CConstaterende datOude IJsselstreek
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 3 bodem.pdf

Raadsvergadering 18 december 2025, gemeente Oude IJsselstreekBij agendapunt: 8: Omgevingsplan Den Dam 8 Breedenbroek25.222 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

2024 Verkennend bodem- en asbestonderzoek (NEN5740/NEN5707)

Den Dam 8 te Breedenbroek

MM24092 Montferland Milieu B.V. 9-9-2024

TITELBLAD Projectnaam

Den Dam 8 te Breedenbroek

Projectnummer

MM24092

Adres

Den Dam 8

Postcode en plaats Gemeente

Opdrachtgever Adres Postcode en plaats Gemeente Opdrachtnemer Adres Postcode en plaats

7084 BH Breedenbroek Oude IJsselstreek

Initiatiefnemer Den Dam 8 7084 BH Breedenbroek Oude IJsselstreek Montferland Milieu B.V. Zeddamseweg 77 7041 CN ‘s-Heerenberg

Opsteller

AEL

Autorisatie

HWI

E-mail

info@montferlandmilieu.nl

Website

www.montferlandmilieu.nl

Telefoonnummer

Versienummer

0314-640414

1

Status

Definitief

Datum

9 september 2024

Aanleiding

Planologische procedure

INHOUDSOPGAVE 1.

INLEIDING....................................................................................................................................... 3 1.1

Achtergrond .......................................................................................................................... 3

1.2

Kwaliteit ................................................................................................................................ 3

1.3

Betrouwbaarheid .................................................................................................................. 3

1.4

Onafhankelijkheid ................................................................................................................. 4

1.5

Leeswijzer .............................................................................................................................. 4

2.

VOORONDERZOEK ......................................................................................................................... 5 2.1

Geraadpleegde bronnen ....................................................................................................... 5

2.2

Huidige en toekomstige situatie ........................................................................................... 5

2.3

Historie .................................................................................................................................. 6

2.4

Informatie lokale of regionale achtergrondgehalten............................................................ 7

2.5

Asbest .................................................................................................................................... 7

2.6

PFAS....................................................................................................................................... 7

2.7

Voorgaande onderzoeken ..................................................................................................... 8

2.8

Geohydrologie ....................................................................................................................... 8

2.9

Locatie inspectie.................................................................................................................... 8

2.10

Conclusie vooronderzoek ...................................................................................................... 8

3.

HYPOTHESE EN ONDERZOEKSOPZET ............................................................................................. 9 3.1

Verkennend bodemonderzoek ............................................................................................. 9

3.2

Verkennend asbestonderzoek ............................................................................................ 10

4.

RESULTATEN ................................................................................................................................ 11 4.1

Visuele inspectie maaiveld .................................................................................................. 11

4.2

Uitvoering veldwerk ............................................................................................................ 11

4.3

Samenstelling (meng)monsters en chemische analyses ..................................................... 12

4.4

Toetsingskader .................................................................................................................... 13

4.5

Interpretatie analyseresultaten verkennend bodemonderzoek ........................................ 14

4.6

Interpretatie analyseresultaten verkennend asbestonderzoek ......................................... 15

5.

CONCLUSIE ................................................................................................................................... 16 5.1

Algemeen ............................................................................................................................ 16

5.2

Conclusie en aanbevelingen................................................................................................ 16

BIJLAGEN BIJLAGE 1 BIJLAGE 2 BIJLAGE 3a BIJLAGE 3b BIJLAGE 3c BIJLAGE 4 BIJLAGE 5 BIJLAGE 6 BIJLAGE 7 BIJLAGE 8 BIJLAGE 9 BIJLAGE 10 BIJLAGE 11 BIJLAGE 12 BIJLAGE 13 BIJLAGE 14

Topografische kaart Kadastrale kaart met gegevens Situatietekening met verdachte deellocaties Situatietekening met monsternamepunten Situatietekening met indicatie Bbk Boorbeschrijvingen Analysecertificaten grond Analysecertificaten asbest Analysecertificaten grondwater Toetsingstabellen Projectfoto's Informatie vooronderzoek Onafhankelijkheidsverklaring Toegepaste normen Toelichting toetsingskader Verklarende woordenlijst

1.

INLEIDING

1.1 Achtergrond In opdracht van de initiatiefnemer heeft Montferland Milieu B.V. een verkennend bodem- en asbestonderzoek verricht aan de Den Dam 8 te Breedenbroek (gemeente Oude IJsselstreek). Het bodemonderzoek is uitgevoerd in het kader van een planologische procedure. Het onderzoek heeft tot doel met een relatief geringe onderzoeksinspanning vast te stellen of er een grond- en/of grondwaterverontreiniging aanwezig is en welke mogelijk een belemmering kan vormen. 1.2 Kwaliteit De veldwerkzaamheden zijn uitgevoerd door Montferland Milieu B.V. conform de beoordelingsrichtlijn BRL-SIKB 2000. Montferland Milieu B.V. is gecertificeerd en erkend voor het uitvoeren van milieuhygiënisch bodemonderzoek conform deze beoordelingsrichtlijn. Het toepassingsgebied van dit certificaat betreft de BRLSIKB protocollen 2001 (plaatsen handboringen en peilbuizen, nemen grondmonsters), 2002 (nemen van grondwatermonsters) en 2018 (maaiveldinspectie en monsterneming asbest in bodem). De grond- en grondwatermonsters zijn (voor)behandeld door middel van de AS3000-methode in het door de Raad voor Accreditatie erkende laboratorium Eurofins Analytico B.V. te Barneveld. Montferland Milieu B.V. werkt volgens een kwaliteitssysteem, zoals beschreven in het kwaliteitshandboek. Ons kwaliteitssysteem is gecertificeerd volgens de kwaliteitsborgingsnormen van de NEN-EN-ISO 9001 (methode C).

1.3 Betrouwbaarheid Het bodemonderzoek is uitgevoerd conform de Nederlandse Norm NEN5740 (NEN5740:2009+A1:2016 nl ‘Bodem - Landbodem - Strategie voor het uitvoeren van verkennend bodemonderzoek - Onderzoek naar de milieuhygiënische kwaliteit van bodem en grond’). Het asbestonderzoek is uitgevoerd conform de Nederlandse Norm NEN5707 (NEN5707+C1:2016 nl ‘Bodem – Inspectie en monsterneming van asbest in bodem en partijen grond). Het vooronderzoek, dat parallel loopt aan deze norm, is uitgevoerd conform de Nederlandse Norm NEN5725 (NEN 5725:2017 nl 'Bodem - Landbodem - Strategie voor het uitvoeren van vooronderzoek bij verkennend en nader onderzoek'). Voor de monstername van grond wordt tevens aangesloten bij de informatie uit het Handelingskader Poly en Per fluor Alkyl Stoffen (PFAS, onderdeel 6 Veldwerk en Analyse) opgesteld door het Expertisecentrum PFAS. Ondanks de zorgvuldigheid waarmee het onderzoek is uitgevoerd, is het altijd mogelijk dat eventueel lokaal voorkomende verontreinigingen niet zijn ontdekt. Het bodemonderzoek betreft een momentopname. Eventuele toekomstige calamiteiten (bijvoorbeeld brand of morsing van bodemvreemde vloeistoffen), sloopwerkzaamheden of bouwrijp maken en aanvoer van grond van elders kunnen de bodemkwaliteit (sterk) beïnvloeden.

Hoewel voldaan wordt aan de geldende wetten en regelgeving, wordt tijdens een verkennend of nader bodemonderzoek een beperkt aantal boringen, inspectiegaten of inspectiesleuven verricht. Vermeld dient tevens te worden dat op basis van voorliggend onderzoek geen conclusies kunnen worden getrokken omtrent de bodemkwaliteit van andere terreindelen of aangrenzende percelen. Opgemerkt wordt dat wij slechts een adviserende taak hebben en dat het bevoegd gezag de noodzaak tot de uitvoering van nader of aanvullend onderzoek vaststelt. Montferland Milieu B.V. accepteert op voorhand geen aansprakelijkheid ten aanzien van mogelijke beslissingen die de initiatiefnemer naar aanleiding van het door Montferland Milieu B.V. uitgevoerde bodemonderzoek neemt.

MM24092

3

1.4 Onafhankelijkheid Tussen Montferland Milieu B.V. en de opdrachtgever is geen sprake van een relatie, die de onafhankelijkheid en de integriteit zouden beïnvloeden en/of haar werkzaamheden zou kunnen belemmeren. De onafhankelijkheidsverklaring van het uitgevoerde veldwerk is opgenomen in bijlage 11. De veldwerkzaamheden zijn uitgevoerd door erkende medewerker H. Wissink van Montferland Milieu B.V. (K-0219026-1). Onze rapportage is opgesteld conform de ‘Handreiking omgaan met AVG in bodemonderzoeken’ opgesteld door de VKB (29 juni 2022). Hiermee voldoet de rapportage aan de eisen die de wet, NEN en BRL protocollen ons stellen en wordt tevens voldaan aan de AVG. Hierbij wordt opgemerkt dat wetgeving, waaronder KWALIBO regelgeving uit het de regeling bodemkwaliteit, prevaleert boven de AVG. Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd, opgeslagen in een geautomatiseerd gegevensbestand, of openbaar gemaakt, in enige vorm of op enige wijze, hetzij elektronisch, mechanisch, door fotokopieën, opnamen, of enige andere manier, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de rechthebbende. 1.5 Leeswijzer In hoofdstuk 2 is de voorinformatie beschreven. Aan de hand van deze gegevens is in hoofdstuk 3 de hypothese gedefinieerd en is de onderzoeksopzet vastgesteld. Hoofdstuk 4 behandelt de resultaten van het onderzoek.

Ten slotte zijn in hoofdstuk 5 de conclusies en aanbevelingen gedefinieerd.

MM24092

4

2.

VOORONDERZOEK

2.1 Geraadpleegde bronnen Voorafgaand aan de uitvoering van de veldwerkzaamheden is een milieuhygiënisch vooronderzoek bodem uitgevoerd op basis van de NEN 5725. Van de locatie en de directe omgeving zijn uit verschillende informatiebronnen gegevens verzameld over het historische, huidige en toekomstige gebruik, eventuele calamiteiten, eventueel eerder uitgevoerde bodemonderzoeken, de bodemopbouw en geohydrologie, verhardingen, kabels en leidingen. In bijlage 10 is de informatie van het vooronderzoek opgenomen. Het vooronderzoek (archiefonderzoek/interview/locatie-inspecties) is uitgevoerd voorafgaand aan het feitelijk onderzoek (veld- en laboratoriumonderzoek) van de bodem. Doel van het vooronderzoek is het vormen van een totaalbeeld van mogelijke bodembedreigende activiteiten die op de bodemgevoelige locatie hebben plaatsgevonden of nog plaatsvinden.

Bij het vooronderzoek zijn de volgende bronnen geraadpleegd: informatie van de initiatiefnemer informatie van de omgevingsdienst informatie van de provincie Gelderland informatie uit het gemeentelijk archief informatie van de website gisviewer.odachterhoek.nl informatie van de website Gelderland.nl/kaarten-en-cijfers informatie van de website topotijdreis.nl informatie van de website DINOloket.nl informatie van de website ruimtelijkeplannen.nl informatie van KLIC online locatie inspectie Opgemerkt wordt dat de voor het vooronderzoek geraadpleegde bronnen niet altijd zonder fouten en volledig zijn. Voor het verkrijgen van historische informatie is Montferland Milieu B.V. afhankelijk van deze bronnen, waardoor we niet kunnen instaan voor de juistheid en volledigheid van de verzamelde historische informatie. Montferland Milieu B.V. streeft wel naar het geven van een zo volledig mogelijk en betrouwbaar beeld. Indien erop basis van het vooronderzoek (NEN 5725) aannemelijk kan gemaakt worden dat er in alle redelijkheid geen verontreiniging zijn te verwachten (niet verdacht). Is het uitvoeren van een verkennend bodem- en/of asbestonderzoek niet noodzakelijk. 2.2 Huidige en toekomstige situatie De onderzoekslocatie is gelegen aan het Den Dam 8 te Breedenbroek (gemeente Oude IJsselstreek). De locatie is kadastraal bekend als gemeente GDG00, sectie R, nummer 450.

De onderzoekslocatie heeft een oppervlakte van circa 10.000 m². In bijlage 1 is de topografische kaart weergegeven. Bijlage 2 bevat de kadastrale kaart met kadastrale gegevens en in bijlage 3b is de situatietekening met monsternamepunten weergegeven. De onderzoekslocatie is gelegen in het buitengebied van Breedenbroek. De onderzoekslocatie bestaat in de huidige situatie uit agrarisch perceel, er bevindt zich een woning met bijgebouwen op het perceel. De initiatiefnemer is voornemens de bijgebouwen te amoveren en nieuwbouw op het perceel te realiseren.

Figuur 1: Weergave ruimtelijkeplannen.nl

MM24092

Figuur 2: Toekomstige situatie

5

2.3 Historie Informatie van de initiatiefnemer/omgevingsdienst/provincie/gemeentelijk archief Op het perceel is een bovengrondse dieseltank, ondergrondse HBO-tank, opslag oliën, opslag bestrijdingsmiddelen, twee wasplaatsen, mogelijk asbestdruppelzones en een chemische luchtwassysteem aanwezig (geweest). Op de locatie hebben zich in het verleden, voor zover bekend, geen calamiteiten voorgedaan. Informatie van de website topotijdreis.nl Uit historisch kaartmateriaal is gebleken dat het perceel al voor 1900 bebouwd is geraakt. Vanaf eindjaren 80 is de huidige bebouwing weergegeven. Ten noordwesten van de onderzoekslocatie is tot omstreeks 1990 een sloot aanwezig geweest. De historische kaarten kunnen enigszins zijn verschoven en geven dan geen geheel goed beeld van de locatie.

Figuur 3: Historische kaart (1900)

Figuur 4: Historische kaart (1940)

Figuur 5: Historische kaart (1980)

Figuur 6: Historische kaart (2010)

Informatie van het provinciaal informatiesysteem Uit informatie van het provinciaal informatiesysteem blijkt dat er een bovengrondse dieseltank (1982-?) en een ondergrondse opslagtank (1975-1995) op de locatie aanwezig is (geweest). De omgevingsrapportage is opgenomen in bijlage 9.

Figuur 7: Weergave omgevingsrapportage

MM24092

6

2.4 Informatie lokale of regionale achtergrondgehalten De gemeente Oude IJsselstreek beschikt, in samenwerking met 9 andere gemeenten in de Regio Achterhoek over een Nota Bodembeheer / Bodemkwaliteitskaart (Lievense Milieu B.V., projectnummer: SOB011396, 2020). De onderzoekslocatie ligt binnen de bodemfunctie "Landbouw/natuur". De gemeente Oude IJsselstreek hanteert de 80-percentielwaarde (80% van de beschikbare gemeten stofgehalten voor die zone zijn lager dan deze waarde vastgesteld) als gebiedseigen bodemkwaliteit binnen een zone. Als deze waarde onder de landelijke achtergrondwaarde (AW) is gelegen, geldt de AW als de gebiedseigen bodemkwaliteit. Regionaal komen verhoogde concentraties van metalen in het grondwater voor. Bodemkwaliteitskaart Ontgravingsklasse bovengrond Landbouw/natuur Ontgravingsklasse tussenlaag Landbouw/natuur Ontgravingsklasse ondergrond Landbouw/natuur Toepassingsklasse bovengrond Landbouw/natuur Toepassingsklasse tussenlaag Landbouw/natuur Toepassingsklasse ondergrond Landbouw/natuur 2.5 Asbest Volgens de asbestdakenkaart van de provincie Gelderland zijn bijgebouwen verdacht (paars) op het voorkomen van asbesthoudende dakplaten. Bij het vooronderzoek is eveneens naar voren gekomen dat er mogelijk een demping aanwezig is.

Figuur 8: Weergave asbestdakenkaart 2.6 PFAS Op 8 juli 2019 is door het Ministerie Infrastructuur en Waterstaat een brief en bijbehorend Tijdelijk Handelingskader ten aanzien van hergebruik van PFAS-houdende grond en baggerspecie aan de Tweede kamer aangeboden (8 juli 2019, kenmerk: IENW/BSK-2019/131399). Hierin staat beschreven dat bij het aanbieden en verwerken van grond inzichtelijk dient te zijn in hoeverre deze PFAS-houdend is. Op 13 december 2021 is het Handelingskader PFAS verschenen. In de nabije omgeving van deze onderzoekslocatie (< 25 m) zijn geen gegevens bekend over de aanwezigheid van een puntbronlocatie van PFAS. Voor de definiëring van PFAS-puntbronlocaties zijn diverse documenten beschikbaar onder andere via Expertisecentrum PFAS. Daarnaast is gebruik gemaakt van een UBI-lijst waarop UBI’s/(bedrijfs-)activiteiten met een verdenking tot de aanwezigheid van PFAS voorkomen. Vooralsnog wordt aangenomen dat atmosferische depositie de enige (beperkte) bron van PFAS-verontreiniging op de locatie is. Van atmosferische depositie is bekend dat dit beperkt tot verhoogde PFAS-gehaltes voornamelijk in de bovengrond.

MM24092

7

2.7 Voorgaande onderzoeken Op de onderzoekslocatie hebben voorzover bekend geen voorgaande bodemonderzoeken plaatsgevonden. In de directe omgeving van de projectlocatie zijn geen relevante bodemverontreiniging aanwezig die eventueel invloed hebben op de onderzoeksstrategie. 2.8 Geohydrologie Op basis van de geologische overzichtskaarten en grondwaterkaart van Nederland kan het volgende beeld van de bodemopbouw worden geschetst. Het maaiveld bevindt zich volgens het Actueel Hoogtebestand Nederland (AHN) op een hoogte van circa 17,4 m +NAP. De gemiddelde stand van het freatisch grondwater bedraagt ± 16,0 m +NAP, waardoor het grondwater zich op ± 1,4 m -mv zou bevinden. Uit de grondwaterkaarten van TNO blijkt dat de regionale grondwaterstromingsrichting westelijk is gericht. De lokale grondwaterstromingsrichting kan plaatselijk worden beïnvloed door sloten, beken, rivieren, rioleringen, onttrekkingen e.d. 2.9 Locatie inspectie Twee schuren hebben een asbestgolfplaten dak. De platen zijn voor zover waarneembaar niet ernstig beschadigd. Het regenwater wordt niet opgevangen door dakgoten. Hierdoor is de besmetting van het maaiveld zeer groot. In de huidige situatie is de dieseltank op een andere locatie waargenomen dan is weergegeven op de milieutekening. Er zijn geen aanwijzingen waargenomen zoals het ontluchtings- en/of vulpunt van de vml. ondergrondse HBO-tank.

Figuur 9: Dieseltank

Figuur 10: Vml. sloot

2.10 Conclusie vooronderzoek De chemische luchtwassysteem, wasplaats 1, vml. opslag bestrijdingsmiddelen, vml. bovengrondse dieseltank, vml. opslag oliën, huidige dieseltank, demping en de wasplaats 2 zijn verdacht op het voorkomen van bodemverontreinigingen. Het overig terrein kan op basis van het vooronderzoek als onverdacht op het voorkomen van bodemverontreiniging worden beschouwd. De onverharde afwateringszones/druppelzones zijn verdacht op het voorkomen van asbest in de bodem. Het overig terrein is vooralsnog onverdacht op het voorkomen van asbest en/of PFAS in de bodem. De locatie van de vml. ondergrondse HBO-tank is niet vastgesteld. Het verkennend bodem- en asbestonderzoek richt zich uitsluitend op de (vml.) verdachte activiteiten.

MM24092

8

3.

HYPOTHESE EN ONDERZOEKSOPZET

3.1 Verkennend bodemonderzoek De chemische luchtwassysteem (A) kan als een verdachte locatie met een plaatselijke bodembelasting worden beschouwd en hiervoor wordt de 'Onderzoeksstrategie voor een verdachte locatie met een plaatselijke bodembelasting met een duidelijke verontreinigingskern (VEP)’ gehanteerd. De wasplaats (B) kan als een verdachte locatie met een plaatselijke bodembelasting worden beschouwd en hiervoor wordt de 'Onderzoeksstrategie voor een verdachte locatie met een plaatselijke bodembelasting met een duidelijke verontreinigingskern (VEP)’ gehanteerd. De vml. opslag bestrijdingsmiddelen (C) kan als een verdachte locatie met een plaatselijke bodembelasting worden beschouwd en hiervoor wordt de 'Onderzoeksstrategie voor een verdachte locatie met een plaatselijke bodembelasting met een duidelijke verontreinigingskern (VEP)’ gehanteerd. De vml. bovengrondse dieseltank (D) kan als een verdachte locatie met een plaatselijke bodembelasting worden beschouwd en hiervoor wordt de 'Onderzoeksstrategie voor een verdachte locatie met een plaatselijke bodembelasting met een duidelijke verontreinigingskern (VEP)’ gehanteerd. De vml.

opslag oliën (E) kan als een verdachte locatie met een plaatselijke bodembelasting worden beschouwd en hiervoor wordt de 'Onderzoeksstrategie voor een verdachte locatie met een plaatselijke bodembelasting met een duidelijke verontreinigingskern (VEP)’ gehanteerd. De bovengrondse dieseltank (F) kan als een verdachte locatie met een plaatselijke bodembelasting worden beschouwd en hiervoor wordt de 'Onderzoeksstrategie voor een verdachte locatie met een plaatselijke bodembelasting met een duidelijke verontreinigingskern (VEP)’ gehanteerd. Het is onbekend waar de slootdemping (G) mee gedempt is. De slootdemping kan derhalve als verdacht op het voorkomen van bodemverontreiniging worden beschouwd. Ter plaatse van de vermoedelijke ligging van de gedempte sloot wordt een boorraai geplaatst. De grond wordt vooralsnog zintuiglijk beoordeeld. De wasplaats (J) kan als een verdachte locatie met een plaatselijke bodembelasting worden beschouwd en hiervoor wordt de 'Onderzoeksstrategie voor een verdachte locatie met een plaatselijke bodembelasting met een duidelijke verontreinigingskern (VEP)’ gehanteerd. In de onderstaande tabel is de onderzoeksopzet weergegeven. Locatie Luchtwassysteem

Aantal boringen 2 tot ± 0,5 m -mv

Peilbuizen 1

Analyses grond 1 * standaard NEN-pakket + sulfaat + Kjeldahl

Analyses water 1 * standaard NEN-pakket + sulfaat + Kjeldahl

Wasplaats Vml. bestrijdingsmiddelen

2 tot ± 0,5 m -mv 1 tot ± 1,0 m -mv

Combi A -

1 * standaard NEN-pakket 1 * standaard NEN-pakket + OCB 1 * minerale olie (C10-C40) 1 * minerale olie (C10-C40) 1 * minerale olie (C10-C40) 1 * standaard NEN-pakket

-

Vml. dieseltank 2 tot ± 0,5 m -mv 1 Vml. opslag oliën 2 tot ± 0,5 m -mv Combi D Dieseltank 2 tot ± 0,5 m -mv 1 Slootdemping 3 tot ± 0,5 ongeroerd Wasplaats 2 tot ± 0,5 m -mv 1 Standaard NEN-pakket grond: • Lutum en organische stof • Zware metalen (Ba, Cd, Co, Cu, Hg, Pb, Mo, Ni, Zn) • PCB's • Polycyclische Aromatische Koolwaterstoffen • Minerale olie (C10-40)

1 * minerale olie + BTEXN 1 * minerale olie + BTEXN 1 * standaard NEN-pakket

Standaard NEN-pakket grondwater: • Zware metalen (Ba, Cd, Co, Cu, Hg, Pb, Mo, Ni, Zn) • Vluchtige aromaten (benzeen, tolueen, ethylbenzeen, xylenen, styreen, naftaleen) • Vluchtige gehalogeneerde koolwaterstoffen (vinylchloride, chloorethenen, chloormethaan, chloroform, chloorethanen, chloorpropanen en bromoform) • Minerale olie (C10-40)

MM24092

9

3.2 Verkennend asbestonderzoek Voor het verkennend asbestonderzoek ter plaatse van de onverharde afwateringszones/druppelzone (F) (vanaf gevel tot 0,5 meter vanaf het uiteinde van het dak) is de strategie voor een verdachte locatie met plaatselijke bodembelasting met duidelijke verontreinigingskern (VEP) aangehouden. Hierbij is per schuur minimaal 1 asbestgat gegraven tot 0,1 m -mv., waarbij één mengmonster van de toplaag is samengesteld voor analyse op asbest. Bij het aantreffen van asbestverdacht plaatmateriaal op het maaiveld of in de bodem, worden deze verzameld voor analyse op asbest. Voorafgaand aan de werkzaamheden zal een visuele inspectie van het maaiveld worden uitgevoerd. Het maaiveld wordt hierbij steekproefsgewijs geïnspecteerd. De locatie wordt opgedeeld in inspectiestroken van 1,5 m en deze worden geïnspecteerd. In de onderstaande tabel is de onderzoeksopzet weergegeven. Deellocatie Aantal gaten in de verdachte laag (l*b*d) Druppelzone H 4 * (0,3 m*0,3 m*0,1 m -mv) Druppelzone I 3 * (0,3 m*0,3 m*0,1 m -mv) Asbest in grond: • Droge stof • Fijne fractie asbest

MM24092

Aantal gaten tot onderzijde verdachte laag -

Analyses 1 * asbest in grond 1 * asbest in grond

10

4.

RESULTATEN

4.1 Visuele inspectie maaiveld In de onderstaande tabel zijn de resultaten van de visuele inspectie van de toplaag opgenomen. De inspectie betreft het onverharde deel van de locatie. Inspectiepunten Weersomstandigheden Type grond Conditie maaiveld Inspectie-efficiëntie Beperkingen van de inspectie Asbestverdacht materiaal op het maaiveld aangetroffen? Ondefinieerbaar puin aangetroffen?

Resultaat Droog, zonnig Zand Gras, braak, klinkers, beton, asfalt 50% - 70% Ja, vegetatie, klinkers, beton, asfalt Nee Nee

4.2 Uitvoering veldwerk De veldwerkzaamheden zijn uitgevoerd op 18-07-2024 en 24-07-2024. Op 02-08-2024 zijn de peilbuizen bemonsterd. Op de tekening in bijlage 3 staan de diverse boringen weergegeven. Tijdens het opstellen van het boorplan is rekening gehouden met de doelstellingen en de richtlijnen, welke geformuleerd zijn in de inleiding. Daarnaast is rekening gehouden met de onderzoeksprotocollen en de ligging van kabels en leidingen. Van het opgeboorde materiaal is een boorbeschrijving conform de NEN 5104 gemaakt en zijn er grondmonsters genomen over trajecten van ten hoogste 0,5 m, waarbij bodemlagen met verontreinigingskenmerken of een afwijkende textuur separaat bemonsterd zijn. Hierbij is gebruik gemaakt van de olie/watertest (O/W-test) en is gelet op afwijkende kleur of geur van de bodem. Zintuiglijk zijn in de vaste bodem geen bijmengingen met bodemvreemde materialen waargenomen. In de vaste bodem is geen asbestverdacht materiaal aangetroffen. Per proefgat wordt het uitkomende materiaal uitgespreid in lagen van circa 2 cm dik en visueel geïnspecteerd op de aanwezigheid van asbestverdachte materialen. Vervolgens wordt al het uitkomende materiaal gezeefd (zeeffractie 20 mm) en worden de mengmonsters samengesteld. De complete omschrijvingen van de boorprofielen staan vermeld in bijlage 4.

In onderstaande tabel zijn de zintuiglijk waargenomen bijzonderheden weergegeven: Boring D01 D02 D03 E01 E02

Diepte boring (m -mv) 2,70 0,50 0,50 0,50 0,50

Traject (m -mv) 0,00 - 0,08 0,00 - 0,08 0,00 - 0,08 0,00 - 0,08 0,00 - 0,08

Waargenomen bijzonderheden Volledig baksteen Volledig baksteen Volledig baksteen Volledig baksteen Volledig baksteen

Toelichting: Bij de veldwerkzaamheden is in de boringen 'baksteen' aangetroffen. Op basis van de NEN5707 (bijlage E2.6) kan worden gesteld dat het materiaal visueel herkenbaar is als eenduidig materiaal (baksteen) en de locatie derhalve op basis van deze bijmenging niet als verdacht hoeft te worden aangemerkt. De proefboringen ter plaatse van de voormalige slot wijkt niet significant af. De voormalige sloot is met gebiedseigen grond gedempt. Derhalve is de demping niet verdacht op het voorkomen van bodemverontreiniging. Voor de geplaatste peilbuizen geldt dat het onderste gedeelte van de peilbuis (het peilfilter) is geperforeerd. Boven het filter is een laag zwelklei aangebracht, zodat er géén verontreinigingen van bovenaf in de peilbuis kunnen migreren. De filterstelling is bepaald op basis van de grondwaterstand en/of storende laag, zoals deze tijdens de veldwerkzaamheden is ingeschat. In de onderstaande tabel staan de meetresultaten van het grondwater weergegeven: Locatie

Peilbuis A03

Filterstelling (m -mv) 2,00 - 3,00

Grondwaterstand (m -mv) 1,03

Zuurgraad (pH) 5.80

Geleidbaarheid EGV (µS/cm) 810

Troebelheid (NTU) 8

Luchtwassysteem Wasplaats Vml. dieseltank Vml. opslag oliën Dieseltank Wasplaats

D01

1,70 - 2,70

0,97

6.10

460

4

F01 J01

2,00 - 3,00 2,00 - 3,00

0,92 1,15

6.20 5.80

750 660

8 6

Toelichting: Geen van de gemeten waarden van de zuurgraad en de geleidbaarheid wijkt duidelijk af van de waarde, welke gezien de natuurlijke omstandigheden verwacht kan worden.

MM24092

11

4.3 Samenstelling (meng)monsters en chemische analyses Op basis van de zintuiglijke waarnemingen zijn (meng)monsters samengesteld van de grond. Bij het samenstellen van mengmonsters bedraagt de laagdikte waarover wordt gemengd in principe 0,5 meter; alleen bij een gelijke bodemkarakteristiek kunnen monsters worden gemengd over een grotere laagdikte. Verschillende grondsoorten (b.v. klei, zand en veen) mogen niet worden vermengd. De zintuigelijke waarnemingen geven geen aanleiding het analysepakket voor grond en grondwater uit te breiden. In onderstaande tabel staan de mengmonsters weergegeven. Verkennend bodemonderzoek Locatie Grond(meng)monster Luchtwassysteem A-MM01

Samenstelling A01: 0.00 - 0.50, A02: 0.30 - 0.50

Traject (m -mv) 0,00 - 0,50

Wasplaats Vml. bestrijdingsmiddelen

B-MM02 C-MM03

B01: 0.08 - 0.50, B02: 0.00 - 0.50 C01: 0.00 - 0.50, C01: 0.50 - 1.00

0,00 - 0,50 0,00 - 1,00

Vml. dieseltank

D-MM04

0,08 - 0,50

Vml. opslag oliën

E-MM05

D01: 0.08 - 0.50, D02: 0.08 - 0.50, D03: 0.08 - 0.50 E01: 0.08 - 0.50, E02: 0.08 - 0.50

Dieseltank

F-MM06

0,08 - 0,30

Wasplaats

J-MM07

F01: 0.08 - 0.30, F02: 0.08 - 0.30, F03: 0.08 - 0.30 J01: 0.08 - 0.50, J02: 0.08 - 0.50, J03: 0.08 - 0.50 Samenstelling A03-1-1 D01-1-1

1,70 - 2,70

Analyse water Standaard NEN-pakket + sulfaat + Kjeldahl Minerale olie + BTEXN

F01-1-1 J01-1-1

2,00 - 3,00 2,00 - 3,00

Minerale olie + BTEXN Standaard NEN-pakket

Samenstelling H01: 0.00 - 0.10, H02: 0.00 - 0.10, H03: 0.00 - 0.10, H04: 0.00 - 0.10 I01: 0.00 - 0.10, I02: 0.00 - 0.10, I03: 0.00 - 0.10

Traject (m -mv) 0,00 - 0,10

Analyse Asbest in grond

0,00 - 0,10

Asbest in grond

Locatie Grondwatermonster Luchtwassysteem A03 Wasplaats Vml. dieseltank D01 Vml. opslag oliën Dieseltank F01 Wasplaats J01 Verkennend asbestonderzoek Locatie Grond(meng)monster Druppelzone H H-ASMM01 Druppelzone I

I-ASMM02

0,08 - 0,50

0,08 - 0,50 Traject (m -mv) 2,00 - 3,00

Analyse grond Standaard NEN-pakket + sulfaat + Kjeldahl Standaard NEN-pakket Standaard NEN-pakket + OCB Minerale olie (C10-C40) Minerale olie (C10-C40) Minerale olie (C10-C40) Standaard NEN-pakket

Motivatie: De grondmengmonsters zijn samengesteld uit de individuele grondmonsters van de potentieel verdachte bodemlaag.

MM24092

12

4.4 Toetsingskader Omgevingswet (OW) Op 1 januari 2024 is de Omgevingswet (OW) in werking getreden. Dit betekent dat de Wet bodembescherming is ingetrokken en niet meer van kracht is. Bij de start van het inwerking treden van de OW wordt gebruik gemaakt van de normering opgenomen in het invoeringsbesluit “bruidsschat”. In de bruidsschat is geborgd dat de Rijksregels van kracht zijn in omgevingsplannen en de waterschapsverordeningen, indien deze niet zijn opgenomen/ vastgesteld door de gemeente of het waterschap. Het Wbb-toetsingskader is in de bruidsschatregels overgenomen. Dit toetsingskader maakt hierdoor automatisch onderdeel uit van het Omgevingsplan of Waterschapverordening. Deze normering blijft van kracht, totdat de gemeente of het Waterschap nieuwe normen vaststelt. De resultaten zijn getoetst aan de actuele achtergrond-, streef- en interventiewaarden uit de Regeling bodemkwaliteit en de Circulaire bodemsanering. Hiervoor is gebruik gemaakt van BOTOVA-gevalideerde software. De achtergrond-/streef- en interventiewaarden zijn opgenomen in bijlage 13. Een toelichting op het toetsingskader is eveneens opgenomen in bijlage 13. Een monster kan voldoen aan de achtergrondwaarde, terwijl een stof binnen het monster de achtergrondwaarde overschrijdt (Regeling bodemkwaliteit, art. 4.2.2).

Een negatieve waarde voor de index houdt in dat de gestandaardiseerde meetwaarde (= GSSD) lager is dan de achtergrondwaarde (= AW). Bij een index boven de 1 ligt de gestandaardiseerde meetwaarde boven de interventiewaarde (= I). Een index tussen de 0 en 0,5 betekent dat de gestandaardiseerde meetwaarde (ver) onder de interventiewaarde ligt. Een index tussen de 0,5 en 1 houdt in dat de gestandaardiseerde meetwaarde (dicht) bij de interventiewaarde ligt. Besluit bodemkwaliteit (Bbk) Het Besluit bodemkwaliteit blijft onder de Omgevingswet bestaan. Er zal echter een deel van dit besluit worden opgenomen in de OW. Het deel wat betrekking heeft op het bepalen van de kwaliteit van een partij blijft vallen onder het Besluit bodemkwaliteit. Toepassingsregels voor grond, zoals opgenomen zijn in gebiedsspecifiek beleid en de meldingen vallen dan onder de OW. De resultaten van de (meng)monsters uit het bodemonderzoek zijn eveneens indicatief getoetst aan de samenstellingseisen uit het Besluit bodemkwaliteit, voor vrijkomende grond (generiek toetsingskader). De getoetste analyseresultaten zijn weergegeven in bijlage 8 "Toetsingstabellen”. In bijlage 13 "Toelichting toetsingskader" is een toelichting op het toetsingskader van het Besluit bodemkwaliteit opgenomen.

MM24092

13

4.5 Interpretatie analyseresultaten verkennend bodemonderzoek In bijlage 5 zijn de analyserapporten van de grond opgenomen en in bijlage 7 van het grondwater. De toetsingstabellen zijn weergegeven in bijlage 8. De gemeten gehalten zijn met behulp van het organisch stof- en lutumgehalte, omgerekend naar gehalten in een standaardbodem en vervolgens getoetst. In algemene zin wordt opgemerkt dat bij analyse van mengmonsters het gehalte in de individuele deelmonsters zowel hoger als lager kunnen zijn dan het aangetoonde gehalte in het betreffende mengmonster. In de onderstaande tabel worden de concentraties aangegeven die de geldende toetsingskaders overschrijden, daarnaast is een indicatie van de te verwachten bodemkwaliteitsklasse volgens het Besluit Bodemkwaliteit weergegeven. Locatie Luchtwassysteem

Grond(meng)monster A-MM01

Traject (m -mv) 0,00 - 0,50

Gehalte > T -

Gehalte > I -

Indicatie BBK

-

-

Industrie

-

-

Landbouw/natuur

-

-

Matig

-

-

Matig

0,08 - 0,30 0,08 - 0,50 Traject (m -mv) 2,00 - 3,00

Gehalte > AW Minerale olie (205) PAK (14.3) Minerale olie (265) PAK (4.3) Lood (58.6) DDD (0.232) Minerale olie (959) Minerale olie (1640) Gehalte > S -

Wasplaats

B-MM02

0,00 - 0,50

Vml. bestrijdingsmiddelen Vml. dieseltank

C-MM03

0,00 - 1,00

D-MM04

0,08 - 0,50

Vml. opslag oliën

E-MM05

0,08 - 0,50

Dieseltank Wasplaats Locatie Luchtwassysteem Wasplaats Vml. dieseltank Vml. opslag oliën Dieseltank Wasplaats

F-MM06 J-MM07 Grondwatermonster A03-1-1

Gehalte > T -

Gehalte > I -

Landbouw/natuur Landbouw/natuur

D01-1-1

1,70 - 2,70

-

-

-

N.v.t

F01-1-1 J01-1-1

2,00 - 3,00 2,00 - 3,00

Betekenis van de tekens en afkortingen WBB: S = streefwaarde AW = achtergrondwaarde (licht verontreinigd) T = tussenwaarde (matig verontreinigd) I = interventieaarde (sterk verontreinigd) - = onder achtergrondwaarde of detectiegrens

Industrie

Indicatie BBK N.v.t.

N.v.t Koper (23) N.v.t Molybdeen (6.7) Nikkel (50) Betekenis van de afkortingen BBK: Landbouw/natuur= toepasbaar (functieklasse Landbouw/natuur) Wonen= toepasbaar (functieklasse Landbouw/natuur - Wonen) Industrie= toepasbaar (functieklasse Wonen - Industrie) Matig verontreinigd = Niet toepasbaar en niet sterk verontreinigd Sterk verontreinigd = Niet toepasbaar en sterk verontreinigd

Toelichting: In grondmonster A-MM01 is N-Kjeldahl 1200 mg N/kg d.s. en sulfaat 3000 mg/kg d.s. aangetoond. In het grondwatermonster A03-1 is N-Kjeldahl <1.0 mg/l en sulfaat 910 mg/l aangetoond. De licht aangetroffen minerale olie in grondmengmonster A-MM01 is de reduceren aan het verhoogde gehalte PAK component. De chromatogram is kenmerkend voor PAK (scherpe signalen). De verhoogde gehalten PAK in de grond kunnen veroorzaakt worden door antropogene bestandsdelen (puin/kooldeeltjes) en/of door microscopisch kleine deeltjes (bijv. roet). Het betreffen dan diffuus verspreide verontreinigingen. Het licht verhoogde gehalten aan lood en DDD in grondmengmonster C-MM03 is te relateren aan het historisch gebruik van de locatie. Het aangetoonde gehalte overschrijdt het criterium voor een nader bodemonderzoek niet. Het is bekend dat in zowel de grond als in het grondwater zware metalen in sterk fluctuerende gehalten kunnen voorkomen, zowel door natuurlijke bronnen als door menselijke activiteiten veroorzaakt. De gehalten betreffen dan (natuurlijke) achtergrondwaarden.

MM24092

14

Het licht verhoogde gehalten aan minerale olie in grondmengmonsters B-MM02, D-MM04 en E-MM05 is te relateren aan het historisch gebruik van de locaties. Het aangetoonde gehalte overschrijdt het criterium voor een nader bodemonderzoek niet. 4.6 Interpretatie analyseresultaten verkennend asbestonderzoek In bijlage 6 zijn de analyserapporten van het asbest opgenomen. In de onderstaande tabel zijn resultaten opgenomen van de berekeningen van de asbestconcentratie van de op locatie verzamelde asbestverdachte materialen in de fractie > 20 mm. Tevens is in de tabel de totale asbestconcentratie opgenomen. Deze concentratie bevat de asbestconcentratie in de fractie > 20 mm (bepaald in het veld) met de asbestconcentratie in de fractie < 20 mm (bepaald in het laboratorium). Locatie

Grond(meng) monster

Traject (m -mv)

Berekende asbestconcentratie (fractie > 20 mm) mg/kg d.s. Druppelzone H H-ASMM01 0,00 - 0,10 0 Druppelzone I I-ASMM02 0,00 - 0,10 0 *Verklaring kwalitatief onderzoek zeeffractie <0,5 mm: geen asbest waargenomen.

Asbestconcentratie (fractie < 20 mm) mg/kg d.s. <0,5* <0,9*

Totale asbestconcentratie mg/kg d.s. <0,5 <0,9

Het monster voldoet aan onderstaande voorwaarden: • Betrekking op bovenste 10 cm • Geen asbest aangetoond in de fractie <4 mm • Geen hechtgebonden asbest aangetoond • Op analysecertificaat wordt expliciet aangegeven in het kwalitatief onderzoek zeeffractie <0,5 mm, geen asbest is waargenomen.

MM24092

15

5.

CONCLUSIE

5.1 Algemeen In opdracht van de initiatiefnemer heeft Montferland Milieu B.V. een verkennend bodem- en asbestonderzoek verricht aan het Den Dam 8 te Breedenbroek (gemeente Oude IJsselstreek). Het bodemonderzoek is uitgevoerd in het kader van een planologische procedure. 5.2 Conclusie en aanbevelingen Uit het uitgevoerde bodem- en asbestonderzoek kan het volgende worden geconcludeerd: Chemisch luchtwassysteem: ▪ Tijdens het veldwerk is de opgeboorde grond zintuiglijk beoordeeld op de mogelijke aanwezigheid van bodemverontreiniging. Hierbij zijn indicaties waargenomen die hierop duiden. ▪ In grondmonster A-MM01 is N-Kjeldahl 1200 mg N/kg d.s. en sulfaat 3000 mg/kg d.s. aangetoond. In het grondwatermonster A03-1 is N-Kjeldahl <1.0 mg/l en sulfaat 910 mg/l aangetoond. ▪ In de bovengrond is een licht verhoogd gehalten aan minerale olie en PAK aangetoond. ▪ In het grondwater zijn geen verhoogde gehalten aangetoond. ▪ In geen van de geanalyseerde parameters in zowel grond als grondwater is de waarde voor nader onderzoek (tussenwaarde) en/of de interventiewaarde overschreden. ▪ Uit de onderzoeksresultaten kan geconcludeerd worden dat er op de locatie geen ernstige bodem- of grondwaterverontreinigingen aanwezig zijn. De vastgestelde waarden overschrijden enkel de achtergrondwaarde, wat duidt op enkel lichte verontreinigingen.

▪ De tevoren gestelde hypothese ‘De chemische luchtwassysteem kan op basis van het vooronderzoek als verdacht worden beschouwd’ dient formeel gezien te worden aangenomen. De verhogingen in de grond zijn echter gering en kunnen als niet significant beschouwd worden. Wasplaats: ▪ Tijdens het veldwerk is de opgeboorde grond zintuiglijk beoordeeld op de mogelijke aanwezigheid van bodemverontreiniging. Hierbij zijn indicaties waargenomen die hierop duiden. ▪ In de bovengrond is een licht verhoogd gehalten aan minerale olie en PAK aangetoond. ▪ In het grondwater zijn geen verhoogde gehalten aangetoond. ▪ In geen van de geanalyseerde parameters in zowel grond als grondwater is de waarde voor nader onderzoek (tussenwaarde) en/of de interventiewaarde overschreden. ▪ Uit de onderzoeksresultaten kan geconcludeerd worden dat er op de locatie geen ernstige bodem- of grondwaterverontreinigingen aanwezig zijn. De vastgestelde waarden overschrijden enkel de achtergrondwaarde, wat duidt op enkel lichte verontreinigingen. ▪ De tevoren gestelde hypothese ‘De wasplaats kan op basis van het vooronderzoek als verdacht worden beschouwd’ dient formeel gezien te worden aangenomen. De verhogingen in de grond zijn echter gering en kunnen als niet significant beschouwd worden. Vml.

opslag bestrijdingsmiddelen: ▪ Tijdens het veldwerk is de opgeboorde grond zintuiglijk beoordeeld op de mogelijke aanwezigheid van bodemverontreiniging. Hierbij zijn indicaties waargenomen die hierop duiden. ▪ In de potentieel verdachte bodemlaag is een licht verhoogd gehalten aan lood en DDD (som) aangetoond. ▪ In geen van de geanalyseerde parameters in grond is de waarde voor nader onderzoek (tussenwaarde) en/of de interventiewaarde overschreden. ▪ Uit de onderzoeksresultaten kan geconcludeerd worden dat er op de locatie geen ernstige bodem- of grondwaterverontreinigingen aanwezig zijn. De vastgestelde waarden overschrijden enkel de achtergrondwaarde, wat duidt op enkel lichte verontreinigingen. ▪ De tevoren gestelde hypothese ‘De vml. opslag bestrijdingsmiddelen kan op basis van het vooronderzoek als verdacht worden beschouwd’ dient formeel gezien te worden aangenomen. De verhogingen in de grond zijn echter gering en kunnen als niet significant beschouwd worden.

MM24092

16

Vml. bovengrondse dieseltank: ▪ Tijdens het veldwerk is de opgeboorde grond zintuiglijk beoordeeld op de mogelijke aanwezigheid van bodemverontreiniging. Hierbij zijn indicaties waargenomen die hierop duiden. ▪ In de bovengrond is een licht verhoogd gehalten aan minerale olie aangetoond. ▪ In het grondwater zijn geen verhoogde gehalten aangetoond. ▪ In geen van de geanalyseerde parameters in zowel grond als grondwater is de waarde voor nader onderzoek (tussenwaarde) en/of de interventiewaarde overschreden. ▪ Uit de onderzoeksresultaten kan geconcludeerd worden dat er op de locatie geen ernstige bodem- of grondwaterverontreinigingen aanwezig zijn. De vastgestelde waarden overschrijden enkel de achtergrondwaarde, wat duidt op enkel lichte verontreinigingen. ▪ De tevoren gestelde hypothese ‘De vml. bovengrondse dieseltank kan op basis van het vooronderzoek als verdacht worden beschouwd’ dient formeel gezien te worden aangenomen. De verhogingen in de grond zijn echter gering en kunnen als niet significant beschouwd worden. ▪ Aangenomen wordt dat het gemeten licht verhoogde minerale oliegehalte in de bovengrond geen humaan risico vormt bij het gebruik Wonen met tuin. Wanneer er grond wordt ontgraven is het nodig om de verschillende kwaliteiten grond gescheiden te ontgraven. Dit volgens het Besluit bodemkwaliteit.

Vml opslag oliën: ▪ Tijdens het veldwerk is de opgeboorde grond zintuiglijk beoordeeld op de mogelijke aanwezigheid van bodemverontreiniging. Hierbij zijn indicaties waargenomen die hierop duiden. ▪ In de bovengrond is een licht verhoogd gehalten aan minerale olie aangetoond. ▪ In het grondwater zijn geen verhoogde gehalten aangetoond. ▪ In geen van de geanalyseerde parameters in zowel grond als grondwater is de waarde voor nader onderzoek (tussenwaarde) en/of de interventiewaarde overschreden. ▪ Uit de onderzoeksresultaten kan geconcludeerd worden dat er op de locatie geen ernstige bodem- of grondwaterverontreinigingen aanwezig zijn. De vastgestelde waarden overschrijden enkel de achtergrondwaarde, wat duidt op enkel lichte verontreinigingen. ▪ De tevoren gestelde hypothese ‘De vml. opslag oliën kan op basis van het vooronderzoek als verdacht worden beschouwd’ dient formeel gezien te worden aangenomen. De verhogingen in de grond zijn echter gering en kunnen als niet significant beschouwd worden. ▪ Aangenomen wordt dat het gemeten licht verhoogde minerale oliegehalte in de bovengrond geen humaan risico vormt bij het gebruik Wonen met tuin. Wanneer er grond wordt ontgraven is het nodig om de verschillende kwaliteiten grond gescheiden te ontgraven. Dit volgens het Besluit bodemkwaliteit.

Bovengrondse dieseltank: ▪ Tijdens het veldwerk is de opgeboorde grond zintuiglijk beoordeeld op de mogelijke aanwezigheid van bodemverontreiniging. Hierbij zijn indicaties waargenomen die hierop duiden. ▪ In zowel de bovengrond als in het grondwater zijn geen verhoogde gehalten aangetoond. ▪ De tevoren gestelde hypothese ‘De bovengrondse dieseltank kan op basis van het vooronderzoek als verdacht worden beschouwd’ wordt verworpen. Demping: ▪ Tijdens het veldwerk is de opgeboorde grond zintuiglijk beoordeeld op de mogelijke aanwezigheid van bodemverontreiniging. Hierbij zijn indicaties waargenomen die hierop duiden. ▪ De slootdemping is hoogstwaarschijnlijk gedempt met gebiedseigen grond en wordt niet verdacht op het voorkomen van bodemverontreiniging. Wasplaats: ▪ Tijdens het veldwerk is de opgeboorde grond zintuiglijk beoordeeld op de mogelijke aanwezigheid van bodemverontreiniging. Hierbij zijn indicaties waargenomen die hierop duiden. ▪ In bovengrond zijn geen verhoogde gehalten aangetoond. ▪ In het grondwater zijn licht verhoogde gehalten aan koper, molybdeen en nikkel aangetoond. ▪ In geen van de geanalyseerde parameters in zowel grond als grondwater is de waarde voor nader onderzoek (tussenwaarde) en/of de interventiewaarde overschreden.

▪ Uit de onderzoeksresultaten kan geconcludeerd worden dat er op de locatie geen ernstige bodem- of grondwaterverontreinigingen aanwezig zijn. De vastgestelde waarden overschrijden enkel de streefwaarde, wat duidt op enkel lichte (natuurlijke) verontreinigingen.

MM24092

17

▪

De tevoren gestelde hypothese ‘De wasplaats kan op basis van het vooronderzoek als verdacht worden beschouwd’ dient formeel gezien te worden aangenomen. De verhogingen in het grondater zijn echter gering en kunnen als niet significant beschouwd worden.

Druppelzone: ▪ Tijdens het veldwerk is de opgegraven grond zintuiglijk beoordeeld op de mogelijke aanwezigheid van bodemverontreiniging. Hierbij zijn indicaties waargenomen die hierop duiden. ▪ Bij het verkennend asbestonderzoek zijn geen asbestverdachte materialen aangetroffen. In zowel de fijne als grove fractie van de bodem is geen asbest aangetroffen. Beide mengmonsters bevinden zich onder het criterium voor nader onderzoek (50 mg/kg d.s.) en een nader onderzoek is derhalve niet noodzakelijk. ▪ De tevoren gestelde hypothese ‘De druppelzones kunnen op basis van het vooronderzoek als verdacht worden beschouwd’ wordt verworpen.

Standaard slotopmerking: Eventueel vrijkomende grond kan niet zondermeer in het grondverkeer worden opgenomen. Mocht de grond naar elders worden getransporteerd, dient te worden nagegaan in hoeverre de kwaliteit van de af te voeren grond overeenstemt met de verwerkingsmogelijkheden die voor de betreffende stort- c.q. hergebruikslocatie gelden. Deze zijn geformuleerd in het Besluit bodemkwaliteit. Aanbevolen wordt dan ook de eindverwerkingslocatie in overleg met het bevoegd gezag vast te stellen. Mocht grondwater onttrokken worden t.b.v. bemaling, dient bekeken te worden in hoeverre de grondwaterkwaliteit de lozingsnormen overschrijdt.

MM24092

18

BIJLAGE 1: Topografische kaart

Topografische kaart

A4

PROJECTNAAM: Den Dam 8 te Breedenbroek

SCHAAL:

PROJECTNUMMER: MM24092

GETEKEND: AEL DATUM: 5-9-2024

BIJLAGE: 1

BIJLAGE 2: Kadastrale kaart met gegevens

Kadastrale kaart

Kadastraal object Kadastrale gemeente:

GDG00

Sectie:

R

Perceel:

450

A4

PROJECTNAAM: Den Dam 8 te Breedenbroek

SCHAAL:

PROJECTNUMMER: MM24092

GETEKEND: AEL DATUM: 5-9-2024

BIJLAGE: 2

BIJLAGE 3: Situatietekeningen

Situatietekening met verdachte deellocaties

Legenda Locatiegrens Bebouwing

A4

PROJECTNAAM: Den Dam 8 te Breedenbroek

SCHAAL:

PROJECTNUMMER: MM24094

GETEKEND: AEL DATUM: 5-9-2024

BIJLAGE: 3a

Legenda Locatiegrens Bebouwing Boring tot 0,5 m -mv Boring tot 1,0 m -mv Boring tot 2,0 m -mv Peilbuis Asbestgat druppelzone

Situatietekening met monsternamepunten

A4

PROJECTNAAM: Den Dam 8 te Breedenbroek

SCHAAL:

PROJECTNUMMER: MM24094

GETEKEND: AEL DATUM: 5-9-2024

BIJLAGE: 3b

Legenda Locatiegrens Bebouwing Boring tot 0,5 m -mv Boring tot 1,0 m -mv Boring tot 2,0 m -mv Peilbuis Asbestgat druppelzone

Situatietekening met monsternamepunten

A4

PROJECTNAAM: Den Dam 8 te Breedenbroek

SCHAAL:

PROJECTNUMMER: MM24094

GETEKEND: AEL DATUM: 5-9-2024

BIJLAGE: 3b

Legenda Locatiegrens Bebouwing Klasse Landbouw/natuur

Situatietekening met indicatie Bbk

Klasse Wonen

PROJECTNAAM: Den Dam 8 te Breedenbroek

SCHAAL:

PROJECTNUMMER: MM24094

GETEKEND: AEL

Klasse Industrie

A4

DATUM: 5-9-2024

Klasse Matig Klasse Sterk

BIJLAGE: 3c

BIJLAGE 4: Boorprofielen

A0 1

gras / cm t ov m aaiveld

0 1

B0 2 0

zand, m at ig fijn, m at ig silt ig, m at ig hum eus, neut raal bruin, bruin, edelm an

50

gras / cm t ov m aaiveld

0 1

-50

50

-50

Lucht wassyst eem t ype dat um boorm eest er x y

t ype dat um boorm eest er x y

A0 2

klinker / cm t ov m aaiveld 1 2

50 t ype dat um boorm eest er x y

C0 1 0

1

2 -50

100

Lucht wassyst eem

klinker / cm t ov m aaiveld

1 50 2

3

0 -8

g r on d b or in g 1 8 -0 7 -2 0 2 4 H . W issin k 2 2 9 3 1 6 .8 9 4 3 3 9 7 5 .5 1

D01

1 -50

0

-100

50

zand, m at ig fijn, m at ig silt ig, m at ig hum eus, neut raal bruin, bruin, edelm an

braak / cm t ov m aaiveld

1

2 100

-150

zand, m at ig fijn, m at ig silt ig, neut raal grijs, grijs, zuigerboor

200

-8

-50

zand, m at ig fijn, m at ig silt ig, neut raal roest bruin, bruin, m at ig roest , edelm an

150

-150

zand, m at ig fijn, m at ig silt ig, neut raal grijs, grijs, zuigerboor

170 200

250

300

0

volledig bakst een, zwak zand, ram gut s zand, m at ig fijn, m at ig silt ig, m at ig hum eus, neut raal bruin, zwart , edelm an

zand, m at ig fijn, st erk silt ig, neut raal roest bruin, beige, m at ig roest , edelm an

150 4

-100

Best rijdingsm iddelen t ype dat um boorm eest er x y

zand, m at ig fijn, m at ig silt ig, neut raal beige, grijs, edelm an

100

0

zand, m at ig fijn, m at ig silt ig, m at ig grindig, m at ig hum eus, neut raal bruin, bruin, edelm an

50

-30

zand, m at ig fijn, m at ig silt ig, m at ig hum eus, neut raal bruin, bruin, edelm an

g r on d b or in g 1 8 -0 7 -2 0 2 4 H . W issin k 2 2 9 3 2 4 .8 8 4 3 4 0 2 0 .4 1

t uin / cm t ov m aaiveld

0

zand, m at ig fijn, m at ig silt ig, neut raal beige, grijs, edelm an

0

200

g r on d b or in g 1 8 -0 7 -2 0 2 4 H . W issin k 2 2 9 3 3 1 .2 2 4 3 4 0 0 6 .7 5

-8

A0 3

1

Wasplaat s

g r on d b or in g 1 8 -0 7 -2 0 2 4 H . W issin k 2 2 9 3 2 1 .2 3 4 3 4 0 2 4 .1 8

0

0

zand, m at ig fijn, m at ig silt ig, m at ig hum eus, neut raal bruin, bruin, edelm an

300

-300

250

Lucht wassyst eem t ype dat um boorm eest er x y gws (m -m v)

p e ilb u is m e t 1 f ilt e r 1 8 -0 7 -2 0 2 4 H . W issin k 2 2 9 3 2 3 .6 7 4 3 4 0 1 7 .0 3 1 .5

270

B0 1

klinker / cm t ov m aaiveld

0 1 50 t ype dat um boorm eest er x y

-270

Vm l. Dieselt ank t ype dat um boorm eest er x y gws (m -m v)

D02

0 -8

p e ilb u is m e t 1 f ilt e r 1 8 -0 7 -2 0 2 4 H . W issin k 2 2 9 2 9 8 .4 4 4 3 4 0 0 2 .4 0 1 .2

zand, m at ig fijn, m at ig silt ig, neut raal beige, grijs, edelm an

1

-50

g r on d b or in g 1 8 -0 7 -2 0 2 4 H . W issin k 2 2 9 3 2 8 .7 3 4 3 4 0 1 2 .0 1

Wasplaat s

onderzoek project code get ekend conform

50 t ype dat um boorm eest er x y

bodem profielen sch a a l 1 :5 0 D e n D a m 8 t e Br e e d e n b r oe k MM24092 N EN 5 1 0 4

braak / cm t ov m aaiveld

0

g r on d b or in g 1 8 -0 7 -2 0 2 4 H . W issin k 2 2 9 2 9 8 .3 8 4 3 4 0 0 1 .4 8

0

volledig bakst een, zwak zand, ram gut s -8

zand, m at ig fijn, m at ig silt ig, m at ig hum eus, neut raal bruin, zwart , edelm an -50

Vm l. Dieselt ank

D03

braak / cm t ov m aaiveld

0 1

g r on d b or in g 1 8 -0 7 -2 0 2 4 H . W issin k 2 2 9 2 9 7 .3 4 4 3 4 0 0 2 .2 8

-8

E0 1

braak / cm t ov m aaiveld

g r on d b or in g 1 8 -0 7 -2 0 2 4 H . W issin k 2 2 9 3 0 2 .5 6 4 3 4 0 0 4 .7 0

braak / cm t ov m aaiveld

50

-8

zand, m at ig fijn, m at ig silt ig, neut raal beige, crem e, edelm an zand, m at ig fijn, m at ig silt ig, m at ig hum eus, neut raal bruin, zwart , edelm an -50

Dieselt ank

G0 1 0

weiland / cm t ov m aaiveld

0

50

-50

zand, m at ig fijn, m at ig silt ig, neut raal beige, roest bruin, sporen roest , edelm an

-50

Vm l. Opslag olie 100

-100

Dem ping

F0 1

klinker / cm t ov m aaiveld

2 50

0

3

t ype dat um boorm eest er x y

-8

zand, m at ig fijn, m at ig silt ig, neut raal beige, crem e, edelm an -30

g r on d b or in g 1 8 -0 7 -2 0 2 4 H . W issin k 2 2 9 2 3 0 .1 4 4 3 3 9 9 3 .4 6

G0 2

zand, m at ig fijn, st erk silt ig, neut raal beige, roest bruin, zwak roest , edelm an

150

weiland / cm t ov m aaiveld

0

50

-50

zand, m at ig fijn, m at ig silt ig, neut raal beige, roest bruin, sporen roest , edelm an -150

zand, m at ig fijn, m at ig silt ig, neut raal grijs, grijs, zuigerboor

100

-100

Dem ping t ype dat um boorm eest er x y

200

g r on d b or in g 1 8 -0 7 -2 0 2 4 H . W issin k 2 2 9 2 3 5 .0 7 4 3 3 9 9 1 .6 3

G0 3

250

weiland / cm t ov m aaiveld

0 300

-300 50

D e n D a m 8 t e Br e e d e n b r oe k MM24092 N EN 5 1 0 4

-50

zand, m at ig fijn, m at ig silt ig, neut raal beige, roest bruin, sporen roest , edelm an 100

-100

Dem ping t ype dat um boorm eest er x y

bodem profielen sch a a l 1 :5 0

0

zand, m at ig fijn, m at ig silt ig, m at ig hum eus, neut raal bruin, bruin, edelm an

Dieselt ank p e ilb u is m e t 1 f ilt e r 1 8 -0 7 -2 0 2 4 H . W issin k 2 2 9 2 8 6 .1 1 4 3 3 9 9 9 .0 7 1 .5

onderzoek project code get ekend conform

0

zand, m at ig fijn, m at ig silt ig, m at ig hum eus, neut raal bruin, bruin, edelm an

zand, m at ig fijn, m at ig silt ig, m at ig hum eus, neut raal bruin, zwart , edelm an -50

100

t ype dat um boorm eest er x y gws (m -m v)

0

zand, m at ig fijn, m at ig silt ig, m at ig hum eus, neut raal bruin, bruin, edelm an

-8

1

300

0

-30

g r on d b or in g 1 8 -0 7 -2 0 2 4 H . W issin k 2 2 9 2 8 8 .4 7 4 3 3 9 9 9 .2 3

volledig bakst een, zwak zand, ram gut s

0

200

klinker / cm t ov m aaiveld

2

zand, m at ig fijn, m at ig silt ig, m at ig hum eus, neut raal bruin, zwart , edelm an

g r on d b or in g 1 8 -0 7 -2 0 2 4 H . W issin k 2 2 9 3 0 2 .6 2 4 3 4 0 0 2 .5 8

-50

Dieselt ank

1

Vm l. Opslag olie

1

-30

zand, m at ig fijn, m at ig silt ig, m at ig hum eus, neut raal bruin, zwart , edelm an

g r on d b or in g 1 8 -0 7 -2 0 2 4 H . W issin k 2 2 9 2 8 7 .5 6 4 3 3 9 9 8 .7 1

-8

E0 2

-8

0

t ype dat um boorm eest er x y

0

zand, m at ig fijn, m at ig silt ig, neut raal beige, crem e, edelm an

F0 3 0

-50

50

t ype dat um boorm eest er x y

volledig bakst een, zwak zand, ram gut s

0

1

50

zand, m at ig fijn, m at ig silt ig, m at ig hum eus, neut raal bruin, zwart , edelm an

50

t ype dat um boorm eest er x y

2

Vm l. Dieselt ank

0

t ype dat um boorm eest er x y

1

-50

1

klinker / cm t ov m aaiveld

0

volledig bakst een, zwak zand, ram gut s zand, m at ig fijn, m at ig silt ig, m at ig hum eus, neut raal bruin, zwart , edelm an

50 t ype dat um boorm eest er x y

F0 2 0

g r on d b or in g 1 8 -0 7 -2 0 2 4 H . W issin k 2 2 9 2 3 7 .5 0 4 3 3 9 9 0 .3 2

H01 0

t ype dat um boorm eest er x y

braak / cm t ov m aaiveld 1

in sp e ct ie g a t 1 8 -0 7 -2 0 2 4 H . W issin k 2 2 9 3 1 0 .9 2 4 3 4 0 2 0 .3 5

J0 1

1 0

klinker / cm t ov m aaiveld

0

zand, m at ig fijn, m at ig silt ig, zwak hum eus, neut raal bruin, bruin, edelm an -10

-8

1

zand, m at ig fijn, m at ig silt ig, neut raal beige, crem e, sporen bakst een, edelm an

2

zand, m at ig fijn, m at ig silt ig, neut raal beige, crem e, edelm an

50

0

-50

100

H02 0

t ype dat um boorm eest er x y

braak / cm t ov m aaiveld 1

in sp e ct ie g a t 1 8 -0 7 -2 0 2 4 H . W issin k 2 2 9 3 1 3 .0 1 4 3 4 0 1 3 .5 5

t ype dat um boorm eest er x y

1

200

0

zand, m at ig fijn, m at ig silt ig, zwak hum eus, neut raal bruin, bruin, edelm an

300

300

-10 t ype dat um boorm eest er x y gws (m -m v)

braak / cm t ov m aaiveld 1

in sp e ct ie g a t 1 8 -0 7 -2 0 2 4 H . W issin k 2 2 9 3 1 9 .7 9 4 3 4 0 2 4 .8 4

-300

p e ilb u is m e t 1 f ilt e r 2 4 -0 7 -2 0 2 4 H . W issin k 2 2 9 2 9 1 .4 1 4 3 3 9 8 2 .7 5 1 .5

0

zand, m at ig fijn, m at ig silt ig, zwak hum eus, neut raal bruin, bruin, edelm an

J0 2 -10

klinker / cm t ov m aaiveld

0 1 50

I0 1 0

t ype dat um boorm eest er x y

braak / cm t ov m aaiveld 1

in sp e ct ie g a t 1 8 -0 7 -2 0 2 4 H . W issin k 2 2 9 2 8 4 .0 7 4 3 3 9 8 4 .2 1

t ype dat um boorm eest er x y

0

zand, m at ig fijn, m at ig silt ig, zwak hum eus, neut raal bruin, bruin, edelm an -10

braak / cm t ov m aaiveld 1

0

zand, m at ig fijn, m at ig silt ig, zwak hum eus, neut raal bruin, bruin, edelm an -10

bodem profielen sch a a l 1 :5 0 onderzoek project code get ekend conform

klinker / cm t ov m aaiveld

1

braak / cm t ov m aaiveld

in sp e ct ie g a t 1 8 -0 7 -2 0 2 4 H . W issin k 2 2 9 2 7 2 .1 9 4 3 3 9 8 2 .7 2

in sp e ct ie g a t 1 8 -0 7 -2 0 2 4 H . W issin k 2 2 9 2 7 7 .7 1 4 3 3 9 7 2 .4 4

-50

J0 3

I0 3 t ype dat um boorm eest er x y

-8

zand, m at ig fijn, m at ig silt ig, neut raal beige, crem e, sporen bakst een, edelm an

g r on d b or in g 2 4 -0 7 -2 0 2 4 H . W issin k 2 2 9 2 9 1 .3 3 4 3 3 9 8 5 .9 5

0

1

0

0

zand, m at ig fijn, m at ig silt ig, zwak hum eus, neut raal bruin, bruin, edelm an

t ype dat um boorm eest er x y

0

-10

I0 2 0

zand, m at ig fijn, m at ig silt ig, neut raal grijs, grijs, zuigerboor

250

braak / cm t ov m aaiveld

H04 t ype dat um boorm eest er x y

-150 4

200

in sp e ct ie g a t 1 8 -0 7 -2 0 2 4 H . W issin k 2 2 9 3 1 5 .0 9 4 3 4 0 0 6 .7 6

0

150 -10

H03 0

3 0

zand, m at ig fijn, m at ig silt ig, zwak hum eus, neut raal bruin, bruin, edelm an

D e n D a m 8 t e Br e e d e n b r oe k MM24092 N EN 5 1 0 4

50 t ype dat um boorm eest er x y

g r on d b or in g 2 4 -0 7 -2 0 2 4 H . W issin k 2 2 9 2 9 3 .6 2 4 3 3 9 8 0 .5 1

0 -8

zand, m at ig fijn, m at ig silt ig, neut raal beige, crem e, sporen bakst een, edelm an -50

PEILBUIS

BORIN G

OLIE OP W ATER REACTIE

num m er

bodem m onst er, geroerd

Geen casing

Zwak

Mat ig

St erk

Uit erst

bodem laag

GEUR IN TEN SITEIT

bent oniet

grondwat erst and t ijdens boren

bodem m onst er, ongeroerd

filt ergrind

Geen Zeer zwak

Zwak

Mat ig

St erk

bodem laag filt ert raject grondwat erst and

links= cm -m aaiveld recht s= cm + NAP

GRON D SOORTEN

M ATE V AN BIJM EN GIN G

GRIND, grindig (G,g)

zwak - (0-5%)

ZAND, zandig (Z,z)

m at ig - (5-15%)

LEEM, silt ig (L,s)

st erk - (15-50%)

KLEI, kleiig (K,k)

uit erst - (> 50%)

VEEN, hum eus (V,h)

slib

V ERH ARD IN GEN

GRAD ATIE Z AN D

asfalt , bet on, klinkers, t egels st elconplaat , ondoordringbare laag

uf = uit erst fijn (63-105 um ) zf = zeer fijn (105-150 um ) m f = m at ig fijn (150-210 um ) m g = m at ig grof (210-300 um ) zg = zeer grof (300-420 um ) ug = uit erst grof (420-2000 um )

OV ERIG

GRAD ATIE GRIN D

bodem vreem de best andsdelen aanwezig

f = fijn (2-5.6 m m ) m g = m at ig grof (5.6-16 m m ) zg = zeer grof (16-63 m m )

wat er

BESCH RIJV IN G BOD EM LAAG pid = fot o ionisat ie det ect or bv = bodem vocht ow = olie op wat er

Zeer st erk

BIJLAGE 5: Analysecertificaten grond

Montferland Milieu B.V. T.a.v. Arjan Ellmann Zeddamseweg 77 7041 CN 's-Heerenberg NETHERLANDS

Analysecertificaat Datum: 25-Jul-2024

Hierbij ontvangt u de resultaten van het navolgende laboratoriumonderzoek. Certificaatnummer/Versie Uw project/verslagnummer Uw projectnaam Uw ordernummer Uw datum aanlevering monster(s)

2024094944/1 MM24092 Den dam 8 te Breedenbroek 22-Jul-2024

Dit certificaat mag uitsluitend in zijn geheel worden gereproduceerd. De analyse resultaten hebben alleen betrekking op het beproefde object. De grondmonsters worden tot 4 weken na datum ontvangst bewaard en watermonsters tot 2 weken na datum ontvangst. Zonder tegenbericht worden de monsters nadien afgevoerd. Indien de monsters langer bewaard dienen te blijven verzoeken wij U dit exemplaar uiterlijk 1 werkdag voor afloop van de standaardbewaarperiode ondertekend aan ons te retourneren. Voor de kosten van het langer bewaren van monsters verwijzen wij naar de prijslijst.

Bewaren tot: Datum:

Naam:

Handtekening:

Wij vertrouwen erop uw opdracht hiermee naar verwachting te hebben uitgevoerd, mocht U naar aanleiding van dit analysecertificaat nog vragen hebben verzoeken wij U contact op te nemen met de afdeling Verkoop en Advies.

Met vriendelijke groet, Eurofins Analytico B.V.

Ing. A. Veldhuizen Technical Manager

Eurofins Analytico B.V. Gildeweg 42-46 NL-3771NB Barneveld +31 (0)34 242 63 00 Info-env@eurofins.nl www.eurofins.nl

Venecoweg 5 B-9810 Nazareth +32 (0)9 222 77 59 belgie-env@eurofins.be www.eurofins.be

BNP Paribas S.A. 227 9245 25 IBAN: NL71BNPA0227924525 BIC: BNPANL2A KvK/CoC: 09088623 BTW/VAT: NL 8043.14.883.B01

Eurofins Analytico B.V. is ISO 14001: 2015 gecertificeerd door TÜV en erkend door het Vlaamse, het Brusselse Gewest, het Waalse Gewest en door de overheid van Luxemburg.

Analysecertificaat Uw project/verslagnummer Uw projectnaam Uw ordernummer Uw monsternemer

MM24092 Den dam 8 te Breedenbroek

Certificaatnummer/Versie Startdatum analyse Datum einde analyse Rapportagedatum Bijlage Pagina

Arjan Ellmann

Eenheid

Analyse

1

2

2024094944/1 22-Jul-2024 25-Jul-2024 25-Jul-2024/14:31 A,B,C 1/4

3

4

5

Voorbehandeling

Uitgevoerd

Verkleinen kaakbreker Cryogeen malen

Uitgevoerd

Uitgevoerd

Uitgevoerd

Uitgevoerd

Uitgevoerd

Bodemkundige analyses

S

Droge stof

% (m/m)

83.2

89.5

92.4

81.0

81.4

S

Organische stof

% (m/m) ds

3.8

2.6

2.5

4.9

5.3

Gloeirest

% (m/m) ds

96

97

97

95

94

Korrelgrootte < 2 µm (Lutum)

% (m/m) ds

4.2

2.9

2.6

3.3

3.5

<3.0

<3.0

S

Metalen

S

Barium (Ba)

mg/kg ds

30

80

20

S

Cadmium (Cd)

mg/kg ds

<0.20

<0.20

<0.20

S

Kobalt (Co)

mg/kg ds

3.4

<3.0

4.2

S

Koper (Cu)

mg/kg ds

9.3

7.3

6.0

S

Kwik (Hg)

mg/kg ds

0.070

0.051

<0.050

S

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.oude-ijsselstreek.nl/api/v1/meetings/4968/documents/32643