CConstaterende datOude IJsselstreek
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 3 vd toelichting Quickscan natuuronderzoek.pdf

Raadsvergadering 4 juli 2024, gemeente Oude IJsselstreekBij agendapunt: 15: Bestemmingsplan Varsseveld, Leeuwerikstraat tussen nr 25 en nr 314.885 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

RF

Quickscan natuurtoets

Herontwikkeling Leeuwerikstraat 29 Varsseveld

J.H. van den Brink Beheer B.V.

Projectnummer: 3605.01 Datum: 01-04-2022

Quickscan natuurtoets Herontwikkeling Leeuwerikstraat 29 Varsseveld

Opdrachtgever:

J.H. van den Brink Beheer B.V.

Projectnummer:

3605.01

Datum:

01-04-2022

Projectleider en rapporteur:

Jur Metselaar

Autorisatie:

Dorie Lukkezen

Opdrachtnemer:

Buro Ontwerp & Omgeving Velperweg 157 6824 MB Arnhem Postbus 2033 6802 CA Arnhem info@ontwerpenomgeving.nl www.ontwerpenomgeving.nl

Quickscan natuurtoets

Buro Ontwerp & Omgeving

INHOUD

Pagina

1

INLEIDING .............................................................................................................................................. 3

2

PROJECTGEBIED EN WERKZAAMHEDEN ................................................................................................ 4 2.1 Beschrijving projectgebied ...................................................................................................... 4 2.2 Algemene constateringen ....................................................................................................... 4 2.3 Geplande werkzaamheden ..................................................................................................... 5

3

WERKWIJZE............................................................................................................................................ 6 3.1 Bureauonderzoek .................................................................................................................... 6 3.2 Veldbezoek .............................................................................................................................. 6 3.3 Betrouwbaarheid .................................................................................................................... 6

4

BELEIDSKADER ....................................................................................................................................... 7 4.1 Algemeen ................................................................................................................................ 7 4.2 Gebiedsbescherming ............................................................................................................... 7 4.3 Soortbescherming ................................................................................................................... 8 4.4 Houtopstanden ....................................................................................................................... 8

5

RESULTATEN .......................................................................................................................................... 9 5.1 Gebiedsbescherming ............................................................................................................... 9 5.2 Soortbescherming ................................................................................................................. 11 5.3 Samenvatting ........................................................................................................................ 15

6

CONCLUSIE .......................................................................................................................................... 16 6.1 Conclusies soort- en gebiedsbescherming ............................................................................ 16 6.2 Nader onderzoek ................................................................................................................... 17

7

LITERATUURLIJST ................................................................................................................................. 19 7.1 Referenties ............................................................................................................................ 19 7.2 Gebruikte websites ............................................................................................................... 19 7.3 Overige geraadpleegde bronnen .......................................................................................... 19

Leeuwerikstraat 29 te Varsseveld

2

3605.01

Quickscan natuurtoets

1

Buro Ontwerp & Omgeving

INLEIDING In opdracht van J.H. van den Brink Beheer B.V. is door Buro Ontwerp & Omgeving een quickscan natuurtoets uitgevoerd aan de Leeuwerikstraat 29 te Varsseveld. De initiatiefnemer is voornemens de bestaande bebouwing te slopen en hiervoor in de plaats twee woningen (twee-onder-een-kapwoning) te realiseren. Het doel van de natuurtoets is om een indicatie te krijgen van de aanwezigheid en (mogelijke) effecten van de ingreep op beschermde gebieden en dier- en plantensoorten. Uit deze natuurtoets moet blijken of er nadelige effecten zijn op gebieden met een speciale beschermingsstatus, namelijk: Natura 2000gebieden, Natuurnetwerk Nederland en de Groene Ontwikkelingszone. Vervolgens worden de mogelijke effecten on-derzocht op onder de Wet natuurbescherming beschermde dier- en plantensoorten. Als (nadelige) effecten niet uit te sluiten zijn moet nader onderzoek plaatsvinden, moeten er mitigerende/ compenserende maat-regelen getroffen worden en/of eventueel een ontheffing van de Wet natuurbescherming worden aange-vraagd. Deze natuurtoets is gebaseerd op bureauonderzoek en een veldonderzoek. In het voorliggende rapport worden achtereenvolgens het projectgebied (hoofdstuk 2), de werkwijze (hoofdstuk 3), het beleidskader (hoofdstuk 4), de resultaten (hoofdstuk 5) en de conclusie (hoofdstuk 6) beschreven.

Leeuwerikstraat 29 te Varsseveld

3

3605.01

Quickscan natuurtoets

Buro Ontwerp & Omgeving

2

PROJECTGEBIED EN WERKZAAMHEDEN

2.1

Beschrijving projectgebied Het projectgebied is gelegen in het noorden van de kern van Varsseveld. De locatie bestaat in de huidige situatie uit een parkeerterrein met bebouwing en heeft een totale oppervlakte van ca. 570 m2. Het projectgebied is gelegen in een woonmilieu met enkele kleine bedrijven. Langs de noordoostelijke grens bevindt zich de Leeuwerikstraat (figuur 1).

Figuur 1. Ligging projectgebied aan de Leeuwerikstraat (rood kader).

2.2

Algemene constateringen Het gebouw op de locatie beschikt over twee schuine puntdaken (zaagtandvorm), waarvan het schuine gedeelte bedekt is met dakpannen. De overige delen van het gebouw bestaan uit bakstenen gevels en raam- en deurkozijnen. Het parkeerterrein beslaat een groot deel van de resterende verharding en langs enkele randen van het perceel bevinden zich beukenhagen. Daarnaast is er in de meest zuidelijke hoek van het projectgebied nog een kleine fietsenstalling met een golfplaten dak aanwezig.

Leeuwerikstraat 29 te Varsseveld

4

3605.01

Quickscan natuurtoets

Buro Ontwerp & Omgeving

Figuur 2. Zijgevel van het gebouw (linksboven), vooraanzicht van het gebouw, waarbij de zaagtandvorm goed zichtbaar is (rechtsboven), kleine fietsenstalling (linksonder) en de binnengevel van het gebouw met grote ramen (rechtsonder).

2.3

Geplande werkzaamheden De initiatiefnemer is voornemens de bestaande bebouwing te slopen en hiervoor in de plaats twee woningen (twee-onder-een-kapwoning) te realiseren.

Leeuwerikstraat 29 te Varsseveld

5

3605.01

Quickscan natuurtoets

Buro Ontwerp & Omgeving

3

WERKWIJZE

3.1

Bureauonderzoek Voorafgaand aan het veldbezoek is onderzoek gedaan naar de ligging van het gebied ten opzichte van beschermde natuurgebieden, de voorkomende habitats en de verspreidingsgegevens van beschermde soorten in en rondom het gebied. De bronnen die hiervoor zijn geraadpleegd zijn te vinden in de literatuurlijst (zie hoofdstuk 7).

3.2

Veldbezoek Het veldbezoek is uitgevoerd op 31 maart 2022 en vond plaats van 10:40 tot 11:10. Tijdens het veldbezoek was het geheel bewolkt met motregen, stond er een matige wind (N2) en was het 3 graden Celsius. Er is gekeken naar het terrein en de geschiktheid hiervan voor beschermde planten- en diersoorten. Ook is gekeken naar de aanwezigheid van beschermde soorten, met inbegrip van sporen als braakballen, uitwerpselen, nesten en andere mogelijke verblijfplaatsen.

3.3

Betrouwbaarheid Dit onderzoek is op zorgvuldige wijze uitgevoerd conform de huidige wet- en regelgeving ten aanzien van natuurwetgeving. Het onderzoek betreft een momentopname en geeft een inschatting van de geschiktheid van het projectgebied voor beschermde soorten en het al dan niet voorkomen van deze soorten. In het algemeen kan gesteld worden dat een quickscan natuurtoets geldig is voor een periode van maximaal drie jaar, tenzij de ecologische omstandigheden in deze periode wezenlijk zijn veranderd en/of de Wet natuurbescherming, of wanneer inzichten hieromtrent zijn gewijzigd. Bij uitstel van de uitvoering van een project met meer dan drie jaar verdient het de aanbeveling de resultaten van de natuurtoets opnieuw te onderzoeken.

Leeuwerikstraat 29 te Varsseveld

6

3605.01

Quickscan natuurtoets

Buro Ontwerp & Omgeving

4

BELEIDSKADER

4.1

Algemeen De Wet natuurbescherming (Wnb) heeft als doel de natuur te beschermen, te ontwikkelen en de biologische diversiteit te behouden en herstellen. Voor ruimtelijke ingrepen zijn naast de algemene zorgplicht (artikel 1.11) ook hoofdstuk 2 (Natura 2000-gebieden), hoofdstuk 3 (soortenbescherming) en hoofdstuk 4 (houtopstanden) van de Wnb van belang. Beschermde gebieden die geen deel uitmaken van het Natura 2000-netwerk zijn het Natuurnetwerk Nederland en de Groene Ontwikkelingszone. Deze gebieden vallen echter niet onder de Wnb, maar worden op provinciaal niveau beschermd.

4.2

Gebiedsbescherming Natura 2000-gebieden Natura 2000-gebieden zijn aangewezen op basis van de Vogel- en Habitatrichtlijn van de Europese Unie. Dit zijn gebieden waarin habitats en soorten beschermd worden die van Europees belang zijn. Per Natura 2000-gebied zijn specifieke instandhoudingsdoelen opgesteld. Projecten en andere handelingen die negatieve effecten hebben op de kwaliteit van de habitats en/of de instandhoudingsdoelen van het gebied mogen niet plaatsvinden zonder een vergunning. Dit geldt niet alleen voor projecten en handelingen binnen het Natura 2000-gebied. Ook projecten en handelingen aangrenzend of buiten het gebied kunnen negatieve effecten veroorzaken. Natuurnetwerk Nederland Natuurnetwerk Nederland (NNN) bestaat uit een netwerk van natuurgebieden en heeft als doel deze beter met elkaar en omringende agrarische gebieden te verbinden. In Gelderland zijn deze gebieden bekend als het Gelders Natuurnetwerk (GNN). Het NNN is niet meegenomen in de Wnb; provincies wijzen zelf gebieden aan en dragen de verantwoordelijkheid voor het NNN en zijn behoud en ontwikkeling. In Gelderland zijn de GNN-gebieden aangewezen in de Provinciale Omgevingsvisie en beschermd volgens de bijbehorende Provinciale Omgevingsverordening (Provincie Gelderland, 2018; Provincie Gelderland, 2022). Ruimtelijke ingrepen mogen de kenmerken en waarden van het NNN niet schaden.

Dit wordt gewaarborgd door het ‘nee, tenzij’-principe. Dit houdt in dat de voorgenomen ontwikkeling geen doorgang kan vinden als er sprake is van significant negatieve effecten, tenzij wordt voldaan aan de volgende voorwaarden: De ontwikkeling moet van groot openbaar belang zijn; Er zijn geen reële alternatieven; Negatieve effecten op oppervlakte, samenhang en wezenlijke kenmerken en waarden worden zoveel mogelijk beperkt en de overblijvende effecten worden gelijkwaardig gecompenseerd. Groene ontwikkelingszone Om de samenhang van de natuur in het Gelders Natuurnetwerk te beschermen wil de provincie verbindingszones aanleggen in de Groene Ontwikkelingszone. Het bestaat uit terreinen met een andere bestemming dan natuur die vervlochten zijn met het GNN. Ruimtelijke ontwikkelingen zijn in principe niet toegestaan als deze een significant negatief effect hebben op de kernkwaliteiten. Net als de GNN-gebieden is de Groene Ontwikkelingszone aangewezen in de Provinciale Omgevingsvisie en beschermd volgens de bijbehorende Provinciale Omgevingsverordening (Provincie Gelderland, 2018; Provincie Gelderland, 2022).

Leeuwerikstraat 29 te Varsseveld

7

3605.01

Quickscan natuurtoets

4.3

Buro Ontwerp & Omgeving

Soortbescherming De Wet natuurbescherming kent drie beschermingsregimes voor soorten: Beschermingsregime soorten Vogelrichtlijn (Wnb § 3.1) Beschermingsregime soorten uit bijlage IV van de Habitatrichtlijn, bijlage II van het verdrag van Bern en bijlage I van het verdrag van Bonn (Wnb § 3.2) Beschermingsregime andere soorten (Wnb § 3.3) In bovengenoemde paragrafen uit het Wnb zijn verbodsbepalingen vastgesteld en is vastgesteld voor welke handelingen een vrijstelling verleend kan worden. De verbodsbepalingen houden in dat vogels en andere beschermde soorten niet gedood of opzettelijk gestoord mogen worden en nesten, voortplantings- en rustplaatsen niet beschadigd mogen worden. Verder mogen beschermde planten niet geplukt of vernield worden. Als de werkzaamheden van het project leiden tot het overtreden van deze verbodsbepalingen moet worden nagegaan of een provinciale vrijstelling geldt of dat een ontheffing moet worden verkregen.

4.4

Houtopstanden In het projectgebied zijn geen houtopstanden aanwezig waardoor er geen vergunning nodig is voor het kappen van houtopstanden.

Leeuwerikstraat 29 te Varsseveld

8

3605.01

Quickscan natuurtoets

Buro Ontwerp & Omgeving

5

RESULTATEN

5.1

Gebiedsbescherming Natura 2000 Het projectgebied ligt op ca. 9,7 km ten noorden van het in Duitsland gelegen Natura-2000 gebied ‘Klevsche Landwehr, Anholtsche Issel, Feldschlaggraben und Regnieter Bach’ (figuur 3). Overige Natura-2000 gebieden liggen op meer dan 10 km afstand van het projectgebied.

Figuur 3. Ligging projectgebied (donkerblauwe pijl) t.o.v. de Natura 2000-gebieden (groene lijnen en groen gearceerde vlakken).

Gezien het type werkzaamheden en de ligging van het projectgebied ten opzichte van de Natura 2000gebieden zijn er geen negatieve effecten als oppervlakteverlies, versnippering, verontreiniging, verdroging, optische verstoring en verstoring door trilling, geluid en mechanische effecten. Door het gebruik van werktuigen kunnen er wel indirecte gevolgen zijn door stikstofdepositie vanuit de lucht. Omdat één Natura 2000-gebied op minder dan 10 km afstand van het projectgebied liggen vindt er mogelijk stikstofdepositie plaats op stikstofgevoelige habitattypen van dit gebied. De tijdelijke emissie in de realisatiefase is vanaf 1 juli 2021 echter vrijgesteld volgens de Wijzigingswet Wet natuurbescherming en Omgevingswet (stikstofreductie en natuurverbetering) en kan daardoor vanaf 1 juli 2021 zonder vergunning plaatsvinden (Rijksoverheid, 2021). De vrijstelling heeft echter geen betrekking op de gebruiksfase, maar aangezien er slechts één Natura 2000-gebied op minder dan 10 km afstand ligt en deze zich op 9,7 km afstand in Duitsland bevindt, worden geen negatieve effecten op de Natura 2000-gebieden verwacht. De Nederlandse Natura 2000-gebieden liggen op meer dan 10 km afstand en voor Duitse Natura 2000-gebieden geldt een hoge drempelwaarde van 7,14 mol/ha/jr. Op deze afstanden is het niet aannemelijk dat er sprake is van een

Leeuwerikstraat 29 te Varsseveld

9

3605.01

Quickscan natuurtoets

Buro Ontwerp & Omgeving

stikstofdepositie hoger dan 0,00 mol/ha/jr op stikstofgevoelige habitattypen en leefgebieden van Natura 2000-gebieden. Een AERIUS-berekening kan daarom achterwege worden gelaten. Gelders Natuurnetwerk en de Groene Ontwikkelingszone Het projectgebied ligt op circa 480 meter afstand van zowel het Gelders Natuurnetwerk (GNN) als de Groene Ontwikkelingszone (GO) (figuur 4). Gezien de ligging buiten deze gebieden worden de kernkwaliteiten en ontwikkelingsdoelen van het GNN en de GO bij de werkzaamheden niet aangetast.

Figuur 4. Ligging projectgebied (rode stip en pijl) t.o.v. het Gelders Natuurnetwerk (donkergroen) en de Groene Ontwikkelingszone (lichtgroen).

Houtopstanden In het projectgebied zijn geen houtopstanden aanwezig waardoor er geen vergunning nodig is voor het kappen van houtopstanden.

Leeuwerikstraat 29 te Varsseveld

10

3605.01

Quickscan natuurtoets

5.2

Buro Ontwerp & Omgeving

Soortbescherming Vleermuizen Op basis van openbare verspreidingsgegevens kunnen in de omgeving van het projectgebied de volgende vleermuissoorten voorkomen: gewone dwergvleermuis, ruige dwergvleermuis, laatvlieger, rosse vleermuis, gewone grootoorvleermuis en watervleermuis. Alle vleermuissoorten vallen onder de Habitatrichtlijn (artikel 3.5 Wnb). Verblijfplaatsen Vleermuizen kunnen globaal opgedeeld worden in boombewonende soorten zoals de rosse vleermuis en gebouwbewonende soorten zoals de gewone dwergvleermuis. Er zijn ook soorten die zowel gebouw- als boombewonend zijn. Vervolgens wordt er onderscheid gemaakt in typen verblijfplaatsen, bijvoorbeeld zomer- en paarverblijven. In het projectgebied zijn geen bomen aanwezig waardoor er geen negatieve effecten zijn op rust- en verblijfplaatsen van boombewonende vleermuizen. Gebouwbewonende vleermuizen maken doorgaans gebruik van spouwruimtes, spleten en vergelijkbare ruimtes in gebouwen. De kantpannen aan weerszijden van het dak kunnen gebouwbewonende vleermuizen toegang geven tot potentiële verblijfplaatsen in het gebouw (figuur 5). Hierdoor kunnen negatieve effecten op de rust- en verblijfplaatsen van gebouwbewonende vleermuizen niet worden uitgesloten.

Figuur 5: Voorbeelden van potentiële verblijfplaatsen van gebouwbewonende vleermuizen in openingen onder kantpannen van de bebouwing.

Leeuwerikstraat 29 te Varsseveld

11

3605.01

Quickscan natuurtoets

Buro Ontwerp & Omgeving

Vliegroutes Vleermuizen volgen vaak lijnvormige elementen om heen en weer te bewegen tussen de verblijfplaatsen en foerageergebieden. Het behoud van lijnvormige landschapselementen is daarom van groot belang voor de instandhouding van vleermuispopulaties. Bij de sloop van de bedrijfsbebouwing worden echter geen kwetsbare verbindingen aangetast. Omdat vleermuizen voldoende gelegenheid hebben om door het landschap te navigeren kunnen negatieve effecten op vliegroutes worden uitgesloten. Foerageergebieden De in Nederland voorkomende vleermuizen leven allemaal van insecten. Ze foerageren daarom op allerlei plekken waar veel vliegende insecten aanwezig zijn. Enkele voorbeelden van dit soort gebieden zijn windbeschutte plaatsen langs lijnvormige elementen (bijv. sloten, beken en houtwallen), maar ook open plekken in bosgebieden of langs oevers met rietkragen. Bij het verdwijnen van essentiële foerageergebieden gaan de verblijfplaatsen ook verloren. Dergelijke elementen worden hier niet aangetast, waardoor negatieve effecten op essentiële foerageergebieden kunnen worden uitgesloten. Grondgebonden zoogdieren Algemene soorten Er wordt verwacht dat er verschillende algemene grondgebonden zoogdieren kunnen voorkomen in en rondom het projectgebied. Enkele voorbeelden hiervan zijn de egel en huismuis.

Het is niet uit te sluiten dat deze zoogdieren in het projectgebied aanwezig zijn tijdens de werkzaamheden. Voor de meeste grondgebonden zoogdieren geldt in Gelderland een vrijstelling van de Wet natuurbescherming. Wel geldt voor deze soorten de algemene zorgplicht, waarbij alle handelingen die nadelige gevolgen veroorzaken achterwege gelaten moeten worden (artikel 1.11 Wnb). Indien dit niet mogelijk is, moeten maatregelen worden genomen om negatieve effecten te beperken of ongedaan te maken. Strikt beschermde soorten Op basis van verspreidingsgegevens kunnen de otter, boommarter, steenmarter, bunzing, hermelijn, wezel, grote bosmuis en eekhoorn in de omgeving van het projectgebied voorkomen. Met uitzondering van de steenmarter kunnen negatieve effecten op deze soorten op voorhand worden uitgesloten. De otter komt namelijk alleen voor in moerasgebieden of langs watergangen met een brede strook oevervegetatie. Daarnaast komen de boommarter, bunzing, hermelijn, wezel, grote bosmuis en eekhoorn voor in bosgebieden en/of kleinschalige landbouwlandschappen met houtwallen, singels en dergelijke elementen. Het projectgebied bevindt zich binnen de bebouwde kom en er zijn voor deze soorten geen geschikte elementen aanwezig. Steenmarters gebruiken hooizolders, loze ruimtes onder het dak, schuurtjes en dergelijke als verblijfplaats (Zoogdiervereniging, 2021).

De bebouwing is niet geschikt als verblijfplaats voor de soort door het ontbreken van geschikte ruimtes tussen het dak en het dakbeschot. Negatieve effecten op de steenmarter kunnen daarom worden uitgesloten.

Leeuwerikstraat 29 te Varsseveld

12

3605.01

Quickscan natuurtoets

Buro Ontwerp & Omgeving

Vogels Algemene soorten Verschillende algemene vogelsoorten kunnen voorkomen in en rondom het projectgebied. Tijdens de quickscan werden de houtduif, heggenmus, roodborst, vink en groenling waargenomen. Conform de Vogelrichtlijn (artikel 3.1 Wnb) is het verboden opzettelijk nesten, rustplaatsen en eieren van in het wild levende vogelsoorten te vernielen of te beschadigen, of nesten van deze vogels weg te nemen. Tevens zijn alle vogelsoorten tijdens het broedseizoen beschermd. Voor de meeste vogels kan worden aangenomen dat het broedseizoen van 15 maart tot en met 15 juli (indicatief broedseizoen) loopt, maar bij enkele soorten begint het seizoen eerder of loopt het langer door. Dichter bij het indicatieve broedseizoen is de kans op de aanwezigheid van in gebruik zijnde nesten groter. Op het moment dat sprake is van een nest dat in gebruik is, zijn werkzaamheden die kunnen leiden tot beschadiging of verstoring hiervan verboden. Hierop is geen uitzondering en er is ook geen ontheffing mogelijk. Er wordt daarom geadviseerd om werkzaamheden waarbij nesten in struiken en bomen op de naastgelegen terreinen verstoord kunnen worden, (ruim) buiten het indicatieve broedseizoen uit te voeren. Strikt beschermde soorten Van sommige vogelsoorten zijn de vaste rust- en verblijfplaatsen jaarrond beschermd.

Binnen de bebouwde kom van Varsseveld kunnen dit de sperwer, ransuil, gierzwaluw, roek en huismus zijn. Van deze soorten kunnen negatieve effecten op de sperwer, ransuil en roek op voorhand worden uitgesloten. Deze soorten broeden in hoogopgaande bomen en houtopstanden. In het projectgebied zijn echter geen bomen aanwezig. De gierzwaluw is een soort die voorkomt in dorpen en steden waar hij broedt in donkere holtes, spleten en onder dakpannen van gebouwen (BIJ12, 2017a). Ruimtes onder de kantpannen van het gebouw zijn geschikt als nestlocatie doordat deze zich op 3 meter hoogte en hoger bevinden en er een vrije in- en uitvliegmogelijkheid is. Negatieve effecten op de jaarrond beschermde nesten van de gierzwaluw kunnen daarom niet worden uitgesloten. De huismus is een standvogel die gebonden is aan bebouwing en komt voornamelijk voor in dorpen en steden waar ze broeden onder dakpannen of andere spleten en nissen in gebouwen (BIJ12, 2017 b). Ruimtes onder de kantpannen van het gebouw zijn geschikt als nestlocatie. Negatieve effecten op de jaarrond beschermde nesten van de huismus kunnen daarom niet worden uitgesloten. Naast strikt beschermde soorten, staan er ook vogelsoorten in de Wet natuurbescherming beschreven waarvan het nest alleen jaarrond beschermd is als er zwaarwegende ecologische redenen zijn.

Dit zijn voornamelijk holenbroeders, maar ook soorten die op of tegen gebouwen aan nestelen. Hiervan werden de spreeuw en koolmees in en vlak rondom het projectgebied waargenomen. In de omgeving van het projectgebied zijn echter voldoende uitwijkmogelijkheden, waardoor er geen ecologisch zwaarwegende redenen zijn om potentiële nesten van deze soorten jaarrond te beschermen.

Leeuwerikstraat 29 te Varsseveld

13

3605.01

Quickscan natuurtoets

Buro Ontwerp & Omgeving

Reptielen en amfibieën Algemene soorten Op basis van de openbare verspreidingsgegevens zijn verschillende algemene amfibieënsoorten te verwachten in de omgeving van het projectgebied. Enkele voorbeelden hiervan zijn de gewone pad en de bruine kikker. Voor de algemene soorten geldt een vrijstelling van de Wet natuurbescherming. Verder geldt wel de zorgplicht, waarbij alle handelingen die nadelige gevolgen veroorzaken achterwege gelaten moeten worden (artikel 1.11 Wnb). Indien dit niet mogelijk is moeten maatregelen worden genomen om negatieve effecten te beperken of ongedaan te maken. Strikt beschermde soorten Uit de openbare beschikbare verspreidingsgegevens blijkt dat de levendbarende hagedis, boomkikker, kamsalamander en poelkikker in de ruime omgeving van het projectgebied kunnen voorkomen. Van deze soorten worden de boomkikker, kamsalamander en poelkikker beschermd volgens de Habitatrichtlijn (artikel 3.5 Wnb) en is de levendbarende hagedis een nationaal beschermde soort (artikel 3.10 Wnb). Aanwezigheid van deze soorten kan echter op voorhand worden uitgesloten gezien de ligging van het projectgebied binnen de bebouwde kom van Varsseveld. Waarnemingen uit de omgeving hebben betrekking op de buitengebieden. Voor de genoemde amfibieën ontbreekt het tevens aan voortplantingswater.

Vlinders Uit de openbare beschikbare verspreidingsgegevens blijkt dat de teunisbloempijlstaart, grote vos en kleine ijsvogelvlinder voorkomen in de omgeving van het projectgebied. Van deze soorten wordt de teunisbloempijlstaart beschermd volgens de Habitatrichtlijn (artikel 3.5 Wnb) en zijn de grote vos en kleine ijsvogelvlinder nationaal beschermde soorten (artikel 3.10 Wnb). Negatieve effecten op deze soorten kunnen op voorhand worden uitgesloten doordat het terrein vrijwel volledig verhard is en ongeschikt is als groeiplaats voor waardplanten van deze vlindersoorten. Overige beschermde diersoorten Er zijn geen waarnemingen bekend van strikt beschermde vissen, weekdieren, libellen en kevers uit de omgeving van het projectgebied. Het projectgebied is daarnaast grotendeels verhard en er is geen oppervlaktewater aanwezig. Hierdoor kunnen negatieve effecten op de overige beschermde diersoorten worden uitgesloten. Vaatplanten Op basis van openbare verspreidingsgegevens is de strikt beschermde grote leeuwenklauw in de omgeving van het projectgebied te verwachten. Deze soort komt met name voor langs bermen van onverharde wegen, op graanakkers, rivieroeverwallen, sloothellingen, braakliggende grond en langs spoorwegengroeiplaatsen (FLORON, 2022). Het projectgebied is echter grotendeels verhard en de geprefereerde biotoop is niet aanwezig.

Negatieve effecten op de grote leeuwenklauw zijn daarom uitgesloten.

Leeuwerikstraat 29 te Varsseveld

14

3605.01

Quickscan natuurtoets

5.3

Buro Ontwerp & Omgeving

Samenvatting Onderstaande tabel geeft de soorten die (mogelijk) aanwezig zijn weer, de effecten waar ze last van hebben en eventuele vervolgstappen die genomen moeten worden. Soortgroep Vleermuizen

Soort(en) Verblijfplaatsen boombewonende soorten

Aanwezigheid Nee

Mogelijk effect Nee

Opmerkingen -

Verblijfplaatsen gebouwbewonende soorten Foerageergebieden

Mogelijk

Nader onderzoek nodig

Nee

Verstoring en beschadiging verblijfplaatsen Nee

Vliegroutes

Nee

Nee

-

Grondgebonden zoogdiersoorten

Strikt beschermde soorten Algemene soorten

Nee

Nee

-

Mogelijk

Nee*

-

Vogels

Gierzwaluw en huismus

Mogelijk

Nader onderzoek nodig

Algemene soorten

Mogelijk

Strikt beschermde soorten Algemene soorten

Nee

Verstoring en beschadiging nestplaatsen Verstoring nestplaatsen Nee

Mogelijk

Nee*

-

Strikt soorten Strikt soorten Strikt soorten

beschermde

Nee

Nee

-

beschermde

Nee

Nee

-

beschermde

Nee

Nee

-

Reptielen en amfibieën

Vlinders Overige diersoorten Vaatplanten

-

Werken buiten het vogelbroedseizoen -

*Er dient rekening te worden gehouden met de algemene zorgplicht.

Leeuwerikstraat 29 te Varsseveld

15

3605.01

Quickscan natuurtoets

Buro Ontwerp & Omgeving

6

CONCLUSIE

6.1

Conclusies soort- en gebiedsbescherming Er is onderzoek gedaan naar de mogelijke effecten van het project op vaste rust- en verblijfplaatsen van beschermde dier- en plantensoorten (Wnb). Daarnaast zijn de mogelijke effecten op beschermde natuurgebieden onderzocht. In het projectgebied zijn potentiële verblijfsfuncties van beschermde soorten geconstateerd. Deze worden in dit hoofdstuk verder toegelicht. Gebiedsbescherming Natura 2000 Gezien het type werkzaamheden en de ligging van het projectgebied ten opzichte van de Natura 2000gebieden zijn er geen negatieve effecten als oppervlakteverlies, versnippering, verontreiniging, verdroging, optische verstoring en verstoring door trilling, geluid en mechanische effecten. Door het gebruik van werktuigen kunnen er wel indirecte gevolgen zijn door stikstofdepositie vanuit de lucht. Omdat één Natura 2000-gebied op minder dan 10 km afstand van het projectgebied liggen vindt er mogelijk stikstofdepositie plaats op stikstofgevoelige habitattypen van dit gebied. De tijdelijke emissie in de realisatiefase is vanaf 1 juli 2021 echter vrijgesteld volgens de Wijzigingswet Wet natuurbescherming en Omgevingswet (stikstofreductie en natuurverbetering) en kan daardoor vanaf 1 juli 2021 zonder vergunning plaatsvinden (Rijksoverheid, 2021).

De vrijstelling heeft echter geen betrekking op de gebruiksfase, maar aangezien er slechts één Natura 2000-gebied op minder dan 10 km afstand ligt en deze zich op 9,7 km afstand in Duitsland bevindt, worden geen negatieve effecten op de Natura 2000-gebieden verwacht. De Nederlandse Natura 2000-gebieden liggen op meer dan 10 km afstand en voor Duitse Natura 2000-gebieden geldt een hoge drempelwaarde van 7,14 mol/ha/jr. Op deze afstanden is het niet aannemelijk dat er sprake is van een stikstofdepositie hoger dan 0,00 mol/ha/jr op stikstofgevoelige habitattypen en leefgebieden van Natura 2000-gebieden. Een AERIUS-berekening kan daarom achterwege worden gelaten. Gelders Natuurnetwerk en Groene Ontwikkelingszone Het projectgebied ligt op circa 480 meter afstand van zowel het Gelders Natuurnetwerk (GNN) als de Groene Ontwikkelingszone (GO). Gezien de ligging buiten deze gebieden worden de kernkwaliteiten en ontwikkelingsdoelen van het GNN en de GO bij de werkzaamheden niet aangetast. Houtopstanden In het projectgebied zijn geen houtopstanden aanwezig waardoor er geen vergunning nodig is voor het kappen van houtopstanden. Soortbescherming Van een aantal soorten is de aanwezigheid in het projectgebied niet uit te sluiten. Hieronder wordt per soort ingegaan op de bescherming en de mogelijke effecten die zij kunnen ondervinden door de werkzaamheden.

Leeuwerikstraat 29 te Varsseveld

16

3605.01

Quickscan natuurtoets

Buro Ontwerp & Omgeving

Gebouwbewonende vleermuizen Tijdens het veldbezoek zijn potentiële invliegopeningen onder de kantpannen aangetroffen die vleermuizen toegang kunnen bieden tot het gebouw. Verblijfsplaatsen van gebouwbewonende vleermuizen kunnen daarom aanwezig zijn. Alle vleermuissoorten vallen onder de Habitatrichtlijn en zijn beschermd volgens artikel 3.5 van de Wet natuurbescherming. Hierdoor is het verboden om de soorten opzettelijk te doden of vangen (artikel 3.5 lid 1 Wnb), opzettelijk te verstoren (artikel 3.5 lid 2 Wnb) of de vaste voortplantingsplaatsen of rustplaatsen te beschadigen of vernielen (artikel 3.5 lid 4 Wnb). De sloop van de bebouwing zou kunnen leiden tot overtreding van de Wet natuurbescherming als deze als verblijfplaats fungeert voor vleermuizen. De aanwezigheid van vleermuizen in de bebouwing moet daarom nader worden onderzocht. Gierzwaluw Het projectgebied vormt een geschikte nestlocatie voor de gierzwaluw. De gierzwaluw wordt beschermd volgens artikel 3.1 van de Wet natuurbescherming. Hierdoor is het verboden om de soort opzettelijk te doden of vangen (artikel 3.1 lid 1 Wnb), de nestlocaties, rustplaatsen en eieren opzettelijk te beschadigen of vernielen (artikel 3.1 lid 2 Wnb) en de soort opzettelijk te storen (artikel 3.1 lid 4 Wnb). De sloop van de bebouwing zou kunnen leiden tot overtreding van de Wet natuurbescherming als deze als nestlocatie dient.

De aanwezigheid van de gierzwaluw moet daarom nader worden onderzocht. Huismus Het projectgebied vormt een geschikte nestlocatie voor de huismus. De huismus wordt beschermd volgens artikel 3.1 van de Wet natuurbescherming. Hierdoor is het verboden om de soort opzettelijk te doden of vangen (artikel 3.1 lid 1 Wnb), de nestlocaties, rustplaatsen en eieren opzettelijk te beschadigen of vernielen (artikel 3.1 lid 2 Wnb) en de soort opzettelijk te storen (artikel 3.1 lid 4 Wnb). De sloop van de bebouwing zou kunnen leiden tot overtreding van de Wet natuurbescherming als deze als nestlocatie dient. De aanwezigheid van de huismus moet daarom nader worden onderzocht. Algemene soorten Het kan zijn dat er tijdens de werkzaamheden algemene diersoorten op het perceel voorkomen. Bij het uitvoeren van werkzaamheden moet de algemene zorgplicht in acht worden genomen (artikel 1.11 Wnb). Handelingen die nadelige effecten hebben, moeten zoveel mogelijk worden voorkomen. Indien dit niet mogelijk is, moeten maatregelen worden genomen om negatieve effecten te beperken of ongedaan te maken. Overigens moeten de werkzaamheden plaatsvinden buiten het vogelbroedseizoen omwille de aanwezigheid van algemene broedvogelsoorten. 6.2

Nader onderzoek Gelet op de geschiktheid van het projectgebied voor gebouwbewonende vleermuizen, gierzwaluw en huismus is nader onderzoek noodzakelijk om de daadwerkelijke functie van het projectgebied voor deze soorten te kunnen bepalen. Deze informatie is benodigd om vast te kunnen stellen of overtredingen van de Wet natuurbescherming aan de orde zijn bij de sloop van de bebouwing.

Leeuwerikstraat 29 te Varsseveld

17

3605.01

Quickscan natuurtoets

Buro Ontwerp & Omgeving

Gebouwbewonende vleermuizen Het nader onderzoek dient uitgevoerd te worden conform het vleermuisprotocol 2021 (Vleermuisvakberaad Netwerk Groene Bureaus & Zoogdiervereniging, 2021). Voor gebouwbewonende soorten worden de onderzoeksmethoden van de gewone dwergvleermuis en ruige dwergvleermuis aangehouden, waarbij ook andere vleermuissoorten kunnen worden aangetoond. Dit houdt in dat de volgende onderzoeken uitgevoerd dienen te worden in de periode van 15 mei t/m 30 september: Kraamverblijven: Twee onderzoeksrondes (15 mei - 15 juli) met een tussenperiode van minimaal tien dagen, waarvan minimaal één onderzoeksronde moet plaatsvinden in juni; Zomerverblijven: Twee onderzoeksrondes (15 mei - 15 juli) met een tussenperiode van minimaal tien dagen, waarbij één onderzoeksronde gecombineerd kan worden uitgevoerd met een onderzoek naar kraamverblijven; Paarverblijven: Twee onderzoeksrondes (15 aug - 30 sep) met een tussenperiode van minimaal tien dagen, waarvan minimaal één onderzoeksronde moet plaatsvinden rond middernacht. Gierzwaluw Het nader onderzoek naar de gierzwaluw moet worden uitgevoerd tussen 15 mei en 15 juli, wanneer gierzwaluwen gebruik maken van de nestlocaties. In deze periode moeten er drie veldbezoeken worden afgelegd met een tussenperiode van tenminste tien dagen. Hiervan moet minimaal één van de veldbezoeken plaatsvinden tussen 20 juni en 7 juli.

Dat is de periode dat er jongen aanwezig zijn. De inventarisaties moeten worden uitgevoerd tussen 21:00 en 22:30 conform de ‘Toelichting aanvraag ontheffing Wet natuurbescherming (Wnb), Hoofdstuk 3 soorten’ van provincie Gelderland (Provincie Gelderland, 2021). Huismus Het nader onderzoek naar de huismus moet worden uitgevoerd tussen 1 april en 15 mei conform het kennisdocument van BIJ12. In deze periode moeten twee veldbezoeken worden afgelegd met een tussenliggende periode van minimaal tien dagen. Gedurende één uur moet worden gekeken of er zingende mannetjes aanwezig zijn en of er gebruik wordt gemaakt van invliegopeningen naar nestlocaties (BIJ12, 2017b).

Leeuwerikstraat 29 te Varsseveld

18

3605.01

Quickscan natuurtoets

7

LITERATUURLIJST

7.1

Referenties

Buro Ontwerp & Omgeving

BIJ12 (2017a). Kennisdocument Gierzwaluw, Apus apus, versie 1.0, juli 2017. Utrecht, Nederland: BIJ12. BIJ12 (2017b). Kennisdocument Huismus, Passer domesticus, versie 1.0, juli 2017. Utrecht, Nederland: BIJ12. FLORON (2022). FLORON Verspreidingsatlas Vaatplanten Aphanes arvensis L., Grote leeuwenklauw. Geraadpleegd op 29 maart 2022 via https://www.verspreidingsatlas.nl/0074# Rijksoverheid (2021). Wijzigingswet Wet natuurbescherming en Omgevingswet (stikstofreductie en natuurverbetering). ’s-Gravenhage, Nederland: Rijksoverheid. Provincie Gelderland (2018). Omgevingsvisie Gaaf Gelderland. Arnhem, Nederland: Provincie Gelderland. Provincie Gelderland (2022). Geconsolideerde Omgevingsverordening Gelderland (februari 2022). Arnhem, Nederland: Provincie Gelderland. Provincie Gelderland (2021). Toelichting aanvraag ontheffing Wet natuurbescherming (Wnb), Hoofdstuk 3 soorten. Arnhem, Nederland: Provincie Gelderland. Vleermuisvakberaad Netwerk Groene Bureaus & Zoogdiervereniging (2021). Vleermuisprotocol 2021, maart 2017. Geraadpleegd op 29 maart 2022 via https://www.netwerkgroenebureaus.nl/werken-aankwaliteit/vleermuisprotocol Zoogdiervereniging (2022). Steenmarter. Geraadpleegd op 29 maart 2022 via https://www.zoogdier-vereniging.nl/zoogdiersoorten/steenmarter 7.2

Gebruikte websites www.floron.nl www.pdok.nl www.ravon.nl www.verspreidingsatlas.nl www.waarneming.nl www.zoogdiervereniging.nl

7.3

Overige geraadpleegde bronnen Dietz, C. & Kiefer, A. (2016). Bats of Britain and Europe. Londen, Verenigd Koninkrijk: Bloomsbury Publishing. Jędrzejewski, W. & Sidorovich, V. (2010). The art of tracking animals. Białowieża, Polen: Mammal Research Institute Polish Academy of Sciences Białowieża.

Leeuwerikstraat 29 te Varsseveld

19

3605.01

Quickscan natuurtoets

Buro Ontwerp & Omgeving

Svensson, L., Mullarney, K. & Zetterström, D. (2009). Birds of Europe (2e ed.). Londen, Verenigd Koninkrijk: HarperCollins Publishers. Tolman, T. & Lewington, R. (2008). Collins Butterfly Guide: The Most Complete Guide to the Butterflies of Britain and Europe. Londen, Verenigd Koninkrijk: HarperCollins Publishers. Vogelbescherming Nederland & Stichting Veldonderzoek Flora en Fauna (2007). Topografische atlas voor flora en fauna van Nederland (1e ed.). Papendrecht, Nederland: Mouthaan Grafisch Bedrijf.

Leeuwerikstraat 29 te Varsseveld

20

3605.01

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.oude-ijsselstreek.nl/api/v1/meetings/4746/documents/29576