrond genoemd. De aanwezigheid van enkeerdgronden in het landschap accentueren het oude landschap, vanwege de hoge ligging. In de omgeving van het plangebied komen behalve de
2
Geologische kaart van Nederland 2021 https://www.dinoloket.nl/ondergrondmodellen
3
Geomorfologische kaart van Nederland 2021 https://zoeken.cultuureelerfgoed.nl
4
http://www.ahn.nl
5
Bodemkaart van Nederland 2021 https://zoeken.cultuureelerfgoed.nl
6
Vos & de Vries, 2013.
7
Brugman e.a., 2015. Kaartbijlage 13
12
Archeologisch onderzoek Silvolde Rabelingstraat 10 BO-IVO-O
3 juli 2023
eerdgronden vooral vlakvaaggronden voor. Vlakvaaggronden komen vooral voor in lagere delen en worden gekenmerkt door een humusarme bovengrond (A-horizont) die direct op het geelgrijze zand van de C-horizont ligt.
Uitsnede van de geomorfologische kaart met het plangebied en de directe omgeving (bron: https://zoeken.cultureelerfgoed.nl).
13
Archeologisch onderzoek Silvolde Rabelingstraat 10 BO-IVO-O
3 juli 2023
Het plangebied en omgeving op het Actueel Hoogtebestand van Nederland (AHN4, 0,5 m DTM, gefilterd; bron: https://www.ahn.nl).
14
Archeologisch onderzoek Silvolde Rabelingstraat 10 BO-IVO-O
3 juli 2023
Uitsnede van de bodemkaart met het plangebied en directe omgeving (bron: https://zoeken.cultureelerfgoed.nl).
15
Archeologisch onderzoek Silvolde Rabelingstraat 10 BO-IVO-O
3 juli 2023
Plangebied en onderzoeksgebied op de Landschappenkaart van de gemeente Oude IJsselstreek
2.2.
Bekende archeologische waarden
Gemeentelijke verwachtingskaart Volgens de archeologische beleidskaart van de gemeente Oude IJsselstreek ligt het plangebied voor het grootste gedeelte in een gebied met een hoge archeologische verwachting. Het westelijke en oostelijke puntje hebben een lage archeologische verwachting (Afb. 8). De hoge archeologische verwachting is op basis van geologische en bodemkundige gegevens of aangetroffen archeologische resten ingesteld. Het zijn de hoger gelegen delen van het dekzandgebied (ruggen en kopjes) waar in het verleden podzolering heeft kunnen plaatsvinden, omdat de grondwaterstand relatief laag is. Later, vanaf het einde van de middeleeuwen zijn deze gronden opgehoogd door bemesting van de akkers door potstalbemesting. De ontstane eerdlaag of enkeerdgrond heeft een conserverende werking op eventueel aanwezige archeologische resten uit de prehistorie. in het gebied met lage archeologische verwachting is op basis van geologische en bodemkundige opbouw en het ontbreken van archeologische vondsten de kans op het aantreffen van archeologische resten klein. In het verleden heeft hier misschien wel (beperkte) podzolering plaatsgevonden, maar stond het grondwater relatief hoog en is geen cultuurdek ontwikkeld, of is deze toplaag met hoog organisch stofgehalte relatief kort geleden
16
Archeologisch onderzoek Silvolde Rabelingstraat 10 BO-IVO-O
3 juli 2023
ontstaan. Mogelijke behoudenswaardige resten uit de Middeleeuwen en Nieuwe tijd zijn schaars met uitzondering van boerderijen. Het rode deel ten noorden van onderhavig onderzoeksgebied is een gebied met Archeologische Waarde: hier zijn in het verleden testen van een Celtic field (akkercomplex) uit de ijzertijd-Romeinse tijd aangetroffen.
Het plangebied en onderzoeksgebied op een uitsnede van de archeologische verwachtingskaart van de gemeente Oude IJsselstreek (bron: Brugman e.a. 2015, kaartbijlage 14)
Archeologische waarden Als onderdeel van het bureauonderzoek zijn de AMK (archeologische monumentenkaart) terreinen, archeologische waarnemingen en eerder uitgevoerd onderzoek (onderzoeksmeldingen) in het Afb. 9). De AMK-terreinen, de bekende archeologische waarnemingen en de onderzoeksmeldingen zijn geraadpleegd via ARCHIS38.
Archeologische monumenten (AMK-terreinen)
8
https://archis.cultureelerfgoed.nl
17
Archeologisch onderzoek Silvolde Rabelingstraat 10 BO-IVO-O
3 juli 2023
In het plangebied en het onderzoeksgebied ervan zijn geen AMK-terreinen aangewezen. Het terrein van archeologische waarde van de gemeentelijke verwachtingskaart is opgenomen als terrein van Hoge Archeologische Waarde op de AMK (monumentnummer 3741).
AMK-terreinen, onderzoeksmeldingen en vondstlocaties (bron: ARCHIS 3).
Onderzoekslocaties en waarnemingen Binnen het plangebied staat
onderzoeksmelding geregistreerd, nummer 2363883100, dit betreft een
bureauonderzoek uit 2012. Er is geen rapportage van beschikbaar in ARCHIS. Binnen het onderzoeksgebied zijn verder geen archeologische onderzoeken gemeld. Ten oosten van het plangebied is een bureau- en booronderzoek uitgevoerd. Daaruit is gebleken dat de bodem bestaat uit vlakvaaggronden, zonder eerdlaag of podzollering. De archeologische verwachting is laag, toch is er vervolgonderzoek aanbevolen, maar er is geen nader onderzoek uitgevoerd.9 Er zijn geen vondstmeldingen bekend uit het plangebied en de omgeving ervan.
2.3.
Historische waarden / bouwhistorisch onderzoek
Het plangebied ligt ten oosten van het dorp Silvolde in een gebied waar eenmansessen het voornaamste rel in het landschap vormen. Op de historische kadastrale minuut uit 1832, geraadpleegd via HISGIS.nl, ligt het noordelijke deel van het plangebied in een akkerareaal (enk), het zuidelijke deel is bebost (Afb. 10). In de
9
Wullink en Ten Broeke, 2010.
18
Archeologisch onderzoek Silvolde Rabelingstraat 10 BO-IVO-O
3 juli 2023
omgeving zijn de eerdgronden, afgewisseld door bos. Alleen bij boerderijen is een open plek aanwezig. Dit is typerend voor kampontginningen. Ten noorden van het plangebied, aan de rand van de enk ligt een boerderij, Rabeling. Later wordt de naam van dit erf Groot Rabeling. Aan het begin van de 20e eeuw komt op de locatie van onderhavig plangebied een boerderij. Groot Rabeling wordt Oud Rabelink en er komt een Nieuw Rabelink ten noorden van de oude. Gelijktijdig met de boerderij in het plangebied, ontstaan in de omgeving een aantal nieuwe erven. De bossen verdwijnen en de laatste velden worden ontgonnen.
Het plangebied op <<een uitsnede van >> HISGIS. (bron: http://www.hisgis.nl/).
19
Archeologisch onderzoek Silvolde Rabelingstraat 10 BO-IVO-O
3 juli 2023
Het plangebied op historische topografische kaarten uit (bron: https://www.topotijdreis.nl)
20
Archeologisch onderzoek Silvolde Rabelingstraat 10 BO-IVO-O
3 juli 2023
2.4.
Bekende verstoringen
Binnen het plangebied zijn geen saneringen of ondergrondse olietanks, benzinepompinstallaties en dergelijke bekend waardoor archeologische resten mogelijk verloren zijn gegaan. Het plangebied is op dit bebouwd met een woning, paardenstal en varkensstallen. Bij de bouw hiervan is de bodem tot onbekende diepte verstoord. In de varkensstallen zijn diepe mestkelders aanwezig.
2.5.
Gespecificeerd archeologisch verwachtingsmodel
Op basis van het bureauonderzoek wordt geconcludeerd dat in het plangebied een hoge archeologische verwachting geldt voor de top van het dekzand onder de enkeerdgrond. Hierin kunnen resten worden aangetroffen vanaf het laat-paleolithicum. De archeologische verwachting wordt hieronder per periode gespecificeerd.
Laat-paleolithicum t/m neolithicum Bewoning in de vorm van tijdelijke kampementen en in het neolithicum (semi-)permanente nederzettingen, vond in deze periodes voornamelijk op de flanken van dekzandruggen plaats. Vindplaatsen uit deze periode zijn vooral op verhogingen in het landschap in de nabijheid van water te verwachten. Het archeologisch relevante niveau voor vindplaatsen die verband houden met (tijdelijke) nederzettingen is de top van het dekzand. Deze . Resten uit deze periode zijn zeldzaam, de kans is klein dat er een aangetroffen wordt, daarom is de verwachting voor het laat-paeolithicum tot en met het neolithicum laag.
Bronstijd – ijzertijd -Romeinse tijd delen van het landschap. Archeologische sporen kunnen bestaan uit greppels, paalkuilen, waterkuilen, ploegen spitsporen etc.. Het archeologisch relevante niveau voor resten die verband houden met bewoning betreft de top van het pleistocene dekzand. De lagere delen van het landschap werden gebruikt als weidegrond en/of hooiland. De archeologische verwachting voor deze periode is hoog, indien het plangebied op een dekzandrug ligt. Vanwege de aanwezigheid van een enkeerdlaag, zijn eventuele archeologische resten afgedekt en beschermd geweest voor bodembewerking.
Middeleeuwen t/m nieuwe tijd. In de vroege middeleeuwen woonde men in losstaande boerderijen, vooral op de hogere gronden. In de late middeleeuwen nam de bewoning toe en werden de akkerarealen groter. Bewoning vond in deze periode ook in de lagere delen van het landschap, zoals dekzandvlaktes. Sporen kunnen bestaan uit ontginningssporen zoals greppels, maar ook om structuren als huisplattegronden, spiekers of waterputten. De verwachting voor het aantreffen van resten vanaf de late middeleeuwen tot en met de nieuwe tijd is middelhoog, aan de rand van de akkerarealen en geldt vanaf het maaiveld. Op basis van de historische kaarten wordt binnen het plangebied geen gebouw uit de nieuwe tijd verwacht, tot rond 1900.
21
Archeologisch onderzoek Silvolde Rabelingstraat 10 BO-IVO-O
3 juli 2023
2.6.
Advies
De archeologische verwachting dient te worden getoetst door middel van het uitvoeren van een inventariserend veldonderzoek (verkennende fase). Hierbij worden op de locatie 6 boringen uitgevoerd om de bodemkundige situatie en intactheid van de bodem in kaart te brengen. Eventuele vindplaatsen kunnen aanwezig zijn in de top van het dekzand, onder de enkeerdlaag.
22
Archeologisch onderzoek Silvolde Rabelingstraat 10 BO-IVO-O
3 juli 2023
3. Resultaten veldonderzoek 3.1.
Beschrijving onderzoeksmethode
Boormateriaal: Edelman
7 cm.
Waarnemingsmethode: Blote oog. Boordichtheid: 6 boringen: 3 ter plaatse van de geplande stal en 3 bij het geplande mestbassin. Ingemeten met GPS (nauwkeurigheid 1 - 3 cm). Z-waarden: Bepaald met behulp van GPS (nauwkeurigheid 1 - 3 cm). Beschrijving conform ASB 5.2 en NEN5104; Documentatie van de beschrijving digitaal (zie bijlage 1). 2.6 en de gemeentelijke richtlijnen zijn 6 boringen in het plangebied gezet. De boringen zijn uitgevoerd tot 0,3 m in het dekzand (C-Horizont). De positie een maaiveldhoogtes van de boringen zijn ingemeten met behulp van GPS (nauwkeurigheid 1 cm). De boringen zijn beschreven conform de NEN 5104 en de Archeologische Standaard Boorbeschrijvingsmethode (ASB 2.0). De boringen zijn digitaal beschreven (zie bijlage 1).
Resultaten van het booronderzoek (bron achtergrondkaart: PDOK).
23
Archeologisch onderzoek Silvolde Rabelingstraat 10 BO-IVO-O
3 juli 2023
3.2.
Beschrijving onderzoeksresultaten
De bodem in het plangebied kan van beneden naar boven als volgt worden beschreven: De basis bestaat uit matig fijn licht geelgrijs, matig siltig zand. Deze C-horizont is ijzerhoudend, er zijn roestvlekken aanwezig en in boring 3 is een oerbrok aangetroffen. Ook zijn er leemlaagjes aangetroffen en was de laag soms zwak grindhoudend, mogelijk is het verspoeld (Afb. 12). De top van het dekzand is aan de zuidkant van het plangebied aangetroffen op 15,60 tot 15,91 m +NAP en aan de noordkant op 16,30 tot 16,40 m +NAP. In boringen 1 tot en met 3 is boven de c-horizont een zwak humeuze oude bouwvoor aanwezig (A-horizont of AC-horizont). Dee laag is ook ijzerhoudend en licht grijsbruin van kleur. Bij boringen 5 en 6 is deze laag sterk humeus, donkergrijsbruin van kleur en een duidelijke A-horizont) De bovenste lagen bestaan uit matig fijn tot zeer fijn zwak siltig sterk humeus zand. Dit zijn opgebrachte eerdlagen (Aa-horizont). Het zand is fijner en minder siltig dan de C-horizont. Soms zijn er 2 lagen in te onderscheiden. In deze eerdlagen zijn geen puinresten of andere indicatoren aangetroffen die zouden kunnen duiden op de aanwezigheid van bewoning. Boring 4 is uitgevoerd in de paardenbak, de bodem is hier tot in de C-horizont verstoord. Er is in het dekzand geen bodemvorming of (restant van) een podzol aanwezig. De eerdgrond is ontstaan in een gebied met vlakvaaggronden.
De aanwezigheid van een podzol geeft aan dat de waterhuishouding in een bodem goed is en regenwater naar onder wordt afgevoerd. In (vlak)vaaggronden is de grondwaterstand vaak hoger, waardoor geen bodemvorming ontstaat. Uit het veldonderzoek kan worden geconcludeerd dat het plangebied is een vlak en laaggelegen gebied lag,
. Op de iets hogere delen is men
akkers gaan aanleggen die zijn opgehoogd door plaggen uit potstalbemesting. De kans op het aantreffen van bewoningsresten uit het laat-paleolithicum tot de vroege middeleeuwen is klein.
24
Archeologisch onderzoek Silvolde Rabelingstraat 10 BO-IVO-O
3 juli 2023
4. Conclusie en aanbevelingen 4.1.
Conclusies
Op basis van het bureauonderzoek wordt geconcludeerd dat in het plangebied een hoge archeologische verwachting geldt voor de top van het dekzand onder de enkeerdgrond. Hierin kunnen resten worden aangetroffen vanaf het laat-paleolithicum. Er is in het dekzand geen bodemvorming of (restant van) een podzol aanwezig. De eerdgrond is ontstaan in een gebied met vlakvaaggronden. De aanwezigheid van een podzol geeft aan dat de waterhuishouding in een bodem goed is en regenwater naar onder wordt afgevoerd. In (vlak)vaaggronden is de grondwaterstand vaak hoger, waardoor geen bodemvorming ontstaat. Uit het veldonderzoek kan worden geconcludeerd dat het plangebied is een vlak en laaggelegen gebied lag, mogelijk . Op de iets hogere delen is men akkers gaan aanleggen die zijn opgehoogd door plaggen uit potstalbemesting. De kans op het aantreffen van bewoningsresten uit het laat-paleolithicum tot de vroege middeleeuwen is klein. Ook in de eerdgrond, vanaf het maaiveld, is geen archeologische indicator aangetroffen die wijst op bewoning vanaf de middeleeuwen.
4.2.
Beantwoording onderzoeksvragen
Wat is de bodemopbouw en zijn er aanwijzingen voor bodemverstoringen? Uitgaande van de bij het bureauonderzoek gebruikte bronnen bestaat de laagopeenvolging binnen het plangebied uit een enkeerdgrond of gooreerdgrond. Dit zijn oude akkergronden die zijn opgehoogd door bemesting. In de omgeving zijn vlakvaaggronden aanwezig. Tijdens het veldonderzoek zijn eerdgronden aangetroffen. Ter hoogte van de paardenbak is de bodem verstoord tot in de C-horizont.
Zijn er aanwijzingen voor de aanwezigheid van archeologische resten? In het plangebied en de directe omgeving zijn geen archeologische vondsten bekend. Ook tijdens het veldonderzoek zijn geen archeologische resten aangetroffen.
Welke consequenties zal de uitvoering van het plan hebben op (eventueel) aanwezige archeologische resten? Op basis van het bureauonderzoek is geconcludeerd dat in het plangebied een hoge archeologische verwachting geldt voor de top van het dekzand. Uit het veldonderzoek kan worden geconcludeerd dat het plangebied is een vlak en laaggelegen gebied lag. Op de iets hogere delen is men akkers gaan aanleggen die zijn opgehoogd door plaggen uit potstalbemesting. De kans dat tijdens de uitvoering van de plannen archeologische resten worden verstoord is klein.
Wat zijn de aanbevelingen? Is nader onderzoek noodzakelijk? En zo ja, waaruit kan dit bestaan?
25
Archeologisch onderzoek Silvolde Rabelingstraat 10 BO-IVO-O
3 juli 2023
Voor de aanbevelingen zie
4.3.
4.3.
Selectieadvies
Op basis van de resultaten van het hier gerapporteerde onderzoek kan worden gesteld dat de kans op de aanwezigheid van een archeologische vindplaats in het plangebied klein is. Geadviseerd wordt om de locatie vrij te geven voor de voorgenomen ingreep. Ook in een vrijgegeven plangebied bestaat altijd de mogelijkheid dat er tijdens graafwerkzaamheden toch losse sporen en vondsten worden aangetroffen. Op grond van artikel 5.10 van de Erfgoedwet 2016 dient zo spoedig mogelijk melding te worden gemaakt van de vondst bij de gemeente, provincie of de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed. Over de bevindingen en aanbevelingen uit dit onderzoek dient contact opgenomen te worden met de bevoegde overheid, in dit geval de gemeente Oude IJsselstreek .
26
Archeologisch onderzoek Silvolde Rabelingstraat 10 BO-IVO-O
3 juli 2023
Literatuur Bosch, J.H.A., 2008: Archeologische Standaard Boorbeschrijvingsmethode versie 1.1 Op basis van de
Standaard Boor Beschrijvingsmethode versie 5.2. (Deltares-rapport | 2008-U-R0881/A.) Deltares, Utrecht. Brugman, B.A., E. Eimermann, R.M. van Heeringen, J.J.W. de Moor, R. Schrijvers en B. Quadflieg, 2015.
Cultuurhistorische inventarisatie, waarden-, verwachtingen- en maatregelenkaart als basis voor het archeologiebeleid van de gemeente Oude IJsselstreek, Deel I: Tekst (Rapportnummer V653). Vestigia, Amersfoort. Vos, P.L. & S. de Vries, 2013: 2e generatie palaeogeografische kaarten van Nederland (versie 2.0). Deltares, Utrecht. Wullink, A.J. en E.M. ten Broeke, 2010. Een verkennend archeologisch inventariserend veldonderzoek door
middel van boringen aan de Heidedijk te Sinderen, gemeente Oude IJsselstreek (Gld). (ARC-Rapporten 2010-25), ARC B.V. Groningen.
Geraadpleegde websites webadres
laatst bezocht op
https://www.kadaster.nl
25-6-2023
https://www.archisarchief.cultureelerfgoed.nl
25-6-2023
http://www.bodemloket.nl
25-6-2023
https://www.dinoloket.nl/ondergrondgegevens
25-6-2023
https://www.dinoloket.nl/nomenclator-ondiep
25-6-2023
https://www.zoeken.cultureelerfgoed.nl
25-6-2023
http://www.ahn.nl
25-6-2023
http://www.pdok.nl
25-6-2023
http://www.topotijdreis.nl
25-6-2023
Lijst van afbeeldingen Ligging plangebied en globale begrenzing onderzoeksgebied (bron achtergrondkaart: PDOK). ........... 5 Ligging plangebied en ingrepen ten opzichte van dubbelbestemmingen van de gemeente Oude IJsselstreek (bron: NL.IMRO.1509.BP000100-VA02). ...................................................................................................... 9 Huidige situatie met geplande stal en mestbassin (bron luchtfoto: PDOK) ............................................ 10 Uitsnede van de geomorfologische kaart met het plangebied en de directe omgeving (bron: https://zoeken.cultureelerfgoed.nl). ............................................................................................................................ 13 Het plangebied en omgeving op het Actueel Hoogtebestand van Nederland (AHN4, 0,5 m DTM, gefilterd; bron: https://www.ahn.nl). ........................................................................................................................... 14 Uitsnede van de bodemkaart met het plangebied en directe omgeving (bron: https://zoeken.cultureelerfgoed.nl). ............................................................................................................................ 15 Plangebied en onderzoeksgebied op de Landschappenkaart van de gemeente Oude IJsselstreek ....
16 Het plangebied en onderzoeksgebied op een uitsnede van de archeologische verwachtingskaart van de gemeente Oude IJsselstreek (bron: Brugman e.a. 2015, kaartbijlage 14) ............................................................ 17 AMK-terreinen, onderzoeksmeldingen en vondstlocaties (bron: ARCHIS 3). .......................................... 18
27
Archeologisch onderzoek Silvolde Rabelingstraat 10 BO-IVO-O
3 juli 2023
Het plangebied op <<een uitsnede van >> HISGIS. (bron: http://www.hisgis.nl/). ................................. 19 Het plangebied op historische topografische kaarten uit (bron: https://www.topotijdreis.nl) ............. 20 Resultaten van het booronderzoek (bron achtergrondkaart: PDOK). ..................................................... 23
Lijst van tabellen Tabel 1 Aardwetenschappelijke gegevens................................................................................................................... 12
Lijst van bijlagen Bijlage 1
28
Boorprofielen
Archeologisch onderzoek Silvolde Rabelingstraat 10 BO-IVO-O
29
3 juli 2023
Bijlage 1
Boorprofielen
Bijlage 1
Boring:1
Boring:2
Referentievlak: N.A.P. Maaiveldhoogte: 16.4164
X: 225020,19 Y: 437018,01
0
25
50
Referentievlak: N.A.P. Maaiveldhoogte: 16.8986 1642
weiland
1612
AA-HORIZONT Zand zeer fijn, zwak siltig, sterk humeus, BRGR, Edelmanboor, scherp, bouwvoor, zandsortering:goed
25
A-HORIZONT Zand zeer fijn, zwak siltig, matig humeus, LIBRGR, Edelmanboor, scherp
50
1587
1567
75
1542
100
AC-HORIZONT Zand matig fijn, matig siltig, zwak humeus, LIBRGR, Edelmanboor, zandsortering:slecht C-HORIZONT Zand matig fijn, matig siltig, zwak grindhoudend, matig ijzerhoudend, LIGE, Edelmanboor, hard, dekzand
X: 225031,15 Y: 437037,20 1690
0
AA-HORIZONT Zand zeer fijn, zwak siltig, sterk humeus, DRBRGR, Edelmanboor, geleidelijk, bouwvoor
1640
AA-HORIZONT Zand zeer fijn, zwak siltig, matig humeus, zwak ijzerhoudend, BRGR, Edelmanboor, geleidelijk, zandsortering:goed
75 1600
AC-HORIZONT Zand matig fijn, zwak siltig, zwak humeus, zwak ijzerhoudend, LIGRBR, Edelmanboor, scherp, zandsortering:goed
100
125
1560
1530
C-HORIZONT Zand matig fijn, matig siltig, matig ijzerhoudend, GE, Edelmanboor, zandsortering:goed
1703
weiland
150
Boring:3
weiland
Boring:4
Referentievlak: N.A.P. Maaiveldhoogte: 16.7104
X: 225055,73 Y: 437040,00
Referentievlak: N.A.P. Maaiveldhoogte: 17.0281 1671
0
weiland AA-HORIZONT Zand zeer fijn, zwak siltig, sterk humeus, DRBRGR, Edelmanboor, geleidelijk, bouwvoor
25
1621
50
75
1591
A-HORIZONT Zand matig fijn, matig siltig, matig humeus, BRGR, Edelmanboor, geleidelijk, dekzand C-HORIZONT Zand matig fijn, matig siltig, matig ijzerhoudend, matig ijzerconcreties, LIGE, Edelmanboor, oerbrokken, dekzand
100
X: 224910,99 Y: 437073,90
0
Zand matig fijn, zwak siltig, LIBRGE, Edelmanboor, paardenbak, scherp, opgebrachte grond
25
50 1633
75
Zand matig fijn, matig siltig, zwak ijzerhoudend, brokken leem, GE, Edelmanboor, rommelig
100
1551
1583
125
Boring:5
1573
C-HORIZONT Zand matig fijn, matig siltig, brokken leem, zwak ijzerhoudend, GE, Edelmanboor
Boring:6
Referentievlak: N.A.P. Maaiveldhoogte: 17.346
X: 224965,56 Y: 437101,11
Referentievlak: N.A.P. Maaiveldhoogte: 17.2522 1735
0
weiland AA-HORIZONT Zand zeer fijn, zwak siltig, sterk humeus, DRBRGR, Edelmanboor, geleidelijk, bouwvoor
25
0
25
X: 224981,33 Y: 437130,30 1725
weiland
1695
AA-HORIZONT Zand zeer fijn, zwak siltig, sterk humeus, DRBRGR, Edelmanboor, geleidelijk, bouwvoor AA-HORIZONT Zand matig fijn, zwak siltig, matig humeus, GRBR, Edelmanboor, geleidelijk, esgrond
1695
AA-HORIZONT Zand matig fijn, zwak siltig, matig humeus, GRBR, Edelmanboor, geleidelijk, esgrond
50
1660
75
1640
100 1615
A-HORIZONT Zand matig fijn, matig siltig, sterk humeus, DRBRGR, Edelmanboor, scherp C-HORIZONT Zand matig fijn, matig siltig, GE, Edelmanboor
50 1655
75 1630
100 1605
A-HORIZONT Zand matig fijn, matig siltig, sterk humeus, zwak grindhoudend, DRBRGR, Edelmanboor, scherp C-HORIZONT Zand matig fijn, matig siltig, GE, Edelmanboor
Projectcode:
2023-0405E
Boormeester: Projectleider:
L. Soetens Laura Soetens
Projectnaam:
Rabelingstraat
Schaal:
1: 30
getekend volgens NEN 5104
Legenda (conform NEN 5104)
grind
klei Grind, siltig
geur Klei, zwak siltig
geen geur zwakke geur
Grind, zwak zandig
matige geur
Klei, matig siltig
sterke geur Grind, matig zandig
Klei, sterk siltig
Grind, sterk zandig
Klei, uiterst siltig
uiterste geur
olie geen olie-water reactie zwakke olie-water reactie Grind, uiterst zandig
Klei, zwak zandig
matige olie-water reactie sterke olie-water reactie
Klei, matig zandig
Klei, sterk zandig
zand
uiterste olie-water reactie
p.i.d.-waarde >0
Zand, kleiïg
>1 >10
Zand, zwak siltig
>100
leem
>1000 Zand, matig siltig
Leem, zwak zandig
Zand, sterk siltig
Leem, sterk zandig
Zand, uiterst siltig
>10000
monsters
geroerd monster
overige toevoegingen
ongeroerd monster
zwak humeus volumering
veen Veen, mineraalarm
matig humeus
Veen, zwak kleiïg
sterk humeus
Veen, sterk kleiïg
zwak grindig
Veen, zwak zandig
matig grindig
Veen, sterk zandig
sterk grindig
overig bijzonder bestanddeel Gemiddeld hoogste grondwaterstand grondwaterstand Gemiddeld laagste grondwaterstand slib
water