CConstaterende datOude IJsselstreek
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 3 Bodemonderzoek westelijk deel.pdf

Raadsvergadering 22 mei 2025, gemeente Oude IJsselstreekBij agendapunt: 4: Omgevingsplan herontwikkeling Essenkamp Varsseveld29.796 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Verkennend bodemonderzoek Verkennend onderzoek asbest in bodem Doorlatendheidsonderzoek Essenkamp Varsseveld fase 1 Wonion

Projectnummer: 3896.02 Versie: 1 Datum: 13 maart 2024

Inhoud Inhoud .......................................................................................................................................... 0 1.

Inleiding ............................................................................................................................... 2

2.

Vooronderzoek .................................................................................................................... 3 2.1 Algemeen ................................................................................................................. 3 2.2 Locatie gegevens .................................................................................................... 3 2.3 Historisch gebruik en beïnvloeding van de onderzoekslocatie ...................... 4 2.4 Verwachting ten aanzien van de bodemkwaliteit ............................................. 5 2.5 Regionale bodemopbouw en geohydrologische situatie ............................... 12 2.6 Onderzoeksopzet .................................................................................................. 13

3.

Resultaten bodemonderzoek ......................................................................................... 15 3.1 Veldwerkzaamheden ............................................................................................ 15 3.2 Maaiveldinspectie, bodemopbouw en zintuiglijke waarnemingen............... 16 3.3 Laboratoriumonderzoek ...................................................................................... 17 3.4 Toetsingskader ...................................................................................................... 18 3.5 Analyseresultaten ................................................................................................. 20 3.6 Interpretatie .......................................................................................................... 22

4.

Doorlatendsheidsonderzoek .......................................................................................... 24 4.1 Onderzoekstrategie .............................................................................................. 24 4.2 Toetsingskader t.b.v. infiltratie ........................................................................... 24 4.3 Resultaten onderzoek .......................................................................................... 25 4.3.1 Bodemopbouw en grondwaterstanden .....................................................................25

5.

4.3.2

Doorlatendheid onverzadigde zone.............................................................................25

4.3.3

Doorlatendheid verzadigde zone ................................................................................. 26

Samenvatting, conclusies en aanbevelingen ............................................................... 27 5.1 Samenvatting ........................................................................................................ 27 5.2 Conclusies en aanbevelingen ............................................................................. 28 5.3 Opmerkingen ......................................................................................................... 28

BIJLAGEN 1 2 3 4

5

Situatietekeningen 1.1 Regionale ligging en kadastrale kaart 1.2 Situatietekening Boorprofielen Analysecertificaten Toetsing van de analyseresultaten 4.1 Toetsing aan de interventiewaarde bodemkwaliteit 4.2 Toetsing aan de Regeling bodemkwaliteit 4.3 Toetsing Handelingskader PFAS Toetsingskaders 5.1 Toetsingskader interventiewaarde bodemkwaliteit 5.2 Toetsingskader signaleringsparameters grondwater 5.3 Toetsingskader Regeling bodemkwaliteit 5.4 Handelingskader PFAS

Verkennend bodem- en asbestonderzoek en doorlatendheidsonderzoek

6 7

Buro Ontwerp & Omgeving

Omgevingsrapportage Rekensheets doorlatendheidsonderzoek

1

Verkennend bodem- en asbestonderzoek en doorlatendheidsonderzoek

1.

Buro Ontwerp & Omgeving

Inleiding In opdracht van Wonion zijn door Buro Ontwerp & Omgeving een verkennend bodemonderzoek, een verkennend onderzoek asbest in bodem en een doorlatendheidsonderzoek uitgevoerd ter plaatse van het plangebied Essenkamp fase 1 te Varsseveld (gemeente Oude IJsselstreek). De aanleiding tot de uitvoering van het onderzoek is de voorgenomen herontwikkeling van de locatie. Doel van het verkennend bodemonderzoek is een indicatie te krijgen van de huidige milieuhygiënische kwaliteit van de bodem. Het doel van het verkennend onderzoek asbest in bodem is om, met een relatief geringe onderzoeksinspanning, na te gaan of de verdenking op verontreiniging van de bodem met asbest terecht is en een indicatieve uitspraak te doen over het asbestgehalte in de bodem. Om te bepalen of de bodem ter plaatse geschikt is voor de infiltratie, is de doorlatendheid van de bodem ter plaatse van het plangebied bepaald. Het verkennend bodemonderzoek is uitgevoerd conform de NEN 5740:2023 (Bodem – Landbodem – Strategie voor het uitvoeren van verkennend bodemonderzoek – Onderzoek naar de milieuhygiënische kwaliteit van bodem en grond). Het verkennend asbest in bodem is uitgevoerd conform de NEN 5707+C1:2016/C2: 2017 (Bodem- Inspectie en monsterneming van asbest in bodem en partijen grond).

Uitvoering van een vooronderzoek conform NEN 5725:2023 (Bodem - Landbodem - Strategie voor het uitvoeren van milieuhygiënisch vooronderzoek) maakt deel uit van het onderzoek. maakt deel uit van het onderzoek. Voor uitvoering van het doorlatendheidsonderzoek is gebruik gemaakt van het kennisdocument doorlatendheidsonderzoek van de stichting Rioned (26-07-2018). In het voorliggende rapport worden achtereenvolgens de resultaten van het vooronderzoek en de daarop gebaseerde onderzoeksstrategie (hoofdstuk 2), de uitvoering en resultaten van het uitgevoerde bodem- en asbest in bodem onderzoek (hoofdstuk 3), de uitvoering en resultaten van het uitgevoerde doorlatendheidsonderzoek (hoofdstuk 4) en de conclusies en aanbevelingen (hoofdstuk 5) beschreven. Buro Ontwerp & Omgeving verklaart dat zij geen financieel of zakelijk belang heeft bij het resultaat van het onderzoek. Het onderzoek is in dat opzicht onafhankelijk van de opdrachtgever uitgevoerd.

2

Verkennend bodem- en asbestonderzoek en doorlatendheidsonderzoek

2.

Vooronderzoek

2.1

Algemeen

Buro Ontwerp & Omgeving

Ten behoeve van het verkennend bodemonderzoek is een vooronderzoek uitgevoerd conform de norm NEN 5725:2023. In het kader van het vooronderzoek is informatie verzameld over de volgende onderzoeksaspecten: Locatie gegevens; Gebruik en beïnvloeding van de locatie, verdachte situatie, activiteiten, ongewoon voorval; Verwachting ten aanzien van de bodemkwaliteit; Bodemopbouw en geohydrologie. Hierbij zijn de volgende bronnen geraadpleegd: Verstrekte informatie door de opdrachtgever; Verstrekte informatie door de gemeente Oude IJsselstreek; Omgevingsrapportage provincie Gelderland; Diverse kaarten van de provincie Gelderland; www.kadaster.nl; www.dinoloket.nl; www.grondwatertools.nl; www.topotijdreis.nl. 2.2

Locatie gegevens Afbakening onderzoekslocatie vooronderzoek De onderzoekslocatie globaal gelegen tussen de Eikenlaan, de Klaproosstraat, de Essenkampstraat en de Roggestraat te Varsseveld. De onderzoekslocatie heeft een oppervlakte van circa 13.000 m2. De locatie maakt deel uit van de kadastrale percelen welke bekend staan als gemeente Varsseveld, sectie I, nummers 2109, 986, 987, 2152 en 2323. Daarnaast betreft het de gehele kadastrale percelen gemeente Varsseveld, sectie I, nummers 869, 872, 985, 1975, 1977, 2153 en 2154. Binnen de locatie zijn de Haverstraat, de Korenbloemstraat en de Akkerstraat aanwezig. Deze wegen maken, met uitzondering van de te realiseren parkeerstroken in halfverharding, geen deel uit van de onderzoekslocatie. De wegen zijn in 2010, 2015 en 2016 onderzocht, zie paragraaf 2.4, en zijn inmiddels gereconstrueerd. Voor de ligging van de locatie en de kadastrale kaart wordt verwezen naar bijlage 1.1 en voor een situatietekening naar bijlage 1.2. Het vooronderzoek omvat de onderzoekslocatie en direct hieraan grenzende percelen binnen een afstand van 25 meter. Huidig gebruik onderzoekslocatie De onderzoekslocatie betreft diverse woonpercelen welke gescheiden zijn door wegen en een grasveld aan de zuidkant. Terreinverkenning Voorafgaand aan het bodemonderzoek is er een terreinverkenning uitgevoerd.

De inspectie is onder andere gericht op de identificatie van bronnen, die mogelijk hebben geleid of kunnen leiden tot een bodemverontreiniging. Tijdens de terreinverkenning zijn, met uitzondering van een aantal asbestverdachte druppelzones, geen bijzonderheden waargenomen die duiden op een mogelijke verontreiniging van de bodem. De waarnemingen met betrekking tot asbest zijn onder het kopje ‘Asbest’ weergegeven. 3

Verkennend bodem- en asbestonderzoek en doorlatendheidsonderzoek

Buro Ontwerp & Omgeving

Toekomstig gebruik De initiatiefnemer is voornemens de woningen te slopen en nieuw te bouwen. De wegenstructuur blijft in principe gehandhaafd, mogelijk wordt de Akkerstraat verwijderd. Hier wordt dan een groenzone met pad aangelegd. Op een aantal plekken zijn langs de Klaproosstraat, de Korenbloemstraat en de Haverstraatweg waterdoorlatende parkeervakken voorzien. Ook zijn binnen de huidige woonvelden parkeerkoffers van waterdoorlatende bestrating voorzien. Ter plaatse van het zuidelijk grasveld zijn tevens waterdoorlatende parkeervakken en ook een wadi gepland. 2.3

Historisch gebruik en beïnvloeding van de onderzoekslocatie Historisch kaartmateriaal Op historisch kaartmateriaal daterend van eind 1900 is de Eikenlaan reeds aanwezig, ook aan de zuidkant van het plangebied is een weg aanwezig welke voor een klein deel over de onderzoekslocatie loopt. Het gebied is onbebouwd en vanaf 1929 gemarkeerd als ‘Hoge percelen’. Vanaf 1937 is de eerste bebouwing aanwezig op de Eikenlaan 37, alleen het westelijk deel van het westelijk plangebied is nog gemarkeerd als ‘hoge gronden’. De zuidelijk van de locatie aanwezige weg is niet meer aanwezig. Vanaf 1955 neemt de bebouwing toe en zijn de Haverstraat, Roggestraat en een deel van de Essenkampstraat zichtbaar. Op de kaart uit 1970 is het huidige wegenpatroon gerealiseerd en lijken ook de huidige woningen zichtbaar.

1900

1929

1955

1970

Calamiteiten Voor zover bij de opdrachtgever bekend hebben zich op de onderzoekslocatie in het verleden geen calamiteiten met een bodembedreigend karakter voorgedaan. Ook uit informatie van de de gemeente blijkt niet dat er zich in het verleden bodembedreigende calamiteiten hebben voorgedaan. Tanks Voor zover bekend, heeft er op de onderzoekslocatie nimmer opslag van oliehoudende producten in ondergrondse of bovengrondse tanks plaatsgevonden. 4

Verkennend bodem- en asbestonderzoek en doorlatendheidsonderzoek

Buro Ontwerp & Omgeving

Uit de bekende informatie blijkt dat op de Klaproosstraat 13, ten zuiden van de onderzoekslocatie, een ondergrondse HBO-tank geregistreerd staat. Verdere gegevens ontbreken. Uit in 2008 uitgevoerd bodemonderzoek, zie paragraaf 2.4, blijkt het volgende met betrekking tot de tank aan de Klaproosstraat 13. Ten noorden van de kelder van de school was in het verleden een ondergrondse huisbrandolietank aanwezig. De tank is in 1993 gesaneerd (KIWA registratienummer A.09230). De exacte locatie van de tank was niet bekend en is op aanwijzen van een ambtenaar van de gemeente zo goed mogelijk bepaald. In de grond zijn geen waarnemingen gedaan van een verontreiniging veroorzaakt door de tank. In het grondwater is een licht verhoogde concentratie xylenen aangetoond. De tank bevond zich waarschijnlijk tegen onderhavige perceelsgrens, er wordt naast de licht verhoogde concentraties xylenen geen negatieve invloed verwacht. Bouwvergunningen Bij de gemeente Oude IJsselstreek zijn de onderstaande bouwvergunningen beschikbaar en ingezien. Op 14 april 1955 is een bouwvergunning verleend, voor de bouw van 48 woningen, aan de gemeente Wisch. Op de bouwtekening is bij de afbeelding fundering/riolering een asbestcementbuis weergegeven, verder is er geen vermelding omtrent de toepassing van asbest.

Het betreft binnen het plangebied de Korenbloemstraat 8, 10, 12, 14, 7, 9, 11, 13 en de Haverstraat 6, 8, 10, 12, 5, 7, 9, 11. Op 19 juli 1988 is een bouwvergunning verleend voor het renoveren van 52 woningen aan woningbouwstichting Wisch. Er zijn geen vermeldingen omtrent het toepassen van asbesthoudende materialen. Het lijkt binnen het plangebied te gaan om de Klaproosstraat 9, 11, de Korenbloemstraat 8, 10, 12, 14, 7, 9, 11, 13 en de Haverstraat 2, 4, 6, 8, 10, 12, 5, 7, 9, 11. Historisch bodemgebruik Uit de omgevingsrapportage van de provincie Gelderland blijkt dat ter plaatse van de Haverstraat 17 een zadelmakerij staat geregistreerd, verdere gegevens ontbreken. Verder zijn, naast de eerder genoemde ondergrondse HBO-tank aan de Klaproosstraat 13, voor zover bekend geen HBB-(historisch bodemgebruik) locaties ter plaatse van of in de directe omgeving van de onderzoekslocatie aanwezig (geweest). 2.4

Verwachting ten aanzien van de bodemkwaliteit Uitgevoerde bodemonderzoeken Via de gemeente Oude IJsselstreek zijn de in Tabel 1 weergegeven bodemonderzoeken ontvangen welke zijn uitgevoerd op of nabij de onderzoekslocatie. Tabel 1: Uitgevoerde bodemonderzoeken

Verkennend onderzoek, Klaproosstraat 13 Varsseveld, Tauw, 4579913, d.d. 06-05-2008 Uit de verkregen informatie blijkt dat ten zuiden en ter plaatse van een deel van de onderzoekslocatie, aan de vml. Klaproosstraat 13, in 2008 een verkennend bodemonderzoek is uitgevoerd. De aanleiding tot het onderzoek is de voorgenomen bestemmingswijziging ten behoeve van de realisatie van woningbouw. De locatie betrof een voormalige school welke gesitueerd was ter plaatse van de huidige Klaproosstraat 13, 15, 17, 19/19a, de Korenbloemstraat 16, 18, 20, 26, de Essenkampstraat 18, 20, 22 en 24 en het groen tussen de Akkerstraat, de Haverstraat en de Essenkampstraat. Op de locatie was een school met een naastgelegen trapveld aanwezig. Ten tijde van het onderzoek was de school al grotendeels gesloopt. Ten noorden van de kelder van de school was in het verleden een ondergrondse huisbrandolietank aanwezig. de tank is in 1993 gesaneerd (KIWA registratienummer A.09230). De exacte locatie van de tank was niet bekend en is op aanwijzen van een ambtenaar van de gemeente zo goed mogelijk bepaald. In de bovengrond zijn in zeer lichte mate puindeeltjes in de bovengrond aangetroffen tot max. 1 m-mv

5

Verkennend bodem- en asbestonderzoek en doorlatendheidsonderzoek

Buro Ontwerp & Omgeving

(boring 3, 4, 7, 8, 9, 10, 14, 15, 16, 17, 18, 19). Verder zijn zintuiglijk geen waarnemingen gedaan welke kunnen duiden op de aanwezigheid van een bodemverontreiniging. Op het maaiveld en in de opgeboorde grond is geen asbest waargenomen. Het grondwater is op 18 april 2008 waargenomen op een diepte van 1,02 m-mv ter plaatse van peilbuis 1 en 2,07 m-mv ter plaatse van peilbuis 2. In de bovengrond is maximaal een licht verhoogd gehalte PAK aangetoond. Verder zijn in de bovengrond en de ondergrond geen verhoogde gehalten gemeten. Het grondwater bevat licht verhoogde concentraties zink. Daarnaast bevat het grondwater nabij de tank een licht verhoogde concentratie xylenen. Verkennend bodemonderzoek Eikenlaan 43a te Varsseveld, Verhoeve Milieu BV, d.d. 22-04-2002 Ten westen van het plangebied is, aan de Eikenlaan 43a, in 2002 een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd. Het onderzoek is niet bij de gemeente beschikbaar. Diverse onderzoeken Roggestraat en Korenbloemstraat Varsseveld, Buro Antares, 015053, d.d. 18-05-2015 Ter plaatse van de Roggestraat en de Korenbloemstraat zijn een vooronderzoek, asfaltonderzoek, funderingsonderzoek, verkennend bodemonderzoek en een infiltratieonderzoek uitgevoerd. De aanleiding tot de onderzoeken zijn de voorgenomen reconstructiewerkzaamheden (vervangen complete verharding en vervangen huidig gemengd riool door vuilwaterriool en infiltratieriool).

Het asfalt ter plaatse van de Roggestraat en de Korenbloemstraat dient als teerhoudend te worden beschouwd, dit met uitzondering van de aansluitingen met de Eikenlaan. Onder het asfalt van de Roggestraat is plaatselijk een laagje slakken aanwezig van circa 6 cm, hieronder bevindt zich een laag van gemiddeld 14 cm puin. Ter plaatse van één van de boringen is onder het asfalt een laag grind met resten asfalt, daarna een laagje slakken en hieronder puin aanwezig. Ter plaatse van de Korenbloemstraat is onder het asfalt plaatselijk sterk zandhoudend puin aanwezig, ook is plaatselijk een grindlaag met hieronder puin waargenomen of puin met asfalt. Zintuiglijk zijn in het funderingsmateriaal geen asbestverdachte materialen waargenomen. Er zijn geen analyses op het funderingsmateriaal verricht. Tijdens de uitvoering van de veldwerkzaamheden van het verkennend bodemonderzoek zijn ter plaatse van de Korenbloemstraat in de bovengrond van twee boringen een zwakke hoeveelheid kolengruis of sporen puin waargenomen. Verder zijn in de bodem ter plaatse van beide straten geen waarnemingen gedaan welke kunnen duiden op de aanwezigheid van een bodemverontreiniging. Het grondwater is op 24 april 2015 waargenomen op 1,8 á 1,85 m-mv. Ter plaatse van de Roggestraat is in het zand onder de asfalt verharding een licht verhoogd gehalte PAK aangetoond.

Ter plaatse van de Korenbloemstraat bevat de zwak kolengruishoudende bodemlaag van 0,2 tot 0,4 mv van boring 201 licht verhoogde gehalten kobalt, kwik en minerale olie en een matig verhoogd gehalte PAK. In de onderliggende bodemlaag is geen verhoogd gehalte PAK aangetoond. Het zand direct onder de asfaltverharding ter plaatse van de Korenbloemstraat bevat licht verhoogde gehalten kobalt, kwik en PAK. Verder zijn geen van de onderzochte parameters in verhoogde gehalten ten opzichte van de achtergrondwaarde aangetoond. In het grondwater uit beide peilbuizen zijn licht verhoogde concentraties barium gemeten.

6

Verkennend bodem- en asbestonderzoek en doorlatendheidsonderzoek

Buro Ontwerp & Omgeving

Door de opdrachtgever is aangegeven geen nader onderzoek naar het matig verhoogde gehalte PAK uit te willen voeren. Tijdens de werkzaamheden zal de visueel verontreinigde grond separaat worden ontgraven en afgevoerd. Ter plaatse van de Roggestraat is een infiltratiemeting verricht in de bodemlaag van 1,5 tot 2,26 m-mv (verzadigde zone, zand, matig fijn, zwak siltig) en ter plaatse van de Korenbloemstraat in de bodemlaag van 1,1 tot 1,3 m-mv (onverzadigde zone, zand, matig fijn, zwak siltig). De gemeten doorlatendheid in de Roggestraat varieert van 0,6 tot 0,81 m/dag (vrij goed doorlatend). De doorlatendheid ter plaatse van de korenbloemstraat varieert van 2,97 tot 4,4 m/dag (goed doorlatend).

Infrastructureel onderzoek Pangebied Essenkampstraat e.o. te Varsseveld, Econsultancy, OUD.G22.CIV, d.d. 6 oktober 2010 Het onderzoek is uitgevoerd in het kader van een herinrichting waarbij de openbare ruimte ter binnen het plangebied wordt gereconstrueerd. Het onderzoek is gericht op (asfalt)verhardingslagen en de onderliggende bodem. In het historisch onderzoek wordt aangegeven dat ter plaatse van de Roggestraat 6 een ondergrondse HBO-tank bij het woonhuis aanwezig is. De tank is onder ambtelijk toezicht onklaar gemaakt, er wordt geen beïnvloeding van de bodem ter plaatse van de onderzoek locatie verwacht. Uit het onderzoek blijkt dat de gehele asfaltverharding als teerhoudend dient te worden aangemerkt. Uitzondering vormen de asfaltvakken die aansluiten op de Eikenlaan, dit asfalt is teervrij. Onder het asfalt is fundering aangetroffen bestaande uit (hoogoven)slakken/puin, brokken baksteen/puin, brokken baksteen/puin/brokken asfalt of freesasfalt. Zintuiglijk zijn geen asbestverdachte materialen aangetroffen. Op basis van de uitgevoerde indicatieve analyses komt het funderingsmateriaal in aanmerking voor hergebruik. In het funderingsmateriaal is analytisch eveneens geen asbest aangetoond. Tijdens de uitvoering van de veldwerkzaamheden zijn in de bovengrond plaatselijk puin- en baksteendelen aangetroffen. Visueel is geen asbestverdacht materiaal waargenomen.

In de grond zijn zeer plaatselijk licht verhoogde gehalten PAK, minerale olie en/of arseen gemeten. Het grondwater is niet onderzocht.

7

Verkennend bodem- en asbestonderzoek en doorlatendheidsonderzoek

Buro Ontwerp & Omgeving

Verkennend onderzoek asbest in puin Essenkampstraat te Varsseveld, Econsultancy, OUD.CIV.ASB, d.d. 05-02-2016 Tijdens een voorgaand door Econsultancy uitgevoerd infrastructureel onderzoek ter plaatse van de Essenkampstraat is onder de asfaltverharding een puin-/slakkenfundatielaag aangetroffen (rapport 10065770, 6 oktober 2010). Het verkennend onderzoek asbest in puin heeft tot doel vast te stellen of de fundatielaag "verdacht" dan wel "onverdacht" is voor de aanwezigheid van asbest, teneinde te bepalen of er mogelijk milieuhygiënische belemmering zijn voor het werken hiermee, dan wel het afvoeren ervan. In de funderingslaag is zowel zintuiglijk als analytisch geen asbest waargenomen.

Verkennend onderzoek asbest in puin Haverstraat, Essenkampstraat en Akkerstraat te Varsseveld, Econsultancy, 1592.001, d.d. 27-05-2016 Tijdens voorgaand door Econsultancy uitgevoerd infrastructureel onderzoek is ondermeer ter plaatse van de Essenkampstraat, Akkerstraat en de Haverstraat (kenmerk 10065670 OUD.G22.CIV, d.d. 6 oktober 2010), onder de asfaltverharding een puin/slakkenfundatie aangetroffen. Het verkennend onderzoek asbest in puin heeft tot doel vast te stellen of de fundatielaag "verdacht" dan wel "onverdacht" is voor de aanwezigheid van asbest, teneinde te bepalen of er mogelijk milieuhygiënische belemmeringen zijn voor het werken met, dan wel het afvoeren van het fundatiemateriaal. De aangetroffen fundatielaag bestaat uit een visueel te onderscheiden slakkenlaag (gemiddelde dikte 11,6 cm) en een puinlaag (gemiddelde dikte 11,7 cm). Hierbij dient te worden opgemerkt dat in de Akkerstraat geen slakken zijn aangetroffen. Zowel in de puinfundatielaag als in de slakkenfundatielaag zijn in de fractie > 20 mm zintuiglijk geen asbestverdachte materialen waargenomen. Analytisch is in de fractie < 20 mm van deze fundatielagen eveneens geen asbest aangetoond.

8

Verkennend bodem- en asbestonderzoek en doorlatendheidsonderzoek

Buro Ontwerp & Omgeving

Publiekrechtelijke beperkingen tan aanzien van artikel 55 Wet bodembescherming Ten aanzien van de onderzoekslocatie zijn geen publiekrechtelijke beperkingen opgenomen ten aanzien van het artikel 55 uit de Wet bodembescherming, hetgeen inhoudt dat bij het Kadaster geen geval van ernstige bodemverontreiniging is geregistreerd. Asbest Uit de asbestdakenkaart blijkt dat diverse daken als ‘verdacht, mogelijk asbesthoudend’ zijn gemarkeerd. Op basis van de bekeken luchtfoto’s zijn nog een aantal daken als asbestverdacht aangemerkt. Uit het op 12 december 2023 uitgevoerde locatiebezoek blijken de onderstaande asbestverdachte zaken aanwezig. Haverstraat 5/7 In de achtertuin van de achtergelegen percelen is een oud schuurtje aanwezig met een cement golfplaten dak. Het dak heeft geen dakgoot en watert af in de tuin van de Haverstraat. Het dak lijkt niet asbesthoudend maar dit is niet met zekerheid te zeggen. Daarnaast lijkt het schuurtje ouder dan het dak. Gezien overige vergelijkbare schuurtjes binnen het plangebied was het schuurtje in het verleden waarschijnlijk voorzien van een asbestdak. Er wordt dan ook uitgegaan van de aanwezigheid van een asbestverdachte druppelzone.

Haverstraat 11 De schuur in de tuin is voorzien van een asbestverdacht dak. Aan de oostkant is geen dakgoot aanwezig. Het maaiveld is voorzien van tegels. Aan de westkant is de schuur voorzien van een dakgoot, deze is echter niet meer in tact. Ook lijkt het maaiveld grotendeels onverhard waardoor sprake is van een asbestverdachte druppelzone.

Korenbloemstraat 14 Op dit adres zijn twee schuurtjes aanwezig in de tuin. Aan de zijde van de Akkerstraat staat een schuurtje met een asbestverdacht dak. Op een foto uit 2010 van Street view is echter te zien dat een bitumendak met dakgoot aanwezig is. Gezien het dak na 2010 vervangen is wordt er vanuit gegaan dat dit geen asbest bevat.

9

Verkennend bodem- en asbestonderzoek en doorlatendheidsonderzoek

Buro Ontwerp & Omgeving

Het andere schuurtje op de Korenbloemstraat 14 bevat een asbestverdacht dak. Hiervan watert een deel af in het groen waarvan tijdens de locatieinspectie niet zichtbaar is of er verharding onder aanwezig is. Er is in eerste instantie vanuit gegaan dat er geen verharding verharding aanwezig is, en er derhalve sprake is van een druppelzone. Tijdens de uitvoering van de veldwerkzaamheden is echter vastgesteld dat er wel verharding aanwezig is. De andere zijde van het schuurtje hoort bij de Korenbloemstraat 12. Korenbloemstraat 12 Het schuurtje met asbestverdacht dak aan de Korenbloemstraat 14 watert af op de Korenbloemstraat 12 en voor een klein deel op de Klaproosstraat 9. De ondergrond lijkt onverhard naar dit is tijdens de locatieinspectie lastig te zien door de bladeren en het hout dat er ligt. In eerste instantie is uitgegaan van een asbestverdachte druppelzone. Tijdens de uitvoering van de veldwerkzaamheden is echter vastgesteld dat verharding aanwezig is.

Korenbloemstraat 8 Ter plaatse is een schuur aanwezig met asbestverdacht dak. Deze watert echter af richting de Klaproosstraat 5. Korenbloemstraat 2 Tegen de erfgrens is op de Klaproosstraat 1 een schuur met asbestverdacht dak aanwezig. het dak is aan de zijde van de Korenbloemstraat 2 echter voorzien van een dakgoot welke via het riool afwatert.

Klaproosstraat 5 Ter plaatse is een schuur aanwezig welke voorzien is van asbestverdachte dakbedekking, er is geen dakgoot aanwezig. Het maaiveld is echter voorzien van verharding waardoor geen sprake is van een druppelzone.

10

Verkennend bodem- en asbestonderzoek en doorlatendheidsonderzoek

Buro Ontwerp & Omgeving

De schuur aan de Korenbloemstraat 8 bevat asbestverdachte dakbedekking en watert af op onderhavig perceel. Het maaiveld lijkt tijdens de locatie-inspectie onverhard. Dit was echter lastig te zien door de aanwezigheid van hout en gaas. In eerste instantie is er vanuit gegaan dat er een asbestverdachte druppelzone aanwezig is. Tijdens de veldwerkzaamheden is vastgesteld dat er een verharding aanwezig is onder de dakrand.

Klaproosstraat 7 en 9 Ter plaatse van de Klaproosstraat 7 is een schuur met asbestverdachte dakbedekking aanwezig. De schuur heeft geen dakgoten en watert, zowel ter plaatse van het perceel Klaproosstraat 7 als Klaproosstraat 9, af op het onverharde maaiveld.

11

Verkennend bodem- en asbestonderzoek en doorlatendheidsonderzoek

Buro Ontwerp & Omgeving

Algemeen In diverse tuinen zijn houten schuurtjes aanwezig met een golfplaten dak. Deze schuurtjes lijken niet voor 1993 geplaatst. Gezien dat de toepassing van asbesthoudende materialen na 1993 verboden is, wordt er vanuit gegaan dat de daken van deze schuurtjes geen asbest bevatten. In een deel van de tuinen staan ook ‘oude’ schuren met asbestverdachte daken. Mogelijk hebben deze in het verleden in meer tuinen gestaan en zijn deze vervangen door de nieuwe schuren.

Oude schuur

nieuwe schuur

De asbestverdachte daken en druppelzones zijn weergegeven op de bijgevoegde tekening in bijlage 1. Tijdens het uitvoeren van het vooronderzoek zijn verder geen aanwijzingen verkregen voor de mogelijke aanwezigheid van asbestverdachte materialen op of in de bodem van de onderzoekslocatie. PFAS Er zijn geen specifieke aanwijzingen voor de aanwezigheid van PFAS ter plaatse van de onderzoekslocatie. Bodemkwaliteitskaart Op de ‘Bodemkwaliteitskaart regio achterhoek’ betreft de bovengrond voor de toepassingsklasse en ontgravingsklasse Wonen. De ondergrond betreft voor de toepassingsklasse en ontgravingsklasse achtergrondwaarde. Kenmerkend voor een groot deel van de regio Achterhoek is het voorkomen van arseen in de bodem. 2.5

Regionale bodemopbouw en geohydrologische situatie Het maaiveld ligt globaal op een hoogte van circa 19 tot 19,4 m +NAP m +NAP. Volgens de Bodemkaart van Nederland ligt de locatie in een niet-gekarteerd gebied. De dichtstbijzijnde kaarteenheid betreft een Hoge zwarte enkeerdgrond, die is opgebouwd uit leemarm en zwak lemig fijn zand. Tabel 2 geeft de geohydrologische bodemopbouw op basis van gegevens afkomstig van het DINOloket.

12

Verkennend bodem- en asbestonderzoek en doorlatendheidsonderzoek Tabel 2: Geohydrologische bodemopbouw (DINO-loket)

Buro Ontwerp & Omgeving

m-mv

Beschrijving

Formatie

0 – 2,6

Zandige eenheid, hoofdzakelijk bestaande uit midden en fijn zand, met weinig zandige klei en grof zand en een spoor klei, veen en grind Kleiige eenheid, hoofdzakelijk bestaande uit zandige klei, midden en fijn zand, met weinig klei, veen en grof zand Zandige eenheid, hoofdzakelijk bestaande uit midden en fijn zand, met weinig zandige klei en grof zand en een spoor klei, veen en grind Zandige eenheid, hoofdzakelijk bestaande uit midden en grof zand, met weinig zandige klei, fijn zand en grind en een spoor klei en veen

Formatie van Boxtel

2,6 – 5,3 5,3 – 7,3 7,3 – 20,2

Formatie van Boxtel Formatie van Boxtel Formatie van Kreftenheye

Het grondwater bevindt zich naar verwachting op circa 17,5 m +NAP. De verwachte stromingsrichting van het grondwater is globaal westzuidwest. Onderhavige locatie is niet gelegen binnen een drinkwaterreserveringsgebied, een grondwaterbeschermingsgebied en/of een intrekgebied.

2.6

Onderzoeksopzet Op basis van de resultaten van het vooronderzoek wordt de onderzoekslocatie onderzocht conform de strategie voor een onverdachte locatie (paragraaf 5.1, NEN 5740). Aan de zuidkant van het plangebied heeft in het verleden een weg gelopen, ter plaatse worden een aantal boringen van het verkennend bodemonderzoek geplaatst. Deze worden doorgezet tot 1 m-mv. De wegen binnen het plangebied worden in principe niet onderzocht omdat hier in het verleden onderzoek is verricht en deze recent zijn gereconstrueerd. Alleen ter plaatse van de aan te leggen parkeervakken in grasbeton worden een aantal boringen geplaatst. Tevens wordt één boring geplaatst in de recent gereconstrueerde maar te verwijderen Akkerstraat. Omdat het plangebied is gelegen binnen de gemeente Oude IJsselstreek, en hier arseen van nature verhoogd voorkomt in de bodem, zal de parameter arseen meegenomen worden in het analysepakket. De bodem tot 1 m-mv wordt tevens onderzocht op PFAS. Op basis van de resultaten van de locatie inspectie is in eerste instantie aangenomen dat 7 druppelzones aanwezig zijn. Tijdens de veldwerkzaamheden is geconstateerd dat ter plaatse van 3 druppelzones toch verharding aanwezig was, het hier voorgenomen onderzoek is vervallen.

De 4 druppelzones worden onderzocht conform de strategie voor een verdachte locatie met een plaatselijke bodembelasting met een duidelijke verontreinigingskern (paragraaf 6.4.4., NEN-5707). Ter plaatse van elke druppelzone worden 2 gaten gegraven van 0,3x0,3 meter en 0,5 meter diepte. Van de bovenste 10 cm wordt een monster genomen welke wordt geanalyseerd op asbest in grond. Gezien de asbesttoepassingen op de bebouwde percelen en de mogelijke toepassingen in het verleden, wordt de gehele onderzoekslocatie tevens op asbest onderzocht conform de strategie voor een verdachte locatie met diffuse bodembelasting, heterogeen verdeeld (paragraaf 6.4.5 uit de NEN-5707). Tenzij anders vermeld worden de veldwerkzaamheden uitgevoerd conform de BRL SIKB 2000 Beoordelingsrichtlijn voor het SIKB procescertificaat Veldwerk bij Milieuhygiënisch Bodemonderzoek en de bijbehorende protocollen 2001 (Plaatsen van handboringen en peilbuizen, maken van boorbeschrijvingen, nemen van grondmonsters en waterpassen), 2002 (Het nemen van grondwatermonsters) en 2018 (Locatie-inspectie en monsterneming van asbest in bodem). 13

Verkennend bodem- en asbestonderzoek en doorlatendheidsonderzoek

Buro Ontwerp & Omgeving

De grond- en grondwatermonsters zijn, tenzij anders vermeld, ter analyse aangeboden aan het milieulaboratorium van Eurofins Analytico B.V. te Barneveld. Eurofins Analytico is een NEN-ENISO/IEC 17025 geaccrediteerd milieulaboratorium, en door het Ministerie van Infrastructuur en Milieu erkend voor de uitvoering van milieuanalyses in het kader van AS3000 en AP04. De grondmonsters ten behoeve van het asbestonderzoek zijn, via het milieulaboratorium van Eurofins Analytico B.V, aangeboden aan Eurofins Omegam te Amsterdam. Eurofins Omegam is tevens een NEN-EN-ISO/IEC 17025 geaccrediteerd milieulaboratorium.

14

Verkennend bodem- en asbestonderzoek en doorlatendheidsonderzoek

3.

Resultaten bodemonderzoek

3.1

Veldwerkzaamheden

Buro Ontwerp & Omgeving

De veldwerkzaamheden ten behoeve van het verkennend bodemonderzoek en het verkennend onderzoek asbest in bodem zijn op 25 en 26 januari 2024 uitgevoerd. De werkzaamheden op 25 januari zijn uitgevoerd door de erkende veldwerker, de heer C. Beunk van Bodem Expert te Huissen. Hij is hierbij geassisteerd door de heer J. L. Brouwer, eveneens werkzaam bij Bodem Expert. De werkzaamheden op 26 januari zijn uitgevoerd door de erkende veldwerker, de heer M. Scholten van Bodem Expert te Huissen. Tijdens de uitvoering van de veldwerkzaamheden zijn geen kritieke afwijkingen opgetreden van de protocollen beschreven in de BRL SIKB 2000. Tabel 3 geeft een overzicht van de uitgevoerde veldwerkzaamheden. Hierin zijn tevens de boringen opgenomen welke geplaats worden ten behoeve van het doorlatendheidsonderzoek. In een aantal gevallen zijn de boringen voor beide onderzoeken gecombineerd, ook zijn ten behoeve van het doorlatendheidsonderzoek een aantal extra boringen uitgevoerd. Deze zijn tevens bemonsterd ten behoeve van het verkennend bodemonderzoek. Tabel 3: Onderzoeksopzet verkennend bodemonderzoek en verkennend onderzoek asbest Terreindeel West

Oppervlakte ± 12.220 m2

Protocol

Strategie

Aantal boringen (m –mv) en boornummers

NEN5740

ONV-NL/L VED-HE

15x 1,0; 116, 118, 123, 124, 125, 128, 130, 131, 132, 133, 135, 136, 138, 139 en 142, gegraven als asbestgat*

NEN5707

9x 2,0; 115, 117, 120, 121, 129, 134, 137, 141, gegraven als asbestgat* muv boring 137 3x 4 m-mv 122, 126, 140, gegraven als asbestgat* 2x peilbuis 119, 127, gegraven als asbestgat*

Druppelzone Haverstraat 5 en 7 Druppelzone Haverstraat 11

<100 m2

NEN-5707

VEP

<100 m

2

NEN-5707

VEP

Druppelzone Korenbloemstraat 14

<100 m2

NEN-5707

VEP

Druppelzone Korenbloemstraat 12

<100 m2

NEN-5707

VEP

Druppelzone Klaproosstraat 5

<100 m2

NEN-5707

VEP

Druppelzone Klaproosstraat 7

<100 m2

NEN-5707

VEP

Druppelzone Klaproosstraat 9

<100 m2

NEN-5707

VEP

2x asbestgat 101, 102 2x asbestgat 103, 104 2x asbestgat 105, 106 Vervallen, ter plaatse is toch verharding aanwezig 2x asbestgat 107, 108 Vervallen, ter plaatse is toch verharding aanwezig 2x asbestgat 109, 110 Vervallen, ter plaatse is toch verharding aanwezig 2x asbestgat 111, 112 2x asbestgat 113, 114

* 0,3x0,3x05 m-mv

Bij alle boringen is de vrijgekomen grond zintuiglijk beoordeeld op textuur, kleur en zintuiglijk waarneembare verontreinigingen. De gegevens van de monsterpunten zijn verwerkt tot boorprofielen, welke zijn opgenomen in bijlage 2. De situering van de boringen is aangegeven op tekening 1 in bijlage 1.2.

15

Verkennend bodem- en asbestonderzoek en doorlatendheidsonderzoek

Buro Ontwerp & Omgeving

Het grondwater is bemonsterd op 5 februari 2024 door de heer C. Beunk van Bodem Expert. Tabel 4 geeft een overzicht van de tijdens de monstername van het grondwater gemeten grondwaterstand, zuurgraad (pH) en het elektrisch geleidingsvermogen (EC). Tevens is in de tabel de troebelheid van het grondwater aangegeven (in NTU). Tabel 4: Grondwaterstanden, zuurgraad (pH), electrisch geleidingsvermogen (EC) en troebelheid (NTU) Peilbuis 119

Filterstelling (m-mv) 2,50 - 3,50

Grondwaterstand (m-mv) 1,49

Zuurgraad (pH) 6,2

Geleidbaarheid (EC: µS/cm) 230

Troebelheid (NTU) 71

127

2,50 - 3,50

1,61

6,0

180

20,75

De waarden voor de zuurgraad (pH) en het elektrisch geleidingsvermogen (EC) kunnen als normaal worden beschouwd. In het grondwater is een verhoogde troebelheid van meer dan 10 NTU gemeten. De verhoogde troebelheid kan worden veroorzaakt door het in suspensie zijn van (grond)deeltjes. Deze deeltjes kunnen invloed hebben op het analyseresultaat. Verondersteld wordt dat het water in de bodem van nature een troebelheid van 0 - 10 NTU heeft. Het meten van een troebelheid hoger dan 10 NTU is niet bezwaarlijk maar pas met de interpretatie van de grondwaterresultaten kan worden beoordeeld of de troebelheid een probleem vormt. Uit de analyseresultaten blijkt dat in het grondwater uit peilbuis 19 een aantal metalen, xylenen en naftaleen boven de detectielimiet zijn aangetoond. Ten behoeve van de analyse van het grondwater op zware metalen (anorganische stoffen) zijn de watermonsters in het veld echter gefiltreerd, waardoor de zwevende delen zijn verwijderd. De verhoogd gemeten troebelheid heeft derhalve geen invloed gehad op de analyseresultaten van de metalen. Mogelijk heeft de verhoogde troebelheid wel enige invloed gehad op het analyseresultaat van de concentraties xylenen en naftaleen. Dit zal, gezien de gemeten concentraties, echter geen invloed hebben op het eindresultaat.

3.2

Maaiveldinspectie, bodemopbouw en zintuiglijke waarnemingen Voorafgaand aan het veldwerk is het maaiveld geïnspecteerd op de aanwezigheid van asbestverdachte materialen. Hierbij zijn geen asbestverdachte materialen aangetroffen. Het uitgegraven materiaal is per inspectiegat gezeefd (20 mm) en afzonderlijk beoordeeld op de aanwezigheid van asbestverdachte materialen in de fractie >20 mm. Hierbij zijn geen asbestverdachte materialen waargenomen. Alle inspectiegaten zijn na het uitvoeren van het veldwerk gedicht met uitkomende grond/puin. In bijlage 6 is het inspectierapport opgenomen. De grond betreft overwegend matig grof, zwak tot matig siltig zand dat tot maximaal 1,5 m-mv humeus is, plaatselijk grindig is en in de ondergrond roest bevat. De diepere ondergrond is overwegend sterk siltig. Plaatselijk is in de ondergrond een bijmenging met leem aanwezig. In de zuidoosthoek van het grasveld (boring 142) is een sterk zandige veenlaag waargenomen van 0,5 tot 0,8 m-mv. Tabel 5 geeft een overzicht van de zintuiglijke waarnemingen. Tabel 5: Zintuiglijke waarnemingen Boring

Zintuiglijke waarneming

101

Traject (mmv) 0,00 - 0,10

102

0,00 - 0,10

brokken baksteen

117

0,20 - 0,50

brokken puin, brokken baksteen, betreft een funderingslaag en geen bodem

brokken baksteen

16

Verkennend bodem- en asbestonderzoek en doorlatendheidsonderzoek

3.3

Buro Ontwerp & Omgeving

120

0,50 - 0,80

sporen baksteen

121

0,06 - 0,50

brokken puin, matig repachoudend, betreft een funderingslaag en geen bodem

127

0,06 - 0,50

sporen baksteen

128

0,00 - 0,50

brokken baksteen

129

0,15 - 0,50

brokken puin, matig repachoudend, betreft een funderingslaag en geen bodem

130

0,00 - 0,50

sporen baksteen

131

0,05 - 0,50

sporen baksteen

0,50 - 0,70

sterk baksteenhoudend

132

0,15 - 0,40

brokken puin, matig repachoudend, betreft een funderingslaag en geen bodem

133

0,06 - 0,50

sporen baksteen

134

0,15 - 0,50

brokken puin, matig repachoudend, betreft een funderingslaag en geen bodem

137

0,25 - 0,50

sporen baksteen

0,50 - 1,00

sporen baksteen

140

0,00 - 0,50

sporen baksteen

141

0,00 - 0,50

sporen baksteen

142

0,00 - 0,50

sporen baksteen

Laboratoriumonderzoek Ten behoeve van het analyseprogramma is rekening gehouden met de resultaten van de zintuiglijke waarnemingen en de situering van de boringen. Tabel 6 geeft een overzicht van de onderzochte monsters en de analysepakketten. Omdat binnen de gemeente Oude IJsselstreek dikwijls (van nature) verhoogde gehaltes arseen worden aangetroffen, is deze parameter meegenomen in het analysepakket. Tabel 6: Analyseprogramma Monstercode

Boring / monster (m-mv)

Textuur en waarnemingen

zintuiglijke

Analysepakket

GRN M131.3

131 (0,50 - 0,70)

GRN MM01

115 (0,06 - 0,50), 116 (0,06 - 0,40), 118 (0,00 - 0,50), 119 (0,00 - 0,50), 122 (0,06 - 0,50), 123 (0,00 - 0,50), 124 (0,03 - 0,50), 125 (0,00 - 0,50), 126 (0,00 - 0,50), 136 (0,06 - 0,40) 127 (0,06 - 0,50), 128 (0,00 - 0,50), 130 (0,00 - 0,50), 131 (0,05 - 0,50), 133 (0,06 - 0,50), 137 (0,25 - 0,50), 140 (0,00 - 0,50), 141 (0,00 - 0,50), 142 (0,00 - 0,50) 138 (0,00 - 0,50), 139 (0,00 - 0,40)

Zand, sterk baksteenhoudend Zand, bovengrond, zintuiglijk schoon Woonpercelen

Standaardpakket grond incl. LUOS Arseen (As), PFAS (28) Handelingskader, Standaardpakket grond incl. LUOS

Zand, bovengrond sporen/brokken baksteen Woonpercelen

Arseen (As), PFAS (28) Handelingskader, Standaardpakket grond incl. LUOS

Zand, bovengrond, zintuiglijk schoon Grasveld

Arseen (As), Standaardpakket grond incl. LUOS

Zand, bovengrond, zintuiglijk schoon Openbare ruimte Zand, ondergrond, sporen baksteen Zand, ondergrond zintuiglijk schoon Woonpercelen en grasveld

Arseen (As), Standaardpakket grond incl. LUOS

Zand, ondergrond zintuiglijk schoon Woonpercelen en grasveld

Arseen (As), Standaardpakket grond incl. LUOS

Grond

GRN MM02

GRN MM03

GRN MM04

117 (0,06 - 0,20), 129 (0,06 - 0,15), 132 (0,06 - 0,15), 134 (0,06 - 0,15)

GRN MM05

120 (0,50 - 0,80), 137 (0,50 - 1,00)

GRN MM06

115 (0,50 - 0,80), 120 (0,80 - 1,10), 122 (0,50 - 1,00), 127 (0,50 - 0,80), 129 (0,50 - 0,80), 130 (0,50 - 0,80), 133 (0,50 - 1,00), 136 (0,40 - 0,70), 138 (0,50 - 0,80), 141 (0,50 - 0,80) 115 (0,80 - 1,20), 115 (1,20 - 1,70), 115 (1,70 - 2,00), 127 (0,80 - 1,20), 127 (1,20 - 1,70), 127 (1,70 - 2,00),

GRN MM07

Arseen (As), Standaardpakket grond incl. LUOS Arseen (As), PFAS (28) Handelingskader, Standaardpakket grond incl. LUOS

17

Verkennend bodem- en asbestonderzoek en doorlatendheidsonderzoek

PFAS MM01 Asbest

140 (0,90 - 1,20), 140 (1,20 - 1,50) 140 (1,50 - 2,00) 117 (0,06 - 0,20), 129 (0,06 - 0,15), 132 (0,06 - 0,15), 134 (0,06 - 0,15), 138 (0,00 - 0,50), 139 (0,00 - 0,40)

ASB D1

101 (0,00 - 0,10), 102(0,00 - 0,10)

ASB D2

103 (0,00 - 0,10), 104 (0,00 - 0,10)

ASB D3

111 (0,00 - 0,10), 112 (0,00 - 0,10)

ASB D4

113 (0,00 - 0,10), 114 (0,00 - 0,10)

ASB MM01

116 (0,06 - 0,50), 118 (0,00 - 0,50), 119 (0,00 - 0,50), 120 (0,06 - 0,50), 122(0,06 - 0,50) 124 (0,03 - 0,50), 125 (0,00 - 0,50), 126 (0,00 - 0,50), 127 (0,06 - 0,50), 128 (0,00 - 0,50) 130 (0,00 - 0,50), 131 (0,00 - 0,50), 133 (0,06 - 0,50), 135 (0,06 - 0,50)

ASB MM02 ASB MM03

Zand, bovengrond, zintuiglijk schoon

Organische stof (gloeiverlies), PFAS (28) Handelingskader

Zand, brokken baksteen schoon Druppelzone Haverstraat 5 en 7 Zand, zintuiglijk schoon Druppelzone Haverstraat 11 Zand, zintuiglijk schoon Druppelzone Klaproosstraat 7 Zand, zintuiglijk schoon Druppelzone Klaproosstraat 9 Zand, zintuiglijk schoon Woonpercelen westkant

Asbest Grond NEN5898 2016

Zand, zintuiglijk schoon Woonpercelen midden

Asbest Grond NEN5898 2016

Zand, plaatselijk sporen baksteen Woonpercelen oostkant Zand, plaatselijk sporen baksteen grasveld

Asbest Grond NEN5898 2016

Asbest Grond NEN5898 2016 Asbest Grond NEN5898 2016 Asbest Grond NEN5898 2016 Asbest Grond NEN5898 2016

ASB MM04

139 (0,00 - 0,50), 140 (0,00 - 0,50), 141 (0,00 - 0,50), 142 (0,00 - 0,50)

ASB MM05

117 (0,20 - 0,50), 121 (0,06 - 0,50), 129 (0,15 - 0,50), 132 (0,15 - 0,40) , 134 (0,15 - 0,50)

Fundering bestaande uit brokken puin, brokken baksteen, repac en puingranulaat

Asbest Puin NEN5898 2016

119-1-1

2,50 - 3,50

-

Standaardpakket grondwater

127-1-1

2,50 - 3,50

-

Standaardpakket grondwater

Grondwater

Standaardanalysepakket grond Standaardanalysepakket grondwater Asbest

3.4

Buro Ontwerp & Omgeving

Asbest Grond NEN5898 2016

droge stof, lutum, organische stof, metalen (barium, cadmium, kobalt, koper, kwik, lood, molybdeen, nikkel en zink), PCB, PAK en minerale olie. metalen (barium, cadmium, kobalt, koper, kwik, lood, molybdeen, nikkel en zink), vluchtige aromaten (BTEX), styreen, naftaleen, gehalogeneerde koolwaterstoffen (VOX) en minerale olie. serpentijn asbest (chrysotiel) en amfibool asbest (amosiet, crocidoliet, anthophylliet, tremoliet en actinoliet).

Toetsingskader De analyseresultaten van de grond zijn in het kader van de Aanvullingswet bodem Omgevingswet en het Aanvullingsbesluit bodem Omgevingswet getoetst aan de maximale waarden voor achtergrondwaarde cq. landbouw/natuur, wonen en industrie uit de Regeling Bodemkwaliteit (Rbk) en de interventiewaarden uit het Besluit Activiteiten Leefomgeving (BAL). Deze kwaliteitseisen bepalen in welke bodemklasse de landbodem of de grond valt. In onderstaande tabel zijn de voor de milieuhygiënische kwaliteit voor landbodem en grond van belang zijnde kwaliteitsklassen en kwaliteitseisen weergegeven.

18

Verkennend bodem- en asbestonderzoek en doorlatendheidsonderzoek

Buro Ontwerp & Omgeving

Tabel 7: overzicht kwaliteitsklassen en kwaliteitseisen voor landbodem en grond Kwaliteitseis

Ondergrens kwaliteitsklasse

Bovengrens kwaliteitsklasse

Omschrijving

Landbouw / natuur

-

Landbouw / natuur

Wonen

Landbouw / natuur

Wonen

Industrie

Wonen

Industrie

Matig verontreinigd

Industrie

Sterk verontreinigd

Interventiewaarde bodemkwaliteit

Interventiewaarde bodemkwaliteit -

Geen aanvullend onderzoek noodzakelijk Geen aanvullend onderzoek noodzakelijk Mogelijk nader bodemonderzoek noodzakelijk Nader bodemonderzoek noodzakelijk Nader bodemonderzoek noodzakelijk

Deze normen, met uitzondering van de kwaliteitsklassen 'matig verontreinigd' en 'sterk verontreinigd' zijn tevens van toepassing voor het indelen van de landbodem in bodemklassen. Onderstaande afbeeldingen tonen de verschillende kwaliteits- en functieklassen.

Landbouw/natuur

Wonen

Industrie

Matig verontreinigd

Sterk verontreinigd

Interventiewaarde landbodem Afbeelding 1: Kwaliteitsklassen voor landbodem en grond

Landbouw/natuur

Wonen

Industrie

Afbeelding 2: Functieklassen voor Landbodem

De analyseresultaten voor grond zijn omgerekend naar het gehalte voor standaardbodem en vervolgens getoetst aan de toetsingswaarden voor standaardbodem. Voor de omrekening naar standaardbodem wordt gebruik gemaakt van de gemeten percentages voor organische stof (humus) en lutum. De toetsingen zijn vooralsnog uitgevoerd volgens de tijdelijke kaders uit de Omgevingswet in afwachting van formele vaststelling door Rijkswaterstaat (medio 2024), hieraan kunnen geen rechten worden ontleend. Toetsingskader asbest in puin De interventiewaarde voor asbest, zoals vastgesteld in de het Rbk, bedraagt 100 mg/kg ds. gewogen. Gewogen wil zeggen dat de totale asbestconcentratie, de concentratie serpentijnasbest vermeerderd met 10 maal de concentratie amfibool asbest is. Het resultaat van het verkennend onderzoek is een uitspraak over de mogelijke verontreiniging van de bodem op basis van verzamelde stukken asbesthoudend materiaal en (meng)monsters van de grond. Aan de hand van het verkregen indicatieve gehalte aan asbest wordt nagegaan of nader onderzoek al dan niet noodzakelijk is. Door de lagere onderzoeksintensiteit van het verkennend onderzoek kan in deze fase niet direct worden getoetst aan de interventiewaarde. In het verkennend onderzoek wordt het gehalte getoetst aan de interventiewaarde gecorrigeerd met een factor 2.

Deze correctiefactor is een maat voor de betrouwbaarheid van het verkennend onderzoek in relatie tot het nader onderzoek. Indien het asbestgehalte kleiner is dan de helft van de interventiewaarde, dus kleiner dan 50 mg/kg ds. gewogen, is het statistisch aannemelijk dat ook in een nader onderzoekstraject de interventiewaarde niet zal worden overschreden. In deze gevallen geldt er geen noodzaak tot het uitvoeren van een nader onderzoek asbest. 19

Verkennend bodem- en asbestonderzoek en doorlatendheidsonderzoek

Buro Ontwerp & Omgeving

Toetsingskader grondwater Voor het beoordelen van de aangetoonde concentraties in het grondwater zijn de signaleringswaarden uit het BAL van toepassing. Indien de signaleringsparameters worden overschreden, wordt beoordeeld of het treffen van een saneringsmaatregel noodzakelijk is (Aanvullingsbesluit bodem). Dit betekent dat indien een signaleringsparameter wordt overschreden de grondwaterkwaliteit moet worden beoordeeld, bij voorkeur met de Risicotoolbox grondwater. Toetsingskader PFAS De analyseresultaten zijn getoetst aan het de Toepassingsnormen voor het toepassen van grond en baggerspecie op landbodem boven grondwaterniveau uit het Handelingskader (versie december 2023). In bijlage 5.4 is het toetsingskader voor PFAS opgenomen. 3.5

Analyseresultaten Grondanalyses De analysecertificaten zijn opgenomen in bijlage 3. Het resultaat van de toetsing is in bijlage 4.1 numeriek weergegeven voor toetsing van grond aan de interventiewaarden uit het BAL en in bijlage 4.2 voor de toetsing aan de Rbk. Tabel 8 bevat de analyse- en de toetsingsresultaten voor grond bij toetsing aan de interventiewaarden bodemkwaliteit en de bodemklasse weergegeven op basis van de Regeling bodemkwaliteit en het BAL. Tabel 8: Analyse- en toetsingsresultaten grond Monstercode GRN M131.3 GRN MM01

GRN MM02

GRN MM03 GRN MM04 GRN MM05 GRN MM06

Boring / monster (mmv) 131 (0,50 - 0,70)

115 (0,06 - 0,50), 116 (0,06 - 0,40), 118 (0,00 - 0,50), 119 (0,00 - 0,50), 122 (0,06 - 0,50), 123 (0,00 - 0,50), 124 (0,03 - 0,50), 125 (0,00 - 0,50), 126 (0,00 - 0,50), 136 (0,06 - 0,40) 127 (0,06 - 0,50), 128 (0,00 - 0,50), 130 (0,00 - 0,50), 131 (0,05 - 0,50), 133 (0,06 - 0,50), 137 (0,25 - 0,50), 140 (0,00 - 0,50), 141 (0,00 - 0,50), 142 (0,00 - 0,50) 138 (0,00 - 0,50), 139 (0,00 - 0,40) 117 (0,06 - 0,20), 129 (0,06 - 0,15), 132 (0,06 - 0,15), 134 (0,06 - 0,15) 120 (0,50 - 0,80), 137 (0,50 - 1,00) 115 (0,50 - 0,80), 120 (0,80 - 1,10), 122 (0,50 - 1,00), 127 (0,50 - 0,80), 129 (0,50 - 0,80), 130 (0,50 - 0,80), 133 (0,50 - 1,00), 136 (0,40 - 0,70),

Textuur en zintuiglijke waarnemingen Zand, sterk baksteenhoudend Zand, bovengrond, zintuiglijk schoon Woonpercelen

Landbouw /natuur

Wonen

Industrie

Matig verontr.

Sterk verontr.

Eindconclusie Bodemklasse

<

Landbouw/natuur

<

Landbouw/natuur

Zand, bovengrond sporen/brokken baksteen Woonpercelen

<

Landbouw/natuur

Zand, bovengrond, zintuiglijk schoon Grasveld

<

Landbouw/natuur

Zand, bovengrond, zintuiglijk schoon Openbare ruimte

<

Landbouw/natuur

Zand, ondergrond, sporen baksteen Zand, ondergrond zintuiglijk schoon Woonpercelen en grasveld

<

Landbouw/natuur

<

Landbouw/natuur

20

Verkennend bodem- en asbestonderzoek en doorlatendheidsonderzoek 138 (0,50 - 0,80), 141 (0,50 - 0,80) GRN 115 (0,80 - 1,20), Zand, ondergrond MM07 115 (1,20 - 1,70), zintuiglijk schoon 115 (1,70 - 2,00), Woonpercelen en 127 (0,80 - 1,20), grasveld 127 (1,20 - 1,70), 127 (1,70 - 2,00), 140 (0,90 - 1,20), 140 (1,20 - 1,50) 140 (1,50 - 2,00) PFAS 117 (0,06 - 0,20), Zand, bovengrond, MM01 129 (0,06 - 0,15), zintuiglijk schoon 132 (0,06 - 0,15), 134 (0,06 - 0,15), 138 (0,00 - 0,50), 139 (0,00 - 0,40) Rbk / interventiewaarde bodem < Wonen Industrie Matig verontreinigd Sterk verontreinigd

Buro Ontwerp & Omgeving

<

Landbouw/natuur

<

Landbouw/natuur

Aangetoonde gehaltes kleiner dan kwaliteitseis voor kwaliteitsklasse ‘landbouw / natuur’ Aangetoonde gehaltes groter dan kwaliteitseis voor kwaliteitsklasse ‘landbouw / natuur’ Aangetoonde gehaltes groter dan kwaliteitseis voor kwaliteitsklasse ‘wonen’ Aangetoonde gehaltes groter dan kwaliteitseis voor kwaliteitsklasse ‘industrie’ Aangetoonde gehaltes groter dan kwaliteitseis voor kwaliteitsklasse ‘matig verontreinigd / interventiewaarde bodem’

Onderzoek PFAS De originele analysecertificaten zijn opgenomen in bijlage 3. In onderstaande Tabel 9 zijn de PFAS-parameters weergegeven waarvan het gehalte boven de achtergrondwaarden uit het Handelingskader PFAS is gemeten. Tevens is de indicatieve functieklasse in de zin van het Besluit bodemkwaliteit weergegeven. Tabel 9: Analyse- en toetsingsresultaten PFAS in grond Monstercode

Boring / monster (m-mv)

Textuur en zintuiglijke waarnemingen

GRN MM01

115 (0,06 - 0,50), 116 (0,06 - 0,40), 118 (0,00 - 0,50), 119 (0,00 - 0,50), 122 (0,06 - 0,50), 123 (0,00 - 0,50), 124 (0,03 - 0,50), 125 (0,00 - 0,50), 126 (0,00 - 0,50), 136 (0,06 - 0,40) 127 (0,06 - 0,50), 128 (0,00 - 0,50), 130 (0,00 - 0,50), 131 (0,05 - 0,50), 133 (0,06 - 0,50), 137 (0,25 - 0,50), 140 (0,00 - 0,50), 141 (0,00 - 0,50), 142 (0,00 - 0,50) 115 (0,50 - 0,80), 120 (0,80 - 1,10), 122 (0,50 - 1,00), 127 (0,50 - 0,80), 129 (0,50 - 0,80), 130 (0,50 - 0,80), 133 (0,50 - 1,00), 136 (0,40 - 0,70), 138 (0,50 - 0,80), 141 (0,50 - 0,80) 117 (0,06 - 0,20), 129 (0,06 - 0,15), 132 (0,06 - 0,15), 134 (0,06 - 0,15), 138 (0,00 - 0,50), 139 (0,00 - 0,40)

Zand, bovengrond, zintuiglijk schoon Woonpercelen

GRN MM02

GRN MM06

PFAS MM01

Zand, bovengrond sporen/brokken baksteen Woonpercelen

Gemeten verhoogde parameters PFAS tov AW (gehalten in µg/kg d.s.)

Bodemklasse

-

Landbouw/natuur

Zand, ondergrond zintuiglijk schoon Woonpercelen en grasveld Zand, bovengrond, zintuiglijk schoon

Landbouw/natuur

Landbouw/natuur

-

Landbouw/natuur

Verkennend onderzoek asbest in grond / puin De originele analysecertificaten zijn opgenomen in bijlage 3. De analyseresultaten van de puin/grond analyse zijn in onderstaande Tabel 10 opgenomen.

21

Verkennend bodem- en asbestonderzoek en doorlatendheidsonderzoek Tabel 10: Analyseresultaten asbest Monstercode

Gat / monster (m-mv)

Textuur en zintuiglijke waarnemingen

ASB D1

101 (0,00 - 0,10), 102(0,00 - 0,10)

ASB D2

103 (0,00 - 0,10), 104 (0,00 - 0,10)

ASB D3

111 (0,00 - 0,10), 112 (0,00 - 0,10)

ASB D4

113 (0,00 - 0,10), 114 (0,00 - 0,10)

ASB MM01

116 (0,06 - 0,50), 118 (0,00 - 0,50), 119 (0,00 - 0,50), 120 (0,06 - 0,50), 122 (0,06 - 0,50) 124 (0,03 0,50), 125 (0,00 0,50), 126 (0,00 0,50), 127 (0,06 0,50), 128 (0,00 0,50) 130 (0,00 - 0,50), 131 (0,00 - 0,50), 133 (0,06 - 0,50), 135 (0,06 - 0,50) 139 (0,00 - 0,50), 140 (0,00 0,50), 141 (0,00 0,50), 142 (0,00 0,50) 117 (0,20 - 0,50), 121 (0,06 0,50), 129 (0,15 0,50), 132 (0,15 0,40) , 134 (0,15 - 0,50)

Zand, brokken baksteen schoon Druppelzone Haverstraat 5 en 7 Zand, zintuiglijk schoon Druppelzone Haverstraat 11 Zand, zintuiglijk schoon Druppelzone Klaproosstraat 7 Zand, zintuiglijk schoon Druppelzone Klaproosstraat 9 Zand, zintuiglijk schoon Woonpercelen westkant

ASB MM02

ASB MM03

ASB MM04

ASB MM05

Buro Ontwerp & Omgeving

Gewogen gehalte asbest (mg/kg ds.) <0,5

Type asbest

Hechtgebonden

-

-

<1,1

-

-

<0,6

-

-

<0,7

-

-

<0,9

-

-

Zand, zintuiglijk schoon Woonpercelen midden

<0,8

-

-

Zand, plaatselijk sporen baksteen Woonpercelen oostkant

<0,6

-

-

Zand, plaatselijk sporen baksteen grasveld

<0,4

-

-

Fundering bestaande uit brokken puin, brokken baksteen, repac en puingranulaat

<0,5

-

-

Grondwateranalyses De analysecertificaten zijn opgenomen in bijlage 3. Aangezien nog geen BOTOVA toetsing beschikbaar is, zijn de waarden handmatig getoetst. Tabel 11 bevat de analyse- en de toetsingsresultaten voor grondwater bij toetsing aan de signaleringswaarde. Tabel 11: Analyse- en toetsingsresultaten grondwater Monster-code

Traject (m-mv)

Parameter boven signaleringswaarde

119

2,50 - 3,50

<

127

2,50 - 3,50

<

<

Concentratie kleiner dan signaleringswaarde Concentratie kleiner dan signaleringswaarde

3.6

Interpretatie Tijdens de uitvoering van het veldwerk is vastgesteld dat de bodem plaatselijk bijmengingen met baksteen bevat, Dit betreft overwegend sporen of brokken maar zeer plaatselijk ook een sterke hoeveelheid baksteen. In de boringen welke ter plaatse van wegen zijn verricht naar aanleiding van de voorgenomen aanleg van waterpasserende parkeervakken is een 22

Verkennend bodem- en asbestonderzoek en doorlatendheidsonderzoek

Buro Ontwerp & Omgeving

funderingslaag waargenomen. De funderingslagen bestaan uit een mengsel van puin en baksteen en zijn waargenomen tot maximaal 0,5 m-mv. In de opgegraven grond en puin zijn op zintuiglijke wijze geen asbestverdachte materialen waargenomen. Uit de analyseresultaten blijkt dat de kwaliteitseis voor landbouw/natuur, ook voor PFAS, in geen van de onderzochte (meng)monsters wordt overschreden. De grond valt derhalve in de bodemklasse Landbouw/natuur. In het grondwater zijn geen van de onderzochte parameters in verhoogde concentraties ten opzichte van de signaleringswaarde gemeten. In zowel de op asbest onderzochte bodemlagen als de fundering is geen asbest aangetoond in de fractie < 20 mm.

23

Verkennend bodem- en asbestonderzoek en doorlatendheidsonderzoek

4.

Doorlatendsheidsonderzoek

4.1

Onderzoekstrategie

Buro Ontwerp & Omgeving

Het onderzoek is er op gericht om de doorlatendheid van zowel de verzadigde als de onverzadigde zone te bepalen. De doorlatendheid van de bodem is bepaald in verband met het voornemen van de initiatiefnemer om (afstromend) hemelwater binnen het plangebied te infiltreren. Het doorlatendheidsonderzoek is uitgevoerd conform de strategie van een oriënterend doorlatendheidsonderzoek waarbij de GHG < dan 1,5 m-mv betreft uit het kennisdocument doorlatendheidsonderzoek van de stichting Rioned (26-07-2018). 4.2

Uitgevoerde werkzaamheden Tabel 9 geeft een overzicht van de uitgevoerde veldwerkzaamheden en de gehanteerde onderzoeksmethode. De werkzaamheden zijn op 7 februari 2024 uitgevoerd, door de heer C. Beunk van Bodemexpert uit Huissen. De doorlatendheid van de onverzadigde zone is bepaald middels de Aardvark (constant head test). Hierbij wordt de grondwaterspiegel constant verhoogd waarbij het benodigde debiet wordt gemeten. Voor het bepalen van de doorlaatbaarheid van de verzadigde zone is de rising head test gebruikt. Hierbij wordt de grondwaterstand eenmalig verlaagd waarna de stijging van het grondwater wordt gemeten. De onderzochte trajecten van de metingen in de zijn bepaald op basis van de bodemopbouw, de actuele grondwaterstand zoals waargenomen tijdens het veldonderzoek en de voorgenomen inrichting. De bodemlagen en trajecten zijn zo gekozen dat een representatief beeld wordt verkregen. De metingen zijn minimaal in duplo uitgevoerd. Tabel 12 geeft een overzicht van de meetlocaties en de onderzochte bodemlagen. Tabel 12: Uitgevoerde werkzaamheden

4.3

Terreindeel

K-waardemetingen en methode

Gehele plangebied

Gebruik maken boringen verkennend bodemonderzoek 3x boring tot 4 m-mv 122, 126, 140 5x constant head 2x rising head

Toetsingskader t.b.v. infiltratie De resultaten van de doorlatendheidsmetingen in de onverzadigde zone zijn geclassificeerd op basis van de onderstaande tabel (bron: Cultuurtechnisch Vademecum). Tabel 13: classificatie doorlatendheid K-waarde (m/dag)

Classificatie

< 0,01

Zeer slecht doorlatend

0,01 - 0,1

Slecht doorlatend

0,1 - 0,5

Matig doorlatend

0,5 - 1,0

Vrij goed doorlatend

1,0 - 10

Goed doorlatend

> 10

Zeer goed doorlatend

De haalbaarheid van hemelwaterinfiltratie is afhankelijk van de doorlatendheid van de bodem en aan-/afwezigheid van storende lagen (klei/leem/sterk siltig zand). 24

Verkennend bodem- en asbestonderzoek en doorlatendheidsonderzoek

Buro Ontwerp & Omgeving

Volgens het kennisdocument doorlatendheidsonderzoek van de stichting Rioned is het niet wenselijk om hemelwater te infiltreren via een voorziening aan het maaiveld wanneer sprake is van k-waarden kleiner dan 0,2 m/dag. Op basis van praktijkervaring wordt uitgegaan van een minimale doorlatendheid van 0,5 m/dag waarbij op de gemeten waarde een veiligheidsfactor van 0,5 wordt gehanteerd. 4.4

Resultaten onderzoek

4.4.1 Bodemopbouw en grondwaterstanden Uit de geplaatste boringen blijkt dat de grond overwegend bestaat uit matig grof, zwak tot matig siltig zand dat tot maximaal 1,5 m-mv humeus is, plaatselijk grindig is en in de ondergrond roest bevat. De diepere ondergrond is overwegend sterk siltig. Plaatselijk is in de ondergrond een bijmenging met leem aanwezig. In de zuidoosthoek van het grasveld is een sterk zandige veenlaag waargenomen van 0,5 tot 0,8 m-mv. Tijdens de uitvoering van de veldwerkzaamheden is de grondwaterstand waargenomen op circa 1,5 tot 2,0 m-mv. Tijdens de bemonstering van de peilbuizen van het verkennend bodemonderzoek op 5 februari 2024 is een grondwaterstand waargenomen van 1,49 tot 1,61 mmv. Opgemerkt dient te worden dat deze gemeten grondwaterstanden een momentopname is en met enige voorzichtigheid gehanteerd dient te worden. De boorprofielen zijn opgenomen als bijlage 3. 4.4.2 Doorlatendheid onverzadigde zone Tabel 15geeft een overzicht van de onderzoeksresultaten van de doorlatendheidsmetingen in de onverzadigde zone. De rekensheets van de uitgevoerde onderzoeken zijn opgenomen in bijlage 4. Tabel 14: overzicht metingen doorlatendheid onverzadigde zone Meting

Onderzocht traject (m-mv)

Textuur

K-waarde (m/dag)

Classificatie

INF1a

0,84 – 0,91

Zand, matig grof, zwak siltig, matig roesthoudend, sporen grind Zand, matig fijn, matig siltig, sporen roest, sporen plantenresten, sporen grind Zand, matig grof, matig siltig, sporen plantenresten Zand matig grof, matig siltig, sporen grind, matig roest, sporen leem Zand, matig grof, matig siltig, sporen grind, matig roesthoudend, sporen leem Zand, matig grof, zwak siltig, sporen roest

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.oude-ijsselstreek.nl/api/v1/meetings/4875/documents/31263