Bijlage 3 Ecologische quickscan
Tekst van het document
ECOLOGISCH ADVIESBUREAU Ecologische quickscan Ulftseweg 107 Silvolde In het kader van bestemmingswijziging en verbouwing ECOLOGISCH ADVIESBUREAU Het Laar 30d 6733BZ Wekerom 0318 655 626 info@deslijpkruik.nl www.deslijpkruik.nl Colofon Titel Ecologische quickscan Ulftseweg 107 Silvolde Betreft Ecologische quickscan Locatie Ulftseweg 107 te Silvolde Auteur B. Visser, ecoloog Contactpersoon B. Visser, ecoloog visser@deslijpkruik.nl Opdrachtgever Buro Kwiek Planologie & gebiedsontwikkeling Datum 02-12-2024 Status Versie 1.0 Projectcode 24KWI04 QS Ulftseweg 107 Silvolde Aansprakelijkheid Dit onderzoek is uitgevoerd conform de toepasselijke en van kracht zijnde natuurwet- en regelgeving (Omgevingswet). Het onderzoek betreft een momentopname en geeft een inschatting van de geschiktheid van de onderzoekslocatie voor beschermde soorten. Garanties over aan-/afwezigheid van planten en dieren zijn niet te geven. Daarvoor is de aard en de opzet van een quickscan niet toereikend. Daarbij is het een eenmalige momentopname en houdt het geen rekening met de dynamische aspecten van natuur, zoals migratie en kolonisatie door soorten en veranderingen in terreingebruik en –beheer. Ook dient er rekening te worden gehouden met veranderingen in wet- en regelgeving. De geldigheidsduur van de rapportage bedraagt voor de zwaarder beschermde soorten maximaal 3 jaar.
De Slijpkruik Ecologie is niet aansprakelijk voor beslissingen die de opdrachtgever neemt naar aanleiding van het door De Slijpkruik Ecologie uitgevoerde onderzoek. Daarnaast is De Slijpkruik Ecologie niet aansprakelijk voor gevolgschade, of voor schade welke voortvloeit uit toepassingen van de resultaten van uitgevoerde onderzoeken door De Slijpkruik Ecologie. © De Slijpkruik Ecologie B.V. (2024) Niets uit dit rapport mag openbaar worden gemaakt of gepubliceerd door middel van; druk, fotokopie of anderzins, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van De Slijpkruik Ecologie B.V . of de opdrachtgever. Wijze van citeren: Visser, B. (2024). Ecologische quickscan Ulftseweg 107 Silvolde, De Slijpkruik Ecologie B.V . Omslagfoto: Impressie van het plangebied. Bronvermelding; foto’s zijn door de auteur gemaakt tenzij anders aangegeven.
ECOLOGISCH ADVIESBUREAU 3 Ecologische quickscan Ulftseweg 107 Silvolde 2 december 2024 Inhoud 1 Inleiding 4 1.1 Aanleiding en doel 1.2 Beschrijving locatie en ingreep 1.3 Opzet onderzoek 1.4 Kwaliteitsborging 2 Soortenbescherming 7 2.1 Vogels 2.2 Vleermuizen 2.3 Overige zoogdieren 2.4 Amfibieën 2.5 Vissen 2.6 Vaatplanten 2.7 Overige soortgroepen 2.8 Algemeen 3 Gebiedsbescherming 13 3.1 Gelders Natuurnetwerk (GNN) 3.2 Natura 2000 3.3 Beschermde houtopstanden 4 Specifieke zorgplicht 15 4.1 Resultaten en effectbeoordeling 4.2 Maatregelen zorgplicht 5 Conclusies en aanbevelingen 17 5.1 Overzicht van de bevindingen 5.2 Conclusies en aanbevelingen Literatuurlijst 20 Bijlagen 21 Bijlage 1 Relevant kaartmateriaal Bijlage 2 Sfeerimpressie van het plangebied Bijlage 3 Samenvatting wettelijk Kader ECOLOGISCH ADVIESBUREAU 4 Ecologische quickscan Ulftseweg 107 Silvolde 2 december 2024 Inleiding 1.1 Aanleiding en doel In opdracht van de initiatiefnemer voerde adviesbureau De Slijpkruik Ecologie B.V . een ecologische quickscan uit aan de Ulftseweg 107 te Silvolde in het kader van een bestemmingswijziging en verbouwing. T oetsing aan de natuurwetgeving binnen de Omgevingswet (Ow), onderdelen ‘soortenbescherming’ en ‘gebiedsbescherming’ is noodzakelijk, omdat effecten op beschermde soorten en natuurgebieden niet op voorhand zijn uitgesloten.
Voor het onderzoek voldoet in eerste instantie een ‘quickscan’: een kort onderzoek op basis van een beknopt bronnenonderzoek en een veldbezoek, waarbij een deskundige inschatting wordt gemaakt van de mogelijke aanwezigheid van beschermde flora en fauna. Ook wordt het effect van de ingreep op nabijgelegen Natura- 2000 gebieden of andere natuurgebieden zoals Gelders Natuur Netwerk (GNN) beoordeeld. De quickscan kan leiden tot uitvoeriger onderzoek of tot een advies voor mitigerende/compenserende maatregelen. 1.2 Beschrijving locatie en ingreep De projectlocatie betreft een perceel met bedrijfsbestemming aan de Ulftseweg 107 te Silvolde (afbeelding 1.1 & 1.2). De projectlocatie is volledig omgeven door agrarisch gebied (afbeelding 1.2) en ten noorden van het plangebied ligt het dorpje ‘Silvolde’ en ten zuidwesten het dorpje ‘Ulft’. De projectlocatie bestaat uit een woning en een schuur (afbeelding 1.1 en 1.3). Rondom het perceel zijn vooral weilanden aanwezig en direct ten zuiden van het perceel ligt een watergang gevolg door een ander erf. Het plangebied bestaat grotendeels uit verharding en bebouwing. T en westen van de woning is tuin aanwezig en ten oosten en noorden van de schuur is gras aanwezig. Verder staan er enkele bomen langs de west- en zuidkant en in de noordoosthoek van het perceel. De beoordeelde ingreep bestaat uit de verbouwing van de bebouwing.
De woning en bijbehorende schuur zullen behouden blijven maar worden volledig verbouwd en opnieuw ingericht (zie afbeelding 1.3 voor de nieuwe situatie). In de nieuwe situatie zullen daarnaast ook parkeerplaatsen worden gemaakt (afbeelding 1.3). De huidige beplanting/bomen blijven (zoveel mogelijk) behouden. Een planning van de werkzaamheden is nog niet bekend op het moment van schrijven. 1.3 Opzet onderzoek De ecologische quickscan bestaat uit een beknopt literatuuronderzoek (verspreidingsatlassen, NDFF, websites etc.), een veldbezoek en rapportage met bevindingen en advies. De locatie is op 18 november 2024 bezocht door B. Visser, ecoloog van adviesbureau De Slijpkruik Ecologie. Tijdens dit onderzoek is het terrein verkend op de (mogelijke) aanwezigheid van beschermde flora en fauna. Daarbij is in het bijzonder gelet op (mogelijke) verblijfplaatsen van jaarrond beschermde nestplaatsen van vogels, verblijfplaatsen van vleermuizen, sporen van marterachtigen en het daadwerkelijk voorkomen van beschermde soorten. Het locatiebezoek is onder halfbewolkte omstandigheden uitgevoerd bij een temperatuur van 6 0C. 1.4 Kwaliteitsborging Door de inzet van deskundigen op gebied van ecologie en landelijk geaccepteerde onderzoeks - methoden is de kwaliteit van het onderzoek zoveel mogelijk gewaarborgd. De Slijpkruik Ecologie B.V .
is kandidaat-lid van en hanteert de richtlijnen van het Netwerk Groene Bureaus (NGB), soort- inventarisatieprotocollen van het NGB en/of richtlijnen kennisdocumenten van BIJ12. T oetsing van de aanpak en uitwisseling van ervaringen met gemeenten, provincies en collega-onderzoekers vindt plaats op regelmatige basis. 1 ECOLOGISCH ADVIESBUREAU 5 Ecologische quickscan Ulftseweg 107 Silvolde 2 december 2024 Afbeelding 1.1: Kaart van het plangebied met de te verbouwen bebouwing (rode kader). Bron ondergrond: GoogleEarth, 2024. Afbeelding 1.2: Kaart met de globale ligging van de onderzoekslocatie (rode pointer) ten opzichte van Silvolde en Ulft. Bron ondergrond: GoogleEarth, 2024.
terras | BG 18 m2 | BG 18 m2 | terras 1e 21 m2vide | vide1e 21 m2 keuken 38 m2 mk tech. terras | BG 36 m21e 19 m2 | BG 30 m2 | terras 1e 19 m2 tech. mk mk tech. terras | BG 36 m2 | BG 30 m2 | terras 1e 19 m2 | 1e 19 m2 tech. mk mk tech. BG 36 m2 terras | 1e 19 m2 | BG 30 m21e 19 m2 | terras tech. mk mk tech. BG 36 m2 terras | 1e 19 m2 | BG 30 m21e 19 m2 | terras tech.mk mk tech. BG 35 m2 terras | 1e 17 m2 | BG 32 m2 | terras 1e 22 m2 tech.mk kaveloppervlakte2 +/-7.770 m berging berging berging berging 5 m2 | 5 m2 | 5 m2 | 5 m2 keuken terras | 39 m2 berging5 m2berging5 m2berging5 m2berging5 m2 bergingbergingbergingbergingbergingberging 4 m2 4 m2 4 m2 4 m2 4 m2 4 m2 ? | 12+7 bergingen? berging4 m2 | berging techniek | 4 m2 8 m2 berging berging4 m2 | 6 m2 | berging 4 m2 berging | berging | berging28 m2 4 m2 | 4 m2 berging 4 m2 | kelder | berging | berging 21 m2 | 4 m2 | 4 m2 berging berging4 m2 | berging | 4 m2 4 m2 N Mock Stone Ulftseweg 107 Silvolde | 000 Situatie gewijzigd Werknummer: | M015 | Gewijzigd: 16-07-2024 Fase: | SO | Gewijzigd: 02-10-2024 Schaal: | 1:200 | Gewijzigd: Getekend: | NS | Gewijzigd: Datum: | 30-04-2024 | Gewijzigd: Opdrachtgever:Mock Stone | Grotestraat 19, 7478 AA Diepenheim Geurinkstraat 1a | www.stns-ingenieurs.nl 7064 KN Silvolde | info@stns-ingenieurs.nlSt &S 0547 72 90 15 | ingenieurs Afbeelding 1.3: Tekening van de voorgenomen toekomstige
situatie. Bron: Opdrachtgever. 6 ECOLOGISCH ADVIESBUREAU 7 Ecologische quickscan Ulftseweg 107 Silvolde 2 december 2024 2 Soortenbescherming De natuurwetgeving binnen de Omgevingswet maakt onderscheidt tussen soort- en gebieds bescherming. Bij het onderdeel ‘soortenbescherming’ wordt de aanwezigheid van beschermde soorten en de beoordeling van een mogelijk (in)directe effect door de voorgenomen activiteiten op deze soorten behandeld. Als er sprake is van een mogelijk negatief effect, dan zijn vervolgstappen zoals aanvullend onderzoek en mogelijk planaanpassing nodig. 2.1 Broedvogels Vogels met jaarrond beschermde rust- en nestplaatsen categorie 1 Van een aantal vogelsoorten is het nest jaarrond beschermd, dus ook buiten het broedseizoen. Het gaat bijvoorbeeld om soorten die niet zelf hun nest bouwen, maar voor een belangrijk deel afhankelijk zijn van menselijke bebouwing. Daarnaast gaat het om soorten die jarenlang dezelfde locatie gebruiken of soorten waarvan het nest ook buiten de broedperiode in gebruik wordt genomen. Ook andere onderdelen van de leefomgeving die van belang zijn voor het functioneren van een jaarrond beschermde nestplaats zijn beschermd, zoals schuil- en slaapplekken van huismussen en jachtgebied van uilen en roofvogels.
Deze soorten worden opgedeeld in categorieën waarbij de nestplaatsen (en bijbehorende functionele leefomgeving) van categorie 1 soorten onder alle omstandigheden beschermd zijn. Huismussen Tijdens het veldbezoek zijn geen huismussen waargenomen. Huismussen hebben een sterke voorkeur voor nestplaatsen onder een pannendak en soms komen nestjes van huismussen ook op andere plekken onder de dakbedekking of in bebouwing voor. Het dak van de woning op het perceel is een pannendak die geschikt is als nestplaats voor huismussen (afbeelding 2.1 en 2.2). Er is voldoende ruimte onder de dakpannen aanwezig voor huismussen om te nestelen. Daarom is de aanwezigheid van jaarrond beschermde nestplaatsen in de te verbouwen bebouwing niet uitgesloten. Gierzwaluw Gierzwaluwen hebben hun nest in gebouwen, onder dakgoot, achter regenpijp, dakkapel, dakpan, of in een gat in de muur en ook wel in neststenen. De nestplaats moet voldoen aan een vrije aanvliegroute met een geschikte opening en gelijk daarachter een plateau voor het nest. Dergelijke structuren zijn niet aangetroffen in de bebouwing in het plangebied. De aanwezigheid van nesten van gierzwaluw is dan ook uitgesloten in het plangebied. Uilen Tijdens het veldbezoek is de bebouwing gecontroleerd op de geschiktheid voor nestplaatsen van kerkuil en steenuil.
Geschikte invliegopeningen en geschikte donkere nissen of hoeken die dienst kunnen doen als nestplaats zijn niet aangetroffen. De aanwezigheid van nesten van kerkuil en steenuil in de bebouwing in het plangebied is daarom uitgesloten. Roek Vanuit de NDFF zijn broedparen van roeken bekend op het perceel ten zuiden van het plangebied. Op dat perceel zullen geen werkzaamheden worden uitgevoerd als onderdeel van het voornemen. Vanwege de afstand tot deze nesten zijn effecten op deze broedparen van roek uitgesloten. Roofvogels en uilen De bomen rondom het perceel zijn geïnspecteerd en er zijn geen horsten, kraaiennesten of andere mogelijk jaarrond beschermde nesten waargenomen. Aanwezigheid van nestplaatsen van uilen of roofvogels is derhalve uitgesloten. Bovendien blijven alle bomen in en in de omgeving van het plangebied behouden. ECOLOGISCH ADVIESBUREAU 8 Ecologische quickscan Ulftseweg 107 Silvolde 2 december 2024 Voor andere soorten met jaarrond beschermde nesten uit categorie 1 is het plangebied gezien de aard van de bebouwing en ingreep op voorhand ongeschikt. Daarom is aanwezigheid van jaarrond beschermde nesten binnen de invloedssfeer van het plangebied uitgesloten. Effect: De aanwezigheid van jaarrond beschermde nestplaatsen van huismus in het plangebied is niet uitgesloten.
Als er werkzaamheden aan het dak van de woning plaatsvinden, kunnen nestplaatsen van huismus beschadigd, vernield of verstoord raken. Dan is dus vervolgonderzoek nodig naar de aanwezigheid van nestplaatsen van huismus. Effecten op andere vogelsoorten met jaarrond beschermde nesten uit categorie 1 zijn uitgesloten. Ten aanzien van deze andere soorten zijn geen vervolgacties nodig. Vogels categorie 2 (jaarrond beschermd nest tenzij... ) Broedvogels van categorie 2 zijn soorten waarvan de nestplaatsen (en bijbehorende functionele leefomgeving) jaarrond beschermd zijn tenzij er voldoende alternatieven in de omgeving aanwezig zijn. Deze vogels komen weliswaar vaak terug naar de plaats waar zij het jaar ervoor hebben gebroed of de directe omgeving daarvan, maar ze beschikken over voldoende flexibiliteit om, als de broedplaats verloren is gegaan, zich elders te vestigen. Deze soorten vragen in bepaalde gevallen extra onderzoek. Alle te verbouwen bebouwing is volledig geïnspecteerd en er zijn geen nesten aangetroffen. Het voorkomen van jaarrond beschermde nesten (van categorie 2 soorten) binnen het plangebied kan dus worden uitgesloten. Vervolgonderzoek is niet noodzakelijk. Wel dient rekening gehouden te worden met de zorgplicht die voor alle dieren en planten geldt. Effect: In de te verbouwen bebouwing en directe omgeving daarvan zijn geen nesten aangetroffen.
Ook zijn geen belangrijke onderdelen van de functionele leefomgeving van categorie 2-soorten aangetroffen. Negatieve effecten op categorie 2-broedvogels zijn uitgesloten. Overige broedvogels Vooral de bomen en beplanting aan de randen van het perceel zijn geschikt als broedlocatie voor algemene broedvogels, zoals onder andere merel en houtduif. Tijdens het veldbezoek zijn nesten van algemene broedvogels aangetroffen in het plangebied. Het gaat daarbij om nesten van kauwen in de boom direct naast de inrit (afbeelding 2.5). Nieuwe nesten kunnen in het broedseizoen voorkomen in de groenstructuren aan de randen van het perceel. Wanneer de werkzaamheden worden uitgevoerd tijdens het broedseizoen kunnen nesten beschadigd/vernietigd of verstoord worden waardoor ouders het nest permanent verlaten. Negatieve effecten op broedvogels zijn te voorkomen door met de werkzaamheden te starten buiten het broedseizoen. Het broedseizoen is geen vastgestelde periode, uitsluitend van belang is aanwezigheid van in gebruik zijnde nesten. Indicatief wordt vaak de periode half maart - half augustus gehanteerd omdat in deze periode de kans op broedgevallen het grootst is maar eerdere of latere broedgevallen (van met name houtduif) kunnen voorkomen.
Van de te verwachten overige broedvogels is het nest alleen beschermd in de periode dat het voor de voortplanting gebruikt wordt, ofwel vanaf de nestbouw totdat de jongen het nest permanent verlaten hebben. Laat bij werkzaamheden binnen het broedseizoen altijd een broedvogelcheck uitvoeren om verstoring van eventuele broedgevallen te voorkomen. ECOLOGISCH ADVIESBUREAU 9 Ecologische quickscan Ulftseweg 107 Silvolde 2 december 2024 2.2 Vleermuizen Alle in Nederland voorkomende vleermuissoorten zijn zwaar beschermd vanuit de Europese Habitatrichtlijn. Geschikte verblijfplaatsen zijn vaak beperkt beschikbaar. Door sloop, renovatie en bomenkap zijn de laatste decennia veel potentiële verblijfplaatsen verdwenen. Niet alleen verblijfplaatsen, maar ook lineair doorlopende landschapselementen waarlangs vleermuizen zich verplaatsen tussen slaapplek en foerageergebied (zogenaamde vliegroutes) en belangrijk foerageergebied zijn beschermd. Uit de omgeving van het plangebied zijn vanuit de NDFF waarnemingen bekend van vleermuizen in de omgeving van het plangebied. Het gaat daarbij om de soorten gewone dwergvleermuis en laatvlieger. Verblijfplaatsen Een aantal in Nederland voorkomende vleermuissoorten worden voornamelijk in gebouwen en holten en scheuren in bomen aangetroffen. Een voorwaarde is dat er geschikte (donkere en tochtvrije), toegankelijke ruimtes voor vleermuizen aanwezig zijn.
Alle bomen binnen en direct nabij het plangebied blijven behouden en er zijn geen holten of andere voor vleermuizen geschikte verblijfplaatsen aangetroffen in de bomen. De bebouwing in het plangebied is geïnspecteerd en daar zijn voor vleermuizen geschikte verblijfplaatsen aangetroffen. De te verbouwen gebouwen hebben een dubbelsteens muur met luchtspouw. Voor vleermuizen zijn er geschikte openingen aangetroffen waardoor vleermuizen in de spouw kunnen kruipen. Zo zijn er open stootvoegen aanwezig in het smallere, middelste deel (alleen aan de zuidkant) van de bebouwing (afbeelding 2.9 en 2.10) en er zijn openingen aanwezig onder de dakrand van de schuur. Daarbij gaat het om de zuidelijke en oostelijke muren (afbeelding 2.6 - 2.8). Verder is de rest van de bebouwing ook geïnspecteerd en er zijn geen andere kieren of openingen aangetroffen waardoor vleermuizen de spouw kunnen bereiken. Ook is de te slopen bebouwing helemaal geïnspecteerd op andere mogelijke openingen/verblijfplaatsen maar deze bleken niet aanwezig te zijn. De aangetroffen openingen en de ruimte erachter zijn geschikt als zomer-, kraam-, paar-, of winterverblijfplaats voor de soorten gewone dwergvleermuis, ruige dwergvleermuis en laatvlieger. Effect: Er zijn geschikte verblijfplaatsen voor vleermuizen aanwezig in het plangebied.
Overtreding van verbodsbepalingen uit de Omgevingswet betreffende verblijfplaatsen van vleermuizen als gevolg van de werkzaamheden is daarom niet uitgesloten. Nader onderzoek naar genoemde soorten en functies is noodzakelijk. Foerageergebied en vliegroutes Het perceel is matig geschikt als foerageergebied voor vleermuizen, omdat er opgaande begroeiing in de tuin en bomen aan de rand van het perceel aanwezig zijn. Omdat het om een relatief klein oppervlakte gaat, is het geen essentieel foerageergebied. De bomen en beplanting zullen bovendien behouden blijven waardoor geen negatief effect is te verwachten op foerageergebied van vleermuizen. Nader onderzoek naar foerageergebied van vleermuizen is daarom niet nodig. Wel dient (tijdelijke) lichtverstoring van foerageergebied gedurende de werkzaamheden en in de toekomstige situatie voorkomen te worden. Dit kan gedaan worden door uitsluitend overdag te werekn of door lichtuitstraling richting de bomen te voorkomen. Er zijn geen doorlopende lijnvormige structuren in de vorm van bomenrijen aanwezig in of nabij het plangebied. Daarmee is de aanwezigheid van vaste vliegroutes van vleermuizen in of nabij het plangebied uitgesloten. ECOLOGISCH ADVIESBUREAU 10 Ecologische quickscan Ulftseweg 107 Silvolde 2 december 2024 Effect: Er is geen essentieel foerageergebied aanwezig in het plangebied.
De bomen in en rondom het plangebied blijven behouden en lichtverstoring van deze bomen dient voorkomen te worden. Verder zijn er geen doorlopende lijnvormige structuren aanwezig die dienst kunnen doen als vliegroute voor vleermuizen. Nader onderzoek naar foerageergebied en vliegroutes van vleermuizen is vanwege voorgaande niet nodig. 2.3 Overige zoogdieren Onder “grondgebonden zoogdieren” worden hier bedoeld alle zoogdieren met uitzondering van vleermuizen. Dit zijn knaagdieren, haasachtigen, insecteneters en marters. In de omgeving komen grondgebonden zoogdieren voor volgens de NDFF. Marterachtigen Het plangebied is niet geschikt als vaste rust- of verblijfplaats voor boommarter, steenmarter of kleine marterachtigen (bunzing, wezel en hermelijn). Steenmarter (en kleine marterachtigen) heeft zijn verblijfplaats vaak in donkere ruimten in bebouwing of in houtstapels. De bebouwing is geïnspecteerd op geschikte plekken en sporen (krabsporen, afgebeten veren en eierschalen). Deze zijn niet aangetroffen. Er zijn daarnaast ook geen geschikte openingen waardoor marterachtigen binnen kunnen komen. Marterachtigen kunnen houtstapels ook gebruiken als verblijfplaats maar er zijn geen houtstapels aangetroffen in het plangebied. Boommarter heeft zijn verblijfplaats vooral in holten in bomen.
Alle bomen zijn geïnspecteerd en er zijn geen geschikte holten die dienst kunnen doen als verblijfplaats voor boommarter aangetroffen. Daarmee zijn verblijf- of rustplaatsen van marterachtigen in het plangebied uitgesloten. Het plangebied is niet geschikt als leefgebied voor marterachtigen doordat er geen ruigte of houtwal/struweel aanwezig is in het plangebied. Nader onderzoek naar marterachtigen is niet nodig vanwege voorgaande. Bever en otter Er zijn tijdens het veldbezoek geen beverburchten, of sporen van bever en otter aangetroffen in het plangebied. Er loopt een watergang direct ten zuiden van het plangebied die de genoemde soorten kunnen gebruiken als leefgebied. Het plangebied betreft op voorhand geen leefgebied voor genoemde soorten omdat het plangebied vooral uit bebouwing en verharding bestaat, wat niet voldoet aan de habitat-eisen van bever en otter. De aanwezigheid van deze soorten in het plangebied is daarmee uitgesloten. Eekhoorn Tijdens het veldbezoek zijn geen eekhoornnesten aangetroffen in en rondom het plangebied. De bomen rondom het perceel blijven behouden waardoor er geen effect te verwachten is op mogelijk leefgebied van eekhoorn. Vervolgonderzoek naar eekhoorn is daarom niet nodig. Geschikte verblijfplaatsen voor andere beschermde zoogdieren (zonder vrijstelling) ontbreken binnen het plangebied.
Het voorkomen van soorten als konijn, haas en egel is niet geheel uit te sluiten. Voor deze soorten geldt een provinciale vrijstelling bij ruimtelijke ontwikkelingen. Wel geldt voor deze en alle andere in het wild levende dieren de algemene zorgplicht. Algemene kleine zoogdiersoorten zoals veldmuis, aardmuis, huismuis, rosse woelmuis, huisspitsmuis en bruine rat kunnen ook voorkomen in de omgeving van het onderzoeksgebied. Voor deze soorten geldt eveneens een provinciale vrijstelling bij ruimtelijke ontwikkeling. Effect: Binnen het plangebied zijn geen geschikte verblijfplaatsen aanwezig voor beschermde grondgebonden zoogdieren. Ook is geen sprake van effecten op essentieel leefgebied door de aard van het plangebied (vooral bebouwing en verharding) en doordat de beplanting en bomen aan de rand van het perceel behouden blijven. Daarom is nader onderzoek naar deze soortgroep niet nodig. De overige soorten die te verwachten zijn binnen het plangebied, zijn vrijgesteld of niet beschermd of er zijn geen effecten te verwachten op deze soorten. Aangaande deze soorten zal zorgvuldig handelen met inachtneming van de zorgplicht voldoende zijn. ECOLOGISCH ADVIESBUREAU 11 Ecologische quickscan Ulftseweg 107 Silvolde 2 december 2024 2.4 Amfibieën Tijdens het veldbezoek zijn geen beschermde amfibieën waargenomen. Vanuit de NDFF zijn waarnemingen bekend van een paar beschermde amfibieën.
Het gaat dan om een aantal algemeen voorkomende soorten waarvoor een provinciale vrijstelling geldt bij ruintelijke ingrepen (bruine kikker, gewone pad, groene kikker en kleine watersalamander). Er is geen permanent oppervlaktewater aanwezig in het plangebied. Daarmee is voortplantingswater voor de genoemde soorten niet aanwezig. Wel kan het plangebied wellicht sporadisch aangedaan worden als landhabitat door algemeen voorkomende genoemde soorten vanwege de aanwezigheid van de watergang ten zuiden van het plangebied. De verharding en bebouwing zijn niet geschikt als landhabitat maar de tuin en rand van het perceel met beplanting en bomen kunnen deze functie wellicht wel vervullen. Deze tuin, beplanting en bomen blijven zoveel mogelijk bestaan, waardoor mogelijk landhabitat voor algemeen voorkomende soorten behouden blijft. Effect: Amfibieënsoorten die te verwachten zijn betreffen algemeen voorkomende soorten waarvoor een provinciale vrijstelling geldt bij ruimtelijke ingrepen. Bovendien blijft de tuin, beplanting en bomen (wat mogelijk dienst kan doen als landhabitat) behouden. Nader onderzoek naar deze soortgroep is daarom niet nodig. Wel is de algemene zorgplicht van toepassing. 2.5 Vissen Vanuit de NDFF zijn geen waarnemingen bekend van beschermde vissoorten in de omgeving van het plangebied. Er is geen oppervlaktewater aanwezig in het plangebied.
Aanwezighied van en effecten op (beschermde) vissen is daarom uitgesloten. Nader onderzoek naar deze soortgroep is niet nodig. 2.6 Vaatplanten Vanuit de NDFF zijn geen waarnemingen bekend van beschermde vaatplanten in de omgeving van het plangebied gedurende de afgelopen 5 jaar. Tijdens het veldbezoek zijn ook geen beschermde planten waargenomen. De directe omgeving van het plangebied bestaat voornamelijk uit weiland met engels raaigras. Dit is een indicatie van een zeer voedselrijke bodem. Het plangebied zelf bestaat vooral uit verharding en bebouwing. Het plangebied is dus niet geschikt om geschikt biotoop te vormen voor beschermde/bijzondere flora. Het plangebied voldoet daarom niet aan de eisen die beschermde vaatplanten aan hun leefgebied stellen. Aanwezigheid van beschermde planten is daarom uitgesloten. Effect: Binnen het plangebied zijn geen beschermde of bijzondere plantensoorten aangetroffen. Geschikte omstandigheden voor bijzondere vegetatie ontbreken. Effecten op beschermde planten zijn uitgesloten, nader onderzoek is niet nodig. 2.7 Overige soortgroepen (reptielen en ongewervelden) Vanuit de NDFF is in de laatste 5 jaar een waarneming bekend van overige soortgroepen in de omgeving van het plangebied. Het gaat daarbij om een waarneming van de nachtvlinder teunisbloempijlstaart.
Deze vlinder komt vooral voor op open plekken in vochtige bossen, bosranden en warme open plaatsen. De waardplanten voor deze soort zijn wilgenroosje, teunisbloem, basterdwederik en kattenstaart. Dergelijk habitat of waardplanten zijn niet aanwezig in het plangebied en daarmee is de aanwezigheid van de soort teunisbloempijlstaart in het plangebied uitgesloten. Het plangebied voldoet verder niet aan de eisen die beschermde soorten uit overige soortgroepen stellen aan hun leefomgeving. Het voorkomen van dergelijke soorten is daarmee uitgesloten. Verder is het niet waarschijnlijk dat algemeen voorkomende soorten libellen of vlinders voorkomen binnen het plangebied. Nader onderzoek naar genoemde soortgroepen is niet noodzakelijk. ECOLOGISCH ADVIESBUREAU 12 Ecologische quickscan Ulftseweg 107 Silvolde 2 december 2024 2.8 Algemeen • T en aanzien van alle flora en fauna (beschermd of niet beschermd) geldt dat men zich dient te houden aan de algemene zorgplicht. Dit houdt in dat nadelige gevolgen voor flora en fauna naar redelijkheid zoveel mogelijk voorkomen moeten worden. • Wanneer tijdens werkzaamheden toch beschermde soorten worden aangetroffen, dienen werkzaamheden tijdelijk te worden stilgelegd en moet contact opgenomen worden met een deskundige (volgens omschrijving van het Ministerie van EZ) op het gebied van flora en fauna.
Overleg met de deskundige moet duidelijk maken hoe met de ontstane situatie kan worden omgegaan. ECOLOGISCH ADVIESBUREAU 13 Ecologische quickscan Ulftseweg 107 Silvolde 2 december 2024 Gebiedsbescherming Bij het onderdeel ‘gebiedsbescherming’ wordt de aanwezigheid van beschermde natuurgebieden en een verkennende beoordeling van een mogelijk effect door de voorgenomen activiteiten op deze gebieden behandeld. Het gaat daarbij om Natura 2000-gebieden en provinciaal beschermde gebieden waaronder het Gelders Natuurnetwerk en Groene Ontwikkelingszone. Als er sprake is van een mogelijk negatief effect, dan zijn vervolgstappen zoals aanvullend onderzoek en mogelijk planaanpassing nodig. 3.1 Gelders Natuurnetwerk (GNN) Het Gelders Natuurnetwerk (GNN) ligt op 670 meter ten westen en op 1,1 kilometer ten noordwesten van het plangebied (afbeelding 3.1). De Groene Ontwikkelingszone (GO) ligt op ongeveer dezelfde afstanden van het plangebied (afbeelding 3.1). Het plangebied ligt dus niet in GNN of GO en ook niet in andere provinciaal beschermde gebieden (afbeelding 3.1). In het Gelders Natuurnetwerk is het ruimtelijke beleid gericht op behoud en ontwikkeling van kernkwaliteiten. Voorgenomen ingrepen worden getoetst aan het ‘nee, tenzij’ principe.
Indien voorgenomen werkzaamheden significant negatieve gevolgen hebben voor de kernkwaliteiten of ontwikkelingsdoelen van het deelgebied kunnen deze alleen plaatsvinden indien de nadelige gevolgen worden gemitigeerd en de resterende schade gecompenseerd. Gezien voorgenomen ontwikkelingen binnen het plangebied en de afstand tot het GNN is een negatief extern effect op kernkwaliteiten en ontwikkelingsdoelen van GNN uitgesloten. Het uitvoeren van een ‘Nee, tenzij’-toets is niet aan de orde. 3 Afbeelding 3.1: Dichtstbijzijnde afstand van het plangebied (rode stip) tot Gelders Natuurnetwerk (GNN) (donkergroen, 670 m) en Groene ontwikkelingszone (GO) (lichtgroen). Bron: Webkaart provincie Gelderland, 2024. 1,1 km1,1 km 670 m670 m ECOLOGISCH ADVIESBUREAU 14 Ecologische quickscan Ulftseweg 107 Silvolde 2 december 2024 Afbeelding 3.2: Afstand van het plangebied (rode stip) tot Natura 2000-gebied ‘NSG Hetter-Millinger Bruch, mit Erweiterung’ (minimaal 6,3 km). Bron: AERIUS calculator, 2024. 3.2 Natura 2000 Het dichtsbijzijnde Natura 2000-gebied ‘NSG Hetter-Millinger Bruch, mit Erweiterung’, ligt op minimaal 6,3 kilometer ten zuiden van het plangebied (afbeelding 3.2). Andere Natura 2000-gebieden liggen op meer dan 10 kilometer afstand van het plangebied.
Het plangebied heeft geen landschappelijke binding met het Natura 2000-gebied omdat er agrarische percelen en het dorp Ulft tussen liggen. Gezien de voorgenomen activiteiten, toekomstige inrichting en de afstand tot het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied zijn directe negatieve effecten (geluid, licht, trillingen etc.) door de gewenste ontwikkelingen en het toekomstige gebruik van het plan gebied op aangewezen habitattypen en soorten van nabijgelegen Natura 2000-gebieden op voorhand uitgesloten. Gezien de aard en schaal van het project is de kans op negatieve effecten door stikstof niet waarschijnlijk. Desondanks kan bevoegd gezag vragen om een stikstofberekening. Voer dan een stikstofberekening uit in Aerius Calculator. 3.3 Beschermde houtopstanden Buiten de bebouwde kom zijn houtopstanden van meer dan 10 are of bomenrijen bestaande uit meer dan 20 bomen beschermd door de provincie. De kap van bomen binnen zo’n structuur is niet toegestaan zonder toestemming van de provincie. Het plangebied ligt buiten de bebouwde kom maar er worden geen bomen gekapt. Er is daarom op voorhand geen sprake van aantasting van beschermde houtopstanden zoals beschreven in afdeling 11.3 van het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal). Er zijn geen vervolgacties nodig ten aanzien van beschermde houtopstanden.
ECOLOGISCH ADVIESBUREAU 15 Ecologische quickscan Ulftseweg 107 Silvolde 2 december 2024 4 Specifieke zorgplicht In dit hoofdstuk worden de bevindingen beschreven met betrekking tot soorten van de Rode Lijst die binnen het plangebied zijn aangetroffen of waarvan waarnemingen bekend zijn uit de omgeving. In dit hoofdstuk worden enkel de soorten beschreven die op de Rode Lijst als ten minste ‘kwetsbaar’ zijn beoordeeld en waarvoor het plangebied een wezenlijke functie heeft. Voor soorten van de Rode Lijst waarvoor een wezenlijk negatief effect te verwachten is door toedoen van de geplande werkzaamheden, wordt beschreven op welke manier aan de specifieke zorgplicht kan worden voldaan door aanpassing van de werkwijze, het implementeren van maatregelen om negatieve effecten te voorkomen of door het bieden van compenserende voorzieningen. 4.1 Resultaten en effectbeoordeling Vaatplanten Vanuit de NDFF zijn waarnemingen bekend van plantensoorten van de Rode Lijst in de omgeving van het plangebied in de afgelopen 5 jaar. Soorten van de rode lijst zijn niet aangetroffen tijdens het veldbezoek. Voor Rode Lijst soorten ontbreken geschikte groeiplaatsen in het plangebied doordat het plangebied vooral bestaat uit bebouwing, verharding gazon en tuin. Daarnaast wordt alle agrarische percelen rondom het plangebied intensief beheerd.
Indien tijdens de werkzaamheden soorten van de rode lijst toch worden waargenomen, dienen deze te worden ontzien of met groeiplaats en al te worden verplant. Broedvogels Voor vogelsoorten van de Rode Lijst die in de omgeving voorkomen geldt dezelfde effectbeoordeling als voor algemene broedvogels (zie paragrafen 2.1). Het plangebied is deels geschikt als broedlocatie voor vogels van de Rode Lijst (vooral de bomen en beplanting aan de randen van het perceel). Wanneer werkzaamheden worden uitgevoerd tijdens het broedseizoen kunnen nesten worden beschadigd/vernietigd of verstoord worden waardoor broedzorg gestaakt kan worden. Negatieve effecten op broedvogels zijn te voorkomen door met de werkzaamheden te starten buiten het broedseizoen. Het broedseizoen is geen vastgestelde periode, uitsluitend van belang is aanwezigheid van in gebruik zijnde nesten. Indicatief wordt vaak de periode half maart - half augustus gehanteerd omdat in deze periode de kans op broedgevallen het grootst is maar eerdere of latere broedgevallen van met name houtduif kunnen voorkomen. Van de te verwachten broedvogels is het nest alleen beschermd in de periode dat het voor de voortplanting gebruikt wordt, ofwel vanaf de nestbouw totdat de jongen het nest permanent verlaten hebben.
Laat bij werkzaamheden binnen het broedseizoen altijd een broedvogelcheck uitvoeren om verstoring van eventuele broedgevallen te voorkomen. Zoogdieren Uit de omgeving zijn waarnemingen bekend van zoogdieren van de Rode Lijst. In paragraaf 2.3 zijn de overige zoogdieren al behandeld. De aanwezigheid van niet-vrijgestelde, beschermde zoogdieren in het plangebied is uitgesloten en er zijn daarom geen maatregelen noodzakelijk ten aanzien van deze soorten. Vrijgestelde soorten kunnen wel voorkomen (vooral in de randen van het perceel). Deze randen met beplanting en bomen blijven behouden. Wel is het belangrijk om geen bouwmateriaal of materieel op te slaan/neer te zetten in deze randen. Korstmossen Korstmossen die op de Rode Lijst staan, komen voor op (oude) steen-/rotsachtige structuren of op oude (laan) bomen. Binnen het plangebied zijn dergelijke geschikte structuren niet aanwezig. Verder betreffen de bomen in en rond het plangebied geen bekende groeilocaties van korstmossen van de Rode Lijst. Ook zijn de bomen geen typische, omvangrijke, of oude exemplaren, waardoor aanwezigheid van zeldzame korstmossen zeer onwaarschijnlijk wordt geacht. Vanwege voorgaande redenen is een negatief effect op korstmossen van de Rode Lijst door het voornemen binnen het plangebied uitgesloten.
ECOLOGISCH ADVIESBUREAU 16 Ecologische quickscan Ulftseweg 107 Silvolde 2 december 2024 Insecten Binnen het plangebied zijn kruidenrijke bermen, (bloemrijke) akkerranden niet aanwezig. De geschiktheid van het plangebied voor insecten wordt daarmee op voorhand beperkt geacht. Voor zeldzame insecten van de Rode Lijst die in de omgeving voor kunnen komen, zoals soorten wilde bijen en kokerjuffers is het plangebied geen onderdeel van leefgebied. Er wordt daarom geen wezenlijk negatief effect verwacht op insecten van de Rode Lijst die als ten minste ‘kwetsbaar’ zijn beoordeeld. Overige soorten Voor overige soorten van de Rode Lijst waarvan waarnemingen bekend zijn uit de omgeving (mossen, zwammen, weekdieren) heeft het plangebied geen functie of wordt geen negatief effect verwacht door toedoen van de geplande werkzaamheden. 4.2 Maatregelen zorgplicht Het merendeel van de werkzaamheden vindt plaats op bebouwing en verharding waar de kans op aantreffen van soorten van de Rode Lijst zeer gering is. Er wordt daarom geen wezenlijk negatief effect verwacht op de meeste soorten van de Rode Lijst die in de omgeving voorkomen en die als ten minste ‘kwetsbaar’ zijn beoordeeld.
De volgende maatregelen gelden voor algemene soorten zoals beschreven in het voorgaande hoofdstuk: • Start werkzaamheden bij voorkeur buiten het broedseizoen, zodat de kans op verstoring van broedgevallen zoveel mogelijk wordt beperkt. Indien werkzaamheden worden gestart in het broedseizoen (grofweg tussen maart en augustus), laat dan een broedvogelcheck uitvoeren door een broedvogeldeskundige. Indien broedende vogels worden aangetroffen moeten werkzaamheden worden uitgesteld of moeten mitigerende maatregelen (bijv. een verstoringsvrije zone rondom het nest) worden getroffen om verstoring te voorkomen. ECOLOGISCH ADVIESBUREAU 17 Ecologische quickscan Ulftseweg 107 Silvolde 2 december 2024 5 Conclusies en aanbevelingen Vanuit de resultaten van de onderdelen ‘soortenbescherming’, ‘gebiedsbescherming’ en ‘houtopstanden’ worden conclusies getrokken. Aan de hand van deze conclusies worden aanbevelingen gedaan. Dit kan wijziging van de plannen en/of nader(e) onderzoek(en) inhouden. 5.1 Overzicht van de bevindingen Soortbescherming Aanwezig Effect Overtreding OW Nader onderzoek Vervolgacties Flora - beschermde soorten Nee Geen Nee Nee Geen Vogels - jaarrond beschermde nesten Mogelijk Mogelijk Mogelijk Ja Bij werkzaamheden aan het dak van de woning dient vervolgonderzoek naar huismus plaats te vinden om de aanwezigheid van nesten van deze soort uit te sluiten of aan te tonen.
Vogels - overige broedvogels Mogelijk Mogelijk Mogelijk Nee Geen werkzaamheden binnen invloedssfeer bezette nesten uitvoeren. Bij start in de periode 15 maart - 15 augustus afstemming met broedvogeldeskundige om te bepalen of werkzaamheden kunnen plaatsvinden ivm mogelijke nesten. Vleermuizen - verblijfplaatsen Mogelijk Mogelijk Mogelijk Ja Vervolgonderzoek naar verblijfplaatsen van gewone dwergvleermuis, ruige dwergvleermuis en laatvlieger is noodzakelijk. Het gaat dan om de functies zomer-, kraam-, paar- en winterverblijfplaats. Vooral de zuid- en oostkant van de schuur is geschikt. Vleermuizen -essentieel foerageergebied Nee Geen Nee Nee Geen Vleermuizen - vliegroutes Nee Geen Nee Nee Geen Overige zoogdieren - beschermd Nee Geen Nee Nee Geen Overige zoogdieren - vrijgesteld Mogelijk Geen Nee Nee Zorgplicht Amfibieën - vrijgestelde soorten Mogelijk Geen Nee Nee Zorgplicht Overige beschermde soorten Nee Geen Nee Nee Geen Gebiedsbescherming Aanwezig Effect Vergunning nodig Nader onderzoek Vervolgacties Gelders Natuurnetwerk en andere provinciaal beschermde gebieden Nee Nee Nee Nee Geen Natura 2000 m.u.v. stikstof Nee Nee Nee Nee Geen Natura 2000 - stikstof n.v.t. Mogelijk Mogelijk Mogelijk Voer een stikstofberekening uit als bevoegd gezag erom vraagt.
Houtopstanden Aanwezig Effect Vergunning nodig Meldingsplicht Vergunning nodig? Beschermde houtopstand Nee Nee Nee Nee Nee ECOLOGISCH ADVIESBUREAU 18 Ecologische quickscan Ulftseweg 107 Silvolde 2 december 2024 5.2 Conclusies en aanbevelingen 5.2.1 Soortenbescherming Vogels - jaarrond beschermde nesten • De aanwezigheid van jaarrond beschermde nesten van huismus binnen het plange bied (pannendak woning) is niet uitgesloten. Bij werkzaamheden aan het dak zijn effecten daarmee ook niet uitgesloten. Dan is vervolgonderzoek naar huismussen noodzakelijk. De aanwezigheid van andere jaarrond beschermde nesten binnen het plangebied is uitgesloten. Vervolgonderzoek naar andere jaarrond beschermde nesten is niet nodig. Vogels - algemene broedvogels • Tijdens het broedseizoen kunnen nesten van algemene broedvogels in en rondom het plangebied verstoord, beschadigd of vernield worden. Voer werkzaamheden die kunnen leiden tot het vernielen of verstoren van nesten buiten het broedseizoen uit. Het broedseizoen is geen vaste periode maar voor de meeste soorten is de periode half maart - half augustus een goede indicatie. Eerdere of latere broedgevallen zijn niet uitgesloten, met name van duiven. Bezette nesten zijn altijd beschermd, ongeacht de soort of periode. Vleermuizen • Binnen het plangebied zijn geschikte verblijfplaatsen voor vleermuizen aangetroffen.
De werkzaamheden leiden tot het overtreden van een verbodsbepaling ten aanzien van verblijfplaatsen van vleermuizen. Er is daarom nader onderzoek nodig naar verblijfplaatsen voor vleermuizen. Het gaat daarbij vooral om de zuid- en oostkant van de schuur. De soorten gewone dwergvleermuis, ruige dwergvleermuis en laatvlieger en de functies zomer-, kraam-, paar- en winterverblijfplaats dienen onderzocht te worden. • Er is geen sprake van doorlopende lijnvormige structuren in de vorm van bomenrijen die dienst kunnen doen als vliegroute voor vleermuizen. Daarnaast is mogelijk niet-essentieel geschikt foerageergebied aanwezig vanwege de bomen rondom het perceel. Vervolgonderzoek naar vliegroutes en foerageergebied is niet noodzakelijk omdat de bomen behouden blijven en geen negatief effect te verwachten is. Wel dient vanuit de zorgplicht onnodige lichtverstoring van eventueel foerageergebied en vliegroutes voorkomen te worden. Dit kan door alleen overdag te werken en tijdens de toekomstige situatie uitstraling van eventuele bouwlampen, buitenverlichting en straatverlichting naar boven te voorkomen. Gebruik bijvoorbeeld afschermende armaturen, beperk de verlichtingshoogte tot maximaal 3 meter, gebruik ‘batlampen’ en plaats niet meer verlichting dan nodig.
Zoogdieren - gebouwbewoond en grondbewoond • Het plangebied kan worden gebruikt als leefgebied door algemeen voorkomende soorten zoals bijvoorbeeld konijn, haas, egel en muizen. Voor deze soorten geldt een provinciale vrijstelling en is geen nader onderzoek nodig. Overige soorten • Nader onderzoek naar overige beschermde soorten is niet aan de orde. Houdt wel rekening met de algemene zorgplicht die geldt voor alle flora en fauna, beschermd of niet. ECOLOGISCH ADVIESBUREAU 19 Ecologische quickscan Ulftseweg 107 Silvolde 2 december 2024 t.a.v. zorgplicht en calamiteiten • T en aanzien van álle flora en fauna (beschermd of niet beschermd) geldt de ‘ Algemene zorgplicht’. Dit houdt in dat nadelige gevolgen voor flora en fauna naar redelijkheid zoveel mogelijk voorkomen moeten worden en dat er ‘met zorg voor de natuur’ gewerkt dient te worden. • Worden er tijdens de werkzaamheden toch beschermde soorten aangetroffen, leg dan het werk tijdelijk stil en neem contact op met een deskundige (volgens omschrijving van het Ministerie van EZ) op het gebied van flora en fauna. Overleg met de deskundige en bevoegd gezag moet in dat geval duidelijk maken hoe met de ontstane situatie kan worden omgegaan. 5.2.2 Gebiedsbescherming • De locatie ligt buiten het GNN, de GO en andere provinciaal beschermde gebieden.
De activiteiten zullen niet leiden tot aantasting van kernkwaliteiten of doelstellingen van provinciaal beschermde gebieden. Een ‘nee, tenzij’-toets is daarom niet aan de orde. • De ontwikkelingen voortvloeiend uit het voornemen leiden gezien de aard van het project niet tot effecten op doelstellingen of kernkwaliteiten van beschermde natuurgebieden (Natura 2000). Nadere toetsing naar effecten op aangewezen doelsoorten voor Natura 2000-gebieden zijn niet aan de orde. • Gezien de aard van de ingreep en de afstand tot het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied is de kans op negatieve effecten door stikstof op Natura 2000-gebieden niet waarschijnlijk. Desondanks kan bevoegd gezag om een stikstofberekening vragen. Voer in dat geval een stikstofberekening met behulp van Aerius Calculator uit om te bepalen of er sprake is van vergunningplicht ten aanzien van het aspect stikstof. 5.2.3 Houtopstanden • Er worden geen houtopstanden gekapt die onder de Omgevingswet beschermd zijn.
ECOLOGISCH ADVIESBUREAU 20 Ecologische quickscan Ulftseweg 107 Silvolde 2 december 2024 Literatuurlijst NDFF, 2024, Verspreidingsatlas, Opgehaald van https://ndff-ecogrid.nl, geraadpleegd op 02-12- 2024 Google Earth, 2024, Opgehaald van https://earth.google.com/web/, geraadpleegd op 02-12-2024 Webkaart provincie Gelderland, 2024, Opgehaald van https://gelderland.maps.arcgis.com/apps/ dashboards/c7b302b57c1b4ba4861cf95ca71eefa4 geraadpleegd op 02-12-2024 AERIUS-calculator, 2024, Opgehaald van https://calculator.aerius.nl/wnb/ geraadpleegd op 02-12- 2024 ECOLOGISCH ADVIESBUREAU 21 Ecologische quickscan Ulftseweg 107 Silvolde 2 december 2024 Bijlage 1 Relevant kaartmateriaal Afbeelding 1.1: Kaart van het plangebied met de te verbouwen bebouwing (rode kader). Bron ondergrond: GoogleEarth, 2024. Afbeelding 1.2: Kaart met de globale ligging van de onderzoekslocatie (rode pointer) ten opzichte van Silvolde en Ulft. Bron ondergrond: GoogleEarth, 2024.
terras | BG 18 m2 | BG 18 m2 terras 1e 21 m2vide | vide1e 21 m2 keuken 38 m2 mk tech. terras | BG 36 m21e 19 m2 | BG 30 m2 | terras 1e 19 m2 tech. mk mk tech. terras | BG 36 m2 | BG 30 m2 | terras 1e 19 m2 | 1e 19 m2 tech. mk mk tech. BG 36 m2 terras | 1e 19 m2 | BG 30 m21e 19 m2 | terras tech. mk mk tech. BG 36 m2 terras | 1e 19 m2 | BG 30 m21e 19 m2 | terras tech.mk mk tech. BG 35 m2 terras | 1e 17 m2 | BG 32 m2 | terras 1e 22 m2 tech.mk kaveloppervlakte2 +/-7.770 m berging berging berging berging 5 m2 | 5 m2 | 5 m2 | 5 m2 keuken terras | 39 m2 berging5 m2berging5 m2berging5 m2berging5 m2 bergingbergingbergingbergingbergingberging 4 m2 4 m2 4 m2 4 m2 4 m2 4 m2 ? | 12+7 bergingen? berging4 m2 | berging techniek | 4 m2 8 m2 berging berging4 m2 | 6 m2 | berging 4 m2 berging | berging | berging28 m2 4 m2 | 4 m2 berging 4 m2 | kelder | berging | berging 21 m2 | 4 m2 | 4 m2 berging berging4 m2 | berging | 4 m2 4 m2 N Mock Stone Ulftseweg 107 Silvolde | 000 Situatie gewijzigd Werknummer: | M015 | Gewijzigd: 16-07-2024 Fase: | SO | Gewijzigd: 02-10-2024 Schaal: | 1:200 | Gewijzigd: Getekend: | NS | Gewijzigd: Datum: | 30-04-2024 | Gewijzigd: Opdrachtgever:Mock Stone | Grotestraat 19, 7478 AA Diepenheim Geurinkstraat 1a | www.stns-ingenieurs.nl 7064 KN Silvolde | info@stns-ingenieurs.nlSt &S 0547 72 90 15 | ingenieurs Afbeelding 1.3: Tekening van de voorgenomen toekomstige situatie.
Bron: Opdrachtgever. 22 ECOLOGISCH ADVIESBUREAU 23 Ecologische quickscan Ulftseweg 107 Silvolde 2 december 2024 Afbeelding 2.2: Overzichtsfoto van de woning vanaf de oostkant. Ruimte voor huismussen onder de dakpannen. Afbeelding 2.1: Overzichtsfoto van de woning vanaf de westkant. Ruimte voor huismussen onder de dakpannen. Afbeelding 2.4: Overzichtsfoto van de noordkant van de schuur. Afbeelding 2.3: Overzichtsfoto van de zuidkant van de schuur. Afbeelding 2.6: De zuidkant van de schuur. Onder de dakrand zijn er openingen aanwezig waardoor vleermuizen in de spouw kunnen kruipen. Afbeelding 2.5: De boom met kauwen(nesten) erin. Bijlage 2 Sfeerimpressie van het plangebied ECOLOGISCH ADVIESBUREAU 24 Ecologische quickscan Ulftseweg 107 Silvolde 2 december 2024 Afbeelding 2.8: Een dilatatievoeg in de schuur die toegankelijk is voor vleermuizen. Afbeelding 2.7: De oostkant van de schuur. Onder de dakrand zijn er openingen aanwezig waardoor vleermuizen in de spouw kunnen kruipen. Afbeelding 2.10: Open stootvoegen aan de zuidelijke kant van het middelste, smallere deel van de bebouwing. Afbeelding 2.9: Open stootvoegen aan de zuidelijke kant van het middelste, smallere deel van de bebouwing.
ECOLOGISCH ADVIESBUREAU 25 Ecologische quickscan Ulftseweg 107 Silvolde 2 december 2024 Bijlage 3 Samenvatting wettelijk kader Bij een ecologische quickscan wordt de ingreep door ons getoetst aan de huidige natuurwetgeving, de omgevingswet. In deze bijlage vindt u een korte samenvatting van deze wetgeving. 1. Omgevingswet in het kort De Omgevingswet (OW) is de huidige wetgeving in de Nederlandse wet die bescherming van natuurgebieden reguleert. De wet vervangt sinds 1 januari 2024 de Wet natuurbescherming, die in 2017 werd ingevoerd als samenvoeging van de daarvoor geldende natuurwetten: de Flora- en Faunawet voor dier- en plantensoorten, de Natuurbeschermingswet voor natuurgebieden en landschappen, en de Boswet voor bos- en houtopstanden. Deze wetten zijn destijds samenge - voegd om de wetgeving omtrent natuurbescherming duidelijker en overzichtelijker te maken. De nieuwe omgevingswet regelt zowel de bescherming van natuurgebieden als dat van individuele soorten en bijbehorende habitats. 2. Zorgplicht In afdeling 1.3 van de OW wordt de algemene zorgplicht uitgewerkt. In deze zorgplicht is bepaald dat iedereen zorg draagt voor natuurgebieden, planten, en dieren.
Artikel 1.7(a) van de OW luidt als volgt: Een ieder die weet of redelijkerwijs kan vermoeden dat zijn activiteit nadelige gevolgen kan hebben voor de fysieke leefomgeving, is verplicht: • alle maatregelen te nemen die redelijkerwijs van hem kunnen worden gevraagd om die gevolgen te voorkomen, • voor zover die gevolgen niet kunnen worden voorkomen: die gevolgen zoveel mogelijk te beperken of ongedaan te maken, • als die gevolgen onvoldoende kunnen worden beperkt: die activiteit achterwege te laten voor zover dat redelijkerwijs van hem kan worden gevraagd. Het is verboden een activiteit te verrichten of na te laten als door het verrichten of nalaten daarvan aanzienlijke nadelige gevolgen voor de fysieke leefomgeving ontstaan of dreigen te ontstaan. 3. Soortenbescherming De soortenbescherming bestaat uit drie beschermingsregimes met ieder hun eigen beschermde soortenlijsten en verbodsbepalingen: • De Vogelrichtlijnsoorten (VR) • De Habitatrichtlijnsoorten (HR) • Overige soorten ( genoemd in bijlage IX behorend bij artikel 11.54 van het besluit activiteiten leefomgeving) Per beschermingsregime is vastgesteld aan welke voorwaarden voldaan moet worden om een omgevingsvergunning of vrijstelling verleend te krijgen door het bevoegd gezag (de provincie). Een tabel met een samenvatting van de geldende verbodsbepalingen is op de volgende pagina opgenomen (tabel 1.1).
De beschermde soorten uit de Vogelrichtlijn (VR) en Habitatrichtlijn (HR) zijn vastgesteld door de EU. Voor de soorten uit de derde categorie geldt dat provincies de vrijheid hebben om voor bepaalde soorten uit de laatste categorie vrijstelling te verlenen bij ruimtelijke ontwikkeling en inrichting en bestendig beheer en onderhoud. Gedetailleerde informatie over het onderdeel soortenbescherming, inclusief lijsten van beschermde soorten, is onder meer te vinden op de website van de Rijksoverheid. Tabel 1.1: Samenvatting verbodsbepalingen soortenbescherming Omgevingswet, beschreven in het besluit activiteiten leefomgeving (BAL) Paragraaf | Artikel | Lid | Verbodsbepaling § 11.2.2.: | 11.37 | 1 | Het verbod, bedoeld in artikel 5.1, tweede lid, aanhef en onder g, van de wet, om Flora- en fauna-activiteiten: | zonder omgevingsvergunning een flora- en fauna-activiteit te verrichten, geldt omgevingsvergunning | voor: soorten vogelrichtlijn 1a | Het opzettelijk doden of opzettelijk vangen van van nature in Nederland in het wild levende vogels van soorten als bedoeld in artikel 1 van de Vogelrichtlijn; 1b | Het opzettelijk vernielen van of opzettelijk beschadigen van nesten, rustplaatsen en eieren van vogels als bedoeld onder a, of het opzettelijk wegnemen van nesten van die vogels; 1c | Het rapen en onder zich hebben van eieren van vogels als bedoeld onder a; of 1d | Het opzettelijk
storen van vogels als bedoeld onder a. 3 | Het verbod op het opzettelijk storen van vogels, bedoeld in het eerste lid, onder d, geldt niet, als het storen niet van wezenlijke invloed is op de staat van instand- houding van de vogelsoort. § 11.2.3.: | 11.46 | 1 | Het verbod, bedoeld in artikel 5.1, tweede lid, aanhef en onder g, van de wet, Flora- en fauna-activiteiten: | om zonder omgevingsvergunning een flora- en fauna-activiteit te verrichten geldt omgevingsvergunning | voor: soorten habitatrichtlijn 1a | Het in hun natuurlijk verspreidingsgebied opzettelijk doden of opzettelijk vangen van in het wild levende dieren van soorten, genoemd in bijlage IV, onder a, bij de habitatrichtlijn, bijlage II bij het verdrag van Bern of bijlage I bij het verdrag van Bonn; 1b | Het opzettelijk verstoren van dieren als bedoeld onder a; 1c | Het in de natuur opzettelijk vernielen of rapen van eieren van dieren als bedoeld onder a; 1d | Het beschadigen of vernielen van de voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren als bedoeld onder a; en 1e | Het opzettelijk plukken en verzamelen, afsnijden, ontwortelen of vernielen van planten van soorten, genoemd in bijlage IV, onder b, bij de habitatrichtlijn of bijla- ge I bij het verdrag van Bern, in hun natuurlijke verspreidingsgebied § 11.2.4.: | 11.54 | 1 | Het verbod, bedoeld in artikel 5.1, tweede lid, aanhef en onder g, van de wet, om Flora-
en fauna-activiteiten: | zonder omgevingsvergunning een flora- en fauna-activiteit te verrichten, geldt omgevingsvergunning | voor: andere soorten | Onverminderd artikel 3.5, eerste, vierde en vijfde lid, is het verboden: 1a | Het opzettelijk doden of vangen van in het wild levende zoogdieren, amfibieën, reptielen, vissen, dagvlinders, libellen en kevers van de soorten, genoemd in bijlage IX, onder A; 1b | Het opzettelijk beschadigen of vernielen van de vaste voortplantingsplaatsen, rustplaatsen of eieren van dieren als bedoeld onder a; en 1c | Het opzettelijk in hun natuurlijke verspreidingsgebied plukken en verzamelen, afsnijden, ontwortelen, of vernielen van vaatplanten van de soorten, genoemd in bijlage IX, onder B. Het wegnemen van nesten is toegestaan MITS het buiten het broedseizoen en niet behorend tot een soort met een jaarrond beschermd nest. 26 ECOLOGISCH ADVIESBUREAU 27 Ecologische quickscan Ulftseweg 107 Silvolde 2 december 2024 4. Gebiedsbescherming De Omgevingswet regelt de bescherming van de door de EU aangewezen beschermde gebieden genaamd Natura 2000-gebieden. Natura 2000-gebieden zijn opgedeeld in Vogelrichtlijn-gebieden en Habitatrichtlijn-gebieden. Alle activiteiten die een mogelijk negatief effect kunnen hebben op Natura 2000-gebieden zijn verboden, mits een vergunning is uitgegeven na het uitvoeren van een Habitattoets.
Uit deze Habitattoets moet zijn gebleken dat door de geplande activiteiten geen natuurlijke kenmerken van het gebied worden aangetast. Daarnaast moet hieruit zijn gebleken dat de kwaliteit van de natuurlijke habitats en de habitats van de soorten niet verslechtert en geen verstoring van soorten optreedt. Een vergunning wordt afgegeven door de betreffende provincie. Bovendien verordent de wet de provincies om natuur aan te wijzen met bijzondere natuurlijke of landschappelijke waarde onder het Natuurnetwerk Nederland (NNN, voorheen ecologische hoofdstructuur). De provincies zijn verantwoordelijk voor de begrenzing en de ontwikkeling van dit natuurnetwerk. Zij wijzen in hun structuurvisie of verordening de gebieden aan die onder het NNN vallen. In of in de nabijheid van een NNN-gebied geldt het ‘nee, tenzij’-principe: nieuwe plannen of projecten zijn niet toegestaan als ze de wezenlijke (potentiële) waarden en kenmerken van het NNN-gebied significant aantasten, tenzij er sprake is van redenen van groot openbaar belang en er geen reële alternatieven zijn. De schade dient in dat geval door mitigerende maatregelen zoveel mogelijk beperkt te worden. De restschade dient te worden gecompenseerd. 5. Rode lijsten Rode lijsten geven een overzicht van soorten die uit Nederland zijn verdwenen of duidelijk achte- ruit zijn gegaan.
Rode lijsten hebben een signaleringsfunctie en hadden onder de Wet natuurbes- cherming geen juridische status. Onder de huidige wetgeving (Omgevingswet) betekent plaatsing op de lijst niet automatisch dat de soort beschermd is; Daarvoor is opname van de soort onder de Omgevingswet nodig. De Omgevingswet voorziet echter wel in enige mate in bescherming voor soorten van de Rode Lijst, door de specifieke zorgplicht. De omgevingswet vereist van provincies dat zij de nodige maatregelen nemen voor het behoud en herstel van soorten van de Rode Lijst. Eventuele negatieve effecten op Rode Lijst soorten door toedoen van ruimtelijke ingrepen of ontwikkelingen dienen door mitigerende maatregelen zoveel mogelijk beperkt en/of gecompens- eerd te worden.