Bijlage 3 TOE Vormvrije m.e.r.-beoordeling.pdf
Tekst van het document
De kamsalamander komt voor in voedselrijke, stilstaande wateren met een goed ontwikkelde oevervegetatie. Vaak zijn deze gelegen in kleinschalige landschappen met elementen als struweel en houtwallen (RAVON, 2022b). Het projectgebied voldoet echter niet aan de eisen die de kamsalamander stelt aan zijn leefomgeving en er zijn geen voortplantingsplaatsen aanwezig. Negatieve effecten op de soort zijn daarom uitgesloten. 5.2.5 Vlinders Uit de openbare beschikbare verspreidingsgegevens blijkt dat er geen waarnemingen van strikt beschermde vlindersoorten uit de omgeving van het projectgebied bekend zijn. Negatieve effecten op strikt beschermde vlinders zijn daarom uitgesloten. 5.2.6 Overige beschermde diersoorten Er zijn geen waarnemingen bekend van beschermde vissen, libellen, kevers en weekdieren rondom het projectgebied. Negatieve effecten op strikt beschermde soorten uit deze categorie zijn daarom uitgesloten. 5.2.7 Vaatplanten Er zijn geen waarnemingen bekend van strikt beschermde vaatplanten in de omgeving van het projectgebied te verwachten. Negatieve effecten op strikt beschermde vaatplanten kunnen daarom worden uitgesloten. Tijdens de quickscan werden alleen algemene plantensoorten waargenomen in en rondom het projectgebied, namelijk gewoon speenkruid, gewone braam, grote brandnetel, kleefkruid, klimop, paarse dovenetel, sneeuwklokje, zomereik en zwarte els.
Heidedijk te Sinderen
20
3655.02
Quickscan natuurtoets
5.3
Buro Ontwerp & Omgeving
Samenvatting Onderstaande tabel geeft de soorten die (mogelijk) aanwezig zijn weer, de effecten waar ze last van hebben en eventuele vervolgstappen die genomen moeten worden. Tabel IV: Soortenoverzicht.
Soortgroep Vleermuizen
Soort(en) Verblijfplaatsen gebouwbewonende soorten Verblijfplaatsen boombewonende soorten Foerageergebieden
Aanwezigheid Nee
Mogelijk effect Nee
Opmerkingen -
Nee
Nee
-
Nee
Nee
-
Vliegroutes
Nee
Nee
-
Grondgebonden zoogdiersoorten
Strikt beschermde soorten Algemene soorten
Nee
Nee
-
Mogelijk
Nee*
-
Vogels
Strikt beschermde soorten Algemene soorten
Nee
Nee
-
Mogelijk
Strikt beschermde soorten Algemene soorten
Nee
Verstoring nestplaatsen Nee
Werken buiten het vogelbroedseizoen -
Mogelijk
Nee*
-
Strikt soorten Strikt soorten Strikt soorten
beschermde
Nee
Nee
-
beschermde
Nee
Nee
-
beschermde
Nee
Nee
-
Reptielen en amfibieën
Vlinders Overige diersoorten Vaatplanten
*Er dient rekening te worden gehouden met de algemene zorgplicht.
Heidedijk te Sinderen
21
3655.02
Quickscan natuurtoets
Buro Ontwerp & Omgeving
6
CONCLUSIE
6.1
Conclusies gebieds- en soortbescherming Er is onderzoek gedaan naar de mogelijke effecten op beschermde natuurgebieden en de effecten van het project op vaste rust- en verblijfplaatsen van beschermde soorten (Wnb). Gebiedsbescherming Natura 2000 Het projectgebied ligt buiten de Natura 2000-gebieden. Aangezien het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied op circa 5,2 kilometer afstand ligt, zijn negatieve effecten als oppervlakteverlies, versnippering, verontreiniging, verdroging, optische verstoring en verstoring door trilling, geluid en mechanische effecten uitgesloten. Door het gebruik van werktuigen kunnen er wel indirecte gevolgen zijn door stikstofdepositie vanuit de lucht. De tijdelijke emissie in de realisatiefase is vanaf 1 juli 2021 echter vrijgesteld volgens de Wijzigingswet Wet natuurbescherming en Omgevingswet (stikstofreductie en natuurverbetering) en kan daardoor vanaf 1 juli 2021 zonder vergunning plaatsvinden (Rijksoverheid, 2021). De vrijstelling heeft geen betrekking op de gebruiksfase. Aangezien er in de toekomstige situatie slechts sprake is van een omlegging van een bestaande weg is er geen toename van het aantal verkeersbewegingen te verwachten. Een AERIUSberekening kan daarom achterwege worden gelaten.
Gelders Natuurnetwerk en Groene Ontwikkelingszone Het projectgebied ligt op circa 435 meter afstand van het Gelders Natuurnetwerk (GNN) en ligt binnen de Groene Ontwikkelingszone (GO). Het betreft deelgebied 35: 'IJzerlo – Silvolde'. Er worden geen significant negatieve effecten verwacht op de gebiedsspecifieke kernkwaliteiten van de GO, maar omdat er binnen dit gebied een ontwikkeling plaatsvindt is het versterken van de kernkwaliteiten echter verplicht. Het versterken van de Groene Ontwikkelingszone wordt gedaan door het realiseren van een hoogstamboomgaard (≥ 0,05 ha.), het realiseren van een knip- of scheerheg (≥ 0,04 ha.), de plaatsing van takkenrillen en houtstapels (≥ 0,04 ha.) en het plaatsen van een bijenhotel in combinatie met het inzaaien van een bloemenmengsel (≥ 0,01 ha.). Door deze combinatie van maatregelen wordt het leefgebied van de steenuil substantieel verbeterd ten opzichte van de huidige situatie doordat het prooiaanbod (kleine vogels en muizen) kan toenemen. Daarnaast dragen de aanplant van een hoogstamfruitboomgaard en hagen bij aan de kernkwaliteit ‘cultuurhistorische en landschappelijke waarden van de beken, oude ontginningen en kavelpatronen, hakhout, houtwallen, singels en boerderijen’.
Met betrekking tot de algemene kernkwaliteiten kan worden verwacht dat er alleen tijdens de aanleg sprake is van een matig negatief effect op stilte, donkerte en rust. Dit is niet te vermijden omdat mensen aan het werk zijn en er werktuigen worden gebruikt om de ontwikkeling mogelijk te maken. Het effect hiervan is echter van beperkte duur. Om negatieve effecten tijdens de aanleg zoveel mogelijk te beperken, kan er voor worden gezorgd dat er geen bouwverlichting wordt gebruikt en dat er ’s avonds en ’s nachts geen licht uitstraalt op de omgeving. Het uitvoeren van de hiervoor genoemde versterkingsmaatregelen zal daarnaast voor een verzachting van de verstorende effecten zorgen.
Heidedijk te Sinderen
22
3655.02
Quickscan natuurtoets
Buro Ontwerp & Omgeving
Houtopstanden De bomen in het projectgebied vallen onder de definitie houtopstanden, zoals bedoeld in paragraaf 4.1 van de Wet natuurbescherming. Het projectgebied ligt namelijk buiten de bebouwde kom. Naar verwachting worden er vijf eiken en twee elzen gekapt. Hierdoor is er sprake van een meld- en herbeplantingsplicht zoals bedoeld in paragraaf 4.1 van de Wet natuurbescherming. Soortbescherming Er zijn geen vaste rust- en verblijfplaatsen van strikt beschermde soorten geconstateerd. Het kan wel zijn dat er tijdens de werkzaamheden algemene diersoorten op de locatie voorkomen. Bij het uitvoeren van werkzaamheden moet de algemene zorgplicht in acht worden genomen (artikel 1.11 Wnb). Handelingen die nadelige effecten hebben moeten zoveel mogelijk worden voorkomen. Indien dit niet mogelijk is moeten maatregelen worden genomen om negatieve effecten te beperken of ongedaan te maken. Overigens moeten de werkzaamheden plaatsvinden buiten het vogelbroedseizoen omwille de aanwezigheid van algemene broedvogelsoorten. 6.2
Nader onderzoek Op basis van de uitgevoerde quickscan zijn negatieve effecten op strikt beschermde plant- en diersoorten uitgesloten. Er is geen nader onderzoek nodig en de werkzaamheden kunnen zonder ontheffing van de Wet natuurbescherming worden uitgevoerd.
Heidedijk te Sinderen
23
3655.02
Quickscan natuurtoets
Buro Ontwerp & Omgeving
7
LITERATUURLIJST
7.1
Referenties Bouwens, S. (2017). Handreiking Kleine Marters in relatie tot soortbescherming. ’s-Hertogenbosch, Nederland: Zoogdiervereniging Nederland en Provincie Noord-Brabant BIJ12 (2017ᵃ). Kennisdocument Buizerd, Buteo buteo, versie 1.0, juli 2017. Utrecht, Nederland: BIJ12. BIJ12 (2017b). Kennisdocument Roek, Corvus frugilegus, versie 1.0, juli 2017. BIJ12: Utrecht, Nederland. BIJ12 (2017c). Kennisdocument Steenuil, Athene noctua, versie 1.0, juli 2017. Utrecht, Nederland: BIJ12. Gedeputeerde Staten van Gelderland (2022). Regels versterking Groene Ontwikkelingszone. Geraadpleegd op 17 oktober 2022 via https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR677648/1 Provincie Gelderland (2018). Omgevingsvisie Gaaf Gelderland. Arnhem, Nederland: Provincie Gelderland. Provincie Gelderland (2022). Geconsolideerde Omgevingsverordening Gelderland (februari 2022). Arnhem, Nederland: Provincie Gelderland. RAVON (2022a). Hazelworm, Anguis fragilis. Geraadpleegd op 10 maart 2022 via https://ravon.nl/Soorten/Soortinformatie/hazelworm RAVON (2022b). Kamsalamander, Triturus cristatus. Geraadpleegd op 10 maart 2022 via https://ravon.nl/Soorten/Soortinformatie/kamsalamander RAVON (2022c). Levendbarende hagedis, Zootoca vivipara. Geraadpleegd op 10 maart 2022 via https://ravon.nl/Soorten/Soortinformatie/levendbarende-hagedis RAVON (2022d). Poelkikker, Pelophylax lessonae.
Geraadpleegd https://www.ravon.nl/Soorten/Soortinformatie/poelkikker
op
10
maart
2022
via
Rijksoverheid (2021). Wijzigingswet Wet natuurbescherming en Omgevingswet (stikstofreductie en natuurverbetering). ’s-Gravenhage, Nederland: Rijksoverheid. Veldman, J. & Troost, C. (2019). Brochure Soortenbescherming in Overijssel: Bunzing, egel, hermelijn en wezel. Zwolle, Nederland: Provincie Overijssel. Vogelbescherming Nederland (2022ᵃ). Boomvalk. Geraadpleegd op 9 maart 2022 via https://www.vogelbescherming.nl/ontdek-vogels/kennis-over-vogels/vogelgids/vogel/boomvalk Vogelbescherming Nederland (2022b). Ransuil. Geraadpleegd op 9 maart 2022 via https://www.vogelbescherming.nl/ontdek-vogels/kennis-over-vogels/vogelgids/vogel/ransuil
Heidedijk te Sinderen
24
3655.02
Quickscan natuurtoets
Buro Ontwerp & Omgeving
Vogelbescherming Nederland (2022c). Sperwer. Geraadpleegd op 9 maart 2022 via https://www.vogelbescherming.nl/ontdek-vogels/kennis-over-vogels/vogelgids/vogel/sperwer Zoogdiervereniging (2022a). Eekhoorn. Geraadpleegd op 9 maart 2022 via https://www.zoogdiervereniging.nl/zoogdiersoorten/eekhoorn Zoogdiervereniging (2022b). Grote bosmuis. Geraadpleegd op 9 maart 2022 via https://www.zoogdiervereniging.nl/zoogdiersoorten/grote-bosmuis 7.2
Gebruikte websites www.floron.nl www.pdok.nl www.ravon.nl www.verspreidingsatlas.nl www.waarneming.nl www.zoogdiervereniging.nl www.gelderland.nl
7.3
Overige geraadpleegde bronnen Dietz, C. & Kiefer, A. (2016). Bats of Britain and Europe. Londen, Verenigd Koninkrijk: Bloomsbury Publishing. Jędrzejewski, W. & Sidorovich, V. (2010). The art of tracking animals. Białowieża, Polen: Mammal Research Institute Polish Academy of Sciences Białowieża. Svensson, L., Mullarney, K. & Zetterström, D. (2009). Birds of Europe (2e ed.). Londen, Verenigd Koninkrijk: HarperCollins Publishers. Tolman, T. & Lewington, R. (2008). Collins Butterfly Guide: The Most Complete Guide to the Butterflies of Britain and Europe. Londern, Verenigd Koninkrijk: HarperCollins Publishers. Vogelbescherming Nederland & Stichting Veldonderzoek Flora en Fauna (2007). Topografische atlas voor flora en fauna van Nederland (1e ed.). Papendrecht, Nederland: Mouthaan Grafisch Bedrijf.
Heidedijk te Sinderen
25
3655.02
Bijlage 2 Rekentabel versterking GO Heidedijk te Sinderen
12
1. Verliesfactor categorie
3 kolommen voor aantekeningen voorbeelden van beheertypen
Natuurvriendelijke oever, L01.15, L01.01, N04.02 poel, zoete plas Houtwal, houtsingel, L01.02, L01.03, L01.07,L01.08 leeftijd < 25 jaar elzensingel, bomenlaan, rij knotwilgen, solitaire bomen (niet Wnb beschermd hout opstand) leeftijd 25-100 jaar leeftijd >100 jaar Struweelhaag of L01.05 en L01.06 scheerhaag Hoogstamboomgaard L01.09 Moeras, rietland N05.04 Nat schraalland / vochtig N10.01 en N10.02 hooiland Vochtig weidevogelgrasland N13.01 Droge natuurgraslanden N11.01, N12.02, N12.03 Kruiden- en faunarijke N12.05 akker Ruigteveld of -zoom N12.06 Alle typen bos die niet Wnb N14, N15, N16 en N17 beschermd houtopstand zijn
punten /eenheid 4000
opper-vlakte punten (ha)
3000
0 0
4000 5000 4000
0,02
80 0 0
2700 2700 2000
0 0 0
1000
0
1000 1000
0 0
leeftijd < 25 jaar
1000 3000
0 0
leeftijd 25-100 jaar leeftijd >100 jaar
4000 5000
0 0 opp. (ha) 80 0,02
VERLIESPUNTEN
3 kolommen voor aantekeningen
Tabel 2 IMPACTFACTOR toeslagfactoren nieuwe indien van functie op toepassing deze locatie factor verhogen
categorie
eenheid
woningen
wooneenheid ha. woonbestemming wooneenheid ha woonwijk ha. bedrijventerrein
20 400 25 600 1500
2
ha. bedrijventerrein ha. bedrijventerrein aantal turbines verstoringsafstand (m) verstoringsgraad (%) ha. functioneel zonneveld ha. verharding of half verharding ha. verharding ha. verharding ha. verharding
3000 4500 600
2
woonwijk bedrijventerrein milieucategorie 1 en 2 milieucategorie 3 en 4 milieucategorie 5 en 6 windturbine *
zonnepark parkeerterrrein wegen <80 km/uur middel 80-99 km/uur wegen >= 100 km/uur
basispunten /eenheid
aantal eenheden
600 1000 2000 3000 4000
2 2 2 2
2 1,5
1,5 2
0,155
2 2 2
open landschap
indien van toepassing factor verhogen
1 1 1 1 1
2
1 1 1
2
1 1 1 1 1
1,5
2 2 2 2
2 1
2 2 2 2
IMPACTPUNTEN
windturbine *
Impact = 600 x aantal windturbines x verstoringsafstand(m) x verstoringsafstand(m) / 10000 x pi x verstoringsgraad %
Impactpunten ligging in indien van basis incl. toetoepassing slagen EVZ factor verhogen
aardkundige indien van waarden toepassing voor zover factor BUITEN verhogen open landschap 1 1 1 1 1
1,5
1 1 1
1,5
1 1 1 1 1
1,25
1,5 1,5 1,5 1,5
1,5 1
1,5 1,5 1,5 1,5
1 1 1 1 1
1,25
1 1 1
1,25
1 1 1 1 1
1,25
1,25 1,25 1,25 1,25
1,25 1,25
1,25 1,25 1,25 1,25
1 1 1 1 1
0
1 1 1
0
1 1 1 1 1
0
0 0 0 0
0 0
0 310 0 0
0 0 0 0 0 0 0 0
0 0 310 0 0 opp. (ha) 0,16 310 excl. windturbine
3 kolommen voor aantekeningen
2 Tabel 3. VERSTERKINGSMAATREGELEN categorie voorbeelden van beheertypen basis
Natuurvriendelijke oever Poel (max. 0,3 hectare per stuk) Houtwal, houtsingel, elzensingel, Struweelhaag of scheerhaag Laan (dubbele bomenrij) Rij knotwilgen Hoogstamboomgaard Zoete plas Dynamisch moeras Nat schraalland / Vochtig hooiland Vochtig weidevogelgrasland Droge natuurgraslanden Kruiden- en faunarijke akker Ruigteveld of -zoom Alle typen natuurlijk bos Speciale elementen Stobbenwallen Takkenril/ houtstapel Nestkast steen, bos- of kerkuil Bijenhotel Kleine zoogdiertunnel Herpetofaunatunnel Boombrug ‘Hop-over’ Loopstroken of -richels
VEREISTE VERSTERKING
factor tijdelijke maatregel
opp (ha)
indien van toepassing factor verlagen
factor bijdrage EVZ
indien van Verstertoepassing kingsfactor punten verhogen basis
incl. toeslagen
L01.15 L01.01
3000 3000
0,7
1 1
1,25 1,25
1 1
0
0,7
0
0 0
L01.02 en L01.03
3000
0,7
1
1,25
1
0
0
L01.05 en L01.06
3000
0,7
1
1,25
1
120
120
L01.07 L01.08 L01.09 N04.02 N05.04 N10.01 en N10.02
3000 3000 2000 2000 2000 2000
0,7
1,25
1,25
1 1 1 1 1 1
0
0,7
1 1 1 1 1 1
0
0 0 100 0 0 0
N13.01
1000
0,7
1
1,25
1
0
0
N11.01, N12.02, N12.03 N12.05
1000 1000
0,7
1 1
1,25
1 1
0
1,25
0 0
N12.06 N14, N15, N16 en N17
1000 2000
0,7
1 1
1,25 1,25
1 1
0
0,7
0
0 0
hoge toegevoegde waarde over kleine oppervlakten hoge toegevoegde waarde over kleine oppervlakten
5000
0,7
1
1,25
1
0
0
0,7
1
1,25
1
200
200
0,7
1
1,25
1
0
0
per m2 functioneel oppervlak das, bever, kleine marters e.a.
10 100
0,7
1 1
1,25
1 1
10
10 0
reptielen en amfibieën marters, eekhoorn vleermuizen, vlinders en vogels bij bestaande brug of duiker, voor zoogdieren
300 100 100
0,7
1,25 1,25
1 1 1
0
0,7
1 1 1
0
0 0 0
100
0,7
1
1,25
1
0
0
5000
0,04
0,7
0,05
0,7 0,7 0,7
0,7
0,04
10 1
0,7
0,7
VERSTERKINGSPUNTEN 390 BALANS
1,25 1,25 1,25 1,25
1,25
1,25
0 100 0 0
0
0
0
430 opp. excl. speciale elementen 40 0,09