CConstaterende datOude IJsselstreek
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 4.1 Nader onderzoek.pdf

Raadsvergadering 18 december 2025, gemeente Oude IJsselstreekBij agendapunt: 8: Omgevingsplan Den Dam 8 Breedenbroek2.334 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Nader onderzoek vleermuis, steenuil, huismus en steenmarter Den Dam 8 Breedenbroek

Nader onderzoek vleermuis, steenuil, huismus en steenmarter Den Dam 8 Breedenbroek Colofon

Abonnementhouder van de Nationale Databank Flora en Fauna

Uitgevoerd door:

Natuurbank Overijssel

Opdrachtgever:

Locis adviseurs

Projectnummer en versie: 7954 versie 1.0 Auteur: Ing. P. Leemreise Ligging projectgebied: Den Dam 8 Breedenbroek

Status: Definitief Veldmedewerker(s): Ing. P.Leemreise e.a Rapportdatum: 2-10-2025

Correspondentieadres: Nobelstraat 7-5 7131PZ Lichtenvoorde E: T:

info@natuurbankoverijssel.nl 0850-509852

1

Inhoudsopgave HOOFDSTUK 1

INLEIDING ......................................................................................................................................... 3

1.1 Aanleiding...................................................................................................................................................... 3 1.2 Reikwijdte ...................................................................................................................................................... 3 1.3 Onderzoeksvragen......................................................................................................................................... 3 HOOFDSTUK 2

HET ONDERZOEKSGEBIED...................................................................................................................... 4

2.1 Situering ........................................................................................................................................................ 4 2.2 Beschrijving van het onderzoeksgebied ........................................................................................................ 4 HOOFDSTUK 3

METHODE ....................................................................................................................................... 5

3.1 Vleermuizen .................................................................................................................................................. 5 3.2 Steenmarter .................................................................................................................................................. 6 3.3 Steenuil.......................................................................................................................................................... 6 3.4 Huismus ......................................................................................................................................................... 7 3.5 Overige soorten ............................................................................................................................................. 7 HOOFDSTUK 4

RESULTATEN..................................................................................................................................... 8

4.1 Vleermuizen .................................................................................................................................................. 8 4.2 Huismus ......................................................................................................................................................... 8 4.3 Steenmarter .................................................................................................................................................. 8 4.4 Steenuil.......................................................................................................................................................... 8 4.5 Overige waarnemingen ................................................................................................................................. 8 HOOFDSTUK 5

SAMENVATTING EN CONCLUSIES ........................................................................................................... 9

5.1 Samenvatting................................................................................................................................................. 9 5.2 Conclusie ....................................................................................................................................................... 9

2

HOOFDSTUK 1

INLEIDING

1.1 Aanleiding Er zijn plannen voor sloop van alle agrarische bijgebouwen (stallen) op een erf aan het Den Dam 8 te Breedenbroek. Om de effecten van de voorgenomen activiteiten op beschermde diersoorten te onderzoeken is op 27 september 2024 een quickscan natuurwaardenonderzoek uitgevoerd. Uit deze quickscan kwam naar voren dat nader onderzoek naar de functie van de stallen voor vleermuizen en huismussen noodzakelijk is om de wettelijke consequenties volledig vast te kunnen stellen. In de quickscan natuurwaardenonderzoek is geconcludeerd dat steenuilen geen nestplaats en steenmarter geen verblijfplaats bezet in de te slopen gebouwen. Deze conclusie is getrokken op basis van ‘expertjudgement’ van de onderzoeker. Voortschrijdend inzicht heeft aangetoond dat bevoegde gezagen en Omgevingsdiensten soms een andere mening hebben, namelijk dat de aanwezigheid van een nestplaats van steenuilen en verblijfplaats van steenmarter niet uitgesloten kan worden, en dat als gevolg daarvan, aanvullend onderzoek vereist is. Omdat vervolgonderzoek seizoensgebonden is, is gekozen om alsnog onderzoek naar de aanwezigheid van een verblijfplaats de steenmarter en nestplaatsen van steenuilen uit te voeren. In het kader van de zorgplicht (Art. 11.27, Bal ) moet voorafgaand aan een ingreep, welke mogelijk negatieve effecten kan hebben op beschermde diersoorten, een effectbeoordeling plaats vinden.

Omdat met een eenmalige visuele inspectie, de functie en betekenis van de aanwezige bebouwing voor vleermuizen, steenmarter, huismussen en steenuilen niet (volledig) vastgesteld kan worden, was gericht vervolgonderzoek noodzakelijk.

1.2 Reikwijdte In voorliggend rapport worden de bevindingen van onderzoek naar de functie van de bebouwing voor vleermuizen, steenmarter, huismussen en steenuilen gepresenteerd. Het onderzoek is uitgevoerd in de periode februari - september 2025.

1.3 Onderzoeksvragen 1. Bezetten vleermuizen een verblijfplaats in de te slopen bebouwing? Zo ja, welke soorten bezetten er een verblijfplaats, wat is de functie van de verblijfplaats en hoeveel dieren benutten de verblijfplaats? 2. Bezet de steenmarter een verblijfplaats in de te slopen bebouwing? Zo ja, waar bevindt de verblijfplaats zich? 3. Nestelen er steenuilen in de te slopen bebouwing? 4. Nestelen er huismussen in de te slopen bebouwing? Zo ja, hoeveel huismussen nestelen in de te slopen bebouwing? En wat is de verspreiding van deze nestplaatsen?

3

HOOFDSTUK 2

HET ONDERZOEKSGEBIED

2.1 Situering Het plangebied is gesitueerd aan Den Dam 8 in Breedenbroek in de gemeente Oude IJsselstreek. Het plangebied ligt ten noorden van Breedenbroek. Op de onderstaande afbeelding staat de ligging van het plangebied weergegeven.

Globale ligging van het plangebied. De ligging van het plangebied wordt met de rode cirkel aangeduid (bron: topotijdreis.nl).

2.2 Beschrijving van het onderzoeksgebied Het onderzoeksgebied vormt een deel van het erf. Tot het onderzoeksgebied behoren alle gebouwen, met uitzondering van de (bedrijfs)woning. Op onderstaande luchtfoto wordt het onderzoeksgebied weergegeven.

Luchtfoto met de begrenzing van het plangebied, aangegeven met de gele lijn (bron: topotijdreis.nl).

4

HOOFDSTUK 3

METHODE

In dit hoofdstuk wordt de toegepaste onderzoeksmethode verwoord.

3.1 Vleermuizen Voor het in kaart brengen van vleermuizen is zowel visueel als auditief geïnventariseerd. Met behulp van een heterodyne batdetector met opname- en vertragingsfunctie (type: Petterson D240x) is de echolocatie die vleermuizen uitzenden voor ons hoorbaar gemaakt. Wanneer op basis van frequentie, klank en ritme niet met 100% zekerheid de soort bepaald kon worden, is een opname gemaakt op een extern opname apparatuur (type: Zoom H2n). Door de dieren ook zoveel mogelijk visueel waar te nemen is de determinatie geverifieerd en is het gedrag (en daarmee vaak de functie van het gebied) vastgesteld. Dit onderzoek is specifiek gericht op het in kaart brengen van verblijfplaatsen, soortsamenstelling en gebiedsgebruik. Tijdens het onderzoek is ook gebruik gemaakt van een warmtebeeldcamera (Pulsar Helion xq28). Een dergelijke camera is van grote meerwaarde bij het waarnemen van zwermende dieren tijdens het binnenvliegen, tijdens de baltsperiode en voor het waarnemen van vleermuizen met een extreem zachte sonar, zoals de gewone grootoorvleermuis. Het onderzoek is opgezet om duidelijkheid te krijgen over de functie van het gebouw in het onderzoeksgebied als verblijfplaats voor vleermuizen. Het onderzoek is afgestemd op het mogelijk voorkomen van alle gebouwbewonende soorten. Het gebouw lijkt geschikt als zomer-, kraam- en paarverblijfplaats.

De bebouwing wordt niet geschikt geacht als massa-winterverblijfplaats. Aanpassing vleermuisprotocol 2025 In februari 2025 is het vleermuisprotocol aangepast. Deze aanpassing treft uitsluitend onderzoek naar meervleermuizen om de omgeving van bekende kraamverblijven en mannengroepen en onderzoek naar paarverblijfplaatsen van deze soort. Voor paarverblijf- & zwermplaatsen is de definitie van de objecten aangepast, de inspanning is niet bedoeld voor gebouwen zoals woonhuizen, maar denk hier aan bruggen, sluizen, gemalen, elektriciteitshuisjes, boomholtes, vleermuiskasten, stadsmuren, bunkers, meerpalen, ijskelders, forten, verlaten gebouwen, schoorstenen, putten, etc. De aanpassing bestaat uit het uitvoeren van extra bezoeken indien de onderzoekslocatie in de directe omgeving van een bekende kraamkolonie ligt en een ochtendronde in juli in de buurt van een mannengroep. Het geactualiseerde protocol schrijft nu ochtendonderzoek voor in plaats van avondonderzoek. In gebieden nabij kraamkolonies (te downloaden via Netwerk Groene Bureaus/vleermuisprotocol, zijn twee ochtendrondes (verplicht in de kraamperiode). In zowel de rode gebieden (kraamkolonies) als de blauwe gebieden (mannenverblijven) is een extra ochtendronde in juli nodig voor het opsporen van satelliet verblijfplaatsen.

Onderzoek naar paarverblijfplaatsen hoeft niet plaats te vinden bij door mensen bewoonde objecten, zoals woningen en appartementengebouwen. De onderzoekslocatie ligt niet nabij een bekende kraamkolonie of mannengroep van meervleermuizen (NDFF, 2025). Het onderzoek hoeft daarom niet afgestemd te worden op mogelijke aanwezigheid van een verblijfplaats van meervleermuizen.

Onderzoekers Het onderzoek tijdens de kraamperiode is uitgevoerd door twee ervaren onderzoekers die onderling met elkaar in contact staan middels een portofoon. De bezoeken in augustus en september zijn door één onderzoeker uitgevoerd. Het betrof allen ervaren veldbiologen met ervaring op het gebied van vleermuisonderzoek. De onderzoekers hebben gekeken naar in- en uitvliegende vleermuizen en specifiek op vleermuizen die vanaf het erf richting de laanbomen langs Den Dam vlogen in de avond en vice versa in de ochtend, omdat vleermuizen die een verblijfplaats op het erf bezetten, weinig te zoeken hebben op het erf zelf en het erf snel 5

zullen verlaten aan de oostzijde. Vleermuizen die mogelijk een verblijfplaats op het erf bezetten, zullen nooit over het open grasland uitvliegen, maar zich altijd via bebouwing of beplanting verplaatsen. Door de oostzijde van het erf scherp in de gaten te houden, kan vastgesteld worden òf vleermuizen een verblijfplaats bezetten op het erf. Ook is gelet op vleermuizen die heel vroeg in de avond, of heel laat in de ochtend, nog foerageerde in de tuintuin van de bedrijfswoning. Ook deze waarnemingen vormen een aanwijzing voor een verblijfplaats op het erf. Voor het in beeld brengen van de betekenis van de bebouwing voor vleermuizen zijn vijf verschillende bezoeken aan het onderzoeksgebied gebracht. De bezoeken in juni en juli zijn uitgevoerd voor het in kaart brengen van kraam- en zomerverblijven, de bezoeken in augustus en september zijn uitgevoerd in verband met onderzoek naar paarverblijfplaatsen. De bebouwing wordt niet geschikt geacht als (massa) winterverblijfplaats voor vleermuizen vanwege het ontbreken van hoge bebouwing (>2 bouwlagen) of bebouwing met veel bouwmassa. De inschatting van de geschiktheid van de bebouwing als massawinterverblijfplaats wordt ook door het bevoegde gezag (provincie) toegepast. In onderstaande tabel worden de verschillende bezoekdata weergegeven. Datum

Tijd

Zon onder/op*

02-06-2025 21:42-00:15 21:48 uur 25-06-2025 21:45-00:30 22:01 uur 08-07-2025 2:20-5:30 05:23 uur 18-8-2025 20:55 – 0:10 20:54 uur 10-9-2025 20:05 – 23:00 20:05 uur Bezoekschema vleermuisonderzoek.

Aantal onderzoekers 2 2 2 1 1

Weersomstandigheden Droog, 19 ºC, zwakke wind, bewolkt Droog, 23 ºC, zwakke wind, onbewolkt Droog, 12 ºC, matige wind, bewolkt Onbewolkt, droog, zwakke wind 17 ºC Bewolkt, droog, zwakke wind, 17 ºC

*https://calendar.center/nl/zonsopkomst-en-zonsondergang/Doetinchem/

3.2 Steenmarter Er bestaat geen toepasbaar onderzoeksprotocol voor onderzoek naar verblijfplaatsen van de steenmarter. Onderzoek met wildcamera’s, al dan niet met lokgeur, kan de aanwezigheid van de soort aantonen, maar niet de verblijfplaats. Steenmarters verlaten hun verblijfplaats in de schemering, waarbij vrouwtjes met jongen, soms zelfs rond zonsondergang al op pad gaan (pers. Waarneming auteur). Steenmarters lopen daarbij niet zelden over de daken van gebouwen op over erfverharding en kunnen dan opgemerkt worden. Soms wordt hun aanwezigheid ook kenbaar gemaakt door alarmerende vogels (merel). Jonge marters worden doorgaans opgemerkt omdat ze herrie maken (tijdens het ravotten) of als nieuwsgierige, ongeduldige jonge marters op de gebouwen zitten, in afwachting van hun moeder (pers. Waarneming auteur). Er is tijdens alle bezoeken aan het erf gelet op de aanwezigheid van de steenmarter. Daarbij is gebruik gemaakt van een verrekijker en warmtebeeldcamera (Helion Pulsar XP1.4).

3.3 Steenuil Om de aanwezigheid van territoria van steenuil binnen en in de omgeving van het plangebied vast te stellen zijn drie veldbezoeken uitgevoerd. Deze veldbezoeken zijn uitgevoerd in de avondschemer. In onderstaande tabel zijn de datums van de veldbezoeken en de weersomstandigheden weergegeven. Tijdens de veldbezoeken zijn steenuilen op zicht en geluid geïnventariseerd. Daarbij is geluisterd naar de roep van steenuilen in de omgeving. Tevens is met behulp van een draagbare bluetoothspeaker de baltsroep van steenuil afgespeeld. Hiermee worden eventueel in de omgeving aanwezige steenuilen uitgelokt om hun roep te laten horen. Op deze manier is het plangebied en de omgeving hiervan onderzocht. Ook is hierbij gelet op de aanwezigheid van andere uilensoorten in het plangebied. 6

Datum 25-2-2025 11-3-2025 8-4-2025

tijdstip 19:00 – 19:30 uur 20:05 – 20:45 20:45 – 21:20

Bezoekschema steenuilenonderzoek

3.4 Huismus De huismus is een gebouwbewonende soort waarvan de nestlocaties jaarrond beschermd zijn. Deze soort kan het beste tijdens de ochtend geïnventariseerd worden. Dan is de zangactiviteit van mannetjes het hoogst. Er is geïnventariseerd op territoriaal gedrag, transport van voedsel, transport van nestmateriaal etc. Zo zijn de nestlocaties vastgesteld. Tevens is in beeld gebracht of er (essentiële) elementen van de functionele leefomgeving zich binnen het onderzoeksgebied bevinden. Deze elementen zijn vooral de plekken waar gefoerageerd en geslapen wordt, zoals struiken, hagen, klimop en kruidenrijke vegetaties. Conform de richtlijnen van de Soortinventarisatieprotocollen van het Netwerk Groene Bureaus zijn hiervoor 2 ochtendbezoeken, met een tussenperiode van minimaal 10 dagen, uitgevoerd in de periode 1 april t/m 20 juni (zie onder). Middels dit onderzoek is een volledig beeld ontstaan over de aanwezigheid van en het gebiedsgebruik door huismussen.

Datum 21 april 2025 14 mei 2025

tijdstip 9:00 – 10:00 uur 9:00 – 10:00 uur

weer Bewolkt, 14 °C. Droog, na regen. Wind; matig Bewolkt, 17 °C. Droog. Wind: matig

3.5 Overige soorten Tijdens veldbiologisch onderzoek letten onderzoekers altijd op overige beschermde soorten in het onderzoeksgebied.

7

HOOFDSTUK 4

RESULTATEN

4.1 Vleermuizen Er zijn geen verblijfplaatsen van vleermuizen in het onderzoeksgebied vastgesteld. Tijdens alle bezoeken werden 1-2 gewone dwergvleermuizen waargenomen, welke langs de beplanting in de siertuin van het erf foerageerden. Er zijn geen aanwijzingen gevonden dat deze vleermuizen een verblijfplaats bezetten in de bebouwing op het erf, ook niet in de te behouden bedrijfswoning.

4.2 Huismus Er zijn geen Huismussen tijdens het onderzoek waargenomen en er zijn geen nesten van huismussen in de te slopen stallen vastgesteld.

4.3 Steenmarter Er is tijdens het onderzoek geen steenmarter waargenomen in het onderzoeksgebied. Tijdens een bezoek in de gebouwen zijn ook geen verse sporen van een steenmarter waargenomen. Gelet op het ontbreken van waarnemingen van steenmarters en het ontbreken van verse sporen, wordt aangenomen dat de steenmarter geen verblijfplaats bezet in de te slopen bebouwing.

4.4 Steenuil Er zijn in het geheel geen steenuilen in het onderzoeksgebied waargenomen. Niet tijdens de gerichte bezoeken in het vroege voorjaar, maar ook niet tijdens de vijf bezoeken in het kader van het onderzoek naar vleermuizen. Steenuilen ropen in de schemering doorgaans altijd. Soms een enkele keer, soms langer, maar eigenlijk zijn ze altijd waarneembaar in de avond- en ochtendschemering (pers. Ervaring auteur, met bezette steenuilenkast op woonadres). Gelet op de afwezigheid van steenuilen, kan de aanwezigheid van een nestplaats van steenuilen uitgesloten worden.

4.5 Overige waarnemingen Er zijn geen huismussen in het onderzoeksgebied waargenomen. Ook zijn geen andere beschermde soorten in het plangebied waargenomen, die niet vermeld staan in het rapport van het verkennend natuurwaardenonderzoek.

8

HOOFDSTUK 5

SAMENVATTING EN CONCLUSIES

5.1 Samenvatting In 2025 zijn alle agrarische bijgebouwen op het adres Den Dam Breedenbroek onderzocht op de aanwezigheid van een verblijfplaats van vleermuizen en steenmarter, en nestplaats van huismussen en steenuilen. De onderzoeken zijn uitgevoerd conform de daarvoor geldende onderzoeksprotocollen, uitgezonderd het onderzoek naar verblijfplaatsen van de steenmarter. Voor dit onderzoek is geen toepasbaar onderzoeksprotocol beschikbaar. Uit het onderzoek is niet gebleken dat vleermuizen of steenmarter een verblijfplaats in de bebouwing bezetten of dat steenuilen of huismussen in de bebouwing nestelen.

5.2 Conclusie Er is geen Omgevingsvergunning flora- en fauna-activiteit vereist voor het slopen van de bebouwing in het plangebied.

9

Geraadpleegde bronnen Kennisdocument huismus (BIJ12) Kennisdocument gierzwaluw (BIJ12) Kennisdocument steenuil (BIJ12) Kennisdocument Laatvlieger (BIJ12) De steenmarter. KNNV Uitgeverij. Internet: www.sovon.nl www.kadaster.nl Vleermuisprotocol 2021, versie februari 2025

10

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.oude-ijsselstreek.nl/api/v1/meetings/4968/documents/32645